CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240313 WV definitief verslag

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 13 maart 2024, gemeente Amsterdam7.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting

WV

Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering

Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Vergaderdatum Woensdag 13 maart 2024 van 09.00 tot 11.40 uur Verslag vastgesteld op: 10 april 2024

Voorzitter: lid Kabamba Portefeuillehouders: wethouders Van Dantzig en Scholtes Commissiegriffier: dhr. Van Loon Verslaglegging: mw. Vernooij (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Alberts (SP), Aslami (D66), Bilgin (FvD), Broersen (Volt), Emmerik (PvdD), Von Gerhardt (VVD), Lochtenberg (CDA), Minderhoud (PvdA), Molema (JA21), Van Renssen (GL) Afwezige commissieleden: lid Mangal (DENK) Afwezige portefeuillehouders: wethouder Pels Overige aanwezigen: dhr. Heeneman (commissieondersteuner)

Inhoudelijk 1.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat een avonddeel niet mogelijk is in verband met de commissie Stadsontwikkeling. Zij roept op om hier rekening te houden, zodat de hele agenda kan worden behandeld. Lid Mangal (DENK) heeft zich afgemeld. Wethouder Scholtes zal in verband met een buitenlandse dienstreis later aanschuiven. 1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat is voorgesteld om agendapunt 4 te hameren aangezien er geen aanmeldingen zijn voor bespreking. Lid Lochtenberg heeft voorgesteld om agendapunten 5 en 6 gevoegd te behandelen. De agenda wordt conform vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WV d.d. 7 februari 2024 Het verslag wordt vastgesteld.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

1.e. Termijnagenda per portefeuille Lid VON GERHARDT verwijst naar zijn eerdere vragen over toezeggingen over Riekerhaven voor november 2023 en vraagt wanneer deze gestand worden gedaan. In de vorige commissie heeft hij geïnformeerd naar de motie inzake dubbelglas bij monumentale panden en hij vraagt wanneer de wethouder hier een mededeling over kan doen. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat hij schriftelijk zal melden wanneer hij op beide zaken terugkomt. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft de volgende verzoeken ter agendering voor de vergadering van 10 april 2024 ontvangen: TKN-6 op verzoek van lid Ahmadi (LAV); TKN-7 op verzoek van lid Broersen (Volt). 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Geen. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijk deel 2.b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich geen insprekers aangemeld. 2.c. Actualiteiten Geen. 2.d. Rondvraag Lid BROERSEN heeft twee weken geleden in de raadsvergadering een vraag gesteld over appartementencomplex De Veste waarbij de lift al geruime tijd buiten werking is. Zij vraagt of er inmiddels al contact is geweest met De Alliantie en wanneer het probleem wordt geholpen. Wethouder VAN DANTZIG heeft dit uitgezet bij ambtenaren en er wordt aan gewerkt. Hij zal hier in de volgende commissie op terugkomen. Lid BROERSEN is blij dat de wethouder zich als gemeente gaat inzetten om het probleem op te lossen.

De volgende commissievergadering is over een maand en de mensen in het complex zitten al geruime tijd opgesloten. Zij vraagt of de wethouder wellicht eerder met een update kan komen.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Wethouder VAN DANTZIG zal zich ervoor inzetten om te proberen dat het probleem eerder wordt opgelost, maar hij zal er in de volgende vergadering op terugkomen. Hij hoopt binnen een week te komen met een tijdspad. Lid BILGIN heeft in het artikel in Het Parool waar lid Broersen naar heeft verwezen, gelezen dat De Alliantie heeft gesteld dat het probleem dit jaar wordt opgelost. Deze vage termijn vindt hij zorgelijk, omdat de mensen zich in een sociaal isolement bevinden. Wethouder VAN DANTZIG zal zich er vanzelfsprekend voor inzetten om het probleem zo snel mogelijk op te lossen. Bespreekpunten Monumenten en Erfgoed 3. Aanwijzing Sloterplas en zijn oevers tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht Nr. VN2023-026888 Agendapunt 3 wordt na agendapunten 5 en 6 besproken. De VOORZITTER deelt mee dat het om een raadsvoordracht gaat waarin de raad wordt gevraagd om de Sloterplas en zijn oevers aan te wijzen tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Bij de bespreking van dit onderwerp gaat het niet over de inpassing van de nieuwe Meervaart die wordt besproken in de commissies RO en FKD. Lid VAN RENSSEN denkt dat de aanwijzing van de Sloterplas tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht een goede uitbreiding is van de noordoever die al is aangewezen tot beschermd stadsgezicht. In het raadsbesluit zit geen duidelijk kaartje van welk gebied feitelijk wordt aangewezen.

Het verzoek is om de raadsvoordracht hierop aan te vullen. Hoe worden de beoogde ontwikkelingen van Osdorp fase 2 door het CRK en het college getoetst? Er schijnt een regeling te komen in het Omgevingsplan, is deze regeling al in ontwerp? Wanneer wordt het Omgevingsplan aan de raad voorgelegd? Lid ALBERTS vraagt welk stadsgezicht wordt beschermd. Er wordt nog van alles bij gebouwd en hiermee is het niet duidelijk om welk gebied het gaat. De “kleinschalige” ontwikkelingen zullen zorgvuldig worden getoetst en het is de vraag wat dit inhoudt. Lid BILGIN heeft tegen het voorstel gestemd in de stadsdeelcommissie. Lid VAN RENSSEN wijst erop dat vandaag de raadscommissie Wonen en Volkshuisvesting van de gemeenteraad plaatsvindt. Lid BILGIN vraagt zich af of GL geïnteresseerd is in wat in de stadsdelen gebeurt. Lid VAN RENSSEN denkt dat lid Bilgin en zij elkaar in een aantal opzichten kunnen vinden, zeker als het gaat om de belangen van inwoners van Nieuw-West, maar zij zou het vandaag willen hebben over de aanwijzing van beschermd stadsgezicht als bevoegdheid van de gemeenteraad. Lid BILGIN is in de gemeenteraad ook niet in principe tegen het voorstel. Wel kunnen nog allerlei uitzonderingen plaatsvinden en kan van alles worden gebouwd, zoals de Meervaart, maar hier zal hij in de andere commissies op terugkomen.

Lid VON GERHARDT begrijpt dat het vandaag niet gaat over de locatiekeuze van de nieuwe Meervaart, maar het gaat wel over de aanwijzing van beschermd stadsgezicht waarbij nadrukkelijk wordt aangegeven dat er aanpassingen zullen volgen als de nieuwe

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Meervaart wordt gebouwd. Dit maakt het ingewikkeld om hier niet over te spreken, omdat dit een grote invloed zal hebben op hoe het beschermd stadsgezicht eruit zal komen te zien. Hij meent dat zaken niet los van elkaar gezien kunnen worden. De VOORZITTER stelt dat het stemmen in de raadsvergadering zal plaatsvinden. In de commissie RO of in de commissie FKD kunnen fracties aangeven hoe zij hier tegenover staan. Lid VON GERHARDT zegt dat er vandaag niet gesproken hoeft te worden over de komst van de nieuwe Meervaart, maar of dit wel of niet gebeurt heeft invloed op het beschermd stadsgezicht. Over dit proces wil hij vragen kunnen stellen, omdat hij anders niet kan weten of hij voor of tegen beschermd stadsgezicht is. Het zou ook een mogelijkheid zijn dat wethouder Scholtes in de andere commissies aanwezig is om vragen te beantwoorden. De VOORZITTER wil voorkomen dat discussies die in de commissies RO en FKD gevoerd worden vandaag in de commissie WV plaatsvinden. Lid MOLEMA sluit zich aan bij lid Von Gerhardt, omdat zij dezelfde samenhang ziet. Wethouder SCHOLTES kan ingaan op het proces en hoe zaken volgordelijk in elkaar zitten en hier zal ook de nieuwe Meervaart een rol in hebben. Lid EMMERIK ziet dezelfde samenhang, maar hij zal hier voor nu niet op ingaan.

PvdD juicht de status van beschermd stadsgezicht toe, maar dit geldt niet voor het tegelijkertijd ondermijnen van de status hiervan door bepaalde oevers en stukken uit te sluiten waaronder delen van de hoofdgroenstructuur. Dit gaat volledig voorbij aan de langetermijndoelstellingen van de beschermde status. In dit gebied mocht recentelijk geen verlichting worden aangebracht vanwege de ecologische waarde. In de stukken staat dat de Sloterplas wordt gewaardeerd voor de oneindigheid als van een meanderende rivier onder volledig groene omzoming, om het natuurlijke karakter van de plas en om de bebouwing in de tweede linie. Voor de PvdD is bouwen in de Sloterplas onverenigbaar met het streven om van de Sloterplas een beschermd stadsgezicht te maken aangezien de bijzondere waarden in het geding komen. De wethouder wordt gevraagd om te reflecteren op hoe de uitzonderingen gerijmd kunnen worden met een beschermd stadsgezicht en of deze uitzonderingen niet leiden tot een degradatie van het instrument als beschermd stadsgezicht. Lid VAN RENSSEN heeft begrepen dat lid Emmerik stelt dat delen van de hoofdgroenstructuur zijn uitgesloten van het aanwijzen van beschermd stadsgezicht. Volgens het kaartje van bijlage 1 ligt het beschermd stadsgezicht volledig rondom het park.

Op welke gebieden doelt lid Emmerik? Lid EMMERIK bedoelt het gedeelte waarvoor een uitzondering wordt gemaakt in de westhoek. Lid VAN RENSSEN begrijpt dat PvdD ook benieuwd is naar wat nog mogelijk is qua ontwikkeling binnen beschermd stadsgezicht. Lid EMMERIK pleit ervoor dat de gehele Sloterplas als beschermd stadsgezicht wordt aangemerkt. Lid VAN RENSSEN denkt dat de hele Sloterplas, inclusief het gebied eromheen, wordt aangemerkt als beschermd stadsgezicht. De aanwijzing heeft alleen geen bevriezende werking.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Lid EMMERIK weet dat uitzonderingen mogelijk zijn, maar PvdD vindt het niet met elkaar te rijmen dat bepaalde delen in de Sloterplas die er hetzelfde uitzien in het ene geval beschermd worden en in het andere geval bebouwd worden. Lid MOLEMA is niet tegen het plan als er ruimte overblijft voor eventuele toekomstige woningbouw aan de oevers van het gebied. Kan de wethouder aangeven in hoeverre binnen een beschermde status nog ruimte is voor mogelijke woningbouw en als dit niet het geval is, waarom dan wel ruimte is voor het bouwen van de nieuwe Meervaart? JA21 is wel van mening dat de Sloterplas en het Sloterpark prachtige stukjes Amsterdam zijn en dat het zonde zou zijn om hier een megagroot theater te bouwen in tijden van grote crisis. Het geld hiervoor kan veel beter worden geïnvesteerd in projecten waar de Amsterdammer daadwerkelijk iets aan heeft, bijvoorbeeld woningen. Kan de wethouder de stand van zaken met betrekking tot de bouw van de nieuwe Meervaart delen? Kan dit prestigeproject nog doorgang vinden als de Sloterplas en de oevers beschermd stadsgezicht krijgen en zo ja, hoe heilig is het groen voor de wethouder en hoe consequent zijn de keuzes die het college maakt? Lid MINDERHOUD heeft begrepen dat het vandaag niet over de Meervaart zou gaan en vervolgens hoort hij de Meervaart en termen als prestigeproject langs komen.

Wat de PvdA betreft, gaat het niet om een prestigeproject. Er wordt geïnvesteerd in een theater dat Nieuw-West hard nodig heeft op een prachtige plek. Vandaag wordt het beschermd stadsgezicht aangewezen. De VOORZITTER wijst ook lid Minderhoud erop dat de nieuwe Meervaart vandaag niet aan de orde is. Lid ALBERTS stelt dat het college erover is begonnen. De VOORZITTER zegt dat de wethouder heeft aangegeven dat hij als lid van het college kan ingaan op de “haakjes”, maar het is niet de bedoeling dat de nieuwe Meervaart het hoofdonderwerp is bij agendapunt 3. Lid BROERSEN zegt dat Volt er ook voor pleit dat de hele Sloterplas beschermd stadsgezicht wordt en niet alleen de noordoever. In de aanvraag van Bond Heemschut staat dat het gaat om het spectaculaire uitzicht en dat het belangrijk is dat de oevers deels open en onbebouwd blijven en dat geen bouwwerken in of op het water worden aangelegd. Lid Broersen vraagt zich af hoe Bond Heemschut staat tegenover de uitzondering van een groot gebouw in het water. Verder sluit zij zich aan bij de vragen van SP en PvdD. Lid ASLAMI wijst erop dat door het toekennen van de status beschermd stadsgezicht de historische en culturele waarde van het gebied wordt erkend, maar ook de identiteit van het gebied onder de aandacht wordt gebracht.

Lid VON GERHARDT vraagt welke punten voor lid Aslami maken dat het gebied als beschermd stadsgezicht moet worden aangewezen. Lid ASLAMI verwijst hiervoor naar de stukken. Lid VON GERHARDT doelt niet op rapporten, maar hij vraagt wat het gebied zo mooi maakt dat het moet worden beschermd. Lid ASLAMI stelt dat mooi wat hem betreft niet aan de orde is, omdat dit een kwestie van smaak is. Het gaat om de natuurlijke schoonheid die de Sloterplas heeft in het ontwerp en de recreatieve doeleinden die worden gediend. Daarnaast heeft het park ook een belangrijke stedenbouwkundige rol en markeert ook een tijdperk van de ruimtelijke compositie van de Westelijke Tuinsteden. Het gaat ook over de contouren van de oude uitgegraven Sloterdijkermeerpolder waarmee het ook een historisch en maatschappelijk belang heeft.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Lid VON GERHARDT vraagt hoe D66 dit rijmt met een gigantisch gebouw in het water. Lid ASLAMI heeft het gevoel dat lid Von Gerhardt langzaam opschuift richting het debat van het onderwerp dat vandaag niet voorligt. Hij begrijpt de vraag overigens wel. Lid EMMERIK wijst op het originele ontwerp van de Sloterplas dat door de uitzondering enorm wordt aangetast. Architect Van Eesteren wilde juist een weidse open plas en met de uitzondering wordt dit enorm aangetast. Lid ASLAMI hoort in deze vraag wat hij ook vaker heeft gehoord: een roep om duidelijkheid over de implicatie van het aanwijzen van dit gebied tot beschermd stadsgezicht ten aanzien van alle ontwikkelingen die worden beoogd en ook hij is benieuwd naar deze implicatie. Het is belangrijk dat de verwachtingen richting alle belanghebbenden helder zijn. Lid VON GERHARDT leest op de gemeentelijke website dat beschermde stads- en dorpsgezichten gebieden zijn met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. De bescherming is bedoeld om deze identiteit te behouden en in te zetten bij ontwikkelingen.

In de voordracht staat dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit op 5 juli 2021 heeft geadviseerd om het gebied aan te wijzen als gemeentelijk beschermd gezicht vanwege de uitgesproken stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde als een zo natuurlijk mogelijke ontwerpplas met parken en drager van de hele ruimtelijke compositie van de Westelijke Tuinsteden. Als iets zo natuurlijk mogelijk is ontwerpen, is de vraag hoe dit rijmt met het bouwen in de plas van iets dat niet natuurlijk is. Lid ASLAMI vraagt wat de positie van de VVD is als het gaat om ontwikkeling en ontwikkelen in beschermd stadsgebied. Mag er als het eenmaal beschermd stadsgebied is nooit meer iets veranderen? Lid VON GERHARDT stelt dat er verschillende soorten beschermd stadsgezicht zijn. Het gaat nu om een plas die met haar oevers als beschermd stadsgezicht wordt aangewezen. Hiermee wordt gekozen voor het beschermen van het mooie groen dat de stad nog heeft. Bij beschermd stadsgezicht in een gebouwde omgeving moet wel rekening worden gehouden met een veranderende tijd, maar hier gaat het om een plas en het groen naast de plas dat beschermd wordt omdat het zo natuurlijk is ontworpen. Lid VAN RENSSEN zegt dat er heel veel beschermde stads- en dorpsgezichten zijn in Amsterdam, ook in Zuid.

Vindt de VVD dat ook hier geen ontwikkelingen meer moeten plaatsvinden? Lid VON GERHARDT heeft er zojuist op gewezen dat er verschillende soorten stadsgezichten zijn. Het gaat erom of iets past binnen het beschermde stadsgebied, bij de uitstraling ervan. Als het hierbinnen past, vindt VVD dat hier soms te streng mee omgegaan wordt. Hier wordt een plas met oevers aangewezen als beschermd stadsgezicht om dit zo natuurlijk mogelijk te laten zijn en dit rijmt niet met het feit om er een groot gebouw in te zetten. Lid VAN RENSSEN heeft gevraagd of bijvoorbeeld aan de Van Eeghenstraat en in de Museumpleinbuurt geen ontwikkelingen meer mogen plaatsvinden, omdat het beschermd stadsgezicht is. Lid VON GERHARDT is niet tegen honderd procent geen ontwikkeling. Hij denkt ook dat er best meer bomen bij de Sloterplas mogen komen. Het moet in lijn zijn met hetgeen wat wordt beschermd.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Lid VAN RENSSEN concludeert dat de vraag die andere fracties ook hebben gesteld, namelijk wat het verschil is tussen ontwikkelen en behouden na aanwijzing van beschermd stadsgezicht, niet is beantwoord. Lid VON GERHARDT stelt dat iets wordt beschermd om het vervolgens direct teniet te doen. Hier zet hij zijn vraagtekens bij en hij heeft het gevoel dat bewoners van NieuwWest hierdoor een beetje gerustgesteld moeten worden. VVD vindt dat dit gebied in zijn volledigheid moet worden beschermd en geen uitzondering moet worden toegepast nog voordat de bescherming wordt ingesteld. Lid ASLAMI vindt dat de VVD een kwalijke voorstelling van zaken geeft. Het gaat vandaag over het aanwijzen van een gebied tot beschermd stadsgebied. Vervolgens wordt in discussie gegaan over of ontwikkelingen passend zijn. Het is vooringenomen om er bij voorbaat vanuit te gaan dat iets wordt gedaan wat niet past binnen de kaders die horen bij een beschermd stadsgezicht. Lid VON GERHARDT meent dat de raadsvoordracht zelf vooringenomen is waarin staat “er zal immers ook ruimte moeten blijven voor de bouw van de nieuwe Meervaart”. Lid ASLAMI merkt op dat commissiebreed vragen zijn over wat de consequenties zijn van het aanwijzen van een beschermd stadsgezicht en de mogelijke implicaties voor een toekomstige ontwikkeling in dat gebied.

Lid VON GERHARDT is blij dat D66 ook de oevers en de plas volledig wil beschermen. Hij ziet uit naar de commissies RO en FKD waar hij hoopt dat D66 samen met VVD wil strijden om de oevers onbebouwd te laten. Lid BILGIN complimenteert de VVD die als enige fractie heeft gezien dat er een stadsdeelcommissie-advies is bijgevoegd en dat lid Von Gerhardt ook de informatie over de flora en fauna heeft gelezen. Wethouder SCHOLTES licht toe dat het instrument tot het aanwijzen van beschermd stadsgezicht niet is bedoeld om alle ontwikkelingen helemaal stop te zetten. Het is wel bedoeld om met een grotere zorgvuldigheid te bekijken of eventuele toekomstige ontwikkelingen binnen het beschermd stadsgezicht passen. In Amsterdam Noord is een rijksbeschermd stadsgezicht en heeft een discussie plaatsgevonden over of de Hollandse Iepbrug erbinnen paste en hier heeft destijds de CRK, nu de COK, gekeken naar het ontwerp, heeft het getoetst en uiteindelijk heeft de commissie positief geadviseerd en is de brug gerealiseerd. Een meer recreatief karakter vereist ook aanpassingen in de vorm van aanleg van steigers en oevers en ook hier zal de commissie toetsen of het ontwerp past. Als wordt besloten tot aanwijzing van beschermd stadsgezicht volgt hierop de regeling in het Omgevingsplan en zal de commissie bij alle aanpassingen toetsen of het ontwerp past binnen het beschermd stadsgezicht.

Vanuit de commissie Omgevingskwaliteit is er een aparte commissie kwaliteitsteam bestaande uit een landschapsarchitect, een cultuurhistoricus, een stedenbouwkundige en een architect om bij de nieuwe Meervaart te kijken naar de locatie. Uit het advies blijkt dat de locatie wordt gesteund en dat de lange zichtlijnen in stand worden gehouden. Als het ontwerp van de nieuwe Meervaart gereed is, zal het kwaliteitsteam dit ook toetsen. Het gaat om een groot gebied dat wordt voorgesteld om aan te wijzen als beschermd stadsgezicht. In de raadsvoordracht staat inderdaad niet duidelijk om welke gebieden het gaat. Het college zal met de griffie overleggen hoe deze kan worden teruggenomen en kan worden verduidelijkt. Lid MOLEMA vraagt of de beschermde status bij akkoord van de raad zal ingaan voor of na de bouw van de nieuwe Meervaart.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Wethouder SCHOLTES zegt dat de aanwijzing geldt vanaf het moment dat deze wordt gedaan. De commissie Omgevingskwaliteit heeft in 2021 gesteld dat aanwijzing nadrukkelijk niet leidt tot bevriezing van de bestaande situatie. Het college heeft gewezen op aanpassingen die nodig zijn voor het recreatieve karakter. De commissie zal beoordelen of deze aanpassingen passen. Toetsing vindt, net als bij andere stadsgezichten, plaats over vergunningplichtige ingrepen. Lid EMMERIK vraagt of een ecoloog deel uitmaakt van de commissie en zo niet, of deze toegevoegd kan worden. Wethouder SCHOLTES heeft zojuist gemeld wie er deel van de commissie uitmaken. Het betreft inpassing binnen het beschermd stadsgezicht en deze discussie staat los van ecologie en groen. Lid EMMERIK vindt het belangrijk dat er ook een ecoloog bij betrokken is en de PvdD brengt deze suggestie in. Wethouder SCHOLTES verwijst naar de commissie RO waarin dit kan worden besproken. Lid VON GERHARDT vraagt of voorafgaand aan de aanwijzing van beschermd stadsgezicht al met de commissie Omgevingskwaliteit is gesproken in relatie tot het bouwen van de nieuwe Meervaart. Wethouder SCHOLTES verwijst naar de stukken waar een advies van de commissie bij zit, specifiek over de locatie van de nieuwe Meervaart.

Lid LOCHTENBERG leest in het rapport van de CRK dat een aanbeveling wordt gedaan om de waterloop die aansluit op de Sloterplas mee te nemen in de beschermde status. Komt dit tot uitdrukking in het toegezegde kaartje? Wethouder SCHOLTES weet niet precies op welk onderdeel van het advies lid Lochtenberg doelt. Uit het kaartje zal blijken wat wordt voorgesteld om aan te wijzen. Lid LOCHTENBERG vraagt of het college de aanbeveling van het CRK overneemt. Wethouder SCHOLTES stelt dat lid Lochtenberg één zin uit het advies citeert. Hij weet dit niet uit zijn hoofd en zal hier op terugkomen. De regeling voor het Omgevingsplan is er nog niet. Een wijziging Omgevingsplan kan per acht maanden worden doorgevoerd, afhankelijk van de capaciteit. Lid ASLAMI vraagt of in het tijdsbestek tot de volgende wijziging niets gaat gebeuren, omdat dit nog niet is ingepast in de Omgevingswet. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de ontwerpregeling wel wat tijd zal kosten, maar er zijn al waarden geformuleerd en er zijn toetsmomenten vanuit de commissie Omgevingskwaliteit en of het kwaliteitsteam specifiek voor de Meervaart. Lid EMMERIK begrijpt dat het gebied binnenkort wordt aangewezen tot beschermd stadsgezicht en hij blijft het vreemd vinden dat er toch gebouwd kan worden. PvdD wil weten wat de bescherming precies inhoudt en hiervoor zal hij met een motie komen.

Wethouder SCHOLTES herhaalt dat een beschermende werking niet betekent dat er geen enkele ontwikkeling meer mogelijk is. Het geeft meer zwaarte, meer zorgvuldigheid aan advisering en bij de toetsing van de cultuurhistorische waarde.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Lid EMMERIK vraagt of in een later stadium nog meer bebouwing in de Sloterplas kan worden gerealiseerd. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat per ontwikkeling wordt bekeken in hoeverre deze passend is binnen het gebied. Tweede termijn Lid VON GERHARDT zegt dat het advies van 2021 dateert toen de situatie heel anders was. Hij vraagt of concreet is gesproken met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit over of de nieuwe Meervaart past voordat het besluit aan de raad is voorgelegd. Hij ontvangt graag een update van dit advies. Lid ASLAMI memoreert dat de wethouder heeft aangegeven dat iedere ontwikkeling in een beschermd stadsgezicht getoetst moet worden. Is dit duidelijk voor lid Von Gerhardt? Lid VON GERHARDT weet dat achteraf kan worden getoetst, maar zijn vraag is of van tevoren met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is gesproken over wat het precies betekent. Dit is belangrijk omdat hij een zorgvuldig overwogen beslissing wil maken over wat het aanwijzen van een beschermd stadsgezicht betekent, ook in relatie tot de ontwikkelingen die er nog komen. Lid ASLAMI wijst erop dat uit de stukken blijkt dat de commissie zelfs een duiding heeft meegegeven dat op het moment dat de nieuwe Meervaart er moet komen, waar deze precies moet liggen en welke van de voorliggende opties het beste passen bij het voornemen om het gebied te behouden als beschermd stadsgezicht.

Lid MINDERHOUD verwijst naar het advies van 2022 waarin staat “het kwaliteitsteam ondersteunt om die reden de hoeklocatie bij de Cornelis Lelylaan en adviseert deze plek als enige optie in de bestuurlijke besluitvorming en het maatschappelijk debat te brengen.” De VOORZITTER stelt dat een stuk voor de commissie RO daar zal worden besproken. Lid MINDERHOUD stelt voor om het stuk bij de raadsvoordracht van de aanwijzing van het beschermd stadsgezicht toe te voegen aan het debat. Lid BROERSEN begrijpt dat beschermd stadsgezicht niet betekent dat er geen aanpassingen gedaan kunnen worden. Een van de waarden is dat de bebouwing rond de plas ver in de tweede linie is ontworpen waardoor de continuïteit van het groengebied met de plas zijn verstilde en natuurlijke karakter behoudt. Dit betekent dat de plas een rustige oase is en het bouwen van huizen en gebouwen te dicht bij de oever van de plas het vredige en natuurlijke gevoel van het meer verstoren. Als nu al een uitzondering voor een groot gebouw in de plas wordt gemaakt, is dit vreemd. Het wordt juist beschermd stadsgezicht, omdat er geen gebouwen bij staan en het zou meer voor de hand liggen dat het een aanpassing is waarover later wordt gesproken en die misschien afgewezen zou kunnen worden vanwege het beschermde stadsgezicht. Lid MINDERHOUD denkt dat het niet om een uitzondering gaat.

Er wordt een beschermd stadsgezicht aangewezen om vervolgens te toetsen of iets past. Lid BROERSEN leest in de voordracht dat het wordt vastgesteld als beschermd stadsgezicht met inpassing van natuurlijk de in de toekomst te bouwen nieuwe Meervaart. Dit betekent volgens haar dat vooraf al een uitzondering wordt gemaakt.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Lid ASLAMI heeft van de wethouder gehoord dat er een kwaliteitsteam is geweest dat heeft kunnen toetsen en beoordelen aan de hand van alle checks en balances in hoeverre een eventuele inpassing voldoet aan de vereisten rondom een beschermd stadsgezicht. Erkent lid Broersen dit en heeft zij vertrouwen in het kwaliteitsteam dat dit toetst? Lid BROERSEN begrijpt dat er een groot onderzoek is gedaan en weet wat de uitkomst hiervan was. Bij de aanvraag van beschermd stadsgezicht staat er echter heel duidelijk dat het beschermd stadsgezicht wordt door de rust, door de natuurlijke oase, door het feit dat er geen bebouwing is. Het lijkt erop alsof de adviezen langs elkaar zijn gegaan, omdat de aanvraag van het beschermd stadsgebied niet rijmt met de inpassing van het gebouw. Lid ASLAMI deelt de zorgen van lid Broersen, maar hij hoort haar toch zeggen dat het aanwijzen van een beschermd stadsgebied betekent dat er niets mag gebeuren op die locatie en dat is niet het geval. Lid BROERSEN heeft eerder gezegd dat kleine aanpassingen mogelijk zijn en dat zij begrijpt dat met meer zorgvuldigheid wordt gekeken naar aanpassingen die worden gedaan, maar als van tevoren bij de aanvraag van beschermd stadsgezicht de uitzondering al wordt ingetekend, bevreemdt dit haar. Lid ALBERTS heeft de wethouder horen zegen dat de Bond Heemschut heel blij was met het aanwijzen van het beschermd stadsgezicht.

In dit geval is zij benieuwd of de Bond Heemschut ook blij is met het feit dat een aantal zaken wordt opgenomen in het beschermd stadsgezicht, waaronder de “grote olifant”. De wethouder neemt de voordracht terug, kan hij aangeven wat aan de voordracht wordt gewijzigd? Het vertrouwen in de COK en CRK is erg groot en de ervaring van mevrouw Alberts is dat de commissie plooibaar is als het college iets wil en zij heeft eerder gezien dat het concept heel anders was dan het definitieve ontwerp. Als blijkt dat de “grote olifant” niet past, wordt dan gezocht naar een andere locatie? Wethouder SCHOLTES heeft in zijn herinnering niets gezegd over de Bond Heemschut. Hij weet niet of deze blij is. Het betreft een enorm gebied en hij merkt dat de discussie zich toch weer toespitst op een specifiek onderdeel. Hij heeft wel vertrouwen in de commissie Omgevingskwaliteit die zeer zorgvuldig en deskundig haar werk doet. Hetzelfde geldt voor het kwaliteitsteam dat specifiek voor de nieuwe Meervaart is ingesteld. In november 2022 heeft dit team gekeken naar de locatie als ware het al een beschermd stadsgezicht en is aangegeven dat een aantal locaties niet geschikt is. De aanbeveling over de waterloop is niet overgenomen. In de voordracht zal het gebied worden verduidelijkt, waarschijnlijk in de vorm van een kaartje.

Lid MINDERHOUD verzoekt om de bijlage over de ruimtelijke inpassing van het theater in relatie tot het beschermd stadsgezicht toe te voegen aan de commissie RO. Wethouder SCHOLTES zal in overleg met de griffie bekijken in hoeverre dit mogelijk is. Lid LOCHTENBERG verzoekt om in de verduidelijking van de voordracht de aanbeveling over de waterloop mee te nemen. Wethouder SCHOLTES adviseert lid Lochtenberg om een amendement in te dienen als hij wil dat deze wordt meegenomen. Lid LOCHTENBERG vraagt of de wethouder de overwegingen kan delen waarom de aanbeveling over de waterloop niet wordt overgenomen.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Wethouder SCHOLTES zal hier schriftelijk op terugkomen voordat het in de raad wordt behandeld. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het gereed is voor behandeling in de raad waar het naar verwachting om een lange behandeling zal gaan. De VOORZITTER schorst de vergadering voor een korte pauze. Volkshuisvesting 4. Technische wijzigingsverordening Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 Nr. VN2024-000905 Agendapunt 4 wordt gehamerd. 5. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de Beleidsregel Eigenaarsverantwoordelijkheid Woonfraude Amsterdam Nr. VN2024-001425 6. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de Beleidsregel boetes Goed verhuurderschap Nr. VN2024-001424 Agendapunten 5 en 6 worden gevoegd behandeld als eerste bespreekpunten. De VOORZITTER deelt mee dat het college de raad middels de brief (agendapunt 5) informeert over de beleidsregels Eigenaarsverantwoordelijkheid waarbij de zorgplicht van eigenaars/verhuurders wordt geconcretiseerd. In de brief van agendapunt 6 licht het college toe hoe het handhavings- en boetebeleid is geregeld ten aanzien van de Wet goed verhuurderschap. Op verzoek van lid Lochtenberg (CDA) zijn de adviezen van de Raad van State en van de Autoriteit Persoonsgegevens op het concept wetsontwerp goed verhuurderschap aan de stukken toegevoegd.

Lid LOCHTENBERG stelt dat CDA het voorstel om verhuurders die meer dan twee woningen verhuren en voor de tweede keer in de fout gaan, te gaan shamen geen goed idee vindt en hij verzoekt het college om te onderzoeken of dit überhaupt nodig is en als dit zo is, om een duidelijke werkinstructie te maken voor ambtenaren. Lid BROERSEN wijst erop dat het op dit moment in Amsterdam vaak gebeurt dat verhuurders de fout in gaan en zij denkt dat het belangrijk is voor huurders om te weten wie betrouwbare verhuurders zijn. Veel verhuurders verdienen enorm veel geld en een boete is niet altijd een probleem. Lid LOCHTENBERG vindt het ook heel belangrijk dat er betrouwbare verhuurders zijn. Het college heeft er alle middelen voor om ervoor te zorgen dat deze er zijn. Change= wordt met naam genoemd in de krant als slechte verhuurder, maar verhuurt nog steeds woningen. Naming en shaming blijkt niet per se een goede methode bij woningnood. Ingeval van discriminatie dat als voorbeeld werd genoemd door lid Broersen zou eigenlijk aangifte gedaan moeten worden, maar ingeval een verhuurder schuldig wordt bevonden, mag dit niet worden gepubliceerd op de website op de gemeente. Het zou goed zijn om een protocol te ontwikkelen, zodat ambtenaren een goede afweging kunnen maken.

Lid VAN RENSSEN meent dat alle instrumenten die de overheid kan inzetten om bewoners te beschermen, kan helpen dus ook een zwarte lijst van verhuurders die het zich niet aan de Wet goed verhuurderschap houden. Schaart lid Lochtenberg zich achter huisjesmelders?

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Lid LOCHTENBERG stelt dat het erom gaat hoe de Wet goed verhuurderschap wordt toegepast. Deze laat veel ruimte voor invulling door het college en het is goed als de raad weet hoe de kaders worden ingevuld. Lid VAN RENSSEN is blij met de beleidsregel voor bestuurlijke boetes, omdat juist in Amsterdam veel misstanden plaatsvinden. De vraag is wanneer deze concreet wordt gehandhaafd. Wordt duidelijk gecommuniceerd over de boetes, zodat elke verhuurder op de hoogte is van het beleid? Lid ASLAMI sluit zich aan bij lid Van Renssen. De Wet goed verhuurderschap is van de CDA-minister De Jonge wat lid Lochtenberg zou moeten aanspreken. Hij hoopt dat escalatieladder duidelijk wordt gecommuniceerd en wordt toegepast. Handhaving valt en staat met het proces van melden en het opvolgen hiervan. De Wet verhuurderschap kan aan het gebrek van onderhoud van een of twee woningen consequenties verbinden aan de hele portefeuille van de verhuurder. Houdt dit in dat eventueel consequenties verbonden kunnen worden aan meerdere woningen of zelfs de hele portefeuille van een overtreder? Wethouder VAN DANTZIG complimenteert minister De Jonge met de aandacht voor naming en shaming van slechte verhuurders. Huurders zijn in deze woningmarkt een kwetsbare groep. Vanzelfsprekend moet dit zorgvuldig gebeuren en hier gaat een goede escalatieladder aan vooraf die wordt gecommuniceerd aan de verhuurders.

Zij worden eerst aangeschreven, daarna volgt een last onder dwangsom en uiteindelijk komen ze online, omdat ze zich net als andere ondernemers gewoon aan de regels moeten houden. De protocollen zullen zorgvuldig zijn, maar bij handhaving is het belangrijk om deze niet te delen. Er zal nog een communicatiecampagne komen. De Wet verhuurderschap gaat niet over onderhoud, dit zit in de verhuurvergunningen en loopt via de Woningwet. Overtreding van de Wet verhuurderschap heeft gevolgen voor de hele portefeuille van de verhuurder. Lid VON GERHARDT vraagt of de informatiecampagne over de hele wet gaat of specifiek over de lijst hoe mensen slechte verhuurders kunnen opzoeken. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat een communicatiecampagne meer omvat dan alleen een website. Er zal worden gecommuniceerd naar verhuurders via bestaande gremia en onderzocht wordt hoe huurders het best bereikt kunnen worden. Lid LOCHTENBERG vraagt of het college overweegt om het protocol voor te leggen aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Wethouder VAN DANTZIG antwoordt dat protocollen die binnen data security vallen, worden gedeeld. Lid LOCHTENBERG herhaalt zijn vraag of een protocol getoetst wordt bij de Autoriteit Persoonsgegevens om procedures door huisjesmelkers te voorkomen.

Wethouder VAN DANTZIG licht toe dat er interne protocollen zijn die duidelijk maken wanneer iets aan de Autoriteit Persoonsgegevens wordt voorgelegd. Lid ALBERTS is benieuwd naar het antwoord op de vraag van lid Van Renssen over het tijdspad. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat al wordt gehandhaafd. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 7.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Kennisnemen van raadsinformatiebrief over de opkoopbescherming en afhandeling toezegging tussentijdse evaluatie, motie 171.22 verhogen grens koopprijs, motie 122.22 monitoren complexgewijze verhuur en keep-to-let Nr. VN2024-001423 De VOORZITTER deelt mee dat het college de raad informeert over de resultaten van meerdere onderzoeken met betrekking tot de opkoopbescherming die vanwege twee moties en een toezegging zijn uitgevoerd, in vervolg op de raadsinformatiebrief van 1 november 2022 over de afdoening van de moties en de toezegging. Lid VAN RENSSEN concludeert dat de monitor, die over de resultaten van de opkoopbescherming van 2022 gaat, laat zien dat de maatregel deels succesvol is geweest. Komt er ook een monitor over 2023 en zo ja, wanneer? De motie over de verhoging van de grens voor beschermen tegen opkoping voor verhuur roept op tot 80% van de woningen. Op dit moment is de grens € 631.000. In de afdoening wordt gezegd dat dit wordt meegenomen in de evaluatie na drie jaar. Betekent dit dat na 1 april 2025 wordt geëvalueerd en mogelijk aangepast? Het college heeft in 2022 gesteld ook het keep to let te willen aanpakken, maar ziet nu onvoldoende reden om hiervoor bij het Rijk te lobbyen en wil eerst andere maatregelen van het Rijk afwachten.

Lid Van Renssen roept op om juist te laten zien hoe in Amsterdam de gevolgen van de huidige woningmarkt direct neerslaan en dat de wooncrisis nog steeds een dagelijkse praktijk is die zich nog altijd verdiept. Lid ALBERTS ziet ook dat de opkoopbescherming werkt. Door elke vier jaar een andere woning te kopen en de achtergelaten woning te verhuren, duurt het even maar op deze manier kan wel een portefeuille worden opgebouwd. Ook lid Alberts roept op om te blijven lobbyen. Wethouder VAN DANTZIG denkt dat het wel heel ingewikkeld wordt om op deze manier een portefeuille op te bouwen. Over vier jaar wordt geëvalueerd en de monitor uit 2022 was een tussenmonitor om te bekijken wat de veranderingen waren. Hij stelt voor om af te wachten wat in de Kamer wordt besloten over de Wet betaalbare huur en de effecten hiervan. Buy to let is op dit moment breed onaantrekkelijk. Keep to let is nog steeds mogelijk, maar neemt niet exorbitant toe. Op dit moment heeft het college ook niet de juiste data om de lobby te voeren. Lid VAN RENSSEN heeft in de stukken gelezen dat drie jaar na invoering wordt geëvalueerd. Graag zou zij deze zien voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Zij hoopt dat de evaluatie snel na 1 april 2025 wordt gedaan. Wethouder VAN DANTZIG wil aansluiten bij de landelijke evaluatie. Hij zal dit aan collega Pels voorleggen.

Lid ALBERTS erkent dat een lobby goed moet worden onderbouwd, maar benadrukt dat de lobby moet doorgaan. Wethouder VAN DANTZIG zal er bij Public Affairs op aandringen om het goed te volgen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 8. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van motie 537.22 van de leden Van Renssen (GroenLinks), Namane (PvdA) en Bentoumya (GroenLinks) over onderzoek verbodswijken vakantieverhuur Nr. VN2024-001426 Lid VAN RENSSEN gaat in op de motie uit 2021 die vroeg om het zo spoedig mogelijk uitwerken van de escalatieladder. Bij de afdoening van de motie geeft het college

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

aan dat nog wordt gewacht op data en op de resultaten Wonen in Amsterdam (wanneer komen deze?). Lid Van Renssen hoopt dat de motie zo snel mogelijk wordt uitgewerkt en dat deze tot die tijd niet is afgedaan. Lid ALBERTS sluit zich hierbij aan. Wethouder VAN DANTZIG denkt dat door allerlei maatregelen sinds 2017 de aantallen van vakantieverhuur zijn afgenomen en de handhaafbaarheid tegelijkertijd is toegenomen. De factsheet leefbaarheid staat ter kennisname op de agenda van vandaag en de cijfers over de woningmarkt verschijnen in het tweede kwartaal 2024. Inmiddels is O&S gestart met de statistische onderbouwing van de escalatieladder en de verwachting is dat deze ook in het tweede kwartaal gereed zal zijn. Hierna wordt de beleidsmatige afweging gemaakt en aan het eind van het jaar wordt deze aan de raad aangeboden. Hij zal de hartenkreet van de commissie doorgeven aan wethouder Pels en vragen of het proces na aanlevering van de data versneld kan worden. Lid VAN RENSSEN zal nauwlettend volgen wat de uitwerking van de escalatieladder is en zij hoopt dat deze feitelijk in het derde kwartaal kan worden vastgesteld. Wethouder VAN DANTZIG zal dit doorgeven. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Woningbouw 9. Kennisnemen van de Jaarrapportage Woningbouw 2023 Nr.

VN2024-000393 Lid VAN RENSSEN concludeert dat gebiedsgericht wordt bekeken wat nodig is om toe te voegen aan een gebied. Hiervoor worden specifieke gebiedsprofielen opgesteld. GL en PvdA hebben een motie ingediend die vraagt om meer inzicht in de verschillende typen woningen voor de verschillende doelgroepen en de groei en afname van type woningen per onderwerp. Worden deze data ook betrokken bij de gebiedsprofielen? Wanneer wordt de uitwerking van deze motie verwacht? Lid MOLEMA memoreert dat het de ambitie van het college was om jaarlijks 7500 woningen in aanbouw te nemen, maar in 2023 waren dit er slechts 5200 waarvan 314 in het middensegment, 6% van het totaal. De beoogde 3000 woningen in het middensegement worden bij lange na niet gehaald. Voor betaalbare koopwoningen geldt dat dit er 45 waren op een woningvoorraad van 5200, nog geen 1%. Lid Molema hoort graag van de wethouder hoe hij ervoor gaat zorgen dat de gestelde ambities met betrekking tot het middensegment in 2024 wel worden gehaald. Lid MINDERHOUD vraagt welke voorstellen JA21 heeft om middenhuur uit het slop te trekken. Lid MOLEMA brengt in herinnering dat JA21 eerder heeft gevraagd om te onderzoeken of de woonverdeling 40-40-20 eventueel aangepast zou kunnen worden. Lid MINDERHOUD vraagt aan welke knoppen hiervoor gedraaid kan worden.

Lid MOLEMA ziet in transformatiegebieden dat dit effecten zou kunnen hebben en JA21 zou graag onderzocht willen zien wat het eventueel voor het geheel zou betekenen als een andere woonverdeling zou worden toegepast.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Definitief Raadscommissieverslag, 13 maart 2024

WV

Lid MINDERHOUD is benieuwd hoe door aanpassing van de verdeling beter tegemoet kan worden gekomen aan de opgave waar de stad voor staat. Naar welke verdeling is JA21 op zoek? Lid MOLEMA zou graag zien dat dit wordt onderzocht. Er zijn veel onzekere factoren en knoppen waaraan gedraaid kan worden, zijn onder andere de verdeling. Wellicht laat dit wel een verbetering zien. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat de verdeling 40-40-20 een leidraad is om het absorptievermogen van de stad op peil te houden wat betreft de toetreding van nieuwe inwoners van de stad en om de stad gemengd te houden. De vrije sectorwoningen worden gebouwd om het betaalbare segment van de grond te krijgen. Als bijvoorbeeld 70% vrije sector zou worden gebouwd en 30% middenhuur, is het resultaat dat 70% volatiel is, maar voor de 30% zal moeizaam een afnemer te vinden zijn. De meeste ontwikkelaars verkopen de woningen aan een belegger die 10% overdrachtsbelasting moet betalen. Voor het verkopen aan corporaties speelt het probleem dat deze niet geborgd mogen lenen voor middenhuur. Omdat de Wet betaalbare verhuur zo lang boven de markt blijft hangen, wachten veel beleggers om in te stappen voordat de regels duidelijk zijn. Een lichtpuntje is dat ABP heeft aangekondigd om fors te investeren in de woningportefeuille voor de eigen beroepsgroep.

Het college komt binnenkort met een afwijkingsverzoek voor veel meer middenhuur. Waar kansen zijn, worden projecten aangepast. Meer betaalbare middeldure huurwoningen realiseren door de percentages te verhogen, werkt niet. Lid LOCHTENBERG memoreert dat de wethouder nog een technische sessie heeft toegezegd op het onderwerp dat hij zojuist heeft uitgelegd. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat deze was georganiseerd, maar niemand zich ervoor had aangemeld. Lid MOLEMA vraagt hoe de wethouder anticipeert op het uitblijven van structurele bijdragen van het Rijk. Is er een plan B? Wethouder VAN DANTZIG gaat er op dit moment vanuit dat er geld komt vanuit het Rijk voor betaalbare woningen. Als dit er niet komt, wordt doorgeschakeld naar andere plannen. Lid MOLEMA concludeert dat er dus in 2025 betere resultaten zullen zijn. Wethouder VAN DANTZIG zal hier geen politieke uitspraak over doen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen en sluit de openbare commissievergadering om 11.40 uur. De volgende vergadering is op woensdag 10 april 2024.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14054081/1