2025-09-10 Definitief verslag Commissie OZA
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 10 september 2025
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 10 september 2025, starttijd 9.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 1 oktober 2025
Voorzitter: R. Alberts Plv. Voorzitter: -Portefeuillehouders: wethouders Moorman (gedeeltelijke vervanging door wethouder Groot Wassink) en Scholtes Portefeuillehouders afw.: -Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuners: Saelman Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden, ochtend en avond gecombineerd: Belkasmi (PvdA), Heinhuis (PvdA), Runderkamp (PvdA), Van Pijpen (GL), Nadif (GL), Van der Veen (GL), Nijhof (GL), Wehkamp (D66), Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Emmerik (PvdD), Hendriks (Volt), Vesseur (Volt), Haijen (SP), Aboelkasem (DENK), Badal (CDA), Kabamba (Lijst Kabamba), Van Haarlem (Forum voor Democratie), Noordman (Forum voor Democratie) Afwezige commissieleden (mk): Yemane (GL) Overige aanwezigen:
1. ALGEMEEN GEDEELTE 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.15 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat het lid Koyuncu (DENK) wordt vervangen door het lid Aboelkasim en dat er een afmelding ontvangen is van het lid Yemane (GroenLinks). Verder zal de vergadering in verband met de lengte een avonddeel bevatten en dat deel begint om 19.30 uur. Het avonddeel wordt begonnen met een besloten deel en alle commissieleden wordt op het hart gedrukt om op tijd te komen, omdat men bij te late aankomst de zaal niet meer mag betreden. Desgevraagd meldt de voorzitter dat het niet gaat om een specifiek agendapunt, maar om besloten mededelingen. Ook deelt de voorzitter mede dat het presidium heeft besloten een intekenlijst te gaan gebruiken voor bijeenkomsten als technische sessies en werkbezoeken, om een beter overzicht te krijgen van de interesse en daadwerkelijke aanwezigheid. Bij bekendmaking van een bijeenkomst op een commissievergadering kan de intekenlijst worden getekend. Bij intekening wordt een commissielid daadwerkelijk geacht te komen, dan wel een vertegenwoordiger te sturen. Het is een pilot die loopt tot het einde van het jaar.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Wethouder SCHOLTES feliciteert allereerst de raadsleden die het betreft met het behalen van het Nederlands kampioenschap zaalvoetbal. De wethouder deelt mede dat naar aanleiding van vragen van diverse raadsleden en insprekers is besloten dat de voorgenomen bezuinigingen op de inzet van de jeugdgezondheidszorg in het mbo-jeugdteam in 2026 niet doorgevoerd worden. Verder komt de wethouder terug op een vraag van het lid Runderkamp over het vervoer van leerlingen van Drostenburg die tijdens het vervoer ook zorg nodig hebben. De afgelopen maanden is er veel contact geweest tussen het beleidsteam leerlingenvervoer en het schoolbestuur. Er zijn leerlingen die doorlopend zorg nodig hebben, dit valt niet onder de Wmo. Wel kan de gemeente op grond van de verordening voor het leerlingenvervoer in bepaalde gevallen voorzien in een vergoeding, soms ook met aangepast vervoer. Er ligt ook een opdracht vanuit de gemeente voor aangepast leerlingenvervoer, maar die ligt bij vervoerder Munckhof en er zijn geen afspraken met het Amsterdams Vervoer Collectief. De gemeente realiseert zicht dat het in de praktijk niet altijd makkelijk is voor ouders om zorg en vervoer te organiseren. In dit geval is afgesproken dat het doorbraakteam samen met Orion per casus gaat bekijken of er een oplossing nodig is en hoe die eruit moet komen te zien.
Tot slot komt de wethouder terug op een vraag van het lid Van Pijpen of er inzichtelijk kan worden gemaakt wat Thrive oplevert. Er zijn lopende evaluaties, maar er wordt ook gewerkt aan een zogenoemde lerende aanpak, die recht doet aan de complexiteit van de mentale gezondheidszorg en de bijzondere rol die Thrive daarin vervult, namelijk die van aanjager en verbinder. Enerzijds wordt gekeken naar output: hoeveel Amsterdammers en organisaties worden door Thrive bediend? Anderzijds wordt er gekeken naar outcome: wat is de bredere impact van het programma en hierbij wordt ook actief aan deelnemers gevraagd hoe ze het programma hebben ervaren? Verder wordt er ook samengewerkt met het Center for Urban Mental Health van de universiteit, die onderzoek doet naar het effect van workshops die worden aangeboden aan besturen van 25 studentenverenigingen in het kader van mentale gezondheid. Tot slot volgen ook cijfers over mentale gezondheidsindicatoren als stress, veerkracht, et cetera. 1c. Vaststellen agenda Het lid WEHKAMP nodigt de commissie uit voor de vergadering van FKD op 17 september omdat daar het voorstel over gender mainstreaming, de man-vrouwtoets wordt behandeld. De VOORZITTER deelt mee dat het lid Nijhoff heeft voorgesteld om agendapunt 9 door te schuiven. De commissie gaat hiermee akkoord.
Verder is er een voorstel van het lid Deterink om agendapunt 15 en de afdoening van moties 599 en 596 door te schuiven naar de volgende vergadering en ook hiermee gaat de commissie akkoord. Ondanks dat er ook een avonddeel is belegd, blijft er een volle agenda over. De spreektijden zijn bepaald op vijf en een half uur. Mocht blijken dat dat misberekend is dan is uitbreiding bespreekbaar, maar de voorzitter geeft de leden mee rekening te houden met deze afspraak en niet lukraak te beginnen met praten omdat de spreektijd uitgebreid kan worden. Er zijn geen verdere punten aangedragen en de agenda wordt vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 2 juli 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille De VOORZITTER deelt mede dat wethouders Moorman en Scholtes beiden de vergadering eerder moeten verlaten. Wethouder Moorman is afwezig in verband met het eerste staatsbezoek van de kroonprinses, dat zal worden afgelegd aan Amsterdam. In de vergadering wordt de wethouder vervangen door wethouder Groot Wassink. Er zijn hierover geen opmerkingen. 1f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering: Op verzoek van het lid Nijhoff wordt geagendeerd TKN-stuk 1, Raadsbrief eindoordelen Inspectie van het Onderwijs Op verzoek van het lid Nijhoff wordt geagendeerd TKN-stuk 2, Kennisnemen van het Jaarverslag Toezicht en Handhaving Kinderopvang Gemeente Amsterdam 2024 Op verzoek van het lid Van Pijpen wordt geagendeerd TKN-stuk 3, Beantwoording raadsadres ‘Ernstige nalatigheid en misstanden binnen het Klachtenteam Sociaal Domein/afdeling Wmo Woonruimteaanpassingen’ Op verzoek van het lid Van Pijpen wordt geagendeerd TKN-stuk 5, Kennisnemen van de bestuursrapportage Uitvoeringsagenda Ouderenhuisvesting Op verzoek van het lid Van Pijpen wordt geagendeerd TKN-stuk 7, Behandeling moties 597 ‘Betrek de sociale omgeving bij preventie middelengebruik’ en 598 ‘Lobby ook voor aanpassing gokbeleid’ Op verzoek van het lid Yemane wordt geagendeerd TKN-stuk 9, Kennisnemen van de
raadsinformatiebrief over de Subsidieregeling Steungroepen Toeslagenschandaal Op verzoek van het lid Van der Kamp wordt geagendeerd TKN-stuk 11, Jaarstukken OKT TKN-stuk10, Voortzetten van de Sportvergoeding Jeugd waaronder het arrangement diplomazwemmen voor de periode 2024-2027, wordt besproken in de commissie SED van 1 oktober aanstaande. 1g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL 2a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich vier insprekers gemeld en zij krijgen allen drie minuten spreektijd. Inspreker 1, Karola LOZANO BAUTISTA-VOOIJS, spreekt op persoonlijke titel in inzake agendapunt 5, Aanpak Wachtenden. Inspreker schetst de situatie van haar vierjarige zoon die gedrag vertoont binnen het autistisch spectrum. Tevens heeft hij een ontwikkelingsachterstand door een zeldzame genmutatie die wereldwijd bij slechts achttien personen bekend is. Vanaf oktober 2024 tot april 2025 is de zoon van inspreker naar ‘t Kabouterhuis geweest voor onderzoek. ’t Kabouterhuis adviseerde een orthopedagogisch dagcentrum met individuele begeleiding voor langdurige behandeling. ’t
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Kabouterhuis heeft geen ondersteuning geboden bij het vinden van een passende plek en verwees naar OKT. Dat betekent dat er sinds april van dit jaar geen passende opvang meer is. Inspreker en haar echtgenoot hebben verschillende ODC’s benaderd en stellen vast dat er bij de gecontracteerde zorg overal wachtlijsten zijn en dat hun kind zelfs niet meer op een wachtlijst wordt geplaatst. Dit is ook bevestigd door een medewerkster van OKT, die inspreker en haar echtgenoot tevens informeerde over een plan van de gemeente om zorgonderwijsgroepen te starten. Er is in Amsterdam-Noord tot op heden slechts een zorgonderwijsgroep gestart. Er is veel vraag naar. Vervolgens heeft inspreker geïnformeerd bij een voorschool. Daar kon haar zoon alleen terecht als er individuele begeleiding wordt geboden en die bleek er niet te zijn. Vervolgens kwam inspreker terecht bij Stichting De Ark, een voorziening voor kinderen met autisme, die middels een pgb wordt gefinancierd. Uiteindelijk was er bij De Ark ook geen plek meer. Daarna is inspreker terechtgekomen bij Groei en Glunder in Amstelveen, waar haar zoon vanaf september twee dagen per week terecht kan. Het betreft zorg in natura en daarvoor heeft OKT een beschikking afgegeven. Gezien het advies van ’t Kabouterhuis is twee dagen per week onvoldoende en ook kan hun zoon er slechts een jaar blijven.
Na dit jaar start dus opnieuw een zoektocht naar een vervolgvoorziening. Kinderen met een ontwikkelingsachterstand en autisme hebben vooral behoefte aan continuïteit en intensieve behandeling. Dit wordt geboden door het Robertshuis, dat middels een pgb wordt gefinancierd. Zowel de OKT-medewerkster als pgb-specialisten hebben inspreker verteld dat voor deze voorziening de kans op het verkrijgen van een pgb vrijwel nihil is. Inspreker wordt er moedeloos van en heeft het gevoel verdwaald te raken in een volstrekt onbekende wereld en verdoet veel tijd en energie aan uitzoeken, regelen en het deelnemen aan overleggen die uiteindelijk weinig concrete ondersteuning opleveren. Zij doet een dringende oproep aan de gemeente om het mogelijk te maken dat kinderen als haar zoon de zorg krijgen die ze nodig hebben. Het lid WEHKAMP refereert aan een eerder gesprek met inspreker, waarin er sprake was van een lijst van alle wachtende kinderen omdat deze kinderen anders niet worden gezien. Het lid vraagt of inspreker dit kan toelichten. Inspreker deelt mee dat haar zoon niet meer op een wachtlijst staat omdat hij nu naar Groei en Glunder gaat, terwijl er eigenlijk een betere plek voor hem is. Het lid VAN DER VEEN vraagt of inspreker hulp heeft gekregen of nog heeft, om met haar mee te denken over oplossingen. Inspreker antwoordt dat dat niet het geval is en dat ze alles zelf moest uitzoeken.
Het lid HAIJEN vraagt of er aan inspreker ook een reden is gegeven bij de mededeling dat de kans voor een pgb voor het Robertshuis nihil was. Inspreker antwoordt dat de opgegeven reden was dat er zorgonderwijsgroepen zouden worden opgestart. Er is echter geen perspectief gegeven op een termijn waarop deze groepen gaan starten. Inspreker 2, Miriam SEEGERS, spreekt op persoonlijke titel in inzake agendapunt 5, Aanpak Wachtenden. Zij is de oma van de zoon van de voorgaande inspreker en zet uiteen dat kinderen als haar kleinzoon een op het individu afgestemde, gespecialiseerde behandeling nodig hebben. Sinds Maria Montessori weet men dat bepaalde ontwikkelingsstappen nodig zijn in bepaalde leeftijdsfasen van een kind. Wanneer die stappen niet worden gezet, wordt het later veel moeilijker zo’n vaardigheid aan te leren. Dit geldt voor ieder kind, maar nog meer voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Voor deze kwetsbare groep zijn wachtlijsten funest. Het gevaar bestaat dat kwetsbare kinderen nog meer achterstand oplopen in hun ontwikkeling en later gedragsproblemen kunnen gaan vertonen. Dat is verdrietig voor de kinderen zelf en hun directe omgeving en gaat de samenleving uiteindelijk meer geld kosten. De huidige situatie is dat er een wachtlijstenstop is voor orthopedagogische dienstencentra en dat er nog onvoldoende
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
zorgonderwijsgroepen gerealiseerd zijn, waardoor deze kinderen onnodig thuis zitten. Er is ook geen mogelijkheid om gebruik te maken van niet-gecontracteerde zorg omdat een pgb daarvoor niet meer door de gemeente wordt verstrekt. Inspreker vindt dat een wachtlijst geen natuurverschijnsel is, maar het gevolg van keuzes die door de politiek worden gemaakt. De intentie om zorgonderwijsgroepen in iedere buurt te starten is goed, maar de resultaten zijn onvoldoende. Inspreker roept de commissie op om een pgb weer toe te staan en met spoed een oplossing te realiseren voor deze groep kwetsbare kinderen. Er is behoefte aan voorzieningen waar kinderen langdurig kunnen worden opgevangen en waar ze de specifieke hulp krijgen die ze nodig hebben. Hoe men met deze kwetsbare groep kinderen omgaat zegt iets over onze beschaving, aldus inspreker. Het lid WEHKAMP vraagt of het bij inspreker bekend is dat er ergens wordt bijgehouden welke kinderen op een wachtlijst terechtkomen en of inspreker weet hoe het staat met de ontwikkeling van zorgonderwijsgroepen elders in de stad. Inspreker deelt mede dat er een jeugdarts is geweest die wachtlijsten is gaan bijhouden. Op de ontwikkeling van zorgonderwijsgroepen heeft inspreker geen zicht. Wat haar wel bekend is, is dat er in Noord slechts een zorgonderwijsgroep gestart is en dat daar al tachtig kinderen op de wachtlijst staan.
Inspreker 3, Maya BIANCHI, spreekt op persoonlijke titel in inzake agendapunt 5, Aanpak Wachtenden en vertelt over haar veertienjarige dochter. Zij draagt diepe trauma's met zich mee door haar vader, is jarenlang gepest en heeft zichzelf meerdere keren beschadigd. Ze is in aanraking gekomen met harddrugs en zegt regelmatig dat het leven voor haar niet meer hoeft. Op dit moment is de situatie zo ernstig dat ze niet meer alleen kan zijn. Ze wordt op school en thuis voortdurend in de gaten gehouden, mag het schoolplein niet verlaten en wordt elke dag door inspreker opgehaald. De zorg die nu wordt aangeboden sluit niet aan op haar complexe problemen. De trajecten zijn niet passend en de wachtlijsten zijn eindeloos. Inspreker maakt zich er ernstig zorgen over dat mensen haar dochter misbruiken en haar met drugs proberen te lokken en ziet haar dochter ondanks alle inspanningen verder wegzakken. De enige plek waar het meisje vertrouwen in heeft en waar inspreker, de school, de huisarts en de familie volledig achter staan, is Yes We Can Clinics. Dit is een gespecialiseerde instelling voor jongeren zoals de dochter van inspreker, jongeren met psychische problemen, verslavingen en trauma's. Daar wordt gewerkt in een veilige, groene omgeving waar jongeren zich echt gezien voelen. Ouders en jongeren die daar behandeld zijn vertellen dat het hun leven heeft veranderd.
Het vertrouwen van insprekers dochter in deze plek is cruciaal. Zonder vertrouwen kan geen enkele behandeling slagen. Deze instelling is voor inspreker dan ook geen luxe of voorkeur, maar een laatste redmiddel. Toch kan de dochter van inspreker daar niet heen, omdat de gemeente Amsterdam voor minderjarigen geen contract heeft met Yes We Can. Het voelt voor inspreker oneerlijk dat de leeftijd van haar dochter en haar woonplaats in de weg staan aan de zorg die haar leven kan redden. Als ze achttien was geweest of in een andere gemeente had gewoond, was ze al binnen enkele weken geholpen. Nu moet er worden gewacht terwijl er geen tijd is. Inspreker voelt zich als moeder uitgeput en vraagt aan de gemeente om een uitzondering te maken voor haar dochter. Het lid VAN DER VEEN complimenteert inspreker met de moed haar verhaal vandaag, op World Suïcide Prevention Day, te doen. Hij zal zich ervoor inzetten dat de gemeente met inspreker in gesprek gaat en vraagt of haar dochter weet dat ze vandaag bij de commissie komt spreken. Inspreker antwoord dat haar dochter op de hoogte is en haar veel succes heeft gewenst. Inspreker 4, Aldien POLL, spreekt op persoonlijke titel in inzake agendapunt 16, Discussienota – Wie bepaalt de inrichting van eerstelijnszorg voor Amsterdammers?.
Er zijn veel veranderingen in de eerstelijns zorg en dit brengt mogelijk risico's mee voor het gemeentelijke programma Amsterdam Vitaal & Gezond. Dit programma richt zich onder meer op het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Er worden op dit moment in
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
opdracht van de landelijke overheid regionale eerstelijnsorganisaties ingericht voor ondersteuning van zorgprofessionals binnen de Zorgverzekeringswet, zoals huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten. Deze organisaties, of verbanden zoals ze worden genoemd, worden belangrijk voor de toekomstige zorg in Amsterdam en dus voor de gezondheid van Amsterdammers. Dit is op zichzelf een goed plan, maar er zijn ook belangrijke aandachtspunten die nu niet opgepakt worden. Ten eerste richt de aansturing zich te veel op het optimaliseren van het aanbod opdat de zorg betaalbaar blijft en te weinig op verbetering van gezondheid van alle Amsterdammers. En ten tweede is er geen plaats aan tafel voor de gemeente in deze regionale organisaties. Dat is wel belangrijk om de doelen uit het programma Amsterdam Vitaal & Gezond te bereiken. Met dit plan wil de gemeente dat alle Amsterdammers, ongeacht waar ze wonen of wat ze verdienen, gelijke kansen hebben op een gezonde en vitale toekomst. Ervaringen van burgers en kennis van onderzoekers laten zien dat dit alleen bereikt kan worden door aandacht voor de sociaaleconomische situatie waarin iemand leeft. Slechts zeventien procent van de gezondheidsachterstanden wordt opgelost met behulp van medische professionals. De rest door sociaaleconomische ondersteuning. Dit uitgangspunt is opgenomen in het AVGprogramma.
Om dit programma van de gemeente uit te kunnen voeren, is het belangrijk dat ook de eerstelijnsorganisatie in Amsterdam aandacht voor de sociaaleconomische context meeneemt in haar beleid en uitvoering. Om daar zekerheid over te krijgen, is deelname van de gemeente in de regionale organisaties een vereiste. Zo niet, dan wordt de medische zorg optimaal georganiseerd, maar de gezondheidsverbetering voor iedereen vergeten. Het advies van inspreker aan de gemeente is om een positie te claimen in deze toekomstige regionale organisaties, voordat deze ontwikkeling in 2026 verder gaat zonder de gemeente Amsterdam. Aangezien het een landelijke ontwikkeling betreft, kan dit ook met meerdere gemeenten of met de VNG opgepakt worden. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. 2c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d. Rondvraag Het lid RUNDERKAMP heeft een vraag naar aanleiding van een artikel in het Parool van een paar weken geleden dat de woonzorggroep Amandelbloesem in Amsterdam Zuidoost moest sluiten omdat de inspectie niet langer de veiligheid en de zorg voor haar cliënten kon garanderen. De betreffende zorgaanbieder moest uiterlijk afgelopen vrijdag al haar cliënten hebben overgedragen aan andere zorgaanbieders. Het lid vraagt of de gemeente in contact staat met de betreffende ouderen, of zij inmiddels allemaal zijn overgeplaatst en in hoeverre de gemeente daarbij is betrokken.
Wethouder SCHOLTES antwoordt dat een casus als deze valt onder de Wet langdurige zorg, waarbij de zorgplicht ligt bij het zorgkantoor. Zilveren Kruis heeft hier een actieve rol gespeeld en heeft ervoor gezorgd dat de Amsterdammers waar het om gaat afgelopen vrijdag zijn overgedragen aan Amsta. Het lid WEHKAMP heeft een vraag over Kinderopvang De Plantage, de laatste kinderopvang in de Plantagebuurt, die met sluiting wordt bedreigd. Het lid is langsgegaan bij De Plantage en men heeft aangegeven niet te weten wanneer de verbouwing begint omdat de bouwvergunning nog niet is afgegeven. Omdat de kinderen wel ergens terecht moeten kunnen, houden ze nu plaatsen bij andere kinderopvangorganisaties bezet. De vraag aan de wethouder is wat er gedaan kan worden om die begeleiding naar een nieuwe plek te faciliteren. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er intensief gewerkt wordt aan deze casus en dat Artis in ieder geval is afgevallen. Wel lijkt opvang mogelijk op de locatie van De
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Witte Olifant en daarover is de gemeente in gesprek met OADA. Alle partners zijn positief en de wethouder heeft goede hoop dat dit binnenkort wordt gerealiseerd. Het lid NIJHOFF refereert naar een onlangs in De Correspondent verschenen artikel over basisschool De Regenboog in Zoetermeer. Deze school heeft een mooie aanpak betreffende armoede en het lid vraagt zich af of Amsterdam in gesprek kan gaan met deze school of gemeente, om te bekijken wat er over en weer geleerd kan worden en in hoeverre er raakvlakken zijn met de familiescholen in Amsterdam. Wethouder MOORMAN legt uit dat het concept van de familieschool nu overal in het land aandacht krijgt. Het is zeker interessant om te bekijken wat er in Zoetermeer gebeurt, maar er zijn in Amsterdam inmiddels ook meer dan veertig familiescholen. Er wordt intensief onderzoek gedaan naar de werkzame factoren daarin. Het is ook noodzakelijk om niet alles maar een familieschool te noemen, een school moet aan specifieke kenmerken voldoen. Er komt binnenkort een conferentie over de familieschool en de wethouder gaat er vanuit dat de commissie daar ook voor wordt uitgenodigd. De wethouder is er verheugd over dat armoedebestrijding onderdeel wordt van het onderwijs en dat men zich realiseert dat armoedebestrijding belangrijk is om kinderen een betere kans te geven en dat scholen daar hun deuren voor openen.
Het lid VAN DER VEEN wil graag weten wat de reflectie is van de wethouder op de persoonlijke verhalen van de eerste drie insprekers. Wethouder MOORMAN wijst erop dat dit punt later in de vergadering nog terugkomt. Voor wat betreft de casuïstiek meldt de wethouder dat er gesprekken met gezinnen plaatsvinden en dat er niet per definitie wordt afgewezen op pgb’s en ibo’s. Wel wordt geprobeerd het aantal aanvragen wat terug te dringen omdat ze de afgelopen jaren sterk zijn toegenomen. De gemeente vindt dat deze zorg eigenlijk in het gecontracteerde aanbod moet zitten en daar wordt een goede afweging in gemaakt. Het is echter altijd maatwerk en op wat er bij insprekers specifiek speelt kan de wethouder niet reflecteren. Er zal zeker contact worden opgenomen met insprekers. Het lid VAN DER VEEN toont zich hier verheugd over, ook over het feit dat de insprekers niet een heel agendapunt hoeven te wachten voordat ze antwoord krijgen. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3. Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026 (VN2025-011570) Het lid NIJHOFF meldt dat de fractie van GroenLinks blij is met de inzet op het voorschoolse aanbod en de Amsterdamse standaard. Hij vraagt of de subsidievoorwaarden die door het college worden behandeld ook aan de commissie kunnen worden verstrekt en op welke termijn.
Het lid WEHKAMP toont zich verheugd over het profiel, maar constateert wel dat er voornamelijk in is opgenomen wat er gevraagd wordt, maar niet wat de gemeente biedt. Het lid vraagt of in het profiel ook een aanbodkant kan worden opgenomen in de vorm van bijvoorbeeld een vaste OKA’er per voorschool, het bieden van ondersteuning bij het vinden van voldoende personeel, of het werven van kinderen voor de voorschool. Het lid HAIJEN vraagt of het voorliggende stuk door de GGD gebruikt gaat worden om te toetsen of dat de GGD vooral toetst of aan wettelijke eisen wordt voldaan. Naar zijn idee bevat het stuk extra zaken als actieve aandacht voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Het lid merkt op dat het stuk goed in elkaar zit en prima verwoord is, maar dat de praktijk vaak weerbarstiger blijkt. Hierbij refereert het lid ook aan de persoonlijke verhalen van de insprekers, eerder tijdens de vergadering. Het lid vraagt
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
of de wethouder kan reflecteren op de vraag hoe er in de praktijk voor wordt gezorgd dat de extra ondersteuning die in het stuk genoemd wordt, daadwerkelijk geboden wordt. Het lid BELKASMI spreekt een compliment uit over het stuk en vraagt hoe de ambities die in het stuk worden genoemd zich verhouden tot het personeelstekort in de kinderopvang. Tevens wil het lid graag weten hoe de wethouder kijkt naar het in het stuk genoemde streven om peuters zoveel mogelijk te stimuleren om in de eigen wijk naar de voorschool te gaan. Het lid denkt dat dit in sommige wijken kan leiden tot toenemende segregatie en mogelijke kansenongelijkheid. Het lid VAN DER KAMP merkt op dat de VVD het belang van een kwalitatief sterk voorschools aanbod steunt en vindt het goed dat Amsterdam eisen stelt aan kwaliteit. Wat de VVD betreft wordt ook aan kinderen die later naar het speciaal basisonderwijs gaan toegang geboden tot een passend voorschools aanbod. Daarnaast ziet de VVD ook veel waarde in programma’s waarin ouders samen met hun kind leren, zoals taalprogramma’s waarin bij zowel peuters als hun ouders de taalvaardigheid wordt versterkt. Wethouder MOORMAN dankt de commissieleden voor de complimenten en is blij dat goed op papier staat wat de gemeente wil.
De wethouder onderschrijft de zorg die verschillende commissieleden hebben uitgesproken over de praktijk die vaak weerbarstiger is dan wat er op papier staat en wijst op het belang van een doorlopend gesprek hierover en het goed luisteren naar casuïstiek. De wethouder benadrukt dat de gemeente Amsterdam steviger kwaliteitseisen hanteert dan de landelijke en vindt dat er, ondanks personeelsschaarste, niet aan kwaliteitseisen getornd mag worden. In antwoord op de vraag van Het lid Wehkamp meldt de wethouder dat er inmiddels overal een vaste OKA is en dat dat een van de belangrijkste manieren is om ervoor te zorgen dat de kwaliteit wordt geborgd. Het lid WEHKAMP licht in een interruptie toe dat het niet zozeer gaat om een kwaliteitseis, maar dat het belangrijk is dat de gemeente laat zien hoe er wordt gezorgd voor kwalitatief goede voorscholen. De wethouder onderschrijft dit. Wethouder MOORMAN deelt, in antwoord op de vraag van het lid Haijen, mede dat de GGD niet alleen toetst op landelijke eisen, maar ook op specifiek Amsterdamse eisen en daar wil de gemeente graag aan vasthouden. Op de vraag van het lid Van der Kamp antwoordt de wethouder dat er wordt geprobeerd zoveel mogelijk kinderen op de reguliere voorschool te houden, bijvoorbeeld door de inzet van een Okido.
Dit is soms lastig omdat de Okido’s in de commerciële sector vallen en daarom moeten de voorschoolorganisaties worden verleid dit ook zo goed mogelijk te doen. De wethouder constateert dat dit steeds beter werkt. Op de vraag van het lid Belkasmi deelt de wethouder mede dat ze denkt dat segregatie niet moet worden tegengegaan via het onderwijssysteem. Het blijkt dat woonsegregatie de belangrijkste reden voor segregatie is en daarbij is schoolsegregatie soms nog groter dan woonsegregatie. In de praktijk blijkt de segregatie toe te nemen als de schoolkeuze in grote mate wordt vrijgegeven en de wethouder vindt het belangrijk voor de binding met de wijk dat kinderen met elkaar naar school en naar de voorschool gaan. De gemeente bestrijdt segregatie door de voorschool toegankelijk te maken voor alle kinderen. In de bijdrage van het lid Van der Kamp hoort de wethouder vooral een warm pleidooi voor het jong stimuleren van kinderen en ze onderschrijft dat van harte. Het lid NIJHOFF vraagt in een interruptie naar een antwoord op zijn eerdere verzoek en de wethouder bevestigt dat de subsidievoorwaarden ook aan de raad zullen worden voorgelegd. Het lid WEHKAMP vraagt in een interruptie nogmaals of de inzet van de gemeente in het kader kan worden opgenomen. De wethouder geeft aan dat dat ingewikkeld is, omdat het gaat om subsidievoorwaarden voor de voorscholen en niet om
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
een inspanningsverplichting van de gemeente. Dat neemt niet weg dat de gemeente natuurlijk haar eigen voorwaarden goed op orde moet hebben. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. Het wordt als hamerstuk doorgestuurd naar de raad. Jeugd(zorg) 4. Vaststellen van de uit de jeugdvisie voortvloeiende richtinggevende uitspraken in het hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. (VN2025-011336) Het lid BADAL geeft aan dat het CDA er achter staat dat het college inzet op meer ondersteuning vanuit de normale voorzieningen om het beroep op jeugdhulp terug te dringen. Wel vraagt het lid zich af hoe de wethouder dit concreet voor zich ziet, met name of de kwaliteit van de zorg en de uitvoering niet in de knel komen door de andere bezuinigingen op onderwijs en jeugdvoorziening. Het lid vraagt aan de wethouder hoe gezinsgericht werken er in de praktijk uitziet, wanneer iets laagdrempelig genoeg is en wat exact wordt verstaan onder integraal werken. Ook vraagt het CDA zich af hoe de raad door de wethouder op de hoogte gehouden wordt. Tot slot vraagt het lid of de gemeente kan inzetten op minder zzp’ers en goed werkgeverschap kan stimuleren, op betere bereikbaarheid en voorzieningen voor personeel. Het lid WEHKAMP is het eens met de richting die het college opgaat, maar vindt de ontwikkeling van hulp naar preventie wel een spannende.
Het lid vraagt of kinderopvang en scholen wel voldoende worden meegenomen in deze plannen. Het lid VAN DER VEEN vraagt waar de spanning zit voor het lid Wehkamp. Het lid WEHKAMP antwoordt dat de spanning vooral zit in de beweging van zorg naar preventie en het feit dat er daardoor minder geld beschikbaar is voor zware zorg. Verder vraagt het lid zich af of kinderopvang en scholen voldoende gesteund kunnen worden, zodat ze ook de middelen hebben om met deze beweging mee te gaan. Ook moet de zorg voor iedereen beschikbaar zijn, niet alleen voor ouders met budget om extra hulp in te kopen. Verder vraagt het lid zich af wat er gedaan kan worden om eventueel bij te sturen en of er een verbinding kan worden gemaakt met de digitale voordeur. Tot slot vraagt het lid of dit hoofdlijnenbesluit inderdaad getoetst is aan het Kinderrechtenverdrag, zoals het Jeugdplatform heeft geadviseerd. Het lid VAN DER VEEN geeft aan mede namens het lid Abdi te spreken en vraagt een paar spreekminuten aan de PvdA. Het lid zet in een bevlogen betoog uiteen dat het vandaag Wereldsuïcidepreventiedag is en dat dat voor hem direct raakt aan het hoofdlijnenbesluit.
Het is een dag om bewust te zijn van de worsteling van veel mensen om ons heen en om ons af te vragen hoe we het leven minder ingewikkeld kunnen maken en hoe hulp toegankelijk kan worden gemaakt voor Amsterdamse jongeren die dat ook echt nodig hebben. Het lid geeft aan dat een op de zes à zeven jongeren momenteel jeugdhulp krijgt, waar dit vroeger een op de 27 was en dat dat heel veel zegt over de complexiteit van het leven en de samenleving op dit moment. Het lid hoopt en gelooft dat er met de jeugdvisie van 2024 en dit hoofdlijnenbesluit een omslag gemaakt kan worden om kinderen op de eerste plaats te zetten. Hiermee wordt erkend dat veel problemen waar kinderen mee kampen niet bij of in de kinderen zelf liggen, maar bij onder andere bestaansonzekerheid en armoede. Het lid ziet raakvlakken met andere beleidsvelden, die allemaal bijdragen aan hoe het gaat met de kinderen en de jongeren in de stad. Het lid geeft aan dat zijn fractie het hoofdlijnenbesluit van harte steunt en ook de termijn van tien jaar. De vraag aan de wethouder is hoe de goede praktijken en opgebouwde samenwerking op andere dossiers als de aanpak wachtenden behouden kan blijven en kan blijven doorgroeien als het hoofdlijnenbesluit wordt geïmplementeerd, zodat de huidige praktijken en opgebouwde netwerken die er zijn niet verloren gaan. Blijft daar
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
financiële ruimte voor, want bijvoorbeeld de aanpak wachtenden en de onderwijszorggroepen zijn niet verdisconteerd in het hoofdlijnenbesluit. Ook vraagt het lid zich af hoe de huidige transformatieopdrachten een basis kunnen vormen voor het hoofdlijnenbesluit. Tot slot vraagt het lid hoe het staat met het proces van de bestuursopdracht, hoe er wordt gewerkt aan de aanpak van de bredere vraagstukken, hoe er wordt getoetst en wanneer de raad daarover geïnformeerd gaat worden. Het lid HAIJEN is van mening dat er van de jeugdzorg een markt is gemaakt en een gevolg daarvan is dat er nu veel aanbieders zijn, die zich vooral richten op kinderen en jongvolwassenen met een zorgvraag die niet heel complex is. De SP juicht van harte toe dat er nu paal en perk gesteld gaat worden aan het aantal aanbieders. De stip aan de horizon bij de aanbesteding is dat er gebruik wordt gemaakt van een consortium. Het lid wil van de wethouder weten of dat betekent dat er nog steeds wordt gewerkt met meerdere aanbieders, maar dan een beperkt aantal? Ook vraagt het lid of de jeugdzorg met het gebiedsgericht werken beter verspreid gaat worden over de stad, zodat de zorg daar wordt verleend waar hij nodig is. Het lid VAN DER KAMP merkt op dat de jeugdzorg een van de grootste uitgavenposten is van de gemeente, maar ook dat het beleid om de paar jaar ingrijpend verandert.
Daardoor rijst de vraag of er wel voldoende wordt geleerd uit het verleden. De VVD vraagt zich af of ieder kind een tien moet worden of dat men zich moet richten op de grootste zorgvragen. Jongeren en ouders verdwalen vaak in het stelsel. Het lid HAIJEN merkt in een interruptie op dat in het stuk wel degelijk staat dat niet ieder pedagogisch probleem thuishoort in de jeugdzorg en vraagt zich af of het lid Van der Kamp hetzelfde stuk gelezen heeft. Het lid VAN DER KAMP bevestigt dit en antwoordt dat het belangrijk is om de vraag te stellen welke gevallen wel en welke niet in de jeugdzorg thuishoren. Het lid HAIJEN merkt vervolgens op dat het aantal aanbieders nu zal worden beperkt en dat er dus wel degelijk iets wordt gedaan om de kosten in de hand te houden. Het lid VAN DER KAMP antwoordt dat een markt een vraag- en een aanbodzijde heeft. Nu wordt er vooral naar de aanbodzijde gekeken, maar wat valt er allemaal onder de vraag? Het lid vraagt zich af hoe er beter zicht kan komen op resultaat: welke kinderen worden echt geholpen en welke hulpvragen blijven hangen in het systeem, wat is jeugdzorg en wat hoort er niet in thuis? De vraag aan de wethouder is hoe het college de continuïteit gaat borgen, hoe er gemeten gaat worden welke hulpvragen met welke aanpak effect sorteren en tot slot hoe wordt geborgd dat de middelen primair naar de zwaarste jeugdzorgvragen gaan.
Op de vraag van het lid Badal antwoordt wethouder MOORMAN dat de kwaliteit juist niet aangetast wordt, omdat het de bedoeling is om meer zicht en samenwerking te krijgen, ook met de verschillende aanbieders. De bedoeling is juist meer lucht en ruimte te geven, zodat er meer kan worden gestuurd op kwaliteit, ondanks alle bezuinigingen die er aankomen. De gemeente en het Rijk willen dat er minder kinderen in de jeugdzorg terechtkomen. Vroeger waren kinderen en ouderen het gelukkigst, maar in die u-curve zien we een verandering, met een veelheid aan oorzaken. Maar dat betekent niet dat al deze kinderen in een individueel jeugdzorgtraject terecht moeten komen. De visie is erop gericht om de kwaliteit te verbeteren en om andere domeinen daar zoveel mogelijk bij te betrekken en niet alles op de jeugdzorg te gooien. De wethouder is het met het lid Wehkamp eens dat dit een spannende overstap is, omdat er veel dingen tegelijkertijd worden gedaan. De specialistische jeugdzorg moet beschikbaar worden voor die kinderen die het echt nodig hebben en tegelijkertijd wordt ernaar gestreefd dat in het preventieve deel kinderen niet steeds doorverwezen worden naar de specialistische zorg. Daar moet de preventie dus daadwerkelijk gaan werken. De gemeente wil zelfs voorkomen dat het preventieve deel wordt aangesproken en dat het überhaupt geen jeugdzorg wordt en dat
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
is een omkering van wat het nu is. De wethouder verwijst naar het proefschrift van Sharon Stellaard, over de bestuurlijke effecten van een halve eeuw hervormingsbeleid op het terrein van passend onderwijs en jeugdzorg en legt uit dat meer aanbod juist meer vraag creëert. Dus als er meer kinderdagcentra worden opgezet zullen er meer bewegingen naartoe komen. De geschetste omwenteling vraagt veel inspanning en visie waar stevig aan vast gehouden moet worden, vanuit die visie zal een hoofdlijn volgen en uiteindelijk een inkoopstrategie. In dit opzicht bestrijdt de wethouder de uitspraak van het lid Van der Kamp dat er steeds gewisseld wordt van beleid. Wethouder MOORMAN zegt verbaasd te zijn over de vraag van het jeugdplatform of het stuk is getoetst aan het Kinderrechtenverdrag, omdat dit stuk kinderen en kinderrechten echt op de eerste plaats zet. De gemeente vindt ook dat kinderen het recht hebben om geen jeugdzorg nodig te hebben. De jeugdzorg is er, maar de gemeente wil voorkomen dat kinderen erin terechtkomen en daarmee denkt de wethouder veel dichter bij het Kinderrechtenverdrag te staan in de vorm van goed onderwijs en armoedebestrijding. Ook in het schuldhulpverleningsplan zit nu kind-eerst-visie. De wethouder toont zich verheugd met het betoog van het lid Van der Veen, dat helemaal volgens de jeugdvisie is.
Het is niet makkelijk om het helemaal anders te doen en het is een gezamenlijke inspanning. Er zullen altijd pgb’s en ibo’s zijn, maar liefst zo weinig mogelijk. Op de vraag over het behoud van kennis en ervaring antwoordt de wethouder dat dat ook voor haar belangrijk is. Er zijn al stappen gezet zoals het verminderen van het aantal aanbieders, maar de lijn moet wel worden doorgezet omdat er ook gebiedsknelpunten bestaan. Ook is er met een aanbesteding nooit zekerheid over welke partijen er straks zullen zijn. Na de hoofdlijn in dit stuk volgt er een inkoopstrategie en het lijkt de wethouder verstandig dat die ter kennisname naar de raad gaat, ondanks dat dat een collegekwestie is. Ondertussen is er met terugwerkende kracht geld vrijgemaakt vanuit het Rijk over afspraken die zijn gemaakt over 2023 en 2024 en dat geeft de mogelijkheid om zoveel mogelijk te investeren in de transitie. Dat komt dan ook terug in de bestuursopdracht voor het hele sociale domein. In antwoord op de bijdragen van leden Van der Kamp en Haijen deelt de wethouder mede dat de Jeugdwet veel ruimte geeft en dat de markt daardoor aanbodgedreven is geraakt. Dat betekent niet dat het hele aanbod slecht is, maar wel dat het alsmaar is toegenomen. Het is verstandig om met elkaar in het kader van de hervormingsagenda en de reikwijdtediscussie te bepalen wat er wel en wat er niet gedaan wordt.
De wethouder wijst erop deze discussie in het verleden altijd heeft geleid tot meer reikwijdte. In een interruptie benadrukt het lid VAN DER KAMP dat het belangrijk is dat de hulp op de juiste plekken terechtkomt. Wethouder MOORMAN beaamt dit en licht toe dat het een kwestie is van ongelijk investeren. Er is gebleken dat de grootste stijgingen voorkwamen bij de enkelvoudige specialistische jeugdhulp, omdat daar het meeste aanbod was en de wegen het makkelijkst gevonden werden. Dit moet anders ingericht worden en dat zal uit de inkoopstrategie gaan blijken. Het lid VAN DER KAMP vraagt in een interruptie of de wethouder zicht heeft op de verschillen in het prestatiedeel en of dus beter aanwijsbaar is wat er gedaan moet worden. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dat al heel duidelijk in kaart is gebracht bij de aanbesteding van het ESJH. Daar bleek dat de inschatting van de jeugdzorg die nodig is volledig tegengesteld is aan waar de kosten voor de jeugdzorg aan het stijgen zijn. Daarin moet de gemeente duidelijk sturen en dat is ook gedaan. Ook is het aantal partijen binnen het ESJH aanzienlijk teruggebracht en wordt er bekeken hoe de samenwerking meer gestimuleerd kan worden.
Bij een consortium is het van belang geen groot moloch te creëren waar de gemeente volledig van afhankelijk is, wat vervolgens weer ten koste gaat van de kwaliteit en waar vervolgens op gerepareerd moet worden. Daarom is een stevige koers nu van groot belang. Ook lukt het om met partnergemeenten Over-Amstel
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
en Aalsmeer gezamenlijke afspraken te maken en hiervoor is ook een extra jaar uitgetrokken. Het lid WEHKAMP herhaalt haar vraag hoe de link tussen scholen en kinderopvang goed ondersteund kan worden en of ter ondersteuning van ouders die zelf de weg moeten vinden een verbinding gemaakt kan worden met de digitale voordeur. De wethouder antwoordt op beide vragen dat hierin zeker voorzien gaat worden. Ook komt dit terug in de bestuursopdracht waar door alle partners over meegesproken wordt. Een van de redenen dat het zo uit elkaar is gaan lopen is dat het aparte silo’s zijn, ook in de financieringsstructuur en in de wetgeving. De ministeries van VWS en OCW moeten hierin ook gaan samenwerken, maar overal zijn er personeelstekorten en daarom is het van groot belang dat dit gezamenlijk wordt aangepakt. Het lid WEHKAMP geeft aan dan behoefte te hebben aan een technische sessie of aan meer uitleg in een brief. Wethouder MOORMAN geeft hierop een aantal voorbeelden uit de praktijk en deelt mede van plan te zijn binnenkort een brief te sturen aan de raad over de huidige ontwikkelingen. Een technische sessie kan uiteraard georganiseerd worden. Het opzetten van onderwijszorggroepen is een recente ontwikkeling, die zeer wordt ondersteund door het onderwijs.
Wel moet er steeds over gesproken worden met het Rijk, omdat het gebeurt op basis van experimentele ruimte, maar er is zeer veel animo voor. Het lid VAN DER VEEN meldt in een punt van orde dat twee vragen nog niet beantwoord zijn: de vraag over de financiële ruimte voor de onderwijszorggroep en de tweede vraag betreft de toetsing van de bestuursopdracht aan de hand van casuïstiek en ervaringsdeskundigen. Verder raadt hij het lid Wehkamp aan om via de politiek assistent van de wethouder te gaan praten met de voorzitter van stichting Cordaan. De wethouder antwoordt dat het door het geld dat nu van het Rijk is vrijgekomen nu mogelijk is de transitie zo goed mogelijk te laten verlopen. Er vinden veel gesprekken plaats met belangrijke partners en daar wordt ook met ervaringsdeskundigen gesproken en ook casuïstiek wordt vaker besproken en de gemeente probeert hieruit te leren. De VOORZITTER laat optekenen dat dit punt wordt gesloten en voor korte bespreking wordt doorgestuurd naar de raad. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 5. Aanpak Wachtenden (VN2025-010650) Dit punt wordt afgevoerd en wordt gevoegd bij de raad van 17 september 2025. 6. Bespreken van de eindrapportage ‘de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid (VN2025-010641)’ Dit punt wordt doorgeschoven naar de commissievergadering van 1 oktober 2025 en wordt alvast geagendeerd voor de raad van oktober 2025. Onderwijs 7.
Dit punt is in de avondsessie besproken. Bespreken van de Jaarrapportage Stedelijk Toelatingsbeleid Amsterdam 20242025 (VN2025-010640)
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Het lid WEHKAMP deelt mede dat stichting Balans aangeeft dat het aantal vierjarigen dat thuiszit in Amsterdam hoger is dan in andere gemeenten. Het lid vindt dit zorgelijk en vraagt of de wethouder hier een verklaring voor heeft. Er is een helpdesk die in principe contact blijft houden met de ouders tot zij een gewenste plek hebben gevonden en het lid wil graag weten hoe vaak er wordt afgeweken van dit principe en wat de afspraken zijn over het weigeren van vierjarige kinderen op school. Tot slot meldt het lid dat Okido, de kinderopvang, wordt gefinancierd tot een kind vier jaar is en dan abrupt stopt. Sommige kinderen hebben misschien nog iets langer zorg nodig om goed de overstap te kunnen maken naar de basisschool en het lid vraagt of het mogelijk is om te bekijken hoe hier een zachter landingstraject van kan worden gemaakt. Wethouder MOORMAN beaamt dat er in grote steden meer problematiek is met thuiszitters, kinderen die worden doorverwezen naar speciaal onderwijs en kinderdagcentra. Dat kan verschillende oorzaken hebben en er moet onderscheid worden gemaakt tussen thuiszitters en kinderen die niet op de juiste manier zijn aangemeld. Dat is waar deze specifieke brief en ook de helpdesk over gaan. De woorden in principe kunnen in dit geval worden vertaald naar normaal gesproken.
Uitzonderingen komen voor in specifieke gevallen waarbij een gezin bijvoorbeeld gaat verhuizen en elders al is aangemeld of als een kind naar het speciaal onderwijs gaat. Dat zijn gevallen waarbij het niet nodig is om na te bellen. Wat betreft de afspraken die worden gemaakt over het niet kunnen plaatsen van aangemelde kinderen geldt dat de zorgplicht bij de school ligt. Dus als een kind bijvoorbeeld graag naar islamitisch onderwijs wil, maar er is daar geen plaats maar er is wel plaats binnen de cirkel, dan blijft de zorgplicht bij de school liggen. Verder vraagt de wethouder zich af of het in de praktijk vaak voorkomt dat kinderen de overstap vanuit Okido niet kunnen maken en eigenlijk zijn de startklassen daar het antwoord op. Het kan zijn dat er kinderen zijn die nog meer begeleiding nodig hebben en de wethouder wil hier zonder toezeggingen te doen achter de schermen nog wel naar kijken. Het lid WEHKAMP herhaalt de vraag wat de afspraken zijn over het weigeren van vierjarigen. Mag dit? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het kan zijn dat een school geen plaats heeft en dat de ouders slechts een school hebben aangegeven. Daarvoor is er een helpdesk, om het kind te begeleiden naar een andere school. Maar als er plaats is, mag een kind niet geweigerd worden. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. 8.
Bespreken van de raadsinformatiebrief Vereenvoudiging Onderwijssubsidies (VN2025-010639) Dit punt is in de avondsessie besproken. Het lid WEHKAMP vraagt of er onderzoek kan worden gedaan naar het effect van de doorontwikkeling met de nieuwe aanvraagformulieren en de webapplicatie. Het lid is benieuwd of de subsidies nu allemaal gevonden worden. Verder refereert het lid aan een toezegging van de wethouder in de raad om in gesprek te gaan met specifiek schoolleiders. In het stuk worden alleen schoolbesturen genoemd en het lid is van mening dat juist de schoolleiders hierin als aanvragers van de subsidie enorm belangrijk zijn. Het lid heeft van schoolleiders vernomen dat ze met regeldruk te kampen hebben. Het lid VAN PIJPEN vervangt het lid Nijhof en stelt namens hem de vraag of het mogelijk is een loket of andere begeleiding voor scholen in te richten voor ondersteuning bij het aanvragen van subsidie. Dit kan eventueel worden geregeld in samenwerking met verschillende koepels en de complexe aanvragen worden dan hopelijk wat laagdrempeliger voor scholen, zodat ze meer en beter gebruik kunnen maken van de verschillende regelingen. Het lid HENDRIKS toont zich verheugd over het feit dat er gedegen werk wordt gemaakt van het vereenvoudigen van de onderwijssubsidies en dat daarbij veel mensen
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
zijn geraadpleegd die er in de praktijk mee werken. Er wordt gesignaleerd dat vooral kleine scholen en zelfstandig opererende basisscholen weinig subsidie aanvragen. In de raadsinformatiebrief van oktober 2024 is aangegeven dat een kwalitatieve verdieping van de onderzoeksresultaten nodig is, bijvoorbeeld over de vraag waarom kleine scholen en schoolbesturen minder aanvragen. In voorliggende raadsinformatiebrief is niet terug te vinden wat uit dit onderzoek is gebleken. Voor Volt klinkt het logisch dat de oorzaak hiervan ligt in het feit dat besturen van kleine scholen minder capaciteit hebben om subsidie aan te vragen dan die van grote scholen. Het lid vraagt of de gemeente ondersteuning kan bieden aan zelfstandig opererende basisscholen en kleine scholen bij het aanvragen van subsidies. En wellicht kunnen de grotere scholen de kleine scholen helpen. Het lid vraagt of dit wellicht in het BBO kan worden geagendeerd. Het is niet wenselijk dat kleine scholen niet kunnen groeien of meedoen omdat ze minder voorzieningen hebben. Verder vraagt het lid aandacht voor het feit dat veel basisscholen en middelbare scholen zich zorgen maken omdat er na dit jaar geen NPO-gelden meer kunnen worden besteed, er bezuinigd wordt op de onderwijskansregeling en veel regelingen waar scholen afhankelijk van zijn ophouden te bestaan.
Het lid wil graag van de wethouder weten wat er kan worden gedaan om die zorgen weg te nemen of de pijn te verzachten. Het lid VAN DER KAMP bedankt de wethouder voor het terugkomen naar de avondsessie en meldt dat de VVD het probleem herkent dat scholen verdwalen in de wirwar van subsidies met alle administratieve lasten van dien. Het lid is blij dat ook de gemeente het probleem herkent en werkt aan vereenvoudiging, alleen wordt de voortgang ervaren als traag. Natuurlijk is het goed als een webapplicatie aangepast kan worden en dat bepaalde dingen wat makkelijker gaan. Scholen komen nu nog tijd tekort, terwijl ze zich op hun kerntaak moeten kunnen richten: het geven van goed onderwijs. De VVD vraagt zich af hoe het proces versneld kan worden, zodat de scholen al eerder substantieel minder last hebben van de ervaren bureaucratie. Zijn scholen nu echt geholpen met de aanpak, wat vinden de scholen zelf en hoe wordt voorkomen dat er straks weer regels bijkomen die het weer onoverzichtelijk maken? Wethouder MOORMAN antwoordt op de vraag van het lid Wehkamp over het onderzoeken van de effectiviteit dat een van de redenen dat er iets moest gebeuren de onderbesteding was die ieder jaar in het jaarverslag terugkwam. Daarin waren ook de door het lid Hendriks aangehaalde verschillen zichtbaar tussen grote en kleine scholen en ook verschillen tussen delen van de stad.
Op basis daarvan is gekeken naar hoe dit proces vereenvoudigd en bereikbaar en beschikbaar gemaakt kan worden voor alle scholen. Het jaarverslag wordt ieder jaar weer gemaakt en dat is een deel van het antwoord aan het lid Wehkamp. Verder legt de wethouder uit dat alles wordt gedaan met de webapplicatie en die heeft ontwikkeling nodig. Er wordt wel gevraagd hoe het bevalt, maar de wethouder ziet geen aanleiding om een heel onderzoek op te zetten, ook omdat het streven is de administratieve last te verlichten. Verder is het niet vermelden van scholleiders een omissie in de brief, want deze mensen zijn uitgebreid betrokken en bevraagd op wat zij nodig hebben. Op de vraag van het lid Van Pijpen antwoordt de wethouder dat er sowieso altijd contact wordt gezocht met de gemeente voor ondersteuning. Verder is een aantal jaar geleden de ondersteuningsbeurs voor schooldirecteuren ingevoerd. Wel is het zo, en dit raakt ook de vraag van het lid Hendriks, dat hier altijd een administratieve last aan zit en daar ontstaan verschillen tussen grote en kleine scholen. De wethouder vindt het niet verstandig om kleine scholen extra ondersteuning te geven, omdat de gemeente er juist naar streeft dat scholen niet te klein zijn. Er is ook een relatie tussen de omvang van de school en de kwaliteit en de schoolbesturen hebben zich hieraan gecommitteerd.
De wethouder is ook van mening dat er teveel schoolbesturen zijn in de stad, voor het basisonderwijs zijn dat er 45. Daar zou misschien eens over gesproken moeten worden. Het lid HENDRIKS meldt in een interruptie dat Volt het streven naar minder kleine scholen begrijpt, maar dat ze er nu wel zijn en ze hebben recht op bepaalde gelden. De
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
zorg zit in de vraag hoe kleine scholen nu krijgen waar ze recht op hebben en hoe ze daar bij geholpen worden. De hulp hoeft niet allemaal van de gemeente te komen, maar er kan bijvoorbeeld ook worden gekeken naar samenwerking met andere scholen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat bijna alle scholen zijn aangesloten bij het BBO en daar wordt informatie ook verspreid. De eenpitters committeren zich daar ook aan. Wat betreft het wegvallen van NPO-gelden meldt de wethouder dat dat al aan de orde is. Er was 8,6 miljard euro incidenteel geld, dat valt nu weg en dat heeft een enorm verstorende werking op het onderwijs. Nu wordt er landelijk ook nog eens enorm bezuinigd op onderwijs. De wethouder spreekt zich uit tegen het incidenteel subsidiëren van scholen en verklaart dat de gemeente het weggevallen bedrag niet geheel kan compenseren. Ook legt de wethouder uit dat het NPO-geld feitelijk heeft geleid tot lerarentekorten, omdat er op sommige scholen extra geld was om leraren aan te trekken waardoor er elders tekorten ontstonden. Het lid HENDRIKS vraagt in een tweede interruptie of de wethouder vanuit scholen geluiden hoort dat er problemen ontstaan door alles wat er gebeurt en of er scholen zijn die op omvallen staan.
Wethouder MOORMAN antwoordt dat dat zeker het geval is en dat daar bovenop ook fors wordt bezuinigd op de onderwijsachterstandsmiddelen, waarbij er tien procent afgaat van de SPUK-korting en die is er juist ter stimulering van de naschoolse activiteiten en begeleiding van kinderen die dat heel hard nodig hebben. Er is geen school te vinden die geen effecten voelt van de bezuinigingen. De wethouder is wel blij dat de raad steeds heeft besloten om de scholen zo goed mogelijk te ondersteunen en dat op een zo eenvoudig mogelijke manier te doen. Het lid HENDRIKS vraagt nogmaals of er dingen op omvallen staan of dat er situaties zijn waar op geacteerd moet worden, of dat de wethouder van mening is dat de raad zich niet verschrikkelijk zorgen hoeft te maken. Wethouder MOORMAN meldt hierop zich wel degelijk zorgen te maken over het onderwijs. Een op de drie vijftienjarigen kan onvoldoende lezen en schrijven, er is nog steeds een groot lerarentekort. De wethouder roept iedereen dan ook op te stemmen op 29 oktober 2025, want de gemeente kan niet alles oplossen. Het lid WEHKAMP deelt de zorgen van de wethouder, maar meldt ook dat voormalig raadslid, nu Tweede Kamerlid, Ilana Rooderkerk met een motie of amendement heeft gezorgd dat de bezuiniging op de onderwijskansregeling wordt teruggedraaid.
De wethouder antwoordt hierop dat het erop lijkt dat dat op Prinsjesdag in de begroting gaat terugkomen. Wel is maar een schijntje ten opzichte van de volledige onderwijsbegroting. In antwoord op het lid Van der Kamp meldt Wethouder MOORMAN dat ze houdt van ongeduldige raadsleden en dat het allemaal niet snel genoeg kan gaan, maar dat het ook zorgvuldig moet gebeuren. En het stapelen van regels en wat er allemaal moet gebeuren is vaak het gevolg van moties en vragen van de raad. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. 9. Bespreken van de bestuurlijke reactie ter afdoening van de moties en toezeggingen inzake discriminatie en achterstelling in het Amsterdamse onderwijs (VN2025-010642) Dit punt wordt op verzoek van het lid Nijhof doorgeschoven.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 10 september 2025
10. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de herziening prognoses Weespersluis en consequenties voor onderwijs (VN2025-010647) Dit punt is in de avondsessie besproken. Het lid BADAL zet uiteen dat de prognoses die zijn gemaakt toen Weesp aansloot bij Amsterdam waren gebaseerd op Amsterdamse huishoudens en dat is een misrekening geweest. Nu wordt er gerekend met nieuwe cijfers, maar het lid mist hierbij de import van kinderen uit andere gebieden. Veel kinderen uit Zuidoost gaan bijvoorbeeld naar school in Weesp. Het lid vraagt of de gevolgen hiervan voor speelplekken en andere voorzieningen als drukte op fietspaden richting scholen voldoende worden meegenomen. Ook vraagt het lid zich af hoe het staat met de netcongestie en of die mogelijk problemen gaat opleveren bij nieuw te bouwen scholen in de toekomst. Het lid RUNDERKAMP meldt over de laatste vraag van het lid Badal dat bij contact met Leeuw&Sluis is gebleken dat de gelijktijdige aanbesteding van twee scholen volgens hun prognoses voldoende is om het onderwijs- of scholentekort in de toekomst af te vangen. Wel zijn er zorgen over het tekort aan kinderopvangplekken en hoewel de gemeente daar niet over gaat vraagt het lid of de wethouder mogelijkheden ziet om hierin alternatieve wegen te bewandelen, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van gemeentelijk vastgoed voor de kinderopvang.
Daarnaast vraagt het lid zich af of het verschil tussen de aanvankelijke prognoses en de prognoses die nu zijn gemaakt ook zou kunnen voorkomen in andere delen van Amsterdam, met name in delen waar relatief veel kinderen wonen of op komst zijn. Zijn die prognoses ook tegen het licht gehouden en zijn daar eventueel aanpassingen op geschied? Het lid HENDRIKS schetst de mogelijkheid dat de door de noodprocedure verhoogde capaciteit betekent dat het aantal van twee à drie kinderen per school extra de komende jaren kan uitgroeien tot zeven à acht kinderen per school. Als dat gebeurt heeft het impact op het pedagogische klimaat en de kwaliteit van het onderwijs. Niet alleen in de kleuterklas ontstaat een disbalans, maar ook in de jaren tot en met groep acht. Als er pas op zijn vroegst in 2028 twee nieuwe schoolgebouwen worden opgeleverd, wordt het de komende jaren ingewikkeld. Kleuterklassen raken uit balans, ouders moeten omfietsen, de klassen worden te groot en zijn tot aan groep acht in disbalans. Ondanks dat er wordt aangegeven dat de samenwerking met de gemeente en de huidige onderwijshuisvesting heel goed is, maken de scholen in Weesp zich zorgen over de haalbaarheid van twee nieuwe schoolgebouwen.
Het lid vraagt wat het college kan doen om te zorgen dat de bouw van twee permanente schoolgebouwen binnen twee jaar gerealiseerd is en hoe het college ervoor gaat zorgen dat de onderwijshuisvesting de komende jaren flexibel blijft door bijvoorbeeld het plaatsen van noodlokalen bij andere vestigingen, door maatwerk te bieden en zicht te houden op de prognoses. Het lid VAN DER KAMP vindt het goed dat het college de prognoses voor Weesp opnieuw heeft laten doorrekenen en dat er ook integrale kindcentra komen. Tegelijkertijd mag dit geen eenmalige exercitie zijn. Voor wijken in ontwikkeling en gezinnen die bewust kiezen om te blijven is het belangrijk dat prognoses realistisch zijn en regelmatig worden geactualiseerd. Niet alleen dienen de nieuwe scholen tijdig gebouwd worden, ze moeten ook toekomstbestendig zijn en er moet zijn nagedacht over uitbreidingsmogelijkheden en bredere voorzieningen als kinderopvang, sportspeelplekken en middelbaar onderwijs. Het zou goed zijn als de gemeente de lijnen met bewoners en platforms als Leeuw&Sluis kort houdt om signalen uit de wijk op te pikken. Verder blijkt dat de dependance van het Vechtstede College op zich laat wachten en ervaren leerlingen dat het steeds drukker wordt.