Begroting 2026 inclusief eerste begrotingswijziging 2025 van de Ombudsman Metropool Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Ombudsman Metropool Amsterdam Jacob Bontiusplaats 9, 1018 LL Amsterdam Tel: 020 625 9999 E-mail: info@ombudsmanmetropool.nl www.ombudsmanmetropool.nl
10 juni 2025, Amsterdam
Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................ 2 2. Beleidsbegroting 2026 ............................................................................................ 3 2.1 Onderzoeksprogramma’s ............................................................................................. 3 2.1.1 Doelstelling Ombudsman Metropool Amsterdam ...................................................................3 2.1.2 Overzicht van verschillende typen onderzoek .........................................................................3 2.1.3 Voortgangsbewaking ..............................................................................................................3 2.2 Paragrafen .................................................................................................................. 4 2.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................ 4 2.2.2 Financiering ........................................................................................................................... 5 2.2.3 Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 5 3.
Financiële begroting 2026 ....................................................................................... 7 3.1 Programmabegroting 2026........................................................................................................7 3.2 Toelichting op de programmabegroting 2026........................................................................... 8 3.3 Specificatie naar taakvelden ..................................................................................................... 9 3.4 Investeringsbegroting ..............................................................................................................10 3.5 Uiteenzetting financiële positie ............................................................................................... 11 4 Eerste begrotingswijziging 2025 ............................................................................. 14 4.1 Toelichting eerste begrotingswijziging 2025 ............................................................................14 4.2 Overzicht eerste begrotingswijziging 2025 .............................................................................. 15
1
1. Inleiding De Ombudsman Metropool Amsterdam (OMA) is een lokale ombudsvoorziening voor de gemeenten Amsterdam, Almere, Zaanstad, Amstelveen, Diemen, Landsmeer, Waterland, OuderAmstel, de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en Vervoerregio Amsterdam. Missie De OMA voert (onafhankelijk) onderzoek uit naar de behandeling van klachten door de aangesloten (gemeentelijke) instanties. Het gaat hierbij om klachten in de breedste zin van het woord (elke uiting van ongenoegen) waarbij de gemeente wel in eerste instantie de kans moet krijgen om de klacht zelf op te lossen. Indien burgers of ondernemers ontevreden zijn over de behandeling van de klacht, dan kunnen zij zich in tweede instantie tot de ombudsman wenden. Aan de hand van de ontvangen klachten en maatschappelijke signalen rapporteert de ombudsman terug naar de gemeenten en doet hij aanbevelingen. In sommige gevallen doet de ombudsman onderzoek uit eigen beweging. De bedoeling is om bewoners te beschermen tegen (onbedoeld) bureaucratisch leed en om het leren van klachten te stimuleren. Begroting 2026 en de eerste begrotingswijziging 2025 In dit document wordt de begroting 2026 en de eerste begrotingswijziging 2025 (ingedeeld conform het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten – BBV) behandeld. De begroting bestaat uit een beleidsbegroting en financiële begroting.
In de beleidsbegroting wordt een toelichting gegeven op het werk van de ombudsman en zijn de voorgeschreven paragrafen opgenomen betreffende het weerstandsvermogen, de financiën en de bedrijfsvoering. In de financiële begroting is tevens de meerjarenbegroting voor de periode 2025 – 2029 opgenomen. De oorspronkelijk vastgestelde begroting 2025 is geactualiseerd. Met de begrotingswijziging worden de oorspronkelijk begrote bijdragen van alle aangesloten gemeenten verhoogd. Het gaat hierbij om een indexatie van de bijdragen, conform artikel 14 lid 5 van de Gemeenschappelijke Regeling Ombudsman Metropool Amsterdam (hierna: GROMA). Vaststellingsprocedure van de begroting Op grond van artikel 13 van de GROMA stelt de Ombudsman zelf jaarlijks de begroting voor het volgende kalenderjaar vast. De Ombudsman maakt werkafspraken met de deelnemers over de toezending van de conceptbegroting en het al of niet kunnen uitbrengen van zienswijzen. Nu de bijdragen van de overige deelnemers (niet zijnde gemeente Amsterdam) vaststaan dient de (wettelijk verplichte) mogelijkheid tot het uitbrengen van een zienswijze door een deelnemer geen zinvol doel. Het versturen van conceptbegrotingen en het verplicht in de gelegenheid stellen van een deelnemer om een zienswijze uit te brengen is daarnaast een administratief zeer zware procedure bij een gemeenschappelijke regeling met een groot aantal deelnemers.
De ombudsman maakt daarom onderlinge afspraken met de deelnemers hoe hier praktisch beter mee omgegaan kan worden. Na vaststelling wordt de begroting aan de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland gestuurd en uiteindelijk ook op de website van de Ombudsman gepubliceerd. De Ombudsman heeft de begroting 2026 vastgesteld op een lastentotaal van € 3.188.198. Het lastentotaal van de begroting 2025 na eerste wijziging is vastgesteld op € 3.207.250. Amsterdam, 10 juni 2025 Munish Ramlal Ombudsman Metropool Amsterdam
2
2. Beleidsbegroting 2026 2.1 Onderzoeksprogramma’s 2.1.1 Doelstelling Ombudsman Metropool Amsterdam De Ombudsman is een tweedelijns klachtinstantie. Burgers en ondernemers die zich onvoldoende door de gemeente gehoord voelen kunnen, nadat ze hierover eerst bij de gemeente hebben geklaagd, bij de ombudsman hun beklag indienen. Naar aanleiding hiervan schrijft de ombudsman rapporten of rapportbrieven met daarin aanbevelingen richting de gemeenten. De ombudsman kan in die hoedanigheid gezien worden als ‘second opinion’; in principe toetst de ombudsman aan dezelfde behoorlijkheidsregels als de gemeentelijke klachtbehandelaren. Hij is echter wel volstrekt onafhankelijk, benoemd voor 6 jaar door de gemeenteraad en behept met verregaande wettelijke onderzoeksbevoegdheden. De Ombudsman toetst of de overheid een klacht deskundig behandelt en zaken niet op zijn beloop laat. De gemeente moet vaardig communiceren met burgers en zeker bij klachten nagaan waarom iemand klaagt. Dat betekent: actief luisteren en het gesprek aangaan; maatwerk toepassen waar nodig; denken vanuit de bedoeling van beleid en regels en niet eenzijdig formeeljuridisch handelen; en er moet expertise in huis zijn om te leren van klachten. De ombudsman maakt globaal onderscheid tussen drie verschillende typen klachten of problemen.
Zo zijn er incidenten, eenmalige fouten die om een snelle oplossing door de gemeente vragen. Problemen die veroorzaakt worden door tekortkoming in de structuur en cultuur van de gemeente vragen om een andere en veel intensievere benadering. Tot slot richt de ombudsman zich op transformatie, een fundamentele verandering van de rol en positie van het openbaar bestuur in een veranderende samenleving/context. Hiermee levert de ombudsman een bijdrage aan het functioneren van de overheid voor iedereen, en daarmee aan het vertrouwen dat mensen in de overheid stellen. 2.1.2 Overzicht van verschillende typen onderzoek De ombudsman kent verschillende typen onderzoeken. Onderzoeken naar aanleiding van ingekomen casuïstiek vormt de bulk van het werk. Het gaat hierbij om verzoeken van burgers of ondernemers, waarbij de gemeente niet of in onvoldoende mate op (soms ernstige) klachten reageert. Het kan dan gaan om klachten waarbij de gemeente de klacht niet conform de Algemene wet bestuursrecht heeft afgehandeld (proces), maar ook om klachten waarbij de gemeente niet op de inhoud van de klacht heeft gereageerd of waarbij is sprake is van een onbehoorlijke of ondeugdelijk gemotiveerde reactie op de klacht. Een ander type onderzoek betreft het onderzoek uit eigener beweging.
De ombudsman kan zonder concrete casus een onderzoek starten naar de wijze waarop de gemeente haar dienstverlening heeft ingericht. Ook kan de ombudsman klachten bundelen en meer themagericht benaderen. 2.1.3 Voortgangsbewaking De ombudsman brengt, afhankelijk van de uitkomsten van een onderzoek, rapportages of rapportbrieven uit met daarin aanbevelingen richting de gemeenten. Aan de aanbevelingen zitten in beginsel reactietermijnen verbonden. De ombudsman vraagt in eerste instantie de gemeenten zelf om de opvolging van de toezeggingen (naar aanleiding van de aanbevelingen) te monitoren. Indien de toezeggingen van de gemeente onvoldoende concreet zijn of maatregelen zichtbaar 3
uitblijven (bijvoorbeeld omdat klachten hierover bij de ombudsman blijven binnenstromen) zal de Ombudsman de raad van de betrokken gemeente hierover informeren.
2.2 Paragrafen Het Besluit begroting en verslaggeving provincies en gemeenten (BBV) is ook van toepassing op de Ombudsman Metropool Amsterdam. Het BBV schrijft voor dat er een aantal paragrafen moeten worden opgenomen in de beleidsbegroting waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Wij beperken ons tot paragrafen over het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering. 2.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Sinds 2014 voorziet de GROMA in de mogelijkheid een positief resultaat toe te voegen aan de algemene reserve om een buffer op te bouwen van 10% van de totale bijdragen van alle deelnemers. Indien er sprake is van een overschrijding van de begroting dient deze reserve als eerste aangesproken te worden. De verwachting is dat in zowel 2025 als 2026 de algemene reserve niet aangesproken zal hoeven worden omdat de inkomsten en uitgaven in balans zijn. Het financieel risicomanagement beleid van de ombudsman richt zich onder andere op het kunnen opvangen, voorkomen en beperken van tegenvallers in het jaarrekening resultaat door risico’s op korte termijn. Een zgn. breder risicoprofiel wordt opgesteld, waarbij rekening gehouden wordt met niet-financiële (interne en externe) risico’s, bijvoorbeeld op het gebied van ICT, integriteit, informatie en archiefbeheer, veiligheid etc.
Vanzelfsprekend wordt ook gekeken naar de te nemen beheersmaatregelen. De financiële risico’s voor de ombudsman zijn beperkt. De belangrijkste kostenpost is het personeel dat in dienst is bij de gemeente Amsterdam en beschikbaar wordt gesteld aan de ombudsman. Met de verwachte financiële ontwikkelingen, waarbij voorlopig tekorten worden begroot bestaat het risico dat niet voldoende personeel wordt aangesteld (om tekorten zoveel mogelijk te verkleinen). Dit legt een ongewenste druk op het bureau bij de uitvoering van de wettelijke taak. Langdurige ziekte van personeel is een risico voor een kleine organisatie als de ombudsman. Om dat risico af te dekken is de afspraak gemaakt dat de kosten voor personeel dat langdurig ziek is, niet meer volledig (maximaal voor de duur van 6 maanden) ten laste komen van het budget van de ombudsman. De daarna beschikbaar komende middelen kan de ombudsman dan inzetten voor vervangende personele capaciteit. Wat betreft de inkomsten bestaat er enig risico wat betreft de bijdragen van de overige deelnemende gemeenten. Die inkomsten maken echter een relatief klein gedeelte uit van de totale inkomsten. Bij uittreding van een van de overige deelnemende gemeenten is in de Gemeenschappelijke Regeling bepaald dat dit ruim van tevoren meegedeeld moet worden en dat de financiële gevolgen van de uittreding voor rekening van de uittredende gemeente zijn.
Hieronder is de voorgeschreven tabel inzake financiële kengetallen – voor zover relevant voor ombudsman – opgenomen.
4
Tabel 2.1– verloop van de kengetallen (solvabiliteitsratio en netto schuldquote)
Ten tijde van het opstellen van de begroting is de jaarrekening 2024 voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. Daarmee betreffen de gepresenteerde 2024 cijfers de vastgestelde cijfers. De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de bezittingen (vaste en vlottende activa) zijn gefinancierd met eigen vermogen (algemene reserve en bestemmingsreserve). De solvabiliteitsratio muteert naar verwachting beperkt, dit wordt veroorzaakt door de sluitende begroting en weinig verwachte grote financiële veranderingen. Een netto schuldquote is een kengetal waarbij een relatie wordt gelegd tussen de netto schulden en de jaarlijkse totale baten. Voor dit verhoudingsgetal geldt: hoe lager hoe beter. Een negatieve netto schuldquote weerspiegelt dat aan het eind van ieder jaar de verwachte vorderingen hoger zijn dan de verwachte schulden. Voor wat betreft de structurele exploitatieruimte geldt dat verwacht wordt dat de structurele inkomsten en structurele uitgaven zonder aanvullende middelen niet in balans zullen zijn. 2.2.2 Financiering De ombudsman financiert de lopende exploitatie met de ontvangen bijdragen van de deelnemende gemeenten en de opgebouwde reserves. De ombudsman heeft geen langlopende leningen aangetrokken voor de financiering van de vaste materiële activa. De financiering vindt plaats met bestemmingsreserves. De ombudsman heeft een eigen bankrekening.
Als gevolg van de Regeling schatkist-bankieren decentrale overheden wordt deze bankrekening dagelijks door Treasury van de gemeente Amsterdam aangezuiverd of afgeroomd waardoor het banksaldo dagelijks op nul euro uitkomt. Door het afromen of aanzuiveren ontstaat een rekeningcourantverhouding met de gemeente Amsterdam. 2.2.3 Bedrijfsvoering Personeelszaken De medewerkers van het bureau van de ombudsman zijn ambtenaren in dienst van de gemeente Amsterdam. In januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) van kracht geworden en is eveneens van toepassing op de medewerkers van het bureau. Daarnaast geldt de cao-gemeenten en personeelsregeling gemeente Amsterdam. De ombudsman overlegt regelmatig met de personeelsadviseur van Personeel en Organisatieadvies van de gemeente Amsterdam om te toetsen of het personeelsbeleid binnen de kaders blijft van de cao/personeelsregeling en tegelijkertijd de onafhankelijkheid van het instituut Ombudsman Metropool Amsterdam waarborgt. In de rechtspositieregeling en het bevoegdhedenbesluit van de ombudsman zijn onder andere afspraken gemaakt ten aanzien van personele kwesties. De ombudsman hecht veel waarde aan de (persoonlijke) ontwikkeling van zijn medewerkers, zowel individueel als collectief. Voor medewerkers wordt daarom budget gereserveerd voor (individuele of groeps-) opleidingen en cursussen.
Daarnaast hebben zij toegang tot de opleidingen en cursussen die aangeboden worden via de Amsterdamse School. 5
Integriteit Gezien het bovenstaande is de gedragscode voor ambtenaren van de gemeente Amsterdam ook van toepassing op medewerkers van de ombudsman. Ter bewustwording worden er integriteitsbijeenkomsten en/of trainingen voor medewerkers georganiseerd. Waar nodig wordt daarvoor de ondersteuning van Bureau Integriteit gevraagd. De ombudsman biedt medewerkers verder de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon. Financiële zaken De ombudsman maakt gebruik van de diensten van directie Financiële Dienstverlening van de gemeente Amsterdam. Het financieel beheer is bij deze directie belegd en er is ondersteuning in de vorm van een financieel adviseur die de ombudsman helpt bij het opstellen van onder meer de jaarrekening en de begroting. De jaarrekening van de ombudsman wordt conform de gemeenschappelijke regeling gecontroleerd door de auditdienst van de gemeente Amsterdam (ACAM). Automatisering en informatisering In 2021 is besloten om het oude zaaksysteem (KIM) van de ombudsman te vervangen, om zodoende aansluiting te zoeken bij de laatste beveiligingsnormen. Het nieuwe systeem (SMILE) is in 2022 uitgerold en is in werking. Voor 2025 geldt dat er geen nieuwe investeringen op dit gebied uitgezet worden.
De Ombudsman maakt verder gebruik van de ICT-infrastructuur van de gemeente Amsterdam (Amsterdamse Digitale Werkplek) en de daarmee samenhangende beveiligingsvoorzieningen, apparatuur en hosting.
6
3. Financiële begroting 2026 In dit hoofdstuk is de programmabegroting 2026 opgenomen inclusief de bijgestelde begroting 2025.
3.1 Programmabegroting 2026 Het programma van de Ombudsman Metropool Amsterdam bestaat uit het voeren van de ombudsfunctie, conform hoofdstuk 9 (titel 9.2) van de Algemene wet bestuursrecht en conform de Gemeenschappelijke regeling Ombudsman Metropool Amsterdam. Deze functie wordt uitgevoerd voor een achttal aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten zijnde: Amsterdam, Amstelveen, Zaanstad, Almere, Diemen, Waterland, Landsmeer en Ouder-Amstel. De functie wordt tevens uitgevoerd voor de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en de Vervoerregio Amsterdam. Tabel 3.1 – Overzicht van begrote baten en lasten 2026 (inclusief begroting 2025 na 1e wijziging)
Het BBV schrijft voor dat ook gemeenschappelijke regelingen inzicht moeten geven in de voorgeschreven taakvelden. In paragraaf 3.3 is daarom een overzicht opgenomen van baten en lasten naar taakvelden.
7
3.2 Toelichting op de programmabegroting 2026 Baten Bijdragen gemeente Amsterdam en overige gemeenten In de gemeenschappelijke regeling is de jaarlijkse bijdrage van de deelnemende gemeenten vastgesteld. Voor 2026 zijn alle bijdragen geïndexeerd tegen 1,67%. De bijdragen werden jaarlijks nominaal geïndexeerd conform het percentage voor personele lasten uit de begrotingscirculaire van de gemeente Amsterdam. Dit percentage was ten tijde van het schrijven van de begroting voor 2025 berekend op 3,8%. In 2025 is de wijze van indexeren gewijzigd omdat er geen begrotingscirculaire van de gemeente Amsterdam meer bestaat. Vanaf 2025 hangt de indexatie daarom samen met de loonontwikkeling op basis van de cao-gemeente. Voor 2025 is dit vastgesteld op 3,9%. De toegepaste indexatie vindt plaats vanaf 1 januari van het desbetreffende jaar. Lasten Personeelslasten Onder deze post vallen de totale loonkosten voor het bureau. Het gaat hierbij om de loonkosten van zowel de ombudsman, plaatsvervangend/kinderombudsman als alle medewerkers die vast of tijdelijk in dienst zijn. Ook loonkosten van medewerkers die bij de ombudsman zijn gedetacheerd vallen hieronder. Salariskosten van extern ingehuurde medewerkers vallen hier niet onder. Kosten hiervan worden geboekt onder de post Inhuur (zie hieronder). Er worden in 2026 geen grote wijzigingen in het vaste personeelsbestand verwacht.
Voor 2026 heeft conform de CPB-raming van mei 2025 een indexatie plaatsgevonden van 1,67%. Inhuur In 2026 worden geen kosten voor externe inhuur verwacht. De benodigde werkzaamheden kunnen binnen het huidige team worden opgevangen; externe, specifieke kennis is naar verwachting niet noodzakelijk. Daarnaast is het besparen op externe inhuur belangrijk om middelen vrij te maken voor andere prioritaire posten. Mocht gedurende het jaar de ombudsman voor bijvoorbeeld het uitvoeren van grotere projecten of themaonderzoeken externe deskundigen (zoals hoogleraren voor het verzorgen van een college bij een ‘Ombudsacademie’) vanwege hun specifieke deskundigheid noodzakelijk achten dan zal dat bij de begrotingswijziging worden opgenomen. Vooralsnog wordt verwacht dat de inzet van externe ondersteuning niet nodig zal zijn. Overige personeelskosten De overige personeelslasten hebben betrekking op het budget voor onder meer opleidingskosten, (specifieke) reiskosten en kosten voor sociale activiteiten voor (al) het personeel. Voor 2026 heeft conform de CPB-raming van mei 2025 een indexatie plaatsgevonden van 1,67%. Huisvesting Voor 2026 hebben de huisvestingslasten betrekking op voornamelijk huur, servicekosten, verzekering en enkele met de huur van het pand samenhangende kosten.
Voor 2026 heeft conform de CPB-raming voor de materiële kosten van mei 2025 een indexatie plaatsgevonden van 2,1%. ICT-kosten Begin 2024 zijn gesprekken geïnitieerd met de gemeente Amsterdam. Inmiddels is er duidelijkheid over de bijdrage die jaarlijks voldaan moet worden voor de ICT-faciliteiten die worden beschikbaar gesteld. Hiernaast zal er met het inrichten van de nieuwe website (dit zal in 2025 plaatvinden) onderhoud gemoeid gaan. Tevens zijn de kosten voor hosting opgenomen in dit budget. 8
Overige materiële kosten Onder deze post zijn de kosten opgenomen die deels door de gemeente Amsterdam in rekening worden gebracht voor het voeren van de financiële administratie en de ondersteuning op het gebied van financiën en personeelszaken. Daarnaast vallen hieronder ook de kosten voor voorlichting, de vormgeving van documenten, films en podcasts. Ook uitgaven die de Ombudsman maakt in het kader van onderzoeken, zoals de huur van een vergaderruimte of het gebruik van specialistische apparatuur of middelen, worden onder deze post verantwoord. Voor 2026 heeft conform de CPB-raming voor de materiële kosten van mei 2025 een indexatie plaatsgevonden van 2,1%. Kapitaallasten Vanaf 2017 wordt afgeschreven op het geactiveerde meubilair in het kader van de verhuizing in 2016. Onvoorzien In de begroting wordt geen post voor onvoorzien opgenomen. Resultaat Het saldo van baten en lasten voor 2026 wordt neutraal begroot. Er wordt derhalve uitgegaan van een sluitende begroting. De verwachting is dat de algemene reserve niet zal muteren in 2026.
3.3 Specificatie naar taakvelden Op basis van het BBV moeten gemeenschappelijke regelingen ook inzicht geven in de kosten per taakveld. Tevens moet er een specificatie worden opgenomen van de verwachte incidentele baten en lasten en de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Overzicht toedeling aan taakvelden Voor OMA zijn de taakvelden ombudsfunctie en overhead van toepassing.1 Tabel 3.3 – Overzicht van begrote baten en lasten taakvelden
Toerekening personeelslasten aan taakvelden De Ombudsman Metropool Amsterdam is een platte organisatie, bestaande uit circa 22 medewerkers – exclusief gedetacheerden en de ombudsman, inclusief stagiairs. Van de 22
1
Het Iv3 Informatievoorschrift 2023 vermeldt de ombudsman expliciet als een onderdeel van het taakveld 0.1 - Bestuur. 9
medewerkers houden 18 medewerkers zich volledig bezig met onderzoekstaken. De loonkosten die met deze medewerkers samenhangen worden dan ook toegerekend aan taakveld 01. Bestuur. De loonkosten van de ombudsman en de kinderombudsman, de manager bedrijfsvoering en het secretariaat wordt volledig toegerekend aan taakveld overhead. De loonkosten van de coördinator serviceteam worden voor de helft toegerekend aan taakveld overhead. Bij inhuur van externe medewerkers worden, afhankelijk van de aard van de werkzaamheden de kosten daarvan toegerekend aan taakveld 01. Bestuur of taakveld 04. Overhead. Toerekening overige kosten aan taakvelden De overige personeelskosten, huisvestingslasten en kapitaallasten worden alle toegerekend aan het taakveld 04. Overhead, tenzij deze samen hangen met het primair proces. Voor overige materiële kosten geldt dat, afhankelijk van de vraag of de kosten direct samenhangen met een onderzoek (denk bijv. aan de huur van specialistisch opnameapparatuur) de kosten worden toegerekend aan taakveld 01. Bestuur of taakveld 04. Overhead. Overzicht incidentele baten en lasten begroting Voor het begrotingsjaar 2026 zijn er geen incidentele lasten of baten begroot.
3.4 Investeringsbegroting In onderstaande tabel staat de investeringsstaat van de Ombudsman Metropool Amsterdam. Tabel 3.4 Investeringsstaat OMA
Voor 2026 zijn er geen grote investeringen voorzien.
10
3.5 Uiteenzetting financiële positie Voor OMA worden voor eind 2025 t/m 2029 de volgende balansen geprognosticeerd. Tabel 3.5 Overzicht geprognotiseerde balansen (meerjaren)
Toelichting op verschillende balansposten Vaste activa In 2016 is de ombudsman verhuisd. Er zijn toen ook investeringen gedaan in het kantoormeubilair (inrichtingskosten). De investeringen worden in overeenstemming met de contractduur van de huurovereenkomst afgeschreven (10 jaar). In 2025 wordt het laatste deel afgeschreven ter waarde van 12.888 euro. Vlottende activa De verwachte vorderingen betreffen onder andere de vordering op de gemeente Amsterdam in verband met door te belasten btw die verrekend kunnen worden met het btw-compensatiefonds en de rekening-courant verhouding met de gemeente Amsterdam. Dat laatste is ontstaan door de verplichting om liquide middelen bij het Rijk te stallen (schatkistbankieren). De overlopende activa-post heeft betrekking op vooruitbetaalde huurkosten die betrekking hebben op het pand waar de Ombudsman is gehuisvest. Eigen vermogen Het verwachte verloop van het eigen vermogen in 2025 en 2026 wordt hieronder nader inzichtelijk gemaakt. Tabel 3.6 Verloopoverzicht reserves
11
Algemene reserve en bestemmingsreserves De ombudsman streeft ernaar om een algemene reserve aan te houden van 10% van de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen. Hierdoor kunnen schommelingen in het uitgavenniveau worden opvangen. Investeringen worden zoveel mogelijk met eigen middelen gefinancierd. Dit doet de ombudsman door bestemmingsreserves te vormen. Voorzieningen Er zijn geen bijzondere uitgaven gepland of omstandigheden bekend waarvoor voorzieningen moeten worden getroffen. Vaste schulden De ombudsman heeft geen langlopende leningen (of vaste schulden). Kortlopende schulden en overlopende passiva Deze posten bestaan uit crediteuren (facturen nog te betalen) en transitoria (facturen nog te ontvangen). Het gaat hierbij bijv. om de loonkosten van het bureau voor de maand december en facturen die samenhangen met facilitaire diensten die in december geleverd worden. Tabel 3.7 Meerjarenraming exploitatie OMA
Korte toelichting op de meerjarenraming exploitatie OMA In de meerjarenraming is uitgegaan van een jaarlijkse indexatie t/m 2026. De indexatie heeft zowel effect op de baten (verhoging bijdragen deelnemende gemeenten) als de lasten (verhoging van loonkosten). In de meerjarenraming is uitgegaan van een sluitende begroting. Incidentele baten en lasten Er zijn vanaf 2026 geen incidentele baten en lasten voorzien. Structurele onttrekking aan de reserves Er is geen sprake van structurele onttrekking aan de reserves. Ontwikkeling EMU-saldo Het EMU-saldo is het geraamde saldo van de ontvangsten en uitgaven, berekend op transactiebasis overeenkomstig de voorschriften van het BBV. Het verloop van het EMU-saldo is voor de Ombudsman hieronder schematisch opgenomen.
12
Tabel 3.8 EMU-saldo per einde jaar
13
4 Eerste begrotingswijziging 2025 De oorspronkelijke begroting 2025 is door de Ombudsman op 11 juli 2024 vastgesteld, nadat de commissie AZ en de Amsterdamse gemeenteraad hiervan kennis hadden genomen. Vanwege diverse redenen is er aanleiding om de begroting 2025 te actualiseren. In de volgende paragraaf zal er een toelichting op de begrotingswijzigingen worden gegeven.
4.1 Toelichting eerste begrotingswijziging 2025 Baten Indexatie bijdragen deelnemende partijen De bijdragen worden jaarlijks, zoals tevens beschreven in punt 3.2, geïndexeerd. Lasten Hogere personeelslasten De lasten van 2025 zijn in lijn met de geprognotiseerde loonkosten. Bij de bepaling van de prognose is rekening gehouden met de cao-verhogingen. Tevens bestaan afspraken met de gemeente Amsterdam over de vergoeding van langdurig zieke medewerkers. In de huidige begroting is daarmee ook rekening gehouden met de vervanging van deze zieke medewerkers voor zover noodzakelijk. Kosten externe inhuur Bij nader inzien worden in 2025 geen kosten voor externe inhuur verwacht. De benodigde werkzaamheden kunnen binnen het huidige team worden opgevangen; externe, specifieke kennis is dit jaar niet noodzakelijk. Daarnaast is het besparen op externe inhuur belangrijk om middelen vrij te maken voor andere prioritaire posten. Bijstelling overige personeelskosten De bijstelling van de overige personeelskosten in 2025 hangt deels samen met de stijging van de salariskosten. In eerdere jaren bestond onduidelijkheid over extra gemeentelijke bijdragen voor dekkingskosten van loonstijgingen, waardoor er is bespaard op overige personeelskosten, zoals trainingen. Huisvesting De bijstelling voor 2025 komt voort uit de werkelijke indexatie van huur- en aanverwante kosten, zoals schoonmaak.
Daarnaast zijn eerdere afrekeningen van servicekosten structureel hoger uitgevallen dan vooraf gefactureerd. Met deze bijstelling wordt hierop geanticipeerd. Wijzigingen in de ICT-kosten In 2024 is een positief resultaat van €57.732 gerealiseerd. Om aan te sluiten op de nieuwe wet- en regelgeving rondom toegankelijkheid (Wet open overheid) bestaat sinds 2024 de wens om met ingang van 2025 de website van de Ombudsman opnieuw vorm te geven. De Ombudsman stelt daarom voor om het positieve resultaat op te nemen in de bestemmingsreserve ICT. Deze middelen worden in 2025 ingezet voor de ontwikkeling van de nieuwe website. In het bijbehorende budget zijn, naast de ontwikkelkosten, ook de structurele kosten voor onderhoud en hosting opgenomen. Begin 2024 zijn gesprekken gevoerd met de gemeente Amsterdam, wat heeft geleid tot duidelijkheid over de jaarlijkse bijdrage voor de beschikbaar gestelde ICT-faciliteiten.
14
Resultaat Het saldo van baten en lasten voor 2025 en verder wordt neutraal begroot. Er wordt derhalve uitgegaan van een sluitende begroting.
4.2 Overzicht eerste begrotingswijziging 2025 Programmabegroting De door te voeren begrotingswijziging laat zich als volgt samenvatten. Tabel 4.1 – Overzicht begroting 2024 voor en na de begrotingswijziging.
Begroting reserves 2025 De eerste begrotingswijziging heeft effect op de reservepositie van de ombudsman. Het verloop van de reserves in 2025 kan als volgt worden samengevat. Tabel 4.2 - Overzicht verloop reserves in 2025
15