20250507 Definitief verslag commissie OZA
Tekst van het document
Lid VAN PIJPEN dringt erop aan om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor deze groep om in spoedsituaties gebruik te kunnen maken van de tram- en busbaan. Zij hoort ook graag van de wethouder hoe er met bezwaren en boetes wordt omgegaan nu deze mogelijkheid nog niet bestaat. Lid WEHKAMP vraagt of ervoor kan worden gezorgd dat de ambulancediensten nauwer samenwerken met de verloskundigen, zodat de expertise wordt gedeeld. Lid HAKIKI geeft aan dat haar fractie al eerder heeft gevraagd om verpleegkundigen toe te staan gebruik te maken van de trambaan. Dit kan eenvoudig gerealiseerd worden door het plaatsen van een magneetstick. Het komt lid Hakiki voor dat hierover overeenstemming in de raad bestaat en zij verzoekt de wethouder dit uit te voeren. Wethouder SCHOLTES erkent de problemen die de zorgverleners ervaren en hij heeft begrip voor de wensen die er bestaan. Zijn collega-wethouder Vervoer heeft ook oog voor deze situatie. Wethouder Scholtes heeft goed contact met de Eerstelijns Verloskundigen Amsterdam en hij kan ook spreken uit eigen ervaring. Hij geeft aan dat er al een aantal regelingen in het verkeer gelden voor de verloskundigen en de spoedeisende psychiatrie. Er zijn echter relatief weinig ontheffingen aangevraagd bij deze doelgroep. Het zou kunnen dat de communicatie verbeterd moet worden en hierover spreekt de wethouder met de EVA.
De verloskundigen komen eveneens in aanmerking voor parkeervergunningen Hulpverlening en maatschappelijke parkeervergunningen voor zorgpersoneel. De gemeente heeft niet de bevoegdheid om ontheffing voor het overschrijden van de maximale snelheid af te geven, maar wel om partijen toe te staan op de trambaan te rijden. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden om de verkeersveiligheid te waarborgen. Wethouder Van der Horst heeft daarom het aantal groepen dat gebruik mag maken van de trambaan beperkt. Zij zal echter voor het zomerreces komen met een update over de mogelijkheden, mede naar aanleiding van haar gesprek met onder andere de EVA.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Wethouder Scholtes benadrukt dat hij begrip heeft voor de wensen van de doelgroepen, maar dat zorgvuldige uitvoering vanwege de verkeersveiligheid een belangrijke voorwaarde is. In antwoord op de bijdrage van lid Van Pijpen geeft de wethouder aan dat hij dit zal uitzoeken. De VOORZITTER concludeert dat dit onderwerp voor nu voldoende is besproken en dat er voor de zomer informatie hierover komt vanuit het college. 14. Algemene Rekenkamer rapport Huisartsentekort (VN2025-005098) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit onderwerp is geagendeerd door lid Runderkamp. Lid RUNDERKAMP stelt dat er in Nederland een huisartsentekort bestaat en dat dit tekort zal toenemen. Dit wordt bevestigd in het rapport van de Algemene Rekenkamer. In Amsterdam zijn er acties om het toenemende tekort te voorkomen, zoals de oprichting van het H-Team 020 en er wordt in kaart gebracht hoe de huisartsenzorg per stadsdeel zich ontwikkelt. Er is echter tevens sprake van een patiëntenstop bij veel huisartsen. Lid Runderkamp legt twee oplossingsrichtingen aan de wethouder voor: − De mogelijkheid bieden aan de Amsterdammer die verhuist naar een ander deel van de stad zich in te schrijven bij een huisarts in de nieuwe buurt.
− Continuïteit van de huisartsenzorg moet worden gestimuleerd en gefaciliteerd vanuit de gemeente, waarbij centraal staat dat de patiënt te maken krijgt met één gezicht en niet steeds wisselende hulpverleners in de huisartsenzorg. Lid Runderkamp verwijst hiervoor naar de oratie door prof. dr. O.R. Maarsingh die onlangs werd gehouden. Hij zal binnenkort met de hoogleraar in gesprek gaan. Lid VAN PIJPEN vestigt de aandacht op de in haar ogen belangrijke rol van de praktijkondersteuners (POH). Zij deelt het standpunt van lid Runderkamp met betrekking tot de verhuisproblematiek. De huisvesting van huisartsen is ook een punt van aandacht. Lid Van Pijpen vraagt zich af op welke manier verhuurders zoals corporaties hierbij betrokken worden, zodat zij zich meer verantwoordelijk gaan voelen voor de huisvesting van huisartsen. Wethouder SCHOLTES prijst de inzet van de raad en met name het lid Runderkamp bij de problematiek rondom de huisartsen in Amsterdam. Initiatieven zoals het H-Team 020 zijn hiervan het gevolg. De gestelde vragen komen niet voor het eerst voorbij en verwijzen veelal naar huisvesting en de mogelijkheden om de bedrijfsvoering op poten te krijgen gezien de patiëntenpopulatie en de kosten die erbij komen kijken.
De wethouder beaamt de belangrijk rol van de POH’s, ook vanwege het gewijzigde karakter van de huisartsenpraktijk, waarbij niet alleen medische maar ook andere hulpvragen worden gesteld. De wethouder verwijst naar het project ‘De Digitale Voordeur’, dat de huisarts enigszins moet ontlasten bijvoorbeeld bij doorverwijzingen. Vervolgens geeft de wethouder aan dat de corporaties niet betrokken zijn bij de huisvesting van huisartsen, aangezien er dan sprake zou moeten zijn van een specifieke corporatie met de juiste kennis van zaken. De wethouder is voornemens dit onderwerp in de toekomst nader te bespreken en zal dit agenderen in het H-Teamoverleg van volgende week. Aansluiting van andere verhuurders is nog niet in beeld en de wethouder zal hier over nadenken. In reactie op de bijdrage van lid Runderkamp geeft de wethouder aan dat er regelmatig contact plaatsvindt met de Huisartsenalliantie. Hij benadrukt dat het in het Rekenkamerrapport gaat over het zorgwekkende landelijke beeld van de tekorten in de huisartsenzorg, maar dat verschilt met de situatie in Amsterdam, die op dit gebied
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 7 mei 2025
positiever is, al zijn er problemen met de huisvesting en de betaalbaarheid van de huisvesting. De wethouder zegt vervolgens toe in overleg te gaan met de Huisartsenalliantie inzake het probleem van de patiëntenhuisvesting om de Alliantie te vragen welke rol zij hierbij kunnen spelen. Op dit moment is het mogelijk voor een patiënt die niet terecht kan bij een huisarts in de buurt begeleiding te vragen bij de zorgverzekeraar. Op de website van de Rijksoverheid staat de informatie hierover. Lid RUNDERKAMP dringt erop aan om binnen de gemeente te onderzoeken wat er kan worden gedaan om nieuwe en verhuisde Amsterdammers onder te brengen bij een huisarts in de buurt. Hij pleit voor een rol hierbij voor het H-Team of anders de Huisartsenalliantie. Wethouder SCHOLTES heeft begrip voor het standpunt van lid Runderkamp, maar hij geeft aan dat hier geen taak voor de gemeente ligt. Er is binnen de gemeente geen capaciteit om dit onderzoek uit te voeren. De enige mogelijkheid voor de wethouder is om dit te bespreken met de Huisartsenalliantie en hier te vragen wat zij kunnen doen om dit onder de aandacht van de huisartsen te brengen. Hij zegt toe de uitkomsten hiervan terug te koppelen aan de commissie. Wethouder Scholtes is benieuwd wat het gesprek van lid Runderkamp met de hoogleraar Maarsingh oplevert.
Met de wethouder voor Vastgoed zal de wethouder bespreken wat er voor mogelijkheden zijn, al bestaat er momenteel al behoorlijk veel ruimte voor continuïteit. In principe is het niet toegestaan om huisartsen bij de verhuur te bevoordelen, maar naar aanleiding van de motie Minderhoud wordt er wel bekeken wat er kan geboden worden aan huisartsen met een binding met de stad. De wethouder verwacht dat de beantwoording van die motie voor de zomer met de raad zal worden gedeeld. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 15. Zorgaanpak verslavingsproblematiek en uitbreiding inloopvoorziening voor drugsgebruikers in de H-buurt Amsterdam Zuidoost (VN2025-006157) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van lid Badal. Lid BADAL verwijst naar de suggesties die gedaan zijn door de bewoners ten behoeve van het drugsbeleid in Amsterdam Zuidoost. Zij voelen zich echter niet gehoord. Lid Badal verzoekt de wethouder de inspraak van de bewoners in zijn brief mee te nemen. Hij vraagt of de wethouder kans ziet voor herstelgerichte zorg, zoals een ‘recovery-hub’, in plaats van een gebruikersruimte. Ook wil hij weten of de wethouder in kan gaan op het verzoek van de bewoners om de zorg te beperken tot mensen met binding met de buurt.
Vervolgens wil lid Badal weten hoe de wethouder de bewoners gaat betrekken bij toekomstige besluiten over zorg van drugsverslaafden. Bovendien vraagt hij de wethouder hoe de spreiding van zorg kan worden bewerkstelligd in plaats van concentratie in één buurt. Als laatste stelt lid Badal voor om ook cultuursensitief te kijken bij het protocol van opvang. Lid WEHKAMP licht twee punten uit de bijdrage van de inspreker; de preventieve aanpak is niet voldoende meegenomen en er wordt niet goed geluisterd naar de zorgen van de buurt. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Lid RUNDERKAMP plaatst twee situaties tegenover elkaar: de overlast van het drugsgebruik in de H-buurt en het succes van de aanpak in het Oosterpark. Uit studies is gebleken dat het faciliteren van gebruikers een positief effect heeft. Toch heeft lid Runderkamp begrip voor de zorgen van de omwonenden in de H-buurt. Voor hem is een oplossing nog niet duidelijk en hij is benieuwd naar de reactie van de wethouder op de gestelde vragen. Lid VAN DER VEEN kent de situatie in Zuidoost en daarop is zijn mening gestoeld dat een gebruikersruimte ook kan worden gezien als een herstelgerichte plek. Hij is blij met de gebruikersruimte die in Zuidoost is gerealiseerd, aangezien dit het leven van de gebruikers aanzienlijk heeft verbeterd en de overlast heeft verminderd. Maar hij heeft ook begrip voor de zorgen van de omwonenden. Hij vraagt de wethouder of er met bewoners is gesproken. Een van de voorstellen vanuit de bewoners is om een sociale kaart te maken. Lid Van der Veen acht het van belang om dit in samenwerking met de buurt op te pakken en hij is benieuwd naar de uitwerking. Vervolgens refereert hij aan de bijdrage waarin sprake was van de draagkracht van de ondernemers. Hij vraagt de wethouder op welke manieren deze groep de buurt nog beter kan ondersteunen bij de draaglasten. De VOORZITTER spreekt vanwege een vraag die zij heeft als lid Alberts van de SP.
Het verbaast haar namelijk dat gebruikers vanuit andere delen van de stad naar deze gebruikersruimte komen. Al eerder kwam aan de orde dat daklozen juist de stad in moesten. Zij vraagt de wethouder hoe deze bewegingen in elkaar steken. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de gestelde vragen eigenlijk thuishoren in de commissie SED onder wethouder Groot Wassink, die bezig is met het formuleren van de antwoorden op de vragen over de zorgen van de bewoners. De suggesties die zijn gedaan zal wethouder Scholtes meegeven aan zijn collega-wethouder SED, zodat die er dieper op kan ingaan in zijn beantwoordingsbrief, die tevens aan deze commissie zal worden gestuurd. Voor het overige kan wethouder Scholtes de gestelde vragen niet beantwoorden, aangezien hij niet betrokken is geweest bij dit dossier. Als coördinerend wethouder van de buurtteams en de sociale basis zal hij zich wel gaan verdiepen in de verbetering van zorgzame buurten en hoe hier met elkaar wordt omgegaan. Lid BADAL verzoekt de wethouder om deze problematiek in zijn geheel aan te pakken op een integrale manier om er een veilige en zorgzame buurt van te maken. Wethouder SCHOLTES herhaalt zijn opmerkingen over de manier waarop hier vanuit de sociale basis en buurtteams aan gewerkt wordt. Dit wordt ook meegenomen naar de volgende periode en de opdracht die daarbij komt kijken.
Hij benadrukt dat het gehele college de verantwoordelijkheid voelt. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. Naar aanleiding van de antwoorden van wethouder Groot Wassink zal het debat eventueel worden voortgezet. Zij deelt mee dat de volgende commissievergadering OZA op 4 juni 2025 plaatsvindt en sluit de vergadering om 12.20 uur.
22