20260507 verslag Gemeenteraad.pdf
Tekst van het document
38
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
dus juist samengevat op een plek te kunnen vinden zodat we een deugdelijke herevaluatie van deze maatregel kunnen borgen over twee jaar en dat kunnen doen zonder dat we daar zelf allemaal honderden ambtenaren voor moeten inzetten.) Dat is precies wat ik zeg, voorzitter. In de verslaglegging die wij doen rondom de verordening en de stukken die we aanleveren staat al deze informatie al en die wordt gewoon betrokken bij de debatten die we voeren. Om hem hier nu toe te spitsen op alleen de beddenstop, daarvan zeg ik die motie is dan overbodig en ook onuitvoerbaar. Want die stukken komen toch uw kant op en het is aan u om eruit te halen wat u wilt betrekken bij het debat wat we gaan voeren en wat u niet nodig heeft. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. Grond en Ontwikkeling 8. Vaststellen van de Investeringsnota Holterbergdistrict in stadsdeel Zuidoost en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet VN2026-004506 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: Motie van de leden Von Gerhardt, Havelaar en Rijpkema inzake breed gedragen naam voor Bijlmer-West, nr. 129.26 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - samen met bewoners, organisaties, bedrijven en andere stakeholders te komen tot een naam welke recht doet aan de identiteit, ambities en toekomst van het gebied.
De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR: Ik kon helaas niet bij de commissiebehandeling zijn maar die heb ik wel terug bekeken en ik wil allereerst de ambtenaren bedanken voor de duidelijke stukken. Tegelijkertijd ook alweer de gebruikelijke feedback. De artist impression schetste een mooi beeld van een wijk zonder zwerfafval met vrijwel lege fietsnietjes terwijl er bijna geen parkeerplekken komen. Dus kijk daar nog eens naar, zou ik zeggen. Want wie door deze mooie plaatjes heen kijkt, ziet ook een ander beeld en een risico. Een moderne stadswijk zoals ze in alle grote steden uit de grond komen, een wijk zonder auto's, zonder kerk, zonder traditionele sportvereniging en zonder Amsterdamse school. Misschien wel een wijk voor de zelfstandige, bovenmodale en geïndividualiseerde jong professional en dat vind ik het risico. Laten we beginnen bij de auto. Het parkeren, 0,28 parkeerplaats per woning terwijl het autobezit in Zuidoost nu 0,52 is. De loop naar een parkeerplek is niet 100 meter zoals voorgeschreven maar 250, dat is best wel lang. De wijk is gemaakt voor jongeren maar opa
39
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
en oma die minder mobiel zijn, kunnen maar beter niet op visite komen. Mijn eerste vraag aan de wethouder is, hoe zit het met parkeerplaatsen voor minder mobiele jongeren. Is daar rekening mee gehouden en zo ja, hoe? Kan de wethouder uitleggen hoe deze wijk toegankelijk wordt voor mensen die minder goed ter been zijn? Dan de gemeenschapszin, daar zitten twee zorgpunten. Ik lees in de stukken dat er ruimte komt voor anders georganiseerde sporten. Ik even googelen wat het is, dat is bootcamping, freerunning of klimmen. Ik mis daar de verenigingen en ik lees de stukken zo dat daar dus kennelijk fysiek geen plek voor is omdat die ook een gebouw nodig hebben. Daar maak ik mij zorgen over en ik heb een motie in voorbereiding daarvoor, maar ik wacht het antwoord van de wethouder af. Ditzelfde geldt voor religie. Daar ging het in de commissie ook al over, PRO had het daarover. Ik zie weinig ruimte en ik vind dat deze wijk waar 8.000 woningen komen ruimte moet hebben voor maatschappelijke verbanden en verenigingsleven. Ook voor religie heb ik een motie in voorbereiding en nu de burgemeester er toch is, ik zal geen vraag stellen maar ik hoop dat alle antwoorden op de moties van meer dan een jaar geleden rondom religie eindelijk eens gaan komen. Ten slotte, in de stukken staat daar waar tegenstellingen optreden komt duurzaamheid in principe voor op andere doelstellingen.
En dat begrijp ik niet zo goed. Wat betekent het nu concreet? Betekent dat ook dat als duurzaamheidseisen de bouw jaren vertragen, dat de duurzaamheid dan wint? Graag een reflectie van de wethouder daarop. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me aansluiten bij de zorgen over het parkeren van mijn voorganger. Waarbij ik ook wel wil benadrukken dat dit ook een wijk is waar we juist wat gezinswoningen toe gaan voegen en volgens mij weten we allemaal dat gezinnen ook wel een auto nodig hebben, bijvoorbeeld om die kinderen naar sport te brengen. En zeker aangezien er geen georganiseerde sport hier komt, zouden ze met de auto naar verdere sportverenigingen moeten om daar te kunnen sporten. Dus volgens mij is dat wel ons zorg die we in de gaten moeten houden en dat deze wijk dan ook eigenlijk toegankelijk wordt voor gezinnen. Het wordt een wijk met in het eerste gedeelte ongeveer 2.500 woningen en dat zijn allemaal huurwoningen zoals die nu op de planning staan. En om een beeld te geven bij hoe groot een wijk van 2.500 woningen is, als je nu kijkt naar de huidige NDSM-werf, al die gebouwen die daar staan, dat zijn een stuk of 12 op dit moment al, dan zijn dat 2.500 woningen.
Dus dat is best wel een volledige grote wijk en ik zou het zonde vinden als daar alleen maar huurwoningen komen, juist omdat we ook weten dat met alleen maar huurwoningen er minder binding is met de stad omdat we weten dat mensen die een koopwoning vaak wat langer blijven wonen en ook wat meer voor de buurt zorg gaan dragen. Nu heeft de wethouder gezegd dat dit een wens is van de ontwikkelaars zelf om op dit moment op de eerste fase alleen maar huur te bouwen. Dat begrijp ik, als dat een wens is dan moeten we dat volgen. Wel zou ik graag de ruimte open willen laten dat mocht ontwikkelaars zeggen in de toekomst we willen toch misschien wat koopwoningen toevoegen want we zien dat het goed is voor deze buurt om te doen, dat dan op dat moment de raad in ieder geval geïnformeerd wordt dat die wens er is en dat we op dat moment ook kunnen kijken of we die koopwoningen toch kunnen toevoegen. Want volgens mij is dat voor de gemengdheid van zo’n wijk wel belangrijk. Dus als de wethouder dat kan toezeggen, hoef ik niet de motie die ik in voorbereiding heb in te leveren.
40
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Dan vervolgens de naam van deze wijk, want het wordt een volledig nieuwe wijk en die gaat Bijlmer-West heten. En we hebben al bij Bijlmer-Oost, en Bijlmer-Centrum en eigenlijk vind ik dat nu we zo'n prachtige nieuwe wijk gaan toevoegen aan Amsterdam, dat het ook een mooie eigen naam hoort te krijgen. Dus een eigen identiteit en niet een gedeelte achter Bijlmer waarvan we er al twee hebben. En volgens mij is het leuk om dat juist samen met de bewoners daar, met bedrijven daar en met organisaties daar te gaan bekijken van wat is een mooie passende naam die bij zo'n mooie nieuwe wijk kan komen. Daar dien ik een motie voor in en ik hoop op brede steun, want deze wijk verdient gewoon een naam met een mooie eigen identiteit zodat mensen daar er trots op kunnen zijn dat ze daar gaan wonen. (Het lid DESSING: Voorzitter, even een verhelderende vraag aan de VVD. Ik hoor de VVD zeggen dat de ontwikkelaars vinden dat er eerst huurwoningen moeten zijn en dat misschien later als er koopwoningen zijn dat we dan die ontwikkelaars kunnen volgen. Maar hoor ik de VVD hier zeggen dat we de ontwikkelaars daarin alle ruimte geven? Of gaat het ook wijder over het beleid en hoe wij die verdeling zelf zouden willen zien?) Het lid Dessing, als u mij de afgelopen jaren had gevolgd dan weet u dat ik een grote voorliefde heb voor koopwoningen in deze stad. Dus laat dat geen misverstand zijn.
Volgens mij is iedereen daar bekend over. Maar wat voor mij ook belangrijk is, is dat een wijk in ontwikkeling komt en we weten dat er in de tweede fase heel veel koopwoningen gaan komen en dat ontwikkelaars zeggen gezien het feit, en dat gaat de wethouder waarschijnlijk straks ook allemaal zeggen, dat dit een nieuwe wijk is in opbouw en huur op het eerste gezicht meer passend is. Daar wil ik niet in gaan mengen omdat ik het uiteindelijk belangrijker vind dat al die woningen er komen. Blijkt er nu toch animo te zijn om koopwoningen toe te voegen, dan ben ik de eerste die zal zeggen laten we daar koopwoningen toevoegen. Maar laten we niet nu zeggen er moeten per se koopwoningen komen als dat in de praktijk betekent dat er dan niet gebouwd gaat worden. Want ik wil vooral dat er zo snel mogelijk zoveel mogelijk gebouwd gaat worden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff. Het lid VEENHOFF: Ik doe ook de bijdrage voor mijn collega Walter Freeman, dus vandaar dat ik even aan het zoeken was. Vandaag bespreken we het Holterbergdistrict, een gebied dat de komende jaren moet veranderen van een kantoorgebied naar een levendige wijk met duizenden woningen. Dat is een grote kans, schrijft het lid Freeman. Amsterdam heeft woningen nodig en juist op plekken als deze kunnen we de stad slimmer en completer maken.
Een complete stad krijg je niet door alleen woningen toe te voegen, maar door wijken te bouwen waar mensen ook echt kunnen leven met voorzieningen, ontmoeting, werk, groen en ruimte voor gemeenschappen. Voor ons is daarbij de kernvraag, wordt dit straks ook een echt een wijk voor de mensen uit Zuidoost? Want we kunnen sturen op aantallen woningen en vierkante meters maar uiteindelijk gaat het om de vraag wie hier straks terecht kan. Blijft het gebied betaalbaar genoeg voor mensen die nu al in Zuidoost wonen maar geen passende woningen kunnen vinden? En komen er voldoende woningen die groot genoeg zijn voor gezinnen en meerpersoonshuishoudens? Daarom hebben wij twee aandachtspunten, ten eerste de gemiddelde woninggrootte en de betaalbaarheid. We begrijpen dat in de afspraken met de ontwikkelaar keuzes zijn gemaakt die het project haalbaar maken, maar juist dan is het belangrijk om scherp te blijven op de uitwerking. Kan het college aangeven hoe in de volgende fase wordt geborgd dat er voldoende passende woningen voor gezinnen komen?
41
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Ten tweede, de bestaande religieuze gemeenschappen in het gebied, waar vanuit Zuidoost ook aandacht voor is gevraagd. Er zijn nu religieuze gemeenschappen die in het Holterbergdistrict een plek hebben. Zulke plekken zijn vaak veel meer dan alleen wat vierkante meters. Het zijn ruimtes voor ontmoeting, steun, zorg en verbondenheid. Kan het college aangeven of met deze mensen wordt gesproken over hun toekomst en is het uitgangspunt dat zij waar mogelijk ook in het nieuwe Holterbergdistrict een passende plek kunnen krijgen? Dan heb ik nog een aanvullende vraag. Er is een raadsadres bij de behandeling toegevoegd en dat vraagt eigenlijk aandacht voor het punt waar wij mee instemmen, namelijk 1d en dat gaat over het toepassen van interimbeheer, participatie en placemaking de komende vijf jaar. De schrijver van het raadsadres heeft daar een hele hoop vragen aan gehangen maar die gaan eigenlijk allemaal over welke publieke voorwaarden we daar nu aan stellen en bijvoorbeeld selectiecriteria, et cetera. Dus ik was wel benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. En dan afsluitend, wij zien de potentie van deze ontwikkeling maar die wordt pas echt waargemaakt als het Holterbergdistrict niet alleen een nieuwe wijk in Zuidoost wordt maar ook een nieuwe wijk voor Zuidoost. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen. Het lid DELSEN: Voorzitter, dank u wel.
Als ik kijk naar de plannen zijn er eigenlijk twee dingen die mij heel erg opvallen. Het eerste is het feit dat uiteindelijk wordt gekozen in de tweede fase of in de laatste fase voor een verhouding van 30-40-30 waarbij dus inderdaad 10 procent ten koste van de sociale huur uitkomt bij de vrije sector. Daar heb ik een eerste vraag over. Waarom is er gekozen voor die situatie? Het tweede waar ik heel erg nieuwsgierig naar ben, is dat als je kijkt naar de cijfers die worden gegeven dan zijn alle sociale woningen erg klein, dus eigenlijk maximaal 45 vierkante meter, 23 en daartussen. Volgens mij is dat heel erg kwalijk omdat je daardoor geen driekamerwoningen hebt en dat zijn juist woningen waar zoveel behoefte aan is omdat dat die flexibiliteit heel erg geeft. Ik zou niet willen dat alleen je portemonnee bepaalt hoe groot je woning is. Ik denk ook dat mensen met een minder groot inkomen recht hebben op een goede en flexibele woning. Dus ik ben eigenlijk voornamelijk benieuwd naar de keuze voor die twee en graag antwoord van de wethouder. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Weyenberg voor de beantwoording. Wethouder VAN WEYENBERG: Dank aan de aan de vier leden voor hun bijdrage. Om te beginnen misschien de vraag van het lid Delsen, 30-40-30 is het uitgangspunt bij transformaties normaal gesproken als er corporaties meedoen.
Omdat dat hier in de eerste fase minder speelt bij de jongerenwoningen hebben we daarom ook hele strenge, extra strenge betaalbaarheidseisen voor de studenten- en jongerenwoningen toegevoegd tot de liberalisatie- en de aftoppingsgrens. In de eerste fase van dit project zitten we dus op 4030-30 en dat is omdat ervoor is gekozen om juist in de eerste fase relatief veel jongerenen studentenwoningen te doen. En dat is ook meteen het antwoord op de vraag waarom de woningen in het sociale segment relatief klein zijn. Omdat in zo'n eerste fase van zo'n grootschalige gebiedsontwikkeling vaak studenten en groepen jongeren breder de eerste groepen bewoners zijn. En u zult ook zien in de tweede fase dat we hele andere typen sociale woningen gaan toevoegen. Maar het antwoord is dus dat we uiteindelijk eindigen op 30-40-30 maar dat we in deze eerste fase dus op 40-30-30 starten en dat komt vooral
42
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
door de studenten- en jongerenwoningen en die zijn ook precies de verklaring voor de vierkante meters waar het lid Delsen terecht aandacht voor vraagt. (Het lid DELSEN: De wethouder verklaart heel netjes wat hij doet. Maar mijn vraag gaat ook over waarom die keuze specifiek wordt gemaakt. 3040-30 betekent uiteindelijk gewoon 800 sociale woningen minder en zeker in de verhouding waar ze hier worden gebouwd, 1.600 sociale woningen minder. Maar ik ben voornamelijk ook nieuwsgierig welke afspraken precies worden gemaakt om bij die andere parten, dus die 40 en die 30, ervoor te zorgen dat die betaalbaar blijven.) Voorzitter, het hele middensegment is natuurlijk ook gewoon gereguleerd. Iets van 1.200 of 1.300 euro, afhankelijk van of de nieuwbouwopslag ook wordt gebruikt. Dus daar zit een eis al op voor betaalbaarheid. Bij de vrije sector is dat natuurlijk anders, terwijl natuurlijk wel de ontwikkelaar dan ook gewoon voor de vrijesectorwoningen klanten zal moeten vinden die het huis willen en kunnen kopen. En volgens mij, waarom doet u dat? Dat heb ik net toegelicht. Wij hebben als staand beleid 30-40-30 bij transformatiegebieden wanneer corporaties meedoen. Dat is een standaardafspraak die wij hebben gemaakt juist om die transformatieprojecten, zoals dit er ook een is, om die ook gewoon van de grond te krijgen. Dus volgens mij zei ik het overigens ook al in het eerste ding.
Daar kunt u het overigens niet mee eens zijn, dat mag natuurlijk, maar volgens mij is dat het beleid dat we breder bij transformatie toepassen. (Het lid DELSEN: De wethouder geeft aan extra strenge maatregelen of extra strenge afspraken te hebben en daar ben ik specifiek benieuwd naar.) U kunt zien, en ik heb de exacte bedragen hier niet bij de hand, maar dat we hebben gezegd dat in die studentenwoningen de helft tot de liberalisatie- en de helft tot de aftoppingsgrens. Dat betekent dat de helft van die woningen dus niet alleen tot de sociale huur, maar zelfs fors daaronder moeten komen. De exacte getallen kunt u, ik heb het paginanummer even niet paraat, maar kunt u daar helemaal precies vinden. Ik wil niet op de euro misgaan. Dan vroeg het lid Veenhoff specifiek ook naar aanleiding van het raadsadres naar placemaking en hoe dat is georganiseerd. Het is wel goed dat überhaupt over vijf jaar, dit is pas de eerste fase van de ontwikkeling, dus over vijf jaar doen we een evaluatie en komt ook de tweede fase waarin we ook kijken hoeveel additionele duizenden woningen er nog bij kunnen. Dat is überhaupt natuurlijk al een moment waar de raad weer in beeld is, in die tweede fase. En als het gaat specifiek om placemaking, dan moet ik het even goed zeggen.
Ventura City, dat is de ontwikkelaar die 70 procent van de erfpachtrechten op dit moment heeft in dit gebied, stelt een plan op voor de placemaking maar dat moet door de gemeente worden goedgekeurd en dat gaat om placemaking in de openbare ruimte, daar beslist de gemeente natuurlijk überhaupt over. Placemaking in bestaande gebouwen en op erfpachtgronden, dat gaat aan de erfpachter mits die activiteiten binnen het omgevingsplan vallen. En als ze daar niet binnenvallen, dan kan de gemeente eventueel beslissen over een eventuele afwijking. En er zal natuurlijk een transparant selectieproces moeten worden opgesteld met daarin selectiecriteria als het gaat rondom bijvoorbeeld impactondernemers. Dat moet gewoon nog verder worden opgesteld, dus dat is er nog niet maar dat komt er wel aan. Er stonden overigens nog veel meer punten in dat plan, dat kan ik ook nog een keer precies delen maar u vroeg specifiek hiernaar. (Het lid VEENHOFF: Even voor de helderheid, de wethouder zegt daar komen nog afspraken over, maar die zijn niet voor de raad inzichtelijk, toch? Want dat was denk ik ook het bezwaar in dat raadsadres, dat dat natuurlijk
43
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
eigenlijk achter gesloten deuren plaatsvindt en daar waren de zorgen over. Dus misschien kan de wethouder daar nog iets over zeggen.) Dat gaat niet specifiek over de placemaking, maar de raamovereenkomst die we met Ventura sluiten is een een-op-een-vertaling van het investeringsbesluit. Dat was ook nodig, want de opbrengsten daarvan ziet u ook terug in de financiële tabel. Dus in die zin sluit dat ook gewoon een-op-een op elkaar aan. Het is overigens vaker zo, er komen natuurlijk nog heel veel specifieke contacten hieronder vandaan die we niet standaard hier opnieuw bespreken omdat ze onderdeel zijn van het mandaat en ook het kader. Daarom is dat investeringsbesluit ook zo'n belangrijk moment en u heeft ook gezien hoe ontzettend veel stukken dat zijn en terecht, inclusief ook geheime financiële bijlage, omdat dat precies het kader biedt voor de vervolgontwikkeling die alle medewerkers van de gemeente daar met alle partijen doen. De ervaring leert wel dat bijvoorbeeld over placemaking we het natuurlijk in commissies echt heus nog meestal dan wel hebben. Maar het is waar, u mandateert hiermee ook het college om verder te gaan met de uitvoering binnen de kaders van investeringsbesluit waarmee u, als u dit aanneemt vandaag, het college op pad stuurt.
Dan vroeg het lid Veenhoff ook nog naar de grootte van de kamers en het lid Havelaar had het over, komen er nog wel genoeg gezinnen in deze wijk. En ook het lid Von Gerhardt. Ik wil er wel ook toch op wijzen dat naast de jongeren- en de studentenwoningen er ook van de 2.450 woningen in de eerste fase 1.300 woningen drie- en vierkamerwoningen zijn, dat vind ik toch ook wel relevant om te benoemen, met ook de groottes die daarbij passen. U kunt hele gedetailleerde tabellen in de investeringsnota zien. Dan is de vraag, wat betekent dat dan voor parkeren? Het gebied rondom de ArenAPoort is een A-locatie, dit wordt een parkeerterrein met een B-locatie. De wijk ligt dan ongeveer 500 meter bijvoorbeeld van station Bijlmer ArenA, dat is ongeveer net zover als het Centraal Station van de Dam, even om het een beetje in perspectief te plaatsen, en daarmee ook echt een hoogstedelijke versterking van de hoogstedelijke kern van de ArenAPoort. En ja, daar ligt het accent inderdaad op fietsen, lopen en openbaar vervoer. Er is ook in de open ruimte natuurlijk dan wel de opgave voor ons, dat zullen we ook doen, om die natuurlijk ook in te richten op vervoer en openbaar vervoer en lopen en fietsen. Het is in die zin geen autowijk. Dan betekent dat natuurlijk wel dat je een afspraak moet maken voor mensen die mindervalide zijn en die ruimte is er ook, zeg ik tegen het lid Havelaar.
Dat kan of in een parkeerhub zijn, dat kan in de openbare ruimte zijn, dat zal in de uitwerking moeten worden ingevuld. Waarbij ik het wel goed vind, want die vraag stelde het lid Havelaar ook, dat dit soort plekken bovenop de 0,28 komen. (Het lid HAVELAAR: Voorzitter, ik ben heel blij om dat te horen. Dat is goed nieuws, niet alleen voor bewoners. En dat is de checkvraag die ik doe, want ik denk dat die 250 meter gewoon echt veel te ver is. Maar ik zou ook in die geest willen nadenken over bezoekers die mindervalide zijn, dat we daar ook die 100 meter maximaal of het liefst nog minder als uitgangspunt nemen. Maar ik ben blij met de toezegging van de wethouder.) Voorzitter, dat specifieke punt over bezoekers, dat neem ik ook gewoon even mee. Ik kan niet helemaal beoordelen hoe we daar in de praktijk inrichting aan geven. Dan was er ook nog specifiek de vraag, wat betekent die tekst daar waar tegenstellingen optreden, komt duurzaamheid in principe voor andere doelstellingen. Dat is niet, we gaan allemaal dingen toevoegen en anders wordt er maar niet gebouwd. Het is zo'n hoogstedelijk gebied dat we al in de eisen voor het hele gebied hebben vastgesteld, bijvoorbeeld vaak bij een overhang aan de voorkant van een pand zodat er een natuurlijke schaduwzone wordt ontworpen.
Dat doen we generiek, dat hebben we ook gedaan met de ontwikkelaar en dat is een kader ook voor alle kavels die straks natuurlijk daarbinnen weer
44
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
ontwikkeld zullen worden. Daar gaan andere partijen straks de kavels ontwikkelen en dit zijn een paar kaders waardoor we niet per pand apart dingen gaan eisen maar zeggen dit is zo'n intensief hoogstedelijk gebied dat we een aantal uitgangspunten, bijvoorbeeld tegen hittestress, dat we die meenemen in de eisen die we aan al die panden stellen. Dat doen we overigens ook gewoon in goede samenspraak en ook met steun van Ventura City. Nogmaals, die hebben hier al 70 procent van de erfpachtrechten, juist om te zorgen dat deze wijk ook leefbaar is indachtig dat het zo'n hoogstedelijke dichte wijk is. Ik zie het lid Havelaar heel moeilijk kijken, maar zo hebben we dit nu gedaan en dat geldt voor alle partijen. Daarmee zien we ook geen prijsopdrijvend effect. (Het lid HAVELAAR: Voorzitter, ik vond het een prachtig antwoord alleen mijn vraag ging natuurlijk over tijd. Dus kan die prioritering van duurzaamheid leiden tot vertraging? Want dan zou ik er wel moeite mee hebben. Met wat de wethouder net vertelde, ben ik het helemaal eens.) Nee, dat is totaal niet onze verwachting. Sterker nog, doordat we dit nu al scherp maken helemaal aan de voorkant weet iedereen waar hij aan toe is. Dus nee, die zorg heb ik helemaal niet. Het zit gewoon in de eisen die we aan de ontwikkeling zo meteen gaan stellen en ik heb geen enkele indicatie dat dat tot vertraging zou leiden.
(Het lid HAVELAAR: Dus de wethouder zegt, ondanks dat in het stuk staat dat duurzaamheid prioriteit krijgt wanneer uitgangspunten botsen, kan dat nooit leiden tot vertraging in de bouw.) Voorzitter, garanties krijgt het lid Havelaar op stofzuigers maar niet hier. Nee, volgens mij van Alexander Pechtold. Wij gaan dit uitvechten buiten de zaal, de voorzitter heeft vast gelijk. Wat we hiermee bedoelen te zeggen is dat wij een aantal generieke uitgangspunten nu aan de voorkant hebben vastgesteld. De zin lijkt op vertraging te hinten, zo is die niet bedoeld. Ik had hem denk ik vooral anders moeten opschrijven. Dan stelde zowel het lid Havelaar maar ook het lid Veenhoff de vraag hoe zit het met de religieuze instelling in het gebied in de gebiedsontwikkeling. Misschien heel precies, we hebben inderdaad intensief contact ook met religieuze instellingen. Er zit er één in het gebied, een hindoeïstische tempel, en één aan de rand van het gebied. Allebei hebben die een erfpachtrecht. Dat is wel goed, dat betekent nog wat voor de positie waarin je in zo'n ontwikkeling meedoet. We hebben religieuze instellingen niet opgenomen in de lijst maatschappelijke voorzieningen die gerealiseerd moeten worden door de ontwikkelaar. Als u daar een discussie over wil, raak je aan het veel bredere debat.
Het lid Havelaar verwees daarnaar over de relatie tussen de gemeente en religie en hoe geven we dat vorm. Maar er zijn wel gewoon vierkante meters ruimte over met de lijst voorzieningen die we hebben genoemd. Het is in de praktijk wel vaak zo bijvoorbeeld dat religieuze instelling juist graag in bestaande gebouwen gaan zitten, bijvoorbeeld soms in placemaking, omdat dat dan bijvoorbeeld een veel lagere huur heeft dan als je een nieuwbouwpand moet huren, wat natuurlijk ook een prijskaartje heeft. Maar ik zie dus op de korte termijn daar niet een spanning voor de bestaande, even los dat die misschien wensen hebben voor meer ruimte, maar die hebben een erfpachtrecht. Dan heb ik dus al gezegd dat er ruimte is in de maatschappelijke voorzieningen waar partijen op mee kunnen doen. En u weet dat wij ook als gemeente wel steun geven. Specifiek vroeg het lid Havelaar hier naar motie 61, indirect de motie die ook ging over de maatschappelijke voorzieningen. Dat zijn wij in een aantal pilotgebieden aan het doen over hoe zit het met die vraag en hoe werkt dat nu, de initiatiefnota van onder andere het lid Minderhoud. Daar worden ook religieuze organisaties bij betrokken. Dat doen we in een aantal delen van de stad en de resultaten van die pilots en de gevolgen die je daaraan zou kunnen willen verbinden voor het generieke beleid verwacht ik voor de zomer met de raad te delen.
45
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Dan nog over sport. Er staat een zin in het stuk die je zou kunnen lezen alsof wij denken er komen alleen maar bootcamps maar geen tennisbaan. Zo is die niet bedoeld. Laat ik dat misverstand dan wegnemen. Wat ik wel denk, er is hier geen ruimte voor een groot honkbalveld of een voetbalveld. Dat is denk ik ook de realiteit. Maar bijvoorbeeld misschien voor een tennisbaan en een basketbalbaan wel. Kan dat dan een vereniging zijn of is dat meer openbare ruimte? Dat zal moeten blijken. De collega's van Sport willen hier het model van het Zeeburgereiland toepassen. Dat betekent dat we heel bottom-up met nieuwe bewoners willen kijken wat voor type sportvoorzieningen wilt u. Want niemand van ons wil een vereniging gaan afdwingen waar dan geen leden en vrijwilligers voor zijn. Maar er is dus op geen enkele wijze uitgesloten dat er bijvoorbeeld een basketbalvereniging zou kunnen komen. We gaan dat bottom-up doen en die ruimte is er dus ook gewoon, zeg ik tegen het lid Havelaar. (Het lid HAVELAAR: Voorzitter, ik had zowel op religie als op sport een mogelijke motie aangekondigd. Die zal ik dan allebei niet indienen met deze toelichting. Maar ik wil de wethouder wel meegeven, het gaat mij ook om gemeenschapszin in zo'n wijk. Je moet daar ook de structuur maken waarin mensen in georganiseerd verband, religieus of sport of anders, elkaar ontmoeten.
En dat zou ik wel mee willen geven, ook in die bottom-upbenadering.) Ja, die nemen we zeker mee. Dat kunnen we natuurlijk ook niet afdwingen. Als mensen geen lid willen worden van een vereniging maar het op een andere manier willen doen, we willen wel de sport aanbieden waar vraag naar is. Maar als lid van een tennisvereniging snap ik ook helemaal wat het lid Havelaar hier zegt. Maar wij willen dat in dat gesprek met bewoners doen. Mijn ervaring is overigens ook dat de mensen die daar gaan wonen, ook als ze een huurwoning zoeken, zich natuurlijk thuis willen voelen in die buurt en deelnemen aan maatschappelijke activiteiten, of dat nu sport is, religie of een boekenclub is. Dat zijn natuurlijk allemaal dingen die daaraan kunnen bijdragen. Tot slot had het lid Von Gerhardt nog twee vragen. De eerste ging over waarom zitten er in het vrije sector alleen maar huurwoningen in de eerste fase. En hij gaf eigenlijk zelf het antwoord al. En dat is omdat ons beeld is dat zeker bij gebiedsontwikkeling in het begin er een voorkeur is, ook bij ontwikkelaars, voor huur. Dat heeft iets te maken met de financieringsconstructie, dan kunnen investeerders instappen die dan de huizen afnemen die dan laten worden verhuurd. Maar ook het feit dat zo'n wijk nog heel vroeg in ontwikkeling is, wat misschien iets doet met de waarde in het begin.
Dus wij doen dit omdat wij ook het beeld hebben dat dit ook voor de ontwikkelaars werkt. Mocht blijken dat ontwikkelaars tegen ons zeggen we zouden liever koop doen, dan kom ik gewoon bij u terug want hier zit geen principiële keuze onder. Dan tot slot de motie die gaat over de naam Bijlmer-West, die overigens al in 2022 is vastgesteld en in de gemeentelijke basisadministratie is opgenomen. Mijn collega's daar in de buurt hebben helemaal niet de negatieve connotatie die de indieners van deze motie erbij hebben. Sterker, in het kader van één Zuidoost vind ik het juist heel erg mooi dat we laten zien dat zowel deze nieuwe delen qua bewoners als de bestaande delen van Amsterdam Zuidoost één zijn. Ik heb u gezegd uit te zien naar liedjes à la Baas B en Osdorp Posse rondom geen slaap tot Bijlmer-West en ik neem je mee naar Bijlmer-West, maar dat zal ik dan hier maar niet herhalen. Maar ik heb daar dus een veel positievere connotatie. Zijn er mensen die die naam niet fijn vinden? Die zijn er vast ook, maar de brede weerstand die de motie lijkt te noemen herken ik niet. En ik vind het eerlijk gezegd wel een hele mooie indicatie en dat is bij mij ook wel dominant. Los van dat ik dus wel degelijk ook draagvlak proef, dat het ook wordt gebruikt al in de praktijk hoor ik van de collega's die daar elke dag
46
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
zijn, dat het laat zien dat we één Amsterdam Zuidoost hebben, of het nu de nieuwbouw en de nieuwe ontwikkelingen zijn in Amstel III en in het Holterbergdistrict nu vandaag in het bijzonder, of de andere delen van Zuidoost die al veel langer bestaan. Dus daarom ontraad ik de motie. (Het lid VON GERHARDT: Ik ben blij dat de wethouder, volgens mij kan ik dat zo lezen, in ieder geval toezegt dat mocht de wens er zijn om toch koopwoningen toe te voegen, dat daar de raad van op de hoogte wordt gesteld. Dus dat is fijn dat de wethouder daar in ieder geval in meegaat. Dan de tweede, ik zeg ook helemaal niet dat Bijlmer-West negatief is en dat is ook helemaal niet de bedoeling van de motie geweest. Ik denk alleen dat het positiever kan om te kijken, kunnen we niet een mooie passende naam bij een gebied krijgen dat we nu eigenlijk in zijn geheel opnieuw gaan ontwikkelen. En de wethouder geeft dan aan, Zuidoost is dan een geheel. Wij hebben ook niet Apollobuurt-Zuid, Apollobuurt-Oost ApollobuurtCentrum. Daar hebben we ook allemaal aparte namen en juist om een identiteit van een bepaald gebied te kunnen laten zien. En daarom zeg ik ook, doe dit samen met bewoners. Als bewoners zeggen we willen gewoon Bijlmer-West, dan houden we Bijlmer-West. Maar volgens mij is het wel een leuke uitdaging om te kijken, kunnen we samen met bewoners tot een naam komen die iedereen passend vindt.
En volgens mij kan de wethouder daar niet tegen zijn, want dit college is juist zo van de participatie en met bewoners samen. Dus in die zin een handreiking om dit samen te doen met de bewoners om tot een passende naam te komen. Als dat Bijlmer-West is, dan trek ik mijn keutel ook in. Dan houden we het zo, maar dan geven we in ieder geval de bewoners de kans om zich erover uit te spreken.) Voorzitter, ik vond deze bijna retorisch misschien overtuigender dan inhoudelijk. Het beeld wat wij hebben is dat deze naam juist al heel aardig ingeburgerd raakt. En ik vind het beeld dat we hier één Amsterdam Zuidoost hebben echt van waarde. Wanneer ooit de hele buurt komt en met elkaar en zegt maar we willen er deze naam van maken, dan is dit helemaal geen principepunt. Maar dat proef ik niet. Ja, er zijn insprekers die zeggen dit vinden wij niet de eigen naam en die de lijn van het lid Von Gerhardt doen. Ik hoor ook heel veel mensen in de wijk, dat hoor ik ook van alle collega's van de gemeente die daar elke dag zijn, waar deze naam best al ingeburgerd raakt. Ik hoop hier echt ook op een beetje Bijlmer-West-trots en voor mij op dit moment overheerst wel het feit dat we laten zien dat we één Zuidoost maken.
Als in de toekomst de hele buurt om iets anders vraagt, is dit voor mij helemaal geen geloofsartikel, om maar even aan te sluiten bij het geloof waar we begonnen, maar vooralsnog heb ik de plannen niet. (Het lid VON GERHARDT: Eigenlijk hoor ik de wethouder zeggen, ik ben ervan overtuigd dat de buurt uiteindelijk met de naam Bijlmer-West komt. Dan zou ik zeggen, laten we naar de buurt toestappen en laten we aan de buurt vragen wat het is. Als de wethouder dan zijn gelijk krijgt, dan blijft het Bijlmer-West. Maar laten we het dan alvast proactief naar de bewoners gaan, dan laten we ook een keer zien hoe participatie in Amsterdam echt goed geregeld kan worden.) Nee voorzitter nogmaals, van deze bekering van het lid Von Gerhardt rond participatie neem ik kennis. Maar volgens mij, we hebben dit gedaan, ik proef helemaal geen brede weerstand om dat te doen. Dus om daar nou een heel traject op zetten, in alle eerlijkheid leg ik dan liever de energie op zorgen dat de voorzieningen en de bouw van deze wijk op de manier gaat die de bewoners graag willen, ook door hen daarbij te betrekken.
47
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Nogmaals, als op enig moment blijkt dat er breed draagvlak is onder die nieuwe bewoners die er ook allemaal nog niet zijn, dan is mijn ervaring ook dat wij hier dingen kunnen bedenken maar dat daar dan in de volksmond ook echt wel nieuwe namen naar boven komen. En dan zullen mijn opvolgers, want over die tijd hebben we het dan, daar vast ook heel serieus naar willen kijken. Maar om daar nu al bij voorbaat, dat is gewoon niet waar ik de energie op wil zetten. De discussie wordt gesloten. 9. Toepassen van het gemeentelijk voorkeursrecht op de locatie van het westelijk gedeelte van de golfbaan Waterland in Amsterdam VN2026-003673 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff. Het lid VEENHOFF: Wij zijn heel blij dat de wethouder hier wederom zo voortvarend handelt en dit best wel spannende instrument van het voorkeursrecht inzet en zo echte actieve grondpolitiek bedrijft zodat we aan het stuur komen en de weg naar speculanten versperren. Er ligt weer een zienswijze bij het besluit, net als in het stuk de vorige raad, maar wij vinden de afweging van het belang van de indiener en het gemeenschappelijk belang in onze gemeente duidelijk en redelijk. Temeer omdat de eigenaar natuurlijk ten alle tijde een marktconforme prijs zal krijgen, indien hij beslist het perceel te verkopen. Wat we natuurlijk vurig hopen, want we hebben dringend behoefte aan gronden.
Met dank ook aan de Partij voor de Dieren. Onlangs zijn we in Noord bijgepraat op initiatief van jullie en dat zien we terug in het plan wat is bijgeleverd, want daar zijn alle functies ingetekend, sport, energie en woonwerkgemeenschap. Allemaal staat het erin, dus daar kunnen wij ons goed in vinden. Dat is dan allemaal flexibel, dat vindt dan later invulling. Dus ja, ondersteuning voor dit besluit. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Dibi. Het lid DIBI: Voorzitter, dank u wel. We vinden het ontzettend goed dat de gemeente de grond opkoopt maar we willen dat het groen beschermd blijft. Dus dat is voor BIJ1 de belangrijkste overweging. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Weyenberg voor de beantwoording. Wethouder VAN WEYENBERG: Dank u wel, voorzitter, en dank voor de steun. Een kleine nuancering op de tekst van het lid Dibi, we hebben een voorkeursrecht gevestigd en daarmee hebben het nog niet verworven. Het is meer dat wij willen echt borgen dat dit gewoon geen woningbouwgebied is. Wij willen het voor sport gebruiken en op deze westelijke kant, waar het specifiek over gaat, hebben we een combinatie te vinden ook in het verlengde van Het Groene Veld tussen de experimentele woonwerkgemeenschap, sport, de rugby in het bijzonder en ook de energievoorziening en het TenneT-station. Dus of we het ooit gaan verwerven, is nog maar de vraag.
Dat we het goed kunnen gebruiken, ben ik volledig met iedereen eens. We hebben er een voorkeursrecht op gevestigd. Dat is een heftig instrument dat we ook hebben onderbouwd. We hebben hier eerder over de oostelijke kant gepraat, nu gaat het om de driving range van de golfbaan aan de westelijke
48
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
kant van de weg en wij hopen dat we het kunnen verwerven. Dat is deels ook aan de eigenaar, maar in ieder geval kunnen er ook geen activiteiten plaatsvinden die we niet willen. En zeker ook aan deze westelijke kant dringt het echt ontzettend, in het bijzonder ook om ook dat TenneT-station daar nog te krijgen. Dus dank voor uw belangstelling en voor de steun en wij gaan hier moedig met elkaar verder. (Het lid VON GERHARDT: Voorzitter, de wethouder spreekt erover dat het belangrijk is zeker ook voor sport, dat gebied. Nu zit er al sport, namelijk golf en dat doen ontzettend veel Amsterdammers ook met veel plezier. En steeds meer Amsterdammers ook met veel plezier, juist op die locatie omdat het een hele toegankelijke golflocatie is. De eigenaren daar maken zich nu juist zorgen dat door dit voorkeursrecht zij eigenlijk minder kunnen investeren in de toekomst van die golfbaan en het aantrekkelijk maken voor steeds meer Amsterdammers om daar te gaan sporten. Hoe kijkt de wethouder daarnaar?) Voorzitter, ik probeer mij diplomatiek uit te drukken. Dat vind ik krokodillentranen als je tegelijkertijd het wil verkopen op dit moment om er woningen te laten bouwen. (Het lid VON GERHARDT: Er zit natuurlijk een eigenaar van de grond en dat is iets anders dan de eigenaar van de golfbaan.
En de mensen van die golfbaan zeggen nu eigenlijk, we gingen eigenlijk hartstikke lekker, steeds meer Amsterdammers kwamen naar onze golfbaan om daar te sporten. Dat is een ambitie van deze stad. Dan vraag ik ook aan de wethouder, hoe kijkt u naar het feit dat zij eigenlijk hun plannen, hun toekomstmodel en businessmodel niet rond kunnen krijgen doordat wij dit voorkeursrecht hier nu op willen zetten.) Voorzitter, dit is een voorkeursrecht bij verkoop. En waarom doen we dit? Omdat wij merkten dat in de praktijk er werd gekeken om dit te verkopen om er huizen te gaan bouwen in het Landelijk Noord waar dit college geen voorstander van is. En als wij het zouden verwerven, dan gaan we daar voor intensievere sportbeoefening, primair aan de oostelijke kant overigens. Wat nu voorligt, is de westelijke kant, de oostelijke kant hebben wij de vorige keer met elkaar besproken. Dus dat je als ondernemer zegt ik heb dit, dat snap ik heel goed. Maar de realiteit is dat de eigenaar bezig is om te kijken of hij er huizen kan laten bouwen en dat is het vertrekpunt. Dus in die zin zou ik het een wat wonderlijke vorm vinden om hier nu opeens naar de gemeente te gaan kijken. De discussie wordt gesloten. Openbare Ruimte en Groen 14.
Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Toekomst van buitenreclame VN2026005292 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Motie van het lid Delsen inzake het voornemen mupi’s in aantal te verminderen en digitale reclame daarin niet toe te staan in nieuwe reclameconcessies, nr. 121.26 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - in de algemene beleidslijn op te nemen dat de gemeente beoogt het aantal mupi's drastisch te beperken;
49
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
-
R
en dat mupi's met digitale reclame niet worden toegestaan in nieuw af te sluiten concessies.
Motie van de leden Delsen en Bakker inzake het voornemen abri’s met digitale reclame niet toe te staan in nieuwe reclameconcessies, nr. 122.26 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - in de algemene beleidslijn op te nemen dat abri's met digitale reclame niet worden toegestaan in nieuw af te sluiten concessies. Motie van het lid Delsen inzake onderzoek naar inkomsten uit reclame op voer- en vaartuigen, nr. 123.26 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - te onderzoeken hoe groot het aandeel van reclame-uitingen op voer- en vaartuigen is in de totale opbrengsten uit de concessies aan JCDecaux en hierover terug te rapporteren aan de raad. Motie van de leden Veenhoff en Bakker inzake beperking van reclame van ongezonde voeding voor alle Amsterdammers, nr. 126.26 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - om te onderzoeken hoe de beperking van reclame voor ongezonde voeding voor kinderen uitgebreid kan worden naar volwassenen. De resultaten mee te nemen in de voorbereiding van het aankomend beleidskader zodat de raad dit kan betrekken bij de besluitvorming over het nieuwe kader. Motie van de leden Bakker en Veenhoff inzake etaleer fast fashion niet langer in onze openbare ruimte, nr.
13026 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - bij de actualisering van het beleidskader buitenreclame een actuele status van de landelijke en Europese definitiebepaling van fast fashion mee te nemen, zodat de raad dit kan betrekken bij de besluitvorming over het nieuwe kader. De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER: Van Athene tot aan New York, over de hele wereld wordt er naar Amsterdam gekeken vanwege onze vooruitstrevende aanpak tegen vervuilende reclame. Dat er vanaf deze maand formeel een verbod geldt op reclame voor fossiel en vlees in de openbare ruimte, dat inspireert ontzettend veel andere steden die net als wij actie willen voor een beter klimaat. Want als we er met zijn allen er ook alles aan willen doen om goed te zorgen voor onze aarde en dus de vervuiling zoveel mogelijk willen tegengaan, ook met beleid en subsidieregelingen, waarom zouden we dan toestaan dat vervuilende bedrijven onze inwoners beïnvloeden om precies het tegenovergestelde te doen? En datzelfde geldt ook voor fast fashion, de snelle textielproductie voor wegwerpmode. Elke week een nieuwe outfit, dat is een zware belasting voor ons milieu en we weten dat fast-fashion-ketens 10 procent van alle mondiale CO2-emissies genereren en 20 procent van het industriële afvalwater.
De sector grijpt marketing aan om hele korte modeseizoenen te creëren waarbij 85 procent van al het textiel al binnen een jaar op de afvalberg belandt. En als we naar de stukken kijken dan zien we ook, er wordt
50
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
voorgesorteerd en aangegeven dat het een logisch vervolg zou zijn om fast fashion te beperken, als je kijkt naar eerdere successen van tabaksreclameverboden. Daarom hebben wij nu ook een motie. Ik begrijp het is ingewikkeld, er zijn definitiekwesties, wat versta je precies onder fast fashion en dat er landelijk en Europees ook naar wordt gekeken op dit moment. Daarom willen wij nu niet stilstaan en alleen maar afwachten. We willen heel graag dat het college dit scherp in de gaten houdt en dat als we straks een beleidskader hebben, dat we dan ook de actuele status hebben van deze definitiebepalingen zodat de raad dit kan betrekken bij de besluitvorming over het nieuwe kader. En daar roept mijn motie ook toe op. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT: Het is heel fijn in ieder geval dat iedereen nu op de hoogte is gesteld dat er nog niet gehandhaafd wordt op het verbod, maar dat dat pas vanaf 1 januari 2027 plaats gaat vinden. Volgens mij is het hartstikke belangrijk dat er inderdaad een goede periode tussen zit, zodat iedereen zich daar ook voor klaar kan maken. Nu heb ik daar wel nog wat vragen over, over de precieze uitwerking.
Want ik hoor nog steeds van de markt dat dat nog niet per se helemaal duidelijk is, terwijl er wel in de buitenwereld ook al verhalen en berichten rondgaan dat bijvoorbeeld kleine ondernemers zijn uitgesloten, lokale ondernemers, maar daar eigenlijk nog niet met de markt is over gesproken. Dus ik vroeg me af, wat is de goede volgordelijkheid om dat te doen en hoe zorgen we ervoor dat er ook niet verschillende verhalen in het circuit rondgaan die alleen maar voor onduidelijkheid kunnen zorgen. Want volgens mij is het wel belangrijk dat uiteindelijk de markt ook goed weet wat wel en niet mag en voor wie en in welke reikwijdte dit verbod wel gaat gelden. Maar in ieder geval hartstikke goed dat deze wethouder ervoor heeft gekozen om het niet per direct erop te gaan handhaven, maar dat pas vanaf 1 januari 2027 te doen. Volgens mij is dat hartstikke verstandig geweest. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff. Het lid VEENHOFF: Wat hier voorligt is eigenlijk een tussenstap. Dus de brief van de wethouder geeft eigenlijk aan wat het college van plan is om te gaan opnemen in het volgende beleidskader. En dit is ook echt wel het moment om richting mee te geven waar wij nog iets missen of waar we het niet helemaal mee eens zijn.
En gek genoeg toen ik de stukken bestudeerde zag ik eigenlijk in de toelichting een aantal zaken die heel kansrijk zouden zijn, maar die waren dan juist niet opgenomen in het lijstje was-wordt met plannetjes voor het beleidskader. En terwijl daar ook nog de mededeling bij stond, we zien dat eigenlijk ook wel zitten. En dan gaat het over die twee punten. Dus het ene punt wat het lid Bakker al heel erg toegelicht heeft over de fast fashion maar ook over het punt over de gezonde voeding. Want we hebben nu bij de ongezonde voeding voor kinderen al een beperking opgenomen tot 17 jaar, maar we zouden dat kunnen uitbreiden naar volwassenen. En toen had ik gezien dat in Engeland daar een wetenschappelijk onderzoek ook aan vast gehangen is en dat is enorm positief. Dat scheelt echt ontzettend veel, daar vallen mensen gewoon van af omdat ze kennelijk toch niet verleid worden. En omdat het college ook zelf al schreef we zien er eigenlijk wel wat in, snapte ik niet zo goed waarom het nu niet was opgenomen in de plannen voor het beleidskader. Dus daarom ligt daar een motie van ons, ook mede ingediend door de Partij voor de Dieren en we steunen ook de motie van de Partij voor de Dieren.
51
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Dan wil ik het nog even hebben over de digitalisering van de mupi's en de abri's. Als ik het goed begrijp, dan was er een soort onderzoek in de toelichting met een heel verhaal over als je helemaal niets zou doen aan digitaal wat dat dan zou kosten en allerlei verschillende varianten. En als ik het goed begrijp, heeft het college nu gekozen voor een variant waarbij je wel wat minder mupi's hebt in de openbare ruimte, maar daartegenover dan meer digitaal om eigenlijk dan soort van budgetneutraal uit te komen. Dus ik hoor graag van de wethouder of dat inderdaad klopt, want wij kunnen dat niet helemaal zien in wat er staat. Nu begrijp ik die keuze wel, temeer omdat we natuurlijk ook een aantal regelingen nu invoeren met beperkingen die inmiddels trouwens de hele wereld over gaan. Ik weet dat een aantal mensen niet helemaal enthousiast daarover was maar ik denk toch dat we met zijn allen als Amsterdam er trots op kunnen zijn dat het echt de hele wereld over gaat dat we dit aan het doen zijn en dat het hopelijk navolging krijgt en dat we dan daadwerkelijk minder gaan consumeren, enzovoorts. Waar het nu om gaat is dus feitelijk dat we 75 minder mupi's krijgen maar daartegen dan wel de helft digitaal. En dat is een hoop meer, want dat zijn er nu 148 en dat worden er dan straks 200.
Maar mijn zorgen zijn groter eigenlijk bij de abri's bij de bushokjes en de tramhaltes, want daar waren het nu 12 digitaal en dat worden er dan maximaal 80 en dat is toch wel een groot verschil. En ik vraag me ook af hoe dat strookt met onze uitgangspunten, want die staan heel duidelijk in de brief verwoord. We wilden eigenlijk minder reclame en minder bewegend. Ik vraag me toch af of maximaal 80 daar eigenlijk tegemoet aan komt. Dus dat is niet iets wat wij nu kunnen fiksen maar ik zou eigenlijk de wethouder willen vragen om dan tegen de tijd van het beleidskader het in ieder geval zo op te schrijven dat wij hier nog in kunnen finetunen. Ik snap wel dat we niet helemaal de andere kant opgaan met de financiële situatie, maar dat er wel in ieder geval op dat moment een mogelijkheid is om daar nog een discussie over te voeren. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen. Het lid DELSEN: Het is belangrijk dat wij onze strijd tegen de vercommercialisering van onze openbare ruimte voortzetten en daarom hebben wij drie moties waarvan de eerste stelt, samen met de Partij voor de Dieren, dat abri's met digitale reclame niet worden toegestaan in nieuw af te sluiten concessies. Dan hetzelfde, wel alleen dat mupi's met digitale reclame niet worden toegestaan in nieuw af te sluiten concessies.
En daarnaast willen we graag oproepen tot een onderzoek naar hoeveel de reclame-uitingen op de boten en op de trams van het GVB opleveren en daarover terug te rapporteren aan de raad. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de beantwoording. Wethouder VAN DER HORST: Dank, voorzitter. Om eerst even op de vragen in te gaan, er was een vraag van de VVD over de precieze uitwerking van het verbod. Inderdaad die kleine ondernemers, dat stond eigenlijk gewoon al destijds in het voorstel zelf, dat die waren uitgezonderd. Dus dat hebben we gewoon overgenomen, met hoeveel afstand tot de onderneming dat dan geldt. Maar ik vind het wel een terecht punt omdat het natuurlijk vrij snel is ingegaan en ook we nu even niet handhaven maar straks natuurlijk wel, om te zorgen dat er wel goede informatievoorziening is. Dus daar zijn we wel mee bezig en ook aan het kijken of dat bijvoorbeeld ook via BIZ’en et cetera kan lopen. Dus laat ik zo zeggen, deze is weer wederom gehoord. Want ik heb u daar eerder over gehoord. Weet dat we hier
52
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
wel mee bezig zijn, maar ook dat dit signaal mij alleen maar motiveert om dat meer te gaan doen. En als het gaat over meer mogelijkheden richting het beleidskader, dat is natuurlijk het moment waarop de gemeenteraad echt gaat besluiten. Dus de bedoeling is natuurlijk ook om dan een kader en een voorstel te doen, maar ook natuurlijk wel degelijk zit daar keuzeruimte in voor de raad zelf uiteindelijk om te kiezen. Het blijft altijd lastig om heel goed precies in te schatten hoeveel kost wat precies, als je schuift, omdat je het altijd nog in onderhandelingen uiteindelijk moet blijken. Dat maakt het soms een beetje lastig om de schuifjes heel makkelijk te maken. Maar wij proberen dat inzicht zo goed mogelijk te geven zodat de raad daar ook in transparantie nog over kan beslissen. Wij geven nu wel een richting mee waarin wij denken, inderdaad. Dan ga ik nu naar de moties toe. Als we het hebben over de motie van de Partij voor de Dieren, dat ging over ook het onderzoeken en bij het beleidskader in elk geval zover we dan zijn met alles wat we weten, omdat we inderdaad internationaal ook allemaal bezig zijn met die definitiekwesties. Dus daar kan ik gewoon in meegaan, die kan ik positief preadviseren. Met enig verwachtingsmanagement dat ik natuurlijk niet precies weet hoe ver we op dat moment staan in alles wat we dan weten. Omdat het ook lastig is, soms in reclame.
Weten we dan precies, kun je aan de afbeeldingen zien wat wat is en hoe beoordeel je dat. Dus dat is best een ingewikkelde kwestie, maar ik ga echt mijn best doen om zoveel mogelijk informatie dan te leveren aan de raad zodat je dat goed kunt betrekken bij dat beleidskader. Dat was motie 130 Dan motie 121van de SP over het aantal mupi's verminderen en digitale reclame daarin niet toestaan. Die wil ik wel ontraden omdat bewegende beelden en digitale reclame, dat is wel iets anders. Bewegende beelden, echt film en zo, die doen we niet. Digitale reclame als in je hoeft niet daarnaartoe te rijden en dan vervolgens een poster erin te zetten maar dat gewoon digitaal te kunnen regelen en te kunnen veranderen en eens in de zes seconden wijzigt de poster die je dan ziet, daarvan zeggen we dat willen we wel op sommige plekken toestaan. Ook niet overal en we kijken ook goed waar dat wel en niet kan. Dus dat willen wij wel nog blijven toestaan, ook omdat het ook gewoon scheelt in logistiek, dus als je daarnaar kijkt. Maar het is ook gewoon iets waar veel behoefte aan is. Dus als je ervoor wil zorgen dat je nog aantrekkelijk ook bent om überhaupt een contract af te sluiten, is het goed om te bedenken dat reclame er ook voor zorgt dat wij dat leveren aan een partij die ook al die bushokjes en die haltes allemaal beheren. Ze leveren ze, ze beheren ze, ze onderhouden ze.
Dus zij leveren ook een dienst waar de gemeente wel degelijk wat aan heeft. Daar kun je het wel of niet mee eens zijn, maar als je dat niet meer hebt dan zorgt het er wel voor dat de gemeente die taken zelf moet doen, dat dat geld kost, dat dat ook tijd en capaciteit kost. Dat is een afweging die ik daarin wil meegeven. En ik zeg nu vanuit het college, deze ontraad ik ook om die redenen. Dan hebben we nog de abri’s met digitale reclame niet toestaan. Dat is eigenlijk hetzelfde argument, dus ook die ontraden. Dat is 122. Motie 123, onderzoek naar inkomsten uit reclame op voer- en vaartuigen moet ik ook ontraden. Daar gaan we als gemeenten gewoon niet over. Dat ligt ook niet voor in dit beleidskader. Dat gaat over het GVB, die dat zelf doet, die daar ook in een concessie die vanuit de Vervoerregio is afgegeven ruimte voor heeft. Het levert ook het openbaar vervoer best wel geld op, dus dan zou je als je dat niet meer doet ook moeten kiezen. Moet daar veel meer geld bij vanuit waar, vanuit de vervoerregio om dat te doen, moeten de kaartjes van het openbaar vervoer omhoog? Dat zijn dan afwegingen. Maar goed, daar gaan wij dus als gemeente zelf ook niet over.
53
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
(Het lid DELSEN: Precies omdat dit nu als argument wordt gebruikt wil ik ook graag weten waar we het over hebben. En vandaar de vraag om het onderzoek, zodat we die discussie goed kunnen voeren met elkaar.) En omdat dat ook informatie is vanuit een bedrijf wat ik gewoon echt niet kan opvragen of vragen vind ik die dus ook moeilijk om dat te doen. We kunnen altijd kijken in overleg met de Vervoerregio wat ze wel en niet zouden kunnen prijsgeven. Dus we kunnen in overleg treden, maar ik kan echt deze motie nu niet toezeggen want ik kan het gewoon niet waarmaken. Dan hadden we nog een motie van PRO over ongezonde voeding. Dat is ook wederom een verzoek eigenlijk om dat gewoon bij het beleidskader te leveren, wat is er mogelijk, wat zou dan kunnen. Dus die kan ik ook omarmen. Het lijkt mij ook goed om de raad daar gewoon zoveel mogelijk over te informeren. Het dient natuurlijk ook een beleidsdoel van de gemeente zelf om gezonde voeding zoveel mogelijk te stimuleren en ongezonde niet, net zoals bij fast fashion hebben we natuurlijk ook bepaalde duurzaamheidsdoelen. De doelstellingen omarmen we daarbij, dus dat ga ik zeker doen, dat kan ik omarmen. De discussie wordt gesloten. Stemblok 5.
Wijzigen van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte in verband met toevoeging bestuurlijke boete fatbikeverbod in bepaalde gebieden (APV) VN2026-004597 Aan de orde is de stemming over het amendement van de leden Delsen, Dibi en Koyuncu inzake verlaging boete fatbikes (127.26). Amendement-Delsen, Dibi en Koyuncu inzake verlaging boete fatbikes (127.26) wordt elektronisch stemmen verworpen. De VOORZITTER constateert dat het amendement van de leden Delsen, Dibi en Koyuncu inzake verlaging boete fatbikes (127.26) met de stemmen voor van DENK en SP is verworpen. De fractie van BIJ1 wordt geacht voor te hebben gestemd. Aan de orde is de stemming over de voordracht VN2026-004597. Voordracht VN2026-004597wordt met elektronische stemmen aangenomen. De raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. VN2026-004597. De VOORZITTER constateert dat de voordracht VN2026-004597 met de stemmen tegen van DENK, Partij voor de Dieren en SP is aangenomen. 7. Wijzigen van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam in verband met regels over slaapplaatsen in hotels VN2026-002868 Aan de orde is de stemming over de voordracht VN2026-002868.
54
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Voordracht VN2026-002868 wordt met elektronische stemmen aangenomen. De raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. VN2026-002868. De VOORZITTER constateert dat de voordracht VN2026-002868 met de stemmen tegen van JA21 is aangenomen. Aan de orde is de stemming over motie van de leden Rijpkema en Von Gerhardt inzake evalueer of de leefbaarheid van Amsterdam toeneemt als gevolg van de hotelstop (124.26). Motie-Rijpkema en Von Gerhardt inzake evalueer of de leefbaarheid van Amsterdam toeneemt als gevolg van de hotelstop (124.26) wordt met elektronisch stemmen verworpen. De VOORZITTER constateert dat de motie van de leden Rijpkema en Von Gerhardt inzake evalueer of de leefbaarheid van Amsterdam toeneemt als gevolg van de hotelstop (124.26) met de stemmen voor van CDA, Forum voor Democratie, JA21, SP en VVD is verworpen. Aan de orde is de stemming over motie van de leden Havelaar, Rijpkema en Von Gerhardt inzake maatwerk voor Weesp bij de regeling slaapplaatsen hotels (125.26). Motie-Havelaar, Rijpkema en Von Gerhardt inzake maatwerk voor Weesp bij de regeling slaapplaatsen hotels (125.26) wordt met elektronisch stemmen verworpen.
De VOORZITTER constateert dat de motie van de leden Havelaar, Rijpkema en Von Gerhardt inzake maatwerk voor Weesp bij de regeling slaapplaatsen hotels (125.26) met de stemmen tegen van PRO Amsterdam, D66, DENK, Partij voor de Dieren en Volt is verworpen. 8. Vaststellen van de Investeringsnota Holterbergdistrict in stadsdeel Zuidoost en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet VN2026-004506 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Meiland voor een stemverklaring. Het lid MEILAND (stemverklaring): Gezien de woningnoodcrisis vinden we dat de prestatieafspraken van 40 procent sociale huur, 40 procent middenhuur en 20 procent vrije sector altijd nagekomen moeten worden bij het bouwen van woningen in Amsterdam. In dat kader gaan we op een bepaalde manier stemmen. Aan de orde is de stemming over de voordracht VN2026-004506. Voordracht VN2026-004506 wordt met elektronische stemmen aangenomen. De raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. VN2026-004506. De VOORZITTER constateert dat de voordracht VN2026-004506 met de stemmen tegen van BIJ1, Forum voor Democratie en SP is aangenomen.
55
Jaar
2026
Vergaderdatum 7 mei 2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Aan de orde is de stemming over motie van de leden Von Gerhardt, Havelaar en Rijpkema inzake breed gedragen naam voor Bijlmer-West (129.26). Motie-Von Gerhardt, Havelaar en Rijpkema inzake breed gedragen naam voor Bijlmer-West (129.26) wordt met elektronisch stemmen verworpen. De VOORZITTER constateert dat de motie van de leden Von Gerhardt, Havelaar en Rijpkema inzake breed gedragen naam voor Bijlmer-West (129.26) met de stemmen tegen van PRO Amsterdam, BIJ1, D66 en Partij voor de Dieren is verworpen. 9. Toepassen van het gemeentelijk voorkeursrecht op de locatie van het westelijk gedeelte van de golfbaan Waterland in Amsterdam VN2026-003673 Aan de orde is de stemming over de voordracht VN2026-003673. Voordracht VN2026-003673 wordt met elektronische stemmen aangenomen. De raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. VN2026-003673. De VOORZITTER constateert dat de voordracht VN2026-003673 met de stemmen tegen van Forum voor Democratie, JA21 en VVD is aangenomen. 13. [GEHEIM] Beschikbaar stellen van een investeringskrediet ten behoeve van nieuwe gemeentelijke huisvesting VN2026-004513 Aan de orde is de stemming over de voordracht VN2026-004513 Voordracht VN2026-004513 wordt met elektronische stemmen aangenomen. De raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. VN2026-004513.