CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241204 SED definitief verslag

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 4 december 2024, gemeente Amsterdam13.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Raadscommissieverslag, 4 december 2024

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering

Openbare vergadering van de Raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Vergaderdatum Woensdag 4 december 2024 van 13.30 tot 16.40 uur in de commissiezaal Verslag vastgesteld op: 22 januari 2025 Voorzitter: de heer Runderkamp Plaatsvervangende voorzitters Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink, wethouder Mbarki Commissiegriffier: Vos Verslaglegging: Van Vlodrop (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Abdi (PvdA), Belkasmi (PvdA), IJmker (GroenLinks), Bentoumya (GroenLinks), Aslami (D66), Schmit (D66), Von Gerhardt (VVD), Krom (Partij voor de Dieren), Broersen (VOLT), Alberts (SP), Brante (JA21), Mangal (DENK), Perdok (De Vonk), Badal (CDA), Havelaar (CDA), Kabamba (Lijst Kabamba), Van der Veen (GroenLinks) Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen: Chela Lemmens (Save the Children), Ihsane El Faddali (COA)

1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent om 13.30 uur de vergadering en heet iedereen van harte welkom op deze openbare commissievergadering SED. Er zijn ruim voldoende fracties aanwezig. b. Mededelingen Vanaf januari 2025 ontvangen de leden van de commissie een dag voor de vergadering een tentatieve planning op basis van de aanmeldingen. Zij moeten dan ook duidelijk aangeven bij welke agendapunten zij het woord wensen te voeren. Het lid HAVELAAR zal de vergadering eerder verlaten. Wethouder GROOT WASSINK heeft op 17 juli 2024 toegezegd om te kijken naar de inzet van verbetertafels op opvanglocaties, een mooie gespreksmethode die door straatconsulten wordt ingezet om cliënten uit opvangvoorzieningen te helpen. De wethouder kondigt aan deze methode actief onder de aandacht te brengen. Het CDA heeft eerder vragen gesteld over parkeren in de bedrijfsgarage van het stadhuiscomplex op plekken die gereserveerd zijn voor de Nationale Opera en Ballet. Die parkeerplekken maken deel uit van de huur en hoeven niet apart gefactureerd worden. Het lid MANGAL stelt vast dat de parkeerplekken deel uitmaken van het huurbedrag € 0,45 per jaar.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat de financiering van het gebouw wordt gedeeld door de Opera en het stadhuis. Toen zijn ook de parkeerplekken verdeeld. Ze maken dus deel uit van de huur. De wethouder heeft op 19 oktober 2023 toegezegd de commissie te informeren over de middelen voor opvang, begeleiding en ondersteuning van dagbestedingsinitiatieven van asielzoekers, vluchtelingen en ongedocumenteerden. Dat is inmiddels gebeurd. De wethouder heeft eerder ook toezeggingen gedaan wat betreft de inburgering van gezinsmigranten. Hij heeft daar contact over opgenomen. Daarmee is de toezegging afgedaan. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat bij de bespreking van agendapunt 9, Kinderen in de noodopvang, twee gasten zijn uitgenodigd. Hij stelt daarom voor om dit onderwerp na de bespreking van agendapunt 3, Najaarsnota, te behandelen. En vervolgens alle andere onderwerpen over opvang. Hij stelt verder voor om de agendapunten van wethouder Mbarki, vanaf agendapunt 11, Voetbalclub Ankaraspor, in verband met de grote publieke belangstelling, eerder te behandelen. Fractie De Vonk heeft verzocht om agendapunt 6, over de beschermde Amsterdamse kroeg, te bespreken in de vergadering van 22 januari 2025. De agenda wordt met deze aanpassingen vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 6 november 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

e. Termijnagenda, per portefeuille Het lid BELKASMI wil weten wanneer de commissie de agenda Zwemmen kan verwachten. Wethouder MBARKI deelt mee dat deze agenda volgens planning in het begin van het tweede kwartaal van 2025 aan de commissie wordt voorgelegd. De termijnagenda wordt ter kennisgeving aangenomen. f. Tkn-lijst voor de vergadering van de raadscommissie SED op 22 januari 2025. De VOORZITTER deelt mee dat er een aantal verzoeken is ingediend: tkn-2, tkn8, tkn-10 en tkn-14. De motivering is opgenomen in de dagmail. Het lid BENTOUMYA stelt voor om de afdoening van de moties over arbeidsmigranten, maaltijdbezorgers en mensen in de huishoudelijke hulp te bespreken. Het lid VAN DER VEEN stelt voor om tkn-5 over begeleid wonen te agenderen voor de volgende commissievergadering. Het lid BROERSE stelt voor om tkn-4 in de commissie te bespreken. Zij is benieuwd naar de invloed van de veranderingen van het Rijk op de aanpak.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

Het lid KABAMBA stelt voor om tkn-3, de financiering van Tolhuistuin, in de commissie te bespreken. Zij ziet uit naar de perspectieven vanuit het college en vanuit de commissie. Het lid stelt verder voor om tkn-7 te agenderen. Wethouder GROOT WASSINK deelt mee dat tkn-3 op 5 december 2024 in de commissie SKD wordt besproken. Het lid Kabamba trekt daarmee haar verzoek in. Het lid MANGAL vraagt daarop om de stukken van deze vergadering aan de bespreking toe te voegen. De VOORZITTER zegt dat toe. Hij roept de commissieleden op om tijdig aan te geven welke stukken zij willen agenderen. De Sportraad heeft een aanvullende reactie ontvangen over tkn-15, Sport en bewegen op het voortgezet onderwijs. Die is aan het dossier toegevoegd. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken van de stadsdeelcommissies. 2, Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van deze vergadering. b. Inspreekmoment publiek Agendapunt 11, Bespreken van de zaak van voetbalclub Ankaraspor De VOORZITTER legt uit dat het aantal sprekers per agendapunt beperkt tot drie. Bij de aanmelding is echter iets misgegaan. Daardoor zijn er bij dit agendapunt vier insprekers. De laatste inspreker zal de vragen vanuit de commissie beantwoorden. Halid Yetik (niet op de deelnemerslijst), is secretaris van Ankaraspor.

Daarvoor heeft hij er gevoetbald en getraind. De club is in 2003 opgericht. De inspreker is opleidingsfunctionaris binnen het ziekenhuis in Amsterdam. De problemen raken de vereniging, maar ook de inspreker. Er heerst het gevoel dat de club onvoldoende begeleiding en ondersteuning heeft ontvangen van de gemeente. Dat heeft ook in het privéleven van Halid Yetik stress veroorzaakt. In Amsterdam kun je door schouder aan schouder te staan, sterk zijn, maar in deze tijd neemt de polarisatie steeds meer toe. De waarde van samenwerking en wederzijdse steun komen niet meer tot hun recht. Zowel de vereniging als de inspreker kwam steeds meer alleen te staan. De situatie werd steeds meer uitzichtloos door de onduidelijkheid, gebrekkige communicatie en gebrek aan steun. Dat heeft de stabiliteit en de gemoedsrust van de inspreker zwaar beïnvloed. De problemen werden alleen maar groter door het gebrek aan samenwerking met de gemeente om de problemen, mede veroorzaakt door corona en de inflatie, aan te pakken. De gemeente heeft deuren dichtgegooid en voor lange tijd gesloten gehouden. Dat raakt het vertrouwen in elkaar. Om te voorkomen dat de situatie verder escaleert, moet de gemeente samen met de club naar manieren en mogelijkheden zoeken voor steun en begeleiding. De regering zegt dat de integratie mislukt is. Amsterdam kan tonen dat beter te doen. De integratie is voltooid.

De hele wereld is jaloers op het unieke Nederlandse verenigingsleven. Ook Ankaraspor wil een vereniging zijn, met meer dan vijftien nationaliteiten en vele vrijwilligers, met een eigen clubhuis net als alle andere sportverenigingen in Nederland. De gemeente moet de club helpen om de club overeind te

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

houden. De inspreker ziet uit naar een goede oplossing, zodat waarden als samenwerking en solidariteit weer centraal komen te staan. Cees Ahsman spreekt op persoonlijke titel. De inspreker is ondernemer geweest in het midden- en kleinbedrijf en was 24 jaar sportbestuurder. De problemen bij Ankaraspor trokken zijn aandacht. Zijn hart ging uit naar de bestuurders die deze rol als vrijwilliger op zich hebben genomen. Een nieuw clubhuis bouwen is geen sinecure, vooral na corona en de huidige inflatie. De gemeente is subsidieverstrekker van dit project dat door onvoorziene omstandigheden uit de hand is gelopen. Is de gemeente dan opeens geen partij meer? Moet de aannemer bijvoorbeeld failliet gaan en moeten de bestuurders financieel verantwoordelijk worden gesteld en er emotioneel aan onderdoor gaan? De rechter heeft de bestuurders nog niet persoonlijk veroordeeld, maar wel al veroordeeld voor de kosten van meer dan 10.000 euro. Inspreker ziet uit naar het hoger beroep. Hij weet dat er voor vrijwilligers zeer gebrekkige juridische ondersteuning beschikbaar is en dat verzekerde bedragen ontoereikend zijn. Waar was het toezicht op het bouwproject van de sportvereniging en de gemeente gezamenlijk? De gemeente kan zich toch niet terugtrekken als het project niet goed verloopt? De gemeente meldde nota bene aan de pers dat de vereniging niet meer bestaat.

Maar de vereniging bestaat wel degelijk. Het heeft driehonderd leden. Zij verdienen een clubhuis. Iedereen heeft fouten gemaakt, ook de gemeente. Als de gemeente dat erkent, ontstaat er ruimte voor oplossingen om zo de problemen aan te pakken. Dat is partnerschap en gemeenschapszin. Sport is een belangrijk instrument voor het doorgeven van normen en waarden. Juist nu is dit actueel en relevant. Waarden overstijgen de sport, maar ook de politiek, en bieden een richtlijn voor het leven. De grootste vorm van gemeenschapszin is sport. Laat Amsterdam daar een voorbeeld in zijn. Als de problemen niet worden opgelost, zullen er nog meer problemen en verliezers komen. Spoelt de gemeente 1 miljoen euro door het putje en laat het de vereniging zakken? Of gaat de gemeente met de juiste stakeholders spreken om dit object af te bouwen en Ankaraspor weer te laten voetballen? Het is urgent. Heel politiek en sportend Nederland kijkt mee. De gemeente moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Cees Ravesteijn is advocaat. De gemeente houdt onvoldoende rekening met de belangen. Het is niet gelukt om de wethouder hierover te spreken. De wethouder heeft niet gereageerd op zijn e-mails. De gemeente verwaarloost de belangen van de vereniging. Er is sprake van onbehoorlijk bestuur. De belangen van de vereniging worden, met een half afgebouwd gebouw en onzekerheid over de toekomst, geschaad.

De gemeente reageert niet. Niemand weet waar hij aan toe is. Verder is er het belang van de sporters. Zij mogen niet voetballen, omdat het gebouw niet af is. Naast sport is het ook een sociaal probleem. Sporten houdt de jeugd van de straat. Op korte termijn wordt wellicht executoriaal beslag gelegd op de gemeenterekening door een eerdere uitspraak. Door het onbehoorlijk bestuur van de gemeente dreigen twee bestuurders failliet verklaard te worden. Dat zal leiden tot procedures tegen de gemeente. Cees Ravesteijn verzoekt de raad dan ook om een beslissing te nemen, nu het bestuur daar niet toe in staat is geweest. Daniel Klijn heeft veel kennis van verenigingsondersteuning, heeft er meerdere boeken over geschreven, heeft onder meer duizend professionals opgeleid tot verenigingsadviseur en bezoekt wekelijks sportverenigingen door heel Nederland. Leden van de Tweede Kamer hebben de inspreker verzocht om zich te verdiepen in de problemen van Ankaraspor. Daniel Klijn heeft na onderzoek geconcludeerd dat er iets ernstigs mis is gegaan in de ondersteuning van de vereniging. Het realiseren van een nieuwe accommodatie is een ingewikkelde en complexe opgave. Daarvoor is goede samenwerking nodig met goede ondersteuning van de lokale overheid nodig. Ankaraspor is de dupe geworden van een gebrek daaraan. Normaal gesproken wordt daarvoor voor een langere periode een verenigingsraad ingezet.

Dat is de vereniging in verschillende periodes onthouden, terwijl de gemeente daar middelen en mogelijkheden toe heeft.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

In 2009 heeft de gemeente aangekondigd het clubhuis te slopen. Dat is in 2014 gerealiseerd. Een nieuw clubhuis kan in vijf jaar worden gebouwd, maar de gemeente gaf in 2014 aan dat de subsidiepot tot 2017 leeg is en dat Ankaraspor buiten de boot valt, terwijl al vanaf 2009 bekend was dat het clubhuis zou worden gesloopt. Waarom stond de vereniging niet bovenaan het lijstje voor subsidie? In 2014 waren de kosten voor een nieuw clubhuis 300.000 euro; in 2017 inmiddels opgelopen tot 500.000 euro en in 2022 tot 1,5 miljoen euro. Het was goedkoper geweest om al in 2014 te gaan bouwen. Wat weerhield de gemeente? Nu worden goedbedoelende vrijwilligers privé financieel aansprakelijk gesteld. Ook hierbij heeft de gemeente geen ondersteuning geboden. Dat heeft maandenlange stress veroorzaakt. Gezinnen dreigden elkaar te vallen. De gemeente keek weg. De vrijwilligers hebben in juli 2024 een claim ingediend bij de door de gemeente Amsterdam afgesloten verzekering. De verzekering geeft echter niet thuis. Zij moesten een advocaat in de hand nemen om de verzekeraar aan te klagen. De twee vrijwilligers zaten moederziel alleen in de rechtszaal tegenover de rechter; met hun zorgen om huid en haard te verliezen. Er was niemand aanwezig van de gemeente om steun te bieden. De inspreker roept op om met alle betrokkenen een realistisch plan op te stellen.

Met het restant subsidie en de garantstelling is het haalbaar om de accommodatie af te bouwen en een florerende club te realiseren. Met een goede ondersteuning kan een mooie vereniging met meer dan vijfhonderd leden ontstaan. Volgens de ondernemer kan het gebouw in afzienbare tijd worden afgebouwd. De gemeente moet haar verantwoordelijkheid nemen en aan de slag gaan. Het lid HAVELAAR stelt vast dat de club een bouwopdracht heeft verstrekt, terwijl de financiering nog niet rond was. De context waarin dat gebeurde, maakt dat begrijpelijk. Het lid vraagt om een toelichting. Welke stappen zouden door wie moeten worden gezet om zo snel mogelijk uit deze onacceptabele situatie te komen? Daniel Klijn legt uit dat de gemeente het bij het verstrekken van de bouwopdracht behoorlijk heeft laten afweten. De vereniging wilde, door in drie fases te bouwen, risico’s vermijden. De bouwinspecteur van de gemeente heeft dat afgekeurd. Daardoor en door het uitblijven van goede ondersteuning van de gemeente heeft de vereniging onder grote druk getekend voor de drie fases tegelijk. Om zo snel mogelijk uit deze penibele situatie te komen moeten de partijen aan tafel gaan zitten, de gemeente, de bouwonderneming, sponsors, maar ook andere betrokken verenigingen (voor bijvoorbeeld de bouw van een multifunctionele accommodatie). Met een garantstelling is er veel mogelijk.

Verschillende banken staan daarvoor open. In Amsterdam is er een tekort aan accommodaties. Dat kan hiermee worden aangepakt. Het lid BELKASMI heeft moeite om deze casus objectief te beoordelen. In 2017 gesproken over een bedrag van 300.000 euro. Nu wordt er gesproken over bedragen van 1,5 miljoen tot 2 miljoen euro door de inflatie en gestegen bouwkosten. Dat kan toch geen verklaring zijn voor deze hoge stijging. Daniel Klijn legt uit dat ook de wetgeving van invloed is geweest. Nederland, dus ook verenigingen, moet verduurzamen. De verwarmingsinstallatie kostte in 2014 15.000 euro; die kost nu 300.000 euro. Bouwondernemingen beamen dat de prijzen vermenigvuldigd zijn met twee of drie. Dat zal naast deze vereniging ook alle andere verenigingen die in de toekomst gaan bouwen, raken. Hij benadrukt dat het gebouw nu voor 1,5 miljoen euro kan worden afgebouwd. Het lid BELKASMI stelt vast dat de prijzen in zestien maanden met 1 miljoen euro zijn gestegen.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

Daniel Klijn herhaalt dat de offerte van 500.000 euro stamde uit 2019. In 2021 was al duidelijk dat de aannemer het niet meer voor dat bedrag kon realiseren. De aannemer is in 2022 failliet gegaan. De echte kostenstijging vond begin 2022 plaats met de oorlog in Oekraïne. Vanaf toen zijn de prijzen meer dan verdubbeld. Het lid BENTOUMYA vindt het heftig te horen wat bestuurders hebben moeten ervaren. Hoe hebben zij de samenwerking met de gemeente ervaren? Wat hebben ze gemist? Daniel Klijn vindt dat de vereniging een verenigingsraad nodig heeft (gehad) die twee tot drie keer per week beschikbaar is voor begeleiding bij zo’n lastig traject. De gemeente heeft de vereniging ook niet ondersteund bij de gang naar de rechter. Het verenigingsondersteuningsapparaat van de gemeente moet daarin voorzien. De gemeente had meteen een adviseur moeten aanstellen en een jurist beschikbaar moeten stellen. Dat is niet gebeurd. Dat is zorgelijk. Het lid BENTOUMYA vraag naar de taken van de gemeente en de taken van andere instanties in dergelijke kwesties Daniel Klijn deelt mee dat in gemeenten als Rotterdam een onafhankelijke stichting de verenigingen ondersteund. Amsterdam heeft voor clubondersteuning een budget van 1 miljoen euro. De kosten in deze kwestie zijn tot nu toe - slechts - 10.000 tot 20.000 euro.

Het lid ASLAMI wil weten of de heer Klijn nu in gesprek is met de gemeente; wat is de stand van zaken? Daniel Klijn deelt mee dat het contact met de gemeente voor de zomer van 2024 is verbroken. Toen heeft de advocaat van de bouwondernemer de bestuurders aansprakelijk gesteld. Daniel Klijn heeft zich vanaf dat moment gericht op de ondersteuning van de bestuurders. Het lid ASLAMI vraagt naar het effect van deze casus op andere verenigingen. Wat doet dat met hen? Daniel Klijn beaamt dat hij veel reacties heeft gehad over de WBTR. Verder is het zorgelijk dat de verzekering van de overheid (Centraal Beheer/Achmea) niet thuis geeft. De verzekeraar krijgt daarvoor 4 miljoen euro. De overheid moet de verzekeraar nu gaan aanklagen om de 10.000 euro aan juridische kosten terug te vorderen. Hij pleit daarom, net als in Rotterdam, voor een onafhankelijke belangenbehartiger die de verenigingen daarin begeleid. Deze kan meteen in verweer gaan tegen aanklachten tegen bestuurders. Het lid KABAMBA vraagt Daniel Klijn wat de commissie en de raad kunnen meegeven in het verdere proces. Daniel Klijn roept op om met elkaar een plan te maken om het clubhuis te redden en een bloeiende vereniging te realiseren die voor veel mensen veel kan betekenen. Iedereen moet een beetje water bij de wijn doen en investeren. Het lid MANGAL vraagt naar de rol van de KNVB.

Daniel Klijn heeft een aantal keren gebeld met de adviseur van de KNVB. Deze gaf aan niet in dergelijke situaties te adviseren en heeft uiteindelijk - slechts - de stekker eruit getrokken. De VOORZITTER bedankt de insprekers voor hun bijdragen en sluit de bespreking van het onderwerp af.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag Het lid VAN DER VEEN gaat in op het bericht dat verantwoordelijke ministeries ondanks noodsignalen een gevaarlijke man op straat laten zwerven. Dat confronteert de stad opnieuw met falend rijksbeleid. De man is ongedocumenteerd, heeft ernstige psychiatrische problemen en vormt een direct gevaar voor zichzelf en voor zijn omgeving. Ondanks waarschuwingen vanuit Amsterdam weigerde de verantwoordelijke bewindspersoon actie te ondernemen. Minister Faber komt haar beloftes niet na. De man wil zelf in behandeling bij de tbs-kliniek Veldzicht, maar hij moet op straat verblijven. De situatie escaleert. Deze Haagse nalatigheid raakte de veiligheid van Amsterdam en in het bijzonder deze radeloze man. Wat kan de stad nog doen om het kabinet tot actie te manen? Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat het gaat om een zorgwekkende situatie. De commissie heeft eerder gesproken over Veldzicht. Het zou alleen voor ‘Hollandse’ tbs’ers mogen worden ingezet. De verantwoordelijke ministers hebben aangegeven dat de afspraken niet veranderd zijn. Dat is echter wel het geval. Zo wordt in de brief gesproken over zeven plekken, terwijl er altijd tien plekken zijn geweest. Veldzicht heeft deze persoon, na een vrijwillige intake, afgewezen. Ook de wethouder maakt zich hier grote zorgen over. Er hebben zich al serieuze incidenten voorgedaan.

De wethouder benadrukt dat het een primaire verantwoordelijkheid is van de rijksoverheid; het is schaamteloos dat de situatie zo blijft. Hij zegt toe de commissie op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Het lid VAN DER VEEN herhaalt zijn vraag wat Amsterdam kan doen om het kabinet tot actie te manen. Wethouder GROOT WASSINK heeft dit al bij het ministerie aangekaart, maar dat zegt dat het niet ingaat op individuele zaken. Dat is inderdaad correct, maar de situatie is wel het gevolg van het systeem. Hij kondigt aan geen middel onbenut te laten en weer contact op te nemen met de ministeries. Het is echter moeilijk zoeken naar een middel om aan deze onacceptabele situatie in einde te maken. Het lid ASLAMI merkt op dat ook veel Amsterdammers deze berichten lezen en zich zorgen maken over hun veiligheid. Den Haag is nalatig en geeft niet thuis. Hoe kan Amsterdam er voor kan zorgen dat haar inwoners veilig zijn? Wethouder GROOT WASSINK deelt die zorgen. De gemeente handelt natuurlijk na een incident, maar wil het incident liever voorkomen. Maar je kunt de politie niet zomaar op iemand af sturen. Het is zorgwekkend dat het Rijk niet zijn verantwoordelijkheid neemt. In de brief aan de Kamer geeft het kabinet aan altijd te zorgen voor passende zorg, maar het geeft vervolgens niet thuis. De wethouder ziet uit naar het aangekondigde debat hierover in de Tweede Kamer.

Hij roept de fracties op om daar hun eigen Haagse contacten voor in te zetten. De wethouder deelt mee dat ook de gemeente Groningen, waar de man vandaan komt, van mening is dat hij hulp nodig heeft. Het lid ABDI stelt vast dat het Rijk dit laat liggen en denkt dat dit voorlopig zo blijft. Zijn er nog andere opvangplekken voor dergelijke personen? Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat er geen alternatief is. In Veldzicht wordt een beperkt aantal mensen met een asielverleden behandeld. Als iemand in gevaar wordt voor zijn omgeving of voor zichzelf overlast veroorzaakt, kun je hem altijd met een

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

beschikking tijdelijk laten opnemen. Maar dat is altijd tijdelijk en bovendien kan dat pas als er iets gebeurd is. Dat wil de wethouder juist voorkomen. Het lid KROM denkt dat Amsterdam niks vanuit Den Haag mag verwachten. Zij stelt daarom voor om binnen Amsterdam te kijken naar een oplossing, zeker gezien de toename van het aantal verwarde personen dat geen hulp krijgt. Wellicht kan de wethouder in gesprek gaan met bestaande partners, bijvoorbeeld Dokters van de Wereld, over oplossingen in plaats van dat de stad afhankelijk blijft van het Rijk? Wethouder GROOT WASSINK is daartoe bereid, maar benadrukt dat het gaat om zeer specialistische zorg. Dat vergt een specifiek regime van opvang en begeleiding. Hij waarschuwt daarbij voor het risico dat Amsterdam vervolgens door de rijksoverheid voor het probleem verantwoordelijk wordt gemaakt. Daar is hij geen voorstander van. Het lid BROERSE merkt op dat het Rijk op termijn - niet geheel onverwacht - minder geld beschikbaar gaat stellen voor de opvang van Oekraïners. Dit kabinet heeft al bewezen geen oog te hebben voor mensen die gevlucht zijn voor geweld. Bovendien schuift het taken af op de gemeenten en stelt daarvoor steeds minder geld beschikbaar. Bovendien wordt de vergoeding pas achteraf verstrekt. Dat zal kleine gemeenten ontmoedigen om deze vorm van opvang te organiseren.

Dat kan ertoe leiden dat nog meer mensen in Amsterdam aankloppen voor opvang. Wat zijn daarvan de financiële consequenties en de gevolgen voor de kwaliteit van opvang in Amsterdam? Wethouder GROOT WASSINK maakt zich grote zorgen over het korten van de rijksbijdrage voor opvang van vluchtelingen. Nederland loopt op dit punt al achter op andere landen. Het normbedrag wordt verlaagd van 61 euro naar iets meer dan 40 euro. Dat zal er inderdaad toe leiden dat steeds minder gemeenten nieuwe plekken gaan realiseren. Het is ook niet te voorspellen wat er in de wereld gebeurt. Zo werd eerst gezegd dat mensen wel terug kunnen naar bepaalde delen van Syrië en is het vervolgens daar weer helemaal misgegaan. Ook de gevolgen van de verkiezing van de nieuwe president van de Verenigde Staten voor de steun aan Oekraïne zijn onduidelijk. Het is niet uit te sluiten dat er op korte termijn veel meer plekken nodig zijn. Dat zorgt er voor dat het problemen alleen maar groter worden. De wethouder zegt toe de commissie te informeren over de definitieve doorberekening van de korting. Daar vindt nog een debat over plaats in de Tweede Kamer. De VNG en G4 hebben er al in sterke bewoordingen afstand van genomen. Ook dit kabinet heeft altijd ruimhartig steun aan Oekraïne toegezegd; het is dan onverdedigbaar om de mensen niet goed op te vangen.

Het lid BROERSE wil weten of de wethouder met andere (ook kleine) gemeenten spreekt over de verlaging van het normbedrag. Wethouder GROOT WASSINK benadrukt dat alle gemeenten gerekend hebben met het eerste (kostendekkende) normbedrag. De verlaging zorgt voor problemen voor zowel nieuwe als oude locaties. Bovendien moeten gemeenten de eigen bijdragen innen. Dat kost ook geld. Amsterdam trekt daar met andere gemeenten samen in op, onder andere in VNG-verband. De gemeenten willen de opvang graag organiseren, maar het is onacceptabel dat de rijksoverheid vervolgens de geldkraan dichtdraait. Het lid SCHMIT gaat in op het rapport van de mbo-raad waarin staat dat het aantal studenten nog sterker daalt dan verwacht. Dat is zorgelijk gezien de enorme tekorten in de zorg en in de techniek. Amsterdam investeert in de mbo-agenda. Wat is de actuele situatie in Amsterdam? Wethouder MBARKI legt uit dat het tekort ooit de reden was om te investeren in een mbo-agenda. Met name het aantal mbo-studenten dat in Amsterdam woont, daalt sinds 2021. Verder volgen veel mbo-studenten uit de regio hun opleiding in Amsterdam. Door druk van ouders kiezen steeds meer kinderen voor havo/vwo. Veel maatregelen gaan daarom over het herwaarderen van de mbo. Ook wordt er aandacht

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

besteed aan doorlopende leerlijnen, van vmbo rechtstreeks door naar mbo. Er ook wordt gekeken naar welke opleidingen op termijn perspectief bieden op de arbeidsmarkt. Dat maakt de opleiding ook aantrekkelijk voor studenten. Het lid BENTOUMYA gaat in op de zorgen over de achteruitgang van de leesvaardigheid van Amsterdamse kinderen. Lezen is belangrijk voor de ontwikkeling, maar ook is ook ontzettend leuk. Dat gunt GroenLinks iedereen, ook mbo-studenten. Op een aantal opleidingen van het mbo loopt een pilot; het blijkt dat de wens nog veel groter is, bijvoorbeeld voor deskundigheidsbevordering voor het vergroten van de leesvaardigheid. Kan het mbo structureel worden meegenomen in het Leesoffensief? Er zijn nu middelen beschikbaar, zoals een gratis bibliotheekpas. Kan de wethouder ervoor zorgen dat die beter bekend worden bij docenten en instellingen? Wethouder MBARKI beaamt dat lezen de basis is voor de jongeren in deze stad. OBA werkt samen met de gemeente aan een gratis lidmaatschap om mbo’ers aan het lezen te krijgen. Vanuit het Leesoffensief vindt nu op vijf locaties een onderzoek plaats om studenten te bereiken met het thema Liefde voor lezen. Het nieuws dat studenten een gratis pasje kunnen aanvragen, verspreidt zich snel. Zowel de gemeente, OBA als de roc’s werken hier structureel aan.

De wethouder zegt desgevraagd toe de ontwikkelingen op te nemen in de rapportage van de mbo-agenda. BESPREEKPUNTEN Financiën 3. Vaststellen van de Najaarsnota 2024 Het lid SCHMIT heeft een aantal vragen over deze najaarsnota.  De toeristenbelasting levert ieder jaar hogere inkomsten op door meer toeristen. Verwacht de wethouder ook een toename in 2025? De opbrengsten moeten meer ten goede komen aan de inwoners van Amsterdam die immers de overlast ervaren. Het lid VON GERHARDT deelt mee dat de VVD in het verleden een soort fonds heeft voorgesteld gevuld met de inkomsten uit de toeristenbelasting. Het geld moet dan alleen gebruikt worden voor het tegengaan van overlast door toeristen, bijvoorbeeld met extra schoonmaak en extra toezicht. Het geld mag niet verdwijnen in de algemene middelen. Het lid SCHMIT is nieuwsgierig hoe de stad de bezoekerseconomie verder kan versterken. D66 heeft daar al een aantal voorstellen voor gedaan, bijvoorbeeld investeren in vastgoed en het uitbreiden van vergunningen in de hoogstraten.  Er sprake van een onderbesteding van 1 miljoen euro in energiekosten en isolatie bij ondernemers. Is de regeling wel bekend en toegankelijk? Wellicht moeten de vastgoedeigenaren hierover nader worden geïnformeerd.  Uit de mbo-agenda blijken de lasten lager dan voorspeld.

Is er minder gedaan dan verwacht?  Bij het economisch arbeidsmarktbeleid, het bevorderen van kansen voor individuen en ondernemers, is ook sprake van onderbesteding (van bijna 2 miljoen euro). Wat is daarvan de reden? Kan dat geld niet beter ingezet worden in publiek-private samenwerkingen in het creëren van stages en opleidingen voor studenten? Wethouder MBARKI beaamt dat de toeristenbelasting in de meerjarenbegroting verder oploopt. Dat komt door het stijgend aantal toeristen en de hogere kamerprijzen in de toekomst. Daarin is het effect van het beleid (met onder andere een hotelstop en vanaf

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

2026 een btw-percentage van 21% op de kamerprijzen) nog niet meegenomen. De wethouder hoopt later de meerjarenbegroting daarop aan te kunnen passen. Er is inderdaad minder geld uitgegeven aan de fix-teams. Dat komt omdat de subsidie vanuit Europa pas later op gang is gekomen. Verder loopt deze ronde door tot maart 2026. De wethouder zegt toe er alles aan te doen om zoveel mogelijk ondernemers te bereiken. Hij omarmt de suggestie om vastgoedeigenaren over de regeling te informeren, zodat het geld goed besteed wordt. Er is binnen een aantal agenda’s sprake van onderbesteding. De stad werkt intensief samen met het bedrijfsleven in publiek-private samenwerkingen met geld van de stad en van het bedrijfsleven. De tijdslijnen lopen echter niet gelijk. Het geld wordt vooraf vrijgemaakt en pas later uitgegeven als ook het bedrijfsleven erin investeert. Het geld van de mbo-agenda zal uiteindelijk ook besteed worden aan mbo. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de onderbesteding bij de arbeidsmarkt. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. TOEGEVOEGDE BESPREEKPUNTEN Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen 9. Bespreken van de situatie rondom kinderen in de noodopvang De VOORZITTER deelt mee dat op verzoek van het lid Abdi vertegenwoordigers van het COA en Save the Children zijn uitgenodigd.

Beide gasten worden in de gelegenheid gesteld om vanuit hun expertise een korte toelichting te geven. Chela Lemmens spreekt namens de werkgroep Kind in AZC van Save the Children. De werkgroep is een coalitie van zes organisaties. Zij zetten zich sinds 2010 in voor betere leefomstandigheden en de waarborging van kinderrechten in de asielopvang. De coalitie bestaat uit Vluchtelingenwerk, Defence for Children, Save the Children, UNHCR, India en De Vrolijkheid. De commissie maakt zich ernstig zorgen over de huidige situatie in de noodopvang. Twee derde van alle opvanglocaties is inmiddels een noodopvang. Die voldoen vaak niet aan de opvangvereisten. De locaties waren oorspronkelijk bedoeld voor opvang van maximaal 21 dagen, maar hebben steeds meer een permanent karakter gekregen. Dat treft vooral kinderen erg zwaar. Er is een groeiend aantal alleenreizende minderjarige kinderen (amv’ers). Het leven in de noodopvang heeft grote gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid van de kinderen. Op dit moment verblijven er ongeveer 6200 kinderen in de noodopvang. 2200 zijn alleenreizend. Noodopvanglocaties zijn niet geschikt voor de opvang van deze kinderen. Ze zijn onveilig, bieden geen perspectief op stabiliteit of op integratie en bovendien roepen ze traumatische herinneringen op. De opvang is ook duur. De opvang op boten versterkt het gevoel van uitsluiting.

Veel kinderen ervaren dat ze ongewenst zijn en daarom op afstand worden gehouden van de bewoonde wereld. Dat leidt tot angst, somberheid, sociale isolatie en gezondheidsproblemen (ondergewicht). De vele overplaatsingen zorgen voor hechtingsproblematiek (ze maken geen vriendjes meer). Er is ook geen plek om te spelen of een ruimte waar ze zich kunnen terugtrekken. De kinderen kunnen geen kind zijn. Het nieuwe kabinet zorgt niet voor oplossingen, maar Amsterdam werkt wel aan oplossingen. De stad laat zien hoe het wel kan. Chela Lemmens groep Amsterdam op om samen te werken met andere gemeenten om zo het goede voorbeeld te geven. In 2021 zijn uitgangspunten opgesteld voor kindvriendelijke en veilig opvang. De actuele versie wordt begin 2025 gepubliceerd. Daarmee kan samen worden gebouwd aan een veilige en waardige toekomst. . Ihsane El Faddali werkt als locatiemanager bij het COA, onder andere in Amsterdam. Ook het COA is gebaat bij stabiele opvang. Zolang de plekken niet ingericht

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

zijn, zoals bedoeld de spreidingswet, moet het COA gebruik blijven maken van noodopvanglocaties. Dat is geen ideale situatie. In het land zijn structureel te weinig opvangplekken beschikbaar, terwijl de instroom voortduurt. De noodopvanglocaties zijn niet bedoeld voor kinderen. Het COA wil er dan ook zo weinig mogelijk kinderen plaatsen. Dat lukt niet altijd, want twee derde van de COAopvanglocaties is noodopvang. Het COA heeft het pakket aan programma’s uitgebreid met aandacht voor de kinderen in de opvang. Zij mogen niet achtergesteld worden omdat ze in een noodopvanglocaties zitten. Het COA zoekt continu naar nieuwe mogelijkheden om de opvang van deze kinderen te verbeteren. Het COA organiseert diverse activiteiten, het controleert de schoolgang en kinderen hebben inspraak, onder andere over hun eten. Het COA zorgt voor eigen woonruimte en speelvoorzieningen. De kinderen worden zoveel mogelijk in de gelegenheid gesteld om kind te zijn, maar het is verre van ideaal. De inzet van het COA lost deze complexe problematiek niet op. Ihsane El Faddali hoopt dat de Spreidingswet de ruimte biedt om de noodopvanglocaties af te schaffen. Het lid ABDI wil weten wat de Tweede Kamer en het Rijk gedaan hebben met de aanbevelingen van Save the Children.

Wat zijn de verschillen tussen de reguliere en de noodopvang en hoe komt het dat nu twee derde van de opvanglocaties noodopvang is? Chela Lemmens ziet inderdaad, naar aanleiding van de aanbevelingen, veranderingen in de opvang. Een van de aanbevelingen was het aanstellen van een contactpersoon/vertrouwenspersoon voor de kinderen. Er is, vanwege de actuele situatie, niet veel gedaan met de aanbeveling om geen kinderen te plaatsen op noodopvanglocaties. Bovendien is er sprake van een doelgroepbeperking, waardoor meer kinderen in noodopvanglocaties moeten verblijven. Ihsane El Faddali legt uit dat een noodopvanglocatie is bedoeld voor kortdurend verblijf (maximaal 21 dagen). Noodopvanglocaties zijn sober en minimalistisch ingericht en hebben weinig voorzieningen. Deze locaties zijn niet geschikt voor de opvang van kinderen. Als de contracten voor noodopvanglocaties worden verlengd worden op locatie extra faciliteiten georganiseerd en wordt gestart met begeleiding, zo goed als mogelijk, vergelijkbaar met de reguliere opvanglocaties. Bijvoorbeeld is op de noodlocatie aan de Westerhoofd in Amsterdam het aantal programma’s uitgebreid met onder andere dagbesteding en activiteiten. Het lid VAN DER VEEN bedankt de insprekers voor hun werk in deze moeilijke politieke context. Dat vergt veel moed.

Het blijft pleisters plakken, maar als de overheid goed voor de instanties zorgt, komt dat ten goede aan de kinderen. Wat hebben organisaties als het COA, Save the Children en de andere organisaties nodig van de overheid? Ihsane El Faddali deelt mee dat het COA periodiek overlegt met de gemeente Amsterdam en de locatieverantwoordelijken. De samenwerking verloopt goed. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat dat niet verwaterd en dat de gemeente de aanbevelingen oppakt. Het COA heeft geen extra aanvullende zaken nodig van de gemeente Amsterdam. Chela Lemmens wil de gemeente vragen om kinderen op reguliere locaties op te vangen; dichter bij een buurtomgeving zodat ze er kunnen integreren, met goede toegang tot reguliere voorzieningen en voldoende ruimte voor de kinderen om te kunnen spelen en zich terug te kunnen trekken. Met bijvoorbeeld kookfaciliteiten, zodat de gezinnen reguliere gezinsactiviteiten kunnen uitvoeren. Dat versterkt de familieband. Het lid VAN DER VEEN wil weten of er belemmeringen zijn om kinderen bij bijvoorbeeld een sportclub aan te melden. Chela Lemmens legt uit dat dat verschilt per gemeente en ook afhankelijk is van de plek van de locatie. In kleinschalige opvang, dicht bij de buurt, is het gemakkelijker om

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

te integreren. Mensen kunnen dan elkaar leren kennen en kinderen kunnen vriendjes maken. Dat vergemakkelijkt de toegang tot de reguliere voorzieningen als een sportclub. Met een plek verder weg is er minder binding met de omgeving en er zijn dan ook praktische bezwaren als de reisafstand. Het lid ASLAMI wil weten welke percentage van de kinderen in de noodopvang zit. Het lid ziet uit naar de aanbevelingen, maar wil nu al weten wat hij kan verwachten in de context van de verantwoordelijkheden voor het lokaal gezag (de gemeenten), maar ook landelijk. Het COA is van mening dat met de invoering van de Spreidingswet de situatie zal verbeteren. Maar veel mensen in de (nood)opvang zijn statushouders. Zij hebben recht op de voor Nederlanders reguliere voorzieningen. Maar de doorstroming komt maar niet op gang, waardoor er een prop ontstaat in de keten. Ihsane El Faddali beaamt dat de doorstroom stokt en dat veel statushouders worden opgevangen in de noodopvang. Door gezinshereniging zullen dat er alleen maar meer worden. Chela Lemmens deelt mee dat er 12.000 mensen (waarvan 4000 kinderen) die met hun familie naar Nederland zijn gekomen bij het COA verblijven. Er verblijven 4100 alleenreizende kinderen bij het COA; 2200 in de noodopvang. De aanbevelingen zijn uitgesplitst en zijn een handreiking voor gemeenten om de opvang in te richten.

De opvanglocaties moeten bijvoorbeeld veilig zijn en de kinderrechten waarborgen (met aandacht voor privacy en met bijvoorbeeld kindspecifieke activiteiten). Opvanglocaties die goed functioneren, zijn over het algemeen kleine opvanglocaties in buurten. Daardoor kunnen de mensen beter contact maken met de buurt en kunnen kinderen onderdeel worden van de gemeenschap. Het lid KABAMBA wil weten hoe de stem van kinderen kan worden verbeterd. Is er contact met organisaties die gespecialiseerd zijn in activiteiten voor kinderen? Chela Lemmens beaamt dat het contact met het kind belangrijk is. De kinderen kunnen zelf goed uitleggen wat ze nodig hebben, wat er goed gaat en wat voor hen belangrijk is. Op de locaties zijn er organisaties die activiteiten organiseren met kinderen. Dan is er ook goed contact met de kinderen, maar het zou goed zijn als ook raadsleden contact zouden opnemen met de kinderen om zelf te horen wat zij nodig hebben. Ook de werkgroep gaat meer in contact met, in plaats van over, de kinderen. Ihsane El Faddali deelt mee dat er diverse organisatie betrokken zijn bij het organiseren van kinderactiviteiten op de noodopvanglocaties in Amsterdam, zoals Stichting De Vrolijkheid en Team Up. Chela Lemmens deelt mee dat op sommige locaties al bewoners- en jongerenraden zijn georganiseerd.

Het lid BROERSE wil weten of op de nieuwe opvanglocaties in Amsterdam mogelijkheden zijn om er gezinnen met kinderen op te vangen. Daarmee wordt voorkomen dat de kinderen in een noodopvang terechtkomen. De noodopvang Galaxy in Amsterdam bevindt zich op een unieke locatie. Welke aanbevelingen zijn daar specifiek op toepasbaar om de situatie van kinderen te verbeteren? Ihsane El Faddali is niet op de hoogte van afspraken over de opvang van gezinnen met kinderen op de nieuwe opvanglocaties in Amsterdam. Dat moet worden opgenomen in de nog op te stellen bestuursovereenkomst. Chela Lemmens deelt mee dat de kamers op de Galaxy inmiddels allemaal een raam hebben. Die kunnen echter niet altijd open. Dat is niet prettig. Op de boot is er minder

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

ruimte voor kinderen. Zij kunnen er bijvoorbeeld niet rennen of op een andere manier kind zijn. De boot ligt ook ver van de buurt. Het is dus geen ideale plek voor de kinderen. Bovendien zal het hen herinneren aan de onprettige vluchtroute. Het lid MANGAL wil weten of de organisaties, ten behoeve van het contact met de kinderen, contact hebben met de kinderombudsman. Ihsane El Faddali meldt dat daar nog geen behoefte aan is geweest. De VOORZITTER bedankt de insprekers voor hun bijdragen en geeft na een korte pauze het woord aan de commissie voor een politieke discussie. Het lid ABDI ziet kinderen in de noodopvang lijden en gewicht verliezen door gebrek aan gezonde maaltijden; kinderen moeten de ruimte delen. Angst en onveiligheid leiden tot stress, bedplassen en slapeloze nachten. Veel kinderen moeten ook vaak verhuizen. Dat komt door landelijke politiek beleid. Kinderen horen niet thuis in de noodopvang. Dat mag niet onder het mom van een thesis worden genormaliseerd. In Amsterdam alleen al verblijven 350 kinderen in een voor hen ongeschikte noodopvang; baby’s, peuters en kleuters. Sommigen verblijven er maanden, zelfs jaren; terwijl de noodopvang bedoeld was voor maximaal 21 dagen. Een meisje van twaalf bijvoorbeeld woont al twee jaar met haar vader op het Galaxy-schip, zonder vriendjes, zonder kinderfeestjes en zonder zekerheid. Ze is nu depressief.

Amsterdam doet er net als het COA alles aan om de situatie te verbeteren. De stad gaat veel verder dan wettelijke vereist is, maar het is de wereld op zijn kop. Het lid heeft hij enkele vragen en opmerkingen over.  Hoe reflecteert de wethouder op (het steeds maar stijgend aantal) kinderen in de noodopvang?  Veel opvanglocaties worden omgevormd tot (de veel sobere) noodopvang. Is dit bewust beleid?  Welke stappen neemt het Rijk om kinderen goed en veilig op te vangen?  Wat is er nodig om deze situatie te stoppen?  Minderjarige vreemdelingen verdwijnen gewoon soms als ze 18 jaar worden.  De Spreidingswet werkt. Daarmee wordt eindelijk fatsoenlijke opvang gerealiseerd. Desondanks trekt het kabinet de wet in. Wat kan Amsterdam dan nog aan doen? Kinderen in Nederland dienen op een veilige manier opgevangen te worden met voldoende onderwijs en zorg, op een plek waar ze echt kind kunnen zijn. Dat is een verantwoordelijkheid van de overheid. Het lid VAN DER VEEN vraagt zich af wat de gemeente nog allemaal kan doen voor deze kinderen in nood. Hij prijst de aanbeveling van Save the Children om met de kinderen zelf in gesprek te gaan en vraagt de griffie om samen met de jongerenen kinderraad van Amsterdam een werkbezoek te organiseren.

 Welke aanvullende maatregelen kan Amsterdam, wellicht samen met andere gemeenten, nemen om de levensomstandigheden van deze kinderen te verbeteren?  Het lid ziet uit naar de aanbevelingen van Save the Children.  Wat zijn voor Amsterdam de wettelijke en financiële grenzen voor structurele oplossingen voor deze kinderen?  Wat kan het Rijk, bijvoorbeeld op de beleidsvelden welzijn, gezondheid en sport, nog doen om de mentale gezondheid van deze jongeren te waarborgen?  Hebben professionals ideeën hoe de overheid hen beter kan ondersteunen?  Er is sprake van een falend Haags beleid. Welke acties onderneemt het college richting Den Haag om dit probleem aan te pakken?  Het COA berichtte eerder dat veel kinderen worden geronseld door mensenhandelaren. Heeft de stad zicht op kinderen die vermist raken?

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

Het lid KROM prijst de inzet van het lid Abdi voor dit onderwerp. Er waait een gure wind door Den Haag, zeker met de aangekondigde bezuinigingen. Het lid roept op om aandacht te blijven houden voor de fysieke en mentale gezondheid voor deze kwetsbare groep kinderen en hun ouders. Zit de gemeente daar wel kort genoeg op? Ziet de wethouder kansen om dat nog verder te verbeteren? Het lid Krom stelt verder voor om het advies van Save the Children mee te nemen in beleid en evaluaties. Het nieuwe azc bij de Houthaven is bij uitstek een geschikte plek voor gezinnen in een kindvriendelijke wijk en vlakbij een voetbalvereniging. Is daar rekening mee gehouden bij de bouw van deze locatie? En kan er misschien nog iets extra’s gedaan worden speciaal voor de opvang van kinderen? Het lid BROERSE vindt het schrijnend dat kinderen, zodra ze achttien jaar worden, verdwijnen. Verder is duidelijk dat er geen kinderen op de Galaxy moeten worden ondergebracht. Het lid stelt voor om op de nieuwe locaties als eerste gezinnen op te vangen, bijvoorbeeld de gezinnen die nu op de Galaxy zijn ondergebracht. Het lid PERDOK vraagt aandacht voor de situatie van alleenstaande minderjarigen, vluchtelingen en de evaluatie van noodopvanglocatie Westerhoof. De alleenstaande minderjarigen behoren tot de meest kwetsbare groep in de Nederlandse samenleving.

Zij hebben een veilige omgeving nodig waar ze kunnen groeien, maar waar ze ook kunnen herstellen van de opgelopen trauma’s. Veel kinderen blijven te lang in een noodopvang die niet is ingericht op hun specifieke behoeften. 17-jarigen worden soms als volwassenen behandeld, terwijl zij in deze fase van hun leven extra begeleiding nodig hebben. Het ontbreekt aan pedagogische voorzieningen, zoals speeltuinen, educatieve ondersteuning en een veilige leefomgeving. Zowel 17-jarigen als 18-jarigen hebben extra ondersteuning nodig, maar de overheid maakt een groot verschil tussen deze twee leeftijdsgroepen. De overheid moet blijven streven naar een agogische en pedagogische verantwoorde leefomgeving voor elk kind in de opvang voor een gezonde en volwaardige toekomst. De evaluatie van de noodopvang op Westerhoofd laat zien hoe complex de problematiek in de asielketen is. Kinderen groeien op in een niet voor hun ontwikkeling goede omgeving. De lange wachtlijsten voor asielprocedures vergroten de uitzichtloosheid. Initiatieven als een tijdelijke bibliotheek zijn slechts symptoombestrijding. Het is beter te werken aan het verbeteren van asielprocedures, het realiseren van duurzame opvanglocaties (in een omgeving die stimuleert tot herstel) en het verbeteren van de doorstroom voor statushouders. De noodoplossingen moeten overbodig worden.

Het lid Perdok vindt de opvang op een boot wreed, zeker gezien de vluchtroute van de bewoners. Maar ook kleine (vaak te sobere) opvanglocaties zijn niet geschikt voor de opvang van kinderen. Het lid VAN DER VEEN deelt mee dat destijds het schip in Amsterdam de enige mogelijkheid was om Ter Apel te ontlasten. Wat vindt het lid Perdok dan een goed alternatief? Het lid PERDOK pleit voor kleinere (voor kinderen toepasselijk) opvanglocaties in buurten. Dan kunnen kinderen gemakkelijker integreren, bekend worden met de Nederlandse cultuur en gemakkelijker doorstromen naar de reguliere woning. Zij is er geen voorstander van om slechts te denken in noodoplossingen en pleisters plakken. Daarin is in de afgelopen jaren weinig verbetering geweest. Dat is schrijnend voor deze kinderen. Dat leidt tot sociale conflicten. Het lid heeft tot slot nog enkele vragen.  Welke concrete stappen kan de stad ondernemen om te voorkomen dat alleenstaande minderjarigen te lang in een noodopvangverblijven?  Hoe wordt gecontroleerd of opvanglocaties voldoen aan pedagogische normen?  Hoe zorgt het college ervoor dat de verlenging van opvanglocatie Westerhoofd niet leidt dat langdurige afhankelijkheid van suboptimale opvang?  Welke maatregelen worden genomen om de mentale gezondheid en sociale participatie van bewoners te verbeteren?

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

Hoe wordt de begeleiding en ondersteuning van 17-jarigen verbeterd en welke aanvullende maatregelen worden genomen om de mentale gezondheid en participatie van bewoners (speciaal de kinderen) te verbeteren?

Het lid KABAMBA vraagt de wethouder op welke manier de stad deze kinderen humaan en duurzaam kan opvangen, vooral de kinderen zonder ouders; dit in tegenstelling tot het anti-humane beleid van dit kabinet. Het lid ASLAMI vindt de opvang van asielzoekers in Nederland zeer schrijnend. De meest kwetsbaren, de kinderen, worden het hardst geraakt. Het aantal kinderen in de noodopvang is de afgelopen twee jaar bijna verdubbeld. Er sprake van een structureel falen door politiek Den Haag. Het kabinet reduceert vluchtelingen tot statistieken. De opvang wordt door populistisch wanbeleid uitgehold. Daardoor moeten kinderen die bescherming zoeken voor oorlog en geweld onder erbarmelijke omstandigheden verder leven. Kinderrechten worden systematisch gezonden. Er is gebrek aan stabiliteit, privacy, mentale zorg en een veilige thuisomgeving. Het is geen Amsterdams probleem, maar een systeemprobleem. Reguliere opvang wordt continu afgebouwd, noodopvang wordt eindeloos verlengd. Dat is symptoombestrijding dat resulteert in een visuele cirkel van onzekerheid en verwaarlozing.  Welke concrete maatregelen kan Amsterdam nog meer nemen om de omstandigheden van kinderen in noodopvanglocaties te verbeteren?  Is de wethouder bereid om de aanbevelingen van Kind in azc mee te nemen in bijvoorbeeld een actieplan?  De wethouder heeft nu ook een rol in de mra.

Kan hij vanuit die rol andere gemeenten aanspreken op hun verantwoordelijkheid op het gebied van opvang en huisvesting?  De keten loopt vast. Gemeenten moeten zorgen voor huisvesting. Wanneer komen de toegezegde flexwoningen gereed? Zodat de mensen verder kunnen met hun leven. Wethouder GROOT WASSINK vindt het goed dat dit onderwerp in deze commissievergadering aan de orde komt. Er bestaan grote zorgen. Het overstijgt echter grotendeels de gemeentelijke verantwoordelijkheid. In Amsterdam verblijven 138 kinderen in A&O-hostels en 71 in de Galaxy. Galaxy werkt ondertussen al als een reguliere locatie wat de soberte overstijgt. Maar de plek blijft suboptimaal. De stad werkt daarom aan permanente, maar ook sobere, opvanglocaties. Er is gevraagd om geen kinderen meer op te nemen in de noodopvang. Het is echter beter dat ze op een locatie als de Galaxy kunnen verblijven dan dat ze bijvoorbeeld in de TT-hal in Assen worden ondergebracht. Er worden gewerkt aan permanente opvanglocaties, dichtbij voorzieningen, bijvoorbeeld aan de Houthavenweg. De wethouder zegt toe samen met het COA te onderzoeken of er afspraken kunnen worden gemaakt over de opvang van gezinnen op die locaties, maar waarschuwt dat de acute nood soms gewoon hoog is. De wethouder is er geen voorstander van om permanente locaties om te zetten naar noodlocaties, omdat daardoor het niveau van opvang daalt.

Dat is voor hem onacceptabel. De wethouder maakt zich ook zorgen over de reguliere vorm van opvang. Amsterdam maakt zich sterk voor een hoog niveau van opvang. Zo worden er op de Galaxy en A&O’s veel activiteiten georganiseerd, onder andere gericht op mentale gezondheid, maar ook op bijvoorbeeld sport. De stad probeert het samen met het COA zo leefbaar mogelijk te houden, maar het blijft zeker niet ideaal. Over de zorgen daarover wordt ook in VNG-verband gesproken. Het zou helpen als deze gemeenteraad en andere gemeenteraden hun zorgen zouden uitspreken over de situatie van kinderen in de noodopvang.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

Alle kinderen in de opvang in Amsterdam krijgen onderwijs. Ook is er jeugdgezondheidszorg beschikbaar. De Inspectie gezondheid en jeugd houdt daar toezicht op. Er is gevraagd om met kinderen in contact te komen. Daarmee loopt de stad het COA echter voor de voeten. De wethouder zegt toe samen met het COA het rapport van Save the Children te bestuderen en te bezien welke verbeteringen er nog mogelijk zijn, ook als dat geld kost. Er is verder gevraagd naar de financiële en operationele beperkingen. De wethouder is blij dat Amsterdam afspraken gemaakt en maatregelen neemt die boven het landelijk niveau uitstijgen. Het is de vraag hoelang dat houdbaar is. De Tweede Kamer spreekt al over een verdere versobering van het niveau. De verantwoordelijkheid moet bij het Rijk blijven liggen. Die mogen gemeenten niet overnemen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanbieden van onderwijs en zorg. Daarvoor worden in Amsterdam vele initiatieven genomen. Maar de stad mag niet de primaire verantwoordelijkheid voor de opvang op zich nemen. Het probleem van de verdwenen kinderen komt vooral voor op amv-locaties en niet op gezinslocaties. De wethouder heeft er dan ook geen zicht op, maar weet dat het landelijk een groot vraagstuk is. Het lid Krom vroeg naar waarborgen voor de fysieke en mentale gezondheid. Die zijn er echter niet.

Het landelijk programma van eisen biedt die waarborgen al niet. Het is voor kinderen inderdaad per definitie niet fijn en niet gezond dat ze moeten vluchten en op deze manier worden opgevangen. De wethouder zegt toe om in de omslag van tijdelijke naar permanente locaties aandacht te schenken aan het niveau van opvang, maar legt uit dat er soms urgente situaties zijn. Voorkomen moet worden dat gezinnen moeten worden opgevangen in bijvoorbeeld sporthallen. De wethouder is ook geen voorstander van opvang van kinderen op de Galaxy, maar weet dat daar inmiddels sociale structuren zijn opgebouwd. Hij beaamt dat het beter is om ze op permanente locaties op te vangen. Het lid BROERSE is er geen voorstander van dat kinderen steeds moeten veranderen van locatie, vooral omdat ze dan ook naar een andere school moeten. Maar het lid vindt ook dat ze niet moeten worden opgevangen op plekken die juist traumatisch voor hen zijn (op een boot) en pleit in dit geval toch voor opvang op een permanente locatie. Wethouder GROOT WASSINK is het daarmee eens, maar deelt mee dat niet ieder kind een vluchtgeschiedenis heeft met een boot. Dat vraagt om individuele afwegingen. Hij herhaalt dat het aantal vluchtelingen in Amsterdam is gestegen van 500 (in 2018) naar 4479 (conform de Spreidingswet).

De wethouder is het eens met het lid Perdok dat de asielketen structureel moet worden verbeterd, maar dat kan niet in Amsterdam worden bepaald. Er is een gebrek aan permanente locaties door een misplaatste bezuinigingsdrift van vorige kabinetten. Daarmee heeft de overheid een (dure) opvangcrisis gecreëerd. Zo is de opvang op een boot niet goedkoop. Met dat geld zou je verschillende panden kunnen aankopen. In 2016 was er voldoende capaciteit. Fluctuaties in de instroom zijn beperkt. Toch is het aantal voorzieningen flink afgeschaald, waardoor je nu veroordeeld ben tot suboptimale oplossingen. Wethouder Groot Wassink legt uit dat er op de amv-locaties veel ondersteuning wordt geboden. Hij beaamt dat de problemen liggen bij de (harde) overgang naar achttien jaar. Daarvoor is voor statushouders een programma van psychosociale ondersteuning opgesteld. De wethouder is bereid om duurzaam in te zetten op verbetering, maar wordt daarbij beperkt door de mogelijkheden. Hij legt uit dat de provincie de toezichthouder is. Daar kan hij binnen mra geen rol bij spelen. Daarbij is het grote gebrek aan betaalbare woningen een groot probleem. Daardoor stokt de doorstroming. In Amsterdam zijn de eerste 1100 flexwoningen in aanbouw. De

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 4 december 2024

woningen op de Appelweg zijn al klaar. Ook de wethouder vindt dat het sneller moet, maar weet dat zijn collega zeer toegewijd werkt aan deze opdracht. Het lid ABDI maakt zich zorgen dat Amsterdam veel mensen moet opvangen die van plekken komen die worden afgebouwd. Het lid maakt zich ook zorgen over het verdwijnen van jongeren en vraagt de wethouder om daarover in gesprek te gaan met het COA en andere van belang zijn instanties. Wethouder GROOT WASSINK deelt mee dat de gemeente hier (goed) contact over heeft met het COA en Needels. Als zich problemen voordoen op dit gebied, wordt er direct geschakeld. Het is inderdaad een dilemma dat Amsterdam mensen moet opvangen van locaties die sluiten of vol zijn. Maar als Amsterdam nee zegt, zal dat de situatie van de mensen niet verbeteren. Zij zullen dan opnieuw in een tijdelijke locatie worden ondergebracht. Dat wil je juist bij kinderen voorkomen. Dan is het beter om ze in Amsterdam, weliswaar onder suboptimale omstandigheden, op te vangen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. De PvdA verzoekt het onderwerp (middellang) in de raad te bespreken. De fractie heeft daarvoor een motie voor voorbereid.

De VOORZITTER stelt voor om - gezien de nog resterende beperkte tijd - de behandeling van de raadsinformatiebrieven Markten, Jongerenwerk in school en Jongeren met en zonder startkwalificatie door te schuiven naar de volgende vergadering. De commissie stemt daarmee in. Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen) 4. Bespreken van de raadsinformatiebrief verblijfsregeling Surinaamse oudNederlanders Het lid BADAL deelt mee dat de Tweede Kamer op 15 juni 2024 in motie heeft aangenomen van het CDA over in Nederland verblijvende Surinaamse ouderen zonder rechtmatig verblijf. Die motie maakt een einde aan de jarenlange onzekerheid voor deze groep mensen. Het lid bedankt de wethouder voor het uitwerken van de motie, maar vraagt aandacht voor de uitdagingen van sommigen om tijdig aan de voorwaarden te voldoen. In Suriname is het soms moeilijk om tijdig (voor 1 juni 2025) over de benodigde documenten te beschikken. Het CDA stelt voor om een ruimere periode te hanteren. Daarmee wordt de regeling toegankelijk voor iedereen die er recht op heeft. Het lid ALBERTS prijst de maatregelen om eindelijk een einde te maken aan dit historisch onrecht. Dat staat al sinds 1994 op de agenda. Er is echter nog sprake van een ander onrecht. Deze mensen hebben bijvoorbeeld te maken gehad met de regels omtrent de AOW.

Voor een volledige AOW moet je veertig jaar gewerkt hebben, alleen telde dat eerder niet. Kan dat gerepareerd worden? Het lid MANGAL deelt mee dat zijn ouders sinds 1964 altijd Nederlands staatsburger zijn geweest. Dat kan echter niet iedereen zeggen. Mensen uit Suriname hadden destijds niet echt de keuze. Om Nederlander te blijven, moest je in Europees Nederland zijn. Dat zorgde voor een exodus van Zuid-Amerikaans Nederland naar Europees Nederland. Het kabinet wierp daarom barrières op, voornamelijk voor mensen met ouders die in Suriname zijn geboren. Er zijn veel mensen die voor 1975 zijn geboren, maar nooit de Surinaamse nationaliteit hebben willen aanvaarden. Een grote groep daarvan leeft al vele jaren als statenloze in Nederland. Het is goed dat zij hun Nederlanderschap nu terugkrijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15086284/1