20240710 OZA definitief verslag
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 10 juli 2024
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Vergaderdatum Woensdag 10 juli 2024 van 9:00 tot 12:45 uur in de raadszaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 11 september 2024
Voorzitter: R. Alberts Portefeuillehouders: wethouders Moorman, Scholtes Commissiegriffier: K. van Klooster Verslaglegging: Notuleerservice Nederland Aanwezige leden: Broersen (Volt), Didderen (Partij voor de Dieren), Von Gerhardt (VVD), Van Haarlem (Forum voor Democratie), Haijen (SP), Hakiki (DENK), Kabamba (Lijst Kabamba), Perdok (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Van Pijpen (GroenLinks), Runderkamp (PvdA), Staartjes (VVD) Afwezige leden (afgemeld): Wijmenga (CDA), De Jong (JA21) en Bouali
(GroenLinks) Overige aanwezigen: -
ALGEMEEN DEEL 1. a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09:00 uur en heet iedereen welkom. Ze stelt vast dat er voldoende fracties aanwezig zijn. b. Mededelingen Er zijn afmeldingen ontvangen van de leden Wijmenga (CDA), De Jong (JA21) en Bouali (GroenLinks). De leden Von Gerhardt en Staartjes kondigen aan naar een andere commissie te gaan. De VOORZITTER meldt dat wethouder Scholtes een mededeling in beslotenheid zal doen na de openbare mededelingen van de wethouders. Wethouder MOORMAN heeft in april een toezegging gedaan om na te gaan hoeveel aanbieders, waar de gemeente een contract mee heeft, ABA-therapie aanbieden. Hierover zijn zorgen bij de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). De NVA heeft inmiddels een iets genuanceerder standpunt ingenomen over deze vorm van therapie, maar wijst therapieën af waarbij zorgverleners geen respect tonen voor de individuele behoefte van mensen of waarbij men autisme poogt te verminderen. De gemeente neemt de zorgen zeer serieus. Er zal worden gekeken of het contract kan worden beëindigd met kernpartners die niet conform de NVA-lijn handelen. Dat is het geval bij ten minste één aanbieder. Daarnaast zal aan kernpartners worden gevraagd, wat zij precies aanbieden op dit vlak. Wethouder SCHOLTES kondigt een technische sessie aan op 10 september over het Rijksvaccinatieprogramma en verwijst ook naar TKN-16.
Diverse leden tonen interesse. Verder deelt hij mede dat VWS een subsidie van anderhalf miljoen heeft toegekend voor de Lang Leven Thuisflats, vanuit de SPUK DOS. Met dit budget kan men onder andere
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
coaches aanstellen. Nadere informatie volgt in het kader van het actieprogramma Ouderen in Amsterdam. Desgevraagd vult hij aan dat het gaat om een incidentele subsidie voor 2024. De VOORZITTER vraagt iedereen die geen lid is van de commissie de zaal te verlaten voor een mededeling in beslotenheid. Besloten deel vergadering De VOORZITTER heropent het openbare deel van de vergadering. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER heeft geen bijdragen ontvangen voor agendapunt 3 en daarom wordt het punt gehamerd. GroenLinks heeft voorgesteld agendapunt 9 af te voeren. De leden Hakiki en Von Gerhardt willen het bespreken. Lid De Jong heeft voorgesteld om agendapunt 11 af te voeren. Lid Van Pijpen wil het bespreken. De voorzitter stelt voor om punt 11 dan na punt 7 te bespreken. De commissie stemt daarmee in. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 19 juni 2024 De commissie stelt het verslag ongewijzigd vast. e. Termijnagenda, per portefeuille Het lid VAN PIJPEN verwijst naar een schriftelijke vraag van haar collega Bentoumya over de positie van huishoudelijk werkers. Zij verzoekt om dit te verplaatsen naar de portefeuille Werk en Inkomen. De griffie bevestigt dat dit gaat gebeuren. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking: TKN-1, TKN-2, TKN-4, TKN-5, TKN-6, TKN-8, TKN-9, TKN-10, TKN-11, TKN-14, TKN-16, TKN-17.
Het lid Runderkamp heeft voorgesteld de punten 9 en 17 gevoegd te bespreken. Bij punt 4 zal de commissie SED uitgenodigd worden. De verzoeken zijn gemotiveerd in de Dagmail terug te vinden. Het lid Wehkamp stelt voor om de JARA uit te nodigen bij agendapunt 6. Dit gaat men regelen. De voorzitter doet de suggestie om in het vervolg vaker onderwerpen schriftelijk af te handelen. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissie Er zijn geen ingekomen stukken stadsdeelcommissies.
INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke gedeelte van de vergadering.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
b. Inspreekmoment publiek Bij agendapunt 7, Programmaplan Gezond Leven Makkelijker Maken Inspreker MARTHA TEIJEMA spreekt namens de stichting Loa Foundation, die zich inzet voor de toegankelijkheid van gezondheidszorg voor kwetsbare migranten. De toegang tot eerstelijns zorg voor deze groep mensen verloopt moeizaam, mede vanwege wantrouwen naar overheidsinstellingen als de GGD. Stichting Loa werkt veel samen met kerken en andere religieuze instellingen, met sleutelpersonen die een vertrouwensfunctie hebben richting deze groep mensen. De inspreker vraagt zich af welke aanpak men in het programmaplan voor ogen heeft, of deze sleutelpersonen hierbij betrokken worden en hoe men zorgt voor een duurzame inbedding in de gezondheidszorg. Desgevraagd licht de inspreker toe dat wanneer migranten op een spreekuur komen en urgente gezondheidsproblemen worden vastgesteld, er doorverwezen wordt naar Stichting Kruispost of Gazo. Ook zijn er directe contacten met de GGD in Zuidoost. Verder licht inspreker toe dat men samenwerkt met het RIVM in het kader van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Het feit dat er vaker een positieve uitslag is bij vrouwen in deze specifieke groep, onderstreept mede de noodzaak van preventie. Desgevraagd geeft de inspreker aan dat zij voor sleutelfiguren met name een rol ziet bij het verminderen van wantrouwen jegens de overheid.
Belangrijk daarbij is in beeld te krijgen wie er welke contacten heeft binnen de religieuze instellingen. Het leggen van deze contacten en het kennismaken kost tijd en inzet, maar het betaalt zich terug. Op de vraag waar het wantrouwen tegen de overheid vandaan komt, geeft inspreker aan dat er diverse redenen zijn. Contact met de overheid ligt sowieso ingewikkeld voor migranten zonder papieren. Wantrouwen is toegenomen in de coronatijd, omdat men het gevoel kreeg dat er iets werd opgelegd. c. Actualiteiten en mededelingen Er zijn geen actualiteiten en mededelingen. d. Rondvraag Het lid WEHKAMP zegt dat uit een onderzoek van Nieuwsuur blijkt dat tientallen schoolbestuurders ook actief zijn bij onderwijsadviesbureaus. Deze bureaus worden soms ingehuurd door scholen waar zij zelf actief zijn en daardoor verdienen ze er flink aan. Dit is niet wettelijk verboden, maar er is sprake van belangenverstrengeling. Ze vraagt hoe de wethouder dit ziet en of dit ook gebeurt bij Amsterdamse scholen. Verder vraagt ze of dit wordt meegenomen in de toetsingscriteria bij benoemingen, in het kader van scheiding van toezicht en bestuur.
Wethouder MOORMAN bevestigt dat dit zeer onwenselijk is. Er mag geen belangenverstrengeling zijn als leden van een Raad van Toezicht meerdere functies bekleden. Er bestaan hiervoor meerdere toetsingskaders, waaronder dat van de gemeente Amsterdam, alsook artikel 142a van het Burgerlijk Wetboek, over het maximum aantal bestuursfuncties, artikel 17 in de WPO en artikel 3 in de WVO, over de scheiding van toezicht en bestuur. Verder zijn er codes van goed bestuur voor de PO-raad en de VO-raad. Als men deze volgt, zou dit niet aan de orde zijn. In de lijst van Nieuwsuur zijn geen Amsterdamse schoolbestuurders vermeld, maar wel enkele scholen, die onder een schoolbestuur vallen buiten Amsterdam. Ze denkt dat dit een helder signaal is, dat dit wettelijk zal moeten worden bekeken. Daarnaast doet het ook een moreel appel op schoolbestuurders. Het lid WEHKAMP vraagt of men dit ook bespreekbaar wil maken in het BBO. 3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
Wethouder MOORMAN zal het op de agenda zetten van zowel BBO als OSVO. Het lid HAIJEN verwijst naar een motie die in februari is ingediend, om gratis krantenabonnementen beschikbaar te stellen, zodat mensen met een laag inkomen toegang hebben tot nieuws. Dit is voortvarend opgepakt. Uitgever DPG werkt hieraan mee. Zo’n 250 Amsterdammers kunnen hier gebruik van maken via de Stadspas. Hij vraagt zich af wat de status is van de aangekondigde vervolgactie waarbij er gereduceerde tarieven voor abonnementen zouden worden aangeboden. Verder merkt hij op dat nog meer bereikt kan worden als deze actie wordt ingebed in een breder educatief programma. Wethouder MOORMAN is ook positief over deze actie, het bevordert burgerparticipatie. Ze is ook enthousiast over de vervolgactie, anderzijds wil ze voorkomen dat ook goed geïnformeerde mensen hier een beroep op gaan doen. Men werkt dit nu uit en zij zal er eind van dit jaar op terugkomen. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3. Herbenoemen van twee leden in de Raad van Toezicht van Stichting Openbaar Basisonderwijs Westelijke Tuinsteden (VN2024-009285) Dit punt is gehamerd. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 4. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de afhandeling van motie 134.23, d.d.
05-04-23, inzake Sociale Kaart van de raadsleden Wehkamp (D66), Runderkamp (PvdA) en Hoogtanders (VVD) en Bloemberg-Issa (Partij voor de Dieren) (VN2024-009294) Het lid WEHKAMP geeft aan dat het aanbod in het sociale domein soms moeilijk vindbaar is en is blij met de opzet van de Sociale Kaart op gemeenteraadsniveau. Ze vraagt zich af hoe men de financiering regelt, als de IZA-middelen niet toegekend worden. Ook vraagt ze de wethouder om ook activiteiten mee te nemen, die deels uit de Sociale Basis en deels uit andere gelden worden gefinancierd, zoals de Rijke Schooldag. Het lid BROERSEN waardeert dat de input van vele partijen met ervaring uit de praktijk is meegenomen. Ze vraagt zich af hoe kleine partijen gaan worden meegenomen bij de ontwikkeling en beheer van het nieuwe platform. En hoe signalen vanuit gebruikers worden verwerkt. Het lid VAN PIJPEN had aanvankelijk scepsis over dit traject, maar is nu enthousiast, evenals de welzijnsorganisaties. Vanuit de ervaringen met eerdere ICTprojecten wil ze graag meer toelichting over dataeigenaarschap en hoe het delen van data geregeld wordt. Het lid STAARTJES is ook positief over de digitale voordeur. Zijn zorg zit bij de financiering omdat de kosten van zo’n pilot snel kunnen oplopen. Zijn er voldoende middelen vanuit de IZA? Het lid DIDDEREN sluit zich aan bij de eerdergenoemde opmerkingen.
Ze vraagt hoe andere partijen betrokken gaan worden en deelt de zorgen over de financiering.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
Wethouder SCHOLTES legt uit dat er een beweging wordt gemaakt naar digitale dienstverlening waarbij mensen worden begeleid naar een passend aanbod in het sociale domein. Het wordt klein opgezet en steeds verder uitgebreid, waarbij men het geleerde weer toepast. Er zal dit jaar nog een verbetering van de registratieprocessen worden doorgevoerd en versnippering van websites zal worden tegengegaan. Hij bevestigt dat men het project stap voor stap zal uitbreiden en dat men in een later stadium ook de Rijke Schooldag hierin wil opnemen. Het lid WEHKAMP vraagt of er al een lijst is van projecten die in een later stadium zullen worden toegevoegd. Wethouder SCHOLTES zegt dat die lijst er is. Hij benadrukt nogmaals dat dit niet op korte termijn gerealiseerd zal worden. De gemeente is slechts één van de partners in dit traject. Eind dit jaar zal hij de commissieleden over de diverse ontwikkelingen binnen Amsterdam Vitaal&Gezondheid informeren, waaronder dit project. Er zal zorgvuldig worden gekeken naar de gebruiksvriendelijkheid voor kleinere partijen bij de opzet van het digitale product, met de kanttekening dat men streeft naar een integraal, overzichtelijk en herkenbaar dienstverleningsproduct. Op de vragen over de financiering zegt hij dat men probeert om in verschillende IZA-aanvragen onderdelen van het traject te financieren.
Met een incidentele IZA-financiering verwacht hij een goed product neer te kunnen zetten. Als dit niet wordt toegekend, moet men plannen heroverwegen. Daarnaast zal men ook moeten werken aan structurele financiële borging vanuit de zorg- en welzijnsorganisaties, gemeente en zorgverzekeraars. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het punt gaat naar de raad van september. 5. Voortgang project Beschikken op Maat (VN2024-009297) Het lid RUNDERKAMP heeft eerder aangegeven dat hij voorstander is van beschikken op resultaat. Hij vindt het teleurstellend dat VWS geen mogelijkheden ziet om de wet hierop aan te passen. Hij is positief over de huidige voorgestelde werkwijze, waarbij wordt voldaan aan de huidige wetgeving en er voor zorgprofessionals zo weinig mogelijk administratieve lasten zijn. Zijn eerste vraag is of de andere G4-gemeenten dezelfde aanpak hanteren. Zijn tweede vraag is of VWS nu akkoord is met de voorgestelde werkwijze. Zijn derde vraag betreft de beschikkingsduur. Hij pleit ervoor dat mensen met een levenslange, levensbrede beperking uitgezonderd worden van jaarlijkse evaluaties. Het lid VAN PIJPEN verzoekt om in algemene zin het gesprek aan te gaan over een toekomstbestendig Wmo. Zij heeft enkele kritische vragen over de pilots die in de brief worden voorgesteld.
Het resultaatgericht indiceren volgens een vragenlijstje resulteert in een aantal uren. Ze vraagt zich af waarom er dan twee vormen van indiceren moeten worden geïntroduceerd, met een basisomvang en een aanvullend deel. Dat lijkt haar omslachtig. Ze vraagt zich af of overmacht situaties zoals vakantie of roosterproblemen, juridisch gezien in de beschikking kunnen worden opgenomen met een hardheidsclausule. Ze is het ook oneens met het argument dat het stimuleren van zelfredzaamheid onvoldoende aan de orde zou komen, als er een vast aantal uren is. Dit is immers een kerncompetentie van de huishoudelijke zorg. Ze hoort graag van de wethouder of er meerdere opties kunnen worden onderzocht in pilots. Het lid RUNDERKAMP vraagt bij interruptie of collega Van Pijpen de huidige manier van beschikken wil voortzetten of wil gaan beschikken op omvang. Het lid VAN PIJPEN maakt op uit de brief dat men een beschikking krijgt voor basisomvang en daarbovenop de extra zorg die men nodig heeft. Zij wil liever dat in een beschikking alle zorg die men nodig heeft wordt opgenomen. Dat gebeurt nu al op basis van resultaten. Daar kan men gewoon de bijzetten, dat is niet ingewikkeld.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
Het lid RUNDERKAMP benadrukt de achterliggende redenen om tot basisomvang te komen, namelijk het laag houden van administratieve lasten. Het lid VAN PIJPEN leest dat het ook te maken heeft met de personeelstekorten. Ze herhaalt dat men van zorgprofessionals mag verwachten dat zij een zorgvuldige intake kunnen doen, waarbij men op uren indiceert. Dat vereist geen extra administratie. Ze verwacht dat het invoeren van twee soorten indicaties juist tot extra administratie zal leiden. Het lid BROERSEN heeft een vraag over de variabele beschikkingsduur, die drie maanden tot vijf jaar betreft. In andere steden, bijvoorbeeld Maastricht, wordt gewerkt met beschikken voor onbepaalde tijd, waarbij er eens per drie jaar wordt gekeken of de beschikking nog passend is. Ze vraagt de wethouder of dit een optie is. Het lid WEHKAMP leest in de brief dat er een zorg is dat mensen geen genoegen zullen nemen met zorg van minimale omvang. Uit eigen ervaring weet ze dat het vaak om een moment van aandacht gaat, ook om eenzaamheid tegen te gaan. Ze vraag hier aandacht voor binnen het traject. Het lid STAARTJES zegt dat men moet zoeken naar een balans tussen wat wenselijk is en wat juridisch en praktisch mogelijk is. Hij is blij terug te lezen in de brief dat er ondanks de schaarste, zorg geboden wordt aan alle Amsterdammers die het nodig hebben.
Verder leest hij dat de basisomvang van zorg altijd geleverd kan worden, ook bij roosterproblemen. Hij denkt niet dat dat realistisch is. Zijn fractie kan het voorstel wel steunen. Hij vraagt de wethouder toe te lichten hoe hij de risico’s ziet van het niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Het lid HAIJEN is positief over de overschakeling naar beschikken op omvang, omdat daarmee de rechtszekerheid van mensen wordt hersteld. Echter, hij ziet hier ook problemen bij, zoals een toename van de administratieve lasten. Een tweede knelpunt is de afname van flexibiliteit bij zorgaanbieders, omdat men minder makkelijk kan inspelen op iemands persoonlijk situatie. Een derde knelpunt is dat men mogelijk niet de zorg kan leveren waar men volgens de beschikking recht op heeft, zoals eigenlijk nu al het geval is. Hij heeft daarnaast technisch vragen. Heeft een beschikking alleen betrekking op de basisomvang of komt de extra zorg ook in de beschikking te staan? En hoe wordt dat juridisch geregeld? Het lid RUNDERKAMP interrumpeert opnieuw en zegt dat hij deze zorgen begrijpt, maar hij benadrukt dat het ook een kwestie van vertrouwen is. Het huidige systeem is niet meer houdbaar, zeker gezien personeelstekorten. Hij denkt dat dit de juiste route is.
Het lid HAIJEN zegt dat de hele stelselwijziging juist is ingegeven door het feit dat mensen hun recht wilden halen, omdat zij niet de zorg kregen waar ze recht op hadden. Het lid RUNDERKAMP beaamt dat, maar het betrof echter een gering aantal mensen dat problemen had met de huidige beschikkingen op resultaat. Het lid HAIJEN ziet dat juist als een teken dat het heel moeilijk was om je recht te halen en het aantal uren zorg te krijgen, waar je recht op hebt. Verder merkt hij op dat het goed is dat de wijzigingen gefaseerd worden ingevoerd, om te voorkomen dat het zorgsysteem vastloopt. Wethouder SCHOLTES wijst erop dat naast het beschikken op omvang er meerdere onderdelen zijn binnen dit hele traject, zoals het versterken van rechtszekerheid, het beschikken met motivering en het beschikken met een variabele beschikkingsduur. Het beschikken op omvang omvat ten eerste een basisomvang in uren, die men denkt te kunnen garanderen. Daarnaast is er een resultaatbeschikking voor de extra benodigde zorg. Het voordeel van deze systematiek is dat men enerzijds een basisdeel garandeert en dat er
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
anderzijds voldoende ruimte overblijft voor professionals om in te springen op veranderende omstandigheden. Men moet rekening houden met een aantal zaken, die lastig met elkaar te verenigen zijn, zoals het voldoen aan wet- en regelgeving, rechtszekerheid van cliënten, uitvoerbaarheid met lage administratieve lasten, flexibiliteit voor zorgprofessionals en veranderende zorgbehoeftes bij cliënten. Hij heeft begrip voor de kritische vragen over de pilots. Op de vraag of het een aanbod of vraaggericht systeem is, geeft hij aan dat men realistisch probeert te zijn ten aanzien van de schaarste. Er wordt gekeken naar de zorg die minimaal nodig is, om zelfstandig te kunnen functioneren en dat wordt in het ondersteuningsplan vastgelegd. Het Lid VAN PIJPEN begrijpt dat de basisomvang van zorg zal worden vastgesteld op basis van de beschikbaarheid van menskracht. Ze vraagt hoe dat werkt. Wethouder SCHOLTES zegt dat de precieze uitwerking nog moet plaatsvinden. De beschikking omvat echter de basisomvang plus de resultaatbeschikking voor extra zorg. Dus enerzijds de zorg die men minimaal kan garanderen en anderzijds wat er nodig is voor de cliënt, zoals ingeschat door de zorgprofessional. Het Lid HAIJEN vraagt of men dan alsnog zal worden teruggefloten door de rechter, wanneer men de extra zorg resultaatgericht gaat beschikken. Wethouder SCHOLTES denkt dat het voorstel past binnen de Wmo.
Het Lid HAIJEN vraagt of de extra zorg juridisch afdwingbaar is. Wethouder SCHOLTES zegt dat het resultaat afdwingbaar is. Hij vervolgt dat Rotterdam en Den Haag vooralsnog resultaatgericht blijven beschikken. Utrecht werkt met een basisomvang voor huishoudelijke hulp. Er is goed contact binnen de VNG en gemeenten maken verschillende afwegingen. De gemeente Amsterdam wil deze beweging maken om te voldoen aan de Wmo en heeft met veel partners in alle zorgvuldigheid deze pilot opgezet. Het lid VAN PIJPEN vraagt waarom er niet een tweede pilot gestart kan worden waarbij, uitgaande van de huidige systematiek, in de beschikking simpelweg het aantal uren wordt opgenomen. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat cliënten één beschikking krijgen met een basisomvang en een resultaatbeschikking. Als een cliënt dat wil, kan hij ook inzicht krijgen in de uren en hoe de medewerkers zijn ingeroosterd. De inzet kan verschillen naar de inschatting van de professional. Ten derde is er de mogelijkheid om toch een urenbeschikking op te vragen via Argonaut, maar als iedereen dat zou doen, wordt het omvangrijk. Op de vraag van de PvdA over de tussenevaluaties bij langlopende beschikkingen, zegt hij dat het een lichte toets betreft, gericht op de vraag of er wellicht meer zorg nodig is. Een tussenevaluatie is minder belastend dan een onderzoek voor verlenging van de beschikking.
Het lid RUNDERKAMP vraagt naar de optie van beschikken voor onbepaalde tijd. Wethouder SCHOLTES ziet daar geen noodzaak toe, men kan met de nieuwe systematiek al beter rekening houden met de specifieke behoeftes van cliënten. Bovendien zijn er bij een PGB al maatregelen genomen om de lasten voor een verlengingsprocedure te verminderen. Verder zijn er administratieve nadelen aan verbonden, omdat er dan ook een beschikkingsbeëindiging geïntroduceerd moet worden. Ook geeft een beschikking voor onbepaalde tijd niet de mogelijkheid om te toetsen hoe de zorgbehoefte verandert in de loop van de tijd. Het lid RUNDERKAMP vindt dat men in een situatie van een levenslange beperking die evaluatie niet hoeft te doen.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
Wethouder SCHOLTES verduidelijkt dat het er niet alleen om gaat of iemand zorg nodig heeft, maar in welke mate. Dat kan wel degelijk veranderen, ook bij mensen met een chronische aandoening. De zorgbehoefte kan toenemen in de loop van de tijd. Het lid RUNDERKAMP is het daarmee eens, maar er zijn genoeg voorbeelden waarbij dat niet aan de orde is. Wethouder SCHOLTES zegt daarop dat externe omstandigheden ook kunnen veranderen, bijvoorbeeld als familie in de buurt van de patiënt komt wonen en een deel van de zorg overneemt. Het lid BROERSEN geeft aan dat men ook beschikkingen voor onbepaalde tijd zou kunnen afgeven, waarbij men regelmatig een check doet. De situatie is dan hetzelfde, maar cliënten hoeven niet herhaaldelijk een aanvraag in te dienen. Wethouder SCHOLTES ziet dan weinig verschillen met het huidige systeem. Hij geeft aan dat het doen van een aanvraag weinig belastend is. Hij zegt toe dat hij de optie van beschikken voor onbepaalde termijn nog zal bespreken met Cliëntenbelang en de Wmo-adviesraad. Het lid VAN PIJPEN zegt dat zij het heel belangrijk vindt dat er af en toe gesprekken plaatsvinden, omdat ook de kwaliteit van de geleverde zorg een onderwerp kan zijn. Wethouder SCHOLTES vindt dat een goed punt. Hij vervolgt zijn betoog. Zoals D66 ook aangaf, is het voor veel cliënten een sociaal moment.
Het is de taak van de zorgverlener om te kijken waar de zorgbehoefte ligt en indien nodig door te verwijzen. Bij eenzaamheid kunnen Buurtteams een rol spelen of vrijwilligers van Burennetwerk. Op de vragen van de VVD zegt hij dat juridische risico’s niet uit te sluiten zijn. Tegelijkertijd geeft VWS aan geen prioriteit te geven aan handhaving en denkt hij dat de gemeente goede stappen zet. De pilot zal na de zomer uitgewerkt worden en besproken met betrokken partijen. De commissieleden zullen daarover uitgebreid worden geïnformeerd. De VOORZITTER sluit de eerste termijn. Het lid VAN PIJPEN herhaalt in tweede termijn haar vraag of het opnemen van een hardheidsclausule in de beschikking is overwogen. Ze pleit ervoor om ook andere opties te onderzoeken in pilots. Wethouder SCHOLTES zegt dat men verschillende opties heeft afgewogen in gesprekken met Buurtteams, aanbieders, Cliëntenbelang en de Wmo-Adviesraad. Een hardheidsclausule is niet overwogen, maar hij staat open voor ideeën daarover. Het lid VAN PIJPEN geeft aan dat Cliëntenbelang het niet eens is met dit voorstel. Ze hamert erop dat uitvoering van een tweede pilot van belang is. Wethouder SCHOLTES zegt dat de wens van Cliëntenbelang is, om voor iedereen een urenbeschikking af te geven. Hij heeft al in zijn betoog aangegeven waarom dat niet werkbaar is. Hij gaat graag nog in gesprek met lid Van Pijpen over andere opties.
De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het punt wordt doorgestuurd naar de raad van 18 en 19 september ter bespreking. Schorsing Openbare Ruimte en Groen 6.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
Kennisnemen van het Amsterdams Hitteplan en de raadsinformatiebrief hierover (VN2024-009296) Het lid VAN PIJPEN is positief over het hitteplan. Ze constateert dat het meer over gedrag gaat, dan over inrichting van de fysieke ruimte. Ze vindt verkoeling die door groene buitenruimte wordt geboden ook belangrijk en zou dit graag opgenomen zien in het plan. Het lid RUNDERKAMP stelt vast dat hitte in de stadsdelen Noord, Nieuw-West, Zuidoost de grootste risico’s oplevert. Het college zegt ongelijk te willen investeren voor gelijke kansen. Hij vraagt waarom hij dit niet terugziet in het plan. Het lid DIDDEREN sluit zich aan bij de opmerkingen over de groene buitenruimte. Ze stelt voor om ook voorlichting in het plan op te nemen, hoe inwoners zelf hun daken en tuinen kunnen vergroenen. Ook communicatie over het koel houden van huisdieren hoort in het plan. Daarnaast vraagt ze of men inzicht heeft in de temperaturen in ziekenhuizen en verzorgingshuizen en of hoge gebouwen wellicht met voorrang vergroend moeten worden. Het lid WEHKAMP vraagt of men gebiedsgericht kan werken. Daarnaast valt het haar op dat de gevolgen van UV-straling niet in het rapport terugkomen. Ze vraagt of men voorlichting kan verbeteren en zonnebrandpunten kan aanleggen bij speelplaatsen of zwembaden. Het lid KABAMBA vraagt waarom hitterisico’s in de wijken Noord, Nieuw-West, Zuidoost zo hoog zijn.
Wethouder SCHOLTES kan de laatste vraag niet precies beantwoorden, hij zal dat nasturen. Hij licht toe dat het hitteplan een document is dat in de loop van de tijd telkens wordt geactualiseerd. In de toekomst ziet hij ook een rol voor de Buurtteams en de sociale basis. Hij is het eens met de opmerkingen over gebiedsgericht werken. Dat gebeurt al in het kader van de bredere Klimaatadaptatie-aanpak, waarbinnen netwerkorganisatie Weerproof bewoners onder andere adviseert over het vergroenen van hun huis en tuin, met name ook in de wijken met het grootste hitterisico. Hij is het met GroenLinks eens dat het goed is om in de toekomst meer aandacht te besteden aan de groene buitenruimte. Ook zal de informatie over UV-bescherming meegenomen worden en de informatievoorziening over het koel houden van huisdieren. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Publieke Gezondheid en Preventie 7. Programmaplan Gezond Leven Makkelijker Maken (VN2024-009292) Het lid RUNDERKAMP is positief over dit veelzijdige programma. Hij mist nog concrete afrekenbare doelen, zoals bijvoorbeeld het aantal Amsterdammers dat wordt bereikt of tevredenheid onder de samenwerkingspartners. Het lid STAARTJES vraagt bij interruptie of er bij het congres geen concrete doelen zijn gesteld door de deelnemende organisaties.
Het lid RUNDERKAMP herinnert zich dat niet goed, maar zegt dat er een focus lag op de activiteiten die door de organisaties worden ontplooid. Het lid VAN PIJPEN zegt dat het programma getoetst wordt door een externe en ze vraagt naar diens ervaring en deskundigheid. Ze verwijst ook naar de eerdere motie van GroenLinks. Verder vraagt ze zich af hoe andere initiatieven, ideeën vanuit de stad, zoals Loa Foundation, een rol spelen binnen dit programma.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
Het lid DIDDEREN vraagt hoe men input verzamelt voor de ontwikkeling van het programma bij de meest kwetsbare groepen. Daarnaast vraagt ze hoe de informatie toegankelijk wordt voor Amsterdammers, inclusief laaggeletterden, hoe inclusiviteit gewaarborgd wordt en of er groepen zijn die naar verwachting niet worden bereikt. Het Lid KABAMBA vraagt erkenning voor de informele lijnen van hulp, waarvan men binnen de kwetsbare groepen gebruik maakt. In de praktijk verneemt ze dat er binnen kwetsbare groepen frustraties zijn of een onveilig gevoel en soms weigering van zorg. Deze zouden een belangrijke rol moeten krijgen bij de uitwerking van het programmaplan. Het lid STAARTJES wil graag meer details over de harde doelen en acties van dit programma en wil voorkomen het verzandt in vergadermomenten. Wethouder SCHOLTES zegt dat het programma niet moet worden benaderd als een beleidsprogramma. Het is een praktische manier van werken om bestaande zorg beter te laten aansluiten bij groepen, die nu nog niet worden bereikt. Hij is het ermee eens dat informele lijnen hier erg waardevol zijn, zoals ook stichting Loa. Door de zorg anders te organiseren, bijvoorbeeld via andere communicatie, via informele partijen, of op een ander tijdstip of locatie, kan men meer mensen bereiken. De vergaderingen zijn nodig om zoveel mogelijk partijen met elkaar te laten denken over verbeteracties.
De ervaringsdeskundigen en informele partijen staan daarin centraal. Er zijn kwantitatieve doelstellingen opgenomen over het aantal partijen en het aantal GGD-afdelingen dat eind 2026 is aangesloten bij het leernetwerk. Begin 2025 volgt een voortgangsrapportage waarin ook informatie wordt opgenomen over het aantal mensen dat hiermee wordt ondersteund. Hij stelt voor om de doelstellingen dan opnieuw te bespreken. Aan GroenLinks zegt hij dat een deskundige samen met het programmateam begin 2024 een verkenning heeft uitgevoerd. Haar adviezen over de inzet van ervaringsdeskundigen zijn ingebed in de werkwijze van het gehele programma. Daarmee is ook de motie afgedaan. Er wordt ingezet op informatievoorziening aan laaggeletterden door de praktijkcheck, waarbij een taalambassadeur zorgpraktijken bezoekt. Partijen werken ook met een toolkit waarbij het accent ligt op diversiteit en sensitief werken. Er wordt daarbij per groep gekeken naar wat nodig is. De VOORZITTER vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Het lid DIDDEREN komt terug op haar vraag of de wethouder verwacht dat er groepen zijn, die nog niet worden bereikt met dit programma. Het lid VAN PIJPEN is blij dat de toetsing is afgerond en vraagt of hier nog meer informatie over komt. Ze vindt dat de motie inderdaad is afgedaan.
Wethouder SCHOLTES is voornemens verdere informatie mee te nemen in de voortgangsrapportage van begin 2025. Verder geeft hij aan dat hij onvoldoende overzicht heeft of alle doelgroepen nu bereikt worden. Er is nu een goede start gemaakt. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het punt gaat naar de raad van september voor een korte bespreking. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 11. Kennis te nemen van het AT5 artikel: 24-uurs zorg voor ouderen slecht geregeld: “Belanden in het weekend op de eerste hulp” (VN2024-009921) De VOORZITTER stelt vast dat er geen sprekers zijn en het punt wordt van de agenda afgevoerd. Onderwijs
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
8. Jaarrapportage Stedelijk Toelatingsbeleid Amsterdam 2023-2024 (VN2024009293) Het lid WEHKAMP leest in het rapport dat er in Weesp te weinig plek is op basisscholen en dat het onderwijsniveau bij een van de grotere scholen te laag is. Ze vraagt de wethouder te reageren op het inspectierapport en welke maatregelen men gaat nemen. Verder vraagt ze hoe samenwerking tussen de scholen verbeterd kan worden. Ze uit haar zorgen over kinderen die geweigerd worden op scholen, als vanuit de dagopvang blijkt dat zij extra zorg nodig hebben. Ze ziet dit echter niet terug in het rapport. Wethouder MOORMAN kan niet ingaan op het inspectierapport omdat het nog niet openbaar is. Alle schoolbesturen hebben de Onderwijsambities Amsterdam onderschreven, waarin kwaliteit een prominente plaats heeft. Ze gaat er vanuit dat onderwijsstichting ASKO er alles aan zal doen, om het op orde te brengen. De gemeente helpt hierbij via Onderwijskennis Netwerk Amsterdam, subsidies en investeringen. De raad zal op de reguliere wijze geïnformeerd worden, ze verwijst naar TKN-5. Verder maakt ze een helder onderscheid tussen thuiszitters en kinderen die wel zijn aangemeld, maar niet geplaatst kunnen worden. De laatste groep is klein. Als blijkt dat een school niet het juiste kan bieden aan een kind, dan heeft de school een verplichting om te zoeken naar een andere geschikte school.
Het signaal wordt als zodanig niet herkend. Lid WEHKAMP geeft aan dat oudervereniging Balans haar dit meldde en ze vraagt de wethouder daarmee in gesprek te gaan. Wethouder MOORMAN gaat akkoord. De VOORZITTER stelt vast dat het punt voldoende besproken is. 9. Meertaligheid in het onderwijs (VN2024-009295) Het lid HAKIKI is enthousiast over de uitwerking van dit initiatief, met het doel meertaligheid in het Amsterdamse onderwijs te bevorderen. Dit vergroot kansengelijkheid. Haar fractie ziet enkele mogelijkheden voor verbetering, voortkomend uit feedback van experts. Ten eerste het structureel integreren van thuistalen in het curriculum van het voorgezet onderwijs, waar ondersteuning en middelen voor nodig zijn. Ten tweede het organiseren van meertaligheid op een creatieve manier, met een helder plan voor gecoördineerde implementatie. Verder vraagt zij of de Oekraïense taal kan worden opgenomen. Het lid VAN HAARLEM is ook positief over de uitwerking van het initiatiefvoorstel, maar heeft enkele kritische opmerkingen. Hij is bezorgd dat segregatie toeneemt. En vraagt zich af of er een aparte categorie zwarte scholen zal ontstaan voor multiculturele kinderen. Hij vraagt of de wethouder deze zorg deelt. Ook leest hij dat in de pilot de mindset en de attitude van leerlingen en ouders gemeten wordt. Hij vraagt wat men bedoelt en hoe men dit meet.
Het lid VON GERHARDT geeft aan dat de VVD niet positief is over dit plan. Hij is bezorgd dat cohesie tussen leerlingen verdwijnt en dat de werkdruk voor docenten toeneemt. Hij vindt bovenal dat men de Nederlandse taal moet bevorderen. Het lid WEHKAMP vraagt of een waardering van meertaligheid niet juist past bij liberale principes. Volgens onderzoek gaan leerprestaties, ook voor Nederlands, juist omhoog. Het lid VON GERHARDT is het ermee eens dat je elke taal mag spreken, die je wil. Maar hij herhaalt zijn zorg over de afname van sociale cohesie. Het beheersen van de
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
Nederlandse taal is ook belangrijk in de verdere loopbaan van leerlingen. Ook in de samenleving moeten leerlingen zich daarmee kunnen redden. Het lid HAKIKI denkt dat het onterechte zorgen zijn. Uit eigen ervaring weet ze dat het enorm kan helpen als een leertekst eerst in de eigen taal uitgelegd wordt. Het lid VON GERHARDT begrijpt dat het in individuele gevallen kan helpen. Maar hij is bezorgd dat leerlingen de Nederlandse taal zo niet machtig worden en zo ook de boodschap krijgen dat Nederlands leren niet nodig is. De beheersing van de Nederlandse taal onder kinderen is in de afgelopen jaren immers al minder geworden in Amsterdam. Liever investeert hij zo vroeg mogelijk in Nederlandse les. Het lid KABAMBA zegt dat het al jarenlang mogelijk is om een examenvak in een andere taal af te leggen en hier geen problemen door zijn ontstaan. Ook vindt ze het juist heel belangrijk voor leerlingen om de thuistaal mee te kunnen nemen. Het lid VON GERHARDT zegt dat de thuistaal voor thuis is. Hij vindt het ook prima als diverse talen worden aangeboden als extra leervak. Het gaat hem erom dat Nederlands de officiële basistaal in het onderwijs is. Het lid RUNDERKAMP vindt dat lid Von Gerhardt spreekt vanuit onderbuikgevoel, omdat wetenschappelijk onderzoek het tegendeel aantoont.
Het lid VON GERHARDT zegt dat hij zijn zorgen uit, gebaseerd op het gegeven dat de beheersing van de Nederlandse taal onder Amsterdamse kinderen achteruit gaat. Wethouder MOORMAN reageert op de vragen. Ze verheldert eerst dat het uitgangspunt bij deze notitie niet is, om te gaan doceren, toetsen en examineren in andere talen. Nederlands blijft de basistaal in het onderwijs. Ze gaat er vanuit dat daardoor een aantal van de genoemde zorgen zijn weggenomen. Ze bevestigt dat in onderzoek is aangetoond, dat taalvriendelijkheid op scholen en omarming van de thuistaal, de taalvaardigheid van leerlingen verbetert, ook de Nederlandse taalvaardigheid. Op de tweede vraag van lid Hakiki zegt ze dat kennisdeling tussen de partners expliciet de bedoeling is. Ze benadrukt richting lid Van Haarlem dat er geen sprake is van een scheiding tussen witte en zwarte scholen, integendeel. Scholen zijn over het algemeen zeer divers met tientallen nationaliteiten en dit plan zorgt dat ieder kind zich overal welkom voelt. Het bevordert de sociaal-emotionele ontwikkeling. De monitor wordt op basis daarvan ontwikkeld. Ten slotte reageert ze op de opmerkingen van de VVD en benadrukt nogmaals dat experts aangeven, dat meertaligheid op scholen en bevordering van de Nederlandse taalvaardigheid kunnen samengaan.
Ze kent de VVD als een partij die meertaligheid aanmoedigt, maar kennelijk passen bepaalde talen daar niet in. Ze roept op om verre te blijven van populistisch Haagse politiek en het debat te voeren op inhoud, gebaseerd op kennis en wetenschap. Het lid VON GERHARDT spreekt de suggestie tegen dat het om bepaalde talen zou gaan. Hij herhaalt dat hij het leren van extra talen aanmoedigt, maar niet het gebruik van thuistalen bij andere vakken. Zijn zorgen zijn deels weggenomen. De VOORZITTER stelt vast dat het punt voldoende besproken is. Toegevoegde bespreekpunten Onderwijs 10. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Voortgang Lerarenagenda 2023-2027’ (VN2024-009323) Het lid WEHKAMP is enthousiast over de voortgang. Ze vraagt de wethouder wanneer men van start gaat met de Lerarenbeurs. Ook met de terugkeerregeling voor
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 10 juli 2024
ambtenaren en het leraren traineeship is ze erg blij. Ze vraagt hoeveel ambtenaren er kunnen overstappen. Naar aanleiding van het rapport Externen voor de Klas, vraagt ze of de wethouder ook gaat meten op kwaliteit van externe inhuur. Verder vraagt ze hoe de wethouder aankijkt tegen het idee van onderwijsambassadeurs en of de wethouder de kwantitatieve monitoring aan de hand van KPI’s verder kan toelichten. Het lid PERDOK constateert dat het lerarentekort is gestegen, ondanks de ambities en interventies van de wethouder. Ze vraagt naar een reflectie. Ook vraagt ze op welke manier er wordt ingezet op werving van schoolleiders. Ze vindt het pijnlijk dat het lerarentekort niet wordt benoemd in het hoofdlijnenakkoord en vraagt wat dat betekent voor het onderwijs in Amsterdam. Het tekort is het hoogst in het speciaal onderwijs en ze vraagt of daar specifieke interventies ingezet worden. Verder vraagt ze of de aanpak per stadsdeel verschilt, omdat de tekorten ook verschillend zijn per stadsdeel. Wethouder MOORMAN meldt dat men inmiddels gestart is met de Lerarenbeurs. Ze omarmt de terugkeergarantie, waarbij ambtenaren met een HBO- of WO-opleiding een zijinstroomtraject van twee jaar kunnen volgen. Ze weet niet precies om hoeveel ambtenaren het gaat. Ze zal in de volgende raadsinformatiebrief ingaan op het leraren traineeship.
Ze begrijpt de vraag over onbevoegden voor de klas, waarbij er enerzijds een positief effect is op de continuïteit, maar niet in alle gevallen op de kwaliteit. Er loopt een landelijk onderzoek van de Erasmus Universiteit, waar een aantal Amsterdamse scholen in worden meegenomen, voor ontwikkeling van een kwaliteitskader. Desgevraagd geeft ze aan de commissie hierover te zullen informeren in de volgende raadsinformatiebrief. Binnenkort worden verkennende gesprekken opgestart over onderwijsambassadeurs, een initiatief waar andere steden al mee bekend zijn. De KPI’s zullen terugkomen in de volgende raadsinformatiebrief. Ze geeft richting lid Perdok aan dat de schoolleider vaak een cruciale sleutelfiguur is in het voorkomen van een lerarentekort. Om ze te ondersteunen wordt een beurs verstrekt. Ze deelt de zorgen dat het lerarentekort niet in het hoofdlijnenakkoord wordt genoemd. Ze onderkent dat het lerarentekort verder is toegenomen, vooral in de grote steden. Ze is blij dat staatssecretaris Paul hen blijft steunen in de speciale aanpak van het lerarentekort binnen de G5-gemeenten. Daarbij wordt er tegelijkertijd ingezet op meerdere thema’s, zoals vermeld in de Lerarenagenda. Het probleem is niet zomaar opgelost, omdat er in de afgelopen decennia veel te weinig aandacht voor is geweest.
Ze bevestigt dat er binnen de Lerarenagenda specifiek wordt ingezet op scholen of wijken, waar de problemen het grootst zijn. Daarnaast zijn er solidariteitsafspraken tussen scholen, bijvoorbeeld als het gaat om het opleiden van leraren en zijinstromers. De VOORZITTER vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Het lid HAKIKI leest in de brief dat zeventien woningen met voorrang beschikbaar zijn gekomen voor leraren. Ze wil daar meer prioriteit aan geven. Wethouder MOORMAN meldt dat in de afgelopen tijd meer dan honderd woningen betreft. Het is wel moeilijker om een passend aanbod voor leraren te vinden in vergelijking met andere beroepsgroepen, bijvoorbeeld omdat het gaat om grotere woningen voor gezinnen. Dit blijft een aandachtspunt. De VOORZITTER stelt vast dat het punt voldoende besproken is. Het punt wordt doorgestuurd naar de raad van 18 en 19 september. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor zijn inbreng en sluit de vergadering.
13