CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241003 FKD definitief verslag

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 3 oktober 2024, gemeente Amsterdam15.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit

FKD

Raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit (FKD) Donderdag 3 oktober 2024 van 9.00 – 12.30 uur in Willem Kraanzaal (commissiezaal) Woensdag 7 november 2024 Voorzitter: R.P. Hofland Portefeuillehouders: wethouders Van Buren, Meliani en Van Dantzig (ag.pt 4) Afwezig: wethouder Scholtes Commissiegriffier: M. Diemont Commissieondersteuner: A. Dutilh Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Asruf (PvdA), Namane (PvdA), Minderhoud (PvdA), IJmker (GL), Van Pijpen (GL), Moeskops (D66), Schmit (D66), Burgers (VVD), Hylkema (VVD), Krom (PvdD), Meerburg (PvdD), Garmy (Volt), Broersen (Volt), Bobeldijk (SP), Van Berkel (JA21), Mangal (DENK), Lochtenberg (CDA), Badal (CDA), Bilgin (FvD), Kabamba (Lijst Kabamba), Afwezig: Deterink (VVD) Overige aanwezigen: Ramlal (Ombudsman), Tulzköl-Broekhove (Kinderombudsman)

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet de aanwezigen en toehoorders welkom. Hij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat wethouder Scholtes en lid Deterink (VVD) zich hebben afgemeld. Lid Meerburg (Partij voor de Dieren) komt later. Op woensdag 16 oktober wordt in de commissie de begroting in de eerste termijn besproken. Het blok voor FKD staat gepland om 14.45 uur. Een aantal leden heeft verzocht om voor de bespreking van het Kunstenplan en de verdeling van de subsidies een tafeltjesavond te organiseren. Hierbij is het mogelijk om aan de verschillende tafeltjes met instellingen en belangstellenden in gesprek te gaan. Er is hiervoor voldoende draagvlak en de griffie zal dit organiseren, hetzij een aantal dagen voor de vergadering van 7 november, dan wel voor de vergadering van 5 december, afhankelijk van wanneer het Kunstenplan klaar is voor bespreking. c. Vaststellen agenda

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

De VOORZITTER geeft aan dat uit de commissie het verzoek is gekomen om de volgende agendapunten naar een volgende vergadering door te schuiven: 3. Bespreken van het initiatiefvoorstel ‘Verkoop minderheid aandelen Amsterdamse Haven om bruggen over het IJ te financieren’ van het lid Burgers en de bestuurlijke reactie; 6. Bespreken van de resultaten en vervolg verkenning anoniem bericht directie Werk, Participatie en Inkomen (WPI); 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de inzet bij bestrijding van antisemitisme (afdoening toezegging aan lid Garmy); 11. Bespreken van de verdeling subsidies instellingen onder verantwoordelijkheid van de gemeente Kunstenplan 2025-2028. De commissie gaat hiermee akkoord. Voor de inhoudelijke bespreking van vandaag is de agenda als volgt: Agendapunten 4, 5, 7, 8, 10 zullen opeenvolgend aan de orde komen. Aldus wordt de agenda vastgesteld. d. Conceptverslagen van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 12 september 2024 Het verslag wordt met een reeds verwerkte aanpassing door lid Bobeldijk vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Lid MOESKOPS vraagt naar de afdoening van een aantal moties rondom de hoofdlijnen en uitgangspunten van het Kunstenplan, zoals de motie ‘Publiek-privaat cultuurstimuleringsfonds vanuit de gemeente’.

Zij wil graag de vraagstelling hoe andere wethouders en portefeuilles de sector zouden kunnen ondersteunen betrekken bij de behandeling van het Kunstenplan. Wethouder MELIANI zegt toe dit te zullen nakijken. Voorts geeft zij aan dat er in de termijnagenda Kunst en Cultuur verwerkte moties niet zijn afgedaan. De actuele stand van zaken is vanaf heden te zien in de termijnagenda. Ook refereert zij aan een eerdere vraag van lid Moeskops inzake De School. Zij geeft aan dat zich op dit moment een nachtclub bevindt in het lts-pand, maar er huren ook andere instellingen ruimtes in het gebouw. Voor de permanente invulling en de renovatie van het pand is het bestemmingsplan gewijzigd en hier kan nu permanent de nachtcultuur terugkomen. Ook wordt er onderzocht hoe de broedplaatsfunctie behouden kan worden voor de toekomst. Tenslotte refereert zij aan de vraag van lid Hylkema, inzake het Nesgebied. De wethouder is in gesprek geweest met het Stadsdeel Centrum en zij beschrijft de huidige stand van zaken. Tenclub heeft op instignatie van het Stadsdeel een aanvraag ingediend om de alcohol- en exploitatievergunning te wijzigen. Er zijn verder geen opmerkingen over de termijnagenda. f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft de volgende verzoeken ontvangen om te agenderen op de vergadering van 7 november 2024:

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Op verzoek van het lid IJmker (GroenLinks) wordt TKN-stuk 1, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de toezegging over het verbod op biometrische surveillance. Op verzoek van het lid IJmker (GroenLinks) wordt TKN-stuk 3, Kennisnemen van de afhandeling van moties 420, 422 en 425 m.b.t. inkoopbeleid. De motivatie hiervoor heeft op 2 oktober in de dagmail gestaan. De commissie gaat akkoord. g. Ingekomen stukken Stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel om 9.10 uur. Vanaf dat moment zijn de spreektijden van kracht. b. Inspreekmoment Publiek Er hebben zich drie insprekers aangemeld, die alle drie inspreken inzake agendapunt 11, Verdeling subsidies instellingen onder verantwoordelijkheid van de gemeente Kunstenplan 2025-2028. Dit punt zal echter niet tijdens deze commissie aan de orde komen, maar de voorzitter geeft aan dat hier wel voor kan worden ingesproken. Inspreker 1, Matthea de Jong spreekt in namens de Stichting Tolhuistuin. Inspreker 1 geeft aan dat het AFK heeft besloten de Stichting Tolhuistuin geen subsidie toe te kennen, waarmee een belangrijke culturele instelling in Noord verloren dreigt te gaan. Inspreker 1 beschrijft wat de Tolhuistuin inhoudt en welke waarde deze heeft voor de bewoners van Amsterdam-Noord.

Inspreker 1 concludeert dat het cultuurbeleid van de gemeente in Noord is mislukt en er is juist sprake van een kaalslag. Voorts is inspreker 1 van mening dat de beoordeling door het AFK niet aansluit bij de doelstellingen van Stichting Tolhuistuin. Lid MINDERHOUD vraagt wat het gevolg zou zijn als de Tolhuistuin verdwijnt, aangezien veel instellingen gebruik maken van de ruimtes bij de Tolhuistuin. Inspreker 1 geeft aan dat er dan jaarlijks ongeveer duizend activiteiten verdwijnen en de honderd programmapartners worden door dit besluit hard geraakt. Ook zitten er ongeveer dertig organisaties in de broedplaatsfunctie en ook hiervan is onduidelijk wat ermee gebeurt. Lid BILGIN verwijst naar de beoordeling waar wordt beschreven dat de bijdrage aan inclusie en diversiteit zwak is en hij vraagt inspreker 1 hierop te reflecteren. Inspreker 1 vermoedt dat dit te maken heeft met de partners, terwijl voldoende inclusie en diversiteit wel de inzet is van de Tolhuistuin, juist door met de partners samen te werken. Het Fonds Cultuurparticipatie geeft aan dat de Tolhuistuin juist een voorbeeld is van inclusie en diversiteit.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Lid BOBELDIJK verwijst naar de passage waarin inspreker 1 gewag maakte van de inbreng van wethouder Groot Wassink, maar dat deze inbreng niet is betrokken bij de beoordeling door het AFK. Hij vraagt of dit juist is. Inspreker 1 bevestigt dit en beschrijft de voorgeschiedenis hiervan. Juist op de bijdrage van wethouder Groot Wassink heeft de AFK de hardste kritiek geuit. Ook vindt inspreker 1 het onterecht dat de broedplaatsfunctie die de Tolhuistuin heeft niet wordt meegewogen. Lid GARMY vraagt welke beoordelingssystematiek beter zou passen bij de activiteiten van de Tolhuistuin. Inspreker 1 stelt dat bij deze beoordeling veel culturele organisaties in Noord in één klap wegvallen. Er moet een systematiek zijn die ervoor zorgt dat de basisstructuur ook in Noord behouden blijft. Inspreker 1 zou het zinnig vinden als de AFK naderhand nog eens gaat bekijken welke effecten al haar adviezen hebben en of dit matcht met het gemeentelijk cultuurbeleid dat ze voor ogen had. Inspreker 2, Melanie de Groen-Schram, spreekt in namens Jeugdtheaterschool TIJ. Inspreker 2 beschrijft de activiteiten van de Jeugdtheaterschool en het belang hiervan in IJburg en Zeeburgereiland voor de kinderen. Inspreker 2 betoogt dat dit gebied met haar sterke groei in het aantal jonge gezinnen achterblijft bij de structurele infrastructuur vergeleken bij andere stadsdelen.

Helaas bevond de Jeugdtheaterschool bij de beoordeling van cultuureducatie zich nét op een zaaglijn en dit voelt voor inspreker 2 onterecht gezien de schaarste aan cultuur in deze wijk en zonder structurele steun is het voortbestaan van de Jeugdtheaterschool niet zeker. Inspreker 2 roept het college op TIJ niet over het hoofd te zien bij het opstellen van het kader voor het verdelen van het reddingsplan. Lid BILGIN verwijst ook hier naar de beoordeling waar wordt beschreven dat de bijdrage aan inclusie en diversiteit zwak is en hij vraagt inspreker 2 hierop te reflecteren. Inspreker 2 geeft aan dat de diversiteit bij de leerlingen 36 procent is. In het team ligt dit lager, aangezien er slechts acht docenten zijn. Inspreker 3, Annette Wolfsberger spreekt in namens Amsterdamse MOKER/W139, de belangenvereniging van presentatie- en ontwikkelinstellingen Beeldende Kunsten in Amsterdam. Inspreker 3 geeft aan dat MOKER/W139 solidair is met alle ‘zaaglijners’ in de sector, die volgens inspreker 3 onevenredig zwaar geraakt zijn. Inspreker 3 beschrijft hoeveel instellingen het betreft, die in de basis gezonde organisaties zijn en wat dit betekent voor het culturele klimaat in Amsterdam. Inspreker 3 pleit vervolgens voor meer geld om ook de ‘zaaglijners’ te kunnen geven wat zijn verdienen.

Dit ook om de culturele hoofdstad van Nederland te redden en twaalf miljoen is hiervoor niet voldoende. Daarom doet inspreker 3 een aantal suggesties om meer geld te genereren: de kunst en cultuur sector kan meeprofiteren van de WOZ-waardes en toeristenbelasting, de kosten van citymarketing bestemmen voor de instellingen onder de zaaglijn. Lid MOESKOPS vraagt wat de raad nog kan doen als dit extra geld niet beschikbaar komt. Inspreker 3 noemt daarvoor korting op of kwijtschelding van huur van gemeentelijke panden, het toekennen aan ‘zaaglijners’ van onderbesteding van middelen uit andere domeinen of de frictiegelden gebruiken. Het zou ook uitmaken als er meer tijd beschikbaar

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

kwam, aangezien sommigen in augustus jongstleden te horen hebben gekregen dat ze eind van dit jaar moeten stoppen. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingediend. d. Rondvraag Lid MANGAL refereert aan de gehackte gegevens van politiemensen en het is waarschijnlijk dat ook andere instellingen de dupe hiervan zijn geworden. Hij vraagt of het bekend is of er gegevens zijn gehackt van Amsterdamse ambtenaren en zo ja, worden de slachtoffers hierover geïnformeerd? Wethouder VAN BUREN is hiervan niets bekend. Lid MANGAL vraagt of de wethouder hier later schriftelijk op kan terugkomen. De VOORZITTER stelt voor om deze vraag allereerst in de commissie AZ voor te leggen, waar vragen over de politie meer thuishoren. Lid BOBELDIJK vraagt om een schriftelijke reactie op de inbreng van wethouder Groot Wassink bij de Tolhuistuin bij de behandeling van het Kunstenplan. Wethouder MELIANI zegt toe dit verzoek door te geleiden naar wethouder Groot Wassink. Lid MOESKOPS vraagt of wethouder Groot Wassink bij de behandeling van het Kunstenplan zal zijn. De VOORZITTER bevestigt dit. BESPREEKPUNTEN Deelnemingen (excl. AEB en Schiphol) 3. Bespreken van het initiatiefvoorstel ‘Verkoop minderheid aandelen Amsterdamse Haven om bruggen over het IJ te financieren’ van het lid Burgers en de bestuurlijke reactie (VN2024-012900) Dit punt is doorgeschoven naar de commissie van 7 november 2024.

Deelnemingen (incl. AEB) 4. Bespreken van het O&S-onderzoek naar de mening van de Amsterdammers over de voorgenomen verkoop van het Afval Energie Bedrijf (VN2024-013181) Eerste termijn De VOORZITTER leidt het agendapunt in en hij geeft aan dat dit onderwerp is geagendeerd door lid Bobeldijk (SP), die graag de uitkomsten van het onderzoek wil bespreken met de commissie en de wethouder.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Lid BOBELDIJK geeft aan dat het voor de SP belangrijk is om te weten wat Amsterdammers vinden van zaken die in de commissie worden besproken, zoals de verkoop van het Amsterdams bezit. De SP heeft een onafhankelijk onderzoeksbureau gevraagd om te onderzoeken wat Amsterdammers vinden van de verkoop van het Afval Energie Bedrijf. Gebleken is dat meer dan driekwart van alle Amsterdammers van mening is dat het AEB in overheidsbezit moet blijven. Lid Bobeldijk wil graag horen hoe het college hier tegenover staat, alsmede de partijen die dit ook vinden, maar toch meegaan in verkoop. Ook vraagt lid Bobeldijk zich af in welke mate de verkoop van het AEB bijdraagt aan tweedeling, als na verkoop het AEB in handen is van mensen met aandelen, terwijl er anderzijds mensen zijn die niets meer hebben. Hij verzoekt het college en de partijen hierop te reflecteren. Lid GARMY mist bij de uitkomst van het onderzoek cruciale informatie. Het is voor de ondervraagden niet duidelijk wat de voor- en nadelen zijn van het behoud van het AEB. Lid BOBELDIJK meent dat uit de antwoorden blijkt dat de mensen kennis van zaken hebben. Er was een aanzienlijk deel van de ondervraagden dat niet wist dat AEB verkocht gaat worden. Hij wil ervoor waken dat ervan wordt uitgegaan dat mensen dom zijn, hij proeft dit enigszins in de vraagstelling van lid Garmy.

Lid GARMY geeft aan dat het voor hem belangrijk is dat de mensen voldoende geïnformeerd zijn als ze de vragen gaan beantwoorden. Informatie over de impact als het AEB wordt behouden ontbreekt en hij vraagt waarom dit niet bij de vraagstelling is betrokken en waarom de deelnemers aan het onderzoek hierover niet zijn geïnformeerd. Lid BOBELDIJK verwijst naar de burgerraad die heeft plaatsgevonden en waarbij eveneens een meerderheid heeft aangegeven het Energiebedrijf te willen behouden. Hij vraagt lid Garmy uit de uitkomst van beide onderzoeken zijn conclusies te trekken. Lid VAN PIJPEN vraagt de SP waarom er is gekozen voor dit moment om dit onderzoek uit te voeren, want dit is feitelijk te laat voor wat de SP beoogt. Wat denkt de SP nu nog te kunnen bereiken, terwijl het verkoopproces loopt? Lid BOBELDIJK is van mening dat dit soort vragen over de procedure gaan en dan afleiden van de uitkomst. Voor de SP is het belangrijk om te weten wat de Amsterdammers ervan vinden. Dat zou ook moeten gelden voor GroenLinks, betoogt hij. Lid VAN PIJPEN vraagt nogmaals wat de SP denkt te bereiken met een onderzoek achteraf dat geen enkel effect meer zal hebben. Lid BOBELDIJK weerspreekt dat het hier zou gaan om informatie achteraf, aangezien het AEB volgens hem nog niet is verkocht.

Lid VAN PIJPEN begint haar bijdrage met de SP bedanken voor deze inzet; het is altijd goed om te onderzoeken wat de achterban vindt. Maar ook sluit zij aan bij de woorden van lid Garmy dat deelnemers aan het onderzoek voldoende geïnformeerd moeten worden. Zij vraagt de wethouder naar de stand van zaken van het verkoopproces. Voor GroenLinks is het belangrijk om vast te houden aan genomen besluiten, aangezien dit een aspect is van betrouwbaarheid van bestuur. Lid BOBELDIJK vraagt op zijn beurt hoe GroenLinks kijkt naar de mening van haar achterban, aangezien lid Van Pijpen aangeeft uit te gaan van een totale afweging.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Lid VAN PIJPEN stelt dat in het onderzoek niet is gevraagd naar de totale afweging, zoals lid Garmy ook al aangaf. GroenLinks is voor de totale afweging en dit wordt per mandaat ook aan raadsleden gevraagd. Lid BOBELDIJK concludeert dat de achterban van GroenLinks onvoldoende kennis heeft om de afweging te maken. Lid VAN PIJPEN meent dat bij het onderzoek door de SP de ondervraagden onvoldoende zijn geïnformeerd en hieruit kunnen geen conclusies getrokken worden ten aanzien van de achterban van GroenLinks. Lid ASRUF zou, evenals de ondervraagde achterban van de SP, het AEB in eigen handen willen houden, maar hij erkent dat hier enkele grote nadelen aan kleven. Er is in de raad uitgebreid gesproken over de voors en tegens en hieruit is gebleken dat verkoop de meest logische optie lijkt. De belangen van de Amsterdammers moeten dan wel goed geborgd zijn en zij moeten weten waar zij aan toe zijn. Dit staat voor de PvdA voorop. Het verkoopproces is nog gaande en er bestaat een kans dat AEB een deelneming blijft. Die afweging wordt uiteindelijk gemaakt door het college. Lid MEERBURG vraagt hoe de gemeente de benodigde investeringen gaat doen, als de verkoop uiteindelijk niet doorgaat. Lid ASRUF vindt dat er op dat moment over gesproken moet worden.

Lid BOBELDIJK vraagt op welke manier de PvdA denkt de belangen van de Amsterdammers te kunnen borgen als de verkoop heeft plaatsgevonden. Lid ASRUF verwijst naar de verschillende debatten die hierover zijn geweest en de verschillende moties die hierover zijn ingediend. Ook heeft de raad hiervan een duidelijke opdracht meegegeven aan de wethouder, die is meegenomen in het verkoopproces. Lid BOBELDIJK verwijst naar het juridisch rapport dat bij de onderzoeksresultaten is gevoegd, waarin staat dat een aantal onderdelen niet geborgd kunnen worden. Als deze borging wordt gevraagd van een particuliere partij, moet dat via de wet worden geregeld. Lid ASRUF herhaalt dat de PvdA een duidelijke boodschap heeft meegegeven aan de wethouder. Lid BOBELDIJK vraagt aan de PvdA of hier ook geldt dat haar achterban het verkeerd heeft gezien. Lid ASRUF weerspreekt dit en geeft aan dat de raadsleden een mandaat hebben gekregen om hierin een afweging te maken. Voor de PvdA heeft dit geresulteerd in de afweging dat verkoop de beste optie is, al blijft zij terughoudend waar het gaat om verkoop van publieke voorzieningen. Lid MEERBURG vat de bijdrage van lid Asruf samen en concludeert hieruit dat de PvdA na twee pogingen tot verkoop uiteindelijk eens gaat kijken naar de investeringen die gedaan moeten worden bij behoud. Hij vraagt of lid Asruf dit verantwoord bestuur acht.

Lid ASRUF ontkent dit en somt een aantal andere factoren op die het behoud van AEB in eigen handen lastig maken. Dit heeft een rol gespeeld bij de besprekingen die uiteindelijk leidden tot het besluit om AEB te verkopen. Lid MEERBURG stelt dat de verkoop ook een derde keer niet zou kunnen doorgaan. Als de PvdA nu aangeeft dat ze te zijner tijd wel zal bekijken hoe dat opgelost

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

moet worden, dan vraagt de PvdD of lid Asruf meent dat er sprake is van verantwoord bestuur. Lid ASRUF antwoordt dat het verantwoord bestuur is om het verkoopproces af te wachten en naar aanleiding van de uitkomst hier eventueel weer over in gesprek te gaan met elkaar. Lid MEERBURG verwijst in zijn bijdrage naar de eerdere opmerkingen in het debat over het AEB. De PvdD gaf als een van de mogelijkheden aan een constructie, zoals die geldt voor de HVC, dat het eigendom is van 52 gemeenten en 8 waterschappen uit NoordHolland, Zuid-Holland, Flevoland en Friesland. Zo worden de risico’s verspreid en blijven vitale voorzieningen in publieke handen. Het bevreemdt hem dat deze suggestie niet serieus is overwogen, want er zijn geen tegenargumenten in de discussie genoemd. Lid Meerburg geeft aan hier alsnog over te willen spreken met elkaar en hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat het college tijdens het verkoopproces geen mededelingen over de inhoud hiervan. Als het proces is afgerond zal de wethouder ingaan op de gestelde vragen. Lid BOBELDIJK vraagt of de wethouder de uitkomsten van het onderzoek vooraf had willen weten. Wethouder VAN DANTZIG gaat ervan uit dat het college in samenspraak met de raad probeert met het gegeven mandaat de juiste beslissingen te nemen.

De wethouder roemt peilingen en het verstrekken van informatie, maar hij stelt vast dat er hier sprake is van een bestuurlijke puzzel die in samenspraak met de raad is gelegd. De wethouder geeft aan dat het handiger zou zijn geweest om een dergelijk onderzoek te betrekken bij de wensen-en-bedenkingenprocedure. Lid BOBELDIJK vraagt wat het college ervan vindt om voortaan standaard bij de verkoop van publieke diensten eerst te vragen wat de Amsterdammer hiervan vindt. Wethouder VAN DANTZIG meent dat het niet verstandig is om een dergelijk complex probleem voor te leggen in een peiling. Persoonlijk heeft hij meer vertrouwen in het democratische systeem van de vierjaarlijkse verkiezingen en hij vraagt zich af of de Amsterdammer daarbovenop nog de behoefte heeft om in peilingen ondervraagd te worden. Lid BOBELDIJK vraagt of dit een betoog van de wethouder tegen een referendum is. Wethouder VAN DANTZIG ontkent dit. Tweede termijn Lid MEERBURG vat kort samen hoe zijn partij de huidige situatie interpreteert en hij noemt het een treurige situatie. Lid BOBELDIJK krijgt alsnog graag antwoord op zijn vraag over de tweedeling. Wethouder VAN DANTZIG beschouwt de vraag van lid Bobeldijk als een politiekfilosofische en het lijkt hem niet opportuun hier nu dieper op in te gaan. Hij heeft verder geen aanwijzingen dat er tweedeling zou kunnen optreden.

Tenslotte benadrukt de wethouder dat de gemeenteraad, ook na de wensen-enbedenkingenprocedure, per mandaat heeft aangegeven dat verkoop de juiste keuze is.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het op verzoek van lid Bobeldijk wordt geagendeerd voor de raad van 13 en 14 november 2024, alwaar het punt kort/middellang zal worden besproken. Dienstverlening 5. Bespreken van de reactie op het jaarverslag 2023 van de Ombudsman Metropool Amsterdam (VN2024-009357) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt is geagendeerd door lid Broersen (Volt). Allereerst zal de Ombudsman een toelichting geven op het jaarverslag 2023. M. Ramlal (Ombudsman) stelt dat het bureaucratisch leed dat de Amsterdammers ondervinden de kern van het rapport is. De oorzaak hiervan is dat de gemeentelijke organisatie kampt met bureaucratische burn-outverschijnselen. Hij somt hiervan een aantal voorbeelden op. Helaas lijden de Amsterdammers die de overheid het meest nodig hebben hier het meest onder. De Ombudsman benadrukt dat het bij de ambtenaren vaak niet ontbreekt aan goede intenties, maar er is heel wat mis met de Amsterdamse klachtenbehandeling in het sociale domein. Hierover zal op 4 oktober een rapportage verschijnen. In de jaarrapportage is er gekozen voor een invalshoek waarbij nadrukkelijk wordt benoemd dat de burn-outbureaucratie ambtenaren en bestuurders treft die het maatschappelijke verschil willen maken. De Ombudsman beschrijft de symptomen van een burn-outbureaucratie.

Toch maken de publieke dienstverleners, ondanks deze context, er het beste van. Er zijn voldoende voorbeelden te noemen van ambtenaren die wel verantwoordelijkheid nemen en daarbij soms risico lopen, omdat ze zich niet houden aan de protocollen. Maar binnen het complete systeem lukt dit niet altijd. In de bestuurlijke reactie op het rapport worden er allerlei maatregelen genoemd om de burn-outbureaucratie op te lossen. De Ombudsman is er echter niet gerust op. Snelle oplossingen kunnen het onderliggende probleem intact houden. Tenslotte pleit de Ombudsman ervoor dat de Amsterdamse media, politiek, bestuur, ambtenarij bij elkaar komen om te bespreken hoe Amsterdam een voorbeeld kan worden van een gemeente die uit de burn-outbureaucratie komt en die onnodig bureaucratisch leed voor de Amsterdammers voorkomt. Het bureau van de Ombudsman is van harte bereid hierbij te ondersteunen. A. Tulzköl-Broekhove (Kinderombudsvrouw) beschrijft hoe ze haar functie als Kinderombudsvrouw het afgelopen jaar heeft ingevuld en welke informatie over de kinderen ze hierbij heeft verworven. Dat ging ook over nare situaties waarin kinderen zich bevonden, zoals pesten, buitengesloten worden of een slechte gezinssituatie. Vanuit de kinderen werd discriminatie, buitengesloten worden, het vaakst genoemd als probleem.

Dit is voor de Kinderombudsvrouw de reden geweest om een onderzoek te starten naar ervaringen van kinderen met discriminatie op basis van racisme. De publicatie van de resultaten zal plaatsvinden op de Dag van de Rechten van Het Kind. Om de bekendheid van de Kinderombudsvrouw te vergroten heeft zij een tour gepland langs scholen, alsmede een tweewekelijks spreekuur in Amsterdam Zuidoost. De Kinderombudsvrouw heeft al vaak in de raad om aandacht gevraagd voor de rechten van het kind, zoals dat staat beschreven in het Kinderrechtenverdrag. Zij pleit ervoor om Kinderen te betrekken in de besluitvorming en hierover op een juiste manier te informeren. Er wordt nog te vaak gesproken over kinderen en niet met de kinderen. Tot slot belooft de Kinderombudsvrouw zich de komende jaren in te zetten voor de kinderen die onvoldoende in beeld zijn bij de instanties en opgroeien in onveilige situaties.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Lid KROM vraagt aan de Ombudsman wat hij vindt van de reactie van de wethouder op de wijze waarop er binnen de gemeente wordt omgegaan met klachten. M. Ramlal (Ombudsman) geeft aan dat de oproep om het systeem van klachtenbehandeling te verbeteren al enkele jaren in de jaarrapportages staat . De Ombudsman is van mening dat de verbeterpogingen door de gemeente vooral in het sociale domein onder de maat zijn. Hier wordt in de rapportage die op 4 oktober verschijnt dieper op ingegaan. De schriftelijke reactie van het bestuur is voor de Ombudsman begrijpelijk, maar deze wijkt af van de daadwerkelijke uitvoering. Lid KROM vraagt aan de Ombudsvrouw om voorbeelden te geven waaruit blijkt dat kinderen niet worden meegenomen in de besluitvorming. A. Tulzköl-Broekhove (Kinderombudsvrouw) stelt dat in algemene zin vaak over kinderen wordt beslist en niet met kinderen. Als voorbeeld noemt zij het besluit dat werd genomen over de voetbalkooi in Amsterdam-West en waarover niet met de kinderen is gesproken. Lid MANGAL concludeert dat uit enquêtes vaak blijkt dat de burgers tevreden zijn over de klachtenbehandeling door de gemeente. Hij vraagt de Ombudsman hoe dit valt te rijmen zijn ervaringen. M.

Ramlal (Ombudsman) heeft vanuit zijn eigen praktijk vernomen, dat de burgers vaak niet tevreden zijn met de afhandeling van hun klachten en hij kan dit niet goed rijmen met wat lid Mangal heeft aangegeven. Er is nog veel verbetering nodig op het punt van het lerend vermogen. Klachten brengen tevens de mogelijkheid voor de gemeente om te leren. Ook de Ombudsman is bekend met positieve rapportages over de dienstverlening van de gemeente en dit valt voor hem moeilijk te rijmen met de voorbeelden uit de praktijk. Vanuit de gemeente komen positieve geluiden, terwijl de burger veelal negatief is. Het lijkt de Ombudsman zinvol om een onderzoek te starten naar het waarheidsgehalte. Lid BROERSEN geeft aan dat de aanbeveling over de klachtenrapportage wordt overgenomen door het college. Zij vraagt of de cijfers voldoende zijn om dit op te pakken en wat de Ombudsman hierover adviseert. M. Ramlal (Ombudsman) stelt dat cijfers niet alles zeggen en dat juist een kwalitatieve beschrijving is nodig. Het is een verrijking wanneer het inzicht in de klachten helder is en het duidelijk is waar de klachten vandaan komen. Hieruit zou dan een actieplan moeten volgen en wanneer dat goed georganiseerd is, dan strekt dat tot voordeel zowel in het proces van beleidsvorming als bij de uitvoering. Zo ontstaat er voor de overheid een betere aansluiting bij de bewoners.

De Ombudsman adviseert derhalve een meer kwalitatieve insteek bij de klachtenrapportage. Lid BROERSEN vraagt aan de Ombudsvrouw waar het spreekuur in Zuidoost zal plaatsvinden en hoe wordt dit bereikbaar gemaakt voor kinderen. A. Tulzköl-Broekhove (Kinderombudsvrouw) geeft aan dat het gaat om een tweewekelijks spreekuur, dat wordt gehouden in de Kikkenstein bij Lizette Pinas en dit is voor de kinderen goed te vinden. Ook de bestuurder van de Stichting Zonova gaat dit onder de aandacht brengen, evenals de lokale media en er wordt geflyerd. De Kinderombudsvrouw hoopt dit initiatief in de toekomst te kunnen uitbreiden naar andere stadsdelen. Lid IJMKER refereert aan de systemische oorzaken, die de Ombudsman noemde en zij vraagt of hierover ook contact is met andere Ombudsmensen en de Nationale

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Ombudsman, zodat er een signaal wordt afgegeven aan Den Haag en niet elke gemeente dit alleen hoeft op te lossen. M. Ramlal (Ombudsman) is groot voorstander van samenwerking, ook met de politiek. Hij heeft contact met andere Ombudsmensen en in verschillende grote steden is dezelfde problematiek zichtbaar. Hij erkent dat er een groot aantal taken over de gemeente wordt uitgestrooid. Dit is in de loop der jaren zoveel geworden dat de gemeente het nauwelijks kan bijbenen en zo ontstaat de systemische problematiek. De gemeenten staan hierin niet alleen, dit is ook veelvoorkomend bij bestuursorganen, SVB en UWV. Bij samenwerking is het van belang dat alle partijen eraan meedoen, want als er één partij tussenuit valt, dan is dat ten nadele van de burger. Lid KABAMBA vraagt welke drie zaken het belangrijkste zijn om nu aan te pakken om vooruitgang te boeken. M. Ramlal (Ombudsman) noemt hiervoor rust, reinheid en regelmaat. Rust om te reflecteren of het ook op een andere manier kan, regelmaat om vol te houden waar je mee bent begonnen en reinheid door niet te gaan vingerwijzen. Het is belangrijk om de door angst gedreven cultuur te doorbreken. Lid BOBELDIJK vraagt of de Ombudsman de waarde van klachten als vorm van burgerparticipatie ziet. M. Ramlal (Ombudsman) beaamt dit volmondig. Het is zijn ervaring dat de meeste Amsterdammers heel betrokken zijn.

Hij is van mening dat klachten die worden ingediend omarmd zouden moeten worden, maar het is niet altijd makkelijk om in een burnoutbureaucratie de klacht naar volle tevredenheid af te handelen. Hiervan zouden de bewoners ook op de hoogte moeten zijn. Lid LOCHTENBERG geeft aan dat ter voorbereiding van de juridische rapportage de directeur JZ stelt dat voor dejuridisering een goede afhandeling van klachten essentieel is. Aan bezwaar en beroep zijn vaak klachten vooraf gegaan en is er door burgers gevonden dat zij onvoldoende zijn gehoord. Hij vraagt de Ombudsman hierop te reflecteren Ook vraagt hij hem een top 5 te benoemen van inhoudelijke klachten op elk beleidsterrein, waar de raad in een keten van beleid maken tot en met beleid controleren over mee kan denken. M. Ramlal (Ombudsman) stelt dat klachten vaak een indicatie geven van waar het schuurt in het contact tussen de gemeente en de bewoner. Klachten kunnen waardevolle informatie geven om de dingen op een andere manier te doen. Bovendien als een klacht in eerste instantie effectief wordt opgepakt scheelt dat kosten die anders in juridische procedures moeten worden gemaakt. De top 5 van klachten staat genoemd in de rapportage, waaronder de stijging van het aantal klachten over parkeren en gehandicaptenparkeerplaatsen. Vervolgens verwijst de Ombudsman naar pagina 101 van de rapportage.

De belangrijkste zorgen van de Ombudsman gelden voor de burgers uit het sociale domein die op meerdere afdelingen tegelijk zijn aangewezen voor hulp. Ook voor de ambtenaren is dit vaak problematisch. Lid MANGAL stelt dat een aantal burgers bang is om bij de gemeente aan te kloppen met hun klacht vanwege de mogelijke consequenties. Dan kiest men ervoor om direct naar de Ombudsman te gaan. Hij vraagt de Ombudsman op welke wijze het vertrouwen bij deze burgers kan worden hersteld, zodat ze eerst bij de gemeente aankloppen met hun vraag. M. Ramlal (Ombudsman) stelt dat dit een visie vergt op klachtbehandeling die te maken heeft met de psychologische achtergrond van een dergelijk handelen. De gemeente

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

zal een visie moeten ontwikkelen waarbij centraal staat hoe de klachtenbehandeling laagdrempelig wordt gemaakt. Het wettelijk kader belemmert een directe gang naar de Ombudsman en men moet eerst de gemeentelijke klachtenbehandeling doorlopen. Lid VAN BERKEL vraagt de Ombudsman te reflecteren op het verschil in aantal klachten tussen Amsterdam en enkele ander gemeenten. M. Ramlal (Ombudsman) geeft aan dit iets zegt over de maatschappelijke betrokkenheid van de Amsterdammer. Maar ook het feit dat de gemeente Amsterdam groter is dan bijvoorbeeld Diemen en te maken heeft met ingewikkelder problematiek. Hij noemt hiervan een aantal voorbeelden. De VOORZITTER beëindigt onder dankzegging aan de Ombudsman en de Kinderombudsvrouw voor hun bijdragen dit deel van de bespreking van dit onderwerp. De vergadering gaat verder met de bespreking van het onderliggende rapport door de commissie. Lid BROERSEN stelt haar vragen mede namens lid Krom van de Partij voor de Dieren. Zij beschrijft een aantal situaties die burgers ertoe hebben gedwongen uiteindelijk aan te kloppen bij de Ombudsman. Als voorbeeld van een gemeente waar het wel goed geregeld is, noemt zij Diemen. Hier bestaat de juiste mindset om de burgers goed van dienst te kunnen zijn, een mindset die uitgaat van vertrouwen. Zij heeft er alle vertrouwen in dat het college in Amsterdam ook streeft naar zo’n situatie in haar gemeente.

In de raadsbrief reageert het college hoofdzakelijk op de aanbevelingen in het rapport, maar lid Broersen vestigt in haar betoog de aandacht op die informatie uit het rapport die onbesproken blijft. Zij noemt hiervan een paar voorbeelden. Zij vraagt de wethouder haar reactie te geven op de burn-outbureaucratie waar de Ombudsman over spreekt. Ook wil zij graag weten welke stappen er gezet kunnen worden naast die van het opvolgen van de aanbevelingen. Lid Broersen mist tevens in de beantwoording van het jaarverslag de focus op een van de belangrijkste doelen van het college, het vergroten van vertrouwen. Over aanbeveling 5, de klachtenrapportage, stelt lid Broersen voor om vooral ook te kijken naar de excessen en niet alleen naar de gemiddelden. Zij vraagt de wethouder wat het doel is van deze periodieke klachtenrapportage. Het lijkt haar zinvol om aan deze rapportage tevens kwalitatieve informatie toe te voegen. Tot slot sluit lid Broersen aan bij de oproep van de Ombudsman om samen te werken om het doel te bereiken waar het college voor staat, het terugbrengen van vertrouwen. Lid LOCHTENBERG spreekt zijn waardering uit voor hoe de Ombudsman de abstracte materie in zijn rapportage tot een concreet verhaal weet om te vormen. Hij citeert uit de juridische rapportage dat er een keten is van schikkingen, bezwaren, beroep en hoger beroep.

Deze keten vangt aan bij klachten en eindigt bij herevaluatie van het ingezette beleid. Het lerend vermogen heeft betrekking op deze keten. Hij vraagt de wethouder of zij de klachtenrapportage onderdeel kan maken van de staat van juridische functie, zodat de raad als keten kan kijken waar het mis gaat en hoe de keten van beleidsontwikkeling tot uitvoering verbeterd kan worden. Lid Lochtenberg vraagt de wethouder tevens of de klachten in het vervolg kwalitatief inhoudelijk worden geduid, zodat de raad kan meedenken bij de oplossing. Lid BADAL vult de bijdrage van lid Lochtenberg aan en noemt een praktisch voorbeeld waar het mis ging. Hij geeft aan dat de interne processen bij de gemeente geëvalueerd moeten worden en er aanpassingen gepleegd moeten worden. Wat is de reikwijdte van de wethouder om op dit niveau verandering te bewerkstelligen?

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Lid SCHMIT somt drie punten op die de Ombudsman aangeeft in zijn rapportage. Allereerst noemt hij de decentralisatie van de overheidstaken en hij vraagt de wethouder hoed zij hiermee aan de slag gaat richting het Rijk. Hij is het eens met de Ombudsman dat klachten kunnen worden gezien als betrokkenheid van de Amsterdammers. Maar sinds drie jaar stijgt het aantal klachten en lid Schmit vreest dat de betrokkenheid verandert in cynisme. Het oplossen van de klachten kan dit voorkomen. Het lijkt lid Schmit zinvol om behalve het rapporteren van de klachten ook een actieplan te ontwikkelen met een beschrijving wat de gemeente met de klachten gaat doen. Tot slot refereert lid Schmit aan de Dag van de Ambtseed en hij stelt voor, in aansluiting op wat de Ombudsman hierover zei, om ook bewoners en ondernemers uit te nodigen om met elkaar de dilemma’s te bespreken. Hij vraagt wanneer de eerstvolgende Dag van de Ambtseed plaatsvindt. Lid VAN BERKEL stelt dat uit het rapport van de Ombudsman blijkt dat er in Amsterdam sprake is van een bureaucratische nachtmerrie. Signalen van de burgers die JA21 ontvangt, bevestigen deze indruk, wanneer burgers met klachten vaak van het kastje naar de muur worden gestuurd. Hij citeert uit het rapport en geeft daarbij aan dat dit veel te herkenbaar klinkt en noemt nog enkele voorbeelden.

Lid Van Berkel constateert dat de papieren werkelijkheid regeert in Amsterdam en qua aantal klachten steekt Amsterdam met kop en schouders uit boven de omliggende gemeenten. De Ombudsman verklaart dat het goed is dat er wordt geklaagd, maar JA21 twijfelt aan de positieve lading van deze verklaring en vreest dat de bureaucratische stroperigheid de oorzaak is van de vele klachten die zich opstapelen. Lid Van Berkel heeft enkele vragen en opmerkingen:  Kan de wethouder bij andere gemeenten haar licht opsteken om hiervan te leren?  Veel klachten betreffen parkeren, naheffingen en gehandicapten parkeervergunningen;  De communicatie vanuit de gemeente laat te wensen over. Wat gaat de gemeente doen om de burger beter te informeren over bezwaar- en beroepsmogelijkheden?  Gaat het college de aanbevelingen van de Ombudsman overnemen?  Is het college bereid om concrete doelen te stellen als het gaat om de klachten en de afhandeling hiervan? Lid MANGAL stelt naar aanleiding van alles wat er is gezegd dat de gemeente ervoor moet zorgen dat het laagdrempeliger wordt om met een klacht bij de gemeente aan te kloppen en dat het vertrouwen van de burger gewonnen wordt. Hij vraagt de wethouder wat er gedaan wordt om dat te bewerkstelligen. Lid Mangal concludeert dat het ambtelijk apparaat overbelast is.

Hij vraagt de wethouder aan te geven hoe zij ervoor gaat zorgen dat bij het nemen van de genoemde maatregelen het ambtelijke apparaat niet nog zwaarder wordt belast. Lid Mangal heeft in de beantwoording door het college gelezen, dat in het nieuwe Hoofdlijnenakkoord staat vermeld dat de SPUKS worden overgeheveld naar de Algemene Uitkeringen, het Gemeentefonds. Hij vraagt zich af of er gecontroleerd kan worden of er voldoende gelden zijn om de SPUKS te kunnen uitvoeren. Lid IJMKER vraagt aandacht voor twee punten die werden belicht door de Ombudsman en die te maken hebben met het ontstaan van de burn-outbureaucratie: het takenpakket van de gemeente is de afgelopen jaren steeds verder uitgebreid. Hier liggen volgens GroenLinks de systemische oorzaken. Bovendien heeft het kabinet fors bezuinigd. op het Gemeentefonds. Van de ambtenaren wordt veel gevraagd als het gaat om dienstverlening naar de burgers en bij de klachtenbehandeling.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Het is hierbij ook belangrijk, dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen de burger horen, wat nodig is om het vertrouwen te vergroten en de burger gelijk geven, wat niet altijd mogelijk is. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Het is noodzakelijk dat er op korte termijn tot actie wordt overgegaan en lid IJmker heeft kunnen constateren dat het college positief reageert op aanbevelingen van de Ombudsman. Nu kijkt zij uit naar het gesprek in de Commissie AZ over het rapport Juridische Functie en zij hoopt hierin aanknopingspunten voor een vervolggesprek aan te treffen. Lid KABAMBA ziet de klachten van de burgers als een gratis adviesdienst die de gemeente helpt haar dienstverlening te verbeteren. Graag hoort zij van de wethouder wat er wordt gedaan om de werkdruk voor de ambtenaren te verlagen, zodat de dienstverlening kan verbeteren. Ook ziet Lijst Kabamba graag dat de burgers vanuit een externe dienst kunnen klagen, zonder dat hier gevolgen zijn voor hen en zij op die manier gratis advies aan de gemeente kunnen geven vanaf de kant van ambtenaren.

Zij heeft enkele vragen voor de wethouder:  Hoe gaat de wethouder zich opstellen voor meer autonomie en generieke financiering vanuit Den Haag voor ruimte voor meer maatwerk?  Komt er een noodnummer, waar eerder al sprake van was?  Wat doet de gemeente om zichtbaarheid en toegankelijkheid van het klachtenloket te verbeteren? Zij refereert aan haar betoog over communicatie op B1-niveau;  Hoe zorgt de wethouder ervoor dat de interne organisatiecultuur, die onder druk staat, wordt verbeterd?  Hoe gaat de gemeente kinderrechten beter beschermen, vooral als het gaat om huisvesting en jeugdzorg?  Welke toegankelijke manieren worden er toegepast bij onder andere de bezoekuren bij de Kinderombudsman bij Lizette Pinas? En dit uitgebreid naar stadsbreed op een laagdrempelige manier, zodat kinderen een nog groter platform hebben naast de Kinderraad;  Hoe verlaagt de gemeente het aantal regels voor externe professionals, zodat die meer en beter aandacht kunnen geven aan de kinderen? Wethouder VAN BUREN geeft aan dat klachten plaatsvinden in een heel breed veld binnen de ambtelijke organisatie en zij is hierin verantwoordelijk voor de Dienstverlening. De wethouder beseft dat vooral de ingewikkelde problemen, wanneer er sprake is van tweedeen derdelijns dienstverlening, lastig te behandelen zijn.

De wethouder geeft aan dat de burgemeester er veel aan doet om het vertrouwen van de burgers terug te winnen en het gehele college wordt hierbij betrokken. Hier worden gesprekken over gevoerd. Zij verwijst naar de volgende commissie AZ, waarin uitgebreid zal worden gesproken over de dejuridisering. De wethouder erkent dat het belangrijk is om het klachtenloket beter toegankelijk te maken en dat de gemeente moet leren van de klachten die binnenkomen. Op basis van de waargenomen patronen bij de ingediende klachten kunnen er dan adviezen worden gegeven hoe de dienstverlening verbeterd kan worden. De wethouder acht het zinvol om bij andere gemeenten te kijken hoe het er daar aan toegaat. Zij kent Diemen en de wijze waarop daar de dienstverlening plaatsvindt. Ook Amsterdam is binnen haar organisatie bezig met het ontwikkelen van gebiedsgericht werken. Bij het voorbeeld dat lid Badal noemde, is de wethouder in gesprek gegaan met de betrokken diensten en wordt er uitgezocht wat er niet goed is gegaan in de communicatie onderling. Dit was ook weer een leermoment. De wethouder benadrukt dat zij zeer benaderbaar is als het gaat om de dienstverlening en werkbezoeken vormen een belangrijk onderdeel van haar takenpakket. De wethouder is het met de commissie eens dat de werkdruk voor de ambtenaren hoog is.

Zij betoogt dat wanneer de klachtenstroom afneemt en dejuridisering plaatsvindt, dit bijdraagt aan een fijnere werksfeer voor de ambtenaren. Het is haar duidelijk dat de

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

ambtenaren dit ook willen, dus het is aan het college om de handvatten te bieden om dit mogelijk te maken. Dit betekent een grote verandering binnen de organisatie, breder dan alleen de klachten, en het is de insteek van het college om dit te bewerkstelligen. De problemen, die hier aan de orde zijn, spelen door de gehele gemeentelijk organisatie, dus de wethouder raadt de raad aan om als het specifieke problemen betreft dit aan te kaarten bij de commissies met de verantwoordelijke wethouders. In reactie op de vraag van het CDA zegt de wethouder toe dat de rapportages kwalitatief zullen worden geduid en dat er analyses van worden gemaakt. De rapportages worden gepubliceerd tegelijk met de jaarrekening. De wethouder wil in eerste instanties de rapportages inzetten per domein, zodat het overzichtelijk is welke conclusies er aan kunnen worden verbonden en waar verbetering nodig is. In antwoord op de vraag van lid Schmit belooft de wethouder uit te zoeken wanneer de Dag van de Ambtseed plaatsvindt en de raad hiervan op de hoogte te brengen. Het voorstel van de Ombudsman om in gesprek te gaan met andere overheden spreekt de wethouder zeer aan. Zij aanvaardt de ondersteuning hierbij door het bureau van de Ombudsman. Wethouder Van Buren begrijpt het standpunt van JA21 over de situatie van de ambtelijke organisatie van Amsterdam.

Zij geeft aan dat er voor Amsterdam geldt dat de problematiek groot en complex is, vergeleken bij veel andere gemeenten. Uiteraard is het wenselijk dat het aantal klachten afneemt, maar het uiteindelijke doel is dat er moet worden voorkomen dat er klachten komen. Het beeld dat lid Mangal schetst over de angst van burgers om te klagen bij de gemeente herkent de wethouder niet. Naar aanleiding van de toeslagenaffaire is er wel af toe terughoudendheid bij het aanvragen van toeslagen, omdat men dan bang is om iets fout te doen en daarop te worden afgerekend. Het is belangrijk dat de buurtteams laagdrempelig zijn om hier hulp bij te bieden. De wethouder deelt de zorgen die klinken over het toenemende aantal taken dat wordt overgeheveld naar de gemeente en de SPUKS is daar één voorbeeld van, de Jeugdzorg is hiervan een landelijk voorbeeld. De wethouder zal hierover in gesprek gaan met Den Haag, aangezien er niet meer geld wordt toegekend. Amsterdam staat hierin niet alleen. In reactie op de vragen van lid Kabamba raadt de wethouder aan om deze te stellen in andere commissies aan de verantwoordelijke wethouders. Lid MANGAL vraagt of de specifieke uitkeringsgelden die naar het gemeentefonds worden overgeheveld gezien kunnen worden als een verkapte aanvulling. Ook hoort hij graag van de wethouder of de gemeente ertoe bereid is om taken te weigeren.

Wethouder VAN BUREN deelt mee dat het kabinet nog niet met een plan is gekomen voor de uitkeringsgelden. Er is sprake van een bezuiniging door de korting van tien procent op de specifieke uitkeringen. Vanuit de VNG zal hierover een gesprek worden gevoerd. De tweede vraag kan de wethouder nog niet beantwoorden, zolang er nog geen duidelijke plannen vanuit Den Haag bekend zijn. Hier gaat wel over gesproken worden. Lid BADAL vraagt wat het mandaat dat wordt gegeven aan de gebiedsmakelaars inhoudt. Wethouder VAN BUREN vindt het voor dit debat te ver voeren om hier dieper op in te gaan. Zij noemde dit als voorbeeld van het gebiedsgerichte werken dat wordt ontwikkeld. Lid KABAMBA geeft aan dat zij de onbeantwoorde vragen schriftelijk zal indienen. Zij krijgt nu graag antwoord op haar vraag over het noodnummer.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Wethouder VAN BUREN deelt mee dat er een onderzoek loopt naar hoe dit zal worden vormgegeven. De wethouder komt hier later op terug. Lid VAN BERKEL refereert aan drie vragen die nog niet beantwoord zijn:  Gaat het college de aanbevelingen van de Ombudsman overnemen?  Is het college bereid om concrete doelen te stellen bij de klachtenafhandeling?  Wat gaat de gemeente doen om de burger beter te wijzen op bezwaar- en beroepsmogelijkheden? Wethouder VAN BUREN geeft aan dat in de bestuurlijke reactie op het rapport van de Ombudsman staat welke aanbevelingen het college overneemt. Als een concreet doel bij de klachtenafhandeling zal allereerst de vormgeving van de rapportages aan de orde zijn. Andere concrete doelen zullen daarop volgen, met als belangrijkste kenmerk dat ze realistisch en haalbaar zijn. De wethouder meent dat de burgers al worden gewezen op de mogelijkheden van bezwaar en beroep. Lid KABAMBA vraagt ter verduidelijking of dit het algemene noodnummer betreft en dit wordt door de wethouder beaamd. Lid BROERSEN benadrukt de noodzaak van kwalitatieve informatie bij de klachtenrapportages. Wethouder VAN BUREN zegt toe dit advies mee te nemen. Lid LOCHTENBERG wil een uitgebreider antwoord op zijn vraag of er actieplannen bij top 5 klachten komen, zodat er niet alleen wordt gerapporteerd, maar er ook de planmodus wordt ingeschoten in aansluiting op het voorstel van D66.

Hij stelt vervolgens dat de gemeente voorstander is van het ‘cobra framework’ bij ontwikkeling van nieuw beleid en de vraag die lid Lochtenberg hieraan koppelt is of het nieuwe beleid uitvoerbaar is voor de gemeente. Ziet de wethouder het als haar verantwoordelijkheid om bij nieuw beleid input te leveren op de uitvoerbaarheid dat 14020 zo goed kan ondersteunen? Wethouder VAN BUREN vindt het een goed idee om een actieplan toe te voegen aan de top 5 en zij zegt toe dit mee te nemen. Voor de wethouder is uitvoerbaarheid belangrijk en zij acht zichzelf als wethouder verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering. Bij beleid dat wordt ontwikkeld vraagt zij zich steeds af of het uitvoerbaar is en of het iets toevoegt. Bij bestaand beleid wordt deze verdieping ook gemaakt. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Bestuursdienst 6. Bespreken van de resultaten en vervolg verkenning anoniem bericht directie Werk, Participatie en Inkomen (WPI) (VN2024-012835) Dit punt is doorgeschoven naar de commissie van 7 november 2024 Lucht- en Zeehaven ( incl. Schiphol) 7.

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Handelingsperspectief Zeecruise Amsterdam’ en de verdiepende analyse naar de zeecruise in Amsterdam (VN2024012837) Eerste termijn De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt is geagendeerd door lid Lochtenberg, die hierbij de impact voor het klimaat en de economie wil bespreken. Lid LOCHTENBERG stelt dat het terugdringen van de emissies bij de cruisevaart een van de speerpunten is in de duurzaamheidsdoelstelling van de haven van Amsterdam. In het plan Coenhaven staat het voornemen om een walstroominstallatie aan te leggen van 6 miljoen euro. Het Berenschotrapport geeft echter aan dat hiermee de emissies in de sluis, bij het afmeren en in het Noordzeekanaal niet zijn verdwenen. Een persoonlijk onderzoek wees lid Lochtenberg uit, dat elektrische sleepboten hierbij een oplossing kunnen zijn, naar voorbeeld van de haven van Auckland in NieuwZeeland, die elektrische sleepboten gebruikt van Nederlandse makelij. Lid Lochtenberg suggereert om de nieuwe walstroominstallaties geschikt te maken voor elektrische sleepboten. Hij houdt een pleidooi voor het overstappen naar elektrische sleepboten als een eerst stap naar een emissievrije vaart. Kortingen op het havengeld voor duurzame schepen of het verplichtstellen van emissievrije vaart op het Noordzeekanaal kunnen hier ook aan bijdragen.

Vervolgens spreekt hij de wens uit dat in het Berenschotrapport van volgend jaar wordt onderzocht hoe de walstroominstallatie dubbel benut kan worden en wat de gevolgen hiervan zijn voor de financiële investeringsbeslissingen. Hij vraagt de wethouder toe te zeggen dat de walstroominstallatie voor sleepboten wordt meegenomen in het vervolgonderzoek. Lid BURGERS geeft aan dat hij de titel van de eindrapportage ‘Uitgaand GetijdeZeecruise Amsterdam’ opmerkelijk vindt, aangezien er bij een uitgaand getijde ook altijd weer een inkomend getijde plaatsvindt. Zoals hierbij het evenwicht ontbreekt, geldt dit ook voor de VVD in de raadsinformatiebrief. Lid Burgers betoogt dat vermindering van het aantal zeecruises leidt tot minder werkgelegenheid en ten koste gaat van de economie. Het rapport noemt bedragen die terugvoeren op een rapport uit 2018, maar heden zou er sprake zijn van hogere bedragen per passagier. Bovendien vermeldt de brief 102 miljoen euro, terwijl in het onderzoek 105 miljoen euro staat. Lid NAMANE vraagt of de VVD een oneindig aantal cruiseschepen voor ogen heeft, die allemaal in Amsterdam kunnen aanmeren. Lid BURGERS geeft aan dat voor de VVD niet geldt dat er een oneindig aantal cruiseschepen aanmeert, maar de beoogde vermindering van het aantal lost niet het probleem op waar het hier om gaat.

Lid VAN PIJPEN vraagt welke problemen er niet worden opgelost op basis van onderliggend handelingsperspectief. Lid BURGERS heeft opgemerkt dat de motie is aangenomen vanwege de gezondheid van de Amsterdammers en het massatoerisme. Het verminderen van het aantal cruiseschepen brengt hier weinig verschil in, dus er wordt met deze maatregel weinig opgelost. Lid VAN PIJPEN stelt dat het gaat om alle uitstoot die afkomstig is van de cruiseschepen en niet alleen CO2.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Het komt lid Van Pijpen voor dat de VVD altijd tegen maatregelen is, die ervoor moeten zorgen dat het toerisme vermindert. Zij vraagt lid Burgers wat hij voor zich ziet met betrekking tot het toerisme. Lid Van Pijpen betoogt namens haar fractie dat minder cruiseschepen wel een oplossing biedt voor de luchtkwaliteit en massatoerisme. Zij vraagt lid Burgers welke oplossingen de VVD voorstelt. Lid BURGERS verwijst naar het rapport van Berenschot waarin de hoeveelheid uitstoot staat beschreven en hij noemt dit hele kleine percentages. Ook het percentage toeristen dat niet meer komt is met deze maatregel heel klein. Een oplossing volgens de VVD zou zijn meer en beter handhaven op toeristen die de stad vervuilen en onveilig maken. Lid VAN PIJPEN betoogt dat vele kleine percentages samen een groot percentage maken. De zeecruises zijn een zeer vervuilende vorm van toerisme en voor de gemeente makkelijk om op te sturen. Zij concludeert vervolgens dat de VVD niet minder toeristen voor ogen heeft, maar ervan uitgaat dat als er voldoende handhavers zijn het probleem is opgelost. Voor GroenLinks is dit niet de juiste oplossing om massatoerisme te voorkomen in Amsterdam. Lid BURGERS geeft aan dat bij deze maatregel het evenwicht ontbreekt, als er zo weinig winst te behalen valt bij de oplossing van zulke grote problemen.

Lid SCHMIT betoogt dat het evenwicht waar de VVD naar op zoek is in feite stilstand betekent, te weten een nog vuilere stad met nog meer toeristen. Hij beschrijft wat de uitstoot van de cruise schepen inhoudt en wat dit doet met de gezondheid van de bewoners. En, zo stelt hij, tussen de vele toeristen in de binnenstad bevinden zich ook cruiseschiptoeristen. Met deze gegevens legt lid Schmit de VVD een keuze voor: stilstand of gezamenlijk optrekken met als doel een duurzame stad. Lid BURGERS stelt dat een duurzame stad een sterke economie behoeft. De VVD is voor het spreiden van toeristenstromen buiten het centrum en het terugdringen van ongewenste effecten, zoals vervuiling en onveiligheid. Lid SCHMIT is verbaasd over de insteek van de VVD, aangezien deze partij heeft ingestemd met de Verordening Toerisme. Hij verwacht dan ook dat de VVD meedenkt bij het zoeken naar oplossingen om het aantal cruisepassagiers te verlagen. Lid BURGERS geeft aan dat de VVD zeker meedenkt, maar dat de partij ook het behoud van banen propageert. Lid NAMANE vraagt over welke banen lid Burgers zich zorgen maakt. Lid BURGERS verwijst hiervoor naar het rapport, waarin staat dat het gaat om ongeveer 700 FTE. Lid NAMANE geeft aan dat er in een aantal cruciale sectoren een tekort is aan personeel. Zij vraagt of lid Burgers hiervan op de hoogte is.

Lid BURGERS antwoordt dat bij een gezonde economie bedrijven kunnen worden betrokken bij het schoonhouden van de stad en verduurzaming. Lid NAMANE verduidelijkt haar vraagstelling en geeft aan dat zij doelde op het personeelstekort in cruciale sectoren, zoals de zorg. Lid BURGERS vindt dit geen reden om andere banen op te zeggen. Hiermee verschuif je volgens hem het probleem.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Lid BOBELDIJK herleidt uit het betoog van lid Burgers dat de VVD de economie als belangrijkste factor beschouwt voor verduurzaming. Hij vraagt of lid Burgers zich realiseert dat de grootste economieën tevens de grootste vervuilers zijn. Lid BURGERS ontkent dat de VVD de economie vooropstelt. Wel is het belangrijk om de economie en het bedrijfsleven mee te nemen in het duurzamer maken van Amsterdam. Lid BOBELDIJK herhaalt zijn vraag over de grootste economieën. Lid BURGERS herkent dit beeld niet en hij vervolgt zijn betoog. Het effect van het omlaag brengen van het aantal cruisepassagiers betekent volgens de VVD minder toegevoegde waarde en minder banen, ook buiten Amsterdam. De beslissing van de raad heeft dus gevolgen voor heel Nederland. Vervolgens vestigt lid Burgers de aandacht op de kosten voor de bouw van de zeesluis in IJmuiden, die werden gedragen door de gemeente Amsterdam, de Provincie en het Rijk, in totaal 1 miljard euro. Bij vermindering van het aantal cruiseschepen blijft deze haven onvoldoende benut en de vraag rijst of deze partners in de toekomst nog eens meedoen aan een gezamenlijk project. Voorts betoogt lid Burgers dat ondernemers willen investeren in de toekomst en de gemeente is voor hen een onbetrouwbare partner. De VVD vraagt zich af of Amsterdam zich niet steeds verder isoleert van het Rijk, Provincie, bedrijfsleven en Nederland.

Lid NAMANE geeft in haar bijdrage namens haar partij aan dat ze blij is met het voornemen om het aantal cruiseschepen terug te brengen om hiermee de uitstoot en het massatoerisme te verminderen. Zij vraagt de wethouder naar de beweegreden om de PTA te verplaatsen in plaats van de cruiseschepen uit de stad te verbannen, hetgeen het doel is van de motie. Ook wil zij weten of de PTA in 2035 weg gaat uit Amsterdam als het niet mogelijk blijkt om deze naar de Coenhaven te verplaatsen. Lid BURGERS verwijst naar een passage in het onderliggende rapport waarin wordt beschreven dat de inkomsten van de gemeente lijden onder deze beslissing, wegens vermindering van dagtoeristen- en toeristenbelasting, evenals minder dividend van het Havenbedrijf. Hoe denkt de PvdA dit tekort op te lossen? Lid NAMANE geeft aan dat bepaalde dingen belangrijker zijn dan geld, zoals de gezondheid van Amsterdammers en de leefbaarheid in de stad. Lid BURGERS wil vervolgens weten wat de PvdA niet meer gaat doen. Lid NAMANE verwijst naar de aankomende begroting, wanneer duidelijk zal worden welke keuzes de PvdA maakt. Lid SCHMIT verklaart wat de motie beoogt; de PTA de stad uit en die plek een mooie bestemming geven. Namens D66 betoogt lid Schmit dat cruiseschepen vervuilend zijn en bijdragen aan overtoerisme.

In het handelingsperspectief geeft de wethouder aan dat zij vervolgens een financieel-economisch onderzoek gaat doen naar de locatie in de Coenhaven. Lid Schmit wil dan wel van de wethouder de garantie dat de optie om de PTA te houden op de bestaande plek nooit aan de orde zal zijn. Vervolgens benoemt lid Schmit een aantal opties waar deze naartoe verplaatst kan worden, wanneer de cruiseterminal de stad uit gaat: het Noordzeekanaalgebied, Rotterdam of helemaal uit Nederland. Graag krijgt hij van de wethouder hiervan informatie over de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14784378/1