CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Afd. motie 145 146 150 152.23

RAAD 5 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van hetHoofdlijnenbesluit sociale basisVN2023-0045432.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 12 december 2023 Zorg en maatschappelijke ontwikkeling Alexander Scholtes Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit: bestuurszaken.ojz@amsterdam.nl

Onderwerp

Afdoening moties 145, 146, 150 en 152 bij hoofdlijnenbesluit sociale basis.

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 5 april 2023 heeft uw raad bij de behandeling van het vaststellen van het Hoofdlijnenbesluit sociale basis zes moties aan genomen: 1. Motie 134 van de leden Wehkamp (D66), Runderkamp (PvdA), Hoogtanders (VVD) en Bloemberg-Issa (PvdD) inzake Sociale Kaart. 2. Motie 144 van de leden Van Pijpen (GL), Wehkamp (D66), Runderkamp (PvdA), Hoogtanders (VVD), Broersen (Volt) en Bloemberg-Issa inzake de stadsconferentie Sociale Basis. 3. Motie 145 van de leden Van Pijpen (GL) en Broersen (Volt) over Ruimte voor informele en semiprofessionele organisaties in de Sociale Basis. 4. Motie 146 van de leden Van Pijpen (GL), Wehkamp (D66) en Broersen (Volt) inzake monitoring en verantwoording Sociale Basis. 5. Motie 150 van de leden Wehkamp (D66) en Hoogtanders (VVD) inzake Monitoring sociale basis door stadsdeelcommissies. 6. Motie 152 van de leden Hoogtanders (VVD), Runderkamp (PvdA), Nanninga (JA21), Wehkamp (D66) en Van Pijpen (GL) inzake uitvoeren van een impactanalyse sociale basis. Voor motie 134 met betrekking tot de sociale kaart geldt dat ik u over de stand van zaken middels een mededeling heb geïnformeerd in de vergadering van de commissie OZA van 22 november 2023.

Uiterlijk eind tweede kwartaal 2024 worden de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek en het standpunt van het college met betrekking tot het realiseren van een sociale kaart met u gedeeld. Voor motie 144 geldt dat deze is afgedaan in de vergadering van de commissie OZA van 1 november 2023. De stadsconferentie is zoals verzocht uitgevoerd en de elementen die u daarin wilde terugzien zijn daarin meegenomen.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2023 Pagina 2 van 7

Met deze brief informeer ik u over de overige vier moties waarvan de uitvoering is meegenomen in de totstandkoming van het beleidskader sociale basis. 1. Motie 145 van de leden Van Pijpen (GL) en Broersen (Volt) over Ruimte voor informele en semiprofessionele organisaties in de Sociale Basis. Daarin wordt het college gevraagd om • Bij de verdere uitwerking van de basis infrastructuur Sociale Basis ruimte te maken en te houden voor informele en semiprofessionele organisaties die essentiële taken verrichten voor het bereiken van de doelstellingen zoals in het Kader Sociale Basis wordt vastgelegd. • Dat in de nadere uitwerking informele en semiprofessionele organisaties de ruimte krijgen om mee te doen in de te vormen allianties op gelijke basis als professionele organisaties. En dit in de uitnodiging om allianties te vormen alsmede in de wijze waarop allianties worden vormgegeven, als opdracht wordt mee gegeven. Het college heeft als volgt uitvoering aan de motie gegeven: De nieuwe structuur voor de sociale basis staat in het beleidskader beschreven en bestaat uit vier onderdelen. De onderdelen staan niet los van elkaar, maar versterken elkaar en vullen elkaar aan. Alle huidige partijen in de sociale basis passen in de verschillende onderdelen zoals deze worden voorgesteld in het nieuwe beleidskader.

Dat alle bestaande partners in de nieuwe structuur zouden passen, betekent niet dat zij na herinrichting ook allemaal gesubsidieerd blijven. Herinrichting moet vooral leiden tot meer herkenbaarheid, duidelijker rollen, betere samenwerking en meer focus. Doordat de inrichting in principe ruimte laat voor alle bestaande partners is hierin voldoende ruimte voor informele en semi-professionele organisaties ingebouwd. Het is afhankelijk van welke functie(s) een organisatie uitvoert, in welk onderdeel subsidie mogelijk is. We schrijven alliantievorming voor op een gedeelte van de sociale basis: de kernfuncties. Hiermee bedoelen we wijkoverstijgende functies die overal in het stadsdeel aanwezig moeten zijn, ongeacht de opgave. Deze functies worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel en faciliteren en ondersteunen de rest van de sociale basis in een stadsdeel. Het gaat hierbij onder andere over buurt(opbouw)werk, jongerenwerk, kinderwerk en veldwerk, beheer, exploitatie en programmering van huizen van de wijk en jongerencentra, collectieve maatschappelijke dienstverlening. Als informele en/of semi-professionele organisaties een rol spelen in deze functie kunnen zij onderdeel zijn van de alliantie op deze kernfuncties. Deze functies worden meerjarig gesubsidieerd. Vaker zullen zij een cruciale rol hebben in een gebied en daar een bijdrage leveren aan gebiedsspecifieke opgaven.

Ook partners die een dergelijke rol vervullen kunnen meerjarig worden gesubsidieerd. Daarnaast is er ook jaarlijks subsidie mogelijk voor kleine initiatieven in het sociaal weefsel. Hier kijken we vooral of initiatieven een rol hebben in de bredere doelstellingen vanuit de sociale basis. Voor subsidies op dit onderdeel geldt dat we aanvragen en verantwoorden zo laagdrempelig en eenvoudig mogelijk inrichten. Zo worden subsidies onder de 20.000 euro direct vastgesteld en wordt alleen steeksproefgewijs bekeken of gemaakte afspraken zijn nagekomen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2023 Pagina 3 van 7

Wij gaan er vanuit dat deze inrichting voldoende ruimte biedt voor informele en semiprofessionele organisaties. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld.

2. Motie 146 van de leden Van Pijpen (GL), Wehkamp (D66) en Broersen (Volt) inzake monitoring en verantwoording Sociale Basis. Daarin wordt het college gevraagd om • Naast de doorontwikkeling van de monitor van concrete interventies in de sociale basis andere vormen van verantwoording te ontwikkelen; • hierbij in te zetten op onafhankelijke kwalitatieve onderzoeksmethodes waarbij geen extra administratieve belasting plaats vindt voor organisaties in de sociale basis maar wel inzicht wordt gegeven over de activiteiten en effecten vanuit de sociale basis • In deze onderzoeksmethodes nadrukkelijk de Amsterdammers zelf aan het woord te laten waarbij de onderzoeksmethode gevalideerd is. • De Raad te informeren over de gekozen onderzoeksmethode(s) • De uitkomsten van zowel de monitors als het kwalitatieve onderzoek, en overige relevante informatie zoals overzichten van betrokken partijen in en buiten de alliantie, jaarlijks te presenteren aan stadsdeelcommissies en Raad. Het college heeft als volgt uitvoering aan de motie gegeven: In het beleidskader zijn vier sporen van monitoring uitgewerkt. De wensen die u met het indienen van deze motie heeft geformuleerd zijn daarin meegenomen. Er wordt ingezet op het combineren van cijfers en verhalen. Het uitbreiden van kwalitatief onderzoek maakt hier onderdeel van uit.

In dit kwalitatieve onderzoek worden ervaringen van Amsterdammers betrokken. Op dit moment zijn we met verschillende kennisinstituten in gesprek over hoe we dit handen en voeten kunnen geven. Het nieuwe beleidskader gaat in per 2025. Niet alles is dus al klaar en uitgewerkt. We willen een groot deel van de monitoring samen met partners vormgeven. Voor de zomer van 2024 weten we wie deze partners vanaf 2025 zijn. De beweging die we met herinrichting willen maken is er één van meer partnerschap, samen aan de lat op de opgave, meer buiten en minder binnen. Dat betekent ook dat we vaker met bewoners in gesprek zijn over wat er nodig is en of we het goede doen. Dat doen we op verschillende manieren. • Bewoners zijn actief betrokken in de totstandkoming van de gebiedsopgaven sociaal die parallel aan het beleidskader worden opgesteld. Deze opgaven worden elke vier jaar geüpdatet. • We nemen in de opdracht aan partners mee dat zij in de cyclus van het evalueren en bijstellen van hun inzet nadrukkelijk bewoners betrekken. • Wij zijn als gemeente zelf actiever in gesprek met verschillende gremia waarin bewoners zijn vertegenwoordigd: denk hierbij aan de LVB-raad. De eerste gesprekken met betrekking tot wat deze gremia nodig achten lopen al. • Met de stadsdeelcommissies/ bestuurscommissie Weesp zijn we jaarlijks in gesprek over hoe het gaat in de sociale basis.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

•

Datum 12 december 2023 Pagina 4 van 7

Elke twee jaar bundelen we alle opbrengst met betrekking tot hoe het gaat met de sociale basis. Dit overzicht bespreken we met uw raad en de stadsdeelcommissies/ bestuurscommissie Weesp.

Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025 zullen we u informeren over de stand van zaken met betrekking tot de uitwerking van de monitoring zoals beschreven in het beleidskader. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. 3. Motie 150 van de leden Wehkamp (D66) en Hoogtanders (VVD) inzake Monitoring sociale basis door stadsdeelcommissies. Daarin wordt het college gevraagd om • Te onderzoeken hoe stadsdeelcommissies beter in positie kunnen worden gebracht om beter inzicht te krijgen in de effecten van de programma’s uit de sociale basis, • en bij dit onderzoek mee te nemen dat de regeldruk voor organisaties uit de sociale basis niet te hoog oploopt • en de raad over de uitkomsten te informeren. Het college heeft als volgt uitvoering aan de motie gegeven: Zoals uitgewerkt in het beleidskader sociale basis willen we in het monitoren van de sociale basis cijfers combineren met verhalen. Stadsdeelcommissies zijn betrokken in de vertaling van het beleidskader sociale basis naar gebiedsopgaven sociaal. We nemen de stadsdeelcommissies jaarlijks mee in een tussenstand op hoofdlijnen op deze opgaven. Hierin maken we inzichtelijk welke inzet wordt gesubsidieerd en wat er op deze inzet wordt gerealiseerd. Het beperken van regeldruk is een belangrijk element in het bepalen op welk detailniveau we deze cyclus inrichten.

Juist als we partners en de interne organisatie ruimte willen geven om aan de opgaven te werken, is het ondoenlijk om jaarlijks op detailniveau te laten zien wat er wordt gerealiseerd. De jaarlijkse realisatie zal dus een combinatie zijn van cijfers die zonder veel regeldruk te genereren zijn en verhalen. Denk hierbij aan een beeld uit de stedelijke monitor, en een beeld op hoofdlijnen van hetgeen partners in gebieden aan inzet realiseren. Het koppelen aan effecten is zoals in het kader ook is uitgelegd, is heel complex. In de tweejaarlijkse rapportage die met stadsdeelcommissies en raad zal worden besproken wordt het brede beeld gedeeld waarin ook resultaten van kwalitatief onderzoek en opbrengst van gesprekken met betrokken gremia van bewoners zal worden meegenomen. Stadsdeelcommissies hebben zelf ook een rol in het ophalen van verhalen uit het gebied. Die input wordt ook meegenomen in het tweejaarlijkse totaalplaatje. Zoals voor het geheel op monitoring geldt dat we voortdurend met elkaar in gesprek zijn over hoe het gaat. Hoe het gaat met de sociale basis, maar ook over hoe het gaat met het zicht wat we genereren en of dat voldoende beeld geeft. Dit maakt onderdeel uit van een cyclus van samen leren en ontwikkelen zoals we die met partners, maar ook in de interne organisatie willen realiseren. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2023 Pagina 5 van 7

4. Motie 152 van de leden Hoogtanders (VVD), Runderkamp (PvdA), Nanninga (JA21), Wehkamp (D66) en Van Pijpen (GL) inzake uitvoeren van een impactanalyse sociale basis. Daarin wordt het college gevraagd om: • Om een (onafhankelijke) impactanalyse uit te laten voeren voordat het college en de raad het beleidskader en subsidieregeling moeten vaststellen, met daarin specifieke aandacht voor de mogelijke maatschappelijke, economische en personele consequenties. Het college heeft als volgt uitvoering aan de motie gegeven: De aanleiding voor het indienen van deze motie is gerelateerd aan de aanbesteding van dagbesteding. Voor de sociale basis geldt dat de omstandigheden en techniek zodanig anders zijn ingericht dat van een vergelijkbare situatie geen sprake lijkt. Om u hierop mee te nemen heb ik op 31 oktober 2023 een technische sessie laten organiseren. De sociale basis wordt gesubsidieerd. Dit betekent dat: • De gemeente het doel en de opgave beschrijft en partners daarvoor oplossingen aandragen. Dit is anders dan inkoop waarbij de gemeente voorschrijft hoe de oplossing eruit moet zien. • Na 3 jaar subsidie voor dezelfde voortdurende activiteiten is sprake van een structurele subsidierelatie waarop een redelijke termijn van afbouw van toepassing is (art. 4.51 Awb). Dit is anders dan bij inkoop waarbij de relatie van rechtswege eindigt na afloop van de contractperiode.

Nieuw beleid betekent automatisch dat er dingen veranderen in de focus, de inrichting etc. Bij nieuw beleid hoort ook een nieuwe subsidieregeling. Om te zorgen dat er ruimte ontstaat om keuzes te kunnen maken die horen bij nieuw beleid en alle potentiële aanvragers de kans te geven om mee te dingen naar subsidie, worden alle bestaande subsidierelaties aangezegd (beëindigd). Als overheid zijn wij verplicht bij het aanzeggen van subsidierelaties een redelijke termijn van afbouw in acht te nemen. Deze termijn hangt af van het type organisatie dat subsidie ontvangt: partijen die vastgoed huren en personeel in dienst hebben, hebben langer de tijd nodig om mogelijke afbouw te organiseren dan een initiatief dat geen eigen ruimte heeft en geen personeel in dienst heeft. We kiezen ervoor om het moment van het aanzeggen van alle relaties zo te plannen dat we de partijen met de langste redelijke termijn als uitgangspunt nemen. Zo weten alle partners tegelijk en ruim op tijd dat we alle relaties aanzeggen. We doen dit in januari 2024. Voor we de besluiten versturen organiseren we een informatiebijeenkomst waar we alle bestaande partners voor uitnodigen.

De interne organisatie in de stadsdelen en stadsgebied zorgt ervoor dat alle partners weten dat de bijeenkomst plaatsheeft, daarvoor zijn uitgenodigd en hen met klem is aangeraden daaraan deel te nemen of vertegenwoordiging te regelen om daarbij aanwezig te zijn. De bijeenkomst wordt gebruikt om uit te leggen dat en waarom alle relaties worden beëindigd. Ook zal worden uitgelegd dat het kader in principe de ruimte biedt om alle bestaande partners binnen de nieuwe structuur weer te kunnen subsidiëren. Dat betekent echter niet dat dat ook zal gebeuren. Herinrichting betekent ook kritisch kijken naar eventuele dubbeling, naar benodigde samenwerking en het aanbrengen van de focus die in het beleidskader is vastgelegd als het gaat

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2023 Pagina 6 van 7

om prioritaire opgaven. Iedereen moet dan ook opnieuw subsidie aanvragen en alles zal opnieuw worden beoordeeld. Na de informatiebijeenkomst worden aanzeggingsbesluiten verstuurd en parallel gaat een tweede uitnodiging uit voor een bijeenkomst twee weken later. Deze tweede bijeenkomst biedt de gelegenheid om vragen en zorgen die partners hebben over het besluit dat zij ontvangen uit te spreken. Alle partners hebben een aanspreekpunt bij de gemeente waarbij zij ook één op één terecht kunnen voor vragen of zorgen. Met een aanzegging van alle relaties in januari 2024 is het risico op frictiekosten afgedekt. Alle partners hebben immers een redelijke termijn gekregen voor het afbouwen van activiteiten. Parallel start het proces voor subsidieverlening vanaf 2025. De subsidieverordening sociale basis wordt parallel aan het beleidskader in de raadsvergadering van januari 2024 ter vaststelling aan uw raad aangeboden. Als de verordening in die vergadering conform planning wordt vastgesteld hebben partners vanaf dat moment ruim 14 weken voor het doen van hun aanvraag. Daarna volgt beoordeling en weten we voor het zomerreces van 2024 met welke partners we in 2025 een subsidierelatie aangaan. Als er sprake is van overgang van activiteiten van de ene naar de andere partner per 2025, dan is er voldoende tijd om hier in de tweede helft van 2024 goede afspraken over te maken.

Voor de interne organisatie betekent herinrichting een andere manier van werken. Minder van achter het bureau werken aan subsidieverlening en meer buiten in gesprek met partners over de opgaven, passende inzet en doen wat werkt. Vooralsnog is de inschatting niet dat het werk afneemt in kwantiteit, maar wel dat we met elkaar een kwalitatief betere manier van werken inrichten die beter aansluit bij wat Amsterdammers nodig hebben en de manier waarop we daar met partners aan willen werken. Om deze cultuurverandering gestalte te geven wordt er een leerlijn ingericht waarin we op onderdelen samen optrekken met partners. Aanbod in de sociale basis is vrij toegankelijk: Amsterdammers hebben geen indicatie nodig om hieraan deel te kunnen nemen. Daarmee is er geen sprake van overname van cliënten zoals het geval was bij de aanbesteding van dagbesteding. Tegelijkertijd geldt ook voor activiteiten in de sociale basis dat Amsterdammers ergens aan deel nemen waar zij zich prettig voelen, dat zij mogelijk een relatie hebben met andere bewoners, vrijwilligers en/of professionals die activiteiten uitvoeren. Aan de voorkant van het subsidieproces is niet aan te geven welke partijen straks subsidie ontvangen. Daarmee bestaat altijd het risico dat bestaande activiteiten niet op dezelfde manier terugkomen in de nieuwe situatie.

Tegelijkertijd is gebiedsbinding en de rol die wordt gespeeld op de opgave belangrijk in de selectie van partners. Daarmee is de verwachting dat een deel van bestaande partners actief zal blijven en daarmee wordt geborgd dat bewoners die hun veilige plek dreigen kwijt te raken, een nieuwe veilige plek kunnen vinden. We verwachten ook van onze huidige partners dat zij in de overgang van oud naar nieuw het maximale zullen doen om te zorgen voor zoveel mogelijk continuïteit voor Amsterdammers. Want die Amsterdammer, daar is het ons uiteindelijk allemaal om te doen. Die Amsterdammer wordt aan de voorkant betrokken in de totstandkoming van de gebiedsopgaven sociaal en periodiek betrokken bij het evalueren en bijstellen van die opgaven en de inzet die daarop wordt gepleegd.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 december 2023 Pagina 7 van 7

De inzet is om de sociale basis ook financieel te verstevigen om de ambitie uit het beleidskader gestalte te kunnen geven. De uitwerking hiervan volgt. De Dagelijks Besturen hebben het mandaat om binnen de begrotingsruimte voor het eigen stadsdeel de subsidieplafonds voor de sociale basis vast te stellen en subsidies te verlenen. Daarmee is het aan de Dagelijks Besturen welke budgetten ze voor de verschillende onderdelen binnen de sociale basis aanwenden. Door dit zo eenduidig mogelijk in te richten kan op onderdelen een beeld over stadsdelen heen worden gegeven. Zo ontstaat er meer financieel inzicht op besteding van middelen voor de sociale basis. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Alexander Scholtes Wethouder Zorg en maatschappelijke ontwikkeling

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13684408/1