3a_Dekkingsplan Bijlagen versie 1.0 (concept).pdf
Tekst van het document
c
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028 Auteur:
Brandweer Amsterdam-Amstelland
Datum:
29 april 2024
Versie:
1.0 CONCEPT
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Revisiehistorie Versie
Datum
Omschrijving
0.1
29-02-2024
Initiële versie concept
0.2
19-03-2024
Concept besproken projectgroep
0.3
25-03-2024
Concept besproken stuurgroep
0.3
12-04-2024
Concept voorgelegd aan opdrachtgever en stuurgroep
0.4
16-04-2024
Concept besproken met Commandant en opdrachtgever. Aanpassing in aanbevelingen.
0.5
29-04-2024
Besluitvorming MTBrandweerzorg
1.0
21-05-2024
Besluitvorming MTVrAA
1.0
16-12-2024
Voorlopige vaststelling regionaal bestuur VrAA
1.0
Voorjaar 2025
Zienswijze gemeenteraden
Pagina | 2
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Inhoudsopgave Revisiehistorie ......................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 3 Bijlage 1 - Samenvatting Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen........... 4 Bijlage 2 – Risicoprofielen ....................................................................................................................... 6 Berekeningen Effect .........................................................................................................................6 Berekeningen Kans ..........................................................................................................................7 Berekeningen Risico ........................................................................................................................7 Visualisaties risicoprofiel ..................................................................................................................8 Bijlage 3 - Overzichten brandweer eenheden BAA ...............................................................................
10 Bijlage 4 – Technische uitgangspunten berekeningen .......................................................................... 12 Bijlage 5 – Visualisatie opkomstprestaties dagsituatie .......................................................................... 18 Bijlage 6 - Overzichten operationele prestaties ..................................................................................... 21 Basispelotons voor Grootschalig Brandweeroptreden ...................................................................21 Overzicht beschikbaarheid per tankautospuit ................................................................................22 Overzicht werkdruk per tankautospuit ............................................................................................23 Bijlage 7 – Gebiedscategorisering (Gebiedsgerichte Opkomsttijden) ................................................... 24 Indeling gebieden in categorieën (Gebiedsgerichte Opkomsttijden) .............................................24 Legenda beoordeling operationele prestaties op snelheid ............................................................24 Verrijking buurtcategorisering ........................................................................................................24 Bijlage 8 - Repressieve dekking van de overige taakgebieden ............................................................
26 Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig ................................................................26 Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening .....................................................................30 Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen...............................................................32 Beoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen ..............................34 Bijlage 9 - Aandachtsobjecten VrAA ..................................................................................................... 36 Gezondheidzorg .............................................................................................................................36 Cel functie/ Gesloten instelling .......................................................................................................36 Woningen .......................................................................................................................................36 Aandachtsbuurten redvoertuig .......................................................................................................37
Pagina | 3
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Bijlage 1 - Samenvatting Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijk uniform werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking. Door dit toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplanproces meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. Naast een beschrijving van de systematiek in zeven processtappen, biedt de handreiking ook rekenvoorschriften waardoor regionale dekkingsplanen vergelijkbaar worden. Deze samenvatting is opgesteld door het landelijke projectteam n.a.v. de pilot. Beoordelingskader De landelijk uniforme systematiek bevat ook het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Samen bieden zij een betrouwbaar instrument dat de brandweer inzicht geeft in prognose en realisatie van de repressieve dekking, inclusief de motivatie van afwijkingen en flankerend beleid. Het kader wordt toegepast bij de beoordeling van de dekking. Hierin ligt de nadruk op de opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid (TS6). Toelichting op het proces Zowel de totstandkoming van het dekkingsplan als de uitvoering en de rapportage verloopt via de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen. Deze bestaat uit zeven stappen.
Het opstellen van het dekkingsplan en de besluitvorming hierover is het schakelpunt tussen de twee cycli van inrichten en uitvoeren. Dekkingsplanproces in zeven processtappen Iedere veiligheidsregio is wettelijk verplicht om een dekkingsplan vast te stellen als onderdeel van de totale beleidscyclus (art. 14 WVr). De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen helpt de brandweer met behulp van de volgende zeven processtappen om een dekkingsplan in te richten, door het algemeen bestuur te laten vaststellen en uit te voeren: Processtap 1 - Dekking bijstellen De brandweer maakt inzichtelijk of ontstane veranderingen of voorgenomen ontwikkelingen invloed hebben op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. Het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan geldt hierbij als referentiekader. Dit levert een set van kaders, randvoorwaarden en uitgangspunten op die nodig zijn bij de beschrijving van de dekking in de volgende processtap. Processtap 2 - Dekking beschrijven Met behulp van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beschrijft de brandweer de verwachte dekking in het verzorgingsgebied. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. De beschrijving bevat minimaal de twee verplichte factoren snelheid en capaciteit.
Daarnaast kan de brandweer de beschrijving aanvullen met de factoren paraatheid en werkdruk. Die laatste twee zijn niet verplicht, maar geven wel meer inzicht. Processtap 3 - Dekking beoordelen De brandweer toetst de verwachte repressieve dekking minimaal aan het Beoordelingskader Gebiedsgerichte opkomsttijden en het kader Grootschalig Brandweeroptreden en beoordeelt deze aan de hand van de factoren snelheid en capaciteit, eventueel aangevuld met paraatheid en werkdruk. Het resultaat is een beoordeling van de verwachte repressieve dekking. Op basis hiervan bepaalt de brandweer in hoeverre de dekking past binnen het wettelijk kader en de bestuurlijke wensen. De beoordeling wordt opgenomen in een concept-dekkingsplan, dat ook een voorstel voor aanvullende maatregelen kan bevatten. Processtap 4 - Dekkingsplan vaststellen
Pagina | 4
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Soms is het noodzakelijk de inrichtingsstappen een of meerdere keren te doorlopen om tot een dekkingsplan te komen dat optimaal binnen de wettelijke en regionale verwachtingen past. In het uiteindelijke dekkingsplan is helder geformuleerd welke onderwerpen met betrekking tot de repressieve brandweerzorg wel zijn opgenomen en welke onderwerpen niet. De brandweer legt het uiteindelijke dekkingsplan ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur, vraagt het dekkingsplan vast te stellen en daarmee opdracht te verlenen tot uitvoering. Het resultaat is een bestuurlijk vastgesteld dekkingsplan, inclusief de opdracht tot uitvoering door de brandweer. Processtap 5 - Uitvoering bijstellen Het vastgestelde dekkingsplan vormt het vertrekpunt voor de uitvoering. De implementatie bestaat onder meer uit de aanpassing van het meldkamersysteem, (her)positionering van de voertuigen en aanpassing van de bezetting en de roosters. Het resultaat is een repressieve brandweerorganisatie die volgens de afspraken in het dekkingsplan is ingericht. Processtap 6 - Dekking uitvoeren De brandweer richt zich op de realisatie van de gemaakte prestatieafspraken en de uitvoering van de dekking. Dit gaat over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulpverlenen aan mens en dier.
Tijdens de uitvoering registreert de brandweer de gerealiseerde dekking volgens de rekenvoorschriften van de landelijk uniforme systematiek. Het resultaat is hulpverlening en de registratie daarvan. Processtap 7 - Uitvoering beoordelen De brandweer beoordeelt de dekkingsprestatie bij inmiddels bestreden incidenten met als doel de uitvoering te beoordelen. De beoordeling wordt gebruikt om te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen aan het bestuur. Zo nodig stelt de brandweer op basis van de inzichten de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Hiermee start een nieuwe dekkingsplancyclus.
Afbeelding 1 – De processtappen uit de Handreiking circulair weergegeven.
Pagina | 5
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Bijlage 2 – Risicoprofielen Het huidige model van het risicoprofiel is ontworpen om voor de vier taakgebieden (Brand, Hulpverlening, Waterongevallen en Incident Bestrijding Gevaarlijke Stoffen) van de brandweer risicoscores toe te delen. Deze risico-scores worden op buurt of wijkniveau bepaald wat gezamenlijk voor elk taakgebied een risicoprofiel maakt voor de hele regio. De risicoprofielen zijn een relatieve analyse van de kans en effecten van brand, hulpverlening, waterongevallen en ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het risico wordt berekend als kans maal effect. Zowel de kans, het effect en het risico worden gescoord op een schaal van 1-10. De score is op een relatieve basis; een gebied met een risicofactor van 4 is niet vier keer zo gevaarlijk als een gebied met een risicofactor 1. De incidenten in de taakgebieden zijn als volgt onderverdeeld: Brand: Binnenbrand, Buitenbrand Hulpverlening: Assistentie Ambulance, Assistentie Politie, Buitensluiting, Hulpverlening Algemeen, Hulpverlening Dieren, Liftopsluiting, Reanimeren Incident Bestrijding Gevaarlijke Stoffen: Meten/ Overlast / Verontreiniging Waterongevallen: Dier te water, Hulpverlening Water Algemeen, Persoon te water, Voertuig te water
Berekeningen Effect Effect wordt berekend als een totaalscore op basis van een reeks subonderdelen die die zich in een wijk of buurt bevinden. Deze subonderdelen zijn: - Mediaan WOZ - SIE inzettijd - TS inzettijd - RV inzettijd - AGS inzettijd - WO inzettijd - Mediaan bouwjaar - Aantal culturele/monumentale objecten - Aantal gewonden - Aantal doden - Aantal BRZO bedrijven Afhankelijk van het taakgebied worden de relevante subonderdelen gekozen om mee te rekenen. - Brand: Alle subonderdelen - Hulpverlening: SIE inzettijd, TS inzettijd, RV inzettijd, Aantal gewonden, Aantal doden - Incident Bestrijding Gevaarlijks Stoffen: SIE inzettijd, AGS inzettijd, TS inzettijd, Aantal gewonden, Aantal doden, Aantal BRZO bedrijven - Waterongevallen: SIE inzettijd, TS inzettijd, RV inzettijd, WO inzettijd, Aantal gewonden, Aantal doden Hoe wordt effect berekend? Er wordt met de relevante subonderdelen een overzicht gemaakt van alle wijken of buurten. Vervolgens wordt bepaald (middels Z-scores) in hoeverre de wijk of buurt afwijkt van de gemiddelde over alle wijken of buurten. De gehele effectscore voor een enkele wijk of buurt wordt berekend door de gestandaardiseerde subonderdelen (Z-scores) op te tellen. Wanneer dit voor elke wijk of buurt is gedaan worden alle individuele effectscores gerangschikt en opnieuw geschaald naar een bereik tussen 1 en 10.
Pagina | 6
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Berekeningen Kans Kans wordt berekend op basis van een combinatie van incidentgegevens en kenmerken van wijken of buurten. Er wordt een telling gemaakt van het aantal incidenten per wijk of buurt en enkele belangrijke kenmerken van wijken of buurten worden verzameld: - Omgevingsadressendichtheid (OAD) - Mate van stedelijkheid - Aantal inwoners - Aantal objecten en openbare faciliteiten - Oppervlak grond - Oppervlak water Hoe wordt kans berekend? Voor elk taakgebied wordt de beste voorspellende variabele geïdentificeerd met behulp van correlatieberekeningen tussen de incidenten en de kenmerken. Deze variabele wordt "Rp" genoemd. Ook wordt per wijk of buurt een gewogen ‘locatie factor’ (LocFac) berekend, die afhankelijk is van het aantal incidenten die er in het verleden zijn gebeurd. Dit wordt geschaald naar een bereik tussen 1 en 2. Hoe meer incidenten op een locatie zijn geweest, hoe hoger het getal. De uiteindelijke kansindicator wordt berekend door een breuk te nemen tussen twee uitdrukkingen. De ene uitdrukking omvat het aantal incidenten vermenigvuldigd met de LocFac per oppervlakte en de andere uitdrukking omvat het aantal incidenten vermenigvuldigd met de Rp per objecten. Incidenten ∗ LocFac Incidenten ∗ Rp ∗ Oppervlakte Aantal objecten De berekende eindscore voor kansen worden afgerond op twee decimalen en opnieuw geschaald naar een bereik tussen 1 en 10. Kansindictor =
Berekeningen Risico Om de uiteindelijke risicoscore te berekenen wordt de score van effect vermenigvuldigt met de score van kans. Omdat beide waarde een bereik hebben van 1 tot 10, word na het vermenigvuldigen de score door 10 gedeeld om eveneens een bereik te hebben tussen 1 en 10.
Pagina | 7
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Visualisaties risicoprofiel Taakgebied Brand
Afbeelding 2 – Risicoweergave taakgebied Brand op buurtniveau.
Taakgebied Hulpverlening
Afbeelding 3 – Risicoweergave taakgebied Hulpverlening op buurtniveau.
Pagina | 8
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Taakgebied Incident Bestrijding Gevaarlijks Stoffen
Afbeelding 4 – Risicoweergave taakgebied Incident Bestrijding Gevaarlijke Stoffen op buurtniveau.
Taakgebied Waterongevallen
Afbeelding 5 – Risicoweergave taakgebied Waterongevallen op buurtniveau.
Pagina | 9
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Bijlage 3 - Overzichten brandweer eenheden BAA Kazerne
Bezetting
Voertuig
Nummer
24u bezetting
IJsbrand Dirk
28 37 30 40
Willem
40
Victor
36
Nico
37
Hendrik
36
Amstelveen
38
Anton
37
Zebra
30
Pieter
40
TS RV TS QRT TS RV SIE
13ASY 2131 13ASD 3231 13ALD 3251 13ASO 2531 13AST 2431 13ALT 2451 13HVT 2471 13ASW 3531 13ALW 3551 13ASV 3431 13ALV 3451 13ASN 3131 13ALN 3151 13WO 3111 13ASH 3331 13ALH 3351 13ASV1 5131 13ALASV 5151 13HVASV 5171 13WOASV 5111 13ASA 4131 13ALA 4151 13ASZ 2231 13QRT 2281 13ASP 2631 13ALP 2651 13SIEP 2621
ja ja
Osdorp Teunis
TS TS RV TS TS RV HV TS RV TS RV TS RV WO TS RV TS RV HV WO
GBA
28
TS
13-8831
IB
13-8861
TS1 TS2 PM
13ASM1 5231 13ASM2 5232 13PMASM 5281 13BVAM 5201 13NBCOC 9923 13DPASM 9962 13ASV2 5132 13SB 9061
Aalsmeer
36
Boot GOE
DPU Amstelveen vw
38
TS SB
TS4/ UoM
ja ja
ja nee ja
ja ja
ja ja ja
ja
nee
Pagina | 10
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
AB BBC SLC COH TS TS HV
Diemen
33
Driemond
23
TS AB
Duivendrecht
16
TS DPU
Jan v/d Heyde Uithoorn
12
Boot
30
TS1 TS2 ROBOT IBGS IBGS
Weesp
22
TS1 TS2 MCU
13ABASV 9381 13BBC 9966 13SLC 9963 13COH 9098 13DMN1 4231 13DMN2 4232 13HVDMN 4271 13DRM 4331 13ABDRM 9382 13DVD 4431 13DPDVD 9961 13-jan-61 13UTH1 5332 13UTH2 5331 13ROBOT 9062 13ONBRB 5302 13OGSOC 9921 13WSP1 4531 13WSP2 4532 13MCU 9090
nee
nee
nee
nee ja
ja
Tabel 1 – Overzicht brandweereenheden Amsterdam-Amstelland.
Pagina | 11
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Bijlage 4 – Technische uitgangspunten berekeningen Het dekkingsplan komt tot stand door per buurt in de regio de opkomsttijd te berekenen door een rekensysteem. In deze bijlage van het Dekkingsplan wordt een uitleg gegeven over de werking van het rekensysteem en de uitgangspunten bij de berekeningen. Het belangrijkste rekensysteem Brandweer Amsterdam-Amstelland gebruikt het rekenprogramma CARE (CArtografische REkenmodule) voor de berekeningen die de basis vormen van het dekkingsplan. Op basis van het gebouwbestand, de infrastructuur en de theoretische rijsnelheden worden Kazerne Volgorde Tabellen gemaakt. Per object wordt berekend welk voertuig het snelst ter plaatse kan zijn. Hierdoor worden prognoses op regionaal, gemeentelijk of verzorgingsgebied schaal gemaakt over de opkomsttijden. Om het systeem te kunnen laten rekenen, kiest de regio uitgangspunten, die vaak gebaseerd zijn op praktijkmetingen. De uitkomsten blijven echter theoretische berekeningen en prognoses. De uitgangspunten bij de berekeningen Voor de berekeningen voor het Dekkingsplan zijn een aantal uitgangspunten bepaald, op basis waarvan het rekensysteem gevuld is. De volgende uitgangspunten zijn gekozen. Uitgangspunten berekeningen Rekenmodule Waarde
Toelichting
Rekenmethode
Care-software
Programma voor dekkingsprognoses. Ontwikkeld door SafetyCT.
Objecten
BAG (Basisadministratie Adressen en Gebouwen) en KRO (Kern Registratie Objecten)
De kaartlaag KRO is een verzameling van objecten uit diverse landelijke registraties in één kaartbeeld. De kaart laag bevat gegevens van registraties zoals BAG, BRT, WOZ, Handelsregister, RRGS en LRKP. De KRO is te vinden in GEO4OOV, een landelijke geodata-voorziening van het NIPV waar alle VR's en SafetyCT op aangesloten zijn.
Normtijden
Zoals vastgesteld in Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen 3.0
Rijtijden
Berekend met een wegenbestand van de Roadtool
Aangepast voor hulpdiensten met speedprofiles van TomTom. Wegenbestand bepaald aan de hand van de Roadtool van SafetyCT.1
Methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden Objecten
Waarde
Toelichting
Basisadministratie Adressen en Gebouwen. Versie december 2023
Dubbele adressen met een andere functie worden samengevoegd tot de functie met het hoogste risico: 1. Celfunctie 2. Gezondheidszorgfunctie
1
Het effect van de invoering van 30km/h in de bebouwde kom van Amsterdam per 8-12-2023 is nog niet zichtbaar, maar kan in de toekomst wel effect hebben op de rijtijden. Deze worden gemonitord in samenwerking met de gemeente Amsterdam.
Pagina | 12
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
3. Logiesfunctie 4. Onderwijsfunctie 5. Woonfunctie 6. Winkelfunctie 7. Bijeenkomstfunctie 8. Sportfunctie 9. Kantoorfunctie 10. Overige gebruiksfunctie Update maandelijks, VR geeft aan welke maand gebruikt wordt. Buurten
CBS-buurten Versie sep '23
Voor de buurtbepaling wordt gebruik gemaakt van de CBS-buurt indeling en de stedelijkheidsclassificaties 1 t/m 5. Update jaarlijks
Risicocategorie 1
Streefwaarde 7 minuten
CBS-buurten met een stedelijkheid van een, twee of drie waarvan minimaal een derde van de objecten tot type A tot E behoort. A. Oude binnenstad B. Gezondheidszorgfunctie C. Celfunctie D. Woongebouwen > 20 meter E. Portiekwoningen
Bandbreedte 4 – 10 minuten
Risicocategorie 2
Streefwaarde 10 minuten Bandbreedte 7 – 13 minuten
Risicocategorie 3
Streefwaarde 15 minuten Bandbreedte 12 – 18 minuten
Woningen algemeen en gebouwen voor zelfredzame personen. CBS-buurten met een stedelijkheid van een, twee, of drie en met minder dan een derde objecten uit categorie 1. Verspreid liggende woningen en gebouwen CBS buurten met een stedelijkheid van 4, 5 of geen waarde
Rekenregels Waarde
Toelichting
Portiekwoningen
Portiekwoningen bepaald op basis van BAG-gegevens.
Onderscheid tussen portiekwoningen en portiekflats.
Normtijden RV
Streefwaarde 7 minuten Bandbreedte 4-10 minuten bij categorie I buurten.
Zoals gesteld conform GGO.
Richtlijnen
WO: 15 minuten HV: 15 minuten IBGS: 15 minuten (TS bij IBGSincidenten) SIE: 30 minuten
De veiligheidsregio heeft in 2013 (conform een richtlijn) maximale opkomsttijden bepaald voor de taakgebieden: waterongevallen, hulpverlening en incidentbestrijding gevaarlijke stoffen.
Basisbrandweereenheid
TS6, zoals vastgelegd in het Besluit Veiligheidsregio’s.
Op de kazernes Aalsmeer en Uithoorn wordt uitgerukt met TS4 en TS6. De uitruktijden worden bepaald over het totaal aantal inzetten.
DAG/ ANW
Uitruktijd per tijdvenster
In verband met verkeersdruk en beschikbaarheid van vrijwilligers wordt onderscheid gemaakt naar Dag en Avond, Nacht en Weekend situatie.
Pagina | 13
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
-
Dag: Werkdagen van 07:30 tot 17:00. ANW: Werkdagen van 17:00 tot 07:30 en weekenddagen
DAG-situatie Victor
7:00 tot 23:00
NACHT-situatie Victor
23:00 tot 7:00
Voor kazerne Victor geldt dat deze ’s nachts gesloten is en het verzorgingsgebied wordt overgenomen door de omliggende kazernes
Waarde
Toelichting
Operationele grenzen
Het snelste voertuig is weergegeven in de prognose.
Brandweer Amsterdam-Amstelland hanteert operationele grenzen voor prio1 en 2 meldingen.
Interregionale voertuigen
Geen grensbeperkingen voor gelijksoortige voertuigen van buurregio’s.
Zoals vastgelegd in interregionale convenanten. Deze voertuigen kunnen door de GMK direct worden gealarmeerd. De uitruktijden van deze voertuigen worden periodiek door de regio’s uitgewisseld.
Opkomsttijd
-
De tijdselementen meldkamer-, uitruk- en rijtijd gezamenlijk vormen de opkomsttijd.
Beleid
Maatgevend scenario: TS6 Snelste hulp ter plaatse.
Meldkamertijd De meldkamertijd is de tijd die een meldkamer nodig heeft om een incidentmelding aan te nemen, triage te plegen en passende eenheden te alarmeren.
Waarde
Toelichting
Mediaan verwerkingstijd: 71 seconden.
Op basis van daadwerkelijk waarnemingen over twee jaar (2022 en 2023). De puntwaarde wordt bepaald door de mediaan van de waarnemingen. Waarnemingen worden gefilterd op: - Telefonische meldingen. - Meldingsclassificatie gebouwbrand - Volledige prio-1-ritten. - Test/oef/info niet meegenomen. Resultaat: een getal/tijd (in minuten of seconden) wat geldt voor de gehele regio. VRAA = 1 : Meldingsclassificatie = Brand Gebouw
Waarde
Toelichting
Puntwaarde per kazerne in DAG- en ANW-situatie.
Op basis van waarnemingen over vier jaar (2020 en 2023). Aalsmeer, Uithoorn en Amstelveen op basis van twee jaar (2022 en 2023). De puntwaarde wordt bepaald door de mediaan van de waarnemingen. Met volgend filter: - Prio-1-alarmeringen. - Alleen alarmeringen binnen 20 minuten vanaf start incident. - Incidenten afgesloten met afsluitcode “Inzet”.
Uitruktijden De uitruktijd is de tijd tussen alarmering van een eenheid en de uitruk naar een incident (status uitruk).
Pagina | 14
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
-
Alarmeringen voor incidenten met de meldingsclassificaties Brand Gebouw.
Onderscheid naar tijdstip van de dag: - Dag/ ANW Uitruktijden eerstelijns autospuit DAG
ANW
Aalsmeer 1
01:40
03:38
Dagdienst/ Vrijwilligers
Uithoorn 1
04:10
04:02
Dagdienst/ Vrijwilligers
Diemen 1
01:33
03:26
Dagdienst/ Vrijwilligers
Duivendrecht
BD/ 03:04
03:57
Vrijwilligers
Driemond
BD/ 02:51
02:45
Vrijwilligers
Weesp 1
05:33
04:45
Vrijwilligers
GBA
01:12
01:28
24-uur beroepsbezetting2
Amstelveen
01: 40
01:50
24-uur beroepsbezetting
IJsbrand
01:30
01:57
24-uur Beroepsbezetting
Zebra
01:21
01:22
24-uur beroepsbezetting
Osdorp
01:23
01:42
24-uur beroepsbezetting
Teunis
01:16
01:38
24-uur beroepsbezetting
Hendrik
01:20
01:38
24-uur beroepsbezetting
Nico
01:27
01:45
24-uur beroepsbezetting
Victor
01:16
01:15
Gesloten in nachtvenster 23:00-7:00.
Pieter
01:24
01:44
24-uur beroepsbezetting
Dirk
01:37
01:45
24-uur beroepsbezetting
Willem
01:43
01:55
24-uur beroepsbezetting
Anton
01:41
01:49
24-uur beroepsbezetting
Uitruktijden HV, RV, WO en IBGS-SIE
2
DAG
ANW
HV Diemen
04:12
03:58
Vrijwilligers
HV Amstelveen
02:13
02:25
24-uur beroepsbezetting1
HV Teunis
01:51
02:11
24-uur beroepsbezetting
RV Teunis
01:16
01:38
24-uur beroepsbezetting
RV Pieter
01:24
01:44
24-uur beroepsbezetting
RV Amstelveen
01:40
01:50
24-uur beroepsbezetting
RV Nico
01:27
01:45
24-uur beroepsbezetting
RV Victor
01:16
01:15
Buiten dienst in nachtvenster
RV Anton
01:41
01:49
24-uur beroepsbezetting
RV Dirk
01:37
01:45
24-uur beroepsbezetting
Uitrukgebied is Westpoort. De GBA rukt gecombineerd uit met AS en IB. Uitruktijd AS is toegepast.
Pagina | 15
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
RV Willem
01:43
01:55
24-uur beroepsbezetting
WO Amstelveen
01:19
01:43
24-uur beroepsbezetting
WO Nico
01:02
01:26
24-uur beroepsbezetting
OGS SIE
01:40
01:55
24-uur beroepsbezetting3
Uitruktijden 2e tankautospuiten4 . DAG
ANW
Aalsmeer 2
05:29
05:35
Vrijwilligers
Amstelveen 2
09:15
07:03
Vrijwilligers
Diemen 2
Slagkracht
Slagkracht
Vrijwilligers
Uithoorn 2
05:50
06:17
Vrijwilligers
Weesp 2
Slagkracht
Vrijwilligers
Uitgangspunten bij de factor Capaciteit Slagkracht
Periode
Toelichting
Periode 2 jaar: 2022, 2023
Berekend op basis van uitruktijden. Bestaat uit de elementen: - Aantal TS’en in 15 minuten - Opkomsttijd 3e TS Peloton basisbrandweerzorg Peloton grootschalig watertransport Peloton redding & technische hulpverlening
GBO
Uitgangspunten bij de factor Paraatheid Periode
Toelichting
Beschikbaarheid
Periode: 2023
De beschikbaarheid uitgedrukt in het beschikbaarheidspercentage per jaar dat de brandweerpost inzetbaar is om incidenten te bestrijden. Norm 95% per jaar
Gelijktijdigheid
Periode vanaf 2020 Peildatum: 01-03-2024
Kans, uitgedrukt in een percentage, dat er sprake is van gelijktijdigheid. Gelijktijdigheid wordt als volgt gedefinieerd: 1. Wanneer tijdens Inzet A voor incident A, een tweede inzet B wordt opgeroepen 2. Voor een nieuw/ ander incident B 3. Binnen hetzelfde verzorgingsgebied 4. Waarbij een andere kazernegroep betrokken is Volgens deze definitie is 1 gelijktijdigheid dus altijd tussen 2 incidenten. Filters: - Nieuwjaarsnacht en
3
Door beperkt aantal waarnemingen worden de uitruktijden van de AS Pieter gehanteerd.
Pagina | 16
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
- Extreem weer buiten beschouwing gelaten. Uitgangspunten bij de factor Werkdruk Werkdruk
Periode
Toelichting
Periode van vier jaar: 2020, 2021, 2022, 2023
Gemiddelde aantal alarmeringen per jaar, gerekend over 4 jaren, van iedere brandweereenheid voor een eenheid vanaf de eigen kazerne.
Alle incidenten met afsluitcode “Eindrapport’, “Inzet” en “Afgebroken Inzet”. TS, RV, WO en HV Incidenten binnen en buiten de regio
Tabel 2 – Technische uitgangspunten..
Pagina | 17
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Bijlage 5 – Visualisatie opkomstprestaties dagsituatie In deze bijlage zijn ondersteunende visualisaties opgenomen van de opkomstprestaties in de regio gedurende het dag-venster. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. In deze bijlage zijn de visualisatie van de dagsituatie die horen bij processtap 2 en 3 van de Handreiking Landelijk Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen opgenomen.
Afbeelding 6 – Opkomsttijden van de eerste tankautospuiten in de dagsituatie. De lichtste kleur geeft de kortste opkomsttijd weer en de donkerste kleur de hoogste.
Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd wordt bereikt kan ook worden weergegeven in een s-curve. In een staafdiagram is verder gespecifieerd in welke tijdvakken de locaties bereikt worden.
Afbeelding 7 – Percentage van de locaties in de regio dat in de dagsituatie binnen een bepaalde tijd door de eerste tankautospuit bereikt wordt, aangevuld met tijdvakken waarin ze bereikt worden.
Pagina | 18
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Afbeelding 8 - Opkomsttijden van drie tankautospuiten in de dagsituatie. De lichtste kleur geeft het kortste tijdbestek weer en de donkerste kleur het hoogste.
Afbeelding 9 – Geografische weergave van het aantal tankautospuiten dat in de dagsituatie binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. In respectievelijk de dag-situatie. De lichtste kleur geeft het hoogste aantal tankautospuiten weer.
Pagina | 19
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt kan ook worden weergegeven in een s-curve.
Afbeelding 10 – Het percentage van de locaties in de regio dat in de dagsituatie binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie (interregionale) tankautospuiten kan worden bereikt.
In Hoofdstuk 3 (processtap 2) zijn de operationele prestaties voor de basisbrandweerzorg inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Om te beoordelen of deze prestaties afdoende zijn gebruikt de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen de methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden.
Afbeelding 11 – Beoordeling gebieden op de factor snelheid in de dagsituatie.
Pagina | 20
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Bijlage 6 - Overzichten operationele prestaties Basispelotons voor Grootschalig Brandweeroptreden Drie regionale Basispelotons voor Grootschalig Brandweeroptreden Zuid (200)
Slagkracht (300) 5
Pieter
Aalsmeer 1
Weesp 2
Teunis
Uithoorn 1
Duivendrecht
Zebra
Driemond
Duivendrecht
Victor6
Diemen 1
Diemen 2
Willem
Pieter
Driemond
Dirk
Zebra
Aalsmeer 2
IJsbrand
Duivendrecht
Amstelveen 2
Noord (100) Tankautospuiten
Uithoorn 2 Commando-eenheden OvD Noord
OvD Zuid
OvD Regio
OvD Regio
OvD Regio
OvD Noord
OvD Zuid
OvD Noord
OvD Zuid
Tabel 3 – Overzicht basispelotons Brandweer Amsterdam-Amstelland.
5 Eenheden uit het slagkrachtpeloton kunnen ook afzonderlijk ingezet worden voor aflossing binnen de regio. 6
Kazerne Victor is ’s nachts gesloten. Er is dan een opvolgende eenheid beschikbaar.
Pagina | 21
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Overzicht beschikbaarheid per tankautospuit De beschikbaarheid over de periode 2020-2023 vergeleken met de periode 2017-2020. Beschikbaarheid Eerstelijns tankautospuiten 2023 Anton 98% Dirk 94% GBA 99% Hendrik 98% Aalsmeer 1 99% Nico 89% 7 Osdorp 98% Pieter 96% Teunis 98 % Victor 98 % Amstelveen 1 89 %8 Willem 94% IJsbrand 99% Zebra 81%9 Diemen 1 98% Driemond 99% Duivendrecht 54% Uithoorn 1 98% Weesp 1 95%
2020 99% 99% 98% 99% 99% 97% 99% 99% 99% 99% 99% 99% 99% 99% 97% 76% 71% 99% -
Tweedelijns tankautospuiten 2023 Aalsmeer 2 86% Amstelveen 2 97% Diemen 2 74% Uithoorn 2 89% Weesp 2 94%
2020 95% 97% 62% 82% -
Tabel 4 – Beschikbaarheid per Tankautospuit
7
Bezetting springt tussen TS en WO. De WO oefent wekelijks twee dagdelen waardoor TS buitendienst gaat Bezetting springt tussen TS en WO. De WO oefent twee wekelijks waardoor TS buitendienst gaat 9 Bezetting springt tussen TS en QRT-B voertuig. Afgelopen jaar is er veel geoefend op externe locaties. 8
Pagina | 22
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Overzicht werkdruk per tankautospuit Het gemiddelde aantal alarmeringen van een tankautospuit over de periode 2020-2023 vergeleken met de periode 2017-2020. Gemiddeld aantal alarmeringen per jaar Eerstelijns tankautospuiten Beroepsbezetting 2023 2020 Amstelveen 1 939 1060 Anton 1235 1218 Nico 888 1025 Osdorp 1024 1116 Pieter 1143 1209 Teunis 964 929 Dirk 1028 1099 IJsbrand 545 568 Hendrik 1376 1519 Willem 955 928 GBA10 291 182 Victor 813 888 Zebra 710 656 Tweedelijns tankautospuiten (vrijwillig) Amstelveen 2 138 178 Diemen 2 21 19 Aalsmeer 2 65 80 Uithoorn 2 35 30 Weesp 2 24 -
Vrijwillig met dagdienstbezetting 2023 Aalsmeer 1 300 Diemen 1 355 Uithoorn 1 259 Vrijwillige bezetting Driemond 62 Duivendrecht 80 Weesp 1 100
2020 282 322 251 53 82 -
Tabel 5 – Werkdruk per Tankautospuit
10
Operationeel sinds 2020.
Pagina | 23
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Bijlage 7 – Gebiedscategorisering (Gebiedsgerichte Opkomsttijden) Indeling gebieden in categorieën (Gebiedsgerichte Opkomsttijden) De methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden is gericht op het verwachte effect van brand en de bestrijding die daarvoor noodzakelijk is. Hiervoor is de regio in gebieden verdeeld.11 Na toepassing van de methode valt elk gebied in een bepaalde categorie met bijbehorende opkomsttijd. Per gebied is de adressendichtheid en het soort en aantal objecten (gebouwen) bekeken. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Kernregistratie Objecten (KRO) en de Witte Kaart van de gemeentelijke GGD’s.12 Ook geeft de methode de bandbreedte waarbinnen afwijking van de geadviseerde opkomsttijd toelaatbaar is. Methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden Gebiedsindeling
Gebiedskenmerken
Categorie 1
Oude binnensteden Gebouwen voor slapende nietzelfredzame personen Portiekwoningen Woongebouwen hoger dan 20 meter
Categorie 2
Woningen Gebouwen voor zelfredzame personen
Categorie 3
Verspreid liggende woningen Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie).
Opkomsttijd 7 minuten Geaccepteerde brandbreedte 4 tot 10 minuten.
10 minuten Geaccepteerde brandbreedte 7 tot 13 minuten. 15 minuten Geaccepteerde brandbreedte 12 tot 18 minuten.
Tabel 6 - Indelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden: Categorieën, kenmerken, opkomsttijd en bandbreedte.
Legenda beoordeling operationele prestaties op snelheid Score
Omschrijving in methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden
Goed
De opkomsttijd is in dit gebied gemiddeld sneller dan voorgeschreven. De opkomsttijd is in dit gebied gemiddeld langzamer dan voorgeschreven, maar valt nog wel binnen de acceptabele bandbreedte. De opkomsttijd is in dit gebied gemiddeld langzamer dan voorgeschreven, en valt ook niet binnen de acceptabele bandbreedte.
Voldoende Onvoldoende
Tabel 7 – Overzicht van de gebiedsscores uit de nieuwe methode
11
De methode gebruikt de wijk- en buurtindeling van het Centraal Bureau voor Statistiek.
12
De categorisering richt zich voornamelijk op de aan- of afwezigheid van (zelf)redzame personen. Voor brandveiligheid bij bijvoorbeeld Seveso-inrichtingen, musea en monumenten bestaan aparte wettelijke kaders.
Pagina | 24
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Verrijking buurtcategorisering Om de buurtcategorisering vanuit GGO te verrijken maken we gebruik van het brandrisicoprofiel en de toekomstige ontwikkelplannen voor areaaluitbreiding en -verdichting. Uit de analyse blijkt dat voor enkele gebieden in de regio het overheersende karakter van de bebouwing der mate wijzigt gedurende de planperiode of kort daarna dat de buurtcategorie aangepast is. Het gaat om de volgende gebieden Buurt De Nieuwe kern13 Arena Poort
14
Oorspronkelijk
Verrijkt
Motivatie
III
II
Gebiedsontwikkeling
II
I
Verdichting hoogbouw
Pampusbuurt-West
n.v.t.
II
Gebiedsontwikkeling
Pampusbuurt-Oost
n.v.t.
II
Gebiedsontwikkeling
Centrumeiland
n.v.t.
II
Gebiedsontwikkeling
Muidenbuurt-West
n.v.t.
II
Gebiedsontwikkeling
Muidenbuurt-Oost
n.v.t.
II
Gebiedsontwikkeling
Sluisbuurt
II
I
Verdichting hoogbouw
Amstelkwartier-Noord
II
I
Verdichting hoogbouw
Hamerkwartier
II
I
Verdichting hoogbouw
Osdorpplein e.o.
II
I
Verdichting hoogbouw
Tabel 8 – Overzicht verrijking buurtcategorisering.
13 14
Locatieonderzoek De Nieuwe Kern, Amstel III en Arenagebied, Brandweer Amsterdam-Amstelland 2023. Locatieonderzoek De Nieuwe Kern, Amstel III en Arenagebied, Brandweer Amsterdam-Amstelland 2023.
Pagina | 25
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Bijlage 8 - Repressieve dekking van de overige taakgebieden De Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen maakt voor de beoordeling van de basisbrandweerzorg gebruik van de methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Deze methode richt zich op de beoordeling van de basisbrandweereenheid (tankautospuit). De methode geeft in de recente versie ook beoordelingskader voor het redvoertuig maar nog niet voor de overige taakgebieden. Brandweer Amsterdam-Amstelland kiest ervoor het redvoertuig en de overige taakgebieden wel te analyseren en te beoordelen.
Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig Aanvullend op de opkomstnormen voor de eerste basisbrandweereenheid stelt het Besluit veiligheidsregio’s dat het bestuur van de veiligheidsregio vaststelt voor welke objecten bij binnenbrand de inzet van een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte altijd noodzakelijk is. De opkomstnorm van dit redvoertuig is dan dezelfde als voor de eerste tankautospuit. De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland heeft in 2013 besloten, vanwege de bijzondere risico’s en beperkte vluchtmogelijkheden, dit in te stellen voor portiekwoningen van vóór 1945. GGO voorziet in een normering voor het Redvoertuig voor categorie I buurten. Hier geldt dan, net als voor de eerste basisbrandweereenheid, een opkomsttijd van 7 minuten. Snelheid van het redvoertuig De plaatsing van de redvoertuigen in de regio sluit aan bij de risico’s. Genormeerde categorie I buurten liggen met name binnen de Ring A10 in Amsterdam.
Afbeelding 11 – Opkomsttijden van het eerste redvoertuig in de dagsituatie. De lichtste kleur geeft de kortste opkomsttijd weer en de donkerste kleur de hoogste.
Pagina | 26
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Slagkracht redvoertuig
De brandweer is in staat om snel extra capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding en/of blussing op hoogte. En alarmeert extra redvoertuigen in gebieden waar het risico op uitbreiding en slechte ontvluchting groter is.
Afbeelding 12 - Opkomsttijden van drie redvoertuigen. De lichtste kleur geeft het kortste tijdbestek weer en de donkerste kleur het hoogste. In de ANW-situatie met het redvoertuig van kazerne Victor buitendienst.
Afbeelding 13 – Geografische weergave van het aantal redvoertuigen dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. De lichtste kleur geeft het hoogste aantal tankautospuiten weer. In de ANW-situatie met het redvoertuig van kazerne Victor buitendienst.
Pagina | 27
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie redvoertuigen kan worden bereikt kan ook worden weergegeven in een s-curve. 90% van de objecten in de regio kan binnen 15 minuten worden bereikt door drie redvoertuigen.
Afbeelding 14 – Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie (interregionale) redvoertuigen kan worden bereikt.
Paraatheid en restdekking redvoertuig De bezetting van de redvoertuigen bestaat uit beroeps. Brandweer Amsterdam-Amstelland streeft naar een minimum beschikbaarheid van 95%. De gemiddelde beschikbaarheid van de redvoertuigen in de regio is 92% en ligt daarmee onder het streef minimum. Dit kan worden verklaard door dat er op enkele kazernes wordt gesprongen tussen het redvoertuig en het hulpverleningsvoertuig. Bij personeelstekort wordt de paraatheidsmatrix toegepast. Bij tekorten worden redvoertuigen als eerste afgeschaald. Dit vertaalt zich in de paraatheidscijfers. Brandweer Amsterdam-Amstelland heeft de afgelopen jaren effectief maatregelen getroffen om het afschalen van voertuigen zoveel als mogelijk te voorkomen. Beschikbaarheid redvoertuig 2023 2020 Amstelveen 90% 99% Anton 97% 99% Dirk 95% 77% Hendrik 96% 95% Nico 94% 98% Pieter 96% 99% Teunis 86% 98% Victor 86% 91% Willem 87% 85% Tabel 9 – Overzicht beschikbaarheid van het redvoertuig.
Werkdruk De redvoertuigen in de regio zijn gepositioneerd op beroepskazernes. Gemiddeld rukt een redvoertuig 350 keer per jaar uit om te ondersteunen bij incidentbestrijding. De redvoertuigen met een hogere werkdruk, meer incidenten per jaar zijn gelegen in en rond het centrum van Amsterdam. De
Pagina | 28
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
brandweer onderzoekt de mogelijkheden om meer samen te kunnen werken met andere hulpdiensten. Samenwerking met de politie voor de inzet op hoogte is daar een voorbeeld van. Voertuig
Kazerne
2020
2021
2022
2023
Totaal
Gemiddeld per jaar
RV
Amstelveen
303
323
275
234
1135
284
RV
Anton
213
218
248
293
972
243
RV
Dirk
289
321
364
265
1239
310
RV
Hendrik
471
516
455
391
1833
458
RV
Nico
422
390
413
394
1619
405
RV
Pieter
415
440
430
401
1686
422
RV
Teunis
379
431
457
423
1690
423
RV
Victor
339
308
337
266
1250
313
RV
Willem
303
298
316
284
1201
300
Tabel 10 – Overzicht incidenten voor het redvoertuigen per kazerne.
Analyse Het eerste redvoertuig kan na een melding van gebouwbrand over het algemeen snel ter plaatse zijn. In de buurten waar de opkomstnorm voor het redvoertuig niet wordt behaald zijn opgenomen in bijlage 9. Conclusies en aanbevelingen De brandweerzorg voor het redvoertuig is op orde. Het springen tussen het redvoertuig en hulpverleningsvoertuig op kazerne Teunis en Amstelveen is passend. Er is voldoende dekking en capaciteit om incidenten te bestrijden. Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig. De brandweer onderzoekt mogelijkheden om de inzetbaarheid van het redvoertuig te verruimen en zoekt daarbij de samenwerking met andere hulpdiensten.
Pagina | 29
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Beoordeling operationele prestatie bij zware hulpverlening Een steeds groter deel van de werklast van de brandweer bestaat uit hulpverlening. Het gaat hierbij om technische hulpverlening bij verkeersongevallen, maar ook om hulp aan andere hulpdiensten, zoals het afhijsen van patiënten voor de ambulancedienst of het openen van deuren voor de politie. Daarnaast rukt de brandweer steeds vaker uit naar reanimatie. Deze incidenten worden over het algemeen door de tankautospuiten bestreden. In deze paragraaf wordt de operationele prestatie bij zware hulpverlening, in relatie tot de risico’s, gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Het gaat hier om incidenten met zware voertuigen, tram- en metrotoestellen en instortingen. Snelheid Voor hulpverlening is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. De zware hulpverleningsvoertuigen zijn uitgerust om tram- en metrotoestellen te kunnen vijzelen. Voor deze taak moet er minimaal één zwaar hulpverleningsvoertuig in de regio beschikbaar zijn. De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland heeft in 2013 besloten de richtlijn voor de maximale opkomsttijd van 15 minuten voor de eerste tankautospuit of het eerste hulpverleningsvoertuig (HV1) te volgen. De richtlijn voor de tankautospuit bij hulpverlening wordt overal in de regio gehaald en daarmee is de dekking op orde.
De zware hulpverleningsvoertuigen staan in de regio Amsterdam-Amstelland strategisch geplaatst op drie kazernes. Daarmee is voor ca. 95% van de regio binnen 15 minuten een hulpverleningsvoertuig ter plaatse. Op de kazernes Teunis en Amstelveen wordt gesprongen tussen het hulpverleningsvoertuig en het redvoertuig. Indien voor incidenten beide voertuigen tegelijkertijd zouden moeten uitrukken, kan een vervangende eenheid van een andere kazerne worden gealarmeerd.
Afbeelding 15 – Het bereik van de HV1 binnen 15 minuten.
Capaciteit De brandweer heeft voldoende slagkracht voor hulpverlening. Zowel bij kleine incidenten als voor stormdagen of bijvoorbeeld complexe spoorwegongevallen.
Pagina | 30
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Paraatheid en restdekking Door de aanwezigheid van veel beroepsposten is de paraatheid van de tankautospuiten in de regio over het algemeen hoog. Incidenteel kan het hulpverleningsvoertuig op kazerne Diemen niet ingezet worden in verband met beperkt beschikbare vrijwilligers. Ook wordt dit voertuig verplaatst in het geval er een defect is aan de andere hulpverleningsvoertuigen. Twee van de drie hulpverleningsvoertuigen staan op beroepskazernes en deze hebben daarom een hoge paraatheid. In het geval van gelijktijdigheid van incidenten heeft de brandweer voldoende eenheden beschikbaar om in te zetten en daarnaast kunnen interregionale eenheden gealarmeerd worden. Beschikbaarheid hulpverleningsvoertuig 2023
2020
Amstelveen
94%
99%
Diemen
71%
89%
Teunis
99%
96%
Tabel 11 – Overzicht beschikbaarheid Hulpverleningsvoertuig.
Werkdruk Door veranderende incidenten loopt de werkdruk op de hulpverleningsvoertuigen langzaam terug. Deze trend is te verklaren door het teruglopend aantal incidenten, maar ook minder behoefte aan zwaar hulpverleningsmaterieel door andere voertuigtypen en protocollen van de ambulancedienst. De brandweer onderzoekt de taakverbreding van het hulpverleningsvoertuig bij voertuigen en incidenten met alternatieve brandstoffen en aandrijvingsvormen. Voertuiggroep
Kazerne
2020
2021
2022
2023
Totaal
HV
Amstelveen
51
58
63
43
215
Gemiddeld per jaar 54
HV
Diemen
18
10
20
24
72
18
HV
Teunis
75
81
80
66
302
76
Tabel 12 – Overzicht incidenten voor het zware hulpverleningsvoertuig per kazerne.
Analyse Brandweer Amsterdam-Amstelland kan bij hulpverlening in de gehele regio aan de richtlijn voor de eerste tankautospuit voldoen. De hulpverleningsvoertuigen (HV1) kunnen in het grootste deel van de regio aan de gestelde richtlijn voldoen. In de gebieden waar de HV1 niet binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn, Landelijk Noord en een deel van de Zuidflank, is het risico op zware ongevallen laag. In deze delen van de regio is minder infrastructuur zoals snelwegen of tram- en spoorlijnen. Conclusies en aanbevelingen De brandweerzorg voor het taakgebied Hulpverlening is op orde. Er is voldoende dekking en capaciteit om incidenten te bestrijden. Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig. De brandweer onderzoekt de inzet en inzetbaarheid van het hulpverleningsvoertuig van kazerne Diemen.
Pagina | 31
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen beheersing Een deel van de werklast van de brandweer bestaat uit uitrukken naar waterongevallen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om mensen of dieren die te water zijn geraakt. De operationele prestatie bij waterongevallen, in relatie tot de risico’s, wordt gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk Snelheid Brandweer Amsterdam-Amstelland beschikt over twee waterongevallenwagens met een duikteam. Voor de maximale opkomsttijd bij een waterongeval is geen wettelijke norm bepaald. De veiligheidsregio heeft in 2013 (conform een richtlijn) een maximale opkomsttijd van 15 minuten vastgesteld. In het overgrote deel van de regio wordt hieraan voldaan. Aan de randen van de regio wordt hiervoor ook gebruik gemaakt van interregionale eenheden uit Nederhorst den Berg, Zaandam, Velsen, Nieuw-Vennep en Mijdrecht. Vanuit kazerne Weesp wordt bij waterongevallen uitgerukt door een team van Wateroppervlakte redders. Deze redders kunnen een eerste inzet doen tot de komst van de duikers. Dit team kan geen onderwaterreddingen uitvoeren. Op IJburg wordt in de zomerperiode in het weekend en op zomerse dagen toezicht gehouden door de Amsterdamse reddingsbrigade. Deze organisatie werkt samen met de hulpverleningsdiensten bij calamiteiten rond en in het water.
Afbeelding 16 – Het bereik van de waterongevallenwagen binnen 15 minuten.
Capaciteit Door de interregionale samenwerking is er een hoge mate van slagkracht bij grotere waterongevallen. Paraatheid en restdekking De waterongevallenwagens in de regio worden bezet door personeel van beroepskazernes. De waterongevallenwagens van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland worden bezet door een zogenaamde springbezetting. De beroepskrachten rukken uit met ofwel de tankautospuit of de waterongevallenwagen. In het geval van een gelijktijdige inzet van de tankautospuit en waterongevallenwagen zijn er bovendien andere waterongevallenwagens (regionaal en interregionaal) beschikbaar. Door de interregionale samenwerking met andere duikteams kan er altijd ingezet worden als eigen waterongevallenwagens al ingezet zijn.
Pagina | 32
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Beschikbaarheid waterongevallenwagen 2023 2020 Amstelveen 96% 99% Nico 95% 99% Tabel 13 – Overzicht beschikbaarheid Hulpverleningsvoertuig.
Werkdruk De incidenten zijn niet gelijk over de regio verdeeld. Het grootste risico op ongevallen op en in het water concentreert zicht binnen de grachtengordel van Amsterdam. Het uitoefenen van de duiktaak is hoog specialistisch werk dat vraag om veel en regelmatig oefenen. Kazerne
2020
2021
2022
2023
Totaal
Gemiddeld per jaar
Amstelveen
82
86
92
67
327
82
Nico
139
116
150
128
533
133
Tabel 14 – Overzicht incidenten voor de waterongevallenwagen per kazerne.
Analyse Brandweer Amsterdam-Amstelland kan bij waterongevallen in het grootste deel van de regio aan de gestelde richtlijn voldoen. In de gebieden waar de waterongevallenwagen niet op tijd kan zijn is het risico op waterongevallen laag. Door de interregionale samenwerking zijn de slagkracht en restdekking hoog. Het inzetgebied van de oppervlakte redders is verruimd en er zijn (inter)regionale afspraken gemaakt over de inzet van middelen en samenwerking op de grote wateroppervlakten in de regio. Conclusies en aanbevelingen De brandweerzorg voor het taakgebied Waterongevallen is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden.
Pagina | 33
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Beoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Een deel van de werklast van de brandweer bestaat uit uitrukken naar ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om uitrukken naar meldingen van koolmonoxide, maar ook om ongevallen met giftige stoffen bij bedrijven. De operationele prestatie bij ongevallen met gevaarlijke stoffen, in relatie tot de risico’s, wordt gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid, restdekking en werkdruk. Snelheid De inzet bij kleinschalige incidentbestrijding met gevaarlijke stoffen wordt in eerste instantie afgehandeld door de tankautospuit. De veiligheidsregio heeft in 2013 voor dergelijke ongevallen (conform een richtlijn) een maximale opkomsttijd van 15 minuten voor de eerste tankautospuit vastgesteld. De opkomsttijd wordt in de gehele regio gehaald. Het gaat hier vooral om metingen bij gaslekkages en metingen naar koolmonoxide. Bij een groter incidentbestrijding met gevaarlijke stoffen wordt de Snel Inzetbare Eenheid (SIE) ingezet. Voor de SIE bestaat geen wettelijke maximale opkomsttijd. De veiligheidsregio heeft in 2013 (conform een richtlijn) een maximale opkomsttijd van 30 minuten vastgesteld. Deze opkomsttijd wordt in de hele regio gehaald.
Afbeelding 17 – Het bereik van de IBGS-SIE binnen 30 minuten.
Capaciteit Door interregionale samenwerking met vier veiligheidsregio’s in Noord-Holland (Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen) kunnen meerdere SIE-eenheden en ondersteuningseenheden opgeroepen worden om in te zetten bij grootschalige incidentbestrijding met gevaarlijke stoffen. Hierdoor is ook de restdekking op orde.
Pagina | 34
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Paraatheid en werkdruk De IBGS-SIE wordt bemenst met een springbezetting op een beroepskazerne, waarbij afhankelijk van het incident de bemanning de keuze maakt tussen de tankautospuit en de SIE. Het lage aantal uitrukken maakt een vaste bezetting niet nodig. De paraatheid van de SIE is daarmee op orde. Beschikbaarheid Snel Inzetbare Eenheid
Pieter
2023
2020
97%
99%
Tabel 15 – Overzicht beschikbaarheid Snelle Interventie Eenheid IBGS
Analyse De dekking en paraatheid bij incidenten met gevaarlijke stoffen is op orde voor zowel de tankautospuit als de SIE. Brandweer Amsterdam-Amstelland ontwikkelt zich samen met de NW4 regio’s tot één van de zes landelijke steunpunt voor IBGS-incidenten. Met het doel capaciteit te bundelen en (inter)regionaal ondersteuning te bieden. De grootschalige en basis ontsmettingstaken en werkzaamheden worden overgedragen aan de veiligheidsregio’s Noord-Holland-Noord en Kennemerland. Gezien de kenmerking van de regio en risico’s op incidenten met gevaarlijke stoffen behoudt Brandweer Amsterdam-Amstelland de Snelle Interventie Eenheid met gaspakdragers. Conclusies en aanbevelingen De brandweerzorg voor het taakgebied incidentbestrijding gevaarlijke stoffen is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.
Pagina | 35
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Bijlage 9 - Aandachtsobjecten VrAA Op basis van de huidige methode en dekking zijn binnen de VrAA aandachtsobjecten aanwezig van de onderstaande objectfuncties: - Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gezondheidzorg); verpleeg- en verzorgingsinstellingen, ziekenhuizen, categorale woonvormen, gehandicaptenzorg en revalidatiecentra. - Woongebouwen hoger dan 20 meter. Hoogbouw, zoals kantoorpanden, valt volgens deze methode niet onder de woongebouwen hoger dan 20 meter. - Portiekwoningen Voor deze objecten geldt volgens de GGO-methodiek een opkomsttijd van 10 minuten die door de brandweer op dit moment niet wordt behaald. De aandachtsobjecten en -buurten worden opgenomen in het zaaksysteem van de brandweer voor aanvullende advisering en monitoring.
Gezondheidzorg In de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zijn twee gezondheidzorg objecten waar de opkomsttijd van 10 minuten wordt overschreden. De overschrijding van de opkomsttijd is maximaal 1:19. Voor deze kwetsbare objecten neemt de brandweer aanvullende maatregelen door de gebruiker te adviseren op het gebied van risicobeheersing. De brandweer ondersteunt in: Meelezen en adviseren over het ontruimingsplan. Instellingen aan laten sluiten op het zorgconvenant. Jaarlijks een gezamenlijk met de brandweer een ontruimingsoefening organiseren. Ondersteuning voor de operationele dienst met oriëntaties, waarbij er extra aandacht is voor de bluswatervoorziening en aanvalswegen in het pand. Plaats
Adres
Amstelveen Amsteldijk Zuid 194 Amsterdam Sem Presserhof 80 - 96
Opkomsttijd Objectfunctie Gebruiker Zorgconvenant 1e TS 11:19 Gehandicaptenzorg Stichting ons ja tweede huis 11:05 Gehandicaptenzorg Stichting ons ja tweede huis
Tabel 16 – Overzicht aandachtsobjecten gezondheidzorg VrAA
Cel functie/ Gesloten instelling In de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zijn geen objecten met een cel functie waar de opkomsttijd van 10 minuten wordt overschreden. Dan neemt niet weg dat de brandweer adviseert op het gebied van risicobeheersing. De brandweer ondersteunt in: Meelezen en adviseren over het ontruimingsplan. Gezamenlijk met de brandweer een ontruimingsoefening organiseren. Ondersteuning voor de operationele dienst met oriëntaties, waarbij er extra aandacht is voor de bluswatervoorziening en aanvalswegen in het pand.
Woningen Bij de woningen maken we onderscheid in de volgende woningen, Portiek-etagebouw, woningen van voor 2003 en woningen na 2003. Voor woningen is bij de wijziging van het bouwbesluit de aanwezigheid van rookmelders op 1 juli 2022 verplicht gesteld. Dit betekent dat bij alle woningen (ook van voor 2003) vanaf die datum rookmelders verplicht zijn. Er zal niet actief gestuurd worden op het plaatsen van rookmelders, maar daar waar geen functionerende rookmelder aanwezig is, wordt deze vervangen of verplaatst. Brandveilig leven is een van de taken die ook onder het takepakker van de kazernes valt. Vanuit deze taak wordt er in de aandachtgebieden georiënteerd en kan er voorlichting aan de bewoners gegeven worden.
Pagina | 36
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Portiekwoningen De woningen in portiek-etagebouw beschikken over een samenvallende vluchtweg. Vanuit regelgeving is hiervoor zowel de bouwhoogte als het aantal woningen op het trappenhuis beperkt. Ook voor deze woningen geldt straks een rookmelderplicht. Een aanvullende actie bij deze woningen kan advies voor een dranger op de woningtoegangsdeur zijn, om de enige beschikbare vluchtroute beter te beschermen. Daar hoort ook het vrijhouden- of laten maken van vluchtroutes bij de brandweer bespreekt deze maatregelen, oefen- en oriëntatiemomenten met de betreffende woningcorporatie. Plaats Amsterdam Weesp
Adres Drakenstein Havikhorst Rhijnestein Jan Prinsstraat M.Nijhoffstraat
Opkomsttijd 1e TS 10:29 10:03 10:35 10:05 10:22
Aantal adressen 7 31 54 22 42
Tabel 17 – Overzicht aandachtsobjecten portiekwoningen VrAA
Galerij of corridorflats Bij woongebouwen > 20 meter duurt het langer voordat de brandweer repressief inzetbaar is. Vanuit regelgeving worden hiervoor een aantal voorzieningen voorgeschreven om een repressieve inzet te ondersteunen. Dit zijn droge blusleidingen, brandweerliften en sluizen voor trappen en brandweerliften. In Amsterdam zijn de objecten voornamelijk gelegen op IJburg. De brandweer ontwikkelt een wijkgerichte aanpak voor deze objecten.
Plaats Amsterdam
Adres
Beysterveld Bolestein Emmy Andriessestraat Erich Salomonstraat Eva Besnyostraat Gouden Leeuw Groenhoven Ijburglaan Jaap Speyerstraat Julius Pergerstraat Kiekstraat Krijn Taconiskade Lumièrestraat Maria Austriastraat Profiltigracht Sem Presserhof Talbotstraat Theo Frenkelhof Willy Mullenskade Weesp Heemraadweg Amstelveen Eykenstein Sint Janskruidlaan Zeelandiahoeve Duivendrecht Neptunus Uithoorn Schumanflat
Opkomsttijd 1e TS 10:13 10:26 10:01 10:28 10:05 10:24 11:29 10:32 10:07 10:21 10:27 10:30 10:07 10:29 10:32 10:34 10:03 11:26 10:53 10:26 10:15 10:36 10:01 10:05 10:04
Objectfunctie Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat Galerij/ corridorflat
Aantal adressen 40 38 7 27 4 37 433 169 71 200 80 117 51 26 11 46 8 39 8 155 154 93 25 14 4
Tabel 18 – Overzicht aandachtsobjecten woongebouwen >20 meter VrAA
Pagina | 37
Bijlagen Concept Dekkingsplan 2025-2028
Aandachtsbuurten redvoertuig Gebieden Osdorp IJburg Weesp
Diemen
Buurt Dijkgraafpleinbuurt Botteskerkbuurt Reimerswaal Steigereiland-Noord Havenkwartier IJburg Hogewey-Zuid Hogewey-Midden Hogewey-Noord Weesp Dichtersbuurt Weesp Centrum Studentenflats Rode Kruislaan (Diemen)
Opkomsttijd15 12:10 10:36 10:51 12:45 11:53 11:46 11:07 12:00 12:25 10:48 11:28
Karakter bebouwing Galerijflats Portiekflats Portiek- en galerijflats Woongebouwen >20 meter Woongebouwen >20 meter Galerijflats Galerijflats Galerijflats Portiekwoningen Historische stadskern Torenflats
Tabel 19 – Aandachtsobjecten redvoertuig VrAA. Brandweerkundige beoordeling aandachtsbuurten redvoertuig De redvoertuigen van de brandweer hebben twee hoofdtaken, namelijk het ondersteuning van redding en blussing op hoogte. In het geval van woongebouwen is de hoofdtaak het ondersteunen van de redding op hoogte bij objecten met een enkele vluchtweg. Dit is over het algemeen het geval bij portieketage woningen en in historische stadskernen. Galerijflats en hoogbouw beschikken over betere ontvluchtingsmogelijkheden waardoor de rol van het redvoertuig minder cruciaal is. De overschrijding van de opkomstnorm in buurten met overwegend portiekflats of historische stadskern minder dan 1 minuut.
15
De hoogste opkomsttijd van het eerste redvoertuig in de betreffende buurt is weergegeven in minuten.
Pagina | 38