CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241106 definitief verslag OZA

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 6 november 2024, gemeente Amsterdam18.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 6 november 2024

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering

Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Vergaderdatum Woensdag 6 november 2024 van 09.00 tot 13:13 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 4 december 2024 Voorzitter: Remine Alberts Portefeuillehouders: wethouder Moorman, wethouder Scholtes Commissiegriffie: K. van Klooster, M. M. Saelman Verslaglegging: E. Röling (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de leden Abdi (PvdA), Bouhassani (PvdA), Broersen (Volt), Didderen (Partij voor de Dieren), Haijen (SP), Hakiki (DENK), Havelaar (CDA), Hylkema (VVD), De Jong (JA21), Kabamba (Lijst Kabamba), Van der Kamp (VVD), Lust (D66), Nadif (GroenLinks), Noordzij (PvdA), Perdok (De Vonk), Van Pijpen (GroenLinks), Runderkamp (PvdA), Van der Veen (GroenLinks), Wehkamp (D66), Wijmenga (CDA) Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen: Stefano van Delden, Malène Duijst, Ruud Gondel, Ida Kahlman, Rob Mulder, Karien Sondervan, Juliëtte van Zuijlen

ALGEMEEN GEDEELTE

1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering heet iedereen welkom. Er zijn voldoende fracties aanwezig om van start te gaan met de vergadering.

b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat de lijst Ahmadi-Veldhuyzen vanaf vandaag verder gaat onder de naam De Vonk. Vervolgens deelt de voorzitter mee dat vandaag de laatste commissievergadering is van het lid Wijmenga en dat de leden Kabamba en Van der Veen later zullen aansluiten. Voor deze commissie worden er op 20 november 2024 twee bijeenkomsten georganiseerd. Dat is een technische sessie over het contracteren van WMO en een werkbezoek aan het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. De voorzitter verzoekt de leden zich aan te melden. Wethouder SCHOLTES beveelt het werkbezoek aan het Antonie van Leeuwenhoek van harte aan. De wethouder komt terug op een toezegging aan het lid Runderkamp ten aanzien van zijn vraag of de wethouder de opmerking ten aanzien van de trapliften herkent. Wat betreft het aantal verdiepingen, is dit geen criterium meer, daar er nu een maximaal bedrag is. Er wordt wel gekeken of maatwerk nodig is. Naar het manifest van Cliëntenbelangen, gaat de wethouder er nog naar kijken. Wat betreft kraamzorg heeft de wethouder eerder aan het lid Kabamba een toezegging gedaan om de mogelijkheden te verkennen om informatie over de mogelijkheid om vaccineren via kraamhulpen te verspreiden. De GGD is in gesprek met het samenwerkingsverband van de Kraamzorg en zij kijken of informatie over de maternale

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

kinkhoestvaccinatie vast onderdeel kan worden van de intake van kraamzorgorganisaties, zodat het belang van vaccineren daar ook wordt besproken. Als ouders vragen of zorgen hebben, worden zij doorverwezen naar de jeugdgezondheidszorg. Daarmee beschouwt de wethouder de toezegging als afgedaan. Met betrekking tot de toezegging aan het lid van Pijpen over de buurtteams, de dagbesteding en de instroom, heeft onlangs een gesprek met de dagbesteding aanbieders plaatsgevonden en er is intensief contact op ander niveau. De instroom bij de dagbesteding valt eigenlijk tegen. Zij constateren dat dit niet verklaard kan worden uit de aanmeldingen van de buurtteams, omdat het overgrote deel van de aanmeldingen gaat via het netwerk van de aanbieders zelf, maar ook de aanbieders en de wethouder zouden graag zien dat er goed wordt doorverwezen. Zij gaan de contacten tussen de buurtteams en de aanbieders versterken, zodat zij elkaar beter kunnen vinden waarvoor diverse vormen van kennisuitwisseling zullen worden georganiseerd. De wethouder heeft voor het zomerreces onder geheimhouding de commissie geïnformeerd over de stand van zaken bij Het Dok, waar een zorgelijke financiële situatie was en heeft toen toegezegd om de commissie in het najaar te informeren of en hoe ze nu verder gaan. Er is intussen intensief overleg gevoerd, ook met de andere gemeenten.

De gezamenlijke conclusie is dat het Dok voldoende herstel heeft laten zien, zodat zij in 2025 onder strikte voorwaarden verder kunnen gaan. Daarbij trekken zij op met de andere gemeenten. Zij houden toezicht op het herstel en het herstelplan wordt verder uitgewerkt. Voor de zomer van 2025 willen zij helder hebben of zij na 2025 verder kunnen gaan met het Dok. In dat geval is de intentie om na 2026 meerjarig te subsidiëren. Tot slot deelt de wethouder over sport en Amsterdam 750 mee, dat naar aanleiding van een toezegging aan het lid Emmerik, er gekeken is of het mogelijk is om een plek te maken voor informatiestands van maatschappelijke organisaties rondom het voetbaltoernooi. Zowel bij de acht stadsdeelfinales als bij de stadsfinale bieden zij ruimte voor informatiestands voor maatschappelijke organisaties. De GGD, zal ook vanuit Thrive, samen met de stadsdelen en de directie Sport en Bos en lokale partners aanhaken. Ook is er contact met Jongerenwerk, het Jeugdfonds Sport & Cultuur, 3 x 3 Unites, Boogieland Foundation, allemaal om laagdrempelig sporten te promoten. Wethouder MOORMAN heeft een mededeling naar aanleiding van een vraag van 11 september 2024 van het lid Wehkamp. Het bleek dat niet elke kinderopvanglocatie een eigen OKA, een ouder kind adviseur, heeft.

Dit gaan zij nu in orde maken, zodat vanaf dit najaar elke kinderopvanglocatie een vaste jeugdverpleegkundige en een OKA heeft. Het lid VAN PIJPEN vraagt over de situatie bij het DOK, of zij het goed begrepen heeft dat zij nu een subsidie van één jaar krijgen in plaats van zes jaar. En vraagt wat dit betekent voor de partners van Het Dok in de coalitie waarin zij moeten samenwerken. Wethouder SCHOLTES zegt dat gezien de situatie eerst het besluit was uitgesteld en het klopt dat zij nu voor één jaar subsidie krijgen, omdat zij eerst verder herstel willen zien voordat zij verantwoord verder kunnen gaan. Voor de andere partners geldt dat zij zes jaar subsidie krijgen daar waar zij binnen die kernfuncties vallen. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER geeft aan dat het lid Abdi een actualiteit heeft aangemeld over de tijdige aanpak van Huiselijk Geweld door Veilig Thuis Amsterdam Amstelland en stelt vast dat er geen bezwaar is om deze actualiteit te bespreken. Voor agendapunten 4 en 5 zijn geen aanmeldingen, deze agendapunten worden dan ook gehamerd. Het lid WEHKAMP heeft twee vergadervoorstellen gedaan. Het lid vraagt om agendapunt 12 door te schuiven vanwege de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel dat zij deze of volgende maand inleveren. Hier is geen bezwaar tegen.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

Ook heeft het lid Wehkamp het verzoek agendapunten 10 en 11 gevoegd te behandelen. Het lid Van Pijpen heeft bewaar, want zo wordt het wel heel veel in één agendapunt, maar als zij de enige is, kan zij zich erin vinden. De voorzitter stel vast dat het lid Van Pijpen de enige is, waardoor zij de agendapunten gevoegd gaan behandelen. Het lid PERDOK heeft voorgesteld agendapunt 9 door te schuiven naar de volgende vergadering. De voorzitter stelt vast dat hier geen bezwaar tegen is. De agenda wordt met inachtneming van het voornoemde vastgesteld. d. Conceptverslag van de vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 2 oktober 2024 Er zijn geen wijzigingsvoorstellen binnen gekomen. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Het lid ABDI vraagt of er een update mogelijk is over twee moties, één over het slachtofferdevice en één over de nazorg van slachtoffers van huiselijk geweld in ziekenhuizen Wethouder SCHOLTES heeft over het slachtoffer device recent gesproken met de Blijf Groep, Reclassering Nederland en Barbara Godwaldt, toen zij een expertmeeting hadden over femicide en intieme terreur. Het is ook een wens van de wethouder, op het voorstel van de commissie, om het slachtofferdevice ook in Amsterdam in te zetten. De pilot in Rotterdam is daar positief geweest en er draaien nu pilots in Groningen en in het Hart van Brabant.

De reclassering heeft aangegeven dat ze die pilots eerst willen afronden. De wethouder heeft aangegeven dat het hun wens is om zo snel mogelijk de slachtofferdevices in Amsterdam in te zetten, dat heeft de reclassering gehoord. Ten aanzien van de nazorg van de slachtoffers van huiselijk geweld in het ziekenhuis, vindt de wethouder het enorm belangrijk om die op laagdrempelige wijze te ondersteunen en op te vangen. Het college onderzoekt de mogelijkheid om met ziekenhuizen en met partners, waaronder de Blijf Groep, Veilig Thuis en strafpartners, voorlichting te geven aan professionals in het ziekenhuis om het signaleren van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld te vergroten. De methode is daarbij ook belangrijk. Maar ook om ter plekke slachtoffers beter op te vangen en te voorzien van meer praktische hulp, zoals het lid Abdi heeft voorgesteld, zeker als zij ook letsel hebben waarmee zij zich in het ziekenhuis melden. De wethouder verwacht in Q1 van 2025 meer bekend te hebben over de definitieve invulling hiervan. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering. • TKN-2 op verzoek van het lid Wehkamp • TKN-3 op verzoek van het lid Wehkamp • TKN-4 op verzoek van het lid Van der Kamp • TKN-5 op verzoek van het lid Wehkamp • TKN-7 op verzoek van het lid Van Pijpen, als het niet in AZ wordt besproken.

• TKN-8 op verzoek van het lid Van Pijpen, waar binnenkort een technische voor komt. Het lid Van Pijpen vraagt of er dan een aanvullend voorstel komt vanuit het college of dat ze het nu moeten bespreken.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

De VOORZITTER geeft aan dat de verzoeken zijn doorgekomen, maar dat op de vragen nu geen antwoord kan worden gegeven. In het algemeen geeft de voorzitter ter overweging mee dat stukken van de TKN-lijst ook schriftelijk afgedaan kunnen worden. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER heet de insprekers welkom. Bij agendapunt 2b, Racisme, Schending van de Ambtseed en Zorgfraude door twee Ambtenaren van de Gemeente Amsterdam Inspreker Stefano VAN DELDEN spreekt namens Christelijke stichting Masterboys. Hij spreekt zijn ernstige zorgen uit over de afdeling WMO van Amsterdam, en in het bijzonder over klachten racisme, de verantwoording hoe er met gemeenschapsgeld wordt omgegaan en hoe de betrokken ambtenaren daar mee omgaan. Zijn ervaring is dat er bij ambtenaren veel tegenstand is zodra je het woord racisme in de mond neemt. In dit geval heeft hij gelijk ook een contactverbod gekregen, hetgeen opmerkelijk is daar in 2023 na zijn racismeklacht hij is uitgenodigd en er vervolgens een schikkingsvoorstel is gedaan. Inspreker heeft meerdere keren contact opgenomen met de betrokken wethouder, daar werd niet op gereageerd.

Ook op brieven aan het college van B&W en op klachten bij de integriteitscommissie is niet gereageerd. Daarom vraagt inspreker nu aan de commissie om hulp en vraagt of er onafhankelijk onderzoek kan worden uitgevoerd naar dit dossier. Bij agendapunt 2b, Mantelzorg Inspreker Malène DUIJST spreekt namens Platform Mantelzorg Amsterdam. Zij komt in verband met het Actieplan Mantelzorgondersteuning in Amsterdam. Inspreker vraagt of de ZOOM inspraak weer kan worden ingevoerd. Betreft het actieplan zijn zij positief dat hier nu ook de ouders in staan, want mantelzorg is heel divers. Mantelzorgondersteuning is heel erg nodig op alle levensgebieden. Het valt nu onder ouderenbeleid, maar zij denken dat het gaat over de portefeuilles van alle wethouders. In het stuk staat dat mantelzorgers vaak essentieel zijn voor de beweging naar afschalen, ook voor ziek naar gezond, maar dat gaat vaak helemaal niet op voor mantelzorgers en cliënten. Ze zijn van naasten afhankelijk, maar dat is vaak omdat de passende zorg niet toereikend is. Zij omarmen de doelstelling om preventief in te zetten en pleiten al langer voor een basisvoorziening zoals een consultatiebureau waar veel informatie, tips, advies en ondersteuning zal zijn. Er wordt vaak hulp gezocht als het water ze aan de lippen staat en dan zitten ze al snel aan een opschaling WOZ en Zorgverzekeringswet.

Hun zorg is echter dat cliënten te lang in de WMO blijven hangen en het risico hebben om uit te vallen. Dankzij Cliëntenbelang is Mantelzorg wel in de regioplannen gekomen. Het is een overkoepelende stad brede opdracht om mantelzorgers te ondersteunen en dat vraagt om een document dat breder is. Zij vragen om concrete resultaten, sturing op resultaten en financiering voor het actieplan. Ook vragen zij geldstromen te koppelen, zodat zorg een soepele overgang kan maken van WMO naar hoger als dat nodig is. Inspreker stelt voor om de consultatiefunctie bij alle buurtteams te beleggen en ze de taak te geven om meer

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

outreachend te werken. Als laatste stelt inspreker voor om de opdracht te verdelen over meerdere raadscommissies, want ze hebben op alle leefgebieden aandacht en zorg nodig. De VOORZITTER wijst erop dat insprekers ook een video kunnen insturen. Desgevraagd geeft inspreker DUIJST aan dat het heel makkelijk is als meerdere partijen een aparte geldstroom hebben, waarbij aanbieders samen een stroming maken, waarbij het ook soms gaat om reorganiseren. Soms is het makkelijker is om in die tussenperiode op te schalen, hetgeen ze met preventief werken in de toekomst willen voorkomen. Bij agendapunt 3, Voorzetten CIMI toelichtingen vanuit onze ervaringen bij Cybersoek Inspreker Karien SONDERVAN spreekt namens Cybersoek in waar zij directeur van is en over haar ervaring met de regeling voor integraal maatschappelijk initiatief, oftewel RIMI, daar vandaag de begroting wordt vastgesteld en daarvoor geen geld meer beschikbaar wordt gesteld. Inspreker zegt dat het niet alleen gaat om financiële steun die mogelijk verdwijnt, maar vooral op de manier waarop ze samenwerken aan een leefbaar en inclusief Amsterdam. Ze willen niet terug naar een verkokerde blik van afzonderlijke loketten en afgebakende beleidsterreinen, maar vooruit naar een integrale benadering die door de RIMI-regeling wordt ondersteund.

Deze regeling biedt de mogelijkheid om faciliterend op te treden en stelt maatschappelijke organisaties in staat om beleid van de stad uit te voeren. Cypersoek werkt integraal aan digitale inclusie, waarbij het niet alleen gaat om basisvaardigheden, maar ook om toegang tot apparaten, toegang tot internet en ondersteuning om blijvend te kunnen leren. Dankzij RIMI hebben ze ook projecten als School voor ouders kunnen realiseren. Inspreker vraagt bij welk loket zij in de toekomst terecht kunnen voor financiering voor een initiatief als dit. Toen de RIMI-regeling begon, was inspreker trots op Amsterdam, omdat zij een werkwijze omarmden die past bij de stad. Inspreker roept om deze positieve ontwikkeling niet stuk te maken. Wanneer gevraagd wordt of er andere subsidies zijn die inspreker zou kunnen aanschrijven, geeft inspreker SONDERVAN aan dat het ingewikkeld is om precies goed te begrijpen bij welke regeling ze dan precies thuishoren. Voor de komende jaren zijn ze gefinancierd door de sociale basis, maar dit is voor een specifiek stukje van wat ze doen. Aan de RIMI-regeling is het juist zo prettig dat ze dit niet hoeven uit te zoeken en dat de gemeente kijkt waar de financiering dan thuishoort. Bij agendapunt 10, Programma Ouderen in Amsterdam 2024-2029 Inspreker Ida KAHLMAN spreekt op persoonlijke titel. Samen met haar man woont zij samen in Nieuw-West.

Zij willen zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen huis blijven wonen. Naast goede zorg, is daarvoor een passend huis en de juiste WMO-aanpassingen en goede AOV voor nodig, zodat zij ook buitenshuis een normaal leven kunnen leiden. Dit zien zij niet terug in het Actieplan Ouderen in Amsterdam. Met het AOV ervaart inspreker steeds vaker problemen. Wat betreft het wonen was het voor hen ontzettend moeilijk naar een geschikte woning te verhuizen. In overleg met ergotherapie kwamen zij terecht bij een geschikte en levensbestendige woning, maar Argonaut zag geen noodzaak om te verhuizen. Nadat zij een klacht hadden ingediend, kregen zij een indicatie voor een gelabelde rolstoelwoning, maar deze woning bleek geen officiële rolstoelwoning te zijn. Volgens Argonaut hadden zij geen recht meer op de verhuisvergoeding en de woningaanpassingen. Het was ook niet mogelijk om de aanpassingen uit de oude woning over te nemen. Uiteindelijk hebben hun kinderen de WMO-aanpassingen geregeld, maar dit heeft veel tijd, stress en energie gekost. Inspreker vraagt hoe zij langer thuis moeten blijven wonen, als deze belangrijke randvoorwaarden er niet zijn. Desgevraagd geeft Inspreker KAHLMAN aan dat er voor ouderen er meer rolstoelwoningen nodig zijn. Ook vraagt zij waarom mensen die al gehandicapt zijn en ouder worden, niet naar een Lang Leven flat mogen.

Op de vraag of er specifieke regels gelden voor het in aanmerking komen voor een Lang Leven flat, geeft inspreker aan dat ze ook als ze naar een andere woning was verhuisd, bijvoorbeeld een ander toilet nodig had gehad.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

Bij agendapunt 11, Bespreken Manifest ‘Help!’ Ouderen Inspreker Rob MULDER spreekt namens Federatie Amsterdamse Huurderskoepels in. Naar zijns inziens zijn de omstandigheden van ouderen vaak rampzalig. Toen hij in 2017 in een seniorenflat kwam wonen, dacht hij dat hij altijd nog naar de drie over zou kunnen gaan, maar dat gebouw heeft nu een andere functie. Amsterdam en Nederland verandert in rap tempo. Inspreker zou graag zien dat er maximaal wordt ingezet op oplossingen, zoals inzetten op voorlichting. Een traplift kan niet boven de 10.000,- euro uitkomen, waardoor mensen boven, op driehoog zitten te verpieteren. Inspreker hoopt dat iedereen een stapje harder kan lopen voor ouderen en roept op tot oplossingen buiten de box, omdat oplossingen vaak niet gerealiseerd kunnen worden, omdat er een klein obstakel is. Tevens stelt inspreker voor ouderen bij participatie te betrekken in de snel veranderende leefwereld voor senioren Het zou mooi zijn als er een domein overstijgende taskforce komt en dat er goed samengewerkt kan worden tussen wonen, zorg en welzijn. Desgevraagd geeft inspreker MULDER aan dat er weinig woningen zijn voor ouderen en zij ook afhankelijk zijn van corporaties. Tegelijkertijd is er ook Zorgroep Amsterdam, die geweldige stappen maakt, maar is dit bij ouderen nog niet bekend. Inspreker denkt dat goede voorlichting nodig is om in de haarvaten te komen.

Eveneens bij agendapunt 11 Inspreker Juliëtte VAN ZUIJLEN spreekt op persoonlijke titel eveneens over het manifest. Het vraagstuk zo lang mogelijk thuis wonen houdt haar al langer bezig, daar haar man een progressieve, chronische ziekte had, waardoor zij als geen ander weet hoe belangrijk een passende woning is, als je geconfronteerd wordt met toenemende beperkingen en afnemende mobiliteit. Het manifest is haar dan ook uit het hart gegrepen. Vanaf 2015 is deze ontwikkeling in gang gezet met de WMO 2015, het sluiten van verzorgingshuizen, nadruk op participatiemaatschappij en een groter beroep op mantelzorg. Inspreker vindt dat hiermee een te eenzijdige verantwoordelijkheid bij de burger wordt gelegd. Zo wordt bij campagnes en dialoogsessies de burger voorgehouden dat zij op tijd moeten nadenken over later. Dat is heel verstandig, maar er moeten wel de nodige voorwaarden zijn, zoals een andere woning of het aanpassen van de huidige woning. Bij beide mogelijkheden lopen zij tegen te veel belemmeringen aan. Er zijn te weinig seniorenwoningen en bij WMO-aanpassingen loop je geregeld tegen strakke criteria aan zoals het budget bij trapliften. Dit alles is beschreven in de notitie bij het manifest, inspreker nodigt uit om hier kennis van te nemen. De gemeente moet ook komen met reële opties als er actie nodig is.

De gemeente zou moeten krachtig aan de slag en samenwerken met alle domeinen en partijen, zoals bijvoorbeeld de taskforce. Inspreker is met terugwerkende kracht blij met de regeling en facilitering die de gemeente destijds konden bieden op het gebied van het vinden van passende huisvesting. Inspreker denkt dat zij dit weer op een eigentijdse manier moeten gaan doen en spreekt haar steun aan het manifest uit. Ook bij agendapunt 11 Inspreker Ruud GRONDEL spreekt op persoonlijke titel. Als oud-wethouder is hij betrokken geweest bij de voorbereidingen van het manifest. De richting van het beleid, zeker het langetermijnbeleid is goed, maar er zijn nu ook noodmaatregelen nodig zoals in het manifest staat. In beleidsnotities wordt geconstateerd dat er een enorm tekort is aan geschikte woningen en ook zal blijven. Dat is lastig voor de ouderen, voor de zorg en ook beperkend in de doorstroming. Wonen in een wijk waar je wilt wonen in relatie met mantelzorg en netwerken is natuurlijk van groot belang. Er zijn nu onvoldoende, geschikte woningen, het is onmogelijk om de gewenste verhuisbewegingen te realiseren of de woningen tijdig aan te passen, waardoor er nu extra maatregelen nodig zijn in de bestaande voorraad. En vooral in de uitvoer van de regels. In de notitie worden hier een aantal schrijnende voorbeelden van genoemd.

Er is echt spanning tussen het beleidsdoel en de uitvoering van die regels. Vandaar die kernaanbeveling om die taskforce aan te stellen. Ook denkt inspreker dat er onvoldoende besef is bij ouderen dat de knik in het leven altijd komt. Opeens begint de competentie en de vaardigheden om het leven zelf in te regelen te verminderen. Het gaat om de juiste hulp op het juiste moment en niet twee jaar wachttijd op een geschikte woning en pleit voor het begrip rek in de regels. Geef mandaat aan ambtenaren en de opdracht als ze spanning voelt tussen de regels en wat ze zouden

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

willen realiseren voor de cliënt. Geef de ruimte om eventueel te escaleren naar een hoger beleidsniveau, desnoods naar de wethouder. De rek in de regels en de juiste hulp op het juiste moment. Desgevraagd geeft Inspreker GRONDEL aan dat zij in Diemen de ervaring hebben opgedaan met Sociale Zaken en de WMO, dat ze voortdurend die spanning voelden. Toen is vanuit de ambtelijke organisatie de behoefte gekomen om de ruimte om te kunnen zeggen, we hebben regels, maar er moet ook rek in die regels zijn. Hiervoor is destijds een manifest opgesteld. Of de Amsterdamse Maatwerk methode dan onvoldoende werkt of dat Argonaut daar niet mee werkt, verwijst Inspreker GRONDEL naar voorbeelden in de notitie. De VOORZITTER stelt vast dat zij hiermee aan het einde zijn gekomen van het inspreekmoment voor het publiek. c. Actualiteiten De VOORZITTER geeft aan dat zij de actualiteit Tijdig aanpak van huiselijk geweld door Veilig Thuis Amsterdam Amstelland gaan bespreken. Het lid ABDI stelt dat er veel mannen zijn die vrouwen zien als hun bezit, die ze willen beheersen, willen isoleren, zien als object en uiteindelijk willen vermoorden en verwijst naar de podcast van Saskia Belleman. Er komt langzaam meer aandacht voor vrouwenmoord, huiselijk geweld, psychisch geweld, maar ze zijn er nog lang niet.

In Amsterdam is in vijf jaar tijd het aantal gevallen van huiselijk geweld nog nooit zo hoog geweest, hoger dan het landelijk gemiddelde. Nog steeds melden zich gemiddeld vier vrouwen in de week bij het politiebureau, wordt gemiddeld om de acht dagen een vrouw vermoord en lukt het hun niet om in 80 procent van de gevallen het geweld te stoppen binnen een jaar na een melding bij Veilig Thuis. Het inspectierapport zegt eigenlijk dat de situatie in Amsterdam zeer zorgelijk is, omdat er te laat gereageerd wordt en er te weinig actie wordt ondernomen. Dat in de wetenschap dat er aan zo’n melding 200 geweldsincidenten aan vooraf gaat en bij huishoudens waar kinderen leven, er 400 geweldsincidenten aan een melding voorafgaat. Het lid vindt de conclusies van het inspectierapport vrij schokkend. Het lid benoemt dat zij ongelooflijk veel ontzag heeft voor de hulpverleners, maar als deze zelfde medewerkers aangeven dat zij niet altijd gehoord en gezien voelen in hun taak en niet het gevoel hebben dat zij kunnen handelen uit veiligheid, vindt het lid dit heel pijnlijk en zorgelijk. Hoe ziet het college het harde oordeel van de inspectie? En hoe kijkt het college naar de werkwijze van Veilig Thuis waarin in een overgoot deel van de meldingen niks met de gevallen lijkt gedaan te worden? Eén van de meldingen die er nog staat dateert van meer dan één jaar geleden.

Hoe ziet het college, dat eigenlijk afhankelijk van de medewerker, er afspraken worden gemaakt, er wel of niet gesproken wordt met de omgeving, in de wetenschap dat niet elke vorm van geweld die plaatsvindt niet op zichzelf staat. Ook hebben zij de kennis dat in heel gevallen het ontzettend moeilijk is om eraan te ontkomen. Hoe verklaart het college dat er überhaupt geen gesprek heeft plaatsgevonden? Hoe kijkt het college naar het feit dat er geen afweging wordt gemaakt en niet duidelijk wordt waarom een situatie gezien wordt als urgent. In het licht van de afspraken die er tussen de politie en Veilig Thuis zijn, begrijpt het lid niet wat er gebeurt, gezien de ernst van de feiten die hier voorliggen. In het verbeterplan wat met hen is gedeeld, wordt alleen maar ingegaan op het ziekteverzuim, dat er te weinig zicht is en dat er geen werkwijze lijkt te bestaan die iets van urgentie aangeeft. Hoe ziet de wethouder dat en deelt de wethouder de conclusie dat meer personeel niet per se de oplossing is, maar dat iets anders nodig is. Wat is dan dat iets anders dan en hoe verhoudt zich dat tot het verbeterplan en vinden zij dat goed genoeg. Het lid VAN PIJPEN heeft ook mondelinge vragen gesteld in de raad naar aanleiding van het rapport, want het is een grote schok als de inspectie dit soort feiten constateert.

Het lid heeft grote zorgen, want juist bij Veilig Thuis, moeten mensen echt vertrouwen hebben, anders gaan ze al helemaal niet melden. Vertrouwen mag niet

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

beschaamd worden, het risico dat dat nu gebeurt, vindt zij ernstig. Het betreft een procesmatig herstelplan. Vraag is of dat voldoende is en de urgentie op die manier wordt opgepakt. Het lid maakt zich vooral ook zorgen over de keten. Het ligt niet alleen bij Veilig Thuis, maar ook daarachter, zoals wachtlijsten. Heeft de inspectie daarnaar gekeken? Hoe is die urgentie daar dan en wordt daar dan echt wat aangepakt? Dat gaat ook over het landelijk netwerk. Ook vraagt het lid zich af, of de punten het verbeterplan ook landelijk kunnen worden opgepakt. Als ze minder ervaren personeel krijgen, gaan ze dan ook met landelijke leernetwerken aan de gang, zodat mensen ook snel de professionaliteit ontwikkelen die er nodig is. Wat betreft de toekomstscenario’s, is dit een deel van de oplossing, maar is het mogelijk om dit te versnellen of is dat te risicovol? Het lid HAIJEN verwijst naar twee medewerkers van Veilig Thuis die bij een talkshow te gast waren die vertelden hoe moeilijk en ingewikkeld hun werk is en hoe ze tegen de zorgbureaucratie aanliepen. Ook vertelden ze over mensen die met dank aan een melding adequate hulp hebben gekregen. De medewerkers doen hun stinkende best, maar lopen ook vast in een woud aan regelgeving en organisaties, waardoor niemand snel kan schakelen en doorpakken.

Wanneer de ene instantie een onderzoek heeft gedaan, wordt ditzelfde onderzoek soms nog eens dunnetjes overgedaan door een andere instantie. De politiek heeft de zorg te ingewikkeld gemaakt. In de brief van de wethouder leest het lid veel goede intenties, waaronder het stoppen van telkens opnieuw doen van onderzoek en steeds weer een verschillende aanpak van verschillende organisaties, in beleidstaal, het doorbreken van het estafettemodel. De SP juicht dit toe, maar maakt zich zorgen vanwege de beleidstaal. Hebben zij echt een proeftuin nodig? En wat bedoelen ze met actief wachtlijstenbeheer? Hoe werkt voor de kwetsbare personen waar het over gaat in de praktijk, zicht op veiligheid tijdens het wachten? Hoe zorgen zij er als Amsterdam voor dat de medewerker van Veilig Thuis kan doorverwijzen naar adequate hulp? Hoe komt dat terug in het verbeterplan? Het lid DIDDEREN geeft aan dat de Partij voor de Dieren ook geschrokken is van het rapport, want iedere dag die je als slachtoffer aan het wachten bent op hulp, is er één te lang. Zij sluiten zich aan bij oproepen die zijn gedaan door collega’s om de medewerkers bij Veilig Thuis te ondersteunen om hun werk beter te kunnen uitvoeren. Het lid vraagt welke mogelijkheden de wethouder ziet naar aanvullende middelen, omdat uit het rapport blijkt dat de werkomstandigheden aan verbetering toe zijn.

Wat betreft de samenwerking met partners, is het lid benieuwd naar manieren om dit op een integrale manier in te richten. Zijn daar concrete plannen voor? En ziet de wethouder mogelijkheid om onderzoek te doen naar innovatieve mogelijkheden? In het rapport leest zij dat vrouwen met een huisdier gemiddeld een jaar langer in een onveilige situatie blijven. Het lid is benieuwd naar hoe de wethouder hier rekening mee houdt in zijn beleid. Het lid BROERSEN vindt het belangrijk dat zij dit vandaag bespreken en sluit zich aan bij de vragen van collega’s. Het lid vraagt extra aandacht voor het contact met melders. De inspectie ziet dat daar geen afspraken over zijn en er geen onderscheid wordt gemaakt tussen terugmeldingen en afspraken met het Veiligheidstoezicht. Afhankelijk van de medewerkers worden wel of geen afspraken gemaakt, wat betekent dat er na een melding niet automatisch toezicht op een situatie is en wellicht uit de hand kan lopen. Het lid benadrukt het belang van communicatie naar de melders en vraagt aandacht hiervoor. Het lid KABAMBA bedankt het lid Abdi voor deze actualiteit en benadrukt dat iedere keer dat vrouwen te lang wachten, dit hun leven kan kosten.

In die wachttijd die er is, is er gewerkt met alternatieve wijzen om die vrouwen te kunnen helpen met het netwerk wat ze nog hebben? Doordat ze op de wachtlijst worden gezet, niet teruggebeld worden, komt iemand in een gevaarlijke situatie ook in een gat terecht. Worden ze alsnog geholpen totdat ze echt personeel hebben die hulp kan bieden? Het lid DE JONG wijst erop dat alle plannen uit het verbeterplan niet à la minute geregeld zijn. Het lid stelt voor de begroting af te keuren, te vragen hoeveel geld de

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

wethouder nodig heeft en dan met een serieus voorstel komen. Het lid vraagt de commissie om ondersteuning en vraagt hoeveel geld de wethouder nodig heeft. Wethouder SCHOLTES stelt dat de raad al heel lang zeer betrokken is bij dit dossier, zeker ook bij een aantal specifieke raadsleden, hetgeen de wethouder waardeert. Ook waardeert de wethouder dat er veel begrip is voor de mensen die dit werk elke dag doen onder grote druk, moeilijke omstandigheden in een best ingewikkeld zorgsysteem. Zij hebben het vaker over de wachttijden gehad en zien dit ook in andere delen van het land. Er wordt niet voor niets gewerkt aan een toekomstscenario waarin ze hopen met systeemverandering, het zorgsysteem minder ingewikkeld en meer integraal te maken, zodat ze minder bezig zijn met op elkaar wachten en slachtoffers meer centraal zijn. De wethouder vindt de situatie zeer verontrustend, want het gaat over gezinnen, vrouwen, kinderen en mannen die hulp nodig hebben en de wachttijden en het zicht op veiligheid by far niet goed genoeg zijn. Veilig Thuis zit niet stil en er zijn een boel verbeteringen ingezet. Zo is de focus op de kerntaken ingezet en werven ze nieuwe medewerkers. Op de lange termijn zit de oplossing in een systeemverandering, maar op de korte termijn moet er ook heel veel beter in de werkwijze, het ziekteverzuim en het aantal medewerkers.

Het tekort aan medewerkers is teruggebracht van twintig FTE naar tien FTE. Het ziekteverzuim is van 12 procent naar 9 procent gegaan. Er is aandacht is voor de prettige werkomgeving, reflectie en werkomstandigheden. Ook wordt er gewerkt aan een andere teamindeling, wat medewerkers meer keuzevrijheid geeft en er ook meer uniformiteit is in de werkwijze. Sinds oktober 2023 is er een Spoed Team van start gegaan en sinds oktober 2024 zijn het Team Advies en ondersteuning en het team beoordeling en vervolg van start gegaan. De wethouder denkt dat dit op de korte termijn het werk voor de medewerkers beter werkbaar wordt, maar ook dat hiermee niet alles is opgelost, want het estafettemodel moet echt doorbroken worden en daar is het toekomstscenario heel belangrijk voor. Ook denkt de wethouder dat Veilig Thuis een aantal belangrijke stappen zet, zoals een uniforme werkwijze met het communiceren naar de melders, ook over het zicht op de veiligheid en hoe ze zorgen dat het contact er blijft. Dat mag niet afhankelijk zijn van individuele medewerkers. Tegelijkertijd benadrukt de wethouder dat ze niet kunnen zeggen dat medewerkers van Veilig Thuis de volledige verantwoordelijkheid hebben voor het volledig organiseren van veiligheid. Ook melders, professionals bij de politie, in het onderwijs of in de zorg hebben daar een verantwoordelijkheid voor.

De wethouder vindt het jammer dat ze het agendapunt betreffende de Meldcode is doorgeschoven. Het blijft zo dat als een melder een melding doet, waarvan bij de beoordeling geen acuut probleem wordt vastgesteld, drie maanden later constateert dat er weer een probleem is en zorgen heeft, van de melder wordt verwacht dat er een melding wordt verwacht zodat er opnieuw door Veilig Thuis een beoordeling kan worden gedaan. Niet wegnemende dat een uniforme werkwijze in communiceren met melders, afspraken maken over toezicht tijdens het wachten, ontzettend belangrijk is. De wethouder is blij dat Veilig Thuis daar nu ook stappen in gaat zetten. Zo komen zij met trainingen richting medewerkers. Ook geeft de wethouder aan dat het meer teruggaan naar de kerntaken, niet ideaal is en zij beperkter voorlichting kunnen geven. Dat zijn wel de pijnlijke keuzes die ze moeten maken, net zoals de chatfunctie die niet meer in het weekend beschikbaar is om het op korte termijn beter te maken. Het verbeterplan moest op 31 oktober 2024 binnen zijn. De wethouder gaat dit verder bestuderen en hierover in gesprek met Veilig Thuis. Het is een reactie op het rapport van de inspectie en het is aan de inspectie om te beoordelen of zij dit voldoende vinden. Het lid ABDI denkt dat het fundamenteler is.

De inspectie constateert dat er nu niet tijdig stappen worden ondernomen als het niet veilig is of dat er langer dan een jaar gewacht moet worden. Het politieke oordeel wat zij kunnen vellen is dat dit dus niet functioneert en niet goed genoeg is. Vinden zij dat zoals het nu gaat, zij goed genoeg hun werk doen, om die vrouwen en gezinnen veilig te houden? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat dit een hele brede vraag is, die verder gaat dan hoe Veilig Thuis functioneert. Het stelsel functioneert nu niet goed genoeg, daarom hebben zij het toekomstscenario nodig en de kennis bij de partners over de verschillende

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

vormen van geweld laat ook te wensen over. In de basis hebben zij dezelfde visie op intieme terreur en femicide. Helaas hebben de mensen bij wie signalen en meldingen kunnen binnenkomen onvoldoende kennis. Daarom zijn ze daar mee begonnen met campagnes en gesprekken met professionals, maar daar zijn ze nog lang niet klaar mee. In de kennis die er is over verschillende vormen van huiselijk geweld, seksueel geweld en kindermishandeling is er nog heel veel te doen in de herkenning ervan en de samenwerking tussen partijen. Als het gaat over Veilig Thuis in de keten, is het consequente verhaal dat het nu niet functioneert, daarom hebben ze een ander systeem nodig om het estafettemodel te doorbreken. De inspectie zegt dat als het gaat over acute veiligheid, daar doet Veilig Thuis goed werk. Ook heeft de wethouder gelezen dat de inspectie aangeeft dat het beoordelen en onderzoeken van meldingen te lang duurt, maar wel deskundig en integraal. Daar wordt nu een uniforme werkwijze voor alle werkwijze om ook de urgentie te bepalen aan toegevoegd, wat ook een belangrijk aandachtspunt is voor het komende jaar. Het lid ABDI zegt dat hier staat dat het niet alleen niet functioneert, maar dat dit nu niet goed genoeg is. Het verbeterplan is maar een heel klein onderdeel van wat er moet gebeuren binnen de organisatie. Het lid vindt het heel zorgelijk dat het nog geen eens lukt om te bellen.

De inspectie zegt volgens het lid dat ze wel wat met acute situaties kunnen doen, maar dat niet duidelijk is wat wel en niet urgent is. Er wordt geen onderscheid gemaakt in typen gezinnen en profielen en ook de kennis van intieme terreur blijkt hier niet uit. Wat hier staat is maar een onderdeel, maar het is best fundamenteel, omdat zij zeggen dat mensen contact moeten opnemen met Veilig Thuis. Het lid Abdi vraagt om een uitgebreidere brief, want dit dekt nu niet de lading wat ze met elkaar willen bespreken. Wethouder SCHOLTES stelt dat Veilig Thuis moet reageren op de punten van de inspectie. Het is dan aan de inspectie om het verbeterplan te beoordelen. In zijn brief heeft de wethouder een reactie gegeven op het rapport van de inspectie. De wethouder vraagt zich af wat er dan van een allesomvattende brief wordt verwacht. Het lid ABDI zegt het niet goed genoeg te vinden en er meer nodig is. Het lid verwijst naar een motie voor een Kinderhuis die zij eerder heeft ingediend, waarop een reactie kwam dat een integraal centrum moet komen voor huiselijk geweld, maar tot nu toe hebben ze dat niet. Ten tweede wijst het lid erop dat er geen harde of concrete afspraken zijn over informatie-uitwisseling, er niet staat beschreven is wanneer iets urgent is en wanneer iets wel of niet gedaan moet worden. Dit leest het lid niet terug in de brief.

Wethouder SCHOLTES zegt over dat Kinderhuis dat ze dit aan het onderzoeken zijn binnen de gemeenschappelijke regeling met de omliggende gemeenten. De wethouder zegt dat zij ook stappen zetten, zo hebben zij net het Inloophuis centrum seksueel geweld geopend. De wethouder snapt het ongeduld en het ongemak, omdat het inderdaad nog niet goed genoeg is. De wethouder wil eerst de reactie van de inspectie afwachten. Dat staat los van het debat over welke verbeteringen die zij zelf nog nodig vinden. Wethouder MOORMAN verwijst naar een uitgebreide brief van de staatssecretaris die gisteren naar de Tweede Kamer is gegaan, waarin ook is aangegeven hoever zij nu staan met het toekomstscenario, ook om dat van de juiste randvoorwaarden te voorzien. Daar gaan zij zo goed mogelijk mee door, daarvoor is nu het koersbesluit genomen hoe ze dit gaan doen. Dit moet ook nog allemaal in wetgeving gegoten worden, dit duurt meestal drie jaar. Het toekomstscenario waarmee ze willen werken, dus af van het estafettemodel, iedereen in zo’n regionaal veiligheidsteam, zodat ze kunnen voorkomen dat er een beschermingsmaatregel moet komen, zodat steeds dat stokje moet worden overgenomen, is op meerdere vlakken ongelooflijk belangrijk. Dit is heel belangrijk voor slachtoffers, maar ook voor de professionals. Juist ook in de tijd van personeelsschaarste is dit echt wat ze moeten doen.

De wethouder is blij dat de nieuwe staatssecretaris er is en wijst op de gedeelde verantwoordelijkheid over twee staatssecretarissen, waarbij direct ook een deel van de problematiek is te zien. Zo is bijvoorbeeld jeugdreclassering een expertise die ze heel erg nodig hebben, maar die er nu nog buiten zit. Hetzelfde geldt voor de Raad voor de Kinderbescherming. Juist deze expertise willen ze in de teams hebben. De wethouder is blij

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

dat ze overtuigd zijn om dit te doen en ze het koersbesluit met elkaar kunnen nemen, maar wijst er ook op dat het ook volhouden is. Over de verschillende randvoorwaarden die ze echt nodig hebben om dit tot een goed resultaat te krijgen, is wel onzekerheid. Zij strijden als VNG om dit door te zetten, omdat ze erin geloven en laten niet los. Het lid VAN PIJPEN begrijpt dit vanuit het juridische perspectief en vraagt of zij zonder dat deze randvoorwaarden zijn ingevuld, een aantal succesfactoren nu al kunnen gaan invoeren, ook nu ze weten dat de randvoorwaarden uiteindelijk wel ingevoerd gaan worden. Kunnen ze die versnelling toch gaan invoeren, ook al is het nog niet optimaal? Wethouder MOORMAN zegt dat dit precies is wat ze in de proeftuin doen. Soms is de boodschap vanuit het rijk ook wel een beetje dubbel. In de proeftuin moeten ze heel veel ruimte krijgen, maar ze moeten zich aan de regels houden. Dus het volhouden in waar zij allemaal in geloven is best pittig. Voor dit koersbesluit hebben zij samen met de collega’s in de VNG een brief aan de staatssecretaris geschreven, want zeker aan de kant van JNV was het spannen of ze dit durfde te doen. Dat is nu goed geland in de brief, want dit geeft ook vertrouwen en een extra zet in de rug om dit te blijven doen en vol te houden. De wethouder wil ook eerlijk zijn, want ze hebben uiteindelijk de juridische basis en financiën nodig.

Ze zetten door, houden vol, geloven erin, maar het zal nog aandacht nodig hebben. Het lid HAIJEN vraagt wat concreet betekent als zij van administratief wachtlijstbeheer naar actief wachtlijstbeheer gaan. Verderop in de brief wordt ook gesproken op zicht op veiligheid tijdens het wachten. Wethouder SCHOLTES zegt dat projecten zoals het Kinderhuis duren altijd best lang, maar zij moeten dit ook in het licht zien van wat er daarnaast gebeurt. Zoals het inloophuis CSG en een tweede Oranje Huis. De wethouder voelt ook de urgentie zoals het lid Abdi en neemt dit mee naar de gemeenschappelijke regeling en de collega’s. Ze gaan nu richting een nieuwe regioaanpak. Ze hebben nu een regioaanpak, maar daar komt een vernieuwing van. Dat zal begin 2025 zijn. Er komt ook een bijeenkomst met de raad om daar ook input voor mee te geven en waar ze het hele spectrum zullen bezien. Veilig Thuis is ook altijd bereid om nog een technische sessie te organiseren over de aanbevelingen van de inspectie, wat zij daarmee doen en het verbeterplan. Ten aanzien van het geld, zegt de wethouder dat het beeld is dat het nu niet in principe gaat over extra geld wat nu nodig is. Op de korte termijn is dat het tekort een personeel, het ziekteverzuim en de werkwijze. Op de lange termijn is dat het systeem en de keten. De wethouder vraagt om steun en vertrouwen in de maatregelen die nu zijn ingezet.

Het lid DIDDEREN vraagt of extra financiering niet zou kunnen helpen bij het oplossen van ziekteverzuim en personeelstekort. Wethouder SCHOLTES zegt dat er vacatures zijn, maar heeft niet meegekregen dat geld nu het probleem is. Het lid DE JONG zegt dat het lastig is dat als er dan geld nodig is, ze nu de begroting hebben vastgesteld, waardoor ze het dan op een speciale manier moeten regelen. Door het als actualiteit voor de begroting te doen, kunnen ze er nog wat mee. Wethouder SCHOLTES zegt dat dit onder de begroting van de gemeenschappelijke regeling valt, wat een andere begroting is dan die van de gemeente. Het lid DE JONG zegt dat het ongemakkelijk voelt dat bij de begroting dan lijkt dat het goed gaat, maar dat ze er dan nu achter komen dat er misschien wel hele andere plannen nodig zijn. Wethouder SCHOLTES stelt dat geld niet het probleem is. Er zijn genoeg andere problemen die ze wel moeten oplossen en daar hebben ze het nu over.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

Het lid PERDOK vraagt of geld niet noodzakelijk is om die innovatieve ideeën tot uiting te laten komen als het gaat om ziekteverzuim. Wethouder SCHOLTES zegt dat ze allemaal op zoek zijn naar iets concreets om het beter te maken. Veilig Thuis zelf is bezig met trainingen voor medewerkers en de wethouder heeft niet meegekregen dat geld het probleem is. Het feit dat er nu vacatures zijn, betekent eerder dat er geld over is, omdat die vacatures niet worden ingevuld. Het lid BROERSEN vraagt wat betreft dat onderzoek naar het Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, hoe lang zij dit nog gaan onderzoeken. In Rotterdam is bewezen dat dit werkt. Wanneer hakken ze daar een knoop over door. Wethouder SCHOLTES geeft aan dit te bespreken met de collega’s van de gemeenschappelijke regeling. Rotterdam heeft weer een aantal dingen niet die zij wel hebben. De wethouder voelt de urgentie, gaat erover in gesprek met de collega’s en zal er over terugkoppelen. Het lid BROERSEN zegt dat zij ziet dat er heel veel gebeurt, maar is benieuwd wanneer ze wat over het onderzoek terugkrijgen. Wethouder SCHOLTES zegt dat dit in november tijdens de vergadering van het algemeen bestuur van de GR wordt besproken, daarna zal hij de commissie informeren. Wat betreft de landelijke keten, geeft de wethouder aan dat de trainingen worden verzorgd door het landelijke netwerk van Veilig Thuis.

Als het gaat over de alternatieven, is dat in de meldcode voor professionals, ook binnen de zorg, staat dat ze altijd kijken of ze hier Veilig Thuis moeten halen of dat er ook alternatieven zijn waarop hulp kan worden geboden. Dat is ook een belangrijk punt voor de afspraken met bijvoorbeeld de WMO-aanbieders. Op de vraag over vrouwen met huisdieren, komt de wethouder later schriftelijk terug. Betreffende het wachtlijstbeheer, is er nu een uniforme werkwijze in de communicatie met melders en zoeken medewerkers van Veilig Thuis tijdens het wachten actief contact met de melder. De wethouder wil nog meegeven dat bij de Blijf Groep, huisdieren altijd mee mogen. De VOORZITTER stelt vast dat de actualiteit voor nu voldoende besproken is en in de komende raad als afhandeling commissie actualiteit wordt besproken. d. Rondvraag Het lid VAN PIJPEN verwijst naar het nieuws dat het VNG uit het overleg over het integraal zorgakkoord is gestapt. Is dit definitief? Wat is de betekenis daarvan? Wat betekent dit voor Amsterdam Vitaal & Gezond? Wethouder SCHOLTES zegt dat de berichtgeving op die website te kort door de bocht was. Het is wel zo dat er bij de ALV van de VNG in november een resolutie wordt besproken. Die resolutie heet ‘Stop met gesprekken, vervolg ISA, tot is voldaan aan de gestelde voorwaarden’.

Er is wel een stevige discussie met het ministerie over de voorwaarden, zoals over de financiën, over het ravijn, over de gelijkwaardige positie van gemeenten ten opzichte van VWS. Op dit moment is er geen sprake van dat VNG uit ISA stapt en zij gaan ook door met hun koers binnen Amsterdam Vitaal & Gezond. Het lid VAN PIJPEN vraagt of de resolutie gedeeld kan worden en in hoeverre de huidige voorstellen vanuit het kabinet nu al effect hebben of dat nog in overleg is? Of staan de middelen voor preventie waarin gesneden gaat worden nu al op de tocht, waardoor ze druk willen uitoefenen als VNG? Wethouder SCHOLTES zegt dat als het gaat over structurele middelen voor preventie, het kabinet zeker nog niet levert. De wethouder kan zich voorstellen dat VNG helder wil zijn naar het kabinet, dat ze niet enerzijds kunnen zeggen dat ze een stuk

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

moeten oplossen door preventief te werken, maar niet structureel middelen voor te schrijven. Zeker voor kleinere gemeenten is dat niet te doen. Een helder stevig signaal dat zij zich hier zorgen om maken is hier zeker op zijn plek. Het lid WEHKAMP verwijst naar een bericht dat een school gestopt is met Magister om de prestatiedruk tegen te gaan en noemt dit een interessante ontwikkeling. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Hoe kunnen ze ervoor zorgen dat ouders en leerlingen hier het gesprek over aangaan, zodat ze de prestatiedruk kunnen verminderen. Wethouder MOORMAN vindt het ook interessant en gaat kijken hoe dit verder loopt, maar wijst erop dat dit de verantwoordelijkheid van de school zelf is. Het lid RUNDERKAMP heeft de brief van de wethouder over de inzet op rolstoeltoegankelijke openbare toiletten in Amsterdam gezien, waarbij gekeken is dit onder te brengen in bestaande openbare gebouwen, zoals het Rijksmuseum. Het lid noemt dit een goede ontwikkeling en vraagt of dit dan ook bereikbaar is zonder kaartje? En kan voor die andere toiletten worden gekeken in de buurt van Centraal Station en Amsterdam Zuid? Wethouder SCHOLTES zegt dat zij nog in gesprek gaan met het Rijksmuseum over hoe dit werkt. Zij gaan een aantal locaties onderzoeken. De WMO Adviesraad heeft aangegeven dat ze graag ook op het Stadhuis zo’n toilet zouden willen hebben.

Bij plaatsing door de gemeente op eigen locatie moet ook nog geld voor de verbouwing, inrichting, beheer en schoonmaak worden gevonden, daarbij moet de wethouder het voorbehoud maken. Bij de stichting het Gehandicapte Kind kijken ze naar locaties waar veel gezinnen komen. De wethouder geeft aan dat ze heel veel opties gaan onderzoeken en graag de suggesties en vragen van de commissie daarin meenemen. De VOORZITTER stelt vast dat dit het was betreft de rondvraag. BESPREEKPUNTEN Financiën 3. Vaststellen van de begroting 2025 (VN2024-014524) Het lid WIJMENGA vraagt over de lerarencampus hoe het ervoor staat met het erfpachtvoorstel. Voor de uitvoering van het project is het belangrijk dat er genoeg middelen beschikbaar zijn en inzichtelijk waarvoor dat nodig is, want ze willen voorkomen dat financiële tegenvallers het succes van de campus in de weg staan. Wethouder MOORMAN geeft aan dat het in de beantwoording wat ongelukkig staat, omdat daar staat dat het niet in de begroting is meegenomen, maar bedoeld is dat het niet was meegenomen in de begroting van het project, omdat ze toen niet wisten dat er een lerarencampus inkwam. Hier verdient de projectontwikkelaar minder geld mee, de grondprijs gaat daarom omlaag en er zit een inkomstendelving in van 3,1 miljoen. Daarvoor is het bestemd.

Het is nu wel gedekt met dit geld en als dit niet voldoende blijkt te zijn, is er extra geld beschikbaar om dit daarin te investeren, naast het feit dat ze ook andere projecten aan willen koppelen. Onderwijs 4. Herbenoemen van drie leden in de Raad van Toezicht van Stichting Orion (VN2024-012701) Dit agendapunt is gehamerd.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

5. Kennis nemen van de voorgenomen statutenwijziging van Stichting Orion en instemmen met de raadsvoordracht (VN2024-012826) Dit agendapunt is gehamerd. 6. Onderwijshuisvestingsprogramma 2025 primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs en overige onderwijsinvesteringen. (VN2024-014833) Het lid WEHKAMP bedankt de wethouder ervoor dat er nu staat dat kinderopvang bij in een alles in een school of integraal kind centrum bij de groei van de school niet wordt verdrongen. Eerder heeft het lid bij de begroting gevraagd in welke mate scholen rolstoelvriendelijk zijn, waarop zij het antwoord kreeg dat dit aan de school zelf is. Bij een eerder debat over thuiszitters, heeft zij ook het belang van gedempt licht en ruimtes waar kinderen zich kunnen terugtrekken benadrukt. De wethouder zei eerder dat het goed is om met scholen erover te praten. Is dat gesprek gevoerd en hoe gaan zij een overzicht krijgen van de inclusiviteit van die schoolgebouwen. Het lid verwijst naar een podcast over Portugal waar ze enorm inclusieve schoolgebouwen hebben, waardoor kinderen eerder op reguliere scholen terecht kunnen, in plaats van speciaal onderwijs. Het lid VAN DER KAMP geeft aan dat zij allemaal vinden dat kinderen kwaliteit goed onderwijs in een inspirerende omgeving verdienen. De verdeling van de middelen wat betreft de huisvesting dwingt tot politiek.

Het lid stelt dat zij eigenlijk willen dat achtstegroepers tot een top vijf moesten selecteren om op een school terecht te komen. Leerlingen gaan graag naar scholen waar ze zich thuis voelen en kwaliteit leveren. Keuze voor vrijheid is een belangrijke voorwaarde dat je je op een school thuis voelt. Kan de wethouder toelichten hoe het huidige onderwijs, huisvestingsbeleid en de gemaakte keuzes met het verdelen van het budget bijdragen aan het vergroten aan de vrije schoolkeuze voor ouders en leerlingen in Amsterdam? Op welke manier zorgt de wethouder ervoor dat er voldoende capaciteit komt in alle stadsdelen, zodat ze een voorkeurschool kunnen kiezen zonder lange reistijd? De VVD vraagt zich af of ze nog geld moeten investeren in schoolgebouwen voor kleine scholen of moeten ze de keuze maken voor uitbreiding voor de populaire en kwalitatief goede scholen, zodat deze scholen de mogelijkheid hebben te groeien. Motie 742 ging over het afwegingskader evalueren en daarbij specifiek te kijken naar de gevolgen voor scholen in kwetsbare wijken buiten de aandachtsgebieden en daar waar het nodig is aan te passen.

Hadden ze daar niet eerst wat lessen uit willen trekken, voordat ze dit vaststellen? Kan de wethouder aangeven of de drie gebieden niet ten koste gaan van de kwaliteit van de gebouwen in de andere gebieden? In de verdeling van de middelen valt op dat West en Oost wel bekaaid van afkomen. Het viel het lid op dat het Lely Lyceum het goed doet en kwaliteit levert, maar dat de huisvesting te wensen over laat en dat die op het lijstje stond van scholen die niet aan bod kwamen. De noodbouw, of oudbouw, is eigenlijk niet meer verantwoord om daar nog les te geven. Komt het door het afwegingskader dat een dergelijke school buiten de boot valt? Ze willen allemaal dat de kinderen het beste onderwijs krijgen, laten de scholen daarvoor gefaciliteerd worden. Wethouder MOORMAN zegt over de rolstoelvriendelijke scholen, dat dit in het bouwbesluit staat en scholen krijgen daar ook middelen voor. Elke school moet in principe rolstoeltoegankelijk zijn, als een school dit niet is, is de school verplicht dit aan te passen. Een overzicht is niet nodig, want dit is een wettelijke afspraak. Portugal is in bredere zin interessant, want daar hebben ze geen speciaal onderwijs. Zij hebben in hun onderwijsambities de afspraak gemaakt dat ze zo inclusief mogelijk onderwijs willen hebben.

Dat vergt natuurlijk ook aanpassingen aan schoolgebouwen, dat zit niet alleen in de fysieke aanpassingen, maar kan ook betekenen dat ze extra ruimte voor extra begeleiding nodig hebben. Dat kost natuurlijk wel veel geld. Het lastige is wel dat ze er hartstikke veel bij moeten leggen ten opzichte wat ze vanuit het rijk krijgen aan huisvestingsmiddelen. De ambitie is groot, maar de wethouder wil ook meegeven dat dit in de gesprekken met de schoolbesturen

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

wel een belemmering is. In de richting van het lid Van der Kamp, vindt de wethouder het jammer dat niet de vlag uitging, omdat de lijst nu fors kleiner is met negen. Het lid VAN DER KAMP geeft aan daar wel mee content te zijn, maar richting vijf zou mooier zijn om bij brugklassers niet meer stress te veroorzaken dan nodig is. Wethouder MOORMAN zegt dat zij het liefst willen dat leerlingen maar één school zouden moeten invullen, maar daar is één mogelijkheid toe en dat is één groot schoolgebouw in Amsterdam. Zij hebben een enorm divers scholenveld met meer dan zeventig middelbare scholen met veel te kiezen. Het gevolg is daarvan ook dat er populariteit is, kenmerk van populariteit is, dat er altijd maar een paar scholen, gebouwen en mensen populair zijn. De wethouder stelt dat er geen verwarring gemaakt worden tussen populariteit en kwaliteit. Vrijwel alle scholen voldoen aan de inspectievoorwaarden, de kwaliteit van de meeste scholen is gewoon goed. Dat neemt niet weg dat sommige scholen populairder zijn en dat je scholen niet zomaar kan vergroten. Er is gewoon een beperking in de omvang van een school. Scholen zijn soms ook populair, omdat ze wat kleiner zijn en ook zo willen blijven. Daar zit een inherente spanning. Binnenkort komen ook de loting- en matchingresultaten weer de commissie toe.

Die uitslagen nemen ze uiterst serieus en bespreken ze met het OSVO en worden ook meegenomen in de keuzes die daarin worden gemaakt. Populariteit is ook niet statisch. Als ze alleen maar gaan volgen wat populariteit is, doen ze het verkeerde en ze moeten oppassen dat ze daar de hele tijd achteraanlopen. Wat betreft de kleine scholen hebben zij in Amsterdam de afspraak met schoolbesturen om kleine scholen zoveel mogelijk samen te voegen. De afgelopen jaren hebben zij rond de tien scholen die zijn opgeheven of samengevoegd. Zij zijn inderdaad dat er een relatie is tussen de kwaliteit en de omvang van de school, maar ook dat moeten ze voorzichtig doen om dezelfde redenen. Over het afwegingskader, die hebben zij nu niet hoeven toepassen en niet hoeven evalueren. Er was nu voldoende ruimte. Een evaluatie is daar nu niet op zijn plek. Het is sowieso dat middelbare scholen duurder zijn, de meeste zitten in Zuid daar dit het centrum is van Amsterdam. Daar valt relatief ook wel een behoorlijk deel van de begroting, zeker voor de oudere scholen die ze moeten oppakken. Scholen moeten ook zelf aanvragen. Het lid VAN DER KAMP vraagt hoe dan zit met scholen die wel dingen hebben aangevraagd, maar dan buiten de boot lijken te vallen, terwijl dit toch wel onwenselijk is.

Hoe zorg je er nu voor dat ook de kwaliteit niet ten koste gaat van die andere gebieden en dat dat voldoende blijft? Hoe is dat afgewogen? Wethouder MOORMAN zegt nogmaals dat zij dit afwegingskader niet hebben hoeven inzetten, omdat er nu voldoende ruimte was. In de toekomst zijn het er meerdere en ze kijken altijd naar een goede spreiding. De wethouder heeft ook geconstateerd dat schoolbesturen in het verleden soms, dat gaat ook over spreiden en hoe maak je een school aantrekkelijk, de scholen die al heel aantrekkelijk werden gevonden, vooruitschoven op de scholen die ze al extra nodig hadden. Om te zorgen dat er voldoende keuze is, is het goed om te stimuleren dat juist ook de scholen die wat meer nodig hebben om de aandacht daarin te geven. Bij het Lely Lyceum ging het om een vermeende constructiefout van de gymzalen, maar dat bleek anders te zitten. Dit is puur technisch en heeft niet te maken met een afwegingskader. In de regiodeal is extra geld beschikbaar gekomen voor het opknappen van de scholen in Zuidoost, zodat ze ook in hun uitstraling aantrekkelijker worden. Daar profiteert het Lely Lyceum ook van.

Het lid HAKIKI vraagt de wethouder of er lange wachttijden zijn voor aanvragen van renovaties? Wethouder MOORMAN geeft dat het proces van een aanvraag tot een toekenning wat langer kan duren om meerdere redenen, dus de doorlooptijd kan wat langer duren, maar dat is puur en alleen omdat het gewoon veel zorgvuldigheid en goede afstemming vergt. Wachttijden herkent de wethouder niet.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 6 november 2024

De VOORZITTER stelt vast dat dit agendapunt voldoende besproken is en in de raad wordt gehamerd. 7. Meerjarenplan Gezonde School 2024-2027 (VN2024-013974) Het lid WEHKAMP stelt dat als je gezond bent, je het ook beter doet op school. Dat hebben ze ook gezien bij de ronde tafel bijeenkomsten over het schoolontbijt. Ook is het lid blij dat seksuele gezondheid is opgenomen in het programma. Hoe krijgen zij nu inzicht in het succes van deze interventies? Wordt hier ook de link gelegd met de sociale basis waar seksuele gezondheid ook een onderdeel van is? Het lid RUNDERKAMP onderschrijft grotendeels wat het lid Wehkamp zegt, daar hij ook het belang ziet van de Gezonde School. De GGD Amsterdam heeft een ondersteunende en adviserende rol. Tegelijkertijd hebben zij ook het programma, de dynamische schooldag Zijns inziens een van de succesfactoren dat er vanuit de school zelf een plan wordt opgesteld per school, op basis van succesvolle wetenschappelijke elementen. Hoe ziet de wethouder deze verschillende aanpakken? Het lid VAN PIJPEN in het plan wordt benadrukt dat er maximaal moet worden ingezet op de gezondheidsinterventies, ook voor ongelijk investeren en dus ook in stadsdelen waar dat nodig is. Tegelijkertijd zien ze in de lerarenagenda dat de grootste tekorten ook zich daar bevinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14900394/1