CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241010_Visie Vernieuwing Diemerpark.pdf

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de visie Diemerpark, Natuurlijk, recreatief landschap (VN2024-015227)18.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Noord/zuidlijn

Visie Diemerpark

Natuurlijk, recreatief landschap 10 Oktober 2024

Colofon Uitgave Gemeente Amsterdam Stadsdeel Oost Gebiedsteam IJburg-Zeeburgereiland Projectgroep Vernieuwing Diemerpark Bestuurder Melanie van der Horst, Wethouder Openbare Ruimte en Groen Ambtelijk opdrachtgever Bouchra El Morabete, gebiedsmanager IJburg-Zeeburgereiland

2

Ambtelijke stuurgroep Vernieuwing Diemerpark Laura van Walsem, Sport en Bos Aat de Vries, Ruimte en Duurzaamheid Maikel de Gram, Grond en Ontwikkeling Jacques de Jong, Grond en Ontwikkeling Martijn Prins, Verkeer en Openbare ruimte Projectgroep Michiel Thunnissen - Senior Projectmanager/PMB Byril Willemsen - Projectmanager/PMB David Janssen - Junior Projectmanager/PMB Rik Siere - Communicatie adviseur Gaston Dolmans - Projectleider Nazorg Diemerzeedijk/G&O Berno Hartgers - Gebiedsbeheerder/Stadswerken Linda Elings - Directievoerder groen/stadswerken Marjolein Mantel - Gebiedsmakelaar Stadsdeel Oost Hugo Hilgers - Adviseur sport/S&B Roy Veldhuizen - Ecoloog/IB Robrecht Kleine Deters - Juridisch planoloog/R&D Tom Abbestee - Verkeerskundig ontwerper/R&D Joep van Amelsvoort - Ontwerper openbare ruimte/R&D Floris Grondman - Senior ontwerper openbare ruimte/R&D

3

Luchtfoto Diemerpark, bron: siebeswart.photoshelter.

Leeswijzer Inleiding en opgave Hoofdstuk 1 start met de aanleiding voor deze visie en verwoordt de algemeen gedeelde wens voor een nieuwe balans tussen natuur, infrastructuur, sport en recreatie in het Diemerpark. Een balans waarin elk van deze aspecten tot zijn recht komt en er zelfs op vooruitgaat.

Ruimtelijke context Hoofdstuk 2 geeft een terugblik op de ontstaanshistorie van het Diemerpark en schetst de ruimtelijke ontwikkelingen rond het park, in het licht van de stedelijke en regionale opgaven op het gebied van wonen, infrastructuur en natuur.

4

Analyse Voor een goed begrip van de huidige situatie geeft hoofdstuk 3 een analyse van de fysieke opbouw van het terrein, de vier basisstructuren in het landschap, aanwezige natuurwaarden, het gebruik door verschillende doelgroepen en het huidig beheer.

Visie Met die kennis in het achterhoofd beschrijft hoofdstuk 4 op hoofdlijnen een visie op de toekomst in drie thema’s: landschap als fundament, verbonden en toegankelijk, en recreatief landschapspark. Deze drie thema’s worden respectievelijk uitgediept in de hoofdstukken 5, 6 en 7. In hoofdstuk 5 worden natuurwaarde beschreven van vier landschappelijke structuren in het park, en wordt een landschappelijk-ecologisch streefbeeld geschetst voor de toekomst. Hoofdstuk 6 gaat in op de wens om de verkeersinfrastructuur (met name voor fiets) te verbeteren en de ruimte voor langzaam verkeer in het park te vergroten.

Hoofdstuk 7 zoomt in op alle vormen van recreatief gebruik in het park, verschillende zones van soorten recreatie en plannen om dat te verbeteren. In dit hoofdstuk wordt ook stilgestaan bij de inpassing van het te vernieuwen sportpark. Hoofdstuk 8 komt met een visie op verbetering van meubilair en informatieborden in het park. Hoofdstuk 9 is gewijd aan de noodzaak om te komen tot integraal beheer van het park, waarin taken van diverse beheerorganisaties beter worden afgestemd. Hoofdstuk 10 presenteert de totale visiekaart, waarin highlights uit de eerdere hoofdstukken zijn samengevat.

Planning Hoofdstuk 11 sluit de visie af met een doorkijk naar de volgende planfasen: het opstellen van Uitwerkingsplannen en beheerplannen voor alle deelgebieden in het park, met veel ruimte voor participatie.

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding en opgave 1.1 Behoefte aan nieuwe visie 1.2 Bestuurlijke uitgangspunten 1.3 Afspraken met gebruikers

6

Thema: verbonden en toegankelijk 6.1 Optimalisatie van bestaande routes 6.2 Aanleg van nieuwe routes

7

Thema: Recreatief landschapspark 7.1 Mogelijkheden in het park 7.2 Intensieve recreatie 7.3 Landschappelijke inpassing sportpark 7.4 Natuurbeleving en rust 7.5 Evenementen in het park 7.6 Kunst in het park

8

Meubilair en informatieborden

9

Visie verankeren in het beheer

10

Visiekaart

11

Planning uitwerkingsplannen

Ruimtelijke context 2.1 Korte historie 2.2 Diemerscheg 2.3 Stedelijke ontwikkelingen omgeving 2.4 Selectie beleidsdocumenten en bestemmingsplan Analyse Diemerpark 3.1 Oorspronkelijke ontwerp 3.2 Basisstructuren van het Diemerpark 3.2.1 De dijk 3.2.2 Het moeras (ARK-zone) 3.2.3 Het park (vuilstort) 3.2.4 De lijst 3.3 Ecologische corridors 3.4 Verbindingen 3.5 Huidig gebruik 3.6 Kunst in het park 3.7 Beheer en onderhoud

4

Visie Diemerpark 4.1 Identiteit 4.2 Visie met drie thema's

5

Thema: landschap als fundament 5.1 Meer dan een stadspark 5.2 Vier landschappelijke structuren 5.2.1 Dijk – structuur 1 5.2.2 Moeras (ARK-zone) – structuur 2 5.2.3 Park – structuur 3 5.2.4 Lijst – structuur 4

5

6

Inleiding en opgave

7

1. Inleiding en opgave

8

Hoe mooi de natuur zich ook ontwikkelde, de plannen voor IJburg met 40.000 mensen vlak naast de vuilstort, maakten het eind jaren ’90 noodzakelijk om de ernstig verontreinigde locatie ingrijpend aan te pakken. Allerlei manieren van saneren zijn toen de revue gepasseerd. Alles weghalen was praktisch en financieel volstrekt onhaalbaar daarom is er gekozen voor een isolatievariant. Het vervuilde gebied is hermetisch ‘ingepakt’ en geïsoleerd van de omgeving. De doorsnede van de vuilstort laat als het ware een omgekeerde ‘schoenendoos’ zien die over de stort heen is gezet. Rondom de vervuiling zijn diepe schermwanden geplaatst, de bovenkant werd afgedekt met een isolerende beschermlaag van folie of Trisoplast en ongeveer een meter schone grond. Boven en onder de beschermlaag zit een complex netwerk aan kabels, leidingen, drainages en sensoren. Binnen de schoenendoos heerst permanent onderdruk, zodat er niets van binnen naar buiten kan lekken. Om die isolatie niet te beschadigen gelden stringente eisen en beperkingen aan de inrichting, bebouwing en beplanting.

1.1

Behoefte aan nieuwe visie

Het Diemerpark is anders dan alle andere stadsparken in Amsterdam. De bekende parken zoals het Vondelpark, Westerpark en Oosterpark zijn ontworpen in de Engelse landschapsstijl als decor voor recreatie en natuurbeleving. Het Diemerpark echter is ontworpen als een landschapspark waar natuurlijke- en ecologische waarden de boventoon voeren. Dat is opmerkelijk omdat die natuurwaarden zijn ontstaan op een voormalige vuilstort. Het Diemerpark is daarnaast óók een sport- en recreatiepark, maar de natuurlijke kwaliteiten overheersen. Het bijzondere karakter van het Diemerpark staat echter al jaren onder druk en verdient extra de juiste aandacht. Deze visie vertelt hoe dat kan gebeuren. In de eerste twintig jaar van zijn bestaan heeft het park roem vergaard met diens grote biodiversiteit, de voor een stadspark bijzondere flora en fauna, landschappelijke karakter en voortdurend wisselende vegetatie. Met

zijn bijzondere en rijke flora en fauna vormt het gebied een belangrijke schakel in de ecologische structuur van Amsterdam en de regio. Daarnaast functioneert het park, als onderdeel van de Diemerscheg, ook als groene buffer tussen de verstedelijkte gebieden van Diemen, IJburg, de Indische Buurt en het Zeeburgereiland. Het park is een geliefde plek voor verschillende zeldzame diersoorten om te verblijven en te foerageren én voor IJburgers voor wie het een belangrijk groengebied is naast de relatief stenige woonbuurten. In de afgelopen decennia is de druk vanuit de omgeving op het park toegenomen. Dat is het meest zichtbaar in het noordwestelijk deel. Stap voor stap is daar een sportpark ontstaan dat nu bestaat uit zes voetbalen hockeyvelden. Maar ook andere delen van het park worden drukker bezocht, óók delen waar de natuurkwaliteit de boventoon voert en menselijke aanwezigheid minder gewenst is. Het park is daarnaast duidelijk aan slijtage onderhevig, mede doordat het dagelijks beheer tekortschiet. Er is behoefte aan een nieuwe visie op het beheer die past bij de bijzondere kwaliteiten van dit gebied. IJburg groeit en daarmee zal de druk op het Diemerpark verder toenemen. Niet alleen door het aantal bezoekers, maar ook door de veranderende wijze waarop zij het park willen gebruiken. Dit versterkt de noodzaak van het opstellen van een integrale visie op het park.

Een visie die duidelijk richting geeft aan de ontwikkeling, waarin een balans wordt gevonden tussen het versterken van de ecologische- en landschappelijke waarde enerzijds, en anderzijds meer ruimte geven aan recreatie en sport. In deze visie staat die balans centraal, met concrete voorstellen voor verbetering van alle delen van het park. De visie doet ook voorstellen voor integraal beheer, een vorm van beheer die alle kwaliteiten langjarig in stand houdt. Daarbij wordt voldoende ruimte geboden aan flexibiliteit, om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen.

9

1.2

Bestuurlijke uitgangspunten

Het wordt steeds drukker in het park en vanwege de uitbreiding van het Sportpark en met de groei van IJburg zal het gebruik van het park alleen maar gaan toenemen. De verschillende vormen van gebruik, natuurwaarden en andere belangen moeten goed tegen elkaar afgewogen worden.

10

In december 2019 heeft het College van B&W de opdracht gegeven om een samenhangende identiteit van het park te formuleren, op hoofdlijnen een ontwerp te maken (inclusief ruimtelijke onderbouwing) en een plan van aanpak voor de herinrichting met een globale inschatting van kosten, planning en juridische stappen. Een bestuursopdracht geeft richting aan dat proces, tot aan het moment van een startbesluit, vastgesteld door het college van B&W. Bij de genoemde opdracht gaf het bestuur de volgende uitgangspunten mee: •

De (her)inrichting van het park moet gebeuren volgens een natuurinclusief ontwerp, waarbij bestaande natuurwaarden worden versterkt en de beleving van het open landschap wordt gerespecteerd.

•

Het sportpark wordt uitgebreid met twee hockeyvelden en twee voetbalvelden. Alle sportvelden in het park tezamen blijven binnen de 9 hectare van het bestemmingsplan, maar het is mogelijk om de contour van het voor sport bestemde gebied aan te passen.

•

De (extra) sportvelden moeten goed bereikbaar zijn, maar de huidige forse knelpunten bij het aan- en wegrijden en parkeren dienen met grote zorgvuldigheid te worden opgelost.

•

Er komt één permanent clubhuis dat bij voorkeur ook een functie heeft voor het park als geheel, zoals een informatieplek met wc voor bezoekers van het park en het strandje. De vormgeving van het gebouw moet passen in de natuurlijke parkomgeving.

•

De ligging van de sportvelden op een gesaneerde vuilstortplaats brengt strikte eisen en randvoorwaarden met zich mee voor bebouwing, de aanleg en het beheer van de sportvelden.

•

Er moet een voorstel komen voor gebieden waar honden los mogen lopen, waar aangelijnd en waar ze helemaal niet mogen komen.

•

In de Nota Duurzaam Landschap zijn de stedelijke beleidsdoelen voor het scheggenlandschap opgenomen: biodiversiteit, klimaatadaptatie, energietransitie, circulariteit, landbouwtransitie en gezonde leefomgeving. Bij de herinrichting van het park worden deze doelen waar mogelijk meegenomen.

•

Het Diemerpark is van groot belang voor stedelijke beleidsdoelen over biodiversiteit, klimaatadaptatie, energietransitie, circulariteit, landbouwtransitie en gezonde leefomgeving. De herinrichting van het park moet daarom waar mogelijk voldoen aan de doelstellingen uit de nota duurzaam landschap.

•

Er moet aandacht worden gegeven aan verkeersveiligheid in en rondom het park, de openbare verlichting (sociale veiligheid versus hinder van lichtmasten voor mens en natuur) en een bewonersinitiatief voor een natuurspeeltuin.

In het Strategisch Huisvestingsplan Sport en Bewegen 2020-2023 is opgenomen dat het sportpark met vier velden werd uitgebreid. Na verder onderzoek bleek een uitbreiding met vier velden onhaalbaar te zijn. In het Strategisch Huisvestingsplan 2023-2027 is hierover opgenomen dat er extra sportruimte op Sportpark IJburg wordt toegevoegd zodat nog meer Amsterdammers gebruik kunnen maken van dit sportcomplex. In februari 2024 heeft het College van B&W het voorstel voor een uitbreiding met 2 velden en de uitbreiding van het parkeerterrein goedgekeurd.

11

Legenda Projectgrens

1.3 Afspraken met gebruikers Naar aanleiding van de wens het sportpark uit te breiden zijn in 2017 gesprekken gevoerd tussen stadsdeel Oost en een breed gezelschap aan belanghebbenden. Doel van de gesprekken was om een oplossing te vinden voor de lange wachtlijsten van de sportverenigingen, zonder daarbij de ecologie en de gebruiksbeleving van het park uit het oog te verliezen. Het resultaat was een gezamenlijk manifest met kernpunten op het gebied van sport, natuur en verkeersveiligheid: •

12

Ruimte voor natuur: kwaliteit staat voorop

Het Diemerpark heeft de grootste biodiversiteit van alle Amsterdamse parken. Door toenemend gebruik staan de natuur en natuurbeleving onder druk. Om dat tij te keren zijn ingrepen nodig. Zoals zorgvuldig parkbeheer voor de bescherming van planten en dieren, protectie van de AmsterdamRijnkanaalzone als exclusief natuurdomein, grotere en beter begrensde hondenlosloopgebieden en maatregelen tegen het toenemend gebruik van drones. Maar ook meer faciliteiten voor recreatie (in balans met de natuur) en een behoedzame inpassing van sportvelden met zo min mogelijk overlast door verkeer, geluid en lichtmasten. •

Sportverenigingen: cruciaal voor de sociale structuur van IJburg

Bewoners op IJburg doen graag aan veldsport, maar er zijn te weinig velden. Op de wachtlijsten van de clubs in het Diemerpark staan in totaal circa 1.000 aspirant-leden. Ook de verhuur van velden aan anders georganiseerde vormen van sport is onmogelijk wegens gebrek aan capaciteit. Daarom is het noodzakelijk om het aantal velden in het Diemerpark uit te breiden. Dit moet gebeuren binnen de maximale ruimte van 9 hectare voor sport, zoals voorgeschreven in het bestemmingsplan IJburg eerste fase. Het ruimtegebruik van de huidige sportvelden is op dit moment minder dan 9 hectare, dus er is nog ruimte voor uitbreiding. De contouren van

de bestemming ’sport’ in het bestaande bestemmingsplan moeten echter worden verlegd, zodanig dat het nog niet gebruikte metrage zo gunstig mogelijk wordt ingevuld. Tussen en rondom de sportvelden moet voldoende ruimte overblijven voor effectieve camouflerende maatregelen. Er wordt gewerkt met het maximum van 15% verharding binnen de 9 hectare bestemd voor sport. De twee zittende sportverenigingen gaan in gesprek over een mogelijk gedeeld clubhuis, eventueel met een ruimte voor (sport) parkbeheer. Het aantal parkeerplaatsen wordt ook uitgebreid, mits maatregelen worden genomen om overbodig verkeer te voorkomen. Daarbij dient de huidige situatie rondom het parkeerterrein te verbeteren, omdat er veel problemen zijn met de toeleiding, het gebruik en de bediening van het parkeerterrein. •

Veiligheid: aanpak kruispunt Nesciobrug

Het verkeer in het Diemerpark bestaat vooral uit wandelaars en fietsers, gemotoriseerd verkeer is er ‘te gast’. Het drukke kruispunt bij de Nesciobrug wordt echter als onveilig ervaren en vraagt om aanpassing.

13

14

Ruimtelijke context

15

2. Ruimtelijke context Het Diemerpark kent een turbulente historie. Het begon ooit als smalle frontlijn tussen een ruwe Zuiderzee, oprukkende Spanjaarden en het Hollands achterland. Daarna kwam er een buitendijkse vuilstort en groeide dit buitendijks deel uit tot een ernstig verontreinigde saneringslocatie. Na de sanering veranderde dit verlaten gebied in een uniek landschapspark met een hoge natuurwaarde met daarbinnen een Sportpark. Na 20 jaar gebruik en een veranderende omgeving is er echter behoefte om de inrichting van het park opnieuw te bekijken.

2.1

16

Korte historie

De Diemerzeedijk loopt van Amsterdam tot even voorbij Muiden en werd in de 13e eeuw uit zeeklei opgetrokken om het achterland tegen de Zuiderzee te beschermen. Met wisselend succes, want in de loop der eeuwen is de zee meermaals doorgebroken waardoor delen van Amsterdam en Diemen onder water kwamen te staan - met het Nieuwe Diep en de Akkerswade als stille getuigen. Daarnaast was de dijk herhaaldelijk het toneel van oorlogshandelingen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog raakten de Geuzen en Spaanse troepen hier in 1573 slaags en in 1787 werd opnieuw slag geleverd toen Pruisische troepen optrokken naar Amsterdam. Eind 19e eeuw werd aan de dijk het fort Diemerdam met een batterij geschut gebouwd, als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. De eerste afbeelding in de tijdlijn toont de grens tussen land en zee, met de toen nog slanke dijk als zeewering. Met de aanleg van het Merwedekanaal, later omgedoopt tot Amsterdam-Rijnkanaal (ARK), raakte de dijk en het gebied tussen de dijk en het kanaal in 1892 geïsoleerd van het achterland. In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw was het buitendijks gebied in gebruik als stortplaats (tweede kaart) en brandplaats voor chemisch afval, waardoor een buitendijkse uitstulping is gegroeid dat we tegenwoordig kennen als het park.

Het park en de ARK zone tussen de Diemerzeedijk en het Amsterdam-Rijnkanaal werd mede door de aanleg van IJburg en de bouw van verschillende (fiets)bruggen integraal onderdeel van de groenstructuur van de stad.

Diemerzeedijk - buitenpolder 1850, bron: Topotijdreis.nl

Vuilstort 1980, bron: Topotijdreis.nl

Huidige situatie met IJburg 1e fase, bron: Topotijdreis.nl

Uitbreiding IJburg 2e fase, bewerking topografische kaart

17

18

Vuilstort wordt landschapspark Onder het huidige park is een vuilstort gelegen. In het noordwestelijk deel van voornoemde vuilstort werd hoofdzakelijk huishoudafval gedumpt, in het middendeel bouwpuin en in het zuidoostelijk deel chemisch afval (deels gestort, deels verbrand). Hierdoor werd de voormalige stortplaats Diemerzeedijk één van de meest vervuilde gebieden van Nederland. De vuilstort werd in 1983 gesloten en ontoegankelijk gemaakt voor publiek. Daardoor kon de natuur jarenlang ongestoord haar gang gaan. Door de ophogingen van de vuilstort was deze locatie een gebied geworden met heuvels, dalen, waterstroompjes en een gevarieerde bodem. Op het afval was deels een afdeklaag aangebracht van ontgraven grond waar een grote variatie aan planten kon groeien; een mix van inheemse en uitheemse (tuin)planten en struweel. Zo ontstond een uniek, ruig gebied met een hoge natuurwaarde. Ecologen telden er meer dan 200 plantensoorten (waaronder zeldzame), 236 soorten vogels, maar ook vossen, vleermuizen, hermelijnen, reeën en ringslangen. Verstoorde natuur, vuilstort Diemerzeedijk

Afval verbranding Diemerpark, bron; plan

Aanleg Diemerpark, bron: plan amsterdam 1999

Afval verbranding aan de Diemerzeedijk

Hoe mooi de natuur zich ook ontwikkelde, de plannen voor IJburg met 40.000 mensen vlak naast de vuilstort, maakten het eind jaren ’90 vorige eeuw noodzakelijk om de ernstig verontreinigde locatie ingrijpend aan te pakken. Allerlei varianten van saneren zijn toen de revue gepasseerd. Alles weghalen was praktisch en financieel volstrekt onhaalbaar daarom is er gekozen voor een isolatievariant. Het vervuilde gebied is hermetisch ‘ingepakt’ en geïsoleerd van de omgeving. De doorsnede van de vuilstort laat als het ware een omgekeerde schoenendoos zien die over de stort heen is gezet. Rondom de vervuiling zijn diepe schermwanden geplaatst, de bovenkant werd afgedekt met een isolerende beschermlaag van folie of Trisoplast en ongeveer een meter schone grond. Boven en onder de beschermlaag zit een complex netwerk aan kabels, leidingen, drains en sensoren. Binnen de schoenendoos heerst permanent onderdruk, zodat er niets van binnen naar buiten kan lekken. Om die isolatie niet te beschadigen gelden stringente eisen en beperkingen aan de inrichting, bebouwing en beplanting. Het systeem werkt al 20 jaar naar tevredenheid en gebruikers kunnen veilig genieten van het park.

Bloemenzee gegroeid in de tussentijd, bron: plan Amsterdam 1999

Legenda Diemerzeedijk Voormalige vuilstort Amsterdam-Rijnkanaal IJmeer

Droog duinlandschap destijds al een karakterestiek, bron: plan Amsterdam 1999

19

2.2

Diemerscheg

Met het Diemerpark wordt vanaf hier het park, de Diemerzeedijk en de zone tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de Diemerzeedijk (ARK-zone) bedoeld. Een zorgvuldige visie op het Diemerpark dient ook te kijken naar de regionale betekenis van het gebied en ontwikkelingen in de directe omgeving.

Het Diemerpark is onderdeel van de ruimtelijke structuur van de Kop van de Diemerscheg. Deze Diemerscheg is één van de scheggen binnen de kaart de agglomeratie Amsterdam; een structuur van groene wiggen die diep in het stedelijk weefsel van de stad steken. Zij zorgen ervoor dat grote recreatieve groengebieden binnen handbereik liggen voor bewoners van elk stadsdeel. Daarnaast is het een onderdeel van een recreatief landschap dat van betekenis is voor de gehele regio.

20

Schematische weergave, Scheggen van Amsterdam

De Amsterdamse scheggenstructuur is regionaal – en zelfs internationaal - een zeer gewaardeerd kenmerk. Onder de paraplu van de regionale Agenda Metropolitaan Landschap werd in 2020 een gebiedsgericht Ontwikkelperspectief Diemerscheg vastgesteld door de gemeenten Diemen, Weesp, Gooise Meren en Amsterdam, in samenwerking met Staatsbosbeheer, waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Groengebied Amstelland. Het ontwikkelperspectief schetst een lange termijn ‘stip op de horizon’ voor dit gebied en functioneert als leidraad voor ontwikkelingen en beheer, een leidraad die de kwaliteiten van de Diemerscheg wil borgen en versterken. Deze visie op het Diemerpark past naadloos in dat streven. Kop Diemerscheg De kop van de Diemerscheg wordt gekenmerkt door lineaire dijkstructuren, grote watereenheden, waterrijke parken en infrastructurele doorsnijdingen. Daarbinnen is het Diemerpark een belangrijke schakel in een serie van ruime stadsrandparken in de oostelijke rand van Amsterdam. De relatief rustige stadsrandparken liggen dichtbij woongebieden en hebben de potentie om tot volle bloei te komen, bijvoorbeeld door meer stedelijke groenfuncties op te nemen en misschien zelfs stedelijke programma’s.

Landschappelijk-ecologische structuur Het Diemerpark behoort tot het dijklandschap van de Diemerzeedijk, die als centrale as door de kop van de scheg loopt. Daarnaast ligt het Diemerpark aan beide zijden ingesloten door water, met aan de ene kant het buitendijkse IJmeer en aan de andere kant het binnendijkse Amsterdam-Rijnkanaal met de ARK-zone. Deze ruige corridor is een landelijke ecologische verbinding en vormt samen met het Diemerpark een rijke habitat voor flora en fauna. Het Diemerpark is dan ook onderdeel van de hoofdgroenstructuur van de stad.

Ruimtelijke eenheden De facetkaart laat zien dat er in de kop van de Diemerscheg sprake is van uiteenlopende ruimtelijke eenheden, die met elkaar worden verbonden door de Diemerzeedijk als landschappelijke drager. Elke ruimtelijke eenheid heeft zijn eigen karakteristieke publieke toegankelijkheid, gebruiksintensiteit en identiteit.

21

Legenda NNN (incl.Verbindingszone)

Legenda IJburg, Diemerlagune

Ecologische structuur

Diemerpark

Ecologische en hoofdgroen

IJmeer, rondje baai Flevopark en Sciencepark

Overige Hoofdgroenstructuur landschappelijke - ecologische structuur in de kop van de Diemerscheg

Havenkom, Nieuwe diep(boven) Ruimtelijke eenheden in de kop van de Diemerscheg

Verbindend netwerk Typisch kenmerk van de kop van de Diemerscheg zijn de vele infrastructurele doorsnijdingen. Naast diverse auto- en fietsroutes zorgt het waterrijke gebied voor tal van bruggen zoals de Amsterdamsebrug, de Nesciobrug over het Amsterdam-Rijn kanaal en lokale fietsbruggen naar IJburg. De Diemerzeedijk is onderdeel van een lange regionale fiets- en wandelroute tussen stad en land. Binnen de kop van de scheg is het vooral de dijk die de verschillende gebieden aan elkaar koppelt. Ter plaatse van de doorsnijdingen ontstaan poort- of entreegebieden, bijvoorbeeld ter hoogte van de aanlandingen van bruggen in het Diemerpark. Komend uit stedelijke reuring en dichtheid ervaart men daar een abrupte opening naar landschappelijke ruimte en rust.

22

Verbindend netwerk in de kop van de scheg

2.3

Stedelijke ontwikkelingen omgeving

In de omringende gebieden zijn stedelijke ontwikkelingen met consequenties voor het Diemerpark, bijvoorbeeld toenemende recreatiedruk vanuit die gebieden. Zeeburgereiland Op het Zeeburgereiland is de ontwikkeling van de Sportheldenbuurt al voltooid met woningen, scholen en andere functies. Voor de Sluisbuurt, een hoogstedelijke buurt met hoogbouw, worden op dit moment bouwplannen verder uitgewerkt. De Eerste woningen zijn klaar. Verwacht wordt dat de eerste bewoners en ondernemers vanaf 2024 in de Sluisbuurt komen. De ontwikkeling gaat in fasen en de wijk moet binnen 10 tot 15 jaar klaar zijn.. Daarnaast begint de gemeente met plannen voor de beide Baaibuurten. Over enkele jaren wonen op het Zeeburgereiland meer dan 10.000 mensen.

Ontwikkelingen rond het Diemerpark

IJburg 1e en 2e fase IJburg is een grote uitbreidingslocatie in het IJmeer en ligt pal naast het Diemerpark. De wijk wordt in twee fasen aangelegd als een archipel van eilanden. De eerste fase met het Haveneiland, Steigereiland en de Rieteilanden is bijna voltooid, aan de tweede fase wordt nu gewerkt. De tweede fase zal bestaan uit het Centrumeiland, Strandeiland en Buiteneiland. Het Strandeiland krijgt een groot stadsstrand aan de IJburgbaai en aan de zuidzijde een ruige natuurrand met zand en groen. Na voltooiing wonen op IJburg ongeveer 40.000 mensen die allemaal makkelijk toegang hebben tot het Diemerpark. Sciencepark Amsterdam Sciencepark ligt aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal, maar wordt toch beschouwd als onderdeel van de Diemerscheg. Deze campus van bètawetenschappen en laboratoria wordt verder ontwikkeld tot een stedelijk en levendig gebied waarin wetenschap, residentieel verblijf, onderzoek en onderwijs samengaan met bedrijfsleven. De ‘groene buitenrand’ van de campus, onderdeel van de Diemerscheg, wordt daarbij versterkt met meer biodiversiteit en ruimte voor wandelaars. Daarnaast pleit de ontwikkelvisie van het Sciencepark voor sterkere verbindingen naar buiten, onder meer naar het Flevopark en de Diemerscheg.

23

Zoekgebied voor windmolens in het Diemerpark Het Diemerpark is opgenomen als zoekgebied voor windmolens. Gemeente Amsterdam heeft onderscheid gemaakt tussen drie verschillende soorten zoekgebieden: voorkeursgebieden, reservegebieden en extra reservegebieden. Het Diemerpark valt onder de laatste aanduiding. Dit betekent dat de gemeente pas naar deze gebieden gaat kijken als er in de voorkeursgebieden en reservegebieden niet genoeg elektriciteit kan worden opgewekt. Het college van burgemeester en wethouders (B&W) stemde op 9 maart 2021 in met aangepaste windzoekgebieden. Zie hiernaast de aangepaste kaart. De windzoekgebieden zijn kleiner en er zijn voorkeursgebieden voorgesteld.

24

Voor meer informatie over windmolens in Amsterdam wordt verwezen naar de volgende webpagina: https://www.amsterdam.nl/wonenleefomgeving/duurzaam-amsterdam/windmolens-amsterdam/

Uitsnede interactieve kaart, bron: maps.amsterdam.nl/windzoekgebieden

Mogelijk metrolijn tracé door het Diemerpark De Metrolijn, die een consortium heeft ontworpen, is een 20 kilometer lange verbinding tussen Diemen-Zuid en Almere-Centrum waarvan 9 kilometer in een tunnel ligt onder IJburg en het IJmeer. Dit consortium wordt geleid door Mott MacDonald en ondersteund door MNO Vervat, HTM Consultancy, Project & Proces Consultancy, EconoVision, Balancia, BACA Architects en Zwarts & Jansma Architecten. M55-IJmeerlijn concept, ontwerp en business case, bron: m55ijmeerlijneindrapportdeel-

Op basis van een multi-criteria-analyse is het voorkeurstracé gekozen dat in het rapport wordt beschreven (zie afbeelding, figuur 3.4). In het traject zijn vijf nieuwe stations opgenomen, te weten: de ondergrondse stations Centrumeiland en (destijds)Middeneiland in IJburg en de bovengrondse stations Pampus West, Pampus Centrum en Beatrixpark aan de westkant van Almere. Tevens worden twee huidige stations uitgebreid: DiemenZuid en Almere Centrum. In het tracé is rekening gehouden met een aantal optionele stations, die in de toekomst kunnen worden gerealiseerd indien daar voldoende vervoervraag voor is. Het tracé is als ruimtelijke reservering opgenomen in het bestemmingsplan.

25 Uitsnede bovenstaande afbeelding, bron: m55ijmeerlijneindrapportdeel-1hoofdrapport.pdf

2.4

Selectie beleidsdocumenten en bestemmingsplan

De voorliggende Visie Diemerpark past in het beleid van de gemeentelijke Structuurvisie Amsterdam 2040 en de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 die op 8 juli 2021 door de gemeenteraad werd vastgesteld. Daarnaast zijn er drie belangrijke stedelijke documenten met een directe invloed op de toekomst van het Diemerpark.

26

Legenda Landschapsverbindingen Groen-blauwe verbindingen en parken Kop van een scheg bron: Groenvisie 2020-2050 - Een leefbare stad voor mens en dier

Stedelijke Groenvisie In de gemeentelijke Groenvisie 2020-2050 (gemeenteraad, 21 december 2020) wordt nog eens aangehaald dat het Diemerpark deel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur en ecologische hoofdstructuur van Amsterdam. De Groenvisie maakt een radicale keuze om de stad overal groener te maken, niet alleen met parken maar ook in de buurt of aan/op gebouwen. Op die manier ontstaat een structuur van verschillende typen groen. Het Diemerpark valt in deze reeks onder ‘parkgebieden met een overgang van stedelijk groen naar landschap’. Het Diemerpark is bij uitstek een park dat deze twee werelden met elkaar verenigt; het stedelijk-recreatieve en het natuurlijk-landschappelijke zijn beide goed vertegenwoordigd. Wel vraagt de toenemende recreatieve druk om een balans waarin die twee werelden elkaar versterken.

Strategisch huisvestingsplan sport In hoofdstuk 1 werd al geconstateerd dat er voor de bewoners van IJburg in de nabije omgeving te weinig buitensportmogelijkheden zijn. De circa 1.000 aspirant-leden die op wachtlijsten staan voor clubs in het Diemerpark bevestigen dat beeld. Diezelfde conclusie trekt het Amsterdamse Strategisch Huisvestingsplan Sport en Bewegen 2020-2023. Het plan vindt voldoende sportmogelijkheden een belangrijke voorwaarde voor een fysiek-, mentaal- en sociaal gezonde samenleving. Maar wat is voldoende? De gemeenteraad heeft daartoe als theoretisch rekenmodel per type woonmilieu een sportnorm vastgelegd. Voor IJburg 1e fase (groen/blauw woonmilieu) is de norm 9 m2 netto sportterrein per woning. Aangenomen dat er op IJburg 1e fase uiteindelijk 10.448 woningen staan, dan zou er volgens de norm 10.448 x 9 = 94.032 m2 oftewel 9,4 hectare sportveld in de nabijheid moeten liggen. Zoveel veldsport is er momenteel niet op of nabij IJburg 1e fase. Het bestaande tennispark op Rieteiland-Oost (10 banen) heeft een oppervlakte van 0,68 hectare en de 6 sportvelden in het Diemerpark beslaan netto 4,96 hectare. Opgeteld ligt er dus 0,68 + 4,96 = 5,64 hectare aan sportvelden, oftewel 60% van de gewenste norm. Toevoeging van meer sportvelden is dus ook vanuit de sportnorm noodzakelijk.

Netto versus bruto De Amsterdamse sportnorm van 9 m2 buitensport per woning doelt op netto sportterrein (inclusief uitloopstroken rond de velden). De norm doet dus geen uitspraken over (bruto) ruimte voor een clubgebouw, verkeersontsluiting, parkeren, groenstroken en andere voorzieningen. Voor een voetbalveld wordt een netto maat aangehouden van 108 x 72 meter = 7.776 m2 en voor een hockeyveld 59 x 99,40 m = 5.864,6 m2. In het Strategisch Huisvestingsplan Sport en Bewegen 2020-2023 is een opgave opgenomen voor 4 extra velden in het Diemerpark (twee voor voetbal en twee voor hockey). Daardoor groeit het aantal velden van 6 naar 10. Zo wordt in de veldsportbehoefte van IJburg 1e fase voorzien en kunnen de clubs doorgroeien tot volwaardige verenigingen met een permanente accommodatie. Als vuistregel wordt wel gehanteerd dat één extra veld genoeg is voor ongeveer 300 leden, waarmee de wachtlijsten worden weggewerkt. Na verder onderzoek bleek een uitbreiding met vier velden onhaalbaar te zijn. In het Strategisch Huisvestingsplan 2023-2027 is hierover opgenomen dat er extra sportruimte op Sportpark IJburg wordt toegevoegd zodat nog meer Amsterdammers gebruik kunnen maken van dit sportcomplex. In februari 2024 heeft het College van B&W het voorstel voor een uitbreiding met 2 velden en de uitbreiding van het parkeerterrein goedgekeurd.

In dit voorstel is een totaal van 56.482m2 netto veldoppervlak opgenomen. Dit betreft het huidige areaal en de uitbreiding met 1hockeyveld, 1voetbalveld en drie oefenveldjes. Het totaal oppervlak van het sportpark inclusief autoparkeren, fietsparkeren, clubgebouwen, verharding en groen komt op een totaal oppervlak van 7.5 hectare. Met andere woorden, de voorgestelde uitbreiding blijft binnen de 9 hectare die in het bestemmingsplan als maximum oppervlak voor sport is opgenomen.

Sportopgave in Oost, bron: Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023.pdf

27

Hoofdgroenstructuur In de stedelijke Hoofdgroenstructuur staan kaarten en teksten die laten zien welke onderdelen van Amsterdam tot de Hoofdgroenstructuur behoren. Daarbinnen zijn bepaalde ontwikkelingen (zoals bouwprojecten) gewenst of juist ongewenst. Het document bevat onder meer een toetskaart en een toetskader, waarmee een onafhankelijke toetscommissie (TAC) beoordeelt of initiatieven in de Hoofdgroenstructuur gewenst zijn of ongewenst. In 2011 is dit beleidskader Hoofdgroenstructuur vastgesteld. De toetsing vindt plaats op de onderdelen waarbij een afwijking op het Omgevingsplan van toepassing is. Dit is het geval bij het onderdeel uitbreiding sportvelden, om deze reden is deze voorgelegd aan de TAC. Voor de overige delen van de visie is geen sprake van afwijking van het omgevingsplan. Indien er wel sprake van afwijking van het omgevingsplan is, zal een aanvullend TAC advies worden gevraagd.

28

Het hele Diemerpark is in de Structuurvisie Amsterdam 2040 aangemerkt als Hoofdgroenstructuur, meer specifiek als Ruigtegebied/Struinnatuur en Sportpark. Een Ruigtegebied staat voor een ‘wild ogend gebied dat voor Amsterdam zeldzame planten en dieren bevat’. Hoewel kleine

Hoofdgroenstructuur kaart met indicatieve ligging sportpark, bron: maps.amsterdam.nl

voorzieningen denkbaar of nodig zijn, ligt de kwaliteit van de beleving in het ongeplande karakter. Het beleid is er dan ook op gericht om het Ruigtegebied in het Diemerpark ruig te laten. Andersoortige groenfuncties zoals volkstuinen, sportparken en parken passen daar niet binnen dit groentype. Daarentegen is Sportpark IJburg (zie gele vlak) in de Hoofdgroenstructuur aangemerkt als terrein voor intensieve sportbeoefening. De contour van het gele vlak en de sportcontour van het eerdergenoemde bestemmingsplan(rode lijn) zijn niet hetzelfde, maar belangrijker is dat de Hoofdgroenstructuur op deze plek voorziet in een sportpark. Het beleid is wel dat zulke parken, naast sportbeoefening, ook groenbeleving en groene recreatie centraal zetten. Bebouwing dient zoveel mogelijk geclusterd te zijn en het sportpark moet naar de omgeving toe een open en openbaar karakter uitstralen. Groene recreatieve routes door het park verbinden het sportpark met de omgeving en ondersteunen ecologische doelen. NB. In januari 2023 is aan de gemeenteraad een nieuw beleidskader Hoofdgroenstructuur voorgelegd. Naar aanleiding van de uitslag van het referendum op 6 juni 2024 is dit nieuwe beleidskader op 26 juni 2024 verworpen door de gemeenteraad. Dit betekent dat het oude beleidskader tot nader order het vigerende beleidskader is voor de visie.

In het voortraject heeft de TAC een preadvies met de strekking ‘in principe en onder voorwaarden’ op het voorstel voor uitbreiding van de sportvelden afgegeven. Deze voorwaarden zijn: 1. Dat de voorgestelde begrenzing van het sportpark als eindsituatie bestendigd wordt door deze als nieuwe begrenzing van het groentype sportpark binnen de Hoofdgroenstructuur aan te houden en het restant (9 minus 7,7 hectare) huidige sport bestemming om te zetten in het groentype natuurpark. 2. Dat de voorgestelde bebouwing en verharding daadwerkelijk compact blijft en in lijn met de 15% verharding binnen 9ha die bestemmingsplan op dit moment toestaat Bij de aanvraag van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt een definitief advies gevraagd.

Bestemmingsplan IJburg 1e fase Het Diemerpark is onderdeel van het bestemmingsplan IJburg 1e fase, dat op 21 mei 2014 onherroepelijk werd. Groen Het merendeel van het park heeft de bestemming Groen voor a. groenvoorzieningen, b. fiets- en/of voetpaden, c. natuur, d. recreatief medegebruik, e. speelvoorzieningen, f. water, waterstaatsdoeleinden en oevervoorzieningen, g. nutsvoorzieningen en h. objecten van beeldende kunst. Ecologische waarde Een deel van het park heeft de bestemming ‘waarde ecologie’. Het gaat daarbij om gronden die door de provincie zijn aangewezen als Ecologische Hoofdstructuur en gronden die worden ingericht als ecologische verbindingszone.

Nazorg locatie In het bestemmingsplan staat ook een 'milieuzonebodembeschermingsgebied' aangeduid. Zijn er in dat gebied initiatieven voor het veranderen van waterlopen, baggeren, beplanten van diepwortelende beplanting, het aanbrengen van ondergrondse infra, grondwerkzaamheden en wijzigen van de grondwaterstanden, dan moet daarvoor eerst een vergunning worden verleend. Dit om schade aan bodemsaneringsconstructies en drainagesystemen te voorkomen. Sport De gronden met de bestemming 'Sport' (9 hectare) mogen verhard worden voor sportuitoefening. Voor clubgebouwen, parkeren, toegangspaadjes en dergelijke mag maximaal 15% van het bestemmingsvlak worden verhard. Voor bebouwing geldt een maximum van 2.000 m2 en een maximale bouwhoogte van 7 meter. De Dijk De Diemerzeedijk is onderdeel van het UNESCO-werelderfgoed van de Stelling van Amsterdam. Het bestemmingsplan heeft de dijk daarom als landschappelijke structuur met die status opgenomen. Hoogspanningsmasten Tot slot zijn er ook gronden aangewezen als 'Leiding Hoogspanningsverbinding - 2'. Deze gronden zijn onder meer bestemd voor de aanleg, het herstel en de instandhouding van de 380.000 Volt hoogspanningsverbinding Oostzaan-Diemen.

Bestemmingsplan, bron: ruimtelijkeplannen.nl

29

30

Analyse

31

3. Analyse Diemerpark De bijzondere historie van het Diemerpark, met name als voormalige zeedijk en vuilstort verleent een unieke identiteit aan het park. Het Diemerpark dat in 2003 is opgeleverd heeft een sterk ontwerp verhaal waarin bewust is gekozen terughoudend en ingetogen te ontwerpen. Het Diemerpark heeft een identiteit waarin de turbulente geschiedenis nog steeds wordt weerspiegeld in het ongewone landschap.

3.1

32

Oorspronkelijk ontwerp

Het zichtbaar laten zijn van deze voormalig vuilstort is door de ontwerpers als belangrijk uitgangspunt aangehouden. Het grondlichaam van de met de door de stort ontstane hoogteverschillen is destijds zelfs geaccentueerd, waardoor verschillende ruimtelijke structuren het park op een landschappelijke en natuurlijke manier zijn vorm geven. Tot op het kleine schaalniveau van putdeksels is het verhaal van de plek zichtbaar in het ontwerp. Inrichtingsschets Diemerpark

Het natuurlijke landschap dat men na de sluiting van de vuilstort aantrof met een enorme diversiteit aan flora en fauna, is inspiratie geweest voor het ontwerp. Na de sanering en als onderdeel van het plan is een mozaïek van verschillende grondsoorten aangebracht. Dit heeft gezorgd voor een rijkdom, diversiteit en gelaagdheid aan beplanting. Daardoor is een open bloemrijk en schraal landschap ontstaan, vormgegeven met een mozaïek aan kruidrijke mengsels die aansluiten op het palet van grondsoorten. Het park is opgebouwd uit robuuste structuren waarop groei van natuur zorgvuldig een plek heeft gekregen. De sanering stelde voor het ontwerp een groot aantal eisen om de veiligheid te waarborgen. Veel van deze technische eisen hebben geleid tot bijzondere ontwerp ingrepen. Niet direct zichtbaar is bijvoorbeeld het watersysteem dat wordt beschreven op pagina 36. Een systeem dat het overtollige regenwater via kleigeulen en wadi's door het park leidt en zo de omstandigheden creëerde voor verschillende natte en droge natuurtypes. Ontwerpkaart

Op de afbeeldingen uit het plan Amsterdam 1999 zijn de destijds handmatig geaquarelleerde kaartlagen van het oorspronkelijke ontwerp te zien. De verschillende kaartlagen op deze pagina illustreren hoe het ontwerp is opgebouwd uit een palet van verschillende grondsoorten, gebruik makend van hoogteverschillen en klimatologische condities waarbinnen beplanting in het park zich verder kon ontwikkelen. In de analyse worden meer van deze lagen van het oorspronkelijk ontwerp toegelicht. De opbouw die het park hierdoor heeft gekregen laat ook zien hoe programma en gebruik aansluiten op de verschillende zones in het park. In het ontwerp is te zien dat dit heeft geleid tot een logische overgang in type gebruik zoals verderop in analyse aan bod komt. Het Diemerpark is ontworpen met zorg en aandacht. De kracht van het ontwerp zit hem daarintegen ook in de afwezigheid van de ontwerper. Door te ontwerpen zonder zichtbare stijl voelt het park aan als een natuurlijk en organisch ontstaan stuk landschap. De kracht van het ontwerp is dan ook dat het de ruimte voor deze groei faciliteert.

33 mozaïek - zaaiplan

sportveldengras speelweidegras akkerkruiden bloemrijk grasland grasland ruigte taludgras moerasplanten puinplanten heide vegetatie

Abiotische kaart

Streefbeeld kruidenlaag

De spannende combinatie van gebieden aan de Diemerzeedijk, deels gevormd aan de hand van voormalige zones van de vuilstort, heeft de inrichting, het gebruik en beheer van het Diemerpark al 20 jaar bepaald. Deze visie laat zich daardoor graag inspireren, maar door afwezig beheer, gedateerd meubilair en veranderende context vragen om nieuwe ideeën en impulsen. De vrijheid voor vernieuwing en verandering is beperkt, want een veilig beheer van de vuilstort stelt kritische eisen.

3.2

34

Basisstructuren van het Diemerpark

Binnen het Diemerpark zijn 4 basisstructuren duidelijk herkenbaar: Het dijklichaam (de dijk), het moeras (ARK-zone), het park (vuilstort) en wat we hier de ‘lijst’ (oeverzone) noemen. De oude Diemerzeedijk was oorspronkelijk de grens tussen zee en land, maar is hier nu vooral een verbindend element tussen stad en land. Het park is vrij open, met in het centrale deel lage, grazige vegetatie en her en der struweel. Aan de parkzijde van de dijk loopt een smalle afwateringssloot (de ‘slenk’) naar de centrale grote vijver. In het moeras zien we waterpartijen met flinke rietkragen, ruigte en wilgenbosjes. Het park wordt door een oeverzone met bomen omsloten. Elk van deze 4 basisstructuren vertegenwoordigt een bepaald landschapstype met eigen kenmerken. De 4 structuren samen vormen het bijzondere dijklandschap van het Diemerpark.

Legenda Diemerzeedijk Moeras Park Lijst Vier ruimtelijke onderdelen

3.2.1 De dijk De lange lijn van de Diemerzeedijk is een belangrijke landschappelijke drager en koppelt verschillende stedelijke en landschappelijke gebieden aan elkaar. De bermen en taluds van de dijk vormen een indrukwekkend lineair landschap. Aan de zuidkant wordt de dijk grotendeels begrensd door het langgerekte moerasbos van de ARK-zone. Aan de noordkant stuit het dijklichaam op het landschap van de slenk (afwateringssloot), met bloemrijk grasland aan de zijde van de Diemerzeedijk en struweel aan de zijde van de heuvel. In de berm van de dijk staan verspreid ook wat struiken en soms is er een doorkijkje naar de achterliggende vijvers en poelen in het park. Natuurwaarden van het gebied Het dijklichaam bestaat met name uit voedselrijke kleigrond die ook water kan vasthouden. In de berm richting de slenk wordt de dijk meer zandig, waar - naast bloemrijke en kruidenrijke vegetatie - ook bijzondere soorten voorkomen, zoals de gevlekte rietorchis. Slenken zijn een belangrijk waterelement in het Diemerpark vanwege hun weelderige flora en fauna. Het talud van de bloemrijke oevers bieden een geleidelijke gradiënt van droog naar nat en zijn een gewilde biotoop voor bijzondere soorten zoals orchideeën, ratelaars en tal van andere soorten die van vochtige voeten houden.

Alle waterelementen worden druk bezocht door libellen, juffers en andere watergebonden insecten en amfibieën, waaronder ook de rugstreeppad. Voor deze soorten is het een belangrijk voortplantingsgebied en voor de ringslang ook een potentieel foerageergebied.

35 De Dijk als onderdeel van de vier ruimtelijke onderdelen

3.2.2 Het moeras (ARK-zone) De ARK-zone (Amsterdam-Rijnkanaal zone) ligt tussen de Diemerzeedijk en het Thijs Hendriksenpad en loopt langs de hele lengte van het Diemerpark. Vanaf de dijk en het Thijs Hendriksenpad is het gebied goed te bewonderen, maar alleen op afstand want het is vooral een rustgebied voor dieren. Het gebied heeft een hoge natuurwaarde en fungeert als verbindingszone binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), met name als schakel tussen de Gooi- en Vechtstreek en Waterland.

36

Dergelijke zones zijn essentiële schakels in het netwerk van natuurgebieden. Dat netwerk kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het zijn niet alleen belangrijke leefgebieden, maar ze verbinden ook populaties flora en fauna met elkaar, ze voorkomen dat planten en dieren op geïsoleerde plekken uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Natuurwaarden van het gebied De ARK-zone is een afwisselend moerasachtig gebied met bomen, heesters, ruigte, poelen, sloten, vijvers en greppels. Het meest oostelijke deel is een wilgenbroekbos/moerasbos. Het waterrijke gebied is een ideaal jachtgebied voor de ringslang, waterspitsmuis en meervleermuis, die in het provinciaal beleid als doelsoorten zijn aangewezen. Daarnaast kent de zone meerdere territoria voor ijsvogels en andere opvallende broedvogels zoals nachtegalen, ransuilen en buizerds. Ook de beschermde rugstreeppad heeft hier een plek gekregen - een echte pionierssoort die houdt van open vlaktes, ondiepe en onbegroeide poelen. Er zijn ook wat hogere en drogere stukken met afwisselend ruigte, struiken en bomen. Dat zijn aantrekkelijke plekken voor (kleine) zoogdieren zoals marterachtigen en vossen.

Het moeras als onderdeel van de vier ruimtelijke onderdelen

3.2.3 Het park (vuilstort) Hoofdstuk 2.1 stond al even stil bij de turbulente historie van de Diemerzeedijk, waaronder diens jarenlange functie als vuilstortplaats met blijvende gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van het Diemerpark. Met de saneringsoperatie eind jaren ’90 van de vorige eeuw is de hele vuilstort hermetisch ingepakt, maar het landschap onderhoudt nog steeds een relatie met wat er ooit is gebeurd.

Huishoudafval

Bijgaand kaartje laat zien dat de vuilstort indertijd in drie buitendijkse zones was verdeeld. Het lichtste gedeelte is hoofdzakelijk gebruikt voor huishoudelijk afval, het middelste deel voor puin en bouwafval en in het donkere gedeelte werd voornamelijk chemisch afval gestort of verbrand. Deze zones zijn nog steeds herkenbaar door hoogteverschillen, typen vegetatie, inrichting en bijbehorend gebruik: • • • • •

In de noordelijke zone (huishoudafval) ligt met name open vegetatie, met plekken voor sport en spel; In het middendeel (puin) lijkt het Diemerpark op een glooiend open duinlandschap met lage beplanting; De westflank van dit deel is ruiger met hogere en dichtere beplanting; Het strandje en de heuvel (hoogste punt van het park) worden intensief gebruikt en hier komen verschillende paden samen; De ondergrond in het zuidelijke (donkere) deel is het meest vervuild en niet geschikt voor intensieve recreatie. Struinen en ander gebruik wordt ontmoedigd, waardoor de natuur hier meer ruimte heeft. De centrale waterpartij scheidt dit deel van de rest van het park.

Puin

Brandplaats

37 Zonering vuilstort

Principe doorsnede Diemerpark, bron: Total Identity Amsterdam, Grond en Ontwikkeling

Ondergrondse systemen Als bodemsaneringslocatie is het Diemerpark een gereguleerd en ‘technisch’ landschap. Het terrein is doorregen met kabels, leidingen, onttrekkingsbronnen, onderhoudspaden, meetputten en andere technische objecten. Elke aanpassing in de bovengrond moet bovendien rekening houden met een instabiele ondergrond, funderingsvraagstukken, putdeksels, ondergrondse infra en stringente veiligheidseisen. Daardoor heeft uitbreiding van de sportvelden en de bouw van accommodaties de nodige voeten in aarde. Het ondergrondse systeem van leidingen en sensoren moet worden aangepast en omgelegd. Tijdens de aanleg van de laatste sportvelden is het gebied te veel opgehoogd, waardoor het ondergrondse systeem van gasdrainage niet optimaal functioneert. Dat moet worden aangepast.

Waterhuishouding Om te voorkomen dat bodemverontreiniging zich verspreid wordt de afwatering in het Diemerpark nauwkeurig gereguleerd. In de schone leeflaag ligt een fijn vertakt stelsel van drainagestrengen die regenwater afvoeren naar het IJmeer. Aan de parkzijde van de Diemerzeedijk stroomt regenwater via kleigeulen naar de slenk. Die heeft een variabel waterpeil en fungeert als waterbuffer zodat het water in de centrale vijver op peil blijft. Onder die vijver ligt één van de zuurteerpoelen. Deze is afgedekt met dikke folie en daar moet voldoende waterdruk op blijven staan. Zware regenval wordt vanuit de vijver via een uitlaat naar het IJmeer afgevoerd. Het bodemreliëf en gevarieerde watersysteem zorgt voor een verscheidenheid aan biotopen, zoals natte flora en fauna aan de slenk en droge natuur in de hoger gelegen delen.

38

Schematische weergave waterstysteem park

Drie gebruiksdelen Qua dagelijks gebruik valt het park eigenlijk beter op te delen in ‘kop, romp en staart’. De kop is het vlakke gebied ter hoogte van de sportvelden en wordt vooral gebruikt voor sport, spel en ontmoetingen. De romp is het savanne-achtig binnenduinlandschap in het midden met droge ruigtevegetatie, halfverharde paden en struweel. De staart wordt gevormd door de zuidoostelijk gelegen vijver, met omliggend struweel en de voormalige brandplek aan de dijk. Recreatie en ander gebruik in dit meest verontreinigde deel van de vuilstort wordt met de inrichting ontmoedigd. In de tabel hiernaast staat per gebruiksdeel het karakter, gebruik, inrichtingselementen, groenproducten en karakteristieke soorten planten. Deze tabel is indertijd gebruikt voor het uitvoeren van het oorspronkelijke parkontwerp.

39

Kop Romp

Staart

Schematische weergave uitgangspunt cultuur vs natuur

Ontwerpuitgangspunten: Tabel omschrijving deelgebieden Diemerpark

De kop De kop is het vlakke deel van het park tussen de Diemerzeedijk, het Dick Hilleniuspad en het Han Rensebrinkpad aan de batterij. Het sportpark ligt aan het Dick Hilleniuspad en heeft aan de randen accommodaties en faciliteiten voor fietsparkeren. De vlakte grenzend aan het sportpark is deels ingericht voor recreatie (ook de theaterheuvel ligt hier). Dit gebied is een uitstekende plek om elkaar te ontmoeten en biedt ruimte voor kleine evenementen zoals een schoolafsluiting, avondvierdaagse en informele sportevenementen.

40

Natuurwaarden van het gebied De ruimte om het sportpark heen – vooral het gebied tussen het Jan Beijerpad en de dijk – heeft betekenis voor inheemse plantensoorten die alleen voorkomen op schrale en droge grond. De grond is hier vooral zandig en bestaat deels uit Zuiderzeezand. Het kalkrijke zeezand is een ideale ondergrond voor een verscheidenheid aan zeldzame planten. Dergelijke bloemrijke graslanden vormen ook het leefgebied van diverse zoogdieren (bijvoorbeeld spitsmuis, konijn, haas en egel). Daarnaast trekt het veel insecten aan (zoals vlinders, zeker 20 soorten bijen, hommels, zweefvliegen, sprinkhanen en kevers), die op hun beurt weer insectenetende vogels aantrekken. De konijnen zijn hier een graag geziene gast die het landschap door hun graaf- en graasgedrag steeds veranderen, wat het geheel zeer dynamisch maakt.

De romp Het middendeel van het Diemerpark ligt een stuk hoger, met veel puin in de ondergrond en een toplaag van kalkrijk zee- en rivierzand. Dit schrale, bloemrijke landschap lijkt een beetje op een binnenduinrand met solitaire groepjes heesters - in deze context een uniek landschapstype. Het schrale terrein heeft een enorm drainerend vermogen, waarbij het water van de heuvel via kleigeulen afstroomt naar de slenk. Die kleigeulen liggen in de zuidwestelijke flank van de heuvelachtige romp, zijn voedselrijk en nat en hebben een dichtere beplanting van struweel. De romp heeft duidelijk een struinkarakter, met veel ruigte en mantel- en zoombeplanting. Natuurwaarden van het gebied Net als de kop van het Diemerpark is ook de romp te typeren als een zone met bloemrijk grasland. De grond bestaat vooral uit kalkrijk zand en biedt een ideale ondergrond voor inheemse plantensoorten die tegen droogte kunnen. De romp herbergt veel plantensoorten, waaronder ook kwetsbare en zeldzame soorten. Bloemrijke graslanden vormen het leefgebied van diverse zoogdieren (bijvoorbeeld spitsmuis, konijn, haas en egel). Daarnaast trekt het veel insecten aan (zoals vlinders, bijen, hommels, zweefvliegen, sprinkhanen en kevers), die op hun beurt weer insectenetende vogels aantrekken. Dichtbij water zijn deze graslanden een belangrijke landbiotoop voor amfibieën en ringslangen.

In het struweel, dat bestaat uit ruige mantel- en zoombeplanting, verblijven allerlei soorten broedvogels zoals de nachtegaal, zwartkop en putter. Zoogdieren zoals de wezel en vos vinden hier voedsel. Daarnaast is het struweel een goede overwinteringsplek voor amfibieën en kleine zoogdieren.

De staart De staart was in de tijd van de vuilstort een brandplaats voor vaten met chemisch afval. In de ondergrond bevinden zich ook (afgedekte) zuurteerputten. Grote delen van de oorspronkelijke vuilverwerking zijn hier afgedekt met folie, met daarop een leeflaag van zand. Deze zone in het park is vrijwel uitsluitend bestemd voor de natuur. De beplanting in deze zone bestaat voornamelijk uit struweel, de ruige mantel- en zoombeplanting die ook in de romp van het park aanwezig is. Natuurwaarden van het gebied In het struweel verblijven allerlei soorten broedvogels zoals de nachtegaal, zwartkop en putter. Zoogdieren zoals de wezel en vos vinden hier voedsel. Daarnaast is het struweel een goede overwinteringsplek voor amfibieën en kleine zoogdieren. De grote vijver is aan de randen ondiep en heeft een zandige bodem. Hierdoor is het een goed leefgebied voor de zeldzame rugstreeppad. Als de winter nadert graven zij zich in de bodem van het park en in het voorjaar komen zij naar de vijver om zich voort te planten. De oevers en het dijkje rondom de vijver zijn goede plekken voor gevarieerde planten en grondnestelende bijen. In de brede rietkragen rondom de vijver bouwen vogels hun nest. Zo ook de dodaars; een kleine fuut die het op visjes in de plas heeft gemunt. Muggen en vliegjes boven de plas zijn voedsel voor vogels, vleermuizen en roofinsecten.

41

3.2.4 De lijst De ‘lijst’ is de gekozen benaming voor de oeverzone tegenover de Rieteilanden van IJburg, met deel kruidenrijke zones, met bomen beplante oevers van het park, en het rietland ter hoogte van de Batterij. Deze oeverzones zijn indertijd natuurvriendelijk ingericht en staan in directe wisselwerking met het IJmeer. De oevers zijn niet alleen belangrijk voor de waterkwaliteit maar ook voor rietvogels, het onderwaterleven en als infrastructuur voor migrerende dieren. De Batterij, een oorvormig overblijfsel van de Stelling van Amsterdam, bestaat voornamelijk uit oud waterriet omsloten door een dijk. Voor de aanleg van de Oeverzeggebrug werd dit plasdrasgebied deels opgehoogd. Het gebied is onbegaanbaar, maar vanaf de brug kan men genieten van het uitzicht en de zangvogels in het riet.

42

In de oeverzone bevindt zich ook de grens van de ‘omgekeerde schoenendoos’ (zie hoofdstuk 2.1) van de sanering. Onder de kruidenrijke zone langs de fietspaden bevinden zich bijvoorbeeld de diepe schermwanden die de vuilstort isoleren van de oever en het water van het IJmeer. In de oeverzone buiten de schermwand gelden geen beperkingen voor hoge diep wortelende bomen. Natuurwaarden van het gebied De oevers zijn een leef- en broedgebied van watervogels, rietvogels en de ringslang. Daarnaast foerageren hier diverse soorten vleermuizen. De Batterij is een leef- en foerageergebied voor ringslangen, vleermuizen en vogels zoals de kleine karekiet, rietgors en blauwborst. Dwergmuizen zijn echte rietspecialisten. Zij klimmen behendig in de stengels om het rietzaad te eten en bouwen hun bolvormige nesten hoog in het riet.

De lijst als onderdeel van de vier ruimtelijke onderdelen

3.3

Ecologische corridors

Zoals eerder toegelicht heeft het Diemerpark met ARK-zone een grote ecologische waarde, niet alleen in zichzelf maar ook als verbindend element tussen natuurgebieden in de regio. Zulke ecologische verbindingen bestaan lokaal ook binnen het Diemerpark zelf. De 4 landschappelijke structuren (zie 3.1) van dijk, moeras, park en lijst zijn onderling verbonden door ecologische corridors. Vanuit de ARK-Zone en vanaf de dijk lopen ecologische corridors door het park naar de oevers aan het IJmeer en visa versa.

43 Ecologische verbindingen tussen de vier ruimtelijke onderdelen

3.4

44

Verbindingen

Groei aantal fietsers Diemerpark Voor IJburg is het Diemerpark een belangrijke schakel in de fietsroute van en naar de centrale stad (Oost, Zuid en het centrum). Daarnaast is de Diemerzeedijk een belangrijke fietsverbinding van en naar de stad en het Gooi. De fietsroutes door het Diemerpark zijn comfortabele routes, omdat er weinig tot geen kruisend (auto)verkeer is. Een alternatieve route loopt via de Heermabrug, het drukke Zeeburgereiland en de Amsterdamsebrug. Het aantal fietsers zal flink groeien door de bouwprojecten op het Zeeburgereiland en IJburg 2e fase. Alleen al op IJburg 2e fase (Centrumeiland, Strandeiland en Buiteiland) worden de komende 15 jaar 9.000 á 10.000 woningen gebouwd. In de prognoses van toekomstig fietsverkeer zien we dan ook een sterke groei van fietsers door het Diemerpark, en een minder grote groei op de route over de Heermabrug (zie figuur 1). In 2030 fietsen ongeveer 1,5 maal zoveel fietsers door het Diemerpark dan nu het geval. In 2040 loopt dat op tot 1,7 maal.

Struinen Door het park heen liggen tal van informele ‘struinroutes’. Het fijnmazig netwerk van struinpaden is ontstaan vanuit het natuurlijk gebruik, of vanuit het beheer van de bodemsanering, en is niet vooraf ontworpen of ingericht. Een kenmerkende kwaliteit van het Diemerpark dat in andere stadsparken veelal ontbreekt. Door het midden van het park loopt het ‘puttenpad’; een half verharde onderhoudsroute waarop men verschillende parkdelen kan ervaren. Op een enkele uitzondering na passen die routes probleemloos bij de gebruikskarakteristiek van de kop, de romp en de staart van het park. Toegankelijkheid minder validen De struinpaden zijn niet zo geschikt voor minder validen, maar via de asfaltpaden is het overgrote deel van het park wel goed voor iedereen bereikbaar. Met het oog op een betere toegankelijkheid zal gekeken moeten worden naar een mogelijke optimalisatie van het netwerk, zonder de charme van de struinpaden te verliezen.

Legenda Fietsroute Struinpaden Modelprognose fietsers gemiddeld etmaal, bron: mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg

langzaamverkeersnetwerk

3.5

Huidig gebruik

Uitgangspunt van het oorspronkelijk parkontwerp was dat de vorm van recreatie moest passen bij de ernst van de onderliggende bodemverontreiniging. Het destijds bedachte sportpark, strandje, evenemententerrein en theaterheuvel bevinden zich dan ook op het minst vervuilde deel. De ontoegankelijke ruige natuur bevind zich met name op de sterk vervuilde delen. Bijgaand kaartje laat die zonering goed zien: ter plaatse van de lichte blokjes heeft cultuur de overhand en ter plaatse van de donkere blokjes de natuur. Dit uitgangspunt blijft ook in deze visie onverkort van kracht. De oorspronkelijke schematische weergave is hiernaast schematisch vertaald naar de plattegrond. Wel is sprake van een spanningsveld tussen recreatiedruk en natuur dat met rust gelaten wil worden. Daarin moeten we voortdurend naar een goede balans zoeken. Bijvoorbeeld door natuur juist te herintroduceren in de delen met intensieve recreatie, door struinpaden toe te laten waarlangs mensen extensief van de natuur kunnen genieten, en door sommige delen strikt ontoegankelijk te houden (zoals de ARK-zone). Daardoor blijft het Diemerpark een uitzonderlijk park waarin mens, dier en plant in symbiose kunnen bestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938213/1