CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Syntheserapport BOGO 9 april 2024.pdf

RAAD 18 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Het uiten van wensen en bedenkingen over het (voorgenomen) hoofdlijnenbesluit over de herijking van de governance van stichting Waternet (VN2024-007874)17.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Datum 3 april 2024

Syntheserapport Governance Waternet

Versie BOGO 9 april 2024

Classificatie: Openbaar

Inhoud Inhoud

3

Samenvatting en conclusies

5

1 1.1 1.2

Inleiding Aanleiding Leeswijzer

13 13 14

2 2.1 2.2 2.3

Afwegingskader Varianten voor afweging Beschrijving afwegingskader Toepassing afwegingskader

15 15 15 16

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3

Variant Vernieuwde Stichting Kenmerken Afwegingskader Randvoorwaarden Uitgangspunten Toetsingscriteria Veranderconsequenties Risico’s en mitigerende maatregelen

18 18 19 19 20 20 22 23

4 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3

Variant Stichting B Kenmerken Afwegingskader Randvoorwaarden Uitgangspunten Toetsingscriteria Veranderconsequenties Risico’s en mitigerende maatregelen

26 26 27 27 28 29 30 31

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.3

Variant Ontvlechting Kenmerken Afwegingskader Randvoorwaarden Uitgangspunten Toetsingscriteria Veranderconsequenties Risico’s en mitigerende maatregelen

33 33 35 35 35 36 37 38

6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.3

Stichtingen met afsplitsing van de drinkwatertaak Kenmerken Afwegingskader Randvoorwaarden Uitgangspunten Toetsingscriteria Veranderconsequenties Risico’s en mitigerende maatregelen

40 40 42 42 43 43 44 45

Classificatie: Openbaar

Bijlagen

46

Bijlage 1: Tabel samenvatting varianten (separaat) Bijlage 2: Totstandkoming Waternet Bijlage 3: Doel en voortgang herijking en evaluatie Bijlage 4: Aanvullende bouwstenen bestuurlijke afweging

Classificatie: Openbaar

Samenvatting en conclusies Inleiding • Aanleiding evaluatie en herijking 2021 Verschillende wensen en eisen opdrachtgevers ten aanzien van aansturing en inrichting watertaken maatschappelijke ontwikkelingen en gewijzigde opvattingen over openbaar bestuur Toename behoefte eigen identiteit waterschap AGV, mede door toetreding politieke partijen in waterschapsbesturen Opeenvolgende fouten in de taakuitvoering, onder andere op gebied van ICT • Leidde tot een bestuursopdracht zomer 2021, vervolgens uitwerking en verschillende bestuurlijke besluiten over mogelijke organisatiemodellen (varianten) • In januari 2023 een gezamenlijk voorlopig bestuurlijk besluit tot uitwerking variant vernieuwde stichting • In de uitwerking ontstonden vragen en zorgen over (eerder gesignaleerde) risico’s ten aanzien van de uitvoerbaarheid • Daarom pas op de plaats, door beide bestuurlijke opdrachtgevers zijn aanvullende vragen gesteld, bedoeld om op basis van een overeengekomen afwegingskader vier varianten tegen elkaar te kunnen afwegen: Vernieuwde stichting Stichting B Ontvlechting Stichting zonder drinkwatertaak. • Alle vragen zijn beantwoord en benut voor het zo evenwichtig en feitelijk mogelijk beschrijven van de vier varianten in dit rapport.

Doel rapportage • De bestuurlijke opdrachtgevers in staat stellen een oordeel te vellen over de wenselijkheid of onwenselijkheid van elk van de varianten: voor welke wensen of problemen is een variant geen, enigszins of wel oplossing? • Afwegingskader daarvoor het vertrekpunt (randvoorwaarden, uitgangspunten, toetsingscriteria en risico’s), per variant aangeven of het meer of minder aansluit bij de verschillende aspecten. • Rapportage opgesteld door het kernteam Governance, in opdracht van bestuurlijke opdrachtgevers. Ambtelijk opdrachtnemer is de algemeen directeur van Waternet. Het kernteam bestaande uit ambtelijke vertegenwoordigers vanuit AGV, Amsterdam en Waternet, bereidt agenda’s en stukken voor het OGO en BOGO voor. • In dit rapport geen ambtelijk oordeel over beste variant, wel een aantal conclusies. Huidige situatie als startpunt • Herijking aansturing van de watertaken staat voorop, vanuit wens tot samenwerking, behoud van synergie en oplossen of reduceren van complexiteit. • Huidige samenwerking levert synergie- en schaalvoordelen op leidt tegelijkertijd tot complexiteit. Dit wordt breed in de organisatie herkend en onderkend. • Onderscheid maken tussen inherente complexiteit (waaronder extra coördinatielast, omgaan met verschillende kaders) en complexiteit in de bedrijfsvoering en inrichting huidige organisatie (operationele complexiteit).

• In de afweging per variant aangegeven welk type complexiteit wordt beperkt of opgelost en welke complexiteit je hebt te accepteren vanuit de behoefte tot samenwerking. • Vooruitlopend op het besluit over de meest gewenste variant is een aantal maatregelen getroffen. Deze hebben onder andere betrekking op de voorbereidingen tot oprichting van een afdeling Water binnen de gemeente Amsterdam, de oprichting van een Bestuursdienst voor AGV (reeds gestart binnen

5/54

Classificatie: Openbaar

de huidige Stichting) en de ontwikkeling van een strategische samenwerkingsagenda. Generieke aspecten Een aantal constateringen geldt voor alle varianten: • Voor elke variant geldt dat de intrinsieke motivatie om samen te werken voorwaarde is voor het welslagen daarvan. • Voor elke variant geldt dat voorwaardelijk is dat alle leden van het stichtingsbestuur gecommitteerd zijn aan het belang van de stichting. Deze is bovengeschikt aan het individueel belang van de afzonderlijke opdrachtgevers. • Voor elke variant geldt dat deze alleen succesvol is als bestuurlijk overeengekomen afspraken en spelregels worden nagekomen om escalaties te voorkomen. In geen enkele variant is in principe een algemeen directeur voorzien als primus inter pares. • Een belangrijke voorwaarde voor elke variant is een verdere professionalisering van het opdrachtgeverschap. • Elke variant vraagt kleinere of grotere aanpassingen in de aansturing en inrichting van de watertaken en daarmee in de werkwijze van bestuur en organisatie. Zowel het bestuur als de Waternetorganisatie zal hier hoe dan ook op een goede manier in begeleid moeten worden. Het verschilt per variant in hoeverre dit een beroep doet op de veranderbereidheid en het verandervermogen van de organisatie.

• Inherente complexiteit (extra coördinatielast, werken vanuit verschillende kaders) in geval van samenwerking in eenzelfde stichting is altijd aan de orde en wordt in geen van de varianten volledig opgelost. Tussen de verschillende varianten is er wel verschil in de mate van het in stand houden of reduceren van complexiteit. • Alleen voor de variant ontvlechting is tot aan plateau 1 (de eerste fase van ontvlechting met oprichting van een zelfstandige AGV organisatie) de financiële impact ingeschat. Wat een overgang naar een ander organisatiemodel daadwerkelijk kost (frictiekosten en structurele kosten), zal voor elke variant nader uitgewerkt moeten worden. • Ongeacht welke variant, zijn verbeteringen in de bedrijfsvoering nodig voor het efficiënt uitvoeren van de watertaken en het verzilveren van de potentie die samenwerking heeft. Integrale procesarchitectuur is daar een belangrijke voorwaarde voor. Dat reduceert de operationele complexiteit maar zal deze nooit helemaal wegnemen. Er zitten wel verschillen in de mate waarin een variant de verbeteringen in de bedrijfsvoering faciliteert of katalyseert. • Ook ongeacht het organisatiemodel, is aandacht voor cultuur en leiderschap essentieel. In de afgelopen jaren is hier aandacht voor geweest, maar dit heeft nog niet geleid tot het gewenste effect.

Er zijn terugkerende thema’s (resultaatgerichtheid, erkenning en waardering, integriteit, samenwerking en leiderschap in tijden verandering) die moeten worden aangepakt. Bij de keuze van een variant is dit een onlosmakelijk onderdeel van de uitwerking en implementatie. • Bestaande synergievoordelen, waaronder ook schaalvoordelen, zijn ook anders te organiseren door samenwerking aan te gaan met andere waterschappen, gemeenten of drinkwaterbedrijven. Uitzondering daarop is het zuiveringsbeheer. Daarin is de samenwerking op de watertaken van AGV en Amsterdam dermate intens dat het uit elkaar halen synergieverlies oplevert. Schaalvoordelen in ondersteunende processen zijn nu nog niet verzilverd. Aspecten per variant

Onderstaand wordt een beeld per variant van de kenmerken per variant geschetst. In bijlage 1 is dat voor vier varianten samengevat.

6/54

Classificatie: Openbaar

(1) Variant Vernieuwde stichting

* Bestuursdienst AGV maakt onderdeel uit van de stichting, maar werkt exclusief voor de AGVkolom

Samenvattende beschrijving (zie voor uitgebreide beschrijving hoofdstuk 3): Probleem dubbele petten deels opgelost door een stichtingsbestuur zonder bestuurders. De SD heeft een dubbele rol binnen de stichting. Stichtingsbestuur bestaat uit statutair directeuren per opdrachtgever, waaronder de secretaris directeur van AGV, en met aparte kolommen in de organisatie voor de uitvoering van de eigen taken. Directe sturing op eigen taken, gezamenlijke sturing op de gezamenlijke taken en ondersteunende taken voor zover in overeenstemming met collegiale verantwoordelijkheid/rechtspersonenrecht. Heldere scheiding bestuurlijke opdrachtgever en ambtelijke opdrachtnemer per kolom. Voldoet grotendeels aan de eisen van ILT en Rekenkamer Amsterdam Spanning met bedoeling van de WBTR, risico op escalatie is reëel, vergt juridische uitwerking van afspraken om zo goed mogelijk aan de bedoeling van de WBTR te kunnen voldoen. Beperkt mandaat van de Raad van Toezicht om in te grijpen als het belang van de Stichting ondergeschikt is aan een van de bestuurlijke opdrachtgevers. Behoud van de koepelvrijstelling niet mogelijk. Het verschil in sturingsparadigma wordt niet opgelost. Potentieel behoud van synergie, afhankelijk van tot waar de directe aansturing van de eigen kolom eindigt en de gezamenlijke aansturing begint.

Synergievoordelen grotendeels behouden, mits verdere professionalisering en uniformering en digitalisering primaire en ondersteunende processen. Mitigeren synergieverlies door het werken in aparte kolommen kan, door bewust te investeren in werken vanuit een gezamenlijke visie. Inherente complexiteit blijft bestaan: coördinatielast, verschil wensen uitvoeringsniveau, sturingsparadigma en werken met verschillende kaders Oplossen operationele complexiteit is urgent en vereist structurele aandacht en commitment. Het werken in kolommen geeft een prikkel aan verdere professionalisering van de ondersteunende processen en interne samenwerking op de assetmanagement processen (uit oogpunt van synergiebehoud). De variant biedt weinig mogelijkheden voor externe profilering van de identiteit van AGV als eigenstandige overheid. Het werken in kolommen biedt mogelijkheden

7/54

Classificatie: Openbaar

-

voor de interne zichtbaarheid en profilering. Maatregelen zijn denkbaar om (onafhankelijk van de variant) om de zichtbaarheid van het bestuur te vergroten. Veranderconsequenties ten opzicht van de huidige situatie beperkt, aanpassingen in samenwerkingsovereenkomst, mandaten en statuten. Wel rekening houden met het verandervermogen van de organisatie.

(2) Variant Stichting B

Samenvattende beschrijving (zie voor uitgebreide beschrijving hoofdstuk 4): van dubbele pet opgelost door benoeming van een onafhankelijk stichtingsbestuur, sturing door de bestuurlijke opdrachtgevers op eigen taken via DVO’s, waarbij in principe een indeling in aparte kolommen in de organisatie niet noodzakelijk is. Heldere scheiding bestuurlijke opdrachtgever en ambtelijke opdrachtnemer. Door eigen bestuursdienst AGV en geen zitting SD in het bestuur van Waternet, is sprake van sterke opdrachtgevende positie van AGV. Door sturen via DVO’s op eigen taken, oprichting afdeling Water, wordt de opdrachtgevende positie van Amsterdam versterkt. Beperkt mandaat van de Raad van Toezicht om in te grijpen als het belang van de Stichting ondergeschikt is aan een van de bestuurlijke opdrachtgevers. Voldoet aan de eisen van de Rekenkamer Amsterdam, kan voldoen aan de eisen van ILT door aanstelling aparte directeur drinkwater, behoud van de koepelvrijstelling niet mogelijk. Voldoet aan de WBTR, mits alle leden van het stichtingsbestuur zich committeren dat het belang van de stichting bovengeschikt is aan het individueel belang van de afzonderlijke opdrachtgevers. Synergievoordelen behouden, mits verdere professionalisering en uniformering en digitalisering primaire en ondersteunende processen.

Bewust gaan investeren in werken vanuit een gezamenlijke visie Inherente complexiteit blijft bestaan: coördinatielast, verschil wensen uitvoeringsniveau, sturingsparadigma en werken met verschillende kaders Oplossen operationele complexiteit is urgent en vereist structurele aandacht en commitment. Het werken met DVO’s geeft een prikkel aan verdere professionalisering van de ondersteunende processen en interne samenwerking op de assetmanagement processen (uit oogpunt van synergiebehoud).

8/54

Classificatie: Openbaar

-

-

De variant biedt weinig mogelijkheden voor externe profilering van de identiteit van AGV als eigenstandige overheid. Maatregelen zijn denkbaar om (onafhankelijk van het governance model) om de zichtbaarheid van het bestuur te vergroten. Beperkte veranderconsequenties: weinig impact op personeel en operatie, werkgeverschap en verwachte frictiekosten. Wel aanpassingen in samenwerkingsovereenkomst, mandaten en statuten. Wel rekening houden met het verandervermogen van de organisatie.

(3) Ontvlechting (tot en met plateau 1, gedeeltelijke ontvlechting)

Samenvattende beschrijving (zie voor uitgebreide beschrijving hoofdstuk 5): Dubbele petten probleem opgelost. Sturingsparadigma grotendeels niet meer van toepassing door scheiding watertaken in twee juridische entiteiten. Maakt directe sturing op de eigen taken mogelijk, gezamenlijke sturing op de gemeenschappelijke taken via DVO’s. De variant voldoet aan de eisen van ILT en Rekenkamer. Voldoet aan de WBTR. Koepelvrijstelling kan niet behouden worden. Verlies van de koepelvrijstelling heeft minder vergaande financiële consequenties dan bij de vernieuwde stichting of stichting B omdat de dienstverlening door Waternet aan AGV veel beperkter wordt in omvang. Inherente complexiteit door samenwerking in 1 organisatie wordt gereduceerd, de coördinatielast neemt af wat betreft de primaire taken, maar blijft op plateau 1 aanwezig voor ondersteunende taken. Ontvlechting heeft synergieverlies tot gevolg. Voor de meeste processen en taken geldt dat de bestaande synergie ook in een andere samenwerkingsvorm gerealiseerd kan worden, m.u.v. de samenwerking in de afvalwaterketen. Deze samenwerkingsvorm(en) moeten nog opgebouwd en geborgd worden.

9/54

Classificatie: Openbaar

-

-

-

-

-

Dwingt tot werken vanuit een gezamenlijke visie op samenwerking en bewuste samenwerking op onderdelen om synergieverlies te beperken of samenwerking te versterken Om de synergievoordelen in de onderlinge samenwerking te behouden, is het essentieel dat aandacht verdere professionalisering en uniformering en digitalisering primaire en ondersteunende processen. Reductie inherente complexiteit door minder coördinatielast watertaken plateau 1. Oplossen operationele complexiteit urgent en vereist structurele aandacht. Mogelijk grotere prikkel tot verandering door herinrichting primaire processen in nieuwe organisatie AGV en sturing met DVO’s voor de gemeenschappelijke taken en watertaken Amsterdam. AGV wordt zelfstandige organisatie, met positieve impact op zichtbaarheid en identiteit. Ontvlechting heeft de meeste veranderconsequenties in personele, financiële, juridische, fiscale en organisatorische zin. Het ontvlechten van de ondersteunende processen en de afvalwaterketen is moeilijker dan het ontvlechten van de primaire processen. Voor de variant ontvlechting heeft KPMG een inschatting gemaakt van benodigde extra FTE op plateau 1. Het gaat om 32 FTE (structurele kosten, exclusief eventuele optimalisaties).

(4) Variant Stichting met afsplitsing van de drinkwatertaak

S

T

I

C

H

T

I

N

G

Samenvattende beschrijving (zie voor uitgebreide beschrijving hoofdstuk 6): Het gaat hierbij niet om de inrichting van de NV Drinkwater zelf, maar om subvarianten van de Vernieuwde stichting en Stichting B. De basisopzet van de Vernieuwde Stichting en de Stichting B wijzigt hierdoor niet. Het merendeel van de bij de Vernieuwde Stichting en Stichting B genoemde punten geldt onverkort. In afwijking hierop geldt, bij ontvlechting van de drinkwatertaken: o Dat er voor de Stichting geen sprake meer is van een toezichtrelatie met ILT en geen sprake meer zal zijn van tekortkomingen op dit vlak o Dat de inherente en operationele complexiteit deels afneemt, maar voor de overige taken wel blijft bestaan. o De huidige synergievoordelen samenhangend met uitvoering van de drinkwatertaken zullen verdwijnen. Ook worden de opgaven minder divers en wordt de organisatie kleiner, waardoor schaalvoordelen afnemen. o De kans wordt vergroot om de btw-koepelvrijstelling te behouden. Behoud is echter niet zeker.

10/54

Classificatie: Openbaar

o

Er sprake is van zowel overgang naar een nieuwe stichtingsvorm als een gedeeltelijke ontvlechting. Dat maakt dit een keuze met vrijwel evenveel verandermoeite als de ontvlechtingsvariant.

Conclusies •

•

•

•

•

•

•

•

Voor elke variant geldt dat na besluitvorming nadere uitwerking van het ontwerp en het transitiepad noodzakelijk zijn om haalbaarheid te toetsen en tot daadwerkelijke implementatie over te gaan. In bijlage 1 is aangegeven in hoeverre met een bepaalde variant tegemoet wordt gekomen aan het afwegingskader. Voorop staat dat een gezamenlijke uitvoering van watertaken alleen succesvol is als er sprake is van een intrinsieke motivatie tot samenwerking en een gedeelde visie over de aansturing en inrichting van deze samenwerking. Alleen dan kunnen verschillen tussen beide opdrachtgevers op het gebied van sturing, wettelijke kaders, gewenst niveau van uitvoering, identiteit en zichtbaarheid worden overbrugd. De inherente complexiteit van samenwerking vanuit verschillende sturingsparadigma's is niet of lastig te mitigeren in de keuze voor een stichtingsvorm. Stichting B verkleint het verschil in sturingsparadigma. Bewustzijn en goede werkafspraken hierover zijn belangrijk. Uniform en data-gedreven werken en het onder architectuur inrichten van systemen voor alle processen (besturende, primaire en ondersteunende processen) zijn belangrijke voorwaarden voor het efficiënt uitvoeren van taken voor beide opdrachtgevers, zowel binnen dezelfde stichting als in een ontvlechte situatie.

Een andere belangrijke voorwaarde voor samenwerking zijn gezamenlijke geformuleerde kaders en een helder onderscheid tussen bestuurlijke sturing op het wat (opdrachtgeverschap) en ambtelijke sturing op het hoe (opdrachtnemerschap). Dat loopt nu onbewust of onbedoeld regelmatig door elkaar of is niet helder afgebakend. Rolzuiverheid en rolvastheid zijn daarbij cruciaal, evenals structuren en processen waarmee opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap gefaciliteerd worden. Ongeacht het organisatiemodel waar uiteindelijk voor wordt gekozen, zijn verbeteringen in de bedrijfsvoering noodzakelijk voor het efficiënt uitvoeren van de watertaken en het verzilveren van de potentie die samenwerking heeft. Dat is tot nu toe op enige onderdelen onvoldoende het geval geweest. Dat geldt ook voor intensiveringen in de interne samenwerking in het kader van uniform en datagedreven assetmanagement. Investeren en intensiveren van verbetering in de bedrijfsvoering en assetmanagementprocessen duurt naar verwachting enkele jaren. Dit reduceert de complexiteit. Het realiseren van verandering binnen Waternet wordt bemoeilijkt door zowel het verandervermogen als de bereidheid tot verandering. Dit heeft onder andere te maken met de start van verschillende verander- en verbetertrajecten in de afgelopen jaren die niet zijn afgerond.

Tegelijkertijd is verandering noodzakelijk om aan de uitdagingen en problematiek binnen de organisatie tegemoet te komen. Voor elke variant geldt dat voldoende aandacht, capaciteit en begeleiding vrijgemaakt wordt om gewenste resultaten te realiseren. Er is weinig onderscheid in de mogelijkheden voor profilering eigen identiteit AGV in de vernieuwde stichting en stichting B.

11/54

Classificatie: Openbaar

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Evaluatie en herijking governance Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en de gemeente Amsterdam hebben hun samenwerking op de uitvoering van hun watertaken op dit moment georganiseerd via de Stichting Waternet. Waternet voert in opdracht van de gemeente verschillende watertaken uit: de riool- en grondwatertaken, de drinkwatertaken en de binnenwaterbeheertaken (baggeren, druifvuilvissen, en brug- en sluisbediening). Daarnaast is Waternet verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding en uitvoering van alle watertaken in opdracht van het waterschap: waterkwantiteitsbeheer (peil en keringen), waterveiligheid en waterkwaliteitsbeheer (inclusief afvalwaterzuivering). Alle medewerkers die werken aan de genoemde taken van zowel de gemeente Amsterdam als het waterschap AGV zijn ondergebracht in de Stichting Waternet. In 2021 is een traject gestart voor de evaluatie en herijking van de governance, met als doelstelling een betere sturing op de eigen taken door waterschap en gemeente. Niet alleen de bestuurlijke opdrachtgevers zagen aanleiding voor dit traject, ook de Rekenkamer Amsterdam en de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT) constateerden tekortkomingen in de aansturing.

Er zijn sindsdien analyses uitgevoerd, bouwstenen ontwikkeld, risico’s geïdentificeerd en varianten uitgewerkt van organisatiemodellen die beter aansluiten bij de wensen en eisen van de beide opdrachtgevers. Dat heeft nog niet geleid tot een definitief bestuurlijk besluit. Verzoek aanvullende informatie Om dat besluit te kunnen nemen, is geconstateerd dat aanvullende informatie nodig is om tot een zorgvuldige duurzame en gelijkwaardige afweging te kunnen komen. Daartoe hebben de Gemeenteraad van Amsterdam en het Algemeen bestuur van AGV eind 2023 een aantal aanvullende vragen gesteld. Deze zijn vertaald naar een drietal stappen die elk bouwstenen heeft opgeleverd: 1.

Stap 1: onderzoek variant Ontvlechting De uitwerking van een variant ontvlechting, waarbij de taken van waterschap en gemeente juridisch van elkaar gescheiden worden. Dit onderdeel is extern uitbesteed en door bureau KPMG uitgevoerd. De bevindingen en adviezen zijn verwoord in een eindrapportage (zie bijlage).

2.

Stap 2: Huidige organisatie, inventarisatie synergievoordelen en complexiteit Inzicht in de organisatie van de samenwerking op de watertaken op dit moment (stap 2a) en de voor- en nadelen van bestuurlijke en ambtelijke samenwerking en synergie, wat relevant is voor elk organisatiemodel (stap 2b). Beide onderdelen zijn intern Waternet en het kernteam Governance 1 uitgewerkt en verwoord in eindrapportages (zie bijlagen).

3.

Stap 3: Beschrijving afwegingskader en varianten Een gelijkwaardige beschrijving van de varianten Vernieuwde stichting en Stichting

1

Het Kernteam governance bestaat uit vertegenwoordigers vanuit AGV, Amsterdam en Waternet, aangestuurd door Koen de Snoo (algemeen directeur en in deze ambtelijk opdrachtnemer) en Renze van Houten (directeur Strategie en Ontwikkeling en in deze voorzitter van het kernteam.

13/54

Classificatie: Openbaar

B met of zonder een aparte NV drinkwater en de variant Ontvlechting. Plus een beschrijving van het bestuurlijke afwegingskader als bouwsteen voor de bestuurlijke afweging van de varianten. Dit rapport is onder verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld door het kernteam Governance. Het bevat een beschrijving van elk van deze vier organisatiemodellen, aan de hand van het afwegingskader, vastgesteld door het BOGO op 21 maart 2024. Hiervoor is gebruik gemaakt van reeds bestaande informatie, verzameld in de afgelopen 2 jaar. En aanvullende informatie, verzameld in de afgelopen maanden. Het doel van dit rapport is om de bestuurlijke opdrachtgevers alle benodigde informatie aan te reiken die van belang is voor het maken van een bestuurlijke afweging en keuze voor het best passende organisatiemodel. 1.2

Leeswijzer Dit syntheserapport kent de volgende opbouw: • Hoofdstuk 2 beschrijft het afwegingskader zoals dat is vastgesteld door het BOGO. Dit vormt het vertrekpunt voor een zo feitelijk mogelijke beschrijving van elke variant. • Achtereenvolgens worden in de hoofdstukken 3 tot en met 6 de verschillende varianten beschreven aan de hand van het afwegingskader. o Ieder hoofdstuk heeft dezelfde opbouw: o Visualisatie van de governance variant o Bondige beschrijving van de kenmerken van de governance variant o Ingevuld afwegingskader o Risico’s en mitigerende maatregelen • Meer achtergrondinformatie is opgenomen in de bijlagen: o In bijlage 1 is een tabel met overzicht afwegingscriteria en varianten. o In bijlage 1 wordt uitgebreider ingegaan op de totstandkoming van de huidige Stichting Waternet. o In bijlage 2 is verwoord wat sinds de bestuursopdracht in de zomer van 2021 is gebeurd met betrekking tot de herijking en evaluatie van de governance. o Tot slot is in bijlage 3 aangegeven welke recente bouwstenen hebben bijgedragen aan de inhoud van dit document.

14/54

Classificatie: Openbaar

2

Afwegingskader

2.1

Varianten voor afweging Bestuurlijk is overeengekomen (BOGO Governance Waternet 24 januari 2024) dat het om de afweging gaat tussen de volgende organisatiemodellen voor samenwerking: Vernieuwde Stichting Stichting B Ontvlechting Stichting zonder drinkwatertaak c.q. separate drinkwater NV Voor de Vernieuwde stichting, Stichting B en op termijn voor de ontvlechtingsvariant is er ook een sub variant met een separate NV Drinkwater denkbaar. In opdracht van de gemeente Amsterdam is het eerder in gang gezette onderzoek naar een separate NV Drinkwater in relatie tot de Vernieuwde Stichting afgerond. Dit onderzoek wordt bij de afweging van de diverse varianten betrokken. De opdracht voor de onderzoeksfase NV Drinkwater was om de Drinkwater NV beperkt in omvang te houden en de uitvoering van de drinkwatertaken voort te zetten binnen de organisatie van stichting Waternet voor behoud van synergievoordelen en behoud van de btw-koepelvrijstelling.

2.2

Beschrijving afwegingskader Het geactualiseerde en aangevulde afwegingskader, gebaseerd op de Notitie randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria2 (BOGO Governance Waternet 21 maart 2024) wordt gebruikt om de varianten op gelijkwaardige en reproduceerbare wijze te wegen. In deze rapportage worden de onderwerpen uit het afwegingskader ook gebruikt voor de beschrijving van de varianten, om de weging door de bestuurlijk opdrachtgevers te faciliteren. Het afwegingskader bestaat uit randvoorwaarden, uitgangspunten, toetsingscriteria en veranderconsequenties. In Tabel 1 is het afwegingskader toegelicht. Tabel 1 Afwegingskader

Randvoorwaarden: de eisen waaraan moet worden voldaan om tot een acceptabele governance variant te komen. Ze vormen een dwingend kader waarbinnen de keuze voor een variant kan worden gemaakt. Opheffen geconstateerde De governance variant adresseert de constateringen en tekortkomingen aanbevelingen van de Rekenkamer en de gemeentelijke verkenning, alsmede de eisen die ILT stelt aan (de versterking van) de governance van Waternet Voldoet de variant aan wet- en regelgeving?

Voor Amsterdam geldt specifiek de Drinkwaterwet en het beleidskader Nota verbonden partijen 2021. Voor AGV geldt de Waterschapswet. De variant moet ook voldoen aan de WBTR en aan het Aanbestedingsrecht.

Uitgangspunten: datgene wat als de basis of als vertrekpunt wordt gezien. Het biedt onder meer houvast bij de ontwikkeling van doelen, gedachten, ideeën, of keuzes. Vaak ingegeven door een wens of overtuiging. Gedurende het proces kán een uitgangspunt worden losgelaten, in tegenstelling tot een randvoorwaarde. Voor waterschap AGV is een uitgangspunt het versterken van de rol als eigenstandige overheid. Hierbij gaat het om een heldere positionering en een eenduidige identiteit van het waterschap AGV, en om het versterken van de zichtbaarheid en Bijlage behorend bij (de raadsinformatiebrief over) het Principebesluit t.b.v. de herijking governance stichting Waternet, B&W 3 november 2024 . 2

15/54

Classificatie: Openbaar

herkenbaarheid van het waterschap als bestuurslaag, die aanspreekbaar is en verantwoording aflegt aan haar inwoners over politieke keuzes en de uitvoering daarvan. Voor de gemeente Amsterdam is een uitgangspunt: Versterken van de (beleidsbepalende en opdracht gevende) rol van de gemeente op de Amsterdamse watertaken Toetsingscriteria: een kenmerk, waarde of maatstaf op grond waarvan beoordeling van of beslissing over een governance variant plaatsvindt. Het vormt een soort beoordelingsruimte om tot een besluit te komen. (Be)sturing, zeggenschap In welke mate draagt de variant bij aan een sterke en verantwoording (be)sturing op de watertaken, een krachtige zeggenschap van de deelnemers en verantwoording aan de deelnemers? Doelmatigheid en doeltreffendheid

In welke mate draagt de variant bij aan een doelmatige (efficiënte) en doeltreffende (affectieve) uitvoering van de diverse watertaken, doordat een bepaalde robuustheid, integraliteit en kwaliteit in de organisatie kan worden geborgd? Hierbij worden zowel financiële als kwalitatieve aspecten meegenomen

Toekomstbestendigheid

In welke mate heeft de variant adaptief vermogen waarbij deze rekening houdt met mogelijke nieuwe taken en of partners en waarbij duurzaamheidsdoelen worden bevorderd.

Fiscaal-juridisch

In welke mate draagt de variant bij aan de fiscaal (BTW/ Vpb) aantrekkelijke/ juridisch geaccepteerde organisatievorm, met het oog op de daarin ondergebrachte taken?

Veranderconsequenties: De keuze voor een andere governance variant, leidt tot een veranderimpact. Per variant moet de impact op de beschreven onderwerpen in beeld zijn primaire processen Wat is de impact van de overgang op de operatie? Dit wordt beschouwd op korte, middellange en lange termijn.

2.3

personele gevolgen & werkgeverschap

Wat zijn de consequenties voor de positie op de arbeidsmarkt en voor medewerkers van de variant?

frictiekosten

Incidentele kosten

verandermoeite

Benodigde veranderingen voor juridische structuur, organisatievorm, werkgeverschap, processen en systemen

Toepassing afwegingskader Het afwegingskader is in eerste instantie gemaakt voor de weging van de governance varianten door de bestuurlijk opdrachtgevers. De toepassing van een afwegingskader maakt dat de weging zoveel mogelijk op vergelijkbare wijze wordt uitgevoerd. Uiteraard spelen voor beide opdrachtgevers de specifieke bestuurlijke belangen ook een rol in de weging van de varianten. In deze rapportage is het afwegingskader gebruikt om de beschrijving per variant te structureren. Voor iedere variant zijn alle aspecten van het afwegingskader gevuld. Dit is zoveel mogelijk op een objectieve wijze gedaan. In deze rapportage is geen weging van

16/54

Classificatie: Openbaar

de varianten opgenomen, maar een beschrijving aan de hand van het afwegingskader die de opdrachtgevers kunnen gebruiken als basis voor de weging van de varianten.

17/54

Classificatie: Openbaar

3

Variant Vernieuwde Stichting

*Bestuursdienst AGV maakt onderdeel uit van de stichting, maar werkt exclusief voor de AGVkolom

3.1

Kenmerken In het model van de Vernieuwde Stichting blijft de samenwerking tussen AGV en Amsterdam behouden met de stichting Waternet als uitvoerende organisatie voor de watertaken. De belangrijkste kenmerken van de Vernieuwde Stichting zijn: -

-

-

-

-

De primaire aansturing van de Waternet organisatie vindt plaats door de statutaire directeuren. Gezamenlijk vormen zij als de statutaire directie het stichtingsbestuur. Voor elke taak wordt een statutaire directeur benoemt: de AGV-taken, Amsterdamse watertaken en de drinkwatertaak. Binnen de stichting Waternet worden drie kolommen ingericht, die worden aangestuurd door de statutair directeuren. De AGV-kolom wordt aangestuurd door de secretaris-directeur (SD) van het waterschap. De Amsterdamse kolommen worden aangestuurd door onafhankelijke directeuren die met een opdrachtrelatie worden aangestuurd door de gemeente. De SD stuurt ook de bestuursdienst AGV aan, die als ambtelijk opdrachtgever functioneert. De bestuursdienst maakt onderdeel uit van de stichting. De bestuurlijk opdrachtgevers zijn eindverantwoordelijk voor beleidsbepaling, opdrachtgeverschap en sturing op de uitvoering van watertaken. De RvT ziet hierop toe. Om het evenwicht in de statutaire directie te bewaken, kan er een onafhankelijk toezicht ingesteld worden in de vorm van een Raad van Toezicht (RvT). De toezichthouders worden aangesteld door de bestuurlijk opdrachtgevers. De toezichthouder heeft geen werkgeversbelang richting de statutaire directie.

Wel houdt de toezichthouder toezicht op inzet door Waternet op de verschillende taken en de bedrijfsmatige inzet op basis van de overeengekomen opdrachten en jaarplannen (verdeling van schaarste). Hierover brengt de toezichthouder advies uit aan de statutaire directie en de ambtelijk en bestuurlijke opdrachtgevers. De

18/54

Classificatie: Openbaar

-

installatie van een toezichthouder ontslaat de statutaire directeuren niet van de verplichting haar bestuurlijke opdrachtgever tijdig te infomeren over bedrijfsmatige aangelegenheden. De stichting Waternet heeft voor sturing op de uitvoering van de gemeenschappelijke, ondersteunende taken een directieteam (voor, niet uitputtend: financiën, dienstverlening en bedrijfsvoering, informatievoorziening en informatietechnologie)

3.2

Afwegingskader

3.2.1

Randvoorwaarden Opheffen geconstateerde tekortkomingen: De variant adresseert de constateringen en aanbevelingen van de Rekenkamer en de gemeentelijke verkenning, alsmede de eisen die ILT stelt aan (de versterking van) de governance van Waternet Doordat er rechtstreekse opdrachten van de besturen aan uitvoerende kolommen worden gegeven, kan een volledige en tijdige verantwoording en signalering vanuit directie en stichtingsbestuur aan de bestuurlijk opdrachtgevers plaatsvinden. Er is daarmee geen sprake meer van ‘flinterdunne’ invulling van de taken van het stichtingsbestuur. Voldoet de variant aan wet- en regelgeving? Drinkwaterwet

Beleidskader Nota verbonden partijen 2021

Waterschapswet WBTR

De positionering van een directeur Drinkwater in het statutair bestuur Waternet is mogelijk vereist vanuit de Drinkwaterwet. Hiermee verkrijgt ILT een duidelijk aanspeekpunt. Bovendien dient conform de Drinkwaterwet Amsterdam de volledige zeggenschap te houden over het drinkwaterbedrijf binnen de stichting. Voldoet niet vanzelfsprekend aan beleidskader verbonden partijen, vanwege a-typische en complexe governance inrichting. Deze inrichting vergt juridische uitwerking van afspraken. Dubbele petten problematiek blijft bestaan. Er zijn geen belemmeringen m.b.t. de Waterschapswet Variant voldoet niet vanzelfsprekend aan de WBTR. De Vernieuwde Stichting kan WBTR-proof worden ingericht naar de letter van de wet. Of de variant ook in praktijk werkbaar blijft conform WBTR is niet zeker, dit hangt in belangrijke mate af van de persoonlijke invulling door alle betrokkenen bij deze governance inrichting. Aandachtspunten: De doelomschrijving van de stichting Waternet loopt zoveel mogelijk gelijk met belangen AGV en Amsterdam.

Omdat het benoemen van ‘eigen’ bestuurders door AGV/A’dam en met name positionering SD in het bestuur en een eigen bestuursdienst binnen de stichting kan botsen met de WBTR, moeten afspraken worden vastgelegd over bijvoorbeeld allocatie van werknemers en middelen, rapportageverplichtingen, doelstellingen, concrete targets, KPI’s, tegenstrijdige belangen en escalatie. Daarvoor geldt geen vormvoorschrift en vanuit WBTR / stichtingsrecht is niet noodzakelijk dat AGV

19/54

Classificatie: Openbaar

-

-

-

Aanbestedingswet

3.2.2

en Amsterdam op gelijke wijze invulling geven hieraan. Statutair bestuurders dienen i.v.m. de collectieve aansprakelijkheid voor de gehele stichting zicht te hebben op de gang van zaken op de aan de andere bestuurders toegedeelde deelgebieden. Mate van directe sturing door besturen AGV en Amsterdam is beperkt en bestuurders van de stichting dienen zich te richten naar belang stichting. Dit vergt bewustzijn en zorgvuldigheid bij AGV/ A’dam en stichtingsbestuurders. Autonomie voor de statutair bestuurders op de eigen taken kan vergroot worden door versterkt stemrecht voor besluitvorming m.b.t. de eigen taken.

De vernieuwde stichting kan voldoen aan de quasiinbestedingsvrijstelling mits de bestuursleden van de stichting als vertegenwoordigers van AGV en Amsterdam kunnen worden aangemerkt. Daarnaast lijkt een door AGV en Amsterdam aan Waternet te verlenen alleenrecht ook mogelijk.

Uitgangspunten Voor waterschap AGV is een uitgangspunt het versterken van de rol als eigenstandige overheid. Hierbij gaat het om een heldere positionering en een eenduidige identiteit van het waterschap AGV, en om het versterken van de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het waterschap als bestuurslaag, die aanspreekbaar is en verantwoording aflegt aan haar inwoners over politieke keuzes en de uitvoering daarvan. De inrichting van de stichting in kolommen die rechtstreeks worden aangestuurd door de statutair directeuren, stelt AGV enigszins in de gelegenheid om als eigenstandige overheid op te treden en daarmee de zichtbaarheid en herkenbaarheid te vergroten van het waterschap als bestuurslaag. Voor de gemeente Amsterdam is een uitgangspunt: Versterken van de (beleidsbepalende en opdrachtgevende) rol van de gemeente op de Amsterdamse watertaken De inrichting van de stichting in kolommen met rechtstreekse aansturing door de statutair directeuren ‘Amsterdamse Watertaken’ en ‘Drinkwater’, stelt Amsterdam in de gelegenheid om haar rol als opdrachtgever te versterken. De beleidsbepalende rol ligt in dit model bij de bestuurlijk opdrachtgevers.

3.2.3

Toetsingscriteria

1

(Be)sturing, zeggenschap en verantwoording: In welke mate draagt de variant bij aan een sterke (be)sturing op de watertaken, een krachtige zeggenschap van de deelnemers en verantwoording aan de deelnemers? De statutair directeuren sturen ieder rechtstreeks de eigen kolom aan. Er is dus voor beide opdrachtgevers sprake van eigenstandige sturing op de watertaken. Dit zorgt voor een verduidelijking op rollen en verantwoordelijkheden.

20/54

Classificatie: Openbaar

-

-

-

Door eigen taken meer in kolommen te organiseren is minder sturings- en stijlflexibiliteit vereist van leidinggevenden en medewerkers in vergelijking tot de huidige situatie. Het primaat van de beleidsbepaling, opdrachtgeverschap en sturing op de uitvoering van taken, en het ter verantwoording roepen van statutair bestuur, c.q. betrokken statutair bestuurder in dat kader, inclusief de democratische controle en legitimering blijft volledig bij de bestuurlijk opdrachtgevers. Het invullen van de samenwerking met een gebalanceerde inzet van capaciteit en middelen vanuit de opdrachtgevers door de stichting, dient te worden bewaakt door onafhankelijk toezicht omdat zowel de aansturing van Amsterdam als AGV afwijkt van reguliere aansturing.

Een inherente complexiteit die verbonden is aan de samenwerking tussen de bestuurlijk opdrachtgevers is het verschil in sturingsparadigma. Die complexiteit blijft met de variant Vernieuwde Stichting aanwezig. Een mitigerende maatregel kan zijn om binnen de schil van de stichting het samenwerkingsniveau verder af te pellen (ook in de ondersteunende processen) en de gezamenlijkheid tot het meest minimale te beperken. In paragraaf 4.3 is het risico en de mitigerende maatregelen nader uitgewerkt. Een ander risico schuilt in de organisatie van de topstructuur: de drie statutair directeuren zonder primus inter pares binnen de context met gesignaleerde inherente en operationele complexiteit. Risico is dat de loyaliteit van de statutair directeuren bij de opdrachtgevers ligt en niet primair bij de stichting. Dit risico lijkt versterkt aanwezig, door de benoeming van de SD van AGV in het Stichtingsbestuur. Vraag is hoe/wie het overkoepelende belang van de stichting behartigt en hoe om te gaan met bestuurlijke escalatie die naar verwachting regelmatig nodig is? Het aanstellen van een algemeen (of extra) directeur, die als primaire taak heeft om de samenwerking voor beide opdrachtgevers tot waarde te maken, samenwerking in de watercyclus te bevorderen en toe te zien op de verdeling van middelen naar de opdrachtgevers, kan hiervoor een oplossing zijn. 2

Doelmatigheid en doeltreffendheid: In welke mate draagt de variant bij aan een doelmatige (efficiënte) en doeltreffende (effectieve) uitvoering van de diverse watertaken, doordat een bepaalde robuustheid, integraliteit en kwaliteit in de organisatie kan worden geborgd? Hierbij worden zowel financiële als kwalitatieve aspecten meegenomen. De organisatie in kolommen en de heldere sturingslijnen dragen bij aan een doelmatige uitvoering van de watertaken De drie kolommen blijven functioneren binnen één stichting. Hierdoor blijven de meeste synergievoordelen die benoemd zijn in de Synergienotitie behouden, maar treedt enig verlies aan synergie op, vanwege de indeling van de kolommen. De mate van synergieverlies is afhankelijk van de wijze van indeling. Hoe minder taken gezamenlijk georganiseerd, des te minder synergie en hoe meer deze vorm lijkt op ontvlechting. In de Synergienotitie is voor de primaire processen geconstateerd dat sprake is van synergie door de huidige samenwerking. Tevens is geconstateerd dat synergie mogelijk ook in een andere samenwerkingsvorm te behalen is (indien fysieke nabijheid gewaarborgd wordt en openlijk delen van informatie de norm is).

Voorwaarde voor versterking van synergievoordelen is behoud en verdere ontwikkeling van uniform assetmanagement Bij de inrichting van de drie kolommen zijn nog keuzes te maken over processen die onderverdeeld worden naar de kolommen en die onder gezamenlijke taken vallen. Hierbij kunnen de constateringen uit de Synergienotitie een leidraad zijn als de intentie is het synergieverlies te beperken.

21/54

Classificatie: Openbaar

In de Synergienotitie is geconstateerd dat op de processen voor programmeren van taken en uitvoeren van taken in projecten nauwelijks complexiteit is door samenwerking tussen beide opdrachtgevers en de synergie ‘nice to have’ is. Het opdelen van deze processen naar kolommen heeft tot gevolg dat minder kan worden geprofiteerd van de schaalgrootte indien medewerkers niet kolomoverstijgend kunnen werken. o Voor Zuiveringsbeheer is in de Synergienotitie geconstateerd dat sprake is van synergie als uniek gevolg van de huidige samenwerking. Het onderverdelen naar twee kolommen heeft synergieverlies tot gevolg indien medewerkers niet kolomoverstijgend kunnen werken en/of als fysieke afstand geschapen wordt en een einde wordt gemaakt aan openheid van informatiedeling. De inherente en operationele complexiteit blijft bestaan aangezien de ondersteunende processen een gezamenlijk onderdeel blijven. Er zijn geen (significante) structurele kosten te verwachten (dit is een verwachting, hier is geen onderzoek naar gedaan). o

-

3.2.4

3

Toekomstbestendigheid: In welke mate heeft de variant adaptief vermogen waarbij deze rekening houdt met mogelijke nieuwe taken en of partners en waarbij duurzaamheidsdoelen worden bevorderd? In principe is het uitvoeren van nieuwe taken in een stichtingsvorm mogelijk, als die passen binnen de doelomschrijving van de stichting. Ook kunnen in de samenwerkingsovereenkomst bepalingen opgenomen worden waarmee andere overheden tot deze samenwerkingsovereenkomst kunnen toetreden. In de statuten kan bepaald worden of nieuwe deelnemers bestuursleden kunnen benoemen.

4

Fiscaal-juridisch: In welke mate draagt de variant bij aan de fiscaal (BTW/ Vpb) aantrekkelijke/ juridisch geaccepteerde organisatievorm, met het oog op de daarin ondergebrachte taken? Zolang drinkwater of een andere btw-belaste activiteit onderdeel uitmaakt van de taken van Waternet, vervalt de koepelvrijstelling. Met het model vernieuwde stichting vervalt de koepelvrijstelling. Hiervoor is geen mitigerende maatregel binnen dit model, tenzij voor de sub variant met een losse drinkwater NV wordt gekozen (zie hoofdstuk 5).

Veranderconsequenties Primaire processen: Wat is de impact van de overgang op de operatie? Dit wordt beschouwd op korte, middellange en lange termijn. De verwachting is dat nauwelijks impact op de operatie plaatsvindt, mits de schaarste goed verdeeld wordt. Opgemerkt moet worden dat de geconstateerde knelpunten in de bedrijfsvoering van de huidige stichting (omgang met inherente en operationele complexiteit) ook bij een transitie naar de vernieuwde stichting, aangepakt moeten worden. Personele gevolgen & werkgeverschap: Wat zijn de verwachte consequenties voor de positie op de arbeidsmarkt en voor medewerkers van de variant? -

Personeel: De omzetting naar de vernieuwde stichting heeft tot gevolg dat personeel herverdeeld wordt over de kolommen. Hoe ingrijpend deze herverdeling is, is afhankelijk van nog te maken keuzes over de inrichting van deze governance variant.

22/54

Classificatie: Openbaar

De verwachting is dat de variant geen of zeer beperkte negatieve consequenties heeft voor de positie op de arbeidsmarkt van Waternet. Frictiekosten: Indicatie/beschrijving van de benodigde kosten voor overgang van de huidige situatie naar de variant. Er zijn, afgezien van een juridische omzetting, geen grote veranderingen in de organisatie nodig voor een transitie naar de Vernieuwde Stichting en daarmee zijn ook geen significante frictiekosten gemoeid. Ook voor de variant de Vernieuwde Stichting geldt dat geconstateerde veranderpunten in de bedrijfsvoering, doorgang moeten vinden. Dit is niet onderscheidend tussen de varianten. Verandermoeite: Benodigde veranderingen voor juridische structuur, organisatievorm, werkgeverschap, processen en systemen Juridisch: de juridische omzetting is een geringe opgave. Statuten en samenwerkingsovereenkomst moeten worden aangepast. De juridische grondslag voor de huidige stichting is een drietal samenwerkingsovereenkomsten tussen Amsterdam, AGV en Waternet. Deze samenwerkingsovereenkomsten moeten worden samengevoegd tot één overeenkomst en worden aangepast. De aanpassingen hebben betrekking op de governance zoals de wijze waarop Amsterdam en AGV sturing en invloed houden op de stichting, het vastleggen van de wijze van verantwoording en op de rolverdeling tussen bestuur en statutaire directie.

Daarnaast moet duidelijker vastgelegd worden wanneer Waternet op eigen naam kan handelen en wanneer het namens Amsterdam en AGV handelt.

3.3

Risico’s en mitigerende maatregelen Hoofdvraag is: Welke bestuurlijke afweging ligt voor t.a.v. de risico’s en de mitigerende maatregelen? Sturingsparadigma: De bestuurlijke nabijheid van het waterschapsbestuur enerzijds en de wens tot sturen via een opdrachtrelatie vanuit de wethouder anderzijds, is geduid als verschil in sturingsparadigma. Voorop staat de intrinsieke motivatie om samen te werken. Andere mitigerende maatregelen om de inherente en operationele complexiteit te beheersen zijn: In het bestuurs- en directiereglement vastleggen in hoeverre de statutair directeuren eigenstandig sturen op de eigen kolom en waar gezamenlijke sturing meerwaarde heeft. Daarbij vindt geen inmenging plaats in de sturing tussen de opdrachtgevers op de eigen taken. Wel blijft sprake van collegiaal bestuur en draagt het gehele stichtingsbestuur verantwoordelijkheid voor de taken van de gehele stichting. Vanuit gezamenlijke statutaire verantwoordelijkheid en de noodzaak van transparantie binnen het stichtingsbestuur, informeren de statutair directeuren elkaar actief op eigen taken en sturen gezamenlijk op de gezamenlijke taken. Voor de afweging welke taken zoveel mogelijk eigenstandig en welke taken zoveel mogelijk gezamenlijk worden aangestuurd kan de Synergienotitie benut worden.

In het bestuurs- en directiereglement wordt opgenomen hoe naar de opdrachtgevers wordt geschakeld als er afstemming op de gezamenlijke taken nodig is, bij afwijkingen op de opdracht/DVO op gezamenlijke taken. Daar komt de opdrachtgevende rol van de afdeling water bij Amsterdam in beeld, voor AGV

23/54

Classificatie: Openbaar

-

-

adviseert de bestuursdienst AGV het waterschapsbestuur over de opdracht van AGV. Het creëren van transparantie in bevoegdheden, instructies, escalatie, regeling tegenstrijdig belangen en verdeling van middelen voor AGV-taken en Amsterdamse taken door vastlegging hiervan in samenwerkingsovereenkomst, statuten, bestuursreglement en/of dvo’s Inrichten en monitoren van doelrealisatie (bedrijfsvoering) Standaardisatie (ondersteunende) processen, inrichten en werkend houden van model van rollen en verantwoordelijkheden, monitoren en bijsturen waar nodig. Ander model van de overheadverdeling (uren schrijven)

De Vernieuwde Stichting en de WBTR In paragraaf 3.2.1 is beargumenteerd dat de vernieuwde stichting aan de WBTR kan voldoen, mits de genoemde aandachtspunten in acht worden genomen. Naleving van deze aandachtspunten vergt discipline in de organisatie. Ook zijn mitigerende maatregelen in beeld, die het risico beheersbaar maken: -

-

-

-

Aan de statutair directeuren kan op basis van een taakverdeling in het bestuursreglement de feitelijke leiding worden toegekend over enerzijds de zogenaamde waterschapstaken en anderzijds de gemeentetaken respectievelijk de drinkwatertaken. In de statuten van de Stichting Waternet moet de doelomschrijving van de stichting zoveel mogelijk gelijk lopen met de belangen van AGV en Amsterdam. Het belang van Waternet en die van AGV en Amsterdam zullen elkaar niet volledig overlappen. Daar waar deze belangen niet parallel lopen, ontstaat het risico dat een statutair directeur het belang van de opdrachtgever laat prevaleren boven dat van de stichting. Dit risico is bij de Vernieuwde stichting meer aanwezig dan bij stichting B. Om eventuele problematiek rond belangenverstrengeling zoveel mogelijk het hoofd te bieden is het van belang dat de statutair directeuren zoveel mogelijk transparantie en zorgvuldigheid betrachten. Hiertoe zouden er duidelijke afspraken gemaakt moeten worden binnen het bestuurs- en directiereglement. In de praktijk behelzen dat soort afspraken vaak een meldplicht aan de overige bestuurders en de RvT om transparantie zoveel mogelijk te bevorderen. Voorts valt te denken aan een escalatiemechanisme.

De collectieve verantwoordelijkheid van de statutair directeuren leidt ertoe dat een directeur in voldoende mate in de gelegenheid moet zijn om kennis te nemen van de gang van zaken op de aan de andere directeuren toegedeelde deelgebieden. Zonder dat inzicht kan een statutair directeur zijn collectieve verantwoordelijkheid niet dragen en zal hij/zij onvoldoende in staat zijn eventuele mitigerende maatregelen te nemen, mochten die aan de orde zijn.

Topstructuur: Een gesignaleerd risico is dat de loyaliteit van de drie statutair directeuren bij de eigen besturen ligt en de stichting Waternet daaraan ondergeschikt raakt. Dit kan ook tot gevolg hebben dat bestuurlijke escalatie vaak optreedt. In hoeverre moet bestuurlijke escalatie vermeden worden? Er zijn mitigerende maatregelen in beeld die de kans op escalatie verkleinen en die het proces in geval van escalatie verduidelijken: -

Een mitigerende maatregel is om een algemeen directeur te benoemen, een primus inter pares, of een extra directeur, die als primaire taak heeft om de samenwerking voor beide opdrachtgevers tot waarde te maken, samenwerking in de watercyclus te bevorderen en toe te zien op de verdeling van middelen naar de opdrachtgevers.

24/54

Classificatie: Openbaar

-

In het bestuurs- en directiereglement kunnen duidelijke afspraken vastgelegd worden over transparantie (bv meldplicht, rapportageverplichtingen) en een escalatiemechanisme.

Synergie & complexiteit Door de inrichting in kolommen nemen de synergievoordelen enigszins af. De Synergienotitie heeft inzichtelijk gemaakt dat de synergievoordelen, die met name in de primaire processen aanwezig zijn in de huidige situatie, ook op een andere manier georganiseerd kunnen worden. Hierop zijn enkele uitzonderingen, processen waar de synergievoordelen een direct en uniek gevolg zijn van de samenwerking in de huidige vorm (bv Zuiveringsbeheer). De mate van behoud van synergie is afhankelijk van de wijze waarop verdere invulling wordt gegeven aan de variant. Hierbij biedt de Synergienotitie een handvat voor het maken van keuzes. Ook kunnen synergievoordelen expliciet gemaakt worden in de sturing door in de P&C-cycli indicatoren op te nemen voor synergie en synergievoordelen te borgen in de samenwerkingsovereenkomst en opdrachten per opdrachtgever. De gesignaleerde ‘operationele complexiteit’ (ofwel: complexiteit in de bedrijfsvoering) blijft bestaan. Dit komt met name doordat de ondersteunende processen als gezamenlijke taken worden uitgevoerd. Als mitigerende maatregel kan worden ingezet op het verder scheiden van de taken binnen de schil van de stichting (zogenoemde ‘lage rits’). Dan worden ook de ondersteunende taken onderverdeeld naar kolom. Nadeel van deze oplossing is dat synergieverlies optreedt.

Identiteitsontwikkeling en gedrag De indeling in kolommen en verticale sturing kan ertoe leiden dat meer in wij-zij gedacht wordt minder vanuit het collectief van de samenwerkingsorganisatie. -

-

Een narratief m.b.t. eigen identiteiten en de gezamenlijke identiteit van de stichting, leg deze vast in de samenwerkingsovereenkomst en neem op in effectsturing. Stuur op persoonlijk leiderschap: maak de waarden van Waternet expliciet (narratief), borg het handelen naar deze waarden door hier bijvoorbeeld regelmatig op terug te komen. De mate waarin dit effect optreedt kan actief worden beïnvloed door een wederzijdse erkenning van het belang en de kracht van de verschillende beeldmerken en identiteiten naast elkaar.

25/54

Classificatie: Openbaar

4

Variant Stichting B

4.1

Kenmerken De variant ‘Stichting B’ lijkt in veel opzichten op de huidige Stichting Waternet. Het belangrijkste verschil met de huidige stichting is dat het Stichtingsbestuur anders wordt ingevuld. Het bestuur van de stichting bestaat uit onafhankelijke (niet-politieke) leden die voldoen aan te bepalen functie-eisen die passen bij deze functie. Aansturing vanuit Amsterdam en AGV kan plaatsvinden via DVO's met mandaatrelatie en via bepalingen in statuten en reglementen. Belangrijke kenmerken van deze variant zijn: Een professioneel, onafhankelijk en inhoudelijk deskundige statutair bestuur te benoemen door de bestuurlijk opdrachtgevers, bestaande uit een x aantal directeuren, waarbij ook gewerkt kan worden met een algemeen directeur. In dit model zijn de ambtelijke/strategische bestuursadvisering van de gemeente Amsterdam (afdeling Water) en AGV (SD & bestuursdienst AGV) ondergebracht bij de ambtelijke organisaties van Amsterdam en AGV en geen onderdeel van de stichting Waternet. Het is aan beide besturen om de omvang te bepalen van de afdeling Water en de bestuursdienst AGV, waarbij enige vorm van symmetrie vanuit de bedrijfsvoering van Waternet wenselijk is. Sturing op de uitvoering van de watertaken verloopt primair via Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). De opdrachtgevers hebben hiermee zeggenschap en sturing op de watertaken binnen hun verantwoordelijkheid.

De directeuren geven op basis van een portefeuilleverdeling direct sturing op de eigen taken (AGV/Amsterdam/drinkwater) en gezamenlijke sturing op de gezamenlijke taken. Binnen de stichting worden de afdelingen per kolom/sector toebedeeld onder de sturing van deze directeuren (hoge knip/lage knip). Hiermee ontstaan MT’s per kolom/sector die op de eigen taken met de bestuurlijk opdrachtgevers overleggen over de DVO’s en voortgang daarop.

26/54

Classificatie: Openbaar

-

-

-

Het stichtingsbestuur benoemt vanuit haar statutaire bevoegdheid leden voor de Raad van Toezicht. De invulling van de toezichthoudende bevoegdheden van de Raad van Toezicht kan nader bepaald worden. In een Samenwerkingsovereenkomst tussen de opdrachtgevers en de stichting Waternet wordt vastgelegd hoe de samenwerking plaatsvindt. Hierin kunnen de samenwerkingsagenda en de strategische agenda verankerd worden. Er is een duidelijke scheiding tussen statutair bestuur en toezicht, taken en rollen (opdrachtnemer, opdrachtgever, eigenaar). Er is geen sprake van ‘dubbele petten’.

4.2

Afwegingskader

4.2.1

Randvoorwaarden Opheffen geconstateerde tekortkomingen: De variant adresseert de constateringen en aanbevelingen van de Rekenkamer en de gemeentelijke verkenning, alsmede de eisen die ILT stelt aan (de versterking van) de governance van Waternet Een belangrijke constatering van de Rekenkamer Metropool Amsterdam was dat het huidige stichtingsbestuur ‘flinterdun’ is en te veel leunt op de directie van Waternet. Het model Stichting B biedt hiervoor een robuuste oplossing in de vorm van een onafhankelijk bestuur, waardoor het eenvoudiger wordt heldere afspraken te maken over bijvoorbeeld de opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Ook het dubbele petten probleem wordt hiermee vermeden. Sturing vanuit Amsterdam en AGV vindt plaats via de DVO's met mandaatrelatie en bepalingen in statuten en reglementen. De tekortkomingen t.a.v. sturing en toezicht op de drinkwatertaak die ILT heeft geconstateerd, kunnen in het model van de Stichting B worden gemitigeerd. In het stichtingsbestuur kan een directeur drinkwater aangewezen worden die verantwoording aflegt aan de bestuurlijk opdrachtgever en ILT. Met heldere statutaire en contractuele bevoegdheden via een aparte DVO voor de drinkwatertaak wordt de bestuurlijk opdrachtgever beter in staat gesteld om toezicht op de drinkwatertaak uit te voeren.

De RvT houdt integraal toezicht op het bestuur en de wijze waarop zij de stichting en daarmee verbonden onderneming bestuurt. Daarnaast fungeert een RvT als adviseur voor het bestuur. Daarbij is denkbaar dat een RvT zich in haar toezicht in het belang van de onderneming vooral richt op bedrijfsmatige onderdelen zoals ICT, gezamenlijke processen en financiën, gezien verbeterbehoefte op deze onderdelen. Gemeente en Waterschap kunnen bij hun toezichthoudende taak op Waternet gebruik maken van de inzichten die de RvT hen biedt. Voldoet de variant aan wet- en regelgeving? Drinkwaterwet

Beleidskader Nota verbonden partijen 2021

De positionering van een directeur Drinkwater in het statutair bestuur Waternet is mogelijk vereist vanuit de Drinkwaterwet. Hiermee verkrijgt ILT een duidelijk aanspeekpunt. Bovendien dient conform de Drinkwaterwet Amsterdam de volledige zeggenschap te houden over het drinkwaterbedrijf binnen de stichting. Voldoet aan het verbonden partijen beleid van de gemeente Amsterdam, er is geen sprake van een dubbele petten problematiek en draagt bij aan een duidelijkere rollenscheiding tussen opdrachtnemer en opdrachtgever.

27/54

Classificatie: Openbaar

Waterschapswet WBTR Aanbestedingswet

4.2.2

Er zijn geen belemmeringen m.b.t. de Waterschapswet Voldoet aan WBTR. Voor Stichting B lijkt de aanbestedingsvrijstelling, quasi-inbesteding met meervoudig toezicht, niet te kunnen worden toegepast. Deze vrijstelling vereist namelijk (o.a.) dat Amsterdam en AGV vertegenwoordigers in het bestuur van Waternet hebben. Daar is bij stichting B geen sprake van. Mogelijk biedt een door Amsterdam en AGV te verlenen alleenrecht aan Waternet een oplossing mits ook Stichting B als een aanbestedende dienst kwalificeert. Het lijkt erop dat dit wel het geval is.

Uitgangspunten Voor waterschap AGV is een uitgangspunt het versterken van de rol als eigenstandige overheid. Hierbij gaat het om een heldere positionering en een eenduidige identiteit van het waterschap AGV, en om het versterken van de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het waterschap als bestuurslaag, die aanspreekbaar is en verantwoording aflegt aan haar inwoners over politieke keuzes en de uitvoering daarvan. In dit model wordt de eigenstandige sturing van AGV ingevuld door met de SD en de bestuursdienst het opdrachtgeverschap in te richten. De bestuursdienst en SD staan buiten de Stichting Waternet. De eigenstandige sturing vindt plaats met opdrachten vanuit het waterschapsbestuur die in DVO’s vertaald worden. Het scherper contracteren van de bestuurlijke opdracht kan invulling krijgen binnen de ontwikkeling van effectsturing. Hierbij worden in de DVO’s afspraken gemaakt over de effecten en concrete resultaten en activiteiten. De afspraken maken onderdeel uit van de P&C-cyclus van het waterschap. Een directeur water AGV rapporteert hierin over de voortgang en is (samen met afdelingshoofden op de AGVtaken) aanspreekpunt voor SD en bestuursdienst AGV. De bestuurlijke verantwoordelijkheid blijft bij de bestuurlijk opdrachtgevers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14402428/1