Afd. motie 261accent.21
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 9 januari 2024 Verkeer en Vervoer Melanie van der Horst Programma Sprong over het IJ Voortgangsrapportage Sprong over het IJ en afdoening motie 261accent Sprong over het IJ - nu snelheid maken met uitvoering van de leden Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker en de toezegging inzake planning Sprong over het IJ (TA2023-000965)
Geachte leden van de gemeenteraad, In deze brief informeer ik u over de voortgang van het programma Sprong over het IJ. Ik ga met name in op de planning van het voorbereidingsproces van de Oostbrug, zoals toegezegd tijdens de commissievergadering van 19 juli 2023 (TA2023-000965) en zoals gevraagd in de motie 261accent ‘nu snelheid maken met uitvoering’ van de leden Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker (22 april 2021). In de bijlage bij deze brief vindt u in de vorm van een dashboardrapportage een eerste samenhangend overzicht van de voortgang van de Oostbrug op de indicatoren scope, tijd, geld, kwaliteit en risico’s. In het kader van de Regeling Grote Projecten wordt u vanaf nu tweemaal per jaar op deze wijze geïnformeerd over de voortgang van het project Oostbrug. 1. Resultaten Actualisatie voorkeursbesluit Sprong over het IJ Met de actualisatie van het Voorkeursbesluit Sprong over het IJ heeft u op 17 februari 2022 de locaties en de uitgangspunten voor drie vaste oeververbindingen over het IJ vastgelegd. Met het besluit om te kiezen voor twee bruggen in de flanken van de stad en een voetgangerspassage bij het centraal station, is een belangrijke stap gezet voor een toekomstbestendige en duurzame bereikbaarheid van Amsterdam-Noord.
De twee bruggen zijn van groot belang om, in aanvulling op het pontensysteem, de verdergaande groei van Amsterdam-Noord op te vangen en de drukte in het centrum te verminderen door spreiding van het (fiets)verkeer richting de flanken. Met de bruggen wordt ook invulling gegeven aan de ambitie om de kansengelijkheid te vergroten en Noord een volwaardig onderdeel van de stad te maken. In het Voorkeursbesluit Sprong over het IJ is aangegeven dat de uitvoering stapsgewijs en gefaseerd plaatsvindt en met name afhankelijk is van het perspectief op voldoende dekking voor de investerings- en instandhoudingskosten van zowel de bruggen als een voetgangerspassage. Conform het advies van de commissie D’Hooghe en de hierop gebaseerde afspraken met het Rijk en de nautische partijen, is in het Voorkeursbesluit opgenomen dat realisatie van de Westbrug plaatsvindt na gereedkomen van de Oostbrug. Dit heeft een relatie met het feit dat met de bouw van de Westbrug de huidige terminal voor zeecruise aan de Veemkade (Passagiers Terminal Amsterdam) niet meer bereikbaar is voor grote
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 9 januari 2024 Pagina 2 van 4
cruiseschepen. De bouw van de Westbrug vraagt daarom ook om de verplaatsing van de cruiseterminal naar de Coenhaven. Gebiedsonderzoek Zaan-IJ als onderdeel van financieringsstrategie IJoeververbindingen Ter voorbereiding op de prioriteitsafweging bij de Voorjaarsnota 2023 is een aantal onderzoeken gedaan naar het belang van vaste oeververbindingen voor de bereikbaarheid van AmsterdamNoord. Daarbij is onderzocht met welke combinatie van ponten en bruggen de verwachte groei aan reizigers in de periode 2030 – 2040 opgevangen kan worden. Hierbij is gekeken naar de scenario’s voor een verdere intensivering van het pontsysteem met onder meer een analyse van mogelijke nautische risico’s en de effecten aan landzijde. Over de uitkomsten van deze onderzoeken bent u geïnformeerd met de brief van 9 mei 2023. De hoofdconclusie van deze onderzoeken, dat vaste oeververbindingen over het IJ noodzakelijk zijn om de verdergaande groei van Amsterdam-Noord te faciliteren, vormt de basis voor verdere gesprekken met Rijk en regio over inhoudelijke en financiële ondersteuning bij de realisatie van de nieuwe bruggen over het IJ. Een relatie met dit proces heeft het onlangs door de regio gestarte Gebiedsonderzoek Zaan-IJ, het Rijk wordt binnenkort gevraagd hieraan ook deel te nemen.
In dit onderzoek wordt in kaart gebracht welke bereikbaarheidsprojecten de komende decennia noodzakelijk zijn om de groei van dit deel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op te kunnen vangen. Dit vormt de basis voor verdere afstemming binnen de regio en met het Rijk over prioritering en financiering van deze investeringen. Naast de bruggen over het IJ, gaat het dan met name over de Johan van Hasseltzone, een HOV-verbinding richting Zaanstad (HOV-ZaanIJ) en uitbreiding van het aantal veren. Evenals bij de bruggen zijn de kosten van deze projecten zeer omvangrijk. Financiële dekking Oostbrug De totale kosten voor de Oostbrug zijn geraamd op € 300 miljoen (prijspeil januari 2023). In de begroting van 2024 wordt een bestemmingsreserve vastgesteld van € 100 miljoen voor de Oostbrug (conform voorstellen Voorjaarsnota 2023). Daarnaast heeft de Vervoerregio € 75 miljoen beschikbaar voor de Oostbrug (nog gebaseerd op de oude raming van de Javabrug). De gemeente bereidt een verzoek voor aan de VRA met als doel verhoging van de VRA-bijdrage naar de huidige raming van de Oostbrug. In de kostenraming voor de Oostbrug is geen rekening gehouden met de toevoerroutes naar de brug in de stadsdelen Noord en Oost. Deze routes zijn bij het Voorkeursbesluit in beeld gebracht maar moeten de komende jaren verder worden uitgewerkt waarbij de precieze ingrepen worden bepaald.
Hiermee zijn investeringskosten gemoeid die in de 1e helft 2024 in beeld worden gebracht. Daarnaast zijn er nog verschillende nautische opgaven in het oostelijke deel van het IJ die onderdeel waren van het advies van de Commissie D’Hooghe en die samenhang hebben met de Oostbrug. Ook deze opgaven en ingrepen worden in de komende periode verder uitgewerkt (in samenwerking met de nautische partners). De kostenraming van de Oostbrug wordt in de komende periode tot aan het Uitvoeringsbesluit jaarlijks aangepast aan een verwachte inflatie ter hoogte van circa 3,5%. Ook de toegezegde bijdrage van de VRA wordt jaarlijks geïndexeerd. Omdat deze indexatie niet automatisch geldt voor de beschikbare bestemmingsreserve, stijgt in de komende periode het te dekken tekort. Uiterlijk bij het Uitvoeringsbesluit wordt besloten of er voldoende financiering beschikbaar kan worden gesteld. Bij het Uitvoeringsbesluit wordt ook de afweging gemaakt of het verantwoord is om verwachte toekomstige prijsstijgingen (tot aan de bouw) in te schatten en dit gelijk mee te nemen in het uitvoeringskrediet. Of dat er per jaar gekeken gaat worden wat de feitelijke prijsstijgingen zijn
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 9 januari 2024 Pagina 3 van 4
waarvoor jaarlijks aanvullende dekking moet worden aangevraagd. Als onderdeel van de totale kostenraming van € 300 miljoen worden de voorbereidingskosten tot aan het Uitvoeringsbesluit geraamd op € 20 miljoen. Daarvan wordt € 10 miljoen gedekt uit de bestemmingsreserve voor de Oostbrug en wordt € 10 miljoen gedekt door de bijdrage van de VRA. Voor de eerste fase van de voorbereiding tot het Definitiebesluit (fase 3 van het PBI) is het voorbereidingskrediet van € 6,5 miljoen beschikbaar. Na PBI-fase 3 besluit het college aan de hand van een geactualiseerde kostenraming of er voldoende zicht is op dekking om fase 4 van het PBI aan te vangen en wordt hierv0or een tweede voorbereidingskrediet aangevraagd van naar verwachting € 13,5 miljoen. Voor het bekostigen van het programmateam Sprong over het IJ is vooralsnog voldoende dekking in de reserve IJoeververbindingen voor de periode 2023-2025. Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam Als uitwerking van het advies van de commissie D’Hooghe is met de nautische partijen (Rijkswaterstaat, Ministerie Infrastructuur en Waterstaat, Havenbedrijf, Centraal Nautisch Beheer) afgesproken dat de verschillende onderdelen van het advies worden opgenomen in een Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam.
In dit plan, dat de vorm krijgt van een interactieve kaart met een uitgebreide legenda, worden alle projecten en initiatieven opgenomen op het IJ tussen Coentunnel en Oranjesluizen en het Amsterdam Rijnkanaal. Per project/initiatief wordt bijgehouden wat het behelst, wat de actuele stand van zaken is en wie hiervoor verantwoordelijk is. Op deze wijze biedt het Inrichtingsplan een goede basis voor de samenwerking tussen alle partijen en kan de voortgang van de ontwikkelingen op en rondom het IJ en het Amsterdam Rijnkanaal goed gemonitord worden. De interactieve kaart van het Inrichtingsplan is te vinden op maps.amsterdam.nl/sprongij. Verbeteren pontverbindingen In de afgelopen periode is ook gewerkt aan een ander belangrijk onderdeel van Sprong over het IJ, namelijk het verbeteren en intensiveren van de pontverbindingen. Zo is onlangs de tijdelijke pontverbinding tussen Sporenburg en het Zeeburgereiland geopend en is in mei 2023 de nieuwe fiets- en voetgangersbrug over het Noordhollandsch Kanaal (de Hollandse Iepbrug) opgeleverd. Deze nieuwe verbinding maakt het IJpleinveer beter bereikbaar waardoor het Buiksloterwegveer ontlast wordt.
In combinatie met de opening van het Pontplein Zuid betekent dit dat het aantal schepen dat vaart op de carréverbindingen IJplein- en Buiksloterwegveer gelijk kan worden getrokken; op beide lijnen zal op termijn met ieder drie veren gevaren worden. Voor 2024 geldt dat het aantal veren op het IJpleinveer nog beperkt blijft tot twee ponten. Het tekort aan schippers is hiervoor een belangrijke oorzaak. Daarnaast wordt in de komende jaren ook de frequentie van de bestaande pontverbindingen verhoogd; het aantal vaaruren over het IJ stijgt in 2024 met 7% ten opzichte van 2023. Met betrekking tot mogelijke nieuwe pontverbindingen is onderzocht of een verbinding mogelijk is tussen de kop van het Java-eiland en het Hamerkwartier. Deze verbinding bleek op deze plek niet mogelijk. Op dit moment wordt nog onderzoek gedaan naar het optimaliseren van het Distelwegveer. Naar verwachting wordt u begin 2024 geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek. Projectplan Oostbrug Na het vaststellen van de Voorjaarsnota 2023 is voor het project Oostbrug gestart met de aanstelling van een projectmanager en de inrichting van de projectorganisatie. Momenteel wordt
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 9 januari 2024 Pagina 4 van 4
door het nieuwe projectteam gewerkt aan een projectplan voor PBI-fase 3 voor de Oostbrug. Dit projectplan bevat onder meer de volgende onderdelen: de precieze scope van het project, de producten en de planning, de wijze waarop geparticipeerd wordt en een organisatie- en governancestructuur. Aandachtspunten in deze fase zijn de mogelijkheden voor het brugopeningsregime dat tegemoet komt aan zowel een goede en veilige doorstroming van het nautische verkeer als aan een vlotte en veilige afwikkeling van fietsers aan landzijde. Daarnaast is zoals hiervoor al aangegeven van belang hoe de nautische onderdelen in het oostelijk deel van het IJ die een relatie hebben met de Oostbrug worden ingevuld, onder meer de Kompasdam met de ligplaatsen, en de uitwerking van de toeleidende routes aan beide oevers. Ook een belangrijke factor is de mogelijke impact van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) op de planning en de wijze waarop duurzaamheidsambities een plek kunnen krijgen in het Integrale Programma van Eisen voor de Oostbrug. Op basis van het Programma van Eisen wordt vervolgens het Definitiebesluit genomen waarna gestart wordt met het ontwerp van de brug (PBI fase 4).
In deze fase vindt de verdere detaillering van de plannen plaats, zodat college en raad op zijn vroegst in 2026 kunnen besluiten tot uitvoering van het project en het beschikbaar stellen van de benodigde uitvoeringsmiddelen voor de Oostbrug. Afdoening motie 261accent Sprong over het IJ - nu snelheid maken met uitvoering, van de leden Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker In deze op 22 april 2021 aangenomen motie wordt het college gevraagd “bij de voorkeursbesluiten Sprong over het IJ en Oostbrug er op aan te sturen dat alles gereed is om in de eerste helft van de volgende collegeperiode de schop in de grond te zetten voor de bouw van de Oostbrug”. Zoals uit het voorgaande blijkt is het, ongeacht de vraag of tijdig de benodigde aanvullende dekking gevonden gaat worden, onrealistisch te verwachten dat nog in deze collegeperiode gestart kan worden met de bouw van de Oostbrug; op zijn vroegst kan in 2026 een Uitvoeringsbesluit aan u worden voorgelegd. Op dat moment zal ook duidelijk zijn of, de in het Voorkeursbesluit benoemde start bouw in 2029 en oplevering van de Oostbrug in 2032 haalbaar zijn. In de komende fase wordt, parallel aan het opstellen van het Integrale Programma van Eisen een gedetailleerde uitvoeringsplanning opgesteld.
Hierin wordt rekening gehouden met de benoemde risicofactoren en met verschillende scenario’s met betrekking tot onder meer circulariteit en duurzaamheid. De uitkomsten hiervan kunnen, samen met de voortgang rond het vinden van de benodigde aanvullende dekking, effect hebben op de besluitvormingsmomenten (Definitie- en Uitvoeringsbesluit) en daarmee op oplevering van de Oostbrug. Het college gaat er van uit u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Melanie van der Horst Wethouder Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit Bijlage: dashboardrapportage voortgang Oostbrug
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl