3. Ontwerp Programmabegroting 2027-2030.pdf
Tekst van het document
Het groeipad is de uitwisseling van informatie met steeds meer partners binnen én buiten onze regio, met niet in de laatste plaats de samenwerking in Noordwest 4 verband. • We sluiten aan op het landelijke Knooppunt Coördinatie Regio's-Rijk (KCR2). • We dragen op de meldkamer bij aan informatiegestuurde crisisbeheersing en - repressie tijdens de warme fase van een incident. • De ontsloten informatie is relevant en beschikbaar op operationeel, tactisch en strategisch niveau. Met aandacht voor de menselijke factoren. 6.2 Wat gaan we daarvoor doen? (Wettelijke) reguliere taken • We richten een kwaliteitssysteem in om de veiligheid, kwaliteit, archivering en privacy van informatie continu te waarborgen. • Onze werkwijze gericht op samenwerken, kennisdelen en gebruik maken van wat er al is, bouwen we verder uit. Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 Informatievoorziening Door de toename van gebeurtenissen met een grote (dreigende) impact op de fysieke veiligheid of publieke gezondheid (zoals stroomonderbreking, extreem weer en cyberaanvallen) is het essentieel om voortdurend een zo volledig mogelijk beeld te hebben van de (actuele) situatie in onze regio. Informatiegestuurde Veiligheid stelt ons in staat om te analyseren, anticiperen en adequaat te reageren op wat er om ons heen gebeurt.
Wij brengen de kwetsbaarheden van onze regio in beeld, monitoren op dreigingen om incidenten en crises te voorkomen. De digitale tweeling die een enorme sprong heeft gemaakt in ontwikkeling voor Sail 2025, wordt verder voorbereidt om breder ingezet te worden op maatschappelijke thema’s.
24
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Calamiteitencoördinatoren De rol van de calamiteitencoördinator (CaCo) vullen we verder in, zowel in de multidisciplinaire samenwerking binnen de meldkamer als in het ‘veld’ en in het informatiegestuurde veiligheidsdomein. Wij sluiten aan op de landelijke ontwikkelingen rond het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2). Het doel van KCR2 is om bij een bovenregionale crisis of ramp, alle betrokken crisispartners tijdig te voorzien van dezelfde actuele informatie. Zodat de juiste afwegingen gemaakt kunnen worden. Hiermee dragen we op de meldkamer aan bij een informatiegestuurde crisisbeheersing en repressie tijdens de warme fase van een incident. 6.3 Wat mag het kosten? bedragen x € 1.000
Informatiegestuurde veiligheid
Rekening 2025
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Lasten
6.373
6.247
6.057
5.834
5.673
5.673
Baten
154
241
102
102
102
102
Reserves Dotaties
504
-
-
-
-
-
Onttrekkingen
1.519
471
281
179
-
-
5.204-
5.535-
5.674-
5.553-
5.571-
5.571-
Saldo Informatiegestuurde veiligheid
De lasten in de gewijzigde begroting 2026 bevatten incidentele uitgaven (€ 0,242 miljoen) die worden gedekt door de onttrekkingen uit de bestemmingsreserves informatiesturing en innovatie. De daling van de lasten vanaf 2027 is voornamelijk toe te schrijven aan het grotendeels wegvallen van deze incidentele uitgaven, wat ook zichtbaar is in de afname van de onttrekkingen uit de reserves.
25
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
7. Programma GHOR Met het programma GHOR bevorderen we de continuïteit van zorg bij een (dreigende) crisis en bij grootschalige evenementen. We zorgen voor de verbinding tussen de algemene keten (het openbaar bestuur) en de functionele keten (de Zorg), we zorgen voor de crisisorganisatie en informatieuitwisseling. De Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) maakt onderdeel uit van onze veiligheidsregio en wordt conform de wet gefinancierd door VrAA. De GHOR is als afdeling gepositioneerd bij de Amsterdamse GGD. 7.1 Wat willen we bereiken? • De GHOR werkt als schakel tussen het zorgnetwerk, openbaar bestuur en veiligheid, waarbij we de verschillende organisaties en instanties samenbrengen. Er is bijzondere aandacht voor medische- en gezondheidsaspecten. • De GHOR adviseert op strategisch/tactisch niveau de zorginstellingen over hun crisisvoorbereiding en samenwerking tijdens crises. • De GHOR werkt goed samen. Met de partners van VrAA, met zorginstellingen en met omliggende GHOR-bureaus ZWL, VRK, NHN, Flevo/Gooi (in ROAZ-verband). 7.2 Wat gaan we daarvoor doen? (Wettelijke) reguliere taken GHOR werkt met de ketenpartners én de zorgpartners samen op verschillende taakvelden.
De activiteiten worden uitgevoerd vanuit de (landelijke vastgestelde) GHOR rollen: • Verbinder (integrale benadering van het GHOR-speelveld) • Verschaffer van structuur (Crisisorganisatie en Vakbekwaamheid) • Adviseur (Risico- en Crisisbeheersing) • Informatieknooppunt (Informatiemanagement) Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 Geopolitieke dreiging en weerbaarheid Er is een toegenomen geopolitieke dreiging waar we in Nederland steeds meer mee te maken krijgen. Voor GHOR betekent dit dat de focus gelegd wordt op de kwetsbaarheid en weerbaarheid van het zorgsysteem. Daarnaast zoekt GHOR de verbinding met de zorgpartners om deze kwetsbaarheden in kaart te brengen en de benodigde maatregelen op te nemen. Dit doet GHOR in samenhang met de aanbevelingen uit het Zorgrisicoprofiel. Weerbaarheid is als apart thema gedefinieerd voor VrAA als voor de (landelijke) GHOR. Vanuit de taakopdracht van de DPG - verbinden tussen zorg en openbaar bestuur en binnen de zorgketen – zorgen we dat de crisisvoorbereiding van zorginstellingen zich ontwikkelt van individuele instelling via sectorsamenwerking naar een ketenbenadering. De continuïteit van zorg moet op deze wijze worden gegarandeerd. In 2026 wordt dit vooral benaderd vanuit langdurige stroomuitval; in 2027 zal het ook benaderd worden vanuit de thema’s van het zorgrisicoprofiel van de GHOR.
Zorgrisicoprofiel en rapportage over de staat van voorbereiding In 2025 hebben we voor het eerst een Zorgrisicoprofiel opgesteld. Het Zorgrisicoprofiel zal vermoedelijk als (nieuwe) taak voor de GHOR worden vastgelegd in de Wet Veiligheidsregio. 26
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Aanvullend geldt een rapportage-verantwoordelijkheid van de GHOR over de staat van voorbereiding van de zorginstellingen. De komende jaren wordt ook hier (landelijk) aan gewerkt zodat we komen tot een uniform format. Informatiemanagement We streven naar nadere invulling van informatiemanagement in GHOR6 en ROAZ-verband en met verbreding naar de Zorg (en instellingen voor acute en niet-acute Zorg). We willen verder ontwikkelen in digitale systemen en data-gedreven werken. Integraal Crisisplan Voor de GGD is er (vanuit de Covid-ervaring) extra aandacht voor het opnieuw inrichten van het Integraal Crisisplan (ICP). Inhoudelijk zal de focus voor de crisisorganisatie van de GGD liggen op geopolitieke dreiging en het weerbaar maken van de publieke sector, en de zorgsector en de GGD in het bijzonder. 7.3 Wat mag het kosten? bedragen x € 1.000
GHOR
Rekening 2025
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
Raming 2028
Lasten
3.226
3.389
3.464
3.466
3.479
3.479
Baten
4
-
-
-
-
-
Dotaties
-
-
-
-
-
-
Onttrekkingen
-
-
-
-
-
-
3.222-
3.389-
3.464-
3.466-
3.479-
3.479-
Raming 2029
Raming 2030
Reserves
Saldo GHOR
De toename in de lasten in 2027 is het gevolg van de indexatie van de budgetten.
27
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
8. Bedrijfsvoering en Overhead Naast de wettelijk verplichte onderdelen vallen onder dit hoofdstuk de programma's uit het Meerjarenbeleidplan Buiten Gewoon Veilig 2025-2028: Diversiteit en Inclusie en Bedrijfsvoering. Programmaonderdelen De ambities uit de programma’s “Diverse & inclusieve organisatie” en “Bedrijfsvoering” van ons Beleidsplan dragen bij aan de optimale ondersteuning van onze primaire processen, al onze medewerkers en managers. Visie op overhead en uitgangspunten Het overzicht onder 8.3 is opgesteld aan de hand van de notitie Overhead van de commissie BBV. In tegenstelling tot het gangbare begrip ‘overhead’ vallen volgens de BBV ook de leidinggevenden in het primaire proces onder de overhead. Voor de uitgangspunten voor berekening van de totale kosten van overhead verwijzen we verder naar paragraaf 8.3. 8.1 Wat willen we bereiken? Diverse & inclusieve organisatie De komende jaren blijven we werken aan een organisatie waar iedereen welkom is, los van culturele- of religieuze achtergrond, eventuele beperkingen, leeftijd of seksuele oriëntatie. We creëren een sociaal veilige werkomgeving, waar verschillen gezien en gewaardeerd worden en pesten, uitsluiting en discriminatie onacceptabel is. Ondanks dat er belangrijke stappen zijn gezet, zijn we er nog niet.
Werken aan sociale veiligheid en diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid blijven thema's die continue aandacht verdienen en verweven zijn in diverse processen. Dit wordt nog versterkt door het feit dat onze organisatie verandert, de mensen die bij ons werken veranderen en de samenleving waar wij voor werken verandert. In ons streven naar een meer diverse samenstelling van de medewerkers van VrAA, gaat het om meer dan alleen zichtbare diversiteit. We willen een organisatie zijn waar iedereen zich veilig voelt en optimaal tot zijn/haar recht komt. Het omgaan met diversiteit, de rol en verantwoordelijkheid van de leidinggevenden om die veilige werkomgeving te realiseren is een belangrijk thema dat in leiderschapsaansturing een plek heeft en die in de komende jaren nadrukkelijk zal behouden. Mocht het toch niet goed gaan, dan hebben wij binnen de organisatie een netwerk aan hulp, zoals de HR adviseurs, interne en externe vertrouwenspersonen, bedrijfsmaatschappelijk werk en een extern meldpunt integriteit. Ook bij de inrichting van onze gebouwen en de toegankelijkheid van onze fysieke en digitale omgeving is inclusie een belangrijk uitgangspunt. We houden rekening met dat deze voor zoveel mogelijk mensen goed toegankelijk is.
28
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Bedrijfsvoering Om onze primaire processen, medewerkers en managers optimaal te ondersteunen, is onze ambitie voor de komende jaren: • Op het gebied van planning en control is al veel op orde. Alle verordeningen zijn geüpdatet, de kadernota geïntroduceerd en er zijn afspraken over de indexatiesystematiek met deelnemende gemeenten. We zetten nu in op de volgende stap; volledig gebruik maken van de potentie in de bedrijfsvoeringsdata. Daarmee verhogen we de beheersing op alle niveaus in de organisatie en bevorderen we de kwaliteit van de besluitvorming. • Een ‘efficiënte bedrijfsvoering’ is een doorlopend proces. Vermindering van de regeldruk en procesoptimalisatie zijn aandachtspunten. Sleutelbegrippen hierbij zijn ‘van controle naar vertrouwen’ en ‘herinrichting van het applicatie-landschap’. Een LEAN-geïnspireerde benadering vormt hierbij de basis. • ‘Informatiegestuurd werken’: onze werkprocessen en -systemen zijn up-to-date, veilig en betrouwbaar en voldoen aan wet- en regelgeving dreigingen van buiten vragen continue aandacht en aanpassing aan ontwikkelingen. Beveiliging van onze systemen en de verdediging tegen dreigingen van buiten vragen continue aandacht en aanpassing aan ontwikkelingen. Bedrijfscontinuïteit op de meest kritische processen is daarbij het uitgangspunt.
• ‘Maatschappelijke meerwaarde als uitgangspunt’: voor de uitvoering van onze wettelijke taken opereren wij in een complex maatschappelijk speelveld. Transparantie en dialoog met onze stakeholders is hierbij voorwaardelijk om de legitimiteit van de te maken keuzes te onderbouwen. • ‘Duurzaamheid’: De maatschappelijke opgave op het gebied van duurzaamheid raakt de komende jaren ons brede beleid op het gebied van bedrijfsvoering. Wij zijn gecertificeerd voor niveau 3 van de CO2-prestatieladder. Dit onderstreept onze ambities en zorgt voor continue focus op dit onderwerp. • De mentale en fysieke gezondheid en weerbaarheid van onze medewerkers blijft een belangrijk speerpunt. Zowel vanuit het programma Duurzame Inzetbaarheid als vanuit de afdeling P&O zijn er diverse initiatieven en structuren die medewerkers helpen bij het voorkomen van een te hoge mentale belasting. Hierbij wordt ingezet op zowel selectie – het brandweervak is mentaal zwaar, kan de kandidaat hier goed mee omgaan? - als met goede begeleiding vanaf dag 1. Ook gedurende de hele loopbaan kan men terugvallen op zowel coaches als bedrijfsmaatschappelijk werk als externe mentale en psychologische begeleiding • We zetten niet alleen in op een daling van het ziekteverzuim, maar ook op het versterken van de mentale zorg en weerbaarheid.
Het programma Duurzame inzetbaarheid voor onze medewerkers heeft de komende jaren een grote impact op onze organisatie. Versterking van de gezondheid van onze medewerkers draagt op termijn bij aan de paraatheid en slagkracht van de organisatie én naar verwachting ook aan het geluk en werkplezier van onze medewerkers. • De afgelopen jaren is het verstrekken van een rechtmatigheidsverklaring door het Dagelijks Bestuur een wettelijke vereiste geworden. De interne controle aanpak is hernieuwd en biedt de voorwaarden voor een gefundeerd oordeel ten aanzien van de rechtmatigheid van ons handelen. • Doelmatig en rechtmatig als basis. Bij de inrichting van onze begroting, processen en systemen handelen wij vanuit doelmatigheid. Waar nodig beschrijven we processen die nog niet in kaart zijn gebracht en evalueren periodiek al beschreven processen. Ook blijven we ons
29
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
•
systeemlandschap tegen het licht houden en een opschoning doorvoeren waar mogelijk. Samenwerken vanuit kostenreductie zowel regionaal als landelijk als grondhouding. Onze mensen zijn ons kapitaal. Wij beschouwen onze mensen als het allerbelangrijkste als het gaat om het waarmaken van onze missie en visie. Er is daarom aandacht voor de mens en diens ontwikkeling, naast de aandacht voor het mentale welzijn. Ook bieden we arbeidsvoorwaarden die en gezonde privé-werkbalans mogelijk maken. Wij willen en moeten een aantrekkelijke werkgever zijn waar mensen graag werken en blijven werken.
8.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 Bedrijfscontinuïteit Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland blijft zich inzetten op continuïteit van de operatie in geval van stroomuitval. Hierbij is 100% beschikbaarheid van de kazernes het uitgangspunt, waarbij deze ook kunnen fungeren als coördinerende punten. De beschikbaarheid betreft mensen, middelen en gebouwen. De verwachting is namelijk niet of, maar wanneer zich dit gaat voordoen gezien de geopolitieke dreigingen en ontwikkelingen rondom cybercrime. Met de beschikbare kennis en ervaring bereidt Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zich voor op de uitval of verstoring van de kritische processen die de operatie mogelijk moeten maken. Het vervangen, updaten of herstellen van voorzieningen vormt een belangrijk financieel risico. Een ander onderdeel van continuïteit is onder meer de realisatie van mitigerende maatregelen om de 'te beschermen belangen' te waarborgen. De implementatie van de mitigerende maatregelen brengt mogelijk onvoorziene kosten met zich mee. We moeten immers zorgen dat de belangen 1) 'continuïteit van de incidentbestrijding, risicobeheersing en crisisbeheersing' en 2) 'reputatie en imago' worden beschermd. Diverse & inclusieve organisatie Het programma Diversiteit en Inclusie blijft de komende jaren een van de focuspunten van de organisatie.
We streven continu naar een werkklimaat waar iedereen zich thuis voelt. Leidinggevenden worden waar nodig geholpen en getraind om ervoor te zorgen dat niemand buiten de boot valt. Medewerkers weten dat ze zichzelf kunnen zijn en wat er van ze verwacht wordt. Onze procedures zijn up-to-date en duidelijk. Mocht er toch wat misgaan, weten medewerkers dat zij hier eventueel melding van kunnen maken bij onze vertrouwenspersonen of het externe meldpunt Integriteit. Voor onze vacatures geldt dat het streven naar meer diversiteit op alle niveaus centraal staat.
30
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Ziekteverzuim De organisatie, en vooral de brandweerorganisatie kent een te hoog ziekteverzuim. Een groot deel van het verzuim kent een mentale oorzaak. Onze ambitie is duidelijk. Het verzuim moet met minstens 1% per jaar dalen. Dit streefcijfer hebben we de afgelopen jaren niet gehaald. Daarom wordt er de komende jaren blijvend en breder gekeken en ingezet op zowel preventie als op snellere gezonde terugkeer naar de werkplek. De afgelopen jaren werd steeds duidelijker dat het brandweerwerk mentaal zwaar is. En dat impactvolle incidenten een groot effect kunnen hebben. In 2027 zetten wij ons, met het meerjarig programma ‘Duurzame Inzetbaarheid’, nog steeds extra in voor het voorkomen van het verzuim met een psychosociale oorzaak. Zoals posttraumatische stressstoornis (PTSS). We maken onze nieuwe collega’s weerbaarder voor het soms mentaal zware werk, we helpen collega’s om te voelen en te erkennen wanneer zij (even) hulp nodig hebben om mentaal fit aan het werk te blijven. Ondanks alle preventieve en ondersteunende inspanningen kan niet worden uitgesloten dat bij een deel van onze collega’s de diagnose PTSS wordt vastgesteld. Hiervoor is een landelijke regeling van toepassing. Daarnaast komt het voor dat collega’s de werkgever aansprakelijk stellen voor het ontstaan van PTSS en de daarmee samenhangende financiële gevolgen, waaronder kosten en gemiste inkomsten.
De totale omvang van deze potentiële aansprakelijkheid is momenteel nog niet goed te kwantificeren. Wel is zichtbaar dat deze claims een substantieel effect hebben op de premieontwikkeling van onze verzekering. Organisatieontwikkeling De organisatie is in de afgelopen jaren meerdere malen heringericht. Een proces dat nooit af is. Het is en blijft zoeken naar de beste “fit” op de vraagstukken waar we als organisatie voor staan. We zijn van mening dat integraliteit en besluitvorming dicht bij de uitvoering het beste recept vormt. We richten de processen en systemen zo in dat die besluitvorming plaatsvindt langs het bekende adagium “Centraal wat moet, decentraal wat kan”. 8.3 Wat mag het kosten? In de berekening van de totale kosten van overhead hebben wij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De onderdelen “Bedrijfsvoering” en “Directie & Communicatie” zijn in principe overhead, met uitzondering van specifieke posten die direct toe te rekenen zijn aan één van de programma’s; 2. Onder de overhead worden ook de volgende functionarissen toegerekend: a. Sectormanagers en afdelingshoofden: 100% b. Managementondersteuning: 100% Op basis van bovenstaande uitgangspunten is het overzicht van de kosten van overhead voor 2027 en verder als volgt:
31
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
bedragen x € 1.000
Bedrijfsvoering en Overhead
Rekening 2025
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Lasten
20.574
23.155
23.535
23.605
23.527
23.742
Baten
848
1.074
935
935
935
935
Reserves Dotaties
214
214
214
214
214
-
Onttrekkingen
305
225
125
125
125
125
Saldo Overhead
19.635-
22.070-
22.689-
22.759-
22.681-
22.682-
De lasten nemen toe met € 0,4 miljoen ten opzichte van de gewijzigde begroting, voornamelijk door: 1. het vervallen van incidentele inhuur (- € 0,2 miljoen) en lagere lonen en sociale lasten als gevolg van natuurlijk verloop (- € 0,1 miljoen). 2. de toevoeging en aanwending van BDuR-middelen (+ € 0,7 miljoen). De baten nemen door het vervallen van de DVO-opbrengsten vanaf 2027. De onttrekkingen aan reserves nemen af, omdat de lasten voor de ondergrondse brandbestrijding en de inzet van drones (circa € 0,1 miljoen) vanaf 2027 niet langer uit de incidentele middelen worden gedekt.
32
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
9. Algemene Dekkingsmiddelen 9.1 Inleiding algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen van de Veiligheidsregio bestaan voornamelijk uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten en het Rijk. Daarnaast omvatten de overige baten binnen het programma vooral rentebaten en belastingteruggaven (pro-rata). De lasten in de kolom “rekening 2025” hebben onder andere betrekking op rentelasten en de naheffing van de WKR. De bedragen in de kolom “rekening 2025” zijn weergegeven op prijspeil 2025, de gewijzigde begroting 2026 is op prijspeil 2026, en de kolommen vanaf de begroting van 2027 zijn allemaal op prijspeil 2027. bedragen x € 1.000
Algemene Dekkingsmiddelen
Rekening 2025
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
Lasten
28
-
-
-
-
-
Baten
123.842
130.766
136.770
137.087
137.039
137.039
Inkomensoverdrachten - Rijk
14.864
15.270
17.711
17.711
17.663
17.663
Inkomensoverdrachten - Gemeenten
107.153
114.171
117.733
118.050
118.050
118.050
1.250
1.250
1.250
1.250
1.250
1.250
Inkomensoverdrachten - Gemeenschappelijke regeling Overige baten
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
575
Reserves Dotaties
174
-
-
-
-
-
Onttrekkingen
48
-
-
-
-
-
Vennootschapsbelasting
18
30
30
30
30
30
123.670
130.736
136.740
137.057
137.009
137.009
Saldo Algemene Dekkingsmiddelen
9.2 Totale gemeentelijke bijdrage 2027-2030 Gemeentelijke bijdragen
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Aalsmeer
1.668.027
1.718.222
2.315.118
2.315.118
2.315.118
Amstelveen
7.031.552
7.244.770
7.244.770
7.244.770
7.244.770
Amsterdam
100.917.155
104.077.774
103.797.774
103.797.774
103.797.774
Diemen
1.757.452
1.810.764
1.810.764
1.810.764
1.810.764
Ouder-Amstel
996.544
1.026.968
1.026.968
1.026.968
1.026.968
1.854.286
1.854.286
1.854.286
1.854.286
117.732.785 118.049.681
118.049.681
118.049.681
Uithoorn Totaal
1.799.971 114.170.702
De bijdragen voor het jaar 2027 zijn geïndexeerd met 3,41%. Dit percentage is ontleend aan de MEV (september 2025) en is berekend conform de methodiek uit de ‘Nota indexatiesystematiek 2026 VrAA’.
33
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
9.3 Specificatie regionale, maatwerk- en GHOR bijdrage Regionale bijdrage
Aalsmeer
Gewijzigde begroting 2026 1.553.057
Begroting 2027 1.599.331
Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
1.599.331
1.599.331
1.599.331
Amstelveen
6.170.179
6.354.024
6.354.024
6.354.024
6.354.024
Amsterdam
87.010.543
89.603.084
89.603.084
89.603.084
89.603.084
Diemen
1.537.285
1.583.090
1.583.090
1.583.090
1.583.090
Ouder-Amstel
826.519
851.146
851.146
851.146
851.146
Uithoorn
1.641.089
1.689.986
1.689.986
1.689.986
1.689.986
Totaal
98.738.673 101.680.661
101.680.661
101.680.661
101.680.661
De ontwikkeling in de regionale bijdrage betreft de wijziging voortkomend uit de mutatie no-regret gelden. Daarnaast zijn de bedragen herrekend naar het prijspeil van 2027, zoals eerder beschreven in paragraaf 9.2. Maatwerkbijdrage
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Aalsmeer
103.093
106.608
703.504
703.504
703.504
Amstelveen
827.758
855.985
855.985
855.985
855.985
Amsterdam
13.527.062
14.082.197
13.802.197
13.802.197
13.802.197
Diemen
208.882
216.005
216.005
216.005
216.005
Ouder-Amstel
164.901
170.524
170.524
170.524
170.524
Uithoorn
147.579
152.612
152.612
152.612
152.612
Totaal
14.979.275
15.583.931
15.900.827
15.900.827
15.900.827
GHOR
Gewijzigde begroting 2026
Aalsmeer
11.878
Begroting 2027 12.283
Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
12.283
12.283
12.283
Amstelveen
33.615
34.761
34.761
34.761
34.761
Amsterdam
379.550
392.493
392.493
392.493
392.493
Diemen
11.285
11.669
11.669
11.669
11.669
Ouder-Amstel
5.124
5.298
5.298
5.298
5.298
Uithoorn
11.303
11.688
11.688
11.688
11.688
Totaal
452.754
468.193
468.193
468.193
468.193
De mutaties in de maatwerkgelden ten opzichte van de gewijzigde begroting 2026 worden voornamelijk verklaard door twee effecten. Enerzijds vervalt de incidentele bijdrage voor de verkenning van Strandeiland in 2026 (€ 0,18 miljoen). Anderzijds is voor 2027 opnieuw een incidentele bijdrage voor de verkenning van Strandeiland opgenomen (€ 0,28 miljoen). Voor 2028 is de incidentele bijdrage voor Strandeiland weer teruggedraaid. Daarnaast is vanaf 2028 de structurele maatwerkbijdrage voor de eigenaarslasten van kazerne Aalsmeer verwerkt (€ 0,597 miljoen). 34
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Hieronder volgt de specificatie van de maatwerkbijdrage in de begroting 2027: Maatwerk VrAA 2027 gewijzigd per gemeente
Aalsmeer
Amstelveen
Amsterdam
FLO Eigenaarslasten kazernes
733.109
Jeugdbrandweer
Uithoorn
191.041
156.920
125.786
103.085
376.899
376.899
22.418
100.459
800.460
Strandeiland (incid.)
24.964
13.604
26.826
280.000 106.608
4.920.647
103.085 22.418 25.437
Totaal
8.889.133
3.632.621
GMK
Saldo Algemene Dekkingsmiddelen
OuderAmstel
8.889.133 81.171
Blusboot
Bevolkingszorg
Diemen
855.985
991.749 280.000
14.082.198
216.005
170.524
152.612
15.583.931
9.4 Rijksbijdragen De volgende ontwikkeling van de Rijksbijdrage wordt verwacht. Rijksbijdragen (BdUR)
2026
Index 2026
2026
Mutatie
Index
2027
Prijspeil
2025
(+ 4,52%)
2026
2027
(+ 3,41%)
2027
Basisbedrag
11.140.471
487.922
11.628.393
731.623
Extra middelen Crisisbeheersing
2.190.802
95.954
2.286.756
144.381
77.978
2.509.115
869.120
38.065
907.185
57.240
30.935
995.360
14.200.393
621.941
507.082 16.262.660
Extra middelen Informatievoorziening Subtotaal - BdUR
398.168 12.758.184
14.822.334
933.244
Incidentele toek. - Noodsteunpunten
400.000
400.000
1.000.000
Incidentele toek. - Landelijke regl. PTSS
48.104
48.104
-
0
48.104
15.270.438
1.933.244
507.082
17.710.764
Totaal
14.648.497
621.941
1.400.000
De BDuR voor 2026 (op prijspeil 2025) van € 14,2 miljoen is toegekend via de decemberbrief 2025 van het ministerie, d.d. 2 december 2025. De indexering voor 2026 wordt door het ministerie echter pas bekendgemaakt in de junibrief 2026. In deze begroting is daarom voor 2026 en 2027 uitgegaan van een geraamde indexatie van respectievelijk 4,52% en 3,41%. Naast de indexering stelt het Rijk in 2027 aanvullende middelen ter beschikking voor de versterking veiligheidsregio’s t.b.v. lokale/regionale weerbaarheid (+ € 0,9 miljoen). Verder is een stelpost opgenomen voor de verwachte structurele middelen Noodsteunpunten en burgerhulpverlening, gebaseerd op een landelijk omvang van € 35 miljoen per 2027. De definitieve toekenning en verwerking in de BDuR volgt naar verwachting in de loop van 2026.
35
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
10. Paragrafen BBV Onderstaande paragrafen zijn voor een Veiligheidsregio van toepassing. 10.1 Weerstandsvermogen en risicobeheer 10.1.1 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als de weerstandscapaciteit in relatie tot de ongedekte risico’s (niet begrote kosten en kosten waarvoor geen voorziening is gevormd). In de nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing van VrAA die op 15 december 2025 door het bestuur is vastgesteld, is dit beleid uitgewerkt. Bedragen x € 1.000 Ratio weerstandsvermogen Beschikbare capaciteit (algemene reserve VrAA) Benodigde capaciteit (totale risico's) Ratio
Rekening 2025 7.547 4.823 1,56
Gewijzigd 2026 7.366 4.823 1,53
Begroting 2027 7.366 4.823 1,53
Raming 2028 7.366 4.823 1,53
Raming 2029 7.366 4.823 1,53
Raming 2030 7.366 4.823 1,53
De algemene reserve bedraagt na resultaatsbestemming ultimo 2025 € 7,5 mln. Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse is de benodigde weerstandscapaciteit € 4,8 mln. Daarmee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,56. Omdat het geraamde begrotingssaldo voor 2026 en meerjarig op nihil uitkomt en de risicoanalyse zowel 2025 als de periode 2026-2030 omvat, zijn de uitkomsten voor deze periode 2026-2029 ongewijzigd. De nadere uitwerking van de risicoanalyse is opgenomen in de bijlage. 10.1.2 Financiële kengetallen Het opnemen van de financiële kengetallen in de begroting en de jaarstukken geeft gemakkelijker inzicht in de financiële positie van VrAA. Dit inzicht is specifiek beoogd om de informatiepositie te versterken van het dagelijks bestuur, algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten en de provincie. Het bestuur en de gemeenteraden geven op de onderlinge verhouding tussen deze kengetallen hun beoordeling van de financiële positie om daar een verantwoord oordeel over te geven. Voor veiligheidsregio’s zijn de volgende kengetallen relevant: • Netto schuldquote (art. 11 lid 2.d.1a BBV); • Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (art. 11 lid 2.d.1b BBV); • Solvabiliteitsratio (art. 11 lid 2.d.2 BBV); • Structurele exploitatieruimte (art. 11 lid 2.d.4 BBV). Rekening 2025 39,1%
Gewijzigd 2026 49,6%
Begroting 2027 61,5%
Raming 2028 69,1%
Raming 2029 65,1%
Raming 2030 63,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
39,1%
49,6%
61,5%
69,1%
65,1%
63,8%
Solvabiliteitsratio
16,3%
13,7%
11,8%
11,4%
11,8%
11,9%
Structurele exploitatieruimte
-1,1%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,0%
Kengetallen Netto schuldquote
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De kengetallen 'netto schuldquote' en de 'netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen' zijn voor VrAA gelijk, aangezien zij geen leningen aan derden verstrekt. De netto schuldquote geeft de schuldenlast weer in relatie tot de eigen middelen en daarmee een indicatie van de druk van rente en de aflossingen op de exploitatie. De VNG adviseert een maximum van 130%.
36
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
De netto schuldquote bedraagt 39,1% in de rekening 2025 en 49,6% in de gewijzigde begroting 2026. Door de voorgenomen investeringen stijgt dit kengetal tot boven de 60%. Daarmee blijft VrAA ruimschoots binnen de VNG-norm. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft het eigen vermogen weer als percentage van het totale vermogen en biedt daarmee inzicht in de mate waarin de Veiligheidsregio aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Een hogere solvabiliteitsratio duidt op meer weerbaarheid. Voor gemeenschappelijke regelingen geldt geen vaste norm, omdat zij worden gedekt door de deelnemende gemeenten. De VNG kwalificeert bij gemeenten een solvabiliteit onder 20% als onvoldoende. De solvabiliteitsratio bedraagt 16,3% in de rekening 2025 en 13,7% in de gewijzigde begroting 2026. Vanaf de begroting 2027 ligt de solvabiliteit rond 11-12%. De daling hangt samen met het inzetten van bestemmingsreserves (onderdeel van het totaal eigen vermogen) en het aantrekken van langlopende leningen ter financiering van investeringen conform het MIB. Gezien de overige kengetallen, die ruim binnen de normen blijven, verwachten wij hiervan geen directe gevolgen.
De structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van structurele baten en lasten, vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, te delen door de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De ratio’s structurele exploitatieruimte van de Veiligheidsregio zijn zowel in de begroting 2027 als in de meerjarenraming positief. Daarmee zijn de structurele baten meerjarig voldoende om de structurele lasten te dekken. 10.2 Financiering 10.2.1 Treasury Leidend voor de treasuryfunctie is het Treasurystatuut van de Veiligheidsregio, met daarin de volgende uitgangspunten: • het risico wordt laag gehouden door gebruik te maken van een liquiditeitsplanning en niet toestaan van het gebruik van allerlei risicovolle financiële producten; • externe financiering wordt zoveel mogelijk beperkt door interne financieringsbronnen aan te spreken; • tijdelijke overschotten worden via Schatkistbankieren ondergebracht bij de het Ministerie van Financiën. Afhankelijk van de ontwikkelingen in daadwerkelijke investeringen en de ontwikkelingen van reserves en voorzieningen worden mogelijk extra financiële middelen aangetrokken. De kasgeldlimiet en renterisiconorm zijn daarbij kaderstellend.
37
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
10.2.2 Schatkistbankieren Op grond van de wet Fido en de daarop gebaseerde Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn gemeenten en gemeenschappelijke regelingen verplicht overtollige middelen aan te houden in de schatkist via een SKB-rekening. Sinds 2017 boekt onze huisbankier BNG het banksaldo boven € 0,250 mln. automatisch over naar de SKB-rekening. Hierdoor is het feitelijk niet mogelijk om boven het wettelijke drempelbedrag van € 2,727 mln. uit te komen. 10.2.3 Financiering vaste activa Er zijn in totaal acht vaste geldleningen afgesloten. Daarvan dienen er twee in 2026 volledig te worden afgelost. Hieronder is een overzicht opgenomen van de leningen. leningnr
Totale looptijd
Werkelijke rente
Restschuld 31 december 2024
Restschuld 31 december 2025
Leninggever
Datum
x €1000
x €1000
40.110960
BNG
22-dec-16
5.000
10 jr
0,56%
1.000
500
500
40.110961
BNG
22-dec-16
8.000
15 jr
0,98%
3.733
533
3.200
40.110962
BNG
22-dec-16
10.000
10 jr
0,99%
10.000
40.117.258
BNG
7-mei-24
10.000
10 jr
3,16%
10.000
1.000
40.117.259
BNG
7-mei-24
5.000
15 jr
3,26%
5.000
333
4.667
1-40341
NWB bank
7-mei-24
5.000
20 jr
3,29%
5.000
250
4.750
1-40747
NWB bank
14-mei-25
12.000
12 jr
2,84%
12.000
40.118.570
BNG
15-dec-25
10.000
10 jr
3,07%
10.000
Hoofdsom x €1000
Totaal
65.000
Aflossing in 2025
x €1000
10.000
34.733
2.616
9.000
54.117
10.2.4 Renterisiconorm De Wet Fido stelt via de renterisiconorm een grens aan het renterisico op de langlopende schuld. Deze norm houdt in dat het bedrag aan langlopende schuld waarvoor in een jaar aflossing of renteherziening plaatsvindt, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Doel is het renterisico uit herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren te spreiden. In onderstaande tabel zijn de gegevens met betrekking tot de renterisiconorm opgenomen. Bedragen x € 1.000
Renterisiconorm
2025
2026
2027
2028
2029
2030
B. Aflossingen
2.616
14.617
7.033
9.117
9.117
9.117
C. Renterisico (A + B)
2.616
14.617
7.033
9.117
9.117
9.117
D. Begrotingstotaal
129.436
136.350
141.235
141.595
141.437
141.470
E. Renterisiconorm (D * 20%)
25.887
27.270
28.247
28.319
28.287
28.294
Ruimte (+) / overschrijding (-) (E - C)
23.271
12.653
21.214
19.202
19.170
19.177
A. Renteherzieningen
Het renterisico van de Veiligheidsregio ligt in de jaren 2026 t/m 2030 grofweg tussen € 7 mln. en € 15 mln. Dit risico ligt alle jaren binnen de renterisiconorm, die zich in die periode bevindt op tussen € 27-28 mln. 10.2.5 Kasgeldlimiet De Wet Fido begrenst middels de kasgeldlimiet de maximale kortlopende schuld. Deze limiet bepaalt dat de kortlopende schuld maximaal 8,2% van het begrotingstotaal mag zijn. De eindstand van het betreffende boekjaar wordt getoetst aan het bedrag van de kasgeldlimiet. In onderstaande tabel zijn de betreffende gegevens opgenomen.
38
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet
2025
2026
2027
2028
2029
2030
A. Begrotingstotaal
129.436
136.350
141.235
141.595
141.437
141.470
B. Kasgeldlimiet (A * 8,2%)
10.614
11.181
11.581
11.611
11.598
11.601
C. Netto kortlopende schuld Ruimte (+) / overschrijding (-) (B - C)
5.850 4.764
6.022 5.159
6.022 5.559
6.022 5.589
6.022 5.576
6.022 5.579
10.3 Onderhoud kapitaalgoederen In het Strategisch vastgoedplan 2020-2030 VrAA (vastgesteld door het bestuur in december 2024) is een overzicht gegeven van de vastgoedlocaties in de regio, met ambities voor de toekomst en een overzicht van de diverse financiële aspecten. Kazerne Aalsmeer komt in 2027 met de oplevering van de nieuwbouw in eigendom van VrAA. Als gevolg daarvan is de maatwerkbijdrage van de gemeente per 2028 aangepast. Het onderhoud van gebouwen wordt uitgevoerd op basis van een meerjarenplanning. De kosten worden geëgaliseerd via de daarvoor gevormde voorziening(en). Periodiek vindt bijstelling van de meerjarenplanning plaats door een nieuwe opname en inventarisatie van de stand van zaken. Het onderhoud van de voertuigen en overig materieel (waaronder de blusboot) vindt plaats op basis van een planning die is eveneens vastgelegd in een geautomatiseerd systeem. De kosten hiervan lopen echter niet via een voorziening. Onderstaande tabel bevat een overzicht van de geplande investeringen in de komende vijf jaar. bedragen x € 1.000
Investeringen
1 Gronden, bedrijfsgebouwen en installaties 2 Inventaris gebouwen 3 Vervoer 4 Overig Totaal
Gewijzigde Begroting begroting 2027 2026 8.319 17.400 255 1.000 24.069 6.948 2.282 2.184 34.925 27.532
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
14.899 1.000 2.343 1.203 19.445
150 914 2.171 3.235
150 140 3.596 1.817 5.703
In 2027 zijn de investeringen voor een totaalbedrag van € 28 miljoen begroot. Toelichting: 1. Gronden, bedrijfsgebouwen en installaties: de oplevering van de nieuwbouw kazernes Victor en Aalsmeer; 2. Inventaris gebouwen: de inventaris van de kazernes Victor en Aalsmeer; 3. Vervoer: de vervanging van tankautospuiten, de mobiele commando unit (MCU), piketvoertuigen en poolauto’s; 4. Overig: onder deze categorie vallen de stelposten voor de vervanging van het kantoorapparatuur, de persoonlijke beschermingsmiddelen en de stelposten brandweer specifieke kosten en overige materiële investeringen. 10.4 Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de Veiligheidsregio zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. De nadere definities en afbakening volgen uit het BBV en de Notitie Verbonden Partijen van de Commissie BBV.
39
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Het BBV onderscheidt vier categorieën verbonden partijen. De verbonden partijen van VrAA zijn als volgt ingedeeld: A. Gemeenschappelijke regelingen • Geen B. Vennootschappen en coöperaties • Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA) C. Stichtingen en verenigingen • Stichting Risicobeheersing Veiligheidsregio’s • Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s • Werkgeversvereniging WVSV D. Overige verbonden partijen • Geen Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA): Het belang van de samenwerking met de GBA is het in stand houden van een gemeenschappelijke brandweervoorziening in het westelijk havengebied, waarmee incidenten beter voorkomen en sneller bestreden kunnen worden. Stichtingen en verenigingen: Het belang dat VrAA, net als alle veiligheidsregio`s, heeft in bovengenoemde stichtingen en verenigingen, is ondersteuning bij o.a. risicobeheer, ongevallenverzekeringen, het afhandelen en financieren van ongevallenschade en het maken van afspraken over collectieve arbeidsvoorwaarden. VrAA levert ieder jaar een bijdrage aan deze stichtingen en verenigingen. 10.5 Paragraaf Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) heeft op 1 mei 2022 de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Het doel van de Woo is een meer transparante en actief openbaar makende overheid.
Veel meer dan de Wet openbaarheid van bestuur, verplicht de Woo tot het actief, uit eigen beweging, openbaar maken van documenten. Daarnaast is er de verplichting tot het op orde brengen van de informatiehuishouding van het bestuursorgaan. Een van de verplichtingen die uit de Woo volgt, is dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens over de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Bestuursorganen gaan in de openbaarheidsparagraaf in op de beleidsvoornemens (c.q. behaalde resultaten) met betrekking tot de actieve en passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) VrAA heeft al in 2022 een interne functionaris aangewezen als Woo-contactpersoon, deze functionaris fungeert als eerste aanspreekpunt voor de behandeling van Woo-verzoeken. Daarnaast is de interne capaciteit voor de behandeling van Woo-verzoeken in 2024 structureel uitgebreid om de tijdige en behoorlijke afhandeling van dergelijke verzoeken te waarborgen. VrAA heeft in 2025 acht verzoeken om informatie op grond van de Woo ontvangen en acht zienswijze verzoeken. De meeste zienswijze verzoeken hebben geleid tot een ‘geen bezwaar tegen openbaarmaking’.
40
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Actieve openbaarmaking VrAA ziet de afgelopen jaren een toename in de vraag naar informatie. Het behandelen van formele verzoeken om informatie kost VrAA veel tijd. Het is dan ook van belang dat VrAA het ontsluiten van informatie goed weet vorm te geven. VrAA publiceert alle afgehandelde Woo-verzoeken op een daarvoor ingerichte pagina op de website. VrAA is in 2024 ook opgenomen in de Woo-index. Dit is de locatie waar de contactgegevens van VrAA en de vindplaatsen op de website van VrAA met informatie over de Woo staan geregistreerd.
41
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
11. Financiële begroting VrAA 11.1 Overzicht van baten en lasten en meerjarenbegroting VrAA bedragen x € 1.000
Rekening 2025
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
prijspeil
2025
2026
2027
2026
2026
2026
Baten Uitgeleend personeel Huren Overige goederen en diensten Inkomensoverdrachten - Rijk Inkomensoverdrachten - Gemeenten Inkomensoverdrachten - Gemeenschappelijke regeling Rente Totale baten
969 411 4.171 14.864 107.153 1.250 147 128.965
1.114 748 2.773 15.270 114.171 1.250 135.326
967 341 2.634 17.711 117.733 1.250 140.636
967 365 2.634 17.711 118.050 1.250 140.977
967 365 2.634 17.663 118.050 1.250 140.929
967 365 2.634 17.663 118.050 1.250 140.929
Lasten Salarissen en sociale lasten Vennootschapsbelasting Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goederen en diensten Rente Mutatie voorzieningen Afschrijvingen Overige verrekeningen Totale lasten
85.529 18 290 6.050 28.027 1.006 2.372 6.255 211129.336
91.536 30 75 4.468 30.137 1.658 1.082 7.364 136.350
95.221 30 53 3.355 32.134 2.143 1.79010.089 141.235
95.328 30 53 3.123 32.174 2.456 2.96011.391 141.595
95.491 30 53 3.088 31.887 2.599 3.94212.231 141.437
95.311 30 53 3.088 32.101 2.444 3.55311.996 141.470
371-
1.024-
599-
618-
508-
541-
2.380 2.488 108-
1.372 348 1.024
889 290 599
832 214 618
722 214 508
541 541
479-
-
-
-
-
-
VrAA
Saldo van baten en lasten Reserves Onttrekkingen Dotaties Mutaties in reserves Resultaat
In de programma’s en paragrafen zijn op de functie van VrAA gerichte redenen voor mutaties toegelicht. De bovenstaande begroting betreft een categorale meerjarenbegroting (weergave naar kostensoorten). Hieronder volgt per categorie een toelichting op de belangrijkste mutaties ten opzichte van de gewijzigde begroting 2026: • Baten huren: De baten worden lager geraamd als gevolg van het wegvallen van de verhuuropbrengsten voor het terrein BOCAS aan derden. • Gemeentelijke bijdragen: de mutaties zijn toegelicht in het hoofdstuk Algemene dekkingsmiddelen. • Salarissen en sociale lasten: de lasten nemen met name toe door het recente cao-akkoord. Dit effect van de cao-afspraken binnen de looptijd van de cao (tot en met 1 augustus 2027), verder hebben we gerekend met het percentage waarmee ook de opbrengsten zijn geïndexeerd.
42
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
•
•
•
•
Ingeleend personeel: er wordt een lagere inhuur van personeel geraamd. Dit draagt, naast de hiervoor genoemde oorzaken, bij aan een verschuiving richting hogere lasten van personeel in loondienst. Overige goederen en diensten: de stijging hangt samen met gekoppelde lasten Coördinatieen Noodsteunpunten en de middelen weerbaarheid. Daarnaast zijn deze lasten geïndexeerd naar prijspeil 2027. Kapitaallasten: de kapitaalslasten (rente en afschrijvingen) nemen de komende jaren aanzienlijk toe als gevolg van de geplande investeringen in vastgoed en materieel. Ook nemen de onttrekkingen uit de egalisatievoorziening kapitaallasten toe in de periode tot en met 2030. Reserves: dotaties en onttrekkingen aan reserves worden separaat in dit document toegelicht.
11.2 Specificatie van grotere posten Overige goederen (baten) bedragen x € 1.000
Overige goederen en diensten (baten)
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
Buitengewone baten
442
451
451
451
451
Extern gefinancierde activ.
82
23
23
23
23
Externe overige opbr. BOCAS
400
347
347
347
347
Oefenen externen
125
125
125
125
125
Opbrengst advisering
555
567
567
567
567
Opbrengst overige dienstverlening
269
200
200
200
200
Opbrengst afhijsingen
75
76
76
76
76
Uitkering verzekering materieel / gebouwen
10
11
11
11
11
Vergoeding verzekering personeel Totaal
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
816
834
834
834
834
2.773
2.634
2.634
2.634
2.634
Het merendeel van de opbrengsten bestaat uit vergoedingen voor verzekering personeel, opbrengsten advisering en opbrengsten uit activiteiten van BOCAS voor externen. De vergoedingen voor verzekering personeel hebben betrekking op de geraamde UWV-uitkeringen in verband met WIA-uitkeringen. De opbrengsten uit advisering zien op de geraamde baten voor werkzaamheden op het gebied van risicobeheersing, met name in opdracht van de deelnemende gemeenten. De overige dienstverlening bestaat voornamelijk uit detacheringen, waarvoor opbrengsten worden ontvangen.
43
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Overige goederen en diensten (lasten) bedragen x € 1.000
Overige goederen en diensten (lasten)
Automatisering en telecommunicatie
Gewijzigde Begroting Raming Raming Raming begroting 2027 2028 2029 2029 2026 3.254 3.387 3.387 3.387 3.387
Brandweerspecifieke kosten
845
677
677
677
677
Diverse lasten
715
67
67
67
67
Gebouwgerelateerde kosten
6.393
6.545
6.598
6.598
6.598
Kantoorgerelateerde kosten
199
195
195
195
195
Kosten opleidingscentrum
282
291
291
291
291
Oefenen extern
1.356
739
739
739
739
Opleidingskosten extern
1.494
3.014
3.014
3.014
3.014
Overige materiële kosten
7.647
9.217
9.217
9.217
9.431
Personeelsgerelateerde kosten
5.906
5.950
5.938
5.650
5.650
Voertuig gerelateerde kosten
2.035
2.041
2.041
2.041
2.041
Voorraadgerelateerde kosten
11
11
11
11
11
30.137
32.134
32.174
31.887
32.101
Totaal
Gebouw gerelateerde kosten betreft bijvoorbeeld huur en energie, maar ook de dotatie aan de voorziening groot onderhoud. De post betreft verder o.a. de bijdrage aan de GHOR, de GBA en het NIPV, juridische kosten, accountantskosten en de bijdrage aan het expertisebureau en het waarborgfonds. 11.3 Structureel begrotingssaldo meerjarenbegroting VrAA In de notitie structurele en incidentele baten en lasten (d.d. 1 december 2025) adviseert de commissie BBV het structurele begrotingssaldo te presenteren. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenraming structureel in evenwicht zijn. De incidentele baten en lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Incidentele lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo positief en incidentele baten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo negatief. bedragen x € 1.000
Structureel begrotingssaldo Saldo van baten en lasten (+ is batig) Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves (saldo) Begrotingssaldo na bestemming (+ is batig) Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
Rekening 2025
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
-371 -108 -479 919 -1.398
-1.024 1.024 0 -271 271
-599 599 0 -272 272
Raming 2028 -618 618 0 -214 214
Raming 2029 -508 508 0 -214 214
Raming 2030 -541 541 0 0 0
De belangrijkste incidentele baten en lasten in de gewijzigde begroting 2026 zijn: • Een eenmalige bijdrage van de gemeente Amsterdam van € 0,18 miljoen voor de verkenning Strandeiland, inclusief de hiermee samenhangende lasten. • Een incidentele rijksbijdrage van € 0,4 miljoen voor Coördinatie- en Noodsteunpunten, met bijbehorende lasten ter hoogte van de bijdrage. • Onttrekkingen uit de bestemmingsreserves en de daarmee samenhangende incidentele lasten zijn verwerkt in het saldo incidentele baten en lasten. 44
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
•
Toevoegingen aan de bestemmingsreserves “Innovatie en Informatiesturing” (€ 0,2 miljoen) en “Duurzame inzetbaarheid” (€ 0,07 miljoen) worden gedekt vanuit de structurele baten.
Het effect van de punten 1 t/m 3 op het structureel begrotingssaldo is per saldo nihil. In de begroting 2027 is een incidentele bate opgenomen van € 0,28 miljoen voor de verkenning Strandeiland. Dit bedrag is als incidenteel last verwerkt onder ingeleend personeel. Ook in 2027 worden de toevoegingen aan de genoemde bestemmingsreserves gedekt uit de structurele baten. 11.4 Geprognosticeerde balans VrAA en financiële kengetallen 11.4.1 Algemeen De begroting is opgesteld met inachtneming van het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” en de financiële verordening VrAA met de bijbehorende nota’s. 11.4.2 Waardering De vaste activa zijn gewaardeerd op basis van historische aanschafwaarde onder aftrek van de afschrijvingen. De afschrijvingen vinden bij de meeste activa lineair plaats en zijn afhankelijk van de verwachte economische levensduur, waarbij geen rekening wordt gehouden met restwaarden. Op grond wordt niet afgeschreven. De investeringen die nog niet opgeleverd zijn in het lopende jaar, worden per ultimo boekjaar als onderhanden werk (activa in uitvoering) in de jaarrekening verantwoord. • De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. • Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
• Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserves, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten. • Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de voorzienbare verplichting, het verlies en/of risico’s, voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. • De kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. In de overzichten is de geprognosticeerde meerjarenbalans opgenomen. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • De materiele vaste activa zijn berekend op basis van de afschrijvingen en meerjaren investeringsbegroting; • De voorraden zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; • De vorderingen zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; • Het restant van de benodigde middelen wordt gefinancierd via een leningenportefeuille; • De ontwikkeling van de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de voorzieningen is gebaseerd op de meerjarenramingen; • De overlopende activa en passiva zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; • Het banksaldo is de resultante van alle overige mutaties.
45
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
11.4.3 Verloopstaten vaste activa, reserves en voorzieningen Voor het opstellen van de geprognosticeerde balans worden de volgende verloopstaten gehanteerd: Bedragen x € 1.000 Gewijzigde begroting 2026
begroting 2027
Boekwaarde vaste activa start jaar
94.860
122.421
139.864
147.918
138.922
Investeringen
34.925
27.532
19.445
3.235
5.703
Desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde vaste activa einde jaar
0 7.364 122.421
0 10.089 139.864
0 11.391 147.918
0 12.231 138.922
0 11.996 132.629
Gewijzigde begroting 2026
begroting 2027
7.546
7.366
7.366
7.366
7.366
Onttrekkingen
180
0
0
0
0
Resultaat lopend boekjaar Algemene reserve einde jaar
0 7.366
0 7.366
0 7.366
0 7.366
0 7.366
Gewijzigde begroting 2026
begroting 2027
Bestemmingsreserves start jaar
12.720
11.876
Onttrekkingen
1.192
889
Dotaties Bestemmingsreserves einde jaar
348 11.876
290 11.277
Verloopstaat Vaste Activa
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Bedragen x € 1.000 Verloopstaat algemene reserve Algemene reserve start jaar
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Bedragen x € 1.000 Verloopstaat bestemmingsreserves
Raming 2028 11.277
Raming 2029
Raming 2030
10.659
10.151
832
722
541
214 10.659
214 10.151
0 9.610
Bedragen x € 1.000 Gewijzigde begroting 2026
begroting 2027
Voorzieningen start jaar
35.862
36.104
34.778
32.411
29.625
Onttrekkingen
2.639
3.180
4.300
4.719
5.830
Dotaties Voorzieningen einde jaar
2.881 36.104
1.854 34.778
1.933 32.411
1.933 29.625
1.933 25.728
Verloopstaat voorzieningen
46
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
11.4.4 Geprognosticeerde balans Vervolgens ontstaat op basis van bovenstaande verloopstaten de volgende meerjarige balans: Bedragen x € 1.000 Geprognosticeerde balans
Ultimo 2025
Ultimo 2026
Ultimo 2027
Ultimo 2028
Ultimo 2029
Ultimo 2030
ACTIVA Vaste activa
94.860
122.421
139.864
147.918
138.922
132.629
Voorraden Uitzettingen
11.680 16.151
0 16.151
0 16.151
0 8.151
0 8.151
0 8.151
45
86
86
86
86
86
Overlopende activa Totaal activa
1.498 124.234
1.498 140.156
1.498 157.599
1.498 157.653
1.498 148.657
1.498 142.364
PASSIVA Algemene reserve
8.026
7.366
7.366
7.366
7.366
7.366
Resultaat boekjaar
-479
0
0
0
0
0
Bestemmingsreserves
12.720
11.876
11.277
10.659
10.151
9.610
Voorzieningen
35.862
36.104
34.778
32.411
29.625
25.728
Langlopende schulden Kortlopende schulden
54.117 5.895
74.501 6.108
92.466 6.108
93.351 6.108
89.233 6.108
87.618 6.108
Overlopende passiva Totaal passiva
8.093 124.234
4.201 140.156
5.604 157.599
7.758 157.653
6.174 148.657
5.934 142.364
Liquide middelen
11.4.5 EMU-saldo De ontwikkeling van het EMU-saldo voor het begrotingsjaar 2026 en de daaropvolgende jaren is hieronder weergegeven: Bedragen x € 1.000 EMU-Saldo EMU-Saldo (A+B+C-D+E+F-G+H-I-J-K)
Rekening 2025 -22.223
Gewijzigd 2026 -25.704
A. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves. B. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie. C. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie. D. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd. E. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post D. F. Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord. G. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) H. Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord. I. Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen.
Begroting 2027 -17.994
Raming 2028 -9.715
Raming 2029 6.463
Raming 2030 4.116
-371
-1.024
-599
-618
-508
-541
6.255
7.364
10.089
11.391
12.231
11.996
6.818
2.881
48
-1.043
-2.025
-1.636
34.925
34.925
27.532
19.445
3.235
5.703
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
J. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post A genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten.
-
-
-
-
-
-
K. Verwachte boekwinst op exploitatie van verkoop van effecten.
-
-
-
-
-
-
47
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
11.5 Toelichting mutaties reserves 11.5.1 Onttrekkingen aan de reserves bedragen x € 1.000
Gewijzigde Begroting begroting 2027 2026
Onttrekkingen VrAA
Algemene reserve Bestemmingsreserve WW Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam Bestemmingsreserve FLO Amsterdam Bestemmingsreserve Duurzame Inzetbaarheid Bestemmingsreserve Innovatie & Informatiesturing Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen
180 125
125
313 571 184
300 281 183
Totaal
1.372
889
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
125
125
125
240 288 179
597
416
832
722
541
11.5.2 Dotaties aan de reserves bedragen x € 1.000
Gewijzigde Begroting begroting 2027 2026
Dotaties VrAA
Algemene reserve Bestemmingsreserve WW Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam Bestemmingsreserve FLO Amsterdam Bestemmingsreserve Duurzame Inzetbaarheid Bestemmingsreserve Innovatie & Informatiesturing Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen Totaal
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
76 57 214
18 58 214
214
214
348
290
214
214
Stand gewijzigd 2026
Stand begroting 2027
Stand begroting 2028
Stand begroting 2029
11.5.3 Stand van de reserves bedragen x € 1.000
Stand reserves VrAA
Stand rekening 2025
Stand begroting 2030
Algemene reserve Resultaat lopend boekjaar Bestemmingsreserve WW Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam Bestemmingsreserve FLO Amsterdam Bestemmingsreserve Duurzame Inzetbaarheid i.o. Bestemmingsreserve Innovatie & Informatiesturing Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen
8.026 -479 804 5.651 4.609 785 504 367
7.366
7.366
7.366
7.366
7.366
679 5.651 4.686 530 147 183
554 5.651 4.704 288 80
429 5.651 4.464
304 5.651 3.867
179 5.651 3.451
115
329
329
Totaal
20.267
19.243
18.643
18.025
17.517
16.976
Bovenstaande tabel is de stand van de reserves na onttrekkingen en dotaties.
48
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
Bestemmingsreserve WW De reserve heeft een structureel karakter en is bedoeld om de kosten voor WW-uitkeringen te dekken, die volledig ten laste komen van VrAA. De reserve dient om de uitgaven over meerdere jaren te egaliseren. Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam De reserve heeft een incidenteel karakter en fungeert als buffer voor eigenaarsrisico’s en als dekking voor toekomstige tekorten op de kapitaalslasten. Op middellange termijn wordt een tekort op de kapitaallasten verwacht, zie hiervoor ook verloopstaat voorzieningen opgenomen onder 12.4.3. In de jaren tot en met 2030 worden geen dotaties of onttrekkingen verwacht. Bestemmingsreserve FLO Amsterdam De reserve heeft een structureel karakter en dient om fluctuaties in de werkelijke, begrote of geraamde uitgaven van de FLO-regeling te egaliseren. Elk jaar wordt het verschil tussen de baten, in de vorm van de maatwerkbijdrage, en de lasten toegevoegd aan of onttrokken van de reserve. Zoals zichtbaar is, wordt verwacht dat er in de jaren 2028 tot en met 2030 aanzienlijk uit de reserve zal worden onttrokken.
Bestemmingsreserve Innovatie & Informatiesturing De doelstelling van de reserve is het bijdragen aan een toekomstgerichte en technologisch doorontwikkelde vorm van veiligheidszorg, met vernieuwende en duurzame methoden en technieken en het ontwikkelen en inrichten van systemen die een robuuste basis vormen voor de ontwikkeling naar een informatie gestuurde veiligheidsorganisatie. De reserve heeft een incidenteel karakter. Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen De bestemmingsreserve heeft een incidenteel karakter en is bedoeld als stimulans om de opleidingsen oefenachterstand uit de coronaperiode in te halen. De reserve voor opleiden en oefenen zal eind 2027 volledig zijn uitgeput.
49
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
12. Bijlagen 12.1 Geraamde baten en lasten per taakveld bedragen x € 1.000
Taakvelden
Gewijzigd begroting 2026 lasten
baten
saldo
2027
2028
2029
2030
saldo
saldo
saldo
saldo
0 Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead
23.155
0.9 Vennootschapsbelasting
30
0.10 Mutatie reserves
347 109.779
1.074
22.081
22.600
22.670
22.592
30
30
30
30
30
1.373
-1.026
-599
-618
-508
-541
3.487
106.292
111.275
111.539
111.446
111.264
3.389
3.464
3.466
3.479
3.479
5.934
130.766
136.770
137.087
137.039
137.039
130.766
130.766
136.770
137.087
137.039
137.039
0
0
0
0
0
22.807
1 Veiligheid 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 7 Volksgezondheid en Milieu 7.1 Volksgezondheid Totaal lasten en mutatie reserves
3.389 136.700
Dekkingsbronnen 0 Bestuur en ondersteuning 0.11 Resultaat
50
Ontwerp Programmabegroting 2027-2030
12.2 Risicoanalyse Bedragen x € 1.000 Kwantificeerbare risico's Risico Niet binnen begroting kunnen opvangen van lasten buiten nominale ontwikkeling
Oorzaak Door de nieuwe systematiek van het toekennen van nominale ontwikkeling bestaat de mogelijkheid dat de nominale ontwikkeling niet voldoende is om de werkelijke loon- en prijsontwikkeling te compenseren.
Gevolg Fluctuaties moeten binnen de begroting van het boekjaar worden opgevangen. Het effect betreft 1,0% van de totale lasten van de begroting.
Kans 100%
Effect 1.294
Benodigde weerstandscapaciteit 1.294
Wegvallen of afname van opbrengsten uit dienstverlening
Veranderende marktomstandigheden, concurrentie en een lagere vraag naar dienstverlening van onder meer BOCAS en Veiligheidsadvies.
Lagere baten in het lopende boekjaar, waardoor een tekort in de exploitatie kan ontstaan en aanvullende bijsturing nodig kan zijn.
10%
2.059
206
Kosten als gevolg van beroepsziekten bij medewerkers en vrijwilligers.
Blootstelling aan gevaarlijke stoffen of traumatische gebeurtenissen kan leiden tot beroepsziekten, waaronder PTSS.
Dit kan leiden tot hogere personele lasten, schadevergoedingen, verzuimkosten en mogelijke aansprakelijkheidsstellingen.
7%
10.350
725
Wijziging van de rechtspositie van vrijwilligers met financiële gevolgen voor de VrAA.
Europese en nationale juridische ontwikkelingen kunnen leiden tot een andere kwalificatie van de rechtspositie van vrijwilligers.
Dit kan leiden tot hogere loon- en werkgeverslasten, aanpassing van arbeidsvoorwaarden en organisatorische gevolgen voor de inzet van vrijwilligers.
10%
2.100
210
Kans op afwijkingen op de totale stroom van loonbelasting, werkkostenregeling, omzetbelasting en vennootschapsbelasting. (Totaal €28 miljoen)
Ondanks beheersmaatregelen blijft een restrisico bestaan op fouten in processen en menselijke handelingen.
Geconstateerde afwijkingen kunnen leiden tot naheffingen, boetes, belastingrente en aanvullende herstelwerkzaamheden.
Gewogen TCF
204
204
Aansprakelijkheidsstelling door leveranciers bij beëindiging of onrechtmatige totstandkoming van inkoopovereenkomsten
Niet alle inkopen lopen via de reguliere inkoopprocedure of conform het VrAA inkoop- en aanbestedingsbeleid, waardoor juridische en contractuele risico's ontstaan.
Dit kan leiden tot proceskosten, schadevergoedingen, vertraging in de uitvoering en extra kosten voor heraanbesteding of contractherstel.
5%
2.000
100
Onrechtmatig optreden bij uitvoering van de functie
De BAA is gehouden aan beroepsmatige handelwijze bij het optreden bij incidenten. Het kan in de praktijk voorkomen dat deze niet worden gevolgd.