Bijlage 1 - Voorjaarsnota_2024.pdf
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2024
Colofon
Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Leiden Fotografie: Fotobank Gemeente Amsterdam, Ella Krommendijk Datum: 16 mei 2024 Voorjaarsnota 2024
2
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave Voorwoord
4
Leeswijzer
5
1.
Hoofdlijnen
7
2.
Programma's
21
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.A 2.B
22 34 45 50 52 54 62 68 72 78
3.
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare ruimte, Water, Groen, Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale zaken en Armoedebestrijding Veiligheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie
Bijlagen
87
3.1 3.2 3.3
88 97 101
Verloopstaat reserves Verloopstaat voorzieningen Doelenraming
Voorjaarsnota 2024
3
Voorwoord
Voorwoord Beste Amsterdammer, De voorjaarsnota die voor u ligt gaat over wijzigingen die het college doorvoert in de begroting voor 2024, maar geeft ook een doorkijkje op hoofdlijnen naar 2025 en verder. Dankzij een aantal meevallers in de Begroting 2024 kunnen we voorstellen doen om extra te investeren in de belangrijkste opgaven voor de stad: het aanpakken van de wooncrisis, ongelijk investeren voor gelijke kansen en het bestrijden van de klimaatcrisis. We willen dat alle Amsterdammers, maatschappelijke organisaties en bedrijven, nu en in de toekomst, over voldoende en betaalbare energie kunnen beschikken. Daarom trekken we extra geld uit voor de energietransitie. Daarnaast is in een groeiende stad, met steeds meer woningen en inwoners, het van belang dat alle delen van de stad goed bereikbaar zijn voor iedereen. Daarom verhogen we het Amsterdamse aandeel in de aanleg van de fietsverbinding over het IJ met € 120 miljoen. Dit komt bovenop de € 100 miljoen die al bij de Begroting 2024 is gereserveerd. Ook willen we onze kinderen een goede start geven met het beste onderwijs. Met het realiseren van een lerarencampus dragen we bij aan het terugdringen van het lerarentekort. En we zetten in op een leefbare en veilige stad door schone straten.
Met deze voorjaarsnota bouwen we samen verder aan een duurzame en sociale stad én houden we onze financiën gezond en wendbaar. Dit doen we met elkaar, voor alle Amsterdammers. Alle ambtenaren die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van deze Voorjaarsnota, wil ik bedanken voor hun inzet.
Hester van Buren Wethouder Financiën
We doen wat nodig is voor de stad en de Amsterdammer, maar zorgen er ook voor dat de financiën van de gemeente op orde blijven. In 2025 krijgen gemeenten te maken met een tegenvaller, omdat het Rijk het gemeentefonds eenmalig € 675 miljoen lager vaststelt. Vanwege deze tegenvaller en de risico’s die voortkomen uit onder meer de financiering van de jeugdzorg, reserveert het college het rekeningresultaat van € 122 miljoen. Ook op basis van de bestuursopdracht Inzicht in geld, beleid en keuzes kan er - als dat nodig is - bijgestuurd worden. Naast de voorstellen om extra te investeren in wat de stad nu nodig heeft, reserveren we óók geld voor onzekere tijden in de algemene reserve. Daarmee zorgen we ervoor dat Amsterdam financieel gezond en wendbaar blijft. Met de bestuursopdracht ‘Inzicht in beleid, geld en keuzes’ lichten we onze eigen organisatie door, zodat we tijdig kunnen bijsturen.
Voorjaarsnota 2024
4
Leeswijzer
Leeswijzer In de voorjaarsnota wordt op hoofdlijnen informatie gegeven over de belangrijke ontwikkelingen voor de komende jaren en wordt voor het lopende begrotingsjaar inzicht gegeven in de substantiële beleidsmatige en financiële afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. De voorjaarsnota geeft conform de Financiële verordening dus inzicht in: 1. de belangrijke ontwikkelingen voor de komende jaren in de hoofdlijnen; 2. de mutaties van het lopende begrotingsjaar. De voorjaarsnota laat enerzijds zien welke afwijkingen zich voordoen in 2024 bij het uitvoeren van het beleid dat eerder is vastgesteld. In andere woorden: welke wijzigingen in de begroting er nodig zijn zonder dat sprake is van een aanpassing in het door de raad vastgestelde beleid. Daarbij is het uitgangspunt dat alleen onvermijdelijke mee- en tegenvallers leiden tot een begrotingswijziging, want waar nog bijgestuurd kan worden blijven de vastgestelde budgetten gelden als het kader. Dit betekent ook dat we ervan uitgaan dat de uitvoering van het vastgestelde beleid niet wijzigt en op koers blijft. De voorgestelde begrotingswijzigingen zorgen ervoor dat de beleidsdoelen kunnen worden behaald. Anderzijds wordt in deze voorjaarsnota inzicht gegeven in de beleidsmatige keuzes die invloed hebben op 2024. Als gevolg van het aanpassen van beleid wordt de begroting gewijzigd.
Hierbij kan het gaan om beleidsintensiveringen of -extensiveringen. De mee- en tegenvallers en de beleidsintensiveringen en -extensiveringen bepalen samen het budgettaire beeld voor 2024. Dit budgettaire beeld, de mutaties in het lopende begrotingsjaar en de bijbehorende toelichtingen zijn terug te vinden in hoofdstuk 2.
Hoofdstuk 2 – Programma’s De begroting is opgebouwd uit acht genummerde beleidsprogramma’s en de programma’s A (Algemene dekkingsmiddelen) en B (Bestuur en organisatie). In hoofdstuk 3 wordt per programma op het niveau van programmaonderdeel aangegeven wat de afwijkingen zijn ten opzichte van de Begroting 2024. Conform de Financiële verordening worden alleen afwijkingen en wijzigingen in de programmaonderdelen toegelicht die groter zijn dan € 1 miljoen. Uitzonderingen zijn beleidsintensiveringen waarvoor we extra geld ter beschikking stellen.
Bijlage 1 – Verloopstaat reserves In bijlage 1 zijn de reserves opgenomen. Daarbij is per reserve inzichtelijk gemaakt wat het meerjarige verloop is, inclusief de wijzigingen als gevolg van deze voorjaarsnota.
Bijlage 2 – Verloopstaat voorzieningen In bijlage 2 zijn de voorzieningen opgenomen. Daarbij is per voorziening inzichtelijk gemaakt wat het meerjarige verloop is, inclusief de wijzigingen als gevolg van deze voorjaarsnota.
Bijlage 3 – Doelenraming De doelenraming geeft inzicht in de baten en lasten per doel, rekening houdend met de begrotingswijzigingen in de voorjaarsnota. De doelen behoren niet tot het autorisatieniveau van de raad, maar worden ter kennisname beschikbaar gesteld.
Hoofdstuk 1 – Hoofdlijnen In de hoofdlijnen geven we een beeld van de bestuurlijke keuzes die ten grondslag liggen aan deze begroting. Daarna komt de budgettaire situatie aan de orde. Hier zetten wij uiteen met welke ontwikkelingen en inzichten in de uitvoering van de begroting we worden geconfronteerd en welke keuzes zijn gemaakt.
Voorjaarsnota 2024
5
1
H1
Hoofdlijnen 1.1 Inleiding De Voorjaarsnota 2024 is de eerste rapportage over de uitvoering van de Begroting 2024. Met de voorjaarsnota geven we inzicht in de mee- en tegenvallers in het lopende begrotingsjaar. Ook doen we een aantal voorstellen om de Begroting 2024 te wijzigen, om daarmee tegemoet te komen aan een aantal urgente opgaven waar de stad nu voor staat. Het is de tweede keer dat we de voorjaarsnota op deze manier, als enkeljarige uitvoeringsnota, hebben opgesteld. Bij de begroting volgt het meerjarige beeld, waarin dan de meest recente ontwikkelingen verwerkt zijn, zoals de meicirculaire van het gemeentefonds. Dan kunnen we ook, waar nodig, keuzes maken in het meerjarige beeld.
Samen bouwen aan de toekomst van de stad. Incidentele meevallers maken extra investeringen mogelijk. Onze begroting voor 2024 kent in de uitvoering een aantal tegenvallers, maar vooral meevallers. De meevallers bestaan uit onder andere extra inkomsten vanuit het Rijk vanwege de stijging van lonen en prijzen en naar verwachting hogere parkeer- en andere belastinginkomsten, lagere rentelasten en een hoger verwacht dividend. In paragraaf 1.2 worden de mee- en tegenvallers toegelicht. De meevallers zijn voor een groot deel incidenteel van aard. We staan niet stil en kijken vooruit en willen deze meevallers inzetten om samen verder te bouwen aan de toekomst van de stad. We stellen voor om de meevallers te gebruiken om een aantal urgente opgaven en knelpunten aan te pakken. De belangrijkste lichten we hieronder toe. De volgende paragraaf bevat het volledige financiële beeld van mee- en tegenvallers en bestuurlijke keuzes.
Een impuls voor projecten die lang meegaan Extra inzet van € 50 miljoen voor Energie voor de stad De energietransitie is één van de grote opgaven waar we als stad voor staan. De toenemende elektrificering als gevolg van verduurzaming, gebouwde omgeving en mobiliteit leidt tot een sterke stijging van de vraag naar elektriciteit. Naar schatting groeit deze met een factor drie tot vier in de periode tot en met 2050. We willen de (elektriciteit)infrastructuur toekomstbestendig maken en congestie tegengaan. Bij energietransitie gaat het ook om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving, het opwekken van duurzame energie en de verduurzaming van bedrijven en industrie. Dit alles vraagt investeringen van vele miljarden in onze stad door bedrijven, bewoners, maatschappelijke partijen en overheid, met terugverdientijden van decennia. Voor het realiseren van deze energietransitie heeft de gemeente een sleutelrol in sturing op de ruimtelijke ordening, in het verlenen van vergunningen, in de participatie met buurten en in het begeleiden van de uitvoering op straat. De aantallen stations, huisjes, meters kabel, straten die open moeten, en de onderlinge afhankelijkheden zijn groot en noodzakelijk om de transitie in goede banen te leiden. Extra inzet is nodig om problemen met de beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie voor Amsterdammers, nu en in de toekomst, te voorkomen.
Met name de opgave rond de energiecongestie is urgent en vraagt om een intensivering. In delen van de stad zoals Noord, (Nieuw-)West en delen van Centrum en Zuid is geen extra netcapaciteit meer beschikbaar voor grootverbruikers. Dat treft bedrijven, maar ook maatschappelijke voorzieningen zoals ziekenhuizen, scholen, sportfaciliteiten en theaters. Bij de Begroting 2025 volgt een bestedingsvoorstel voor de € 50 miljoen extra inzet.
Resterende Amsterdamse bijdrage aan de Oostbrug (€ 120 miljoen) Amsterdam groeit en is volop in ontwikkeling. Er komen veel nieuwe woningen en bedrijven bij aan de oostkant van de stad, maar ook in Noord. Dat betekent een forse toename van mensen die het IJ willen oversteken. Ponten alleen kunnen die groei in de toekomst niet aan. Toen er begin dit jaar geen metro’s naar Noord konden rijden en het aantal ponten beperkt was, werd eens te meer duidelijk hoe belangrijk een vaste Voorjaarsnota 2024
7
H1
verbinding over het IJ is om Noord en de rest van de stad bereikbaar te houden. Bij de Begroting 2024 is al € 100 miljoen gereserveerd voor de Oostbrug. Het college wil haar aandeel in de aanleg van de brug met € 120 miljoen verhogen. Een deel hiervan wordt gebruikt voor de aanleg van wegen naar de brug toe. Er zijn gesprekken gaande met onze partners over het resterende bedrag.
Reservering van € 15 miljoen onder andere voor de realisatie van een Lerarencampus Amsterdam kampt met een groeiend lerarentekort. We willen voor onze kinderen een goede start met het beste onderwijs, maar het lerarentekort vormt een bedreiging voor de kwaliteit van het Amsterdamse onderwijs en de kansengelijkheid. Het college werkt samen met onderwijsinstellingen aan het terugdringen van het lerarentekort. De schaarste op de woningmarkt speelt een rol in het lerarentekort in Amsterdam. Het is voor leraren moeilijk om een passende en betaalbare woning te vinden. Het college zet € 15 miljoen opzij om bij te dragen aan de realisatie van een lerarencampus in Amsterdam en nader te bepalen overige maatregelen, om zo te zorgen voor betaalbare huisvesting voor leraren. Het doel is een campus neer te zetten met minimaal 80 zelfstandige woningen voor leraren. De nadere uitwerking komt bij de Begroting 2025.
Verantwoord financieel beleid: Geld reserveren voor tegenvallers in de rijksmiddelen in 2025 en zorgen voor een wendbare begroting De uitdagingen waar we als stad voor staan vragen om investeringen, maar ook om financieel verstandig beleid. In de Voorjaarsnota 2024 van de rijksoverheid is opgenomen dat het Rijk dit jaar al overstapt naar een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten. Hoewel het ravijn daarmee niet is opgelost, ontvangen we vanaf 2026 wel meer geld uit het gemeentefonds dan in de Septembercirculaire 2023 werd voorzien. Voor 2025 is echter sprake van een tegenvaller: het gemeentefonds wordt dan eenmalig € 675 miljoen lager vastgesteld. Met het oog op deze tegenvaller, en ook met het oog op de resterende risico’s die we nog steeds lopen voor de jeugdzorg en onzekerheid over eventuele maatregelen van een nieuw kabinet, reserveren we voorlopig het rekeningresultaat over 2023 van € 122 miljoen. Ook werken we met de bestuursopdracht inzicht in beleid, geld en keuzes verder aan een wendbare begroting en bereiden we ons daarmee voor op het ravijn.
Extra inzet op een schoner Amsterdam Zwerfafval vormt een steeds groter probleem en zorgt voor grote ergernis bij Amsterdammers. Een schone stad is niet alleen belangrijk voor onze bewoners, maar ook onze bezoekers. De invoering van statiegeld op blikjes en flesjes heeft als negatief bijeffect dat afvalbakken worden opengemaakt, met zwerfafval als gevolg. In de Begroting 2024 hebben we extra geld uitgetrokken voor afvalinzameling en reiniging in Zuidoost, Nieuw-West en Noord en voor de binnenstad. De gemeenteraad heeft op 24 april 2024 besloten om in 2024 daarbovenop € 4 miljoen extra in te zetten voor extra reinigers, afvalmedewerkers en toezichthouders. Alleen het opruimen van zwerfafval is geen duurzame oplossing om zwerfafval tegen te gaan. Extra inzet is ook nodig op het voorkomen ervan. Dat vraagt om ander gedrag van bezoekers, bewoners en bedrijven. Bij de Begroting 2025 komen we met een meerjarige en integrale aanpak van het zwerfafval. We zijn van plan daar bij de begroting € 10 miljoen voor vrij te maken.
Voorjaarsnota 2024
8
H1
1.2 Het financiële beeld De focus van deze hoofdlijnen ligt – in lijn met de rest van de voorjaarsnota – op het huidige jaar. Als een verandering in een onderdeel van het financiële beeld in 2024 ook meerjarige effecten heeft, lichten we die toe in de tekst. De toelichting is beknopt en bedoeld om alvast de richting te laten zien die bij de Begroting 2025 verwacht kan worden. De raad stelt bij deze voorjaarsnota alleen de budgettaire wijzigingen in 2024 vast. In hoofdstuk 3 is gedetailleerd terug te vinden welke begrotingsaanpassingen zich in 2024 voordoen in de programma’s. In onderstaande tabel staan de financiële ontwikkelingen ten opzichte van de Begroting 2024. Een positief getal in de tabel betekent dat het saldo van deze voorjaarsnota verbetert, een negatief getal dat het saldo verslechtert. De tabel bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Het beginsaldo 2. Ontwikkelingen in het algemene beeld 3. Bestuurlijke keuzes in de programma’s 4. Investeringen 5. Kasschuiven
Tabel 1 Financieel overzicht 2024 (bedragen x € miljoen, i=incidenteel, s=structureel) I/S
2024
S
0,0
Gemeentefonds
S
14,5
Belastingen
S
16,6
Dividenden
I/S
9,5
Rentelasten
I/S
19,0
Overig
I/S
20,9
I/S
-126,7
S
6,7
I
42,7
1. BEGINSALDO Saldo Begroting 2024 2. ONTWIKKELINGEN IN HET ALGEMENE BEELD
3. BESTUURLIJKE KEUZES IN DE BELEIDSPROGRAMMA’S Totaal 4. INVESTERINGEN Actualisatie kapitaallasten investeringen 5. KASSCHUIVEN Totaal kasschuiven SALDO Voorjaarsnota 2024
Voorjaarsnota 2024
3,3
9
H1
1. Beginsaldo Saldo Begroting 2024 Het startpunt van de Voorjaarsnota 2024 is de vastgestelde Begroting 2024, die voor 2024 sloot op nul.
2. Ontwikkelingen in het algemene financiële beeld Gemeentefonds Het grootste deel van onze inkomsten ontvangen we uit het gemeentefonds. Ieder jaar publiceert het Rijk drie circulaires (de meicirculaire, de septembercirculaire en de decembercirculaire) over de ontwikkeling van het gemeentefonds. Op basis van deze circulaires wordt duidelijk wat de gevolgen zijn voor de uitkering die Amsterdam ontvangt uit het gemeentefonds. De septembercirculaire en de decembercirculaire worden voor het jaar 2024 verwerkt in deze voorjaarsnota en voor de jaren 2025 en verder in de Begroting 2025. Het opgetelde effect van deze circulaires is een meevaller van € 14,5 miljoen in 2024. Dit effect heeft twee oorzaken, die in tegengestelde richting werken. Enerzijds is het loon- en prijsaccres van het gemeentefonds geactualiseerd. Via dit loon- en prijsaccres beweegt het gemeentefonds mee met de ontwikkelingen van lonen en prijzen. Deze actualisatie zorgt voor een meevaller van ruim € 30 miljoen in 2024. Anderzijds is onze gemeentefondsuitkering herberekend op basis van de meest recente getallen voor de zogenaamde maatstaven die als grondslag voor onze uitkering worden gebruikt. Deze actualisatie resulteert in een tegenvaller van € 18,7 miljoen.
Het netto effect van die twee ontwikkelingen, € 14,5 miljoen, zetten we in deze voorjaarsnota in als dekking voor knelpunten en beleidsmatige keuzes in 2024. Tot en met 2026 heeft het Rijk de omvang (volume) van het gemeentefonds vastgeklikt. Jaar op jaar is er daarom enkel sprake van een compensatie voor loon- en prijsstijging, en dus geen volumegroei. In de Miljoenennota 2024 werd aangekondigd dat we vanaf 2027 weer volumeaccres krijgen, en dat de systematiek voor de groei van het gemeentefonds vanaf 2027 wijzigt. De verandering in systematiek houdt in dat het gemeentefonds niet meer meebeweegt met de rijksuitgaven, maar met de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Dit geldt voor zowel de volumeontwikkeling als voor de loon- en prijsontwikkeling.
In de recent gepubliceerde Voorjaarsnota 2024 van het Rijk is opgenomen dat deze nieuwe systematiek al per 2024 wordt doorgevoerd, en niet zoals eerder aangekondigd in 2027. Ook is nu al duidelijk dat we vanaf 2026 meer geld uit het gemeentefonds krijgen dan in de Septembercirculaire 2023 werd voorzien. Voor 2025 is echter sprake van een tegenvaller: het gemeentefonds wordt dan eenmalig € 675 miljoen lager vastgesteld. Met het oog op de doorwerking van deze tegenvaller voor Amsterdam, en ook met het oog op de resterende risico’s die we nog steeds lopen voor de jeugdzorg en onzekerheid over eventuele maatregelen van een nieuw kabinet, reserveren we voorlopig het rekeningresultaat. Het financiële effect van de vervroegde invoering van deze systematiek verwerkt het Rijk in de meicirculaire van dit jaar. De meicirculaire verwerken we in de Begroting 2025. In de begroting komen we ook met een gewijzigde systematiek voor de berekening van de compensatie van loon-, prijs- en volumegroei in onze begroting. In die nieuwe systematiek dekken we onze nominale ontwikkeling (het meebewegen van de begroting met lonen en prijzen) en volumeontwikkeling vanuit het gemeente fondsaccres en de indexatie van onze eigen inkomsten.
Belastingen In de voorjaarsnota actualiseren we de raming van onze belastingkomsten. Deze actualisatie leidt tot een meevaller op drie terreinen: parkeren, de vermakelijkheden retributie (VMR) en het precario voor terrassen. Sinds de Begroting 2023 landen de parkeeropbrengsten in de algemene middelen. De lasten die samenhangen met parkeren verwerken we in programma 2. In de actualisatie van de parkeerinkomsten nemen, naast de opbrengsten, ook de uitvoeringskosten voor de parkeerdienstverlening toe. Voor het realiseren van de parkeerdienstverlening en -handhaving werken we samen met partners, waarbij de vergoeding voor hun dienstverlening (deels) meebeweegt met het aantal parkeerders op straat. Het gesaldeerde effect van de ontwikkelingen in de baten en lasten bij parkeren leiden tot een meevaller vanaf 2024. In 2024 gaat het om € 6 miljoen. Vanwege de groei van het aantal passagiers op de rondvaartboten en de transitpassagiers van de cruisevaart is de verwachte opbrengst uit de vermakelijk hedenretributie naar boven bijgesteld met € 5,6 miljoen vanaf 2024. Met ingang van 2023 wordt er weer precariobelasting voor terrassen geheven, na een aantal jaren van uitstel gedurende de coronacrisis. Uit de jaarrekening blijkt dat de
Voorjaarsnota 2024
10
H1
inkomsten uit deze belasting hoger uitgevallen dan geraamd. We passen de raming aan op basis van deze ervaring, met € 5 miljoen vanaf 2024.
Ontwikkelingen dividenden De actualisatie van de dividenden laat voor 2024 een meevaller zien van € 9,5 miljoen. Dit is vooral het gevolg van ontwikkelingen bij drie van onze deelnemingen. Bij Alliander is in 2024 sprake van twee incidentele meevallers. € 4,9 miljoen vanwege de verkoop van het bedrijfsonderdeel Kenter, en € 6 miljoen als gevolg van betere financiële resultaten. Bij het Havenbedrijf valt het dividend in 2024 € 3,7 miljoen lager uit dan verwacht. Het dividend is lager uitgekomen vanwege een hogere vennootschapsbelasting dan waar in de prognoses rekening mee was gehouden. Ook voor de jaren na 2024 verwachten we een lager dividend vanuit het Havenbedrijf. Dit meerjarige effect wordt verwerkt in de Begroting 2025. Het nettoresultaat van VGA Verzekeringen is hoger uitgevallen dan begroot vanwege een onverwacht positief resultaat uit beleggingsopbrengsten van ruim € 1 miljoen. Hierdoor is sprake van een incidentele meevaller van € 1,2 miljoen in 2024.
Rente In de Begroting 2024 was de raming van de rentelasten gebaseerd op een marktrente van 3,5% voor langlopende leningen. Sindsdien is de marktrente iets gedaald. De actualisatie van de rentelasten in deze voorjaarsnota gaat uit van een rentepercentage van 3,25%.
Overig De overige ontwikkelingen zorgen voor € 20 miljoen ruimte in 2024. Het betreft drie ontwikkelingen: de aanpassing van de verwachte parkeerinkomsten door de uitbreiding van betaald parkeren in Noord en Sloterdijk, vrijval uit een aantal reserves en de middelen die we van het Rijk ontvangen uit de Single use plastics zwerfafval vergoeding.
3. Bestuurlijke keuzes in de programma’s Naast de hierboven toegelichte wijzigingen in de algemene dekkingsmiddelen, bevat deze voorjaarsnota ook wijzigingen in de programma’s. In tabel 2 zijn de afwijkingen opgenomen die zich in de programma’s voordoen ten opzichte van de begroting. Die afwijkingen zijn het gevolg van de bestuurlijke keuzes die we gemaakt hebben en die een gevolg hebben voor het saldo van onze gemeentebegroting. Hieronder lichten we per programma kort toe wat de belangrijkste bestuurlijke keuzes zijn die het college heeft gemaakt. Daarnaast geven we een kort overzicht van de inzet van de eindejaarsmarge in de verschillende programma’s. Verderop in deze financiële hoofdlijnen is een overzicht opgenomen van de neutrale en technische mutaties die geen effect hebben op het saldo. Voor alle ontwikkelingen verwerken we in deze voorjaarsnota het effect in 2024. Als er een meerjarig effect is, verwerken we dat in de Begroting 2025.
De ontwikkeling van de rentetarieven en onze schuld leiden tot een meevaller van ongeveer € 7 miljoen. De schuld was eind 2023 ongeveer € 250 miljoen lager dan begroot, en als gezegd is de rente gedaald. Onze verwachting is dat de schuldgroei de komende jaren (in ieder geval tot en met 2026) iets achterblijft bij de ramingen uit de Begroting 2024, waardoor de rentelasten de komende jaren ook licht dalen. Daarnaast is er in 2024 een aanvullend positief effect van € 12,1 miljoen. De verwachting is dat de verkoop van AEB niet volledig in 2024 zal zijn afgerond, in verband met goedkeuring door ACM. Hierdoor kan de voorziening voor de rentebaten AEB-lening in 2024 vrijvallen.
Voorjaarsnota 2024
11
H1
Programma 1
Tabel 2. Bestuurlijke keuzes in de programma’s met een saldo-effect (bedragen x € miljoen) 2024 1*
Energietransitie en verduurzaming
-10,0
1
Toezicht naleving middeldure huur afspraken erfpacht
-0,4
1
Omgevingswet (transitiekosten)
-0,5
1
Omgevingsdienst Noordzeekanaal Gebied (OD NZKG)
-0,7
1
Volkstuinen
-0,3
1
Correctie canonindexering erfpacht
-0,4
1
Programma Eeuwigdurende Grafrust
-0,2
1
Stimuleringsbeleid wooncoöperaties
-0,3
3
Publieksbereik Archeologie
-0,2
5*
Lerarencampus
-15,0
6
Aanpak ouderen, kinderboerderijen, jeugdhulp
-2,9
7
Pantar & beschut werk
-6,0
7
Agenda bestaanszekerheid
-2,8
7
Regionaal Werk Centrum
-2,5
8
Toezicht en handhaving evenementen
-0,6
8
Comité Herdenking Februaristaking
-0,0
8
Bijdrage VRAA mentale weerbaarheid brandweer
-0,8
B
Wetgeving digitalisering
-1,3
B
MBO Traineeship
-1,0
B
Inclusie, diversiteit en vertrouwenswerk
-2,0
Totaal bestuurlijke keuzes in de programma’s
-47,8
Inzet eindejaarsmarge
-78,9
Totaal ontwikkelingen in de programma’s
-126,7
* Reservering in reserve coalitiemiddelen (programmaonderdeel A.4)
Voorjaarsnota 2024
Energietransitie en verduurzaming (€ 10 miljoen) We maken € 50 miljoen vrij voor de energietransitie en verduurzaming, waarvan € 10 miljoen in 2024. In de inleiding is uitgebreider toegelicht waar we dit geld voor in gaan zetten.
Toezicht naleving middeldure huur afspraken erfpacht (€ 0,4 miljoen) Huurwoningen in het middensegment zijn en blijven hard nodig. In het coalitieakkoord is het streven afgesproken dat middeldure huurwoningen ook middeldure huurwoningen moeten blijven. We maken structureel geld vrij zodat alle middeldure huurwoningen om de vijf jaar kunnen worden gecontroleerd.
Omgevingswet (transitiekosten, € 0,5 miljoen) De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Er is in beeld gebracht wat de uitvoering van de Omgevingswet voor ons betekent. De netto transitiekosten tot en met 2026 zijn geraamd op € 16 miljoen. Deze kosten dekken we deels vanuit de incidentele rijksbijdrage die we hiervoor via het gemeentefonds ontvangen. We maken ruimte vrij om het resterende tekort aan te vullen. Tot en met 2026 gaat het in totaal om € 5,0 miljoen, waarvan € 0,5 miljoen in 2024.
Omgevingsdienst Noordzeekanaal Gebied (OD NZKG, € 0,7 miljoen) Er is bij OD NZKG sprake van een structureel tekort. In deze voorjaarsnota maken we € 0,7 miljoen vrij voor de uitvoering van een aantal wettelijke (basis)takken van de OD NZKG. In totaal gaat het voor dit jaar en volgend jaar om € 3,0 miljoen.
Volkstuinen (€ 0,3 miljoen) De Aanpak voor ontwikkeling van de Amsterdamse volkstuinparken is op 22 december 2021 door de Raad vastgesteld. Voor het uitwerken van de aanpak wordt een programmaorganisatie opgezet. Hiervoor maken we tot en met 2027 € 0,9 miljoen vrij.
Correctie canonindexering erfpacht (€ 0,4 miljoen) In 2023 is de canon voor de canonbetalende erfpachtrechten die uitgegeven zijn onder de Algemene Bepalingen 2000 geïndexeerd met de inflatie minus eén procentpunt. Achteraf moet worden geconcludeerd dat voor deze rechten de indexering te hoog is vastgesteld. We maken in 2024 en 2025 geld vrij voor de afhandeling van de correctie hiervan.
12
H1
Programma Eeuwigdurende Grafrust (€ 0,2 miljoen) We zetten in 2024 en 2025 € 0,2 miljoen in om de aanvraag voor een locatie voor eeuwigdurende grafrust af te kunnen handelen. Het wordt gebruikt voor coördinatie, communicatie en planologisch-juridisch advies. De aanvraag is gedaan door het Islamitisch genootschap Amsterdam, dat een groot deel van de soennitische moskeeën voor onder andere de Marokkaans-Amsterdamse gemeenschap vertegenwoordigt.
Stimuleringsbeleid wooncoöperaties (€ 0,3 miljoen) Met het stimuleringsbeleid wooncoöperaties verstrekken we leningen waarmee een wooncoöperatie de ontwikkeling en bouw van een gebouw kan financieren, of bijvoorbeeld de overname van een wooncomplex van een woningcorporatie. We maken € 1,2 miljoen vrij om het stimuleringsbeleid te kunnen voortzetten, waarvan € 0,3 miljoen in 2024.
Programma 3 Publieksbereik Archeologie (€ 0,2 miljoen) De ondergrond van Amsterdam herbergt een rijk bodemarchief dat tot het collectief geheugen van de stad en haar inwoners behoort. De komende jaren willen we een brede doelgroep enthousiasmeren voor de ondergrond van de stad. Om een groter publiek, jong en oud, in alle stadsdelen te bereiken maken we in totaal € 0,8 miljoen vrij, waarvan € 0,2 miljoen in 2024 wordt ingezet.
Programma 5 Lerarencampus (€ 15 miljoen) Zoals in de inleiding uitgebreider toegelicht zetten we € 15 miljoen opzij voor betaal bare huisvesting voor leraren, onder andere voor de realisatie van een lerarencampus op IJburg.
Programma 6 Aanpak ouderen, kinderboerderijen, jeugdhulp (€ 2,9 miljoen) In 2024 zijn diverse mee- en tegenvallers binnen programma 6. Dit resulteert per saldo in hogere uitgaven van € 2,9 miljoen in 2024. Dit wordt onder andere ingezet voor de aanpak ouderen, kinderboerderijen en jeugdhulp.
Voorjaarsnota 2024
Programma 7 Pantar & beschut werk (€ 6,0 miljoen) In 2024 is € 6 miljoen nodig om het verwachte negatief operationeel resultaat van Pantar te kunnen dekken. Het operationele tekort is het gevolg van een aantal ontwikkelingen. Aanpassingen in cao’s leiden tot hogere personele lasten. Daarnaast heeft de transformatie die Pantar doormaakt van een organisatie die werkt op basis van 100% loonkostensubsidie naar een organisatie die werkt met medewerkers waarvan alleen de verminderde loonwaarde met subsidies wordt gedekt een negatief financieel effect. Tenslotte is de problematiek van de medewerkers zwaarder geworden. Hierdoor is meer begeleiding nodig en kunnen deze mensen op minder werksoorten worden ingezet. Hierdoor kan het merendeel van deze medewerkers alleen worden ingezet op minder rendabele werksoorten. In bredere zin reserveren we de komende jaren in totaal ongeveer € 21 miljoen voor beschut werk. Hiermee wordt het operationeel tekort voor Pantar in 2024 en 2025 gedekt, het restant is voor de bredere opgave beschut werk. Hiermee bieden we financiële zekerheid, waardoor Pantar zich sneller en op een meer innovatieve wijze kan ontwikkelen richting sociaal ontwikkelbedrijf/sociaal ondernemer en binnen de financiële kaders kan blijven.
Inzet is dat Pantar in intensieve en transparante samenwerking met de gemeente de komende periode een meerjaren strategie 2025-2029 uitwerkt die ons het vertrouwen geeft dat Pantar deze ontwikkeling kan realiseren binnen voor de gemeente haalbare financiële kaders.
Agenda bestaanszekerheid (€ 2,8 miljoen) Onlangs is de agenda bestaanszekerheid bestuurlijk vastgesteld. Voor een deel wordt die uitgevoerd binnen de bestaande organisatorische en financiële kaders. Een deel betreft echter het vernieuwen of intensiveren van de dienstverlening waar (nog) geen dekking tegenover stond. Hiervoor maken we incidenteel € 9 miljoen vrij, waarvan € 2,8 miljoen in 2024 wordt besteed.
Regionaal Werk Centrum (RWC, € 2,5 miljoen) Het RWC ontwikkelt loopbaanpaden voor alle Amsterdammers richting sectoren met grote personeelstekorten en biedt begeleiding van mensen en trajecten. Hiervoor ontving het RWC-financiering van het Rijk. Bij de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk werd duidelijk dat het Rijk minder middelen beschikbaar stelde voor 2023 en 2024. In tegenstelling tot de verwachte € 5 miljoen ontvangen we € 2,5 miljoen. Daardoor ontstaat een tekort in het programma van € 2,5 miljoen, dat we in deze voorjaarsnota aanvullen. 13
H1
Programma 8 Toezicht en handhaving evenementen (€ 0,6 miljoen) Voor het vergroten van de veiligheid van, en toezicht op (met name de grote) evenementen in Amsterdam zijn extra middelen nodig. Hierbij gaan we uit van het inrichten van extra toezicht op 60-80% van grote evenementen en risicovolle middelgrote evenementen. Hiervoor maken we structureel € 0,6 miljoen vrij.
Comité Herdenking Februaristaking (€ 19.000) Het Comité Herdenking Februaristaking ontvangt geen subsidie van de gemeente, hoewel het een onmisbare en unieke herdenking betreft. Met een incidentele bijdrage voor 2024, en een structurele bijdrage van € 50.000 per jaar garanderen we een waardige herdenking voor de toekomst en een mogelijke uitbreiding van (bijvoorbeeld educatieve of promotionele) activiteiten.
Bijdrage VRAA mentale weerbaarheid brandweer (€ 0,8 miljoen) Om te investeren in de mentale weerbaarheid van (beroeps) brandweermensen zijn extra middelen nodig. Dit doen we om de mentale weerbaarheid van brandweer mensen via trainingen, oefeningen en mentale checks te verhogen en daarmee PTSS te voorkomen. Het gaat om € 0,8 miljoen in 2024 en 2025.
Programma B
Inclusie, diversiteit en vertrouwenswerk (€ 2,0 miljoen) We geven een extra impuls aan onze inzet op inclusie, diversiteit en toegankelijkheid in de organisatie. Hiervoor maken we in 2024, 2025 en 2026 € 0,5 miljoen vrij. In diezelfde periode zetten we € 1,2 miljoen per jaar in voor de benodigde wervings capaciteit om bewust inclusief te kunnen werven en selecteren. Dit is nodig om invulling te geven aan de bestuursopdracht inclusie & diversiteit en onze ambities voor een divers personeelsbestand, en ervoor te zorgen dat de instroom bij directies en stadsdelen divers en representatief blijft. Bij het Bureau Integriteit zien we dat naar aanleiding van de onderzoeksrapporten over racisme en discriminatie uitbreiding van het vertrouwenswerk en het meldpunt nodig is. Hier zetten we met € 0,3 miljoen per jaar in 2024, 2025 en 2026 extra op in.
Inzet eindejaarsmarge Het effect in de beleidsprogramma’s bestaat voor een deel uit de eindejaarsmarge. Door de cijfers uit het Jaarverslag 2023 af te zetten tegen de begroting hebben we de eindejaarsmarge berekend. De eindejaarsmarge is bedoeld om een eventuele onderbesteding mee te kunnen nemen naar een volgend jaar (gemaximeerd op 1% van het lastentotaal van een programma) of een overschrijding als een taakstelling op te nemen voor het komend jaar. De positieve en negatieve eindejaarsmarges tellen op tot € 78,9 miljoen. Dit betekent dat per saldo € 78,9 miljoen meegenomen wordt naar 2024. Hieronder wordt kort uiteengezet hoe de eindejaarsmarge in de programma’s wordt ingezet.
Wetgeving digitalisering (€ 1,3 miljoen) Op het gebied van digitalisering zien we een aantal ontwikkelingen op wet- en regelgeving waar invulling aan moet worden gegeven. Er is de komende jaren steeds meer aandacht nodig voor de kansen en risico’s van kunstmatige intelligentie. Daarnaast moeten we geld vrijmaken om aan de minimale eisen van nieuwe Europese wetgeving omtrent cyberbeveiliging, en de aangepaste Wet politiegegevens, te voldoen. In totaal stellen we hier € 1,3 miljoen voor beschikbaar in 2024 en 2025, en € 0,2 miljoen structureel vanaf 2026.
Mbo-traineeship (€ 1 miljoen) Het vinden van werk blijft voor veel mbo’ers lastig. Daarnaast hebben we als organisatie mbo’ers hard nodig. We maken daarom € 1 miljoen in 2024 en 2025 vrij voor het voortzetten van de in september 2023 gestarte pilot mbo-traineeship, dat in eerste instantie loopt tot en met juni 2025.
Voorjaarsnota 2024
De overschrijding (negatieve eindejaarsmarge) van € 11,9 miljoen in programma 1 heeft niet geleid tot een taakstelling. Vanwege de budgettaire opgave is besloten om geen taakstelling op te leggen. Programma 2 heeft een positieve eindejaarsmarge van € 54,7 miljoen. Deze eindejaarsmarge is vooral het resultaat van capaciteitsproblemen, onvoorziene omstandigheden en problemen in aanbestedingsprojecten bij het programma Stadsverbetering. De werkzaamheden bij deze projecten zijn doorgeschoven naar 2024. Programma 3 heeft een positieve eindejaarsmarge van € 1,5 miljoen. Deze eindejaarsmarge zetten we in voor de subsidieregeling voor straatmanagement en gebiedsgebonden ondernemersinitiatieven (buurteconomie), tijdelijke capaciteit voor voorzieningen van Kunst en Cultuur, voor uitvoering en realisatie van investerings 14
H1
projecten, voor het binnenhalen van private investeerders en de Uitvoeringsagenda 2023-2026. Programma 5 heeft een positieve eindejaarsmarge van € 1,8 miljoen. Dit gebruiken we voor de inzet op het kenniscentrum kansenongelijkheid, fusie voortgezet onderwijs scholen, brede band netwerk scholen, schooltuinen, Amsterdam 750 jaar, hervorming Verordening Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam en onderzoeksactiviteiten van het Preventief Interventie Team.
De verlaging van de geraamde investeringsuitgaven voor investeringsdomein Maatschappelijke Voorzieningen wordt veroorzaakt door vertraging van de uitvoering van de renovatie van het Amsterdam Museum door een rechtszaak. Daarnaast is de raming van de investeringsuitgaven voor Onderwijshuisvesting naar beneden bijgesteld door vertraging in de uitvoering van diverse projecten. Het totaalbeeld van de investeringsruimte voor 2024 ziet er als volgt uit: Tabel 3 Voorgenomen investeringsruimte 2024
Programma 6 heeft een positieve eindejaarsmarge van € 8,4 miljoen. De eindejaarsmarge wordt gebruikt om tekorten te dekken. Programma 7 heeft een positieve eindejaarsmarge van € 4,1 miljoen. Hiervan wordt € 1 miljoen ingezet op digitalisering, om de dienstverlening aan bijstandsgerechtigden te verbeteren. Het restant zetten we in voor de opgaven waar de doelgroep waar we dienstverlening aan geven groeit: inburgering, ondersteuning ondernemers en sociaal werk. Programma 8 heeft een positieve eindejaarsmarge van € 2,7 miljoen. We zetten de eindejaarsmarge in voor een aantal knelpunten binnen het programma; voor straatcoaches, voor het ISG Host-team dat in Venserpolder in gesprek gaat met buurtbewoners en partners, en voor het behandelen van PTSS bij personeel van Toezicht en Handhaving. Programma B heeft een positieve eindejaarsmarge van € 5,7 miljoen, voornamelijk door onderbesteding op buurtbudgetten en Digitale stad. Deze eindejaarsmarge zetten we daarom op die onderwerpen in.
4. Investeringen De portfolio’s per domein zijn geactualiseerd en worden aangevuld, gericht op uitvoering van de collegeambities voor verantwoorde groei en een duurzame toekomst. We leggen de meerjarige portfolio’s bij de Begroting 2025 voor. De investeringsruimte voor 2024 kan naar beneden worden bijgesteld, gezien de actualisatie van de verwachte uitgaven in 2024. Dit geldt met name voor de investeringen in het domein van de maartschappelijke voorzieningen. Deze ruimte schuift door naar de jaren erna.
Voorjaarsnota 2024
(bedragen x € miljoen) Domeinen
Begroting 2024
Voorjaarsnota 2024
Bestuur en organisatie
85
82
Maatschappelijke voorzieningen
239
175
Openbare ruimte en mobiliteit
419
409
Overig
19
Totaal domeinen
743
685
Overprogrammering
239
200
Totaal incl overprogrammering
982
885
De verlaging van de geraamde investeringsuitgaven voor het domein Maatschappelijke voorzieningen wordt veroorzaakt door vertraging van de uitvoering van de renovatie van het Amsterdam Museum door een rechtszaak. Daarnaast is de raming van de investeringsuitgaven voor Onderwijshuisvesting naar beneden bijgesteld door vertraging in de uitvoering van diverse projecten. Onder het kopje ‘Overig’ is € 19 miljoen aan investeringen opgenomen voor programma 7 Sociale Zaken en Armoedebestrijding en programma 8 Veiligheid. Deze investeringen maakten bij de Begroting 2024 nog deel uit van het portfolio van het domein Bestuur en organisatie. Om de sturing te vergemakkelijken op de investeringen in dat portfolio (die vooral zijn gericht op huisvesting en ICT) zijn de investeringen van programma 7 en 8 nu separaat opgenomen.
15
H1
In de portfolio’s programmeren we meer investeringen dan waar feitelijk ruimte voor is. Dit noemen we overprogrammering. Op die manier calculeren we vertraging in de uitvoering in. In de portfolio’s wordt hiervoor een realistisch percentage aangehouden (van maximaal 30%).
Tabel 4 Investeringen 2024 met besluitvorming in deze voorjaarsnota
Zoals gezegd leggen we bij de Begroting 2025 de meerjarige investeringsportfolio’s 2024-2028 voor. Om vertraging te voorkomen wordt voor een aantal investeringen dat we in 2024 uitvoeren nu bij de voorjaarsnota besluitvorming gevraagd, en niet bij de Begroting 2025. Het gaat om enkele nieuwe of gewijzigde investeringen waarvan uitgaven zijn gepland in 2024, maar waar nog geen investeringsbesluit voor is genomen. Ook is het voorstel om van sommige reeds lopende investeringen de investeringssommen te verhogen.
Domein
Nieuwe investering
Totale investeringssom
ORM
Czaar Peterstraat
€ 8,7 miljoen
ORM
Kalverstraat/Nieuwedijk
€ 10,0 miljoen
ORM
Recyclepunt Toetsenbordweg
€ 4,5 miljoen
BO
Digitalisering In- Door- en Uitstroom medewerkers
€ 10,2 miljoen
BO
Vervanging servicemanagementsysteem
€ 7,0 miljoen
BO
Voorbereiding vervanging bestuurlijk besluitvormingssysteem
€ 0,6 miljoen
BO
Ontwikkeling Octopus (juridisch systeem)
€ 0,8 miljoen
Overig
Stadsbank van Lening
€ 3,1 miljoen
Domein
Verhoging van investering
ORM
Tunnels indexatie
€ 5,6 miljoen
ORM
Wagenpark afval
€ 3,0 miljoen
ORM
Stalen containers vervanging
€ 10,7 miljoen
ORM
Stalen containers uitbreiding
€ 5,4 miljoen
BO
Aanvullend krediet AFIS
€ 9,5 miljoen
BO
Aanvullend krediet hardware 2024
€ 3,2 miljoen
BO ORM
Laadinfrastructuur wagenpark - maatschappelijk Laadinfrastructuur wagenpark- tariefdiensten
€ 24,5 miljoen
Domein
Versnelling van investering
ORM
Verhardingen
€ 8,0 miljoen
BO
Stadsloketten 2024
€ 0,4 miljoen
Verhoging investeringssom
Totale investeringssom
Voor de investering in het servicemanagementsysteem geldt bijvoorbeeld dat de startdatum is vervroegd om tijdig te kunnen aanbesteden. Bij de investering in laadinfrastructuur is zoals eerder al was aangekondigd de raming herijkt en sprake van een verhoging van de investeringssom. Voor andere investeringen (zoals voor het verhardingsprogramma) geldt dat het wenselijk is de voorbereiding eerder te starten, bijvoorbeeld omdat er capaciteit beschikbaar is.
Voorjaarsnota 2024
16
H1
5. Kasschuiven In deze voorjaarsnota verwerken we het incidentele effect van de voorgestelde kasschuiven. Een kasschuif is een wijziging in een begroting, waarbij uitgaven worden verschoven in de tijd. Een kasschuif is dus een beleidsarme schuif van middelen; we voeren het beleid uit zoals gepland, enkel op een ander moment. In tabel 5 is te zien welk effect we in de voorjaarsnota voor 2024 verwerken, maar ook het meerjarige effect van de kasschuiven dat bij de Begroting 2025 wordt verwerkt. Tabel 5 Kasschuiven 2024-2028 (bedragen x € miljoen) Programma
Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
1 - Bouwen, wonen en duurzaamheid
Actualisatie projectkosten NISE
0,7
0,4
-1,0
0,0
0,0
2 - Openbare ruimte, groen, water, vervoer
Groen, Leges vergunningen, Binnenhavengeld pleziervaart, nieuwe parkeerhandhaver, EJM
51,6
-7,2
-18,9
-29,0
3,6
3 - Economie, kunst, cultuur en erfgoed
Kunstenplan, Lokale media, toeristenbelasting, EJM
2,3
-2,3
0,0
2,2
-2,2
5 - Onderwijs
coalitieakkoordmiddelen middelen
1,6
-0,3
-0,8
-0,5
0,0
6 - Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit
Ongedocumenteerden, Sociaal Wijkteam
1,8
-2,4
0,3
0,3
0,0
8 - Veiligheid
Stichting Sail Amsterdam
-0,8
0,8
0,0
0,0
0,0
A - Algemene middelen
Canonopbrengst erfpacht
-8,9
-9,5
18,3
0,0
0,0
B - Bestuur en organisatie Buurtbudgetten, Taakstelling
-5,5
-0,1
1,9
1,9
1,9
Totaal
42,7
-20,5
-0,2
-25,2
3,2
Voorjaarsnota 2024
17
H1
1.3 Afwijkingen per programma Zoals aan het begin van dit hoofdstuk is toegelicht, zijn in tabel 2 alleen de mutaties in de programma’s opgenomen die een bestuurlijke keuze vereisten en een gevolg hebben voor het saldo van onze gemeentebegroting. Naast deze mutaties zijn in deze voorjaarsnota technische en gemeentebreed neutrale mutaties verwerkt. In tabel 6 maken we deze mutaties per programma inzichtelijk. Een voorbeeld van een technische en gemeentebreed neutrale mutatie zijn de gerichte uitkeringen uit het gemeentefonds, de zogenaamde integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Deze uitkeringen worden door het Rijk geoormerkt voor besteding met een bepaald doel of op een bepaald terrein en worden direct doorvertaald naar de beleidsprogramma’s. Het saldo van programma A (waar de gemeentefondsmiddelen geboekt worden) verbetert en het saldo van de beleidsprogramma’s (waar het geld wordt uitgegeven) verslechtert. In hoofdstuk 3 van deze voorjaarsnota worden alle mutaties in de programma’s toegelicht, zowel de bestuurlijke keuzes als de neutrale en technische mutaties. Tabel 6 Technische en neutrale mutaties per programma (bedragen x € miljoen) 2024 Programma 1 - Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
-2,1
Programma 2 - Openbare ruimte, Water, Groen, Vervoer
-7,5
Programma 3 - Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed
-24,0
Programma 4 - Sport
0,2
Programma 5 - Onderwijs
-8,2
Programma 6 - Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit
-8,5
Programma 7 - Sociale zaken en Armoedebestrijding
-8,7
Programma 8 - Veiligheid
5,6
Programma A - Algemene dekkingsmiddelen
124,0
Programma B - Bestuur en organisatie
-70,8
Totaal
Voorjaarsnota 2024
0,0
18
H1
1.4 Frictiekosten Frictiekosten ontstaan wanneer het behalen van een structurele besparingsmaatregel gepaard gaat met kosten om te komen tot deze besparing. We streven ernaar frictie kosten altijd zo laag mogelijk te houden. Ook verwachten we van alle organisatie onderdelen dat zij zoveel mogelijk zelf dekking vinden voor frictiekosten. Wanneer dit niet mogelijk is, kan een beroep worden gedaan op de frictiekostenreserve. In onderstaande tabel staan de voorgestelde onttrekkingen en toevoegingen die we in de Voorjaarsnota 2024 ramen.
Op basis van de geraamde toevoegingen en onttrekkingen in deze voorjaarsnota en de eerdere besluitvorming over de frictiekostenreserve ontstaat onderstaand verloop. Tabel 8 Verloop frictiekostenreserve (bedragen x € 1 miljoen) Verloopstaat reserve frictiekosten
2024
Beginsaldo (uit Jaarverslag 2023)
20,9
Tabel 7 Toevoegingen en onttrekkingen frictiekostenreserve
Dotaties
8,5
(bedragen x € 1 miljoen)
Aanvragen frictiekosten
17,9
Verwacht eindsaldo
11,4
Onderwerp
2024
Vervoer & Openbare Ruimte - Flexpool
0,5
Ruimte & Economie - Transitiekosten Waternet
1,7
Economische Zaken & Cultuur - Reorganisatie
1,1
Sport - Extern plaatsen sportotheek
0,1
Sport - Omzetting naar assetmanagement Sport
0,1
ICT - Boventallig personeel
0,2
Financiën & Inkoop - Betere aansluiting en normering centrale bedrijfsvoering
0,1
Facilitair Bureau - Besparingsopgave ambtelijke huisvesting / Hybride werken
4,0
Personeel & Organisatie - Stimuleren wendbaarheid & Externe inhuur
1,3
Personeel & Organisatie - Eigen Risicodragerschap
0,3
Personeel & Organisatie - Hervormen verzuimaanpak
2,0
Directie overstijgend projectmanagement
0,1
Personeel & Organisatie - Kwaliteitsimpuls
3,0
Personeel & Organisatie - Kosten voorbereiding reorganisatie
1,2
Financiën en Inkoop
1,6
Juridisch Bureau
0,5
Clusterstaf Stadsdelen, Stadsbeheer en Dienstverlening - Besparingsopgave organisatie Samen Sterker uit de Crisis
0,2
Totaal
17,9
Voorjaarsnota 2024
19
2
H3
2
Programma's 2.1
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
22
2.2
Openbare ruimte, Water, Groen, Vervoer
34
2.3
Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed
45
2.4
Sport
50
2.5
Onderwijs
52
2.6
Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit
54
2.7
Sociale zaken en Armoedebestrijding
62
2.8
Veiligheid
68
2.A
Algemene dekkingsmiddelen
72
2.B
Bestuur en organisatie
78
H 2.1
2.1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag 2023
Begroting Saldo effecten 2024 voorjaarsnota
Saldo na voorjaarsnota
Baten
865,9
931,6
-72,7
858,9
Lasten
811,1
923,2
-86,5
836,7
Saldo Baten en Lasten
54,9
8,3
13,8
22,2
Onttrekking
823,3
267,8
9,1
276,9
Toevoeging
591,7
244,4
27,6
272,1
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
231,6
23,4
-18,5
4,9
Totaal Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
286,5
31,7
-4,7
27,0
Begroting Saldo effecten 2024 voorjaarsnota
Saldo na voorjaarsnota
(bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag 2023 Apparaatslasten
Voorjaarsnota 2024
277,9
258,6
0,4
259,0
22
H 2.1.1
2.1.1
Ruimtelijke ontwikkeling
Programmaonderdeel 1.1 Ruimtelijke ontwikkeling (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag 2023
Begroting Saldo effecten 2024 voorjaarsnota
Saldo na voorjaars nota
Baten
1,5
0,0
0,0
0,0
Lasten
19,2
17,9
0,5
18,4
Saldo Baten en Lasten
-17,7
-17,9
-0,5
-18,4
Onttrekking
7,1
2,4
4,3
6,8
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
7,1
2,4
4,3
6,8
-10,7
-15,5
3,8
-11,7
Totaal Programmaonderdeel 1.1 Ruimtelijke ontwikkeling
Financiële toelichting
• Hogere lasten voor een locatie voor Eeuwigdurende Grafrust (€ 0,2 miljoen). Sinds 2023 zijn wij samen met de Islamitische gemeenschap bezig de ambities te bepalen en het juridisch kader te toetsen. Voor de afronding van het project is aanvullend incidenteel budget nodig. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking met € 4,3 miljoen in 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere onttrekking aan de reserve gemeentefondsmiddelen voor het invoeren van de Omgevingswet (€ 3,4 miljoen). Zie hiervoor ook de toelichtingen op de lasten van de programmaonderdelen 1.4 (Bouwen en wonen) en 1.6 (Duurzaamheid en milieubeheer). • Hogere onttrekking aan de reserve coalitiemiddelen voor gebiedsontwikkeling uit het coalitieakkoord (€ 0,9 miljoen). Zie hiervoor ook de toelichting op de lasten.
Baten Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de baten groter dan € 1 miljoen.
Toevoegingen aan reserves Er zijn geen toevoegingen aan reserves op dit onderdeel.
Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 0,5 miljoen in 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten voor de gebiedsontwikkeling (€ 0,9 miljoen). Deze lasten worden gedekt vanuit de reserve coalitiemiddelen voor de uitvoering van de Ontwikkelstrategie 2023. • Hogere lasten voor de volkstuinparken (€ 0,3 miljoen). Op 22 december 2021 is het plan voor de aanpak volkstuinen door de raad vastgesteld. Deze aanpak omvat richtlijnen en een voorstel voor de gezamenlijke uitwerking met de volkstuinparken, waarin onder andere langdurige huurzekerheid, planologische bescherming, meer openstelling en activiteiten en een beheerfonds zijn opgenomen. Om invulling te geven aan het genomen besluit, is er meerjarig incidenteel budget nodig. Voorjaarsnota 2024
23
H 2.1.2
2.1.2
Grond
Bij dit programmaonderdeel geven we voor de toelichting op afwijkingen ten opzichte van de begroting 2024 eerst een uitleg over de methodiek. Programmaonderdeel 1.2 is in financieel administratief opzicht zeer complex. Dit wordt veroorzaakt doordat een groot deel van de financiële stromen met andere balansposten wordt verrekend. Bovendien moeten de verrekeningen met de reserves, vanwege BBV-voorschriften, ook in de exploitatie verantwoord worden. In de overzichten lopen daarom zowel de inkomsten en uitgaven in de projecten als de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves door elkaar. Programmaonderdeel 1.2 Grond betreft hoofdzakelijk de gebiedsontwikkeling. De lasten en baten van de gebiedsontwikkeling worden met de reserves (het Vereveningsfonds en reserve Zuidas) verrekend. Deze reserves vormen een gesloten systeem. Daarop zijn in dit programmaonderdeel twee uitzonderingen: de afdracht uit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen en de autonome ontwikkelingen met betrekking tot de indexatievergoeding. De financiële toelichtingen bij de tabellen in dit programma richten zich vanuit de verplichte verantwoordingseisen vooral op de afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting en minder op de omvang van de bedragen. Om die reden geven we hier eerst inzicht in. In 2024 verwachten we € 421 miljoen aan baten te realiseren.
Dit bedrag bestaat uit opbrengsten in de grondexploitaties (€ 306 miljoen), winstnemingen (€ 56 miljoen). Daarnaast verwachten wij nog rijksbijdragen te ontvangen ten behoeve van woningbouw (€ 42 miljoen en erfpachtinkomsten € 17 miljoen). In 2024 verwachten we € 435,6 miljoen aan lasten te realiseren. Dit bedrag bestaat hoofdzakelijk uit kosten in de grondexploitaties en overige projecten (€ 509,6 miljoen) en de toevoeging aan een voorziening van de ontvangen rijksmiddelen (€ 42 miljoen). De middelen worden onttrokken aan de voorziening wanneer aan de voorwaarden van de subsidie is voldaan.
Voorjaarsnota 2024
De lagere lasten bestaan voor een belangrijk deel uit administratieve verrekeningen die op grond van de voorschriften uit het BBV ook in de toelichtingen moeten worden verantwoord (€ 115,9 miljoen). Dit zijn geen uitgaven, maar verrekeningen met balansposten en daarom budgetneutraal.
Programmaonderdeel 1.2 Grond (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag 2023
Begroting Saldo effecten 2024 voorjaarsnota
Saldo na voorjaarsnota
Baten
401,3
505,0
-84,0
421,0
Lasten
423,6
526,2
-90,6
435,6
Saldo Baten en Lasten
-22,3
-21,2
6,5
-14,6
Onttrekking
431,0
139,4
-32,7
106,8
Toevoeging
349,4
117,8
-26,9
90,9
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
81,6
21,6
-5,7
15,9
Totaal Programmaonderdeel 1.2 Grond
59,4
0,5
0,8
1,2
Financiële toelichting Baten De totale baten in dit programmaonderdeel dalen met € 84,0 miljoen in 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten door minder opbrengsten en winstnemingen in de gebiedsontwikkeling. Doordat marktomstandigheden zijn verslechterd zijn vertragingen opgetreden in de grondexploitaties (€ 136,1 miljoen, waarvan € 35,0 miljoen winstnemingen). Elk jaar worden de ramingen van de gebiedsontwikkelingsprojecten van het Vereveningsfonds en Zuidas geactualiseerd in het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG). Deze actualisatie wordt bij de voorjaarsnota meerjarig verwerkt. In het MPG is een uitgebreidere toelichting op de actualisatie opgenomen. Daarnaast wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van de reserves en de vereveningsruimte. De actualisatie heeft geen effect op de algemene middelen (saldoneutraal). 24
H 2.1.2
• Hogere baten doordat we rijksmiddelen verwachten voor de tijdelijke regeling woningbouw (€ 42,0 miljoen). Hier staan toekomstige investeringen tegenover in maatregelen voor de bereikbaarheid en ontsluiting van nieuwe woningen. • Hogere erfpachtbaten en bijdragen van woningcorporaties als meerwaarde ontstaat bij canonherziening (aan het einde van een tijdvak) of bij verkoop of liberalisering van sociale woningen (€ 10,1 miljoen). Dit is conform de samenwerkingsafspraken met de corporaties. Deze baten worden aan de reserve vereveningsfonds toegevoegd.
Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel dalen met € 90,6 miljoen in 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere lasten door bijstelling van de administratieve verrekeningen (€ 162,3 miljoen). Dit zijn geen uitgaven, maar betreft de verrekening van de baten en lasten in grondexploitatie met balansposten. • Hogere lasten door bijstelling van uitgaven in de gebiedsontwikkeling ten opzichte van eerdere planningen (€ 37,9 miljoen). Dit bedrag is enerzijds opgebouwd uit hogere lasten in de projecten (€ 63,9 miljoen) en anderzijds lagere lasten doordat de bijdrage van aan het Rijk voor de Gaasperdammerweg is uitgesteld (€ 26,0 miljoen), omdat er nog geen overeenkomst is. In de hogere lasten zijn ook rijksbijdragen opgenomen, (waaronder de “Startbouwimpuls”) die we doorbetalen aan ontwikkelaars (€ 18,1 miljoen). Deze lasten worden verrekend met reserves of voorzieningen. In het meerjarenperspectief grondexploitaties wordt uitgebreider ingegaan op de gebiedsontwikkelingsprojecten, zoals toegelicht bij de baten. • Hogere lasten door een toevoeging aan een voorziening voor ontvangen rijksmiddelen voor woningbouw, zie toelichting baten (€ 42,0 miljoen). • Lagere lasten doordat het kasritme van de uitgaven voor het project Zuidasdok voor de komende vijf jaar is gewijzigd. De uitgaven schuiven op naar latere jaren (€ 9,2 miljoen).
• Hogere lasten door een hogere stand van de voorzieningen die onderdeel uitmaken van het Vereveningsfonds die jaarlijks worden geïndexeerd met 2 procent (€ 1,1 miljoen).
Voorjaarsnota 2024
Reserves Onttrekkingen aan reserves De totale onttrekking aan de reserves van het Vereveningsfonds daalt met € 32,7 miljoen in 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere onttrekking doordat het kasritme van de uitgaven voor het project Zuidasdok de aankomende vijf jaar is gewijzigd (€ 9,2 miljoen). • Lagere onttrekking voor het project Gaasperdammertunnel omdat er nog geen overeenstemming is met het Rijk over de overdracht van het terrein (€ 26 miljoen). • Hogere onttrekking voor overige projecten en apparaatslasten die uit de reserve worden gedekt € 2,5 miljoen, als gevolg van bijstellingen van projectuitgaven en benodigde capaciteit.
Toevoegingen aan reserves De totale toevoeging aan de reserves van het Vereveningsfonds daalt met € 26,9 miljoen in 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere toevoeging door minder winstnemingen (€ 35,0 miljoen). • Hogere toevoeging door erfpachtinkomsten (€ 10,1 miljoen). • Lagere toevoeging voor de indexatie van de reserves en voorzieningen die onderdeel uitmaken van het Vereveningsfonds (€ 2,0 miljoen).
25
H 2.1.3
2.1.3
Erfpacht
Programmaonderdeel 1.3 Erfpacht (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag 2023
Begroting Saldo effecten 2024 voorjaarsnota
Saldo na voorjaars nota
De financiële toelichtingen bij de tabellen in dit programma richten zich vanuit de verplichte verantwoordingseisen vooral op de afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting en minder op de omvang van de bedragen. Om die reden geven we hier eerst inzicht in.
Baten
263,4
246,5
-10,9
235,5
Lasten
50,5
55,4
-0,4
55,0
Saldo Baten en Lasten
212,9
191,1
-10,5
180,6
Onttrekking
337,7
50,7
52,4
103,1
Toevoeging
240,6
124,9
51,2
176,2
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
97,1
-74,2
1,2
-73,0
In 2024 verwachten we € 157,3 miljoen aan canon- en overige opbrengsten en € 209,2 miljoen aan afkoopsommen. Van de afkoopsommen wordt € 115 miljoen afgedragen aan grondexploitaties, € 16 miljoen aan het Vereveningsfonds en wordt € 78,2 miljoen verrekend met de erfpachtreserves. In 2024 verwachten € 55,0 miljoen aan lasten, waarvan beheer erfpachtstelsel inclusief de overstapregeling (€ 30,0 miljoen), rentelasten (€ 21,2 miljoen) en het project NISE (€ 3,7 miljoen)
Totaal Programmaonderdeel 1.3 Erfpacht
310,0
116,9
-9,3
107,5
Baten
Financiële toelichting Bij dit programmaonderdeel geven we voor de toelichting op afwijkingen ten opzichte van de begroting 2024 eerst een uitleg over de methodiek. Ook in dit programmaonderdeel worden veel kosten en opbrengsten met de balans verrekend. Zo worden de ontvangen afkoopsommen uit het voortdurend stelsel toegevoegd aan de reserve Afkoopsommen. De ontvangen afkoopsommen uit de overstap naar het eeuwigdurende stelsel worden toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgronden. Het erfpachtresultaat bestaat uit de canonopbrengsten, overige opbrengsten, beheer erfpachtstelsel, rentelasten en het project NISE. Het resultaat komt ten goede aan de algemene middelen.
Voorjaarsnota 2024
De totale baten in dit programmaonderdeel dalen met € 10,9 miljoen in 2024. Dit komt doordat minder grond wordt uitgeven door verslechterde marktomstandigheden. Dit leidt tot: • Lagere baten doordat we minder canonopbrengsten ontvangen (€ 8,9 miljoen). • Lagere baten doordat we minder afkoopsommen ontvangen (€ 2,0 miljoen).
Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel dalen met € 0,4 miljoen in 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere lasten doordat lasten voor het project NISE doorschuiven naar 2026 (€ 0,7 miljoen). • Lagere lasten voor het beheer van het erfpachtstelsel doordat de kosten van de overstapregeling in 2024 afnemen door afname van beheer- en onderhoudskosten van het overstapportaal en erfpachtsystemen (€ 0,9 miljoen) • Hogere lasten voor het versterken van handhavingscapaciteit op erfpachtcontracten met middeldure huur € 0,4 miljoen. Op advies van de Rekenkamer Amsterdam versterken wij het toezicht op de naleving van de huurafspraken. • Hogere lasten voor het uitvoeren van correctie op de eerder toegepaste canonindexering voor erfpachtrechten (Algemene Bepalingen 2000) waarvan de bebouwing wordt verhuurd (€ 0,4 miljoen) 26
H 2.1.3
• Overige hogere lasten van € 0,4 miljoen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen
Reserves Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking met € 52,4 miljoen in 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere onttrekking aan de reserve Afkoopsommen doordat voornamelijk meer eeuwigdurend wordt afgekocht (€ 53,3 miljoen). Dit komt omdat er meer wordt overgestapt, zie ook toevoegingen reserve Financiering erfpachtgrond. • Lagere onttrekking aan de reserve Financiering erfpachtgrond doordat we in 2024 minder kosten maken voor de overstapregeling (€ 0,9 miljoen).
Toevoegingen aan reserves Hogere toevoeging met € 51,2 miljoen in 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere toevoeging aan de reserve Financiering erfpachtgrond doordat we meer afkoopsommen ontvangen uit de overstap (€ 45,1 miljoen). • Hogere toevoeging aan de reserve Afkoopsommen doordat we meer afkoopsommen ontvangen in het voortdurend stelsel (€ 6,2 miljoen). .