CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4_Ontwerp-programmabegroting 2026-2029 VrAA.pdf

RAAD 9 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Afzien van een zienswijze ten aanzien van de jaarstukken 2024 Begrotingswijzigingen 2025 en Ontwerp programmabegroting 2026-2029 van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VN2025-008947)11.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

Daarmee is de ratio weerstandsvermogen 1,01. bedragen x €1.000 Ratio Weerstandsvermogen

Realisatie 2024

Gewijzigd 2025

Benodigde capaciteit Beschikbare capaciteit

8.553 8.637

8.553 8.637

1,01

1,01

Omdat het resultaat in de gewijzigde begroting 2025 gelijk is aan nihil en de risico-analyse zowel voor 2024 als 2025 geldt, zijn de cijfers 2025 gelijk aan 2024.

31

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

11.1.2 Benodigde weerstandscapaciteit (reserves)

32

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

11.2 Financiering 11.2.1 Treasury Leidend voor de treasuryfunctie is het Treasurystatuut van de Veiligheidsregio, met daarin de volgende uitgangspunten: -

het risico wordt laag gehouden door gebruik te maken van een liquiditeitsplanning en niet toestaan van het gebruik van allerlei risicovolle financiële producten; externe financiering wordt zoveel mogelijk beperkt door interne financieringsbronnen aan te spreken; tijdelijke overschotten worden via Schatkistbankieren ondergebracht bij de het Ministerie van Financiën.

Afhankelijk van de ontwikkelingen in daadwerkelijke investeringen en de ontwikkelingen van reserves en voorzieningen worden mogelijk extra financiële middelen aangetrokken. De kasgeldlimiet en renterisiconorm zijn daarbij kaderstellend. 11.2.2 Schatkistbankieren Het wetsvoorstel Schatkistbankieren, waarin alle gemeenschappelijke regelingen en gemeenten verplicht zijn om hun overtollige middelen in de schatkist (SKB-rekening) te storten, is op 15 december 2013 van kracht gegaan. Sinds 2017 boekt huisbankier BNG het banksaldo boven een bedrag van € 0,250 mln. automatisch over naar onze SKB-rekening. Hierdoor is het onmogelijk om boven het bestaande drempelbedrag van € 0,700 mln. uit te komen. 11.2.3 Financiering vaste activa Er zijn in totaal zeven vaste geldleningen afgesloten, waarvan één volledig is afgelost aan het einde van 2024. Hieronder volgt een overzicht van de leningen, waarvan de bedragen in duizenden euro’s zijn weergegeven.

33

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

11.2.4 Renterisiconorm De Wet Fido begrenst via de renterisiconorm het deel van de totale langlopende schuld dat in een gegeven jaar een renterisico mag hebben. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de portefeuille van langlopende leningen zodanig over de jaren verdeeld is, dat het renterisico dat voortkomt uit herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig wordt gespreid. In onderstaande tabel zijn de gegevens met betrekking tot de renterisiconorm opgenomen.

Het renterisico van de Veiligheidsregio ligt in de jaren 2025 t/m 2029 grofweg tussen € 3 mln. en € 15 mln. Dit risico ligt alle jaren binnen de renterisiconorm, die zich in die periode bevindt op afgerond € 26 mln. 11.2.5 Kasgeldlimiet De Wet Fido begrenst middels de kasgeldlimiet de maximale kortlopende schuld. Deze limiet bepaalt dat de kortlopende schuld maximaal 8,2% van het begrotingstotaal mag zijn. De eindstand van het betreffende boekjaar wordt getoetst aan het bedrag van de kasgeldlimiet. In onderstaande tabel zijn de betreffende gegevens opgenomen.

34

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

11.3 Onderhoud kapitaalgoederen In het Strategisch vastgoedplan 2020-2030 VrAA (vastgesteld door het bestuur in december 2024) is een overzicht gegeven van de vastgoedlocaties in de regio, met ambities voor de toekomst en een overzicht van de diverse financiële aspecten. Kazerne Aalsmeer komt in 2026 met de oplevering van de nieuwbouw in eigendom van de VrAA. Als gevolg daarvan zal in de toekomst de maatwerkbijdrage van de gemeente nog worden aangepast. Het onderhoud van gebouwen wordt uitgevoerd op basis van een meerjarenplanning. De kosten worden geëgaliseerd via de daarvoor gevormde voorziening(en). Jaarlijks vindt bijstelling van de meerjarenplanning plaats door een nieuwe opname en inventarisatie van de stand van zaken. Het onderhoud van de voertuigen en overig materieel (waaronder de blusboot) vindt plaats op basis van een planning die is eveneens vastgelegd in een geautomatiseerd systeem. De kosten hiervan lopen echter niet via een voorziening. Onderstaande tabel bevat een overzicht van de geplande investeringen in de komende vijf jaar.

In 2026 zijn de investeringen voor een totaal bedrag van € 46 miljoen begroot. Toelichting: 1. 2. 3. 4.

Gronden, bedrijfsgebouwen en installaties: de oplevering van de nieuwbouw kazernes Pieter, Zebra, Victor, Aalsmeer en het opleidingscentrum Bocas; Inventaris gebouwen: de inventaris van de kazernes Pieter, Zebra en Victor; Vervoer: de vervanging van zestien tankautospuiten en de aanschaf van het nieuw watertransportsysteem die in 2025 gepland stonden zijn doorgeschoven naar 2026; Overig: onder deze categorie vallen de stelposten voor de vervanging van het kantoorapparatuur, de persoonlijke beschermingsmiddelen en de stelposten brandweerspecifieke kosten en overige materiële investeringen.

11.4 Verbonden partijen Een verbonden partij is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de Veiligheidsregio zowel een bestuurlijk

35

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

als een financieel belang heeft. Onder een financieel belang wordt verstaan een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat (het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt). Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een bestuurslid of ambtenaar van de veiligheidsregio namens de veiligheidsregio in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de veiligheidsregio stemt. Dit houdt in dat organisaties waar bijvoorbeeld enkel sprake is van een financieel belang niet worden gezien als een verbonden partij. Bij verbonden partijen gaat het om privaatrechtelijke, publiekrechtelijke organisaties en publiek-private samenwerkingen (PPS). VrAA kent vier verbonden partijen: A. Gemeenschappelijke regelingen • Geen B. Vennootschappen en coöperaties • Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA) C. Stichtingen en verenigingen • Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s • Werkgeversvereniging WVSV. D.

Overige verbonden partijen • Geen GBA: Het belang van de samenwerking met de GBA is het in stand houden van een gemeenschappelijke brandweervoorziening in het westelijk havengebied, waarmee incidenten beter voorkomen en sneller bestreden kunnen worden. Stichtingen en verenigingen: Het belang dat VrAA, net als alle veiligheidsregio`s, heeft in bovengenoemde stichtingen en verenigingen, is ondersteuning bij o.a. risicobeheer, ongevallenverzekeringen, het afhandelen en financieren van ongevallenschade en het maken van afspraken over collectieve arbeidsvoorwaarden. VrAA levert ieder jaar een bijdrage aan deze stichtingen en verenigingen. 11.5 Paragraaf Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) heeft op 1 mei 2022 de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Het doel van de Woo is een meer transparante en actief openbaar makende overheid. Veel meer dan de Wet openbaarheid van bestuur, verplicht de Woo tot het actief, uit eigen beweging, openbaar maken van documenten. Daarnaast is er de verplichting tot het op orde brengen van de informatiehuishouding van het bestuursorgaan. Een van de verplichtingen die uit de Woo volgt, is dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.

Bestuursorganen gaan in de openbaarheidsparagraaf in op de beleidsvoornemens (c.q. behaalde resultaten) met betrekking tot de actieve en passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) De VrAA heeft reeds in 2022 een interne functionaris aangewezen als Woo-contactpersoon, deze functionaris fungeert als eerste aanspreekpunt voor de behandeling van Woo-verzoeken. Daarnaast 36

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

is de interne capaciteit voor de behandeling van Woo-verzoeken in 2024 structureel uitgebreid om de tijdige en behoorlijke afhandeling van dergelijke verzoeken te waarborgen. De VrAA heeft in 2024 zeven verzoeken om informatie op grond van de Woo ontvangen. Er loopt nog een bezwaarprocedure ten aanzien van een Woo-besluit op een van deze verzoeken. Daarnaast hebben gemeenten die deelnemen aan onze gemeenschappelijke regeling en andere bestuursorganen de VrAA aangeschreven met zogeheten zienswijze verzoeken. Wanneer het verzoek (in behandeling bij een ander bestuursorgaan) betrekking had op informatie afkomstig van de VrAA (bijvoorbeeld een advies over een bouwvergunning), dan wordt deze informatie voorgelegd aan de VrAA voor zienswijze. De VrAA kan dan aangeven of er bezwaar is tegen de openbaarmaking van (onderdelen van) deze informatie. In 2024 heeft de VrAA gereageerd op meerdere zienswijze verzoeken, waarbij de meeste zienswijzen hebben geleid tot een ‘geen bezwaar tegen openbaarmaking’. Actieve openbaarmaking De VrAA ziet de afgelopen jaren een toename in de vraag naar informatie. Het behandelen van formele verzoeken om informatie kost de VrAA veel tijd. Het is dan ook van belang dat de VrAA het ontsluiten van informatie goed weet vorm te geven. Daarom is de website van de VrAA vorig jaar verder aangevuld met verschillende beleidsdocumenten, regelingen en vergaderstukken.

Ook hebben wij een aparte pagina voor de Woo ingesteld met duidelijke informatie over de indiening en afhandeling van een Woo-verzoek. De VrAA publiceert alle afgehandelde Woo-verzoeken op een daarvoor ingerichte pagina op de website. De VrAA is in 2024 ook opgenomen in de Woo-index. Dit is de locatie waar de contactgegevens van de VrAA en de vindplaatsen op de website van de VrAA met informatie over de Woo staan geregistreerd.

37

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

12. Financiële begroting VrAA 12.1 Overzicht van baten en lasten en meerjarenbegroting VrAA

In de programma’s en paragrafen zijn op de functie van de VrAA gerichte redenen voor mutaties toegelicht. Bovenstaande begroting betreft een categorale (op basis van kostensoorten) weergegeven meerjarenbegroting. Hieronder volgt een toelichting op de belangrijkste mutaties per categorie: -

-

Baten in overige goederen en diensten dalen doordat minder baten vanuit het opleidingscentrum Bocas verwacht worden; De mutaties van de gemeentelijke bijdragen zijn voor wat betreft de begrotingswijziging 2025 in een separaat document “Begrotingswijzigingen 2025” toegelicht. De mutaties na 2025 zijn toegelicht in het hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen; Salarissen en sociale lasten stijgen in de gewijzigde begroting voornamelijk door indexering. Daarnaast wordt extra personeel (blikkies) ingezet in verband met de extra gelden uit het no-regretpakket, de stijging in de BdUR en toevoeging taken Bevolkingszorg.

38

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

-

-

Een daling op ingeleend personeel wordt begroot waardoor om nog een extra reden naast de hiervoor genoemde redenen de kosten van personeel in loondienst stijgt. De kapitaalslasten (rente en afschrijvingen) zullen de komende jaren aanzienlijk stijgen door de geplande investeringen in vastgoed en materieel. Ook zullen de onttrekkingen uit de egalisatievoorziening kapitaallasten toenemen in de periode tot en met 2029. Dotaties en onttrekkingen aan reserves worden separaat in dit document toegelicht.

12.2 Specificatie van grotere posten Overige goederen (baten)

Het overgrote deel van de opbrengsten betreffen activiteiten door BOCAS voor externen. Overige dienstverlening bestaat vooral uit detacheringen, waarvoor opbrengsten worden ontvangen. De uitkering van verzekeringen betreft materieel en gebouwen.

39

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Overige goederen en diensten (lasten)

Gebouw gerelateerde kosten betreft bijvoorbeeld huur en energie, maar ook de dotatie aan de voorziening groot onderhoud. De post betreft verder o.a. de bijdrage aan de GHOR, de GBA en het NIPV, juridische kosten, accountantskosten en de bijdrage aan het expertisebureau en het waarborgfonds.

12.3 Structureel begrotingssaldo meerjarenbegroting VrAA In de notitie structurele en incidentele baten en lasten (d.d. 19 december 2024) adviseert de commissie BBV het structurele begrotingssaldo te presenteren. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenraming structureel in evenwicht zijn. De incidentele baten en lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Incidentele lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo positief en incidentele baten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo negatief.

De belangrijkste incidentele baten in de gewijzigde begroting 2025 zijn als volgt: - Een eenmalige bijdrage van de gemeente Amsterdam van € 0,8 miljoen voor duurzame inzetbaarheid; - Een eenmalige bijdrage van gemeente Ouder-Amstel van € 0,1 miljoen voor eigenaarslasten van kazerne Duivendrecht. 40

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Voor de incidentele baten onder punt 1 en 2 zijn overeenkomstige incidentele lasten opgenomen in de begroting. In de begroting voor 2026 is een incidentele baat opgenomen voor een eenmalige bijdrage van € 0,18 miljoen voor de verkenning van Strandeiland. Dit bedrag is verwerkt als incidenteel last onder de post ingeleend personeel. 12.4 Geprognosticeerde balans VrAA en financiële kengetallen 12.4.1 Algemeen De begroting is opgesteld met inachtneming van het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” en de financiële verordening VrAA met de bijbehorende nota’s. 12.4.2 Waardering De vaste activa zijn gewaardeerd op basis van historische aanschafwaarde onder aftrek van de afschrijvingen. De afschrijvingen vinden bij de meeste activa lineair plaats en zijn afhankelijk van de verwachte economische levensduur, waarbij geen rekening wordt gehouden met restwaarden. Op grond wordt niet afgeschreven. De investeringen die nog niet opgeleverd zijn in het lopende jaar, worden per ultimo boekjaar als onderhanden werk (activa in uitvoering) in de jaarrekening verantwoord. -

-

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserves, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de voorzienbare verplichting, het verlies en/of risico’s, voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

In de overzichten is de geprognosticeerde meerjarenbalans opgenomen. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -

De materiele vaste activa zijn berekend op basis van de afschrijvingen en meerjaren investeringsbegroting; De voorraden zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; De vorderingen zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; Het restant van de benodigde middelen wordt gefinancierd middels een leningenportefeuille bij de BNG; De ontwikkeling van de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de voorzieningen is gebaseerd op de meerjarenramingen; De overlopende activa en passiva zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; Het banksaldo is de resultante van alle overige mutaties.

41

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

12.4.3 Verloopstaten vaste activa, reserves en voorzieningen Voor het opstellen van de geprognosticeerde balans worden de volgende verloopstaten gehanteerd:

42

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

12.4.4 Geprognosticeerde balans Vervolgens ontstaat op basis van bovenstaande verloopstaten de volgende meerjarige balans:

12.4.5 Financiële kengetallen Voor veiligheidsregio’s zijn de volgende kengetallen relevant: - netto schuldquote; - netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - solvabiliteitsratio; - structurele exploitatieruimte; - EMU-saldo. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De twee kengetallen 'netto schuldquote' en de 'netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen' zijn voor VrAA identiek aangezien zij geen leningen aan derden verstrekt. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de Veiligheidsregio ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2015, 206). De netto schuldquote (en ook de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Veiligheidsregio voor de rekening 2024, gewijzigde begroting 2025 zijn respectievelijk 30,4% en 39,9%. In de VNG-uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ (2013) is aangegeven dat wanneer een schuld lager is dan het begrotingstotaal (de quote is <100%), dit als voldoende kan worden bestempeld en boven de 130% als onvoldoende. De percentages van de Veiligheidsregio liggen ruim binnen de normen van de VNG.

43

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Solvabiliteitsratio Voor de rekening 2024 en de gewijzigde begroting 2025 bedragen de solvabiliteitsratio’s respectievelijk 20,7% en 16,3%. Vanaf de begroting 2026 daalt de solvabiliteitsratio verder, variërend tussen 11,6% en 12,7%. Volgens de VNG wordt een solvabiliteit onder de 20% als onvoldoende beschouwd voor gemeenten. Voor een gemeenschappelijke regeling bestaat echter geen specifieke norm, aangezien deze gedekt wordt door de deelnemende gemeenten. De daling van de solvabiliteit in de komende jaren is het resultaat van het aanwenden van de bestemmingsreserves als onderdeel van het totaal eigen vermogen. Tegelijkertijd worden langlopende leningen aangetrokken voor de financiering van de geplande investeringen volgens het meerjarig investeringsplan (MIB). Zoals eerder toegelicht in de paragraven 11.2.4 en 11.2.5, blijven zowel de renterisiconorm als de kasgeldlimiet ruim binnen de vastgestelde normen. Derhalve verwachten wij geen directe gevolgen van de verslechtering van de geprognosticeerde solvabiliteitsratio.

De structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door de optelsom van het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2015, 206). De ratio’s structurele exploitatieruimte van de Veiligheidsregio voor de rekening 2024 en gewijzigde begroting 2025 zijn -1,5% en -1,4 % . Dit betekent dat de structurele baten in 2025 en verder niet altijd toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

44

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Duidelijk is dat extra (incidentele) baten noodzakelijk zijn om de ambities te kunnen realiseren en tegelijkertijd de bezetting op peil te houden gezien het hoge ziekteverzuim en diverse openstaande vacatures. Het is nodig om extra uitrukpersoneel te werven en op te leiden. Vanaf 2029 is het percentage wel toereikend.

EMU-saldo De ontwikkeling van het EMU-saldo voor het begrotingsjaar 2026 en de daaropvolgende jaren is hieronder weergegeven:

45

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

12.5 Toelichting mutaties reserves 12.5.1 Onttrekkingen aan de reserves

12.5.2 Dotaties aan de reserves

46

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

12.5.3 Stand van de reserves

Bovenstaande tabel is de stand van de reserves na onttrekkingen en dotaties. Bestemmingsreserve WW De reserve heeft een incidenteel karakter en is bedoeld om de kosten voor WW-uitkeringen te dekken, die volledig ten laste komen van de VrAA. De reserve dient om de uitgaven over meerdere jaren te egaliseren. Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam De reserve heeft een incidenteel karakter en fungeert als buffer voor eigenaarsrisico’s en als dekking voor toekomstige tekorten op de kapitaalslasten. Op middellange termijn wordt een tekort op de kapitaallasten verwacht, zie hiervoor ook verloopstaat voorzieningen opgenomen onder 12.4.3. In de jaren tot en met 2029 worden geen dotaties of onttrekkingen verwacht. Bestemmingsreserve FLO Amsterdam De reserve heeft een structureel karakter en dient om fluctuaties in de werkelijke, begrote of geraamde uitgaven van de FLO-regeling te egaliseren. Elk jaar wordt het verschil tussen de baten, in de vorm van de maatwerkbijdrage, en de lasten toegevoegd aan of onttrokken van de reserve. Zoals zichtbaar is, wordt verwacht dat er in de jaren 2025 tot en met 2029 aanzienlijk uit de reserve zal worden onttrokken. Bestemmingsreserve Strategisch HRM De bestemmingsreserve heeft een incidenteel karakter wat betreft de stortingen en onttrekkingen.

De doelstelling van de reserve is het bevorderen van een moderne, gezonde en lerende organisatieontwikkeling, met aandacht voor diversiteit, integriteit, lerend vermogen en samenwerking, zowel intern als extern. Naar verwachting zal de reserve eind 2025 uitgeput zijn. Bestemmingsreserve Informatiesturing

47

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

De doelstelling van de reserve is het ontwikkelen en inrichten van een systeem dat een robuuste basis vormt voor de transitie naar een informatie gestuurde veiligheidsorganisatie. De reserve loopt tot eind 2025 en het voorstel is om deze samen te voegen met de bestemmingsreserve innovatie. Bestemmingsreserve Mobiliteit De bestemmingsreserve heeft een egalisatiefunctie en is gericht op het bevorderen van mobiliteit binnen de VrAA. Het doel van de reserve is bij te dragen aan het realiseren van de doelstellingen op het gebied van diversiteit, instroom en uitstroom. Bestemmingsreserve Innovatie De doelstelling van de reserve is om bij te dragen aan een toekomstgerichte en technologisch doorontwikkelde vorm van veiligheidszorg, met vernieuwende en duurzame methoden en technieken. De reserve loopt tot eind 2025, met het voorstel is om deze samen te voegen met de bestemmingsreserve informatiesturing en vervolgens te verlengen. Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen De bestemmingsreserve heeft een incidenteel karakter en is bedoeld als stimulans om de opleidingsen oefenachterstand uit de coronaperiode in te halen. De reserve voor opleiden en oefenen zal eind 2026 volledig zijn uitgeput.

48

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

12.6 Tarieventabel BAA

49

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

12.7 Taakvelden

50

Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Bezoekadres: Ringdijk 98, 1097 AH Amsterdam Postadres: Postbus 92171, 1090 AD Amsterdam Telefoon: 020 555 6550 Website: veiligheidsregioaa.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15752747/1