A - 27 Inkoop (12) 2 Second opinion Bureau Integriteit
Tekst van het document
'Second opinion' afweging Bureau Integriteit over melding integriteit Zuidoost Leo Huberts, emeritus hoogleraar bestuurskunde Vrije Universiteit1 1. Inleiding Deze notitie omvat een second opinion over de beoordeling in 2017 door het Bureau Integriteit van de gemeente Amsterdam van de melding(en) over vermoedens van integriteitschendingen in Zuidoost. Die beoordeling leidde tot het advies om geen persoonsgericht integriteitsonderzoek uit te voeren. De opdracht tot het componeren daarvan omvatte een aantal afspraken over de werkwijze en het beoogde resultaat2: - de bestudering van de beschikbare informatie cq. het dossier over de melding uit 2017 over vermoedens van integriteitschendingen in Zuidoost en de afweging en beoordeling door het Bureau Integriteit; - het vergaren en bestuderen van relevante aanvullende informatie over die beoordeling en het proces en de context; - het voeren van een aantal gesprekken met relevante betrokkenen ter nadere verduidelijking (met de melder, een betrokken gemeenteraadslid en de onderzoekers van het Bureau Integriteit)3; - het verzorgen van een beknopte rapportage met op basis van de beschrijving van het proces de 'second opinion' cq.
de beoordeling van het advies van het Bureau Integriteit geen persoonsgericht integriteitsonderzoek uit te voeren; - vanuit het voorgaande (indien zinvol) suggesties/aanbevelingen voor het omgaan met meldingen van vermoedens van integriteitsschendingen in Amsterdam. 4 Die basis (en werkwijze) om te komen tot een 'second opinion' is hopelijk duidelijk, maar aanvullend is enige toelichting over mijn inzet ook wel relevant, mede vanuit de mogelijke verwachtingen vanuit de vele betrokkenen. Ik ben emeritus hoogleraar, blijf betrokken bij wetenschappelijk onderzoek naar integriteit, maar was en blijf terughoudend bij verzoeken die veronderstellen dat een 'wetenschappelijk' oordeel geveld kan worden over concrete casussen. Ik heb die pretentie niet, we deden geen onderzoek, het gaat hierbij om een persoonlijk oordeel, wel vanuit mijn ervaringen en kennis met integriteitsbeleid op ook het lokale niveau 5. Wat hieronder allereerst volgt is de verduidelijking van de context, voor zover die relevant is voor het begrijpen en beoordelen van de reactie van het Bureau Integriteit (BI) op de meldingen. Dan gaat het om de voorgeschiedenis van de melding(en) (§ 2.1), als ook om de verduidelijking van de taken en bevoegdheden van het BI (§ 2.2). Daarna volgt informatie 1 Zie voor informatie over mijn achtergrond: https://research.vu.nl/en/persons/leo-wjc-huberts (met ook zicht op
publicaties). Emailadres: l.huberts@vu.nl. 2 Overeenkomstig de opdrachtformulering vanuit de gemeente. 3 Aanvullend is telefonisch aanvullende informatie verkregen vanuit de ACAM. 4 Uiteraard ben ik dankbaar voor de medewerking van velen, voor het verschaffen van informatie (het Bureau Integriteit, de geïnterviewden) en de suggesties vanuit de opdrachtgever/gemeente met betrekking tot de conceptversies van deze Second Opinion. 5 Zie daarvoor nogal wat literatuur, incl. Huberts (2014, 2018) en Huberts & Van Montfort (2020), als ook bijv. Van den Heuvel, et al., (2010) en Kolthoff (2012).
over de melding(en) over Zuidoost en de behandeling daarvan door het Bureau Integriteit (§ 3). Is de daarin geschetste afweging van het BI begrijpelijk, verdedigbaar? Voor dat oordeel, die second opinion, is informatie over de reacties en het politiek-bestuurlijke vervolg met ook aanvullend onderzoek, onmisbaar. De korte schets daarvan volgt (§ 4), belangrijk voor mijn analyse, reflectie en beoordeling in de vijfde paragraaf, met ook een aantal suggesties/ aanbevelingen voor het omgaan met meldingen en melders van vermoedens van integriteitsschendingen in Amsterdam. In de conclusies volgt tot slot een samenvatting van mijn bevindingen. 2. De melding en de boordeling daarvan in context 2.1. Kort de voorgeschiedenis van de melding De start van het proces dat hier centraal staat is in november 2016. Dan overhandigt het SPgemeenteraadslid Erik Flentge namens een melder, die anoniem wil blijven, informatie aan het Bureau Integriteit over vermoedelijke integriteitsschendingen in het stadsdeel Zuidoost. Dat leidt tot gesprekken van het Bureau Integriteit (BI) met de melder, het overhandigen van aanvullende informatie door de melder en uiteindelijk de afweging vanuit de onderzoekers van het Bureau met betrekking tot de 'casussen' die in het vele materiaal zijn terug te vinden. Voordat de melder zich tot de centrale stad wendde, gebeurde er het een en ander binnen het stadsdeel.
Hij meldde meerdere incidenten bij het stadsdeel Zuidoost (eerst in november 2014 en januari 2015), onder andere over het Bijlmerpark (gesprek o.a. daarover augustus 2016). Dat leidde niet tot onderzoek, wel werd naar aanleiding van het gesprek door het stadsdeel afgetast of het Bureau Integriteit daarin aanleiding zag onderzoek te doen. In die periode speelt ook het ontslag van de melder door het stadsdeel, naar eigen zeggen drie maanden na zijn eerste melding.6 De melder ziet een directe relatie tussen het ontslag en de meldingen, maar dat is geen onderwerp van deze second opinion.7 Het ontslag van de melder leidt ertoe dat hij zich na intern melden wendt tot de centrale stad, via via wordt hij in contact gebracht met raadslid Erik Flentge en dat leidt in november 2016 tot de melding(en) bij het Bureau Integriteit. Naast 'de melder' zijn er ook andere melders te onderscheiden die binnen Zuidoost maar ook richting het Bureau Integriteit melding hebben gedaan van mogelijke integriteitsschendingen binnen het stadsdeel. Dan gaat het met name om een inkoopadviseur met meldingen over mogelijke misstanden bij de inkoop in 2008 en 2009 (melding in 2010). BI sprak met de melder en adviseerde om een extern bureau vooronderzoek te laten uitvoeren, maar het stadsdeel zag daarvan af vanwege de kosten. Ook BI was erg ongelukkig over de uitkomst toen.8
6 Ontslag op 28-7-2015 aangezegd per 15 oktober later 3 november 2015. De melder ging daar zonder succes
tegen in beroep (uitspraak bestuursrechter op 2-8-2016). 7 Het dossier omvat veel informatie over beoordelingsgesprekken en procedures daaromheen, met aan het eind ook het beroep bij de bestuursrechter die uiteindelijk oordeelt dat het ontslag niet wordt teruggedraaid vanwege 'verstoorde verhoudingen'. 8 BI heeft destijds geadviseerd om een onderzoek in te stellen. In die tijd moesten de decentrale organisaties nog betalen voor een integriteitsonderzoek (doorbelasting). De stadsdeelsecretaris van Zuidoost heeft destijds afgezien van een dergelijk onderzoek vanwege de kosten. Tegenwoordig worden integriteitsonderzoeken niet meer doorbelast. Bovendien zou in de huidige tijd bij een eventuele discussie over wel/geen onderzoek tussen
2
Daarnaast is het stadsdeelraadslid Iwan Leeuwin op diverse fronten actief geweest, richting het stadsdeelbestuur als ook met een melding in augustus 2016 bij het Bureau Integriteit. Het gesprek daarover werd niet vervolgd met documentatie ter onderbouwing van de melding, de melding was uiteindelijk onvoldoende concreet om te spreken van een vermoeden van een integriteitsschending die door BI onderzocht kon worden. Verder hebben zich de ondernemingsraad (29-5-2012) en de AbvaKabo(2-6-2015) in de loop der jaren kritisch uitgelaten richting het management over respectievelijk de werksfeer binnen de directie Realisatie ('zeer ernstig' mee gesteld) en de reorganisatie van het stadsdeel en het melding maken van wantrouwen, intimidatie en machtsmisbruik. Ik noem dat alles even kort om een beeld te geven van de context als ook omdat nogal wat van de eerder gemelde gevallen en vermoedens terug op tafel komen via de meldingen van vermoedens van integriteitsschendingen door de melder vanaf november 2016. 2.2. Beoordelaar melding: Bureau Integriteit9 Amsterdam kent een Bureau Integriteit met ook een meldpunt voor integriteitsschendingen en onderzoekers die onderzoek kunnen verrichten naar gemelde schendingen (naast andere taken die meer met preventie en bewustwording te maken hebben).
Daarmee loopt Amsterdam voorop in Nederland, andere gemeenten investeren minder in hun integriteitsbeleid en systeem (Karregat, 2018; Van Montfort, Ogric, & Huberts, 2018). Ook kan Amsterdam zich meten met andere wereldsteden, zo leert wat ouder onderzoek (Huberts, Anechiarico, & Six, 2008). Onderdeel van het Bureau is het Meldpunt Integriteit met op de website 10: "Ziet of vermoedt u dat een ambtenaar van de gemeente Amsterdam niet integer handelt, geef dat dan door. Denk bijvoorbeeld aan misbruik van bevoegdheden, strafbare feiten of ongewenst gedrag (zoals discriminatie). Het Bureau Integriteit van de gemeente Amsterdam beoordeelt uw melding. Zo nodig vindt verder onderzoek plaats". Het meldpunt ontvangt jaarlijks vele meldingen met vermoedens van integriteitsschendingen vanuit leidinggevenden, medewerkers en ook burgers, In 2019 bijv. 110 meldingen (Amsterdam, 2020) over vele typen integriteitsschendingen. 11 Wat typeert die meldingen en wat valt er met de meldingen te doen? Bij die vragen gaat het om cruciale als ook erg ingewikkelde vragen. 12 Habib-Ranzijn (2015) 13 onderzocht hoe dat ging in Eindhoven en Amsterdam, en onderscheidde zes wijzen van afhandeling van een melding: 1 niets doen, 2 een informele afhandeling met de betrokkenen, 3 een "managerial resolution" met afspraken over bijv.
mediation, trainingen, toezicht, aanpassen regels) en het stadsdeel en Bureau Integriteit er een mogelijkheid zijn voor opschaling bij de gemeentesecretaris en uiteindelijk de burgemeester. 9 Zie voor basisinformatie over melden en het Bureau Integriteit, incl. Jaarverslagen: Integriteit - Gemeente Amsterdam. 10 Meldpunt: Integriteit - Gemeente Amsterdam (15-12-2020). 11 Zie voor een overzicht van integriteitsschendingen binnen de overheid in Nederland: De Graaf & Strüwer (2014). 12 Talsma, Hoekstra & Zweegers (2017). 13 Dorothé Habib-Ranzijn schreef haar masterthesis 'De afhandeling van meldingen van integriteitsschendingen' (2015) op basis van onderzoek in Eindhoven en Amsterdam.
3
daarnaast 4 doorverwijzen naar andere instanties (zoals de ombudsman), 5 een integriteitsonderzoek doen en 6 aangifte doen bij de politie (2015: 65). Een eenzijdige focus op één wijze van afhandeling is schadelijk, zicht op alle opties is belangrijk en het ontbreekt in gemeenten nogal eens aan duidelijkheid over de mogelijkheden wanneer deze zijn in te zetten, zo concludeerde Habib-Ranzijn voor Eindhoven en Amsterdam. Melders hebben over het algemeen geen beeld bij de inhoud van integriteit en schendingen. 14 Ze voelen zich tekort gedaan, benadeeld, het is een last voor ze, ook emotioneel. Wanneer iemand een vermoeden van een integriteitsschending meldt, volgen vanuit het BI Meldpunt diverse stappen en afwegingen over het vervolg. Tijdens 1e gesprek / voorgesprek gaat het om wat de melder vermoedt (over wie), met dan de mogelijkheid aanvullende informatie aan te leveren. Dat gesprek omvat vanuit BI ook overleg over waar de melder mee zit in termen van integriteit en schendingen (of niet). Daarnaast kan BI aanvullend vooronderzoek doen door openbare bronnen te raadplegen (met sinds enige tijd daarvoor ook toegang tot financiële systemen gemeente). Dat alles wordt door BI bekeken met op basis daarvan de afweging over al dan niet starten van een persoonsgericht integriteitsonderzoek. Het Bureau kreeg in 2019 110 meldingen over mogelijke integriteitsschendingen.
Het 1e contact leidde 92 keer tot een advies en er werden 65 meldingsgesprekken gevoerd. Die gesprekken leidden in 6 gevallen tot aangifte/onderzoek door de politie en in 14 gevallen tot "Onderzoek door BI". Daarbij ging het in de melding en in het BI-onderzoek om vele typen integriteitsschendingen (zie tabel 1). Tabel 1: Meldingen: typen integriteitsschending en vervolg BI onderzoek Type integriteitsschending
Meldingen
Corruptie Fraude Diefstal/verduistering Belangenverstrengeling Onverenigbare functies/bindingen/activiteiten Misbruik/lekken van (de toegang tot) informatie Misbruik van bevoegdheden of positie Verspilling en misbruik van gemeentelijke eigendommen Ongewenst gedrag: (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie, geweld, pesten en stalken Strafbare misdragingen buiten werktijd Totaal
8 22 6 6 3 9 6 18 24
Onderzoek BI 1 3 0 1 0 2 1 4 1
8 110
1 14
14 Beeld vanuit veel literatuur (Van Eijbergen & Siebers, 2020), ook wel bevestigd in het interview met het BI.
Ook: Ten Bos & & Painter (2020), Klokkenluiders, hun beweegredenen en hun ethiek (longread) - Management Impact
4
Van melding naar onderzoek Meldingen leiden al met al in 20 van de 110 gevallen tot een onderzoek (6x strafrechtelijk, 14x via BI onderzoek). Wat maakt dat een melding leidt tot onderzoek door BI? Hoe komen de BI-onderzoekers tot die afweging, welke vragen worden gesteld, welke criteria gelden? Het BI kent daarvoor de notitie 'Vragen bij de beoordeling van een melding' (Bijlage 1). Een aantal vragen speelt een rol, onder andere over de - aard van de integriteitsschending (waar gaat het over, vermoeden integriteitsschending?, welke schending, relatie gedragscode); - de concreetheid van de melding, ondersteuning door nadere betrouwbare informatie? - bevestiging door derden, getuigen - rol van de leiding; - melder en melding: motief en belang melder, eerdere meldingen elders, ondernomen stappen? Deze vragen zouden dus ook het handvat kunnen en moeten bieden voor de beoordeling van de meldingen uit Zuidoost. 3. Melding en melder Zuidoost en afweging BI Wat typeert de melder, de melding(en) over vermeende integriteitsschendingen in Zuidoost en de werkwijze van het Bureau Integriteit in deze casus, waarover mij een second opinion gevraagd wordt? Het dossier dat ik mocht inzien is omvangrijk, honderden pagina's met informatie over een lange periode, met diverse inbreng vanuit de melder en de betrokkenen. Het BI kreeg die informatie stapsgewijs.
Eerst via het raadslid Flentge, later direct van de melder, naar aanleiding van de gevoerde gesprekken. De onderzoekers van het BI hebben de nogal overdadige en wat chaotische stapel aan papieren en gegevens geanalyseerd en ingedeeld met op basis daarvan 12 typen of categorieën geopperde mogelijke integriteitsschendingen met daarbinnen subtypen (in totaal 19 gevallen). Per 'geval' werd in een notitie samengevat wat het documentatiemateriaal en de gesprekken voor de beoordeling hadden opgeleverd. Daarover is met de melder ook gesproken. Ik typeer de geopperde schendingen kort en algemeen (vanuit de gepaste vertrouwelijkheid). De vermoedens van schendingen betroffen - de algemene gang van zaken en de onderlinge verhoudingen, plus met name twijfel over een aantal leidinggevenden binnen het stadsdeel, twijfel over hun besluiten (ook enkele bedrijven expliciet genoemd) en anderzijds over hun interne opereren; - talrijke typen schendingen met belangenverstrengeling (3x), manipulatie van informatie / liegen (2x), ongewenst gedrag: intimidatie, agressie, pesten, benadelen (3x), misbruik van bevoegdheden of positie incl.
regels omzeilen (4x); - enkele gevallen over het beleid en mogelijke belangenverstrengeling, in de meeste gevallen ging het om het handelen van leidinggevenden en de onderlinge verhoudingen; - de jaren 2010, 2010-2011, 2011, 2011-2015 (?), 2012, 2013, 2014, 2015, soms geen jaar genoemd.
5
Voor elk van de 12 categorieën en voor elk van de 19 gevallen expliciteren de onderzoekers hun conclusie en de reden daarvoor. Die conclusie is steeds 'geen (nadere) actie door Bureau Integriteit', ofwel er zal geen persoonsgericht onderzoek volgen15. De argumentatie wordt samengevat in de brief van het Hoofd van het Bureau Integriteit aan de melder met daarin de toelichting op de uiteindelijk afweging (23-6-2017). Ik citeer: "U heeft geen nadere documentatie aangeleverd ten aanzien van de kwestie van het Bijlmerpark/Mandelapark. Tijdens het gesprek (-) is toegelicht (-): Zelfs als vast komt te staan dat er onrechtmatig gehandeld is door de aannemer die daar aan het werk is, is er niet automatisch sprake van een integriteitsschending door een ambtenaar". (-) "Ten aanzien van de andere kwesties die gaan over de interen gang van zaken (met name liegen en misbruik van bevoegdheden door diverse leidinggevenden) heeft u documentatie overlegd. De onderzoekers van het Bureau Integriteit hebben per casus de relevante documentatie erbij gezocht en getoetst of de informatie die u heeft overhandigd een onderbouwing is voor hetgeen u stelt danwel aanknopingspunten bevat die nader onderzoek naar de casus rechtvaardigen. U heeft zeer uiteenlopende documentatie verstrekt: mailwisselingen, gespreksverslagen, brieven, gedeeltes van bezwaarbehandelingen, verslagen van beoordelingsgesprekken.
Op basis van de toets die is uitgevoerd is niet gebleken dat er sprake is van een concreet vermoeden van een integriteitsschending die nader onderzoek rechtvaardigt". Ik kom daar hieronder op terug, na wat relevante informatie over het vervolg. 4. Vervolg op de beoordeling16 In juni 2017 concludeerde het Bureau Integriteit dat er onvoldoende gronden waren aangedragen om een persoonsgericht integriteitsonderzoek te doen Dat leidde tot nogal wat reacties in de Amsterdamse politiek en tot discussie en overleg over mogelijke vervolgstappen, incl. over mogelijk ander onderzoek. Dat duurde ook wel even. Voor het proces zijn de vragen belangrijk die het gemeenteraadslid Erik Flentge op 6-11-2017 aan het college van B&W stelde. Thema: mogelijke misstanden in Zuidoost.17 Met in die vragen de verwijzing naar de meldingen tussen 2007 en 2015 door een inkoopadviseur en een coördinator van het Projectbureau over mogelijk niet-integer gedrag binnen de ambtelijke organisatie van stadsdeel Zuidoost, als ook de meldingen over ‘wantrouwen, intimidatie en machtsmisbruik’ door de OR en de ABVAKABO/FNV en de vragen om onderzoek van raadsleden in Zuidoost. Tot heden heeft onderzoek niet plaatsgevonden en de fractie van de SP wil de meldingen zo snel mogelijk onafhankelijk hebben onderzocht.
Met in de vragen negen casussen waarnaar volgens Flentge nader onderzoek past, onder andere over de meldingen over intimidatie en machtsmisbruik, over het Bijlmerpark / Mandelapark (opslag bedrijven, overschrijding kosten inrichting park), de bouw van een school in Huntum, en meer. 15 Ik laat even de casus liggen waarvoor de BI onderzoekers concluderen dat er nader overleg moet plaatsvinden
met anderen (dan de melder) over hun melding bij het BI. 16 Reflectie op dat punt past niet in mijn concrete opdracht m.b.t. de BI afweging, maar is nodig om de vele beelden bij de afweging door BI te kunnen begrijpen en beoordelen, als ook voor het nadenken over mogelijke verbeteringen. 17 Zie voor de vragen en het antwoord daarop: https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/5857218/2#search=%22schriftelijke%20vragen%20mogelijke% 20misstanden%20zuidoost%22
6
Het antwoord vanuit B&W volgt op 17-1-2018, met per casus enige uitleg over wat er gebeurde, met al met al beperkte twijfel over wat er gebeurde vanuit de integriteit van de betrokkenen. Ter afsluiting verwijst het college naar beoogd onderzoek naar de gevolgde aanbestedings- en inkoopprocedures in Zuidoost: "Alhoewel, voor zover bekend, alle aanbestedingen en inkoop conform de daarvoor geldende regels werden uitgevoerd, heeft de huidige stadsdeelsecretaris van Zuidoost al opdracht gegeven voor een onafhankelijke, organisatiebrede evaluatie van alle inkoopprocessen in de periode 2015–2017". (-) "Aanleiding hiervoor is onder andere het rapport Kansrijk dat diverse aanbevelingen geeft, waaronder het regelmatig (extern) laten toetsen van bestaande processen in het kader van continue kwaliteitsverbetering en voorkoming van gewoontegedrag. Deze keer zullen de inkoopprocessen en de subsidieprocessen worden doorgelicht". In de discussies en afwegingen die volgden op de BI-afweging en de vragen vanuit de gemeenteraad, zie ik een zoektocht terug over wat er aan onderzoek wenselijk zou zijn. Met contacten over mogelijk onderzoek met het Bureau Integriteit maar vooral nogal wat discussie over de invulling van het hiervoor genoemde evaluatieonderzoek. Met vanuit het raadslid Flentge suggesties over de onderzoeksperiode en het ook onderzoeken van de casussen.
Nader onderzoek De gemeente en het stadsdeel Zuidoost kwamen tot de opdracht aan Deloitte om onderzoek te doen naar de inkoop en aanbestedingen door het stadsdeel (2007-2017) (opdracht Deloitte augustus 2018 voor periode 2014-2018, aanvullende opdracht 22-10-2018 voor ook 20072014, over de casussen uit de vragen van raadslid Flentge). Het rapport wordt op 17 mei 2019 aangeboden (Deloitte, 2019). De centrale onderzoeksvraag luidde: Inzicht krijgen in de wijze waarop stadsdeel Zuidoost uitvoering geeft aan het inkoopen aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam. Met de uitkomsten van het onderzoek wil stadsdeel Zuidoost lessen trekken en deze implementeren. Met als reikwijdte (scope) van het onderzoek de inkopen- en aanbestedingen van het stadsdeel Zuidoost in de periode 2007 tot en met 2017. Daarvoor zijn de beheersmaatregelen in het inkoop-en aanbestedingsproces van het stadsdeel Zuidoost geïnventariseerd. Het naleven daarvan geeft een indicatie over het rechtmatig inkopen van goederen en diensten. Er werden door het stadsdeel beschikbaar gestelde dossiers bestudeerd en er zijn interviews afgenomen. Met als conclusie: Aan de hand van een onderzoek van 290 dossiers hebben wij met behulp van ons normenkader een oordeel over het naleven van het inkoop- en aanbestedingsbeleid en het uitvoeren van de beheersmaatregelen gevormd.
Met als vaststelling: dat het stadsdeel Zuidoost in opzet gehandeld heeft volgens de geldende ‘spelregels’. Maar ook wel dat de gebrekkige documentatie leidt tot de les dat documentatie van gekozen en/of gevolgde handelingen in het inkoop- en aanbestedingsproces bijdraagt aan de transparantie en controleerbaarheid ervan (Deloitte, 2019). De informatie in het rapport van Deloitte over het thema integriteit is beperkt (2019: 14-15). In de interviews kwam het onderwerp wel terug. Ik citeer: "Een aantal vragen gaat over integer handelen binnen het stadsdeel Zuidoost. Dit heeft geen directe relatie met het onderzoek naar de naleving van het inkoop en aanbestedingsbeleid. Bij een aantal interviews is integriteit echter wel als onderwerp ter sprake gekomen. Wij hebben geconstateerd dat de integriteitsmeldingen zijn afgewerkt door Bureau Integriteit. Deze afdeling valt onder verantwoordelijkheid van de burgemeester en is onafhankelijk van het stadsdeel Zuidoost. Vanuit de aan ons beschikbaar gestelde informatie kunnen wij constateren
7
dat deze zijn afgehandeld volgens de procedure die het bureau integriteit daaraan heeft gesteld. Dit heeft geen aanleiding gegeven tot nader onderzoek". Na Deloitte Het Deloitte rapport leidde tot nogal wat reacties. Het college van Burgemeester en Wethouders reageerde in een brief aan de gemeenteraad.18 "Het college neemt deze onderzoeksresultaten zeer serieus. Hoewel de onderzoekers constateren dat het beleid voldoet aan de eisen, constateren zij dat de naleving onvoldoende wordt afgedwongen. Daarnaast constateren zij dat een groot aantal dossiers onvoldoende informatie bevat, oplopend tot 92% in 2017. Het college heeft hiervan met zorg kennis genomen. Deze conclusies passen in het beeld dat de preventieve beheersmaatregelen en de archivering van stukken in de organisatie nadrukkelijk aandacht behoeven. Hiervoor zijn op dit moment al op verschillende plaatsen extra maatregelen ingezet. Het stadsdeel en het college volgen dan ook alle aanbevelingen van de onderzoekers op. Waar het stadsbrede aanbevelingen betreft, worden die meegenomen in de verbetermaatregelen van de verandermanager inkoop". Het thema 'integriteit' komt onder de bevindingen terug: "Met betrekking tot het vermeende integriteitsvraagstuk is vastgesteld dat stadsdeel Zuidoost heeft gehandeld volgens de geldende spelregels binnen de gemeente Amsterdam en heeft de zaak overgedragen aan het Bureau Integriteit".
De reacties op het rapport in de media waren kritisch. Onvoldoende documentatie en dus geen overtuigend beeld over mogelijke fraude en vriendjespolitiek, concludeerde het Parool (3-62019)19 en Nikki Sterkenburg (2019) van Follow the Money, onder de kop 'Gemeente Amsterdam wil maar niet de onderste steen boven krijgen': "Het lijkt erop dat de gemeente Amsterdam nauwelijks interesse heeft in wat er de afgelopen jaren eventueel fout is gegaan. Eerst wil ze het zelf niet onderzoeken, later kan Deloitte slechts een deel onderzoeken. Het huidige rapport gaat vooral over de bedrijfsvoering, niet over de casussen en niet over integriteit. Zijn opdrachten ten onrechte gegund? Zijn hier mensen rijk van geworden?" 20 In de gemeenteraad leidde dat alles tot nogal wat discussie, met vragen over het Deloitte rapport maar ook het teruggrijpen op de afweging van het Bureau Integriteit geen onderzoek over de melding te doen.
Met vervolgens brede steun voor een motie (overwegende dat geen duidelijkheid is gekomen over enkele casussen) met het verzoek aan het college van B&W 'Een onafhankelijk integriteitsonderzoek te laten uitvoeren (door bijvoorbeeld bia of door bia samen met een andere organisatie) inzake de mogelijke misstanden bij de inkopen en aanbestedingen in Zuid Oost en daarbij de casussen te onderzoeken zoals benoemd in de vragen van het raadslid Flentge (mogelijke misstanden in Zuid Oost, SP, 2017).' Dat leidde in het politiek-bestuurlijke overleg tot nogal wat aftasten, met enerzijds niemand die de geloofwaardigheid van het Bureau Integriteit betwijfelt, maar anderzijds ook wel ontevredenheid over de uitkomsten tot nu toe, met geen onderzoek naar de casussen en de daarover geopperde vragen over integer handelen.
18 Zie:
https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/7704891/1/09012f97829b907c
19 Patrick Meershoek, Jarenlang gebrekkige archivering in Zuidoost. Parool 3 juni 2019,
https://www.parool.nl/amsterdam/jarenlang-gebrekkige-archivering-in-zuidoost~b83496ad/. 20 Rubriek Opinie, https://www.ftm.nl/artikelen/gemeente-amsterdam-wil-maar-niet-de-onderste-steen-bovenkrijgen?share=%2BUmlQhVLDBk5qTMHbmqW8JXKBcwfbdYCcEZO%2BnNnLVMq6oMMR5PO%2FFHBe Vvi. (26 juni 2019).
8
De uiteindelijke uitkomst hield in dat er een second opinion onderzoek zou plaatsvinden naar de BI afweging, vanuit een 'deskundige vanuit het wetenschappelijke veld' (wethouder), met daarnaast het verzoek aan de auditdienst ACAM het Deloitte rapport te bezien. Het verzoek met betrekking tot een second opinion over de BI-afweging leidde tot deze notitie. Met erg veel informatie hiervoor, als basis voor die second opinio, excuses aan de ongeduldige lezer, met hierna -eindelijk- mijn analyse en beoordeling. 5 Analyse, beoordeling en reflectie 5.1 Second opinion: beoordeling geen onderzoek door Bureau Integriteit De onderzoekers van het Bureau Integriteit concludeerden dat de melding(en) van vermoedens van integriteitsschendingen door 'de melder' niet dienden te leiden tot een persoonsgericht integriteitsonderzoek. De eerste vraag is of die afweging begrijpelijk is vanuit het algemene kader dat daarvoor geldt vanuit het BI (zie bijlage 1). Zijn de relevante vragen gesteld, zijn de criteria die gelden meegenomen, kon het BI in redelijkheid komen tot de afweging dat er te weinig aanknopingspunten waren om concreet integriteitsonderzoek (tegen leidinggevenden) in Zuidoost te starten? Ik vind van wel. De door de melder aangeleverde informatie was buitengewoon omvangrijk, de inzet van de melder was oprecht vanuit zijn idee over integriteit.
Met onder andere informatie over beleid en beleidsprocessen, over de onderlinge verhoudingen binnen het stadsdeel, over eigen ervaringen met leidinggevenden (incl. beoordelingsgesprekken). Het ging om veel, maar ook wel weinig, te weinig concreet met betrekking tot niet integer handelen van specifieke personen om persoonsgericht integriteitsonderzoek te rechtvaardigen. Daarbij telt immer ook het besef van de ingrijpendheid van persoonsgericht integriteitsonderzoek. Wordt iemands integriteit ter discussie gesteld in zo'n onderzoek, dan treft dat het wezen van iemands functioneren en persoon. Om daartoe over te gaan, past overtuigende concrete informatie gericht op iemands niet integer handelen. Dat typeert ook de inzet van het BI en het beoordelingskader. Met ook wel een kanttekening en suggestie. Dat kader (bijlage 1) omvat de vragen die ertoe doen voor de onderzoekers, maar is voor de buitenwereld nogal onbestemd. Een helder verhaal over de betekenis van integriteit, mogelijke integriteitsschendingen en de kern van 'persoonsgericht integriteitsonderzoek' en de afwegingen die dan gelden, zou helpen. De afweging vanuit het Bureau Integriteit is toegelicht in een gesprek met de melder en in de brief over de uitkomst. Dat maakt die afweging vanuit het BI en de gemeente nog niet begrijpelijk of verdedigbaar vanuit de melder zelf, ook dat snap ik.
De melder kan daartegen in beroep gaan, bij het Huis voor Klokkenluiders, het is aan hem om dat te overwegen. Naast twijfel bij de melder, leidde de BI-afweging ook tot veel vragen en twijfel bij een aantal betrokkenen die op een andere uitkomst hoopten. Ik begrijp ook die frustratie. De melder en ook anderen verschaften veel indrukken en informatie over wat er allemaal fout ging in Zuidoost, over een lange periode met talrijke ideeën over beleidsfouten, kwestieuze onderlinge verhoudingen, met voor de melder ook een complexe ontslagprocedure die speelde. Plus ook steun voor zijn inzet vanuit collega's en politiek betrokkenen. Dat er dan niets gebeurt, wekt in hun ogen verbazing. 9
Tegelijk lopen zo wel talrijke aspecten en dimensies door elkaar, met ook de vraag wat daarmee te doen vanuit de talrijke betrokkenen bij goed en integer besturen in Zuidoost en Amsterdam. Dat brengt me onvermijdelijk bij de wijze waarop het proces vervolgd werd na het besluit geen persoonsgericht integriteitsonderzoek te doen door BI. 5.2 Toch ook 'opinion' over vervolg Mijn second opinion over de afweging van het BI hiervoor gaat uitdrukkelijk over 'persoonsgericht integriteitsonderzoek'. Het bijzondere daarvan is wezenlijk voor dat oordeel. In de discussies over die BI-afweging en over het vervolg(onderzoek), zie ik nogal wat begripsverwarring terug. Met in de pleidooien voor het vervolgen onbegrip voor niets doen, onderzoek past, integriteitsonderzoek (door het BI of anderen), het belang van 'casusonderzoek' ook. Dat leidde tot discussie over de invulling van het Deloitte onderzoek, met daarin rechtmatigheid in inkoop en aanbestedingen centraal. Integriteit speelde in de vraagstelling voor dat onderzoek niet echt een rol. Het thema werd wel geagendeerd door geïnterviewden. De onderzoekers meldden dat twijfel daarover adequaat via meldingen bij het Bureau Integriteit werd afgehandeld. Vanuit het onderzoeksbureau en de opdracht begrijpelijk, maar ook wel twijfelachtig vanuit de verwachtingen en inzet vanuit de betrokkenen binnen en buiten de gemeente. M.i.
achteraf gezien een gemiste kans. Het onderzoek door Deloitte kende een beperkte vraagstelling, met weinig aandacht voor de 'integriteit in Zuidoost'. Op de achtergrond speelt daarbij een rol wat aan 'integriteitsonderzoek' ook via en binnen de gemeente denkbaar is. Het Bureau Integriteit kent vele taken m.b.t. integriteit, met o.a. een meldpunt en onderzoek naar persoonsgerichte schendingen. Het BI zelf is aarzelend wat betreft het uitbreiden van dat takenpakket richting breder organisatieonderzoek naar de mate waarin integriteit wordt beschermd en integriteitsschendingen worden tegengegaan. Ik snap de aarzeling, maar zie ook wel terug dat het een thema is waarover gemeentebestuur en BI zich dienen te buigen.21 Meer specifiek geldt dat ook voor de denkbare reacties vanuit het Bureau op meldingen van mogelijke schendingen. In deze casus staat centraal 'een persoonsgericht integriteitsonderzoek of niet', maar het zou m.i. passen indien het Bureau n.a.v. een melding ook andere opties zou kunnen bepleiten, inclusief een breder niet op personen gericht onderzoek naar hoe een gemeentelijke organisatie omgaat met integriteitsdilemma's en -schendingen (al dan niet door het BI zelf uitgevoerd). Tot slot, mijn idee over het door velen bepleite 'casusonderzoek' in relatie tot het voorgaande. De kern daarvan is helder.
Na alles wat is ingebracht, is het pleidooi voor nader onderzoek naar gemelde 'casussen' begrijpelijk, over bijvoorbeeld de besluitvorming en mogelijke belangenverstrengeling in o.a. de casus Bijlmerpark/Mandelapark als ook m.b.t. de interne verhoudingen binnen het stadsdeel (intimidatie). Ik begrijp de vragen daarover, maar heb ook wel wat twijfel vanuit wat nu past aan vervolgen, mede vanuit de ACAM reflectie over het Deloitte onderzoek en mogelijk aanvullend onderzoek naar de casussen. Wat past en helpt aan nader 'casus'-onderzoek anno 2021? 21 Dat mede vanuit de inzichten over de kwaliteit van onderzoek door derden, met nogal wat discussie daarover,
zie: Zouridis, Van der Vorm, & Lamboo (2014) en Boon (2017.
10
Onderzoek naar casussen uit het verleden, zoals die over het Mandelapark,is m.i. denkbaar De ACAM reactie is op dat punt begrijpelijk vanuit de opdracht, maar tegelijk beperkt. De beschikbare informatie vanuit 'dossiers' is helaas minimaal (ondanks de pogingen van het Stadsdeel op dat punt), maar dat sluit niet uit dat kwalitatief onderzoek naar de besluit- en beleidsvorming 'denkbaar' is (met interviews met betrokkenen binnen het stadsdeel en daarbuiten). Dat is m.i. mogelijk, maar hoe zinnig? Nadenken over de zinvolheid geldt zowel voor nader onderzoek naar de onderlinge verhoudingen binnen het stadsdeel jaren geleden (met nu andere betrokkenen), als voor onderzoek naar casussen met twijfel over de toenmalige besluitvorming (met inmiddels na de centralisatie andere procedures en bestuurlijke verantwoordelijkheden). Met van daaruit als boude suggestie dat het anno 2021 wellicht zinvoller zou zijn om met dank aan de inbreng van velen vanuit het verleden, nu de aandacht te richten op het heden. Dat leidt tot de suggestie vanuit de gemeente de nadruk te leggen op de vraag of de stadsdelen inmiddels in hun beleid en organisatie op orde hebben, hoe er met integriteit en mogelijke integriteitsschendingen wordt omgegaan. Dan gaat het om het stadsdeel Zuidoost, maar niet alleen.
Met natuurlijk ook de kanttekening dat ik niet weet wat er op dat thema nu al speelt binnen de gemeente, waarbij zou kunnen worden aangesloten. Tot welke conclusies leidt dat alles, achteraf beschouwend, maar ook vooruitkijkend en meedenkend? 6. Conclusies Het voorgaande leidt tot een aantal constateringen en conclusies, als ook tot wat aanbevelingen. 1 Het Bureau Integriteit heeft m.i. adequaat gereageerd op de veelvormige informatie van de melder over inkoop en aanbestedingen in Zuidoost en zijn twijfel over het beleid en de organisatie en de integriteit van betrokkenen (m.n. leidinggevenden). Met direct contact, veel informatie-uitwisseling, en met uiteindelijk de conclusie dat de verschafte informatie te weinig grond bood voor een op individuen gericht integriteitsonderzoek door het BI. 2 Het afwijzen van persoonsgericht integriteitsonderzoek leidt logischerwijs tot frustratie bij de melder en zijn betrokken omgeving. De melder kan daartegen in beroep gaan, bij het Huis voor Klokkenluiders. Dat had een relevante 'second opinion' opgeleverd, maar de melder zag daar tot nu toe van af. Of hij het Huis later zal inschakelen is onduidelijk en aan hem. 3 De argumentatie richting melders en de betrokken buitenwereld is immer cruciaal voor de geloofwaardigheid van de BI-afweging.
De melder is uitgebreid geïnformeerd, evenals de buitenwereld, maar de argumentatie was nogal algemeen. Het zou in dit soort procedures helpen wanneer het BI de criteria en afwegingen meer uitdrukkelijk zou expliciteren en toelichten. Waar gaat het om bij integriteit en integriteitsschendingen, wat vermag het BI vanuit de huidige taken en verantwoordelijkheden en wanneer is van daaruit een 'persoonsgericht integriteitsonderzoek' te rechtvaardigen? 4 Het afwijzen van nader persoonsgericht integriteitsonderzoek door het BI betekent niet een 'einde verhaal' m.b.t. de gemelde vermoedens van misstanden en problemen, incl. mogelijke integriteitsschendingen. Wat aanvullend denkbaar zou zijn aan onderzoek maakte onderdeel 11
uit van divers overleg, maar daarin speelde nogal wat begripsverwarring over de aard en invulling van 'persoonsgericht' integriteitsonderzoek, integriteitsonderzoek breder (organisatie, cultuur, beleid) en 'casusonderzoek' (en waarover dan). De gemeente vervolgde feitelijk met wat aanvullende vragen in een lopend onderzoek naar inkoop en aanbestedingen in Zuidoost, maar in de uiteindelijke opdracht en uitvoering werd 'integriteit' niet meegenomen (met op dat thema in het rapport louter de procedurele verwijzing naar de BIafweging). Achteraf een gemiste kans, Deloitte onderzoek naar de rechtmatigheid én integriteit van 'inkoop en aanbestedingen' had wellicht meer kunnen opleveren, ook vanuit de discussie die daarna volgde. 5 Bij het beoordelen van de BI inzet over de melding over Zuidoost past het verdisconteren van hoe Amsterdam haar 'integriteitssysteem' nu heeft ingericht. Het BI met meldpunt en mogelijk persoonsgericht integriteitsonderzoek is uniek en uitdagend, maar kent ook beperkingen. Meer structureel op de organisatie en cultuur gericht (integriteits)onderzoek vanuit het BI past daar nu niet in. Dat geldt ook voor de denkbare reactie vanuit BI op meldingen (moet gaan om 'persoonsgericht integriteitsonderzoek').
Deze constatering leidt logischerwijs tot de aanbeveling om op dit punt het huidige stelsel en de daaruit voortvloeiende praktijken gezamenlijk nog eens nader te bezien. Welke keuzes daaruit voortvloeien is aan de gemeente en het Bureau Integriteit. 6 Het onderzoek tot nu toe levert beperkt inzicht op over de casussen uit het verleden met vraagtekens over integer handelen in het stadsdeel Zuidoost, ondanks herhaalde pleidooien daartoe vanuit betrokkenen. Het Deloitte onderzoek leidde niet tot antwoorden op dat thema. Met voor de casussen in dat onderzoek de constatering dat de noodzakelijke informatie ontbreekt (dossiers). Wat is op dit punt denkbaar/wenselijk? Bij de 'casussen' gaat het om veel en divers, met twijfel over de haalbaarheid van zinvol onderzoek vanuit Deloitte (en ACAM). Nader kwalitatief onderzoek naar een aantal casussen uit het verleden is m.i. lastig maar wel denkbaar, maar ik twijfel vanuit de relevantie voor het heden. Dat vanwege de vele veranderingen in de organisatie van het stadsdeel, met nu andere leidinggevenden, als ook gewijzigde (de)centrale verantwoordelijkheden voor inkoop en aanbestedingen (o.a.). 7 Meer algemeen past vanuit het voorgaande reflectie over de adequaatheid van het huidige Amsterdamse 'integriteitssysteem', ook binnen de stadsdelen, incl. Zuidoost.
Hoe zit het met de aandacht voor integriteit, onder leidinggevenden, binnen de organisatie breed, de helderheid voor medewerkers, de aandacht in personeelsbeleid, en is de organisatie op orde, ook wat betreft met melden en onderzoeken van vermoedens van schendingen? 22 Die vragen zijn relevant voor alle gemeenten en gemeentelijke eenheden, ook in Amsterdam. 8 De discussie over mogelijke integriteitsschendingen in Zuidoost werd bij de gemeente aangekaart door een melder (nov. 2016), met vanuit die inzet en betrokkenheid sindsdien ook negatieve gevolgen voor hemzelf. Het zou de gemeente sieren wanneer de gemeente dat zou erkennen en waarderen, in dit geval maar ook in algemene zin bij melders en klokkenluiders, met ook nadenken over adequate 'nazorg', incl. mogelijke ondersteuning.
22 Zie voor eerdere evaluaties van lokale integriteitssystemen in Nederland: Heres et al. (2014) en Van den
Heuvel, Huberts & Van Montfort (2017) (over Eindhoven en Stichtse Vecht), Karregat (2018) over Amsterdam en Ten Brinke (2018) over enkele kleinere gemeenten. Plus meer algemeen over de elementen van zo'n systeem; Huberts & Van Montfort (2020).
12
Bronnen / Literatuur Boon, Liza (2017). De omstreden kwaliteit van integriteitsonderzoek dat topambtenaren en bestuurders hun baan kost. Masterscriptie Bestuurskunde. Nijmegen: Radboud Universiteit. Via (20-12-2020): https://theses.ubn.ru.nl/bitstream/handle/123456789/6512/Boon%2c_Liza_1.pdf?sequenc e=1 De Graaf, Gjalt, & Strüwer, Tebbine (2014). Aard en omvang van integriteitsschendingen binnen de Nederlandse overheid. Den Haag: BIOS. (https://www.integriteitoverheid.nl) Deloitte (Frank Smilde & Dennis van Vollevelde) (2019). Rapport rechtmatigheid inkopen en aanbestedingen. Rapport voor Gemeente Amsterdam stadsdeel Zuidoost, 17 mei 2019. Gemeente Amsterdam (2020). Jaarverslag 2019. Bureau Integriteit. Bouwen aan een integere organisatie. Via: . https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/866195/jaarverslag_2019_bureau_integriteit.pdf Habib-Ranzijn, Dorothé (2015). De afhandeling van meldingen van integriteitsschendingen. Amsterdam: Vrije Universiteit (Thesis Bestuurskunde). Heres, L., Huberts, L., Van Montfort, A., Peters, K., & Ranzijn. D. (2014). Evaluatie Integriteitssysteem Gemeente Eindhoven. Eindhoven: Gemeente Eindhoven. Huberts, L.W.J.C. (2014). The Integrity of Governance. What It Is, What We Know, What Is Done, and Where to Go. Basingstoke: Palgrave Macmillan. Hubert, L.W.J.C. (2018). Integrity: What it is and Why it is Important. Public Integrity 20(1), 18-32.
DOI: 10.1080/10999922.2018.1477404 Huberts, L., Anechiarico, F., & Six, F. (Eds.) (2008). Local integrity systems: World cities fighting corruption and safeguarding integrity. The Hague: BJu Publishers. Huberts, L., & Van Montfort, A. (2020). Building ethical organisations: The importance of organisational integrity systems. In: A. Graycar (Ed.) (2020). Handbook on Corruption, Ethics and Integrity in Public Administration. (pp. 449-461). Cheltenham & Northampton: Edward Elgar. Karregat, Kim (2018). Het Amsterdamse gemeentelijke integriteitssysteem onder de loep. Een evaluatieonderzoek naar het integriteitssysteem van gemeente Amsterdam. Masterthesis Vrije Universiteit Amsterdam. At: http://www.ubvu.vu.nl/pub/fulltext/scripties/26_2621830_0.pdf Kolthoff, E. (2012). Integriteit in de praktijk van het lokaal bestuur. In J. Van den Heuvel, L. Huberts, & E. Muller (Red.), Handboeken Veiligheid - Integriteit: integriteit en integriteitsbeleid in Nederland. (pp. 349-369). Deventer: Kluwer. Sterkenburg, Nikki (2019). Gemeente Amsterdam wil maar niet de onderste steen boven krijgen. FTM Opinie. 26 juni 2019. Talsma, Jitse, Hoekstra, Alain, & Zweegers, Marijntje (2017). Meldprocedures en integriteitsvoorzieningen bij werkgevers in Nederland. Verkenning Huis voor Klokkenluiders. Utrecht: Huis voor Klokkenluider. Ten Bos, René, & Painter, Mollie (2020).
Klokkenluiders, hun beweegredenen en hun ethiek (longread). Management Impact Laatste update: 30-3-2020. (Bron Tijdschrift M&O). Zie: Klokkenluiders, hun beweegredenen en hun ethiek (longread) - Management Impact Ten Brinke, Daniëlle (2018). Wat Helpt? Een onderzoek naar de effectiviteit van het integriteitssysteem van de gemeenten Groenstad en Mooistad. Samenvatting Van den Heuvel, J., Huberts, L., Van der Wal, Z., & Steenbergen, K. (2010). Integriteit van het lokaal bestuur. Den Haag: Boom Lemma. Van den Heuvel, H., Huberts, L., & Van Montfort. A. (2017). Evaluatie integriteitssysteem gemeente Stichtse Vecht: Onderdeel college van B&W en ambtelijke dienst. Amsterdam: Vrije Universiteit Amsterdam. 13
Van Eijbergen, Rob, & Siebers, Vinitha (2020). Onderzoeksverslag. Patronen in het proces van klokkenluiden. Amsterdam: Vrije Universiteit, Het Zijlstra Center. Sept. 2020. Via https://ee.sbe.vu.nl/nl/Images/Onderzoeksverslag_Patronen_bij_klokkenluiders_VanEijbe rgen_Siebers_sept_2020_tcm265-947359.pdf Van Montfort, André, Ogric, Becir, & Huberts, Leo (2018). The (in)completeness of local integrity systems. A cross-sectional study on municipal integrity systems for civil servants in the Netherlands. Archives Of Business Research 6(9): 70-90. DOI: http://dx.doi.org/10.14 Zouridis, S., Van der Vorm, B., & Lamboo, M.E.D. (2014). Mythes en feiten in integriteitsonderzoek. Openbaar Bestuur (4), 50-54.
14
Bijlage 1 Notitie Bureau Integriteit 'Vragen bij de beoordeling van een melding' Waar gaat het over? Vermoeden integriteitsschending? Welke schending betreft het? (gedragscode) Is de melding concreet? Waar blijkt dat uit? Wordt het verhaal ondersteund door nadere betrouwbare informatie? (documenten, foto’s, openbare bronnen) Zijn er andere mensen (getuigen) die het verhaal kunnen bevestigen? Gaat het over een ambtenaar? Wie is de melder? Motief en belang van de melder? Bij ongewenst gedrag: Hoe is de (hiërarchische) verhouding ten opzichte van melder en beklaagde? Bij ongewenst gedrag: Wat heeft de melder zelf gedaan als het gaat om ongewenst gedrag (grens aangeven)? Hoe kenbaar gemaakt? Wat is de rol van de leiding? Ligt de melding nog bij een andere instantie? Bij wie voor het eerst wanneer gemeld? Wie zijn er op de hoogte van de melding? Welke stappen zijn er reeds ondernomen? Aangifte? Anonimiteit/afscherming? Is het een klokkenluider? Biedt de geleverde informatie aanknopingspunten om (voor)onderzoek te doen? (Amsterdams financieel systeem, Kvk, P-administratie, track & trace, mailboxen/digitale omgeving) Integriteitschendingen Onder integriteitschendingen wordt verstaan: van of misbruik van (de toegang tot) informatie ; van bevoegdheden of positie; functies/bindingen/activiteiten; gedrag: (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie, geweld, pesten en stalken; feiten
binnen werktijd zoals diefstal, verduistering, fraude en corruptie; misdragingen buiten werktijd; en misbruik van gemeentelijke eigendommen;
15