5. Bijlage 3 Quickscan ecologie.pdf
Tekst van het document
Quick scan ecologie Fred Roekeslaan te Amsterdam
1 november 2022
Pagina 1
Samenvatting
Inhoud
Inleiding
Voor locatie Fred Roekeslaan te Amsterdam wordt ruimtelijke ontwikkeling op locatie voorbereid.
2 – Inleiding
In een schietwilg zijn holten aangetroffen voor de boom zijn daarom vleermuizen niet met absolute zekerheid uit te sluiten. Conform de afspraken blijven de bomen behouden. Een afdoend onderzoek is daarom niet nodig.
4 – Waarnemingen
3 – Beschrijving gebied
8 – Analyse 10– Advies & Bronnen
Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. De bomen mogen niet worden verlicht en de openingen mogen niet geblokkeerd worden.
Voor locatie Fred Roekeslaan te Amsterdam wordt ruimtelijke ontwikkeling op locatie voorbereid. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 27 oktober 2022 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.
De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie is nodig.
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
Rijksvastgoedbedrijf 22.408 1 november 2022 Michel Nieuwhof P.J.H. van der linden definitief
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl Ligging van de locaties
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De locatie betreft een braakliggend perceel aan Fred Roekestraat in stadsdeel Amsterdam Zuid van de stad en gemeente Amsterdam. De directe omgeving betreft wooncomplexen, bedrijfspanden en de rechtbank van Amsterdam. De Natura 2000-gebieden liggen op vrij grote afstand. Op 8,3 km van de onderzoekslocatie liggen de Natura 2000-gebieden Markermeer & IJmeer. Dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op eveneens op 1,3 km afstand van de onderzoekslocatie. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten.
Ligging van de Natura 2000-gebieden (rood)
Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Bijzonder Provinciaal Landschap De belangrijke gebieden voor weidevogels zijn in Noord-Holland beschermd. Binnen de gebieden gelden strikte regels, de weidevogels mogen niet verstoord worden. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. De weidevogelleefgebieden liggen op grote afstand van de planlocatie. Ecologische structuur en hoofdgroenstructuur In Amsterdam is een ecologische infrastructuur en hoofdgroenstructuur vastgelegd. Bij ruimtelijke ingrepen wordt gevraag hiermee rekening te houden. Beide structuren zijn niet afdwingbaar. Deze liggen op relatief grote afstand van de planlocatie.
Ligging van de Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelleefgebieden (raster).
Pagina 3
H03
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek.
Ligging van Ecologische structuur en hoofdgroenstructuur (rood)
De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locatie wordt beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied). Om een goed oordeel te kunnen geven is op 19 oktober 2022 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten.
Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocatie en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten. Tijdens het veldbezoek van 27 oktober 2022 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek betrof helder- half bewolkt, droog weer met een temperatuur van 19 ºC en windkracht 3 Bft uit het zuiden.
Pagina 4
Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Waarnemingen van vleermuizen worden gedaan in de directe omgeving van de planlocatie. Er zijn geen waarnemingen van overige strikt beschermde soorten bekend in de omgeving van de locatie. Vegetatie en planten Binnen en in de directe omgeving van de planlocatie zijn bomen aanwezig. Dit betreft schietwilg (Salix alba), plataan (Platanus hispanica), gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) coniferen en cultivars. Op het braakliggende deel is een grasveld met daarin op een aantal plaatsen Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) en Canadese fijnstraal (Erigeron canadensis), paardenbloem (Taraxacum officinale), kaal knopkruid (Galinsoga parviflora) en raapzaad (Brassica rapa). Aan de noordzijde van het perceel zijn een aantal algemene tuinplanten en struiken aan te treffen. Tijdens het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten. Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn.
De planlocaties en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. Het betreft een braakliggend perceel zonder bebouwing. Hierdoor zijn gebouw bewonende vleermuizen met absolute zekerheid uit te sluiten. Ook in de bebouwing buiten het plangebied zijn geen openingen aangetroffen die naar een verblijf kunnen leiden. . In een boom zijn een aantal ogenschijnlijk geschikte holtes voor vleermuizen aangetroffen. Dit betreft meerdere holtes in een schietwilg. Deze boom is geknot, waardoor de holtes vrij toegankelijk zijn voor vleermuizen.
In de overige bomen binnen en in de directe omgeving van de locatie zijn geen zichtbaar geschikte holtes aangetroffen.
Pagina 5
Potentiële vliegroutes en foerageergebieden De locatie valt binnen de bebouwde kom van Amsterdam. De kans op een jachtgebied in de directe omgeving is niet aanwezig. Potentiële vliegroutes in de directie omgeving zijn niet aanwezig. Vervolgstappen voor vliegroutes van vleermuizen zijn niet noodzakelijk gezien de plannen op locatie. Overig beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is een kleine kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals egel (Eurinaceus europaeus), spitsmuizen en muizen. De kans op aanwezigheid van de kleine marters is niet te verwachten. Dit door het ontbreken van geschikt habitat op en in de omgeving van de locatie. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Er is geschikt habitat aanwezig in de omgeving voor huismussen. Binnen de planlocatie is er geen mogelijkheid voor huismussen om zich op te houden. Dit door het ontbreken van bebouwing binnen de locatie en geschikte bebouwing in de directe omgeving voor deze soort om zich te kunnen vestigen. Er is geen mogelijkheid voor gierzwaluwen om zich te vestigen binnen de locatie.
Dit door het ontbreken van bebouwing op de locatie en door het ontbreken van zichtbaar geschikte openingen in de bebouwing in de directe omgeving voor deze soort om zich te kunnen vestigen. Er zijn geen nesten van roofvogels of uilen waargenomen binnen en in de omgeving van de planlocatie. Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. Op en in de directe omgeving van de planlocatie is er mogelijkheid voor algemeen voorkomende broedvogels om te nestelen in de bomen en struiken op en rond de locatie. Ook op de platte daken van de panden in de directe omgeving is er mogelijkheid voor algemene broedvogels om te nestelen. Herpetofauna en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig voor watergebonden organismen in de omgeving van de planlocatie. Aanwezigheid van watergebonden organismen binnen de planlocatie is daarom niet te verwachten. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen het perceel. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocaties voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocatie.
Pagina 6
H05
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën.
Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 27 oktober 2022 is gebleken dat in een schietwilg geschikte holten voor vleermuizen zitten. Soorten als rosse vleermuis en watervleermuis hebben een verblijfplaats in bomen. De vleermuizen zitten op plaatsen waar een breed scala aan holten beschikbaar zijn. De ruige dwergvleermuis is minder kritisch en kan zowel in bomen als gebouwen huizen. De aanwezigheid van vooral de ruige dwergvleermuis is daarom niet met absolute zekerheid uit te sluiten. in de betreffende schietwilg op locatie via de aanwezige holtes niet is uit te sluiten. Een aanvullend onderzoek naar vleermuizen is niet noodzakelijk. Omdat de bomen behouden blijven. De bomen mogen niet worden verlicht en de openingen mogen niet geblokkeerd worden. Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten.
Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te
Pagina 7
laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen. Met de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels op en in de directe omgeving van de planlocatie. Dit is mogelijk in de aanwezige bomen en struiken. Ook op de platte daken van de woningen is er mogelijkheid voor algemene broedvogels om te nestelen. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. In de nieuwe Omgevingswet zijn enkele wijzigingen opgenomen die zijn weerslag hebben op het ecologisch onderzoek. De belangrijkste wijziging is de doorlooptijd c.q. houdbaarheid van een rapport dat is gesteld op 2 jaar voor alle onderzoeken. Verder is de zorgplicht aangescherpt. Het zal zich nog moeten uitkristaliseren, maar het lijkt er op dat ook algemene soorten geïnventariseerd moeten worden (het simpel vaststellen dat ze niet zijn uit te sluiten is niet genoeg). Niet duidelijk is hoe intensief dat onderzoek moet zijn. Vooralsnog zullen we in een aanvullend onderzoek ook nadrukkelijk deze soorten benoemen. Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ongeveer 8,3km van de planlocatie. De werkzaamheden betreft ruimtelijke ontwikkeling. De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig.
Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is nodig gezien de aard van de werkzaamheden. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op grote afstand van de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.
Pagina 8
H06
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor locatie Fred Roekeslaan te Amsterdam wordt ruimtelijke ontwikkeling op locatie voorbereid. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 27 oktober 2022 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Beschermde soorten In een schietwilg zijn holten aangetroffen voor de boom zijn daarom vleermuizen niet met absolute zekerheid uit te sluiten. Conform de afspraken blijven de bomen behouden. Een afdoend onderzoek is daarom niet nodig. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. De bomen mogen niet worden verlicht en de openingen mogen niet geblokkeerd worden.
– – – –
Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (2014) Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. NOZOS, Landschap Noord-Holland. – Riet, B. van, H. van der Goes, Th. Baas, C. van den Tempel, W. Menkveld & F. Visbeen (2014) Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland. – Scharringa, C.J.G., W. Ruiterbeek & P.J. Zomerdijk (2010) Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. SVN, Landschap Noord-Holland. – – – –
provincienoordholland.nl waarneming.nl maps.amsterdam.nl quickscanhulp.nl (bevat waarnemingen uit de NDFF)
Met de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels op en in de directe omgeving van de planlocatie. Dit is mogelijk in de bomen en struiken op en rond de locatie. Ook op de platte daken van de panden in de directe omgeving is er mogelijkheid voor algemene broedvogels om te nestelen. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Geadviseerd wordt de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten. Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie is nodig gezien de aard van de werkzaamheden. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en/of het Natuurnetwerk Nederland zijn uit te sluiten.
Pagina 9