CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van Beantwoording Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026

RAAD 2 juli 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026 (VN2026-006977)5.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam

Aan de dagelijks besturen van de stadsdelen en stadsgebied Weesp

Datum

26 mei 2026

Behandeld door

Economische Zaken en Cultuur (bestuurszaken.ezc@amsterdam.nl)

Bijlage(n)

Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026

Onderwerp

Collegereactie op de adviezen van de stadsdelen en stadsgebied Weesp over het Concept-Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026

Geachte leden van de dagelijks besturen van de stadsdelen en stadsgebied Weesp, Het college heeft op 18 februari 2026 advies gevraagd aan de dagelijks besturen (DB’s) van de stadsdelen en stadsgebied Weesp over het Concept-Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026. Dit is gebeurd op basis van de taken en bevoegdheden van de stadsdelen op het gebied van kunst in de openbare ruimte, zoals door de gemeenteraad vastgesteld met de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022. Het college heeft in april en mei adviezen van alle zeven stadsdelen en stadsgebied Weesp ontvangen. De adviezen van de stadsdelen en het stadsgebied zijn onderdeel van het proces om tot vaststelling van het nieuwe beleidskader te komen. De grote inzet die de stadsdelen en het stadsgebied in hun advisering hebben gepleegd, wordt door het college zeer gewaardeerd. Het college wil de bestuurders, commissieleden en alle partijen die vanuit de stadsdelen en het stadsgebied betrokken zijn geweest bij de advisering hartelijk danken. Het college constateert bij alle stadsdelen en het stadsgebied Weesp brede steun voor het geactualiseerde beleid. In deze brief reageert het college op de adviezen van de DB’s. Per deelonderwerp wordt een samenvatting gegeven van de adviezen van de stadsdelen en het stadsgebied, gevolgd door de reactie van het college.

Aangegeven is waar de adviezen aanleiding zijn tot aanpassing van het beleidskader.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 2 van 12

Adviezen ten aanzien van de ambities in het geactualiseerde beleidskader De stadsdelen steunen het voorliggende beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026. Het kader sluit aan bij de ambitie om met kunstopdrachten een betere representatie te bieden van Amsterdam als diverse stad met een rijke en langlopende migratiegeschiedenis Stadsgebied Weesp kan zich in grote lijnen vinden in het uitgangspunt om te streven naar meerstemmigheid en representatie bij kunst in de openbare ruimte die goed aansluit bij de identiteit van het stadsgebied. Reactie college Veel stadsdelen geven aan positief te zijn over het voorstel om de openbare ruimte meer inclusief te maken door ruimte te bieden aan nieuwe verhalen en meerstemmigheid. Het college is blij met deze steun voor het actualiseren van het beleid. Meer representatie van tot nu toe onderbelichte verhalen zorgt voor aansluiting bij de identiteit van de stad Amsterdam en stadsgebied Weesp.

Adviezen ten aanzien van representatie en diversiteit collectie Stadsdeel West, Nieuw-West, Centrum, Zuid en Zuidoost steunen het voornemen bij nieuwe opdrachtverlening prioriteit te geven aan onderbelichte verhalen, zoals migratiegeschiedenis, vrouwen, en de LHBTIQ+-gemeenschap. Stadsdeel Zuid adviseert om ook de doelgroep jongeren te betrekken. Stadsdeel Nieuw-West vindt het van belang dat stadsdelen ruimte houden voor gebiedsgerichte keuzes en dat ook diversiteit in makerschap wordt bevorderd. Weesp geeft aan dat het uitgangspunt vraagt om een zorgvuldige toepassing, met aandacht voor de eigen identiteit en geschiedenis van het stadsgebied. Stadsgebied Weesp kent een sterke lokale geschiedenis – onder meer verbonden aan de vestingstad, industrie (zoals de cacao- en jeneverproductie) en het beschermde stadsgezicht. Het toevoegen van nieuwe perspectieven hoeft geen verdringing te betekenen, maar kan juist zorgen voor aanvulling en verdieping. De Bestuurscommissie onderschrijft het uitgangspunt dat kunst in de openbare ruimte een inclusieve en meerstemmige weerspiegeling moet zijn van de samenleving. Daarbij is het essentieel dat nieuwe kunstwerken zowel bijdragen aan bredere representatie als geworteld zijn in de lokale geschiedenis, schaal en identiteit van het stadsgebied.

Stadsdeel Noord constateert dat de huidige formulering van de werkwijze om te komen tot betere representatie onduidelijk is beschreven. Het adviseert de doelstellingen, de manier om daar te komen en de invloed die de betrokken partijen hierop hebben expliciet in het beleidskader op te nemen. Reactie college Stadsdelen Zuid, West, Centrum, Nieuw-West, Zuidoost en stadsgebied Weesp reageren positief op het uitgangspunt bij de toevoeging van nieuwe kunst in de openbare ruimte voorrang te geven aan de onderbelichte verhalen van tot nu toe weinig vertegenwoordigde gemeenschappen. Om zo te komen tot een inclusievere openbare ruimte met een betere representatie van de Amsterdamse samenleving. Stadsdeel Nieuw-West en stadsgebied Weesp vragen daarbij wel aandacht voor de mogelijkheid om gebiedsgerichte keuzes te maken op basis van de eigen geschiedenis en identiteit. Het nieuwe beleid maakt met het uitgangspunt om voorrang te geven aan

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 3 van 12

onderbelichte verhalen, het juist mogelijk aandacht te schenken aan de aspecten uit de geschiedenis van een specifiek gebied die tot nu toe niet of minder naar voren zijn gekomen en daarmee bij te dragen aan een betere representatie en de eigen identiteit van het gebied. De noodzaak die Noord benoemt om de doelstellingen nog explicieter in het beleidskader op te nemen onderschrijft het college niet. De doelstelling om een inclusieve openbare ruimte te realiseren, waarin de representatie van de verscheidenheid aan inwoners in de stad het uitgangspunt is, blijft namelijk staan. Het uitgangspunt om bij opdrachtverlening voorrang te geven aan de verhalen van tot nu toe onderbelichte of nog niet vertegenwoordigde gemeenschappen, zoals van migranten, de LHBTIQ+ gemeenschap en vrouwen, is wat het college betreft voldoende expliciet beschreven. Met de richtlijnen zijn duidelijke kaders opgenomen, waarbinnen de stadsdelen en het stadsgebied de mogelijkheid hebben om praktische keuzes te maken.

Adviezen ten aanzien van richtlijnen herdenkingsmonumenten Alle stadsdelen kunnen zich vinden in de voorgestelde richtlijnen voor herdenkingsmonumenten. Heldere criteria dragen bij aan zorgvuldige en transparante besluitvorming. Gezien de schaarse openbare ruimte is het noodzakelijk om scherpe afwegingen te maken. Daarom steunen ze het voorstel tot regulering, inclusief het gebruik van een aanvraagformulier. Enkele stadsdelen pleiten voor het hanteren van een checklist of handleiding in plaats van al te strakke richtlijnen, zodat er ruimte is voor de dagelijks besturen van de stadsdelen om een bestuurlijke afweging te maken tot het al of niet ondersteunen van nieuwe initiatieven. De bevoegdheid om een besluit te nemen over het al dan niet plaatsen van een herdenkingsmonument in de openbare ruimte ligt immers bij het dagelijks bestuur van de stadsdelen. Stadsdeel Zuid vraagt aandacht voor de mogelijkheid in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de criteria. Naar aanleiding van criterium 1 (waarin staat dat er een relatie dient te zijn tussen het thema van het herdenkingsmonument en de historie of het heden van de stad Amsterdam en zijn inwoners) merkt stadsdeel Zuid op, dat ook personen of gebeurtenissen zonder directe relatie met Amsterdam, maar wel met een gemeenschap in de stad, via een kunstuiting moeten kunnen worden herdacht.

Stadsdeel Zuid vraagt om concretisering van de termen ‘grote symbolische waarde en betekenis’, ‘grote of specifieke groepen’ (criterium 2) en de stadsdelen Zuid, Zuidoost, Nieuw-West, Noord en Centrum vragen om concretisering van de term ‘maatschappelijk draagvlak’ (criterium 5), zodat duidelijk is hoe dit wordt vastgesteld en gewogen en hoe dit zich verhoudt tot het belang van representatie van onderbelichte verhalen. Voor stadsgebied Weesp, dat sinds 2022 onderdeel is van de gemeente Amsterdam maar een eigen historische ontwikkeling kent, is het belangrijk dat de richtlijnen voldoende ruimte laten voor lokale identiteit en geschiedenis van Weesp en Driemond zelf. Het is van belang dat lokale gebeurtenissen, personen of gemeenschappen die primair met het stadsgebied verbonden zijn (maar minder met de historische stad Amsterdam) óók in aanmerking komen. Het criterium ‘grote

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 4 van 12

of specifieke groep Amsterdammers’ zou verduidelijkt kunnen worden naar: ‘een aantoonbaar betekenisvolle groep Amsterdammers en/of Weespers en Driemonders’. Ten aanzien van criterium 6 (Er zijn minimaal vijf jaar verstreken sinds het overlijden van de persoon of nadat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden waarvoor het gedenkteken een eerbetoon is) zijn er twee verschillende reacties. Oost oppert een uitzondering op te nemen als de gebeurtenis of persoon een dusdanig effect heeft op de maatschappij (zoals bij de moord op Theo van Gogh en Peter R. de Vries). Wat Weesp betreft heeft dit criterium geen nadere aanscherping nodig, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden met breed maatschappelijk belang. En Zuid benadrukt juist dat de stelregel om vijf jaar te wachten met een herdenkingskunstwerk belangrijk is ter bescherming van nabestaanden; door deze gestelde termijn hebben zij de mogelijkheid hun verlies in eigen kring te verwerken zonder dat dit direct een openbare en publieke component krijgt. Zuid acht het aanpassen van dit criterium niet nodig en benoemt juist de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken van de criteria. Reactie college Het college is blij met de stadsbrede steun voor het invoeren van richtlijnen voor herdenkingsmonumenten.

De richtlijnen zijn opgesteld met het oogmerk het Dagelijks Bestuur van de stadsdelen een handvat te bieden om te gaan met de vele verzoeken voor herdenkingsmonumenten. De bevoegdheid te beslissen over nieuwe kunstwerken in de stad (met uitzondering van de ontwikkelgebieden) ligt ten slotte bij de dagelijks besturen van de stadsdelen en het stadsgebied. Deze bevoegdheid biedt ook de mogelijkheid in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de criteria, mits dit gemotiveerd gebeurt. Het besluit om wel of niet uitvoering aan het initiatief te geven is uiteindelijk aan het Dagelijks Bestuur. De door Zuid geopperde mogelijkheid dat er ook personen of gebeurtenissen zonder directe relatie met Amsterdam, maar wel met een gemeenschap in de stad, via een kunstuiting moeten kunnen worden herdacht, is met de richtlijnen goed mogelijk. Criterium 1 geeft aan dat er vooral een relatie moet zijn met de inwoners van de stad. En juist criterium 2 (De persoon, de groep of gebeurtenis waarvoor het herdenkingsmonument is bedoeld heeft een grote symbolische waarde en betekenis voor een grote of specifieke groep Amsterdammers) biedt de mogelijkheid ook herdenkingsmonumenten op te richten die gewijd zijn aan een internationale gebeurtenis dan wel het overlijden van een buitenlands persoon waarvan de impact op Amsterdammers groot is.

Verschillende stadsdelen vragen om concretisering van de termen ‘grote symbolische waarde en betekenis’, ‘grote of specifieke groepen’ (criterium 2) en ‘maatschappelijk draagvlak’ (criterium 5). Om praktische toepassing van de criteria mogelijk te maken, is ervoor gekozen deze termen niet op voorhand volledig te concretiseren in vastliggende definities. Elke te herdenken persoon of gebeurtenis is uniek, en elk initiatief tot herdenking is contextafhankelijk en vraagt op basis van de situatie een nadere duiding van de genoemde begrippen. De termen zijn zo geformuleerd dat de Dagelijks Besturen van de stadsdelen de ruimte hebben om per geval te bepalen hoe hier invulling aan kan worden gegeven. Om recht te doen aan de specifieke situatie van stadsgebied Weesp, zal de term ‘grote of specifieke groep Amsterdammers’ (criterium 2) wel worden aangepast in ‘een aantoonbaar betekenisvolle groep Amsterdammers of Weespers en Driemonders’.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 5 van 12

Bij criterium 6 (Er zijn minimaal vijf jaar verstreken sinds het overlijden van de persoon of nadat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden waarvoor het gedenkteken een eerbetoon is) hoeft geen uitzondering te worden gemaakt voor situaties waarin sprake is van een gebeurtenis of het overlijden van een persoon met een uitzonderlijk effect op de maatschappij. De bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van de criteria biedt hiervoor voldoende mogelijkheid.

Adviezen ten aanzien van nulmeting en monitoring Stadsdeel West juicht de aangekondigde nulmeting naar de mate van representatie binnen de Amsterdamse buitenkunstcollectie toe. Stadsdeel Noord en Nieuw-West onderschrijven het belang van een nulmeting, maar vragen om nadere uitwerking van methodiek en monitoring. Reactie college Het college is blij met steun voor de nulmeting en monitoring en zal bij uitvoering van het voornemen met de stadsdelen en het stadsgebied overleggen over de nadere uitwerking van de methodiek en monitoring.

Adviezen ten aanzien van bemiddelaars en kunstenaars Stadsdeel Centrum, Noord en stadsgebied Weesp steunen het voorstel om een breder palet aan bemiddelaars in te zetten en de hiertoe een pilot te organiseren, waarbij jonge kunstenaars en bemiddelaars kansen krijgen om ervaring op te doen. Stadsdeel West pleit ten aanzien van de inzet van bemiddelaars voor een gebalanceerde benadering. De huidige kern van bemiddelaars beschikt over waardevolle expertise en ervaring op het gebied van kunst in de openbare ruimte, die van groot belang is voor de kwaliteit en continuïteit van projecten. Tegelijkertijd ziet West het belang om ruimte te creëren voor nieuwe en uiteenlopende perspectieven, door jongere en opkomende bemiddelaars toe te laten. Belangrijk is dat daarbij bestaande kennis wordt behouden en tegelijkertijd gericht wordt geïnvesteerd in vernieuwing en verbreding. Stadsdeel West, Centrum en Nieuw-West ondersteunen het voornemen om bij het uitzetten van opdrachten de instroom van nieuwe, jonge kunstenaars (waaronder vrouwelijke kunstenaars) te stimuleren. Stadsdeel Noord en Oost merken op dat er ook ruimte moet worden geboden aan autodidacte kunstenaars en andere makers die niet via de institutionele weg, zoals de kunstacademie, zijn opgeleid. Zo wordt het proces ook toegankelijker voor makers van verschillende sociaaleconomische posities.

Stadsdeel Nieuw-West pleit er voor de definitie van ‘kunstenaars met een beroepspraktijk’ uit te breiden naar ‘kunstenaars die aantoonbaar actief zijn in de beeldende kunst, waaronder recent afgestudeerde kunstenaars, kunstenaars die deelnemen aan erkende trajecten voor professionele ontwikkeling of kunstenaars die anderszins blijk geven van een serieuze en actieve kunstpraktijk’. Stadsgebied Weesp ziet ook graag ruimte voor lokale, niet-professionele makers of gemeenschappen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 6 van 12

Reactie college Het college ziet steun bij de stadsdelen voor het verbreden van de groep van bemiddelaars. Met de pilot wil het hier een aanzet toe geven. De kennis en expertise van huidige adviseurs kunnen via de pilot worden overgebracht op een nieuwe generatie jonge curatoren. Waar stadsdeel Centrum heeft aangegeven het essentieel te achten dat kunstenaars met uiteenlopende achtergronden, vrouwelijke kunstenaars en startende kunstenaars meer kansen krijgen, heeft het college in het beleidskader al opgenomen dat het actief inzet op instroom van nieuwe kunstenaars met een diverse achtergrond om bij te dragen aan een meer diverse en meerstemmige opdrachtpraktijk. De suggestie om de definitie ‘professionele kunstenaar zijn kunstenaars met een beroepspraktijk’ te verduidelijken met de definitie ‘professionele kunstenaars zijn kunstenaars die aantoonbaar actief zijn in de beeldende kunst, waaronder recent afgestudeerde kunstenaars, kunstenaars die deelnemen aan erkende trajecten voor professionele ontwikkeling of kunstenaars die anderszins blijk geven van een serieuze en actieve kunstpraktijk’ nemen we over. De wens van Noord en Oost om ook ruimte te bieden aan autodidacte kunstenaars is aanwezig in de gehanteerde definitie. Voorwaarde is wel dat zij blijk geven van een serieuze en actieve kunstpraktijk, om ze te onderscheiden van amateurkunstenaars.

De wens van stadsgebied Weesp om ook ruimte te bieden aan lokale niet-professionele makers en gemeenschappen neemt het college niet over. De gewenste kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte en de complexiteit van het realiseren van kunstwerken voor die openbare ruimte vragen om inzet van professionele kunstenaars.

Adviezen ten aanzien van omstreden beelden Stadsdeel Zuidoost onderschrijft ten aanzien van de omgang met ter discussie staande beelden de voorgestelde handelingsopties. Stadsdeel Centrum is voorstander van het bieden van nadere duiding bij omstreden ‘koloniale’ kunstwerken, bijvoorbeeld in tekstuele of kunstzinnige vorm, om de beelden zo in een bredere context te plaatsen. Stadsdeel Noord acht het noodzakelijk dat het begrip ‘omstreden’ scherper en meer handelingsgericht wordt gedefinieerd. Stadsdeel Oost verzoekt het college om, naast het geven van voorbeelden van omstreden kunst, ook een procesbeschrijving voor omgang met omstreden kunstwerken aan het beleidskader toe te voegen. Daarin zouden de rollen en verantwoordelijkheden van initiatiefnemers, adviseurs en besluitvormers verduidelijkt kunnen worden. Stadsdeel Oost pleit er ook voor om meer gebruik te maken van de kennis van activisten, academici en kunstenaars bij het beoordelen van omstreden kunst in de openbare ruimte. En pleit voor het bieden van ondersteuning aan musea en openbare instellingen bij het accepteren, opnemen en duiden van omstreden (buiten)kunst in de collectie. Ook vindt stadsdeel Oost dat het belangrijk is dat de gemeente de discussie over omstreden kunst waar mogelijk faciliteert. Het benadrukt dat het organiseren van maatschappelijke dialoog bestuurlijke en communicatieve capaciteit vraagt.

Als centrale ondersteuning ontbreekt, bestaat de kans dat ieder stadsdeel het op zijn eigen manier moet oplossen. Dat maakt het lastig om als stad één duidelijke en consistente lijn te houden.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 7 van 12

Reactie college Het college ziet steun voor de voorgestelde omgang met omstreden beelden. Een nadere definiëring van het begrip ‘omstreden’ acht het college niet realiseerbaar, omdat invulling van de term ’omstreden’ omgevings- en tijdsgebonden is en ter afweging is van de bestuurders op het desbetreffende moment. Aan het verzoek om een procesomschrijving voor het omgaan met omstreden kunstwerken aan het beleidskader toe te voegen is in feite al voldaan. In hoofdstuk 4 is de nieuwe werkwijze al weergegeven: eerst de dialoog faciliteren en daarna uitvoering geven aan één van de genoemde handelingsperspectieven (context bieden, reclassificatie, verplaatsen of conceptuele vernieuwing). Een nadere invulling van de rol van alle bij de discussie betrokken partijen (initiatiefnemers, adviseurs, activisten en kunstenaars) is afhankelijk van de specifieke situatie van een omstreden kunstwerk en moet wat het college betreft per geval worden bepaald. De roep om centrale, gemeentelijke ondersteuning van de discussie over omstreden kunst is duidelijk. Wanneer dat nodig zal zijn, is echter vrijwel altijd onvoorspelbaar en onregelmatig. Het is niet haalbaar een structurele vorm van ondersteuning (capaciteit) te bieden. Voor het faciliteren van de discussie zal het college per situatie naar de mate en wijze van ondersteuning kijken.

Adviezen ten aanzien van processen en financiën Zowel stadsdeel West, Noord en Zuidoost geven aan dat volgens het taken- en bevoegdhedenregister de stadsdelen verantwoordelijk zijn voor het geven van opdracht tot realisatie van kunst in de openbare ruimte binnen het stadsdeelgebied en voor het adviseren over kunstopdrachten in ontwikkelgebieden die niet tot de bevoegdheid van het stadsdeel behoren (taak 15.4). Zij adviseren deze bestuurlijke verantwoordelijkheden duidelijk te benoemen zodat helder is op welk moment en op welke wijze het Dagelijks Bestuur betrokken is bij besluitvorming over buitenkunst. Daarnaast stellen zij het op prijs als de adviserende rol van de stadsdeelcommissies expliciet wordt genoemd. Stadsdeelcommissies kunnen, vanuit hun lokale kennis en betrokkenheid bij de wijk, adviseren over buitenkunstprojecten en daarmee bijdragen aan lokale verankering, draagvlak en kwaliteit van kunst in de openbare ruimte. Stadsdelen Noord, Centrum, West, Nieuw-West en stadsgebied Weesp vragen aandacht voor de financieringsstructuur van kunst in de openbare ruimte. Binnen stadsdelen is vaak geen of zeer beperkte structurele financiering aanwezig. Het door de gemeente Amsterdam gefinancierde Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) verstrekt subsidies voor projecten in de stad. Stadsdelen moeten een subsidieaanvraag indienen voor eigen kunstprojecten.

Deze route staat volgens de stadsdelen op gespannen voet met de wijze waarop vergelijkbare gemeentelijke budgetten (zoals voor sport, groen of bomen) rechtstreeks aan stadsdelen worden verstrekt en maakt het moeilijk om laagdrempelig en zelfstandig kunstprojecten te realiseren. Stadsdeel Noord ziet ook dat bewoners met een eigen ontwerp of idee tegen praktische en financiële drempels aanlopen. De drempel om voor financiering in aanmerking te komen wordt als hoog ervaren. Dit staat wat Noord betreft haaks op de beoogde bredere participatie van bewoners. Stadsdeel Noord ziet graag een duidelijk processtructuur in het beleidskader terug,

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 8 van 12

zodat kleinschalige lokale initiatieven eenvoudiger en laagdrempeliger georganiseerd kunnen worden en waarbij ook gekeken wordt naar de rol van het Stadscuratorium. Stadsdeel Oost laat weten op initiatieven die vanuit de maatschappij naar voren komen enkel te kunnen adviseren. Het stadsdeel heeft geen financieringsmiddelen en geen projectleiders om tot realisatie van de monumenten te kunnen komen. Initiatiefnemers moeten zich bewust zijn dat het stadsdeel enkel kan adviseren en begeleiden. Ook stadsdeel Nieuw-West constateert dat nieuwe kunstprojecten worden beperkt door het ontbreken van structureel budget. Initiatieven vanuit bewoners lopen vaak vast op complexe procedures en financiële drempels. Meer middelen zijn nodig om de ambities waar te maken en participatie daadwerkelijk te stimuleren. Stadsdeel Noord merkt op dat de ambities die zijn opgenomen in dit beleidskader meer capaciteit vragen binnen de gemeente om daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Ook stadsdeel Centrum heeft geen structureel budget voor buitenkunst. Het stadsdeel vraagt het nieuwe college aandacht te hebben voor structurele financiering van kunst in de openbare ruimte in de stadsdelen, niet enkel ten behoeve van nieuwe projecten maar ook ter bekostiging van het beheer van muurschilderingen in eigen opdracht. Al was het maar omdat de kunstbeheerders van de gemeente geen wandkunst in beheer nemen.

Voor stadsgebied Weesp geldt dat de realisatie van kunst in de openbare ruimte sterk afhankelijk blijft van beperkte financiële middelen. Ook hier wordt lopen bewonersinitiatieven geregeld vast op de complexiteit van procedures. Weesp stelt een laagdrempeligere processtructuur voor, waarin onder andere het Stadscuratorium optioneel wordt ingezet en waarin stadsdelen en het stadsgebied meer rechtstreeks over middelen kunnen beschikken, zodat lokale kunstinitiatieven eenvoudiger en zelfstandiger gerealiseerd kunnen worden De Percentageregeling Kunst in de Openbare Ruimte regelt dat in ontwikkelgebieden een percentage van de inrichtingskosten van de openbare ruimte ingezet moet worden voor kunst in de openbare ruimte. Stadsdeel West constateert dat in het beleidskader wordt aangegeven dat deze regeling wordt voorgezet. Het stadsdeel is van mening dat hierbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat de percentageregeling ruim vijf jaar na vaststelling onvoldoende functioneert. Het ontbreekt volgens het stadsdeel aan capaciteit en specialistische kennis bij de verantwoordelijke directie (Grond en Ontwikkeling) om deze projecten te begeleiden. Stadsdeel Zuidoost constateert dat kunst in ontwikkelgebieden nog niet vanzelfsprekend vanaf de initiatieffase onderdeel is van de gebiedsstrategie.

Participatie vindt niet altijd plaats op het moment waarop er nog wezenlijke keuzes openliggen, en de betrokkenheid van het stadsdeel en Stadscuratorium is in de vroege fase niet structureel vastgelegd. Wanneer representatie en meerstemmigheid leidende principes zijn, vraagt dit om expliciete bestuurlijke verankering binnen de governance van gebiedsontwikkeling. Stadsdeel Oost ziet in de praktijk dat lang niet altijd uitvoering wordt gegeven aan de Percentageregeling. Het verzoekt daarom het college om toe te zien op de uitvoering van de gemaakte afspraken over de percentageregeling. Ook zou het stadsdeel direct betrokken moeten worden bij de realisatie van kunst in de openbare ruimte in ontwikkelgebieden. Ook stadsdeel

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 9 van 12

Noord en West stellen voor om de uitvoering van de percentageregeling in samenwerking met de stadsdelen in de praktijk uit te voeren. Geadviseerd wordt om de middelen en de capaciteitsinzet vanuit de grondexploitaties in goede samenwerking met het stadsdeel af te stemmen zodat lokale kennis meegenomen kan worden. Dit vergoot de slagkracht aanzienlijk. Reactie college Her college begrijpt de wens om duidelijker te benoemen wat de bestuurlijke verantwoordelijkheden rond kunst in de openbare ruimte zijn, zodat helder is op welke wijze het Dagelijks Bestuur betrokken is bij besluitvorming over buitenkunst. Op basis van taak 15.4 uit het taken- en bevoegdhedenregister van de stadsdelen zijn de stadsdelen en stadsgebied Weesp verantwoordelijk voor het geven van opdracht tot realisatie van kunst in de openbare ruimte binnen het stadsdeelgebied en voor het adviseren over kunstopdrachten in ontwikkelgebieden die niet tot de bevoegdheid van het stadsdeel behoren. Het college is verantwoordelijk voor opdrachten tot realisatie van kunst in de ontwikkelgebieden. Veel van de initiatieven voor kunstwerken die de gemeente ontvangt, komen vaak bij het college binnen, zeker als het gaat om herdenkingsmonumenten voor nationale of internationale personen of gebeurtenissen. Zie bijvoorbeeld de initiatieven voor een monument Peter R. de Vries en de gastarbeiders.

Het college besluit dan over het gehoor geven aan het initiatief, in overleg met het stadsdeel waar het herdenkingsmonument is gedacht (als dit al bekend is). De opdracht tot uitvoering wordt vervolgens door het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel gegeven. Daarom zal in hoofdstuk 3 van het beleidskader expliciet worden vermeld dat het college in de initiatieffase van herdenkingsmonumenten voor nationale of internationale personen of gebeurtenissen een besluit neemt over het initiatief en dat de stadsdelen en stadsgebied Weesp verantwoordelijk zijn voor het geven van opdracht tot realisatie van kunst in de openbare ruimte binnen het stadsdeelgebied en voor het adviseren over kunstopdrachten in ontwikkelgebieden die niet tot de bevoegdheid van het stadsdeel behoren (conform taak 15.4 uit het taken- en bevoegdhedenregister van de stadsdelen). De stadsdelen en het stadsgebied vragen aandacht voor de financieringsstructuur van kunst in de openbare ruimte en het ontbreken van eigen budgetten om kunst in de stadsdelen te realiseren. Waar een enkel stadsdeel over een klein eigen budget beschikt, hebben de meeste geen structureel budget voor kunst in de openbare ruimte. Dat maakt het zelf opdracht geven tot nieuwe kunstwerken moeilijk.

Wel kunnen de stadsdelen gebruik maken van buurtbudgetten of gebiedsgebonden subsidies voor kunst en cultuur om uitvoering geven aan maatschappelijke initiatieven voor nieuwe kunstwerken. De wens die leeft om structurele financiering van kunst in de openbare ruimte in de stadsdelen te regelen is duidelijk. Het is echter aan de partijen die het nieuwe coalitieakkoord sluiten om te bepalen of er meer budget voor kunst in de openbare ruimte beschikbaar komt en of hiervan budgetten direct bij de stadsdelen worden belegd. Stadsdelen – maar ook particulieren en woningbouwcorporaties – kunnen bij het AFK (aanvullend) budget aanvragen. Bij het AFK is circa € 600.000 per jaar voor kunstprojecten in de openbare ruimte beschikbaar. Voor toekenning van bedragen boven de € 17.500 is een positief advies van het Stadscuratorium nodig. Dit is ingegeven door de rol die het Stadscuratorium speelt bij het

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 10 van 12

‘cureren’ van de kunst in de openbare ruimte. Alhoewel deze advisering door het Stadscuratorium door sommige stadsdelen als een extra obstakel wordt gezien, is het college van mening dat dit van belang is bij het bewaken van de kwaliteit van nieuwe kunstwerken voor de openbare ruimte. Deze praktijk zal daarom in stand worden gehouden. Wel zal met het AFK worden gekeken naar verduidelijking van de procedures en de communicatie naar de aanvragers. Sinds de invoering van de Percentageregeling Kunst in de Openbare Ruimte in 2020 is het verplicht om minimaal 0,5% van de inrichtingskosten van de openbare ruimte in een ontwikkelgebied aan kunst in de openbare ruimte te besteden. Omdat deze maatregel inging bij alle vanaf dat moment nieuwe grondexploitaties, is het effect nog beperkt (in verband met de lange uitvoeringstrajecten voor kunst in de openbare ruimte). Ook het percentage van minimaal 0,5% lijkt beperkt. Maar in de komende jaren zal duidelijker worden wat de effecten zijn. Voor het Strandeiland (IJburg 2e fase) is bijvoorbeeld € 9 ton voor kunst in de openbare ruimte gereserveerd, waaruit meerdere kunstwerken zullen worden gefinancierd. Het college zal toezicht (blijven) houden op de juiste uitvoering van de Percentageregeling.

De wens van enkele stadsdelen om nauwer betrokken te worden bij kunstprojecten in de ontwikkelgebieden (waarvoor de verantwoordelijkheid valt onder de directie Grond en Ontwikkeling) is een duidelijk signaal. Het college zal zich inzetten de expertise van stadsdelen op het gebied van kunst in de openbare ruimte intensiever bij de kunstprojecten in de ontwikkelgebieden te betrekken. De procedures worden door sommige stadsdelen als complex bestempeld, zeker waar het kleinschalige lokale initiatieven en het toepassen van participatie betreft. De gemeente is ook bij kunstprojecten gebonden aan stedelijke eisen rond aanbesteding en participatie. Deze leiden soms tot gecompliceerde processen, die niet te vermijden zijn. Maar omdat kunstprojecten altijd om maatwerk vragen, kan vereenvoudiging in de uitvoering tot uitdrukking komen. Zo is het bijvoorbeeld bij kunstprojecten tot € 50.000 niet verplicht om met meerdere kunstenaars te werken, wat het proces kan vergemakkelijken. Ook de vorm van participatie kan worden aangepast aan (de schaal van) een kunstproject. Maatwerk biedt dus mogelijkheden tot vereenvoudiging van processen.

Adviezen ten aanzien van participatie Stadsdeel Nieuw-West vindt het noodzakelijk dat bij projecten wordt gewerkt met een helder participatieplan en dat bewoners, lokale organisaties en andere belanghebbenden tijdig worden betrokken. Stadsdeel Centrum vindt het van belang om ruimte te blijven bieden aan de stem van bewoners en initiatieven uit de buurt, niet in de laatste plaats omdat kunst de leefbaarheid en het gevoel van veiligheid in buurten kan versterken. Centrum vraagt dan ook aandacht voor een goede balans tussen draagvlak in de buurt, het vergroten van de representativiteit van de kunstcollectie en de artistieke kwaliteit van kunstprojecten. Het steunt het voorgestelde participatieve programma gericht op het verdiepen van verhalen voor gedenktekens. Stadsgebied Weesp benoemt dat het een andere schaal en gemeenschapsstructuur heeft dan bijvoorbeeld het centrum van Amsterdam. Participatie en lokaal draagvlak zijn in Weesp extra

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 11 van 12

belangrijk. Een zorgvuldig participatief proces helpt om verhalen op te halen die specifiek in het stadsgebied leven. Stadsdeel Noord benadrukt dat artistieke vrijheid een essentieel uitgangspunt blijft. De kunstenaar dient ruimte te behouden voor een autonome artistieke uiting, ook binnen de gestelde kaders. Reactie college Het college is blij met de steun van stadsdelen voor een zorgvuldig participatietraject rond kunstprojecten in de openbare ruimte. Inzet op participatie van betrokkenen biedt een stem aan de buurt en zorgt voor lokale inbedding. Draagvlak in de buurt draagt bij aan het succes van nieuwe kunstwerken. Het college is net als stadsdeel Noord van mening dat de artistieke vrijheid van de kunstenaar van essentieel belang is. Het college tekent hierbij wel aan dat bij opdrachten voor kunst in de openbare ruimte de voorwaarden die aan de opdracht worden gesteld kaderstellend zijn. Binnen voorwaarden als de gekozen thematiek voor het kunstwerk en eisen als vandalismebestendigheid moet de kunstenaar alle vrijheid krijgen om een kunstwerk te realiseren.

Adviezen ten aanzien van overige zaken Meerdere stadsdelen melden dat ze graag – gezien hun verantwoordelijkheden bij kunst in de openbare ruimte – eerder bij de planvorming van het beleidskader betrokken hadden willen worden. Stadsdeel Centrum, West en Noord er pleiten voor om naast permanente monumenten expliciet ruimte te blijven bieden aan tijdelijke kunsttoepassingen of programmatische vormen van herdenken, passend bij actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Reactie college Het college begrijpt de wens van stadsdelen dat zij in een vroegtijdig stadium bij de planvorming betrokken zouden worden en erkent dat het dit het liefst ook had gedaan. Maar de wens van het college om tot snelle afhandeling te komen heeft geleid tot een beperkte inbreng in de voorbereidende fase. Wel is op ambtelijk niveau de kern van het nieuwe beleidskader in een vroeg stadium besproken. Nu is de concept-versie van het geactualiseerde beleidskader aan de stadsdelen en het stadsgebied ter advisering voorgelegd. Juist de adviesronde langs de stadsdelen en het stadsgebied was bedoeld voor inbreng, voordat het geactualiseerde beleid definitief ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De roep om ook tijdelijke kunsttoepassingen en programmatische vormen van herdenkingen toe te (blijven) passen ondersteunt het college volledig.

Waar in het beleidskader al staat dat culturele activiteiten rond een kunstwerk (zoals bijeenkomsten en performances) ook bijdragen aan de mogelijkheid tot herdenken in de openbare ruimte (hoofdstuk 2), zal worden toegevoegd dat ook tijdelijke kunstwerken en programmatische vormen van herdenken hieraan bij kunnen dragen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 26 mei 2026 Pagina 12 van 12

Tot slot Na bestudering van stadsdeeladviezen heeft het college op 26 mei 2026 besloten het ConceptBeleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026 op aantal in deze brief genoemde onderdelen aan te passen en het gewijzigde voorstel ter vaststelling aan de gemeenteraad voor te leggen. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Touria Meliani Wethouder Kunst en Cultuur

Bijlagen 1. Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17132424/2