CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-04-15 Openbaar conceptverslag TAR ochtenddeel.docx

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 27 mei 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergadering van de tijdelijke algemene raadscommissie van 15 april 202615.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1 alinea's met “transcript”: 123

Hij vraagt de burgemeester of het klopt dat zij zou terugkomen op de brief van de ondernemingsraad en hij wil weten waarom dit niet is gebeurd. Daarnaast vraagt hij hoe de relatie op dit moment is tussen de ondernemingsraad en de burgemeester. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat haar relatie met de ondernemingsraad voor zover zij weet uitstekend is. Een aantal maanden geleden is een brief foutief naar de ondernemingsraad gestuurd, medeondertekend door haar. Die had niet door haar ondertekend moeten worden omdat het niet gebruikelijk is dat zij een rechtstreekse relatie onderhoudt met de ondernemingsraad. Dat is de verantwoordelijkheid van de stedelijk directeur en de gemeentesecretaris en die rol is inmiddels ook weer overgenomen door de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris heeft uitgebreid gereageerd op de kwestie van de zwarte lijst en is daarover in gesprek. Als er nieuwe informatie is over een zwarte lijst, verzoekt ze dat die ter beschikking wordt gesteld zodat er onderzoek kan worden gedaan. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan voor een vraag aan burgemeester Halsema.

18

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

Het lid KHAN (DENK) verwijst naar een artikel in Het Parool op basis van een rapport over uitsluiting op het politiebureau Meer en Vaart in Osdorp. De onderzoekers constateren dat het werk op het bureau uitdagend is en dat dit leidt tot verschillen in aanpak. Sommige agenten kiezen voor een harde aanpak terwijl anderen eerst het gesprek aangaan. Ook wordt groepsvorming geconstateerd en dat komt de sfeer op de werkvloer niet ten goede. Het feit dat de politiechef dit rapport zelf naar buiten heeft gebracht, laat zien dat hij het moeilijke gesprek niet uit de weg gaat. De problemen die de onderzoekers beschrijven zijn niet uniek voor Osdorp en doen zich ook voor bij andere politiebureaus in kwetsbare wijken en breder in het land. Dit probleem speelt al jaren en dat is de reden dat hij niet wil ingaan op de situatie op de werkvloer maar op de aansturing en het management waar volgens DENK de oplossing ligt. Hij vraagt hoe de burgemeester dit bericht heeft gelezen en wat er nu concreet anders zal gebeuren zodat alle agenten prettig kunnen werken. Burgemeester HALSEMA vindt het goed nieuws dat de politieorganisatie zelf onderzoek doet en dat dit vanuit de top gebeurt, zoals er eerder ook in het district Zuid stevig is opgetreden toen er discriminerende uitlatingen werden gedaan door dienders.

Het slechte nieuws is dat er een verschil in opvatting bestaat over de wijze waarop de politie haar werk zou moeten doen, meer repressief gericht op opsporing of juist meer in verbinding met de wijk. Dit verschil in opvattingen loopt ook langs etnische en culturele lijnen en resulteert af en toe in pesterijen en discriminatie. Dit is zorgelijk, omdat het een legitiem inhoudelijk verschil van mening betreft dat ook inhoudelijk gevoerd moet worden. Ze stelt voor om binnenkort een gesprek hierover te houden in het kader van de commissie AZ in de vorm van een technische sessie met de politiecommissaris. Amsterdam heeft geen gemeentepolitie meer waardoor de personele verantwoordelijkheid via de hoofdcommissaris in Amsterdam naar de landelijke politie in Den Haag gaat. Dit betekent dat alle ingrepen in personeel, wijzigingen in management en interne cursussen in Den Haag worden besloten. Desondanks heeft ze er wel degelijk opvattingen over en vindt ze dat het korps moet moderniseren. Amsterdam heeft een voorbeeldfunctie en loopt vaak voorop, zoals ook op het gebied van diversiteit. Maar er moeten nog stappen worden gezet. Ze wil samen met de politiecommissaris in een driehoeksverband bespreken wat er gedaan gaat worden en dit vervolgens aan de raad voorleggen, mogelijk eerst in een technische sessie en daarna in een debat.

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan voor een vraag aan burgemeester Halsema. Het lid KHAN (DENK) wijst op de Nakba, de etnische zuivering van Palestijnen in 1948 na de stichting van de staat Israël die voortduurt tot de dag van vandaag. De Nakba wordt elk jaar op 15 mei herdacht en vorig jaar woonde het college de Nakba-herdenking in de Dominicuskerk bij. De Nakba-herdenking staat niet vermeld op de gemeentelijke herdenkingskalender en hij vraagt of het college voornemens is deze herdenking dit jaar ook bij te wonen. Daarnaast vraagt hij of het college bereid is de Nakba-herdenking op te nemen in de gemeentelijke herdenkingskalender. Hij stelt deze vraag met enige terughoudendheid omdat hij herdenkingen niet politiek wil maken. Deze herdenking gaat niet om partij te kiezen, maar om te erkennen dat Amsterdam geen onderscheid maakt in de erkenning van menselijk leed. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat zij zich niet bewust was van het bestaan van een kalender met herdenkingen op de gemeentelijke site. Ze heeft die site geraadpleegd en concludeerde dat deze in feite een volstrekt selectieve en nogal willekeurige opsomming van herdenkingen bevat. Ze heeft daarom besloten deze kalender van de site te verwijderen omdat het anders onvermijdelijk verder zal politiseren.

Vorig jaar hebben wethouders Moorman, Meliani en Pels deelgenomen aan de Nakba-herdenking en in het college zal worden besproken wie van hen dit jaar aanwezig zal zijn. Daarnaast heeft ze vorig jaar in de raad op de dag van de Nakba-herdenking woorden gewijd aan het Palestijnse lijden en is het dus niet onvermeld gebleven in deze raad.

19

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

Het lid KHAN (DENK) vindt het positief dat alle herdenkingen nu gelijk worden behandeld. Daarnaast is het goed dat de lokale organisaties in de stad nu weten waar het college staat ten aanzien van het al dan niet bijwonen van de Nakba-herdenking. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Wijnants voor een vraag aan burgemeester Halsema. Het lid WIJNANTS (VVD) verwijst naar een artikel in De Telegraaf over de toename van bespugingen van vrouwen vanaf fatbikes. Enkele weken geleden heeft hij een vrouw in Amsterdam West gesproken die dit had meegemaakt en het als ronduit mensonterend heeft ervaren. Hij vindt het moeilijk te accepteren dat de pakkans laag is en dat het moeilijk is om de daders te pakken. Hij vraagt wat er extra gedaan kan worden om dit probleem aan te pakken. Het fatbikeverbod in het Vondelpark kan hier mogelijk een rol in spelen. Daarnaast wil hij weten wat er nog meer gedaan kan worden voor vrouwen die hiermee te maken hebben. Als er een verdachte is, legt het Openbaar Ministerie de lage tenlastelegging van enkelvoudige belediging op. Hij vindt dat er ook een zwaardere tenlastelegging van mishandeling mogelijk zou moeten zijn, aangezien spugen pijn veroorzaakt of de gezondheid van slachtoffers benadeelt.

Hij weet dat de burgemeester hier niet over gaat maar vraagt of zij in de driehoek met het Openbaar Ministerie zou kunnen bespreken of bij dergelijke gevallen een zwaardere tenlastelegging opgelegd zou kunnen worden. Burgemeester HALSEMA merkt op dat vrouwen niet bespuugd worden door een fatbike maar door een man die daarbij verschillende vervoermiddelen kan gebruiken. Seksuele intimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag richting vrouwen komen voor in deze stad en daarvoor loopt een uitgebreid programma. Het verbaast haar dat deze specifieke kwestie nu wordt uitgelicht aangezien er veel voorbeelden zijn van grensoverschrijdend gedrag. Na de vreselijke moord van vorig jaar is er 6 miljoen euro extra vrijgemaakt voor dit probleem. Zoals bekend wordt gestart met de inzet van boa's op straat om seksuele intimidatie vaker tegen te kunnen gaan en ze hoopt dat dit soelaas biedt. Verder heeft de wethouder maatregelen genomen tegen fatbikes, maar het blijft merkwaardig om het vervoermiddel automatisch te verbinden met het gedrag. Ze kent namelijk veel te veel voorbeelden van wangedrag door mannen, ongeacht welk vervoermiddel ze gebruiken. Ze acht het waarschijnlijk dat deze mannen andere vervoermiddelen zouden vinden om vrouwen alsnog aan te vallen als fatbikes niet meer beschikbaar zouden zijn.

Het verzoek om zich te bemoeien met het Openbaar Ministerie is vragen naar de bekende weg. Het lid Wijnants weet heel goed dat zij zich niet zal mengen in strafmaten bij het Openbaar Ministerie omdat dat zou kunnen leiden tot de politisering van strafmaten. Gelukkig heeft zij een hoofdofficier van justitie die haar vriendelijk zou uitlachen als zij zich in deze zaak zou mengen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Wijnants voor een vervolgvraag. Het lid WIJNANTS (VVD) raadt de burgemeester aan haar eigen APV-besluit te lezen. Daarin wordt door de gemeente de link gelegd tussen fatbikes en intimiderend gedrag. Dat was ook de reden waarom voormalig GroenLinks hier zo fel tegen was. Hij begrijpt de positie van de burgemeester met betrekking tot het Openbaar Ministerie maar doet toch nogmaals de oproep omdat hij weet dat dit onderwerp de burgemeester na aan het hart ligt. Hij zal dit onderwerp ook via de Tweede Kamer aankaarten omdat dat bij de wetgever hoort maar de burgemeester moet haar eigen positie hierin niet onderschatten. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat ze niet snel de neiging heeft haar eigen positie te onderschatten. Het antwoord blijft nee omdat zij haar eigen positie en die van de

20

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

hoofdofficier buitengewoon serieus neemt en daarbij de scheiding der machten en de rechtsstatelijke waarborgen zeer serieus neemt. Het klopt dat de wethouder in de APV die zij heeft ondertekend heeft laten opnemen dat overlastgevend gedrag een van de argumenten is om tot het verbod in het Vondelpark te komen. Dat is echter iets anders dan de causale relatie die nu wordt gelegd tussen spugen en het rijden op een fatbike. Het zijn niet de fatbikes die het probleem zijn. Deze discussie heeft ze eerder gevoerd met JA21 en het enige wat zij bepleit is dat de schuld blijft waar die hoort, namelijk bij de mannen die dit gedrag vertonen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid IJmker voor een vraag aan wethouder Scholtes. Het lid IJMKER (PRO) verwijst naar berichtgeving in Nieuwsuur en Het Parool waarin werd vermeld dat de wethouder in gesprek ging met datacenters die plannen hebben in Amsterdam. Ze erkent dat het nooit een slecht idee is om met mensen in gesprek te gaan en vragen te stellen maar wil weten met welke verwachting of insteek de wethouder deze gesprekken heeft georganiseerd. Daarnaast is ze benieuwd naar wat er uit deze gesprekken is gekomen. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij net als het lid IJmker het belang ziet van digitale autonomie voor Amsterdam, Nederland en Europa.

Datacenters spelen daarin een rol en de discussie over hoe die autonomie bereikt kan worden moet op verschillende manieren gevoerd worden. Ze moeten kijken naar regulering, naar wat ze kunnen doen vanuit inkoopkracht en beleid. Daarnaast moet ook het gesprek worden gevoerd over de richting die men wil inslaan met technologie, dat is het discours over normen en waarden. Dit heeft hij geprobeerd richting de datacenters te brengen met daarbij de motie Van Munster-IJmker in zijn achterhoofd waarin bij de lobby richting het rijk en de gesprekken met marktpartijen het belang van Europese autonomie centraal wordt gesteld. Daarnaast heeft hij benadrukt dat de raad het zeer onwenselijk zou vinden als de nog lopende initiatieven voor datacenters zouden leiden tot single tenant datacenters. Wethouder Van Weyenberg en hij hebben drie onderwerpen besproken. Ten eerste dat de schaarse capaciteit die er nog is voor datacenters specifiek ingezet moet worden voor bedrijven die bijdragen aan de Europese digitale autonomie. Ten tweede ging het over het gebruik van datacenters voor illegale content, inclusief kinderpornografie, en ten derde over de impact van datacenters op netcongestie. Dit was het begin van het gesprek en hij had niet verwacht dat hij in één gesprek de datacenters volledig zou kunnen overtuigen het Amsterdamse beleid te volgen.

Maar het was goed dat dit gesprek is gestart en het krijgt zeker een vervolg. Hij zal de raad op de hoogte houden van de vorderingen bij de afhandeling van de motie en andere aspecten van het stappenplan voor digitale autonomie. Het lid IJMKER (PRO) heeft nog niet gehoord wat er uit de gesprekken met de datacenters is gekomen en suggereert dat een enkel gesprek mogelijk niet voldoende is. De les uit de casus van Microsoft is dat er meer regie moet komen over de digitale infrastructuur en dat de gemeente niet alleen moet vertrouwen op de medewerking van private partijen. Ze pleit ervoor te werken aan een publieke digitale infrastructuur waarop de gemeente daadwerkelijk invloed heeft. Ze heeft de wethouder horen zeggen dat bedrijven willen meewerken aan Europese autonomie maar roept op scherp te zijn over wie vrienden zijn en wie niet. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat dit een onderdeel is van wat er gedaan kan worden om het gesprek over digitale infrastructuur te beïnvloeden en dat dit ook gebeurt met de marktpartijen. Hij hoopt dat ten minste een deel van de marktpartijen zich aanpast aan de nieuwe realiteit dat overheden, universiteiten en ziekenhuizen hun data willen opslaan op soevereine clouds.

Hij heeft gisteren gesproken met de nieuwe staatssecretaris voor Digitale Soevereiniteit over hoe er gestuurd kan worden via inkoop en aanbestedingen, hoe er gestuurd moet worden op de inzet van schaarse capaciteit en over regulering en deze aspecten zullen zeker nog aan bod komen.

21

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff voor een vraag aan wethouder Van Weyenberg. Het lid VEENHOFF (PRO) verwijst naar een situatie aan de Nicolaas Beetsstraat, waar voor 2 miljoen euro een pand is gekocht en twee aanvragen liggen voor de bouw van een grote kelder, dertien kamers en dertien badkamers. Er wordt al gebouwd, VTH is onbereikbaar en de termijn is al verstreken. Ze vraagt of de wethouder samen met zijn collega van het stadsdeel hiernaar wil kijken. Daarnaast heeft ze een bredere vraag over situaties waarbij het lijkt alsof er een nieuw verdienmodel is gevonden. De gemeente kan dit niet zomaar vergunnen aangezien er regels zijn die voorkomen dat op alle etages kleine kamers met badkamers worden gemaakt. Ze verwijst naar een artikel in Het Parool over een zeer kleine kamer die voor een astronomisch bedrag is verkocht en het toegenomen aantal splitsingsvergunningen voor appartementen. De vraag is daarom of er sprake is van een nieuw verdienmodel en of de wethouder daar al indicaties van heeft. Wethouder VAN WEYENBERG vindt het vervelend dat het contact met VTH en het stadsdeel niet is gelegd. Hij heeft de stadsdeelbestuurder gevraagd ervoor te zorgen dat vanuit het stadsdeel contact wordt opgenomen met de inspreker die een aantal specifieke vragen heeft gesteld.

Omdat deze vergunningaanvraag bij het stadsdeel ligt zal hij ook vragen of hij op de hoogte wordt gesteld en hij zal ervoor zorgen dat die informatie ook bij het lid Veenhoff terechtkomt. Hij weet niet of er sprake is van patronen of dat er dingen worden gevraagd die niet kunnen maar als er patronen zijn dan zal daar uiteraard op gehandeld worden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar voor een vraag aan wethouder Van Buren. Het lid HAVELAAR (CDA) verwijst naar de mededeling van de wethouder waarin werd aangegeven dat de gemeente inmiddels 45 inhoudelijke loonsancties heeft opgelegd gekregen omdat de gemeente als werkgever onvoldoende inspanningen heeft geleverd bij de re-integratie van zieke medewerkers. Dat heeft inmiddels al 3 miljoen euro gekost. Hij vraagt de wethouder wat zij zelf van deze situatie vindt, of het mee- of tegenvalt en welk referentiekader zij hanteert bij haar beoordeling hiervan. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat met de versterkte aanpak van ziekteverzuim hier extra aandacht aan wordt besteed. Ze heeft het nagevraagd en de aantallen blijken niet verontrustend te zijn in vergelijking met andere grote organisaties. Het lid HAVELAAR (CDA) vindt het wel verontrustend omdat de gemeente Amsterdam als werkgever voorbeeldgedrag zou moeten vertonen.

Het is zorgelijk dat de gemeente zelf voor 3 miljoen euro extra kosten heeft gemaakt omdat de Arbeidsinspectie constateert dat de re-integratie-inspanningen ontoereikend zijn. Hij vraagt of er al iets bekend is over het rapport van Zorg van de Zaak 2025 en wil weten wanneer de raad dit rapport kan inzien. Wethouder VAN BUREN merkt op dat de Arbeidsinspectie niet heeft gesteld dat de situatie verontrustend is wat betreft de 45 mensen die een jaar extra salaris ontvangen. Ze heeft aangegeven dat hier extra aandacht aan wordt besteed en er hoe dan ook extra ingezet wordt op het voorkomen van ziekteverzuim en het voorkomen dat iemand twee jaar ziek is. Dat is voor hen het allerbelangrijkste. Het inspectierapport van Zorg van de Zaak heeft ze zelf nog niet ontvangen maar het is wel opgeleverd. Zodra ze het heeft ontvangen zal de raad daarvan op de hoogte worden gesteld. De VOORZITTER schorst de vergadering.

22

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

Raadsaangelegenheden 16. Ongegrond verklaren klacht inspreker VN2026-004489 Dit agendapunt wordt in beslotenheid besproken. Grond en Ontwikkeling 4. Vaststellen van de Investeringsnota Holterbergdistrict in stadsdeel Zuidoost en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet VN2026-004505 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Freeman. Het lid FREEMAN (PRO) is positief over de investeringsnota voor de transformatie van het Holterbergdistrict van een bedrijventerrein naar een volwaardige wijk maar heeft enkele aandachtspunten. Betaalbaarheid is voor PRO een kernpunt en hij wil weten of vanaf het begin is ingezet op de 30-40-30-verdeling van woningen, of dat een socialere variant zoals 40-40-20 aanvankelijk het uitgangspunt was en de huidige verdeling het resultaat van onderhandelingen is. Naast de prijs moet ook het type woning passend zijn. In de eerste fase zijn vooral woningen voor jongeren en studenten gepland. Dat is begrijpelijk maar een driekamerwoning van 55 vierkante meter in het middensegment is te krap voor een gezin. Hij is benieuwd of in latere fasen nog ruimte is om grotere woningen toe te voegen. Daarnaast vraagt hij of er ook ruimte wordt gereserveerd voor nachtcultuur, zodat de jongeren en studenten in hun vrije tijd iets te doen hebben.

De stadsdeelcommissie heeft aandacht gevraagd voor religieuze gemeenschappen die momenteel actief zijn in het gebied en roept op om ervoor te zorgen dat deze gemeenschappen ook na de transformatie een plek behouden. Hij vraagt hoe de wethouder deze oproep beoordeelt en hoe realistisch het is dat deze gemeenschappen een plek kunnen behouden in de nieuwe wijk. Een ander punt betreft de voorrang voor bewoners uit Zuidoost, dat is een sterke stap om de binding met de buurt te versterken. Hij vraagt of de wethouder kan verkennen of deze voorrang niet alleen bij de eerste verhuur maar ook structureel kan worden toegepast zodat het voor jonge mensen makkelijker wordt om in hun eigen buurt te blijven wonen en zij niet gedwongen worden het stadsdeel te verlaten. Deze punten verdienen wellicht wat aanscherping maar de voorzieningen, de inclusieve keuzes zoals rolstoeltoegankelijkheid en bergingen voor de woningen en de voorrang voor bewoners uit Zuidoost verdienen een compliment en zorgen ervoor dat de stad over een aantal jaren trots zal zijn op deze buurt. Het lid ASLAMI (D66) vraagt hoe een structurele voorrangsregeling eruit moet komen te zien. Het lid FREEMAN (PRO) antwoordt dat er op dit moment een voorrangsregeling is voor mensen bij de eerste verhuur.

Daarna vervalt deze en kan in principe iedereen daar terecht terwijl het ook mogelijk is om de voorrangsregeling bij de volgende verhuur opnieuw toe te passen. Het lid ASLAMI (D66) vraagt of de voorrangsregeling daarmee geldt voor het pand en niet zozeer voor de persoon. Het lid FREEMAN (PRO) antwoordt dat het inderdaad om de woning gaat. Als een bepaald percentage van de woningen moet worden toegewezen aan bewoners die in Zuidoost zijn opgegroeid of daar een sterke binding mee hebben, dan zou dat percentage van die woningen behouden moeten blijven voor toekomstige generaties.

23

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

Het lid VON GERHARDT (VVD) vraagt hoe het lid Freeman kijkt naar de bereikbaarheid en de toekomstige bereikbaarheid van dit gebied. Het lid FREEMAN (PRO) antwoordt dat de plannen inzetten op goede bereikbaarheid en mobiliteitshubs. Het is belangrijk dat bij de ontwikkeling ervoor wordt gezorgd dat mensen zich op een goede manier kunnen verplaatsen en daar is ook aandacht voor in het stuk. Hij vraagt zich af of het lid Von Gerhardt een college verwacht met een visie op mobiliteit of dat hij een specifieke vraag heeft. Het lid VON GERHARDT (VVD) merkt op dat veel mensen in Zuidoost nog gebruikmaken van de auto en dat juist gezinnen de auto willen gebruiken. Hij vraagt of het lid Freeman verwacht dat met een aantal mobiliteitshubs aan de zijkant van dit gebied aan die behoefte wordt voldaan. Anders worden er wel gezinswoningen gebouwd maar kunnen gezinnen vervolgens geen gebruik maken van de auto. Het lid FREEMAN (PRO) antwoordt dat er een stad wordt ontworpen waar ook toekomstige generaties gebruik van zullen maken. Het is nu al duidelijk dat de auto een grote druk legt op de openbare ruimte en met die context moet bij het ontwerpen van een nieuwe wijk rekening worden gehouden en moet worden gekeken naar betere manieren van verplaatsen. Op dit moment zijn er al de metro, de mobiliteitshubs en de bus die waarschijnlijk ook zal gaan rijden.

Er zijn dus andere manieren waarop mensen zich kunnen verplaatsen en dat kan bijdragen aan een goede oplossing. Het lid VON GERHARDT (VVD) herhaalt dat gezinnen de auto nodig hebben, dat is een feit. Als men het toekomstbestendig wil maken, moet ruimte worden gegeven aan gezinnen die de auto willen gebruiken omdat je niet met je kinderen en alle sportspullen met de metro naar Badhoevedorp kunt gaan om een voetbalwedstrijd te spelen. Die mensen hebben op dat moment gewoon een auto nodig. Hij vraagt of het lid Freeman, als hij het werkelijk belangrijk vindt dat daar in de toekomst gezinnen kunnen wonen, het niet met hem eens is dat gezinnen ook gebruik moeten kunnen maken van een auto om zich te kunnen verplaatsen. Het lid FREEMAN (PRO) antwoordt dat hij nergens in het stuk heeft gelezen dat het bezit van een auto verboden wordt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT (VVD) is positief over het plan, met name vanwege het Vereveningsfonds dat de afgelopen jaren is uitgeput. Het is positief dat er nu weer middelen bij komen. Ook de uiteindelijke verdeling van 30-40-30 is goed maar in het plan wordt in de tabellen een aantal keer gesproken over duur waar het vrije sector moet zijn. Hij vraagt of dat kan worden aangepast. Hij maakt zich zorgen dat het hier alleen om huurwoningen gaat en dat in het eerste plan geen koopwoningen zijn opgenomen.

Koopwoningen zorgen ervoor dat mensen meer willen investeren in een gebied en er ook langer blijven wonen. Daarnaast is het bij een gebiedsontwikkeling belangrijk dat inwoners vanaf het begin worden betrokken omdat dit bevorderlijk is voor de participatie gedurende het gehele traject. Een andere zorg betreft de gestapelde bedrijfsruimten. Hij begrijpt dat dit noodzakelijk is om alles te kunnen realiseren maar tegelijkertijd blijkt uit een ander agendapunt over de bedrijfsstrategie dat dit moeilijk van de grond komt en dat er op dit moment weinig marktvraag is om dit te ontwikkelen. Hij vraagt zich af hoe haalbaar het is om nu grootschalig in te zetten op gestapelde bedrijfsruimten en wil weten wat de gevolgen zijn als dit niet lukt voor het maximale aantal woningen dat daar gerealiseerd kan worden, aangezien er nog een bandbreedte is van 5.500 tot 8.000. Tot slot heeft hij zorgen over de naam van het gebied. Er zijn zienswijzen ingediend met de naam Bijlmer West maar dit gebied verdient een mooie en passende naam. Hij is benieuwd of samen met de buurtbewoners en de bedrijven die daar komen een meer passende naam bedacht kan worden.

24

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Meiland. Het lid MEILAND (BIJ1) merkt op dat de gebiedsontwikkeling Holterbergdistrict de komende decennia bepalend zal zijn voor wie er nog kan wonen, werken en leven in dit stadsdeel. Het gaat niet alleen over stenen en investeringskredieten, maar vooral over wie mag blijven en wie wordt verdrongen. In de nota wordt opnieuw gesproken over ontwikkeling, transformatie en impliciet over een zogenaamd nieuw stedelijk begin maar Zuidoost is geen leeg canvas en geen pioniersgebied. Het is een wijk met een diepgewortelde gemeenschap, bestaande uit families, geschiedenis en generaties die dit stadsdeel hebben opgebouwd en die nu opnieuw worden geconfronteerd met druk op betaalbaarheid en toegang. De leidende vraag is of dit een gebied wordt voor de mensen die hier al wonen, of voor degenen die straks kunnen instappen omdat het rendeert. Over de woningprogrammering is het advies van de stadsdeelcommissie duidelijk, maar in de nota wordt 40 procent sociaal als startpunt genoemd waarna het zou teruggaan naar 30 procent in de vervolgfase. Dat is een afwijking van de 40-40-20-norm. Ze benadrukt dat 40 procent sociaal geen ambitie is, maar een minimum en dat dit in alle fasen moet blijven gelden. Het voorstel voor 25 procent stadsdeelvoorrang is een stap maar nog geen garantie op rechtvaardigheid.

Voorrang moet niet tijdelijk zijn, maar een blijvend principe omdat zonder structurele voorrang jongeren uit hun eigen wijk verdwijnen, gezinnen niet kunnen doorstromen en Zuidoost een gebied wordt waar de huidige bewoners niet kunnen blijven wonen. Ze vraagt de raad om bij dit voorstel expliciet het volgende te borgen, 40 procent sociale huur als harde ondergrens in alle fasen, structurele stadsdeelvoorrang voor bewoners van Zuidoost, betaalbaarheid op basis van totale woonlasten, harde afspraken over betaalbare bedrijfsruimte voor lokale ondernemers en voorzieningen, sport, cultuur en onderwijs vanaf de eerste fase, en geen monofunctionele tussenfase maar een complete wijk vanaf het begin. Ze sluit af met de vraag voor wie het Holterbergdistrict wordt ontwikkeld. Als het antwoord van het college niet expliciet de mensen zijn die hier nu wonen, dan wordt er niet gebouwd aan een complete stad maar aan een nieuwe vorm van verdringing van de huidige bewoners. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Weyenberg. Wethouder VAN WEYENBERG vindt het een positief plan omdat het gaat om een grootschalige transformatie. De naam Bijlmer West is een goede keuze omdat die aansluit bij wat het lid Meiland zei, Zuidoost is geen blanco canvas. Hij hoort ook dat er onder jongeren veel enthousiasme is over deze naam en had daarom nog geen plannen om die aan te passen.

Het plan is ambitieus qua verdichting en daarom worden hoge duurzaamheidseisen gesteld, niet als luxe maar met het oog op de leefbaarheid in een dichtbevolkte stad. Het is ook positief dat er wordt gewerkt met gestapelde bedrijvigheid. Dit is een uitdaging maar gezien de schaarse ruimte in de stad is het de enige manier om dit te realiseren. Hij heeft vertrouwen in de ontwikkelaar en gelooft dat dit kan slagen. Er wordt gebouwd aan een complete stad, met de lessen uit het verleden. De eerste fase voldoet bijvoorbeeld volledig aan de sportnorm. Het is een transformatiegebied en volgens de spelregels van de gemeente geldt dan de 40-40-20norm. In dit geval kan het 30-40-30 zijn omdat woningbouwcorporaties meedoen in gebieden waar kantoren of bedrijfsruimten worden omgezet. De studenten- en jongerenwoningen worden door een particuliere partij ontwikkeld en daarmee zijn strengere afspraken gemaakt dan het Amsterdamse beleid voorschrijft. De helft van die woningen komt niet tot de maximale sociale huurgrens van 932 euro maar tot de eerste aftoppingsgrens van 713 euro, en dat is een aanscherping gericht op betaalbaarheid. In het begin worden vooral huurwoningen gebouwd omdat die in de eerste fase makkelijker in de markt te zetten zijn dan koopwoningen. De koopwoningen komen in de tweede fase.

Daarnaast wordt de hoeveelheid bedrijvigheid met 50 procent verhoogd, wat ruimte creëert voor meer bedrijvigheid. Voor veel ontwikkelaars is dat geen aantrekkelijk programma en dat is een van de redenen dat 30-40-30 kan gelden bij transformaties. Hier is grootschalig ingezet om veel bedrijvigheid te behouden en zelfs toe te voegen.

25

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

De getallen in de notitie over woninggrootte zijn gemiddelden. Zo is bijvoorbeeld in de eerste fase een gemiddelde middenhuurwoning van 55 vierkante meter voorzien. De marge voor middenhuurwoningen ligt tussen de 40 en 70 vierkante meter. In de eerste fase worden 100 sociale huurwoningen met drie kamers toegevoegd, evenals 500 middenhuurwoningen en 350 vrijesectorwoningen met drie kamers. In de tweede fase komen er meer dan 3.500 woningen met drie kamers bij. De bestemming met betrekking tot auto's is gewijzigd naar categorie B en er is parkeerruimte voorzien. Tegelijkertijd bevindt dit gebied zich op 500 meter van een groot station. Een auto voor de deur voor iedereen past niet binnen het Amsterdamse parkeerbeleid en zou ook totaal niet passend zijn. Met deelmobiliteit, de mobiliteitshubs en het openbaar vervoer ligt er een goed en aantrekkelijk aanbod voor gezinnen en voor mensen die al dan niet af en toe een auto willen gebruiken. Er wordt gekeken hoe nachtcultuur kan worden toegevoegd maar dit is moeilijker te realiseren dan het klinkt. De vragen over voorrang bij de eerste verhuur vallen buiten het investeringsbesluit en zouden een aanpassing van de Huisvestingsverordening vereisen. Dit valt onder de portefeuille van collega Pels en speelt ook in andere buurten.

De religieuze gemeenschappen op het bedrijventerrein krijgen een aanbod en naar aanleiding van een motie is er breder beleid in de maak over hoe de gemeente omgaat met religieuze gemeenschappen in gebiedsontwikkeling. Dat hangt ook samen met een andere motie waar de burgemeester aan werkt. Deze kwesties hebben invloed op het tijdpad van het project omdat het lastig is om in de ene motie een andere koers te bepalen dan in de meer fundamentele motie. Het duurt daardoor iets langer maar hieronder ligt dan ook de principiële vraag, waar begint en eindigt de rol van de overheid. Het lid VON GERHARDT (VVD) verwijst nogmaals naar de monitor Bedrijfsruimte, waarin staat dat gestapelde bedrijfsruimte moeilijk van de grond komt. Hij vraagt hoe realistisch het is dat dit daadwerkelijk gaat lukken en wat de gevolgen zijn als dat niet het geval is. Want als het niet lukt, verdwijnen er zeer veel vierkante meters. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat een van de uitgangspunten is dat de bedrijfsruimte juist niet mag afnemen maar met 50 procent moet groeien. Gestapelde bedrijfsruimte is innovatief maar het college heeft er daadwerkelijk vertrouwen in. Dit moet het nieuwe normaal worden voor veel bedrijven. Als een bedrijf in Amsterdam wil blijven, is dit de aangewezen optie en dat zal ook een aanpassing van bedrijven vragen.

Hij begrijpt de vraag, want als het niet lukt heeft dit forse gevolgen voor de bedrijfsruimte of andere voorzieningen. De raad kan het college op dit punt scherp houden. Het lid VON GERHARDT (VVD) vraagt of er scenario's zijn voor het geval het niet lukt en wil weten of dit dan ten koste gaat van bedrijfsruimte, voorzieningen of woningen. Wethouder VAN WEYENBERG geeft aan daar nog niet over te hebben nagedacht omdat hij ervan uitgaat dat het lukt en omdat het contractueel is vastgelegd met de ontwikkelaar. Het lid MEILAND (BIJ1) vraagt of jongeren en studenten ook de sociale huurprijs van 900 euro moeten betalen. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat de helft van deze woningen onder de sociale huurgrens is geplaatst en onder de eerste aftoppingsgrens valt. Dit is bedoeld om de betaalbaarheid te verbeteren. Het lid MEILAND (BIJ1) vraagt hoe het zit met de betaalbaarheid voor lokale ondernemers. Vaak worden er alleen hoogwaardige panden neergezet die lokale ondernemers niet kunnen betalen terwijl zij het gebied vaak juist veel levendigheid en sfeer hebben gegeven. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat ondernemers vaak tijdelijk gehuisvest zijn tegen een prijs die later niet meer haalbaar is. In afwachting van een

26

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

ontwikkeling zijn de huren soms aanzienlijk lager. Maar juist over sociale ondernemers met een binding in de buurt worden nu gesprekken gevoerd met de ontwikkelaar om hierover afspraken te maken. Dit is dus een onderwerp waar nog aan wordt gewerkt. De vraag hoe de betaalbaarheid voor gebonden lokaal ondernemerschap gewaarborgd kan blijven in een tijd van stijgende prijzen speelt ook breder in de stad. Het lid MEILAND (BIJ1) merkt op dat winst de drijfveer is van projectontwikkelaars. BIJ1 ziet wonen als een recht en pleit voor een gemeentelijk woonbedrijf. Ze vraagt hoe de wethouder daarnaar kijkt. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat de gemeente een kritische partij is die in de gesprekken met ontwikkelaars ervoor zorgt dat hun kracht wordt benut en dat zij een redelijk rendement behalen. Voor buitensporig hoge rendementen moet men niet in Amsterdam zijn en particuliere investeerders en ontwikkelaars weten dat ook. De realiteit is echter dat veel partijen meer kunnen betalen dan sommige lokaal gebonden ondernemers. Dit heeft niet zozeer te maken met de ontwikkelaar maar met het feit dat het ene bedrijf over meer financiële middelen beschikt dan het andere. Tegelijkertijd de gemeente sommige bedrijven die bijvoorbeeld belangrijke diensten verlenen aan bewoners wel in de stad houden. Dit gesprek is dan ook breder dan alleen de vraag of de ontwikkelaar winstgericht is.

De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 7 mei 2026. 5. Vaststellen grondexploitatie Weespertrekvaart Zuid (gemeente Ouder-Amstel) en het beschikbaar stellen van een krediet VN2026-004288 Het lid VEENHOFF (PRO) ziet in verband met de spreektijd af van een bijdrage en spreekt steun uit voor het voorstel. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp als hamerstuk geagendeerd kan worden voor de gemeenteraad van 7 mei 2026. 6. Toepassen van het gemeentelijk voorkeursrecht op de locatie van het westelijk gedeelte van de golfbaan Waterland in Amsterdam VN2026-003672 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff. Het lid VEENHOFF (PRO) is blij dat de wethouder voortvarend handelt en het instrument van het voorkeursrecht inzet om actieve grondpolitiek te bedrijven. PRO begrijpt de afweging die wordt gemaakt en het gemeenschappelijk belang. De fractie volgt het college hierin en steunt het plan dat ten grondslag ligt aan dit westelijke deel. Het is positief dat een experimentele woonwerkgemeenschap, sport en energie worden opgenomen en er is dan ook steun voor het voorstel. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt.

Het lid VON GERHARDT (VVD) erkent dat er voldoende locaties voor sport moeten zijn maar vindt het ingewikkeld dat de experimentele woongemeenschap, wat tegenwoordig zo wordt genoemd, maar wat vroeger de ADM-krakers waren, nu voorrang krijgt en dat er om die reden zo'n zwaar middel wordt ingezet. Deze mensen betalen geen huur en hebben al lang geleden te horen gekregen dat ze uiteindelijk zouden moeten vertrekken. Ze wilden niet weggaan en mogen nu blijven. De VVD vindt dat er sport moet komen op Het Groene Veld. Dan hoeft de woongemeenschap daar niet te zijn en zijn deze middelen niet nodig.

27

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER (PvdD) stelt dat het gaat om de vraag waar de stad ruimte voor wil maken. Het Groene Veld in Noord is een van de laatste vrije ruimtes in de stad, waar de Partij voor de Dieren recent hartelijk werd ontvangen en rondgeleid. Het gebied bestaat uit een woonwerkgemeenschap waar natuur, creativiteit en zelfontwikkeling centraal staan, met waarde voor de stad en de buurt, waaronder een biologisch eetcafé met betaalbare maaltijden en maatschappelijke organisaties zoals Stichting Malak die zich inzet voor de empowerment van vrouwen. Het Groene Veld staat onder druk omdat wordt onderzocht of er rugbyvelden op deze locatie kunnen komen. Ze is blij dat het college het voorkeursrecht vestigt op delen van de aangrenzende golfbaan en daarmee aangeeft deze gronden te willen verwerven voor sport en energievoorziening. Ze roept het college op hier volledig op in te zetten en dat goed voor te bereiden. De Partij voor de Dieren pleit ervoor geen onomkeerbare stappen te zetten ten aanzien van de inperking van Het Groene Veld met grote rugbyvelden. Ze wil graag een beter beeld van het gebied, de lopende afspraken en het onderzoekstraject om te bezien of er een pas op de plaats gemaakt kan worden en daarom heeft ze ambtelijke bijstand gevraagd. Die zal plaatsvinden op woensdag 22 april tussen halfvier en halfvijf.

Het lid Veenhoff is daarbij eveneens aanwezig en andere commissieleden kunnen zich melden zodat gezamenlijk kan worden bekeken wat de raad kan betekenen voor Het Groene Veld. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Weyenberg. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat dit voorstel betrekking heeft op de afslagbaan boven Het Groene Veld. Er is wel een relatie omdat Het Groene Veld druk is ontstaan door het station van TenneT, de ruimte voor buitensport en de experimentele woonwerkgemeenschap. Hierover is eerder in de commissie en de raad gesproken op basis van de raadsinformatiebrief die hij samen met collega Meliani aan de raad heeft gestuurd. De insteek is nog steeds om de energievoorziening, de twee rugbyvelden en de experimentele woonwerkgemeenschap samen op Het Groene Veld onder te brengen en hiermee wordt voortgegaan in goede samenspraak met het stadsdeel. Er is een relatie tussen de verdeling op Het Groene Veld en het deel waarop nu het voorkeursrecht wordt gevestigd. Omdat nog niet bekend is wanneer deze ontwikkelingen plaatsvinden, wordt op Het Groene Veld voortgegaan met hetgeen enkele maanden geleden in de commissie is besproken. Als er ontwikkelingen zijn bij de afslagbaan zal daar uiteraard naar worden gekeken maar er wordt nu geen pas op de plaats gemaakt. De zoektocht op Het Groene Veld om de rugbyvelden en het TenneTstation te combineren wordt voortgezet.

Het lijkt vooral het TenneT-station te zijn dat niet goed lijkt te passen en dat is het eerste aandachtspunt bij het gebied rond de golfbaan. Het lid VON GERHARDT (VVD) begrijpt dat het gaat om een uitwijkmogelijkheid voor het geval het niet past op Het Groene Veld. Hij vraagt waarom zo'n ingrijpend instrument wordt ingezet voor alle percelen terwijl niet alle percelen nodig zijn om een van de genoemde doelen te realiseren. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat het voorkeursrecht, gezien het ruimtebeslag nu op het geheel is gelegd. Dit kan allemaal onderdeel zijn van het vervolg, maar het knelt met alle functies en ook breder in de stad met de meer intensieve sport. Er wordt nu specifiek gesproken over rugby maar ook aan de andere kant van de weg is er een zoektocht naar ruimte voor intensieve sport. Daarnaast wordt uiteraard verder gesproken met TenneT en de eigenaar. Het lid VON GERHARDT (VVD) herhaalt dat dit ook mogelijk was geweest als het instrument alleen op één perceel was toegepast. Hij vraagt welke afweging eraan ten grondslag heeft gelegen om dit op alle aanwezige percelen toe te passen.

28

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 15 april 2026

Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat er sprake is van een dusdanig ruimtebeslag. Daar komt bij dat woningbouw op deze locatie nadrukkelijk niet gewenst is. De raad heeft de toelichting kunnen lezen en het is dringen op Het Groene Veld. Dit wordt geïllustreerd door het feit dat er van verschillende kanten wordt gepleit voor minder ruimte voor anderen zodat de eigen vereniging of gemeenschap voorrang krijgt. De bijdrage van het lid Von Gerhardt laat precies zien dat het vraagstuk breder is dan alleen TenneT. Er zal worden gekeken hoe ver men komt maar het is nog steeds een work in progress. Het lid BAKKER (PvdD) merkt op dat zij niet heeft gepleit voor minder ruimte voor rugby. Ze hoopt dat er op de golfbaanterreinen veel ruimte voor sport kan komen. Wethouder VAN WEYENBERG geeft aan niet te hebben willen impliceren dat het lid Bakker tegen rugby is. Het punt was meer dat ook haar bijdrage liet zien dat het op Het Groene Veld knelt, los van het TenneT-station. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 7 mei 2026. De VOORZITTER schorst de vergadering tot 13.30 uur.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16943521/1