CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijke reactie initiatiefvoorstel

RAAD 27 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel 'Samen woningen blijven bouwen, ondanks de crisis' van de leden Van Renssen en Minderhoud en kennis nemen van de de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke initiatiefvoorstel Nr. VN2024-0039443.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 17 oktober 2023 Woningbouw Reinier van Dantzig Grond en Ontwikkeling (h.wildenberg@amsterdam.nl) Bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel “Samen woningen blijven bouwen, ondanks de crisis” van de leden Van Renssen (GroenLinks) en Minderhoud (PvdA) d.d. 18 september 2023

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 18 september 2023 hebben de raadsleden Van Renssen (GroenLinks) en Minderhoud (PvdA) een initiatiefvoorstel ingediend getiteld “Samen woningen blijven bouwen, ondanks de crisis”. Met dit voorstel wordt het college gevraagd om: 1. Het oprichten en onderhouden van “de Amsterdamse bouwtafel”, een platform waar partijen elkaar met enige regelmaat treffen, waar wederzijdse belangen gedeeld worden en het vertrouwen wordt verstevigd. Hier kunnen de belangen op elkaar worden afgestemd en beslissingen over projecten sneller worden genomen. 2. Als Amsterdamse Bouwtafel een nieuwe wijze van “open boek methode” te hanteren waarbij op basis van vertrouwen de kosten en opbrengsten en voor- en nadelen van een project kan worden besproken. 3. Aanstellen van een woningbouwregisseur, of een soortgelijke functie, die relatief onafhankelijk is en snel kan schakelen tussen verschillende partijen. 4. Per projectgebied integrale bouwteams op te zetten, waar alle afdelingen van de gemeente zijn vertegenwoordigd en waarin voorafgaand afspraken worden gemaakt, over planvorming, vergunningverlening, subsidieverlening, gronduitgifte en inrichten van het openbaar gebied, om tijd te besparen en sneller tot ontwikkeling te komen. 5.

Voor het opzetten van integrale teams, zoals genoemd onder 4, een inspiratiesessie te organiseren met andere steden en het rijk, zodat ‘best practices’ kunnen worden overgenomen. 6. Een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar de verschillende oorzaken van het niet slagen van projecten en plannen, in de afgelopen twee jaar en mogelijkheden om het slagingspercentage te verhogen. 7. In aanvulling op en binnen het bestaande huidige Grondprijsbeleid, voorzieningen te treffen die de bouw van sociale woningbouw en eeuwigdurende middenhuur, faciliteren. 8. Bij het grondprijsbeleid voor nieuwbouw niet meer dan nodig rekening te houden met de locatie van de woningen, hierbij ook andere bijzondere uitdagingen van de locatie te betrekken, die van invloed zijn op de stichtingskosten. 9. Er zorg voor te dragen dat het prijspeil dat gehanteerd wordt voor de verkoopprijs voldoende de stand van de markt reflecteert op het moment van start bouw, zodat het gehanteerde prijspeil geen onevenredige nadelige invloed heeft op de haalbaarheid van het project.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

17 oktober 2023 Pagina 2 van 8

10. Als gemeente actief te sturen op samenwerking tussen meerdere ontwikkelende partijen, zo mogelijk in bouwcombinaties, zodat dit bijdraagt aan oplossingen voor een geheel gebied in plaats per kavel. Bij de planvorming, gronduitgifte en het stellen van voorwaarden, ontwikkelingen per gebied in plaats van kavel, te stimuleren. 11. Het nog op te richten panel van woningzoekenden en bewoners, te verzoeken om te reflecteren op de resultaten van de verschillende voorstellen en onderzoeken uit dit voorstel. Het college waardeert het werk dat de indieners hebben verzet om dit voorstel te schrijven en uw betrokkenheid tot dit onderwerp. Het college deelt de urgentie en wil net als de initiatiefnemers ervoor zorgen dat woningbouw in de stad zoveel mogelijk op peil blijft, met als belangrijk uitgangspunt 40% sociale woningen, 40% middeldure woningen en 20% vrije sector woningen (“40-40-20”). Hier is en wordt keihard aan gewerkt, zowel op project-, gebieds- als stedelijk niveau, en zowel ambtelijk als bestuurlijk. Onorthodoxe maatregelen worden hierbij niet geschuwd. Het college voert frequent en constructief overleg met (koepels van) marktpartijen en corporaties om de marktsituatie te duiden en te bezien welke maatregelen zinvol zijn om te nemen. Er is sprake van constructief overleg, met begrip voor elkaars positie, belangen en beperkingen.

Met het op 21 september 2023 door markpartijen, corporaties en gemeente ondertekende Doorbouwakkoord Amsterdam wordt deze gezamenlijke inzet nogmaals onderstreept. Over de inzet van het college bent u uitgebreid geïnformeerd middels de Raadsinformatiebrief d.d. 19 september 2023 “Halfjaarrapportage Woningbouw 2023 en Doorbouwakkoord Amsterdam”. Het voorstel van raadsleden Van Renssen en Minderhoud is een zeer positieve bevestiging van deze inzet. Veel van de voorstellen worden in de praktijk al uitgevoerd. Per onderdeel van het voorstel treft u hieronder een reactie van het college aan. 1. Amsterdamse Bouwtafel Amsterdam kent een lange traditie van samenwerken met de markt, met besef van de verschillende rollen, belangen en perspectieven. Het college is alert op actuele ontwikkelingen en gebruikt haar netwerk indien dat nodig is. Marktpartijen weten op hun beurt de gemeente goed te vinden. Met de koepels IVBN, NEPROM, Bouwend Nederland, EIB, Vastgoedbelang en de AFWC wordt structureel gesproken in het Bestuurlijk Bouwoverleg. Hiernaast is er op directieniveau een Bouwoverleg. Aan dit ambtelijk Bouwoverleg nemen individuele marktpartijen en Amsterdamse corporaties deel. In de Bouwoverleggen worden marktinformatie en wederzijdse belangen gedeeld, op elkaar afgestemd en wordt het vertrouwen verstevigd.

Met goede resultaten; de Intentieverklaring “Meer betaalbaar wonen met betrouwbare partners” in 2020 en het “Doorbouwakkoord Amsterdam” in 2023 zijn hier voorbeelden van. De deelnemers denken mee over de uitwerking van (tijdelijke) maatregelen en zorgen voor doorwerking en uitvoering van de afspraken binnen de eigen achterban. Normaal gesproken is zowel het ambtelijk als Bestuurlijk Bouwoverleg overleg twee keer per jaar. In deze crisistijd is de frequentie van dit overleg opgevoerd en zijn extra overleggen ingepland. Individueel zijn er ook structurele overleggen. Met elk van de grote particuliere investeerders vindt één keer per jaar op directieniveau een Investeringsoverleg plaats over gebiedsontwikkeling en de projectenportefeuille in Amsterdam. Met de Amsterdamse corporaties vindt dit individuele overleg twee keer per jaar plaats. Veruit het meeste individuele overleg vindt uiteraard op projectniveau

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

17 oktober 2023 Pagina 3 van 8

plaats, daar waar het moet gebeuren. Amsterdam werkt nauw samen met meer dan honderd partijen in projecten in verschillende fasen van ontwikkeling. Projecten die sterk van elkaar verschillen in type locatie, omvang en complexiteit. Dit vraagt om maatwerk. Als er sprake is van een knelpunt werken we met een duidelijke opschaallijn: van projectteam, naar ambtelijke opdrachtgever, naar directieniveau en zo nodig bestuurlijk niveau. Opschaling vindt plaats wanneer dit nodig is, tempo is hierbij uiteraard van belang. Partijen die actief zijn in Amsterdam kennen de ambtelijk opdrachtgevers, de directeur Grond en Ontwikkeling en gebruiken deze opschalingslijn. In de praktijk werkt dit goed. Kortom, net als Den Haag en Rotterdam, werkt ook Amsterdam met vaste overlegstructuren en duidelijke, snelle opschaallijnen. Partijen weten elkaar goed te vinden. De facto hebben we al een Amsterdamse bouwtafel waarin de gemeente om tafel zit met (institutionele) beleggers, ontwikkelaars, corporaties en bouwers. In Amsterdam noemen we dit alleen het Bouwoverleg. Het college beschouwt dit punt in het Initiatiefvoorstel dan ook als ondersteuning van de bestaande praktijk en is van mening dat reeds voldaan is aan de aanbeveling van de raadsleden. 2. Open boek methode Transparantie en vertrouwen zijn voor samenwerking van cruciaal belang.

We zitten in een situatie van verslechterende marktomstandigheden en staan tegelijkertijd voor een complexe, lastige woningbouwopgave waar geen eenvoudige generieke oplossing voor is. De gemeente werkt mee aan planoptimalisatie, maar er zijn kwalitatieve en financiële ondergrenzen. Dit vraagt om maatwerk in de projecten. Samen met partijen verkennen we waar we elkaar kunnen vinden. Dit doen we zo transparant mogelijk en dat blijven we doen. De gemeente is open over de wijze waarop grondprijzen berekend worden en op basis hiervan geven we een grondprijsadvies af. De erfpachter krijgt hierbij een aanvullende toelichting. Daarnaast gaan we ook in gesprek met de erfpachter als daarom wordt gevraagd. Andersom vragen we marktpartijen, daar waar nodig, inzicht in hun berekeningen te geven. Kanttekening hierbij is dat dit niet betekent dat partijen elkaars bedrijfsvoering gaan (of willen) beoordelen. Het college beschouwt de “open boek methode” in het Initiatiefvoorstel als ondersteuning van deze reeds bestaande werkwijze. 3. Woningbouwregisseur In de afgelopen 9 jaar zijn ruim 63.000 woningen in aanbouw genomen. In Nederland is dit voor een gemeente een ongekende aantal. De gemeente heeft haar organisatie dan ook sterk aangepast om dit mogelijk te maken. Gebiedsontwikkeling en woningbouw vinden niet meer versnipperd plaats zoals 10 jaar geleden.

Veruit de meeste, en sowieso de grotere, woningbouwprojecten vallen inmiddels onder de directie Grond & Ontwikkeling (G&O) die werkt met een zevental ambtelijke opdrachtgevers, met duidelijke opschaallijnen. Het is hierdoor niet nodig om een woningbouwregisseur, of een soortgelijke functie, aan te trekken. Het zal eerder belemmerend werken voor de voortgang. Gezien voorgaande adviseert het college de raad het voorstel van de raadsleden op dit punt niet over te nemen. 4. Integrale bouwteams Het college streeft naar vereenvoudiging en versnelling. Gebiedsontwikkeling is echter geen lineair en modelmatig proces. Elk project is anders – qua omvang, eigendomsverhoudingen, complexiteit –

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

17 oktober 2023 Pagina 4 van 8

waardoor trajecten (en doorlooptijden) sterk kunnen verschillen. Participatie is hierbij in Amsterdam een belangrijk onderdeel, hetgeen ook impact heeft op de doorlooptijd. De voortgang in de Gebiedsontwikkeling (het ‘voorkomen van vertraging’) is gebaat bij heldere kaders aan de voorkant. Hier zetten we op in. We werken gestructureerd, volgens de stappen van het Plaberum (Plan- en Besluitvormingsproces Ruimtelijke Maatregelen). Zorgvuldigheid is bij Gebiedsontwikkeling van belang. Elke stap ronden we af met een bestuurlijk besluit. Dat vergt tijd. Per projectgebied werken we met een integraal Projectteam, waarin alle aspecten van Gebiedsontwikkeling, zoals stedenbouw, gronduitgifte, inrichten van het openbaar gebied, vergunnings- en participatietrajecten, bij elkaar komen. De projectteams zijn essentieel voor de Gebiedsontwikkeling. Zij zorgen voor de voorbereiding en uitvoering van plannen, zijn eerste aanspreekpunt voor betrokken partijen en bewoners in een gebied en schalen eventuele knelpunten op. Voor specifiek benodigde expertise gaan Projectteams te rade bij zogenaamde Expertiseteams. Deze Expertiseteams, bestaan uit experts van verschillende afdelingen binnen de gemeente, geven gericht advies aan een Projectteam, over bijvoorbeeld woningbouwprogrammering en maatschappelijke voorzieningen.

Veelal gaat het om complexe, vaak portefeuille-overstijgende dilemma’s in de gebiedsontwikkeling. Deze werkwijze resulteert in complete en integrale planproducten op basis waarvan aan bestuurders keuzes en – zo nodig - dilemma’s in een project kunnen worden voorgelegd. Gezien de huidige werkwijze van Integrale Projectteams en Expertiseteams, beschouwt het college dit punt in het Initiatiefvoorstel als ondersteuning van de bestaande praktijk. 5. Inspiratiesessie organiseren met andere steden en het rijk Het college hecht veel waarde aan kennisuitwisseling. We zitten in velerlei gremia met andere gemeenten, onder andere in MRA en G4 verband1, waarin we ervaringen delen en van elkaar leren. We zijn op meerdere vlakken een gespreks- en sparringpartner van het Rijk. Kennisdeling vindt in verschillende samenstellingen en vanuit diverse invalshoeken plaats. Het voorstel om een inspiratiesessie te organiseren met ambtenaren uit andere gemeenten, zodat “best practices” om tijd te besparen en sneller te kunnen bouwen kunnen worden overgenomen, sluit hier goed op aan. In het verbetertraject Impuls Gewoon Goed, waar op dit moment hard aan gewerkt wordt, is versnelling en versimpeling een belangrijk thema.

De Impuls Gewoon Goed, één van de acties in het Woningbouwplan, is erop gericht de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van woningbouwprojecten in Amsterdam te vergroten, zonder door een kwalitatieve ondergrens te zakken. Dit vraagt: • Vergroten van financieel bewustzijn in stedenbouwkundige plannen en kaders, zowel qua kostenbeperking als opbrengstoptimalisatie (in het Woningbouwplan aangeduid als “rekenen en tekenen”). • Meer ruimte scheppen voor optimalisaties en alternatieven in de bouwplanuitwerking. • Experimenteren met standaardisatie en (modulair) bouwen bij (flex)woonprojecten. • Lessen delen en direct vertalen in de gemeentelijke werkwijze, inclusief het tijdig opschalen van dilemma’s. Voor de Impuls Gewoon Goed wordt breed input opgehaald, ook bij corporaties en marktpartijen. Gezien voorgaande adviseert het college de raad het voorstel op dit punt over te nemen en de Impuls Gewoon Goed te bespreken in een sessie met andere gemeenten. 1

MRA = Metropoolregio Amsterdam en G4 = Gemeente Amsterdam, Gemeente Den-Haag, Gemeente Rotterdam en Gemeente Utrecht

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

17 oktober 2023 Pagina 5 van 8

6. Onafhankelijk onderzoek naar verhogen slagingspercentage In het Woningbouwplan staan verschillende maatregelen om de bouwproductie te versnellen (en hiermee het slagingspercentage zo hoog mogelijk te houden). Bovenwettelijk eisen hanteert de gemeente niet meer, met uitzondering van de hemelwaterverordening, en de gemeente let op zo eenvoudig mogelijke tenderprocedures Middels de eerder genoemde Impuls Gewoon Goed (zie punt 5) wordt breed ingezet op vergroting van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van woningbouwprojecten. Voor de korte termijn is het zaak om de geplande woningbouw in de periode 2023-2025 over de streep te trekken. Door planoptimalisatie, door gebruik te maken van de Startbouw Impuls van het rijk en door een nieuwe tijdelijke grondprijsmaatregel (zie punt 9). Een onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de matige start bouw heeft geen toegevoegde waarde. We hebben te maken met een recessie. Dit levert overal een dip op de productie op. Het college streeft samen met marktpartijen en corporaties naar het zoveel mogelijk op peil houden van de productie en verkorten van de dip. Een onafhankelijk onderzoek kost onnodig maatschappelijk geld en tijd, die het college liever inzet voor het vlottrekken van projecten. Gezien voorgaande adviseert het college de raad het voorstel op dit punt niet over te nemen. 7.

Vaste grondprijs en eeuwigdurende middenhuur Het college gaat het Amsterdamse beleid voor middeldure huur heroverwegen als duidelijk wordt of en wanneer de Wet Betaalbare Huur wordt vastgesteld door het Rijk. Het wetsvoorstel is niet controversieel verklaard, maar de verkiezingsuitslag kan de uitwerking van de wet beïnvloeden. Hopelijk komt er spoedig duidelijkheid, want de langdurige onzekerheid zorgt voor veel onrust bij ontwikkelaars en beleggers. Dit zorgt op haar beurt voor vertraging van projecten. Bij uitbreiding van het huurregime zal er sprake zijn van een nieuwe situatie: middeldure en sociale huurwoningen zijn dan beide in wezen “gereguleerde huurwoningen”. Dit laat onverlet dat woningen kunnen worden omgezet naar koopwoningen, tenzij daar lokaal andere afspraken over worden gemaakt. Het college staat voor de opgave om te bezien of en zo ja welke aanvullende beleidsregels (denk aan specifieke huurniveaus, woningomvang en minimale instandhoudingstermijn) de gemeente wil en mag stellen voor middeldure huurwoningen en welke kosten daarmee zijn gemoeid. De nieuwe landelijke regelgeving (en eventuele aanvullende gemeentelijke regels) zal mogelijk ook consequenties hebben voor de grondprijs. In het huidige grondprijsbeleid gelden er vaste grondprijzen voor eeuwigdurende middenhuur. Deze worden jaarlijks geactualiseerd en residueel berekend.

Het bouwen van betaalbare woningen voor de langere termijn wordt ondersteund door het college en bezien binnen de budgettaire mogelijkheden van de gemeente. Het voorstel van de raadsleden loopt derhalve op de zaken vooruit, omdat nog onderzocht wordt wat de impact is van de beoogde veranderende regelgeving. Gezien voorgaande adviseert het college de raad het voorstel op dit punt op dit moment niet over te nemen. 8. Locatiespecifieke kenmerken verwerken in de grondprijs De meeste grond in Amsterdam is eigendom van de gemeente waardoor de gemeente veelal actief betrokken is bij woningbouwprojecten. Het college onderscheidt hierbij twee hoofdvormen: 1. Uitgifte van nieuwe terreinen; 2. Bestemmingswijziging/transformatie op pand- en/of gebiedsniveau.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

17 oktober 2023 Pagina 6 van 8

De eerste hoofdvorm is, qua grondprijsbepaling, het meest overzichtelijk. Grofweg komt het erop neer dat de gemeente middels de residuele systematiek de marktconforme grondprijs bepaalt. Via een openbare tender kan een partij zich vervolgens inschrijven voor het betreffende project. De geschiktheid van de locatie voor woningen wordt meegenomen bij de bepaling van de marktwaarde en uiteindelijke grondwaarde. We houden rekening met locatiespecifieke factoren die van invloed kunnen zijn op de stichtingskosten. Bij het bepalen van de grondwaarde voor sociale woningbouw werkt het anders. Voor deze projecten worden bij voorkeur Amsterdamse corporaties voorgedragen en geselecteerd. Voor corporaties gelden vaste lage sociale grondprijzen. De tweede hoofdvorm ligt ingewikkelder. In die gevallen is er sprake van bestaande erfpachter(s) en een bestaande functie. Hierbij heeft de gemeente niet de volledige regie. Een erfpachter kan – ook op een laat moment – een andere keuze maken en er bijvoorbeeld voor kiezen om de bestaande functie voort te zetten . In de praktijk vertegenwoordigt het bestaande vastgoed vaak een substantiële waarde (vooral als de marktvraag naar de huidige functie groot is en/of het einde van de economische levenscyclus van het bestaande vastgoed nog niet in zicht is).

De gemeente houdt bij de bepaling van grondprijzen rekening met kosten die binnen het project gemaakt moeten worden, waaronder kosten voor sloop en het bouwrijp maken. Binnen de grondprijssystematiek is de inbrengwaarde van het huidige vastgoed echter bewust geen onderdeel in de grondwaardebepaling. Dit uitgangspunt hanteert het college zodat zij niet meewerkt aan substantiële kapitaalvernietiging en/of het bevorderen van speculatie. Het voorstel van de raadsleden om juist ook andere eigenschappen te betrekken bij de grondprijsbepaling voor nieuwbouwprojecten, wordt hierom niet ondersteund. Gezien voorgaande adviseert het college de raad het voorstel op dit punt niet over te nemen. 9. Prijspeil beter aan laten sluiten op tijdpad ontwikkeling De gemeente volgt de markt nauwlettend om ervoor te zorgen dat grondprijzen marktconform zijn op het moment dat deze afgegeven worden. Vervolgens wordt de grondprijs, in de tijd tussen het aangaan van een overeenkomst en het afgeven van de erfpachtaanbieding, geïndexeerd met de CPI index. Eind 2022 is deze indexering gematigd tot maximaal 5% per jaar, vanwege een aanhoudend hoge inflatie. Ondanks deze matiging kent de daadwerkelijke ontwikkeling van de grondwaarde en andere ontwikkeling dan de CPI.

Dit kan ertoe leiden dat de uiteindelijk (geïndexeerde) grondprijs op het moment van erfpachtuitgifte niet meer aansluit bij wat op dat moment markconform is. Nu de opbrengsten onder druk staan, en de stichtingskosten zijn gestegen, laten de actuele gemeentelijke grondprijzen een daling zien. We ervaren daardoor dat het voor marktpartijen ingewikkelder is geworden om reeds afgesloten overeenkomsten uit te voeren, vanwege de verslechterde omstandigheden. Naar aanleiding van gesprekken hierover met marktpartijen, heeft het college drie concrete maatregelen op het oog, waarvan de eerste een tijdelijke crisismaatregel betreft. 1.

Herijking grondprijzen in transformatieprojecten Het college werkt een tijdelijke maatregel uit om bij transformatieprojecten de overeengekomen grondprijzen te herijken vlak voor het moment van erfpachtwijziging. Hierdoor zullen de genormeerd residuele grondprijzen bij transformatieprojecten, waarvoor reeds overeenkomsten gesloten zijn, weer actueel en marktconform zijn. Afhankelijk van bestemming, locatie en ingangsdatum van de overeenkomst zal dit lagere grondprijzen betekenen (let op: dit zal niet altijd het geval zijn). Tot op heden heeft de gemeente dit nooit gedaan, omdat de gemeente

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

2.

3.

17 oktober 2023 Pagina 7 van 8

altijd het uitgangspunt heeft gehanteerd dat niet teruggekomen wordt op gemaakte afspraken. In goede tijden heeft dit veel partijen de nodige financiële ruimte geboden, maar inmiddels zet dit transformatieprojecten juist onder druk Alternatieve grondprijsindex voor overeengekomen grondprijzen Het college verkent hoe het systeem kan worden aangepast. Op deze manier zijn grondprijzen op moment van het aangaan van een afspraak èn op het moment van erfpachtuitgifte actueel en marktconform. Onderzocht wordt of er een goed alternatief is voor de CPI-index. Een index die beter aansluit op de ontwikkelingen, nadat de grondprijzen zijn afgesproken, is een lastige zoektocht. Er is immers geen bestaande grondprijsindex bekend en de grondprijs is een resultante van opbrengst- en stichtingskostenontwikkeling. De vastgoedmarkt bestaat bovendien uit verschillende deelmarkten (kantoren, wonen, winkels, etc.). Het primaire doel is om met een objectieve en betrouwbare alternatieve index te komen, die de marktontwikkelingen weerspiegeld. Dit leidt er toe dat de overeengekomen grondprijs omlaag gaat in tijden van een neergaande markt en omhoog gaat als de marktontwikkelingen beter worden.

Systeem van indicatieve en real-time definitieve grondprijzen in transformatieprojecten Bij transformatieprojecten worden op verzoek van de markt vroeg in het proces door de gemeente definitieve grondprijzen afgegeven, omdat het ontwikkelaars zekerheid geeft en in staat stelt om de haalbaarheid van de business case goed door te rekenen. Het vroegtijdig verstrekken van definitieve grondprijzen kan echter uit de pas lopen met daarop volgende marktontwikkelingen. Dit pakt nu ongunstig uit gegeven de stijgende kosten en lagere opbrengsten. Dit kan de vaak toch al ingewikkelde business case dusdanig onder druk zetten waardoor het project niet tot uitvoering komt. De gemeente wil er mede op verzoek van marktpartijen voor zorgen dat bij het bepalen van de definitieve grondprijs, rekening wordt gehouden met meer actuele vastgoedwaarden en bouwkosten. Onderzocht wordt of het mogelijk is om later in het proces, dus dicht op het moment van ondertekenen van de afsprakenbrief of, bij het ontbreken van een afsprakenbrief, de erfpachtovereenkomst, definitieve “real-time” grondprijzen af te geven. Om marktpartijen gedurende de initiatief- en onderzoeksfase wel enig houvast te geven, wordt bovendien onderzocht of de gemeente indicatieve grondprijzen kan geven voor verschillende functies en gebieden.

In overleg met marktpartijen zal bekeken worden of deze grondprijsmaatregelen een verbetering zijn. Alle maatregelen worden beschouwd op effectiviteit en uitvoerbaarheid, waarbij de inzet is deze, indien mogelijk en wenselijk, voor bestuurlijke besluitvorming mee te nemen in het Grondprijsbeleid 2024. De maatregelen gaan dan in per 1 januari 2024. Het onderzoek naar indicatie en real-time grondprijzen in transformatieprojecten, sluit aan op het voorstel van de raadsleden Van Renssen en Minderhoud. Het college beschouwt dit punt als ondersteuning van deze drie mogelijke maatregelen. 10. Actief sturen op bouwcombinaties Ten behoeve van versnelling en versimpeling, is het zaak niet te veel partijen met elkaar te verbinden in een project. In de vorige crisis hebben we geleerd dat juist kleinschalig opereren zorgt voor meer slagkracht en verscheidenheid. Combinaties met veel partijen leiden meestal tot veel discussies omdat partijen uiteindelijk toch niet (precies) dezelfde belangen hebben. Grote coalities en

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

17 oktober 2023 Pagina 8 van 8

consortia werken traagheid in de hand. Het is beter om in moeilijke tijden grotere projecten op te knippen, zowel qua aantallen woningen, als de investeringsomvang en de fasering in de tijd. Dit verkleint risico’s van partijen bij hun investeringsbeslissing. Het college faciliteert wel graag initiatieven van marktpartijen en corporaties om zaken sneller, slimmer en efficiënter aan te pakken. We faciliteren bijvoorbeeld waar mogelijk modulair bouwen in de stedenbouw, in de gebiedsontwikkeling en bij tenders. Schaalvoordelen kunnen behaald worden als partijen hierbij met elkaar samenwerken. In de markt zien we deze samenwerkingsvormen ook ontstaan. Gezien voorgaande adviseert het college de raad het voorstel op dit punt niet over te nemen. 11. Reflectie panel van woningzoekenden en bewoners De gemeenteraad heeft op 10 mei 2023 twee moties aangenomen die oproepen tot het onderzoeken van een woningraad en een panel van woningzoekenden (motie 195 inzake een panel van woningzoekenden en motie ‘Geef Amsterdamse woningzoekenden een stem’). Het onderzoek naar de wijze waarop bij woningbouwplannen, behalve bewoners in de omgeving, ook woningzoekenden betrokken kunnen worden is in gang gezet en wordt volgens verschillende lijnen uitgewerkt. Eén van deze lijnen is het betrekken van bewoners bij beleidskeuzes.

Woningzoekenden en bewoners vragen om een reflectie op de aangescherpte inzet van het college in deze tijden van crisis, sluit aan op deze lijn van uitwerking. Het college adviseert de raad het voorstel op dit punt over te nemen. Samengevat neemt het college punten 5 en 11 in het Initiatiefvoorstel over. Punt 9 in het Initiatiefvoorstel ondersteunt maatregelen die reeds door het college in gang zijn gezet. De voorstellen in punten 1, 2 en 4 ondersteunen bestaande praktijk en/of huidige werkwijze van de gemeente. De overige punten raadt het college af. We zien de grote betrokkenheid van de raad bij deze ingewikkelde opgave. Nogmaals willen we onze waardering uitspreken voor het werk dat verzet is. We vinden het zeer positief dat in deze moeilijke tijd de aanpak van het college vanuit de raad wordt ondersteund en bevestigd. Met vereende krachten bouwen we door aan een betaalbare, duurzame en inclusieve stad. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling Bijlagen 1. Initiatiefvoorstel ‘’Samen woningen blijven bouwen, ondanks de crisis” van de leden Van Renssen (GroenLinks) en Minderhoud (PvdA) 2. Raadsinformatiebrief d.d. 19 september 2023 met twee bijlagen: de Halfjaarrapportage Woningbouw 2023 en het Doorbouwakkoord Amsterdam

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13966049/1