CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 03 Financiën (15) 1. Begroting 2022

RAAD 10 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de begroting 2022 VN2021-02755842.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Niet gevonden in dit document.

Begroting 2022

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Den Haag Fotografie: Lisa Hobus en Fotobank Amsterdam Datum: 23 september 2021 2

Inkomsten

Inkomsten Waar komt het vandaan?

€ 3.090,1 Inkomsten uit het Rijk

€ 2.370,5 miljoen

1

Gemeentefonds

2

Specifieke uitkeringen

€ 3.445,5

miljoen Inkomsten binnen de gemeente

miljoen

€ 719,7 miljoen

14

Lokale heffingen

€ 1.099,0 miljoen

Andere inkomstenbronnen

€ 2.346,5 miljoen

3

Parkeergelden

€ 250,9 miljoen

10

Grondopbrengsten en winstnemingen

€ 441,0 miljoen

4

OZB

€ 223,2 miljoen

11

Erfpacht

€ 284,0 miljoen

5

Afvalstoffen-heffing

€ 168,5 miljoen

12

Dividend

€ 32,1 miljoen

6

Toeristenbelasting

€ 135,0 miljoen

13

Overig

€ 457,0 miljoen

7

Drinkwater

€ 136,5 miljoen

14

Onttrekkingen aan reserves*

8

Leges

€ 102,5 miljoen

9

Rioolheffing

1

13

€ 6.535,6

12

miljoen

11

Hoeveel betaal ik in 2022 aan:

€ 82,4 miljoen

Afvalstoffenheffing (eenpersoonshuishouding)

10 8 7

2 5

4

3

?

Hondenbelasting

€ 331 €0

?

6

?

9

€ 1.132,4 miljoen

3

Uitgaven

Waar gaat het naar toe? Uitgaven

B

1 2 3

€ 6.535,6 1

2

Veiligheid Verkeer vervoer en waterstaat

€ 231,8 miljoen

9

Duurzaamheid en ruimtelijke ordening

5

A

miljoen

4

6

€ 482,4 miljoen

€ 6.535,6

12

miljoen

7

11

€ 491,0 miljoen

10

Grond

€ 480,4 miljoen 10

3

4

Economie Kunst, cultuur en erfgoed

Wonen en groen

€ 385,8 miljoen

12

Moderne open overheid

€ 117,5 miljoen

€ 263,1 miljoen

A

A.1 - A.4 o.a. gemeentefonds, belastingen

€ 103,9 miljoen

€ 74,9 miljoen

A

A.5 toevoegingen aan reserves

€ 891 miljoen

B

Bestuur en organisatie

€ 64,5 miljoen

11

€ 184,3 miljoen

5

Onderwijs

6

Sport

7

Werk, inkomen en participatie

€ 1.063,1 miljoen

8

Volksgezondheid, jeugd en zorg

€ 1.029,7 miljoen

€ 671,7 miljoen

9

8

De gemeente Amsterdam heeft de grootste gemeentebegroting van Nederland. De begroting geeft een beeld van de inkomsten en uitgaven van de gemeente Amsterdam. Zo is inzichtelijk waar onze inkomsten vandaan komen en waar we deze weer aan uitgeven. Hiervoor wordt het geld verdeeld over twaalf beleidsprogramma's. Deze programma's lichten we verder toe in hoofdstuk 3 van de begroting, waar we per programmaonderdeel onder andere ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen, de beoogde resultaten en de financiële toelichtingen.

4

Prioriteiten

• Aanpak binnenstad: We zorgen voor een verandering van de binnenstad waarin het aanbod (horeca, winkels, openbare ruimte, kunst, cultuur) zoveel mogelijk op Amsterdammers en mensen uit de regio is gericht, maar waar bezoekers welkom zijn.

• Via de Aanpak Ongedeeld Noord investeren we: - in de bereikbaarheid en openbare ruimte om de woningbouwopgave waar te kunnen maken. - in maatschappelijke en culturele voorzieningen en programmering. - in groen en pleinen.

Noord • Samen met bewoners werken we aan schone, groene en verkeersveilige straten. • We hebben aandacht voor wonen en we werken in balans om West levendig, maar ook leefbaar te houden. • We bestrijden armoede, eenzaamheid en sociale uitsluiting.

• We zorgen voor een gezonde economie en een stevig ondernemersklimaat. Daarbij stemmen we het beschikbare werk en het arbeidspotentieel in het stadsdeel maximaal op elkaar af. • We werken aan een gelijke toegang voor iedereen tot een fijne woning, in een schone en veilige omgeving met veel ruimte en groen. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor de huidige bewoners en het bieden van uitzicht voor de jeugd. • We zorgen ervoor dat alle kinderen, jongeren en volwassenen de juiste kansen krijgen. Zo kunnen zij zich maximaal ontwikkelen tot onafhankelijke individuen die leren, wonen, werken en recreëren in een omgeving waar ze trots op zijn.

West

• We werken aan een prettige en leefbare openbare ruimte in het Oostelijk Havengebied. • We scheppen kansen voor alle jeugd op IJburg, jongeren denken zelf mee over wat er nodig is en voeren zelf activiteiten uit. • We versterken in co-creatie de Dapperbuurt.

Centrum

Oost

Nieuw-West

Overzicht prioriteiten stadsdelen

Zuid

Zuidoost • We ondersteunen bewoners en ondernemers bij het herstel na corona. • Samen met bewoners en ondernemers werken we aan schoon, groen en duurzaam voor leefbare buurten. • We versterken onze kwetsbare bewoners en geven aandacht aan de ingewikkelde en gestapelde problemen in de buurten, waaronder de Diamant- en Marathonbuurt.

• Samen met verschillende partners, werken we voor de bewoners zodat zij mee kunnen doen in werk, onderwijs en buurtinitiatieven. • We verbeteren de leefbaarheid en veiligheid en hebben daarbij speciaal aandacht voor onze jeugd. • We realiseren sport- en jongerenvoorzieningen in de wijk en starten een eerste Wijk Actie Team in Venserpolder. • Ontwikkelbuurten: We verbinden het werk rond fysiek, economie en sociaal met elkaar.

5

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave Voorwoord7

5.8 5.9 5.10

Leeswijzer8

Investeringsparagraaf Subsidieoverzicht Paragraaf Bedrijfsvoering

360 374 380

391

1.

Bestuurlijke hoofdlijnen

11

6.

Afkortingen- en begrippenlijst

2.

Financiële hoofdlijnen

14

7.

Bijlagen400

3.

Programma’s23 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.A 3.B

Veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economie Kunst, cultuur en erfgoed Onderwijs Sport Werk, inkomen en participatie Volksgezondheid, jeugd en zorg Duurzaamheid en ruimtelijke ordening Grond Wonen en groen Moderne open overheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie

24 38 65 75 89 101 110 126 160 193 202 226 238 252

4.

Verdieping op de programma's

264

5.

Verplichte en overige paragrafen

292

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Lokale heffingen Verbonden partijen Onderhoud kapitaalgoederen Grondbeleid Stedelijk Mobiliteitsfonds

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Samenvattend overzicht programmabegroting Baten en lasten per programmaonderdeel Doelenraming Taakveldenraming Reserves Voorzieningen Financiële samen­werkingsafspraken Overzicht incidentele baten en lasten Brugstaat

401 402 408 418 420 427 431 434 438

293 302 314 322 329 344 355

6

Voorwoord

Voorwoord Beste Amsterdammer, Het college presenteert de Begroting voor 2022 in onstuimige tijden. We leven helaas nog steeds in een wereld met corona en maatregelen naar aanleiding daarvan. Gelukkig neemt het aantal gevaccineerde bewoners toe. De coronacijfers zijn wisselvallig en er is perspectief op steeds minder maatregelen, maar ook dat perspectief blijft onzeker. De economische ontwikkeling in onze metropoolregio gaat de goede kant op, maar blijft helaas nog achter bij het landelijk beeld. Positief is dat Amsterdam steeds meer open gaat. Bewoners en ondernemers kunnen steeds meer, en het gewone leven wordt gelukkig steeds weer gewoner. We zetten alles op alles in deze begroting om Amsterdam de crisis uit te investeren. Hiermee zetten we de koers door die bij de Begroting 2021 en Voorjaarsnota 2021 is ingezet. Voor 2022 gaat het om zo’n 800 miljoen aan investeringen in onder andere scholen, sportfaciliteiten, speeltuinen, parken, buurthuizen, kunst- en cultuurvoorzieningen, infrastructuur, noodzakelijk onderhoud aan de stad en de energietransitie. Ondanks dat ook de gemeentefinanciën flink zijn geraakt door de gevolgen van de corona­ pandemie, is het ons gelukt een begroting te presenteren die sluit, en die tevens financieel op orde is. Dit is tevens de laatste begroting van dit college.

Ik ben van mening dat we met deze begroting een robuuste basis hebben gelegd voor onze opvolgers. Met vriendelijke groet, Victor Everhardt Wethouder Financiën

7

Leeswijzer

Leeswijzer Dit is de begroting van de gemeente Amsterdam. Deze begroting kent dezelfde opzet als de vorige begroting van dit college. In deze leeswijzer lichten we kort alle onderdelen van de begroting toe. De Begroting 2022 bestaat uit de volgende onderdelen:

Hoofdstukken 1 en 2 - De bestuurlijke en financiële hoofdlijnen In deze hoofstukken is een beschrijving van de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen voor 2022 en de daarop volgende jaren opgenomen. In de bestuurlijke hoofdlijnen geven we een beeld van de bestuurlijke keuzes die ten grondslag liggen aan deze begroting. In de financiële hoofdlijnen wordt op hoofdlijnen een beeld gegeven van de budgettaire situatie en de keuzes die zijn gemaakt om tot een meerjarig sluitende begroting te komen.

Hoofdstuk 3 - Programma’s De Begroting 2022 is opgebouwd uit 12 genummerde beleidsprogramma’s (onderverdeeld in programmaonderdelen), het overzicht A (Algemene dekkingsmiddelen) en het overzicht B (Bestuur en organisatie). Alle programma’s beginnen met een inleiding met een samenvatting van de programmaonderdelen en de prioriteiten. Vervolgens wordt per programmaonderdeel beschreven welke ontwikkelingen we verwachten in 2022. Ook beschrijven we onder andere wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen (doelenboom) en welke verbonden partijen bijdragen aan het behalen van deze doelen. In deze begroting is een nieuwe indeling van de financiële tabellen doorgevoerd. In de financiële tabellen zijn nu ook de cijfers van het recent vastgestelde jaarverslag (Jaarverslag 2020) opgenomen. Hiermee geeft het college van B en W uitvoering aan de in de raad van 8 juli 2021 aangenomen motie 513.21 over het toevoegen van financiële resultaten bij toekomstige begrotingen en voorjaarsnota’s.

Hoofdstuk 4 - Verdieping op de programma’s In de programmabladen in hoofdstuk 3 is een toelichting geschreven op de (stand van) baten en lasten per programmaonderdeel voor 2022. In het verdiepende hoofdstuk 4 gaan we verder in op de ontwikkelingen in de baten en lasten in 2022 ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting bij de Voorjaarsnota 2021.

Hoofdstuk 5 - Paragrafen De begroting bevat naast programma’s ook een toelichting op programma overstijgende onderwerpen, zoals investeringen die de gemeente heeft gedaan of van plan is te doen. Deze programma overstijgende onderwerpen worden beschreven in de paragrafen. Een deel van deze paragrafen is verplicht vanuit het BBV (art. 9 lid 2 BBV): • weerstandsvermogen en risicobeheersing • financiering • lokale heffingen • verbonden partijen • onderhoud kapitaalgoederen • grondbeleid • bedrijfsvoering Daarnaast kent deze begroting een aantal niet-verplichte paragrafen: • Stedelijk Mobiliteitsfonds • investeringsparagraaf • subsidieoverzicht Alle paragrafen die in de vorige begroting waren opgenomen, zijn ook in de Begroting 2022 opgenomen.

Hoofdstuk 6 - Afkortingen en begrippen In hoofdstuk 6 worden de afkortingen en veelvoorkomende begrippen uit de begroting opgesomd en toegelicht.

8

Leeswijzer

Hoofdstuk 7 - Bijlagen In de bijlagen zijn de financiële overzichten op detailniveau opgenomen. Alle bijlagen zijn opgenomen in hoofdstuk 7, het zogenoemde ‘bijlagenboek’. In bijlage 7.1 is een overzicht van de baten en lasten per programma opgenomen. In bijlage 7.2 worden de baten en lasten weergegeven op één aggregatieniveau lager: op het niveau van programmaonderdeel. Bijlage 7.3 bevat de doelenraming. Bijlage 7.4 bevat de taakveldenraming (de verdeling van de baten en lasten over de taakvelden zoals voorgeschreven in het BBV). In de bijlagen 7.5 en 7.6 geven we een overzicht van de reserves en voorzieningen. De financiële samenwerkingsafspraken zijn opgenomen in bijlage 7.7. Bijlage 7.8 bevat de incidentele baten en lasten. Ten slotte bevat bijlage 7.9 de brugstaat.

9

1

H1

Bestuurlijke hoofdlijnen Het lijkt erop dat het beter gaat sinds de coronaregels zijn deels zijn versoepeld. En juist het woordje ‘lijkt’ vraagt voor ons als bestuur om scherp te blijven. We zijn nog niet door de coronaperiode heen en er zijn nog steeds onzekerheden. De effecten van de coronapandemie zijn en worden in de stad ervaren en gevoeld door veel Amsterdammers, bedrijven en instellingen. Door persoonlijk leed, achterstanden in onderwijs, verscherping van armoedeen schuldenproblematiek, verlies van werk, financiële verliezen en geestelijke problematieken. Problemen die er al waren in de stad, zoals kansenongelijk­ heid, armoede en schulden zijn verscherpt. De economische ontwikkeling in de Metropool Regio Amsterdam is positief, maar blijft nog achter bij het landelijk beeld. Juist in onze regio werken de effecten van de (inter) nationale coronamaatregelen sterker door. De culturele sector is hard geraakt, net als bijvoorbeeld de horeca, clubs, hotels en musea. We kennen de effecten van de afbouw van de steunpakketten van het Rijk nog niet. We begonnen in 2018, nog onwetend van de coronacrisis, met onze inzet op een sociale, verbonden, duurzame en economisch sterke stad. In de crisis vanaf maart 2020 hebben we een brede reeks van maatregelen ingezet, ook met steun van middelen vanuit het Rijk, om Amsterdam door de crisis te helpen loodsen.

In de Begroting 2021 heeft dit verder vorm gekregen in een inzet op onder andere behoud en versterking van werkgelegenheid en investeringen, economisch herstel en de aanpak van armoede en schulden. Daar blijven we onverminderd op inzetten. De coronacrisis heeft ons, nog meer dan daarvoor, bewust gemaakt van de noodzaak om de veranderingen die we hebben ingezet door te zetten op een duurzame, evenwichtige en inclusieve manier. We willen niet terug naar de situatie zoals die was voor de crisis, zoals we ook in de voorjaarsnota al schreven. Amsterdam is een thuis voor iedereen. Een plek waar mensen zich graag langdurig vestigen. Een sociale stad met vrijheid en verbondenheid als cruciale waarden. Wij nemen de verantwoordelijkheid om op een verantwoorde en evenwichtige manier te blijven groeien. Dat is ook het uitgangspunt dat u als raad in juli heeft vastgelegd in de Omgevingsvisie. Dat is een verantwoordelijkheid naar de Amsterdammers om kansen en mogelijkheden te blijven bieden, naar de 1

regio, als hoofdstad van Nederland en als belangrijke katalysator van technologische en culturele innovatie en motor van duurzame, circulaire economische groei in Nederland. Tegelijk staat de stad onder druk met sociale noden, een veel te krappe woningmarkt, achterstallig onderhoud en noodzakelijke inzet op versterking van de sociale voorzieningen. We hebben hoge ambities en die zijn ook nodig. We zijn voorbij het punt dat we dit alles als stad zelf kunnen. We hebben het Rijk en de regio daarbij nodig. In deze begroting is een meerjarig pakket van ongeveer € 4 miljard aan voorgenomen investeringen (inclusief grondontwikkeling) tot en met 2025 opgenomen. In 2022 gaat het om ruim € 850 miljoen. Dit heeft uiteraard ook invloed op de ontwikkeling van de schuld. Het is juist nu zaak om door te zetten met investeren om de crisis door te komen. Een stad maak je niet door alleen woningen te realiseren. We investeren onder andere in scholen, sportfaciliteiten, speeltuinen, parken, buurthuizen en kunst- en cultuurvoorzieningen. Naast onder andere investeringen in (aanpak achterstallig) onderhoud, infrastructuur, de energietransitie en autoluw1. We zullen daarbij ook oog hebben voor de impact van ontwikkelingen in verschillende delen van de stad. We willen niet dat Amsterdammers zich niet meer thuis voelen omdat ontwikkelingen in hun buurt te snel gaan.

Daarmee geven we ook verantwoord en evenwichtig invulling aan onze ambities en behouden en versterken we de kwaliteit van leven in en de aantrekkingskracht van de stad. Met onze combinatie van grondbezit en erfpachtstelsel hebben wij een unieke positie in Nederland. Die positie rechtvaardigt een andere manier van benaderen van onze schuldontwikkeling, waarin we het effect van ons bezit aan grond (erfpacht) meerekenen. De netto schuldquote komt dan in 2025 uit op 78%. De netto schuldquote komt dan in 2025 uit op 78%. In eerdere begrotingen hebben we dit inzicht ook gegeven ten opzichte van de landelijk voorgeschreven financiële techniek, waarbij de schuldquote één van de kengetallen is voor beoordeling van de financiële staat van gemeenten.

In de financiële hoofdlijnen en paragraaf investeringen in de begroting wordt nader ingegaan op de investeringen. Daarnaast is er bij de begroting een brief gevoegd met onder andere de investeringsportfolio’s.

11

H1

Als we deze wel meerekenen komt de schuldquote uit op 140%. De provincie, onze toezichthouder, heeft aangegeven dat de keuze ten aanzien van de schuld­quote die geaccepteerd wordt, een gesprek is tussen college en raad. Dit gesprek gaan we graag met u aan. Ook in het besef dat een volgende raad en college opnieuw naar de inhoudelijke en financiële kaders kan kijken en daarbij bijvoorbeeld ook de resultaten van onderzoeken naar mogelijk­ heden van balansverkorting kan betrekken. De totale afweging ten aanzien van de financiële kaders voor de investeringen bevinden zich binnen de randvoor­waarden van financierbaarheid, betaalbaarheid en realisatiekracht, zoals eerder toegelicht bij de financiële verordening die u voor de zomer heeft vastgesteld. Het college heeft opdracht gegeven tot een verkenning naar de optimale wijze waarop de gemeente sturing kan geven aan bepaalde bezittingen op de balans, in de uitoefening van de publieke taak. Specifiek wordt gekeken naar welke partijen deze bezittingen het beste op de balans kunnen hebben staan. Onderdeel van deze verkenning zijn onder meer de railinfra Noord/Zuidlijn, de assets verbonden aan Waternet (riolering & drinkwater) en toekomstige veerponten, en parkeergebouwen.

We onderzoeken zorgvuldig alle (governance, juridische, financiële en fiscale) aspecten die hierbij komen kijken en doen dat in nauw overleg met respectievelijk de VRA, GVB, Waternet en het Waterschap. Indien wordt geconcludeerd en definitief besloten dat deze assets beter passen bij een andere partij dan de gemeente, kan daardoor financierings­ ruimte ontstaan. Deze zou vervolgens ingezet kunnen worden voor schuldreductie of voor investeringen, mede afhankelijk van ruimte in de begroting voor exploitatielasten en beheerkosten. Naar verwachting is de verkenning eind dit jaar gereed, zodat een besluit in de (coalitie-onderhandelingen voor de) volgende collegeperiode kan worden meegenomen. De raad wordt vanzelfsprekend betrokken in dit proces. De inhoudelijke opgaven in Zuidoost en Nieuw-West gaan de komende jaren veel vragen van de gemeente. Op verschillende terreinen zijn hiervoor al middelen gealloceerd naar Zuidoost en Nieuw-West, maar dit vraagt daar­ naast ook ondersteuning en regelruimte van het rijk. Een van de opgaven is ook de concentratie van ambtelijke kennis en kunde juist op Zuidoost en Nieuw-West. Het college heeft als ambitie om meer integraal aan de masterplannen bij te dragen. Die beweging mag tijd kosten.

Het Rijk heeft middelen voor jeugdhulp beschikbaar gesteld, na de uitspraak van de arbitragecommissie. Structureel zijn er nog geen concrete meerjarige afspraken. Er is wel door de Fondsbeheerders en toezichthouders een beleidslijn afgesproken om gemeenten toe te staan om 100% in 2022 in te boeken voor jeugdhulp en 75% vanaf 2023. Deze budgetten zijn in Amsterdam hard nodig voor de jeugdhulp. Wij stellen in deze begroting voor om die beleidslijn te volgen. In de Begroting 2021 is ook in 2022 ruimte gemaakt voor lastenverlichting voor ondernemers in het kader van de coronacrisis. Per saldo gaat het nog om € 5,7 miljoen voor 2022. Het herstel is nog broos en ook volgend jaar wordt nog niet een volledig herstel verwacht van de bezoekerseconomie. We zijn daarom voornemens in 2022 voor de horeca de precario voor terrassen niet te heffen (€ 4 miljoen) en de kosten te verlagen voor de leges voor het bijschrijven van leidinggevenden op de horecavergunning (€ 150.000). Zoals bekend is het beleid voor ruimere terrassen ook voor deze winter doorgezet. Tevens willen we de vermakelijkheidsretributie voor de betaalde evenementen nog een jaar uit te stellen naar 2023 (€ 1 miljoen). Tenslotte willen we ook afzien van het heffen precario of het innen van huur voor het nachtliggen van de passagiersvaart (€ 0,55 miljoen). De inzet vanuit de organisatie blijft ongekend hoog.

De betrokkenheid en inzet van de medewerkers waarderen we zeer. Ook volgend jaar zal weer veel van hen gevraagd worden. Dat geldt onverminderd ook voor Amsterdammers, ondernemers en instellingen. Volgend jaar treden een nieuwe raad en een nieuw college aan die hun eigen koers zullen bepalen. Wij zijn van mening dat we een robuuste basis hebben gelegd en ruimte geven om die eigen keuzes te maken. Ons werk gaat door tot waarschijnlijk ergens mei of juni volgend jaar en dat zullen we met veel enthousiasme en inzet blijven doen. Er is nog genoeg werk te doen!

12

2

H2

Financiële hoofdlijnen In de financiële hoofdlijnen duiden we de ontwikkeling van de financiën van de gemeente Amsterdam en lichten we de financiële gevolgen van bestuurlijke keuzes toe.

2.1

Ontwikkeling financiën gemeente Amsterdam

B. Bestuur en organisatie

2. Verkeer, vervoer en waterstaat

Of de Amsterdamse economie in 2022 even hard zal groeien als de rest van Nederland, hangt in grote mate af van het opheffen van de maatregelen en of een terugkeer naar het oude normaal op korte termijn plaatsvindt. In de begroting houden we er rekening mee dat sommige effecten van de coronacrisis voortduren. De inkomsten uit parkeergelden zijn in 2022 naar verwachting weer op het oude niveau. De dividenden die de gemeente ontvangt van haar deelnemingen blijven in 2022 nog flink lager dan voor de coronacrisis en de inkomsten uit toerisme hebben we bij de begroting 2021 meerjarig lager ingeschat. Op dit moment is er nog geen reden om deze verwachtingen bij te stellen. De Gemeente heeft vooral in 2021 meer kosten gemaakt als gevolg van de coronacrisis. De compensatie vanuit het Rijk voor de extra lasten en gederfde inkomsten wordt nader toegelicht in de box gemeentefonds.

Uitgaven (lasten) De totale uitgaven (lasten) van de gemeente Amsterdam bedragen in 2022 € 6,5 miljard. Met de uitgaven geven we uitvoering aan de verschillende beleidsdoelstellingen van dit college en van de raad. In de begroting van de gemeente Amsterdam zijn de beleidsterreinen opgedeeld in twaalf beleidsprogramma’s. Daarnaast zijn er uitgaven onder de kop algemene dekkingsmiddelen en aan bestuur en organisatie. De twaalf beleidsprogramma’s vormen samen met de algemene dekkingsmiddelen en bestuur en organisatie het totaal van de begroting. In onderstaande figuur is aangegeven hoe de uitgaven over de verschillende beleidsprogramma’s zijn verdeeld.

3. Economie 4. Kunst, cultuur en erfgoed 5. Onderwijs 6. Sport

A. Algemene dekkingsmiddelen

Inleiding Amsterdam komt langzaam uit de coronacrisis. Hoewel in de rest van Nederland de effecten van de pandemie steeds minder voelbaar zijn, is voor veel Amsterdammers de wereld nog niet zoals voorheen. De evenementen­ sector, de horeca en de toerismebranche hebben nog steeds veel last van de maatregelen en de restricties die in Nederland maar ook daarbuiten gelden.

1. Veiligheid

12. Moderne open overheid 11. Wonen en groen

€ 6.536 miljoen 7. Werk, inkomen en participatie

10. Grond 9. Duurzaamheid en ruimtelijke ordening

8. Volksgezondheid, jeugd en zorg

We geven in 2022 het meeste uit in programma 7 Werk, inkomen en participatie, namelijk € 1.063 miljoen. In dit programma staan de uitgaven voor onder andere de inkomensvoorzieningen, de inburgeringsactiviteiten en de schuldhulp. Daarnaast geeft de gemeente € 1.030 miljoen uit in programma 8 Volksgezondheid, jeugd en zorg. Uit dit programma worden onder andere de opvang voor dak- en thuislozen, de specialistische jeugdhulp en de uitgaven voor maatschappelijke ondersteuning betaald. Een ander groot programma is programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat (€ 491 miljoen). Binnen dit programma vallen de uitgaven aan onder andere de OV-infrastructuur en het onderhoud van bruggen en kademuren. Programma A Algemene dekkingsmiddelen) omvat 995 miljoen, voor een groot deel zijn dit toevoegingen die we verwachten te doen aan onze reserves. Het totaal van uitgaven is in 2022 € 334 miljoen lager dan in de Begroting 2021. De afname is vooral het gevolg van enerzijds het uitplaatsen van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur naar een nieuwe uitvoeringsorganisatie (programma 2, Verkeer, vervoer en waterstaat, afname € 135 miljoen). Anderzijds is bij grondontwikkeling sprake van een lager uitgavenniveau, gezien de verwachte marktomstandigheden in 2022 (programma 10, Grond, afname € 197 miljoen). 14

H2

Box: Gemeentefonds Amsterdam maakt veel extra kosten als gevolg van de coronacrisis. Daarbij kan worden gedacht aan de Jeugdzorg, de wet maatschappelijke onder­ steuning en buurthuizen. Daarnaast zijn onze inkomsten op veel terreinen fors lager. Hierbij gaat het vooral om minder inkomsten uit toeristenbelasting, parkeren en dividenden. Voor een groot gedeelte van deze extra kosten en inkomstenderving worden we door het Rijk gecompenseerd. Dat gebeurt in de zogenaamde compensatiepakketten, waarvan er inmiddels vier zijn verdeeld. Een volledig overzicht van de vier pakketten is in onderstaande tabel weergegeven:. Tabel 1 (bedragen x € 1 miljoen) 2020

2021

Totaal

Eerste compensatiepakket (aanvullende brief juni 2020)

113,2

Tweede compensatiepakket (Septembercirculaire 2020)

22,6

11,6

34,2

Derde compensatiepakket (Decembercirculaire 2020)

7,9

39,3

47,2

Vierde compensatiepakket (aanvullende brief maart 2021)

1,8

15,8

17,6

145,5

66,7

212,2

Totaal

113,2

De eerste drie compensatiepakketten betroffen in totaal € 194,6 miljoen, waarvan het grootste deel (€ 87,9 miljoen) compensatie voor toeristen- en parkeerbelastingen betrof. In een aanvullende brief in maart verscheen het vierde compensatiepakket corona van in totaal € 17,6 miljoen. Dit betrof compensatie voor onder andere de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK), afval en Perspectief op Jongeren. Alle compensatiemiddelen uit dit vierde pakket zijn doorverdeeld naar de programma’s en hebben daarmee per saldo geen effect op het beeld van de Begroting 2022. De verwachting is dat het Rijk eind 2021 en uiterlijk begin 2022 de exacte compensatie voor inkomsterving over 2020 bekendmaakt. In de Voorjaarsnota 2021 hebben we de aanname gedaan over 2020 een compensatie van € 91,5 miljoen voor misgelopen toeristenbelasting in 2020 te zullen ontvangen. Op dit moment is nog altijd onze inschatting en verwachting dat dit bedrag aan inkomstenderving (ten minste) wordt vergoed door het Rijk. Over compensatie voor 2021 volgt op een later moment communicatie. Voor 2022 zijn op dit moment nog geen afspraken gemaakt met het Rijk.

Naast compensatie voor inkomstenderving en gemaakte extra kosten ontvangen we in de coronacrisis ook Rijksmiddelen voor werkzaamheden die wij namens het Rijk uitvoeren. Dit betreft directe compensatie voor door ons gemaakte kosten, en heeft dus een budgetneutraal karakter. Voorbeelden hiervan zijn de eerdergenoemde TONK-middelen en de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo). Zowel de compensatie voor extra kosten en inkomstenderving, als de vergoeding die we ontvangen voor werkzaamheden die we namens het rijk uitvoeren hebben een incidenteel karakter en worden naar verwachting niet voortgezet in 2022. Hierdoor daalt de gemeentefondsuitkering als onderdeel van onze baten. De uitkering uit het Gemeentefonds is in 2022 € 2.370,5 miljoen, € 144,2 miljoen lager dan in 2021.

Jeugdzorg Het kabinet heeft besloten voor 2022 landelijk ruim € 1,3 miljard extra beschikbaar te stellen aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de Jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop eerdere incidentele compensatie van € 300 miljoen euro. Het kabinet en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben dat met elkaar afgesproken naar aanleiding van het oordeel van de Commissie van Wijzen die zich over deze kwestie boog om het geschil hierover tussen het Rijk en de gemeenten te beslechten. Dit bedrag wordt met landelijke besparingsmaatregelen afgebouwd naar € 800 miljoen in 2028. Voor de jaren na 2022 is er nog sprake van enige onzekerheid, aangezien het definitieve besluit over die extra middelen in handen wordt gelegd van een volgend kabinet. Om die reden heeft het Rijk aangegeven dat de extra middelen voor 2022 voor 100% mogen worden ingeboekt in de gemeentebegrotingen, en de middelen voor de jaren daarna voor 75%. Het Amsterdamse aandeel in deze extra middelen bedraagt € 66 miljoen. Hiermee hogen we in 2022 de jeugdbegroting in programma 8 op. Voor de jaren daarna wordt zoals voorgeschreven 75% van de verwachte middelen in de begroting gezet. Dat gaat om € 55 miljoen in 2023, € 51 miljoen in 2024 en € 47 miljoen in 2025. 15

H2

Inkomsten (baten) Onze uitgaven van in totaal € 6,5 miljard worden gedekt door inkomsten. In onderstaande figuur is de verdeling van de inkomsten opgenomen.

structureel sluitende begroting wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Onderstaande tabel maakt dit inzichtelijk. Tabel 2 Structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1 miljoen)

14. Ontrekkingen aan reserves

1. Gemeentefonds 13. Overig 12. Dividend 11. Erfpacht

2022

2023

2024

2025

Baten

6.020,0

5.401,1

5.646,3

5.657,9

5.572,0

Lasten

6.160,9

5.646,8

5.602,5

5.530,5

5.508,4

Saldo toevoegen en onttrekken reserves

-140,9

-245,7

43,8

127,4

63,6

0

0

0

0

0

Begrotingssaldo

€ 6.536 miljoen

10. Grondopbrengsten en winstnemingen 9. Rioolheffing 8. Leges 7. Drinkwater 6. Toeristenbelasting 5. Afvalstoffenheffing

2021

2. Specifieke uitkeringen 3. Parkeergelden

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

-302,0

-183,3

165,0

98,0

0,3

Structureel begrotingssaldo

-302,0

-183,3

165,0

98,0

0,3

Vanaf 2023 is er sprake van een positief structureel begrotingssaldo. In 2022 is er, evenals in 2021, sprake van een negatief saldo van baten en lasten, vóór mutaties reserves. We nemen daarbij meer op uit onze reserves dan we toevoegen. Dit gaat voornamelijk om de reserves voor stedelijke ontwikkeling en mobiliteit.

4. OZB

2.2 Het grootste deel van onze inkomsten ontvangen we vanuit het Rijk. Vanuit het gemeentefonds ontvangt Amsterdam een zogenoemde algemene uitkering. Deze uitkering is vrij besteedbaar en bedraagt in 2022 naar verwachting € 2,4 miljard. Eigen grote inkomstenbronnen zijn de gemeen­ telijke belastingen, leges en heffingen (€ 880 miljoen), grond­opbrengsten en winstnemingen (€ 441 miljoen), de parkeergelden (€ 251 miljoen) en de inkomsten uit erfpacht (€ 284 miljoen). Daarnaast verwachten we in 2022 € 1,1 miljard te onttrekken aan onze reserves. Het totaal van baten is in de Begroting 2022 € 334 miljoen lager dan bij de Begroting 2021. De afname komt vooral door lagere grondopbrengsten en winstnemingen en erfpachtinkomsten (€ 294 resp. € 72 miljoen), gezien de verwachte marktomstandigheden, en door hogere specifieke uitkeringen van het Rijk (€ 142 miljoen).

Sluitende begroting Een begroting moet strcutureel en meerjarig sluitend zijn. Dit getuigt van prudent financieel beleid en is verplicht vanuit de Gemeentewet. Met een

Financiële beeld en bestuurlijke keuzes

Hieronder geven we een overzicht van de relevante ontwikkelingen sinds de (vastgestelde) Voorjaarsnota 2021 die effect hebben op het begrotingssaldo, het verschil tussen de baten en de lasten. Onder de tabel worden de verschillende ontwikkelingen toegelicht per categorie. Tabel 3 Mutaties bij Begroting 2022 met een effect op het saldo (bedragen x € 1 miljoen) I/S

2021

2022

2023

2024

2025

S

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

39,2

2,7

-5,2

-14,6

-7,8

5,2

14,6

7,8

1. BEGINSALDO Eindstand Voorjaarsnota 2021 2. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Gemeentefonds ontwikkelingen Effecten gemeentefonds verrekenen met stelpost nominaal Overige ontwikkelingen op de algemene middelen

2,8

3,1

2,8

2,8

2,8

42,0

5,9

2,8

2,8

2,8

16

H2

I/S

2021

2022

2023

2024

2025

0,0

-16,6

-16,8

-1,8

-1,8

Voorstellen

29,6

16,4

-35,4

-6,7

-4,0

Compensatie via reserve Intertemporele compensatie

-29,6

-16,4

35,4

6,7

4,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

3. INVESTERINGEN EN GROEI VAN DE STAD

4. INTERTEMPORELE COMPENSATIE

5. MAATREGELEN Afvalstoffenheffing

-9,4

-5,0

-2,0

-9,4

-5,0

-2,0

Saldo voor intertemporele compensatie

32,6

-15,8

-16,1

1,0

1,0

Compensatie via reserve Intertemporele compensatie

-31,9

15,8

16,1

0,0

0,0

Toevoeging aan de Algemene Reserve

-0,7

0,0

0,0

-1,0

-1,0

EINDSALDO

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Beginsaldo De beginstand voor de Begroting 2022 is de stand van de door de gemeente­ raad vastgestelde Voorjaarsnota 2021 voor de jaren 2021 tot en met 2025. Het beginsaldo is voor alle jaren 0.

Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen van buitenaf waar wij als gemeente weinig aan kunnen veranderen. Gemeentefonds De drie circulaires die elk jaar door het ministerie van BZK worden gepubliceerd, hebben meestal een effect op de uitkering die de gemeente Amsterdam ontvangt uit het gemeentefonds. De effecten uit de Maart- en Meicirculaire 2021 worden verwerkt in deze begroting. We zien dat de gemeentefondsuitkering toeneemt in 2021 (€ 39,2 miljoen) en 2022 (€ 2,7 miljoen) ten opzichte van waarmee we tot dusver rekening hielden in de begroting. Daarentegen neemt de gemeentefondsuitkering af in 2023 (€ 5,2 miljoen), 2024 (€ 14,6 miljoen) en 2025 (€ 7,8 miljoen). Volgens de systematiek die is vastgesteld voor de verwerking van de circulaires, worden effecten die zich voordoen na de voorjaarsnota niet opgelost door middel van beleidsmatige wijzigingen. Hierdoor blijft de voorjaarsnota het integrale besluitvormingsmoment en wordt de groei van

de gemeentefondsuitkering ingezet waarvoor het is bedoeld. Volgens deze systematiek wordt het tekort vanaf 2023 verrekend met de stelpost nominaal.

Investeringen en groei van de stad Amsterdam investeert, in bijvoorbeeld stadsuitbreiding, schoolgebouwen en de vervanging van bruggen en kademuren. Om met name het knelpunt in de exploitatielasten van reeds afgeronde investeringen op te lossen en budgettoename wegens groei van de stad te compenseren zijn middelen vrijgemaakt. De ontbrekende dekking voor € 16,6 miljoen in 2022 en 2023 en € 1,8 miljoen in 2024 en 2025 is gevonden in meevallers in de algemene dekkingsmiddelen. Er is sprake van een nog in te vullen besparing ten behoeve van schuld­ aflossing vanaf 2024, van € 50 miljoen. De wijze waarop dit ingevuld gaat worden is aan de nieuwe raad en het nieuwe college, die nieuwe ambities en financiële kaders kunnen vaststellen en daarbij ook de uitkomsten van de balansverkortingen die worden onderzocht kunnen betrekken.

Intertemporele compensatie De Financiële Samenwerkingsafspraken geven de optie om bij de begroting neutrale voorstellen te doen om budgetten tussen jaren te verschuiven (intertemporele compensatie). In een ideale situatie worden alle voorstellen voor het schuiven van budgetten van jaar X naar jaar Y gecompenseerd met voorstellen van jaar Y naar jaar X. Tabel 3 laat zien dat het merendeel van de voorstellen leidt tot een positief effect in 2021, en een negatief effect in de later jaren. Om de voorstellen voor deze verschuivingen toch mogelijk te maken, maken we eenmalig gebruik van de reserve Intertemporele compensatie.

Maatregelen Afvalstoffenheffing Bij de Voorjaarsnota 2021 heeft het College de bestuursopdracht Afval en Grondstoffen vastgesteld. Deze bestuursopdracht is bedoeld om de organisatie verder te ontwikkelen, en om balans te krijgen in de dagelijkse werkzaamheden en de bestuurlijke ambities, waarbij de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing geleidelijk en voorspelbaar is. Om het effect voor de burger zo beperkt mogelijk te houden worden incidenteel middelen toegevoegd in de jaren 2021 – 2023 vanuit de Algemene Middelen. 17

H2

Voor de begroting 2022 wordt het tarief van de Afvalstofheffing verhoogd conform de cpi-index van 1,5%. Dit is nodig om de loon- en prijsontwikkeling te dekken en leidt tot een verhoging van € 5,- voor een eenpersoons­ huishouden en € 7,- voor een meerpersoonshuishouden.

2.3

Balans en risico’s

Investeringen In deze begroting werken we volgens een nieuw investeringsstelsel. Uitgangspunt in dit stelsel is om toekomstige investeringen met oog op financierbaarheid, betaalbaarheid en realiseerbaarheid, verantwoord te kunnen doen. De investeringsuitgaven zijn beperkt tot plafondbedragen per domein (gebundeld programma). Hiermee willen we meer realisme in de investeringsplanning krijgen en binnen de investeringsportefeuille afwegingen kunnen maken, terwijl de schuld op een verantwoord niveau blijft. U vindt een nadere toelichting op het investeringsstelsel in de Investeringsparagraaf. Voor 2022 staat in totaal € 859 miljoen aan investeringen in bezit van de gemeente in de planning. Exclusief de investeringen in erfpachtgronden gaat het om € 684 miljoen. Daarvan gaat € 265 miljoen naar Openbare ruimte en mobiliteit, waaronder het programma Bruggen en Kademuren. Er wordt € 194 miljoen geïnvesteerd in maatschappelijke voorzieningen, waaronder onderwijshuisvesting en (grootstedelijke) voorzieningen voor sport, kunst en cultuur en gezondheid. Binnen het programma Duurzaamheid en Ruimtelijke Ordening investeren we € 137 miljoen in vooral afvalverwerking en riolering en drinkwatervoorziening. De overige € 88 miljoen betreft investeringen voor andere beleidsprogramma’s. Naar verwachting wordt € 175 miljoen geïnvesteerd in erfpachtgrond.

We houden rekening met een overprogrammering van € 140 miljoen. In 2023 tot en met 2025 investeren we cumulatief € 2,3 miljard in het bezit van de gemeente. De grootste investeringen vinden plaats voor onderwijs­ huisvesting, openbare ruimte en mobiliteit en nieuwe erfpachtgronden. In 2020 hebben we € 575 miljoen aan investeringen uitgegeven, inclusief grond. We verwachten voor 2021 op een realisatie van € 747 miljoen uit te komen en in 2022 de stijgende lijn voort te zetten. Omdat we vaak meer plannen dan dat er wordt gerealiseerd, houden we rekening met een overprogrammering van € 800 miljoen op onze projectie van projectuitgaven tot en met 2025.

Schuld De ontwikkeling van het nieuwe investeringsstelsel van de gemeente heeft geleid tot meer inzicht en begrip over de samenhang tussen de ontwikkeling van het bezit van de gemeente en de schuld. Om te komen tot criteria voor een nieuw duurzaam investeringsstelsel is niet alleen gekeken naar de ontwikkeling van de schuldratio’s (netto schuldquote en solvabiliteit) van Amsterdam en de wijze waarop deze ratio’s zich verhouden tot ons bezit op de balans. Ook is daarbij betrokken hoe de ontwikkeling hiervan zich verhoudt tot de ontwikkeling van de begroting en hoe toekomstige investeringen met oog op financierbaarheid, betaalbaarheid en realiseerbaarheid, verantwoord gedaan kunnen worden. Op basis van deze uitgangspunten en de geïnventariseerde investeringen is de investeringsruimte bepaald. Ten aanzien van de beheersing van de schuldontwikkeling is er hierbij voor gekozen, met inachtneming van de uniciteit van het erfpachtstelsel in Amsterdam, deze te verfijnen, zodanig dat de twee samenstellende delen van de schuld (schuldquote exclusief erfpacht en schuldquote erfpacht) afzonderlijk worden beheerst (met inachtneming van de onderlinge samenhang: woningbouw leidt tot vervolginvesteringen). De begrenzing is bepaald op maximaal 78% schuldquote in 2025 exclusief erfpacht (dit is 140% inclusief erfpacht).

Hierbij is rekening gehouden met achterstallig onderhoud, verwachte afname van het eigen vermogen en groei van de stad. De investeringsruimte 2021 tot en met 2025 bedraagt € 4,1 miljard, inclusief € 850 miljoen voor nieuwe erfpachtgronden. Rekening houdend met een overprogrammering van € 800 miljoen komt de schuld naar verwachting eind 2025 uit op € 8,4 miljard. Dit is een schuldquote van 140%. Gecorrigeerd voor erfpacht is de schuldquote 78%.

Financiële positie Het balanstotaal van de gemeente neemt toe. We blijven investeren in een complete stad terwijl door de impact van de coronacrisis de reserves zijn aangesproken. Onze schuld neemt derhalve toe, van € 6,1 miljard eind 2020 naar € 7,3 miljard eind 2022 om uiteindelijk in 2025 naar verwachting uit te komen op € 8,4 miljard.

18

H2

We verwachten een daling van de Algemene Reserve naar € 79 miljoen eind 2021 en daarmee een daling van het weerstandsvermogen naar 0,4. Het risicoprofiel stijgt licht waardoor de benodigde weerstandscapaciteit uitkomt op € 215 miljoen. Als onderdeel van het Herstelplan dat is verwerkt in de Begroting 2021 streeft het college naar een ratio voor het weerstandsvermogen van minimaal 1,0. We verwachten dat niveau in 2023 te bereiken. Een voor­ zichtige vooruitblik op de mogelijke ontwikkeling van het weerstandsvermogen tot 2024 levert het beeld in onderstaande grafiek op (blauwe lijn). 450

1,60

400

1,40

350

1,20

300

1,00

250

0,80

200

0,60

150

0,40

100

0,20

50

0,00

0 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Beschikbare weerstandscapaciteit (linker as)

Weerstandsvermogen cf Herstel (rechter as)

Benodigde weerstandscapaciteit (linker as)

Weerstandsvermogen cf Herstel (rechter as)

-0,20

Bij de Voorjaarsnota 2021 is motie 340 aangenomen (Impact tegenvallers op de Algemene Reserve van de leden Poot, Torn en Boomsma). Deze motie vraagt om de impact op de Algemene Reserve en daarmee de begrotings­ ruimte, door te rekenen in een scenario waarbij de onzekerheden als inkomsten uit de overstapregeling erfpacht en de coronacompensatie negatief uitvallen. Mocht dit scenario zich voordoen dan zou de weerstandsratio in 2022 en 2023 uit komen op respectievelijk 0 en -0,1. Deze mogelijke ontwikkeling staat met de rode stippellijn in de grafiek. Nadere toelichting hierover vindt u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en een brief bij deze begroting over de motie. Uit de grafiek blijkt dat de Algemene Reserve, in dit scenario, naar verwachting in 2023 herstelt. Daarnaast kunnen er nog onvoorziene andere

tegenvallers optreden, zoals de stresstest in de paragraaf Weerstands­ vermogen en riscobeheersing laat zien. Om voldoende dekking te bieden moet de Algemene Reserve minstens 5 procent van het begrotingstotaal zijn. De streefwaarde is ongeveer € 300 miljoen. Dat is het niveau waar we in 2023 weer op uitkomen.

Box: Herstelplan Zoals verplicht presenteren we een sluitende begroting. Daar slaagden we ook vorig jaar bij de Begroting 2021 in, toen de coronacrisis zich voor het eerst liet voelen. In die begroting is de Algemene reserve ingezet om de door de coronacrisis ontstane tekorten in 2020 op te vangen. Daar­ naast is op dat moment ook het door het college opgestelde herstelplan ‘Samen sterker uit de crisis’ in de begroting verwerkt. Het herstelplan voorziet, naast investeringen die erop gericht zijn om zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en houden, ook in het weer op een voldoende niveau brengen van de Algemene reserve. Dit gebeurt doordat middelen die voortvloeien uit de overstapregeling erfpacht worden toegevoegd aan de Algemene reserve. In de Begroting 2021 is afgesproken dat tot en met 2023 op deze manier in totaal € 500 miljoen naar de Algemene reserve gaat om die weer op het gewenste peil te brengen. De huidige verwachting is dat de opbrengsten vanuit de overstapregeling erfpacht tot en met 2023 ongeveer € 440 miljoen zullen bedragen. In de Voorjaarsnota 2021 zijn daarom aanvullende afspraken gemaakt om zeker te stellen dat de Algemene reserve inderdaad in 2023 weer op orde is.

Het college heeft afgesproken dat als de meerwaarde uit de afkoopsommen bij overstap minder bedraagt dan € 500 miljoen, het resterende deel wordt toegevoegd aan de Algemene reserve vanuit de reserve financiering erfpachtgronden. We verwachten dan ook dat, zoals afgesproken in het Herstelplan, na 2023 geen beroep meer hoeft te worden gedaan op de Algemene reserve. Bij de Voorjaarsnota 2021 is bovendien vanuit de Algemene middelen ongeveer € 30 miljoen extra toegevoegd aan de Algemene reserve, en ook bij deze begroting doen we een toevoeging aan de Algemene reserve.

19

H2

Om de financiële positie te duiden, hanteren we verschillende kengetallen. • De schuldquote is naar verwachting in 2022 126% en loopt op naar 140% in 2025. Daarmee ontwikkelt deze zich van ‘neutraal’ naar ‘onvoldoende’. Gecorrigeerd voor erfpacht is de netto schuldquote eind 2025 78%. Met deze schuldquote voldoen we aan de signaleringswaarde ‘voldoende’ van de provincie. • Het weerstandsvermogen is naar verwachting in 2022 0,4 en loopt volgens het herstelplan op naar 1,3 in 2025, waarmee deze dan weer binnen de bandbreedte valt voor een voldoende niveau. • De solvabiliteit, de mate waarin onze activa/ons bezit gefinancierd is met eigen vermogen, daalt van 46% in 2022 naar 44% in 2025 en blijft daarmee ‘neutraal’. • De begroting sluit structureel vanaf 2023, zoals eerder aangegeven. Met een structureel sluitende begroting, een in 2025 naar verwachting weer herstelde weerstandsratio, een stabiele, neutrale solvabiliteit en een tijdelijk en begrensd verhoogde schuldquote is de financiële positie redelijk te noemen. Meer informatie en toelichting over de kengetallen vindt u in de paragraaf Financiering. Uit de tabel over het structureel begrotingssaldo (tabel 1) blijkt een negatief saldo van baten en lasten (vòòr mutaties reserves) in de jaren 2021 en 2022. De lasten zijn in die jaren hoger dan de baten. Ondanks de crisis zijn we zoveel als mogelijk blijven investeren.

Na mutaties reserves zijn de lasten en baten weer in evenwicht. In de box Herstelplan wordt ingegaan op het weer op niveau brengen van de algemene reserve.

2.4

Overige ontwikkelingen

Doelen, activiteiten en indicatoren In de begroting en het jaarverslag worden per programmaonderdeel doelen en activiteiten opgenomen. De doelen geven weer wat we willen bereiken. De activiteiten geven weer wat we daarvoor gaan doen. Om de doelen en activiteiten te meten, zijn indicatoren met streefwaarden opgesteld. Het geheel aan doelen, activiteiten en indicatoren noemen we de doelenboom.

Zoals gebruikelijk is de doelenboom in het voorjaar bijgesteld. In deze aanpassingsronde is met name extra aandacht gevraagd voor het (volledig) invullen van de (streef)waarden bij de indicatoren. Een overzicht van de wijzigingen is beschikbaar als internetbijlage bij de Voorjaarsnota 2021. In de voorliggende begroting zijn de wijzigingen verwerkt en daarmee zichtbaar in de doelen, activiteiten en indicatoren in de programmaonderdelen. De verplichte BBV-indicatoren zijn opgenomen in de programmaonderdelen waar ze betrekking op hebben, maar presenteren we ook in een aparte bijlage (verplichte BBV-indicatoren). Plan van aanpak betere programma indeling, doelen en sturing We sturen op verbetering van de doelenboom bij het opstellen van de Planning & Control-producten, met inachtneming van de aanbevelingen die de Rekenkamer in 2020 heeft gedaan in het onderzoek naar bruikbaarheid van de indicatoren. Dit is onderdeel van een breder ontwikkelprogramma binnen de organisatie om slimmer te sturen en beter te beheersen (Amsterdam Doelgericht). Daaronder valt onder meer een betere inrichting, verdeling en invulling van de programma’s en de doelen in de programmabegroting. In het kader van dit ontwikkelprogramma is een plan van aanpak opgesteld dat de route beschrijft om tot een breed gedragen indeling van begrotings­ programma’s en bijbehorende doelen en sturing te komen.

De doelen in de begroting komen volgens dit plan van aanpak meer centraal te staan bij het sturen en beheersen van de organisatie. Daarmee wordt ook de verantwoordelijkheid voor indicatoren duidelijker en kan deze beter worden belegd. Daarnaast is een toelichting op de doelen, activiteiten en indicatoren noodzakelijk om ze goed te begrijpen. Dit is ook eerder opgemerkt door de Rekenkamer en het college. Daarom is dit ook onderdeel van het ontwikkelprogramma. Tijdspad In het opleveren van deze (deel)producten zit een volgordelijkheid. De programma-indeling is bepalend voor de indeling van de doelenboom (doelen, activiteiten en indicatoren), en beide producten zijn nodig om de inrichting en invulling van de sturing op programma’s en doelen vorm te geven. 20

H2

Het advies over de programma-indeling wordt voor het nieuwe college opgesteld. Voor het verbeteren van de doelen en indicatoren geldt dat resultaten van dit deel van het ontwikkelprogramma in juli 2022 worden opgeleverd en kunnen worden opgenomen in de Begroting 2023.

Invoering rechtmatigheidsverantwoording door het college in Jaarrekening 2022 Door een wetswijziging zal het college van B en W in de Jaarrekening 2022 via de zogeheten rechtmatigheidsverantwoording – voor de eerste keer – expliciet verantwoording afleggen over de naleving van de geldende wet- en regelgeving bij de totstandkoming van de baten en lasten en balansmutaties in de jaarrekening. De accountantsdienst ACAM toetst alleen nog de getrouwheid van de jaarcijfers. Daarnaast zal met ingang van 2022 een dialoog gestart worden tussen college en raad, waarin het college de raad niet meer alleen achteraf maar reeds gedurende het jaar actief en specifiek informeert over het al dan niet (financieel) rechtmatig handelen van de gemeente. In de paragraaf Bedrijfsvoering vindt u een nadere toelichting op dit onderwerp.

21

3

H3

3

Programma’s 3.1

Veiligheid

24

3.2

Verkeer, vervoer en waterstaat

38

3.3

Economie

65

3.4

Kunst, cultuur en erfgoed

75

3.5

Onderwijs

89

3.6

Sport

101

3.7

Werk, inkomen en participatie

110

3.8

Volksgezondheid, jeugd en zorg

126

3.9

Duurzaamheid en ruimtelijke ordening

160

3.10 Grond

193

3.11 Wonen en groen

202

3.12 Moderne open overheid

226

3.A

Algemene dekkingsmiddelen

238

3.B

Bestuur en organisatie

252 23

H 3.1

3.1

Veiligheid

H 3.1

Programma 1 | Portefeuillehouder: burgemeester Halsema

3.1 Veiligheid (bedragen x € 1 miljoen)

Baten

Jaarverslag 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

18,2

24,0

18,8

17,9

17,9

17,9

Lasten

204,2

226,9

231,8

224,5

224,8

221,5

Totaal Programma 1 Veiligheid

-186,0

-202,9

-213,0

-206,6

-206,8

-203,6

Jaarverslag 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

90,9

87,7

91,6

89,7

89,7

89,7

(bedragen x € 1 miljoen)

Apparaatslasten

Samenvatting 3.1.1 Brandweer en Crisisbeheersing De voornaamste taken van de Brandweer­ organisatie van de Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland (VrAA) zijn: • repressie (het incident bestrijden). • preventie (het voorkomen van incident). Deze vinden hun grondslag in de Wet Veilig­ heidsregio’s, samen met de andere taken van de brandweer, zoals: • voorbereiding op risico’s, rampen en crisis. • coördinatie, beheersing en bestrijding van rampen en crises. In het beleidsplan 2021-2024 ‘Buiten Gewoon Veilig’ van de VrAA staan 8 programma’s die deze taken waarborgen.

In 2022 zal de brandweer meer naar buiten en zich op preventie richten. Manschappen en bevel­ voerders krijgen meer ruimte en verantwoorde­ lijkheid om vakmanschap en leiderschap te verbeteren. Hierdoor ontwikkelen we een cultuur die een diverse en inclusieve organisatie mogelijk maakt. En past bij de diversiteit van buurt en regio. Daarom moderniseren we ook het in-, door- en uitstroombeleid verder.

Samenvatting 3.1.2 Openbare Orde en Veiligheid De verschuiving van zogenaamde high impact crimes naar ‘hidden impact crimes’ gaat ook in 2022 door. Voorbeelden van deze minder zichtbare criminaliteit zijn: • ondermijning. • de drugseconomie. • cybercrime. • seksuele intimidatie en geweld. De aanpak hiervan is ingewikkeld en vereist uithoudingsvermogen. Dit terwijl de capaciteit bij politie en Openbaar Ministerie (OM) onder druk blijft staan. In tegenstelling tot de meer traditionele geweldsdelicten hebben we bij de hidden impact crimes meer mogelijkheden om op te treden. Dit doen we onder andere met onze programma's: • de Weerbare stad. • Weerbare mensen Weerbare Wijken. • Seksuele intimidatie en Seksueel geweld.

25

H 3.1

We zien dat de risico’s op radicalisering en extremistisch geweld niet meer alleen uit gekende ideologieën zoals het jihadisme of rechts-extremisme komt. Maar ook bijvoorbeeld uit het ook door de coronacrisis toegenomen antioverheidssentiment. Met onze aanpak radicalisering werken we eraan om radicalisering vroeg te signaleren en aan te pakken. Daarnaast neemt de druk op handhaving toe. Dit komt door de heropening van de samenleving na corona. En door een toenemende vraag naar handhaving als instrument om beleid te behalen. Bovendien richt de politie zich steeds meer op haar kerntaken en krijgen onze handhavers meer te maken met agressief gedrag. Ten slotte zien we de real-time dashboards en het informatiegestuurd handhaven snel dichterbij komen door een versnelde ontwikkeling van onze digitalisering.

26

H 3.1.1

3.1.1 Brandweer en crisisbeheersing Alarmering, brandweerzorg en multidisciplinaire crisisbeheersing via de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland.

Welke belangrijke ontwikkelingen zien we voor 2022? De brandweerorganisatie is de grootste tak van de Veiligheidsregio AmsterdamAmstelland (VrAA). Onder de brandweerorganisatie vallen de Operationele Dienst en Risicobeheersing. Crisisbeheersing is de derde tak van het primaire proces van de VrAA. Bedrijfsvoering, Informatie en Innovatie en Directie en Communicatie zijn de ondersteunende organisatieonderdelen voor de gehele Veiligheidsregio. De brandweer is een lerende organisatie en voortdurend in ontwikkeling maar nooit zonder haar reden van bestaan, de repressieve taken (‘het incident bestrijden’) en de preventieve taken (‘het voorkomen’), uit het oog te verliezen. Ook de andere taken als voorbereiding op risico’s, rampen en crisis, en coördinatie, beheersing en bestrijding van rampen en crises vinden hun grondslag in de Wet Veiligheidsregio’s. De uitvoering hiervan kan niet zonder een moderne en gedigitaliseerde ondersteuning. In het beleidsplan 2021-2024 ‘Buiten Gewoon Veilig’ van de VrAA zijn acht programma’s beschreven die deze taken borgen. Daar bovenop spreken de programma’s de noodzaak uit om tot een moderne, flexibele en toekomstbestendige organisatie te komen en deze duurzaam te financieren. De komende jaren zullen nog slagen gemaakt moeten worden om die ambitie te realiseren.

In het Regionaal Crisisplan 2021-2024 beschrijven we, conform de Wet Veiligheidsregio’s, de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Met het plan is voldaan aan de opdracht om vanuit een heldere en eenduidige basisstructuur flexibel op te kunnen treden bij een toekomstige crisis en werken we door aan een stevige, toekomstbestendige crisisbeheersing in onze regio. Ten slotte wordt Weesp als verzorgingsgebied toegevoegd aan de VrAA. Dit vanwege de fusie van de gemeente Weesp met de gemeente Amsterdam.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 1.1.1 Het voorkomen en bestrijden van brand en rampen en het vergroten van het bewustzijn van brandveiligheid. Indicatoren doel 1

In 2022 zal worden voortgebouwd op basis van het beleidsplan alsmede de lessen die zijn getrokken uit de evaluatie van de Proeftuinkazerne in Amsterdam (kazerne Victor). De brandweer zal meer naar buiten treden en op preventie gericht zijn. Manschappen en bevelvoerders zullen meer ruimte en verantwoordelijkheid krijgen om vakmanschap en leiderschap te verbeteren en zo ook een cultuur te ontwikkelen die een diverse en inclusieve organisatie mogelijk maakt en past bij de diversiteit van buurt en regio. Daarom zal ook het in-, door- en uitstroombeleid verder worden gemoderniseerd.

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Begroting 2021

Begroting Prognose 2022 2023-2025

Geen indicatoren, omdat via de begroting en jaarrekening van de Veiligheidsregio gerapporteerd wordt

We dragen voor 81% bij aan de regionale brandweer van de Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland. Deze bijdrage is ten behoeve van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening bij brand- en rampenbestrijding. De kernactiviteiten zijn preventie, voorbereiding en repressie. Indicatoren worden via de begroting en jaarrekening van de Veiligheidsregio gerapporteerd.

27

H 3.1.1

Activiteit 1.1.1.1

Financiële toelichting

De regionale brandweer en veiligheidsregio financieren t.b.v. brand- en rampbestrijding en we zien toe op de kwaliteit van de uitvoering.

(bedragen x € 1 miljoen)

Indicatoren activiteit

Baten

3,5

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

Lasten

76,7

79,9

80,9

80,9

80,9

80,9

Saldo van baten en lasten

-73,3

-76,9

-78,0

-78,0

-78,0

-78,0

1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Begroting 2021

Begroting Prognose 2022 2023-2025

Geen indicatoren, omdat via de begroting en jaarrekening van de Veiligheidsregio gerapporteerd wordt

Baten

Activiteit 1.1.1.2 We bereiden ons voor op crisis, rampen en grootschalige evenementen. Indicatoren activiteit 1

Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Begroting 2021

Begroting Prognose 2022 2023-2025

Geen indicatoren, omdat via de begroting en jaarrekening van de Veiligheidsregio gerapporteerd wordt

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) is een van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland. Het beslaat het gebied van de volgende gemeenten: • Aalsmeer • Amstelveen • Amsterdam • Diemen • Ouder-Amstel • Uithoorn Zij voert de wettelijke taken uit de wet op de Veiligheidsregio uit. Bij alle doelstellingen in dit programmaonderdeel schakelen we de VrAA in.

De baten in dit programmaonderdeel zijn € 3,0 miljoen. Deze baten bestaan uit: • De bijdrage van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland voor uitvoeren van taken van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) (€ 2,7 miljoen) • Bijdragen van de regiogemeenten voor uitvoeren van taken vanuit rampenbestrijding en crisisbeheersing (€ 0,3 miljoen).

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 80,9 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) voor de Brandweer en het Veiligheidsbureau (€ 76,3 miljoen). • Apparaatslasten (€ 4,4 miljoen). De overige lasten van € 0,2 miljoen zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Reserves Op dit programmaonderdeel zijn geen reserves van toepassing.

Subsidies van betekenis Er zijn geen subsidies van betekenis binnen dit programmaonderdeel.

28

H 3.1.1

Risicobeheersing Risico’s

Maatregelen

Aanslag of een langdurige crisis

Plannen van aanpak voor crisis in samenwerking met Veiligheidsregio, ondernemers en instellingen.

Beleidskaders Wet op de Veiligheidsregio • Op 1 oktober 2010 is de Wet Veiligheidsregio’s in werking getreden. Deze wet brengt brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, de rampenbestrijding en crisisbeheersing samen in één organisatie • Beleidsplan Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. In dit beleidsplan formuleren we de beleidsvoornemens van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) voor de komende jaren. Daarmee vervullen we de wettelijke plicht zoals die in artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s staat. We willen met dit beleidsplan onze sleutelpartners in de crisisbeheersing binden, zoals de politie, de partijen rondom waterveiligheid en belangrijke beheerders van vitale infrastructuren.

29

H 3.1.2

3.1.2 Openbare orde en veiligheid De openbare orde en de veiligheid van mensen, goederen en gebieden handhaven.

Welke belangrijke ontwikkelingen zien we voor 2022? Ondermijning Met het programma De Weerbare Stad richten we ons op de aanpak van ondermijning. Dit programma loopt tot en met 2022. Dit betekent dat we in 2022 naar de afronding van het programma toe werken. We brengen maatregelen tegen ondermijning vanuit het programma onder in de organisatie van de gemeente Amsterdam. Werken aan bewustwording rond ondermijning bij inwoners, bedrijven en onze medewerkers is een ander belangrijk thema.

Aanpak Binnenstad We continueren de Aanpak Binnenstad. Hieronder vallen ook thema’s met een langetermijnhorizon, waaronder ondermijning, de toekomst van raamprostitutie, een beheersbare cannabismarkt en horecabeleid.

Masterplan Zuidoost Eind 2020 is het Masterplan Zuidoost ontwikkeld, een aanpak die moet gaan leiden tot een structurele verbetering (zowel op fysiek als sociaal domein) voor de bewoners in het algemeen, en voor jonge opgroeiende bewoners van Zuidoost in het bijzonder. De opgroeiende jeugd in Amsterdam Zuidoost heeft recht op dezelfde kansen als iedere andere jongere in Amsterdam en in de rest van Nederland. Het Masterplan heeft als doel daar de komende 20 jaar met interne en externe partners aan te werken. Het Masterplan Zuidoost gaat over wonen, werken, opgroeien, het ontwikkelen van talenten.

Masterplan Nieuw-West In 2021 hebben we voor Nieuw-West een impactanalyse opgesteld. Samen met maatschappelijke partners en het Rijk werken we aan een Masterplan Nieuw-West. Met dit Masterplan hebben we het doel de komende 20 jaar met onze partners te werken aan een structurele verbetering voor de bewoners van Nieuw-West op het gebied van wonen, werken, opgroeien en het ontwikkelen van talenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10726623/1