CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. nota van beantwoording geanonimiseerd def..pdf

RAAD 10 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen 1e partiele herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (VN2026-005266)12.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan 2e herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder” (geanonimiseerde versie) Februari 2026

Inhoudsopgave 1.1. Inleiding ............................................................................................................. 3 1.2. Overzicht zienswijzen .............................................................................................. 4 1.3. Procedureel ......................................................................................................... 5 1.4. Alternatieve invulling .............................................................................................. 6 1.5. Thema: water ....................................................................................................... 8 1.6. Milieu, o.a. stikstof en geluid ................................................................................... 11 1.7. Thema: Verkeer ................................................................................................... 12 1.8. Woon- en leefklimaat omwonenden ........................................................................... 13 1.9. Natuur ............................................................................................................. 17 1.10. Landschap ....................................................................................................... 18 1.11. Financien ......................................................................................................... 20 1.12.

klimaatadaptie .................................................................................................. 20 1.13. Behoefte ......................................................................................................... 21 1.14. Strijd ruimtelijk beleid .......................................................................................... 22 1.15. Thema: Belangenafweging .................................................................................... 24 1.16. Overige onderwerpen .......................................................................................... 25

2

1.1.

Inleiding

Het ontwerpbestemmingsplan “2e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder” heeft vanaf 14 december 2022 voor zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode mocht eenieder zienswijze over dit ontwerpbesluit naar voren brengen. Gedurende deze periode zijn er 40 zienswijzen ontvangen. In hoofdstuk 2 van deze nota zijn deze zienswijzen samengevat en thematisch beantwoord. In de nota worden de indieners van zienswijzen ‘adressanten’ genoemd. Op verzoek van de gemeenteraadleden en in opdracht van het College van B&W zijn alternatieve varianten van het plan onderzocht. Dit heeft enige tijd in beslag genomen maar heeft niet geleid tot aanpassingen van het voorliggende plan. Aanleiding en inhoud partiële herziening Het gebied waarvoor nu het bestemmingsplan op onderdelen wordt herzien bevindt zich aan de westrand van Amsterdam, in het Business Park Amsterdam Osdorp (Lutkemeerpolder). Het is een bedrijventerrein gelegen tussen de luchthaven Schiphol en Amsterdam in stadsdeel Nieuw-West. Ten westen bevindt zich de A5 en ten zuidwesten de A9. De Ringvaart aan de zuid- en westzijde van het bedrijventerrein vormt de gemeentegrens. Het is een locatie voor bedrijven die groeien, die door gebiedstransformatie vanuit de stad moeten verhuizen of voor bedrijven die zich voorbereiden op de emissievrije zone die Amsterdam vanaf 2025 in gaat voeren.

Het bedrijventerrein ligt in een polder van circa 220 hectare met verschillende functies. Voor het bedrijventerrein is 30% van de polder bestemd. Een aantal organisaties pleiten voor stadslandbouw in de Lutkemeerpolder; 15 hectare grond van de gemeente Amsterdam is daarvoor gereserveerd. Het plangebied van deze partiele herziening is nu nog grotendeels een agrarisch gebied, maar heeft al sinds 2002 na vaststelling van het bestemmingsplan Lutkemeerpolder vooral een bedrijfsbestemming. Dat is ook met de vaststelling van het nu geldende bestemmingsplan in 2013 bevestigd. Dit plan is inmiddels deels achterhaald en voldoet niet meer op basis van de huidige inzichten. Op 24 april 2013 heeft Amsterdam het bestemmingsplan Lutkemeerpolder onherroepelijk vastgesteld. Het gebied is in 2 fasen in ontwikkeling gekomen. Voor de eerste fase, met name aan de Maroastraat en Fogostraat zijn alle kavels uitgegeven. Voor fase twee is dat niet het geval. Fase twee is 41 hectare groot, waarvan slechts 25 hectare is bestemd voor een invulling met bedrijfskavels. De aanleiding voor de eerste herziening was de op 14 maart 2018 aangenomen motie van Nuijen en Geenen, die vragen om een betere inbedding van de stadsboerderij De Boterbloem in de omgeving. Om dit mogelijk te maken was het noodzakelijk om het planologische kader te wijzigen.

Het was dan ook de wens van de raad en de gemeente Amsterdam om het ter plaatse geldende plankader deels te actualiseren. Daarbij werden ook nog andere aanpassingen doorgevoerd. In verband met de ligging tegen het stedelijk gebied in Nieuw-West en vanwege de transformatie van binnenstedelijke bedrijventerreinen in Amsterdam, liggen kansen voor. Er wordt op ingezet om hier bedrijven te faciliteren die van belang zijn voor de stad. De focus ligt op bedrijven in groothandel/distributie, logistiek, ambacht en maakindustrie, met bijzondere kansen voor food en voor bedrijvigheid die van belang is voor het (duurzaam) functioneren van de stad. De wens is gebaseerd op ervaringen die zijn opgedaan in de eerste fase van de ontwikkeling, het gebied rond de Maroastraat en Fogostraat. Deze fase is inmiddels helemaal uitverkocht, zodat fase twee gerealiseerd moet gaan worden.

3

Daarnaast zijn de waterkavels aan de westrand uit het oorspronkelijke plan civieltechnisch niet uitvoerbaar, vanwege geohydrologische problemen. Het eerder ter plaatse van deze waterkavels voorziene percentage aan kantoren zijn nu niet meer gewenst. Om al deze redenen is besloten om het bestemmingsplan hierop aan te passen en partieel te herzien. Voor de ontwikkeling van fase twee van het Business Park is een stedenbouwkundig plan opgesteld en op 1 december 2020 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Dit vormt de basis voor de partiële herziening van het bestemmingsplan. Dit stedenbouwkundig plan wijkt op onderdelen af van de stedenbouwkundige inhoud van het geldende bestemmingsplan. Deze herziening van het bestemmingsplan moet (samen met de delen die niet aangepast worden) een actueel kader vormen voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor de ontwikkeling van de bedrijfskavels binnen het plangebied. 1.2.

Overzicht zienswijzen

Van de volgende personen is een zienswijze ontvangen op het ontwerpbestemmingsplan.

Nr. 1 2 3 4 5 6

Naam XXX Grootouders voor het Klimaat XXX XXX XXX XXX

Datum indiening Adres 18-jan-23 17-jan-23 17-jan-23 17-jan-23 16-1-2023 18-1-2023

7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30

XXX XXX XXX XXX XXX XXX XXX XXX XXX XXX XXX XXX Stichting behoud Lutkemeer XXX XXX XXX Pipeline Control XXX XXX Voedselpark Amsterdam XXX XXX Waternet namens AGV Provincie Noord-Holland

19-1-2023 19-1-2023 19-1-2023 19-1-2023 19-1-2023 19-1-2023 20-1-2023 20-1-2023 20-1-2023 20-1-2023 20-1-2023 22-1-2023 24-1-2023 23-1-2023 23-1-2023 23-1-2023 23-1-2023 23-1-2023 23-1-2023 23-1-2023 23-1-2023 23-1-2023 20-1-2023 26-1-2023 4

31 32 33 34 35 36 37 38 39 40

XXX XXX Zoog diervereniging & Werkgroep kleine marterachtigen XXX XXX XXX XXX XXX XXX XXX

24-1-2023 24-1-2023 24-1-2023 24-1-2023 24-1-2023 24-1-2023 24-1-2023 22-1-2023 30-1-2023 26-1-2023

Alle zienswijzen zijn binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend. In de ingediende zienswijzen komen een aantal onderwerpen vaker terug. Er is daarom voor gekozen om de zienswijzen hieronder per onderwerp te beantwoorden. Per onderwerp wordt aangegeven welke adressanten dit onderwerp in hun zienswijze hebben benoemd en welke argumenten zijn aangedragen.

1.3.

Procedureel

Corruptie Adressanten 2, 10, 19, 21, 31 en 32 zijn van mening dat het bestemmingsplan onder invloed van corrupte beïnvloeding tot stand is gekomen. Aan het rapport over corruptie aangaande de Lutkemeerpolder en de gevolgen van de corrupte omstandigheden wordt in de partiële herziening volgens de adressanten ten onrechte niet gerefereerd. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan in 2002 was de leidende gedachte dat de functie moest worden omgezet van groen naar bedrijventerrein om ruimte te geven aan de economische activiteit rondom Schiphol. Bij de herziening in 2013 is de Schiphol gebonden-eis losgelaten. Het verdwijnen van deze eis was het gevolg van het corrupt handelen van toenmalig gedeputeerde Hooijmaijers van provincie Noord-Holland. Vaststaat dat hij steekpenningen heeft aangenomen van de grondontwikkelaar met als tegenprestatie dat hij zich zou inzetten om de commerciële ontwikkeling van de polder te bespoedigen. Reactie gemeente In de uitspraak van de rechtbank van 17 mei 2023 in zaak nr. 22/4944 en de daaropvolgende uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2023:2754) over de omgevingsvergunning voor het bouwen van een groot distributiecentrum is de corruptie ter sprake gekomen.

Volgens zowel de rechtbank als de Raad van State blijkt dat er geen enkel bewijs is dat de gemeenteraad ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan Lutkemeerpolder 2013 is beïnvloed door de gedeputeerde Hooijmaijers. Er kan dan ook niet gesproken worden over een bestemmingsplan dat door corruptie tot stand is gekomen en om die reden onverbindend zou zijn. Onduidelijke procedure Adressant 17 is van mening dat sprake is van een onduidelijke procedure, er wordt gerommeld aan de afspraken. Reactie gemeente Het is ons onduidelijk waar indiener van de zienswijze op doelt. In paragraaf 7.1 en 7.2 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven dat met betrokken partijen overleg en afstemming is geweest. De gemaakte afspraken over de herziening van het bestemmingsplan zijn één op één afgewogen en doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. Verder is de wettelijk voorgeschreven procedure doorlopen. De beschrijving van die procedure is ook opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. 5

Participatie Adressanten 10, 19 en 32 zijn van oordeel dat het participatietraject voor deze herziening ondermaats is. De laatste bijeenkomsten waren op 30 januari en 28 februari 2019, vier jaar geleden. Dat waren twee avonden over inrichting van de openbare ruimte, niet over herziening van het bestemmingsplan. Reactie gemeente De gemeente Amsterdam heeft ervoor gekozen om participatie te laten plaatsvinden bij de visievorming. In dit geval dus bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan wat aan de basis ligt van deze herziening. Over dit stedenbouwkundig plan is in de periode 2019-2020 uitvoerig geparticipeerd. Voor een overzicht van die participatie wordt verwezen naar paragraaf 7.1 van de toelichting van het bestemmingsplan. Bij de verdere bestemmingsplanprocedure doet de gemeente geen participatie. Het betreft hier ook een doorvertaling van het beleid, het stedenbouwkundig plan, in juridisch bindende regels.

1.4.

Alternatieve invulling

Voedselpark Lutkemeerpolder zou volgens adressant 1, 8, 10, 11,13, 14, 20, 25, 31, 35, 36 en 37 een voedselpark moeten worden waar ruimte is voor lokale voedselproductie. Ook wordt gewezen op dat een voedselpark gunstig zou zijn voor de ecologische kwaliteit van het watersysteem en gunstig voor het klimaat en duurzamer zou zijn dan de beoogde invulling nu. Reactie gemeente Er is binnen de Lutkemeerpolder ook na realisatie van het bedrijventerrein nog voldoende ruimte voor de teelt van gewassen, zowel binnen als buiten het plangebied van deze Partiele Herziening. Er wordt daarbij ook op gewezen dat binnen de grenzen van deze herziening 2,3 hectare grond bestemd voor stadslandbouw. Er wordt verder een waterpark aangelegd. Een centrale groene zone die het gebied doorsnijdt waar het hemelwater van daken wordt opgevangen, wordt gezuiverd en in de bodem wordt geïnfiltreerd. Dit gaat de waterkwaliteit in het gebied verbeteren. Er een voedselpark van maken is daarvoor niet noodzakelijk. Het bedrijvenpark heeft verder een hoge BREEAM-certificering bereikt. Een BREEAM-certificaat is een internationaal keurmerk dat de duurzaamheid van gebouwen, gebieden en projecten beoordeelt op basis van een puntensysteem voor aspecten zoals gezondheid, energie, water, materialen en afval. Er is daarmee voldoende oog voor klimaat en duurzaamheid bij deze ontwikkeling.

Aangedragen plan voor voedselpark Adressant 19, 20 en 32 voeren aan dat sinds 24 februari 2020 een verzoek loopt tot herziening van het bestemmingsplan met een gedetailleerd en breed gedragen plan om de Lutkemeerpolder groen te houden en te benutten voor stadslandbouw. De gemeenteraad heeft volgens de adressant tot heden verzuimd om het herzieningsverzoek in behandeling te nemen. Over dit verzoek en de weigering van het college om het door de raad te laten behandelen, loopt een procedure bij de rechtbank. Deze procedure kan als uitkomst hebben dat de raad een nieuwe afweging moet maken. Adressant 32 stelt zich ook op hetzelfde standpunt. Adressant 32 geeft nog aan dat dit verzoek op geen enkele manier meegenomen is in deze procedure, dan wel gemotiveerd afgewezen. Reactie gemeente Wij merken op dat het verzoek niet meer aansluit bij de feitelijke en juridische situatie. De gronden van fase 2 zijn bouwrijp gemaakt en inmiddels wordt er gebouwd. Enkele bedrijfsgebouwen zijn gerealiseerd, binnen de regels van het vigerend bestemmingsplan Lutkemeerpolder, en inmiddels al opgeleverd. Ook zijn er meerdere omgevingsvergunning voor de bouw van bedrijfspanden afgegeven waarvan een deel onherroepelijk zijn.

Het nu pleiten voor het aangedragen plan om van het deel van Lutkemeerpolder waar het bedrijventerrein in ontwikkeling is, zou op gespannen voet staat met de rechtszekerheid en de belangen van de bedrijven die zich aan het vestigen zijn op fase 2 en deze onevenredig hard raken. Er is verder ruimte 6

voor een voedselpark in de Lutkemeerpolder, namelijk op gronden die een agrarische bestemming hebben en waar deze herziening niet op ziet. Behoud vruchtbare grond Verschillende adressanten wijzen erop dat de Lutkemeerpolder zeer vruchtbare grond binnen Amsterdam is. Volgens adressant 13 is het stuk land waar de bouw, de polders van de Lutkemeer, nog enige stuk kostbaar biologische landbouwgrond van Amsterdam. Reactie gemeente In de Osdorperbovenpolder en in Osdorperbinnenpolder noord is binnen Amsterdam nog vruchtbare landbouwgrond aanwezig. Hier is ook ruimte om deze grond in te zetten voor biologische landbouw. De gemeente werkt daaraan. Dat in de Lutkemeerpolder nog de enige polder is binnen Amsterdam met vruchtbare grond voor biologisch landbouw is daarmee niet juist. Ook blijft er naast het bedrijventerrein in Lutkemeerpolder nog circa 26 hectare beschikbaar voor biologische landbouw. Groene recreatieve invulling Volgens adressant 10 vraagt deze tijd om heel andere dingen: groen om de noodzakelijke flora in evenwichtig te houden, behoud van groen voor recreatie. Adressant 1 stelt dat er ruimte moet zijn voor dieren en voor Amsterdammers juist rust, schone lucht en water. Adressant 27 geeft aan dat groen ook voor belang is voor de mensen. Mensen worden rustig in een groen landschap. Reactie gemeente Binnen de Lutkemeerpolder is voldoende ruimte voor groen.

Tussen de Ringvaartdijk en het bedrijventerrein ligt een natuurgebied waar nu al vee ruimte is voor mens en dier. Aan de noord- en westzijde van het bedrijventerrein worden groene bufferzones aangelegd tussen bedrijfskavels en natuurgebied. Deze zones bieden beschutting voor dieren en fungeren ook als foerageergebied. Centraal op het bedrijventerrein zelf komt een groenstrook die het bedrijventerrein doorsnijdt en de groene zones aan de oost- en westzijde met elkaar verbindt. Deze groenstrook wordt ingevuld als waterpark, waar het hemelwater van de bedrijfsgebouwen wordt opgevangen en wordt gezuiverd. Hier is dus ook ruimte gemaakt voor de opvang van water. Door dit park komen ook voetpaden en worden verblijfsplekken aangelegd. In de bestaande situatie is al voldoende ruimte voor groen en recreatie, dat wordt in de nieuwe situatie nog verbetert. Rust is in de Lutkemeerpolder in de bestaande situatie slechts beperkt aanwezig, omdat er al deels een bestaand bedrijventerrein in de polder ligt (fase 1), de polder begrensd wordt door de snelweg A5 en ligt onder aanvliegroutes van Schiphol. Voor de Amsterdammer die rust en schone lucht wil ervaren zijn binnen Amsterdam en in de omgeving van Amsterdam geschiktere alternatieve locaties te vinden. Hier op inzetten binnen de Lutkemeerpolder is gezien voorgaande niet realistisch.

Waterberging Adressanten 2, 9 en 38 zijn van mening dat de gronden nodig zijn voor waterberging en het water vastgehouden moet kunnen worden voor drogere perioden. Dit blijkt ook uit de motie die het Waterschap AGV op 12 januari heeft aangenomen. Adressant 10 stelt dat zowel het Rijk als het Waterschap ook pleiten voor behoud van de Lutkemeerpolder. Toenmalig minister Harbers geeft zelfs aan dat we zuinig moeten zijn met gezonde bodem. Reactie gemeente In een zienswijze heeft het Waterschap zijn zorgen geuit over een aantal waterhuishoudkundige zaken. In overleg met het Waterschap AGV en uitvoerende dienst Waternet is naar deze zorgen gekeken en is het Waterstructuurplan voor dit bedrijventerrein aangepast. Er wordt onder meer voorzien in meer waterberging in het gebied ten opzichte van de hoeveelheid water die bestemd was in het bestemmingsplan Lutkemeerpolder, zodat het gebied klimaatbestendiger is. Een van de maatregelen is dat er meer water 7

komt, zodat de kans dat het gebied onder water komt te staan bij heftige regenbuien nog geringer is. Uit het overleg met het Waterschap is gebleken dat zij met hun zienswijze geenszins de bestemming tot bedrijventerrein ter discussie wilde stellen. Het rijk heeft duidelijk gemaakt dat de keuze om een deel van de Lutkemeerpolder in te zetten voor een bedrijventerrein een lokale keuze is, die op gemeenteniveau gemaakt is. Die keuze is daarbij al veel eerder gemaakt bij vaststelling van het bestemmingsplan Lutkemeerpolder in 2013 en herbevestigt in de vaststelling van de Omgevingsvisie 2050, waarin de gronden aangeduid zijn als bedrijventerrein. Behoud bestaande situatie Adressant 15 16, 21 zijn van mening dat de Lutkemeerpolder behouden moet blijven zoals deze nu is. Dus behoud als agrarisch gebied, voor recreatie en voor en vogels en andere diersoorten. Reactie gemeente Adressanten miskennen dat het voorliggende bestemmingsplan slechts een herziening betreft van een bestemmingsplan dat in de Lutkemeerpolder het bedrijventerrein mogelijk maakt. De ontwikkeling van het bedrijventerrein is dan parallel aan de procedure van de partiële herziening van het bestemmingsplan doorgegaan. Kavels die te realiseren waren binnen de kaders van het vigerend bestemmingsplan zijn uitgewerkt in bouwplannen.

Inmiddels zijn er al bedrijfsgebouwen gerealiseerd en omgevingsvergunningen voor nieuwbouw afgegeven en onherroepelijk. Behoud van de polder, zoals die vroeger was, is daarmee niet meer aan de orde. CO2-opslag Volgens adressant 18 moet de bodem van de Lutkemeerpolder worden gebruikt als reservoir voor CO2. Reactie gemeente Gebruik van de agrarische gronden in de Lutkemeerpolder voor de opslag van de CO2 is niet een keuze die de gemeente voor dit gebied heeft gemaakt. We zijn ons daarbij terdege van bewust dat de uitstoot van CO2 problematisch en CO2 vasthouden een van de maatregelen kan zijn. We zetten als stad echter niet actief in op die maatregel, maar meer op beperken van de uitstoot door Amsterdam wijk voor wijk aardgasvrij te maken, waar mogelijk zonnepanelen op daken te leggen en materialen steeds meer her te gebruiken. Duurzame invulling Adressant 25 ziet liever een duurzame invulling van polder dan huidige plannen, die tot schade/vernietiging leefomgeving leiden. Reactie gemeente Realisatie van fase 2 van het bedrijventerrein is van belang voor Amsterdam in de vorm van werkgelegenheid en het leveren van diensten en producten aan stad en regio. Ook Amsterdam groeit daarbij en meer ruimte voor bedrijven is daardoor ook noodzakelijk.

1.5.

Thema: water

Overstroming Het waterschap AGV (adressant 29) geeft aan dat zij in het bestemmingsplan graag verwerkt zien hoe met het risico op overstroming van de Lutkemeerpolder wordt omgegaan. Ze wijzen er daarbij op dat bij een dijkdoorbraak 4 meter water in de polder komt te staan. Ook de Provincie en adressant 14 wijzen op het risico op overstromingen. Adressant 14 geeft verder aan dat de kans dat hier overstromingen optreden groter is dan vrijwel overal elders binnen de gemeentegrenzen. Reactie gemeente Er is naar aanleiding van de zienswijze van het waterschap aan onderzoeksbureau Tauw verzocht naar de risico’s van een overstroming te kijken en welke maatregelen genomen kunnen worden om de veiligheid van 8

personen aanwezig in het plangebied te verbeteren. Uit de memo van Tauw blijkt dat bij een doorbraak van de Ringvaartdijk het gebied langzaam volloopt en er na 3 uur maximaal 1,5 meter water staat. De verwachting is dat na 3 uur het Waterschap de dijkdoorbraak heeft verholpen. Na 3 uur zijn de Lutkemeerweg en de begraafplaats nog droog. De begraafplaats blijft trouwens ook als de dijkdoorbraak niet wordt verholpen droog. Naar deze locaties kan bij een calamiteit gevlucht worden. Hiervoor is voldoende tijd, omdat de vluchtafstand vanuit het bedrijventerrein maximaal 600 meter bedraagt en de vluchttijd, uitgaande van lopen, maximaal 12 minuten bedraagt. Wij erkennen dat er risico is op overstroming maar achten de mogelijkheden om te vluchten gezien bovenstaande voldoende. Uit het onderzoek dat door Tauw is uitgevoerd blijkt verder dat het risico op een overstroming zeer klein is. Het is ook niet iets wat we kunnen regelen in dit bestemmingsplan. Het waterschap gaat namelijk zelf over het beheer en onderhoud van dijken langs de Ringvaart. Extra waterberging Het waterschap verwijst naar de WBS-kamerbrief en de NOVI en de extra waterberging die op grond van de stukken noodzakelijk is, als gebouwd wordt in een polder. Waterschap vraag zich af of die extra waterberging er is.

Reactie gemeente Er is rekening gehouden met de genoemde stukken en er komt voldoende waterberging binnen het gebied. Voor de wijze waarop dit is geregeld wordt verwezen naar het geactualiseerde waterstructuurplan. Ontwateringsdiepte Het waterschap wijst erop dat er niet voor gekozen is om het gebied op te hogen, behoudens gedeeltelijk de wegen. Het waterschap wijst er vervolgens op dat de ontwateringsdiepte hierdoor afwijkt van de huidige norm van 90 cm uit het Omgevingsplan Riolering 2022 -2027 van de gemeente zelf. Reactie gemeente De ontwateringsdiepte van 90 cm is in het aangehaalde Omgevingsplan alleen verplicht gesteld bij nieuwe ontwikkelingen of transformaties. De aanleg van fase 2 van het bedrijventerrein is geen nieuwe ontwikkeling en is al mogelijk gemaakt door het bestemmingsplan Lutkemeerpolder uit 2013. Verbetering waterkwaliteit Voor het Waterschap is onduidelijk hoe de watermachine die in het plangebied komt gaat werken en of deze daadwerkelijk gaat leiden tot een verbetering van de waterkwaliteit. Waterschap geeft verder aan dat voor het inrichtingsplan nog een watervergunning aangevraagd moet worden en daarbij ook aangetoond moet worden dat de waterkwaliteit niet verslechterd conform de regels van de Keur. Het waterschap haalt ook een uitspraak aan van het Europese Hof.

Uit die uitspraak blijkt dat het op grond van de Kaderrichtlijn Water lidstaten verplicht zijn om achteruitgang van oppervlaktewaterlichamen te voorkomen. Reactie gemeente Door onze deskundige van onderzoeksbureau Tauw is overleg gevoerd met Waternet over hoe de watermachine gaat werken. Daarbij zal gewerkt worden met natuurvriendelijke oevers en is voldoende ruimte voor submerse waterplanten die een grote rol vervullen bij verbeteren van de waterkwaliteit. Hiermee is door ons aangetoond dat de waterkwaliteit in het gebied in ieder geval niet zal verslechteren. Daarmee wordt voldaan aan de Keur. De aangehaalde uitspraak richt zich tot de Waterschappen en niet tot de gemeente en is nu geen verslechtering van de waterkwaliteit zal optreden ook verder niet van toepassing. De noodzakelijke watervergunningen zijn inmiddels allemaal verkregen.

9

Hemelwater Volgens adressanten 3 en 40 zal de bouw van de enorme bedrijfshallen grote invloed hebben op de waterhuishouding van het gebied, aangezien de dakoppervlakken zodanig groot zijn dat er bij de hevige regenval van tegenwoordig zeer grote hoeveelheden hemelwater ineens zullen moeten worden verwerkt. Ondanks dat er in het plan een afwateringsvoorziening is opgenomen maakt adressant 3 zich zorgen over de effecten hiervan op de woonkavels, aangezien die lager liggen dan het bedrijventerrein. Adressant is van oordeel dat daarnaar nog onvoldoende onderzoek is gedaan. Ook adressant 8 en 37 uitten hun zorgen over de problemen met de lokale watersituatie. Reactie gemeente In de waterplanstructuur wat als bijlage bij deze partiële herziening van het bestemmingsplan zit, is bekeken of het hemelwater van een hevige regenbui via het watersysteem wat nieuw wordt aangelegd kan worden verwerkt. Dit is het geval. Hierbij is tevens gekeken naar buien die in toekomst gaan voorkomen, omdat de verwachting is dat door de klimaatverandering buien heviger worden. De vrees dat achtertuinen bij hevige regenval onder water komen te staan door de realisatie van het bedrijventerrein is dan ook onterecht. Voor veel achtertuinen is deze vrees ook onterecht, omdat die hoger gelegen zijn dan het bedrijventerrein.

Dit geldt onder meer voor de woonpercelen Lutkemeerweg 186 t/m 194.Het bedrijventerrein ligt hier volgens het actuele hoogtebestand van Nederland op 4,96 meter onder NAP en de woonpercelen op circa 3,50 meter onder NAP. Ook wordt erop gewezen dat het natuurlijk wel noodzakelijk is dat de waterafvoer en berging op de belendende percelen/ achtertuinen goed wordt ingericht en dat watergangen binnen erfpacht worden (op diepte) worden onderhouden. Die verplichting ligt echter bij de eigenaren/beheerders van de percelen zelf. Schade door waterafvoersysteem De Provincie voert aan dat Lutkemeerpolder een laaggelegen polder is en vraagt de gemeente of met het voorgestelde plan nog genoeg water kan worden opgevangen bij een stortbui en vast kan worden gehouden in tijden van droogte. Ook rijst de vraag of de kavelsloten minder breed en diep worden uitgevoerd waardoor het risico op opbarsting wordt verkleind. Adressant 4 wijst ook op deze risico’s en vraagt zich af of het nieuwe watersysteem dit wel aankan. Reactie gemeente Er is door Tauw nader onderzoek gedaan naar het watersysteem. Hieruit blijkt dat risico’s op overstroming door realisatie van het bedrijventerrein niet toenemen en dat de risico’s op opbarsting en droogteschade gering zijn. Het onderzoek van Tauw is als bijlage bij de partiële herziening van het bestemmingsplan gevoegd.

Gemaal Adressant 5 vraagt of het gemaal de waterhuishouding in het BP bij zware regenbuien aankan? Reactie gemeente Het gemaal kan bij zware regenbuien de afvoer van het water aan. Er wordt namelijk voor gezorgd dat hemelwater op het bedrijventerrein fase 2 vertraagd wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en dus naar het gemaal. Dit wordt onder meer gedaan door aanleg van wadi’s, door extra waterpartijen en door duikers. De maatregelen zijn beschouwd in het waterstructuurplan wat bij de partiële herziening van het bestemmingsplan is gevoegd. Gevolgen landbouw Volgens adressant 14 is niet onderzocht wat de ontwikkeling lokaal betekent voor de waterhuishouding van omliggende, kwetsbare bestemmingen, zoals de resterende landbouwkavels. 10

Reactie gemeente Het nieuwe watersysteem zorgt ervoor dat ook bij hevige regenbuien het hemelwater geborgen kan worden en fase 2 van het bedrijventerrein en de rest van het gebied niet onder water komt te staan. De aanleg van fase 2 heeft dus geen gevolgen voor het kunnen bedrijven van landbouw op de resterende landbouwkavels.

1.6.

Milieu, o.a. stikstof en geluid

Stikstofdepositie Volgens adressant 2 is recent duidelijk geworden dat bouwprojecten die tot stikstofdepositie in kwetsbare natuurgebieden leiden, niet zomaar kunnen worden doorgezet. Het herzien van het bestemmingsplan mag volgens de adressant 2 en 19 niet leiden tot meer stikstofuitstoot. Het is volgens adressant niet duidelijk welke referentiesituatie is gehanteerd, waardoor evenmin vergeleken kan worden met de beoogde nieuwe situatie. Reactie gemeente Tauw heeft nader onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie. Dit onderzoek is als bijlage 12 bij de partiele herziening van het bestemmingsplan gevoegd. Daarbij is de stikstofuitstoot van het agrarische gebruik als referentiesituatie gebruikt. Als basis van het onderzoek is wederom een verkeersonderzoek gedaan op basis van de meest actuele verkeersgegevens (2025) en gekeken naar de verkeersaantrekkende werking van de bedrijven die mogelijk zijn op de met de herziening aan te passen bedrijfskavels. Porthos uitspraak Volgens adressant 2 telt sinds de uitspraak van de RvS in de Porthos-zaak de stikstofuitstoot tijdens het bouwen dus ook mee voor de vergunning! Dat betekent dat voor elk project waarvoor nog geen vergunning is verleend, berekend moet worden wat die uitstoot eigenlijk is. Mocht daaruit blijken dat er schade ontstaat aan de natuur, is ook een ecologisch rapport nodig.

Reactie gemeente Uit het door Tauw uitgevoerde stikstofdepositieonderzoek blijkt dat geen bijdrage is aan de stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden. Het onderzoek voldoet aan de Porthos-zaak. Nu geen sprake is van stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden is geen nader ecologisch rapport over de mogelijke gevolgen van die depositie op de natuur in de omliggende natuurgebieden noodzakelijk. Nul - meting Adressant 6 voert aan dat geen nulmeting over stikstof-uitstoot staat vermeld. Zo wordt een vergelijking met de nieuwe situatie onmogelijk gemaakt. Reactie gemeente Uit het rapport over stikstofdepositie van Tauw (bijlage 12) is gekeken wat de agrarische functie van het gebied aan stikstofdepositie oplevert. Die stikstofdepositie is vervolgens afgetrokken van de stikstofdepositie die het verkeer van en naar het bedrijventerrein genereert. Een nulmeting zoals adressant verzoekt, is bij stikstof niet mogelijk, omdat het gaat om stikstof die neerslaat in een natuurgebied en in die depositie niet valt te bepalen wat de specifieke bron van de depositie is Milieuschade Adressant 2 is van oordeel dat de voorgestelde wijziging van het bestemmingsplan tot grote milieuschade leidt. Bebouwing van de Lutkemeerpolder leidt volgens adressant 1 tot meer geluid- en luchtvervuiling en overlast. Reactie gemeente Dit is niet het geval.

Met de herziening worden er geen zwaardere bedrijven mogelijk gemaakt dan in het te vigerende bestemmingsplan zijn opgenomen. Er is voor een aantal kavels gekozen om juist beperkingen op 11

te leggen en daar geen logistieke bedrijven toe te staan. In die zin maakt deze herziening juist minder mogelijk, waardoor luchtvervuiling en geluidsoverlast ten gevolge van het verkeer juist verminderd ten opzichte van wat eerder mogelijk was.

1.7.

Thema: Verkeer

Knelpunt Lijnderbrug Adressant 3 is van oordeel dat het geplande bedrijventerrein zal zorgen voor een toename van de verkeersdrukte op en rondom de Lijnderbrug. De Lijnderbrug is de toegangsweg voor het vrachtverkeer tussen de snelweg (A9) en het bedrijventerrein, maar ook van een belangrijk deel van het forensenverkeer. Gezien het ontbreken van een OV-verbinding zullen de werknemers van het bedrijventerrein veelal met de auto van en naar de Lijnderbrug gaan. Dit is volgens de adressant nu al een druk knooppunt en dit kan niet worden opgelost, omdat de brug niet kan worden verbreed en de uitbreiding van de capaciteit van de brug niet mogelijk is. De gekozen locatie is daarom verkeerstechnisch ongeschikt. Hiernaar moet eerst gericht een onderzoek worden gedaan. Dit argument wordt ook aangevoerd door adressant 40. Reactie gemeente De snelheid waarmee het verkeer de Lijnderbrug afkan richting A9, wordt bepaald door de rotonde die in Lijnden ligt. De gemeente Haarlemmermeer gaat over deze rotonde, niet de gemeente Amsterdam. De gemeente Haarlemmermeer is voornemens om deze rotonde te veranderen in een ovotonde (ovaalvormige rotonde), waardoor de verkeersafwikkeling sneller gaat. Wij merken verder op dat eventuele medewerkers ook vanuit de aangrenzende woonwijk de Aker kunnen komen of uit een andere deel van stadsdeel Nieuw – West.

Zij hoeven in dat geval niet via de Lijnderbrug, maar kunnen via De Alpen of de Ookmeerweg het bedrijventerrein bereiken. Ook is het bedrijventerrein bereikbaar per tramlijn 1. Ook voorzien die bedrijvenvereniging is privaat transport van werknemers van station Lelylaan naar het bedrijventerrein. In nieuw verkeersonderzoek is wederom gekeken naar mogelijke knelpunten die het verkeer van en naar het bedrijventerrein oplevert. Er is daarbij gekozen om op een deel van het bedrijventerrein geen logistieke bedrijven meer toe te staan. Daarmee wordt voorkomen dat in 2035 de knelpunten op omliggende verkeersnet ontstaan, met uitzondering van de kruising Etnastraat en Ookmeerweg. Die kruising is in 2035 een aandachtspunt. Hier gaat de wachttijd tijdens de spits oplopen. Een extra opstelstrook op de Etnastraat is een maatregel die kan helpen om dit op te lossen. Voor verkeerskundige maatregelen zijn gelden in de grondexploitatie opgenomen. Onjuiste berekeningen Adressant 6 geeft aan dat de verschillende mobiliteitsberekeningen niet passen bij de stadslogistieke ambities die de gemeente in de plannen heeft. Ook voert adressant aan dat in zo een omvangrijk stadslogistiek gebied meer verkeer zal komen dan nu wordt verwacht. Daarmee kloppen de verkeersplannen volgens de adressant niet en is de doorstroming niet gegarandeerd. Een actualisering is volgens de adressant daarom nodig.

Dit argument wordt ook aangevoerd door adressant 10 en 12. Reactie gemeente Het verkeersonderzoek is geactualiseerd. In het verkeersonderzoek is juist uitgegaan van een worst-case scenario waarbij fase 2 van het bedrijventerrein merendeels wordt ingevuld met stadslogistieke bedrijven, terwijl op grond van het bestemmingsplan van dit niet zo hoeft te zijn. Er kunnen ook andere bedrijven zich vestigen, die een veel lagere verkeersaantrekkende werking kennen. Voor een aantal kavels in deze herziening is inmiddels het gebruik ten behoeve van logistieke bedrijven uitgesloten. Afrit A5 Volgens de adressant 10, 19, 26 en 32 zal er meer verkeer komen, waar de huidige infrastructuur onvoldoende is. Juist het treffen van de verkeersvoorzieningen om ook de bereikbaarheid van Nieuw West te kunnen blijven garanderen, kunnen grote gevolgen hebben: de mogelijkheid tot een afrit A5 12

dwars door de Osdorperbovenpolder is nog steeds niet van de baan. Ook adressant 26 wijst op deze afslag. Reactie gemeente Een afrit van de A5 is volgens het geactualiseerde verkeersonderzoek niet noodzakelijk voor een goede afwikkeling van het verkeer. Uit dat onderzoek blijkt ook dat de ontwikkeling van het bedrijventerrein geen verslechtering van de bereikbaarheid van Nieuw – West met zich meebrengt. Logistieke functies Adressant 37 geeft aan dat het vrachtverkeer vanaf deze locatie überhaupt Amsterdam niet inkomt en wijst erop dat een afslag richting de A5 en binnendoor via Nieuw-West geen optie is. Stadsdistributie is volgens de adressant dan ook niet mogelijk. Adressant 14 wijst er ook op dat de afslag met de A5 er nooit gaat komen. Adressanten 19, 26 en 32 stellen dat het verkeersonderzoek onvoldoende rekenschap van de geplande stadslogistiek geeft. Reactie gemeente Adressanten miskennen dat het bedrijventerrein geschikt is om het stadsdeel Nieuw – West te bevoorraden, ook onderdeel van de stad Amsterdam. Dit betreft een van de grootste stadsdelen van de stad. Gezien de directe verbinding op de Ookmeerweg zijn grote delen van Nieuw – West goed bereikbaar en is bevoorrading van een deel van Amsterdam geen probleem. Wijken als Slotermeer en Geuzenveld zijn verder ook goed buitenom via de A9 en daarna de A5 bereikbaar.

Stadsdistributie is vanaf het bedrijventerrein dus mogelijk. Een directe aansluiting op de A5 is hiervoor niet noodzakelijk. In het geactualiseerde verkeersonderzoek is rekening gehouden met de logistieke functies die op het bedrijventerrein kunnen. Matige bereikbaarheid bedrijventerrein Adressant 2 en 8 zijn van oordeel dat het zeer de vraag is of Lutkemeerpolder gezien haar excentrische ligging en matige bereikbaarheid vanuit de stad geschikt is als logistiek centrum. Ook adressant 14 vindt daarom de focus op logistieke bedrijvigheid twijfelachtig. Reactie gemeente Er wordt in deze herziening niet gestuurd op alleen vestiging van stadslogistieke bedrijven. Er mogen op grond van zowel het vigerende bestemmingsplan als deze herziening allerlei verschillende bedrijven zich hier vestigen. Vanwege de ligging en de grootte van enkele kavels hebben logistieke bedrijven zich in een deel van fase 2 gevestigd. Besloten is om voor alle kavels in deze herziening de functie logistiek juist niet mogelijk te maken, omdat dat te veel knelpunten zou opleveren op het omliggende verkeersnet. 1.8.

Woon- en leefklimaat omwonenden

Weerkaatsing lawaai vliegtuigen Adressant 3 geeft aan dat het bedrijventerrein (en ook diens woning) direct onder de aanvliegroute van de Zwanenburgbaan van Schiphol liggen. Adressant ervaart de geluidsoverlast van opstijgende vliegtuigen nu ook aanzienlijk. Met de bouw van de enorme bedrijfshallen zullen klankkasten worden gecreëerd die voor grote geluidshinder zullen zorgen. Adressant wil daarnaar eerst een onderzoek, waarbij rekening gehouden moet worden met het resonerende effect van de zeer grote oppervlakte van de te bouwen hallen. Hetzelfde argument en dezelfde wens naar een onderzoek worden ook genoemd door adressant 40. Reactie gemeente Deze partiële herziening voorziet niet in nieuwe bedrijfsgebouwen die niet reeds op grond van het nu al geldende bestemmingsplan Lutkemeerpolder zijn toegestaan. Overlast door reflectie van luchtvaartlawaai, voor zover daarvan sprake kan zijn, is al mogelijk onder voornoemde bestemmingsplan. Wij zien verder geen reden om hier dan ook nader onderzoek naar te laten doen. Wij merken op dat het luchtvaartlawaai van boven komt en de reflectie van de daken van de bedrijfsgebouwen niet richting de gebouwde omgeving zal zijn, naar maar boven gericht. 13

Wegverkeerslawaai Adressant 7 voert aan dat veel verkeerbewegingen boven diens woongebied plaatsvinden. Het geluid wordt nu voor een groot gedeelte door de weilanden opgenomen en weerkaatst niet. Na bebouwing zal dit veranderen en afhankelijk van het type bebouwing zal dit sterk toenemen. Er dient een nulmeting te komen. Als de nulmeting niet komt, is volgens de adressant niet objectief vast te stellen wat de consequenties van bebouwing van het gebied zijn. Reactie gemeente Tussen de weg en de woning van adressant komen grote bedrijfsgebouwen die het woonperceel in hoge mate afschermen. De verwachting is dat van veel geluidsoverlast van het verkeer op de wegen die over het bedrijventerrein lopen geen sprake zal zijn. Wij merken verder op dat de bedrijfsgebouwen en de wegen over het bedrijventerrein ook mogelijk zijn op grond van het nu geldende bestemmingsplan Lutkemeerpolder en de herziening niet leidt tot een andere wegenstructuur, met uitzondering van de positie van het wegdeel grenzend aan Kavel 10-Noord. Deze is orthogonaal opgenomen in deze herziening. Echter dit wegdeel ligt op grotere afstand van het adres van Adressant 7. Straatraces Adressant 40 voert aan dat de straatraces met auto’s en/of motorfietsen naast onveiligheid ook voor geluidsoverlast zorgen. Deze geluidsoverlast zal door de bouw van het bedrijventerrein volgens de adressant alleen maar toenemen.

Reactie gemeente Straatracen komt naar verwachting voor in gebieden waar geen publiek aanwezig is en is niet toegestaan. Lutkemeerpolder behoort tot een plangebied en wordt door de onderliggende partiële herziening juist ontwikkeld. Er wordt verwacht dat deze ontwikkeling voor meer mensen op straat zal zorgen, waardoor de veiligheid op straat zal toenemen. Ook de voet- en fietspaden die in het gebied komen zullen zorgen voor meer veiligheid en voor beperking van de geluidsoverlast door de straatraces. De geluidsoverlast maakt geen deel uit van de partiële herziening van het bestemmingsplan. Dit is geen onderwerp wat in een (herziening van een) bestemmingsplan wordt geregeld en valt buiten het plangebied. Bovendien worden er verkeersdrempels aangelegd in het gebied. Die voorkomen dat straatracen mogelijk is. Ontsluiting Adressant 3 is van oordeel dat de fietspaden, die nu zijn ingetekend in het ontwerpbestemmingsplan, uit het plan gehaald moeten worden. Door de fietspaden wordt de toegang tot het bedrijventerrein beperkt tot de zijde van de Etnastraat, waar geen woningen staan. Dit is volgens adressant de plek waar jarenlang de meeste criminaliteit plaatsvindt. De geplande wandel- en fietspaden, die het bedrijventerrein koppelen aan de omgeving, zullen deze risico’s volgens adressant 4 voor de huidige bewoners alleen maar groter maken.

Dit argument wordt ook aangevoerd door adressant 7 en 40. Reactie gemeente De geplande voet- en fietspaden zijn al mogelijk gemaakt in het vigerende bestemmingsplan Lutkemeerpolder. Hieraan verandert de herziening, met uitzondering van de voet- en fietspaden door het nieuwe centrale park, niets. Door de komst van de nieuwe fiets- en voetpaden in het gebied, wordt het gebied beter “doorwaadbaar” en zullen zich meer personen in- en door het gebied aanwezig gaan bewegen en er verblijven. Hierdoor zal juist de sociale controle en daarmee de sociale veiligheid toenemen. De vrees dat hierdoor juist de veiligheid meer het in geding komt delen we niet. Breedte watergang Adressant 3 wil dat de sloten tussen het bedrijventerrein en de huidige woonkavels aan de Lutkemeerweg worden verbreed tot een minimale waterbreedte van 6 meter (exclusief het talud). Adressant 40 is van oordeel dat de minimale waterbreedte gesteld moet worden op minimaal 10 meter, exclusief het talud. Dit met name op het oog op de veiligheid van de woningen. Door het verbreden van de sloot worden inbraken volgens de adressant een stuk lastiger. In gesprekken met SADC over de bouw 14

van het bedrijventerrein in de Lutkemeerpolder is toegezegd dat de sloten die liggen tussen de huidige woonkavels en het bedrijventerrein zullen worden verbreed tot minimaal 6 meter waterbreedte (exclusief het talud). Adressanten 5 en 40 willen dat deze toezegging wordt nagekomen. Ze willen dat de waterbreedte van 6 meter wordt meegenomen in het bestemmingsplan. Ook willen adressanten dat gemeente het onderhoud (periodiek baggeren) van deze sloten verzorgt en de kosten hiervan voor haar rekening neemt. Reactie gemeente De afspraken over sloten met een breedte van 6 meter zijn gemaakt tussen SADC en de bewoners van de aangrenzende erven en zijn van private aard. Deze vallen buiten de reikwijdte van deze herziening van het bestemmingsplan. Deze herziening vormt geen beletsel voor de verbreding van de sloten tot 6 meter. Verder is er geen noodzaak voor het verbreden van de sloten tot 10 meter, omdat rondom de bedrijfsgebouwen die in het gebied zijn voorzien hekwerken komen. De veiligheid is daarmee ons inziens voldoende geborgd. Mochten de bewoners van deze kavels problemen met veiligheid ervaren, dan wijzen wij op de mogelijkheid om op hun eigen perceel een hekwerk te realiseren. De sloten zullen worden beheerd door de gemeente/ Waternet. De kosten voor beheer van de sloten zijn daarmee niet voor adressanten.

Veiligheid Adressant 4 heeft zorgen over de sociale en fysieke veiligheid. Adressant noemt Lutkemeerpolder een vergaarbak van mensen die overlast en criminaliteit veroorzaken. Adressant wijst op dat er veel inbraken, drugshandel, dumping van rommel op straat en in de natuur plaatsvindt. Zonder ingrijpen wordt dit volgens de adressant alleen maar erger. Adressant 4 voert ook aan dat nergens in de stukken een begin van een plan of voorziening(en) zichtbaar is om de veiligheid te waarborgen. Te denken valt onder meer aan hekken, camera’s, surveillance, afsluiting na 18.00 uur. Als dit niet past in het bestemmingsplan, verzoekt de adressant om een analyse hiervan met passende maatregelen, in afstemming met de huidige bewoners, de wijkagente en als het kan, in samenwerking met toekomstige gebruikers van het gehele gebied (bedrijven, stadslandbouw en anderen). Adressant 7 wil ook dat de gemeente duidelijk maakt hoe de veiligheid van zijn woonhuis en perceel wordt gegarandeerd. Reactie gemeente Door op grond van de Algemeen plaatselijke verordening kan de gemeente handhavend optreden tegen de genoemde vormen van overlast. Op de bedrijventerreinen is daarnaast een Parkmanagement vereniging actief. Deze vereniging bekommert zich over het in goede conditie houden van het bedrijventerrein.

Op deze website staat hier meer informatie over en zijn de contactgegevens te vinden: https: //www.pmamsterdamosdorp.nl/algemeen/ . Bij overlast kan zowel het parkmanagement als de gemeente of de politie benaderd worden. Wij zijn verder van mening dat ontwikkeling van fase 2 juist tot een verbetering gaat leiden in de overlast die wordt ervaren, doordat meer personen in het gebied aanwezig zullen zijn. Hierdoor neemt over het algemeen de sociale controle toe. Adressanten kunnen zelf ervoor zorgen dat hun percelen met hekwerk zijn afgesloten en niet zomaar betreedbaar zijn door derden. Ook kunnen adressanten de veiligheid verbeteren door bijvoorbeeld camera’s en verlichting te installeren. Wij zien op dit punt voor de gemeente geen verplichting. Overlast door recreatie/ zwerfvuil Adressant 40 voert aan dat de persoonlijke ervaring is dat de adressant veelvuldig wordt geconfronteerd met een groot aantal personen die met een auto en/of op de motorfiets (vooral in de zomer) gebruik maken van de omgeving, met name de Etnastraat en Lutkemeerweg, om willekeurig ergens stil te staan om te recreëren. Daarbij valt te denken aan met z'n allen in of buiten de auto al dan niet met ronkende motor en onder het "genot" van luide muziek opeten van de bij de Mc Donalds gekochte lekkernijen, waarna het afval gewoon op straat wordt gedumpt.

Hoewel relatief onschuldig zorgt dit wel voor overlast en een gevoel van onveiligheid. Adressant 5 is van oordeel dat veiligheid en leefbaarheid voor bewoners zwaar moeten meewegen. Dit naar aanleiding van onveilige situaties die zich in de afgelopen

15

jaren hebben voorgedaan. Volgens adressant komt dit mede door de aantrekkingskracht van MC Donald’s, (grootste van Nederland en 24 uur geopend). Reactie gemeente De Lutkemeerweg en de Etnastraat vallen buiten het plangebied van de voorliggende herziening, Daarnaast is de MC Donald’s niet gevestigd in fase 2 maar in fase 1 waarop de partiële herziening niet van toepassing is. De overlast vloeit dus niet voort uit het gebruik wat wij in deze herziening mogelijk maken. Uitzicht (groene wal) Adressant 3 geeft aan dat in gesprekken met SADC is aangegeven dat er rekening mee gehouden zal worden dat het bedrijventerrein het vrije uitzicht vanuit diens woning zal ontnemen, door bedrijfsgebouwen verplicht te laten voorzien van groene gevels. Ook zou een groenstrook met bomen en struiken worden aangelegd tussen de sloot en de bedrijfsruimten. Daarmee zou de ergste zichtvervuiling enigszins worden beperkt, doordat de bedrijfspanden groen van kleur zijn en ook verscholen gaan achter en ‘groene wal’. Adressant wil dat deze toezeggingen worden nagekomen en dat tijdig een groene wal wordt geplaatst (voldoende hoog en dichtbegroeid om de bebouwing direct uit het zicht te houden). Dit argument en deze wens worden ook aangehaald door adressant 40.

Reactie gemeente Deze partiele herziening verandert slechts beperkt de bedrijfsbestemming die direct achter de woon- en werkpercelen aan de Lutkemeerweg ligt. Het gaat om een wijziging in de begrenzing van de bedrijfsbestemmingen. Wij verwijzen op dat punt naar de aangepaste verbeelding. De herziening wijzigt aan de kavels nabij de woonpercelen niets aan de hoogtes (variërend van 10 tot 12 meter) en het bebouwingspercentage (90%) die binnen de bedrijfsbestemming zijn toegestaan op grond van het bestemmingsplan Lutkemeerpolder. Van een ontwikkeling waarbij hier alleen lage bedrijfsbebouwing en beperkt oppervlakte van bedrijfshallen zou worden gerealiseerd is nooit sprake geweest. Over de kleurstelling of het gebruik van groene gevels bij gebouwen gaat een bestemmingsplan niet. Die regels zijn als zodanig dan ook niet opgenomen in de voorliggende herziening. Op grond van het bestemmingsplan zijn bouwwerken geen gebouw zijnde tot 12 meter hoog mogelijk. Een groene wal in de vorm van een bouwwerk geen gebouw zijnde die achterliggende gebouwen afschermt is dan in principe mogelijk. Wij achten een dergelijke groene wal echter niet randvoorwaardelijk voor de ruimtelijke inpassing van het bedrijventerrein. Met de groen- en waterstructuur die we in de herziening hebben opgenomen wordt de tweede fase van het bedrijventerrein ons inziens ruimtelijk zorgvuldig ingepast.

Lichtweerkaatsing Adressant 7 voert aan het effect van de te gebruiken materialen en bouwhoogte gevolgen heeft voor weerkaatsing en lichtverdeling op het grondoppervlak. Lichtweerkaatsing kan erg verstorend zijn en het woongenot op de plek ernstig belemmeren. Adressant geeft aan erop te vertrouwen dat de gemeente de zorg in deze kan begrijpen en de bestaande situatie in kaart zal brengen. Reactie gemeente Wij verwachten niet dat bij de bouw van bedrijfsgebouwen gebruikt gaat worden van reflecterende materialen. Dit blijkt ook niet uit de omgevingsvergunningen voor bedrijfsgebouwen die wij voor fase 2 inmiddels hebben afgegeven. Wij merken verder op dat tussen de bedrijfsbestemming en het perceel van adressant een afschermende groenstrook is opgenomen. Mocht deze afschermende groenstrook niet voldoende zijn om overlast door lichtweerkaatsing te voorkomen, dan is het voor adressant zelf nog mogelijk om op de grens van het woonperceel afschermende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door groenblijvende heg of een erfafscheiding.

16

1.9.

Natuur

Barriewerking Volgens adressant 18 verstoren complexen van 300 meter lang en 12 meter hoog de doorgang van diersoorten tussen polder en bos. Reactie gemeente De herziening maakt in het bedrijventerrein een centrale groenstrook (waterpark) tussen de begraafplaats en de natuurstrook langs de Ringvaart mogelijk. Hiermee is er over het bedrijventerrein een doorgang voor dieren. Los hiervan blijft ten noorden van fase 2 van het bedrijventerrein het agrarische grondgebruik in stand en kunnen dieren ook via deze weg de natuurstrook aan de Ringvaart bereiken. Vogelgebied Als lid van de Vogelwerkgroep Amsterdam geeft adressant 22 aan uit ervaring te weten dat in dit gebied veel vogels en ook bijzondere vogels te vinden zijn. Het bouwen van gebouwen van 300 meter lang en 12 meter hoog heeft volgens de adressant zonder meer gevolgen voor flora en fauna in dit laatste groene stukje van Amsterdam West. Adressant 37 en 39 stellen ook dat het plan tot verlies aan planten en dieren (biodiversiteit) gaat leiden. Reactie gemeente Delen van de Lutkemeerpolder blijven natuurgebied. Hierin brengt de partiële herziening geen verandering. De partiele herziening maakt verder ook nog meer natuur en een centrale groenstrook mogelijk. Er is daarmee voldoende geschikte habitat voor vogels in de Lutkemeerpolder ook na realisatie van fase 2 van het bedrijventerrein.

De Lutkemeerpolder blijft verder deels een natuurgebied. Met de onderliggende partiële herziening wordt ook natuur toegevoegd. Er is en blijft daarmee voldoende ruimte voor flora en fauna in het plangebied. Wij verwachten juist vanwege de verschillende groentypes (natuur, stadslandbouw en groenstrook) die in de herziening zitten, dat de diversiteit aan planten en diersoorten gaat toenemen. Voorkomen kleine marterachtigen Adressant 33 geeft aan dat het erop neerkomt dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar kleine marterachtigen. De gebruikte methodiek volstaat niet voor een afdoende beoordeling. De wezel en de hermelijn komen voor in het gebied. In het onderzoek zijn echter geen kleine marterachtigen aangetroffen. Adressant meent dus dat deze in het gebied wel aanwezig zijn. Het is daar ook een geschikt leefgebied voor. Hiermee kan volgens de adressant gesteld worden dat daardoor de Wet natuurbescherming (artikel 3.10) wordt overtreden. Adressant roept de gemeente op om maatregelen te treffen om negatieve effecten op kleine marterachtigen te voorkomen. Reactie gemeente Er is door adviesbureau Regelink onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van strikt beschermde soorten, onder meer ook kleine marterachtigen. Conclusie van het onderzoeksbureau is dat de ingreep geen effect op verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van kleine marterachtigen.

Het voorkomen van de hermelijn en de wezel in het gebied Lutkemeerpolder wil nog niet zeggen dat de gekozen methodiek van onderzoek onjuist is. Zowel de hermelijn als de wezel kunnen voorkomen in agrarisch cultuurlandschap, mits er voldoende sprake is van dekking. Dat laatste ontbreekt echter op de planlocatie. Er is sprake van zeer open agrarisch landschap zonder houtwallen, heggen en/of bosschages. Dit kan verklaren waarom de genoemde marterachtigen niet zijn aangetroffen tijdens het onderzoek. Adressant 25 voert aan dat in een groot deel van de Lutkemeerpolder al decennialang geen pesticiden wordt gebruikt. Het is volgens adressant een polder met een uniek bodemleven, vele insecten, amfibieën, bloemen en planten. Dit ziet de adressant niet terug in de ecologische rapportage en betwijfelt of die correct is.

17

Reactie gemeente Het ecologisch onderzoek is uitgevoerd door een ter zake deskundige. De percelen waarop fase 2 komt waren agrarisch in gebruik en strikt beschermde planten en insecten zijn niet aangetroffen. Volgens adressant 2 is sprake van een aanzienlijke schaalvergroting direct tegenover het natuurgebied van Staatsbosbeheer. In diverse zones wordt de maximale bouwhoogte opgetrokken tot 12 meter hoog. Ook mogen bouwwerken zoals reclamemasten 10 meter hoog worden. Deze aanpassingen leiden tot 300% meer bouwvolume. Dit argument wordt ook aangevoerd door adressanten 6, 26 en 32. Reactie gemeente Het klopt dat de zogenaamde waterkavels, waarop bedrijfsgebouwen op een kavel grotendeels omringd door water zouden komen, door deze herziening verdwijnen. Reden is dat er een te groot opbarstrisico is bij graven de grote waterpartij waarin de waterkavels zouden komen. De waterkavels zijn nu samengevoegd tot 2 grote kavels die van het natuurgebied worden afgeschermd door een groenstrook. Die groenstrook gaat als barrière dienen tussen de natuur en de bedrijfskavels. Die groenstrook wordt niet toegankelijk voor mensen en hier worden bomen en onderbegroeiing aangeplant. Dit betreft een verbetering ten opzichte van de waterkavels, ondanks dat daar lagere en kleinere gebouwen waren toegestaan.

De oorspronkelijke waterpartij met daarin de waterkavels biedt namelijk geen afscherming voor licht en geluid. Ook weerkaatst water geluid en licht meer dan een groenstrook. Licht en geluid kunnen verstorende factoren zijn voor de natuur. Deze opzet levert, ondanks dat hogere en grotere gebouwen zijn toegestaan op dit punt een verbetering op.

1.10. Landschap Bouwhoogtes Adressant 21 is van mening dat de herziening een manier is om de hele polder te wijzigen, om maximale bouwhoogtes en grootte van de geplande opslaghallen op te rekken. Reactie gemeente De gemeente deelt de mening van adressant niet en heeft getracht op zorgvuldige wijze de partiële herziening tot stand te laten komen De partiële herziening heeft daarbij betrekking op slechts een klein deel van het bedrijventerrein en niet op de gehele polder. In de regels wordt niet gewijzigd dat grotere opslaghallen mogelijk maakt. De waterkavels worden samengevoegd tot twee grote kavels met een hogere bouwhoogte. Echter de bedrijfsbestemmingen binnen het plangebied van de herziening langs de Lutkemeerweg en de kavel die ligt op de grens tussen agrarisch gebied en het bedrijventerrein worden kleiner van omvang. Het beeld is dus tweeledig. We merken in dat kader op dat een bedrijfsbestemming verkaveld kan worden in meerdere kleine kavels. Dat de grotere kavels ook daadwerkelijk gaan leiden tot grotere bedrijfsgebouw is niet een gegeven. Landschapselement Wysentkade Het ontwerpbestemmingsplan komt volgens adressant 39 veel te dicht in de buurt van de Wysentkade. Reactie gemeente De Wysentkade is het laatste stukje dijklichaam langs de watergang de Wysent die vroeger de gehele polder omringende.

Landschappelijk en cultuurhistorisch kent de Wysentkade dus bepaalde waarde. De afstand tussen de Wysentkade en fase 2 van de Lutkemeerpolder bedraagt echter ongeveer 850 meter. Vanaf de Wysentkade kan fase 2 van het bedrijventerrein niet worden gezien, omdat tussen de Wysentkade en de tweede fase de Ookmeerweg en de eerste fase 1 van het bedrijventerrein Lutkemeerpolder ligt. Historisch landschap Adressant 13 hoopt dat gemeente zich verdiept in het historisch stuk landschap van het gebied. Volgens de adressant mag dat niet verloren gaan voor hen en hun nageslacht.

18

Reactie gemeente We merken op dat een deel van het droogmakerijenlandschap van de Lutkemeerpolder aanwezig blijft. Dat dit landschap niet meer te beleven valt op het moment dat fase 2 van het bedrijventerrein is aangelegd is niet juist. We merken verder op dat rondom Amsterdam nog meer voorbeelden zijn van droogmakerijen en van het verloren gaan van een landschap in die zin ook geen sprake is. Verstoring zicht vanaf Osdorperweg De maximum bouwhoogte van de bedrijfsbebouwing van 12 meter is volgens adressant 39 te hoog. Met deze genoemde bouwhoogte zijn de gebouwen zelfs vanaf Osdorperweg te zien. Reactie gemeente De herziening veranderd niets aan de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen die direct achter het lint aan de Lutkemeerweg komen. Die hoogte was en blijft 12 meter. De vraag of dit landschappelijk acceptabel is, omdat het mogelijk het zicht of landelijk gebied vanaf de Osdorperweg verstoord, is al eerder beantwoord bij vaststelling van het bestemmingsplan Lutkemeerpolder in 2013. Verder wijzen wij erop dat de afstand tussen de Osdorperweg en fase 2 van het bedrijventerrein aanzienlijk is, namelijk 850 meter. Zicht vanaf de Osdorperweg zal voor die 850 meter over agrarisch gebied zijn en blijft dus grotendeels onaangetast.

Verder worden de bedrijfsgebouwen, gezien vanaf de Osdorperweg, grotendeels aan het zicht onttrokken worden door de natuurstrook, waar afschermend groen komt. Dozen In Amsterdam is al te weinig groen voor bewoners, door het bouwen van ‘dozen’ wordt landschap verpest en is dit volgens adressanten 9 en 10 onwenselijk. Ook adressant 37 is van mening dat sprake is van verdozing van monumentaal polderlandschap. Het gaat volgens de adressanten om een locatie die nu nog in een waardevol landschap op loop- en fietsafstand voor de Amsterdammer Reactie gemeente Ook na realisatie van het bedrijventerrein blijft voldoende groen over voor de Amsterdammer, ook in de Lutkemeerpolder. Vanaf de Lutkemeerweg blijft het straks ook nog steeds mogelijk om het polderlandschap te ervaren. Het gebied tussen het bedrijventerrein en het dijklichaam dat de Lutkemeerpolder scheidt van de Osdorperbovenpolder blijft agrarisch polderlandschap. Schaalvergroting Volgens adressant 6 heeft de forse schaalvergroting (gebouwen van ruim 300 meter lengte en 12 meter hoogte), direct tegenover het natuurgebied van Staatsbosbeheer forse implicaties voor onder meer landschap. Adressanten 26, 32 en 37 delen dit standpunt ook. Volgens laatstgenoemde adressanten laat de partiële herziening in vergelijking met het bestemmingsplan (BP 2013) zien dat verschillende kavels fors zijn vergroot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17025806/1