CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Omgevingsprogramma Riolering 2022 - 2027 - vastgesteld onder voorbehoud

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 29 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027Nr. VN2022-01784921.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027 15 februari 2022

Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027

Vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam op 15 februari 2022 met als ingangsdatum 25 maart 2022

Inhoud 1 Inleiding

7

2 Context

9

2.1 Wettelijk kader 

9

2.2 Uitvoeren van de beheertaken

10

2.2.1

Amsterdam en Waternet

10

2.2.2

Assetmanagement

10

2.2.3

Weesp

11

2.3 Raakvlakken in de stad en haar omgeving

11

2.3.1

Klimaatverandering en een groeiende stad

11

2.3.2

Stadsbrede opgaven

11

2.3.3

Vinden van integrale oplossingen

13

2.3.4

Vanuit omgeving Amsterdam

13

2.3.5

Participatie

13

3 Uitwerking Omgevingsvisie

15

3.1 Gezonde & Leefbare stad

15

3.1.1

Inzameling en transport afvalwater

15

3.1.2

Beperkte hemelwateroverlast en -schade

16

3.1.3

Doelmatig grondwaterpeil

16

3.2 Duurzame stad

17

3.2.1

Afvalwater draagt bij aan de circulaire economie

17

3.2.2

Hemelwater wordt goed benut

17

3.2.3

Multifunctioneel gebruik van de ondergrond

18

4 Beleid

21

4.1 Rioolstelsels voor afvalwater en hemelwater

21

4.1.1

Inzameling en transport afvalwater

21

4.1.2

Beperkte hemelwateroverlast en -schade (samen met 4.2.2)

23

4.1.3

Afvalwater draagt bij aan de circulaire economie

24

4.2 De stad Rainproof maken 

24

4.2.1

Hemelwater wordt goed benut

24

4.2.2

Beperkte hemelwateroverlast en -schade (samen met 4.1.2)

25

4.3 Grondwater op peil

26

4.3.1

Doelmatig grondwaterpeil

26

4.3.2

Multifunctioneel gebruik van de ondergrond

28

5 Programma’s

31

5.1 Samenwerking in programmeren

31

5.2 Aandachtspunten uit het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016 - 2021

32

5.3 Programma Rioolstelsels

32

5.3.1

Huidige situatie

32

5.3.2

Aanleg

36

5.3.3

Beheer

36

5.3.4

Onderzoek

39

5.4 Programma Rainproof

40

5.4.1

Huidige situatie

40

5.4.2

Aanleg

42

5.4.3

Beheer

43

5.4.4

Onderzoek

43

5.4.5

Voorlichting en communicatie

44

5.5 Programma Grondwater

44

5.5.1

Huidige situatie

44

5.5.2

Aanleg

45

5.5.3

Beheer

45

5.5.4

Onderzoek

46

5.5.5

Voorlichting en communicatie

47

5.6 Indicatoren

48

5.7 Risico’s

48

5.7.1

Consistentierisico’s

48

5.7.2

Haalbaarheidsrisico’s

48

5.7.3

Generieke en inherente risico’s

49

5.7.4

Specifieke risico’s

49

6 Financiën

51

6.1 Kosten en investeringen periode 2022 – 2027

51

6.2 Ontwikkeling van de rioolheffing

53

6.3 Huisaansluitingen 

55

6

1 Inleiding Het voorliggende Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027 concretiseert de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (zoals vastgesteld op 8 juli 2021) voor de gemeentelijke taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hieruit volgt beleid en een programma van maatregelen, met een kosteninschatting ter onderbouwing van de rioolheffing. Dit Omgevingsprogramma Riolering is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021. Het Omgevingsprogramma is een programma van gemeente Amsterdam inclusief het gebied van Weesp, aangezien de gemeente Weesp op 24 maart 2022 fuseert met Amsterdam. Na die datum wordt dit document ook de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan Weesp 2020 – 2025. De gemeentelijke taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn gelijk aan de gemeentelijke zorgplichten daartoe (hierna te noemen: de watertaken). Voor de invulling van deze watertaken beheert Amsterdam een rioolsysteem. Echter, met riolering wordt in dit document meer bedoeld dan alleen het stelsel van buizen. De riolering is het geheel aan voorzieningen voor inzameling en/of verwerking van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Drainage en boven- en ondergrondse hemelwaterverwerkende voorzieningen vallen hiermee ook onder riolering.

Vervolgens omvat dit Omgevingsprogramma Riolering meer dan alleen de aanleg en het beheer van de riolering; ook andere activiteiten die bijdragen aan de watertaken en daarmee vallen onder de rioolheffing, zoals bijvoorbeeld de loketfunctie voor grondwater, worden in dit document meegenomen.

Thema’s als klimaatadaptatie, circulariteit en integrale uitvoering van openbare werken zijn daar de belangrijkste voorbeelden van. Hoofdstuk 2 biedt daar meer toelichting bij. Dit Omgevingsprogramma concretiseert de Omgevingsvisie voor de watertaken in hoofdstuk 3. Daarin is beschreven wat de beoogde toestand is die we in Amsterdam willen bereiken voor het stedelijk afval­ water, hemelwater en grondwater. Hoofdstuk 4 schrijft voor welke activiteiten en beleidsregels belangrijk zijn om deze beoogde toestand te kunnen bereiken. Dit zijn de zaken die Amsterdam de komende 6 jaar aan zichzelf wil opleggen. In hoofdstuk 5 is dit uitgewerkt in een drietal programma’s, één voor de rioolstelsels, één voor Rainproof en één voor grondwater. Hoofdstuk 6 sluit het Omgevingsprogramma Riolering af met een opgave van de te verwachten uitgaven met een doorkijk naar de ontwikkeling van de rioolheffing.

Goed beleid en uitvoering van de watertaken is essentieel voor de volksgezondheid van de Amsterdammer en voor de gezondheid van de stad zelf. De riolering zorgt voor hygiëne en voorkomt vervuiling van de omgeving doordat het afvalwater naar de zuiveringen transporteert. Verwerking van hemelwater en grondwater voorkomt wateroverlast en waterschade tijdens buien en tijdens droogte kan de riolering bovendien een grondwater-regulerende functie vervullen. Daarnaast biedt de juiste invulling van de watertaken ook vele kansen om brede thema’s uit de Amsterdamse Omgevingsvisie te realiseren.

Het Omgevingsprogramma Riolering heeft een programmaperiode van 6 jaar en loopt eind 2027 af. Deze periode loopt gelijk met de Waterbeheerprogramma’s van waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV), hoogheemraadschap van Rijnland en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), zodat optimaal aansluiting gevonden kan worden tussen de gemeentelijke watertaken en de waterschapstaken, die veelal van elkaar afhankelijk zijn.

7

8

2 Context 2.1 Wettelijk kader Met de invoering van de Omgevingswet worden 26 wetten samengevoegd, waaronder delen van de Waterwet en de Wet milieubeheer. De gemeentelijke watertaken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn dan in de Omgevingswet opgenomen (artikel 2.16, lid 1).

Omgevingswet Artikel 3.5 (inhoud programma) Een programma bevat, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, voor een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving: a een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan, b maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.

Omgevingswet Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leef­omgeving, de volgende taken op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: 1 de doelmatige inzameling van afvloeiend hemel­ water, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan, 2 het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort, 3 de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater.

Een belangrijk uitgangspunt bij de invulling van de gemeentelijke watertaken is de voorkeursvolgorde voor afvalwater uit de wet Milieubeheer (artikel 10.29a). Deze wetstekst beschouwt afvalwater in brede zin, waaronder grondwater, hemelwater en stedelijk afvalwater. De voorkeur voor benutting van hemelwater en grondwater is op deze manier wettelijk vastgelegd. Wet milieubeheer Artikel 10.29a (voorkeurs­ volgorde afvalwater) a het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; c afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; d huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet getransporteerd; e ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; f ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht; en g ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d naar een "RWZI" wordt getransporteerd.

Het college van Burgemeester en Wethouders kan ter invulling van deze taken een Gemeentelijk Rioleringsprogramma, ofwel een Omgevingsprogramma Riolering vaststellen (artikel 3.14). Dit vervangt in praktijk de verplichting om een Gemeentelijk Rioleringsplan op te stellen. Het Omgevingsprogramma Riolering is een uitwerking van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en legt daarmee het te voeren beleid vast en stelt maatregelen voor, die de gemeente zelf wil uitvoeren.

9

Om verdere invulling te geven aan de taak voor stedelijk afvalwater geeft het Rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.16) nadere instructieregels over ontwerp, aanleg en beheer van de voorzieningen:

Kaderrichtlijn Water artikel 1, lid b, c en d Het doel van deze richtlijn is de vaststelling van een kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwateren en grondwater, waarmee: b duurzaam gebruik van water wordt bevorderd, op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; c verhoogde bescherming en verbetering van het aquatische milieu worden beoogd, onder andere door specifieke maatregelen voor de progressieve vermindering van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen en door het stopzetten of geleidelijk beëindigen van lozingen, emissies of verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen; d wordt gezorgd voor de progressieve vermindering van de verontreiniging van grondwater en verdere verontreiniging hiervan wordt voorkomen; en dat zodoende bijdraagt tot: n de beschikbaarheid van voldoende oppervlakte­ water en grondwater van goede kwaliteit voor een duurzaam, evenwichtig en billijk gebruik van water; n een significante vermindering van de veront­ reiniging van het grondwater; n (…)

Besluit kwaliteit leefomgeving, Artikel 3.16 Het gemeentebestuur draagt er zorg voor dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat: a het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater; b lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen en c het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt, is primair verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater. Alleen als het niet redelijkerwijs van de particulier verlangd kan worden dit hemelwater te verwerken, komt de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater in beeld. Hierbij is sprake van een inspanningsverplichting: de gemeente mag bepalen op welke wijze het hemelwater wordt verwerkt en de openbare ruimte wordt ingericht, en kiest daarvoor een aanpak die gezien de lokale omstandigheden doelmatig is. De gemeentelijke taak voor het grondwater is ook een inspanningsverplichting. De gemeente treft alleen doelmatige maatregelen in het openbare gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover dit niet tot de zorg van de watersysteembeheerder of de provincie behoort. Voor inzameling op particulier terrein is de perceeleigenaar verantwoordelijk.

2.2 Uitvoeren van de beheertaken 2.2.1 Amsterdam en Waternet De gemeente Amsterdam is verantwoordelijk voor een goede werking van het riool en laat de aanleg en het beheer ervan over aan Stichting Waternet. Waternet is een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie, waarin Amsterdam samenwerkt met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Door deze unieke combinatie worden de taken voor het inzamelen, transporteren en zuiveren van het afvalwater door één organisatie effectief en efficiënt uitgevoerd.

De juridische basis voor de kostendekking van de drie watertaken blijft ongewijzigd. Gemeente Amsterdam kan op basis van de Gemeentewet (artikel 228a) rioolheffing innen. De uitvoering van de drie watertaken heeft een directe relatie met de verplichting voor de gemeente die voortvloeit uit de Kaderrichtlijn Water. Alle overheden zijn verplicht alle maatregelen in te zetten om te voldoen aan een goede ecologische toestand voor het oppervlaktewater en het grondwater, met uitzondering van maatregelen die leiden tot onevenredig grote economische of maatschappelijke kosten. Met goed rioleringsbeheer voorkomt de gemeente vervuiling van oppervlaktewater en grondwater.

Wanneer in dit document wordt gesproken van ‘we’, dan wordt gedoeld op de gemeente Amsterdam. Wanneer Waternet of een andere dienst wordt bedoeld, is dat er expliciet bijgeschreven. 2.2.2 Assetmanagement Voor het beheer past Waternet, conform Amsterdams beleid, assetmanagement toe. Dat betekent dat maatregelen worden opgesteld op basis van een afweging tussen prestaties, risico’s en kosten, om te zorgen dat de voorzieningen naar behoren blijven functioneren en daarnaast in goede staat blijven.

10

elektriciteit, terwijl deze gelijktijdig meer inwoners moeten bedienen. Afstemming in het gebruik van de ruimte en gezamenlijke uitvoer van de werkzaamheden is dan onontbeerlijk. Tegelijkertijd betekent een verdichtende en verstenende stad dat de urgentie van ruimte voor groen en water groter wordt om klimaatadaptatie te bewerkstelligen.

2.2.3 Weesp De gemeente Amsterdam wordt in 2022 uitgebreid met het areaal van voormalig gemeente Weesp. Daardoor is het beleid zoals beschreven in dit document per fusiedatum ook van toepassing op het areaal in Weesp. Eventuele benodigde extra aandacht of maatregelen zijn opgenomen in de programma’s in hoofdstuk 5.

Met zowel een verdichtende stad en meer perioden van droogte en hitte, ontstaat ook een grotere behoefte om in open water te zwemmen. Het oppervlaktewater in Amsterdam is niet van zwemwaterkwaliteit en dat is vooralsnog op de meeste locaties niet de doelstelling. Van oorsprong was de riolering bedoeld als hygiëne-maatregel; inmiddels is de doelstelling verbreed richting een betere waterkwaliteit in het algemeen. Immers, een goed functionerend riool voorkomt vervuiling van de Amsterdamse grachten en andere oppervlaktewateren.

2.3 Raakvlakken in de stad en haar omgeving De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vormt de basis voor het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027. Deze Omgevingsvisie schetst het spectrum van onderlinge afhankelijkheden en te maken afwegingen voor ontwikkelingen in de stad. Ook de gemeentelijke watertaken hebben op veel manieren raakvlakken met andere thema’s, opgaves, ontwikkelingen en vraagstukken. Het Omgevingsprogramma Riolering verbindt deze raakvlakken, met de gemeentelijke watertaken als uitgangspunt.

Omdat het onzeker is hoe snel het klimaat verandert, is het moeilijk in te schatten wanneer welke gevolgen optreden. Daarom is het nodig om te monitoren of de doelen en normen uit dit Omgevingsprogramma Riolering actueel blijven. In een opvolger van het Omgevingsprogramma Riolering kunnen bijgestelde normen voor bijvoorbeeld hemelwaterverwerking en ontwateringsdiepte worden aangescherpt.

2.3.1 Klimaatverandering en een groeiende stad De zorgplichten van de gemeente volgend uit het wettelijk kader (zie paragraaf 2.1) zijn basis voor de watertaken. Daarnaast dragen de watertaken bij aan andere opgaven van de stad, zoals het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, stedelijke verdichting en intensiever gebruik van de stad.

2.3.2 Stadsbrede opgaven Amsterdam heeft circa 3900 km riolering met een gemiddelde levensduur van circa 60 jaar. Ieder jaar is daarom grofweg 65 kilometer riolering aan vervanging toe. De laatste decennia is jaarlijks minder dan 65 kilometer vervangen en daarmee is de vervangings­ opgave vooruitgeschoven. Hoe langer we deze opgave vooruit schuiven, hoe groter de opgave wordt en hoe meer risico ontstaat in relatie tot het goed functioneren van de riolering, met gevolgen voor gezondheid en waterkwaliteit.

De stad wordt in toenemende mate geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering. Bij hitte en droogte spelen het vasthouden van water en een goede grondwaterstand een cruciale factor bij het voorkomen van problemen. Bij extreme neerslag is een Rainproof inrichting van de stad de crux om wateroverlast en -schade te beperken, bovenop een degelijk functionerende riolering. Daarmee spelen riolering, drainage en boven- en ondergrondse hemelwaterverwerkende voorzieningen een belangrijke rol om de stad klimaatbestendiger te maken. Tegelijkertijd kunnen de gevolgen van klimaatverandering niet alleen worden opgelost met rioleringsmaatregelen. Het realiseren van minder verhard oppervlak, meer groen, ruimte voor water, et cetera zijn ook belangrijke middelen om klimaatadaptatie te realiseren. In samenhang moet worden bepaald op welke maatregelen wordt ingezet.

Deze vervangingsopgave heeft een directe relatie met andere opgaven van de stad waarin fysieke veranderingen in de openbare ruimte aan de orde zijn, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, warmtevoorziening, bruggen, kademuren, KRW-opgaven en vergroening. Bij veranderingen in de openbare ruimte ontstaan kansen om diverse ambities over de inrichting van de stad te koppelen. Graag lossen we problemen integraal op en implementeren we tegelijkertijd oplossingen die toekomstgerichte ambities realiseren. Slim gebruik maken van afvalwater biedt bijvoorbeeld kansen in energie en circulariteit. Afvalwater is immers een rijke bron van energie en grondstoffen. Daarnaast kan een juist grondwaterpeil invloed uitoefenen op bodemdaling en zetting en het kan randvoorwaardelijk zijn voor de ambities rondom flora en fauna in de stad.

De stad groeit en verdicht. Dat betekent niet alleen dat er bovengronds minder ruimte beschikbaar is, maar ook ondergronds. De ruimte voor bijvoorbeeld grondwater en boomwortels wordt minder, maar ook voor voorzieningen zoals riolering, drinkwater en

11

Enkele opgaves die op deze manier een directe relatie hebben met de taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater, zijn beschreven in onder andere de Regionale Energie Strategie, de Transitievisie Warmte - Naar een stad zonder aardgas in 2040, de Strategie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, het Uitvoeringsprogramma Bruggen en Kademuren, de Agenda Amsterdam Autoluw en het Programma Kader Richtlijn Water. Programma’s en strategieën die

Amsterdamse toekomstgerichte ambities uitwerken zijn onder andere de Strategie Amsterdam Circulair, de Strategie & Uitvoeringsagenda Groenvisie en het Programma Toekomstbestendige Assets van Stedelijk Beheer. Een beeld van de onderlinge verbindingen tussen thema’s en programma’s is weergegeven in Figuur 1.

Figuur 1. Onderlinge afhankelijkheden tussen thema’s en rechts de Amsterdamse programma’s, zoals geschetst in de Integrale Ontwerpmethode Openbare Ruimte.

12

Specifiek voor de watertaken zijn in ieder geval de volgende partijen relevant: n Waterschap Amstel Gooi en Vecht en Hoogheemraadschappen Rijnland en Hollands Noorderkwartier; n Rijkswaterstaat, Provincie Noord Holland, Omgevingsdiensten; n Metropoolregio Amsterdam; n Stichting Rioned, Gemeentelijk Platform Kabels & Leidingen, Centrum voor Ondergronds Bouwen; n Vereniging Nederlandse Gemeenten, Gemeentelijk Water Netwerk, Gemeentelijk Netwerk Klimaatadaptatie; n Bestuurlijk Overleg Water AGV-gebied (BOWA) en de Intergemeentelijke Samenwerking Rioleringszorg (Isariz); n Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, City Deal Openbare Ruimte; n Netbeheerders en energieproducenten.

2.3.3 Vinden van integrale oplossingen Waar de watertaken raakvlakken hebben met ambities en andere programma’s, ontstaan ook kansen om verschillende opgaves met elkaar te koppelen en zodanig oplossingen te vinden voor een breder spectrum aan vraagstukken. Vanuit de gedachtegang dat antwoord op de diverse stedelijke opgaves alleen gezamenlijk mogelijk is, bestaan diverse trajecten binnen Amsterdam die deze gezamenlijkheid concreet maken, zoals het Koppelkansentraject van het Programma Ondergrond, de Bestuursopdracht NUTS en de Bestuursopdracht Regieslots. Aansluiting met deze trajecten maakt gezamenlijke systeeminnovatie mogelijk en versterkt de onderlinge aansluiting tussen Waternet en zowel interne diensten Verkeer & Openbare Ruimte (V&OR), Ruimte & Duurzaamheid (R&D), het Ingenieursbureau Amsterdam (IB) en Grond & Ontwikkeling (G&O), als andere diensten zoals de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, en nutsbedrijven. Deze koppeling is nodig op zowel strategis­ch, tactisch als operationeel vlak. Daarvoor is integrale planvorming nodig, met aandacht voor de juiste keuzes op het juiste niveau, met de juiste partijen, zie Figuur 2.

2.3.5 Participatie De ontwikkeling van het Omgevingsprogramma Riolering is, overeenkomstig met artikel 2.2 van de Omgevingswet, afgestemd met de waterbeheerders Rijkswaterstaat, AGV, HHNK en Rijnland. Ook is een participatieronde georganiseerd om het Omgevingsprogramma Riolering vroegtijdig te delen met geïnteresseerde inwoners, bedrijven, koepelorganisaties en samenwerkingsverbanden zoals BOWA en Isariz. Alle input is verwerkt in de ontwerpversie. Het College heeft de ontwerpversie vervolgens voor een periode van 6 weken vrijgegeven voor inspraak. Dit heeft alle belanghebbenden en niet-belanghebbenden de mogelijkheid gegeven om een zienswijze in te dienen.

2.3.4 Vanuit omgeving Amsterdam Amsterdam is continu verbonden met en afhankelijk van haar omgeving. Ook het beleid dat zij voor zichzelf uitschrijft, houdt daarom rekening met de wensen en doelen vanuit de partijen om haar heen. Tegelijkertijd is het nuttig te onderzoeken of projecten in andere regio’s interessant zijn om over te nemen of Amsterdamse initiatieven breder in te zetten.

Strategisch Thematisch

Thema A

Thema B

Thema C

Stedelijk

Thematisch stedelijkplan Tactisch

Gebied A

Integraal

Gebied B

Gebied C

Gebied D

Gebied

Integraal gebiedsplan (IGP) Operationeel

Integraal

Wijk/project

Wijk A, B, C, D...

Project Figuur 2. Integrale planvorming.

13

14

3 Uitwerking Omgevingsvisie De Amsterdamse watertaken rondom stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater worden uitgevoerd omwille van een gezonde, leefbare en duurzame stad en dragen bij aan de realisatie van de Omgevingsvisie van Amsterdam. De visie die grondslag geeft voor deze watertaken, is in dit hoofdstuk uit de Omgevingsvisie Amsterdam overgenomen en specifiek voor de watertaken uitgewerkt. 3.1 Gezonde & Leefbare stad

afvalwater aan, zodat het waterschap het afvalwater effectief en duurzaam kan zuiveren.1,2,3

3.1.1 Inzameling en transport afvalwater Inzameling en transport van afvalwater is een randvoorwaarde voor de Amsterdamse volksgezondheid en waterkwaliteit. We willen immers dat afvalwater niet inpandig achterblijft of in de omgeving terechtkomt, en dat het oppervlaktewater niet vervuilt omwille van het behoud van biodiversiteit en Europese verplichtingen. Door instandhouding en optimalisering van de riolering blijft de gezondheid van de Amsterdammer en de waterkwaliteit gewaarborgd, ook in een groeiende stad. Inzameling en transport van afvalwater wordt hierbij efficiënt, klimaatbestendig en robuust uitgevoerd met een optimale balans tussen lage maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s. Voldoende afvoer- en bergingscapaciteit zorgt dat lozing op het oppervlaktewater slechts bij uitzondering plaatsvindt en alleen om afvalwater inpandig en op straat te voorkomen. Het ingezamelde afvalwater wordt naar een plek getransporteerd, waar het water gezuiverd wordt. Het zuiveren van afvalwater is een taak van het waterschap. De gemeente biedt het

Goed transport van afvalwater draagt ook bij aan het gebruik van het oppervlaktewater als schone zwemlocatie. Echter, ondanks een optimaal werkend riool, kan er uitstoot van afvalwater op het oppervlakte­water plaatsvinden, bijvoorbeeld bij gemengd gerioleerde gebieden vanuit een overstort, na heftige regenbuien. De Amsterdammer moet daarom weten waar en wanneer hij beter wel en niet kan zwemmen, zodat zwemmen alleen plaatsvindt waar het veilig en verantwoord is.4

1 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 228: “Er zijn weinig zaken crucialer voor de gezondheid van Amsterdammers dan een goede riolering. De zorg voor een robuust rioleringssysteem is dan ook een prioriteit. De gemeentelijke taken op dit vlak worden hierbij efficiënt uitgevoerd met een goede balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s.” 2 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 228: “dat Amsterdam inzet op het behoud van een robuust en goed functionerend rioolstelsel; zoveel mogelijk scheiding aan de bron realiseert, mede voor het hergebruik van grondstoffen; een ‘verzorgde’ onderhoudsstatus van de riolering beoogt, met bijpassende maatschappelijke kosten en risico’s; en samenwerkt met het waterschap AGV om de waterzorgtaken op elkaar af te stemmen.” 3 Europese verplichtingen voor een goede ecologische toestand van al het oppervlaktewater staan in de Europese Kaderrichtlijn Water. Hieruit volgt dat ook de gemeente Amsterdam alle maatregelen moet inzetten om dit te bewerkstelligen, met uitzondering van maatregelen die leiden tot onevenredig grote economische of maatschappelijke kosten. 4 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 212: “We willen meer zwemlocaties in natuurwater mogelijk maken.

De provincie blijft ook onder de nieuwe Omgevingswet het bevoegd gezag voor de officiële zwemlocaties die voldoen aan alle wettelijke eisen van veiligheid, hygiëne, waterkwaliteit en inrichting van de infrastructuur. (…) De wildzwemmende recreant is zelf verantwoordelijk voor risico’s; Amsterdam probeert die risico’s te beperken.”

15

3.1.2 Beperkte hemelwateroverlast en -schade Bij reguliere buien wordt hemelwateroverlast voor­komen door het gebruik of vasthouden van hemelwater. Wanneer dat niet toereikend is, wordt het bovengronds en/of via hemelwaterstelsels verwerkt. Alleen bij uitzondering kan hemelwater via het vuil­ waterriool worden afgevoerd.5 Bij extreme neerslag wordt schade aan vitale infrastructuur en bebouwing voorkomen. Vitale infrastructuur heeft daarbij een hoger veiligheidsniveau zoals vastgesteld in de Metropoolregio Amsterdam. Bij extreme neerslag is het overschot aan hemelwater te groot om dit alleen met de ondergrondse riolering te kunnen verwerken. Daarom is bovengrondse verwerking van hemelwater, zowel privaat als publiek, de standaard wegens effectiviteit en doelmatigheid. Hemelwater wordt hierbij vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater, zonder dat het probleem wordt afgewenteld op andere gebieden.6,7,8,9,10

3.1.3 Doelmatig grondwaterpeil Grondwater heeft een randvoorwaardelijke rol, bijvoor­ beeld voor de groei van groen, voor het beperken van bodemdaling, voor het ontwateren van tuinen, gebouwen, parken en wegen en voor het conserveren van houten paalfunderingen. Een te hoog of te laag grondwaterpeil kan tot overlast leiden. De Amsterdammer is zich ervan bewust dat de zorg voor grondwater een gezamenlijke taak is: deels publiek en deels privaat. De gemeente voorkomt met actief grond­ waterbeheer structurele grondwaterproblemen door de plaatselijke ontwateringsdiepte, afhankelijk van het grondwaterpeil en het maaiveldniveau, af te stemmen op de boven- en ondergrondse functies. Ophoging van het maaiveld heeft bij een (te) hoog grondwaterpeil de voorkeur, vanwege de daarbij horende mogelijkheden voor hemelwaterinfiltratie, ruimte in de ondergrond, groenontwikkeling en waterspiegelstijging.11

5 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 173: “Door goed lokaal gebruik van regenwater via onder meer infiltratie en berging, waarbij rekening wordt gehouden met het lokale grondwaterpeil, kan schade door wateroverlast, hitte én droogte worden verminderd.” 6 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 173: “Het GRPA formuleert de ambitie dat de stad, op zowel privaat als publiek terrein, een bui met een herhalingskans van 1 keer per 100 jaar (toen zijnde een bui van 60 mm in 1 uur) kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur.” 7 De differentiatie van veiligheidsniveaus komt uit de intentieovereenkomst ‘Klimaatbestendige nieuwbouw’ van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en Noord Holland. 8 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 224: “Daken kunnen bijdragen aan belangrijke doelen van deze Omgevingsvisie, zoals: klimaatadaptatie, door wateropvang, vertraagde waterafvoer en isolatie.” 9 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 226: “Uitgangspunt is dat bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling de bovengrond en de ondergrond vanaf het begin in samenhang worden bezien. Driedimensionale ruimtelijke ordening dus, waarbij het maaiveld als grens tussen onder- en bovengrond steeds meer vervalt.” 10 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 173: “Rainproof gaat over de hele stad: private en publieke ruimte.

Daarvoor wordt hemelwater tijdens hoosbuien tijdelijk opgevangen en via de oppervlakte afgevoerd, dus bovengronds verwerkt, wegens betere effectiviteit en doelmatigheid dan bij volledige verwerking in de riolering” 11 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 229: “We beogen een goede zorg voor het grondwater en een robuust maaiveldniveau voor de stad, dat voldoende boven het grondwater ligt om alle functies toekomstbestendig mogelijk te maken, zoals bebouwing, wegen, bomen. Dit doen we onder andere door het toepassen van actief grondwaterbeheer. Een voldoende hoog maaiveld ten opzichte van de grondwaterstand geeft mogelijkheden om hemelwater te infiltreren en draagt zo bij aan klimaatadaptatie (…). Een hoger maaiveld vormt ook een betere basis voor groenontwikkeling. Voor de gewenste ontwateringsdiepte, dus de afstand tussen maaiveld en grondwaterstand, gaan we een maat van 0,90 m hanteren bij de ontwikkeling van nieuwe (binnendijkse) gebieden. Dit vereist veelal ophoging, wat bovendien veiliger is in het licht van verwachte waterspiegelstijging. Daarom gebeurt dit waar mogelijk met ophoogmaterialen die de bodemdaling niet verder versterken.”

16

3.2 Duurzame stad 3.2.1 Afvalwater draagt bij aan de circulaire economie Afvalwater is rijk aan waardevolle grondstoffen en energie. De mogelijkheid om dit effectief te winnen, verbetert wanneer afvalwaterstromen gescheiden blijven, dus wanneer zij zo min mogelijk worden verdund en gemengd. Transport en zuivering worden op elkaar afgestemd om grondstoffen en energie terug te winnen waar dit het meest duurzaam en efficiënt is: bij de bron, in het transportsysteem en/of op een centrale of decentrale zuivering. In samenwerking met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht worden zo zoveel mogelijk bruikbare componenten uit het afvalwater onttrokken en hergebruikt of vermarkt. Waar mogelijk, effectief en betaalbaar, wordt afvalwater als warmtebron benut voor warmtenetten, als bijdrage aan de energietransitie. Dankzij duurzame terugwinning tegen acceptabele kosten levert de circulariteit van afval­ water een belangrijke bijdrage aan het verduurzamen van de samenleving.12,13

3.2.2 Hemelwater wordt goed benut Door meer langdurige droge periodes en extreme hitte wordt hemelwater in de stad een steeds waarde­ voller product. Waar de stad vroeger was ingericht om hemelwater af te voeren, ontwikkelt Amsterdam zich tot een omgeving met voldoende sponswerking: hemelwater wordt bij voorkeur gebruikt of vastgehouden omwille van het verwerken van buien, een goede grondwaterstand, bewatering van groen en in de strijd tegen droogteproblematiek en hittestress. Hemelwater wordt dus lokaal, zowel op private grond als in de openbare ruimte, vastgehouden voor later gebruik of in de bodem geïnfiltreerd voor aanvulling van het grondwater en komt hiermee zo min mogelijk in de afvalwaterketen terecht. Hemelwater wordt daartoe zo schoon mogelijk gehouden. Bijkomende voordelen zijn dat hemelwateroverlast en overstortingen vanuit het gemengde stelsel afnemen, er energiebesparing optreedt bij transport en zuivering en de druk op het watersysteem vermindert.14,15,16

12 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 228: “Afvalwater is rijk aan grondstoffen en energie. Transport en zuivering zijn op elkaar afgestemd om het systeem als geheel goed te laten functioneren. Terugwinning gebeurt waar dit het meest duurzaam en efficiënt kan: bij de bron, in het transportsysteem en/of op een centrale zuivering. In samenwerking met het waterschap worden zo alle bruikbare componenten aan het afvalwater onttrokken en hergebruikt of vermarkt. Wat niet kan worden hergebruikt, wordt, na eventueel behandeld te zijn, (lokaal) in het milieu teruggebracht. Dankzij duurzame terugwinning tegen acceptabele kosten, levert de circulariteit van afvalwater een belangrijke bijdrage aan het verduurzamen van de samenleving.” 13 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 228: “dat Amsterdam inzet op het behoud van een robuust en goed functionerend rioolstelsel; zoveel mogelijk scheiding aan de bron realiseert, mede voor het hergebruik van grondstoffen.” 14 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 32: “Alleen al het aanpassen van de bestaande stad aan klimaatdoelen en extremer weer stelt ons voor enorme opgaven en kosten.

Op termijn is een omschakeling naar een grotendeels circulaire samenleving noodzakelijk.” 15 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 173: “Door goed lokaal gebruik van regenwater via onder meer infiltratie en berging, waarbij rekening wordt gehouden met het lokale grondwaterpeil, kan schade door wateroverlast, hitte én droogte worden verminderd.” 16 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 229: “Een voldoende hoog maaiveld ten opzichte van de grondwaterstand geeft mogelijkheden om hemelwater te infiltreren en draagt zo bij aan klimaatadaptatie”

17

3.2.3 Multifunctioneel gebruik van de ondergrond Ruimte in Amsterdam is schaars, zowel boven- als ondergronds. Vandaar dat de stad streeft naar multifunctioneel gebruik van de ondergrond, waarbij innovatieve combinaties tussen de onder– en bovengrond volop kansen bieden voor ruimtebesparing in een context van een verdere groei van de stad en een continuerende bodemdaling. De ondergrond schept binnen de natuurlijke grenzen van het bodem- en watersysteem voorwaarden en mogelijkheden voor de ruimtelijke gebiedsontwikkeling. Daarom staat de verbinding tussen de boven- en ondergrond en de verschillende programma’s en thema’s centraal. De Amsterdamse aanpak kenmerkt zich door goed doordachte, integrale en driedimensionale planvorming en afstemming tussen de bovengrondse en ondergrondse spelers. Zo ontstaat multifunctioneel en effectief gebruik van de ondergrond als stevige fundering voor bovengronds Amsterdam.17 Bij multifunctioneel gebruik van de ondergrond maken we gebruik van de natuurlijke bufferende werking van de bodem, die een positief effect levert op droogte, hitte en het voorkomen van wateroverlast. Daarnaast is het diepere grondwater een medium om warmte en koude in de bodem op te slaan of te winnen, als warmte-koude opslag (wko). Waar mogelijk, effectief en betaalbaar, past Amsterdam wko-systemen toe.18

17 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 226: “Uitgangspunt is dat bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling de bovengrond en de ondergrond vanaf het begin in samenhang worden bezien. Driedimensionale ruimtelijke ordening dus, waarbij het maaiveld als grens tussen onder- en bovengrond steeds meer vervalt. Daarnaast moeten we steeds de samenwerking zoeken tussen verschillende programma’s en thema’s, want dan past er meer.” 18 Omgevingsvisie Amsterdam Pagina 170: “Amsterdam telt al honderden open WKO-systemen en gesloten energiesystemen. De komende jaren verwachten wij een flinke groei in bodemenergiesystemen, vooral in nieuwe gebiedsontwikkelingen en transformatiegebieden. De potentie van de ondergrond willen we daarbij benutten, met een goede gemeentelijke regie, waarbij we eventuele negatieve effecten op de omgeving voorkomen.”

18

19

20

4 Beleid Dit hoofdstuk beschrijft de activiteiten en beleidsregels die belangrijk zijn om de beoogde toestand uit hoofdstuk 3 te kunnen bereiken. Dat zijn de zaken die Amsterdam zichzelf de komende 6 jaar wil opleggen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de thema’s ‘Rioolstelsels’, ‘Rainproof’ en ‘Grondwater’.

Waar nuttig, is voor de toepassing van het beleid onderscheid gemaakt in drie situaties: 1 Nieuwbouwgebied: Inrichting van het gebied is redelijk vrij in te delen, met hoge potentie voor het realiseren van ambities; 2 Transformatiegebied: Inrichting van het gebied is afhankelijk van bestaande kaders, met potentie voor het realiseren van ambities; 3 Bestaand stedelijk gebied: Maatregelen vinden plaats binnen veel randvoorwaarden die door de onder- en bovengrondse ruimte worden gesteld, met lagere potentie voor het realiseren van ambities. Er bestaat ook onbebouwd gebied, met name in Landelijk Noord en rondom Weesp. Daarvoor wordt geen apart beleid opgenomen, omdat de riolerings­ taak voor afvalwater, hemelwater en grondwater daar niet van toepassing of doelmatig is.

Dat doet Amsterdam door in te zetten op: Algemeen n Het behouden van een klimaatbestendig, robuust en goed functionerend rioolstelsel ten behoeve van volksgezondheid en waterkwaliteit, uitgaande van een ‘verzorgde’ onderhoudsstatus van de riolering, met bijpassende maatschappelijke kosten en risico’s; n De samenwerking tussen de netbeheerders en R&D, G&O, V&OR en IB om de grote maatschappelijke nuts-opgaven, waaronder de energietransitie en de toenemende vervanging van riolering tegelijk en in samenhang te kunnen realiseren. Dit betreft onder andere het ontwikkelen van een gezamenlijke aanpak (onder andere Koppelkansen Traject Amsterdam en bestuurs­ opdracht Regie­slots); n De samenwerking met de waterschappen om de watertaken van gemeente en waterschappen zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen, met als doel de robuustheid, effectiviteit en duurzaamheid van het totale systeem van riolering en zuiveringen, ook met oog op de kwaliteit van het water waarop wordt geloosd; n Gebruik van informatietechnologie om het functioneren van de voorzieningen te kunnen monitoren en te optimaliseren om emissies naar het oppervlaktewatersysteem te voorkomen of beperken; n Een goede naleving van de aansluitvoorwaarden, het op een juiste manier aansluiten van gebouwen op het gemeentelijke riool en toezicht op het op het juiste riool aansluiten bij vervanging of aanleg van riolering door

aannemers;

4.1 Rioolstelsels voor afvalwater en hemelwater 4.1.1 Inzameling en transport afvalwater

21

?

Een verzorgde onderhoudsstatus?

stemmen zij de intensiteit van het toezicht (en eventuele handhaving) daarop af.

Voor het bepalen van de gewenste en huidige de onderhoudsstatus van de riolering is aansluiting gezocht bij de landelijke CROW systematiek, die voor zichtbare assets ook in de stad wordt toegepast. Deze systematiek gaat uit van een aantal ambitieniveaus, waaronder top, verzorgd en sober. Het gewenste ambitieniveau voor de riolering is op verzorgd gesteld om er voor te zorgen dat er geen overmatige vervuiling optreedt in de riolen, die bij neerslag of calamiteiten tot een lozing op oppervlaktewater leidt. Ambitie­ Toelichting niveau

Overall score gebied

A+

Zo goed als nieuw / alles 100% schoon

A+ > 90%

A Top

Heel goed in orde / prachtig straatbeeld, amper vervuiling

A+ en A > 90%

B heel en functioneel / Verzorgd verzorgd straatbeeld, matige vervuiling

Nieuwbouwgebied en transformatiegebied n Het robuust en klimaatbestendig ontwerpen van de riolering. Een robuust ontwerp bevat bijvoorbeeld een reserve transportroute voor afvalwater; n Het realiseren van zoveel mogelijk scheiding van afvalwater aan de bron, daar waar plannen zijn om grondstoffen lokaal terug te winnen, mits dit niet ten koste gaat van de volksgezondheid en de oppervlaktewaterkwaliteit. Dat wil zeggen dat de robuustheid van het systeem op peil moet blijven; n Aanleg van gescheiden riolering of ombouwen van bestaande gemengde riolering naar gescheiden riolering. Bestaand stedelijk gebied n Het optimaliseren van de riolering in haar robuustheid en klimaatbestendigheid, daar waar dit grote risico’s afdekt of doelmatig is; n Specifieke aandacht voor verminderen van lozingen vanuit de riolering, met name nabij plaatsen waar veel wordt gezwommen, ook buiten de officiële aangewezen zwemlocaties, en nabij water met een hoge ecologische waarde, waaronder de waterlichamen aangewezen door de Kaderrichtlijn Water;

A+, A en B > 90%

C Sober

Verminderd comfort / A+, A , B en C rommelig straatbeeld, > 90% behoorlijke vervuiling

D

Functieverlies / vuil

Voorkomen van lozingen van afvalwater?

D > 10%

Figuur 3. CROW systematiek.

n

n

n

?

Met voldoende buffercapaciteit van de riolering of door het afvalwater gescheiden van het hemelwater in te zamelen, worden lozingen van afvalwater voorkomen. Amsterdam heeft in het verleden veel ingezet op beide maatregelen. De stad heeft geïnvesteerd in de aanleg van extra buffervoorzieningen (bergbezinkvoorzieningen) in gemengd gerioleerde gebieden. Daarnaast legt Amsterdam sinds 1923 gescheiden rioolstelsels aan in uitbreidingswijken, waardoor het percentage gescheiden riolering in Amsterdam hoog is ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het aantal lozingen is daardoor al sterk gereduceerd. De gebieden die nu nog een gemengde riolering hebben, hebben veel monumentale panden en een krappe ondergrond. Daar zijn ontvlechtingsmaatregelen of vergroting van de riolering complex en kostbaar om uit te voeren. Vermindering van het aantal overstorten is daarmee steeds lastiger, zodat oplossingen steeds specifieker moeten worden ontworpen op de plaatselijke situatie.

Vastlegging van de opgaven voor aanleg en beheer van assets voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater in een integraal gebiedsplan, ten behoeve van actieve afstemming met andere belanghebbende partijen in de betreffende omgeving en het bewerkstelligen van toegevoegde waarde in de publieke ruimte. Deze afstemming wordt gefaciliteerd door diverse digitale systemen (bijvoorbeeld voor groen, wegen en riolering) te koppelen; Uitvoer van baggerwerkzaamheden in het oppervlaktewater waar onverhoopt afvalwater in terecht komt, omwille van de waterkwaliteit en/of de doorstroming; Onderzoeken welke gebiedsgerichte regels rondom afvalwater uit het Besluit activiteiten leefomgeving nodig zijn, en waar zij van toepassing moeten worden, na ingang van de Omgevingswet. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en de waterschappen geven samen met Waternet als assetbeheerder invulling aan het risico-gestuurd toezicht op indirecte lozingen van industriële bedrijven. Afhankelijk van de risico’s, 22

n

Waar doelmatig, ombouwen van gemengde riolering naar gescheiden riolering;

Waar is scheiding van gemengde riolering niet doelmatig?

4.1.2 Beperkte hemelwateroverlast en -schade (samen met 4.2.2)

?

Een voorbeeld waar dit niet doelmatig is, is het gebied binnen de Singelgracht: het binnenstedelijk centrumgebied en de grachtengordel; daar is een gemengd rioolstelsel de beste optie. De riolering binnen in de historische panden is moeilijk te ontvlechten, waardoor het niet realistisch is om het afvalwater te scheiden in een hemelwater- en een vuilwaterstroom. Daarnaast is de ruimte hiervoor veelal niet aanwezig binnen de bebouwing en in de openbare ondergrond. Ook is door het intensieve gebruik van het binnenstedelijke centrumgebied de kans op verontreiniging van het afstromende hemelwater aanzienlijk. Voor de grachtengordel geldt dat het hemelwater van openbaar terrein via het maaiveld naar het open water wordt afgevoerd. Dit resulteert in een vermindering van het aantal overstortingen van afvalwater en heeft een positief effect op de waterkwaliteit.

n

n

Dat doet Amsterdam door in te zetten op: Nieuwbouwgebied en transformatiegebied n Het slechts toepassen van hemelwaterriolering wanneer wateroverlast niet afdoende voorkomen kan worden door gebruik, vasthouden, infiltratie of bovengrondse afvoer van hemelwater. De hemelwaterriolering dient gescheiden te zijn van de riolering voor stedelijk afvalwater. Bestaand stedelijk gebied n Ontwerp, aanleg en beheer van hemelwater­ stelsels zodat zij een bui die gemiddeld eens in de twee jaar optreedt kunnen verwerken zonder dat wateroverlast ontstaat; n Bij aanpassingen van hemelwaterstelsels wordt de afvoercapaciteit verhoogd (conform de normen bij nieuwbouw en transformatie) indien technisch haalbaar en doelmatiger dan bovengrondse hemelwaterverwerking.

Organiseren van voldoende toezicht en hand­having bij de aanleg van binnenriolering om foutieve aansluitingen te voorkomen; Intensiveren van opsporing bij vermoeden van een lozing op het verkeerde riool (foutaansluiting) en actief handelen om daar de situatie te verbeteren ten behoeve van de waterkwaliteit. Dit wordt opgepakt in afstemming met de Omgevingsdienst.

Foutaansluitingen?

?

Naast de inzet op afkoppeling is het nuttig om in te zetten op het oplossen van foutieve aansluitingen. Een foutieve aansluiting is waar een vuilwaterriool ongewenst op een hemelwaterstelsel is aangesloten. Hierdoor komt ongezuiverd afvalwater via het hemelwaterstelsel direct op het oppervlaktewater terecht. Ook kan hemelwater op het vuilwater­riool terecht komen, met kans dat het daar aanwezige afvalwater via nooduitlaten op het oppervlaktewater terecht komt.

23

4.1.3 Afvalwater draagt bij aan de circulaire economie n

samen met waterschap AGV een onderbouwde voorkeur uitspreekt of een afwegingskader bepaalt voor lokaal en centraal zuiveren; Verkenning toepassing van afvalwater als bron voor een warmtenet.

Waarom een warmtenet?

?

Warmtenetten hebben potentie in nieuwbouw- en transformatiegebied, vanwege de goed-geïsoleerde woningen en mogelijkheid om de infrastructuur grootschalig en integraal aan te leggen. Daarbij zijn eerst onderzoek en praktijktests nodig voor kennis over de effectiviteit, realiseerbaarheid en betrouwbaarheid, waarna Amsterdam een keuze kan maken voor eventuele toepassing van aquathermie met afvalwater als warmtebron.

Dat doet Amsterdam door in te zetten op: Algemeen n Bij de aanleg en het beheer van de riolering zetten we in op circulariteit. Dit doen we door bij aan­ bestedingen rekening te houden met duurzaam materiaalgebruik, de afstand voor aan- en afvoer van zand en puin en de losmaakbaarheid of her­gebruik bij het einde van de levensduur. Ook monitoren we het duurzaam materiaalgebruik langs milieukostenindicatoren en levenscyclus­ analyses, gebruik makende van materiaalpaspoorten.

Bestaand stedelijk gebied n In bestaand stedelijk gebied wordt niet ingezet op pilots voor lokaal zuiveren, vanwege bijvoorbeeld de grote infrastructurele veranderingen die daarvoor nodig zouden zijn en de relatief hoge kosten die daarbij gemoeid zijn; n Inzet op winning van thermische energie uit afvalwatertransportleidingen (riothermie) als er een afnemer beschikbaar is en deze winning aantoonbaar voordelen oplevert wat betreft haar integrale milieu-impact.

Nieuwbouw- en transformatiegebied n Ervaring en kennisopbouw rondom nieuwe sanitatie, gericht op het duurzaam verwerken van afvalwater met maximale terugwinning van energie en grondstoffen. De gemeente voert daarvoor lokale kleinschalige pilots uit wat betreft lokaal zuiveren: – Lopende pilots worden uitgevoerd, knelpunten opgelost en er vindt gedegen monitoring en evaluatie plaats op diverse aspecten. Denk aan duurzaamheid, ruimtelijke inpassing en financiën; – De inzet op kleinschalige pilots voor lokaal zuiveren wordt afhankelijk van lopende pilots geïntensiveerd om de kennisopbouw te versnellen, zodat een gefundeerde keuze kan worden gemaakt of lokale verwerking van afvalwater in de toekomst als volwaardige alternatief voor centrale zuivering kan gelden; – Samenwerking met waterschap AGV intensiveren om gezamenlijk optimale keuzes te maken over ambities, de infrastructuur en de verdeling van kosten van lokale zuivering. n Vergelijkend onderzoek naar welk systeem per grondstof het meest effectief, haalbaar en gebruiksvriendelijk is, inclusief meer inzicht ontwikkelen in welke grondstoffen interfereren (energie, fosfaat, et cetera) en inzicht verkrijgen in de juridische kant (wat kan/moet er ‘achter de voordeur’). Bedoeling is dat de gemeente

4.2 De stad Rainproof maken 4.2.1 Hemelwater wordt goed benut

Dat doet Amsterdam door in te zetten op: Algemeen n Stimuleren van gebruik en infiltratie van hemelwater op privaat terrein via de Rainproof netwerkaanpak;

24

n

n

n

Stimuleren van gebruik en infiltratie van hemel­ water op publiek terrein in ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij de optimale invulling wordt bepaald aan de hand van de lokale omstandigheden. Zichtbaarheid van maatregelen zijn daarin een pré in het kader van bewustwording van de nut en noodzaak om hemelwater te gebruiken; Behandeling van afstromend hemelwater, indien een probleem voor de oppervlaktewaterkwaliteit ontstaat. Hierbij heeft een lokale behandeling voorkeur boven een behandeling elders; Voorbeelden waar behandeling nodig kan zijn: hoofdinfrastructuur, bedrijventerreinen, evenemententerreinen, marktplaatsen en gebieden met een centrumstedelijk gebruik; Onderzoek en innovatie, waar relevant, uitvoeren in samenwerking met de Amsterdamse Living Labs vanuit het programma Toekomstbestendige Assets van Stedelijk Beheer Amsterdam.

n

n

n

4.2.2 Beperkte hemelwateroverlast en -schade (samen met 4.1.2) n

n n

250 jaar voorkomt, wat nu overeenkomt met een bui van 90 mm in één uur; Ontwikkelen van methode om publieke en particuliere waterbergingen gezamenlijk effectief in te zetten tijdens en voorafgaand aan (extreme) neerslag en het ontwikkelen van een geautomatiseerd beslissingsondersteunend systeem daartoe in samenwerking met het project RESILIO; Vergroten regenbestendigheid van de stad door aanpak van regenwaterknelpunten volgens de planning en prioritering zoals geformuleerd in 2016, waarin onderscheid is gemaakt in: 1. rode (extreem urgente) knelpunten in 2021; 2. oranje (zeer urgente) knelpunten in 2026; 3. gele (urgente) knelpunten in 2031; Opnemen en toetsen van de Rainproof-norm (70 en 90 mm) in gemeentelijke projecten in de openbare ruimte, samen met het verweven van de Rainproof aanpak in deze projecten. Voor projecten die zich bij de vaststelling van dit programma in een vergevorderd stadium van uitvoering bevinden, geldt nog de norm van het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021; Toepassen van de voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater: 1. gebruik, vast­houden, infiltratie; 2. vertraagd oppervlakkig afvoeren, 3.

afvoeren via hemelwaterstelsel; Een verwijzing naar de Hemelwaterverordening opnemen in de aansluitvoorwaarden; Onderzoeken hoe de perceeleigenaar vanuit financieel oogpunt kan worden gestimuleerd om hemelwater op eigen terrein te verwerken (de vervuiler betaalt).

Nieuwbouw- en transformatiegebied n Toepassen van de Hemelwaterverordening; n Onderzoeken en monitoren voor welke gebieden een hogere norm dan 70 mm nodig is, waarop de toepassing van de Hemelwaterverordening kan worden aangepast; n Bewerkstelligen dat ontwikkelende partijen klimaatbestendige en waterrobuuste ontwerpen toepassen, bijvoorbeeld via een Waterneutrale Bouwenvelop; n Ontwikkelen van een algemene hoogtestrategie voor specifieke toepassing in klimaatrobuuste gebiedsontwikkeling, waarbij onder andere het vasthouden van hemelwater op hoogte, de maaiveldhoogte, de maaiveldplooiing, grondwaterstanden en bouwpeilen worden geoptimaliseerd op basis van lokale kenmerken.

Dat doet Amsterdam door in te zetten op: Algemeen n Klimaatbestendig ontwerp en uitvoering van hemelwaterverwerkende voorzieningen, zowel boven- als ondergronds; n Inrichting van de openbare ruimte eventueel met hemelwaterriolering (zie sectie 4.1.2), zodat geen wateroverlast ontstaat bij een bui die gemiddeld eens in de twee jaar optreedt; n Inrichting van de openbare ruimte met hemelwaterverwerkende voorzieningen zodat het de extreme neerslag die eens per 100 jaar voorkomt, zonder schade kan verwerken. Het klimaat verandert, waardoor de hoosbui die eens in de honderd jaar kan voorkomen steeds meer neerslag betekent. In de programmaperiode gaat Amsterdam ervan uit dat geen schade mag voorkomen bij een bui van 70 mm in één uur. Daarnaast moet de inrichting waarborgen dat vitale infrastructuur blijft functioneren bij een hoosbui die eens per

Bestaand stedelijk gebied n Indien nodig, het op termijn uitbreiden van de Hemelwaterverordening naar bestaande bouw.

25

?

4.3 Grondwater op peil

Bodemdaling?

4.3.1 Doelmatig grondwaterpeil

Bodemdaling is het zakken van het niveau van de bodem ten opzichte van een vast referentiepunt, bijvoorbeeld het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Bodemdaling wordt veroorzaakt door meerdere processen. In Amsterdam zijn de belangrijkste oorzaken inklinking en zetting. Inklinking betreft verdroging van klei, veen en de oxidatie van organisch stof bij verlaging van het grondwaterpeil. Zetting ontstaat door de belasting van de bodem met bijvoorbeeld ophooglagen, bebouwing, infra of verkeer.

Gevolgen van bodemdaling zijn hoofdzakelijk: 1. Hogere grondwaterstanden en lagere ontwateringsdiepten, met daardoor een afname van het waterbergend vermogen van de bodem en een groter risico op wateroverlast; 2. De noodzaak om regelmatig op te hogen; 3. Een korte onderhoudscyclus van wegen en riolering door verlies van draagkracht van wegen en kapotte rioolaansluitingen; 4. Schade aan fundering van woningen; 5. CO2 uitstoot.

Dat doet Amsterdam door in te zetten op: Algemeen n Een gebiedsgerichte aanpak voor het grondwater, vanwege de locatieafhankelijke grondwater­ situaties en -problematiek; n Ondergrond met een te hoge grondwaterstand zodanig inrichten dat het grondwater zonder drainagevoorzieningen wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en niet naar de zuivering wordt getransporteerd; n Uitleg geven aan de Amsterdammer dat de zorg voor grondwater een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van deels publieke en deels private partijen. Daarbij geven we private partijen advies over de maatregelen die zij kunnen nemen; n Zorgen voor een toegankelijk grondwaterloket en effectieve informatievoorziening volgens de trits: ‘Informeren, Adviseren, Interpreteren en Doorverwijzen’; n Ontwikkelen en implementeren van assetmanagement voor voorzieningen ten behoeve van de grondwatertaak. Doel is een efficiënte en effectieve inzet van de bodem en van ontwateringsmiddelen om grondwaterproblemen te voorkomen en water in de bodem te bergen; n Toetsing op grondwateraspecten van alle ruimte­lijke plannen en bouwaanvragen met ondergrondse constructies zoals kelders. In deze toetsing wordt het effect van klimaatverandering, bodemdaling en de bodemcondities voor bomen meegenomen. Kelders moeten grondwaterneutraal worden aangebracht, dit betekent dat de grondwaterstanden en -stromen niet negatief worden beïnvloed;

n

n

n

Onderzoek naar te lage en teveel fluctuerende grondwaterstanden bij droogte in Amsterdam en naar welke maatregelen helpen dit te voorkomen, zoals actief grondwaterbeheer. Afstemming met waterschappen over afbakening en verantwoordelijkheden tussen het grondwaterpeil en het oppervlaktewaterpeil, ook in extreem natte en droge situaties; Zorgen dat nieuwe kades geen negatieve invloed hebben op de grondwaterstanden en -stromen.

Nieuwbouw- en transformatiegebied n Zorg dragen voor een ontwateringsdiepte die is afgestemd op de benodigde functies in het gebied, zoals wonen, transport en groen ten behoeve van een klimaatbestendige stad. Hierbij is een ontwateringdiepte van minimaal 90 cm de norm. Binnen gebiedsontwikkelingsplannen zal het onderzoek naar een goede ontwateringsdiepte plaatsvinden in fase 2 (haalbaarheid) van het Plaberum. Indien uit onderzoek blijkt dat een optimale ontwateringsdiepte niet haalbaar is, wordt dit onderbouwd in het Projectbesluit en is daarmee onderdeel van de besluitvorming door het College. Voor projecten die zich bij de vaststelling van dit programma in een vergevorderd stadium van uitvoering bevinden, dus voorbij fase 2 Plaberum, geldt deze norm niet als harde eis;

26

n n

De gewenste ontwateringsdiepte wordt in principe bereikt zonder aanleg van drainage; Uitbreiding van het grondwatermeetnet in gebieden met functies zoals wonen, transport en groen, om de grondwaterfluctuaties in deze gebieden accurater in beeld te krijgen. Eenzelfde dichtheid van het meetnet als in de bestaande stad wordt nagestreefd.

Ontwateringsdiepte?

n

?

De ontwateringsdiepte is het verschil tussen het maaiveldniveau en de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Zowel het maaiveldniveau als de grondwaterstand kunnen binnen een relatief korte afstand toch variëren. Vandaar dat de ontwateringsdiepte in praktijk ook van locatie tot locatie kan verschillen. Een voldoende ontwateringsdiepte is essentieel voor stedelijke functies zoals bebouwing, wegen, bomen en hemelwaterinfiltratie. Een belangrijk aspect daarbij is het voorkomen van (grond)wateroverlast, nu en in de toekomst anticiperend op klimaatverandering. Een ontwateringsdiepte van 90 cm wordt daarbij gezien als duurzame norm voor een robuuste maaiveldhoogte.

n n

dit niet nadelig is voor de omgeving. De gebieden waar gebouwen op houten funderingen staan en waar te lage grondwaterstanden voorkomen, hebben hierbij onze nadrukkelijke aandacht. Voor houten funderingen is het namelijk belangrijk dat deze permanent volledig onder water staan; De gemeente ontvangt en verwerkt water uit particuliere ontwateringsmiddelen enkel indien het water schoon genoeg is, de verwerking op eigen terrein niet mogelijk is en de gemeente dit doelmatig acht. Particulieren kunnen ook zelf maatregelen nemen om hinder weg te nemen, zoals bouwkundige maatregelen, het ophogen van de tuin of het aanleggen van ontwateringsmiddelen op eigen terrein. Het beheren van openbare polderriolen; Uitleg geven aan eigenaren van percelen met particuliere polderriolen, dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de werking en de constructie ervan en hen daarin desgewenst adviseren.

Polderriolen?

?

In sommige 19de-eeuwse uitbreidingswijken rond de grachtengordel komen polderriolen voor. Bij polderriolering worden vuilwater, hemel- en grondwater door één buis afgevoerd, en dat is ongewenst. Dit type riolering bevindt zich meestal in gebieden met een lager gelegen maaiveld en zijn ontstaan doordat deze gebieden bij de ontwikkeling van stadsuitbreidingen niet zijn opgehoogd, meestal vanwege reeds bestaande bebouwing van toen. De polderriolen liggen voor een groot deel in particuliere binnentuinen; hier is de gemeente in beginsel niet verantwoordelijk voor het beheer.

Bestaand stedelijk gebied n De ondergrond inzetten om de opgaven rond klimaatadaptatie te combineren met andere boven- en ondergrondse functies in het gebied, mits de omstandigheden dat toelaten. Uitgangspunt is een ontwateringdiepte van 90 cm, indien mogelijk. Het betreft hier een inspanningsverplichting; n In gebieden met te hoge grondwaterstanden leggen we duurzame ontwateringsmiddelen aan in openbaar gebied om overtollig grondwater af te voeren en structurele grondwateroverlast te voorkomen. Dit gebeurt alleen als deze aanleg doelmatig is, er geen andere maatregelen (bouwkundig, maaiveldverhoging) mogelijk zijn en als dit niet nadelig is voor nabij gelegen houten funderingen of een zettingsgevoelige bodem of objecten; n In gebieden met te lage grondwaterstanden leggen we grondwater regulerende systemen aan in openbaar gebied, bijvoorbeeld om regenwater beter in de bodem te infiltreren of om oppervlaktewater tijdens droogte aan te voeren, om structurele grondwateronderlast te voorkomen. Dit gebeurt alleen als deze aanleg doelmatig is, er geen andere maatregelen mogelijk zijn en als

27

Wat is een klimaatbestendige inrichting van de ondergrond?

4.3.2 Multifunctioneel gebruik van de ondergrond

?

Hierbij worden verschillende opgaves (hemelwater, droogte en hitte) boven- en ondergronds met elkaar gecombineerd. Uitgangspunt is dat de bodem optimaal gebruikt wordt voor het tijdelijk bergen van (hemel)water in de grond. We beogen hiervoor een waterdoorlatend en robuust maaiveldniveau, met voldoende ontwateringsdiepte om alle functies toekomstbestendig te kunnen herbergen, zoals bebouwing, wegen, bomen. Een voldoende hoog maaiveld ten opzichte van de grondwaterstand geeft mogelijkheden om hemelwater te infiltreren en draagt zo bij aan klimaatadaptatie. Ook vormt het een betere basis voor groenontwikkeling, wat bijdraagt aan het beperken van hittestress.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11605576/1