20250212 definitief verslag RO
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Vergaderdatum Woensdag 12 februari 2025 van 13.30 tot 15.31 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 19 maart 2025 Voorzitter: mevrouw Van Pijpen Portefeuillehouders: wethouder Van der Horst Commissiegriffier: mevrouw Nieuwenhuis, de heer Dutilh (commissieondersteuner) Verslaglegging: mevrouw Röling (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Aboelkasem (DENK), Alberts (SP), Emmerik (PvdD), Von Gerhardt (VVD), Keesman (PvdA), Lochtenberg (CDA), Van Munster (GL), Staartjes (VVD), Taj (GL), Taşliyurt (D66), Veenhoff (GL) Afwezige commissieleden: Bilgin (FvD), Konings (Volt), Minderhoud (PvdA) Overige aanwezigen: Sandra Doevendans (lid dagelijks bestuur Nieuw-West)
1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom en stelt vast dat er sprake is van een quorum. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mede dat wethouder Van Dantzig zich voor deze vergadering heeft moeten afmelden. Wethouder Van der Horst zal hem vervangen. Vervolgens deelt de voorzitter mede dat de leden worden uitgenodigd bij het agendapunt Horecabeleid in de commissie Algemene Zaken op 27 februari 2025, gezien de verschuiving van delen van de APV naar het omgevingsplan. Hoe de regels straks vertaald worden naar het omgevingsplan, krijgen zij te zijner tijd apart ter vaststelling in deze commissie aangeboden. De leden zijn ook uitgenodigd bij de commissie MOW op 13 februari 2025 voor de bespreking van het punt over PFAS in het Amsterdamse Bos. Tot slot deelt de voorzitter mee, dat de leden Minderhoud van de PvdA, Konings van Volt en Bilgin van FvD zich hebben afgemeld. Wethouder VAN DER HORST deelt mede dat naar aanleiding van de in de raadsvergadering van 11 december aangenomen motie 635, van de leden Van Munster, Minderhout en Aslami, inzake meer inzicht in de groen en sportnorm, op 12 maart 2025 om 13.30 uur een technische sessie wordt gehouden over het instrumentarium en de inhoudelijke stand van zaken bovenplanse opgave in relatie tot gebiedsontwikkeling.
Bij agendapunt 5 deelt de wethouder mee dat de binnengekomen zienswijze van Rijkswaterstaat, op het bestemmingsplan Buiksloterham, partiële herziening, zoals aan de commissie is toegezonden, niet thuis hoort in de bestemmingsplanprocedure. In de bestemmingsplanprocedure dient te worden onderzocht of het plan uitvoerbaar is en daar wordt aan voldaan. De punten van Rijkswaterstaat zijn wel relevant voor de uitvoeringsfase en dit komt hierna. Het projectteam zal ook na vaststelling van het bestemmingsplan, de punten uit de zienswijze, samen met Rijkswaterstaat nader afstemmen.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
c. Vaststellen agenda Punten 3, 4 en 6 worden gehamerd en kunnen ook in de raad gehamerd worden. De punten 8, 9, 10, 11, 12, 15, 16 en 17 worden doorgeschoven naar de volgende vergadering van 19 maart 2025. Het lid VON GERHARDT vraagt zich af bij agendapunt 8 wat dit betekent voor de uitvoering van de Wildemanbuurt, want het zou zonde zijn als het langer stil bleef liggen, omdat ze dat uitvoeringskrediet niet kunnen vaststellen. En wat betreft agendapunt 9, geeft het lid aan dat de meerjarengrondexploitaties er aan zitten te komen en vraagt of het een idee is, dat ze deze even overslaan, omdat ze anders dubbel werk doen. De VOORZITTER geeft aan dat in de volgende vergadering de doorgeschoven punten worden besproken. Als het niet lukt om alle punten dan te bespreken, dan zullen ze op een ander dagdeel worden besproken. Dit is waarschijnlijk op 9 april 2025. Wethouder VAN DER HORST geeft bij agendapunt 8 aan, dat de uitvoering van de Wildemanbuurt gewoon doorgaat en niet wordt vertraagd. Het MEP komt in april en waarschijnlijk in mei in de commissie. Dat zit inderdaad dicht op elkaar, maar het is niet al volgende maand. Het lid VON GERHARDT gaat akkoord met het afvoeren van deze punten. De VOORZITTER stelt vast dat er dan de wens is om agendapunt 9 in de vergadering van april te bespreken. De agenda wordt vastgesteld. d.
Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie RO d.d. 15 januari 2025 Er zijn geen opmerkingen ontvangen en het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda’s en bestuurlijke langetermijnagenda’s (BLTA), per portefeuille Het lid VON GERHARDT verzoekt voor de volgende commissie de schriftelijke vragen over recreatiewoningen, die hij sinds eind 2023 heeft openstaan, te beantwoorden. De VOORZITTER stelt dat zij ervan uit gaan dat dit ook gaat gebeuren. Mocht dit niet zo zijn, stelt de voorzitter voor dat er vanuit de zijde van het college of de ambtenaren, het lid Von Gerhardt daarover wordt geïnformeerd. f. Tkn-lijst Op verzoek van het lid Veenhoff en het lid Keesman wordt tkn-stuk 1 geagendeerd. Op verzoek van het lid Van Munster wordt tkn-stuk 4 geagendeerd bij de behandeling van het punt over het Food Center.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Op verzoek van het lid Emmerik wordt tkn-stuk 2 geagendeerd. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen aparte stukken van de stadsdeelcommissies. 2, Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat er een schriftelijke bijdrage is toegevoegd. Er hebben zich twee insprekers aangemeld. Bij punt 10: Maisa VERWEIJ spreekt in namens de Coöperatieve Vereniging FCA. Als bestuurder wil zij haar zorgen delen over de voortgang van de herstructurering. De herstructurering is ernstig vertraagd. De gemeente en de ontwikkelaar hebben hun eigen weerstand gecreëerd doordat de nodige woningbouw niet van de grond komt. De ondernemers worden niet meegenomen in de uitwerking van de plannen, waarmee onwerkbare gebouwen en een onwerkbaar terrein worden gerealiseerd. Daarnaast houden de gemeente en de ontwikkelaar zich volgens inspreker niet aan de gemaakte afspraken, waardoor er gigantische meerkosten op de ondernemers afkomen. Als ondernemers tegen de bestemmingsplannen of die meerkosten in het verweer komen, worden ze weggezet als lastpakken. De ondernemers zijn bereid plaats te maken voor woningbouw, maar dit mag niet ten koste gaan van hun voortbestaan.
De coöperatie is vijf jaar geleden door ondernemers opgericht op verzoek van het Marktkwartier en zij heeft als taak om na de transitie de beheerstaken op zich te nemen wat betreft het terrein en de parkmanagementtaken. Hiermee wordt de ambitie van een toekomstgericht en duurzaam Food Center middels herstructurering bereikt. Helaas is duurzaamheid in de plannen van de gemeente en Marktkwartier ver te zoeken, want afspraken worden niet nagekomen. Zo zouden bij het dak, de ondernemers eerst enkel de zonnepanelen aan hoeven te schaffen en aan te sluiten op hun meterkast, maar nu dient de coöperatie drieënhalf miljoen euro te betalen als ze zelf wil exploiteren, anders zijn zij overgeleverd aan een exploitatie door Marktkwartier. Inspreker verwijst ook naar de andere voorbeelden die zij heeft meegestuurd. Vervolgens roept inspreker op om de hulpvraag van de ondernemers serieus te nemen. Zij kunnen zich geen verdere vertraging en ook geen verdere verloedering van het terrein veroorloven, maar zij mogen ook niet de partij zijn die de financiële tegenvallers en het ontwikkelrisico van deze planvorming moeten dragen. Desgevraagd zegt inspreker VERWEIJ dat de gemeente wel degelijk een partij is, omdat zij een erfpachtovereenkomst heeft met deze ondernemers en ook degene is die de erfpachtovereenkomst die er nu is, om moet zetten naar een nieuwe overeenkomst.
Daarnaast heeft de gemeente een grote verantwoordelijkheid, want ze praten hier niet alleen over een woningbouwontwikkeling, maar ook over een Food Center, wat essentieel is voor deze stad, enerzijds voor de voedsellevering en anderzijds voor de reststromen die gebundeld worden afgevoerd. Er is veel meer dan alleen een afspraak over wonen en her ontwikkelen. Wat betreft de gevolgen van het wachten, zegt inspreker VERWEIJ dat er in 2019 gestart zou worden met de bouw van het Food Center, nadat de destijdse vereniging had meegewerkt aan het ambitiedocument 2010, maar de eerste paal is nog steeds niet de grond in gegaan. De financiële consequenties daarvan is tweeërlei. Enerzijds gaat het best goed met de ondernemers zoals ze nu functioneren op dat terrein, maar het terrein begint te verloederen en wordt steeds slechter. Voor klanten is het niet meer zo’n fijne plek. Daarnaast zien zij ook dat er heel veel extra kosten in rekening worden gebracht.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Ondernemers hebben hier geen rekening mee gehouden zijn niet bij machte binnen hun onderneming ook nog een keer een groot aantal meerkosten mee te nemen. Verplaatsen is prima, maar wel een fair deal. Inspreker VERWEIJ geeft desgevraagd aan dat zij het Marktkwartier meerdere ingebrekestellingen hebben gestuurd, omdat de opzegging onrechtmatig is. Vervolgens benadrukt inspreker dat zij heel snel een efficiënt en goed Food Center willen hebben. Ook staan zij achter die 1700 woningen die er moeten komen. Door het opwerpen van vertraging komen die woningen er ook niet. Zij hebben één keer een gesprek gehad met de wethouder, waarin de wethouder ook heel klip en klaar heeft gezegd dat zij niks voor hen kunnen betekenen. Dat is het laatste contact wat zij met de wethouder hebben gehad. Zij weten dat in 2023 alle overleggen met de ondernemers zijn opgezegd. Destijds gaf de wethouder aan dat zij ambtenaren onheus bejegend zouden hebben, maar volgens inspreker waren hier geen voorbeelden van. Sinds die overleggen in 2023, komen zij niet inhoudelijk in gesprek met projectmanagers en projectleiders, die weigeren ook het gesprek. Helaas hebben zij geen gesprek meer binnen het projectteam. Desgevraagd geeft inspreker VERWEIJ aan dat zij vorige week een fijne bijeenkomst hebben gehad waarbij ondernemers, deskundigen en de wethouder hebben kunnen sparren over een aantal knelpunten logistiek.
Daar hebben ze een aantal knelpunten goed kunnen toelichten en zij hopen daar wat het logistieke betreft de wethouder wat stapjes verder te kunnen voeren. De gemeente heeft eigenlijk heel veel instrumenten volgens inspreker. Zo zijn er de afspraken die binnen het REOK en de afspraken die gemaakt zijn, waarbij inspreker wijst op de mogelijkheid van opzegging. Ook kan de gemeente het economisch belang van deze plek veel beter monitoren en in perspectief bekijken wat er met de ondernemers gebeurt. Volgens inspreker ligt daar een hele belangrijke taak en verantwoordelijkheid van de gemeente. Peter TJALMA spreekt in namens Tring Tring en wil namens hen meegeven hoe belangrijk het Food Center is voor Tring Tring en voor de stad. Tring Tring rijdt zes dagen per week in het centrum van Amsterdam met gespecialiseerde bakfietsen voor koel- en vriesvervoer. Vorig jaar verzorgden zij 180.000 stops alleen al in Amsterdam Centrum, CO2 en fijnstof vrij, stil, schoon en zonder verkeers- of parkeeroverlast. Dat waren allemaal tijd kritische kleine stops, voor gekoeld en vers voedsel en bederfelijke goederen. Dat gaat met superkorte doorlooptijden. Minstens zo belangrijk is de maaltijdservice voor onder andere oudere mensen die niet meer kunnen of willen koken, maar wel zo lang mogelijk zelfstandig moeten wonen, want er is nog geen plek voor hen in bejaarden- of verzorgingstehuizen.
Al dit werk in de horeca en aan particuliere adressen gaat veel schoner, sneller en veiliger, met veel minder verkeersoverlast per koelbakfiets dan een busje ooit zal doen, zeker in Amsterdam. Hun bakfietsen zijn stil, schoon, veroorzaken geen congestie en zijn flexibel. Ook kunnen ze direct parkeren voor het afleveradres, wat goed is voor de koude keten en daarmee voor de voedselveiligheid. Het succes zijn de korte afstanden met veel ritjes achter elkaar wat leidt tot perfecte aflevertijden en veel flexibiliteit. Geen andere locatie dan het Food Center maakt dit mogelijk, want daar zitten alle horeca grossiers, met hele korte afstanden, het zit dicht bij het centrum waar alle bezorgadressen zijn en er is een goede bereikbaarheid voor aanleveren via de Haarlemmerweg. Tring Tring moet op het Food Center blijven. Elke kilometer verder weg van het centrum is er één te veel, vijf kilometer is het einde van Tring Tring. Ter beeldvorming schetst inspreker dat er dan elke dag veertig busjes extra elke dag in de stad rijden. Op dit moment is er contractueel op het Food Center alleen ruimte voor bedrijven die er voor 2014 zaten en Tring Tring is van na die datum. Zelfs zij die er voor die tijd zaten, weten niet waar ze aan toe zijn. Korte afstanden, betrouwbaarheid, op tijd afleveren, flexibiliteit en service, zijn sleutelfactoren tot succes in Food en Foodlogistiek.
Tring Tring pleit voor een toekomstgericht Food Center op de plaats waar het nu zit met plek voor Tring Tring. Zij roepen de gemeente op regie te nemen en daarvoor gaan zorgen, want de tijd dringt. c. Rondvraag
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Het lid LOCHTENBERG stelt dat erfpachters het bonnetje van honderdduizend euro dat zij krijgen voorgeschoteld niet begrijpen. Al sinds 2018 werden daar al vijfendertig Woo-verzoeken over gedaan, welke restrictief werden beantwoord. In meer dan tien rechtszaken kreeg de gemeente hiervoor een tik op de vingers, tot aan de Raad van State aan toe. Dit leidt tot groot wantrouwen bij de burgers. Om dit vertrouwen te herstellen heeft het college in 2021 toegezegd om het hele erfpachtdossier openbaar te maken. Toch kwamen de documenten nog steeds niet door. De voorganger van het lid heeft in 2022 zelf een Woo-verzoek gedaan, waarna bleek dat de e-mailboxen van uit dienst getreden ambtenaren niet waren doorzocht. Bij die vijfendertig Woo-verzoeken daarvoor waren die ook niet doorzocht. Na vragen in december 2023 beloofde de burgemeester dit recht te zetten. Tot hun grote verbazing zijn twee mailboxen van twee sleutelspelers op dit moment nog steeds niet doorzocht. Dat betekent dat de vijfendertig Woo-verzoeken die on hold stonden, na meer dan vijf jaar nog niet zijn beantwoord. Het lid vraagt de wethouder wanneer een einde komt aan deze soap een einde en of zij kan toezeggen binnen vier weken de laatste mailboxen te openbaren. Ook bij technische vragen krijgt het CDA steeds geen antwoord.
Het lid vraagt of het CDA de informatie die zij technisch heeft gevraagd, ook binnen de nieuwe toegezegde deadline krijgen. Wethouder VAN DER HORST weet het antwoord op dit moment niet, maar kan wel toezeggen hier op terug te komen wanneer de vragen dan beantwoord worden. Dit geldt ook voor de mailboxen. De VOORZITTER vraagt of er voor het einde van de vergadering dan een termijn aan gegeven kan worden. Het lid LOCHTENBERG is blij met de toezegging en hecht belang aan een gedegen en snel antwoord gezien de toezicht functie die zij hebben. Het lid ALBERTS refereert aan de technische sessie over grondwaterstand aan de zuidkant van het Vondelpark die zij hebben gehad. Het lid verkeert in de veronderstelling dat zij dat onderzoek niet hebben gekregen, vraagt of dit klopt en zij dit in dat geval kunnen krijgen. Wethouder VAN DER HORST gaat dit na en komt hier binnenkort op terug. Aan het einde van der vergadering geeft wethouder VAN DER HORST met betrekking tot de vraag van het lid Lochtenberg aan, dat in Q2 de vragen beantwoord worden. Wat betreft de mailboxen is er al contact opgenomen. Het lid LOCHTENBERG dient vervolgens, met het beroep op de Woo, het verzoek in om alle documenten over de vernieuwing van het erfpachtstelsel uit de mailboxen van de uit dienst getreden ambtenaren te openbaren.
De wettelijke beantwoordingstermijn is vier weken en het lid ziet toe op beantwoording voor de volgende commissievergadering. De VOORZITTER neemt hiervan akte en geeft aan dat raadsinformatie en Woo twee verschillende dingen zijn. Als het een officieel verzoek is, is het wellicht nodig om dat nog even schriftelijk toe te voegen. d. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. BESPREEKPUNTEN Ruimtelijke Ordening
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
3 (GEHEIM) Benoemen van lid Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) (VN2024-017085) Dit agendapunt is gehamerd en kan ook in de raad gehamerd worden. 4 Verlenen van eervol ontslag van een lid van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (VN2024-017096) Dit agendapunt is gehamerd en kan ook in de raad gehamerd worden. 5 Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Buiksloterham 9e partiele herziening’ (VN2024-018135) De VOORZITTER geeft aan dat er twee schriftelijke bijdragen van Rijkswaterstaat zijn opgenomen. Ook heeft de wethouder bij de mededelingen een en ander gezegd wat relevant is voor dit agendapunt. Het lid VAN MUNSTER vindt het vrij uniek dat de minister een brief aan hen heeft gericht en was blij dat er ook een brief achteraan kwam dat de verhoudingen gewoon goed zijn. Ten aanzien van de inhoud bekruipt het lid wel enige zorg, daar het lid vermoedt dat de minister en Rijkswaterstaat dit niet zomaar doen. De wethouder zei net dat dit niet past in dit deel van het proces, maar uit een telefoongesprek wat het lid had met Rijkswaterstaat, kwam naar voren dat zij wel zien dat het daar moet. Het lid vraagt of de wethouder kan aangeven of de ambtenaren van beide kanten met elkaar om de tafel kunnen, om te kijken wat wijsheid is in deze.
Het lid KEESMAN zegt dat wat betreft de PvdA het mooi is, dat het college de wens van het dagelijks bestuur Noord inwilligt om kleinschalige park gerelateerde voorzieningen hier mogelijk te maken, inclusief kleinschalige mobiele horeca. In principe is het ook mooi dat de landaanwinning gebeurt met grond uit het project Buikslotermeer zelf, maar zij maken zich wel zorgen dat deze grond in het advies van het dagelijks bestuur wordt aangeduid als sterk verontreinigd. Rijkswaterstaat maakt in zijn inspraak bezwaar tegen deze voorziening, ten eerste omdat de sliblaag in het IJ eigenlijk zou moeten worden weg gebaggerd. Ook speculeert Rijkswaterstaat volgens het lid dat deze ontwikkeling bedoeld is om van verontreinigde grond af te komen om secundair een groene zone te creëren. Zij gaan ervan uit dat dit niet het geval is, maar toch. In de nota van beantwoording zienswijze stelt het college dat het aannemelijk is, dat het toepassen van grond conform het besluit activiteiten leefomgeving voor dit project mogelijk is. Zij vragen de wethouder of zij kan garanderen dat dit inderdaad het geval is en dit project op termijn niet gaat leiden tot water verontreiniging en dat er in de uitvoering een vruchtbare samenwerking met Rijkswaterstaat op gang komt c.q. blijft.
Zij begrijpen dat Rijkswaterstaat uiteindelijk ook de vergunning moet afgeven, dus zij nemen aan dat dit goed komt, maar enige verzekering van de wethouder hieromtrent zou welkom zijn Het lid ALBERTS heeft niets meer toe te voegen aan de eerder gestelde vragen. Het lid STAARTJES zegt dat de wethouder zegt dat het niet past in deze procedure, maar dat Rijkswaterstaat heel erg specifiek naar paragraaf 3.6.1 en paragraaf 3.6.2 wijst, waarvan zij zeggen, zoals het nu in het bestemmingsplan staat, is het onvoldoende. Dan lijkt het dit in deze procedure toch wel aangepast moet worden. Wethouder VAN DER HORST schetst eerst hoe Rijkswaterstaat betrokken is. Het voorontwerp van het bestemmingsplan is toegestuurd aan Rijkswaterstaat, daar heeft Rijkswaterstaat geen reactie op gegeven. Op het ontwerpbestemmingsplan heeft Rijkswaterstaat twee maanden na afloop van de zienswijze termijn, een zienswijze
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
ingediend. Dat hadden ze naast zich neer kunnen leggen, maar dat hebben ze als gemeente niet gedaan, daar zij vanuit zorgvuldigheid in overleg zijn getreden met Rijkswaterstaat. Dit heeft geleid tot aanpassing in de plantoelichting. In eerste instantie zou nog gebruik gemaakt worden van matig tot sterk verontreinigde grond, die ze wel zouden afdekken, maar dit is gewijzigd naar grond van betere kwaliteit. Dat is dus echt veranderd op basis van die gesprekken en dit heeft dus wel degelijk tot een aanpassing geleid. De andere aspecten, die nu nog openstaan vanuit Rijkswaterstaat, gaan echt over de uitvoering en niet over wat ze nu opnemen in het bestemmingsplan. De wethouder heeft haar wenkbrauwen enigszins gefronst toen er een zienswijze later is ingediend en hier is rondgestuurd, want dat duidt op een samenwerking die niet helemaal goed loopt. Zij zijn daarover in overleg getreden. Dat is ook op een hoger niveau ambtelijk opgeschaald om ook te komen tot afspraken over hoe beter te kunnen samenwerken hierop, zodat dit soort zaken ook dit nodig zijn. Vervolgens zijn er nu punten in de uitvoering, waarbij ze in gesprek moeten gaan met Rijkswaterstaat. Het is inderdaad zo dat ze gewoon moeten voldoen aan wet- en regelgeving, waarbij Rijkswaterstaat de vergunningen afgeeft.
Ze willen ook duurzaam zijn, ze willen de grond hergebruiken, maar ze willen ook heel graag de groennorm halen en dat park maken. Die twee dingen komen daar in samen. Ze willen ontzettend goed opletten dat ze de grond en het water niet vervuilen. Daar ligt nu een enorm vervuilde sliblaag die van hele slechte kwaliteit is. Door dit te doen, gaan ze dit juist afdekken op een goede wijze, zodat het van betere kwaliteit wordt. De wethouder denkt dat zij in gesprek met Rijkswaterstaat ook aan moeten geven dat ze dit heel secuur gaan doen. Volgens de wethouder zijn dat echt uitvoeringsprocessen voor de periode hierna. Wat betreft de vragen over 3.6.1 en 3.6.2, zegt de wethouder dat zij zeker geen sterk verontreinigde grond gaan toepassen. Er komt ook een onderzoek of die grond inderdaad goed is om daar te leggen. Zij gaan echt niet verontreinigd toevoegen, maar ze gaan het juist verbeteren. Tot slot benadrukt de wethouder dat het samenwerkingsproces verbeterd moet worden, zodat ze ook wat meer elkaar weten te verstaan hierin. De wethouder heeft er vertrouwen in dat zij in de uitvoering nader tot elkaar zouden moeten komen. Uiteindelijk moet Rijkswaterstaat hier ook een vergunning voor afgeven en zij zijn helemaal niet voornemens om verder te gaan vervuilen. Het lid STAARTJES vindt het ook opmerkelijk dat de minister hier een brief in stuurt.
Het lid licht toe dat zijn vraag betrekking had op dat hele specifieke punt. Als het lid het goed begrijpt, zegt de wethouder dat zij een aanpassing hebben gedaan, van niet alleen sterk verontreinigd, maar ook mild verontreinigd. Is daarmee dan die zorg die genoemd wordt in de brief dan voldoende weggenomen? Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat zij in de uitvoering nog nader tot elkaar moeten komen, maar dat is geen reden om niet in te stemmen met dit bestemmingsplan of te gaan vertragen. Dat ze nog wat te doen hebben in uitvoeren is duidelijk, maar het is ook duidelijk dat ze moeten voldoen aan wet- en regelgeving en er is geen enkele intentie om dat niet te doen. De wethouder vindt het ook zoeken, daarom is het ook opgeschaald en heeft Rijkswaterstaat er niet voor niets een brief achteraan gestuurd, zodat ze naar die samenwerking kijken. Het lid STAARTJES stelt dat de strekking van de brief die naar hen is gestuurd is, dat het bestemmingsplan niet deugd. Als dan de toezegging van de wethouder is dat ze al iets hebben aangepast, waardoor het wel gewoon houdbaar moet zijn, is het lid gerustgesteld. Op dit moment is deze geruststelling er nog niet. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het blijft staan dat het een uitvoeringskwestie is. De sliblaag wordt afgedekt door een wiepenmat. Dat is niet iets wat je in een bestemmingsplan hoeft te regelen.
Er zijn zorgen bij Rijkswaterstaat over die vervuilde slib en over die grond en dat moet je in de uitvoering met elkaar gaan regelen. Het feit dat ze zo laat hebben gereageerd en er daarna snel een brief achteraan hebben gestuurd, duidt ook op een enigszins haastig proces aan de andere kant. De wethouder denkt dat ze in goede afstemming nu over de uitvoering gedegen afspraken moeten maken.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Ze gaan gewoon zo’n mat aanleggen, daar hebben ze ook ervaring mee. Ze hebben dit vaker gedaan, dat kunnen ze gewoon goed zorgvuldig doen. Als ze iets tijdiger met elkaar in gesprek komen, hoeven ze ook niet zo last minute nog dingen te gaan doen. Wat de wethouder betreft is het in het bestemmingsplan niet nodig en bij de uitvoering moeten ze gewoon goed met elkaar om de tafel. Er is ook al actie opgezet om die samenwerking te verbeteren. Door die vervolgbrief, blijkt het volgens de wethouder ook dat aan de kant van Rijkswaterstaat daar ook een ander inzicht in is gekomen. Het lid EMMERIK vraagt of zo’n mat voor altijd daar blijft liggen of dat zo’n mat oplost in de bodem of later gesaneerd wordt. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat deze wiepenmat voor altijd blijft, zodat er ook echt geen link meer is tussen het slib en wat daar boven zit. Het enige is natuurlijk dat als er een cruiseschip echt helemaal radicaal in gaat, dan zullen ze misschien schade hebben en moeten ze iets doen, maar dat hebben ze altijd bij calamiteiten. De ervaring is dat zo’n mat goed werkt. Het lid VAN MUNSTER vraagt of dit nu het moment is om dit nu wel of niet te regelen en hoe gaan ze daar wel of niet grond leggen en hoe precies.
Het lid citeert uit de brief van Rijkswaterstaat, waarna het lid zich afvraagt, dat als Rijkswaterstaat zegt dat dit eigenlijk niet mag en zij dit nu niet regelen, zij straks niet nat gaan als ze bij de uitvoering zitten. Het lid vraagt of de wethouder hierop kan reflecteren. Wethouder VAN DER HORST zegt dat dit komt doordat zij eerst de grond doen, waarna ze dit een tijdje moeten laten liggen, want anders kunnen zij er geen park op aanleggen. De wethouder geeft ook dat er drie doelstellingen zijn en niet eentje. Die doelstelling is er overigens ook, vanuit een expliciete wens om hier een heel duurzaam gebied te ontwikkelen. Het is niet zo, omdat ze wat met die grond moesten. Ze willen dit duurzaam doen. Het bespaart ook enorm veel transportbewegingen en andere zaken en dat is een expliciete wens en ook een doelstelling van dit project. Wat er nu ligt, is vervuilder dan wat zij daar gaan leggen en het idee is dat het van betere kwaliteit gaat zijn en ze gaan geen hele vervuilende grond daar neerleggen. Wat de wethouder betreft hoeft er nu niets in het bestemmingsplan aangepast te worden, de uitvoering en samenwerking is een tweede. Het lid VAN MUNSTER zegt dat het punt is dat Rijkswaterstaat zegt, die straks moeten toetsen, dat het niet mag zoals ze dit op deze manier willen gaan doen.
Het lid vraagt aan de wethouder dat als het contact zo goed is en er al ambtelijk is opgeschaald, of er dan niet de mogelijkheid is om een brief aan de raad te doen toekomen, waarin ze aangeven dat ze met elkaar hebben gezeten, dat ze er uit zijn gekomen en op welke manier ze de stappen goed doorlopen, om te voorkomen dat als ze dit in de raad gaan behandelen, er weer een brief van Rijkswaterstaat ligt. Het lid geeft aan dit te willen vermijden. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het zo een beetje een heen en weer gesprek wordt. Het is technisch uitvoerbaar, vervolgens moet het voldoen aan wet- en regelgeving en daar toetst Rijkswaterstaat op. Volgens de wethouder moeten zij gewoon in gesprek met Rijkswaterstaat over hoe ze dat precies gaan uitvoeren, over hoe ze die vergunning gaan aanvragen en of dat voldoet. Als het lid haar nu vraagt dat nu al op te sturen, is dat echt een uitwerkingsvraag. Het lid VAN MUNSTER zegt dat het punt is dat Rijkswaterstaat zegt dat het wat hen betreft niet bij de uitvoering hoort, maar bij het bestemmingsplan. De wethouder zegt dat is niet zo. Het lid zou het fijn vinden als hij een brief krijgt van beide partijen, waaruit blijkt dat ze erover hebben gepraat en zo kunnen ze het goed doen. Want als ze op deze weg voortgaan, dan gaat Rijkswaterstaat waarschijnlijk weer een brief sturen en zeggen dat er schijnbaar niet geluisterd is.
Het lid wil dat voorkomen en straks niet met een motie hoeven wapperen.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Wethouder VAN DER HORST zegt ter nadere duiding, dat er verschillende redenen zijn om de grond daarvoor te gebruiken en noemt dat het bijzinnetje waar Rijkswaterstaat op aanhaakt in de plan toelichting staat, wat helemaal geen bindend deel is. Er is geen angst dat er geen rechtsgeldigheid is van het bestemmingsplan als er bezwaar wordt gemaakt. Er is daar door Rijkswaterstaat over het bestemmingsplan zelf die opmerking niet gemaakt en de wethouder denkt dat het goed is dat ze dit nu doorzetten, maar dat ze over de uitvoering verder in gesprek gaan met Rijkswaterstaat, omdat hun zorg over dat het alleen maar is voor vervuilde grond, helemaal niet terecht is. De wethouder denkt dat ze in verdere gesprekken in de uitvoering daar prima in uit kunnen komen. Het lid VAN MUNSTER vraagt of zij op een later moment geïnformeerd kunnen worden over de zorg die Rijkswaterstaat had en hoe die is weggenomen. Wethouder VAN DER HORST zegt toe in een later stadium een update te geven over de samenwerking en gesprekken met Rijkswaterstaat, ook om de raad wat conform te bieden in de uitvoeringsfase. De VOORZITTER stelt vast dat dit agendapunt hierbij voldoende is besproken en dat dit agendapunt in de raad kan worden gehamerd.
Grond en Ontwikkeling 6 Vaststellen van het bedrag aan gemaakte kosten samenhangend met het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog in 2024 (VN2024017993) Dit agendapunt is gehamerd en kan ook in de raad gehamerd worden. 7 Vaststellen van de herziene investeringsnota Dijkgraafplein fase 1 inclusief de bijbehorende grondexploitatie en stedenbouwkundig plan Grandolocatie Dijkgraafplein in stadsdeel Nieuw-West (VN2024-017074) De VOORZITTER heet Sandra Doevendans, lid van het dagelijks bestuur NieuwWest, van harte welkom. De voorzitter wijst er op dat er bij dit onderwerp een geheime bijlage zit die alleen in beslotenheid kan worden besproken en stelt vast dat niemand de geheime bijlage op dit moment wil bespreken. Het lid VEENHOFF vindt het een mooi plan waarin ze het coalitieprogramma ziet terugkomen. Zo wordt er plek en ruimte gemaakt voor groen, er komt een binnentuin, en een heleboel bomen. Er wordt ongelijk geïnvesteerd, want dit is de buurt die in Amsterdam het slechtst scoort op tevredenheid en op veiligheid onderaan hangt. Ook krijgen ze een buurtkamer en is er aandacht in het programma voor ouderen. Het lid meldt dat ze erg blij wordt van het plan en vraagt zich af of zij nog iets kunnen doen om de tweede fase te bespoedigen. Het lid KEESMAN geeft aan dat zij ook content zijn met dit voorstel.
Zij vinden het mooi dat er extra verdicht wordt door woningen voor buurtbewoners, met name ouderen, te bouwen met maatschappelijke voorzieningen. Het lid wijst er op dat het DB benadrukt dat een huisartsenpraktijk noodzakelijk is. Eind december hebben zij een motie aangenomen die het college oproept om lokaal gebonden huisartsen plek te bieden. Kunnen zij in dit geval deze motie toepassen? In het voorjaar van 2027 kan begonnen worden met de bouw. Hoe kunnen zij ondertussen de leefbaarheid verbeteren? Zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn om een tijdelijke buurtkamer te plaatsen? Het lid ALBERTS plaatst de kanttekening dat er voor 30 procent sociaal gebouwd wordt en dat is tegen de afspraken van de coalitie in. De vraag naar sociale huurwoningen
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
is gierend hoog en dan moet je er niet minder neerzetten dan de bedoeling is. Daar zijn ze helemaal niet blij mee. De vraag die daarbij hoort, is waar ze al die mensen laten die straks niet terug kunnen keren. Het percentage sociale huur is hoog daar, ze bouwen minder en waar laten ze die mensen dan? Die mensen moeten dus elke keer maar weer de koffer pakken naar een buurt verderop. Zij noemden dat vroeger stadsvernieuwingsnomaden en het gaat er nu wel een beetje op lijken. Al die buurten elke keer weer onder de maat bouwen, maakt dus dat je mensen overhoudt die aanspraak maken op een sociale huurwoning. Dat moeten ze niet willen en is heel onverstandig, ondanks dat alles wat er nu allemaal gepland wordt ook prachtig is. De vraag over een huisartsenpost is volkomen terecht, maar het gaat om het hoog over. Het lid verwijst naar het woord probleemverdunning, die in het VerweyJonker rapport voorkwam die zij die morgen hebben besproken. Het lid vindt dit een heel naar woord wat gebruikt werd, voor te veel mensen met een zwakke achtergrond, oftewel kansarm. Die mensen zijn geen probleem, maar die hebben een probleem. Vandaar dat het lid dat zij blij zijn dat Dijkgraafplein wordt aangepakt, maar dat dit de derde keer is dat het lid struikelt over een tekort.
Het lid TAŞLIYURT stelt dat deze herziene investeringsnota voor het Dijkgraafplein voorziet in het toevoegen van een aangrenzend terrein dat nu in gebruik is als woningen. Deze scoop wijziging is noodzakelijk om een structurele verbetering van leefbaarheid voor de bewoners te realiseren. Osdorp is in ontwikkeling. Het wordt een van de nieuwe stadskernen van Amsterdam. In het centrum van Osdorp wordt het ene gebouw na het andere gebouw ontwikkeld. Het is goed dat de andere plekken van Osdorp ook de aandacht krijgen. Het investeringsbeleid Dijkgraafplein fase 1 biedt ruimte voor 170 woningen, waarvoor veertig procent voor de midden huur, goed voor de doorstroom, de leefbaarheid en voor de dynamiek in de buurt. Het lid is ook blij om te zien dat er ruimte komt voor een buurtkamer en een aanvullende maatschappelijke voorziening. Het is belangrijk dat het Dijkgraafplein de aandacht blijft krijgen. Het lid vraagt de wethouder hoe het staat met de voortgang van fase 2 van deze investeringsnota. Het lid VON GERHARDT geeft het college complimenten, omdat het ontzettend verstandig is dat ze hier meer woningen gaan bouwen en dat ze dat doen volgens dertig, veertig, dertig.
Dat is niet alleen goed voor de gemeentelijke financiën, maar ook als je kijkt naar die wijk, waar al heel veel sociale huur is en heel weinig koopwoningen en vrije sector woningen, is het heel goed dat ze die juist toe gaan voegen. Juist om een gemengde wijk te krijgen en doorstroming te realiseren. Ze gaan zich ook focussen op ouderen die kunnen doorstromen. Het lid roept op om vaker af te wijken in dit soort gebieden, zodat er een goede balans komt, want dat zouden ze als stad goed kunnen gebruiken. Het lid zegt dat ze niet te veel naar het lid Alberts moeten luisteren en vaker af moeten wijken. Het lid ALBERTS zegt dat zij wel naar haar moeten luisteren en herhaalt de vraag waar ze de mensen gaan laten waarvoor ze geen plek voor hebben gevonden. Het lid Von Gerhardt vergeet dat de vraag naar sociaal gierend hoog is. Wil het lid Von Gerhardt deze mensen dan de stad uit? Want dat is het gevolg als ze doorgaat met elke keer zo’n investeringsprogramma op deze wijze te doen. Het lid VON GERHARDT noemt de blik van het lid Alberts eenzijdig, daar die blik alleen gefocust is op sociaal. Op de gemiddelde midden huur woning in Amsterdam worden op dit moment duizend tot vijftienhonderd reacties gegeven. Ouderen zijn op zoek zijn naar een woning waarna zij gewoon door kunnen stromen om wat kleiner te gaan wonen, dus dat is ook heel goed voor de doorstroming.
Er zijn overal te weinig woningen en het is juist goed om te kijken naar wat ze nodig hebben. Ze zien dat ze in de stad ook midden huurwoningen en vrije sector woningen nodig hebben, juist om die doorstroming te doen. Het lid raadt het lid Alberts aan om een iets bredere blik te doen op welke woningen ze nodig hebben, want het lid denkt dat dit uiteindelijk de stad ten goede komt. Het lid ALBERTS hoort iemand de pot de ketel verwijten, namelijk een smalle blik hebben.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Het lid VON GERHARDT neemt hiervan akte. Het lid EMMERIK is het eens met het lid Alberts wat betreft de dertig procent. Zij hadden een aantal technische vragen die nog niet zijn beantwoord. Namelijk openbaar groen wordt vervangen door een binnentuin. Is deze openbaar toegankelijk of alleen voor bewoners? Ook vraagt het lid hoe het staat met de groennorm voor het Dijkgraafplein. Sandra DOEVENDANS is heel erg blij dat ze hier zitten met deze nota, want het heeft wel heel veel jaren geduurd en het is al best wel heel lang een groene, lege vlakte. Wat betreft het versnellen in de tweede fase, zitten in de tweede fase gewoon woningen en winkels, dat is van partijen. Als gemeente kunnen zij niet zomaar zeggen, dat ze dat zomaar afpakken. Daar zitten ook juridische punten aan vast. Op dit moment is er niet helemaal een taak voor de commissie weggelegd. Dat moet goed worden uitgezocht welke stappen ze daarvoor kunnen nemen. Omdat ze niet willen vertragen en ook gewoon door moeten met bouwen, hebben ze eigenlijk een knip in het proces gemaakt. Met de motie voor huisartsen gaan zij aan de slag, want hier zit ook ruimte voor medische voorzieningen, waarin ze ook gaan kijken of daarin een huisarts kan landen en wellicht andere zaken waar ouderen behoefte aan hebben.
Ze willen natuurlijk dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen, maar daarbij ook de dingen op afstand bij hun huis hebben. Het is eigenlijk een soort woon zorg cirkel zonder dat het woon zorg cirkel is. Wat betreft de vraag van de D66 over fase 2, zouden zij ook heel graag willen dat zij daar sneller mee aan de slag gaan, maar dat moeten ze als overheid heel zorgvuldig doen, dus die stappen zijn ze aan het zetten. Die zorgen over de dertig procent, op dit moment zijn er een aantal woningen, dat zijn gewoon tijdelijke woningen. Dus ze hebben hier niet de angst dat mensen niet meer terug kunnen keren, omdat het gewoon een kavel is. Wat ze wel altijd doen, zeker als ze afwijken van die veertig, veertig, twintig, is dat ze kijken dan iets groter dan alleen op projectniveau. Want als ze alleen op projectniveau gaan kijken, dan krijg je hele gekke getallen. Juist op wijkniveau willen ze zien wat nodig is. Het is ook heel fijn dat Ymere druk bezig is, want die gaat de woningen ook ontwikkelen. Daarin zijn zij ook de gesprekken aan het voeren over stadsdeelvoorrang, want er zijn geen regels uit de kaderafspraken rondom midden huur, maar daar staat Ymere heel erg voor open. Zij maken ook gebruik van het doorstroomteam.
Het doorstroomteam gaat het gesprek aan met senioren, wat maakt dat zij willen verhuizen en te kijken hoe zij de mensen uit de buurt een passende woning kunnen geven. Wat betreft het groen in de binnentuin, klopt het dat het een gesloten binnentuin wordt, maar zij proberen het groen, zowel de inpassing van het terrein zelf, ook van het gebouw en de openbare ruimte, zo veel mogelijk te verbeteren, zodat het meer leefbaar gaat worden. Betreffende de vraag over de mobiele buurtkamer in de tussentijd, kunnen ze deze vraag meenemen. De kavel is eigenlijk voor de buurt, zo hebben ze daar onder andere moestuinen voor bewoners, maar het is een goede suggestie om er behoefte is aan een buurtkamer. In de buurt zit ook een Huis van de Wijk en nog een aantal voorzieningen voor jongeren. Wethouder VAN DER HORST vindt het een prachtig project waar ze trots op mogen zijn. De wethouder is er ook op bezoek geweest vanuit haar eigen portefeuille en is door enorm betrokken bewoners rondgeleid. Deze buurt heeft dit hartstikke hard nodig en het kan heel mooi zijn om deze woningen toe te voegen. Over de dertig procent sociaal, zegt de wethouder dat het heel goed is om te beseffen, dat dit geen positieve grex kent, maar een negatieve grex. Ze zijn heel blij dat ze dit project wel van de grond hebben kunnen krijgen en dat ze er geld op toeleggen.
Dus dat het ook niet altijd eenvoudig is om dit soort projecten echt rond te krijgen, maar dat ze desondanks wel deze investering doen, omdat ze zien dat deze buurt dat gewoon nodig heeft en verdient. In de Wildemanbuurt wordt meer sociaal gebouwd en dat zien ze natuurlijk ook vaker in projecten voorkomen, dus ze moeten vooral kijken naar de balans. De wethouder denkt dat het hier heel mooi afgewogen is en een hele mooi impuls voor de buurt.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Het lid EMMERIK vraagt of het mogelijk is dat er gekeken wordt naar een andere invulling van de gesloten binnentuin gezien de afname van het publiek toegankelijk groen. Ook wijst het lid op zijn vraag over de groennorm van het Dijkgraafplein. Sandra DOEVENDANS zegt dat het ook met beheermogelijkheden te maken heeft dat de binnentuin besloten is, want als het een open terrein is, is het voor Ymere niet te doen om dit te beheren. Als het er eenmaal is, gaan ze wel nog met elkaar in gesprek om te kijken of er nog wat mogelijk is, want ze willen uiteindelijk ook dat de buurt fijn kan wonen. Voor het beheer moet Ymere ook kosten en capaciteit maken en zij hebben liever dat ze de woningen net iets groter maken en ze dan op een andere wijze kijken hoe ze ook gezamenlijke activiteiten kan doen. Wethouder VAN DER HORST zegt wat betreft de groennorm, dat er zoveel mogelijk wordt vergroend en dat er ook in die binnentuinen wordt geprobeerd groen aan te leggen. Of de groennorm ook wordt gehaald, weet de wethouder op dit moment niet. De wethouder komt hier zo spoedig mogelijk, voor de raad, op terug. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voor nu voldoende is besproken en in de raad kort kan worden besproken.
8 Vaststellen van het Vernieuwingsplan Wildemanbuurt (stadsdeel Nieuw-West) en de grondexploitatie en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet (VN2025-000878) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de vergadering van 19 maart 2025. 9 Bespreken van de Actualisatie Meerjarenperspectief Grondexploitaties (AMPG) 2024 (VN2025-000811) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de vergadering van 19 maart 2025. 10 Bespreken van de beantwoording raadsadres Vereniging Herstructurering Foodcenter Amsterdam d.d. 8 en 18 oktober 2024 en het raadsadres van de Vereniging Herstructurering Foodcenter Amsterdam d.d. 3 december 2024 (VN2025-000813) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de vergadering van 19 maart 2025. 11 Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de beleidsadviescommissie erfpacht (VN2025-000809) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de vergadering van 19 maart 2025. 12 Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de pilot geschillencommissie erfpacht (VN2025-000810) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de vergadering van 19 maart 2025. 13 Bespreken van de raadsinformatiebrief en jaarverslag en beleidsevaluatie VTH Bouw & Gebruik 2023 (VN2025-000807) Dit agendapunt wordt gevoegd behandeld met agendapunt 14.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Het lid VEENHOFF geeft aan dat zij afgelopen week een interessante sessie hebben gehad. Het lid wil het hebben over gereed meldingen, in het kader van de bouwdynamiek en hun initiatiefvoorstel ‘De buurt telt mee’. Uit de getallen maakt het lid op dat er maar over een klein gedeelte van de vergunningen startmeldingen zijn gedaan. Zo zijn er over de 4362 vergunningen verleend, iets meer dan duizend start meldingen. Als ze het dan over gereed meldingen hebben, dan zijn er maar 785 gereed meldingen. Het lid vraagt zich af of zij dit gewoon prima vinden of dat ze hier iets aan kunnen doen, ondanks dat zij afhankelijk zijn van de medewerking van de mensen met een vergunning. Het lid vindt het erg jammer dat de gemeente pas in een latere fase, ofwel door omwonenden, ofwel door iets te constateren op straat, pas gaan controleren. Dat is juist niet hoe ze het willen doen in Amsterdam en vraagt of het lid vraagt of de wethouder daar wat over kan zeggen. Ten tweede brengt het lid het fenomeen conceptaanvraag naar voren. Dat werkt ook heel goed, dat is vooral heel fijn voor de initiatiefnemer die een bouwplan heeft, maar ook voor de gemeente, want dan kan zo’n vergunning sneller worden afgehandeld, als er iets aangevraagd wordt, wat bij voorbaat al niet kansrijk is. Het lid mist in de rapportages dan de derde partij, namelijk de buurt of de omwonenden.
Dit is ook in het licht van hun voorstel, ook al is dit problematiek die heel moeilijk op te lossen is. Wat zij heel vaak zien is, dat als een concept aanvraag wordt gedaan, dat dit niet is bij de initiatieven van mensen die binnen het omgevingsplan passen, want dan weten ze al wat regels zijn en dan lukt het wel. Het is sowieso iets wat al een groter bouwplan is, wat dus een BOPA is. In die gevallen moet het natuurlijk voldoen aan beleid, maar daar is over het algemeen ook wat afwegingsruimte. Wat ze dus krijgen, is dat in het conceptoverleg, de gemeente en de initiatiefnemer met elkaar checken wat acceptabel is en al hier en daar misschien wat wordt uitgezet voor een advies hier en daar. Op een gegeven moment denkt de initiatiefnemer dat het waarschijnlijk lukt met de gemeente, maar op dat moment komt de participatie in beeld. De eerste vraag die bewoners dan stellen, is wat dan mag van de gemeente. En daarop komt meestal niet een heel duidelijk antwoord. Bij de participatie is de gemeente niet altijd bij, want de initiatiefnemer moet de participatie regelen. Maar als die vraag komt, stelt de gemeente terughoudend op. De gemeente zegt dat ze daarom dan de participatie doen en dat zij straks de totaal afweging doen. Maar de bewoners denken dan, dat er niet zomaar met deze tekening wordt gekomen.
Eigenlijk wappert die initiatiefnemer dan met die tekening, van dat dit ongeveer wel mag. Het lid noemt dit een dilemma, wat heel moeilijk op te lossen is en waarbij de omgevingswet ook niet echt bij helpt. Want de indieningsvereisten, komen pas op het moment dat de echte vergunning wordt ingediend. Ze zouden toch eigenlijk willen dat in het proces van die concept aanvraag, dat dan iets van participatie plaatsvindt. Zijn er nog manieren te verzinnen waarop ze dit beter naar voren kunnen halen? Het lid weet dat er wel naar gevraagd wordt, met de handreiking die ze nu hebben, maar het lid heeft de indruk dat ze daarmee er nog niet zijn. Kunnen ze dat nog verder nog naar voren halen? En als ze dan toch participeren ten tijde van de echte vergunning aanvraag, kunnen ze dan als gemeente transparanter zijn van wat ze gezegd hebben in de concept fase. Het lid KEESMAN steekt een lofrede af over het bouwbord, wat naar zijn ervaring werkt. Uit eigen ervaring heeft het lid gemonitord dat buurtbewoners daar ook daadwerkelijk op kijken en zien wanneer de werkzaamheden aangevangen zijn en afgerond zullen zijn. Dat schept enige klaarheid. Het is belangrijk om de mensen erop te wijzen dat het ook daadwerklelijk op te hangen. Het lid denkt dat veel rust in de buurt kan geven.
Van een heleboel van de zaken die samenhangen met onrust van bouwactiviteiten, denkt het lid dat die komen, omdat mensen simpelweg niet weten wat er aan de hand is. Dit is een manier om dat klip en klaar te maken. Ten aanzien van deze raadsinformatiebrief, staat ten aanzien van de woonvergunning dat er in 2023 een duidelijke stijging is te zien in de aanvragen om splitsingsvergunningen en vergunningen voor woningvorming. Hiermee is een groot aantal woningen aan de woningvoorraad toegevoegd. Is er in dit verband nog meer potentieel? En is het college voornemens dit ook actief te bevorderen?
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Het lid STAARTJES stelt dat deze raad zeer betrokken is bij VTH en verwijst naar een verordening uit 2018, Kwaliteit VTH, waarin kwaliteitscriteria zijn vastgesteld. In deze verordening staat ook de verplichting dat het college van B&W jaarlijks aan de gemeenteraad een mededeling doet over de naleving van de kwaliteitscriteria. Een logisch moment zou natuurlijk zijn jaarverslag Bouw & gebruik, maar in het jaarverslag staan juist die elementen er niet in. Ook in de verordening die de raad toen heeft vastgesteld, staan drie doelen. Het gaat om de dienstverlening, de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten in het kader van VTH en om de financiën. Ook die drie onderwerpen ziet het lid onvoldoende terug in het verslag zoals zij dat toegestuurd hebben gekregen. Met name de dienstverlening vindt het lid belangrijk, omdat veel mensen maar één keer in hun leven echt een grote aanvraag doen bij de gemeente, dan is het ook belangrijk dat daar op een publieksvriendelijke manier mee omgaan gewordt. Zijn mailbox zit vol met bewoners die vinden dat het in hun geval niet goed is gegaan. Het is moeilijk om daar duiding aan te geven, omdat ze daar geen zicht op hebben.
Kan de wethouder toelichten hoe de wethouder hier tegen aankijkt en kan het aspect dienstverlening, een belangrijke, zelfs prominente rol krijgen, in toekomstige verslagen die naar deze raad gestuurd worden, naast de naleving van de kwaliteitscriteria. Verder geeft het lid aan dat zij veel klachten krijgen over gebreken bij nieuwbouw. Daar komt bij hen veel binnen, dat daar nog wat aan schort. Sinds kort is daar natuurlijk de knip ingekomen, maar dit jaarverslag ziet daar nog op toe. Hoe kijkt de wethouder daarnaar en hoe staat het met de klachten die daar over binnen komen? Daarnaast hebben ze een motie uit 2023, die zag toe op de tijdelijke bouweenheid Er zou toegezegd worden dat er een aparte categorie zou komen in de prioriteringsstelling, zodat er meer aandacht zou komen die tijdelijke eenheden, zodat ze gecontroleerd zouden worden op brandveiligheid. Deze motie staat nog open. Kan de wethouder toelichting geven hoe het er nu voor staat? Wat betreft de verdeling van de bevoegdheden over de stadsdelen. Zij vinden het VTH een belangrijk onderwerp. Zij vinden de kwaliteit er belangrijk van en krijgen via bewoners heel veel binnen. Ze merken ook dat er op dit moment, als het gaat over individuele casussen, er echt onduidelijkheid is voor inwoners, over bij welk loket je moet zijn. Waar vindt het debat plaats en waar niet.
Het lid vindt het belangrijk om nog in deze periode daar een aanzet in te gaan maken om daarin duidelijkheid te krijgen. Dit is voor het college misschien een minder groot probleem, omdat het college nu eenmaal de bevoegdheden onderling wel verdeeld heeft met het lokaal bestuur. Voor hen als raad is dit wel een ding. Het lid is voornemens dit ook te agenderen bij commissie SED, dan kunnen ze dat op die manier gaan aanvliegen. Het lid TAŞLIYURT geeft aan dat de VVD betere rapportages en betere dienstverlening wil en VTH superbelangrijk vindt, maar tegelijkertijd de VVD het vaak over een kleinere overheid heeft, door te bezuinigen op de ambtenaren, vaak meer dan twintig procent. Ook in de tegenbegroting zien ze dit vaak terug. Op welke afdeling van VTH zou de VVD dan bezuinigen? Welke afdelingen vinden zij minder belangrijk? Het lid STAARTJES geeft aan dat zij in hun verkiezingsprogramma extra investeren in VTH. Het lid TAŞLIYURT stelt dat dit dan betekent dat de VVD op andere afdelingen binnen de gemeente dan meer dan dertig procent zou willen bezuinigen. Het lid STAARTJES bevestigt dit. Het lid TAŞLIYURT stelt dan voor dat de VVD dan specifieker wordt in de tegenbegroting en ook in de verkiezingsprogramma’s om daadwerkelijk de vinger op de zere plek te kunnen leggen. Het lid STAARTJES stelt dat zij helder zijn in hun tegenbegroting.
Zij leggen een taakstelling op, wat hen betreft is het aan het bestuur om daar invulling aan te geven.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
Het lid ALBERTS vertelt over iemand die een pand koopt, een vergunning aanvraagt om het pand op te knappen en ook die vergunning krijgt. Vervolgens gaat die persoon aan de slag en gaat die persoon tegen alle bouwregels in, een kelder graven, een uitbouw dan verder is toegestaan in de tuin bouwen. Die doet dus van alles wat in de vergunning niet vergund is. De buurt neemt dat waar en vraagt om een handhavingsverzoek. Het lid vindt dit terecht, zodat het kan worden stilgelegd. Het lid heeft ooit aan wethouder Van Dantzig gevraagd, of is voorgekomen, dat als iemand tegen de vergunning inbouwt, het moet worden afgebouwd, hetgeen door de wethouder bevestigd werd. In deze casus werd een nieuwe vergunning aanvraag ingediend zonder in overleg te gaan met de buurt waar alle afwijkingen van het bestemmingsplan zijn opgenomen in de buurt. Het is buitengewoon ongebruikelijk om iets aan een casus op te hangen. Komen ze dit soort dingen nu in zijn algemeenheid tegen? Of was dit de enige uitzondering die ze kunnen bedenken? Het lid vermoedt van niet. Wat doet dan toezicht en handhaving in deze rol? Want het meedenken met de verbouwing, tegen de buurt, tegen het bestemmingsplan en alles wat er is afgesproken, dat was wel een onaangename verrassing om mee te moeten maken.
Wat betreft het enthousiasme, met name van het lid Keesman, over het splitsen van woningen, vraagt het lid of zij hebben meegekregen hoe dit prijs opdrijvend heeft gewerkt. Het lid TAŞLIYURT zegt dat het VTH super belangrijk is en dat zij belangrijk werk doen voor de stad. Het lid vindt het ook mooi om te zien dat de stadsdelen en de cijfers daarvan gesplitst zijn en dat Weesp is toegevoegd en geeft een shout-out naar de ambtenaren. Wethouder VAN DER HORST benoemt dat het haar een groot plezier heeft gedaan dat zij over het bouwbord zijn begonnen, daar zij in West aan de wieg hebben gestaan van het bouwbord. Ook verwijst de wethouder met betrekking tot de participatie in bouwprojecten van derden, naar een handreiking, die zij in West als voorloper op wat er nu ligt, hebben opgesteld. De wethouder stelt dat het heel ingewikkeld is dit te organiseren, als ze niet zelf verantwoordelijk zijn voor de participatie en een derde partij iets wil en daar participatie op organiseert. Dat gaat nooit perfect worden, maar de vraag is dan hoe ze het zo goed mogelijk doen. Ze hebben de afgelopen jaren daar al veel stappen in gezet. De wethouder begrijpt de vraag ten aanzien van de concept aanvragen, want dat is eigenlijk best een goed systeem, maar hoe doen ze dat dan met participatie.
Het is een beetje een worsteling, waarbij ze inderdaad, altijd stimuleren om te participeren, te infomeren en te zeggen dat het belangrijk is, maar bij een concept aanvraag kunnen ze dat ook niet afdwingen. Het enige wat de wethouder niet helemaal herkent, is dat het antwoord van de gemeente op zo’n concept aanvraag in principe wel openbaar kan zijn. Dat kan ook worden opgevraagd. Dat is iets om meer in te verdiepen, om te kijken of iedereen daar van op de hoogte is en of dat voldoende wordt gecommuniceerd, omdat je dan de eerste reactie op zo’n voorstel wel hebt. Het lid VEENHOFF bedankt de wethouder voor de reactie. Het lid vraagt of het een idee om bij de concept aanvraag alvast een handreiking mee te geven en te vragen of ze alvast kunnen starten met hun participatie. Het lid weet dat het niet af te dwingen is, maar ze kunnen het wel vragen. Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat ze dit daar niet kunnen afdwingen, maar ze worden wel gevraagd te reageren op een concept aanvraag, zo hebben ze het georganiseerd. Zij kunnen hierbij niet nog iets extra’s inbouwen. Over de gereed meldingen en de start bouwmeldingen, begrijpt de wethouder de wens. Zij zien de cijfers ook en vinden dit vervelend. De wethouder geeft aan dat zij wel na bellen bij de vergunningen. Ook bij toezicht en handhaving achteraf, gaan ze over de gereed meldingen in gesprek.
Het is wel lastig om dat helemaal af te dwingen. De vraag is ook of dit de hoofdfocus van de capaciteit van toezicht en handhaving moet zijn. Dat is ook een keuze wat ze daarin wel of niet doen. De wethouder denkt niet dat dit top prioriteit is, maar
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief Raadscommissieverslag, 12 februari 2025
RO
het is wel iets waar ze actie op doen. Dat is heel vervelend, want het vergt gewoon weer extra inzet van de kant van de gemeente, terwijl het de verantwoordelijkheid is van degene die aan het bouwen is. Het hele moeilijk aan het proces hieraan is, ook als iemand buiten de vergunning bouwt, je niet kan zonder de toets te doen of het had gemogen. Dat mag je niet, niet doen. Dat is heel moeilijk communiceerbaar. Het is wel zo dat als ze zeggen, dit mag niet en is niet vergunbaar, dan is het wel degelijk dat soms gevraagd wordt terug te bouwen. Die tussenstap wringt enorm naar bewoners toe, maar dat zijn wel juridische kaders waar ze aan vast zitten. Wat betreft de vragen van de VDD, zegt de wethouder dat zij niet al deze vragen kan beantwoorden en niet op deze vragen was voorbereid. De wethouder snapt het goed, want het is een zinnig punt dat ze op de kwaliteitscriteria willen sturen. Dat doen ze wel in een aparte rapportage. Dat het ook bij democratisering moet worden gedaan, dat staat het lid Staartjes vrij. De klachten bij nieuwbouw nemen zij in de brief mee. De wethouder stelt voor dat zij in een brief ook op de andere vragen ingaat. Het lid STAARTJES zegt dat ze dat ook hadden verwacht dat daar een aparte brief over zou komen. Het lid vraagt welke rapportage over de kwaliteitscriteria gaat.
Wethouder VAN DER HORST zegt dat het gaat over de VTH kwaliteitscriteria die in de jaarlijkse rapportage naar de raad gaat. De VOORZITTER stelt vast dat dit agendapunt voor nu voldoende is besproken. 14 Bespreken van de raadsinformatiebrief verhouding VTH bevoegdheden centraal en lokaal bestuur en rol gemeenteraad (VN2025-000808) Dit agendapunt is gevoegd behandeld bij agendapunt 13. 15 Bespreken ontwikkeling Weespersluis (VN2025-000805) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de vergadering van 19 maart 2025. 16 Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezegging om de raad te informeren over de stand van zaken betreffende de Hoofdgroenstructuur (VN2025000806) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de vergadering van 19 maart 2025. 17 Bespreken van het Grondwaardebeleid 2025, het aflopen van de tijdelijke crisismaatregel herijking grondprijsafspraken en verlengen van de Transformatie-Impuls, de Lijst Buurtstraatquotes 2025 en de aangepaste Lijst Buurtstraatquotes 2024 (VN2025000812) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de vergadering van 19 maart 2025. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 15:31 uur.
16