CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 17 Windhinder aanvulling, 7 juni 2023.pdf

RAAD 27 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Zuidas-Parnas Fred Roeskestraat 55 partiële herziening’ (VN2024-000980)731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Notitie betreft:

Kavels C2 C3 Parnascomplex Amsterdam Windbelasting op de omgeving

datum: referentie:

7 juni 2023 OO/LA/ /OA 16394-3-NO

van:

dr. ir. L. Aanen

aan:

Rijksvastgoedbedrijf

1 Inleiding

Vanuit de omgeving van het bouwplan zijn vragen geteld over de mogelijke invloed van de geplande bebouwing op Parnas Kavels C2/C3 op de windbelasting ter plaatse van de omliggende bebouwing. In deze notitie wordt daarom een theoretische beoordeling geven van deze invloed. 2 Windbelasting volgens de NEN-EN 1991-1-4

In de NEN-EN 1991-1-4 zijn rekenregels opgenomen waarmee de invloed van hogere omringende bebouwing op de windbelasting van een object kunnen worden bepaald. In bijlage A4 van de norm wordt gesteld: Indien een gebouw met hoogte hhigh meer dan tweemaal zo hoog is als de gemiddelde hoogte have van nabijgelegen bouwwerken, dan moet voor de windbelasting op het te ontwerpen bouwwerk de hoogte zn worden bepaald volgens uitdrukking (A.14), zie figuur A.4. x ≤r: r<x< 2r: x ≥ 2r:

zn= ½ r zn = ½ (r-(1-2 hlow/r) (x-r)) zn = hlow

In dit geval is r gelijk aan de hoogte van het gebouw. De vergelijking komt er op neer, dat voor gebouwen die kleiner zijn de halve hoogte van de nieuwbouw tot één maal de hoogte van het gebouw de referentie hoogte gelijk genomen moet worden aan de halve gebouw hoogte, en dat deze lineair afneemt tot de werkelijk hoogte van de omgevingsgebouwen over een afstand van tussen één en twee maal de gebouwhoogte.

peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015

OA 16394-3-NO 1

3 Geplande situ atie rond kavel C2/C3

In het geval van de bebouwing op kavel C2/C3 is er volgens de regels uit de NEN-EN 19911-4 geen invloed van het gebouw te verwachten op afstanden groter dan 83 m (twee maal de gebouwhoogte) van de hoogbouw. Tot een afstand van 41,5 m van het gebouw wordt de aan te houden referentiehoogte 21 m. De invloed van de lagere bouwdelen is verwaarloosbaar: de referentiehoogte behorend bij het bouwdeel van 27,5 m (13,75 m) is nauwelijks groter dan de hoogte van de omgevingsbebouwing. Als onderzocht wordt welke gebouwen er in het invloed gebied van de nieuwbouw liggen, kan het volgende worden vastgesteld: - De gebouwen op kavel C1 liggen deels in het gebied waar ten gevolge van de nieuwbouw de referentiehoogte gelijk wordt aan 21 m. Deze bebouwing ligt echter ook in het invloed gebied van de rechtbank, die een nog grotere referentiehoogte met zich meebrengt (25 m). De nieuwbouw zorgt derhalve niet voor een verhoging van de maatgevende windbelasting. - Bij een aantal van de gebouwen aan het parkeerterrein aan de westzijde moet er ten gevolge van de nieuwbouw rekening gehouden worden met een hogere referentiehoogte. Een deel van deze gebouwen ligt ook in het invloed gebied van de rechtbank, waardoor geen verdere verhoging te verwachten is. Voor de andere panden geldt dat deze gunstig georiënteerd zijn t.o.v.

de overheersende windrichtingen, zodat ook daar in de praktijk geen significante verhoging van de windbelasting te verwachten is. - De afstand tot de bebouwing aan de overzijde van de Fred. Roeskestraat is zo groot dat er volgens de norm geen invloed van de nieuwbouw op de referentiehoogte is. - Het enige pand waar er door de geplande nieuwbouw en verhoging van de windbelasting te verwachten is, is het pand Fred. Roeskestraat 71B,D/73, waar de maatgevende hoogte veranderd van ca. 9 m (bouwhoogte) naar 21 m. De OA 16394-3-NO 2

referentiedruk gaat hier van 0.65 kPa naar 0,91 kPa. Gezien de bouw van het pand zal dat niet tot problemen leiden voor de gevels van het gebouw. Voor het dakvlak (zie f 3.1) is dat op voorhand niet duidelijk. De windbelasting op de hoekzones van het gebouw gaat volgens de norm (rekening houdend met een Cpe van -2.5 en een Cpi van 0,2) van -1,8 kPa van -2.5 kPa. Er wordt geadviseerd te onderzoeken of het dak op deze zuiging gebouwd is.

f 3.1 Aanzicht op de nieuwbouw in geplande omgeving. Het kritische dakvlak aangegeven in rood.

Deze notitie bevat 3 pagina’s

OA 16394-3-NO 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13943891/1