20250314 Memo Pilot Geschillencommissie
Tekst van het document
akd
MEMO
aan
Stichting ondersteuning Amsterdamse
VAN
gemeenteraadsfractie FVD T.a.v. mr. drs. A.H.J.W. van Schijndel
TELEFOON
postadres DATUM
ONS KENMERK
onderwerp
14 maart 2025
Gerrit van der Veen
Advocaat +31 88 253 5556 gvanderveen@akd.nl
Postbus 4302 3006 AH Rotterdam
website
www.akd.nl
1006743
Pilot geschillencommissie
1
INLEIDING
1.1
Met een raadsinformatiebrief van 15 oktober 2024 informeerde de wethouder woningbouw en
stedelijke ontwikkeling de leden van de gemeenteraad omtrent een voorgenomen pilot
geschillencommissie Erfpacht.
1.2
De brief bevat onder meer gedachten omtrent de samenstelling van de commissie en het beoordelingskader waarbinnen de commissie adviseert.
1.3
Ik ga op beiden punten in. Eendachtig het meervoudig gesignaleerde (derde) knelpunt ("de gemeente legt eenzijdig beleidsregels en rekenuitgangspunten vast”) dient een pilot in ieder geval
mede een oplossing te bieden voor die meermaals genoemde eenzijdigheid.
1.4
Ik constateer nog wat veel eenzijdigheid bij de samenstelling en bij het beoordelingskader. Naar mijn mening zou aan het meermaals genoemde derde knelpunt meer recht worden gedaan wanneer meer voorzieningen zouden worden getroffen ter beperking van die eenzijdigheid. Daarmee zou zowel de onafhankelijkheid van de commissie als het beoordelingskader bevorderd kunnen worden.
1.5
Ik ga thans concreet op de samenstelling en het beoordelingskader in. Samenstelling
1.6
Pagina 5 van de brief meldt dat de commissie bestaat uit tenminste één lid dat niet werkzaam is in dienst van de gemeente of in opdracht van de gemeente werkt, aangevuld met één of twee leden die werkzaam zijn bij of werkzaam zijn in opdracht van de gemeente. Eisen ten aanzien van de
onafhankelijkheid dienen ertoe om te bevorderen dat personen zoveel mogelijk met een
In Nederland wordt de praktijk uitgevoerd door AKD N.V., statutair gevestigd in Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister
onder nummer 24366820). Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de algemene
voorwaarden van AKD N.V. van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 22/2023 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van
het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op https://www.akd.eu/.
#61854657v1
pagina 1 van 3
akd onbevooroordeelde houding naar een geschil kijken. Artikel 7:5 van de Algemene wet bestuursrecht verlangt onder lid 1 sub b dat in ieder geval de meerderheid van een hoorcommissie, onder wie de
voorzitter, niet bij de voorbereiding van een besluit betrokken is geweest.
1.7
In het onderhavige geval is kennelijk de gedachte dat de leden ‘niet direct betrokken zijn geweest bij de voorbereiding of boetebrief waartegen de bedenkingen zijn ingediend’. De passage sluit niet
uit, dat één of meer leden wel betrokken zijn geweest bij diverse vergelijkbare andere situaties, of afkomstig zijn uit de betrokken vakafdeling. Het zou ter verdere bevordering van onafhankelijkheid de voorkeur verdienen, wanneer de meerderheid van de commissie zou bestaan uit leden die niet werkzaam zijn in dienst of in opdracht van de gemeente. Zo wordt de onafhankelijkheid zo veel
mogelijk bevorderd. Dat komt mij in ieder geval bij een proef als de onderhavige zeer wijs voor. Ik merk daarbij op, dat de proef van vrij korte duur is, zo dat het beslag op twee onafhankelijke leden
hopelijk beperkt is. Het beoordelingskader
1.8
Onder punt 4 geeft de raadsinformatiebrief aan dat de geschillencommissie niet de juistheid of rechtmatigheid van het beleid beoordeelt. De hoogte van de grondwaarde-BSQ wordt niet beoordeeld, aldus de brief.
1.9
Op pagina 9 schrijft de brief dat dat erfpacht- en grondprijsbeleid naar mening van het college op
een zorgvuldige en democratische wijze tot stand is gekomen en dat een aantal uitspraken van het
Hof Amsterdam voor het college bevestigen dat het beleid en het overstapaanbod redelijk, transparant, zorgvuldig en evenwichtig is.
1.10
In relatie tot het meermaals geconstateerde knelpunt dat de gemeente eenzijdig beleidsregels en
rekenuitgangspunten vastlegt, knelt de beperking. Bovendien vallen de twee genoemde redenen te bekritiseren. Het is zowel bij de bestuursrechter als bij de civiele rechter ‘vaste prik' dat niet alleen
concrete toepassingen van beleid- en of regelgeving getoetst kunnen worden, maar dat via een procedure over zo’n concrete toepassing ook bovenliggend beleid en bovenliggende regelgeving beoordeeld kunnen en ook moeten worden. Bij de bestuursrechter is de zogeheten 'exceptieve toetsing’ aan de orde van de dag. Bij de civiele rechter is dat niet anders. Bij de civiele rechter kan
dat ertoe leiden, dat wetgeving voor onrechtmatig wordt gehouden en dat het openbaar lichaam een bevel krijgt tot het bieden van rechtsherstel. Zie bijvoorbeeld HR 24 december 2021,
ECLI:NL:HR:2021:1963. Ook kan de civiele rechter regelgeving onverbindend verklaren of in een
concreet geval buiten toepassing laten.
De bestuursrechter heeft groso modo dezelfde
bevoegdheden. Deze bevoegdheden raken democratisch vastgestelde algemene regelingen. Dat een regeling democratisch tot stand is gekomen, is geen goed argument om haar buiten een toetsing te willen brengen. 1.11
Ook het tweede argument, dat er uitspraken van het Hof Amsterdam liggen, overtuigt niet. Het kan
immers zijn dat een regeling in een andere situatie dan in een reeds berechte situatie toch buiten
toepassing moet blijven, bijvoorbeeld vanwege de concrete omstandigheden van het geval. Het kan ook zijn, dat in de loop der tijd, al dan niet door nieuwe inzichten, het oordeel over een bepaalde
regeling wijzigt. Een goed voorbeeld bieden de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het alcoholslotprogramma. Dat programma is de laatste paar weken weer in de publiciteit gekomen. Aanvankelijk vond de bestuursrechter de oplegging van een
#61854657v1
pagina 2 van 3
akd alcoholslotprogramma
gelegitimeerd.
ECLI:NL:RVS:2012:BX6483.
Zie
bijvoorbeeld
ABRvS
30
augustus
2012,
Later oordeelde de Afdeling desondanks dat oplegging van
verplichtingen uit hoofde van het alcoholslotprogramma onevenredig kon zijn (ABRvS 4 maart 2025 ECLI:NL:RVS:2015:622). 1.12
Kort en goed: dat in gerechtelijke uitspraken in individuele gevallen oordelen zijn gegeven, lijkt geen
valide reden om bevoegdheden van een commissie te beperken. Daarvoor is te minder reden, omdat oordelen onder omstandigheden en nieuwe inzichten kunnen wijzigen. 1.13
Ik merk tenslotte nog op, dat de reikwijdte van de advisering van de tijdelijke geschillencommissie ook nog beperkt is, nu de commissie geen taak lijkt te krijgen bij canonherzieningen aan het einde van een tijdvak (pagina 4). Ook in het licht van de beperkte reikwijdte van de advisering van de
geschillencommissie, zou het een gemiste kans kunnen zijn, wanneer de commissie over de zaken waarovenzij wet mag oordelen met een beperkte onafhankelijkheid en een beperkte taakstelling zou
moeten werken. Met vriéndelijke groet,
Gerrit wan/der Veen
#61854657v1
pagina 3 van 3