Bijlage 2. Concessie Amsterdam 2025 Ontwerp Programma van Eisen.pdf
Tekst van het document
3 4
1 2
3
4
1 2
a. type Strategisch activum (bijvoorbeeld Bus); b. categorie Strategische activa zoals onderscheiden in lid 1; c. activeringsdatum; d. afschrijving (jaren en maanden); e. aanschafwaarde; f. boekwaarde. De Concessiehouder neemt in de Kwartaalrapportage Strategische activa een overzicht op van de wijzigingen in het Activaregister, zoals bedoeld in artikel 53, lid 2, sub e. en f. De Concessiehouder verleent de Concessieverlener, en op diens verzoek Amsterdam, inzage in het Activaregister.
Artikel 50 Strategische activa plan De Concessiehouder stelt overeenkomstig de planning in Bijlage 1 periodiek in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een Strategische activa-plan met een tijdshorizon van 15 jaar op. Het Strategische activa-plan biedt in ieder geval inzicht in: a. per Serie Voertuigen: het aantal Voertuigen, ingebruiknamedatum, lengtes, breedtes, gewicht en maximale (dienst)snelheid, het aantal kilometers waarvoor het Voertuig is ingekocht, de historische kilometers per serie, de inzetlijnen per serie en de inzetcapaciteit; b. per Modaliteit: het benodigde aantal Voertuigen (de materieelbehoefte) afgezet tegen het aantal beschikbare Voertuigen vermeerderd met reeds bestelde nieuwe Voertuigen; c. per Serie Voertuigen: een geactualiseerde inschatting van de einde technische, economische en functionele levensduren rekening houdend met de Total Cost of Ownership (TCO) van bestaande en nieuw aan te schaffen Voertuigen; d. verwachte investeringen in vastgoed voor zover dat onderdeel is van de Strategische activa (zie figuur 4); e.
de staat van en verwachte investeringen in ICT-systemen, in ieder geval voor zover het ICT-systemen betreft die onderdeel zijn van de Strategische activa (zie figuur 4 De Concessiehouder toont door middel van een cijfermatige onderbouwing aan dat het Strategische activa-plan wat het benodigde aantallen Voertuigen betreft aansluit op de materieelbehoefte volgens het Mid-scenario zoals uitgewerkt in de Vervoerprognose, rekening houdend met de op grond van artikel 55, lid 3 toegestane maximale omvang van de Technische Reserve. De Concessiehouder biedt het Strategische activa-plan ter vaststelling aan de Concessieverlener aan en neemt daarbij de termijnen en bepalingen in Bijlage 1 in acht.
Artikel 51 Meerjaren Investeringsplan De Concessiehouder stelt overeenkomstig de planning in Bijlage 1 periodiek in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een Meerjaren Investeringsplan met een tijdshorizon van 15 jaar op. Het Meerjaren Investeringsplan biedt in ieder geval inzicht in: a. benodigde en beschikbare aantallen Voertuigen onderscheiden naar Modaliteit; b. verwachte investeringen in Voertuigen, vastgoed, procesinstallaties en ICT-systemen in de komende 15 jaar inclusief de verwachte investeringsmomenten;
81
3 4
5 6
7
1 2
3
4 5
c. de verwachte ontwikkeling in de hoogte van de Kapitaallasten Strategische activa tijdens de tijdshorizon van 15 jaar. De Concessiehouder neemt in het Meerjaren Investeringsplan herkenbare samenvattingen op van het Strategisch activa-plan. De Concessiehouder geeft, zoveel mogelijk door middel van cijfermatige onderbouwing, duidelijk en concreet inzicht in de samenhang van het Meerjaren Investeringsplan met: a. het benodigde aantal Voertuigen zoals die volgen uit de materieelbehoefte volgens het Mid-scenario zoals uitgewerkt in de Vervoerprognose, daarbij rekening houdend met de op grond van artikel 55, lid 3 toegestane maximale omvang van de Technische Reserve; b. de vervoerkundige strategie uit het vastgestelde Ontwikkelplan voor de corresponderende periode zoals weergegeven in Bijlage 1; en c. de verwachte investeringen zoals die volgen uit het Strategische activa-plan; d. het effect van de investeringen op de hoogte van de Kapitaallasten Strategische activa. De Concessiehouder biedt het Meerjaren Investeringsplan ter vaststelling aan de Concessieverlener aan en neemt daarbij de termijnen en bepalingen in Bijlage 1 in acht. De Concessieverlener stelt het Meerjaren Investeringsplan vast, indien het Meerjaren Investeringsplan: a. voldoet aan de eisen gesteld in dit artikel; b.
logisch voortvloeit uit de Vervoerprognose, het Ontwikkelplan en het Strategische activa-plan; en c. past binnen de door de Concessieverlener meegegeven financiële kaders. De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om op enig moment te besluiten het Strategische activa-plan en het Meerjaren Investeringsplan te integreren in een Strategisch Asset Management Plan (SAMP).
Artikel 52 Jaarplan Strategische activa De Concessiehouder stelt overeenkomstig de planning in Bijlage 1 jaarlijks in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een Jaarplan Strategische activa op. De Concessiehouder geeft in het Jaarplan Strategische activa aan welke activiteiten in het kader van het Beheer en Onderhoud van de Strategische activa tijdens de looptijd van het plan zullen plaatsvinden en voegt hieraan een gedetailleerde begroting toe van de uitgaven voor: a. activeerbare onderhoudskosten met betrekking tot de Strategische activa, niet zijnde uitgaven voor Levensduurverlengend onderhoud, Midlife revisies, Modificaties en Schade-/Storingswerkzaamheden; b. voorbereidingskosten in het kader van voorgenomen investeringen in Strategische activa. De gedetailleerde begroting als bedoeld in lid 2 geeft in ieder geval inzicht in: a. de kosten en eventuele opbrengsten die gemoeid zijn met de in lid 1 bedoelde activiteiten; b. opbouw van de tarieven van het Personeel dat de Concessiehouder voor de uitvoering van deze activiteiten inzet; en c. de kosten, in- en exclusief eventuele opslagen, van bijvoorbeeld materialen en uitbesteed werk. De Concessiehouder biedt het Jaarplan Strategische activa ter vaststelling aan de Concessieverlener aan en neemt daarbij de termijnen en bepalingen in Bijlage 1 in acht.
De Concessieverlener stelt het Jaarplan Strategische activa vast indien het Jaarplan Strategische activa: 82
a. voldoet aan de eisen gesteld in dit artikel; b. logisch voortvloeit uit het Meerjaren Investeringsplan; en c. past binnen de door de Concessieverlener meegegeven financiële kaders.
1 2
1 2
3 4
Artikel 53 Kwartaalrapportage Strategische activa De Concessiehouder dient uiterlijk zes weken na afloop van ieder kwartaal een Kwartaalrapportage Strategische activa ter toetsing bij de Concessieverlener in en neemt daarbij de bepalingen in Bijlage 1 in acht. De Kwartaalrapportage Strategische activa bevat in ieder geval de volgende informatie: a. voortgang van verwervingsprojecten, met daarbij onderscheid tussen Materieel, procesinstallaties, vastgoed en ICT vervangingsprojecten; b. indien nog van kracht, voortgang SLA tussen de Concessiehouder en GVB Activa B.V. wat Bus, Tram, Metro, procesinstallaties, vastgoed en ICT betreft; c. voortgang (des)investeringen in het lopende kalenderjaar; d. boekwaarde, activeringen, (versnelde) afschrijvingen en Dispositie van de Strategische activa; e. in gebruik genomen Strategische activa in het lopende kalenderjaar; f. afgevoerde Strategische activa in het lopende kalenderjaar; en g. de stand van zaken van het Onderhoud voor alle Strategische activa waarbij hij onderscheid maakt naar de verschillende typen activiteiten in het kader van de Instandhouding zoals genoemd in paragraaf 6.3.
Artikel 54 Jaarmeting Strategische activa De Concessiehouder voert jaarlijks een Jaarmeting Strategische activa uit. De Concessiehouder neemt bij de uitvoering van de Jaarmeting Strategische activa de volgende uitgangspunten in acht: a. uitvoering van de Jaarmeting Strategische activa door onafhankelijke, door de Concessiehouder in te huren deskundigen; b. controle per Modaliteit van een door de Concessieverlener te bepalen steekproef van ten minste 5% van de Voertuigen op functionaliteit, deels door controle op gebruik/inzet en fysieke inspectie, en op uitvoering en voortgang van preventieve en meerjaren-onderhoudsplannen; c. toetsing van alle procesinstallaties op functionaliteit en uitgevoerd onderhoud inclusief keuringen; d. vaststelling van de technische staat van het vastgoed op basis van steekproefsgewijze inspecties van gerapporteerde werkzaamheden gebaseerd op meerjarenonderhoudsplannen; e. vaststelling van het functioneren van de ICT-systemen op basis van de mate waarin deze voldoen aan de gebruikerseisen, het service level, de onderhoudsstaat en de beheersing en formalisatie van essentiële processen. De Concessiehouder dient een rapport ‘Jaarmeting Strategische activa’ ter toetsing bij de Concessieverlener in en neemt daarbij de termijnen en bepalingen in Bijlage 1 in acht. Het rapport ‘Jaarmeting Strategische activa’ bevat in ieder geval de volgende informatie: a.
per Modaliteit de aanwezigheid en inzetbaarheid en een conditiemeting van de gecontroleerde Voertuigen waaruit blijkt of deze Voertuigen tot het einde van de overeengekomen levensduur inzetbaar zullen zijn; b. algemene constateringen met betrekking tot de procesinstallaties; c. per gecontroleerd object de technische staat van het vastgoed object;
83
5
6.3
d. de staat van onderhoud, de kwaliteit van de beheerorganisatie en de toekomstvastheid van de ICT-systemen, te weten Mobilofonie (MOBNEXT), Exploitatie Beheer Systeem (EBS) en Openbaar Vervoer Chipkaart (OVC) of diens opvolger(s) alsmede de Generieke ICT Voertuig Architectuur (GIVA). De Concessieverlener toetst op basis van het rapport ‘Jaarmeting Strategische activa’ of de waardeontwikkeling van de Strategische activa conform het door de Concessieverlener en de Concessiehouder overeengekomen afschrijvingsschema verloopt.
INSTANDHOUDING STRATEGISCHE ACTIVA
De Concessieverlener onderscheidt de volgende typen werkzaamheden gericht op de Instandhouding van en/of Waardetoevoeging aan Voertuigen: 1. Regulier/periodiek onderhoud; 2. Schade-/storingwerkzaamheden; 3. Onderhoudsprojecten, te weten: a. Groot onderhoud; b. Revisies; c. Midlife-revisies; d. Levensduurverlengend onderhoud (LVO); e. Modificaties en Functiewijzigingen; f. Werkzaamheden als gevolg van Obsolete onderdelen; g. Interieur- en exterieurbeurten van een complete serie Voertuigen; en h. Systeemintegraties (ICT-gerelateerd). Daarnaast onderscheidt de Concessieverlener de volgende typen onderhoudswerkzaamheden gericht op de Instandhouding van Strategische activa anders dan Voertuigen: 1. Onderhoud; 2. Schade-/storingwerkzaamheden; 3. Modificaties.
1 2
3
Artikel 55 Beschikbaarheid Strategische activa De Concessiehouder beheert en staat in voor de technische staat en functionaliteit van de Strategische activa en voert daarvoor onderhoudswerkzaamheden uit volgens een meerjaren onderhoud- en revisieprogramma zoals genoemd in artikel 56. De Concessiehouder onderhoudt de Strategische activa zodanig dat hij over voldoende Strategische activa beschikt om de Geldende Dienstregeling, overeenkomstig de eisen in Hoofdstuk 3 en 4 te kunnen uitvoeren. Hierbij mag de Concessiehouder uitgaan van de staat van onderhoud van de Railinfrastructuur overeenkomstig het bepaalde in de AMRIovereenkomst. In aanvulling op het bepaalde in lid 2 onderhoudt de Concessiehouder de Voertuigen zodanig dat hij aan de volgende inzetnormen6 voldoet: a. van de Bussen kan dagelijks ten minste @@,@% voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling worden ingezet; b. van de Trams kan dagelijks ten minste @@,@% voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling worden ingezet; en c. van de Metro’s kan dagelijks ten minste @@,@% voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling worden ingezet.
6
De Concessieverlener is op dit moment met de beoogde concessiehouder in gesprek over 'werkbare' percentages voor de technische/operationele reserve. In het definitieve versie van het Programma van Eisen zullen deze percentages worden toegevoegd.
84
4
5
1
2 3
6.4
De Concessieverlener bepaalt jaarlijks per (deel)serie het minimumaantal Voertuigen dat dagelijks voor de uitvoerig van de Geldende Dienstregeling inzetbaar moet zijn door de in lid 3 genoemde percentages te vermenigvuldigen met het totaal aantal Voertuigen van de betreffende (deel)serie en het aldus verkregen aantal naar beneden af te ronden. De Concessieverlener telt daartoe per Modaliteit de minimaantallen Voertuigen per (deel)serie voor afronding bij elkaar op en rondt de aldus verkregen gesommeerde aantallen naar beneden af op een geheel aantal Bussen, een geheel aantal Trams en een geheel aantal Metro’s dat in ieder geval voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling inzetbaar moet zijn. De Concessieverlener beoordeelt of de Concessiehouder aan de eisen ten aanzien van de inzetbaarheid van Voertuigen voldoet op basis van het aantal Voertuigen dat de Concessiehouder op een willekeurige dag tussen 07:30 en 08:30 uur voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling kan inzetten.
Artikel 56 Instandhouding op basis van een meerjaren onderhoud- en revisieprogramma De Concessiehouder beschikt over een meerjaren onderhoud- en revisieprogramma dat een geactualiseerd (op basis van het gerealiseerde onderhoud, eventuele mutaties in het Activaregister en voortschrijdend inzicht in de optimale onderhoudsfrequentie rekening houdend met de onderhoudsvoorschriften van de betreffende leverancier) overzicht geeft van het uit te voeren onderhoud per categorie Strategische activa en per type Voertuigen voor minimaal de komende vijf jaar. De Concessiehouder neemt noodzakelijke Onderhoudsprojecten op in het Meerjaren Investeringsplan en dient, met inachtneming van het bepaalde in artikel 62 voor aanvang van de activiteiten ter goedkeuring een Investeringsaanvraag bij de Concessieverlener in. De Concessiehouder ziet actief toe op het uitvoeren van geplande onderhoudsbeurten en inspecties volgens het meerjaren onderhoud- en revisieprogramma door middel van steekproefsgewijze (visuele) inspecties.
(DES)INVESTERINGEN STRATEGISCHE ACTIVA
De Concessieverlener onderscheidt de volgende categorieën (des)investeringen in Strategische acsva: 1. Aanschaf van nieuwe Voertuigen, waaronder begrepen hiermee samenhangende investeringen in procesinstallaties, vastgoed en ICT systemen; 2. Onderhoudsprojecten; 3. Aanschaf, Modificaties en Functiewijzigingen van procesinstallaties, vastgoed, en ICT systemen die samenhangen met een Systeemsprong; 4. Aanschaf, Modificaties en Functiewijzigingen van procesinstallaties, vastgoed en ICT systemen voor zover deze niet samenhangt met de Aanschaf van Materieel of een Systeemsprong; 5. Dispositie van Voertuigen; 6. Dispositie van procesinstallaties, vastgoed en ICT systemen.
1
Artikel 57 Incidentele activiteiten (des)investeringen Strategische activa De Concessiehouder voert ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van de categorieën (des)investeringen in Strategische activa 1 tot en met 4 de volgende incidentele activiteiten uit: a. Voorbereiden Investeringsaanvraag Strategische activa; b. Voorbereiding en uitvoering aanbesteding Strategische activa; 85
2
3 4
5
1
2
c. Levering Strategische activa; en d. Dispositie Strategische activa. De Concessiehouder beschikt over proces-afloopschema’s die een tijdige afronding van de activiteiten genoemd in lid 1 moet waarborgen. De Concessiehouder volgt bij de start van de Concessie de proces-afloopschema’s zoals die tijdens het laatste jaar van de voorgaande concessie werden gehanteerd. De Concessiehouder en de Concessieverlener reviewen de proces-afloopschema’s na afronding van de (des)investering en passen deze aan wanneer dit bijdraagt aan een verdere verbetering van de onderlinge samenwerking. De Concessiehouder wijzigt de proces-afloopschema’s alleen in overleg met de Concessieverlener. De Concessiehouder en de Concessieverlener stellen ieder een proceseigenaar aan die toeziet op een tijdige afronding van de activiteiten genoemd in lid 1. De Concessiehouder stelt in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een plan van aanpak op voor de activiteiten genoemd in lid 1, tenzij de Concessieverlener het opstellen van een plan van aanpak gelet op de verwachte omvang van de investering niet noodzakelijk acht. Het plan van aanpak omvat in ieder geval de volgende onderdelen: a. taken en verantwoordelijkheden van de procesdeelnemers en, met inachtneming van het in artikel 59, lid 3 bepaalde, het mandaat van stuurgroep-leden vanuit de Concessiehouder en de Concessieverlener; b.
de te doorlopen stappen met bijbehorende tijdslijnen, overlegmomenten en escalatiemogelijkheden; c. de criteria op basis waarvan de Concessieverlener de Investeringsaanvraag beoordeelt; d. de informatie die de Concessieverlener nodig heeft om op basis van de criteria bedoeld onder sub c., integrale (dat wil zeggen, bezien vanuit het OV-systeem) afwegingen van de noodzaak tot en kosten en opbrengsten van (des)investeringen in Strategische activa te kunnen maken; e. de noodzaak om de Investeringsaanvraag te onderbouwen door middel van een integrale business case. f. afspraken over het (mogen) delen van informatie/gegevens verkregen in het kader van de uitvoering van de activiteiten. De Concessiehouder legt het plan van aanpak ter vaststelling aan de Concessieverlener voor. De Concessieverlener deelt binnen zes weken na ontvangst mede of het plan van aanpak voldoet aan de eisen gesteld in dit artikel en daarmee wordt vastgesteld. Ingeval het plan van aanpak niet voldoet aan deze eisen, geeft de Concessieverlener een Aanwijzing op welke onderdelen het plan van aanpak moet worden aangepast om het plan van aanpak alsnog vast te kunnen stellen.
Artikel 58 Investeringsaanvraag Strategische activa Voor zover deze aanvraag nog niet is opgenomen in het vastgestelde Jaarplan Strategische activa, stelt de Concessiehouder stelt voor de in dit jaarplan voorziene investeringen in Strategische activa (categorieën 1 t/m 4) in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een Investeringsaanvraag op. In afwijking van het bepaalde in de vorige zin hoeft de Concessiehouder voor Onderhoudsprojecten anders dan Levensduurverlengend onderhoud, Midlife revisies en Modificaties geen Investeringsaanvraag op te stellen. De Concessiehouder hanteert voor de Investeringsaanvraag een door de Concessieverlener aangegeven format met bijbehorende gebruikshandleiding, waarbij de Concessieverlener vooraf de toepassing van het format voor en de diepgang bij de
86
3
4
verschillende onderdelen van de Investeringsaanvraag aangeeft. Het format voor de Investeringsaanvraag omvat in ieder geval de volgende onderdelen: a. Samenvatting van de Investeringsaanvraag voor de Voorkeursvariant, met als onderdelen: i. categorie(ën) Strategische activa waar de Investeringsaanvraag betrekking op heeft, ii. aard van de investering, met als onderscheid Aanschaf van Strategische activa (categorie 1, 3 en/of 4) of Onderhoudsprojecten (categorie 2), iii. omvang van de investering in aantallen, inclusief factoren die de omvang van de investering kunnen beïnvloeden, iv. raming van het investeringsbedrag, inclusief VAT-kosten en risicobudget, maar gecorrigeerd voor de kosten voor Regulier/periodiek onderhoud dan wel Schade-/Storingswerkzaamheden die de Concessiehouder tegelijk met de investering in de betreffende Strategische activa uitvoert. De Concessiehouder geeft bij het investeringsbedrag het prijspeiljaar en, voor zover van toepassing, de wijze van indexering aan, en v. voorstel voor de wijze van bekostiging van het investeringsbedrag; b. Aanleiding van de investering, waaronder de samenhang met de Hoofdopgaven, de Vervoerprognose en het Strategische activa-plan; c. Varianten die bij het opstellen van de Investeringsaanvraag in beschouwing zijn genomen; d.
Vergelijking van de varianten op basis van een business case dan wel een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) gebaseerd op het Total Costs of Ownership-princiep en rekening houdend met alle bijkomende kosten (bijvoorbeeld investeringen in/aanpassingen van Railinfrastructuur, vastgoed, procesinstallaties en ICT systemen), en de op basis van deze vergelijking gezamenlijk bepaalde Voorkeursvariant; e. In geval van de Aanschaf van nieuwe Voertuigen, de Strategische uitgangspunten voor de Voorkeursvariant; f. Juridische grondslagen voor en relevante wetgeving in relatie tot de investering; g. Indien van toepassing, de te volgen aanbestedingsstrategie of selectieprocedure; h. De planning van de investering; i. Effecten van de investering voor andere contracten binnen het OV-systeem; j. De voor de investering ingerichte governance; en k. Kansen en risico’s in relatie tot de investering, inclusief een voorstel voor de wijze waarop het risicobudget ingezet kan worden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 60, lid 4, een voorstel voor sturingscriteria. De Concessiehouder legt de Investeringsaanvraag ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor.
Voor zover deze de Aanschaf van nieuwe Voertuigen betreft, biedt de Concessiehouder voorafgaand aan het verzoek tot goedkeuring van de Investeringsaanvraag de Strategische uitgangspunten voor de Voorkeursvariant als bedoeld in lid 2 onder sub e.voor advies aan de Reizigers Advies Raad aan. De Concessiehouder voegt een afschrift van dit advies en de manier waarop hij met dit advies is omgegaan toe bij de Investeringsaanvraag. De Concessieverlener deelt binnen zes weken na ontvangst mede of de Investeringsaanvraag voldoet aan de eisen gesteld in dit artikel en past binnen de door de Concessieverlener aangegeven financiële kaders en daarmee wordt goedgekeurd.
87
1
2 3
4 5
7
Artikel 59 Aanbesteding Aanschaf/Functionaliteitstoevoeging Strategische activa In geval van goedkeuring van een Investeringsaanvraag door de Concessieverlener stelt de Concessiehouder, afhankelijk van de aard en omvang van de investering in Strategische activa in nauwe samenspraak met de Concessieverlener één of meerdere van de volgende documenten op ten behoeve van de aanbesteding van de betreffende investering: a. een aanbestedingsprotocol met een beschrijving van: i. procedureregels voor de Concessiehouder en de Concessieverlener rondom de aanbestedingsprocedure zodanig dat de interne processen van de Concessiehouder en de Concessieverlener gedurende verschillende fasen van de aanbestedingsprocedure gestructureerd, transparant en goed gedocumenteerd verlopen, en ii. de informatiepositie van de Concessiehouder en de Concessieverlener tijdens de verschillende fasen van de aanbestedingsprocedure; b. een (functioneel) programma van eisen waarbij de Concessiehouder zich baseert op het (functionele) programma van eisen voor de laatste investering in dezelfde categorie Strategische activa of in geval van Voertuigen7 dezelfde Modaliteit en de uitkomsten van een evaluatie van deze laatste investering verwerkt, die Concessiehouder opstelt na in bedrijfstelling van de Voertuigen; c. afhankelijk van de gekozen aanbestedingsprocedure: i.
een aanbestedingsleidraad voor de gehele aanbestedingsprocedure, of ii. aanbestedingsleidraden voor de afzonderlijke fasen binnen de aanbestedingsprocedure; en d. een model-koopcontract dat voldoet. De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle documenten voldoen aan de Strategische uitgangspunten en passen binnen de financiële kaders die de Concessieverlener met de goedkeuring van de Investeringsaanvraag aan de Concessiehouder heeft meegegeven. De Concessiehouder informeert de Concessieverlener in ieder geval na afloop van ieder kwartaal of zoveel vaker als nodig over de voortgang van de voorbereiding en uitvoering van de aanbesteding. De Concessiehouder stelt een stuurgroep in met vertegenwoordigers van in ieder geval de Concessiehouder en de Concessieverlener, die toeziet op een goed verloop van de voorbereiding en uitvoering van de aanbesteding binnen de door de Concessieverlener aangegeven kaders. In geval van afwijkingen ten opzichte van de Strategische uitgangspunten dan wel financiële kaders voor de aanbesteding in termen van tijd, scope, kwaliteit, risico’s en baten voor zover deze buiten door de Concessiehouder en de Concessieverlener overeengekomen fasetoleranties liggen of dreigen te liggen, besluit de stuurgroep over eventuele aanpassingen.
De Concessiehouder informeert de Concessieverlener na afronding van een fase binnen de aanbestedingsprocedure schriftelijk over het resultaat van deze fase. In aanvulling op het bepaalde in het vorige lid informeert de Concessiehouder de Concessieverlener voorafgaand aan het voorlopige gunningsbesluit over de uitkomst van de aanbesteding en in het bijzonder over de vraag of de winnende inschrijving voldoet aan de Strategische uitgangspunten en financiële kaders die de Concessieverlener met de goedkeuring van de Investeringsaanvraag aan de Concessiehouder heeft meegegeven.
Bij start van de Concessie betreft dit M4 voor metro, 15G voor trams en EB 4 voor bussen.
88
1
2
3
4
1
2
Artikel 60 Levering/uitvoering Aanschaf en Onderhoudsprojecten Strategische activa De Concessiehouder ziet toe op de tijdige levering van nieuwe Strategische activa (Aanschaf) dan wel tijdige uitvoering van Onderhoudsprojecten voor bestaande Strategische activa door de leverancier overeenkomstig de voorwaarden in het afgesloten (koop)contract. De Concessiehouder stelt in ieder geval bij de Aanschaf van nieuwe Voertuigen (categorie 1) en in overleg bij overige Investeringen in Strategische activa een stuurgroep in met vertegenwoordigers van de Concessiehouder en de Concessieverlener, die toeziet op een goed verloop van de levering van nieuwe Strategische activa (Aanschaf) dan wel uitvoering van Onderhoudsprojecten passend binnen de Strategische uitgangspunten en financiële kaders die de Concessieverlener met de goedkeuring van de Investeringsaanvraag dan wel na kennis te hebben genomen van het voorlopig gunningsbesluit aan de Concessiehouder heeft meegegeven. In geval van medewerking van andere partijen, waaronder begrepen de Concessieverlener in haar rol van opdrachtgever voor Beheer en Onderhoud van de Railinfrastructuur, een vereiste is voor een investering in Strategische activa, sluit de Concessiehouder met de betreffende partijen een samenwerkingsovereenkomst waarin de bereidheid tot en voorwaarden voor medewerking zijn vastgelegd.
In geval van afwijkingen bij de levering van nieuwe Strategische activa (Aanschaf) dan wel uitvoering van Onderhoudsprojecten ten opzichte van de voorwaarden in het met de leverancier afgesloten (koop)contract: a. is het de Concessiehouder toegestaan zonder voorafgaande toestemming van de Concessieverlener hierover een nadere afspraak met de leverancier te maken zolang het totale bedrag dat met de uitvoering van deze afspraak gemoeid is niet hoger is dan € 300.000, tenzij de Concessieverlener en de Concessiehouder eerder een ander bedrag overeengekomen zijn; b. besluit de stuurgroep over een nadere afspraak met de leverancier hierover wanneer het totale bedrag dat met de uitvoering van deze afspraak boven de in sub a. genoemde bovengrens ligt of anderszins buiten door de Concessiehouder en de Concessieverlener overeengekomen fasetoleranties in termen van tijd, scope, kwaliteit, risico’s en baten ligt of dreigt te liggen; c. legt de Concessiehouder in alle gevallen achteraf verantwoording van de besteding van het risicobudget en onderbouwt daarbij dat de besteding doelmatig en rechtmatig is, rechtstreeks samenhangt met de investering en niet het gevolg is van ernstige nalatigheid van de Concessiehouder, GVB Activa B.V. en/of de leverancier; d. zorgt de Concessiehouder ervoor dat de som van de bedragen die is gemoeid met de afspraken zoals bedoeld in sub a. en b.
niet hoger is dan het risicobudget zoals opgenomen in de door de Concessieverlener goedgekeurde Investeringsaanvraag, tenzij de Concessiehouder en de Concessieverlener vooraf anders overeen zijn gekomen.
Artikel 61 Dispositie Strategische activa De Concessiehouder stelt voor in het vastgestelde Jaarplan Strategische activa voorziene Disposities van Strategische activa in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een plan van aanpak, tenzij de Concessieverlener het opstellen van een plan van aanpak gelet op de verwachte (financiële) implicaties van een Dispositie niet noodzakelijk acht. De Concessiehouder legt het plan van aanpak ter vaststelling aan de Concessieverlener voor. De Concessieverlener deelt binnen zes weken na ontvangst mede of het plan van aanpak past binnen de door de Concessieverlener aangegeven financiële kaders en daarmee
89
wordt vastgesteld. Ingeval het plan van aanpak niet binnen deze kaders past, geeft de Concessieverlener een Aanwijzing op welke onderdelen het plan van aanpak moet worden aangepast om het plan van aanpak alsnog vast te kunnen stellen.
90
7
REISINFORMATIE
7.1
REISINFORMATIE ALGEMEEN
Om hun reis te kunnen plannen en waar nodig aan te kunnen passen, moeten Reizigers op elk moment van hun reis over duidelijke, correcte, eensluidende en actuele reisinformatie kunnen beschikken. De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het verstrekken van deze reisinformatie, in ieder geval voor zover het Openbaar Vervoer betreft, waarbij hij de reisinformatie ook door Derden mag laten aanbieden. De Concessieverlener stelt daarbij eisen conform landelijk afgesproken richtlijnen.
1 2 3 4
5
6 7
8
Artikel 62 Algemene eisen aan reisinformatie De Concessiehouder informeert Reizigers stipt en adequaat over het openbaar vervoer van, naar en binnen het Concessiegebied en op de Uitlopers. De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle reisinformatie die de Concessiehouder aan Reizigers verstrekt altijd volledig, correct en actueel is. De Concessiehouder draagt er zorg voor dat alle reisinformatie voldoet aan de eisen gesteld in CROW Richtlijn reisinformatie in ov-voertuigen (Bijlage 5) of diens opvolger(s). De Concessiehouder levert tijdig volledige en juiste informatie met betrekking tot (de uitvoering van) de Geldende Dienstregeling, waaronder Rituitval en omleidingen, rechtstreeks aan de NDOV-loketten en DOVA OV-data of diens opvolger(s) conform het bepaalde in het document ‘Concessiebijlage datasets OV’ (Bijlage 4) of diens opvolger(s). De Concessiehouder hanteert hierbij de unieke haltenummers zoals opgenomen in het Centraal Halte Bestand of diens opvolger(s). Hierbij: a. verstrekt de Concessiehouder over alle Ritten en haltepassages tijdige en volledige informatie; b. verstuurt de Concessiehouder tijdig een “NotMonitored” bericht indien het voertuigvolgsysteem (tijdelijk) niet functioneert, met daarin de reden van het niet functioneren van het systeem, en c.
treft de Concessiehouder maatregelen op het moment dat het voertuigvolgsysteem maandelijks over minder dan 99,5% van de Ritten tijdige en volledige informatie verstrekt. De Concessiehouder zorgt ervoor dat de in lid 2 en 4 bedoelde informatie juist is, ook bij verstoringen in de dienstuitvoering en bij eventuele omleidingsroutes. De Concessiehouder richt met dit doel zijn interne processen en communicatielijnen zodanig in dat ook in die gevallen informatie tijdig beschikbaar komt en actueel en accuraat is. De Concessiehouder legt wijzigingsvoorstellen over de vormgeving van de reisinformatie die hij van plan is te verspreiden, ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor en neemt hierbij de bepalingen in Bijlage 1 in acht. Ingeval de Concessiehouder in deze paragraaf genoemde reisinformatie niet zelf aanbiedt maar Reizigers hiervoor bij een Derde terecht kunnen, zorgt de Concessiehouder ervoor dat: a. deze Derde de desbetreffende reisinformatie beschikbaar heeft, b. Reizigers deze Derde en de desbetreffende reisinformatie via de kanalen van de Concessiehouder kunnen vinden, en c. deze Derde geen kosten bij Reizigers in rekening brengt. De Concessiehouder levert in zijn Jaarplan Reizigers een voorstel aan hoe hij Reizigers bij vertragingen, verstoringen en Rituitval adequaat informeert.
91
De reisinformatie die de Concessiehouder in ieder geval beschikbaar moet (laten) stellen, heeft zowel betrekking op specifieke Ritten als op het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied en op de Uitlopers in het algemeen.
1
Artikel 63 Algemeen verkrijgbare reisinformatie De Concessiehouder zorgt ervoor dat mensen in ieder geval de volgende reisinformatie gratis kunnen opvragen, raadplegen en downloaden via internet, (een) mobiele applicatie(s) en de klantenservice van de Concessiehouder: a. informatie over afzonderlijke Lijnen en eventuele andere mobiliteitsdiensten en P&R-locaties (zie artikel 12) aanvullend op het Openbaar Vervoer, met in ieder geval een overzicht van de Haltes en Stations, de aankomst- en vertrektijden per Halte, de overstapmogelijkheden op belangrijke (overstap)locaties (inclusief de toegankelijkheid van deze overstaplocaties) en de Gegarandeerde Aansluitingen op zowel de eigen Lijnen als op Lijnen van andere concessiehouders; b. Haltevertrekstaten, met de vertrektijden van de Lijnen die vanaf de betreffende Halte of Station vertrekken; c. Lijnennetkaart, met daarop in ieder geval alle routes en Haltes en Stations (inclusief de toegankelijkheid van deze overstaplocaties) van alle Lijnen van, naar en binnen het Concessiegebied, ook als deze niet tot de Concessie behoren; d. Digitale Lijnennetkaart, waarop per Halte is aangegeven aan welke toegankelijkheidseisen de Halte voldoet (indien en voor zover die gegevens beschikbaar zijn) e.
informatie over het Nachtnet, met een overzichtskaart van de routes en Haltes en Stations van alle Nachtlijnen en de Dienstregeling en Tarieven van alle Nachtlijnen; f. informatie voor bezoekers, met een overzichtskaart van OV-verbindingen naar belangrijke toeristische bestemmingen binnen het Concessiegebied. Deze informatie is in ieder geval in het Nederlands en Engels beschikbaar; g. informatie over actuele vertrektijden, ook in geval van ongeplande omleidingen en uitval van Ritten; h. Informatie over de aanwezige voorzieningen op Stations, waaronder de aanwezigheid van toiletten, de toegankelijkheid ervan en of er mogelijkheden zijn om kinderen en volwassenen te verschonen. Deze en alle andere relevante informatie moet ook tijdig en accuraat in Haltehulp worden verwerkt. i. informatie over de toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer, waaronder: i. aanwezigheid van voorzieningen ten behoeve van de toegankelijkheid in afzonderlijke Voertuigen en op afzonderlijke Haltes en Stations; ii. regels over maximaal toegestane afmetingen van rolstoelen en, indien van toepassing, scootmobielen; iii. informatie over eventuele aanvullende maatregelen ten behoeve van de toegankelijkheid, iv. informatie over de mogelijkheden tot gebruik van een OV-coach (zie www.ovcoach.nl), en v. Informatie over kapotte liften en roltrappen; j.
informatie over Tarieven en verkrijgbaarheid van de OV-Chipkaart en/of OVpay; k. informatie over de Vergoedingsregeling; l. informatie over de aanvraagprocedure van vraagafhankelijk vervoer en de relevante informatie over een rit zoals kosten en vertrektijden, voor zover aangeboden door de Concessiehouder; m. informatie over de bereikbaarheid van landelijke of regionale reisinformatiesystemen;
92
2
3 4
n. informatie over de bereikbaarheid van de eigen klantenservice en klachtenlijn, inclusief telefoonnummer en website; o. verwijzing naar de website van andere concessiehouders, vervoerders en aanbieders van mobiliteitsdiensten die relevant (kunnen) zijn voor Reizigers die reizen van, naar en in het Concessiegebied; p. adres en telefoonnummer van de OV ombudsman en de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, en q. Informatie of abonnementen, Tarieven en relevante acties van overheden De Concessiehouder zorgt er voor dat alle informatie genoemd in lid 1, met uitzondering van de informatie genoemd onder sub g, ten minste 4 weken voor aanvang tot aan het einde van de dienstregelingperiode waarop de informatie betrekking heeft, te raadplegen en opvraagbaar is. De Concessiehouder zorgt er voor dat alle informatie genoemd in lid 1 kan worden geprint in een handzaam formaat. De Concessiehouder draagt ervoor zorg dat de getoonde reisinformatie op verschillende (digitale) kanalen gelijk is en elkaar niet tegenspreekt, en dat op alle van de Concessiehouder gebruikte (digitale) kanalen dezelfde informatie te vinden is.
Bij dit alles is belangrijk dat Reizigers niet alleen goed geïnformeerd worden over de Dienstregeling die de Concessiehouder voorafgaand aan een Dienstregelingjaar heeft opgesteld, maar ook over wijzigingen van de Dienstregeling tijdens het Dienstregelingjaar.
1
2
3
4
5
Artikel 64 Informatie over wijzigingen van de Dienstregeling De Concessiehouder maakt de Dienstregeling voor een Dienstregelingjaar en wijzigingen van de Dienstregeling tijdens een Dienstregelingjaar uiterlijk 10 Werkdagen voor de inwerkingtreding van de (Gewijzigde) Dienstregeling bekend via: a. posters, flyers of Displays in de Voertuigen; b. de website, mobiele applicatie(s), sociale mediakanalen, en e-mailnieuwsbrieven van de Concessiehouder; en c. actuele reisinformatiesystemen. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 informeert de Concessiehouder uiterlijk 20 Werkdagen voor de inwerkingtreding van een wijziging van de Geldende Dienstregeling de in artikel 66, lid 4 genoemde organisaties over deze wijziging, met inachtneming van het bepaalde in het document ‘Concessiebijlage datasets OV’ (Bijlage 4) of diens opvolger(s). De Concessiehouder maakt Tijdelijke en/of tussentijdse Wijzigingen in verband met omleidingen waarbij één of meerdere Haltes niet wordt/worden aangedaan ten gevolge van werkzaamheden of Evenementen, ten minste vijf Werkdagen voorafgaande aan de wijziging bekend door publicatie overeenkomstig het bepaalde in lid 1 en lid 2, dan wel zo spoedig mogelijk als de stremming waardoor een omleiding nodig is, later dan vijf Werkdagen voor start bekend is gemaakt.
Hierbij geeft de Concessiehouder aan in hoeverre de omleiding toegankelijk is of welke toegankelijke alternatieven er zijn. In geval van ongeplande omleidingen en Rituitval zorgt de Concessiehouder er voor dat uiterlijk 15 minuten nadat de situatie zich voordoet: a. Reizigers hierover geïnformeerd worden, en b. de in artikel 66, lid 4 genoemde organisaties voorzien worden van gegevens met betrekking tot de wijzigingen, met inachtneming van het bepaalde in het document ‘Concessiebijlage datasets OV’ (Bijlage 4) of diens opvolger(s). De Concessiehouder zorgt voor het tijdig uitwisselen van informatie over de te wijzigen en Gewijzigde (Geldende) Dienstregeling met omliggende concessiehouders.
93
1
2 3 4
5
7.2
Artikel 65 Begrijpelijke, toegankelijke informatie De Concessiehouder zorgt dat alle reisinformatie begrijpelijk en toegankelijk is voor alle Reizigers, waaronder Reizigers met een visuele of auditieve beperking, onder meer door alle schriftelijke informatie ook auditief en in andere leesvormen (bijvoorbeeld uitvergroot) via de klantenservice van de Concessiehouder beschikbaar te stellen. De Concessiehouder brengt hiervoor geen additionele kosten bij Reizigers in rekening. Als norm voor de begrijpelijkheid van reisinformatie geldt niveau B1 van het Europees Referentiekader voor de talen. Als norm voor de toegankelijkheid van reisinformatie op websites dan wel mobiele applicaties geldt het waarmerk Drempelvrij niveau AA (zie www.drempelvrij.nl). De Concessiehouder toont uiterlijk 3 maanden voor de ingangsdatum van de Concessie ten genoegen van de Concessieverlener aan dat de websites en mobiele applicaties gecertificeerd zijn (zie www.accessibility.nl) en voldoen aan: a. Webrichtlijnen 2, level AA van het waarmerk drempelvrij.nl (zie www.drempelvrij.nl), b. niveau B1 van het Europees referentiekader voor de talen als het gaat om de begrijpelijkheid van reisinformatie, en c. waar relevant aan de Europese standaard EN 301549. De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle informatie op zijn website in ieder geval ook in het Engels beschikbaar is.
REISINFORMATIE OP HALTES EN STATIONS
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het beheer van statische reisinformatie op alle Haltes en Metrostations binnen het Concessiegebied en langs de tramroutes in Amstelveen. Deze verantwoordelijkheid betreft zowel informatie over Lijnen van de Concessiehouder zelf als informatie over Lijnen van andere concessiehouders die de betreffende Halte aandoen. Voor Haltes gelegen buiten het Concessiegebied waarvoor de Concessiehouder niet zelf verantwoordelijk is voor het informatiebeheer, verstrekt de Concessiehouder tijdig de relevante informatie over Lijnen die deze Haltes aandoen aan de beheerder van de betreffende Halte. De Concessiehouder dient Reizigers, voor zover dit van toepassing is, te informeren over het feit dat zij geacht worden op de Halte een stopteken te geven.
1
Artikel 66 Reisinformatie op Haltes en Stations De Concessiehouder draagt er zorg voor dat op elke Halte en Station in het Concessiegebied in elk geval de volgende informatie aanwezig is: a. de Halte- of stationsnaam; b. het zonenummer zolang dit van toepassing is; c. van alle Lijnen die van de Halte of Station vertrekken: i. het Lijnnummer; ii. de vertrektijden dan wel in geval van hoogfrequente Lijnen het interval tussen twee opeenvolgende Ritten; iii. de te volgen route met vermelding van de resterende Haltes of Stations tot de Eindbestemming; iv. de Eindbestemming; v. de Aansluitingen op Knooppunten, Aansluitpunten en de Eindbestemming, en
94
2
3
4
5
6
vi. Haltes of Stations die niet toegankelijk zijn voor mensen met een fysieke of visuele beperking, inclusief een verwijzing naar de dichtstbijzijnde toegankelijke Halte of Station; d. informatie over het dichtstbijzijnde verkoop- en oplaadpunt van de OV-Chipkaart en/of OVpay, alsmede over internetsites waar actuele informatie over verkoop- en oplaadpunten en Tarieven is te vinden; e. het telefoonnummer, de internetsite en openingstijden van de klantenservice, en f. het telefoonnummer van een taxiservice. Voor zover een Halte of Station is voorzien van een abri, draagt de Concessiehouder er zorg voor dat in deze abri in ieder geval de volgende informatie aanwezig is: a. een Lijnennetkaart waarop alle Lijnen van het Dagnet, waaronder begrepen de lijnen van andere concessiehouders, in het Concessiegebied zijn weergegeven; b. een kaart van het Nachtnet waarop alle Nachtlijnen, waaronder begrepen en voor zover van toepassing de Nachtlijnen die doordeweeks en in het weekend gereden worden en de Nachtlijnen van andere concessiehouders, in het Concessiegebied zijn weergegeven; c. een omgevingskaart met daarop de belangrijkste bestemmingen en attracties, en de aanrijrichting van de Bus of Auto; d. informatie over de verkrijgbaarheid van de OV-Chipkaart dan wel informatie over OVpay, en informatie over de Tarieven; e.
informatie over de kanalen die de Concessiehouder inzet voor het verstrekken van reisinformatie, en f. informatie over de Vergoedingsregeling. De eisen in lid 1 en 2 gelden niet wanneer één of meer van de volgende situaties van toepassing is: a. vanaf de Halte of het Station vertrekken uitsluitend Lijnen die door andere concessiehouders worden uitgevoerd en bediening van de Halte of het Station is niet nodig om aan de Vervoerkundige Uitgangspunten te voldoen, en/of b. vanaf de Halte of het Station vertrekken uitsluitend Nachtlijnen, en/of c. de Halte of het Station is niet of tijdelijk (korter dan 1 maand) in gebruik. De Concessiehouder maakt tijdelijke afwijkingen van de Geldende Dienstregeling op adequate en zorgvuldige wijze aan de Reizigers op de Halte of het Station kenbaar. Indien een Halte of Station tijdelijk vervalt en/of een Lijn tijdelijk vanaf een andere Halte of Station vertrekt, geeft de Concessiehouder op de Halte of Station in ieder geval aan hoe lang de Halte of het Station niet beschikbaar is en informeert de Concessiehouder Reizigers, door middel van een kaart van de omgeving van de Halte of het Station en een routebeschrijving, hoe zij bij de dichtstbijzijnde Halte of Station van de betreffende Lijn kunnen komen of op welke andere wijze zij hun bestemming per Openbaar Vervoer kunnen bereiken.
De Concessiehouder geeft tevens aan of de dichtstbijzijnde Halte of Station toegankelijk is. Indien die niet toegankelijk is geeft Concessiehouder de dichtstbijzijnde toegankelijke Halte of Station aan. De Concessiehouder maakt met de concessiehouders van de aangrenzende concessies afspraken over tijdige wederzijdse aanlevering van alle informatie die nodig is om Haltes of Stations te voorzien van de benodigde reisinformatie, waaronder begrepen informatie met betrekking tot tijdelijke omleidingen als gevolg van werkzaamheden of Evenementen. De Concessiehouder draagt er zorg voor dat alle Haltes of Stations op de ingangsdatum van de nieuwe Dienstregeling over de actuele informatie beschikken. Het is de Concessiehouder toegestaan de oude informatie vanaf 5 Werkdagen voorafgaand aan de ingangsdatum van de nieuwe Dienstregeling te vervangen.
95
7.3
REISINFORMATIE IN VOERTUIGEN
Om Reizigers ook tijdens hun reis goed te kunnen informeren, spelen, naast mobiele applicaties, Displays en een halteomroepsysteem in de Voertuigen vooralsnog een belangrijke rol. De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de installatie, het beheer en onderhoud van de Displays en het halteomroepsysteem alsmede voor de informatie die op de Displays en aan de buitenzijde van de Voertuigen wordt getoond en in de Voertuigen wordt omgeroepen.
1 2
3 4
5
6
7
8
Artikel 67 Informatie op en in de Voertuigen De Concessiehouder zorgt voor correcte en actuele reisinformatie in en op het Voertuig. De Concessiehouder voorziet alle Voertuigen van een werkend automatisch auditief halteomroepsysteem waarvan het volume automatisch wordt afgestemd op de omgevingsgeluiden. Dit systeem roept ten minste de eerstvolgende Halte en de belangrijkste Aansluitingen op deze Halte (inclusief de belangrijkste lijnen van andere concessiehouders) om en daarnaast (in een groter interval) het Lijnnummer en de Eindbestemming. Indien het automatisch auditief halteomroepsysteem niet functioneert, roept het Personeel in het Voertuig de eerstvolgende Halte en de belangrijkste Aansluitingen op deze Halte om. Daarnaast roept het systeem om indien er kapotte liften of roltrappen op de betreffende Lijn te verwachten zijn (indien dit technisch mogelijk is). De Concessiehouder voorziet alle Voertuigen van werkende Displays. De Concessiehouder maakt optimaal gebruik van deze Displays voor het tonen van ten minste de volgende actuele reisinformatie: a. actuele inschatting van de verwachte aankomsttijden op de eerstvolgende Haltes; b. Eindbestemming van de Rit, inclusief de verwachte aankomsttijd op de Eindbestemming; c.
geboden Aansluitingen op Knooppunten en Aansluitpunten inclusief de actuele vertrektijden van aansluitende Lijnen (van zowel de Lijnen van de Concessiehouder zelf als de lijnen van andere concessiehouders, waaronder indien relevant de trein); d. actuele tijd, en e. de meest actuele informatie over tijdelijke afwijkingen ten opzichte van de Dienstregeling, waaronder in ieder geval begrepen afwijkende routes, Haltes en vertrektijden, inclusief de oorzaak van deze afwijkingen. f. Kapotte liften en roltrappen (indien dit technisch mogelijk is). Bij de vormgeving van de actuele reisinformatie zoals bedoeld in lid 5 volgt de Concessiehouder de landelijke standaarden, overeenkomstig CROW Richtlijn reisinformatie in ov-voertuigen (Bijlage 5) of diens opvolger(s) ingeval de Concessieverlener, al dan niet in landelijk verband, besluit tot actualisatie of vervanging van de informatie in deze Bijlage. De Concessiehouder mag de Displays tevens voor andere doeleinden gebruiken, mits dit niet ten koste gaat van het tonen van actuele reisinformatie. De Concessiehouder zorgt er daarom voor dat te allen tijde, eventueel alternerend met de informatie in lid 5, (i) de actuele tijd en de (naam van de) eerstvolgende Halte en (ii) het Lijnnummer en de Eindbestemming van de Lijn getoond worden.
De Displays zijn zodanig in het Voertuig aangebracht dat alle Reizigers (ook die met een mobiliteitsbeperking) vanaf elke positie in het Voertuig de informatie op de Displays kunnen lezen zonder dat zij zich daarvoor hoeven om te draaien en gehinderd worden door lichtinval van buiten. De Concessiehouder voorziet: • Bussen, Trams en Metro’s van een uniforme routeaanduiding door middel van een aanduiding van de Eindbestemming en een aanduiding van het
96
9 10
11
12
13
14
Lijnnummer op de voor- en rechterzijde (eventueel ook op de linker- en achterzijde) van de Bus, Tram of Metro en een aanduiding van het Lijnnummer op achterzijde van de Bus, Tram of Metro en • Auto’s, niet zijnde personenauto’s, van een uniforme routeaanduiding door middel van een aanduiding van de Eindbestemming en een aanduiding van het Lijnnummer op de voorzijde van de Auto’s, waarbij hij er voor zorgt dat de aanduidingen bij duisternis en overdag bij fel zonlicht goed leesbaar zijn tot in elk geval een afstand van 30 meter. De Concessiehouder zorgt ervoor dat het adres van de eigen website en contactgegevens en openingstijden van de klantenservice aan de binnenzijde van alle Voertuigen vermeld staat. Voor Bussen, Trams en Metro’s die de Concessiehouder inzet • Wanneer zich een Bijzondere Omstandigheid voordoet en/of • Ter uitvoering van Versterkingsritten, Scholierenlijnen, en/of Vervangend Vervoer kan de Concessieverlener een ontheffing verlenen ten aanzien van de eisen zoals gesteld in dit artikel. Alle voertuigen die ingezet worden, zijn voorzien van een automatisch halteomroepsysteem. Het automatische halteomroepsysteem vermeldt naast de eerstvolgende halte ook de belangrijkste overstapmogelijkheden vanaf deze Halte.
Indien het automatisch halteomroepsysteem niet functioneert, roept de bestuurder alle Haltes en de belangrijkste overstapmogelijkheden vanaf deze Haltes om. In alle Trams en Metro’s die de Concessiehouder voor de uitvoering van Lijnen van het Dagnet inzet is in ieder geval een actuele kaart aanwezig met (i) alle Lijnen van het Dagnet waarop respectievelijk Trams en Metro’s, HOV-lijnen van de Concessiehouder en aangrenzende concessiehouders (binnen het Concessiegebied) worden ingezet en (ii) de Knoop- en belangrijke overstappunten tussen Modaliteiten. In alle Metro’s is daarnaast in ieder rijtuig (bak) in ieder geval een schematische weergave van het metronetwerk aanwezig In alle Bussen en Trams die niet beschikken over voorzieningen voor het tonen van actuele reisinformatie is in ieder geval een schematische weergave van de route van de betreffende Lijn (‘Routekarton’) aanwezig. Ten slotte vermeldt de Concessiehouder het adres van de eigen website en contactgegevens en openingstijden van de klantenservice aan de binnenzijde van alle Voertuigen. De Concessiehouder maakt verder optimaal gebruik van alle voorzieningen in Bussen, Trams en Metro’s voor het tonen van actuele reisinformatie.
Onder actuele reisinformatie verstaat de Concessieverlener in ieder geval de aankomsttijden op de eerstvolgende Haltes/Metrostations en Eindbestemming van de Rit en geboden Aansluitingen op belangrijke overstaphaltes inclusief de actuele vertrektijden van aansluitende Lijnen. Bij de vormgeving van de actuele reisinformatie volgt de Concessiehouder eventuele standaarden zoals die landelijk zijn/worden vastgesteld. Voor zover de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie Bussen inzet die niet door Activa B.V. beschikbaar zijn gesteld, zorgt de Concessiehouder ervoor dat Bussen van ten minste twee, gelede Bussen van ten minste drie en dubbelgelede Bussen van ten minste vier beeldschermen zijn voorzien. De Concessiehouder gebruikt de beeldschermen alleen voor het tonen van actuele reisinformatie en andere, voor Reizigers interessante en/of relevante informatie over (het Openbaar Vervoer in) het Concessiegebied.
97
7.4
REISINFORMATIE BIJ BEMANDE INFORMATIEPUNTEN
Om de verstrekking van reisinformatie alsmede de verkoop van Vervoerbewijzen e.d. (onderwerp van artikel 73 zo laagdrempelig mogelijk te maken richt de Concessiehouder in ieder geval binnen het Concessiegebied en eventueel op belangrijke (Eind)bestemmingen van de Uitlopers Informatiepunten in. De Concessieverlener verlangt dat de Concessiehouder op deze punten ten minste de informatie aanbiedt die Reizigers nodig hebben om hun reis te plannen en een keuze te maken uit de voor hen best passende Vervoerbewijzen, Reisproducten en Proposities, alsmede informatie over mobiliteitsdiensten die Derden ter aanvulling op het Openbaar Vervoer aanbieden in de Gemeente waar het Informatiepunt gevestigd is. De Concessieverlener staat toe dat de Concessiehouder op het Informatiepunt aanvullende diensten en informatie biedt die in andere behoeften van Reizigers of inwoners voorzien.
1
2
3
4
Artikel 68 Informatiepunten De Concessiehouder richt binnen het Concessiegebied op ten minste vier locaties toegankelijke informatieloketten in waar Reizigers terecht kunnen met vragen over hun reis en in ieder geval de volgende informatie kunnen verkrijgen: a. Actuele vertrektijden van de Bussen, Trams en Metro’s (met inbegrip van Bussen van andere concessiehouders) die van het OV- knooppunt vertrekken; b. Lijnennetkaarten en folders van het Nachtvervoer; c. Informatie over (aansluitend) Openbaar Vervoer dat niet tot de Concessie behoort; d. een geïndividualiseerd reisadvies om vanaf iedere locatie binnen het Concessiegebied naar iedere locatie in Nederland met het Openbaar Vervoer te komen; e. Basisinformatie en aanvullende informatie over de OV-Chipkaart (o.a. Tarieven, tabellen met tariefafstanden, verkrijgbaarheid en oplaadmogelijkheden) en OVpay; f. De mogelijkheden om een eventuele klacht in te dienen; De Concessiehouder richt in ieder geval een informatieloket in op de Knooppunten Centraal Station, Station Zuid, Station Bijlmer Arena en Noord. De Concessiehouder staat toe dat concessiehouders van omliggende concessies medegebruik kunnen maken van deze informatieloketten. De Concessiehouder neemt deel aan het informatieloket van de concessiehouder van de concessie Zaanstreek-Waterland op de Knooppunt Centraal Station (IJzijde).
Indien de Concessiehouder samenwerkt met andere vervoerders met betrekking tot de totstandkoming en inrichting van een Informatiepunt stelt de Concessiehouder Personeel beschikbaar voor de bemensing van de Informatiepunten. Het is de Concessiehouder toegestaan bij deze Informatiepunten een eigen balie in te richten. De Concessiehouder draagt de eventuele kosten van de locatie waar het Informatiepunt wordt gerealiseerd. De Concessiehouder draagt er zorg voor dat de Informatiepunten zoals bedoeld in lid 1 in ieder geval geopend zijn tijdens de in onderstaande tabel aangegeven tijdvensters. Locatie Centraal Station Station Zuid Noord
Werkdagen 08:00 – 20:00 08:00 – 20:00 09:00 – 18:00
Zaterdag, Zondag
Eerste Kerstdag
08:30 – 19:00 08:30 – 19:00 10:00 – 18:00
10:00 – 18:00 10:00 – 18:00 09:00 – 17:00
Overige feestdagen* 08:30– 19:00 08:30 – 19:00 10:00 – 18:00
98
Bijlmer Arena 08:00 – 19:00 10:00 – 18:00 X *met uitzondering van Nieuwjaarsdag: dan mogen alle loketten gesloten zijn
5 6
X
De Concessiehouder draagt zorg voor een goede bewegwijzering naar ieder Informatieen Verkooploket vanaf de Haltes in de onmiddellijke nabijheid van het Informatie- en Verkooploket. De Concessiehouder zorgt dat Reizigers, waaronder Reizigers met een mobiliteitsbeperking, op de Informatiepunten zoals bedoeld in lid 1 en 3: a. antwoord krijgen op vragen die zij hebben over hun reis; b. alle reisinformatie zoals bedoeld in artikel 67 kunnen verkrijgen; c. de mogelijkheid hebben om een klacht in te dienen; d. Vervoerbewijzen kunnen kopen; e. zaken met betrekking tot de OV-Chipkaart en OVpay kunnen regelen, waaronder het kopen en opladen van Saldo, Reisproducten en Proposities, het aanvragen van een vervangende OV-Chipkaart in geval van verlies of defecte kaart, het restitueren van abonnementen en het verkrijgen van informatie over Reisproducten en Proposities op de OV-Chipkaart, en f. informatie en uitleg van OVpay krijgen tijdens en na de transitieperiode van de OVChipkaart naar OVpay. De Concessiehouder kan in zijn Jaarplan Reizigers met voorstellen komen voor andere locaties en/of openingstijden van de informatieloketten. De Concessiehouder voorziet dit plan van een financiële onderbouwing passend binnen de beschikbare financiële middelen.
De Concessieverlener toetst het voorstel van de Concessiehouder op voordelen die het voorstel voor reizigers biedt ten opzichte van de eisen in dit artikel.
99
OV-BETAALSYSTEMEN, TARIEVEN, DISTRIBUTIE
8
In 2021 is de landelijke uitrol gestart van OVpay. Sinds juni 2023 kunnen Reizigers met hun betaalpas op voltarief Saldo met het Openbaar Vervoer door heel Nederland reizen. Waar nu de OV-Chipkaart voor Reizigers nog de belangrijkste betaalwijze is, is de verwachting dat OVpay, zoals betalen met de betaalpas of een ander op de EMVc-standaard gebaseerde Productdrager of met een Barcode, de rol van de OV-Chipkaart meer en meer gaat overnemen. Hierbij wordt ook de OV-Chipkaart vervangen door de OV-reispas. Uiteindelijk wordt naar verwachting eind 2025 de Mifare-Classic technologie uitgezet en vervangt het nieuwe landelijke OV-Betaalsysteem op basis van EMVc en Barcode volledig het huidige OV-Chipkaartsysteem. Het is belangrijk dat de Concessiehouder beschikt over een goed en betrouwbaar werkend OVBetaalsysteem gedurende deze transitie en daarna, zodat Reizigers steeds in ieder geval voor alle door of namens de Concessiehouder aangeboden mobiliteitsdiensten kunnen betalen. De Concessiehouder werkt samen met de Concessieverlener en andere concessiehouders en aanbieders van mobiliteitsdiensten aan een overzichtelijk assortiment van Tarieven, Reisproducten en Proposities.
8.1
OV-BETAALSYSTEMEN
De Concessiehouder beschikt over een goed en betrouwbaar werkend OV-Betaalsysteem, zowel gedurende de duale fase als na het uitzetten van de Mifare Classic technologie. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat het OV-Betaalsysteem het mogelijk maakt om opbrengsten van Reisproducten en Proposities die hij gezamenlijk met andere concessiehouders dan wel aanbieders van mobiliteitsdiensten aanbiedt, tussen de betrokken partijen te (laten) verdelen gedurende en na de transitie.
1 2 3
4
5
Artikel 69 OV-Chipkaartsysteem De Concessiehouder beschikt bij aanvang van de Concessie over een OVChipkaartsysteem gebaseerd op de Mifare-Classic technologie. De Concessiehouder neemt daarbij het bepaalde in Bijlage 6 (Eisen aan het OV-Betaalsysteem) in acht. De Concessiehouder treft alle benodigde maatregelen om het OV-Chipkaartsysteem te allen tijde volledig te laten functioneren, onder meer in het Materieel, op de Metrostations en binnen de organisatie van de Concessiehouder. De Concessiehouder zorgt dat het OV-Chipkaartsysteem (i) is gecertificeerd door Translink of diens opvolger(s), tenzij Translink voor certificering een ontheffing (“waiver”) heeft verleend, en (ii) eventueel met gebruikmaking van de backoffice van Derden is aangesloten op de landelijke backoffice van Translink. De Concessiehouder zorgt dat het OV-Chipkaartsysteem is ingericht conform het bepaalde in de Tariefverordening en in staat is om (elektronische versies) van de in lid 2 van artikel 71 genoemde concessiegrensoverschrijdende Reisproducten, waaronder Randstad Noord Zone-abonnementen of diens opvolger(s), en Bijzondere Vervoerbewijzen en mogelijk nog te ontwikkelen nieuwe (interoperabele) vastrecht/kortingsproducten te faciliteren, zowel als het gaat om de acceptatie als de distributie van deze Reisproducten.
De kosten van (i) de invoering, instandhouding, uitbreiding, vernieuwing en/of vervanging van de hard- en software van het OV-Chipkaartsysteem (waaronder de aanschaf en installatie van apparatuur, het (laten) plegen van onderhoud, het treffen van administratieve voorzieningen e.d.) en (ii) de uitfasering van het OV-Chipkaartsysteem zijn volledig voor rekening en risico van de Concessiehouder, met uitzondering van de kosten die verband houden met onderhoud en, in geval van vervanging of uitbreiding,
100