Bijlage 1. Nota Kunstenplan 2025-2028.pdf
Tekst van het document
World Cities Culture Summit 2025 in Amsterdam Sinds 2013 is Amsterdam lid van het World Cities Culture Forum (WCCF). Dit is een wereldwijd netwerk van bestuurders uit meer dan 40 creatieve steden over de hele wereld. De steden in dit netwerk wisselen onderling ideeën en oplossingen uit op het gebied van kunst- en cultuurbeleid. In oktober 2025 zal in Amsterdam de World Cities Culture Summit plaats vinden. De leden van het WCCF komen dan samen in onze stad om het belang van kunst en cultuur in het stedelijk beleid te bespreken en nieuwe samenwerkingen te ontwikkelen. Deze conferentie is een unieke gelegenheid om te koppelen aan de viering van het 750-jarige bestaan van de stad Amsterdam en aan het netwerk van de EIT Culture & Creativity. Amsterdam zal deze conferentie aangrijpen om zich te profileren als internationale cultuurstad. De kracht van internationale samenwerking, de doorwerking van het verleden in het heden en waarden als openheid, tolerantie en creativiteit zullen centraal staan.
De internationale aantrekkingskracht van kunst en cultuur in Amsterdam
5. Cultureel vastgoed Meer dan 20 procent van de vastgoedportefeuille van de gemeente wordt gebruikt of is bestemd voor kunst en cultuur. De komende Kunstenplanperiode werken we door aan een verantwoordelijk en duurzaam beleid op het gebied van cultureel vastgoed.
Verduurzaming cultuurpanden In het voorjaar van 2024 heeft het college ingestemd met het plan van aanpak voor het programma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed. Onderdeel van dat besluit was om 150 miljoen euro beschikbaar te stellen. Tot en met 2027 worden in versneld tempo meer dan 150 panden in de gemeentelijke vastgoedportefeuille verduurzaamd. Het programma wil de CO2-uitstoot van het gemeentelijk vastgoed in 2030 met 55 procent hebben verminderd ten opzichte van 1990. Om dit doel te bereiken, worden tot 2030 circa 300 panden aangepakt. De panden worden verduurzaamd door bijvoorbeeld te isoleren, zonnepanelen en/of warmtepompen te plaatsen en/of groene daken aan te leggen. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van materialen met een lage milieu-impact. Per pand wordt bepaald wat mogelijk en noodzakelijk is. Ook cultuurpanden komen in aanmerking voor verduurzaming. Gemeentelijk Vastgoed en Kunst en Cultuur zijn samen verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. Daarnaast blijft het mogelijk dat gepland groot onderhoud wordt aangegegrepen om duurzaamheidsmaatregelen bij cultuurpanden te treffen. Dit is inmiddels een standaard werkwijze van Gemeentelijk Vastgoed. In nauw overleg met Gemeentelijk Vastgoed en de betrokken instellingen worden dan afspraken gemaakt over planning en uitvoering van deze werkzaamheden.
Uitgangspunt is dat programmering en activiteiten van de instelling er zo weinig of zo kort mogelijk hinder van ondervinden.
De komende jaren willen we het imago van Amsterdam als kunst- en cultuurstad versterken in het stedelijk beleid voor de bezoekers economie.
29 Kunstenplan 2025-2028
Meer dan 40 procent van de bezoekers aan Amsterdam komt voor het toonaangevende en rijke aanbod aan kunst en cultuur in de stad (zie hoofdstuk 1). De komende jaren willen we het imago van Amsterdam als kunst- en cultuurstad versterken in het stedelijk beleid voor de bezoekerseconomie. Hierbij leggen we een nadruk op het meer zichtbaar maken van het brede aanbod verspreid over de stad. Dit krijgt een uitwerking binnen de campagnes die amsterdam&partners ontwikkelt (waaronder ‘Renew your View’), maar zal ook onderdeel zijn van het traject dat is ingezet door het college om het stadsmerk van Amsterdam te vernieuwen.
Op 12 december 2023 is door het college 1.4 miljoen euro beschikbaar gesteld voor inzet op energie en verduurzaming bij culturele instellingen in 2024. Op 22 oktober 2024 heeft het college besloten om deze middelen te besteden aan de verduurzamingsplannen in de meerjarenonderhoudsplannen van 7 culturele instellingen, 4 broedplaatsen en 4 ateliercomplexen, die onderdeel zijn van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Daarmee wordt ook een inhaalslag gemaakt in Amsterdam Noord en Amsterdam Zuidoost.
Vrijkomend gemeentelijk vastgoed
Kunstenplan 2025-2028
In de gemeentelijk vastgoedportefeuille komen soms verhuurbare objecten (panden, etages of losse ruimtes) vrij. Deze ruimtes worden aan stadsdelen en beleidsdirecties aangeboden via de procedure Vrijkomend Gemeentelijk Vastgoed. Als zo’n ruimte mogelijkheden biedt voor cultureel gebruik, of daarvoor geschikt gemaakt kan worden, dan kan deze voor cultuur geclaimd worden. In dergelijke gevallen trekt de afdeling Kunst en Cultuur nauw op met het betreffende stadsdeel of stadsgebied Weesp om een claim in te dienen, vooral als we verwachten dat er culturele partijen zijn die ruimte zoeken. De procedure Vrijkomend Gemeentelijk Vastgoed werkt volgens de principes van het Didam-arrest. Dit arrest stelt dat een overheid schaars vrijkomend overheidsvastgoed op een openbare en transparante wijze moet aanbieden, en aan de hand van toetsbare en redelijke criteria een nieuwe huurder moet selecteren. Maar we zien dat in de gemeentelijke vastgoedportefeuille weinig aanbod en doorstroom is, terwijl aan er zeer veel partijen in Amsterdam naar een ruimte zoeken. En soms komt het voor dat een beschikbare te verhuren ruimte niet voldoet aan de wensen van een potentiële culturele huurder, waardoor geen verhuring mogelijk is.
Huisvesting cultuur in privaat vastgoed
30 Gemeentelijk Vastgoed en Kunst en Cultuur werken samen aan de verduurzaming van cultuur panden.
Het college heeft contacten met sommige private vastgoedpartijen die culturele organisaties in Amsterdam huisvesten. Deze contacten zijn belangrijk omdat we (lang) niet alle culturele instellingen – en bijvoorbeeld ook nieuwe ruimtezoekers – in onze gemeentelijke vastgoedportefeuille kunnen onderbrengen. Waar we kunnen gaan we met dergelijke private partijen in gesprek om het belang te benadrukken van ruimte bieden aan en onderdak voor cultuur.
Samenwerking met Stadsloods en andere partners Omdat er in de gemeentelijke vastgoedportefeuille weinig kansen zijn om ruimtes voor cultuur in gebruik te nemen, en omdat we weten dat veel ruimtezoekers zich in Amsterdam en Weesp willen vestigen (of binnen de gemeentegrenzen willen verhuizen), blijven we ook in dit Kunstenplan nauw optrekken met de gemeentelijke Stadsloods. Dit team van adviseurs ontvangt en inventariseert zoekvragen en onderzoekt haalbaarheid en mogelijkheden. Zij beheren een actuele database van ruimtezoekenden en kunnen mogelijk partijen op basis van vraag en aanbod aan elkaar koppelen. De Stadsloods heeft ook kennis van de zakelijke markt, heeft een zakelijk netwerk en is aangehaakt op gebiedsontwikkelingen. Via de reguliere nieuwsbrief van de Stadsloods informeren we culturele ruimtezoekers en aanbieders over aanbod en vraag. Ook in de Kunstenplanperiode 2025-2028 houden we de vinger aan de pols als het gaat om huisvestingsvragen van culturele partijen, en proberen we kansen te benutten in vrijkomend vastgoed. Naast de samenwerking met de Stadsloods en het gesprek met private partijen blijft Kunst en Cultuur hiervoor nauw samenwerken (en signalen, trends en informatie delen) met de stadsdelen en stadsgebied Weesp, het Team Maatschappelijke Voorzieningen en het Amsterdams Fonds voor de Kunst.
6. Toegankelijkheid Amsterdam wil een open en toegankelijke cultuurstad zijn, nu en in de toekomst. Ook voor mensen met een beperking. Helaas is in de samenleving nog – veelal onbewust of onbedoeld – sprake van validisme, discriminatie van mensen vanwege een beperking.12 Ook in relatie tot kunst en cultuur in onze stad.
Toegankelijke cultuurpanden De portefeuilles Kunst en Cultuur en Gemeentelijk Vastgoed werken samen om de panden van de gemeente waar culturele instellingen in zijn gehuisvest, toegankelijk te maken. Ook kijken we goed waar verduurzaming kunnen combineren met aanpassingen voor de toegankelijkheid. Wanneer nieuwe culturele voorzieningen worden gerealiseerd, is toegankelijkheid een harde eis. In de Kunstenplanperiode 2025-2028 zal Amsterdam nog meer inzetten om met diverse private (cultuur)fondsen samen te werken op dit thema.
Verbeteren van toegankelijkheid Wij vragen in Kunstenplanperiode 2025-2028 extra aandacht voor toegankelijkheid van culturele instellingen. Diverse directies en afdelingen van de gemeente trekken hierin samen op en we werken hiervoor ook samen met het ministerie van OCW en amsterdam&partners. Sinds het VN-Verdrag Handicap in juli 2016 van kracht werd, zijn gemeenten verplicht om een Lokale Inclusie Agenda op te stellen. Op 9 februari 2024 heeft het Rijk hiervoor een nationale strategie vastgesteld, met de ambitie dat de culturele sector in 2040 voor iedereen toegankelijk is. Het gaat hierbij om fysieke, sociale en digitale toegankelijkheid van de sector voor iedereen, zowel voor makers, artiesten als bezoekers. Voor de lokale uitwerking in Amsterdam trekken we samen op met het ministerie van OCW en ervaringsdeskundigen en ervaringsprofessionals zoals de Coalitie voor Inclusie en organisaties zoals Handicap NL, De uitvoerders, Special Social Club en Cliëntenbelang Amsterdam en Stichting Accessibility.
31 Kunstenplan 2025-2028
12 Voor de zomer heeft het Centrum voor Cliëntervaringen in opdracht van de gemeente Amsterdam een actie-onderzoek uitgevoerd naar het ervaren van validisme (discriminatie van mensen vanwege een beperking) in Amsterdam. Meer info via: https://centrumvoorclientervaringen.nl/vervolg-onderzoek-cvc-naar-validisme/
Kunstenplan 2025-2028 FOTOGRAAF Mariet Dingemans
32
“Dit jaar introduceerden we met New Pack een nieuw concept voor écht inclusieve cultuur: Creative Access. Nu is het tijd voor nog meer lef: laten we van Amsterdam de eerste CREATIVE ACCESS CITY van de wereld maken. Een stad waar alle paden voor iedereen begaanbaar zijn, ongeacht hoe je je op dat pad moet voortbewegen.” Eliane Baudet, New Pack inclusion creators
Subsidieregeling Door samenwerking tussen de portefeuille Kunst en Cultuur met de coördinatie van het stedelijke dossier Toegankelijkheid en Inclusie stellen we de Amsterdamse culturele sector ook in staat om aan te sluiten op de stedelijke subsidieregeling Vergroten sociale fysieke toegankelijkheid van Amsterdam. In 2025 en 2026 wil het college incidentele middelen beschikbaar stellen voor Amsterdamse en Weesper instellingen, stichtingen, organisaties en bedrijven om een subsidieaanvraag van maximaal 25 duizend euro te doen. Hiermee financiert het college aanpassingen en projecten die de fysieke toegankelijkheid van gebouwen vergroten, activiteiten die de sociale toegankelijkheid vergroten of aanpassingen die de digitale toegankelijkheid voor mensen met een beperking in Amsterdam vergroten.
Kennisdeling via de Werkgroep Toegankelijkheid In de Kunstenplanperiode 2025-2028 zullen we op het gebied van toegankelijkheid meer samenwerken met de sector, en kennisdelen. Er is meer bewustwording nodig over lichamelijke verschillen om van daaruit samen toe te werken naar een meer toegankelijke cultuursector. We zullen instellingen met ervaring uitnodigen zitting te nemen in de Werkgroep Toegankelijkheid die we gaan optuigen samen met het samenwerkingsverband van de Amsterdamse Culturele Instellingen. Daarin delen we kennis en ervaring over dit onderwerp en gaan we op zoek naar slimme ideeën en relatief kleine aanpassingen die veel kunnen bijdragen aan de toegankelijkheid. Zoals het aanpassen van ticketing systemen voor rolstoeltickets, informatievoorzieningen op de website en het trainen van klantenservice-medewerkers en beveiligers.
Communicatie met betrekking tot fysieke toegankelijkheid De Amsterdamse culturele sector heeft onder aanvoering van het Overleg Amsterdamse Musea (OAM) een communicatie toolkit laten ontwikkelen om toegankelijkheid eenvoudig inzichtelijk te maken voor bezoekers met een beperking. Het is een set van symbolen en een campagne, die werden ontwikkeld door amsterdam&partners. In de periode 2025-2028 blijven we op dit thema nauw samenwerken met partners als OAM, amsterdam&partners, OCW en diverse landelijke inhoudelijke experts.
33 Kunstenplan 2025-2028
Kunstenplan 2025-2028
34 “De culturele sector heeft invloed op maatschappelijke kwesties als ongelijkheid en uitsluiting. Instellingen die hun netwerken verbreden krijgen steeds meer affiniteit met wat er speelt in de stad. Dat maakt ze aansprekend voor een breder publiek. Het bewustzijn groeit dat culturele instellingen een plek moeten zijn waar mensen met verschillende achtergronden werken, zich welkom voelen en leiderschapsfuncties bekleden.”
FOTOGRAAF Berdi Kramers
Imara Limon, hoofdconservator Amsterdam Museum
7. Inclusie en Diversiteit We gaan door met de inzichten die we hebben verkregen door de adviezen van de kunstraad en het AFK. Instellingen in het Kunstenplan zetten stappen om representatief en relevant te zijn (en te blijven) voor de stad. Ze zijn actief bezig om doelstellingen uit hun actieplan van het vorige Kunstenplan uit te voeren. Er wordt binnen en buiten de organisaties nagedacht en een constante dialoog gevoerd over diversiteit, inclusie en de verhouding tot de stad. Deze inzichten nemen we mee in 2025-2028. In die periode willen we samen met de sector het beleid voor inclusie en diversiteit bestendigen. We nemen inclusie en diversiteit daarom mee in de verantwoording-en-monitoringcyclus van de Kunstenplaninstellingen 2025-2028. Hierbij is oog voor de zogeheten 4p’s: Publiek, Personeel (inclusief sociale veiligheid), Programmering, Partners en (fysieke) toegankelijkheid – en de manier waarop deze onderwerpen met elkaar verbonden zijn. De afdeling Kunst en Cultuur komt in het eerste kwartaal van 2025 met een analyse op hoofdlijnen van de plannen voor inclusie en diversiteit van de gehonoreerde Kunstenplanaanvragen. In samenspraak en afstemming met de sector ontwikkelen we een handreiking inclusie en diversiteit voor de verantwoording-en-monitoringscyclus.
De 3 codes
De instellingen in het Kunstenplan 2025-2028 moeten de uitgangspunten van de Fair Practice Code onderschrijven en toepassen. De 7 instellingen onder verantwoordelijkheid van de gemeente vervullen hierin een voorbeeldfunctie. We realiseren ons dat dit gevolgen heeft voor het aantal activiteiten dat een instelling kan doen. We hechten waarde aan kwaliteit in plaats van kwantiteit. Halverwege de Kunstenplanperiode 2025-2028 evalueren we de effecten van de Fair Practice Code.
Leiderschapsprogramma Culturele leiders uit ondervertegenwoordigde groepen staan vaak voor een dubbele belasting: ze leiden hun organisatie en navigeren tegelijkertijd door de uitdagingen van “anders-zijn”. Uit het rapport ‘Leiderschap in Kleur’13 – een onderzoek van de Universiteit Leiden – blijkt dat leiders uit ondervertegenwoordigde groepen, ondanks de toegenomen diversiteit, nog steeds met aanzienlijke obstakels (zoals een gebrek aan sociale veiligheid, druk om extra inzet te tonen, en erkenning) in hun organisaties te maken hebben. Ondanks die obstakels worden deze leiders vaak gedreven door hun toewijding en het verlangen om een verschil te maken. In 2024 hebben we met behulp van lokale en internationale experts de kaders verkend voor een programma dat deze groep kan helpen in hun leiderschap.
13 Download via: https://www.universiteitleiden.nl/binaries/content/assets/algemeen/bb-scm/ nieuws/2-leiderschap_in_kleur-judi_mesman-2024.pdf
35 Kunstenplan 2025-2028
We gaan ons nog meer richten op samenwerking en kennisdeling. We werken aan een kennisplatform om kennis en ervaringen te delen en waarop ook handreikingen voor de sector worden aangeboden. Hierbij kijken we nadrukkelijk ook naar de rol en werking van de drie huidige codes van de sector: de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie. Deze codes geven de sector houvast voor de verantwoording, maar in de praktijk blijkt de invoering op sommige punten toch te knellen. Een voorbeeld daarvan is de vraagstelling bij de inclusiescan van de Code Diversiteit en Inclusie die niet voldoende doorvraagt naar concrete voorbeelden en stappen, zodat het onderwerp niet voldoende tastbaar wordt en het volstaat om het af te vinken. Dit komt nog sterker naar voren op het gebied van sociale veiligheid (zie hieronder). We dragen daarom bij aan de landelijke ontwikkeling (geleid vanuit het Landelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst) om de Code Diversiteit en Inclusie te herzien. In Kunstenplanperiode 2025-2028 zullen we samen met experts op het gebied van diversiteit en inclusie werken aan de ontwikkeling van een diversiteiten-inclusie-dashboard voor culturele instellingen.
Op basis van die verkenning beginnen we in 2025 een leiderschapsprogramma voor leiders in de Amsterdamse kunst- en cultuursector uit ondervertegenwoordigde groepen. Dit programma biedt hen de tools en ondersteuning die ze nodig hebben om de obstakels te overwinnen, hun eigen leiderschap te versterken en bij te dragen aan structurele verandering. Het programma is gebaseerd op bewezen onderzoek en wetenschappelijke inzichten en wordt gekenmerkt door praktijkvoorbeelden en veel ruimte voor persoonlijke inbreng van – en uitwisseling tussen – de deelnemers. We doen dit niet alleen. Voor de inhoudelijke uitwerking en uitvoering van het programma kijken we ook naar landelijke partners zoals het Cultuurfonds, Universiteit Leiden en het LKCA. In het eerste kwartaal van 2025 volgt een gedetailleerde uitwerking.
8. Sociale veiligheid
Kunstenplan 2025-2028
De culturele instellingen in Amsterdam hebben de verantwoordelijkheid om een veilige werkomgeving te creëren. Dat geldt in het bijzonder voor de instellingen die subsidie uit het Kunstenplan ontvangen. De gemeente gaat niet over de bedrijfsvoering van culturele instellingen. Wel zien we het als onze taak om het onderwerp sociale veiligheid te (blijven) agenderen en instellingen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.
36 In 2025 beginnen we met een leiderschaps programma voor leiders in de Amsterdamse kunst- en cultuursector uit ondervertegen woordigde groepen.
In de afgelopen jaren heeft het college dit onderwerp bespreekbaar willen maken in de cultuursector. Door rondetafelgesprekken te organiseren met slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag en leiders in de cultuursector die dit bespreekbaar hebben gemaakt. Door alle besturen en Raden van Toezicht van de instellingen in het Kunstenplan direct aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, om dit onderwerp aandacht te geven als onderdeel van hun toezichthoudende rol. En door samen met een vertegenwoordiging van de Amsterdamse culturele sector (ACI) en andere belanghebbende partijen zoals Mores, Platform ACCT, Cultuur+Ondernemen, Code Diversiteit & Inclusie en de NAPK een werkgroep te starten om concrete beleidsinstrumenten te ontwikkelen om sociale veiligheid in de sector te bevorderen. Dit onderwerp heeft al een plek gekregen in de monitoring van de instellingen in het Kunstenplan 2021-2024. En met de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 is aan instellingen gevraagd om in de subsidieaanvragen ook te reflecteren op sociale veiligheid en om aan te geven hoe ze daar aandacht aan geven. Hier pakken we nu op door. Met het Kunstenplan 2025-2028 voeren we een beleidskader Sociale Veiligheid in.
Verantwoording en monitoring Kunstenplan 2025-2028 Als onderdeel van de verantwoording vragen we instellingen om verslag te doen van ontwikkelingen of stappen die zijn gezet om de sociale veiligheid te borgen of te bevorderen in de organisatie. Instellingen moeten zich op het gebied van sociale veiligheid houden aan de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie. Er komt een handboek voor de verantwoording waarin we meer informatie geven over hoe de instellingen dit moeten doen. Deze informatie dient als basis voor het monitorgesprek van de gemeente of het AFK met de instellingen. Sociale veiligheid zal een vast onderwerp zijn op de agenda voor de monitorgesprekken. Betrokken ambtenaren van de gemeente en medewerkers van het AFK worden getraind om de gesprekken over dit onderwerp goed te kunnen voeren. Van de instellingen verwachten we dat bij het monitorgesprek niet alleen de directeur of directeur-bestuurder deelneemt, maar ook een toezichthouder van de instelling. Elk jaar kijkt Kunst en Cultuur op hoofdlijnen naar de uitkomsten van de behandeling van dit onderwerp. Op basis van thematiek of specifieke onderwerpen kunnen we extra beleid ontwikkelen om goed te voorzien in de behoefte van instellingen om sociale veiligheid te waarborgen in de organisaties.
37
FOTOGRAAF Mariet Dingemans
Philip Montnor, co-directeur Mores
Kunstenplan 2025-2028
“We zitten met de cultuursector in een steile leercurve als het gaat over sociale veiligheid. Er is behoefte aan kennisuitwisseling en praktische tools, gericht op preventie en nazorg. We maken stappen als veld zolang organisaties en overheden en daarbinnen leidinggevenden, toezichthouders, vertrouwenspersonen en medewerkers zich blijven hardmaken voor een veilige werkvloer.”
FOTOGRAAF Maarten Nauw
38 Kunstenplan 2025-2028
Positioneren raden van toezicht en besturen van instellingen Toezichthouders zullen niet alleen deelnemen aan de monitorgesprekken, we willen ook dat toezichthouders hun verantwoordelijkheid nemen voor de sociale veiligheid. Hiervoor werken we samen met de Nederlandse Vereniging Toezichthouders Cultuur (NVTC).14 Met de NVTC verkennen we hoe we de bestaande handreikingen en trainingen op het gebied van sociale veiligheid voor toezichthouders breed kunnen verspreiden onder de Amsterdamse culturele instellingen. Daarnaast werken we samen met de NVTC aan de brede behandeling van het onderwerp tijdens de jaarlijkse conferentie van de NVTC voor zijn leden. Hierbij betrekken we ook het samenwerkingsverband Amsterdamse Culturele Instellingen (ACI) waarmee we specifiek kijken naar de mogelijkheid om een training sociale veiligheid en toezichthouderschap te organiseren voor Amsterdamse culturele instellingen. Daarnaast moeten toezichthouders en directies, als onderdeel van de subsidierelatie, de gemeente of het AFK informeren als er gevallen van sociale onveiligheid zijn geweest. En ze moeten duidelijk maken wat ze hieraan gaan doen.
Ondersteuningsprogramma
Samenwerken met de sector De werkgroep Sociale Veiligheid van de gemeente en de ACI geven we in het beleidskader de rol van aanjager van het ondersteuningsprogramma. Het programma ziet toe op de uitvoering van het programma en komt waar nodig met aanpassingen of aanvullingen. Zodoende fungeert het ook als platform voor dit onderwerp voor de culture sector van onze stad. Naast deelnemende culturele instellingen zullen ook de NAPK, AFK, Mores afwisselend worden uitgenodigd om deel te nemen.
14 Meer info via: https://www.nvtc.nl 15 Meer info via: https://020diverseninclusief.nl
39 Kunstenplan 2025-2028
Voor 2025-2028 voeren we een ondersteuningsprogramma Sociale Veiligheid uit. Met dit programma willen we concrete middelen bieden voor de sector – in het bijzonder kleine(re) instellingen die vaak middelen of slagkracht missen – om te zorgen voor veiligheid op de werkvloer. Dit programma zal in ieder geval bestaan uit: • kennisdeling en handreikingen: een laagdrempelig online informatiepunt waarin lokale en landelijke kennis is verzameld en waar instellingen terecht kunnen voor goede praktijkvoorbeelden. Hier zullen we ook bestaande handreikingen beschikbaar stellen, zoals de nationale handreiking ‘Cultuurverandering op de werkvloer’ of het beleidskader ‘Veilig de Vloer op,’ van de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK). • informatie over meldpunten: op het online informatiepunt komt ook een overzicht van bestaande meldpunten voor ongewenst en onveilig gedrag in de culturele sector, zoals Mores. • trainingen: samen met het platform Amsterdam Divers en Inclusief (ADI)15 bieden we trainingen aan instellingen over sociale veiligheid en weerbaarheid. Om zoveel mogelijk instellingen te kunnen bedienen, kijken we ook hoe we de trainingen digitaal kunnen aanbieden. In deze trainingen ligt de nadruk weerbaarheid, specifiek bedoeld voor medewerkers van instellingen.
• voucherprogramma: we starten in 2025 met een voucherprogramma waarmee kleine culturele instellingen gezamenlijk een externe vertrouwenspersoon aan kunnen stellen. Zo zorgen we ervoor dat ook minder slagkrachtige organisaties maatregelen kunnen nemen om een veilige werkvloer te garanderen.
FOTOGRAAF Alex Brenner
H3
Subsidies instellingen onder verant woordelijkheid van de gemeente 2025-2028 In het Kunstenplan 2025-2028 vallen drie groepen van instellingen onder directe verantwoordelijkheid van de gemeente. In dit hoofdstuk staan de besluiten van het college over de hoogte van de subsidies.
41
Zeven instellingen gesubsidieerd door de gemeente
Kunstenplan 2025-2028
Op verzoek van het college beoordeelde de kunstraad de aanvragen voor 2025-2028 van Amsterdam Museum, Bijlmer Parktheater, Het Nationale Ballet (Nationale Opera & Ballet), ITA (Internationaal Theater Amsterdam), Koninklijk Concertgebouworkest, Meervaart en Stedelijk Museum Amsterdam. In het op 14 juni jl. gepubliceerde advies Voor de Toekomst – Voor de Stad16 staan de adviezen over de instellingen, die de kunstraad beoordeelde aan de hand van 4 criteria van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028: artistiek belang, belang voor de stad, diversiteit en inclusie en uitvoerbaarheid.
42 Amsterdam Museum, Bijlmer Parktheater, Het Nationale Ballet (Nationale Opera & Ballet), ITA (Internationaal Theater Amsterdam), Koninklijk Concertgebouw orkest, Meervaart en Stedelijk Museum Amsterdam
Het college heeft op 9 juli 2024 een besluit genomen over de verdeling van de subsidies voor deze 7 instellingen. Behalve het bedrag dat het college met de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 beschikbaar stelde (jaarlijks 60 miljoen euro), zet het college een deel van de extra incidentele middelen (9.5 miljoen euro) in die met de Voorjaarsnota 2024 beschikbaar zijn gesteld. Hierbij volgt het college 3 lijnen: 1. Voor 2025-2026 besluit het college meer geld vrij te maken voor de 7 instellingen dan eerder financieel is vastgesteld. Het volgt daarmee het advies van de kunstraad voor de verdeling van de subsidiemiddelen. Voor zowel 2025 als 2026 wordt het beschikbare budget incidenteel aangevuld met 3 miljoen euro. 2. Het college stelt tevens extra middelen beschikbaar in de periode 2025-2026 voor Internationaal Theater Amsterdam (ITA), waardoor de instelling – anders dan de kunstraad adviseerde – in deze periode niet hoeft te bezuinigen. Op 3 juli jl. heeft de Raad voor Cultuur geadviseerd om de Rijkssubsidie voor ITA voor de periode 2025-2028 te korten met 1.7 miljoen euro per jaar. Dit komt neer op 48 procent van het totale bedrag dat ITA ontvangt van het Rijk. Hiermee komt de bedrijfsvoering van de instelling sterk onder druk te staan.
Het ITA is een internationaal toonaangevend theatergezelschap en een belangrijk lokaal, nationaal en internationaal huis voor podiumkunsten in de stad. Het college vindt het belangrijk dat ITA in staat wordt gesteld om de bedrijfsvoering in 2025-2026 aan te passen aan de definitief door het Rijk beschikbaar gestelde middelen (zoals bekend gemaakt op Prinsjesdag). Voor 2025 en 2026 wordt het budget voor ITA aangevuld met 250 duizend euro. 3. Het college maakt extra geld vrij voor 2027-2028 en volgt deels het advies van de kunstraad voor de subsidieverdeling in deze periode. Voor zowel 2027 als 2028 wordt het eerder beschikbaar gestelde budget van 60 miljoen euro incidenteel aangevuld met 1.5 miljoen euro.
16 14 juni 2024, Amsterdamse Kunstraad – download via Voor-de-toekomst-voor-de-stad_ Amsterdamse-Kunstraad_14-juni-2024.pdf
In de Begroting 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met een nominale compensatie van gemiddeld 1,8 procent voor de subsidies. De verdeling in de onderstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties: Instelling
2025
2026
2027
2028
Amsterdam Museum
10.202.027
10.202.027
9.959.251
9.959.251
Stedelijk Museum Amsterdam
15.332.699
15.332.699
14.967.828
14.967.828
Het Koninklijk Concertgebouworkest
7.507.234
7.507.234
7.328.585
7.328.585
Nationale Opera en Ballet
13.609.689
13.609.689
13.285.820
13.285.820
International Theater Amsterdam (ITA)
11.862.823
11.862.823
11.332.081
11.332.081
Theater de Meervaart
3.720.170
3.720.170
3.631.642
3.631.642
Bijlmer Parktheater
2.187.887
2.187.887
2.135.822
2.135.822
Totaal Instellingen Kunstenplan in euro's
64.422.529
64.422.529
62.641.029
62.641.029
Cultuureducatie
In de verdeling van de kunstenplansubsidie voor de 3 muziekscholen adviseert de kunstraad om de basis in stand te houden en de incidentele middelen die de instellingen ontvingen structureel te maken. Daarnaast adviseert de kunstraad om vraaggestuurd aanbod vanuit de behoefte van scholen te faciliteren. Op het gebied van de culturele codes zetten de muziekscholen volgens de kunstraad actieve stappen, maar is nog vooruitgang te boeken. De kunstraad ziet bij de instellingen stevige ambities hun aanbod zo toegankelijk mogelijk te maken, voor zoveel mogelijk leerlingen. De instellingen benoemen verscheidene samenwerkingen en ook op gebied van fair practice stellen de muziekscholen zichzelf doelen. Wel zijn er verschillen, zoals in het bewustzijn over inclusie en diversiteit. Inclusie vraagt volgens de kunstraad om een meerstemmige aanpak en een effectieve en vakkundige implementatie in de gehele organisatie. Aanbod en een leeromgeving waarin zowel leerlingen als docenten gehoord, gezien en gewaardeerd worden is, zeker in het cultuuronderwijs, onmisbaar. Een voorwaarde om de ambities te realiseren is volgens de kunstraad stevig inclusief leiderschap. In de 3 aanvragen miste de kunstraad reflectie op de positie die de muziekscholen innemen binnen de keten van cultuureducatie en de gedeelde verantwoordelijkheid voor een gebalanceerd aanbod in de stad.
Daarnaast liggen er op het gebied van governance flinke opgaven bij de muziekinstellingen. Van de aanschaf en verbouwing
17 Samenspel: Advies Kunstenplan 2025-2028 - muziekeducatie - Amsterdamse Kunstraad
43 Kunstenplan 2025-2028
Op verzoek van het college beoordeelde de kunstraad de aanvragen voor 20252028 van Aslan Muziekcentrum, het Leerorkest en Muziekschool Amsterdam. Hierbij zijn ook de extra middelen betrokken die het college met de Voorjaarsnota 2024 beschikbaar heeft gesteld om het muziekonderwijs in het basispakket (13 uur per jaar voor groep 3 t/m groep 8) gratis te kunnen blijven aanbieden. In het op 8 november 2024 gepubliceerde advies Samenspel17 staan de adviezen over de instellingen, die de kunstraad beoordeelde aan de hand van 4 criteria van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028: artistiek belang, belang voor de stad, diversiteit en inclusie en uitvoerbaarheid.
van een pand, de versteviging van de organisatie tot aan een bestuurlijke fusie, met als doel nog beter in muziekeducatie-aanbod te kunnen voorzien. De kunstraad adviseert daarom een uitgebreide, tussentijdse monitoring van de 3 muziekscholen. Met het oog op de wenselijke verbreding van het Basispakket Kunst- en Cultuureducatie en een eventueel nieuw convenant in de toekomst, zal de kunstraad het gemeentebestuur op een later moment aandachtspunten meegeven. Het college neemt de adviezen van de kunstraad over en heeft besloten over de hoogte van de subsidies. De verdeling in de onderstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties: 2025
2026
2027
2028
Aslan Muziekcentrum
1.562.573
1.562.573
1.562.573
1.562.573
Leerorkest
1.276.189
1.276.189
1.276.189
1.276.189
Muziekschool Amsterdam
4.513.380
4.513.380
4.513.380
4.513.380
Totaal in euro´s
7.352.142
7.352.142
7.352.142
7.352.142
Kunstenplan 2025-2028
Instelling
44
Daarnaast financieren we 3 instellingen die vooral activiteiten voor scholen uitvoeren op het gebied van cultuureducatie. Dit zijn Mocca, Voucherbeheer en het Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam (JFSCA). Mocca
Mocca heeft in Amsterdam een bemiddelende rol tussen scholen en culturele partners. Mocca geeft advies-op-maat en helpt scholen bij de inhoudelijke opzet en uitvoering van cultuuronderwijs. Het activiteitenplan 2025-2028 getiteld ‘Maak cultuur een basisvaardigheid in het onderwijs’, richt zich op de verdere borging van cultuur in het onderwijs en de verdieping en verbreding van langdurige relaties tussen scholen en culturele instellingen. Dit wordt vastgelegd in het schoolplan, dat Mocca begeleidt en monitort. Mocca is ook penvoerder voor Amsterdam voor het landelijke programma Cultuureducatie met kwaliteit (CmK4). In dit programma werken het Rijk, provincies en gemeenten samen om te investeren in goed cultuuronderwijs. De rijksbijdrage voor CmK is voor Amsterdam 780.400 euro, de gemeente matcht deze bijdrage via de subsidie van Mocca. Een andere belangrijke rol is het coördineren van de cultuurbus en -boot. Ondanks de gestegen brandstofprijzen is het gelukt om het streven om de komende 4 jaar 50.000 leerlingen per jaar te vervoeren financieel dekkend te maken. Om dit te kunnen realiseren is 50 duizend euro toegevoegd uit de stelpost cultuureducatie. Voucherbeheer (Cultuur + Ondernemen)
Scholen ontvangen cultuurvouchers (digitale tegoeden) om culturele activiteiten in te kopen. Het bedrag wordt verhoogd van 22 euro naar 25 euro per leerling in het primair onderwijs, vmbo en praktijkonderwijs (eerste twee leerjaren) en van 66 euro naar 75 euro per leerling in het speciaal onderwijs, sbo en het vso. Deze verhoging wordt gefinancierd uit een reserve in een bestemmingsfonds waarvan een deel van het budget in eerdere jaren niet besteed was. De verhoging per leerling kan geheel uit dit bestemmingsfonds worden betaald. Het voucherbudget verandert daarmee niet zoals vastgelegd met de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028. Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam (JFSCA)
In de afgelopen kunstenplanperiode is de gewenste groei van het aantal aanvragen voor culturele activiteiten door corona en de nasleep daarvan achtergebleven. Voor de komende periode wil de gemeente samen met het JFSCA te groeien van 2650
aanvragen in 2024 (prognose) naar 3500 aanvragen in 2028. Hiervoor is jaarlijks een bedrag van 1.706.376 euro gereserveerd. De verdeling in de onderstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties: 2025
2026
2027
2028
Mocca
1.591.091
1.591.091
1.591.091
1.591.091
Voucherbeheer
2.275.456
2.275.456
2.275.456
2.275.456
JFSCA
1.706.376
1.706.376
1.706.376
1.706.376
Totaal in euro´s
5.572.923
5.572.923
5.572.923
5.572.923
Instellingen
Exploitatiesubsidies instellingen in relatie tot Strategisch Huisvestingsplan 2023-2027 In de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 is een verbinding gemaakt met de ruimtelijke investeringsagenda voor kunst en cultuur voor wat betreft de instellingen die vallen onder verantwoordelijkheid van de gemeente in 2025-2028. Vanwege de ruimte investering heeft het gemeentebestuur op advies van de kunstraad gekozen om de Meervaart en het Bijlmer Parktheater direct te financieren. De verbinding met de ruimtelijke investeringsagenda voor kunst en cultuur is echter niet doorgetrokken naar de regeling Vierjarige subsidies 2025-2028 van het AFK. Hierdoor is een omissie in de systematiek van het Kunstenplan geslopen.
Om deze ongewenste situatie te voorkomen, heeft het college besloten om de omissie te repareren, en alsnog het door het AFK geadviseerde bedrag beschikbaar te stellen voor de aanvragen van Dat! School en Likeminds en Bostheater Amsterdam. Deze 3 instellingen krijgen via de gemeente een meerjarig incidentele subsidie voor de periode 2025-2028, op basis van Algemene Wet Bestuursrecht, artikel 4:23, derde lid, onder d.
45 Kunstenplan 2025-2028
Het gevolg van deze omissie is dat we nu niet kunnen voorzien in de exploitatie van 3 instellingen waar een vergelijkbaar gemeentelijk belang speelt – vastgelegd door de gemeenteraad in december 2023 met het Strategisch Huisvestingsplan Kunst en Cultuur 2023-2027. Het betreft hier Dat! School en Likeminds (als onderdeel van de podiumvoorziening in het Hamerkwartier) en Bostheater Amsterdam. Deze 3 instellingen behoren tot de categorie ‘positief beoordeeld maar geen toekenning wegens ontoereikend budget’. In het geval van Bostheater Amsterdam zouden door het besluit van het AFK de in 2021 gemaakte bestuurlijke afspraken over cofinanciering met de gemeente Amstelveen niet nagekomen kunnen worden.
De verdeling in de onderstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties: 2025
2026
2027
2028
Dat! School
153.861
153.861
153.861
153.861
Likeminds
503.910
503.910
503.910
503.910
Bostheater Amsterdam
432.650
432.650
432.650
432.650
1.090.421
1.090.421
1.090.421
1.090.421
Kunstenplan 2025-2028
Totaal in euro´s
46
Dekking hiervoor is gevonden binnen de begroting Cultuur via: • een incidenteel bedrag van 1.8 miljoen euro, door een eenmalige uitgifte uit de bestemmingsreserve Kunstenplan; • een bijdrage van 0.53 miljoen euro per jaar door een ombuiging in de begrotingspost Exploitatie nieuwe culturele voorzieningen 2025-2028 en door deze post structureel ten behoeve van de doelstellingen behorende bij deze begrotingspost te verlagen; • een structurele bijdrage van 0.1 miljoen euro per jaar, door een ombuiging in de begroting Cultuur en hiermee deze in de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 aangekondigde structurele bijdrage aan de Werkdesk Kunst en Cultuur te schrappen. (zie hieronder); • de door het college voorgestelde nominale compensatie voor 2025.
Werkdesk Kunst en Cultuur De Werkdesk Kunst en Cultuur is in 2021 ontstaan uit het steunplan kunst en cultuur binnen Regionaal Werkcentrum Groot-Amsterdam om te anticiperen op de behoeften op het gebied van werkgeverschap, personeelsbeleid en het wegvallen van werk door de coronacrisis en de veranderingen op de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector. Veranderingen en uitdagingen op dit gebied volgen elkaar in hoog tempo op. Dienstverlening bestaat onder andere uit het aanbieden van loopbaanen businesscoaching voor zzp’ers en medewerkers en strategische personeels- en arbeidsmarktadviezen voor werkgevers. Daarnaast is er de mogelijkheid om om- of bijscholing van zzp’ers, werknemers en werkgevers in de culturele en creatieve sector van onze stad (mede) te financieren. Op landelijk niveau is in 2020 naar aanleiding van de arbeidsmarktagenda 20212023 Platform ACCT opgericht om de arbeidsmarkt van de culturele en creatieve sector blijvend te versterken en de (inkomens)positie van mensen die in deze sector werken te verbeteren. Platform ACCT wordt nu landelijk ondersteund vanuit de basis infrastructuur 2025-2028.
De Werkdesk Kunst en Cultuur fungeert als aandrijfmotor om, via publiek-private samenwerking, de Amsterdamse, landelijke en Europese dienstverlening en regelingen van PACCT en andere arbeidsmarkt gerelateerde initiatieven beter bij de culturele en creatieve sector te brengen. De met de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 aangekondigde bijdrage vanuit de begroting Cultuur schrappen we. In het licht van de uitdagingen waar de sector nu voor staat, vindt het college het wel belangrijk dat de dienstverlening van de Werkdesk Kunst en Cultuur wordt voortgezet, maar kiezen we voor een nog te bepalen nieuwe dekking in de gemeentebegroting. Hiervoor kijken we onder andere naar een slimme verbinding tussen de portefeuilles Kunst en Cultuur, Sociale Zaken en Arbeidsmarkt. In het eerste kwartaal van 2025 komen we met een uitwerking.
47 Kunstenplan 2025-2028
FOTOGRAAF Dave van Hout
FOTOGRAAF Alex Brenner
H4
Besluiten vier jarige subsidies 2025-2028 Amsterdams Fonds voor de Kunst 49
Op 1 augustus 2024 heeft het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) de besluiten genomen over de vierjarige subsidies voor 2025-2028. Er was door in totaal 276 instellingen voor 72.2 miljoen euro per jaar aangevraagd. Het budget bedroeg 51.2 miljoen euro18 (een overvraag van 41 procent). Dit vereiste scherpe keuzes. 18 Prijspeil 2024
In totaal konden 164 instellingen worden gehonoreerd binnen de vierjarige regeling voor 2025-2028. Hiervan zijn er 47 nieuw. Deze instroom draagt bij aan een betere afspiegeling van de stad in het Kunstenplan. Van de nieuwkomers ontvingen er 15 eerder een subsidie uit de regeling ontwikkeling voor jonge organisaties en 8 een bijdrage uit het programma Wijkimpuls, dat in het leven is geroepen om organisaties in Noord, Zuidoost en Nieuw-West te laten groeien. Over de hele linie neemt het aandeel van geplande activiteiten in Zuidoost, Nieuw-West en Noord toe, en daalt het aandeel in Centrum en West.
Kunstenplan 2025-2028
Door een ontoereikend budget kregen diverse instellingen (in totaal 73), ondanks een positief advies, geen of minder subsidie dan eerdere jaren. Op 15 oktober 2024 heeft het college besloten om enkele van deze instellingen alsnog meerjarig incidenteeel te ondersteunen. Het gaat om 7 instellingen die minstens 30 procent minder dan het aangevraagde of geadviseerde bedrag zouden krijgen, waardoor de gehele bedrijfsvoering onder (te) grote druk zou komen te staan. Daarom zijn de deelplafonds woordkunst, dans, cultuureducatie, beeldende kunst en creatieve industrie, theater, muziek en muziektheater in de regeling Vierjarige subsidies Kunstenplan 2025-2028 van het AFK verhoogd. Het definitieve overzicht van de 164 toekenningen is – rekening houdend met de door het college voorgestelde gemiddelde nominale compensatie van 1.8 procent, maar exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties – toegevoegd als bijlage 4.
Overige regelingen van het AFK
50 47 instellingen zijn nieuw binnen de vierjarige regeling. Deze instroom draagt bij aan een betere afspiegeling van de stad in het Kunstenplan.
Het college heeft op 16 juli 2024 de Subsidieregeling Ontwikkeling organisaties professionele kunst 2025-2028 van het AFK vastgesteld. Deze regeling is bedoeld om organisaties die nog relatief kort bestaan (2 tot 6 jaar) te versterken, op te bouwen en te ontwikkelen. Enkele organisaties die zijn afgewezen binnen de vierjarige regeling vanwege een negatief advies of een positief advies maar zonder budget, konden alsnog een aanvraag indienen voor deze regeling. De besluiten over deze aanvragen volgen begin 2025. Organisaties die niet in aanmerking komen voor deze regeling kunnen een beroep doen op de regeling Projectsubsidies professionele kunst van het AFK.
Beleidsplan Amsterdams Fonds voor de Kunst 2025-2028 Begin 2025 zal het AFK het complete beleidsplan 2025-2028 en de financiële uitwerking voorleggen aan het college. Naast een beschrijving van de verschillende subsidieregelingen laat het AFK hierin ook zien hoe het fonds op andere manieren vormgeeft aan de uitvoering van het Amsterdamse kunst- en cultuurbeleid. Het AFK presenteert het beleidsplan 2025-2028 in de raadscommissie.
51 Kunstenplan 2025-2028
FOTOGRAAF Matthijs Immink
FOTOGRAAF Ada Nieuwendijk
H5
Prestatie afspraken en monitoring We maken met alle Kunstenplaninstellingen die een vierjarige subsidie ontvangen van de gemeente of het AFK concrete prestatieafspraken. De afspraken worden per instelling op maat gemaakt en zijn zowel kwantitatief als kwalitatief. De kwantitatieve 53 afspraken hebben betrekking op gegevens die daadwerkelijk en langdurig meetbaar zijn en zoveel mogelijk overeenkomen met de gegevens die het ministerie van OCW of de landelijke fondsen van instellingen verlangen. Samen met dat ministerie, rijkscultuurfondsen en het AFK werken we aan een nieuwe verantwoordingssystematiek voor alle Kunstenplaninstellingen. In deze nieuwe systematiek besteden we onder meer extra aandacht aan de geografische spreiding van activiteiten. Met de instellingen die via het AFK een bijdrage ontvangen is nauwe afstemming over de te leveren data.
De kwalitatieve afspraken gaan over de gemeentelijke beleidsdoelstellingen die meer inhoudelijk en niet (geheel) meetbaar zijn. Bijvoorbeeld over cultureel ondernemerschap en culturele diversiteit. Met instellingen waarmee de gemeente een vastgoedrelatie heeft, maken we afspraken over het onderhoud van het gebouw. In het geval van een gehonoreerde aanvraag met een onderhoudsplan wordt het bedrag bedoeld voor kosten en reserveringen voor onderhoud in het kader van het meerjarenonderhoudsplan geoormerkt.
Aanscherping richtlijnen verantwoording meerjaren onderhoudsplannen
Kunstenplan 2025-2028
We scherpen de richtlijnen voor de verantwoording van de meerjarenonderhouds plannen aan ten opzichte van de richtlijnen die hiervoor zijn vastgesteld in de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028. De aanscherping heeft betrekking op de personeelslasten voor de uitvoering van het onderhoud door een eigen technische dienst van de subsidieontvanger. Een nieuwe versie van de richtlijnen is toegevoegd als bijlage 5.
Monitoring De Kunstenplaninstellingen leggen jaarlijkse verantwoording af over de prestatie afspraken, direct aan de gemeente of aan het AFK. Voorafgaand hieraan publiceert de gemeente een handboek waarin meer gedetailleerd staat hoe instellingen dienen te verantwoorden – ook met betrekking tot de in dit Kunstenplan aangekondigde beleidskader Sociale Veiligheid.
54 We willen waar dat mogelijk is de uitvoering van het beleid datagestuurd toetsen en evalueren.
Op basis van deze verantwoording voeren we monitorgesprekken. Kunst en Cultuur voert de gesprekken met de instellingen die de gemeente financiert, het Amsterdams Fonds voor de Kunst met de instellingen die het Fonds subsidieert. Voor de 7 instellingen die onder directe verantwoordelijkheid van de gemeente vallen komt er een monitoringsystematiek met eens per kwartaal een gesprek met Kunst en Cultuur. Als dat relevant is betrekken we de stadsdelen bij de monitoring. Daarnaast worden de 5 instellingen waarin de gemeente een substantieel bedrag investeert met de Kunstenplansubsidie – Amsterdam Museum, Nationale Ballet, Internationaal Theater Amsterdam, Koninklijk Concertgebouworkest en Stedelijk Museum Amsterdam –tussentijds gevisiteerd. Deze visitatie – in opdracht van de gemeente – wordt uitgevoerd door een commissie van (inter)nationale experts, begeleid door de Amsterdamse kunstraad.
Datagedreven werken We willen waar dat mogelijk is de uitvoering van het beleid datagestuurd toetsen en evalueren. Aan de hand van kwantitatieve indicatoren willen we de gemeentelijke inzet concreet maken en meten of de doelstellingen worden behaald. De resultaten maken we tweejaarlijks bekend. Een voorbeeld van datagedreven beleidsvoering is de eerder genoemde nulmeting culturele voorzieningen. Deze nulmeting levert een gedetailleerd overzicht van het aanbod aan ruimte voor kunst en cultuur in de stad, stadsdelen, wijken en buurten. Het onderzoek stelt ons bovendien in staat om nauwkeurig te monitoren of we het doel behalen om een inhaalslag qua ruimte te maken in de stadsdelen Zuidoost, Nieuw-West en Noord.
55 Kunstenplan 2025-2028
FOTOGRAAF Neeltje de Vries
FOTOGRAAF Jesse Budel
H6
Financiën Kunstenplan 2025-2028 Vergeleken met de vastgestelde Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 is het financieel kader voor het Kunstenplan 2025-2028 gewijzigd door besluitvorming van het college in 2024. Hiertoe behoren: • het besluit in het kader van de Voorjaarsnota 2024 om incidenteel 12 miljoen euro beschikbaar te stellen ten behoeve van het 57 Kunstenplan; • het besluit in het kader van de Voorjaarsnota 2024 om meerjarig incidenteel 1 miljoen euro per jaar extra beschikbaar te stellen voor muziekeducatie in de periode 2025-2028; • het aanvullende besluit met dit Kunstenplan om binnen de cultuurbegroting middelen te verschuiven om 3 instellingen te kunnen ondersteunen die deel uitmaken van de ruimtelijke investeringsagenda op cultuur, uitvoering te geven aan motie 639 van het lid Minderhoud (PvdA) c.s. en extra in te zetten op internationalisering; • en het besluit met de Begroting 2025 om een nominale compensatie van gemiddeld 1,8 procent toe te kennen aan subsidies in 2025 en verder. Dit is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties.
Als gevolg hiervan ziet het definitieve financieel kader van het Kunstenplan 2025- 2028 er zo uit:
Kunstenplan 2025-2028 Onderdeel Kunstenplan
Hoofdlijnen
Kunstenplan 2025
Kunstenplan 2026
Kunstenplan 2027
Kunstenplan 2028
60.033.427
64.422.529
64.422.529
62.641.029
62.641.029
1.090.421
1.090.421
1.090.421
1.090.421
Gemeente Zeven Instellingen onder verantwoor delijkheid gemeente
Kunstenplan 2025-2028
Instellingen Strategisch Huisvestingsplan
58
Cultuureducatie
12.076.339
13.054.193
13.054.193
13.054.193
13.054.193
Vaste subsidies Kunstenplan
19.185.249
19.199.812
19.199.812
19.199.812
19.199.812
Programma's
500.000
500.000
500.000
250.000
250.000
Werkbudgetten
1.087.465
1.005.239
1.005.239
1.005.239
1.005.239
Exploitatie culturele voorzieningen in de wijken
1.578.000
1.066.864
1.066.864
1.066.864
1.066.864
AFK, vierjarige regeling
51.200.642
53.020.337
53.020.337
53.020.337
53.020.337
AFK, regeling ontwikkeling
1.464.692
1.491.056
1.491.056
1.491.056
1.491.056
AFK, projectsubsidies
9.400.583
9.824.293
9.824.293
9.569.793
9.569.793
AFK, Beheerlasten
4.128.957
4.203.278
4.203.278
4.203.278
4.203.278
Totaal in euro´s
160.655.353
168.878.023
168.878.023
166.592.023
166.592.023
Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK)
De verdeling in de bovenstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties.
Subsidies instellingen en uitgaven onder verantwoordelijkheid gemeente Het college heeft op 9 juli 2024 besloten over de verdeling van de subsidies voor deze zeven instellingen. In aanvulling op het met de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 beschikbaar gestelde bedrag (jaarlijks 60 miljoen euro), zet het college een deel van de extra incidentele middelen (9.5 miljoen euro) in die met de Voorjaarsnota 2024 beschikbaar zijn gesteld. In hoofdstuk 3 is dit verder toegelicht. Daarnaast heeft het college besloten om een reparatie uit te voeren met betrekking tot de exploitatie van drie instellingen die verbonden zijn aan de culturele investerings agenda van het college, zoals vastgelegd in het Strategisch Huisvestingsplan 20232027. Deze instellingen ontvangen via de gemeente voor de periode 2025-2028 een exploitatiesubsidie. Hiervoor zet het college middelen in die deels vrijkomen uit de bestemmingsreserve Kunstenplan, uit het schrappen van de bij de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 aangekondigde bijdrage uit de begroting Cultuur voor de
Werkdesk Kunst en Cultuur, en uit het verlagen van de begrotingspost Exploitatie culturele voorzieningen in de wijken. In hoofdstuk 3 is dit verder toegelicht. De verdeling van de subsidies is opgenomen in onderstaande tabel.
Kunstenplan instellingen 2025-2028 bij gemeente Instelling
2025
2026
2027
2028
Amsterdam Museum
10.202.027
10.202.027
9.959.251
9.959.251
Stedelijk Museum Amsterdam
15.332.699
15.332.699
14.967.828
14.967.828
Het Koninklijk Concertgebouworkest
7.507.234
7.507.234
7.328.585
7.328.585
Nationale Opera en Ballet
13.609.689
13.609.689
13.285.820
13.285.820
International Theater Amsterdam (ITA)
11.862.823
11.862.823
11.332.081
11.332.081
Theater de Meervaart
3.720.170
3.720.170
3.631.642
3.631.642
Bijlmer Parktheater
2.187.887
2.187.887
2.135.822
2.135.822
Subtotaal Instellingen Kunstenplan
64.422.529
64.422.529
62.641.029
62.641.029
Likeminds
503.910
503.910
503.910
503.910
DAT! School
153.861
153.861
153.861
153.861
Amsterdamse Bostheater
432.650
432.650
432.650
432.650
Subtotaal Instellingen strategiesch Huisvestingsplan
1.090.421
1.090.421
1.090.421
1.090.421
Totaal instellingen bij gemeente
65.512.950
65.512.950
63.731.450
63.731.450
Instellingen strategisch huisvestingsplan
Kunstenplan 2025-2028
De verdeling in de bovenstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties.
59
Cultuureducatie 2025-2028
Kunstenplan 2025-2028
Instelling
60
Hoofdlijnen
Wijzigingen
Nominaal 2025
Kunstenplan 2025-2028
Muziekschool Amsterdam
4.433.576
79.804
4.513.380
Aslan Muziekcentrum
1.534.944
27.629
1.562.573
Leerorkest
1.253.624
22.565
1.276.189
Muziek, drie instellingen
6.475.109
-6.475.109
-
Mocca
1.512.958
50.000
28.133
1.591.091
Voucherbeheer
2.059.222
176.000
40.234
2.275.456
Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam
1.676.204
30.172
1.706.376
Stelpost cultuureducatie
352.845
-226.000
2.283
129.128
Totaal in euro's
12.076.338
747.035
230.821
13.054.194
De verdeling in de bovenstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties. Van de 1 miljoen euro aan extra middelen voor cultuureducatie om het muziekonderwijs te behouden, gaat 747.037 euro naar de 3 muziekscholen Leerorkest, Aslan Muziekcentrum en Muziekschool Amsterdam. In hoofdstuk 3 is dit verder toegelicht. De overige middelen 252.966 euro zijn bestemd voor Stadsdelen Noord, Zuidoost en stadsgebied Weesp.
Vaste Subsidies Kunstenplan 2025-2028 Instelling
Hoofdlijnen
Nominaal 2025
Kunstenplan 2025-2028
Amsterdam Museum huur
2.519.149
-
2.519.149
Stedelijk Museum Amsterdam huur
7.940.775
-
7.940.775
Stedelijk Museum Amsterdam Kunstaankopen
235.465
4.238
239.703
3.362.821
-
3.362.821
Beheersubsidie BAMB
573.606
10.325
583.931
ITA (Stadsschouwburg Amsterdam) huur
4.553.433
-
4.553.433
Totaal in euro's
19.185.249
14.563
19.199.812
Bamb huur
De verdeling in de bovenstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties. De subsidies voor de huur worden niet nominaal verhoogd omdat deze één op één met de indexering van de huurbedragen conform het huurcontract worden aangepast.
Werkbudgetten Kunstenplan 2025-2028 Werkbudget
Hoofdlijnen
Wijzigingen
Nominaal 2025
Kunstenplan 2025-2028
Werkbudget beleid Kunst en Cultuur
427.009
7.686
434.695
Stadscuratorium
110.456
1.988
112.444
Communicatie Kunst in Openbare Ruimte
50.000
900
50.900
Uitvoering cultuurherstel
100.000
1.800
101.800
Stimuleren cultuurbezoek
100.000
1.800
101.800
Werkdesk
100.000
-
-
Programma sociale veiligheid
200.000
3.600
203.600
Totaal Werkbudgetten in euro's
1.087.465
17.774
1.005.239
-100.000
-100.000
De verdeling in de bovenstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties.
Exploitatie culturele voorzieningen in de wijken Wijzigingen
Nominaal 2025
Kunstenplan 2025-2028
Exploitatie culturele voorzieningen in de wijken (inhaalslag)
1.578.000
-530.000
18.864
1.066.864
Totaal stelposten in euro's
1.578.000
-530.000
18.864
1.066.864
De verdeling in de bovenstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties. Ten opzichte van de situatie tijdens het Kunstenplan 2021-2024 is de investerings systematiek gewijzigd. Voor nieuwe voorzieningen die vallen in de categorie ‘stad maken’ en waarin de gemeente zelf investeert, wordt in de gemeentelijke systematiek budget gereserveerd voor de exploitatie en programmering. Het in de Hoofdlijnen opgenomen budget voor de inhaalslag blijft wel nodig voor andere uitgaves in de inhaalslag zoals investeringen uit de categorieën ‘stad zijn’ en ‘stad verbeteren’. Hiervoor wordt een aparte subsidieregeling ontwikkeld. Door de gewijzigde systematiek is 0.53 miljoen euro vrijgemaakt voor de instellingen die vallen onder het strategisch huisvestingsplan.
61 Kunstenplan 2025-2028
Hoofdlijnen
Programma's
Programma Leiderschap divers talent
Hoofdlijnen
Wijzigingen
Kunstenplan 2025
Kunstenplan 2026
Kunstenplan 2027
Kunstenplan 2028
500.000
-250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
-
500.000
500.000
250.000
250.000
Internationalisering Totaal programma in euro's
500.000
De verdeling in de bovenstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties.
Kunstenplan 2025-2028
Het in de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 gereserveerde bedrag van 0.5 miljoen euro per jaar wordt verlaagd naar € 0,25 miljoen per jaar. Hiermee komt 0.25 miljoen euro per jaar vrij die we in 2025 en 2026 bestemmen voor de extra inzet op internationalisering.
62
Budgetten AFK binnen het Kunstenplan 2025-2028 Het college heeft op 15 oktober 2024 besloten over de toekenning van extra incidentele middelen aan diverse deelplafonds binnen de regeling Vierjarige subsidies 2025-2028 van het AFK om zo alsnog de toekenningen van 7 instellingen volledig te honoreren. Hier is een bedrag van 0.9 miljoen euro per jaar mee gemoeid. In hoofdstuk 4 is dit nader toegelicht. Ten behoeve van de uitvoering van motie 639 Verbeteren bestaanszekerheid en ontwikkelkansen kunstenaars Amsterdam van het lid Minderhoud (PvdA) c.s. stelt het college 0.25 miljoen euro per jaar beschikbaar voor 2025 en 2026. Dekking hiervoor is gevonden binnen de bestemmingsreserve Kunstenplan. In hoofdstuk 1 is dit nader toegelicht. Voor de regeling Cultuurcoach is in totaal 1.6 miljoen euro beschikbaar. Naast het budget in het Kunstenplan is er 0.9 miljoen euro per jaar beschikbaar uit de begroting Onderwijs.
De verdeling van de middelen voor het AFK is opgenomen in onderstaande tabel.
AFK Kunstenplan 2025-2028 Onderdeel
Hoofdlijnen
wijzigingen
Nominaal 2025
Kunstenplan 2025
Kunstenplan 2026
Kunstenplan 2027
Kunstenplan 2028
Professionele kunst
5.418.050
97.525
5.515.575
5.515.575
5.515.575
5.515.575
Cultuurparticipatie
885.790
15.944
901.734
901.734
901.734
901.734
Wijkimpuls
450.443
8.108
458.551
458.551
458.551
458.551
Amsterdamprijs voor de kunst
137.177
2.469
139.646
139.646
139.646
139.646
Regeling amateurkunst (2 jarige)
818.085
14.726
832.810
832.810
832.810
832.810
Kunst in de openbare ruimte
640.389
11.527
651.916
651.916
651.916
651.916
Stimuleringsregeling eigentijdse dans
145.322
2.616
147.938
147.938
147.938
147.938
Broedplaatsen programmering
207.800
3.740
211.540
211.540
211.540
211.540
Regeling cultuurcoach / kunstdocent
697.525
12.555
710.081
710.081
710.081
710.081
250.000
4.500
254.500
254.500
Verbeteren bestaanszekerheid Kunstenaars 9.400.583
250.000
173.710
9.824.293
9.824.293
9.569.793
9.569.793
Vierjarige regeling
51.200.642
882.204
937.491
53.020.337
53.020.337
53.020.337
53.020.337
Regeling Ontwikkeling
1.464.692
26.364
1.491.056
1.491.056
1.491.056
1.491.056
sub Totaal Kunstenplan subsidies
52.665.334
882.204
963.856
54.511.394
54.511.394
54.511.394
54.511.394
Totaal Subsidies
62.065.916
1.132.204
1.137.566
64.335.687
64.335.687
64.081.187
64.081.187
Beheerlasten
4.128.957
74.321
4.203.278
4.203.278
4.203.278
4.203.278
Totaal in euro's
66.194.873
1.211.887
68.538.965
68.538.965
68.284.465
68.284.465
1.132.204
63 Kunstenplan 2025-2028
Subtotaal Projectsubsidies
De verdeling in de bovenstaande tabel is inclusief de nominale compensatie conform Begroting 2025 en is exclusief eventuele toekomstige nominale compensaties.
Overzicht van incidentele aanvullingen ten behoeve van het Kunstenplan 2025-2028 De lasten van het Kunstenplan 168.9 miljoen euro in 2025 en 2026, 166.6 miljoen euro in 2027 en 2028 worden voor een deel gedekt door incidentele middelen.
Kunstenplan 2025-2028
Deze incidentele middelen bestaan uit middelen die zijn toegekend met het Coalitieakkoord, incidenteel toegekende middelen met de Voorjaarsnota 2023 voor het Kunstenplan in 2027 en 2028 en incidenteel toegekende middelen met de begroting 2025 voor Cultuureducatie en het Kunstenplan. Daarbij is de inzet van de reserve Kunstenplan incidenteel. De reserve Kunstenplan wordt hiermee vrijwel geheel ingezet ten behoeve van het Kunstenplan 2025-2028.
64
Voor de periode vanaf 2029 betekent dit dat het budget voor het Kunstenplan 2029- 2032 zonder verdere structurele of incidentele aanvullingen zal terugvallen van 166.6 miljoen euro in 2028 naar 160 miljoen euro in 2029.
Incidentele middelen in het Kunstenplan 2025-2028 2025
2026
2027
2028
Coalitieakkoord: AFK
500.000
500.000
500.000
500.000
Coalitieakkoord: Cultuureducatie
700.000
700.000
1.000.000
1.100.000
1.200.000
1.200.000
Aanvullende middelen Kunstenplan VJN 2023 Cultuureducatie Begroting 2025
747.034
747.034
747.034
747.034
Aanvullende middelen Kunstenplan VJN 2024
250.000
3.250.000
2.750.000
2.750.000
Reserve Kunstenplan
4.727.500
977.500
427.500
427.500
Totaal programma in euro's
6.924.534
6.174.534
6.624.534
6.724.534
65 Kunstenplan 2025-2028
FOTOGRAAF Maarten Mooijman
FOTOGRAAF Almichael Fraay
Colofon
Disclaimer: In dit document worden instellingen genoemd ter illustratie. Deze instellingen kunnen hier geen rechten aan ontlenen.