CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Voortgangsrapportage Onze stad van morgen.pdf

RAAD 13 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage Onze stad van morgen (VN2025-014305)17.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Voortgangsrapportage

Onze stad van morgen

“Het is tijd voor keuzes die verder gaan dan vandaag”

juli 2025

Onze stad van morgen

Onze stad van morgen

“Het is tijd om keuzes te maken die recht doen aan de impact op de verre toekomst”

2

Inhoudsopgave

Leeswijzer 4

1. De Amsterdamse aanpak is … 5 1.1 Doelen stellen voor de eigen organisatie 6 1.2 Sturen met een klimaatbegroting 10 1.3 De winst van vooruitzien 11 1.4 Juridische verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam 12 1.5 Meedoen aan de 100 klimaatneutrale stedenmissie 12 1.6 Duurzaam, dwars door alle domeinen 13

2. De resultaten van onze drie transities en de Agenda Klimaatadaptatie

20

2.1 Transitie: naar duurzame energie 20 2.2 Transitie: naar een circulaire economie 28 2.3 Transitie: naar een groene, gezonde stad 32 2.4 Agenda Klimaatadaptatie 2024 - 2026 38

Onze stad van morgen

3

Leeswijzer Voor u ligt de voortgangsrapportage Onze stad van morgen. In de raadsbrief Onze stad van morgen uit 2023, gaf het college een overzicht van de klimaatinspanningen en committeerde zich aan de duurzame doelen. Nu, twee jaar later, laten we met deze voortgangsrapportage zien wat we hebben gedaan en waar we staan in het bereiken van onze doelen. 1. De Amsterdamse aanpak In dit deel beschrijven we hoe we van duurzaamheid de standaard manier van werken maken in Amsterdam. We laten zien hoe we de gemeentelijke organisatie verduurzamen en hoe we vernieuwende instrumenten inzetten, zoals de klimaatbegroting en de methode voor het berekenen van vermeden kosten. Verder komt de samenwerking met (inter-)nationale partners aan bod binnen het kader van de Europese klimaatneutrale stedenmissie. En tot slot geven we inzicht in hoe de verschillende beleidsterreinen werken aan verduurzaming.

Onze stad van morgen

2. De resultaten van onze drie transities en de agenda Klimaatadaptatie In het tweede deel leest u de concrete resultaten op vier hoofdthema’s: 1. De overgang naar duurzame energie 2. De opbouw van een circulaire economie 3. De ontwikkeling van een groene, gezonde stad 4. De uitvoering van de agenda Klimaatadaptatie In de raadsbrief Onze stad van morgen van 2023 lichtten we tien actiepunten uit. De voortgang op deze actiepunten vindt u verspreid over het document.

4

De Amsterdamse aanpak is … Duurzaamheid leeft in onze organisatie. We zijn als gemeente gezamenlijk verantwoordelijk voor het halen van onze duurzame doelen; binnen alle portefeuilles en domeinen. Door het verduurzamen van onze eigen bedrijfsvoering geven we het goede voorbeeld. We werken aan een innovatief instrumentarium om duurzaamheid verder te integreren in de organisatie. Denk aan een klimaatbegroting en het meenemen van vermeden kosten. Verder geven we inzicht in hoe we onze juridische zorgplicht invullen. In de klimaatneutrale stedenmissie werken we met andere lokale overheden en het Rijk en de EU om de juiste randvoorwaarden te creëren. Duurzaamheid gaat dwars door alle domeinen. Overal zetten we ons maximaal in om van duurzaamheid de standaard manier van werken te maken. Of het nu gaat om het bouwen van woningen, de organisatie van festivals en evenementen of het bieden van zorg. Dat is de Amsterdamse aanpak: organisatiebreed, innovatief en door alle overheidslagen heen.

Onze stad van morgen

5

1.1

Doelen stellen voor de gemeentelijke organisatie De gemeente Amsterdam heeft vijf duurzaamheidsdoelen voor de organisatie: 1. Maximale energievermindering en maximale energieopwekking 2. CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030 3. Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte 4. Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen 5. Duurzaam denken en doen door alle ambtenaren Als verantwoordelijke hoofdstad is het van belang onze eigen organisatie zoveel mogelijk te verduurzamen. Zo geven we het goede voorbeeld. Ook geven we de markt een duwtje in de juiste richting als we ons geld duurzaam inzetten.

Doel 1 - Maximale energievermindering en maximale energieopwekking

Energieverbruik gemeentelijke organisatie 2018 - 2024

718

682 638

Wat betreft het verminderen van ons energieverbruik liggen we op schema. Het totale energieverbruik daalde van 595 Terajoule (TJ) in 2023, naar 582 TJ in 2024. We streven naar een verbruik van 452 TJ in 2030. Het verbruik van aardgas, elektriciteit en brandstoffen nam in 2024 af. Dat komt onder andere door het beter instellen van klimaatinstallaties, het isoleren van panden, het gebruik van energiezuinigere verlichting, het afstoten van een kantoorpand en andere energiebesparende maatregelen. Het verbruik van warmte uit duurzame warmtebronnen nam toe. Ook hebben we meer zonnepanelen geplaatst in 2024.

Onze stad van morgen

633

595

582

452

2018

2019

Elektriciteit

In de Verduurzamingsrapportage over 2024 laten we de voortgang zien op deze vijf doelen en beschrijven we hoe we de komende periode verder aan de slag gaan. De Verduurzamingsrapportage 2024 is als bijlage 1 bij deze voortgangsrapportage opgenomen.

641

2020

2021

2022

Brandstoffen

2023

2024*

2025

Aardgas

2026

2027 Wartme

2028

2029

2030

Streefwaarde

Figuur 1 Energieverbruik gemeentelijke organisatie 2018 – 2024. Bovenstaande grafiek laat het energieverbruik van de gemeentelijke organisatie zien sinds 2018 tot en met 2024. We gebruiken nu 19% minder energie dan in 2018. We zien dat, als we dit in tempo doorgaan, we ons doel halen: 452 TJ in 2030. Een reductie van 37% ten opzichte van 2018.

6

Onze stad van morgen

Actiepunt 5: met de bestuursopdracht Duurzame Toekomst Stad & Organisatie krijgen de directies en stadsdelen de opdracht om samen en tijdig de verduurzaming van de stad en organisatie te realiseren. We zetten met de bestuursopdracht daarvoor onder andere in op gebiedsgerichte sturing. Hierdoor krijgt ieder gebied een eigen plan dat past bij de buurt, om de transities rechtvaardig en inclusief vorm te geven.

Toename bewustwording en groeiende veranderbereidheid Er zijn door de bestuursopdracht belangrijke stappen gezet. De bewustwording over de verschillende klimaatopgaven en de groeiende urgentie is binnen de organisatie sterk toegenomen. Dit komt onder meer door de organisatie van klimaatevents, de leerlijn Duurzaam Denken en Doen en een groeiend netwerk van duurzame ambtenaren (+300%). Ook zijn nieuwe bestuurlijke instrumenten, zoals de duurzaamheidsparagraaf in besluitvorming, succesvol geïntroduceerd. Er is meer eigenaarschap ontstaan binnen directies die zich richten op bedrijfsvoering zoals Inkoop, Juridische Zaken en Personeel & Organisatie. Voorbeelden zijn de uitbreiding van het team Duurzaam Opdrachtgeverschap en de stappen om als actief aandeelhouder te sturen op duurzaamheid in gemeentelijke deelnemingen. Hierdoor ontstaan ook hulpvragen rond kennis en capaciteit bij diverse organisatieonderdelen, wat duidt op een groeiende veranderbereidheid.

De bestuursopdracht Duurzame Toekomst Stad & Organisatie richt zich op de versnelling van de duurzaamheidsambities van Amsterdam. Dit gebeurt door het verbeteren van samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie, gebiedsgerichte uitvoering en het realiseren van doorbraken. Daarbij werd expliciet gekeken naar het afbouwen van ineffectieve maatregelen en het verankeren van duurzaamheid als nieuwe norm in het dagelijks werk. Rechtvaardigheid is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Na twee jaar mogen we trots zijn op wat we hebben bereikt.

Het is tijd De communicatie over duurzaamheid was versnipperd. Daarom ontwikkelde de directie Communicatie een overkoepelende strategie, met het koepelconcept Het is tijd. Ook is de sturing op duurzaamheid via de verschillende begrotingsprogramma’s verder ingericht. Er zijn successen geboekt via de ‘triagetafel’, waar ambtenaren knelpunten in de uitvoering kunnen melden. Dit leidde onder andere tot een standaard aanpak voor het verlenen van vergunningen voor zonnepanelen op erfgoed. Ook is de leergang Duur-

zame Doorbraken gestart. Hierbij werd de methode van actieonderzoek toegepast, waarbij aan een oplossing wordt gewerkt via observatie, reflectie en bijstellen van acties. De gemeente Amsterdam kent nu een Gilde duurzame doorbraken, dat ingezet kan worden op knelpunten en bureaucratische barrières in de verduurzaming van de stad en organisatie. Vernieuwende aanpak gebiedsgericht werken Er is met SLIM gebiedsgericht uitvoeren (Samen Lerend Integreren voor Maatschappelijke opgaven) een belangrijke stap gezet om voorwaarden te creëren waarmee de komende 25 jaar kan worden gewerkt aan de verduurzaming van de stad. Dit is een vernieuwende aanpak voor gebiedsgericht werken, die bestaande initiatieven versterkt, partners actief betrekt en systeembarrières aanpakt. Partners waarmee wordt samengewerkt zijn bewoners, maatschappelijke instellingen, vastgoedeigenaren, nutsbedrijven en kennisinstellingen. Deze aanpak wordt nog verder ontwikkeld. De gebiedsgerichte aanpak is van start gegaan in de buurten Venserpolder, Tuindorp Oostzaan en de Blomwijckerbuurt. Betrekken energiegemeenschappen belangrijke mijlpaal Het feit dat collectief VvE’s de grootste eigenaar zijn van de woningen in Amsterdam, is beter op de kaart gezet. Het collegebesluit om energiegemeenschappen een volwaardige en volwassen positie te geven, naast overheid en markt, is een betekenisvolle mijlpaal.

Niet alleen voor de energietransitie, maar ook op het gebied van democratisering en rechtvaardigheid.

7

CO₂-uitstoot gemeentelijke organisatie in kiloton Doel 2 - CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030: minder directe uitstoot Het lukt onze organisatie om de directe uitstoot van CO₂ (scope 1 en 2) – ons energieverbruik en vervoersbewegingen – te verminderen. In 2024 stootten we 75% minder CO₂ uit dan in 2018. Het doel is om in 2030 de directe CO₂-uitstoot naar nul te brengen. In april 2024 stelde het college het uitvoeringsprogramma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed vast. Dit plan van aanpak beschrijft op hoofdlijnen de verduurzaming van 300 van de 1000 gemeentelijke panden tot 2030. De eerste resultaten zijn al zichtbaar. Inmiddels zijn zo’n 70 gemeentelijke panden aardgasvrij. In 2018 waren dat er nog 32. 99% van onze CO₂-voetafdruk is indirecte uitstoot Onze indirecte CO₂-uitstoot – uitstoot die ergens anders ontstaat door winning, vervoer en productie van voedsel of spullen – is veel groter. 99% van onze CO₂-voetafdruk bestaat uit indirecte uitstoot (scope 3). Het grootste deel van de uitstoot in scope 3 wordt veroorzaakt door onze inkoop, namelijk 77%. Denk aan materialen voor de openbare ruimte, software, laptops, telefoons, eten en drinken. Daarom zetten we vol in op duurzaamheid bij nieuwe aanbestedingen.

Onze stad van morgen

Reductiedoelstellingen scope 3 We hebben reductiedoelstellingen opgesteld voor CO₂-uitstoot in scope 3 van de gemeentelijke organisatie. Deze liggen in lijn met de reductie die nodig is om het klimaatakkoord van Parijs te halen. De doelstellingen zijn als volgt:

26 24 21

Brandstoffen

Aardgas

Elektriciteit

Vliegreizen

Wartme

Streefwaarde

Zakelijk vervoer 18

• 2030: 60% reductie ten opzichte van 1990. Dat komt neer op een maximale uitstoot van 354 kiloton CO₂-eq in 2030. 8,8

• 2040: 90% reductie ten opzichte van 1990. Dat komt neer op een maximale uitstoot van 89 kiloton CO₂-eq in 2040. • 2050: 100% reductie ten opzichte van 1990. Dat komt neer op een maximale uitstoot van 0 kiloton CO₂-eq in 2050. De doelstellingen liggen dus in lijn met de doelstellingen van de gemeente voor de vermindering van de directe uitstoot in 2030 en 2050. Met het vastleggen van de scope 3-doelstellingen lopen we voorop in vergelijking met andere Europese steden.

7,8 6,5

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024*

2025*

2026*

2027

2028

2029

2030

Figuur 2 CO₂-uitstoot gemeentelijke organisatie 2018 – 2024. Deze grafiek laat de directe (scope 1 en 2) CO₂-uitstoot zien van de gemeentelijke organisatie sinds 2018 tot en met 2024. We stootten in 2024 75% minder CO₂ uit dan in 2018. We zijn goed op weg om ons doel te halen om in 2030 100% CO₂ te verminderen ten opzichte van 2018.

8

Doel 3 - Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte Het doel is om in 2025, 50% duurzaam of circulair in te kopen voor de gemeente. Circulair wil zeggen dat we alleen nog maar hernieuwbare of gerecyclede materialen inkopen en gebruiken, met nauwelijks negatieve impact op het milieu. In 2024 kochten we bij ongeveer 33% van alle Europese aanbestedingen van de gemeente duurzaam in. In het ICT-domein, het sociaal domein en bij bedrijfsvoering is bij 86% van de Europese aanbestedingen duurzaamheidsadvies gegeven. In 78% van de gevallen werd dat advies opgevolgd. Een concreet resultaat is dat vanaf 2025 alle voertuigen emissievrij zijn voor Aanvullend Openbaar Vervoer. In 2025 ligt de nadruk op het organiseren van uniforme dataverzameling bij contracten en inkooptrajecten.

Actiepunt 2: vanaf nu geldt voor alle besluitvorming en uitvoering het uitgangspunt: ‘duurzaam, tenzij’. Mochten er redenen zijn waarom hier niet aan kan worden voldaan, dan moet dit onderbouwd worden en volgt een bestuurlijke afweging, waarbij de in het huidige coalitieakkoord gemaakte afspraken in principe leidend zijn. In 2023 introduceerden we het uitgangspunt ‘duurzaam, tenzij’. In een aantal stadsdelen werd de duurzaamheidsparagraaf toegevoegd aan het besluitvormingsproces. In het fysieke domein is een

Onze stad van morgen

"Het is tijd om meer grondstoffen te hergebruiken”

aanpak ontwikkeld waarbij projecten stuk voor stuk worden doorgelicht. En het team Duurzaam inkopen en opdrachtgeven introduceerde de Afwegingsroute bij duurzaam inkopen. In 2025 leggen we dit uitgangspunt verder vast in de organisatie. We ontwikkelen duurzame standaarden in onze bedrijfsvoering, bij de stadsdelen en in het sociale domein. Een stedelijk netwerkteam, onder leiding van de Green Office, ontwikkelt instrumenten en een methodiek en deelt die met collega’s van andere organisatieonderdelen.

Duurzaamheidsparagraaf Vanaf dit najaar voert het college een duurzaamheidsparagraaf in, als onderdeel van de voordrachten voor het college van B&W, dagelijks besturen van de stadsdelen, staven en bestuursmappen. Deze paragraaf laat zien hoe een besluit meehelpt aan minder uitstoot van broeikasgassen, verminderen en hergebruik van materialen, klimaatadaptatie, een groenere en meer biodiverse stad, en aan klimaatrechtvaardigheid. De paragraaf zorgt ervoor dat we in de hele organisatie bewuster worden van de duurzame doelen en stimuleert het bespreken van kansen en dilemma’s om een

besluit duurzamer te maken. De duurzaamheidsparagraaf verplicht tot het goed uitleggen waarom we soms een minder duurzaam besluit nemen (‘duurzaam, tenzij’). Uit een analyse van collegebesluiten uit 2024 blijkt dat het college ruim 170 besluiten heeft genomen die een bijdrage leveren aan minstens één van de duurzaamheidsdoelstellingen voor stad en organisatie (zie bijlage 2: Infographic Collegebesluiten 2024 die bijdragen aan verduurzaming). We starten dus niet bij nul, en verwachten dat de duurzaamheidsparagraaf een impuls geeft én laat zien wat we doen om onze duurzaamheidsdoelen te halen.

9

Doel 4 - Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen

Doel 5 - Duurzaam denken en doen door alle ambtenaren

Bij de verduurzaming van onze gebouwen en (binnen-) terreinen houden we rekening met klimaatadaptatie. Een klimaatadaptief gebouw of terrein is zo goed mogelijk bestand tegen weersextremen, zonder dat dit het gebruik van het pand of terrein hindert. Groene daken, gevels en terreinen verminderen bijvoorbeeld de overlast door hitte, droogte en water in de stad. In 2024 is er 5.000 m2 bloemrijk grasland ingezaaid op verschillende sportparken. Dit is een van de manieren hoe we het ecologisch beheer van onze terreinen inrichten. Ook is er aandacht voor klimaatadaptatie in het uitvoeringsprogramma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed. De focus ligt daarbij in eerste instantie bij het tegengaan van hitte en wateroverlast.

Steeds meer ambtenaren zijn zich bewust van het probleem van klimaatverandering. Daarnaast maken steeds meer van hen duurzame keuzes in hun werk: van het bestellen van vegetarische lunches tot het inkopen van circulair materiaal in de openbare ruimte. Dit noemen we ‘duurzaam denken en doen’. In 2024 volgden ruim 600 medewerkers de workshop Climate Fresk. In deze workshop leren zij wat de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering zijn en bedenken zij met hun team acties om hun klimaatimpact in het werk te verkleinen.

Actiepunt 10: via ons inkoopbeleid verduurzamen we niet alleen onze eigen organisatie, maar zorgen we ook dat de markt sneller gaat verduurzamen. Dit doen we onder andere door circulair in te kopen en een interne CO₂-prijs toe te passen.

naar een CO₂-neutrale en circulaire inkoop in 2030. Voor verschillende productgroepen, zoals ICT en het wagenpark, stelden we in 2024 handelingskaders op. Hierin staat hoe we producten duurzaam kunnen aanbesteden en inkopen. Een concrete maatregel bij ICT is, dat een nieuwe medewerker voortaan óf een laptop óf een tablet ontvangt. Dit zorgt voor een aanzienlijke CO₂-reductie.

Onze inkoop is de grootste veroorzaker van de CO₂-uitstoot van de gemeentelijke organisatie. In 2022 was dat goed voor 77%. Met duurzame inkoopdoelstellingen, vastgesteld in het inkoopbeleid Opdrachtgeven en inkopen met invloed, streven we

Onze stad van morgen

True pricing bij aanbestedingen Om te kunnen sturen op duurzaamheidsdoelstellingen in contracten, bekijken we ook hoe we bijvoorbeeld

contractmanagers kunnen voorzien van de juiste kennis, zodat zij het gesprek met leveranciers kunnen voeren. Ook onderzoeken we hoe concepten als true pricing een rol krijgen in aanbestedingen. Interne CO₂-beprijzing Sinds 2023 maken we bij investeringen gebruik van interne CO₂-beprijzing: de kosten van CO₂-uitstoot worden meegewogen bij investeringskeuzes. In 2024 beoordeelden we het gebruik van deze interne CO₂-prijzen. We ontdekten dat de drempel om CO₂-beprijzing toe te passen hoog is; medewerkers

vonden het een moeilijk instrument. Om het makkelijker te maken, ontwikkelen we een simpele rekentool om de CO₂-prijs te berekenen. Ook delen we praktische informatie en voorbeelden, en verzorgen we een training. Samen met elf andere gemeentes en organisaties werken we in het Europese programma DeCarb-Pro aan een strategie voor CO₂-beprijzing bij investeringen en aanbestedingen van lokale overheden.

10

1.2

Sturen met een klimaatbegroting In Amsterdam werken we, net als een aantal andere duurzame voorlopersteden in de wereld, aan een klimaatbegroting. Een klimaatbegroting laat zien hoeveel broeikasgassen we nog kunnen uitstoten als we onze doelen willen halen, en vergelijkt dat met wat we van plan zijn om uit te voeren en uit te geven. Een klimaatbegroting maakt het dus mogelijk om met onze CO₂-uitstoot om te gaan zoals we in de gemeente met geld omgaan. Dat is belangrijk voor de gemeenteraad om beter te kunnen sturen en onze klimaatdoelen te halen. De eerste stappen richting een klimaatbegroting zijn gezet. De inzet is dat het volgende college de klimaatbegroting implementeert. Inzicht in ‘gat’ tussen doel en realiteit Afgelopen jaar brachten we de CO₂-uitstoot binnen de gemeentegrenzen in kaart. Ook hebben we een helder beeld over de uitstoot voor de jaren richting 2030 en 2050. Door te laten zien wat we verwachten

Onze stad van morgen

uit te stoten tot die tijd, en waar we moeten zijn in 2050, zien we welk ‘gat’ er nog zit tussen doel en realiteit. Bovendien geeft dit inzicht in wie binnen de gemeentelijke organisatie verantwoordelijk is om deze uitstoot te verminderen. Dit hebben we opgenomen in de begroting van 2025.

de beoordeling, zoals schaderisico voor klimaatadaptatie of andere milieukosten. De bedoeling is om ook meer vooruit te kijken, zodat we goede afwegingen kunnen maken tussen enerzijds urgente keuzes, en anderzijds geen onevenredige lasten af te schuiven op de toekomst.

Beoordeling grote investeringen op CO₂-uitstoot en -reductie We zijn ook begonnen met het beoordelen van de grote investeringen van de stad op CO₂-uitstoot en -reductie. Dat gebeurt nu nog kwalitatief, maar we werken aan een manier om deze investeringen ook te voorzien van cijfers. Dit kan vervolgens meewegen in de prioritering, of helpen inzichtelijk maken waar we nieuwe maatregelen moeten ontwikkelen om het gat te dichten tussen duurzame doelen en de realiteit. Op dit moment onderzoeken we of we ook andere meetbare duurzaamheidsindicatoren kunnen meenemen in

Wie ‘betaalt’ wat? De volgende stap is te bepalen hoeveel elke emissiebron – de gebouwde omgeving, het verkeer of de industrie – moet bijdragen aan de vermindering van de uitstoot om de klimaatdoelen te halen. Als de reductie in een van deze categorieën achterblijft, moet dit elders worden gecompenseerd. Net zoals bij budgetoverschrijdingen: geven we te veel geld uit in het ene beleidsveld, dan is het niet meer beschikbaar voor het andere. De klimaatbegroting is dus een instrument om te sturen op het tijdig behalen van onze klimaatdoelen.

11

De Amsterdamse aanpak is …

1.3

De winst van vooruitzien Wetenschappelijke én economische studies maken het duidelijk: de gevolgen van klimaatverandering zijn duurder dan investeren in de klimaatdoelen. Een klein beetje warmer op aarde is héél veel duurder, ook voor Amsterdam. Daarbij geldt: hoe langer we wachten, hoe hoger de kosten. Fossiele investeringen zijn bovendien, vanwege juridische redenen, desinvesteringen: vroegtijdig afschrijven resulteert in vroegtijdig waardeverlies. Slimme investeringen vandaag, leveren substantiële besparingen op in de toekomst. Amsterdam innoveert hiermee op weg naar een toekomstbestendige begroting, waarin de lange termijn beter meeweegt in de beslissingen. Vermeden kosten-aanpak Het traject Vermeden kosten brengt in kaart hoe duurzaam handelen kosten in de toekomst voorkomt en meeweegt in beleids- en besluitvorming. Bovendien laat het zien bij wie de kosten vallen. Degene die investeert is namelijk vaak niet degene die er baat bij heeft. Om deze vermeden kosten-methode te ontwikkelen deden we, als eerste stap, onder meer onderzoek naar toekomstige overstromingsrisico’s in ZuidOost, de financiële voordelen van duurzame bouw voor huurders en naar hoe we bij de inkoop van materialen voor de openbare ruimte, zowel de financiële impact als de klimaatimpact mee kunnen wegen. De uitkomst van en aanbevelingen uit dit eerste onderzoek presenteren we in het najaar van 2026.

Met deze vermeden kosten-aanpak brengen we de financiële noodzaak van klimaatinvesteringen overtuigend in kaart. In 2025 passen we de geleerde lessen toe en onderzoeken we of een vermeden kosten-aanpak een plek kan krijgen in de klimaatbegroting.

Onze stad van morgen

12

1.4

Juridische verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam Amsterdam heeft een zorgplicht om inwoners te beschermen tegen gevaarlijke klimaatverandering. Dat volgt uit internationale verdragen, zoals het Akkoord van Parijs, uit Europese en Nederlandse wetten én uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De gemeente is verplicht om redelijke en passende maatregelen te nemen tegen klimaatverandering, zowel voor het voorkomen ervan (mitigatie) als voor het omgaan met de gevolgen (adaptatie). Amsterdam vult deze zorgplicht als volgt in: • We ontwikkelen en publiceren een tijdpad. Dit tijdpad geeft aan hoe en wanneer klimaatneutraliteit wordt bereikt. Dit tijdpad staat in de routekaart Klimaatneutraal. • We formuleren tussentijdse doelen en reductietrajecten. We stellen concrete, meetbare doelen vast, met duidelijke stappen richting het einddoel. Ook deze tussendoelen staan in de routekaart Klimaatneutraal en zijn uitgewerkt in diverse beleidsstrategieën en uitvoeringsagenda’s op het gebied van duurzaamheid. • We onderbouwen de voortgang met bewijs. We laten zien dat Amsterdam op koers ligt (of bijstuurt) richting deze doelen. We monitoren onze voortgang,

Onze stad van morgen

onder andere in samenwerking met CE Delft, en verantwoorden ons in deze en andere voortgangsrapportages. • We gebruiken actuele kennis en sturen bij indien nodig. We passen de doelen en maatregelen aan op basis van de nieuwste inzichten over klimaat en emissies. Door het ontwikkelen van een klimaatbegroting wordt het straks mogelijk om meer inzicht te geven en actiever bij te sturen. • We handelen consistent en zorgvuldig. We zorgen ervoor dat beleid en uitvoering in lijn zijn met onze doelen en bijdragen aan het voorkomen van risico’s. Hiervoor hebben we de norm ‘duurzaam, tenzij’ voor bijna de gehele organisatie geïntroduceerd. Op deze wijze geeft Amsterdam invulling aan de zorgplicht. Dit is een continu proces en wordt verder ontwikkeld en ingevuld. Bijvoorbeeld door meer tussendoelen tot 2050 te formuleren en vast te stellen. Maar ook door het implementeren van een klimaatbegroting. Amsterdam richt zich naast het verminderen van de directe uitstoot binnen de stadsgrenzen (scope 1 en 2), steeds meer op de indirecte uitstoot (scope 3). Voor de eigen organisatie is daartoe recent een tijdpad ontwikkeld.

1.5

Meedoen aan de 100 klimaatneutrale stedenmissie Amsterdam kan alleen versnellen door samen te werken met andere overheden. We hebben het Rijk en de EU nodig om de juiste financiële en wettelijke randvoorwaarden te creëren. Daarom doet Amsterdam mee met de EU-missie 100 climate neutral and smart cities. Voor deze missie zetten we met de Rijksoverheid en verschillende Nederlandse steden een samenwerking op, waarin we werken aan het oplossen van problemen uit de praktijk en het wegnemen van hindernissen in beleid of wetgeving. Vanuit deze structuur werken we ook samen met de Europese Commissie, bijvoorbeeld in de zoektocht naar financieringsoplossingen voor het opschalen van de duurzaamheidstransities. Stedelijk klimaatcontract Voor de missie stelden we een stedelijk klimaatcontract op waarin staat wat we doen om verder te verduurzamen. Dit contract bouwt voort op de raadsbrief Onze stad van morgen en ligt ter beoordeling bij de Europese Commissie. Op basis van dit contract krijgen we later dit jaar waarschijnlijk het missielabel van de EU, waarmee de EU het vertrouwen in ons duurzaamheidsbeleid uitdrukt.

13

1.6

Duurzaam, dwars door alle domeinen Bouwen en wonen: duurzaam ambitieus binnen onze grenzen Vanuit de Amsterdamse Omgevingsvisie wordt ingezet op groei binnen zowel de gemeentegrenzen als de planetaire grenzen. Compacte verstedelijking is daar een belangrijk middel voor: landschappen buiten de stad kunnen daardoor openblijven, reisafstanden zijn kort en we gaan efficiënt om met infrastructuur en voorzieningen, omdat we hier met meer mensen gebruik van maken. Duurzaamheidsambities Inflatie en verminderde grondinkomsten maken het bouwen van voldoende woningen uitdagend. Daarom is het bestuurlijk uitgangspunt bij stedelijke ontwikkeling Gewoon Goed (Woningbouwplan Bouwen en Wonen: gewoon goed en duurzaam ambitieus, 20222028). Hiermee blijven we voldoen aan de wettelijke normen, maar verplichten we ontwikkelaars niet tot extra eisen. Dat betekent niet dat we onze duurzaamheidsambities laten varen. Met het isolatieoffensief pakken we bijvoorbeeld de bestaande woningvoorraad aan. We stimuleren biobased-isoleren en het gebruik van biobased bouwmaterialen bij woningbouw. Ook zorgen dat we dat onnodige belemmeringen voor

Onze stad van morgen

houtbouw in beleid- en regelgeving worden weggenomen. Bij circa 20% van de (nieuwe) woningbouwopgaven kan de gemeente de marktpartij kiezen die mag gaan ontwikkelen. Door in te schrijven met hogere duurzaamheidsambities vergroot een ontwikkelaar de kans om de tender te winnen. Hiermee dagen we deze partijen uit om met hogere ambities te bouwen, bijvoorbeeld via het meenemen van materiaalgebonden CO₂-uitstoot en door een strengere MPG te hanteren. Ook wordt bij pilotprojecten incidenteel extra ingezet op overige duurzaamheidsthema’s, zoals adaptief bouwen. Daarnaast hanteren we een verplicht puntensysteem voor natuur-inclusieve maatregelen, zoals groene daken of gevels of nestplaatsen voor vleermuizen. Verder hanteren we aangescherpte normen voor wateropvang bij nieuwe gebouwen en gerenoveerde gebouwen. En bij alle nieuwbouw is aardgasvrij het uitgangspunt. Tot slot stimuleren we innovatieve oplossingen, zoals de ‘energiepositieve wijk’ in Buiksloterham in het EU-project Atelier.

Openbare ruimte en verkeer: groener, biodiverser en schoner We werken aan een groene, klimaatadaptieve en biodiverse openbare ruimte, met ruimte voor fietsers, voetgangers en ander schoon vervoer. We ontwerpen

en beheren met circulaire principes, en maken in boven- en ondergrond ruimte voor de benodigde energie-infrastructuur.

voor toekomstbestendig leven. We luisteren naar de behoeften van bewoners en stimuleren gezond leven, ontmoeting en interactie, en veilig en vrolijk opgroeien.

Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte Het onderhouden, vervangen, aanpassen én beheren van de openbare ruimte doen we op een duurzame manier. Het college heeft hiervoor de principes vastgelegd in de uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte (USTOR). De basis is dat we heel bewust omgaan met het gebruik van materialen, grondstoffen en energie: vervangen waar nodig, behouden en onderhouden waar dat kan. Dat betekent: geen straten, pleinen of plantsoenen openbreken en herinrichten als de materialen en spullen (asfalt, tegels, speeltoestellen, bankjes, bomen, struiken, lichtmasten, etc.) nog jaren meekunnen. Zo zorgen we ervoor dat de spullen in de stad zo lang mogelijk gebruikt worden. Via de Verbonden Buurt Aanpak betrekken we de buurt bij onderhouds- en vervangingsprojecten om samen meer ruimte te maken

Groenvisie en het Plan Biodiversiteit Met de Groenvisie en het Plan Biodiversiteit gaan we rigoureus vergroenen en beschermen en vergroten we de biodiversiteit. Dit is goed voor de leefbaarheid, gezondheid, wateropvang en het tegengaan van hittestress. Ecologisch beheer en natuur-inclusieve (her)inrichting van de openbare ruimte is straks de norm. Ook werken we aan het klimaatadaptief maken van de openbare ruimte, zoals straten, pleinen en wegen. Hiervoor voeren we onder andere de Quickscan Klimaatadaptatie uit bij alle nieuwe herinrichtings- en vervangingsprojecten en testen we verschillende ideeën. In de USTOR is ook aandacht voor welke verbeteringen er gedaan kunnen worden, in bijzonder op het gebied van klimaatadapatie.

14

“Het is tijd voor meer plek voor voetgangers en fietsers”

Renovatie bruggen en kademuren In Amsterdam hebben we 872 bruggen en 210 kilometer kademuur. Door te renoveren verlengen we de levensduur hiervan met minimaal dertig jaar. Bij het herstel van bruggen experimenteren we met duurzamer en herbruikbaar beton. Als toch een volledige kademuur vervangen moet worden, passen we waar mogelijk innovatieve technieken toe waarmee bomen vaker behouden blijven. We blijven ons ontwikkelen op het gebied van duurzaamheid door te kijken naar kademuren die op houten palen gefundeerd worden.

Meer plek voor fietser en voetganger Op dit moment wordt in de openbare ruimte nog veel ruimte gebruikt voor gemotoriseerd verkeer. Dat gaat veranderen: er komt meer plek voor de fietser en de voetganger, en we dringen gemotoriseerd verkeer terug met bijvoorbeeld autoluwe straten. We werken via de volgorde van het STOMP-principe: stappen, trappen, openbaar vervoer, mobility as a service en privéauto. Dit doen we om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren.

Verdere uitbreiding uitstootvrije zones Ook werken we aan duurzamere en stillere mobiliteit. We zetten in op minder wegverkeer, een andere manier van reizen en een schonere mobiliteit. Zo gelden sinds 2025 uitstootvrije zones in de stad; voor bestel- en vrachtauto’s binnen de S100, voor brom- en snorfietsen binnen de bebouwde kom en sinds 1 april voor pleziervaart in het centrumgebied. De komende jaren willen we de uitstootvrije zones verder uitbreiden. Sinds begin 2025 is ook de milieuzone dieselpersonenauto’s aangescherpt en zijn de milieuregels bij de aanvraag van een nieuwe parkeervergunning strenger.

Uitstootvrije vloot Verder verduurzamen we de komende jaren stap voor stap de veren totdat de hele vloot uitstootvrij vaart. Naar verwachting varen in 2030 de twee centrale verbindingen Buiksloterweg – CS en IJplein – CS, volledig elektrisch. Daarnaast wordt door de aannemers die in opdracht van de gemeente werken, steeds vaker emissieloos materieel ingezet; goed voor de gezondheid van Amsterdammers maar ook voor degenen die in de bouw met dit materieel werken.

Inpassen energie-infrastructuur Ten slotte werken we via de uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad aan het inpassen van de benodigde infrastructuur voor de energietransitie, zowel boven- als ondergronds. We doen dit door het sneller in beeld brengen van de benodigde ruimte en het inzetten van ruimtebesparende technieken, zoals het gestapeld leggen van warmteleidingen bij rioolleidingen.

Onze stad van morgen

15

Actiepunt 7: we stellen ons op als actief aandeelhouder in de richting van onze deelnemingen en vragen hen om impactplannen te maken. De gemeente verwacht van haar deelnemingen dat zij een voorbeeldfunctie vervullen in de eigen sector bij het verduurzamen van hun eigen organisatie én de omgeving. In 2024 onderzochten we de manier waarop deelnemingen zelf al aan de slag zijn met verduurzaming en hoe we hier als actief aandeelhouder beter op kunnen sturen en samenwerken. Uit

het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het niet voor alle deelnemingen helder is welke duurzame doelen voor hen relevant zijn. Ook is de manier waarop de gemeente hierop stuurt niet consistent. We nemen duurzaamheid daarom mee als een van de pijlers in de Amsterdamse engagement strategie. Hierin verwoordt de gemeente welke standaarden ze zelf hanteert en wenst van haar deelnemingen, ook op het gebied van duurzaamheid. We vragen hen duurzaamheid in hun strategie of jaarplan op te nemen en, net als wij, het principe ‘duurzaam, tenzij’ te hanteren en bij al hun

beslissingen mee te wegen. We gaan het gesprek aan om te zorgen dat hun duurzaamheidsplannen zoveel mogelijk bijdragen aan de duurzaamheidsdoelen van de stad en bieden waar gewenst expertise bij het ontwikkelen van deze plannen. Willen we als gemeente onze aandeelhoudersrol goed inzetten, dan hebben we transparantie van deelnemingen nodig. We vragen hen daarom te rapporteren over de drie transities, bijvoorbeeld over hun CO₂-uitstoot en energieverbruik, maar ook over plannen voor een circulaire bedrijfsvoering en inzet op klimaatadaptatie.

Bedrijven en industrie: van circulaire start-up tot duurzaam Schiphol We verduurzamen de economie door bedrijven en ondernemers te ondersteunen bij de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie. In 2024 introduceerden we het Nieuw Amsterdam Economisch Peil, de Amsterdamse visie op de lokale economie, en de bijhorende uitvoeringsagenda Ondernemend Duurzaam. We ondersteunen en stimuleren bedrijven bij verduurzaming door hen te informeren over subsidies, lage renteleningen, collectieve inkoopacties en wet- en regelgeving. We zetten gebieds- en branchegerichte projecten op om ondernemers (collectief) te laten verduurzamen. En onze advies- en fixteams voorzien mkb’ers in een kwetsbare positie van energieadvies en gratis energiebesparende maatregelen. Met het programma Amsterdam Circulair ondersteunen we circulaire startups met het aantrekken van financiering, de ontwikkeling van ketensamenwerking en begeleiden we (maak)bedrijven bij de overstap naar een circulaire bedrijfsvoering. Daarnaast werken we

Onze stad van morgen

aan het opzetten van een lokaal impact-investeringsfonds ter ondersteuning van sociale ondernemingen. Duurzame haven In de Visie 2040: Green Port Amsterdam is de ambitie vastgelegd om het Amsterdams havengebied in 2040 een hub te laten zijn voor schone scheepvaart, circulaire industrie en hernieuwbare energie. Dit op basis van een combinatie van wind- en zonne-energie, waterstof en biobased grondstoffen. Hierbij moet de Amsterdamse industrie in het havengebied een centrale rol krijgen in het bevorderen van circulariteit en hergebruik van materialen binnen de regio en daarbuiten. Verder faciliteren en stimuleren we talentontwikkeling en innovatie voor de energietransitie in de haven. Zo kan het haven-industriële cluster de komende decennia uitgroeien tot een modern en duurzaam industrieel cluster met belangrijke internationale waardeketens.

16

“Het is tijd voor een compactere luchthaven met minder impact op omgeving én klimaat”

Position Paper Schiphol In 2024 publiceerde de gemeente als partner en medeaandeelhouder van Schiphol, het Position Paper Schiphol. Hierin staat dat we streven naar een compactere luchthaven met minder impact op omgeving én klimaat. Om versnelling van de verduurzaming van luchthaven en luchtvaart te bevorderen, moedigen we de beprijzing van luchtvaart aan, roepen we op tot invoer van kerosinebelasting, pleiten we voor verplichte bijmenging van klimaatneutrale bio- of synthetische kerosine en het versneld invoeren van elektrisch taxiën van vliegtuigen. Ook pleiten we voor het wettelijk vastleggen van een maximumaantal van 400.000 vliegtuigbewegingen op jaarbasis.

Onze stad van morgen

Duurzame banen Er is een tekort aan vakkrachten om de duurzame transities uit te voeren. Dit tekort neemt de komende jaren alleen maar toe. Dit vraagstuk staat hoog op de agenda van diverse overheden, de vakbonden, het bedrijfsleven en het onderwijs. Om de samenwerking tussen deze partijen in de regio Groot-Amsterdam te versterken, wordt het Amsterdamse programma Duurzame stad, duurzame banen, opgenomen in het Servicepunt Techniek Groot-Amsterdam. In 2026 wordt deze overstap helemaal afgerond. Binnen dit servicepunt bieden we onder meer loopbaancoaching aan voor de energie- en groentransities. Om versplintering tegen te gaan voeren we met onze partners een gezamenlijke actieagenda, bijvoorbeeld om het onderwijs beter aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt. We hebben een focus op specifieke doelgroepen zoals zij-instromers, vrouwen en anderstaligen.

Leerwerktrajecten voor statushouders in energietransitie Een nieuw project richt zich op het structureel financieren van leerwerktrajecten voor statushouders in de energietransitie. Branches financieren de vakopleiding voor functies waarin tekorten zijn. De gemeente betaalt voor het resultaat wanneer de deelnemer duurzaam aan het werk komt. Geld dat daarmee uitgespaard wordt op uitkeringen kan weer ingezet worden voor nieuwe groepen. Dit kan zo’n 175 nieuwe (isolatie)monteurs per jaar opleveren. Daarnaast biedt dit waardevol werk voor een groep die doorgaans meer moeite heeft met het vinden van aansluiting op de arbeidsmarkt.

17

Kunst en Cultuur: duurzaamheid in programmering en meerjarenonderhoudsplan kunstinstellingen In de Amsterdamse kunst- en cultuursector wordt op verschillende manieren aan duurzaamheid gewerkt. Kunstinstellingen houden zich vaak bezig met het verkennen van nieuwe ideeën en perspectieven. Kunstenaars zelf staan vaak aan de basis van verandering door te experimenteren. Zo zet Calefax Reed Quintet in op minimalisering van de eigen milieu-impact en stelde Silbersee Muziektheater een manifest op met duurzaamheidsdoelstellingen op organisatorisch en artistiek vlak. Andere voorbeelden zijn Bureau Vergezicht, dat onderzoekende verhalen maakt over macht, klimaat en gedeelde verantwoordelijkheid en de tentoonstellingsplek Zone2 Source in het Amstelpark, die zich profileert als proeftuin voor kunst & ecologie. Verankering verduurzaming meerjarenplan kunstinstellingen Verder zijn de kunstinstellingen die deelnemen aan het Kunstenplan 2025-2028 in 2024 getoetst. Aanvragers die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van gebouwen, moesten hun meerjarenonderhoudsplan inleveren. In dit meerjarenonderhoudsplan wordt de verduurzaming verankerd.

Onze stad van morgen

Monumenten en erfgoed: behoud van bijzondere historie De uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed zet in op het verduurzamen van monumenten om het gebruik in de toekomst aantrekkelijk te houden. Amsterdam telt bijna 9.800 rijks- en gemeentelijke monumenten en heeft een aantal beschermde stads- en dorpsgezichten. Voor het stadsbeeld van Amsterdam en voor toekomstige generaties is het belangrijk deze bijzondere gebouwen te behouden.

Ontzorgen bewoners, VvE’s en coöperaties Bewoners, VvE’s en coöperaties in Amsterdam met verduurzamingsplannen, willen we dan ook zoveel mogelijk ontzorgen. Sinds 2023 kunnen zij voor advies en ondersteuning terecht bij het Loket Duurzaam Erfgoed. Het Beleidskader Monumenten wordt momenteel geactualiseerd, de extra ruimte voor verduurzaming wordt zo geconcretiseerd en geformaliseerd. Goede voorbeelden zijn zonnepanelen die nu ook zichtbaar op monumenten geplaatst mogen worden en het (vergunningsvrij) vervangen van glas door dun isolerend glas. We gaan de verduurzamingsmaatregelen actief uitdragen. Met handreikingen

vertellen we wat, waar en op welke manier kan. In februari verscheen de handreiking Raamisolatie en in de zomer van 2025 volgt de handreiking Zonwering. De ruimere mogelijkheden gelden ook voor rijksbeschermde stadsgezichten. Na de pilot in Amsterdam-Noord starten we nog dit jaar een actie in rijksbeschermd stadsgezicht Plan Zuid. In het samenwerkingsverband Isolatieoffensief & Omgevingskwaliteit proberen we de duurzaamheidsdoelen te verwezenlijken in balans met erfgoedwaarden. Zo onderzoeken we voor het biobased isoleren van monumenten hoe het vergunningstraject eenvoudiger kan of dat het vergunningsvrij kan worden gemaakt.

18

Evenementenbeleid: nieuwe richtlijnen voor festivals en evenementen

menten steeds meer verandering in hun duurzaamheidsbeleid.

Een gemiddeld festival heeft een CO₂-uitstoot van 40.000 kg per dag, alleen al door de energie die verbruikt wordt. Door gebruik te maken van duurzame energie en het circulair maken van festivals en evenementen kan deze uitstoot omlaag. Om dit te stimuleren hebben we in 2023 nieuwe duurzaamheidsrichtlijnen en een nieuw duurzaamheidsplan opgesteld. Beide gingen in 2024 van kracht. Hierin staat aan welke eisen en criteria een festival of evenement moet voldoen. Per thema staat aangegeven wat verplicht is. Ook staan er tips in en gaat de gemeente met de organisatie in gesprek om het festival of evenement nog verder te verduurzamen, naast de duurzaamheidscriteria voor de aanvraag van een evenementenvergunning. We bieden adviezen voor innovatieve, duurzame oplossingen. Doel hiervan is om evenementenorganisatoren te prikkelen een extra stap te zetten.

Sport en bewegen: lager energieverbruik én betaalbaarheid voor de Amsterdammer

Ook spant de gemeente zich verder in door de gemeentelijke stroom- en watertappunten op veelgebruikte evenementenlocaties uit te breiden en toegankelijker te maken. Dit zal tot gevolg hebben dat minder tijdelijke voorzieningen en transportbewegingen nodig zijn. Gelukkig zien we bij de jaarlijkse festivals en evene-

Onze stad van morgen

Via het programma Sport & Duurzaamheid werken we aan de verduurzaming van sportvastgoed, sportparken en sportverenigingen. Met 30 sporthallen, 38 sportparken en 11 zwembaden hebben we een belangrijke verantwoordelijkheid om onze sportaccommodaties verder te verduurzamen. Bijna elke Amsterdammer komt in aanraking met sport, een mooie kans om hen te inspireren om ook zelf aan de slag te gaan. Terugdringen energieverbruik sportaccommodaties De sportaccommodaties in de stad behoren tot de grootste energiegebruikers van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. We zetten daarom actief in op het terugbrengen van ons energiegebruik. We doen dit door verduurzamingsmaatregelen te nemen, zoals isolatie, maar ook door gericht ons energieverbruik te monitoren en in te grijpen bij afwijkingen. Daardoor hebben we de afgelopen jaren fors kunnen besparen op ons energieverbruik. En dat is niet alleen duurzaam, maar ook noodzakelijk om sport voor de Amsterdammer betaalbaar te houden.

Innovatieve sportvelden In Amsterdam hebben we meer dan 672 hectare aan sportterrein. Deze sportparken worden niet alleen gebruikt om te sporten, maar zetten we ook in om innovaties te testen en op te schalen. Dit doen we bijvoorbeeld al door te onderzoeken hoe we de warmte van onze kunstgrasvelden kunnen inzetten om buurten van het gas af te halen, door water op te vangen onder de kunstgrasvelden om hittestress te verminderen, en door materialen zoveel mogelijk te hergebruiken. We dagen hierbij marktpartijen uit om met echt duurzamere en innovatievere velden te komen, om zo nog meer impact te maken. Ook onderzoeken we hoe we de energieopwekking en -opslag op de sportparken zo slim mogelijk kunnen inrichten, zodat we onze sportparken kunnen inzetten als energiehubs in de stad.

Biodiversiteit op sportparken Daarnaast zetten we, in samenwerking met een ecoloog, vol in op de versterking van de biodiversiteit op de sportparken. Dat zorgt niet alleen voor een betere plek voor de natuur, maar ook voor een fijnere en koelere plek voor de Amsterdammer om te sporten en te recreëren. Advies en subsidies voor verenigingen Ook de sportverenigingen stimuleren we om te verduurzamen. Zo kan elke sportvereniging gratis energieadvies aanvragen en gebruikmaken van verschillende subsidies om te besparen op de energierekening, en stimuleren we het gebruik van groen vervoer.

19

Onderwijs: duurzaam voor de nieuwe generatie Met onderwijs bereiden we de toekomstige generatie voor op een duurzame toekomst. Vanuit de gemeente Amsterdam zetten we daarom in op natuureducatie, schooltuinen, duurzaam leerlingenvervoer en toekomstbestendige schoolgebouwen. ‘Duurzame basisvorming’ We betrekken leerlingen uit het basisonderwijs bij actuele vraagstukken op het gebied van ecologie en duurzaamheid. Dat doen we door het invoeren van de methode ‘duurzame basisvorming’. Deze methode moet ervoor zorgen dat leerlingen in de toekomst in staat zijn om duurzaam gedrag te vertonen en dat ook aan te passen aan nieuwe inzichten. Voor de schooltuinenlessen zijn toekomstbestendige, duurzame lesgebouwen, een gezonde bodem en het bevorderen van lokale compost-productie ook onderdeel van duurzame educatieve beleidsdoelen. Ook benaderen we leveranciers die duurzame producten leveren, zoals 100% groene diesel en biologische zaden. En we werken aan het ecologisch beheer van onze terreinen.

Onze stad van morgen

Duurzame schoolgebouwen De afgelopen jaren paste de gemeente de uitgangspunten voor nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen aan. Daardoor kan er nu volgens de BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen) en gasloos gebouwd worden en bouwen we in lijn met de Amsterdamse hemelwaterverordening. Met het programma Innovatiepartnerschap Schoolgebouwen (IPS) werken we samen met schoolbesturen aan kwalitatief hoogwaardige, flexibele en duurzame schoolgebouwen. Door een nieuwe aanbestedingsmethode krijgen marktpartijen de ruimte om innovaties (door) te ontwikkelen en stimuleren we duurzame, flexibele en kwalitatief hoogwaardige schoolgebouwen binnen budget. Bij IPS is circulair bouwen het uitgangspunt. Ook zijn sinds 2016 circa 125 schoolgebouwen voorzien van verbeterde luchtkwaliteit en zijn 140 schoolpleinen vergroend. Verder werken we – samen met schoolbesturen die eigenaar zijn – aan een routekaart om te kijken wat er nodig is om de bestaande gebouwvoorraad te verduurzamen. De meeste impact behalen we door het verhogen van het tempo van vervanging (renovatie of vernieuwbouw) en gelijktijdige verduurzaming van schoolgebouwen.

Emissievrij leerlingenvervoer Dagelijks vervoert vervoerder Munckhof ruim 1.450 Amsterdamse kinderen tussen huis en school. Dit gebeurt in opdracht van de gemeente, die de wettelijke taak heeft om leerlingenvervoer te realiseren. Sinds 1 januari 2025 heeft Munckhof de opdracht om alle ritten 100% emissievrij uit te voeren. Vanwege de aanhoudende personeelstekorten in de chauffeursbranche, geldt er momenteel echter een tijdelijke versoepeling voor het rolstoelvervoer (in een dieselbus passen meer rolstoelen). Deze versoepeling beslaat 6,7% van het totaal aantal ritten per week. Alle andere ritten in het leerlingenvervoer worden met uitstootvrije voertuigen uitgevoerd.

20

“De tijd van het ontkennen van klimaatgerelateerde gezondheidsrisico’s is voorbij – we moeten nu beschermen wat kwetsbaar is”

Gezondheid: beschermen tegen klimaatrisico’s en verminderen van klimaatimpact van de zorg We zetten in op het verminderen van gezondheidsrisico’s door klimaatverandering. Ook reduceren we de eigen uitstoot van de inkoop van medische goederen en stellen we duurzame eisen bij onze nieuwe gebouwen en renovaties. Hitteplan, Zonvenant en voedselstrategie Gezondheid van mens en planeet zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het veranderende klimaat leidt tot gezondheidsrisico’s zoals hittestress, meer uv-straling, extreem weer, infectieziekten, dierplagen, wateroverlast en schimmelproblemen. De GGD neemt klimaatrisico’s proactief mee in haar taak van gezondheidsbescherming, in samenwerking met andere directies en programma’s. Zo is in 2024 als onderdeel van het programma Klimaatadaptatie het Amsterdamse Hitteplan vastgesteld. Dit plan heeft als doel hitte-gerelateerde gezondheids- en welzijnsproblemen, ziekte en sterfte zoveel mogelijk te voor-

Onze stad van morgen

komen tijdens een hittegolf. Ook gaat de GGD het Zonvenant van het Huidfonds ondertekenen, waarmee we inzetten op zonbescherming. Ten slotte werkt de GGD vanuit de Voedselstrategie aan gezonde, duurzame en betaalbare voeding in de stad. Green Deal Duurzame Zorg 3.0 Ook de zorg zelf draagt bij aan klimaatverandering. Deze is verantwoordelijk voor 7% van de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen in Nederland (RIVM 2022). Om die reden ondertekende de GGD in 2022 al de Green Deal Duurzame Zorg 3.0 en onderzochten we de klimaatimpact van de GGD. Meer dan de helft van de emissies bij de GGD (57%) komt voort uit de inkoop van goederen en diensten, met name gerelateerd aan de inkoop van medische teams. Denk aan pleisters, maar ook aan koelkasten en onderzoeksmateriaal. Daarom richt de GGD zich op het verduurzamen van inkoop, het tegengaan van verspilling en het verminderen van restafval bij de medische teams. Zo onderzoeken we komend jaar de omvang van onze

huidige verspilling van goederen en hoe we onze magazijnen optimaal kunnen organiseren om dit tegen te gaan. Duurzaamheid bij nieuwbouw, investering en onderhoud Ten slotte worden alle nieuwe gebouwen van Jeugd-, Zorg- en Basisvoorzieningen gasloos en volgens de BENG-eisen gebouwd en voldoen ze aan de hemelwaterverordening. Waar het fysiek mogelijk is, is dit ook bij renovatie van bestaande bouw het streven. We werken daarnaast aan een aangepaste werkwijze waarbij duurzaamheid vanaf het begin van een project onderdeel wordt van het afwegingsproces. De (her)investeringsen onderhoudskosten worden in deze werkwijze tegenover de baten over de gehele levensduur van investeringen in duurzaamheid gezet. Wanneer de langetermijnbaten hoger zijn dan de kosten, kan het zijn dat wordt geïnvesteerd in extra duurzame maatregelen, boven op de eerdergenoemde uitgangspunten. Ook hier is de opgave groter dan het budget.

21

De resultaten van onze drie transities en de Agenda Klimaatadaptatie

2.1

60% CO₂-reductie in 2030?

Transitie: naar duurzame energie

Amsterdam wil in 2030 60% minder CO₂ uitstoten dan in 1990. Uit onderzoek van CE Delft blijkt dat we met het huidige beleid en uitvoeringstempo, zoals met het isolatieoffensief en ons warmteprogramma, belangrijke stappen zetten. Het volledige onderzoek van CE Delft is te vinden in bijlage 3.

Met de energietransitie streven we naar een reductie van 60% van de CO₂-uitstoot in 2030 (ten opzichte van 1990) en een klimaatneutrale stad in 2050. Dit is inclusief uitstootvrije mobiliteit in de stad en het besparen van energie. Amsterdam heeft de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet richting een duurzame energievoorziening. De stad zet in op versneld isoleren en reductie van aardgasverbruik in gebouwen. In de transitie naar uitstootvrij vervoer loopt Amsterdam voorop door de invoer van uitstootvrije en milieuzones.

Onze stad van morgen

Afname uitstoot door landelijk en gemeentebeleid In 2023 bedroeg de uitstoot binnen de gemeentegrenzen 3.070 kiloton CO₂, wat een afname is van 19% ten opzichte van 1990. Deze emissiereductie is deels het resultaat van ontwikkelingen buiten de gemeente, zoals de verduurzaming van de Nederlandse elektriciteitsmix. Maar ook van de uitvoer van ons gemeentelijk beleid, zoals de invoering van uitstootvrije zones en het isolatie-offensief. Met het huidige gemeentelijke en nationale beleid stoten we in 2030 46%

minder uit en in 2050 82% minder. De restemissies komen in 2030 voornamelijk van de gebouwde omgeving (56%), mobiliteit (28%) en industrie (16%). Stevige keuzes voor versnelling Het behalen van onze klimaatdoelstellingen vereist versnelling. Om onze doelen te bereiken, zijn we sterk afhankelijk van besluitvorming en financiële ondersteuning van het Rijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft geconcludeerd dat met het huidige beleid de kans kleiner is dan 5% dat dit kabinet de klimaatdoelen zal halen. Tegelijkertijd staat in het regeerprogramma onomwonden dat het kabinet vasthoudt aan de klimaatdoelen voor 2030 en 2050. Onlangs heeft, inmiddels demissionair, minister Hermans van Klimaat en Groene Groei extra maatregelen en beleid aangekondigd. Maar om echt te versnellen zijn stevigere keuzes nodig.

22

“Het is tijd voor duurzame energie” De CO₂-uitstoot van Amsterdam 1990 - 2050 Gebouwde omgeving In de gebouwde omgeving worden de restemissies voornamelijk veroorzaakt door het aardgasgebruik in woningen (55%) en utiliteitsgebouwen (45%), zoals ziekenhuizen en kantoren. Voor het terugbrengen van CO₂ van woningen hebben we als gemeente zelf de regie. Met een gerichte aanpak, zoals het isolatieoffensief, verminderen we uitstoot en dragen we bij aan lagere energielasten van bewoners. We zetten onze regierol zo effectief mogelijk in om de overstap naar een aardgasvrije stad te versnellen. Hiervoor zijn we sterk afhankelijk van financiële ondersteuning vanuit het Rijk en de inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte (Wcw). De reductie van CO₂ in utiliteitsgebouwen is een gedeelde verantwoordelijkheid met het Rijk. De mate van verduurzaming wordt in grote mate bepaald door nationale regelgeving zoals een minimale energielabelverplichting. Mobiliteit We hebben al belangrijke stappen gezet in het verminderen van de uitstoot van mobiliteit, zoals de vermindering van het aantal parkeerplaatsen en de invoering van uitstootvrije zones. Amsterdam loopt hiermee landelijk voorop. Het is belangrijk dat een

Onze stad van morgen

nieuw kabinet uitstootvrij rijden voordeliger maakt dan fossiel rijden en ons de wettelijke mogelijkheden geeft om de zero-emissiezones verder te kunnen uitbreiden.

kto CO₂-eq.

3844 kton -10%

3500

-19%

3000

Industrie De gemeente Amsterdam speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van de industrie. Zo faciliteert de gemeente initiatieven als de ontwikkeling van een duurzame energy hub in de haven en een innovatiechallenge voor startups op het gebied van duurzaamheid. Ook werken we samen met het bedrijfsleven, het Rijk, de provincie en de Omgevingsdienst aan optimale randvoorwaarden voor verduurzaming. Voorbeelden zijn de aanleg van nieuwe infrastructuur voor elektriciteit, stoom, CO₂ en waterstof, de ondersteuning van innovatieve duurzame bedrijven en de afspraken met de tien grootste uitstoters. Het is van belang dat het Rijk met slimme en gerichte maatregelen komt die de CO₂-uitstoot verminderen en de transitie naar een industrie van de toekomst ondersteunt.

2500

-46%

2000 1500 1000

-82%

500 0 1990 Industrie

2022

Stadswarmte

2023** Huishoudens

2030 Mobiliteit

2050 Landbouw

Figuur 3 Ontwikkeling van de emissies in Amsterdam en prognose richting 2030 en 2050. De cijfers voor 2023 zijn nog niet definitief. De berekeningen zijn gedaan met 2022 als basisjaar.

23

Actiepunt 4: Door de uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad op te richten, zetten we in op een versnelling van de energietransitie. De tijd van beleidsplannen en visies is voorbij: we gaan uitvoeren, uitvoeren, uitvoeren. Sinds de oprichting van Energie voor de Stad op 1 oktober 2023, is de organisatie gegroeid van een kwartiermakersteam naar een stevige regie- en uitvoeringsorganisatie. Hiermee zijn de uitvoeringsactiviteiten binnen één gemeentelijke organisatie gebundeld. De activiteiten zijn met name gericht op

het uitbreiden van warmte- en elektriciteitsinfrastructuur. Hierdoor is er meer slagkracht en focus, gericht op de noodzakelijke versnelling van de energietransitie. We bouwen voort op kennis en ervaring vanuit de gemeentelijke organisatie en op de samenwerkingsverbanden met zowel interne directies, als externe partners, zoals netbeheerders, warmtebedrijven en woningcorporaties. In september 2024 is het plan van aanpak vastgesteld waarin beschreven staat hoe de gemeente hier concreet invulling aan geeft.

Voortgang Uitvoering Energietransitie

• In 2024 komt 17% van het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, vijf jaar daarvoor was dat 7%. • 63% van de woningvoorraad heeft in 2024 energielabel A-D. In 2012 was dit 20%. • Het percentage uitstootvrij verkeer steeg naar 12% in 2024, in 2019 was dat 3%.

Onze stad van morgen

In de monitor Uitvoering Energietransitie rapporteren we over de voortgang van de maatregelen waar we als gemeente actief op sturen en aanspreekbaar op zijn. De volledige rapportage is te vinden in bijlage 4. Energieverbruik: lager, ondanks groei In 2024 daalde het totale energieverbruik in de stad met 25% ten opzichte van 2010. Het aandeel hernieuwbare energie steeg van 7% in 2018 naar 17% nu. Ondanks bevolkingsgroei en economische ontwikkelingen is het energieverbruik in de stad in de afgelopen tien jaar sterk verminderd. Deze daling is het resultaat van verduurzaming van gebouwen, de opkomst van elektrisch vervoer en strengere regelgeving op het gebied van uitstoot. Zowel het energieverbruik als het aandeel fossiele energie is afgenomen.

Energieverbruik in TJ

12.361

19.511

2.804

10.602

10.580

18.769

18.888

2.909

3.512

10.362

18.607

3.109

10.733

19.132

2.966

21.808

20.688

20.917

18.782

17.077

2019

2020

2021

2022

2023

Aardgas

Stadswarmte

Elektriciteit

Voertuigbrandstoffen

Figuur 4 Ondanks de groei van de stad - het aantal inwoners en banen - laat de figuur zien dat het energieverbruik afneemt. Ten opzichte van 2019 gebruiken we per Amsterdammer circa 12% minder energie. Deze daling komt door een lager aardgasgebruik (-22%) en een lager verbruik van voertuigbrandstoffen (-13%).

24

Aardgasverbruik

479

• Sinds 2022 hielp de Energiebespaarservice 36.000 huishoudens met energieadvies en installatiehulp. Hiervan zijn er 3.600 in 2024 geholpen. Er werden 9.252 vouchers voor energiebesparende producten verstrekt aan huishoudens met een stadspas. • Het aandeel zonnepanelen op daken steeg van 21% in 2023 naar 27% in 2024. Gebouwde omgeving: grootschalige verduurzaming Om het wooncomfort te vergroten, het energieverbruik te verminderen en de CO₂-uitstoot van woningen en gebouwen te verlagen, zet Amsterdam in op grootschalige verduurzaming. Isolatie, warmtepompen en zonnepanelen spelen daarbij een cruciale rol. Tegelijkertijd bereiden we met andere publieke partijen de oprichting van een publiek warmtebedrijf voor. Zo wordt een duurzame (kleinschalige) collectieve warmtevoorziening voor meer woningen haalbaar.

• 2.809 woningen in VvE’s kregen subsidie of vroegen subsidie aan voor isolatiemaatregelen.

479

477

469 428

255

2018

373

382

229

218

224

197

188

177

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Grootverbruikers

Kleinverbruik

Figuur 5 In 2024 is het gasverbruik door woningen en kleine utiliteits­gebouwen met 2% gestegen ten opzichte van 2023. Dit betreft zowel woningen als kleine winkels (aansluiting voor minder dan m3 aardgas per uur). De stijging in verbruik kan te maken hebben met een lagere gasprijs. De stijging is echter minimaal, en het verbruik blijft nog steeds aanzienlijk lager dan in 2022 en de jaren daarvoor. Bij grootverbruikers (aansluiting 40 m3 aardgas per uur of meer) is een daling in het aardgasverbruik te zien. Het gasverbruik van grootverbruikers is 6% lager dan in 2023. Het staafdiagram hierboven toont het geschatte standaardjaarverbruik (peildatum december).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16220882/1