3. PlanMER_versie2.1_incl_samenvatting.pdf
Tekst van het document
Ligging t.o.v. hoofdgroenstructuur
1B
3
4A
4C
4D
4E
5A
5B
5C
6A
X1
X2
--
--
--
--
-
-
--
--
--
--
--
--
--
Effectbeoordeling zoekgebieden
Science Park
S/B-eiland
Ijburg Baai
Diemerpark
Diemerscheg
Weesperkarspel
Gaasperplas
Holendrecht
Land. Noord
IJmeer
Ligging t.o.v. waterrecreatie Ligging t.o.v. hoofdgroenstructuur
Ring A10 Noord
Ligging t.o.v. sport- wandel en hondenuitlaatgebieden Ligging t.o.v. (tuin)parken
Haven-Zuid
Samenvatting beoordeling recreatie
Haven
3.9.3.4
1A
1A
1B
3
4A
4C
4D
4E
5A
5B
5C
6A
X1
X2
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0
--
-
-
0
-
--
--
--
--
-
-
-
0 --
--
0 --
--
--
--
--
--
--
---
--
--
---
76
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
3.10
Netinpassing
3.10.1
Beoordelingscriteria Op de zoekgebieden te vergelijken op het thema ‘netinpassing’ kijkt het MER naar de informatie uit de eerste RES Monitor van september 2022. In mei 2022 heeft Liander een analyse opgesteld van knelpunten en kansen van de netinfrastructuur. Uit deze analyse blijkt dat voor alle onderzochte zoekgebieden aansluiting uiterlijk 2030 mogelijk is, waardoor de zoekgebieden voor wat betreft de Amsterdamse doelstelling niet onderscheidend zijn. Om toch een zinvolle beoordeling uit te voeren beoordeelt het MER op de huidige status van de zoekgebieden.
Resultaten
3.10.2
De RES Monitor13 presenteert de volgende effecten: Zoekgebied 1A Haven 1B Haven-zuid 3 Ring A10 Noord
Capaciteit Voldoende* Voldoende Voldoende
Aansluiting 2023-2027 2023-2027 2027-2030
4A 4C
Science Park Strand- / Buiteneiland
? Voldoende
? Nu mogelijk
4D 4E 5A
IJburg Baai Diemerpark Diemerscheg
? ? Voldoende
? ? 2027-2030
5B 5C 6A
Weesperkarspel Gaasperplas Holendrecht
Voldoende ? Voldoende
Nu mogelijk ? Nu mogelijk
X1 X2
Landelijk Noord IJmeer
? ?
? ?
* Voor het zoekgebied ‘Haven’ gaat de RES Monitor uit van een opwekvermogen van 10 MW. Het is op basis van huidige beschikbare informatie niet mogelijk een uitspraak te doen over de beschikbare capaciteit en aansluittermijn wanneer de (veel) grotere opwekpotentie uit dit MER wordt beschouwd.
Niet alle zoekgebieden zijn in de RES Monitor meegenomen. Niet meegenomen gebieden zijn beoordeeld met een vraagteken. Mocht een dergelijk gebied in het Programma worden aangewezen dan is nader onderzoek naar de aansluitmogelijkheden belangrijk. Voor de zoekgebieden 4A, 4D en 4E ligt een vergelijkbare beoordeling als zoekgebied 4C in de verwachting, doordat deze zoekgebieden bij elkaar in de buurt liggen. Aandachtspunt daarbij is wel dat deze beoordeling anders zou kunnen uitpakken als meerdere van deze locaties ontwikkeld zouden worden. Zoekgebied 5C ligt tegen zoekgebied 5B aan, waardoor daarvoor ook dezelfde beoordeling zou kunnen worden aangehouden.
13
https://energieregionh.nl/eerste-res-monitor-noord-holland-zuid
Effectbeoordeling zoekgebieden
77
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
Deze conclusie is echter dermate onzeker dat het MER voor gebieden die niet in de RES Monitor zijn meegenomen geen uitspraak doet over de termijn waarbinnen windturbines kunnen worden aangesloten, en de mate waarin dit aanvullende netinvesteringen vergt. De mogelijkheden voor aansluiting van de grote extra zoekgebieden (Landelijk Noord en IJmeer) zijn niet bekend.
3.10.3
Beoordeling Aansluitend op de analyse van Liander vergelijkt het MER de zoekgebieden op basis van onderstaand beoordelingskader.
? 0 + ++
Netinpassing Onvoldoende informatie beschikbaar Aansluiting in 2030 is mogelijk, maar vereist aanzienlijke netinvestering Aansluiting in 2030 is mogelijk, en kan binnen bestaande stations n.v.t.
Dit leidt tot de volgende effectbeoordeling op het thema Netinpassing.
Netinpassing
Effectbeoordeling zoekgebieden
1A
1B
3
4A
4C
4D
4E
5A
5B
5C
6A
X1
X2
?
+
0
?
+
?
?
0
+
?
+
?
?
78
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
3.11
Milieueffecten in de aanlegfase Niet alleen tijdens de gebruiksfase van windturbines kunnen milieueffecten op de omgeving optreden. Voor het bouwen van windturbines zijn verschillende werkzaamheden noodzakelijk. Per windturbine wordt een gewapend betonnen fundatieplaat gerealiseerd die wordt onderheid met ca. 30-50 heipalen (het specifieke aantal heipalen is afhankelijk van de precieze kwaliteit van de ondergrond en het windturbinetype). Hierna dient de fundatieplaat uit te harden, waarna de windturbineonderdelen (hub, gondel en wieken) omhoog worden gehesen. Daarnaast moet de windturbine worden aangesloten op het Nederlandse elektriciteitsnet. Om de ondergrondse bekabeling aan te leggen, worden graafwerkzaamheden uitgevoerd. Verder kan het noodzakelijk zijn om kraanopstelplaatsen en tijdelijke of permanente toegangswegen aan te leggen. Deze werkzaamheden kunnen een effect op de omgeving hebben. Dit geldt alleen niet voor alle bovengenoemde milieuthema’s, maar enkel voor geluid, externe veiligheid, ecologie, bodem en water(huishouding). Over het algemeen treden de effecten in de aanlegfase altijd op. Onderstaande beschouwing van de effecten geldt daarom voor alle zoekgebieden. Wanneer een effect niet optreedt voor een specifiek zoekgebied is dit nader toegelicht.
3.11.1
Geluid Tijdens de aanlegfase worden verschillende mobiele werktuigen gebruikt, zoals hei-installaties, kranen en grondbewerkingsmachines etc. Dit bouwmaterieel produceert geluid tijdens de aanlegfase. De geluidproductie tijdens de aanlegfase is plaatselijk- en tevens tijdelijk van aard. Wezenlijke en langdurige verstoring van de omgeving kan op voorhand worden uitgesloten. De werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens de werktijden die vastgelegd zijn in het Bouwbesluit. Dit betekent dat de bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden uitgevoerd worden op werkdagen en zaterdagen tussen 7:00 en 19:00. Bij de bouw van windturbines in het water kunnen vissen hinder ondervinden van het heigeluid.
3.11.2
Externe veiligheid Tijdens de bouw van de windturbines moeten de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften. Hiervoor wordt voor de start van de bouw een Health, Safety and Environmental Plan (HSE plan) opgesteld. In dit plan worden de eventuele risico’s op de omgeving in kaart gebracht en afgedekt.
3.11.3
Ecologie
3.11.3.1
Beschermde gebieden: stikstof
Voor het bouwen van een windturbine worden verschillende mobiele werktuigen gebruikt, die kunnen zorgen voor een tijdelijke uitstoot van stikstof(oxiden). Dit kan neerslaan in een Natura 2000-gebied en leiden tot negatieve effecten Effectbeoordeling zoekgebieden
79
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
voor de natuur. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) dient de stikstofdepositie als gevolg van projecten en activiteiten te worden berekend. Per project moet worden getoetst of significant negatieve effecten optreden als gevolg van stikstofdepositie of dat deze kunnen worden uitgesloten. Indien significant negatieve effecten op beschermde gebieden niet kunnen worden uitgesloten is een Passende Beoordeling nodig en moet een vergunning Wnb worden aangevraagd. Over het algemeen geldt voor de bouw van windturbines dat de stikstofdepositie beperkt is. Daarnaast is de stikstofdepositie slechts van tijdelijke aard. De mogelijke stikstofdepositie is daarbij afhankelijk van de hoeveelheid te bouwen windturbines, de te gebruiken mobiele werktuigen, de ligging van ontsluitingswegen, de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden, de KDW, de gevoeligheid en de (over)belasting van de betreffende habitattypen binnen het Natura 2000-gebied. Voor alle zoekgebieden geldt dat de stikstofdepositie op projectniveau in kaart moet worden gebracht door middel van een AERIUS-berekening. 3.11.3.2
Beschermde soorten
Tijdens de aanlegfase kunnen verschillende soorten verstoring ondervinden als gevolg van geluid, beweging en trillingen door bijvoorbeeld heiwerkzaamheden en het op- en afrijden van mobiele werktuigen. In theorie zouden in de aanlegfase de volgende effecten kunnen optreden: ➢ vogels: aantasting door verstoring van eieren of nesten en/of verstoring van broedende, rustende of foeragerende vogels; ➢ vleermuizen: aantasting en/of verstoring van verblijfplaatsen, effecten op vliegroutes en foerageergebieden ➢ grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen: effecten op verblijfplaatsen en leefgebied door aantasting of verstoring. ➢ ongewervelden: aantasting of verstoring van verblijfplaatsen ➢ zeezoogdieren: effecten op verblijfplaatsen, rust- en foerageergebieden door verstoring door (hei)geluiden en trillingen in de aanlegfase van het windpark; ➢ vissen: verstoring door (hei)geluiden en trillingen in de aanlegfase van het windpark en verwondingen door geluid ➢ flora: effecten op groeiplaatsen door aantasting. De verstoringen door geluid en trillingen vinden enkel plaats tijdens de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd. De effecten in de aanlegfase zijn over het algemeen goed te voorkomen/mitigeren door het nemen van preventieve maatregelen. Voor vogels kan bijvoorbeeld buiten het broedseizoen worden gewerkt. Het broedseizoen verschilt per soort.
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wet natuurbescherming geen standaard periode gehanteerd. Globaal moet rekening worden gehouden met de periode half maart tot en met half augustus. Effecten op vliegroutes, foerageergebieden en verblijfplaatsen van vleermuizen kan worden voorkomen/gemitigeerd door een toename van uitstraling van nachtelijke verlichting tijdens de aanlegfase te voorkomen. Dit kan worden voorkomen door enkel tijdens de daglichtperiode te werken. In het geval dit onmogelijk is kan hiervoor een lichtplan worden
Effectbeoordeling zoekgebieden
80
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
opgesteld door een deskundig ecoloog of gebruik worden gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting. Voor andere soorten, zoals zoogdieren, amfibiën en reptielen kan buiten kwetsbare perioden, zoals voortplantings- en overwinteringsperioden worden gewerkt. Deze kwetsbare perioden verschillen ook per soort. In het geval er tijdens de aanlegfase bijvoorbeeld (tijdelijk) watergangen moeten worden gedempt of groen moet worden verwijderd, kan er voorafgaand aan de werkzaamheden worden gezorgd voor alternatief leefgebied van voldoende kwaliteit. Ook kan er gefaseerd gewerkt worden, waardoor de aanwezige soorten op elk moment (een gedeelte van) hun leefgebied behouden. In gemeente Amsterdam wordt het werkgebied ter voorbereiding op de werkzaamheden standaard onderzocht door een ecologisch deskundige. Dit staat standaard opgenomen in een ecologisch werkprotocol, waarin tevens eventuele voorwaarden uit de ontheffing worden meegenomen. Daarnaast dient in elk geval rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van soorten in het kader van de zorgplicht. Het realiseren van windturbines op locaties waar (beschermde) zeezoogdieren en vissen voorkomen kan effecten hebben op deze soorten. Voornamelijk tijdens de aanlegfase vinden activiteiten plaats die effecten kunnen hebben op zeezoogdieren en vissen.
Zeezoogdieren ondervinden met name hinder van geluidseffecten die tijdens de aanlegfase plaatsvinden, zoals het heigeluid. Door dit geluid kan het gebied gedurende de bouwperiode ongeschikt worden als leefgebied voor de soorten. Daarnaast kan het geluid leiden tot gehoorschade bij de betreffende soorten. Voor vissen kan het geluid tot directe verwondingen leiden. De zwemblaas van vissen kan namelijk knappen wanneer er plotseling een hard geluid is. Wel bestaan er oplossingen om het lawaai (enigszins) te beperken onder water. Bij de aanleg van windturbines kunnen er bellenschermen of geluidsschermen worden geplaatst die het heigeluid opvangen en isoleren. Daarnaast kan het heien worden uitgevoerd middels een slow-start. Dit betekent dat de heikwerkzaamheden met een laag vermogen langzaam worden gestart. Op deze manier worden de onderwaterdieren eerst gewaarschuwd en kunnen ze zich verplaatsen naar een andere locatie tijdens de werkzaamheden. Deze effecten/mitigerende maatregelen zijn alleen van toepassing op de zoekgebieden waarbij windturbines in het water beoogd zijn: 4C Strand-/Buiteneiland, 4D IJburg Baai en E2 IJmeer. 3.11.3.3
Japanse duizendknoop
Een groeiplaats van de Japanse Duizendknoop, een woekerplant die veel schade kan veroorzaken, heeft geen effecten op de realisatie van windturbines. Wel kan de plaatsing van een windturbine op (of nabij) een groeiplaats zorgen voor extra tijd, inspanning en investering. Dit komt doordat de locatie voorafgaand aan de bouw van de windturbine gesaneerd dient te worden en na afloop dient te worden gemonitord (3 metingen) om zeker te zijn dat er geen hergroei heeft plaatsgevonden. Uit het MER-onderzoek blijkt dat alle onderzochte windturbineposities op meer dan 50 meter afstand van dergelijke locaties gelegen zijn, waarmee dit criterium niet onderscheidend is. Mochten er op basis van projectspecifiek onderzoek toch groeiplaatsen van de Japanse Duizendknoop Effectbeoordeling zoekgebieden
81
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
aanwezig zijn op of nabij een windturbinepositie, dan dient deze locatie alsnog voorafgaand aan de werkzaamheden te worden gesaneerd.
3.11.4
Bodem en water(huishouding) Om de fundering van de windturbine aan te leggen is het mogelijk dat een tijdelijke bemaling op de bouwlocatie plaatsvindt. Dit kan een impact hebben op het grondwaterpeil en leiden tot verdroging in de omgeving, met name op zandgronden. De precieze effecten zijn op het detailniveau van een planMER niet in te schatten, maar bodemeffecten tijdens de aanlegfase zijn een aandachtspunt in de vervolgfase.
3.11.5
Overige effecten in aanlegfase
3.11.5.1
Verkeer
De windturbines worden in delen vervoerd door vrachtwagens en op locatie met behulp van verschillende mobiele werktuigen in elkaar gezet en geïnstalleerd. De aanvoer van de windturbineonderdelen vindt (waarschijnlijk) plaats via het al aanwezige wegennet. Wanneer een windturbine wordt gebouwd, dient de aannemer een plan voor te leggen voor het vervoer van de turbineonderdelen naar de bouwplaats. Tijdens de aanlegfase van de windturbines kan er een toename zijn van vrachtverkeer. De eventuele toename van het verkeer is slechts beperkt en tijdelijk van aard. Voor uitzonderlijke transporten, zoals de grote wieken worden voorschriften gevolgd die van toepassing zijn voor deze dergelijke transporten. Ook kunnen er in de vergunningsvoorwaarden regels worden opgenomen over het tijdstip van de aanvoer en bouw. 3.11.5.2
Productie van een windturbine
Hoewel windenergie duurzame energie verzorgt, is de productie van windturbines niet CO2-neutraal. Tijdens de productie van windturbines komt namelijk CO2 vrij. Uit meerdere studies blijkt echter wel dat de netto CO2-uitstoot van een windturbine binnen 5 tot 12 maanden gebruik positief is. De uiteindelijke besparing van CO2-uitstoot ligt dan ook vele malen hoger dan de initiële bijdrage door de productie van de windturbine. 3.11.5.3
Aanleg kabeltracé
De elektriciteit die de windturbines opwekken dient te worden getransporteerd naar het (nationale) elektriciteitsnet. In het kader van de uitvoerbaarheid is het noodzakelijk om te weten of de windturbines op het net kunnen worden aangesloten. Op basis van de Capaciteitskaart Invoeding Elektriciteitsnet (Netbeheer Nederland) is er binnen de gemeente Amsterdam transportcapaciteit voor invoeding van het elektriciteitsnet beschikbaar. Hiervoor is per zoekgebied een indicatief kabeltracé van het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation (150 – 380 kV) naar de dichtstbijzijnde windturbine in kaart gebracht, zie Figuur 38.
Effectbeoordeling zoekgebieden
82
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 Figuur 38
Indicatieve kabeltracés van hoogspannigsstations naar dichstbijzijnde windturbine in zoekgebied
Hierbij is globaal in kaart gebracht wat de lengte van het indicatieve tracé is naar de dichtstbijzijnde windturbine en of deze kabels mogelijk waardevolle gebieden doorkruisen. Zoekgebied 1A Havengebied Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Hemweg (150 kV) en ligt op korte afstand binnen het zoekgebied. Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 850 meter afstand. De benodigde lengte van het gehele kabeltracé zal echter veel groter zijn, aangezien tussen de windturbines ook elektriciteitskabels nodig zijn. Er vindt naar alle waarschijnlijkheid een beperkte doorkruising plaats van de Ecologische Structuur. Zoekgebied 1B Haven Zuid Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Hemweg (150 kV) en ligt op relatief korte afstand. Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 3,5 km afstand. Er vindt daarbij mogelijk doorkruising plaats van Bijzonder Provinciaal Landschap, Ecologische Structuur en NNN. Zoekgebied 3 Ring A10 Noord Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Klaproosweg (150 kV). Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 5 km afstand. Daarnaast dienen de windturbines onderling met elkaar verbonden te worden. Er vindt daarbij mogelijk doorkruising plaats van gebieden zoals Bijzonder Provinciaal Landschap, Ecologische Structuur, weidevogelgebieden en NNN.
Effectbeoordeling zoekgebieden
83
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
Zoekgebied 4A Sciencepark Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Watergraafsmeer (150 kV) en ligt relatief dichtbij. Het indicatieve kabeltracé naar de windturbine ligt op ca. 1,2 km afstand. Doorkruising van Ecologische Structuur kan worden voorkomen (met indicatieve tracé). Verder vindt er naar alle waarschijnlijkheid geen doorkruising plaats van waardevolle gebieden. Zoekgebied 4C Strand-/Buiteneiland Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Watergraafsmeer (150 kV). Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 7,6 km afstand. Daarnaast dienen de windturbines onderling met elkaar verbonden te worden. Aangezien de windturbines grenzen aan Natura 2000/NNN kan er mogelijk doorkruising zijn van deze gebieden. Daarnaast doorkruist het tracé mogelijk de Ecologische Structuur. Zoekgebied 4D IJburg Baai Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Watergraafsmeer (150 kV). Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 3,5 km afstand. Daarnaast dienen de windturbines onderling met elkaar verbonden te worden. Er kan mogelijk doorkruising mogelijk zijn van waardevolle gebieden, zoals de mosselbanken (compensatiegebieden) en een beperkte doorkruising van de Ecologische Structuur. Zoekgebied 4E IJburg Diemerpark Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Watergraafsmeer (150 kV).
Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 1,9 km afstand. Het kabeltracé kan mogelijk de verbindingen van NNN en Ecologische Structuur doorkruisen. Zoekgebied 5A Diemerscheg Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Diemen (380 kV). Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 2,4 km afstand. Daarnaast dienen de windturbines onderling met elkaar verbonden te worden. Er vindt naar alle waarschijnlijkheid doorkruising plaats van waardevolle gebieden, zoals NNN. Ecologische Structuur en Bijzonder Provinciaal Landschap. Zoekgebied 5B Weesperkarspel/Gein Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Bijlmer Zuid (150 kV). Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 4,5 km afstand. Er vindt naar alle waarschijnlijkheid een beperkte doorkruising plaats van het NNN en Ecologische Structuur. Zoekgebied 5C Gaasperplas Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Bijlmer Zuid (150 kV). Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 3,0 km afstand. Daarnaast dienen de windturbines onderling met elkaar verbonden te worden. Er vindt zeer waarschijnlijk doorkruising plaats van het NNN en Ecologische Structuur. Zoekgebied 6A Knooppunt Holendrecht Effectbeoordeling zoekgebieden
84
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Bijlmer Zuid (150 kV). Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 1,4 km afstand. Er vindt doorkruising plaats van het NNN. Extra zoekgebied E1 Landelijk Noord Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Klaproosweg (150 kV). Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 5,6 km afstand. De benodigde lengte van het gehele kabeltracé zal echter veel groter zijn, aangezien tussen de windturbines ook elektriciteitskabels nodig zijn. De onderlinge kabels tussen de windturbines kruisen weidevogelgebied, Bijzonder Provinciaal Landschap en NNN. Extra zoekgebied E2 IJmeer Het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation is Watergraafsmeer (150 kV). Het indicatieve kabeltracé naar de dichtstbijzijnde windturbine ligt op ca. 2,8 km afstand. De benodigde lengte van het gehele kabeltracé zal echter veel groter zijn, aangezien tussen de windturbines ook elektriciteitskabels nodig zijn. De onderlinge kabels tussen de windturbines kruisen met zekerheid Natura 2000-gebied/NNN.
Effectbeoordeling zoekgebieden
85
Samenvatting effectbeoordeling
Tabel 16
Effectbeoordeling alle milieuthema’s.
Holendrecht
4D
4E
5A
5B
5C
6A
X1
X2
2090 460 50
7710 2417 176
960 5 0
9 0 0
253 0 0
4016 1461 22
9 0 0
4557 1166 807
1289 238 87
Aantal GO/GWh/jr met Lden > 42 dB Aantal GO/GWh/jr met Lden > 45 dB Aantal GO/GWh/jr met Lden > 47 dB
1 0,2 0,12
76 9,3 0,00
27 0,5 0,08
20 5,4 0,00
24 5,3 0,58
105 32,8 2,39
52 0,3 0,00
0 0,0 0,00
14 0,0 0,00
73 26,5 0,40
0 0,0 0,00
6 1,5 1,05
2 0,3 0,11
79 26 15
3 2 2
25 20 12
8 5 5
6 0 0
11 9 4
0 0 0
7 4 2
0 0 0
3 1 0
0 0 0
69 50 48
11 10 6
Aantal OO/GWh/jr met Lden > 42 dB Aantal OO/GWh/jr met Lden > 45 dB Aantal OO/GWh/jr met Lden > 47 dB
0,23 0,08 0,04
0,17 0,11 0,11
0,23 0,18 0,11
0,43 0,27 0,27
0,07 0,00 0,00
0,15 0,12 0,05
0,00 0,00 0,00
0,19 0,11 0,06
0,00 0,00 0,00
0,05 0,02 0,00
0,00 0,00 0,00
0,09 0,06 0,06
0,01 0,01 0,01
Afstand tot stiltegebieden
5070
9058
224
3644
570
667
2528
5230
4098
4725
2150
0
0
Gezondheid EH windturbinegeluid % EH windturbinegeluid Toename EH Lcum Toename % EH Lcum Woningen met GES-score ≥ 7 Slagschaduw SGO binnen 30 min.-contour
1A
1B
3
4A
4C
4D
4E
5A
5B
5C
6A
X1
X2
305
239
477
116
346
1008
218
19
44
561
1
833
321
1%
2%
2%
2%
3%
3%
2%
1%
2%
3%
2%
3%
2%
8
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
1
0
1A
1B
3
4A
4C
4D
4E
5A
5B
5C
6A
X1
X2
5878
6241
23k
16k
5207
17k
9286
7325
7046
15k
3762
13k
6289
SGO/GWh/jr binnen 30 min.-contour
17
346
207
843
60
237
505
203
383
274
204
17
8
% Stilstand voor 0-uur norm Slagschaduw op OT (u/jr) Externe veiligheid
0,3%
0,7%
2,0%
3,3%
0,8%
2,6%
4,6%
0,9%
3,6%
3,0%
2,0%
1,9%
0,5%
231
357
1632
139
52
384
74
299
64
208
106
1682
381
1A
1B
3
4A
4C
4D
4E
5A
5B
5C
6A
X1
X2
Bep. kwetsbare gebouwen/locaties (Zeer) kwetsbare gebouwen/locaties
5/104
0
0/2 1
0 4
0 0
0 0
0 0
0/1 0
0 1
0 0
0/7 0
0/1 0
0/15 1
0 0
Buisleidingen en hoogspanning Risicovolle installaties Vaarwegen Rijkswegen en spoorwegen Waterkeringen Ecologie Beschermde gebieden Effecten op Natura 2000 NNN en natuurverbindingen
-
-
--
-
0
0
--
-
-
0
0
--
--
--
0
--
0
0
0
0
0
0
0
0
-
0
0
0
0
0
--
--
0
-
0
0
0
0
--
--
-
--
--
0
0
0
-
0
0
--
0
0
0
0
-
0
0
0
0
0
0
0
0
-
0
1A
1B
4A
4C
4D
4E
5A
5B
5C
6A
X1
X2
0
--
--
0
---
---
0
--
0
--
--
---
---
Weidevogelgebieden Ganzenfoerageergebieden
0 0
0 0
---
0 0
0 -
0 -
0 0
0 -
0 0
0 0
0 0
---
---
Ecol. Structuur (en passages) Compensatiegebieden Beschermde soorten
0 0
-0
-0
0
0 0
0 --
-0
-0
-0
0
0
0 0
0 0
Wintervogels –individuen Wintervogels – relatief
11k
105
6384
273
749
1019
315
549
216
405
246
54k*
18k*
33
6
58
15
9
14
17
15
12
7
13
71
23
Aantal OO met Lden > 42 dB Aantal OO met Lden > 45 dB Aantal OO met Lden > 47 dB
Effectbeoordeling zoekgebieden
IJmeer
Gaasperplas
4C
375 100 0
Land. Noord
Diemerscheg
4A
2936 56 9
Ijburg Baai
3
1368 167 0
S/B-eiland
1B
399 55 41
Science Park
1A
Aantal GO met Lden > 42 dB Aantal GO met Lden > 45 dB Aantal GO met Lden > 47 dB
Haven-Zuid
Geluid
Haven
Diemerpark
Ring A10 Noord
3.12
Weesperkarspel
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
55
35
160
18
318
684
98
3
26
380
0
396
211
2%
3%
10%
2%
210%
58%
13%
2%
25%
53%
4%
18%
33%
3
86
Ring A10 Noord
Science Park
S/B-eiland
Ijburg Baai
Diemerpark
Diemerscheg
Weesperkarspel
Gaasperplas
Holendrecht
Land. Noord
IJmeer
8
678
22
304
317
34
61
23
62
47
2802
657*
0,44
6
1,2
3,5
4,3
1,8
1,7
1,3
1,1
2,6
3,6
0,9
0
-
-
--
--
--
-
-
-
-
--
--
-
--
-
--
--
--
--
-
-
0
--
--
-
-
-
0
0
0
-
-
-
-
0
-
0
-
0
-
-
0
0
0
-
0
0
0
-
-
1A
1B
3
4A
4C
4D
4E
5A
5B
5C
6A
X1
X2
--
--
0
0
0
0
-
0
0
0
0
--
0
--
--
-
0
0
0
0
--
0
0
0
--
-
0
0
0
0
--
--
0
0
0
--
0
--
--
Haven
Haven-Zuid
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
Broedvogels - paren/territoria
347
Broedvogels - relatief Vogeltrek
1 -
Vleermuizen Amsterdamse beleidssoorten Overige zoogdiersoorten Ondergrond Ligging t.o.v. kwaliteit bodem Ligging t.o.v. arch. waarden Ligging t.o.v. oppervlaktewater Ligging t.o.v. waterwingebieden Landschap & Cult. hist. Bijzonder Provinciaal Landschap Unesco Werelderfgoed Interferentie Scheggenstructuur Landschappelijke waarden Aansluiting bij structuren Herkenbaarheid van de opstelling Verhouding tot landschap Lichthinder Recreatie Sport- wandel en uitlaatgeb. Ligging t.o.v. (tuin)parken Ligging t.o.v. waterrecreatie Ligging t.o.v. hoofdgroenstructuur Netinpassing Netinpassing
-
3.13
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1A 0 -0 --0 0 1A 0 0 0 -1A ?
1B -0 --+ + 0 1B --1B +
3 ----0 -3 0 -3 0
4A 0 0 + 0 0 4A -4A ?
4C 0 -0 0 4C 0 -4C +
4D -0 0 4D -4D ?
4E -0 0 0 4E --4E ?
5A -----0 5A --5A 0
5B 0 0 5B --5B +
5C 0 + 5C ---5C ?
6A + 0 6A -6A +
X1 ---------X1 -X1 ?
X2 ----0 --X2 --X2 ?
Toelichting per zoekgebied Deze paragraaf geeft een korte tekstuele toelichting op de zoekgebieden, met de resultaten van het MER op zak. Eerst volgt een samenvatting van de milieueffecten, daarna (in paragraaf 3.13.2) een beschrijving van ‘stadsontwikkelingen’: ontwikkelingen waarvan het nog niet vaststaat dat ze doorgaan, maar die wellicht invloed hebben op de mogelijkheid om windturbines te realiseren (of vice versa).
Effectbeoordeling zoekgebieden
87
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
3.13.1
Milieueffecten
Algemeen
De milieueffecten zoals in dit MER beschreven zijn natuurlijk deels afhankelijk van het gehanteerde referentie-windturbinetype. Voor geluid toont de gevoeligheidsanalyse bijvoorbeeld dat er verschil kan zitten in de grootte van de geluidscontouren, afhankelijk van het gekozen type (paragraaf 3.2.4 in de technische bijlage). Het is dan ook belangrijk dat in de projectfase van aangewezen zoekgebieden inzicht wordt verkregen in de mogelijk variantie van milieueffecten bij toepassing van verschilende passende windturbinetypen. De verschillen in milieueffecten zijn voor windturbines (buiten geluid) niet zodanig dat een gevoeligheidsanalyse voor alle zoekgebieden doelmatig is. Zoekgebied 1A – Havengebied
De haven kent een grote potentie voor windenergie, omdat er veel plekken zijn waar vanuit de belemmeringenanalyse is gebleken dat windturbines zouden passen. De belangrijkste aandachtspunten voor de uitvoerbaarheid zijn: ➢ Grondeigendom en concurrerend ruimtegebruik ➢ Hoogtebeperkingen Schiphol De belangrijkste milieueffecten voor dit zoekgebied zijn leefomgeving (een deel van de ingetekende windturbines ligt relatief dicht bij woningen) en ecologie (ondanks de afstand tot beschermde natuurgebieden kunnen er vogel- en vleermuisslachtoffers optreden. Mogelijke optimalisatie Binnen dit zoekgebied is het mogelijk om voldoende windturbineposities aan te wijzen om zowel aan de doelstelling te voldoen als de hinder op geluidsgevoelige objecten tot een minimum te beperken. Uit een nadere ecologische beschouwing blijkt dat het oostelijk deel van het zoekgebied beter scoort op ecologie dan het westelijke deel. Binnen het oostelijke deel van het zoekgebied is de vogeltrek lager (de laagste treksterkte volgens SOVON) t.o.v. van het westelijke deel. Ook zijn in het oostelijke deel minder beschermde soorten waargenomen. Zoekgebied 1B – Haven Zuid (Brettenzone)
De ruimte in de Brettenzone is slechts genoeg voor twee windturbines, die vrij dicht bij bewoning gelegen zijn. Daarom scoort dit zoekgebied slecht op het thema leefomgeving (met name geluid). De windturbines liggen beide in de Hoofdgroenstructuur, de westelijke windturbine ligt in Natuurnetwerk Nederland en de oostelijke in Bijzonder Provinciaal landschap, wat de beoordeling op ecologie en landschap negatief beïnvloedt. Door het intensieve recreatiegebruik van dit gebied wordt dit zoekgebied ook (zeer) negatief beoordeeld op recreatie.
Effectbeoordeling zoekgebieden
88
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
Doordat het zoekgebied klein is, er weinig schuifruimte is, en de windturbines gelegen zijn in beschermde gebieden, lijkt er weinig ruimte voor optimalisatie. Zoekgebied 3 – Ring A10 Noord
De hele doelstelling van de gemeente Amsterdam is realiseerbaar langs de noordkant van de A10. Deze windturbines liggen echter wel langs diverse woonwijken, waardoor de beoordeling op het thema leefomgeving negatief uitpakt. Ook zijn hier diverse tuin- en sportparken gelegen. Door de ligging aan de rand van het open buitengebied scoort dit zoekgebied zeer negatief op ecologie (NNN, weidevogels, ganzen, vogel- en vleermuisslachtoffers) en landschap (BPL, aantasting van de landschappelijke waarden (openheid) en de scheggenstructuur). Sommige windturbineposities liggen verder van aaneengesloten woonbebouwing, zoals de 3 noordelijke en 2 zuidelijke posities, maar een optimalisatie op leefomgeving laat nog altijd aanzienlijke effecten op recreatie, landschap en ecologie. Zoekgebied 4A – Sciencepark
De solitaire windturbine die past binnen dit zoekgebied scoort negatief op geluid en zeer negatief op slagschaduw door de grote aantallen woningen in de ruime omgeving. Door de afgelegen ligging en de huidige gebruik van het gebied als infrastructureel knooppunt zijn er weinig effecten op ecologie en landschap. De ligging aan het knooppunt kan de windturbine een ‘landmark’-functie geven. Zoekgebied 4C – Strand- / Buiteneiland
Met name vanwege de ligging ten opzichte van de woonwijken-in-ontwikkeling op Strand- en Buiteneiland scoort dit zoekgebied slecht op leefomgeving. Windturbines in het water hebben zeer negatieve ecologische effecten op het gebied van Natura 2000, NNN, broedvogels, vogeltrek en vleermuizen). Daarnaast is er impact op het UNESCO werelderfgoed (Vuurtoreneiland). Zoekgebied 4D – IJburg Baai
De ligging van dit zoekgebied, aan drie kanten omringd door woonwijken (deels in aanbouw) zorgt ervoor dat alle windturbines in dit zoekgebied zeer slecht worden beoordeeld op geluid en gezondheid. Op het gebied van ecologie en landschap is de impact vergelijkbaar met zoekgebied 4C. Zoekgebied 4E - IJburg Diemerpark
De windturbine in het Diemerpark ligt ver van woningen, en veroorzaakt daardoor maar beperkte effecten op geluid en gezondheid. Wel is er aanzienlijke stilstand nodig om slagschaduw te voorkomen. De windturbine is gelegen binnen de adviesafstand van TenneT tot een 380 kV-leiding, waarmee de uitvoerbaarheid onzeker is. Vanwege de recreatiefunctie van de omgeving Effectbeoordeling zoekgebieden
89
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
(sportparken en wandelgebied) is Recreatie een milieuthema waarop het zoekgebied slecht scoort. Het gebied scoort ook op het gebied van ecologie niet goed, aangezien de locatie (op basis van expert judgement) gelegen is binnen een gebied met een hoge relevantie voor vogeltrek/aanwezigheid van vogelsoorten. Daarnaast zijn er veel verschillende vleermuissoorten meermaals dichtbij het gebied waargenomen Zoekgebied 5A – Diemerscheg
De locatie Diemerscheg scoort van alle alternatieven het gunstigst qua effect op geluidsgevoelige objecten, door de grote afstand tot woonbebouwing. Wel ligt er een tuinpark op korte afstand (ca. 140 meter), wat effect heeft op de beoordeling van leefomgeving en externe veiligheid. Het hele zoekgebied is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, waardoor op dit thema geen optimalisatie mogelijk is. Landschappelijk scoort de locatie slecht, vanwege de impact op Bijzonder Provinciaal Landschap, de landschappelijke waarden en de scheggenstructuur. Ook op het gebied van recreatie heeft dit zoekgebied een negatief effect. Mogelijke optimalisatie Het gehele gebied is Natuurnetwerk Nederland, maar door het zoekgebied niet volledig te benutten (en dus minder dan 4 windturbines in te passen) zijn de milieueffecten van andere thema’s te verminderen. Bijvoorbeeld de hinder op het tuinpark en de herkenbaarheid van de opstelling. Voor deze locatie is het ook van belang om de toekomstige plannen voor windenergie van gemeente Diemen mee te nemen in een locatiespecifiek ontwerp. Zoekgebied 5B – Weesperkarspel/Gein
De solitaire windturbine in dit zoekgebied (op de grens met de gemeente De Ronde Venen ligt op aanzienlijke afstand van woningen. Ook op het gebied van ecologie en landschap is de impact beperkt tot licht negatief. Wel is het zoekgebied onderdeel van de Hoofdgroenstructuur. Zoekgebied 5C – Gaasperplas
De drie windturbines in de Gaasperplas worden gezamenlijk negatief beoordeeld op leefomgeving, door de grote aantallen woningen in de nabijheid. Dit effect is in het westen van het zoekgebied groter dan in het oosten. Verder is de plas onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Door de recreatieve functie van de plas scoort de locatie zeer negatief op het thema recreatie. Zoekgebied 6A – Knooppunt Holendrecht
De windturbine nabij knooppunt Holendrecht ligt ver van woningen, maar wel in Natuurnetwerk Nederland. Door de ligging op een golfbaan is de haalbaarheid twijfelachtig. Door de ligging langs de snelweg, vlakbij de bestaande windturbine, is er wel een duidelijke aansluiting bij bestaande structuren mogelijk (‘landmark’-functie). Effectbeoordeling zoekgebieden
90
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 Extra zoekgebied 1 – Landelijk Noord
De gekozen onderzoeksopgave om windturbines in Landelijk Noord te modelleren leidt niet tot onverwachte inzichten: de effecten op vrijwel alle milieuthema’s zijn zeer negatief. Door het grote aantal verspreid liggende woningen en de status van het gebied als beschermd landschappelijk en natuurlijk gebied zijn er niet of nauwelijks realiseerbare optimalisaties denkbaar. Extra zoekgebied 2 – IJmeer
Windturbines in het IJmeer liggen zo ver van Schiphol dat er geen hoogtebeperkingen spelen. Elke windturbine kan hier veel energie opwekken, waardoor de doelstelling met relatief weinig windturbines gehaald kan worden. Doordat het gehele zoekgebied maximaal met windturbines is ingevuld liggen er ook woningen binnen de geluidscontouren, wat de beoordeling op Leefomgeving negatief beïnvloedt. Ecologie is het meest kritische milieuthema voor dit zoekgebied: ligging in een Natura 2000-gebied en met grote aantallen verwachte vogel- en vleermuisslachtoffers zorgen voor een negatieve beoordeling en vraagtekens bij de uitvoerbaarheid. Ook landschappelijk zijn de effecten aanzienlijk, door de aantasting van landschappelijke waarden en de ligging t.o.v. UNESCO-werelderfgoed. Ook waterrecreatie wordt negatief door deze windturbines beïnvloed. Mogelijke optimalisatie Optimalisatie in dit zoekgebied zal altijd betrekking hebben op ecologie. In het kader van een passende beoordeling is vervolgonderzoek nodig om de effecten van verschillende opstellingen (en mitigerende maatregelen) inzichtelijk te maken. Zie ook hoofdstuk 5 over ‘leemten in kennis’.
3.13.2
Stadsontwikkelingen Stadsontwikkelingen zijn ontwikkelingen die globaal bekend zijn voor de lange termijn, maar nog niet zodanig vast staan dat het autonome ontwikkelingen zijn. Voor de gemeente Amsterdam is gekeken naar de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en voor relevante ontwikkelingen bij buurgemeenten hebben overleggen plaatsgevonden en is informatie van de gemeentelijke websites opgehaald. Voor stadsontwikkelingen is per zoekgebied bepaald of de beoogde ontwikkelingen al dan niet verenigbaar kunnen zijn met windturbines. Stadsontwikkelingen die op dermate grote afstand van de zoekgebieden liggen zijn niet meegenomen. Door de grote afstand zijn er namelijk geen effecten van windturbines te verwachten. In Figuur 39, Figuur 40 en onderstaande Tabel 17 is een overzicht gegeven van de stadsontwikkelingen waarvan is onderzocht of deze (on)verenigbaar zijn met windturbines. Enkele woningbouwontwikkelingen, zoals Strand- & Buiteneiland en Weespersluis, zijn al zodanig ver in de ontwikkeling dat deze als autonome ontwikkelingen zijn opgenomen, wat betekent dat ze meetellen bij de effectbeoordeling (bijvoorbeeld voor geluid en slagschaduw) alsof de geplande woningen er al zijn.
Effectbeoordeling zoekgebieden
91
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 Figuur 39
Stadsontwikkelingen binnen gemeente Amsterdam
Figuur 40
Stadsontwikkelingen in buurgemeenten
Effectbeoordeling zoekgebieden
92
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 Tabel 17 Overzicht van stadsontwikkelingen inclusief toelichting op het project. Stadsontwikkeling Toelichting Amsterdam Noord Centrumgebied Amsterdam Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) is het gebied rond station Noord van Noord (realisatie 2020 - 2030) de Noord/Zuidlijn. Het gebied wordt ontwikkeld naar nieuw stedelijk centrum met ca. 7.000 woningen en verschillende voorzieningen om te wonen, werken, winkelen en ontspannen. Delflandpleinbuurt (realisatie De Delflandpleinbuurt is gelegen in Nieuw-West, waarbij de A10-West de 2019 – 2025) buurt doorsnijdt en scheidt in een westelijk en oostelijk deel. Er worden woningen (woontoren) met winkels, kantoorruimten en een parkeergarage gerealiseerd. Ook worden het Delflandplein en de omliggende straten vernieuwd. Banne Noord (realisatie 2022 Banne Noord is gelegen aan de rand van Amsterdam onder de Ringweg A10. – 2024) De wijk Banne Noord wordt opgeknapt en zal de eerste wijk zijn die aardgasvrij wordt. Naast de plannen voor het opknappen van de wijk worden ook extra woningen gebouwd. Amsterdam Oost IJburg Centrumeiland (na Ten zuiden van de Pampuslaan wordt de buitenhaven ingericht (land gemaakt 2027) in 2021/2022). Daarnaast op de Noordpunt een culturele voorziening en stedelijke allure realiseren. De noordzijde betreft het laatste stuk van het Centrumeiland.
Vernieuwing Diemerpark en Het sportpark binnen Diemerpark wordt uitgebreid. Het Diemerpark is gelegen tussen Diemen, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Rieteilanden op IJburg. Het uitbreiding sportpark vernieuwen van het sportpark is de laatste stap van de uitbreiding. Ook is de infrastructuur (fietspaden, parkeren en ontsluitingswegen) reeds verbeterd, zijn de recreatiemogelijkheden vergroot en zijn er losloopgebieden voor honden toegevoegd. Havengebied Haven-Stad (realisatie tussen Haven-Stad bestaat uit 12 deelgebieden ten westen en noordwesten van het 2025 – 2050) centrum, waaronder Sloterdijk, Westerpark, Coen- en Vlothaven en een deel van de Noordelijke IJ-oever. De ontwikkeling betreft een complete stad met alles in de buurt: scholen, sportfaciliteiten, winkels, zorg en groen. Amsterdam Zuidoost Woningbouwprojecten Vrees- Reigersbos is een wijk in stadsdeel Zuidoost en is onderdeel van Gaasperwijkpad (Gein), Lopikhof Neldam. Het projectgebied bevindt zich aan de Reigersbosdreef. Een deel van het lestein, Holendrecht en Reiprojectgebied is onderdeel van Holendrecht Oost. Holendrecht ligt in stadsdeel Zuidoost, om precies te zijn tussen Gaasperdammertunnel, Reigersbos, gersbos (realisatie na 2026) het landelijke gebied in het zuiden en de spoorbaan naar Utrecht. Er worden in de buurt Holendrecht ongeveer 700 woningen bijgebouwd.
Gaasperdammertunnelzone Pilotprogramma voor woningbouw. (realisatie na 2025) Vernieuwing Gaasperplas (re- De Gaasperplas ligt tussen de woonwijken Nellestein en Gein, Waternet en de alisatie na 2024) Gaasp. De vernieuwing houdt in: - vernieuwing fiets-, wandel en rolstoelroute rondom de plas; - vernieuwing van de hoofdingang vanaf het metrostation - verhoging biodiversiteit en natuurwaarden - meer plek voor sport, spel en recreatie Tennet onderstation AMC Tennet onderstation bij locatie AMC West Amsterdam Holendrecht Vluchtelingenopvang/woninOp de Foodstrip Amsterdam Zuid-Oost worden in de toekomst een vluchtelingen op ‘Foodstrip Amstergenopvang en/of woningen gerealiseerd dam’ Helicopterwegvliegroute (na Het helikopterplatform is gevestigd op de VUmc. Het plan is om dit platform te verplaatsen naar de locatie AMC. Hiervoor is een LIB in voorbereiding. Dit 2029) proces kan 6-7 jaar duren. Buiten gemeentegrenzen Gemeente Zaanstad Ontwikkeling Achtersluispolder
Effectbeoordeling zoekgebieden
Toelichting De Achtersluispolder is onderverdeeld in een aantal deelgebieden. In het zuidelijke gedeelte (Havenkwartier) ligt (en blijft) de focus op economische
93
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
Hembrugterrein
Gemeente Landsmeer Havenzathe
Vakantieresort Breeck
Gemeente Ouder-Amstel De Nieuwe Kern
Ontwikkeling Manegeterrein Werkstad OverAmstel
Gemeente Diemen Rietschuurhof Sociale woningbouw de Griend Gemeente Ronde Venen Bon-gronden Gemeente Haarlemmermeer Sectorpark
Effectbeoordeling zoekgebieden
functies. In het centrale deelgebied (Sluiskwartier) en noordelijke deelgebied (Thorbecke zone) zijn woningbouwplannen. Binnen de Thorbeckezone is ruimte voor ca. 750 tot 1250 woningen en binnen Sluiskwartier is ruimte voor ca. 750 nieuwe woningen. Bouwen nieuwbouwwoningen (ca. 950 woningen) in noordelijk deel en aan de westrand van terrein. Daarnaast worden buurtvoorzieningen gerealiseerd, zoals schoollocatie, hotellocatie, projectfabriek, kunstgebouw, aanplant en inrichting bos (Plofbos en Naoorlogse Bos) uitbreiding waterstructuur en bos. Herinrichting en uitvoering in de wijk Havenzathe in Landsmeer. De herinrichting van de wijk wordt in fases uitgevoerd in de periode van 2021 tot en met 2028. Locatie langs de ringweg A10 wordt gezien als een mogelijke locatie om invulling te geven aan recreatie en toerisme. In december 2022 is in navolging op het raadsakkoord een onderzoek gestart of woningbouw op de locatie van het resort mogelijk is. Binnen gebied ‘De Nieuwe Kern’ komt ruimte voor ca. 5.000 woningen rondom een stadspark, 250.000 m2 voor bedrijven, horeca, kantoren en uitbreiding van sportcomplex De Toekomst van Ajax. Planning woningen 2026. Plan voor 36 woningen. Gemeente, eigenaar en provincie zijn bezig om de mogelijkheden voor de ontwikkeling van het terrein in kaart te brengen. Werkstad OverAmstel is verdeeld in vier gebieden.
In Werkstad Zuid wordt verdichting mogelijk gemaakt gericht op werken en stedelijke voorzieningen. In Entrada, Werkstad Noord en Weespertrekvaart worden werkvoorzieningen en woningen mogelijk gemaakt. De Rietschuur wordt ontwikkelt voor actieve senioren (65+). In het hof komen ca. 45 woningen, waarvan 35 appartementen en 10 woningen. Project staat momenteel on hold; plan om 1085 sociale huurwoningen te realiseren. Ca. 280-300 woningen op de Bon-gronden. Plan dient nog verder te worden uitgewerkt. Verwachte oplevering eerste woningen 2026-2027.
Op het terrein van de vroegere gemeentewerf van Haarlemmerliede en Spaarnwoude in Halfweg is het plan om woningen te realiseren.
94
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
Hieronder is per zoekgebied onderbouwd of windturbines al dan niet verenigbaar zijn met de stadsontwikkelingen. Zoekgebied 1A – Havengebied
Haven-stad Eén windturbinepositie is gelegen binnen de beoogde stadsontwikkeling van de Coen- en Vlothaven, waar na 2040 woningen gepland zijn. Ook liggen een aantal windturbines binnen zoekgebied 1A dichtbij de stadsontwikkelingen HavenStad, Achtersluispolder en Hembrugterrein. De onderzoeksopstelling in zoekgebied 1A en de stadsontwikkelingen lijken moeilijk verenigbaar met elkaar. Er zijn wel optimalisaties denkbaar die met Haven-Stad, Achtersluispolder en Hembrugterrein te verenigen zijn, met name wanneer het oostelijk deel van het havengebied ontzien wordt. Stadsontwikkeling Sectorpark binnen buurgemeente Haarlemmermeer is gezien de afstand verenigbaar met de onderzoeksopstelling in zoekgebied 1A, zie Figuur 41. Waterstofnetwerk Noordzeekanaalgebied De ligging van het voorkeursalternatief voor het waterstofnetwerk kan mogelijk onverenigbaar zijn met enkele onderzoeksposities in 1A. Als dezelfde uitgangspunten voor deze waterstofleiding worden aangehouden als voor gasleidingen van Gasunie dan betekent dat dat er drie onderzoeksposities in hard belemmerd gebied liggen, namelijk binnen een halve rotordiameter afstand van de waterstofleiding. Nog vier onderzoeksposities liggen binnen een tiphoogte afstand. Hiermee zouden deze turbines zacht belemmerd zijn, een aandachtspunt dus.
Effectbeoordeling zoekgebieden
95
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 Figuur 41
Ligging stadsontwikkelingen t.o.v. windturbineposities binnen zoekgebieden 1A en 1B.
Zoekgebied 1B – Haven Zuid (Brettenzone)
Haven-stad De stadsontwikkeling van Haven-Stad ligt op ca. 1,5 km van de windturbines, waardoor de beide ontwikkelingen geen belemmerende werking op elkaar hebben. Milieueffecten van windturbines zijn op deze afstand te mitigeren, wel zijn er aandachtspunten waar in het vervolgproces rekening mee moet worden gehouden, zie Figuur 41. Stadsontwikkelingen Achtersluispolder, Hembrugterrein en Sectorpark liggen op dermate grote afstanden (>3 km) dat windturbines geen belemmerende werking hebben op deze ontwikkelingen. Zoekgebied 3 – Ring A10 Noord
Centrumgebied Amsterdam Noord De dichtstbijzijnde windturbine binnen het zoekgebied ligt op ca. 1 km afstand van de stadsontwikkeling Centrumgebied Amsterdam Noord. Milieueffecten van windturbines zijn op deze afstand te mitigeren, wel zijn er aandachtspunten waar in het vervolgproces rekening mee moet worden gehouden, zie Figuur 42. Banne Noord Stadsontwikkeling Banne Noord ligt op ca. 450 meter afstand van de meest noordwestelijke windturbine binnen het zoekgebied. De stadsontwikkeling is met de huidige locatiealternatieven waarschijnlijk moeilijk tot onverenigbaar met de windturbines. Dichtbij deze positie zijn namelijk plannen om nieuwe woningen te realiseren, namelijk bij Noorderbreedte, Fokkemast-Parlevinker en Effectbeoordeling zoekgebieden
96
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
de Driemaster. De windturbines zijn enkel verenigbaar met de ontwikkeling van Banne Noord wanneer deze dichtstbijzijnde windturbinepositie in het vervolgproces wordt verplaatst of buiten beschouwing wordt gelaten, zie Figuur 42. Havenzathe (Landsmeer) Stadsontwikkeling Havenzathe ligt op ca. 700 meter afstand van de meest noordwestelijke windturbine binnen het zoekgebied. De herinrichting heeft met name invloed op de bestrating, riolering en het inrichten van het groen. De windturbine heeft, ondanks de geringe afstand, geen effecten op de stadsontwikkeling, zie Figuur 42. Vakantieresort Breeck Stadsontwikkeling Breeck betreft een locatie die mogelijk wordt gezien als vakantieresort. Ook zijn er eventueel plannen voor woningbouw in plaats van een vakantieresort. De meest noordwestelijke windturbine binnen het zoekgebied ligt op een afstand van ca. 800 meter. Milieueffecten van windturbines zijn op deze afstand te mitigeren, wel zijn er aandachtspunten waar in het vervolgproces rekening mee moet worden gehouden, zie Figuur 42.
Figuur 42
Ligging stadsontwikkelingen t.o.v. windturbineposities binnen zoekgebied 3.
Zoekgebied 4A – Sciencepark
Vernieuwing Diemerpark en uitbreiding sportpark
Effectbeoordeling zoekgebieden
97
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030
De windturbine in zoekgebied 4A Science Park is gelegen op ca. 1,2 km afstand van de stadsontwikkeling Vernieuwing Diemerpark en uitbreiding sportpark, maar de windturbine heeft gezien de afstand geen effecten op de functies van de stadsontwikkeling, zie Figuur 43. Rietschuurhof De windturbine in zoekgebied 4A Science Park is gelegen op ca. 1,5 km afstand van de stadsontwikkeling Rietschuurhof in Diemen, waardoor de beide ontwikkelingen geen belemmerende werking op elkaar hebben. De geplande woningen zijn verenigbaar met de windturbines. Milieueffecten van windturbines zijn op deze afstand te mitigeren, wel zijn er aandachtspunten waar in het vervolgproces rekening mee moet worden gehouden zie Figuur 43. Werkstad OverAmstel De windturbine in zoekgebied 4A Science Park is gelegen op ca. 2 km afstand van de rand van de stadsontwikkeling Werkstad OverAmstel in Ouder-Amstel, De geplande woningen en werkfuncties zijn verenigbaar met de windturbines. Milieueffecten van windturbines zijn op deze afstand te mitigeren, wel zijn er aandachtspunten waar in het vervolgproces rekening mee moet worden gehouden zie Figuur 43. Griend De windturbine in zoekgebied 4A Science Park is gelegen op ca. 2,2 km afstand van de stadsontwikkeling Griend in Diemen, waardoor de beide ontwikkelingen geen belemmerende werking op elkaar hebben.
De geplande woningen zijn verenigbaar met de windturbines, zie Figuur 43. De Nieuwe Kern De windturbine in zoekgebied 4A Science Park is gelegen op dermate grote afstand van de stadsontwikkeling De Nieuwe Kern in Ouder-Amste, waardoor de beide ontwikkelingen geen belemmerende werking op elkaar hebben. De geplande woningen zijn verenigbaar met de windturbines, zie Figuur 43.
Effectbeoordeling zoekgebieden
98
PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 Figuur 43
Ligging stadsontwikkelingen t.o.v. windturbineposities binnen zoekgebied 4A, 4C, 4D en 4E.
Zoekgebied 4C – Strand- / Buiteneiland
Vernieuwing Diemerpark en uitbreiding sportpark De dichtstbijzijnde windturbines in zoekgebied 4C is gelegen op ca. 1,7 km afstand van de stadsontwikkeling Vernieuwing Diemerpark en uitbreiding sportpark, maar de windturbine heeft, gezien de afstand en locatie in het IJmeer, geen effecten op de stadsontwikkeling. De windturbines zijn verenigbaar met de stadsontwikkeling, zie Figuur 43. Zoekgebied 4D – IJburg Baai
Vernieuwing Diemerpark en uitbreiding sportpark De windturbines liggen op redelijk nabije afstand (ca. 1 km) van de stadsontwikkeling Vernieuwing Diemerpark en uitbreiding sportpark. Ook naast de realisatie van de windturbines kan het gebied nog steeds gebruikt worden voor de doeleinden. De windturbines zijn verenigbaar met de stadsontwikkeling. IJburg Centrumeiland Binnen het zoekgebied ligt 1 windturbine op een korte afstand van minder dan 200 meter van de beoogde stadsontwikkeling IJburg Centrumeiland. Een windproject is enkel verenigbaar met de stadsontwikkeling wanneer deze windturbinepositie in het vervolgproces wordt verplaatst of buiten beschouwing wordt gelaten, zie Figuur 43.
Effectbeoordeling zoekgebieden
99