A - 16 Onderwijs (9) Bijlage 2. Voortgangsrapportage 2022
Tekst van het document
Voortgangsrapportage 2022 Amsterdamse Lerarenagenda | Liever voor de klas
Inhoud 1
Samenvatting
3
2
Inleiding en leeswijzer
5
3 Verbeteren aantrekkelijkheid van het beroep 3.1 De Amsterdamse imago,- en wervingscampagne ‘Liever voor de klas’ 3.2 Zij-instromers 3.3 Statushouders voor de klas
6 6 7 8
4 Meer leraren aantrekken en behouden: aantrekkelijk Amsterdam 4.1 Reiskostenregeling 4.2 Parkeren 4.3 Woningen
9 9 9 10
5
12 12 14
Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals 5.1 Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep 5.2 Voorziening ondersteuning directeuren primair onderwijs
6
Bijlage 1: Resultaten Noodplan Lerarentekort PO Noodplan Lerarentekort 6.1 Pijler 1: Werving en behoud 6.1.1 Modulair opleiden: bevoegd voor de klas & loopbaanperspectief voor ondersteuners. 6.1.2 De Amsterdamse salaristoelage 6.2 Pijler 2: Ondersteuning van scholen in omgaan met langdurig tekort 6.2.1 Project Omgaan met langdurige tekorten 6.3 Pijler 3: Monitoring 6.3.1 Werkgroep Monitoring 6.4 Pijler 4 Mobiliteit en dienstverlening 6.4.1 Servicecentrum onderwijs en zorg 6.4.2 Mobiliteitsaanpak publieke professionals
15 15 15
7
19
Bijlage 2: Begroting Lerarenagenda 2019-2023
2 | Voortgangsrapportage 2022
15 16 16 16 17 17 17 17 18
1 Samenvatting Voor u ligt de vierde voortgangsrapportage van de Amsterdamse Lerarenagenda 2019-2023 ‘Liever voor de Klas’. De gemeenteraad van Amsterdam stelde deze agenda op 4 april 2019 vast. De agenda werd opgesteld en uitgevoerd in samenwerking met de Amsterdamse school besturen en kennisinstellingen. Deze rappor tage geeft inzicht in de uitwerking van de maatregelen voor het jaar 2022 en voor zover mogelijk voor schooljaar 2022-2023. Alle maatregelen richten zich op het aantrekken van nieuwe leraren en het behoud van ervaren leraren voor de stad. Zo hopen we met elkaar het lerarentekort in de stad beheersbaar te houden. Lerarenagenda ‘Liever voor de klas’ 2019-2023 De gevolgen van de Covid 19 pandemie zijn helaas ook dit jaar nog steeds voelbaar voor veel mensen in onze stad. Dit geldt ook voor onze Amsterdamse kinderen en jongeren. Leerlingen op de basisschool en de middelbare school hebben hun tijdens de coronacrisis opgelopen leerachterstand nog niet helemaal weggewerkt. Veel leerlingen hebben moeite om tot leren te komen, zijn ze minder snel gemotiveerd of hebben moeite met plannen. De tekorten in 2022 zijn het hoogst binnen het basisonderwijs. Hierbij is het tekort op scholen met veel kinderen met een risico op onderwijsachterstand in de regel het grootst. In oktober 2022 stond het lerarentekort in het basisonderwijs op 16,8%.
Samenwerking in de Taskforce Lerarentekort Amsterdam De Lerarenagenda is een gezamenlijk product van de Taskforce Lerarentekort Amsterdam. In deze Taskforce zijn de gemeente, schoolbesturen en lerarenopleidingen verenigd om het lerarentekort in Amsterdam aan te pakken. De Taskforce maakt daarbij voortdurend gebruik van de inzet, ervaring en kennis van de vele Amsterdamse onderwijsprofessionals zoals leraren, directeuren, schoolleiders, bestuurders en vertegenwoordigers van lerarenopleidingen. Noodplan De tekorten raakten de afgelopen jaren vooral het basisonderwijs. De urgentie voor extra maatregelen werd daarmee steeds groter. De aanpak werd daarom in 2020 op initiatief van de Amsterdamse schoolbesturen geïntensiveerd met de inzet van het Noodplan Lerarentekort Amsterdam (2020-2024). Bestaande projecten, al gestart met de Lerarenagenda, hebben we daarmee kunnen uitbouwen en verstevigen. Het college van B&W heeft in 2019 € 23 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2019-2023. Daarbij komt voor de periode 2020-2024 een extra investering van in totaal € 82,1 miljoen voor het Noodplan (waarvan € 32,6 miljoen voor het project zij-instroom). Dit bedrag bestaat naast de rijksbijdrage voor € 18,4 miljoen uit cofinanciering door de schoolbesturen po, en € 2,07 miljoen door de gemeente.
Onderdeel van het Noodplan zijn onder meer maatwerktrajecten voor onderwijsondersteuners tot leraar, leraar ondersteuner of expert, en een salaristoelage voor leraren.
Zij-instromer Hans Drijver – Pro Regeschool Het studeren vond ik niet zo’n probleem. Dat ging wel. Ik ben cum laude afgestudeerd. Het managen van de klas was regelmatig best heftig. Ik had toen een klas met een aantal kinderen met een stoornis onder mijn hoede. Dat raakte me vaak ook persoonlijk. Ik heb goed met mijn directie kunnen praten over hoe het voor mij hier op school beter zou kunnen werken. Dat werd gehonoreerd, en dat hielp. Ik ben intussen weer een paar jaar verder en sta daar alweer anders in nu. Ik heb ongelofelijk veel geleerd. Ik voel de energie in de klas steeds beter aan. Ik heb ook wat eigen methoden ontwikkeld waardoor het makkelijker voor mij is geworden. Je bent vaak geneigd om negatief gedrag van kinderen te belonen met extra aandacht. En ook dat is niet altijd goed. Positiviteit belonen is veel beter!
Voortgangsrapportage 2022 | 3
Maatregelen Met de Amsterdamse Lerarenagenda voert de Taskforce een doordachte set aan maatregelen uit die erop gericht is om de instroom en werving te stimuleren en het behoud van leraren te vergroten. Dit zijn de twee ambities van de aanpak: 1. Weg met het lerarentekort. 2. Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals. Zij-instroom De maatregelen om het lerarentekort te bestrijden, richten zich op werving en het opleiden van meer nieuwe leraren. De Amsterdamse maatregelen dragen bij aan een verhoogde instroom van leraren. Hierbij richten we ons onder andere op zij-instromers: het hele proces van oriëntatie tot opleiding is fors verbeterd. Het schooljaar 20212022 begonnen 126 zij-instromers. In september 2022 startten 55 zij-instromers. Campagnes De campagne en de ondersteunende helpdesk ‘Liever voor de Klas’ richt zich op imagoverbetering van het vak en op werving en advies voor potentiële nieuwe leraren voor het Amsterdamse onderwijs. Daarnaast heeft de gemeente de afgelopen periode met ‘De Amsterdamse Klas’ gebouwd aan een actieve community van zo’n 6000 leraren. Hier zorgen we met een breed scala aan (online) activiteiten en informatie voor meer verbinding en betrokkenheid tussen Amsterdamse onderwijsprofessionals. Aan het event Leraar voor een dag 2022 hebben bijna 200 scholieren en studiekiezers deelgenomen om zich te oriënteren op het vak van leraar.
Statushouders voor de klas Sinds de start van de Lerarenagenda hebben er in totaal 53 statushouders (vanuit het project ‘Statushouders voor de klas’) deelgenomen aan het oriëntatietraject tot leraar. Dit zijn meestal kandidaten die al ervaring hebben als leraar in een van de tekortvakken wiskunde, scheikunde en/of natuurkunde. Verschillende schoolbesturen gaven deze groep zij-instromers een kans. Met veel enthousiasme, en met de juiste begeleiding, kregen zij de afgelopen jaren de kans om het lesgeven in Amsterdam in de praktijk te leren. Praktische handreikingen Met een reiskostenregeling, extra parkeervergunningen en voorrang bij de toewijzing van een woning verlagen we (financiële) drempels voor leraren om in Amsterdam aan de slag te gaan of 4 | Voortgangsrapportage 2022
te blijven werken. Samen met de schoolbesturen komt de gemeente met de reiskostenregeling het grootste gedeelte van het onderwijspersoneel tegemoet, bijna 1.500 fte in totaal. De regeling staat open voor leraren, onderwijsondersteunend personeel en directeuren. In het primair onderwijs maakt ruim 60% van het onderwijspersoneel dat buiten Amsterdam woont gebruik van deze regeling. Scholen maken gebruik van de moge lijkheid om extra parkeervergunningen aan te vragen, maar onderzoeken ook duurzamere vervoersopties. Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals Een sterke beroepsgroep is de basis van goede onderwijskwaliteit. Het is essentieel om de ervaren leraren die zich dagelijks inzetten voor de Amsterdamse kinderen voor ons onderwijs behouden. Dit doet de gemeente Amsterdam onder meer door: • Het uiten van waardering via een salaris toelage; • Het aanbod van leergangen op gebied van loopbaanperspectief en ontwikkelmogelijkheden te vergroten; • Extra ondersteuning van directeuren zodat meer tijd ontstaat voor de onderwijskwaliteit door bijvoorbeeld klassenbezoek; oog voor welzijn van leraren; extra tijd voor contact met ouders en meer tijd voor onderwijsontwikkeling. Resultaat Het aantal zij-instromers is in Amsterdam de afgelopen jaren flink gestegen van circa vijf in 2018 naar jaarlijks tussen de 120 en 160 sinds 2019.
De eerste onderwijsondersteuners zijn bezig met een persoonlijk opleidingstraject tot leraar, leraar-ondersteuner of expert. Leraren in het po en vo professionaliseren zich via gezamenlijk ontworpen leergangen. Tot slot helpt de voorziening voor ondersteuning van directeuren daadwerkelijk bij het verminderen van de werkdruk in het primair onderwijs. Ondanks de behaalde resultaten blijft het leraren tekort stijgen. De onderwijskwaliteit van alle leerlingen komt hiermee verder onder druk te staan. De noodzaak om scholen te ondersteunen bij het omgaan met het toenemende leraren tekort blijft onverminderd hoog. De gemeente en de Taskforce Lerarentekort blijven zich dan ook de komende jaren inzetten om scholen maximaal te ondersteunen en het lerarentekort terug te dringen.
2 Inleiding en leeswijzer Amsterdam kampt met een urgent en groeiend lerarentekort. In het primair onderwijs (po) zijn de problemen het grootst en is het tekort op dit moment 702 fte, waarvan 150 fte aan openstaande vacatures en 552 fte verborgen tekorten. Voor het voortgezet onderwijs (vo) concentreren de tekorten zich met name rondom bepaalde vakken zoals Frans en de bètavakken. Deze voortgangsrapportage biedt u inzicht in de maatregelen die vanuit de Amsterdamse Lerarenagenda worden ingezet om het tekort aan te pakken.
gemonitord. Deze hebben betrekking op het aantrekken of behouden van leraren, en variëren van zij-instroombeurzen tot het realiseren van ontwikkelmogelijkheden voor leraren en onderwijsondersteuners. Daarnaast investeert de gemeente extra in randvoorwaarden zoals aanvullende reiskostenvergoedingen, extra parkeerplekken voor scholen en een voorrangsregeling op woningmarkt. In deze voortgangsrapportage leest u de evaluatie en stand van zaken van alle maatregelen zoals opgenomen in de Leraren agenda.
Amsterdamse Lerarenagenda De Amsterdamse Lerarenagenda is op 4 april 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. In de periode 2019-2023 investeert de gemeente bijna €23 miljoen in de twee ambities van de aanpak: 1. Weg met het lerarentekort. 2. Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals.
Leeswijzer In deze rapportage wordt eerst een beeld geschetst van de diverse maatregelen die vallen onder de ambitie ‘Weg met het lerarentekort’ en daarna de maatregelen behorend bij de ambitie ‘Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals’. Er zijn twee bijlagen toegevoegd aan deze voortgangsrapportage. In bijlage 1 staan de resultaten beschreven die horen bij de actielijnen uit het Noodplan Lerarentekort, waar de gemeente direct bij betrokken is. In bijlage 2 vindt u de begroting van de Lerarenagenda 2019-2023.
In Amsterdam bundelen het onderwijs, de lerarenopleidingen en de gemeente de krachten in een Taskforce Lerarentekort. In de Taskforce worden maatregelen uitgedacht, uitgevoerd en
Voortgangsrapportage 2022 | 5
3 Verbeteren aantrekkelijkheid van het beroep 3.1 De Amsterdamse imago,en wervingscampagne ‘Liever voor de klas’ Sinds 2017 loopt de Amsterdamse campagne ‘Liever voor de klas’ om meer leraren voor het basisonderwijs te werven. De campagne is zowel gericht op het aantrekken van nieuwe leraren als op het verbeteren van het imago van het beroep. De campagne wordt ingezet via social media en richt zich voornamelijk op zij-instromers. In 2022 is er een vernieuwd campagneplan ontwikkeld. De laatste campagne was vooral gericht op het verbeteren van het imago van het vak leraar. Dit doel bereik je niet alleen met communicatie. Daarnaast zijn wij van veel externe factoren afhankelijk waar wij als gemeente geen invloed op hebben. Daarom hebben wij de focus in de campagne het afgelopen jaar verlegd van het verbeteren van het imago naar het tonen van het concrete aanbod voor zij-instromers. Potentiële zij-instromers kunnen zich daarmee oriënteren op het zij-instroomtraject en inzicht krijgen in hoe het traject eruitziet, of het traject en het beroep leraar bij hen past en of zo’n traject een realistische mogelijkheid is. Dit hebben we gedaan door het delen van echte verhalen van zij-instromers via interviews en testimonials. De verhalen zijn voornamelijk gedeeld via social mediakanalen, de gemeentekrant Amsterdam en AT5 (Amsterdam Informeert).
Dit jaar hebben we ook voor het eerst betaalde media ingezet. Gedurende een aantal weken verschenen er verhalen van zij-instromers op Nu.nl. Parool.nl, Volkskrant.nl en VICE.com. Deze inzet is was zeer succesvol. Uit de cijfers van de website Lievervoordeklas.nl zien we in 2022 een stijging van het aantal bezoekers via betaald verkeer. In 2022 zijn we doorgegaan met de zoekmachinemarketing voor de website Lievervoordeklas.nl. Daaraan verbonden we een helpdesk die potentiële zij-instromers op weg kan helpen richting de juiste opleiding en werkplek in de stad.
Lees de verhalen van zij-instromers: • Zij-instromen in het basisonderwijs: Has (57) deed het en staat nu voor de klas • Een kersverse meester en juf vertellen over hun overstap naar het onderwijs Adviezen Helpdesk ‘Liever voor de klas’ Om bezoekers van de website Lievervoordeklas. nl verder te begeleiden richting het werken in het Amsterdamse onderwijs heeft de website ook een helpdeskfunctie. De helpdesk is in beheer van het CAOP1 en ondersteunt de gemeente Amsterdam door potentiële toekomstige leraren te voorzien van advies op maat. Daarnaast worden specifieke vragen beantwoord. Waar nodig volgt doorverwijzing naar andere organisaties (zoals schoolbesturen of lerarenopleidingen). Daarmee willen we zoveel mogelijk potentiële leraren verder helpen in hun keuzeproces. De helpdesk heeft sinds de start van de campagne eind 2017 ruim 3100 maatwerkadviezen verstrekt. In 2022 hebben in totaal 394 personen contact gezocht met de helpdesk, zij hebben allen maatwerkadvies ontvangen. Jongeren aanspreken door een wervingscampagne en Leraar voor een dag Heel weinig Amsterdamse jongeren kiezen voor een opleiding tot leraar. Daarom loopt er sinds 2019 een aparte wervingscampagne, gericht op scholieren en studenten in Amsterdam en omgeving: ‘Leraar voor een Dag’. Met de campagne willen we meer leerlingen interesse laten krijgen voorhet beroep van leraar in het basisonderwijs.
De campagne was in de eerste jaren zowel gericht op het aantrekken van nieuwe leerlingen voor de lerarenopleidingen als op het verbeteren van het imago van het beroep. Het effect van de campagne op awareness en imago bleek na een effectmeting bij jongeren beperkt. Dit heeft deels te maken met het vrij negatieve en hardnekkige beeld dat veel jongeren hebben van het beroep (onder andere weinig salaris, hoge werkdruk). Het is moeilijk om dit 1
6 | Voortgangsrapportage 2022
Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel
beeld met behulp van een campagne te veranderen. Op basis van de effectmeting en evaluatie is de campagne in 2022 aangepast. We legden meer focus op aanmelding voor Leraar voor een Dag, op awareness kwam daarmee minder nadruk te liggen.
De campagne heeft goed gewerkt bij het werven van deelnemers voor Leraar voor een Dag. De edities Leraar voor een Dag in maart en november 2022 waren een succes: bijna 200 studiekiezers hadden zich aangemeld. 298 verschillende basisscholen stelden stageplekken beschikbaar. Zie ook: amsterdam.nl/leraarvooreendag
De campagne roept studiekiezers op om zich in te schrijven voor Leraar voor een Dag: met een workshopmiddag en een meeloopstage op een basisschool kunnen jongeren zelf ervaren hoe het is om voor een Amsterdamse klas te staan. Het zelf ervaren is voor jongeren een belangrijk onderdeel bij de oriëntatie op studie en beroep.
3.2 Zij-instromers
Gehoord van scholieren tijdens ‘Leraar voor een dag’ voorjaar 2022 “Ik heb zelf op de basisschool een geweldige tijd gehad. Ik kijk er met plezier op terug. Dat plezier zou ik andere kinderen graag zelf willen geven, in een andere rol.” “Echt heel erg goed dat je op die manier als jongere een dag een beroep echt kunt ervaren! De gemeente zou dit voor veel meer beroepen moeten organiseren. Door het echt te ervaren, kun je veel betere keuzes maken, denk ik.” “Ik wil heel graag iets met kinderen gaan doen na het VO. Ik weet nog niet precies wat. Ik kom uitvinden of het onderwijs misschien leuk is? “Er is een groot lerarentekort heb ik in de krant gelezen. Ik wil graag iets voor de maatschappij betekenen. En ik kom nu dus kijken of het iets voor mij is.” “Ik weet eigenlijk al heel zeker dat ik voor de klas wil. Harstikke leuk! Mijn halve familie staat voor de klas. Leuk, dit programma Leraar voor een Dag. Het gaat mijn keuze alleen maar positief beïnvloeden, denk ik.”
Het ingezette beleid om de werving, instroom en voorselectie van zij-instromers te verbeteren, werpt zijn vruchten af. In lijn met de aanbevelingen vanuit het Oberononderzoek (2019)2 naar de Amsterdamse keten voor zij-instroom’ is een stedelijk plan voor zij-instroom ontwikkeld en gestart. Wat biedt het stedelijke plan aan zij-instromers? • Alle informatie over de opleiding tot leraar is te vinden op www.lievervoordeklas.nl, inclusief persoonlijk advies. • Vanuit één centraal loket wordt iedere geïnteresseerde begeleid vanaf het oriëntatie proces tot en met de afronding van het zijinstroom traject. • Maandelijkse informatiebijeenkomsten voor geïnteresseerden die de overstap naar het onderwijs overwegen. • Kosteloze kennismakingscursus: hierbij leer je in tien dagen in theorie en praktijk wat het lesgeven op een school inhoudt. Dit helpt om een weloverwogen keuze te maken. Je ontdekt of het vak daadwerkelijk bij je past – en daarmee voorkom je mogelijke uitval later in het traject. • De zij-instromer hoeft niet zelf op zoek naar een opleidingsplek. Dit wordt voor hen geregeld. • Tijdens het hele traject wordt de zij-instromer intensief begeleid door een coach. • Kortom: er is heldere informatie en goede begeleiding voor zij-instromers voorhanden. Dit maakt dat er minder uitval is tijdens de opleiding. En toekomstige leraren worden beter verdeeld over de scholen in de stad.
“Ik ben pas 17. Ik zou het wel raar vinden om juf te worden genoemd.” “Je leert docenten beter kennen als ze iets over zichzelf vertellen. Dat zijn eigenlijk ook altijd de leukste leraren.”
2 ‘Hoe werkt de keten? Onderzoek naar de Amsterdamse keten zij-instroom in het beroep’ https://openresearch. amsterdam/image/2020/2/27/amsterdamse_keten_zij_ instroom_beroepen.pdf
Voortgangsrapportage 2022 | 7
In schooljaar 2021-2022 startten 126 zij-instromers met de opleiding tot leraar in het basisonderwijs. In september 2022 startten 55 zij-instromers. 20172018 5
20182019 40
20192020 96
20202021 124
20212022 126
september 2022 55*
* T otaal van het aantal zij-instromers van september jl. Gedurende het schooljaar volgen meer instroommomenten in 2023.
De campagne ‘Liever voor de klas’ en advies en begeleiding op maat voor kandidaten zorgden in de afgelopen jaren voor een toename van het aantal zij-instromers op de basisscholen in Amsterdam. We zien dat het aantal blijft steken rond de 130 nieuwe zij-instromers per schooljaar. Dit is een landelijk gedeeld beeld: mede door de vele mogelijkheden op de krappe arbeidsmarkt vlakt de stijging af. Om desondanks zoveel mogelijk mensen te interesseren voor het zij-instroomtraject is de wervingscampagne gericht op zij-instromers geïntensiveerd. Naast de doelgroep ‘zij-instromers’ zetten we met de campagne ook in op kennismaking met het vak bij scholieren en studiekiezers. De jongerencampagne is direct gekoppeld aan het ervarings traject Leraar voor een dag. Op deze wijze hopen we meer Amsterdammers op de pabo te krijgen en willen we zorgen voor een meer divers lerarencorps in de nabije toekomst.
3.3 Statushouders voor de klas Het oriëntatiejaar Statushouder voor de klas wordt door de deelnemers benut om de taal meer eigen te maken, te leren over het Nederlandse onderwijssysteem en een reëel beeld te krijgen van de lespraktijk in Amsterdam. Voor de meeste statushouders is het oriëntatietraject de start van een meerjarig traject richting het onderwijs. In schooljaar 2022-2023 zijn 9 deelnemers gestart met het oriëntatietraject. Alle deelnemers hebben een plek gevonden bij een Amsterdamse stageschool. Anders dan afgelopen edities was dit voor de start van het gesprek georganiseerd. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de groep kleiner is dan voorgaande jaren. Daarnaast valt het op dat de deelnemende scholen vaak al ervaring hebben als stageschool. Hoe het komt dat de groep deelnemers kleiner is dan afgelopen jaar is onduidelijk. In sommige gevallen zijn deelnemers in de sollicitatiefase afgevallen omdat hun taalniveau onvoldoende was. 8 | Voortgangsrapportage 2022
School
Aantal deelnemers
Lumion
2
Caland Lyceum
2
Geert Groote college
1
Ir. Lely lyceum
1
Bredero mavo
1
Vonk (voormalig Clusius college)
1
Toekomst van het traject Onderstaande tabel geeft een overzicht van de edities schooljaar ’19-’20, ’20-’21, ’21-’22. Van de in totaal 44 deelnemers werken 24 deelnemers nu in het onderwijs als TOA, onderwijsassistent of docent. Daarnaast zijn er nog 9 deelnemers die een deeltijdopleiding volgen in de richting van het onderwijs. Uitstroomrichting
Aantal
Deeltijdopleiding onderwijsrichting
9
Werkzaam in het onderwijs
24
Werkzaam in een andere sector
4
Ziek/geen werk
5
Onbekend
2
Totaal aantal deelnemers sinds 2019
44
In de Kamerbrief ‘Lerarenstrategie’ (zie hier) van juni jl. schreef minister Wiersma (Primair, - en Voortgezet Onderwijs) over statushouders in het onderwijs het volgende: ‘‘We starten een programma voor statushouders met een bevoegdheid als leraar in eigen land zodat zij ook in Nederland aan de slag kunnen als bevoegde leraar. Onlangs zijn al op verschillende plekken in het land dergelijke kansrijke initiatieven gestart.’’ Met Prinsjesdag 2022 is bekend geworden dat voor dit initiatief structureel 1 mln. op de begroting van OCW staat. De ambitie vanuit OCW is om financiering vanaf september 2023 mogelijk te maken, met een subsidieregeling die statushouders met een bevoegdheid uit het land van herkomst begeleidt naar een functie als bevoegd docent of doorstroom naar zij-instroom in beroep óf een deeltijdtraject. Hoe dit concreet vorm krijgt, wordt op dit moment verkend via gesprekken met alle betrokken partijen. Andere initiatieven als Docent Vluchteling voor de Klas en Cosmicus worden hier ook bij betrokken. De ambitie vanuit OCW is dat in mei 2023 de eerste aanvraagronde voor de subsidie wordt opengesteld.
4 Meer leraren aantrekken en behouden: aantrekkelijk Amsterdam 4.1 Reiskostenregeling
4.2 Parkeren
Het aandeel Amsterdamse leraren dat in de stad woont, is tussen schooljaar 2016/’17 en 2020/’21 stabiel gebleven. In het basisonderwijs en voortgezet onderwijs wonen zes op de tien leraren in de stad (respectievelijk 60% en 57%). Van de leraren in het speciaal onderwijs geldt dit voor iets minder dan de helft (46%). Ruim veertig procent van de Amsterdamse leraren woont dus buiten de stad. Om het werken in Amsterdam voor deze mensen aantrekkelijk te houden en om nieuwe leraren aan te trekken, heeft het college voor schooljaar 2022-2023 wederom € 900.000 beschikbaar gesteld voor de tegemoetkoming in reiskosten voor leraren, onderwijsondersteunend personeel en directeuren die meer dan 20 km. van hun werk wonen. Schoolbesturen investeren eenzelfde bedrag (bovenop cao-vergoeding) in reiskosten voor hun medewerkers. Voor schooljaar 2022-2023 hebben 44 schoolbesturen in totaal ruim € 1.000.000 aangevraagd voor de tegemoetkoming in reiskosten. Er is dus € 100.000 meer aangevraagd dan beschikbaar is. Zo’n € 870.000,- van het totale bedrag is door het primair onderwijs aangevraagd, verdeeld over 1444 fte. Voor het voortgezet onderwijs is € 130.000,- aangevraagd voor 662 fte.
Scholen geven aan dat een gebrek aan parkeergelegenheid of het verdwijnen van (gratis) parkeerplekken een groot knelpunt vormt bij het werven en behouden van leraren. De gemeente biedt scholen daarom sinds 2018 extra parkeervergunningen. Scholen hebben op dit moment recht op twee keer zoveel parkeervergunningen als bedrijven (zowel bedrijfsvergunningen als maatschappelijke vergunningen). Volgens de laatste gegevens zijn er circa 1000 parkeer vergunningen afgegeven aan scholen.
Tabel 2. Totaal toegekende tegemoetkoming reiskosten per onderwijssector Sector
Afstand
po/(v)so
21-25 km
277
25-30 km
302
30-40 km
407
40+ km
458
Subtotaal Vo
Subtotaal Totaal
Totaal fte waarvoor is aangevraagd
1.444 25-30 km
211
30-40 km
231
40-50 km
220
Het college heeft het hardheidsbesluit op grond van de Parkeerverordening d.d. 20 april 2021 (waarmee extra parkeervergunningen beschikbaar worden gesteld aan de onderwijssector) verlengd tot 31 juli 2024. Dit geeft de gemeente de tijd om de definitieve regeling die is aangekondigd in het coalitieakkoord uit te werken. Het aantal vergunningen hangt af van de locatie van de school en het aantal fte dat op de school werkzaam is. De maatschappelijke parkeer vergunningen kunnen ook met wisselend kenteken worden afgegeven. Hierdoor kunnen meerdere leraren gebruik maken van dezelfde vergunning. Ook kunnen scholen voor gebieden waar een ‘blauwe zone’ geldt (korte tijd gratis parkeren met een parkeerschijf) ontheffingen krijgen waarmee zij langer in het gebied kunnen parkeren. Om scholen extra te ondersteunen, is ervoor gekozen soepeler om te gaan met parkeer vergunningen voor leraren. Naast de parkeer vergunningen voor bedrijven en maatschappelijke instellingen kunnen scholen daarom extra parkeervergunningen aanvragen via het Servicecentrum Onderwijs en Zorg.
662 2.106
Voortgangsrapportage 2022 | 9
4.3 Woningen Amsterdamse leraren hebben behoefte aan passende en betaalbare woningen in Amsterdam, dicht bij hun werk. Op de overspannen woningmarkt is het aanbod echter schaars en dit maakt wonen en werken in de stad minder aantrekkelijk of zelf onmogelijk. Leraren vertrekken naar andere steden, waar de woningen betaalbaarder zijn en waar ook voldoende werkgelegenheid is. De Taskforce Lerarentekort en de gemeente zetten zich in om leraren met een urgente woningbehoefte voor het Amsterdamse onderwijs te behouden. We geven deze leraren daarom voorrang op een sociale of middeldure huurwoning. Woningen voor beroepsgroepen 1. Per 1 januari 2020 is de voorrangsregeling huurwoningen voor beroepsgroepen voor het Amsterdamse onderwijs en voor zorgprofessionals opgenomen in de Huisvestingsverordening. Sinds 2022 komt ook politiepersoneel voor de regeling in aanmerking. Corporaties stellen een beperkt aantal woningen beschikbaar vanuit hun 5% vrije toewijzingsruimte. Vanuit deze ruimte bieden zij ook woningen voor verschillende kwetsbare woningzoekenden aan. Resultaat: In 2020,2021 en 2022 zijn respectievelijk 140, 214 en 204 woningen met voorrang toegekend aan de sociale beroepsgroepen. Het aantal aan leraren toegekende woningen staat in tabel 4.3. Tabel 4. Totaal toegekende huurwoningen aan leraren 2020
2021
2022
Toegekende sociale huur woningen aan leraren
21
26
29
Toegekende middeldure huurwoningen aan leraren
18
7
10
Totaal
39
34
39
2. De gemeente heeft voor de sociale huurwoningen prestatieafspraken gemaakt met corporaties. Jaarlijks moeten zij in totaal 50 tot 100 woningen voor alle beroepsgroepen beschikbaar stellen. Woningen worden op basis van oppervlakte, huurprijs en locatie aan de meest geschikte woningzoekende met de langste wachttijd aangeboden. Resultaat: in 2020,2021 en 2022 zijn respec10 | Voortgangsrapportage 2022
tievelijk 94,185 en 170 sociale huurwoningen aan de doelgroepen toegewezen. 3. Met de corporaties zijn dezelfde afspraken gemaakt over middeldure huurwoningen. Het blijkt dat er minder woningen beschikbaar zijn dan afgesproken. Tegelijkertijd zien we dat deze woningen ook minder gewild zijn bij de woningzoekenden. De prijzen liggen vaak hoger en de woningen zijn vaak kleiner. Resultaat: in 2020,2021 en 2022 zijn respectievelijk 31,22 en 22 middeldure huurwoningen aan de doelgroepen toegewezen. 4. Met IVBN (Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland) en Vastgoed Belang zijn intentieafspraken gemaakt over het aanbieden van 100 sociale en 200 middeldure private huurwoningen. Dit aanbod blijkt schaars en minder aantrekkelijk te zijn. Omdat kandidaten regelmatig woningen weigeren, is het animo bij marktpartijen om met nieuw aanbod te komen ook beperkt. Resultaat: in 2020,2021 en 2022 zijn respectievelijk 15, 7 en 12 woningen toegewezen door private partijen en particulieren. 5. Sinds 2021 zien we dat private partijen steeds vaker zelfstandig met voorrangsregels voor sociale beroepsgroepen komen. Bij nieuwbouwprojecten krijgen deze woningzoekenden voorrang. De gemeente zoekt waar mogelijk de samenwerking; we lichten onze eigen voorrangsregels toe en delen onze wachtlijst.
a. Om met het beperkte aantal woningen een zo gericht mogelijke bijdrage te leveren aan het oplossen van het lerarentekort, is de voorrangsregeling per 1 januari 2023 aangepast. Door middel van een quotum dat is gebaseerd op de doelgroepomvang, worden woningen aan de drie beroepsgroepen toegekend. Dit is een inspanningsverplichting, omdat de beschikbare woning wel goed bij de woningzoekende moet passen. In 2023 is de quotumverdeling als volgt: 34% onderwijs, 44% zorg, 22% politie. Het is de verwachting dat hierdoor meer woningen aan leraren worden toegewezen. b. Voor het onderwijs zijn op basis van de lerarentekorten drie prioriteringscategorieën gemaakt. Leraren op basisscholen met een schoolgewicht van ten minste 35 krijgen voorrang op de overige leraren in het primair onderwijs en deze beide groepen krijgen voorrang op leraren in het voortgezet onderwijs.
Jan van Aert - Fiep Westendorp Tot ongeveer drie jaar geleden heb ik als directeur lange tijd geen last van het lerarentekort gehad. Toen is het gaan veranderen. Ik ben daar meteen in gesprongen. Ik heb veel werk gemaakt van het aantrekken van zijinstromers op mijn school. Ik bood het schoolbureau aan om hun crash courses bij mij op school te organiseren. Daar zitten vrijwel altijd kanjers tussen – en die probeerde ik dan op die manier mijn school in te lokken. Ik heb geen groot verloop op deze school en mensen werken hier met plezier. Maar toch vertrekken er met enige regelmaat mensen. Pas weer drie, ze konden een fijne woning buiten Amsterdam krijgen. Ja, dat begrijp ik wel.
Voortgangsrapportage 2022 | 11
5S terke Amsterdamse onderwijsprofessionals 5.1 Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep Om het beroep ook op de langere termijn aantrekkelijk te houden, is versterking van het beroep erg belangrijk. Het gaat hierbij om het bieden van inspiratie, ontwikkelingsmogelijkheden, doorlopende leerlijnen en loopbaankansen. De ambitie in Amsterdam is om Amsterdamse leraren continue ontwikkelingsmogelijkheden te bieden: van goed opgeleide leraar, naar begeleide starter, naar medior met verdiepingsmogelijkheden, naar expert. Leraren geven aan dat loopbaankansen en ontwikkelingsperspectief belangrijke factoren zijn bij de keuze om in het vak te blijven. Het is van belang dat iedereen in het onderwijs zich bewust is van de diverse ontwikkelingsmogelijkheden die in het onderwijs mogelijk zijn. Daarvoor is het traject Leraar, een kleurrijk beroep in het leven geroepen. In het vo bestaat dit traject nu vier jaar, in het primair onderwijs drie jaar. In beide sectoren werken schoolbesturen, lerarenopleidingen en gemeente samen om de ontwikkelmogelijkheden van leraren te vergroten. Uitgangspunt hierbij is het ‘beroepsbeeld van de leraar’ dat in 2017 is ontwikkeld. 3 Leergangen voortgezet onderwijs Omdat nieuwe loopbaanstappen ook vragen om nieuwe kwaliteiten en competenties, biedt Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep verschillende leergangen aan.
In het voortgezet onderwijs waren dat in schooljaar 2022/2023: 1. Expert didactiek en pedagogiek 2. Leiderschap van leraren 3. Werkplaats loopbaanontwikkeling 4. Loopbaanoriëntatietraject 5. Kansrijk curriculum In schooljaar 2019-2020 hebben 45 leraren deelgenomen aan de leergangen. Deze leraren kwamen van zeventien verschillende vo-scholen, verdeeld over tien schoolbesturen. In schooljaar 3
Zie: www.beroepsbeeldvoordeleraar.nl
12 | Voortgangsrapportage 2022
2020-2021 namen 41 leraren deel. In schooljaar 2021-2022 namen 58 leraren deel aan de leergangen. In schooljaar 2022-2023 zijn dit er tot nu toe 62. Naast de leraren die deelnemen aan de leergangen zelf, worden bij elke school ook teamleiders en hr-medewerkers betrokken. Op deze manier brengt de leergang naast persoonlijke ontwikkeling ook een ontwikkelingsverandering in de school teweeg. Dit is ook de reden dat minstens drie personen per school deel moeten nemen aan de leergangen om succesvol te kunnen zijn. Door meerdere soorten professionals te betrekken, is het bereik binnen de school groter dan alleen de deelnemers van de leergangen zelf en ontstaat een olievlekwerking bij deelnemende scholen. Werkplaats loopbaanontwikkeling In schooljaar 2022-2023 is naast de eerder ontwikkelde leergangen ook de werkplaats loopbaanontwikkeling gestart. In deze werkplaats gaan de hr-professional, schoolleider en leraren gezamenlijk aan de slag met een HR vraagstuk dat aansluit bij de situatie van hun school. Hier onder drie voorbeelden: • School 1. Deze school merkt groot verloop, met name onder jonge docenten terwijl zij de jongere docenten graag aan zich willen binden en laten meewerken aan het schoolplan. Deze aanname wordt onderzocht, net als wat de nieuwe docenten motiveert om bij de school te werken. • School 2. Een ISK0-school, met veel leraren met tijdelijke of zzp-contracten.
Vrijwel iedereen werkt graag op deze school, maar er is ook handelingsverlegenheid waardoor medewerkers neigen af te haken. Ook hier wordt onderzocht bij welke docenten dit met name speelt (de zzp’ers of toch degenen met een tijdelijk contract) en de school wil graag achterhalen wat er voor nodig is om deze leraren langdurig(er) aan de school te binden (en in welke vorm) • School 3. Op deze school is er geen sprake van een professionaliseringscultuur. De hr-medewerker wil graag dat de medewerkers zich bewust worden van de mogelijkheden die
er zijn. Samen met de manager en de school opleider, wil ze graag weten op welke terreinen er scholingsbehoefte is. Komende tijd zullen er meer scholen starten met de werkplaats. De projectleider merkt dat er zowel vanuit bestuurders, als vanuit schoolleiders en leraren veel behoefte is om gezamenlijk deze vraagstukken op te pakken. Uit kleinschalig onderzoek van André Koffeman (UvA) blijkt dat de leergangen bijdragen aan ervaren werkplezier en afwisseling. Ook ondervinden deelnemers meer vertrouwen in eigen kunnen en in regelruimte. Er is een klein positief effect op waardering, betrokkenheid en werkdruk. Dat laatste wil zeggen dat de deelnemers minder werkdruk ervaren door de leergangen. Het onderzoek laat een hoge correlatie zien tussen waardering en werkplezier, tussen waardering en aantrekkelijkheid van het beroep en tussen afwisseling van werk en werkplezier. Deelnemers schatten de kans dat de leergang leidt tot meer invloed of nieuwe taken of rollen hoog in. Naast de leergangen en netwerken in het vo ontstaan er vanuit Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep, ook andere initiatieven. Een goed voorbeeld hiervan is het inspiratie evenement voor meer dan 60 hr- professionals en deelschoolleiders dat in mei 2022 werd georganiseerd.
Tijdens dit event gingen deelnemers met elkaar in gesprek over de vraag: Is strategisch hrm een oplossing voor het lerarentekort en zo ja hoe ziet het eruit? Wegens het succes van het eerste event en de grote interesse voor het onderwerp is het evenement in januari herhaald. Dit keer in samenwerking met het po. De 70 beschikbare plekken waren al heel snel vol en alweer werd de bijeenkomst door deelnemers zeer gewaardeerd. Naast het organiseren en faciliteren van de leergangen en netwerken wordt er vanuit het projectteam ook hard gewerkt aan het borgen van wat we de afgelopen jaren met elkaar aan kennis hebben verzameld. Het is gelukt om alle leergangen te beleggen bij verschillende lerarenopleidingen en besturen. Momenteel zijn we met verschillende partijen in gesprek om ook onze netwerken te kunnen borgen. Primair onderwijs Na de positieve ervaringen in het voortgezet onderwijs is ook het primair onderwijs in 2020
gestart met het creëren van een ontwikkel, - en loopbaanperspectief voor leraren. Schoolbesturen, lerarenopleidingen en gemeente werken hierbij nauw samen om nieuwe leergangen te ontwerpen. In het po is in samenwerking met leraren, schoolleiders, hr-medewerkers en schoolbestuurders voor vijf lijnen gekozen: 1. Leergang gedeeld leiderschap 2. Leerarrangement pedagogisch en didactisch coachen 3. Netwerk hr-professionals 4. Netwerk schoolleiders 5. Oriëntatie op loopbaanpaden Net als voorgaande jaren blijkt het bij de ontwikkeltrajecten voor leraren lastig om genoeg deelnemers te werven. Het leerarrangement pedagogisch en didactisch coachen is wel vol en wordt door de deelnemers enorm gewaardeerd. Bij de overige twee leergangen is besloten de leraren die zich hadden aangemeld te laten aansluiten bij het vo. We zijn gestopt met het het aparte traject vanuit po. Het lerarentekort in het po is groot. De dagelijkse gang van zaken op zich is al een grote uitdaging. Het lijkt erop dat leraren in het po om die reden simpelweg geen tijd hebben of ervaren om deel te kunnen nemen aan een professionaliseringstraject. De leernetwerken voor hr-professionals en schoolleiders zijn in het primair onderwijs enorm succesvol. Beide netwerken tellen rond de twintig deelnemers. Alle grote schoolbesturen en alle stadsdelen zijn hierin goed vertegenwoordigd.
Dit jaar zijn voor het eerst bij beiden netwerken ook een aantal eenpitters aangesloten. Binnen de netwerken wordt veel gedeeld en geleerd. In de praktijk zien we, dat de verschillende netwerken elkaar intussen goed weten te vinden. Een mooi voorbeeld hiervan is de avond waarop de beiden netwerken en de projectgroep van andersom. amsterdam met elkaar om tafel gingen. Daarbij gingen ze met elkaar in gesprek over het thema anders organiseren – en wat de verschillende partijen daarbij van elkaar nodig hebben om dat succesvol te kunnen doen. Afgelopen jaar is er – in afstemming met de werkgroep – voor gekozen om in te zetten op het faciliteren en begeleiden van de netwerken en borging van alle opgedane kennis. Met succes, de netwerken zijn intussen belegd bij het BBO en Voortgangsrapportage 2022 | 13
de leergangen bij de lerarenopleidingen en twee schoolbesturen.
5.2 Voorziening ondersteuning directeuren primair onderwijs
Werkplaats Onderwijsonderzoek – vo/mbo Amsterdam Sinds 2017 werkt een aantal docenten van Amsterdamse vo- en mbo-scholen in samenwerking met onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) binnen de Werkplaats Onderwijsonderzoek-vo/mbo (WOA) aan praktijkonderzoek over een specifiek thema. Daarbij wordt ingezet op het slaan van bruggen tussen onderzoek en onderwijs door gebruik te maken van de expertise van de verschillende deelnemers. De WOA-vo/ mbo heeft daarbij twee hoofddoelen: 1. Het professionaliseren van de deelnemende docenten. 2. Een bijdrage leveren aan praktijkonderzoek in het onderwijs op de deelnemende scholen.
Schoolleiders zijn een essentiële schakel in het goed functioneren van een school. Door de pandemie en het huidige lerarentekort is de druk op schoolleiders alleen maar toegenomen. Daarnaast neemt ook het tekort aan schoolleiders verder toe. De gemeente stelt € 10.000 euro per Amsterdamse schooldirecteur beschikbaar voor het organiseren van passende ondersteuning. Directeuren van Amsterdamse scholen in het primair onderwijs kunnen deze subsidie aanvragen. Er is € 2.250.000 in de collegeperiode 2018-2022 gereserveerd (€ 562.500 per jaar). Hierrmee is er voor alle schoolleiders ruimte om deze voorziening te gebruiken.
Het onderzoeksthema was het afgelopen jaar: Gelijke kansen in de school & diversiteit (in Amsterdam) – en dat valt binnen het centrale thema het geven van onderwijs in grootstedelijke context. Zestien deelnemende docenten hebben dit jaar een eigen praktijkonderzoek gedaan dat in meer of mindere mate aansloot bij het hoofdthema. Voorbeelden van onderzoeksvragen waaraan gewerkt is, zijn: • Onderzoek naar hoe de docent een onderwijs leergesprek kan voeren over gevoelige historische onderwerpen (4e gymnasium). • Onderzoek naar de effectiviteit van verande ringen in het daltonuur (Spinoza Lyceum). • Onderzoek naar een begeleidingsstructuur en -methodiek binnen een hybride leeromgeving waarin schools en werkplek-leren worden gecombineerd (ROC van Amsterdam, MBO College Zuidoost). De resultaten uit deze verschillende onderzoeken worden gedeeld in een eindsymposium. Daarnaast is er een mooi magazine ontwikkeld ter ere van het 5-jarig bestaan van de WOA. In dit magazine dat breed is verspreid onder de Amsterdamse scholen wordt uitgebreid ingegaan op de opbrengsten van de werkplaats voor zowel individuele docenten als het Amsterdamse onderwijsveld.
14 | Voortgangsrapportage 2022
Resultaten Er zijn in schooljaar 22/23 31 ondersteuningsaanvragen ingediend en toegekend voor een totaalbedrag van €309.690,00. Schooljaar 22/23 was het laatste jaar van de coalitieperiode. Dat kan verklaren waarom er minder aanvragen zijn geweest dan de afgelopen jaren. Het overgrote deel van de schoolleiders heeft eerder een aanvraag ingediend en toegekend gekregen. Zoals bepaald in de VLOA kan een schoolleider een keer in de vier jaar een aanvraag doen. In totaal zijn er 196 aanvragen gehonoreerd over de afgelopen vier jaar. Uit het op grote schaal aanvragen en uit de verantwoording van de subsidie blijkt dat er veel behoefte is aan ondersteuning. Dankzij de voorziening is ondersteuning op maat mogelijk. Dit verlaagt de werkdruk voor schoolleiders. Op deze manier komt er meer tijd beschikbaar voor het primaire onderwijsproces, zoals leidinggeven aan het lerarenteam en investeren in school ontwikkeling
6B ijlage 1: Resultaten Noodplan Lerarentekort PO Noodplan Lerarentekort Inleiding In januari 2020 is het Noodplan Lerarentekort Amsterdam tot stand gekomen. De gemeente werkt hierin samen met Amsterdamse schoolbesturen in het primair onderwijs en de lerarenopleidingen om de tekorten in het primair onderwijs aan te pakken. De aanpak kent vier pijlers. De pijlers vormen de basis, omdat ze – in samenhang – op de korte termijn acute problemen het hoofd bieden en op de lange termijn het lerarentekort duurzaam aanpakken. De pijler ‘werving en behoud’ richt zich zowel op instroom van nieuwe leraren als op het behouden van leraren voor de stad. De pijler ‘omgaan met tekorten’ biedt interventies waarmee de druk op de scholen waar de tekorten het grootst zijn direct wordt verminderd. De pijler ‘wonen, mobiliteit en dienstverlening’ richt zich op voorzieningen die het voor leraren aantrekkelijker maken om in de stad te (blijven) werken. Met de pijler ‘monitoring’ worden de resultaten inzichtelijk en wordt er stevig ingezet op steun en maatregelen vanuit het Rijk.
Mimount Krijtmolen, onderwijs-ondersteuner basisschool De Krijtmolen De opleiding geeft me veel energie. Ik heb fijne begeleiders die me enorm steunen. Ze moedigen me aan dingen vooral op mijn eigen manier te doen en uit te proberen. Ik leer veel van mijn collega met wie ik samen voor de klas sta. Zij geeft mij goede handreikingen. Ik krijg veel ruimte van mijn school, en dat waardeer ik enorm. De begeleiding vindt plaats in werktijd en ook daar ben ik blij om. Ik heb een heel jong kindje op de opvang, en op deze manier kan ik dat combineren. Het is fijn dat er rekening met mijn privésituatie gehouden wordt. Ik kan het echt alle ondersteuners aanraden om ook voor dit traject te kiezen. Ik ben heel positief. Het is altijd goed om jezelf verder te ontwikkelen, te ontdekken waar jouw talent zit.”
Ook de komende jaren blijft het tekort een grote rol spelen in het onderwijs. Door de opgelopen achterstanden als gevolg van de coronacrisis zijn goede, bevoegde leraren op de juiste plekken nog harder nodig. De interventies van het Noodplan Lerarentekort Primair Onderwijs dragen bij aan het tegengaan van het tekort en het omgaan met grote tekorten. Doel van de aanpak In 2023 is het gemiddelde tekort aan bevoegde leraren in het basisonderwijs in Amsterdam kleiner dan 5% en er is geen ongelijkheid in de verdeling van het tekort over de stad.
6.1 Pijler 1: Werving en behoud 6.1.1 Modulair opleiden: bevoegd voor de klas & loopbaanperspectief voor ondersteuners. Sinds schooljaar 2020-2021 bieden we in Amsterdam modulaire opleidingen aan voor onderwijsondersteuners. De noodzaak om dit versneld te realiseren is hoog: onderwijsassistenten staan onbevoegd voor Amsterdamse klassen, met name in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Dit zijn voor een groot deel bekwame onderwijsassistenten, met de potentie om leraar te worden. Dat betekent in het reguliere traject een studie van minimaal twee jaar voordat ze bevoegd zijn. In studiebelasting vraag dit veel van de deelnemers, naast tijdelijk een achteruitgang in salaris versus de maandelijkse vaste lasten. Door flexibele trajecten aan onderwijsondersteuners4 te bieden, wordt het interessanter en minder belastend voor deze doelgroep om zich om te scholen tot bevoegd leraar of educatief professional. Zo verhogen we het aantal bevoegde leraren voor de klas en de onderwijskwaliteit. Daarnaast bieden we loopbaanperspectief aan onderwijsondersteuners met potentieel.
4 Onderwijsondersteuners zijn: onderwijsassistenten, klassenassistenten en leraarondersteuners
Voortgangsrapportage 2022 | 15
120 maatwerktrajecten in 4 jaar Tot en met 2024 worden 120 onderwijsondersteuners opgeleid tot leraar, leraar ondersteuner of gespecialiseerde onderwijsondersteuner. Opleidingen blijven daarnaast flexibele ontwikkeltrajecten aanbieden richting een bevoegdheid. Deze doelstelling is opgenomen in het convenant dat bij het Noodplan hoort. Het traject start met een oriëntatiemodule waarbij de ondersteuners begeleid worden in de keuze van het best passende traject en in studievaardigheden. Helaas zien we dat de deelname onder onderwijsassistenten terugloopt: van 45 deelnemers in 2020-2021, naar 28 deelnemers in 2021-2022, tot 12 deelnemers die zijn gestart in september 2022. Van onderwijsondersteuners hoorden de opleidingen terug dat het aanbod onvoldoende voldoet aan de wens om versneld opgeleid te worden tot leraar. Daarom wordt er nu gewerkt aan een aangepaste vorm van modulair aanbod, om talentvolle onderwijsondersteuners naast maatwerk ook een versneld traject aan te kunnen bieden.
6.1.2 De Amsterdamse salaristoelage Lage salarissen voor leraren in het basisonderwijs en een te grote loonkloof tussen het basis, - en voortgezet onderwijs zijn vaak gehoorde redenen voor de grote tekorten in het basisonderwijs. Medio april 2022 hebben de onderwijsvakbonden een onderhandelaarsakkoord afgesloten voor een nieuwe cao voor primair onderwijs. In dit akkoord wordt de loonkloof tussen het primair, - en voortgezet onderwijs gedicht.
jaar deels aangevuld door de gemeente vanwege een hoger aantal scholen dat zich intussen heeft aangesloten bij het convenant. De toelage lijkt effect te hebben en de reacties uit het veld zijn positief. De komende periode worden de effecten van de toelage op het terugdringen van het lerarentekort in de stad nader onderzocht.
Zoë Maricic, zij-instromer Visserschool Tja … het onderwijs behoort niet tot de best betaalde beroepen. Maar het is maar wat je gewend bent. Als je daarvoor een spannende baan in het bedrijfsleven had, is dit natuurlijk wel een forse aderlating. Maar mij maakt het allemaal niet zo uit. Ik ben liever gelukkig dan rijk. Iedere dag dat ik hier op school ben, doe ik ertoe. Ik beteken iets voor de samenleving, voor deze kinderen. Met allemaal heb ik intussen een band op gebouwd. Ik krijg knuffels. Ze missen me soms in het weekend. Ik zorg voor veiligheid en een goede sfeer in de groep, en dat gaat me erg goed af, merk ik. Voor dit werk krijg je echt veel terug!
6.2 Pijler 2: Ondersteuning van scholen in omgaan met langdurig tekort 6.2.1 Project Omgaan met langdurige tekorten
Uit de Staat van het Amsterdamse primair onder wijs is echter opnieuw gebleken dat scholen die een groter aandeel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand hebben, zwaarder lijden onder het lerarentekort dan scholen met weinig of geen leerlingen die dit risico lopen. Daarom is in 2020 besloten dat alle Amsterdamse leraren in het po een basistoelage van € 786 per jaar ontvangen (bij een voltijd dienstverband). Leraren die op een school werken met veel kinderen met een risico op een achterstand ontvangen een aanzienlijk hogere toelage van €1.964 per jaar.
Het programma omgaan met langdurige tekorten startte in 2020 met twee ambities. Enerzijds werden scholen met de grootste tekorten ondersteund in een andere manier van werken door ze te koppelen aan bekwame externe professionals. In schooljaar 2020-2021 gebeurde dit deels door de subsidie en de pilot Omgaan met het lerarentekort en deels in de vorm van inzet van kennismakelaars die de scholen konden matchen. Met de komst van de NPO gelden werd besloten de subsidie stop te zetten. De ondersteuning van kennismakelaars bleef wel beschikbaar. Schooljaar 2020-2021 maakten 18 scholen gebruik van hun inzet, schooljaar 2021-2022 waren dit er 38 en dit schooljaar zijn het er tot nu toe 5. Op bestuursniveau zijn dit jaar tot nu toe 6 gesprekken gevoerd met de kennismakelaars.
De toelage wordt gefinancierd met middelen die het Rijk beschikbaar stelt voor uitvoering van het Noodplan, als onderdeel van het convenant tussen het ministerie, de schoolbesturen en de gemeente. Dit bedrag wordt sinds vorig school-
Daarnaast is in samenwerking met schoolleiders, bestuurders en een grote groep aanbieders in Amsterdam, gebouwd aan het platform andersom.amsterdam. Dit platform ondersteunt Amsterdamse basisscholen bij het zoeken naar bekwa-
16 | Voortgangsrapportage 2022
me externe professionals. Met hun inzet hopen we het lerarentekort verder te verlagen en de werkdruk op scholen terug te dringen. Op 7 april 2022 werd het platform gelanceerd. Hier was veel belangstelling voor. De projectgroep heeft bij een groot deel van de directeuren het platform gepresenteerd. Momenteel telt het platform 2200 unieke gebruikers en hebben 72 scholen een account op andersom.amsterdam. Afgelopen jaar was het niet nodig om een account aan te maken om van het platform gebruik te kunnen maken. Aankomende periode zal dit na een technische doorontwikkeling wel het geval zijn. Zo houdt de projectgroep goed zicht op wie het platform waarvoor gebruikt en kan het aanbod nog beter op de behoeften worden afgestemd. Het platform wordt door gebruikers gewaardeerd met een 7,7.5 Ook worden er naar aanleiding van de uitkomsten van de enquête nog een aantal nieuwe filters toegevoegd aan het platform zoals een SBO filter.
Noodplan. Ook is het tekort nog steeds ongelijk verdeeld. Er zijn scholen zonder lerarentekort. Scholen met het hoogste schoolgewicht hebben gemiddeld het grootste lerarentekort.
In navolging van en in samenwerking met de gemeente Amsterdam hebben nu ook Den Haag en Almere een vergelijkbaar platform opgezet. Beiden platforms kunnen nu al worden gebruikt door een testgroep. In mei 2023 worden ze officieel gelanceerd.
Den Haag en Rotterdam deden ook mee aan de pilotmeting. Daar is het tekort respectievelijk 5,5% en 7%. Ook hier geldt dat er in de tekorten per vak grote verschillen te zien zijn.
6.3 Pijler 3: Monitoring
6.4.1 Servicecentrum onderwijs en zorg
6.3.1 Werkgroep Monitoring Het inventariseren en monitoren van het lerarentekort is essentieel, maar ook complex. Het geeft inzicht in (verschillen in) het tekort per onderwijsniveau, op gebiedsniveau, op basis van schoolgewicht in het basisonderwijs en per vak in het voortgezet onderwijs. Sinds 2021 is Amsterdam hiervoor aangesloten bij de OCW-meting van het lerarentekort in het primair onderwijs en in 2022 deed Amsterdam mee aan een pilotmeting in het voortgezet onderwijs. Data voor de tekortmeting worden door de scholen en besturen zelf aangeleverd. Resultaten van de metingen van het lerarentekort Het lerarentekort in het Amsterdamse basisonderwijs is gestegen van 15,3% in oktober 2021 naar 16,8% in oktober 2022. Daarmee ligt het tekort veel hoger dan de ambitie van 5% uit het 5 Er is een enquête gestuurd naar 60 directeuren. 27 directeuren hebben de enquête in z’n geheel ingevuld.
Het lerarentekort in Den Haag (17,3%) en Almere (19,2%) is groter dan in Amsterdam. In Rotterdam (11,3%) en Utrecht (10%) is het lerarentekort kleiner. Met uitzondering van Rotterdam is het tekort in deze steden toegenomen. Het landelijke tekort is toegenomen van 8,5% naar 9,2%. Het lerarentekort in het Amsterdamse voortgezet onderwijs is voor het eerst gemeten: 6,9%. Dit is het gemiddelde tekort over alle vakken en onderwijsniveaus. De tekorten per vak verschil len en zijn voor sommige vakken vele malen groter. Bijvoorbeeld 17,5% voor economie op het vmbo-bk of 25,8% voor techniek op het vmbo-tl/ havo/vwo.
6.4 Pijler 4 Mobiliteit en dienstverlening Om het werken in het Amsterdamse onderwijs en de (jeugd)zorg zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor huidige én nieuwe medewerkers, heeft het college van de gemeente Amsterdam diverse regelingen getroffen. Om de regelingen toegankelijker te maken, kan onderwijspersoneel sinds juli 2020 terecht bij een Servicecentrum Onderwijs en Zorg. Bij het Servicecentrum Onderwijs en Zorg kan onderwijs, - en zorgpersoneel terecht voor advies en aanvragen voor vervoer, parkeren en wonen. Zo verlagen we de drempels voor personeel in de zorg en het onderwijs om in Amsterdam te kunnen wonen en werken. De pilot met het Servicecentrum Onderwijs en Zorg wordt met nog een jaar verlengd om een structurele inbedding te vinden en te onderzoeken of het Servicecentrum, zoals het nu is georganiseerd, het best aan de behoeften voldoet. De meerwaarde van het Servicecentrum is dat er één centraal punt is waar werknemers onderwijs en zorg met al hun vragen terecht kunnen.
Voortgangsrapportage 2022 | 17
6.4.2 Mobiliteitsaanpak publieke professionals Amsterdam werkt vanuit de Agenda Autoluw aan het verbeteren van de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad door niet-noodzakelijk autoverkeer te ontmoedigen. Dit heeft gevolgen voor de ruim veertig procent van de Amsterdamse leraren die buiten de stad wonen. In het basisonderwijs en voortgezet onderwijs wonen vier op de tien leraren buiten de stad (respectievelijk 40% en 43%). Van de leraren in het speciaal onderwijs geldt dit voor iets meer dan de helft (54%). Deze leraren zijn onmisbaar voor de stad. Daarom werkt de gemeente in samenwerking met schoolbesturen aan een aparte mobiliteitsaanpak voor onderwijspersoneel. Mobiliteitsadvies voor schoolbesturen Schoolbesturen kunnen nog steeds gebruik maken van mobiliteitsscans en mobiliteitsadvies van Stichting Breikers. Breikers ondersteunt bedrijven en organisaties bij hun transitie naar slimme en duurzame mobiliteit. Ontwikkeling probeeraanbod deelmobiliteit Vanuit het programma Deelmobiliteit (Verkeer en Openbare Ruimte) werkt de gemeente aan een probeeraanbod deelvervoer voor mensen die in Amsterdam in het onderwijs en de zorg werken. Het probeeraanbod is 1 september 2021 van start gegaan en loopt tot en met de zomer van 2022.
Onderwijs, - en zorgmedewerkers hebben met dit probeeraanbod de mogelijkheid om gratis kennis te maken met deelvervoer (fietsen en scooters) om het laatste deel van hun reis in Amsterdam te kunnen maken of om werk gerelateerde ritten binnen Amsterdam mee te maken. Er worden vouchers met €100 reistegoed beschikbaar gesteld, die binnen twee maanden kunnen worden besteed bij een of meerdere aanbieders (fietsen en scooters). Er is binnen het probeeraanbod plaats voor maximaal 2.000 mensen. Per maand kunnen 150 personen deelnemen. Voor de periode september t/m december 2021 werd het aantal plekken volledig benut. De verhouding in deelname van onderwijs en zorg ligt
18 | Voortgangsrapportage 2022
op ca. 25%/75%. Ondanks extra communicatie voor mensen in het onderwijs is die verhouding tot nu toe hetzelfde gebleven. Dit kan te maken hebben met de afgelopen lockdown en het feit dat er meer mensen in de zorg werken dan in het onderwijs. Probeeraanbod Deelmobiliteit Amsterdam stimuleert het aanbod en gebruik van (elektrische en niet-elektrische) deel(bak)fietsen, deelscooters en deelauto’s onder zowel Amsterdammers als bezoekers van de stad. Vanuit het programma Deelmobiliteit (Verkeer en Openbare Ruimte) liep van 1 september 2021 tot 1 september 2022 het probeeraanbod deelvervoer voor medewerkers in het Amsterdamse onderwijs en de zorg. Voor het probeeraanbod hebben zich in totaal 1.232 professionals uit de onderwijs, - en zorgsector aangemeld. 79% van de aanmeldingen bestond uit zorgmedewerkers en 21% bestond uit medewerkers uit het primair, - en voortgezet onderwijs. Via reisvouchers (€100 per persoon) maakten ten minste 321 professionals gebruik van deelscooters en deelfietsen.6 Van de aanmelders woont 72% in Amsterdam, de rest van de aanmeldingen kwam uit omliggende gemeenten. Het grootste deel (34%) gaf aan (voor corona) per fiets naar het werk te reizen. Bijna een derde (30%) reisde met het openbaar vervoer naar het werk, en 22% met een (eigen) auto. Zo’n 5% maakte een combinatiereis (bijvoorbeeld auto, P+R en OV). 1% gebruikte deelvervoer voor de woon-werk reis.
Na gebruik van het probeeraanbod zijn de deelnemers positiever over deelvervoer dan voorheen. Van de aanmelders had 56% niet eerder gebruik gemaakt van deelvervoer. Na gebruik van het probeeraanbod overweegt 36% om voor deelvervoer te kiezen, 33% zegt dit misschien te doen en 31% zegt dit niet te doen. Benodigde voorwaarden voor deelnemers om deelvervoer structureel te gaan gebruiken zijn: hogere vergoeding werkgever, lagere kosten en bij de werklocatie kunnen parkeren. 6
7B ijlage 2: Begroting Lerarenagenda 2019-2023 Noodplan* Behoud en werving leraren
2019-2020
2020-2021
2021-2022
2022-2023
2023-2024
Totaal
1.550.000
5.593.000
2.623.800
2.580.200
2.580.200
14.927.200
700.000
1.415.000
1.175.000
1.175.000
1.175.000
5.640.000
2.500.000
–
–
–
2.500.000
1.188.000
1.188.000
1.188.000
1.188.000
5.602.000
490.000
260.800
217.200
217.200
1.185.200
Omgaan met langdurige tekorten Wonen, mobiliteit en dienstverlening
850.000
Monitoring, communicatie en organisatie Lerarenagenda**
6.864.500
3.177.500
1.347.500
1.277.500
–
12.667.000
1.1 Amsterdamse teambeurs
5.602.000
1.830.000
–
–
–
7.432.000
directeurenbeurzen
562.500
562.500
562.500
562.500
–
2.250.000
versterking lerarenberoep VO
400.000
370.000
370.000
300.000
–
1.440.000
overige projecten Lerarenagenda
300.000
415.000
415.000
415.000
–
1.545.000
8.414.500
8.770.500
3.971.300
3.857.700
2.580.200
27.594.200
Totaal
Toelichting * loopt van 1 augustus 2020 tot 1 augustus 2024. Projecten met bedragen in schooljaar 2019-2020 vallen onder de Lerarenagenda voor dat schooljaar en per 1 augustus 2020 onder het Noodplan. ** loopt van 1 augustus 2019 tot 1 augustus 2023. Per 1 augustus 2020 zijn bepaalde projecten deel gaan uitmaken van het Noodplan. Hierboven staat de geïntegreerde meerjarige begroting voor de Lerarenagenda en het in 2020 er aan toegevoegde Noodplan. Deze vormen samen de Meerjarenbegroting (MJB) Aanpak Lerarentekort (gemeentelijk deel). • Aan het Noodplan dragen de schoolbesturen in het primair onderwijs in Amsterdam bij. Dit is een verplichting die hoort bij de subsidie vanuit OCW voor het convenant dat op basis van dit Noodplan door OCW, de Amsterdamse schoolbesturen in het primair onderwijs en de gemeente Amsterdam is gesloten. In totaal krijgen de schoolbesturen in de periode van
augustus 2020 tot augustus 2024 € 27 miljoen subsidie. Dit bedrag wordt in zijn geheel besteed aan de grotestedentoelage. De gemeente en schoolbesturen moeten € 13,6 miljoen aan cofinanciering over dezelfde periode bijdragen. • Er is daarnaast een aparte subsidie vanuit OCW voor het project zij-instroom (deel van behoud en werving leraren). Ook hier zit een cofinan cieringsverplichting aan vast (€ 6,8 miljoen in totaal).In totaal bedraagt de meerjarige begro ting voor het Noodplan € 82,1 miljoen (waar van € 32,6 miljoen voor het project zij-instroom). Wijzigingen tussen de oorspronkelijke meer jarige begroting Lerarenagenda 2019-2023 en de MJB Aanpak Lerarentekort zitten vooral in de teambeurzen (opgehoogd met € 2,8 miljoen voor schooljaar 2019-2020 en stopgezet per augustus 2021 (vanwege gemeentelijke bezuinigingen) en in de toevoeging van schooljaar 2023-2024 voor het gemeentelijke aandeel in het Noodplan, vanwege de looptijd van het convenant tot 1 augustus 2024. Voortgangsrapportage 2022 | 19