20250326 Definitief verslag OZA
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
raadscommissieverslag, 26 maart 2025
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Vergaderdatum Woensdag 26 maart 2025, starttijd 9.00 uur in Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 7 mei 2025
Voorzitter: R. Alberts Portefeuillehouders: wethouders Moorman, Scholtes, Meliani (a.p. 5) Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuners: Hoff Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Abdi(PvdA), Bouhassani (PvdA), Runderkamp (PvdA), Yemane (GL), Van Pijpen(GL), Wehkamp (D66), Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Perdok (De Vonk), Emmerik (Partij voor de Dieren), Haijen (SP), De Jong (JA21), Hakiki (DENK), Badal (CDA), Kabamba (Lijst Kabamba) (later), Overige aanwezigen: A. Tuzgöl-Broekhoven (Kinderombudsman)
1. ALGEMEEN GEDEELTE 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat lid Vesseur zich heeft afgemeld. Wethouder SCHOLTES deelt mee dat er op 20 maart in de Dagmail een raadsbrief van zijn hand is gepubliceerd met een update van de mazelen besmettingen die plaatsvonden op een basisschool in Nieuw-West. Op dit moment zijn er 20 kinderen besmet en het gaat om kinderen die niet zijn gevaccineerd. Het contact- en brononderzoek van de GGD is inmiddels afgerond en alle besmettingen zijn direct te herleiden naar de school of de gezinssituatie van een besmet persoon. Het nog te vroeg om aan te kunnen geven of het onder controle is, de GGD monitort dit nauwgezet. Er zijn dagelijks inloopspreekuren op de okt-locaties in deze en andere stadsdelen. Per week wordt bekeken hoe groot de behoefte is aan inloopspreekuren. De wethouder benadrukt het belang van vaccineren en dringt erop aan om een eventueel ziek kind thuis te houden om besmetting te voorkomen. Ook deelt de wethouder mee, dat er in het kader van de Aanpak ‘Intieme Terreur en Femicide’ op 11, 12 en 13 maart een voorstelling werd georganiseerd vanuit de regioaanpak om professionals bekend te maken met signalen hiervan.
In totaal hebben hier 500 professionals aan deelgenomen, zo ook aan het gesprek erna. De wethouder komt binnenkort met een brief waarin een update wordt gegeven over de verdere vorderingen van de Aanpak Intieme Terreur en Femicide. Wethouder MOORMAN deelt mee dat de financiële ondersteuning van het betalingssysteem in Oost, de Makkie, zal worden stopgezet. Dit wordt vandaag door het
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Stadsdeel medegedeeld aan de betrokkenen. Vanaf 30 april 2025 wordt de ondersteuning vanuit de centrale stad teruggeschroefd naar 60 procent en vanaf 1 januari 2026 wordt deze geheel stopgezet. 1c. Vaststellen agenda De VOORZITTER heeft van lid Yemane het voorstel ontvangen om agendapunt 10, Voortgang van de ondersteuning aan gedupeerden van het kinderopvangtoeslagschandaal, door te schuiven naar de volgende commissieraadsvergadering. Van lid Badal ontving de voorzitter het voorstel om agendapunt 12, Positie van verloskundigen en hulpverleners van de spoedeisende psychiatrie in het verkeer, door te schuiven naar de volgende commissieraadsvergadering. De commissie gaat met beide voorstellen akkoord. Lid Van Pijpen verzoekt de voorzitter om agendapunt 11, Jaarrapportage 2024 activiteiten naar nul nieuwe hiv-infecties in Amsterdam in 2026, als eerste bespreekpunt te behandelen. De commissie en de wethouder gaan hiermee akkoord. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 26 februari 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e. Termijnagenda’s en bestuurlijke langetermijnagenda’s (BLTA), per portefeuille Geen opmerkingen. 1f. TKN-lijst De VOORZITTER geeft aan dat er geen verzoeken zijn binnengekomen voor bespreking bij de volgende vergadering. 1g.
Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL 2a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat zich drie insprekers hebben aangemeld en zij beschrijft de regels die gelden bij het inspreken.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Sjors R.M. Chambone spreekt in namens Bewonerscommissie Ingelandenflat ondersteund door huurdersverenigingen HYA en De Vechtstroom, inzake agendapunt 2b, De wens om van de Ingelandenflat een Lang Leven Thuis Flat te maken. Inspreker CHAMBONE stelt een aantal vragen bij de gewijzigde gang van zaken rondom de woningen van de Ingelandenflat. Terwijl er een grote groep senioren is die graag zou willen wonen in een flat zoals de Ingelandenflat, is het voor hem onbegrijpelijk dat er nu door Ymere ruimte wordt gemaakt voor gezinnen, die juist zitten te wachten op een eengezinswoning en niet op een galerijflat. Het lijkt hem logischer dat senioren die een eengezinswoning bewonen naar de Ingelandenflat kunnen verhuizen, zodat er op die manier sociale eengezinswoningen beschikbaar komen voor gezinnen en de Ingelandenflat een ‘Lang Leven Thuis-flat’ kan worden. Vervolgens verwijst inspreker CHAMBONE naar de investeringen die in 2008 werden gedaan om van de Ingelandenflat een drempelloze en toekomstbestendige seniorenflat te maken. Dat dit nu wordt teruggedraaid trekt tevens een wissel op de toch al kwetsbare ouderenzorg. De Ingelandenflat is al aangepast aan senioren en hier hoeft de gemeente Amsterdam dus niets meer in te investeren.
Namens de Bewonerscommissie spreekt inspreker CHAMBONE zijn verbazing erover uit dat een volledig omgebouwde seniorenflat die aan alle eisen van een Lang Leven Thuis-flat voldoet, de kans wordt ontnomen om dit ook te worden. Lid DE JONG vraagt of de tekst van de inspraak naar de commissie is gestuurd en hij vraagt inspreker CHAMBONE om drie voorbeelden te noemen van de lijst van beleid en afspraken die Ymere heeft gemaakt met de gemeente Amsterdam. Inspreker CHAMBONE bevestigt dat hij de tekst heeft gestuurd. Uit de lijst noemt hij op: intentieverklaring zelfstandig geclusterd wonen voor ouderen in Amsterdam, Amsterdamse prestatieafspraken, Amsterdam Vitaal & Gezond, Gezond & Actief Levenakkoord, het Regiobeeld Amsterdam. Lid VAN PIJPEN vraagt of er al contact heeft plaatsgevonden met het Stadsdeelbestuur Weesp. Ook wil zij weten hoe groot de woningen in de Ingelandenflat zijn. Inspreker CHAMBONE bevestigt dat de Bewonersorganisatie ook bij het Stadsdeelbestuur Weesp heeft ingesproken. Volgens de Verordening Gooi- en Vechtstreek, waar de flat onder valt, zijn de flats 69 vierkante meter. Volgens Ymere betreft het 90 vierkante meter, aangezien hier de kelderboxen en opslagruimtes worden meegerekend. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker.
Andre van Rijn spreekt in op persoonlijke titel, inzake agendapunt 2b, Over de uitbreiding van opvang druggebruikers bij Hofgeest en de te verwachten overlast. Inspreker VAN RIJN schetst de situatie in de H-buurt waar hij bewoner is en hij vertelt welke gevolgen de overlast van drugsgebruikers geeft. Vaak zijn het bovendien niet eens bewoners uit de H-buurt, maar de H-buurt is de centrale plek in Zuidoost waar drugsgebruikers terecht kunnen voor methadon, dagbesteding en opvang. De problemen die dit met zich meebrengt voor de buurt bestaan al jaren en worden steeds erger. De verslavingszorg in de buurt wordt keer op keer uitgebreid en bij iedere uitbreiding wordt er aangegeven dat het slechts tijdelijk is. Het is echter nog steeds niet mogelijk gebleken om een andere locatie te vinden. Inspreker VAN RIJN doet een dringende oproep aan de gemeente om actie te ondernemen om van de H-buurt weer een fijne en leefbare plek voor bewoners en ondernemers te maken. Lid BADAL vraagt hoe de kinderen naar de school toe lopen.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Inspreker VAN RIJN geeft aan dat de kinderen vaak moeten om lopen om niet met de drugsgebruikers geconfronteerd te hoeven worden. Voor inspreker VAN RIJN is dit een van de voorbeelden waardoor hij heeft besloten om actie te ondernemen. Lid PERDOK vraagt wat de gemeente zou kunnen doen om de overlast te beperken. Inspreker VAN RIJN stelt resoluut dat meer spreiding van inloophuizen een oplossing zou kunnen bieden. De H-buurt bestaat voornamelijk uit hoogbouw, waardoor er veel plekken zijn om ongezien te gebruiken en dus is deze buurt ongeschikt de opvang van drugsgebruikers. Lid HAKIKI vraagt of deze problemen ook zijn aangegeven bij de woningcorporaties. Inspreker VAN RIJN weet dat de VvE regelmatig spreekt met de lokale gemeente. Hij weet niet of er contact is geweest met de woningcorporaties en of deze iets hebben gedaan. Lid VAN PIJPEN vraagt of er contact is geweest met Stadsdeel en wat de reactie was. Inspreker VAN RIJN geeft aan dat er contact is gezocht met het Stadsdeelbestuur, maar dit heeft niets opgeleverd. Het bestuur blijft bij het genomen besluit. Tijdelijk is een rekbaar begrip gebleken en er is geen vertrouwen meer bij de bewoners. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker. Camiel Welling spreekt in op persoonlijke titel, inzake agendapunt 2b, Over de uitbreiding van opvang druggebruikers bij Hofgeest en de te verwachten overlast.
Uit zijn ervaring als arts in de verslavingszorg kan hij stellen dat het ontbreekt aan een effectief drugsbeleid in Zuidoost. Evenals de vorige spreker is inspreker WELLING van mening dat spreiding beter werkt dan concentratie. Er zal een passend budget moeten komen om zorg en overlast beter over het Stadsdeel te kunnen spreiden. Bovendien is de verslavingszorg gebaat bij een wijk met voldoende draagkracht hiervoor en de H-buurt heeft dit niet, terwijl het alle zorg van het gehele Stadsdeel huisvest. Vervolgens komt inspreker WELLING met enkele tips: - Voorkom negatieve toestroom en geef alleen zorg en opvang aan mensen uit de buurt; - Beperk de uitstroom van kansrijke jongeren; - Stop achterhaalde en schadelijke maatregelen, zoals de blauwe lampen, die juist agressie bevorderend zijn en andere nadelige bijwerkingen hebben; - Zet in op toegankelijke publieke voorlichting in meerdere talen en vanuit meerdere culturele perspectieven; - Focus op behandeling en herstel, waarbij familie en buurt een cruciale rol kunnen spelen. Tot slot roept inspreker WELLING op tot een koerswijziging en te kiezen voor een eerlijke en structurele aanpak die de kwetsbare H-buurt buiten schot laat en Zuidoost veiliger maakt voor iedereen. Lid BADAL vraagt wat de verslaafden krijgen als zij zich melden bij het inloophuis.
Inspreker WELLING geeft aan dat er veel zorg wordt gegeven aan de mensen die zich melden bij het inloophuis en dat is van grote waarde voor de opvang. Belangrijk is echter dat dit verspreid over het Stadsdeel moet gebeuren en niet op één centrale plek.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Lid ABDI vraagt of er al contact is geweest met de gemeente over deze problematiek en zo ja, hoe was de reactie? Ook wil zij weten wat inspreker WELLING nodig heeft van de raad. Inspreker WELLING stelt dat deze problematiek vele terreinen behelst en bij zijn zoektocht is hem geadviseerd om ook in te spreken bij deze commissie. Daklozen is slechts een minderheidsgroepering bij deze problematiek, het zijn vaak verslaafden die begeleid wonen en voor wie de zorgcomponent duidelijk aanwezig is. Lid VAN PIJPEN vraagt of de nieuw in te richten gebruikersruimte in de H-buurt de overlast kan verminderen. Inspreker WELLING geeft aan dat uit een onderzoek is gebleken dat dit een positief effect heeft op de buurt. De onderzoeker heeft hier wel bij aangegeven dat er sprake kan zijn van een verkeerd gekozen locatie en dit lijkt het geval te zijn bij een kwetsbare buurt als de H-buurt. Inspreker WELLING benadrukt dat het hem gaat om de centrale positie die de H-buurt heeft, waarbij er geen spreiding plaats vindt en de overlast is gecentreerd in een buurt waar juist veel kinderen kansen moeten krijgen. De VOORZITTER geeft aan dat er vanuit het college een behoefte is om een korte reactie te geven op de inspraak van beide insprekers.
Wethouder SCHOLTES erkent dat deze problematiek ook bij andere portefeuilles thuishoort en hij zegt toe dat hij ervoor zal zorgen dat deze wethouders betrokken worden bij de antwoorden die het college zal geven op de gestelde vragen. Lid PERDOK vraagt of dit gedeeld kan worden met de betrokken commissies. Wethouder SCHOLTES zegt dit toe. 2c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d. Rondvraag Lid VAN DER KAMP benoemt de zorgen van zijn partij over de campagne van Civitas Christiana die met het Zwartboek Lentekriebels bewust desinformatie over seksuele voorlichting in het onderwijs verspreidt. Hij schetst het karakter van de desinformatie in de campagne die hiervoor wordt gebruikt. De VVD vindt dat er sprake is van een gecoördineerde poging om scholen te beïnvloeden door valse informatie te verspreiden die in strijd is met de wettelijke verplichting van scholen om Seksuele Vorming en Burgerschap in het curriculum op te nemen.
Hij stelt de volgende vragen: - Is het college bekend met de verspreiding van dit Zwartboek Lentekriebels op scholen? - Zo ja, zijn er al signalen geweest van scholen of ouders die zich hierdoor geïntimideerd voelen? - Welke ondersteuning biedt de gemeente Amsterdam aan schoolbesturen en leraren die geconfronteerd worden met druk of lastercampagnes over lesprogramma’s? - Hoe garandeert de gemeente dat alle kinderen in Amsterdam toegang houden tot veilige, feitelijke en intensieve seksuele voorlichting, zoals vastgelegd in de kerndoelen van het onderwijs? Tot slot benadrukt lid Van der Kamp dat de VVD staat voor de vrijheid van onderwijs en voor bescherming van de jeugd.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Wethouder MOORMAN is het eens met lid Van der Kamp dat het uiterst belangrijk is dat jongeren goede seksuele voorlichting krijgen, juist ter bescherming tegen negatieve seksuele invloeden, grensoverschrijdend gedrag, niet jezelf kunnen zijn of vroege zwangerschappen. De wethouder vindt de desinformatie die nu wordt verspreid zeer schadelijk. Zij deelt mee dat de Rutgerstichting de verspreider van de desinformatie, Civitas Christiana, voor de rechter heeft gedaagd. In het verleden werd er tijdens de Week van de Lentekriebels ook wel desinformatie verspreid. De gemeente heeft hier contact over gehad met de scholen, evenals met de GGD. Leerplicht is hier ook bij betrokken, die moet voorkomen dat kinderen thuis worden gehouden. Op dit moment heeft de wethouder geen signalen ontvangen dat er desinformatie wordt verspreid, maar in samenwerking met de GGD, Leerplicht en de scholen wordt dit nauwlettend in de gaten gehouden. Lid ABDI verwijst naar een rapport waarin wordt beschreven in welke hoge mate er seksueel grensoverschrijdend plaatsvindt in de zorg. Zij noemt een aantal voorbeelden uit haar eigen omgeving. De inspectie geeft aan dat het aantal (vaak) vrouwen van wie bekend is dat zij slachtoffer zijn, slechts het topje van de ijsberg is, aangezien er veelal geen melding wordt gedaan.
Dit heeft te maken met de afhankelijkheidspositie waarin de slachtoffers zich bevinden of omdat de meldpunten niet duidelijk zijn of onveilig. De conclusie luidt dat seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorg zich feitelijk in stilte afspeelt, maar de gevolgen voor de slachtoffers zijn groot. Op basis van de bevindingen van de inspectie heeft lid Abdi een aantal voorstellen: - Met een campagne informatie te geven over waar men terecht kan als er behoefte is aan steun; - Strengere eisen stellen aan de inkoop van zorg door de gemeente; - Een systeem toepassen waarbij er informatie bestaat over de plegers ter voorkoming dat zij elders opnieuw hun gang kunnen gaan. Zij vraagt de wethouder hierop te reageren. De VOORZITTER stelt het karakter van de rondvraag aan de orde, waarbij de spreker zich moet beperken tot de noodzakelijke informatie zonder hele lange inleiding. Wethouder SCHOLTES is op de hoogte van de inhoud van het inspectierapport en is hier erg van geschrokken. Hij erkent dat de drempel om te melden vaak erg hoog is en hij vindt het belangrijk dat er een plek is waar slachtoffers terecht kunnen. Hij verwijst hiervoor naar het Centrum voor Seksueel Geweld (CSG) dat sinds oktober 2024 is geopend en waar ook slachtoffers uit het verleden steun kunnen krijgen.
Nog niet iedereen heeft de weg naar het CSG kunnen vinden en daarom zal er vanaf 23 april tot 7 mei aanstaande door de hele stad informatie hierover worden verspreid. Ook online wordt er een campagne gestart om slachtoffers te verwijzen naar de Elizabeth Wolffstraat, waar zich het CSG bevindt. Daarnaast zijn er allerlei samenwerkingen met maatschappelijke partners en manieren van voorlichting om de slachtoffers die steun behoeven ervan te overtuigen dat het hier gaat om een laagdrempelige voorziening waar verschillende hulpverleners tot hun beschikking staan. Bovendien kan hier worden begeleid bij aangifte bij de politie. CSG verzorgt ook opleidingen voor verschillende zorgprofessionals. Het moet zijn waarde nog bewijzen, maar de wethouder heeft goede hoop dat dit in de toekomst zal gebeuren. De wethouder verwijst naar de inkooprol van de gemeente bij de wmozorgpartijen. Hiervoor gelden aanbestedingsleidraden volgens welke de zorg wordt ingekocht. De wethouder verklaart zich bereid om te onderzoeken of hier meer specifieke of aanvullende eisen moeten worden opgesteld met betrekking tot het voorkomen en het aanpakken van seksueel grensoverschrijdend gedrag en het stimuleren van een gezond werkklimaat. Dat kan aanleiding zijn voor de contractmanagers om daar met de zorgpartijen over te spreken. De wethouder zegt toe de commissie van deze ontwikkeling op de hoogte te houden.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
De wethouder geeft vervolgens aan dat er geen centraal registratiesysteem bestaat, behalve dat zorgverleners ingeschreven moeten zijn bij het BIG-register. Hierin worden wel eventuele tuchtrechtelijke maatregelen vermeld en ook wordt openbaar gemaakt wanneer een zorgverlener wordt geschrapt uit het register. De wethouder kan niet garanderen dat ze zorginstellingen dit goed bijhouden. Lid ABDI vraagt of de wethouder bereid is om met zorginstellingen in gesprek te gaan, vooral die zorginstellingen waarvan de inspectie heeft aangegeven dat er vermoedelijk iets speelt op dat vlak. Wethouder SCHOLTES verwijst naar de samenwerking binnen Amsterdam Vitaal & Gezond, waar zorginstellingen bij zijn aangesloten en hij is bereid dit onderwerp daar te agenderen. Lid VAN PIJPEN geeft aan dat zij het CSG niet voldoende vindt om de problemen op te lossen en zij benadrukt het belang van het melden binnen de organisaties. Zij hoort tevens graag van de wethouder welke rol de GGD heeft bij deze problematiek. Tenslotte stelt zij dat niet elke zorgverlener BIG-geregistreerd is, dus dit registratiesysteem voegt nauwelijks iets toe aan de bestrijding van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorg als het gaat om plegers die van de ene naar de andere locatie gaan.
Wethouder SCHOLTES zal het melden binnen de organisaties meenemen in zijn gesprekken over de inkoopvoorwaarden met de contractmanagers bij de instellingen. Op de rol van de GGD kan de wethouder geen invloed uitoefenen, aangezien de GGD onafhankelijk is als toezichthouder. Hij zal het meegeven als aandachtspunt en dat kan ook worden gedaan door Cliëntenbelang en de WMO-Adviesraad. De GGD bepaalt zelf waar zij toezicht op gaat houden. De problematiek inzake BIG-registratie als het gaat om wmo-zorg erkent de wethouder, maar hij heeft hier geen oplossing voor. Lid WEHKAMP geeft aan dat drie middelbare scholen als onvoldoende zijn beoordeeld door de inspectie, die de onderwijsresultaten risicovol heeft genoemd. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Wethouder MOORMAN stelt dat de scholen die het betreft slechts een klein aandeel hebben in het grote geheel van 222 afdelingen. De scholen met een onvoldoende kwalificatie zullen hier echter wel aan moeten werken. De wethouder vindt het belangrijk, ook vanwege de loting-en-matchingprocedure die binnenkort weer plaatsvindt, dat er in de lijst voldoende kwalitatief goede scholen staan vermeld en die garantie kan zij geven. Enkele scholen die in het verleden als onvoldoende werden beoordeeld hebben hier hard aan gewerkt en kregen inmiddels weer een voldoende beoordeling.
Lid VAN DER KAMP uit de bezorgdheid van de VVD over hoe de centrale loting verloopt die door de OSVO wordt uitgevoerd. Lid Van der Kamp is van mening dat de transparantie hierbij gebrekkig is. Hij vraagt de wethouder naar haar mening over het feit dat de OSVO de toelatingskansen niet meer publiceert en of zij het als haar verantwoordelijkheid ziet vanuit de gemeente om de procedure transparant te maken. Wethouder MOORMAN ontkent de aanname van lid Van der Kamp dat er geen transparantie zou zijn; transparantie is een van de voorwaarden van de loting-enmatchingprocedure. De ouders kunnen de gang van zaken opvragen en er verschijnt ieder jaar een rapport, waarin precies staat per school hoeveel kinderen welke keuze hebben. De VSA wil echter precies weten hoe het lotnummer is gekoppeld aan de scholen, maar daaraan valt niets af te leiden. Ook het berekenen van een plaatsingskans per school, zoals de VSA wil, zegt niet veel, aangezien dit per jaar verschilt. De wethouder geeft aan dat je hiermee ouders verkeerde informatie geeft en dat strategisch
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
kiezen in de hand wordt gewerkt. Dit laatste wil de wethouder juist voorkomen, aangezien er bij strategisch kiezen meer kinderen achter het net vissen. OSVO vindt dat wat de VSA wil bewerkstelligen niet leidt tot meer transparantie, maar wel tot meer verwarring bij ouders. De gemeente gaat hier niet over, dus er is geen sprake van ‘regie terugnemen’, zoals lid Van der Kamp heeft gevraagd. De gemeente is wel betrokken bij de afspraken die er worden gemaakt om het proces zo eerlijk en transparant mogelijk te laten verlopen. Lid VAN DER KAMP geeft aan dat de OSVO eerder wel de toelatingskansen heeft gepubliceerd. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit in het verleden één keer is gedaan als geste naar de VSA. Achteraf werd geconcludeerd dat dit slechts verwarring bij ouders en onjuiste analyses heeft opgeleverd. De wethouder roept ouders en kinderen op te kiezen voor de school die de voorkeur heeft. Loting-en-matching zorgt ervoor dat ieder kind een eerlijke kans krijgt om daar op te komen. Lid YEMANE verwijst naar een publicatie van de onderzoekers van het AI-Lab, waarin zij pleiten voor een beter lotingssysteem. Zij vraagt de wethouder of zij bekend is met dit soort onderzoeken en of de overstap te overwegen is. Wethouder MOORMAN heeft in de afgelopen jaren vele onderzoeken voorbij zien komen die ervan uitgingen dat veel kinderen niet op hun eerste plek terechtkomen.
Dat dit inderdaad voorkomt heeft te maken met het grote aantal scholen dat zich in Amsterdam bevindt. Het voordeel is dat er een grote keuzevrijheid bestaat, het nadeel is dat sommige kinderen niet op de plek van hun eerste keuze terecht komen. Daarom is er een lijst met meerdere keuzes en is er een loting-en-matching procedure, die transparant en eerlijk is en die iedereen gelijke kansen geeft. De wethouder vindt dat een AI-systeem de procedure niet transparanter maakt, aangezien het voor haar onduidelijk is welk algoritme erachter zit. Het loting-en-matching systeem dat nu wordt toegepast in Amsterdam, is een Nobelprijs-winnend model en dit is tot nu toe het beste gebleken. Lid YEMANE geeft aan dat de onderzoekers stellen dat met hun AI-systeem meer kinderen op een school uit hun top-5 terechtkomen en dat zou een verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie. Zij stelt voor om het onderzoek met AI nader te bekijken. Wethouder MOORMAN benadrukt dat het model dat nu wordt gebruikt eveneens is ontwikkeld door topwetenschappers en elk jaar wordt verfijnd. Ook stelt zij dat het feit dat niet iedereen in de top-5 school terechtkomt te maken heeft met de keuzevrijheid die er is en niet vanwege het gebruik van een verkeerd model. Ook populariteit van scholen speelt hierbij een rol, maar die is veranderlijk.
De wethouder gaat ervan uit dat OSVO bekend is met dit onderzoek en de tijd zal uitwijzen of zij hiermee in zee willen gaan. Lid VAN PIJPEN verwijst naar een e-mailbericht van een mevrouw die problemen heeft als gevolg van een wmo-aanvraag door haar buren. Dit is voor lid Van Pijpen aanleiding om aan de orde te stellen dat een wmo-voorziening ook tot overlast van de omgeving kan zorgen. Zij vindt het problematisch dat een lang bureaucratisch proces vooraf gaat aan de uiteindelijke oplossing. Zij vraagt de wethouder of er vooraf kan worden ingeschat of problemen zich voor kunnen doen bij hulpmiddelen die extern worden aangebracht. Ook wil zij weten of dergelijke problemen sneller kunnen worden opgelost, eventueel met medewerking van het Doorbraakteam. Wethouder SCHOLTES is ervan op de hoogte dat er momenteel naar een passende oplossing wordt gezocht voor beide partijen. Er is ruimte voor maatwerk in deze situatie. Er wordt alles aan gedaan om te komen tot een passende oplossing.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Op dit moment wordt er gekeken of er wordt voldaan aan het Bouwbesluit bij het plaatsen van een traplift. De wethouder kan nu niet veel meer dan in gesprek gaan met betrokkenen over het collectief aanbrengen van voorzieningen. Lid DE JONG vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot vaccinaties in de verschillende wijken en hij wil weten wat er wordt gedaan om te voorkomen dat er nieuwe uitbraken van mazelen zijn. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de vaccinatiegraad in diverse buurten flink achterblijft. In die buurten vindt er een wijkgerichte aanpak plaats met inloopspreekuren, waar de bewoners in hun eigen buurt terecht kunnen voor vaccinatie, vaak zonder afspraak, en waar de gemeente samenwerkt met sleutelfiguren. Er zijn nu mogelijkheden om die aanpak verder te intensiveren dankzij het geld dat op voorspraak van Jesse Klaver en de staatsecretaris voor komend jaar is toegezegd. De wethouder gaat proberen te bewerkstelligen dat dit ook voor de komende jaren het geval zal zijn. Lid DE JONG wil weten of er sprake is van meer vaccinaties. Wethouder SCHOLTES beaamt dit. Hij zal de commissie later informeren over de juiste cijfers. Lid BOUHASSANI verwijst naar een optreden van wethouder Moorman bij AT5, waarbij het ging over de problematiek van’ buy now, pay-later’, een methode die jongeren verleidt om aankopen te doen op de pof, wat uiteindelijk leidt tot grote schulden.
Haar fractie heeft hier al enkele keren schriftelijke vragen over gesteld, vooral over de uitbreiding van deze diensten naar fysieke winkels. De PvdA sluit zich volledig aan bij het voorstel van de wethouder om deze diensten te verbieden voor jongeren tot 21 jaar. Lid Bouhassani wil graag weten of dit binnen de gemeente Amsterdam ook kan worden toegepast. Wellicht is het mogelijk om winkeliers en andere bedrijven tenminste te ontmoedigen om deze diensten aan te bieden. Wethouder MOORMAN verwijst naar een convenant dat in deze Week van het Geld is getekend door veel bedrijven om te voorkomen dat veel jongeren in de schulden komen, om vroeg signalering te kunnen doen, om sociaal incasseren te promoten en veel bedrijven hierbij aan te laten sluiten. In Amsterdam wordt er veel geïnvesteerd in financiële educatie op middelbare scholen en mbo’s, er zijn Geld Gappies voor kwetsbare jongeren om de overgang van 17 naar 18 jaar te begeleiden en jongeren krijgen een brief van de gemeente met informatie. Het is dan pijnlijk om te zien dat het aantal bedrijven dat misbruik maakt van de kwetsbaarheid van jongeren en daar veel geld aan verdient, toeneemt.
De wethouder zou graag zien dat ‘buy now, pay later’ in ieder geval wordt verboden voor jongeren tot 20 jaar, dat financiële educatie een verplicht onderdeel wordt van het curriculum en dat de jongeren beschermd worden door de zorgverzekering bij de ouders te laten, dan wel een collectieve zorgverzekering te realiseren, die gratis is voor alle jongeren. Dit zijn regelingen waar de wet vanuit het Rijk voor nodig is. Vanuit de G4 zal hier steeds lobby op worden uitgeoefend bij Den Haag, maar helaas kunnen hier binnen de gemeente geen maatregelen op worden genomen. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3. Statutenwijziging Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel (VN2025-003496) De VOORZITTER leidt het agendapunt in.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Lid WEHKAMP verklaart namens haar fractie erover verheugd te zijn dat er meer samenhang komt tussen scholen en kinderopvang. Zij vraagt of er hierbij ook sprake zal zijn van de gedeelde banen, zoals zij dat heeft beschreven in haar initiatiefvoorstel. Ook krijgt ze graag terugkoppeling van de hieruit geleerde lessen, zodat dit kan worden gedeeld met andere schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Lid YEMANE vraagt de wethouder of de kinderopvang met deze governanceconstructie wordt meegenomen in de maatschappelijke opgave. Wethouder MOORMAN is eveneens positief over deze ontwikkeling van doorgaande leerlijnen en de samenwerking in het personeelsbestand. Er is dan meer sprake van de ontwikkeling van kinderen in plaats van een opvangvoorziening versus school en de wethouder is van mening dat de infrastructuur hierop moet worden aangepast, waarbij er al op bestuursniveau integratie plaatsvindt. Deze ontwikkeling heeft nu nog geen impact op personeelsniveau of huisvesting. Maar met het oog op de toekomst is het goed dat deze integratie plaatsvindt. De VOORZITTER concludeert dat dit punt voldoende is besproken en dat het gehamerd wordt. 4. Rapport Kinderombudsman: ‘Anders behandeld’ (VN2025-002758) Gevoegd behandeld met 5.
Bespreken van de raadsinformatiebrief met de bestuurlijke reactie op het rapport ‘Anders Behandeld’ van de Kinderombudsman van de Metropool Amsterdam (VN202502755) De VOORZITTER leidt de agendapunten in en geeft aan dat de Kinderombudsman is aangeschoven om een korte toelichting te geven op het verschenen rapport. De voorzitter beschrijft de vergaderorde bij deze gevoegde agendapunten. Bij deze bespreking is eveneens wethouder Meliani aanwezig. A. Tuzgöl-Broekhoven (Kinderombudsman) heeft kunnen vaststellen dat de helft van alle kinderen in Nederland ziet hoe andere kinderen gediscrimineerd worden. Dit was voor de Kinderombudsman de aanleiding voor het schrijven van het onderzoeksrapport. Zij beschrijft op welke manier het onderzoek heeft plaatsgevonden. Met ruim 80 kinderen hebben zij en haar team gesproken over hun ervaringen en gevraagd welke oplossingen zij zagen voor het probleem. Het onderzoek heeft een aantal inzichten opgeleverd. Discriminatie is een structurele misstand in de Amsterdamse samenleving en dit komt niet alleen voor op scholen, maar ook op straat, in de winkels en op sociale media. Zij beschrijft vervolgens de wijze waarop kinderen worden gediscrimineerd, door wie en waarom en doet dit aan de hand van een aantal voorbeelden. In het rapport staat ook beschreven welke impact discriminatie heeft op de kinderen.
Vooral de gelatenheid bij de kinderen is hierbij opvallend. Ook kan het leiden tot depressies en de Kinderombudsman adviseert het probleem bij de wortel aan te pakken als een vorm van preventieve gezondheidszorg. Uit de suggesties van de kinderen om het probleem op te lossen kwam onder andere het realiseren van een laagdrempelig meldpunt naar voren. Ook uitten ze de wens dat er wordt ingezet op het bevorderen van een inclusieve samenleving door voorlichting en aandacht. Maar vooral willen de kinderen dat volwassenen het goede voorbeeld geven en dat er wordt genormeerd, zodat het voor iedereen duidelijk is wat wel en wat niet mag. De Kinderombudsman is in gesprek met de verschillende stadsdelen om plannen te maken op basis van deze suggesties. Na de zomer zal zij de uitgewerkte plannen voorleggen aan de commissie.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Lid WEHKAMP vraagt wat er gedaan kan worden om beter naar de signalen vanuit de kinderen te luisteren. A. Tuzgöl-Broekhoven (Kinderombudsman) antwoordt dat het de ervaring van veel kinderen is dat volwassenen niet altijd luisteren. Ook vanuit de ouders komen er signalen dat de school niet altijd oren heeft naar de berichten over discriminatie. Zij vindt dat het hoort bij de rol van de leerkracht om met een kind dat aangeeft dat het wordt gediscrimineerd in gesprek te gaan en dit gesprek ook te voeren in de klas. Lid HAKIKI citeert een passage uit het rapport. Het betreft een slachtoffer van de Toeslagenaffaire die door een gemeenteambtenaar wordt gediscrimineerd. Zij vraagt de Kinderombudsman hoe zij zou reageren als deze persoon met haar hierover komt spreken. A. Tuzgöl-Broekhoven (Kinderombudsman) hoort steeds vaker signalen dat kinderen van wie de ouders gedupeerden zijn in het toeslagenschandaal gediscrimineerd worden. Vanuit de Kinderombudsman is er aandacht voor deze groep, maar op de individuele casus die lid Hakiki onder de aandacht brengt, is de Kinderombudsman niet ingegaan. De VOORZITTER bedankt de Kinderombudsman voor de toelichting en geeft aan dat de commissievergadering wordt voortgezet. Lid KABAMBA beschrijft op welke schaal kinderen van kleur met discriminatie te maken krijgen en wat de gevolgen zijn voor hen nu de samenleving ‘verrechtst’.
Ook ouders worden niet gehoord als zij adequaat op willen komen voor hun kind en zij krijgen dan te horen dat zijzelf het probleem zijn. Lid Kabamba roept ouders op bij het okt te blijven staan op hun rechten en aanvragen van mentale ondersteuning blijven doen. Zo ook bij de huisarts. Ook pleit zij voor het trainen van docenten en benadrukt zij het belang van elkaar ondersteunen, zodat er vertrouwen ontstaat bij de gediscrimineerde kinderen en hun ouders. Zij heeft een aantal vragen: - Welke maatregelen kan het college nemen om te voorkomen dat docenten hiervan wegkijken? - Hoe kunnen ouders ondersteund worden die de machteloosheid en cynisme bij hun kinderen zien toenemen? Het zou dan gaan om gratis psychologische hulp bij minder draagkrachtige ouders. - Welke maatregelen worden er genomen om scholen ervan te overtuigen dat zij een zorgplicht hebben voor slachtoffers van discriminatie en hun ouders, bijvoorbeeld als een kind depressief is? - Is het mogelijk om online een roadmap of infographic te plaatsen met informatie voor ouders wanneer zij erachter komen dat hun kind last heeft van racisme en discriminatie? Tot slot betoogt lid Kabamba dat het belangrijk is om participatie al bij kinderen te laten beginnen om te voorkomen dat kinderen later cynische volwassenen worden. Lid WEHKAMP beschrijft haar ervaring toen zij de presentatie van het rapport bijwoonde.
Zij verwijst naar de passage in het rapport over de gezonde-schooladviseurs en zij vraagt de wethouder of zij in beeld heeft wat eventuele bezuinigingen hierop voor gevolgen kunnen hebben en wat de gemeente kan doen om dit op te vangen. Lid EMMERIK is positief over de aanpak van het probleem en hij vindt de adviezen van de Kinderraad belangrijk en waardevol. Hij brengt echter één groep onder de aandacht die ondervertegenwoordigd is, de respondentengroep 12 tot 15-jarigen, en hij is van mening dat de stem van deze kwetsbare groep meegenomen moet worden. Vervolgens benoemt lid Emmerik de ervaringen die hijzelf als kind heeft gehad en hij geeft aan dat dit tot op de dag van vandaag nog sporen heeft nagelaten.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Hij stelt dat wanneer er slechts naar één vorm van discriminatie wordt gekeken, er voorbij wordt gegaan aan de kinderen die op meerdere vlakken worden uitgesloten. Er zijn kinderen met een migratieachtergrond die ook queer zijn of ADHD of autisme hebben. Hij suggereert om bij het werven van jongerenwerkers te streven naar zowel etnische als interseksuele diversiteit. Hij vraagt aan de wethouder hoe de aanbevelingen uit dit rapport passen binnen het bredere diversiteits- en inclusiebeleid voor jeugd. Ook wil hij weten hoe de gemeente de extra middelen van het Rijk inzet en of er in de Voorjaarsnota hiervoor aanvullende inzet komt. Tot slot benadrukt lid Emmerik het belang van de betrokkenheid van de gehele omgeving. Hij vraagt zich af wat er kan worden gedaan om deze betrokkenheid te bewerkstelligen. Ook is het belangrijk om de kinderen te leren op te komen voor anderen. Lid YEMANE vindt het verdrietig dat wat zij zelf heeft meegemaakt als kind, nog steeds gebeurt bij de kinderen nu. Zij pleit voor normering. Vervolgens beschrijft zij de situatie in Zuidoost en betoogt wat haar voor ogen staat om de kinderen een betere jeugd te geven; meer inzicht in hun eigen geschiedenis, een meertalige educatie en boekjes waarin ze hun identiteit kunnen herkennen.
Zij heeft de volgende vragen aan de wethouder: - Kan de wethouder aangeven welke scholen gebruik maken van de leermethodes als Fawaka waarmee er wordt ingezet om leerdiversiteit en antidiscriminatie? - Kunnen er voorwaarden worden gekoppeld aan het gebruik van deze methodes, zoals financiering wanneer een school zich conformeert aan de normen en waarden die Amsterdam belangrijk vindt? - Sommige stadsdelen hebben een eigen Kinderraad of een eigen programma. Kunnen hier lessen uit getrokken worden om te delen met stadsdelen die dit nog niet hebben? - Hoeveel Amsterdamse scholen maken gebruik van het landelijke pestprotocol? - Wordt de Gezonde-Schoolaanpak van de GGD cultuursensitief ingezet? - Hoe kunnen de huidige acties en de toekomstige acties worden geborgd? Lid BOUHASSANI verwijst naar de demonstratie op de Dam tegen iedere vorm van discriminatie op zaterdag 22 maart jongstleden. Het rapport van de Kinderombudsman geeft meer inzicht in de ervaringen van racisme en discriminatie van kinderen. Zij beschrijft op welke manier kinderen hiermee te maken krijgen en welke gevolgen dit heeft op iemands leven. Helaas zijn er nog geen concrete oplossingen om dit probleem uit de wereld te krijgen en krijgt iedere nieuwe generatie hier weer mee te maken. Zij vindt het een positief teken dat kinderen zelf goede ideeën hebben om het probleem op te lossen.
Vervolgens brengt lid Bouhassani moslimdiscriminatie onder de aandacht. Zij komt met cijfers en uitkomsten van onderzoeken om aan te geven op welke schaal deze vorm van discriminatie voorkomt. Zij betoogt vervolgens dat alle vormen van discriminatie verwerpelijk zijn, maar dat het huidige kabinet volgens haar het doel heeft om discriminatie te laten toenemen en daarmee verdeling in de hand te werken. Zij stelt een aantal vragen. - Is de wethouder van mening dat het betreffende lesmateriaal op de scholen voldoende is? - Zijn docenten in het algemeen van mening dat zij voldoende instrumenten hebben om goede voorlichting te geven en dat zij op de juiste manier kunnen normeren in de klas en op de schoolpleinen? - Welke ondersteuning wordt er gegeven aan ouders die vermoeden hebben van discriminatie, maar niet gehoord worden, bijvoorbeeld door de schoolleiding? - Hoe gaat de wethouder invulling geven aan de behoefte van de kinderen aan een laagdrempelig en kindvriendelijk meldpunt?
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Lid HAKIKI geeft aan dat het onderliggende rapport bewijst hoe diepgeworteld discriminatie en racisme in Amsterdam is en dat dit landelijk een groot probleem is. Lid Hakiki is niet verbaasd over de inzichten die het rapport geeft, zij is al jaren bezig met het onder de aandacht brengen van het probleem. Zij uit felle kritiek op het feit dat Art. 12 voor de rechten van het kind op grote schaal wordt geschonden door scholen, sportclubs en werkgevers en zij is van mening dat dit niet genormaliseerd mag worden. Het doet haar deugd dat uit de reactie van het college blijkt dat er op verschillende manier op aangestuurd wordt dat discriminatie en achterstelling niet worden geaccepteerd binnen de gemeente Amsterdam. Voor het overige sluit zij zich aan bij de vragen die werden gesteld door lid Yemane. Lid PERDOK verwijst naar de inspraak van een jongen van 9 jaar enkele weken geleden, die beschreef op welke manier hij werd gediscrimineerd en welke gevolgen dit voor hem heeft. Helaas is hij niet het enige kind met deze ervaringen. Lid Perdok geeft aan dat zij begrip heeft voor de zekere mate van pessimisme die er heerst onder jongeren. Zijzelf is van mening dat een dialoog weinig zin meer heeft en dat het tijd is voor concrete acties.
Daarom heeft zij de volgende vragen voor het college: - Zijn er mogelijkheden om de leergang Inclusief Onderwijs Fawaka uit te breiden, om vooral kinderen en jongeren meer inzicht te verschaffen en handvatten aan te reiken om om te gaan met dit thema? - Is aanvullende financiering hiervoor bespreekbaar? - Kan het college ervoor zorgen dat een investering in inclusief onderwijs verplicht wordt voor alle scholen? - Is het mogelijk om een antidiscriminatie alliantie op te richten die zich vooral richt op jongeren? - Waarom is er in Amsterdam nog geen kindvriendelijk antidiscriminatiebureau? Is de wethouder bereid zich hiervoor in te zetten? - Wat vindt de wethouder van het voorstel om op scholen een toezichthouder Discriminatie aan te stellen? Dit voorstel werd gedaan door de Kinderraad. Dit zorgt voor herkenning en erkenning door kinderen en ouders. Lid BOUHASSANI geeft aan dat zij geen voorstander is van nóg een meldpunt en zij vraagt lid Perdok welke toegevoegde waarde zo’n extra meldpunt heeft. Zij doet de suggestie om het huidige meldpunt kindvriendelijker te maken. Lid PERDOK gaat hierover graag buiten de vergadering om met lid Bouhassani in gesprek. Zij meent namelijk dat een kindvriendelijk meldpunt pedagogisch verantwoord is. Zij vervolgt haar bijdrage. Zij motiveert haar suggestie over een toezichthouder en geeft aan dat dit kan bijdragen aan een cultuurverandering.
Tot slot benadrukt zij de verantwoordelijkheid van het college om ervoor te zorgen dat alle kinderen zich vrij en gelijkwaardig kunnen ontwikkelen, zonder dat maatschappelijke spanningen hun identiteit afpakken of gaan bepalen. Lid VAN DER KAMP stelt namens zijn fractie dat het belangrijk is dat er door Amsterdam opvolging wordt gegeven aan dit rapport met concrete en effectieve maatregelen. Zijn ervaringen als docent hebben hem geleerd hoe belangrijk het is dat kinderen zich veilig voelen, gezien worden en zich gelijkwaardig behandeld voelen op een plek als de school waar kinderen zich kunnen ontwikkelen zonder angst of vooroordelen. De VVD steunt het rapport van harte. Lid HAIJEN vraagt de wethouder of het bekend is dat scholen in hun pestprotocollen ook specifiek aandacht hebben voor discriminatie en racisme.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Wethouder MELIANI geeft in haar inleiding aan dat ook zij ervaring heeft met discriminatie en daardoor veel herkent uit het rapport. Zij benadrukt het belang van normeren; de omstander moet opkomen voor kinderen en alle andere mensen die gediscrimineerd worden. Vervolgens beantwoordt zij de vragen over het meldpunt en ze geeft aan dat er met betrekking tot een kindvriendelijk meldpunt nog veel werk te verzetten valt. In december 2024 heeft de wethouder de commissie erover geïnformeerd dat er meer geld gaat naar het meldpunt Discriminatie, zodat er meer maatschappelijke organisaties kunnen worden bereikt. Dit onderwerp zal op 27 maart aanstaande aan de orde komen in de commissievergadering FKD. De wethouder stelt vervolgens dat een extra meldpunt geen toegevoegde waarde heeft. Er ligt een plan om het huidige meldpunt te versterken. De wethouder hoopt dat lid Perdok de wethouder de ruimte zal geven om dit plan uit te werken. Zij is het eens met lid Perdok dat het veel zichtbaarder moet worden voor alle betrokkenen. Lid YEMANE wil ervoor waken dat ouders te zwaar worden belast en zij pleit voor een inrichting van het meldpunt die juist ouders ondersteunt. Wethouder MELIANI beschrijft hoe het er laatst toeging op een informatieavond van het meldpunt waar voornamelijk vrouwen werden geïnformeerd over en begeleid bij de werkwijze van melding en doorverwijzing.
In de toekomst zullen er regelmatig informatiebijeenkomsten worden georganiseerd vanuit het meldpunt. Wethouder MOORMAN benadrukt het belang van het onderwerp en zij geeft aan dat hier al regelmatig over is gesproken naar aanleiding van onderzoeken en dat dit in de toekomst zal blijven gebeuren. Zij verwijst vooral naar het onderzoek dat zich richt op wat leraren en ouders nodig hebben om hier zo goed mogelijk mee om te gaan. Hier stelde lid Kabamba vragen over. Dit onderzoek zal nog voor de zomer plaatsvinden en de uitkomst zal hopelijk veel vragen vanuit de commissie van een antwoord voorzien. De centrale vraag is of het huidige aanbod van leergangen voldoende aansluit bij de wensen en behoeftes van leraren, ouders en scholen. Hiermee zal tevens de desbetreffende motie opvolging krijgen. De wethouder is het volledig eens met de roep vanuit de commissie om te normeren. Ook voor de wethouder is het onacceptabel dat discriminatie en racisme nog steeds aanwezig zijn in de samenleving. Evenals wethouder Meliani aangaf, is wethouder Moorman van mening dat de oplossing te vinden is in de betrokkenheid en de empathie van de omstanders. Het is daarom van belang dat er geluisterd blijft worden naar mensen die discriminatie hebben ervaren en dit geldt zeker voor kinderen.
In antwoord op de bijdrage van lid Kabamba verwijst de wethouder naar de reactie van de voorzitter van het schoolbestuur van Zonova, die sprak over het ‘dekoloniseren van het onderwijs in Zuidoost’ en dit sprak de wethouder aan. Het college heeft onderzocht welke schoolbesturen gebruik maken van de Fawaka leergang en in de toezichtgesprekken met het openbaar onderwijs heeft de wethouder hier expliciet naar verwezen. Sommige schoolbesturen die de methode niet gebruiken zijn onbekend hiermee en andere gebruiken een andere leergang. Het college kan een schoolbestuur niet verplichten om Fawaka te gebruiken. Lid DE JONG vraagt zich af welke meetbare doelen een nieuw onderzoek dient. Wethouder MOORMAN geeft aan er voortdurend evaluaties plaatsvinden van het programma Amsterdammerschap, waarin duidelijk wordt aangegeven hoe er van de verschillende onderdelen gebruik wordt gemaakt. Ook worden er gesprekken gevoerd met de schoolbesturen en als dit van toepassing is wordt er gevraagd waarom ze er minder gebruik van maken en hier zijn vaak hele goede verklaringen voor. Bovendien is er een onderzoek gedaan onder de leraren die het programma hebben gevolgd om erachter te komen wat zij vinden van de Fawaka-leergang. De uitkomsten hiervan zijn eerder al
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
gedeeld met de commissie en het is gebleken dat de leergang positief wordt beoordeeld en wordt gezien als verrijkend en verhelderend. Lid DE JONG vraagt hoe het doel dat de wethouder zich heeft gesteld inderdaad wordt behaald, als het onderliggende rapport ertoe leidt dat er gesprekken zijn met de schoolleiding. Wethouder MOORMAN lijkt het niet mogelijk om iets wat in de toekomst plaatsvindt vooraf te evalueren. Er ligt echter een motie die door een meerderheid van de raad wordt ondersteund en die aangeeft dat er behoefte is aan een onderzoek dat moet uitwijzen wat ouders, leraren en scholen extra nodig hebben. De resultaten die dit onderzoek oplevert, worden vervolgens verwerkt in het beleid. Dit is de gebruikelijke manier waarop beleid wordt vormgegeven. Lid KABAMBA geeft aan dat zij nog geen antwoord kreeg op haar vraag over infographic. Zij legt haar vraag uit. Wethouder MOORMAN komt het voor dat het dan lijkt alsof een complexe werkelijkheid in een overzichtelijk geheel kan worden samengevat. Zij somt alle thema’s op die inmiddels de revue zijn gepasseerd en dat zijn er veel. Waar het om gaat is de realisatie van een cultuur waarin het voor elkaar wordt opgenomen en het lijkt de wethouder niet mogelijk om dit in een infographic te vatten.
Lid KABAMBA licht toe dat het haar erom gaat om de ouders de juiste weg te tonen als zij informatie willen of ondersteuning nodig hebben. De infographic kan de ouders vooraf in één oogopslag informeren waar ze moeten zijn, vergelijkbaar met de metrokaart van het GVB. Wethouder MOORMAN vindt dat deze vergelijking mank gaat, zo eenvoudig is het in dit geval niet. Zij veronderstelt dat bij de opvolging van de motie ook aandacht is voor wat ouders nodig hebben en wellicht dat informatie op de door lid Kabamba voorgestelde manier aangeboden kan worden. In antwoord op de vraag van lid Wehkamp benadrukt de wethouder de belangrijke plek die scholen innemen in dit geheel. De subsidie vanuit het Rijk loopt tot 2028 en de eigen subsidie vanuit de gemeente is in 2025 gewaarborgd. De wethouder moet echter erkennen dat de financiële situatie bij de scholen onder druk staat. De wethouder geeft in haar reactie op de bijdrage van lid Emmerik aan dat het terecht is dat hij ook andere redenen noemt om te discrimineren dan alleen migratieachtergrond. De pestprotocollen, waar ook lid Haijen naar vroeg, gaan over alle vormen van pesten en uitsluiting en die moeten worden tegengegaan. De wethouder vindt het dan ook niet terecht dat hier onderscheid in zou worden gemaakt.
Aangezien er met betrekking tot de Voorjaarsnota keuzes gemaakt moeten worden in een veel krapper kader, kan de wethouder niet garanderen dat er aanvullende inzet kan komen. Voor de verlenging van de Fawaka-leergang is al extra geld vrijgemaakt. De wethouder prijst de bijdrage van lid Yemane, juist doordat zij geëmotioneerd raakte. Voor de wethouder is dit een vorm van kracht die nodig is bij de behandeling van dit thema. De wethouder kan niet aangeven welke scholen een pestprotocol hanteren. Hoewel het een wettelijke eis is dat de school zorgt voor een veilig schoolklimaat, meestal middels een pestprotocol, heeft de gemeente niet de bevoegdheid om daarop te controleren. De Kinderombudsman voert met alle stadsdelen gesprekken over wat er in de stadsdelen gebeurt en dat de bevindingen tussen de stadsdelen onderling worden gedeeld, vindt de wethouder een goede zaak. De oproep van lid Yemane om de kinderen zich meertalig te laten ontwikkelen en de geschiedenis van hun eigen achtergrond met elkaar te delen, spreekt de wethouder aan. Zij moet hierbij denken aan het verhaal van Anansi de Spin, dat breed gedeeld wordt door de scholen.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
De wethouder erkent dat ook moslimdiscriminatie thuishoort in dit geheel en ook dit is onacceptabel. Uit het onderzoek moet blijken of het lesmateriaal hierop is aangepast. Ouders kunnen terecht bij OCO, dat specifiek is voor Amsterdam, maar waar zelfs in eerdere brieven van het Kabinet over wordt geschreven. Zo hoort ook de Kinderombudsman specifiek bij de stad. Lid YEMANE herhaalt haar vraag over de Gezonde-Schoolaanpak en of daar ook sprake is van cultuursensitiviteit en of er wordt samengewerkt met sleutelpersonen. Ook hoort zij graag of de wethouder inzicht heeft in welke scholen een pestprotocol hanteren en welke scholen een leergang als Fawaka gebruiken. Wethouder MOORMAN reageert (niet hoorbaar) Lid YEMANE vraagt of dit inzicht gedeeld kan worden met de commissie. Wethouder MOORMAN vindt het lastig om deze informatie te delen, aangezien het haar in de gesprekken met niet-deelnemende schoolbesturen duidelijk wordt wat de reden is om niet van de leergang Fawaka gebruikt te maken en die is vaak heel legitiem. Zij wil voorkomen dat er verkeerde conclusies worden getrokken uit de informatie hierover. De wethouder benadrukt dat er geen sprake is van weerstand bij de schoolbesturen. Lid YEMANE vindt de informatie wel interessant voor de commissieleden in het kader van normeren. Uit deze informatie kan worden herleid in welke mate er door leraren wordt weggekeken.
De inzet is immers dat alle scholen de normering gaan handhaven en de gemeente faciliteert dit. Om hierop te kunnen sturen is er volgens lid Yemane juist dit soort informatie nodig. Wethouder MOORMAN benadrukt dat hier geen taak ligt voor de gemeente, dit hoort thuis bij de Onderwijsinspectie en zij licht dit toe. De wethouder geeft aan dat het aanbod vanuit de gemeente om de cultuuromslag te realiseren ook een mogelijkheid biedt om met elkaar in gesprek te blijven. Het lijkt de wethouder niet zinvol om een controlerend kader rondom een vrijwillig aanbod te zetten. Met betrekking tot de cultuursensitiviteit benoemt de wethouder de familiescholen en geeft zij aan dat het de bedoeling is dat er in gezamenlijkheid gemeenschappen worden opgebouwd. Lid PERDOK verduidelijkt haar vraag over meer geld naar de leergang Fawaka. Fawaka zou dan kunnen worden ingezet bij trainingen aan jongeren. Wethouder MOORMAN zegt dat dit al wordt gedaan, Fawaka geeft trainingen aan leraren, maar ook trainingen op scholen voor het leren van de gedeelde geschiedenis. Lid PERDOK vraagt waarom het pleidooi van het Kinderrechtencomité voor een kindvriendelijk antidiscriminatie meldpunt niet is meegenomen in de overwegingen. Hierin staat toegelicht waarom het pedagogisch verantwoord is om kinderen een apart meldpunt te geven. Ook herhaalt zij haar vraag over de toezichthouder.
Wethouder MELIANI geeft aan dat op basis van ervaringen er vooral voor moet worden gezorgd dat het huidige meldpunt kindvriendelijker wordt. De opdracht aan het meldpunt Discriminatie Amsterdam is dat ze hierop gaan inzetten. Bij de commissie FKD op 27 maart aanstaande wordt hier verder over gesproken. Lid BOUHASSANI laat zich in een punt van orde kritisch uit over de inbreng van JA21 bij de bespreking van dit punt.
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken en dat het wordt geagendeerd in de raadsvergadering van 14 en 15 mei 2025. 6. Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘actuele cijfers lerarentekort 2024’ en de voortgangsrapportage Lerarenagenda 2024 (VN2025-002748) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt is geagendeerd op verzoek van het lid Wehkamp (D66). Lid WEHKAMP is blij met de positieve ontwikkeling, maar er is nog geen sprake van dat het lerarentekort is opgelost. Zij geeft aan dat onbevoegde docenten voor de klas plaatsen en klassen naar huis sturen geen goede methodes zijn als het gaat om de ontwikkeling van kinderen en de bevordering van kansengelijkheid. Zij verwijst naar de interventievoorstellen die haar partij heeft gedaan en die zijn veelal meegenomen in het plan. Lid Wehkamp mist echter nog het leraren traineeship en het hybride docentschap. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat 50 procent van de Amsterdamse scholen meedeed aan de meting, waarmee 64 procent van de leerlingen werd vertegenwoordigd. Dit biedt voor D66 een incompleet beeld van de lerarentekorten in het onderwijs. Zij vraagt de wethouder hoe dit verbeterd kan worden. Lid RUNDERKAMP is erover verheugd dat de gemeente Amsterdam samen met de schoolbesturen de groei van het lerarentekort heeft weten te stoppen en het lerarentekort is zelfs gedaald.
Het is nog niet zoals het moet zijn, maar deze kentering is een positieve ontwikkeling op weg naar voldoende bevoegde leraren in iedere klas. Lid VAN DER KAMP sluit zich volledig aan bij de woorden van lid Runderkamp, maar vindt daarbovenop dat gebouwen ook belangrijk zijn. Hij stelt dat goed onderwijs goede gebouwen behoeft met alle moderne voorzieningen. Lid RUNDERKAMP is het hier mee eens. Hij verwees in zijn inleiding naar een gesprek dat hij had met een politicus die meende dat onderwijs in de gemeentepolitiek slechts handelt om gebouwen. Wat lid Runderkamp betreft komt hier wel meer bij kijken, zoals hij heeft proberen aan te tonen in zijn betoog. Lid VAN DER KAMP benadrukt dat het voor zowel medewerkers als leerlingen belangrijk is dat zij kunnen werken en leren in een goed geoutilleerde werkomgeving. Het is de gemeente die hiervoor moet zorgen. Lid EMMERIK is ook blij met de resultaten die er zijn geboekt. Er zijn echter voor de Partij voor de Dieren ook bedreigingen voor de ingezette koers, te weten stagnatie van de groei van het aantal leerlingen in 2028 en leraren die met pensioen gaan. Hij vraagt het college of het mogelijk is om leraren die met pensioen gaan te verleiden om langer aan te blijven.
Zo ja, wordt hier al actief op ingezet en welke middelen zijn hiervoor beschikbaar? Ook wil hij weten hoeveel ambtenaren er gebruik hebben gemaakt van de ambtenarenterugkeerregeling die is voorgesteld door D66. Op welke manier kan deze regeling nog meer onder de aandacht worden gebracht? Misschien in samenwerking met de wethouder Economische Zaken, en zijn er bijvoorbeeld mensen werkzaam op de Zuidas die wat meer zingeving in hun werk behoeven. Lid YEMANE constateert dat de aanpak voor Zuidoost minder positief heeft uitgepakt. Wellicht is het noodzakelijk om de situatie in Zuidoost eens scherper onder de loep te nemen om te kijken hoe deze aanpak ook voor dit stadsdeel kan werken. Lid HAKIKI beschrijft in haar betoog de ontwikkeling met betrekking tot het lerarentekort in de toekomst. Het Kabinet heeft flinke bezuinigingen aangekondigd op
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
onderwijs. Ook valt waar te nemen dat de lerarenopleidingen inboeten aan populariteit en zij hoopt dat het college ervoor kan zorgen dat deze opleiding weer aantrekkelijker worden voor studenten. Vervolgens vraagt lid Hakiki aandacht voor de situatie in Zuidoost en Nieuw-West, waar de positieve ontwikkeling achterblijft, vooral op de middelbare scholen. De werkdruk in deze stadsdelen voor leraren is heel hoog. Lid Hakiki vindt het onacceptabel dat de kinderen in Zuidoost minder goed bedeeld zijn qua onderwijs dan kinderen in Amsterdam-Zuid. Er is een voorkeur bij leraren om daar te werken. Zij vraagt de wethouder te onderzoeken waarom leraren niet willen werken in Zuidoost of Nieuw-West. De leerachterstanden die inmiddels zijn ontstaan in Zuidoost en Nieuw-West hebben invloed op de bestaanszekerheid en het welzijn in de toekomst van de leerlingen, zo betoogt lid Hakiki. Lid Hakiki somt een aantal maatregelen op die de gemeente heeft genomen om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken. Maar dit heeft geen positieve gevolgen gehad voor de situatie in Zuidoost en Nieuw-West. De voorrang die leraren krijgen op de woningmarkt heeft geen effect in Zuidoost en Nieuw-West, aangezien de woningen daar niet populair zijn.
Zij vraagt de wethouder of er een geval genoemd kan worden waarbij een leraar met gebruikmaking van deze maatregel aan het werk is gegaan in een van deze stadsdelen. Ook ontvangt lid Hakiki graag een tussentijdse rapportage over sleutelberoepen. Wethouder MOORMAN aanvaardt de dankbetuigingen graag en zij benadrukt dat er sprake is van een gezamenlijke inspanning. Zij geeft aan dat Amsterdam het zelfs beter doet dan sommige andere grote steden en dit is te danken aan de grote gezamenlijke inzet. Hieruit valt op te maken dat Amsterdam op de goede weg is en alle partijen door moeten gaan met zich inzetten, want er is nog teveel ongelijkheid. De wethouder is het eens met wat lid Hakiki heeft betoogd. Het toont maar weer de noodzaak aan van ongelijk investeren voor gelijke kansen. De interventies die werden aangegeven door D66 komen kort terug in de evaluatie, maar daar zal de wethouder in een volgende bijeenkomst nader op ingaan. Vanuit het onderwijsveld is aangegeven dat de traineeship zoveel mogelijk moet aansluiten bij de programma’s die er al zijn. Er worden nu scenario’s ontwikkeld om te bekijken hoe dat zo goed mogelijk kan worden uitgevoerd binnen een krap financieel kader. Met betrekking tot de deelname van een aantal scholen aan het onderzoek geeft de wethouder aan dat Amsterdam hierbij boven het landelijk gemiddelde zit.