CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240214 SED definitief verslag

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 14 februari 2024, gemeente Amsterdam10.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Raadscommissieverslag, 14 februari 2024

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering

Openbare vergadering van de raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Vergaderdatum Woensdag 14 februari van 13.30 tot 17.00 uur in de commissiezaal Verslag vastgesteld op: 20 maart 2024 voorzitter: de heer Von Gerhardt Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink, wethouder Mbarki Commissiegriffier: mevrouw Vos Verslaglegging: mevrouw Van de Belt Aanwezige commissieleden: Ahmadi (LAV), Alberts (SP), Aslami (D66), Badal (CDA), Belkasmi (PvdA), Broersen (VOLT), Krom (Partij voor de Dieren), Namane (PvdA), Nijssen (VVD), Olivieira (lijst Kabamba), Perdok (LAV), Schmit (D66), Van Schijndel (FvD), Yacoubi (DENK), Yemane (GroenLinks) en IJmker (GroenLinks) Afwezige commissieleden: de leden Bentoumya (GroenLinks), Bilgin (FvD), Van Haarlem (FvD), Havelaar (CDA), Hoogtanders (VVD), Hylkema (VVD), Kabamba (Lijst Kabamba), Keesman (PvdA), Khan (DENK), Koyuncu (DENK), Mangal (DENK), Molema (JA21), Van Munster (GroenLinks), Peters (JA21), Van der Veen (GroenLinks), Wijnants (VVD) en Williams (D66) Overige aanwezigen: de heer Blok, de heer Brantjes, mevrouw Hoff (commissieondersteuner), de heer Schilling, de heer Wierda en mevrouw Wouda

1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De plaatsvervangende VOORZITTER heet iedereen van harte welkom op deze openbare raadscommissievergadering SED. Er is een quorum. b. Mededelingen Er is bericht van verhindering van het lid Peters. Het lid Nijssen komt wat later. Het lid BROERSEN meldt dat er een werkbezoek mogelijk is naar de Galaxy. Wie mee wil, kan zich bij haar melden. c. Vaststellen agenda Punt 9 wordt gehamerd. De agenda wordt vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 17 januari 2024 Het verslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 17 januari 2024 wordt ongewijzigd vastgesteld. e.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

Termijnagenda, per portefeuille Het lid KROM merkt op dat de portefeuilles EZ en Sport een update nodig hebben. Er staan veel oude toezeggingen op. Op de langetermijnagenda van Democratisering staat dat er per januari een pilot van start zou gaan. Daar heeft ze niets meer van gehoord. Voor de lichtmast bij Buiksloterbanne zou de wethouder nog uitzoeken hoe het proces is verlopen en wat de gemeente precies had toegezegd. Misschien kan de wethouder daar de volgende commissievergadering op terugkomen. Wethouder MBARKI zegt toe een verzamelbrief op te stellen met een aantal toezeggingen die gedaan zijn. Hij zegt toe de volgende commissie terug te komen op de Buiksloterbanne. Wethouder GROOT WASSINK hoort nog graag om welke pilot het gaat. f. Tkn-lijst Op verzoek van de leden IJmker en Krom wordt tkn-stuk 3 geagendeerd; op verzoek van het lid Krom wordt tkn-stuk 4 geagendeerd; op verzoek van het lid Belkasmi wordt tkn-stuk 5 geagendeerd; op verzoek van de leden Badal en Alberts wordt tkn-stuk 7 geagendeerd; op verzoek van het lid Williams wordt tkn-stuk 8 geagendeerd. Het lid IJMKER oppert over tkn-stuk 8 een technische sessie te organiseren met de woordvoerders Sociale Zaken en Digitalisering daarbij – liefst in de vergadervrije week voor de commissievergadering. Wethouder GROOT WASSINK wil dit zeker organiseren als de raad dat wil. Wel graag tijdig aanmelden. g.

Ingekomen stukken stadsdeelcommissies 2, Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte b. Inspreekmoment publiek Algemeen: De heer BRANTJES spreekt namens Hart voor de Kbuurt over het buurtplatform. De behandeling van het buurtplatform is pas in maart. Toch spreekt hij nu in want als actieve bewoners gaan samenwerken, krijgt de stille stem een kans gehoord te worden: stadsontwikkeling met de leefwereld aan tafel als ontwikkelpartner. Met dit dossier wordt de democratisering een boost gegeven. Met de OBA next zijn jongeren ergens voor gaan vechten. Dat is een mooie les voor veel jongeren in Zuidoost. Hij heeft veel onnodige tegenwind ervaren de afgelopen jaren: een subsidiegat, weggehouden worden van overlegtafels. Wel mooi dat er een proeftuin kon komen. Daarbij gaat het erom hoe de stad omgaat met zo’n buurtplatform. Recent kon een plan voor radicale isolatie en verduurzaming van vier torenflats op 70% instemming rekenen. Dat plan heeft een hele lange aanloop gekend van een sociale infrastructuur en vertrouwen bouwen in zo’n buurt. De meerwaarde van buurtplatformen zit op heel veel beleidsterreinen, terwijl de kosten relatief beperkt zijn. Alle vragen en antwoorden die bij de proeftuin naar boven kwamen, zijn vervat in een soort beleidskader dat ook naar de raad is gestuurd. Hij spreekt juist nu in om iedereen die tussen nu en maart vragen heeft,

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

uit te nodigen het gesprek aan te gaan: coalitievanbuurten@gmail.com of op de website buurtplatformamsterdam.nl. Het Verweij-Jonkerinstituut heeft een prachtig onafhankelijk document opgesteld over de buurtplatformen. Ook dat komt naar de raad. Desgevraagd geeft de heer Brantjes aan te hopen dat er over vijf jaar vijftig platforms in de stad zullen zijn met de status buurtplatform met daarvoor 5 miljoen euro op de begroting. Hij spreekt zijn waardering uit voor het ambtelijk team dat zijn initiatief begeleid. Waardering is er ook voor de manier waarop de proeftuin is opgezet en hoe die wordt begeleid. Het is nu vooral een stedelijke intervisieclub: van elkaar leren. De coalitie is er niet alleen voor de buurtplatforms die een status hebben; die is er ook voor de aanstormende buurten. Het ambtelijk team begrijpt beter hoe zaken kunnen landen. De samenwerking met het ambtelijk team is echt heel goed. Hopelijk wordt het buurtplatformrecht straks onderdeel van de participatieverordening, inclusief het conceptbeleidskader. Dat moet namelijk iets dynamisch worden. Kraaiennest oefent een soort magie uit op de jongeren, ook in andere delen van de stad. Daar gebeurt heel veel; daar willen jongeren naartoe. Dat geldt ook voor Oosterdok; dat geldt ook voor de moskeeën in de buurt. Het buurtplatform Hart voor de Kbuurt is niet representatief. Het gaat erom wie er aanpakt.

Mensen zetten zich in maar iedereen kan aanhaken en meedoen. Bij punt 4: De heer BLOK spreekt in namens het VNO-NCW MRA. Vandaag bespreekt de commissie de aanpak herhuisvesting bedrijven in transformatiegebieden en de monitor bedrijfsruimte 2023. Hij blijft zijn zorgen uitspreken over de beschikbare bedrijfsruimte in de gemeente en het feit dat er weinig aandacht is voor het behoud van ruimte voor economische activiteiten en werk. De huidige oprukkende woningbouw zorgt ervoor dat ondernemers onder druk komen te staan. Er zijn ondernemers die nu na 25 jaar hun deuren moeten sluiten. Een dynamische en aantrekkelijke stad heeft juist verschillende vormen van werk nodig net als stageplekken. Bij een binnenstedelijke gebiedstransformatie is de businesscase voor bedrijfsruimten erg ongunstig. Dat wordt al snel als onrendabel en risicovol gezien in gemengde gebieden. Hij roept op ondernemers te helpen hun bedrijfsruimten aan te passen aan de woonruimtes die om hen heen komen. Hij bepleit de huidige ruimte voor bedrijven te behouden en waar mogelijk het aanbod te vergroten, zodat er ruimte is voor nieuwe bedrijven en bestaande bedrijven kunnen blijven. Lokale bedrijven spelen een belangrijke rol in de stad: de garage, het schoonmaakbedrijf, de loodgieter. Zij moeten dichtbij en snel bij hun klanten kunnen zijn.

Wellicht kunnen de ruimtes ook voor andere zaken worden gebruik: een repetitieruimte voor een toneelvereniging, een accommodatie voor binnensport, tafeltennis, dansles. Desgevraagd licht de heer Blok toe dat hij zijn zorgen niet met de wethouder heeft besproken, maar die wel in de vorige raadsvergadering heeft geuit. Oprukkende woningbouw brengt meer problemen mee voor bedrijven die bijvoorbeeld een zwaardere milieucategorie hebben. Als er niets gedaan wordt aan het huidige beleid, wordt het een stad waar alleen mensen aan de slag kunnen met een laptop. Op de huidige bedrijventerreinen gaan de echte vakmensen aan de slag en die zullen hun activiteiten naar buiten de stad moeten verplaatsen, mits dat kan. Dat kan veelal niet. Er is een gigantisch tekort aan bedrijfsruimte in de hele MRA. Bovendien is hun afzetmarkt lokaal en ook hun werknemers zijn lokaal gevestigd. Gestapelde bedrijfshuisvesting zal voor bepaalde bedrijven zeker een oplossing kunnen vormen, maar een bedrijf met zware machinerie laat zich niet zomaar naar een zesde verdieping verplaatsen. In grote lijnen treft de krapte vooral de maakindustrie. Nu al moeten leerlingen voor bijna alle stages in de techniek naar Zaandam. Dat laat zien dat bepaalde bedrijfsactiviteiten de stad (moeten) verlaten en dat is echt zorgelijk. Amsterdam heeft wel een ROC dat al die opleidingen aanbiedt, maar kan hun geen werk bieden.

De heer Blok stelde dat er voor iedere verdwijnende vierkante meter eenzelfde oppervlak zou moeten terugkomen. De coördinator moet weliswaar kijken naar vervangende meters of een vervangende plek om de activiteiten voort te zetten, maar daarbij gaat het om de inzet. Beter zou het zijn wanneer dat een verplichting wordt. Het is belangrijk een stad te bouwen waar niet alleen gewoond, maar ook gewerkt kan worden. Als functies uit de stad vertrekken, gaat dat ten koste van de leefbaarheid. In de hele regio worden bedrijfslocaties bedreigd door

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

oprukkende woningbouw. De heer SCHILLING spreekt in namens stichting Made up North Fiction en DGA Fiction Factory. Hij is maker en ondernemer in Amsterdam, in 1989 begonnen in een werkplaats voor een huur van 150 gulden per maand. Hij is nu werkgever van ruim honderd makers in Amsterdam-Noord. Een weetje: een groot deel van de hersenen wordt gebruikt om de handen aan te sturen. De hersenen zijn gegroeid om de fijne motoriek van de handen te ondersteunen. Vandaag de dag wordt werken met het hoofd als hoger gezien dan werken met de handen. Dat leidt ertoe dat mensen die met hun handen werken de huur van hun werkplaatsen steeds vaker niet meer kunnen opbrengen. De stichting Made up North zet zich al zeven jaar volledig onbezoldigd in voor betaalbare werkplaatsen in Amsterdam. Er ligt nu een plan voor een gestapeld werkgebouw van 10.000 m2 op het Buiksloterhamkavel. De lucht in bouwen is een mooi concept voor wonen en kantoren, maar voor werkplaatsen is dat nog experimenteel. Het is een nieuwe vorm, maar het zou een van de oplossingsrichtingen kunnen zijn. Stapelen is wel kostbaar. Als werkplaatsen te duur worden, zullen veel mensen die met hun handen werken, de stad verlaten. Dat is een groot verlies en betekent een afname van de sociale diversiteit. In 2008 heeft hij 4.000 m2 grond in erfpacht gekregen met een grondwaarde van 160 euro per m2.

Daar staat nu een werkplaats met twee verdiepingen en een hele grote goederenlift. Omgerekend is dat 91 euro per m2 bvo. Zestien jaar later is de prijs per bvo voor bedrijfsruimte 400 euro per m2. Voor de gestapelde werkplaatstoren in Buiksloterham betekent dat 4 miljoen euro voordat de eerste paal de grond in gaat. Dat zal resulteren in een veel te hoge prijs per m2. Toch is er een oplossing mogelijk en daarom nodigt hij de raad uit hierover creatief en open minded in gesprek te gaan. Desgevraagd legt hij uit werken met de handen heel veel waarde toevoegt aan de stad. Een stad trekt veel innovatieve en creatieve mensen aan en er wordt veel ontwikkeld. Het ontwikkelen van gestapelde bedrijfsruimte kan in New York ook. Het zal niet voor alles kunnen maar het is wel een kansrijke oplossingsrichting – mits het financieel behapbaar is. Mevrouw WOUDA spreekt in namens de Vereniging van Bedrijven in AmsterdamNoord, VEBAN. Een paar decennia terug werden heel bewust industriële bedrijven naar Noord gestuurd om woningbouw in de stad mogelijk te maken. Daar is nu een mix ontstaan van industrie, grote en kleine maakbedrijven, creatieve industrie, stadverzorgende bedrijven, zakelijke dienstverlening en alles wat er bij de nieuwe economie hoort. Het is dus een diverse economie met een diverse werkgelegenheid.

In Noord worden nu de meeste woningen gebouwd, maar in Noord is ook de werkloosheid hoger dan elders in de stad. Veel bedrijventerreinen worden nu getransformeerd naar gemengde woon/werkwijken. In Buiksloterham is dat het verst gevorderd, maar het ideaal van wonen en werken mengen gaat hier niet goed. Bedrijfsruimtes worden verkocht aan de hoogste bieder, laden en lossen wordt steeds lastiger en personeel kan er nauwelijks meer komen doordat parkeerplaatsen verdwijnen en het OV niet beter wordt. Dit wordt in de monitor bedrijfsruimte bevestigd. De gemeente komt de afspraak niet na dat er evenveel bedrijfsruimte terugkomt bij die transformaties. Het voorstel voor gestapelde bedrijfsruimte is helemaal prima, maar het staat niet in verhouding tot de huidige situatie. Bedrijventerreinen hebben een economische en maatschappelijke waarde. Onderzoek die, te beginnen met Cornelis Douwes en de haven, pas plannen aan met realistische woningbouw – zoals de gemeente Zaanstad heeft gedaan. Nu krijgen bedrijven geen alternatieve ruimte en ook geen aanvaardbare huurcontracten. Ze zitten in het nauw. Wijs een aantal plekken in de stad aan waar op korte termijn woningbouw kan verrijzen en pas de plannen aan. Het probleem speelt nu en niet over tien jaar. Desgevraagd licht ze toe een fifty-fiftyverhouding tussen wonen en werken een paar jaar geleden al heel spannend was.

Nu is in een klap het aantal woningen in Buiksloterham verdubbeld. De infrastructuur is niet gewijzigd, het stratenprofiel is aangepast aan bewoners, maar bedrijven vergen een andere structuur. Het verdelen van de schaarste slaat nu naar de verkeerde kant door.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

Bij punt 7: De heer WIERDA spreekt in namens Groot-Amsterdams Platform MDT. Hij wijst op het boekje ‘Breng de eenvoud terug.’ De manier waarop de wethouder staat voor de jongeren vindt hij heel inspirerend. Hij vraagt graag aandacht voor de groep jongeren in Amsterdam tussen 12 en 30 jaar, 270.000 personen. MDT is een snelgroeiend programma van het rijk om jongeren tussen 12 en 30 jaar hun talenten te laten ontdekken, iets doen voor een ander en mensen buiten hun eigen bubbel ontmoeten. 7.000 Amsterdamse jongeren hebben hier inmiddels aan meegedaan. MDT is een prachtige kans: het vormt de jongeren tot kritische en betrokken burgers. Ze bouwen mee aan een sterkere en verbonden samenleving. Tot op heden is de gemeente penvoerder voor de MDT Impact creators Amsterdam. De wethouder heeft besloten niet langer penvoerder te willen zijn, maar wel beleidspartner. Een van de andere maatschappelijke partners wil wel penvoerder worden. Hopelijk wordt de betrokkenheid van de gemeente daardoor niet kleiner en neemt de gemeente verantwoordelijkheid om domeinoverstijgend voor de hele groep te zijn. Kansengelijkheid, inburgering, eenzaamheid, schulden, mentale gezondheid: op al die zaken heeft MDT invloed. Jeugd, Onderwijs, Werk, Participatie, Inkomen, Sport, Inclusieve samenleving: die raken allemaal de groep van 12 tot 30 jaar.

Hij roept de raad op de wethouder aan te moedigen zich nog meer in te zetten voor MDT voor een integraal jongerenbeleid. Desgevraagd geeft de heer Wierda aan de reactie van de wethouder af te wachten. Hij is benieuwd of de weg waarvoor de wethouder waarschijnlijk heeft gekozen, een betere weg is om MDT in Amsterdam beschikbaar te maken. De VOORZITTER bedankt de insprekers voor hun inbreng. c. Actualiteiten d. Rondvraag Het lid YACOUBI wijst op de actie van minister Yeşilgöz voor de aanpak van de omstreden asielaanpak. Die aanpak is vormgegeven door de persoon die de aanpak Top600 heeft opgezet. Daarbij is sprake van discriminatie en uitsluiting. Hij is benieuwd hoe de wethouder de aanpak van deze demissionaire minister beoordeelt en of er sprake is van een discriminerende aanpak in Amsterdam. Wethouder GROOT WASSINK heeft met verwondering kennisgenomen van het artikel in de NRC. Dat gaat niet over reguliere asielzoekers, maar over de heel specifieke groep veiligelanders die overlast zou geven en het gaat ook over een hele specifieke locatie. De Vreemdelingenpolitie heeft gezegd dat ‘het risico bestond’. Zo hard als het lid Yacoubi het stelt, is het dus niet. Deze aanpak speelt niet in Amsterdam. Zo’n locatie is er ook niet. Het lid NIJSSEN vraagt aandacht voor de schaaktafels in Amsterdam. Die zijn er maar niet in de parken.

Hij zou graag zien dat de wethouder Sport eens gaat bekijken of er in de parken een plekje voor die schaaktafels kan worden gevonden. Wethouder MBARKI denkt dat het zeker een toegevoegde waarde zal hebben, maar hiervoor zijn de stadsdelen aan zet. De middelen voor het verbeteren en het beheer van de parken zijn er. Hij raadt het lid Nijssen aan dit punt bij het DB van een beoogd stadsdeel onder de aandacht te brengen. Het lid NIJSSEN hoopt dat ook de wethouder dit aankaart. Dan komt de vraag van twee kanten. Wethouder MBARKI wijst op het beleid om veel plekken in de stad aantrekkelijker te maken voor sport. Denksport hoort daar ook bij. Het lijkt hem effectiever wanneer dat

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

heel concreet wordt gemaakt in een bepaald stadsdeel. Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen) 3 Bespreken van het Paroolartikel (31 januari 2024) over de spreidingswet en de implicaties voor Amsterdam en de raadsinformatiebrief Verlenging COA-opvanglocatie Westerhoofd tot 20 oktober 2024 Het lid BROERSEN is blij met de spreidingswet die gaat zorgen voor meer structurele opvangplekken en een betere verdeling van asielzoekers over heel Nederland. Amsterdam moet op zoek naar 500 extra plekken waaronder 380 alleenstaande jongeren en kinderen zonder begeleiding. Ze hoort graag hoe de wethouder denkt die 500 extra plekken te realiseren en of er zicht is op kleinschalige en langdurige opvang. Hopelijk komt er volgend jaar geen tweede Galaxy, ondanks dat de verlenging nu voor een oplossing zorgt. Dit mag niet de standaard worden. Op dit moment wordt op de Tafelbergweg de grootste groep alleenreizende pupillen begeleid. Ze is benieuwd of deze locatie na juni 2024 wordt verlengd en of er zicht is op permanente plekken. Welke opvang heeft de wethouder voor ogen voor de groep die daar nu nog bijkomt? Ze hoopt dat noodopvang in de toekomst overbodig zal worden waarbij kleinschalige opvang het nieuwe normaal wordt. Op dit moment is er een papieren beleidskader dat tot 2022 loopt en nog geen echte langetermijnstrategie voor de opvang van asielzoekers.

Juist met de nieuwe spreidingswet wordt het inzichtelijker hoe die langetermijnvisie moet worden ingericht. Ze hoort graag of er in deze beleidsperiode nog een vernieuwd beleidskader vluchtelingen komt en hoe de wethouder kijkt naar een langetermijnvisie op het opvangbeleid. Dat zijn twee belangrijke documenten om het beleid aan te toetsen. Het lid YACOUBI complimenteert de wethouder met de wijze waarop hij omgaat met dit complexe vraagstuk. Voortzetting van de noodlocatie Westerhoofd was als tijdelijke oplossing bedoeld, maar voldoet niet volledig aan 3 van de 25 evaluatiecriteria. Het college wil de opvang tot 20 oktober dit jaar verlengen maar er zijn zorgen over de impact van de opvangomstandigheden. De ligging en inrichting van de noodopvanglocatie vergt een zo passend mogelijke huisvesting, vooral voor de gezinnen met kinderen. Hij hoort graag hoe de wethouder dat denkt te borgen en hoe de bewoners zo veel mogelijk zelfvoorzienend kunnen zijn. Hij is benieuwd in hoeverre sociale organisaties betrokken zijn bij deze bewoners. Tot slot hoort hij graag hoe de aanwezigheid van de IND op het schip bijdraagt aan het verminderen van de uitzichtloosheid voor de bewoners en wat de verwachtingen zijn na maart 2024. Het lid KROM is trots op hoe Amsterdam haar verantwoordelijkheid neemt in de opvang van vluchtelingen, ook al is het verre van ideaal.

Mooi dat de opvanglocatie Westerhoofd nog wat langer behouden blijft. Minder tevreden is ze erover dat er nog steeds geen speeltuin is. Die zou nu in maart komen. Ze wil horen waardoor dat zo lang duurt en wat hiervan te leren valt. Het lid AHMADI steunt het streven naar meer stabiele opvang en daarmee de inzet op noodopvang te verminderen. In het Parool las ze dat bewoners op het schip problemen ervaren met de toegang tot dagbesteding omdat die vaak vol is. Dat geldt ook voor de taalklassen. Er lijkt te weinig capaciteit te zijn om alle bewoners van activiteiten te voorzien. Ze wil horen hoe deze ervaringen zich verhouden tot de humanitaire toets. Die geeft namelijk aan dat er wel wordt voldaan aan die punten. Het is toch niet mogelijk dat één praktijkondersteuner 1500 mensen kan voorzien van traumabegeleiding en ze is benieuwd of er een inventarisatie wordt gemaakt van de voortgang daarop. Kinderen hebben te weinig ruimte om te spelen. Misschien zouden de gesloten ruimtes van het schip kunnen worden geopend en ingericht als speelplaatsen voor kinderen. Hoe staat het met de toegang tot onderwijs voor alle onderwijsgerechtigde

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

kinderen? Wordt die driemaandentermijn echt gehaald? Misschien kan de gemeente inzetten op een systeem zoals dat voor Oekraïners wordt gehanteerd waarbij kinderen in de tussentijd les krijgen in de eigen taal. Ze verwacht dat de beelden uit Gaza impact zullen hebben op de mentale gezondheid van de vluchtelingen en ze is benieuwd of er een inventarisatie is geweest van die impact op bewoners van de MS Galaxy en andere locaties. Het lid VAN SCHIJNDEL wijst erop dat een flink aantal van de onderhandelende partijen de spreidingswet buiten werking wil stellen. Vanmiddag wordt zijn notitie over het asielstelsel verspreid. Hij vraagt zich af wanneer de Amsterdamse gemeenteraad nu eigenlijk landelijke thema’s moet bespreken. Het Amsterdamse stadsbestuur mag zich uitlaten over landelijke thema’s wanneer er sprake is van een maatschappelijk probleem dat de stad raakt, wanneer er gegronde redenen zijn om aan de juistheid van het rijksbeleid te twijfelen en wanneer het stadsbestuur het probleem onderzoekt en aangeeft hoe het landelijke beleid dan anders kan en moet. Er komen straks 500 asielzoekers in Amsterdam bij. De stad puilt uit. Er is een groot woningentekort voor Amsterdammers. Er wordt een grote toename van het aantal asielzoekers verwacht. Op 1 januari 2026 zou Amsterdam er nog eens 6.000 asielzoekers daarbovenop moeten opvangen. Er moet een grens worden getrokken.

Hij hoort graag van de wethouder waar het eind van dit drama is. Het lid OLIVIEIRA is blij met de spreidingswet en hij is er trots op dat de gemeente zich jarenlang blijft inzetten voor een menswaardige opvang van asielzoekers en statushouders. Fijn dat de opvang op de Galaxy over het algemeen goed scoort. Een speciale ruimte voor LHBTI’ers juicht hij toe. Hij hoort graag van de wethouder hoe de gemeente blijft voldoen aan de opvang na oktober 2024 en het moment dat er een permanente opvang komt. Lijst Kabamba gaat graag mee met het werkbezoek. Het lid BADAL hoort graag hoe de jongeren en kinderen straks goed worden opgevangen. Het lid ASLAMI steunt de spreidingswet. Het belang is evident. Een fatsoenlijk land dient met respect voor de mensenrechten iedereen die vlucht voor oorlog en geweld op een solidaire manier op te vangen. Amsterdam vangt zo’n 4.000 mensen op. Hij vertrouwt erop dat de wethouder de 500 extra plekken op tijd weet te realiseren. Noodopvang is altijd suboptimaal, maar het is óf mensen slapen op een grasveld in Ter Apel óf ze worden hier opgevangen in een noodopvang. Dat is een makkelijke keuze. Hij hoopt wel dat de drie verbeterpunten worden meegenomen in de evaluatie.. Rust en stabiliteit is van groot belang in de asielketen. Er komt een plan voor een langetermijnvisie.

Hij roept op te kijken naar permanente opvang, langetermijnopvang en wat minder noodopvang. Bij de opvanglocatie Westerhoofd gaat het goed. Veel organisaties doen dag in dag uit hun best. Dank daarvoor aan het COA, Vluchtelingenwerk, de ambtenaren en alle andere informele organisaties. Het lid ALBERTS krijgt graag verslag van de wethouder van wat er op de regietafel gebeurt. Bij de provincie is het vaak touwtrekken en daar kan Amsterdam last van hebben. Wethouder GROOT WASSINK stelt dat het helemaal niet normaal is om 1.500 mensen op een boot te huisvesten, maar het kon niet anders. De verbeterpunten neemt het college zich ter harte. Desgevraagd geeft de wethouder aan dat er afspraken zijn over de standaarden die voor wat ‘normaal’ is, worden gehanteerd. Er zijn randvoorwaarden waaraan opvang moet voldoen. Noodopvang voldoet daar per definitie niet aan en daarom kan noodopvang alleen voor nood zijn. De afgelopen jaren is er driftig gesneden in de basiscapaciteit zodat noodopvang – slecht voor mensen en bovendien duur – noodzakelijk is. 96.000 is niet het verwachte instroomcijfer, maar dat komt uit de

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

capaciteitsraming. Het betekent dat er 96.000 plekken nodig zijn. Dat hangt ook samen met hoe hard de IND werkt en hoezeer gemeenten in staat zijn in tijden van grote woningnood mensen te huisvesten. Voor de komende twee jaar betekent het dat Amsterdam 4.479 mensen zal moeten opvangen. De drie randvoorwaarden die het lid Van Schijndel stelde voordat raadsleden zich zouden mogen uitlaten over de landelijke politiek, spelen voor de wethouder geen enkele rol. De wethouder maakt zelf uit wat hij zegt en dat geldt waarschijnlijk voor alle raadsleden. Desgevraagd geeft de wethouder aan dat de IND geen gemeentelijke aangelegenheid is waarbij het de vraag is of het wel past om over die IND met de landelijke overheid in overleg te gaan. Op de IND is net als op het COA zo fors bezuinigd dat de IND het werk helemaal niet meer aankan. Dat betekent dat mensen lang gedwongen zijn in AZC’s te verblijven terwijl ze eigenlijk recht hebben op een huis en een start kunnen maken met hun inburgering. Als mensen sneller door een procedure heen gaan, scheelt dat in kosten en dat is ook voor de mensen zelf altijd beter. Kort gezegd gaat het er bij het beleidskader en de langetermijnvisie om dat de gemeente zich houdt aan haar wettelijke taak voor 4.479 plekken. De grootste opgave is voor structurele locaties te zorgen. Dat is lastig. Een locatie voor 1.500 in de stad is wel erg veel.

Dat moet dus worden opgedeeld in verschillende locaties. Er wordt nu toegewerkt naar een soort vaste voorraad. Zouden er minder asielzoekers komen, dan zijn er nog wel andere doelgroepen die daarin terecht kunnen. Voor Oekraïners zijn er 3.200 opvangplekken maar daarvan lopen straks in januari ook weer 600 plekken af. Het is dus puzzelen, vervangen in permanente locaties, en toewerken naar duurzamere locaties. De wethouder hoopt voor de zomer met het beleidskader en de langetermijnvisie naar de raad te komen. Op de vraag van het lid Aslami geeft de wethouder aan dat de huisvestingstaakstelling op geen enkele manier rekening houdt met de druk op de woningmarkt en voor Amsterdam in feite onhaalbaar is. Alles is er wel op gericht dat te halen. De wethouder zal blij zijn als de opvangtaakstelling wordt behaald maar hij kan zeker niet beloven dat de huisvestingstaakstelling wordt ingehaald. Alle maatregelen zijn erop gericht voldoende opvang te creëren. Flexwoningen zijn daar nadrukkelijk voor bedoeld. Hij bespreekt zaken altijd in samenhang. Hij zal een kaartje aanleveren met daarop de huisvestingslocaties, de flexlocaties en de opvanglocaties. In gezamenlijkheid kijkt het bestuurlijk team naar al deze opgaven. Het gaat om het permanent verdelen van schaarste.

In de richting van het lid Ahmadi verzekert de wethouder dat de opvangtaakstelling substantieel hoger is dan de huisvestingstaakstelling. Dat betekent per definitie dat Amsterdam mensen opvangt die in de regio zullen worden gehuisvest of elders. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de koppeling. Op tal van locaties is een maatschappelijke infrastructuur die mensen helpt hun weg te vinden. Maar alle mensen die Amsterdam nu opvangt, koppelen en huisvesten gaat niet lukken. Doordat er relatief weinig uitstroom/doorstroom is doordat er weinig huizen vrij komen, blijft de druk op de opvangketen onverminderd hoog. De spreidingswet moet daarbij gaan helpen. In het voorjaar is de instroom bovendien vaak hoger dan gedurende de wintermaanden. De instroom is niet buitenissig, maar een stabiele asielketen is wel gewoon nodig. In de spreidingswet zit het element van verevening. Verevening is nodig, maar dat kan nooit alleen in de provincie. In Amsterdam is opvang wat makkelijker dan huisvesting. Binnen de provincie is er echter nog niet heel veel beweging. Er zijn best wel de nodige gemeenten in de provincie geschrokken van het aantal dat ze nu moeten gaan opvangen. De wethouder zegt toe de raad op de hoogte te houden van de gesprekken aan de provinciale regietafel. De impact op bewoners van het leven op de Galaxy lijkt best goed te gaan. Ideaal is het niet.

Het is te groot; het is te weinig zelfvoorzienend maar er zijn wel heel veel activiteiten voor alle leeftijdsgroepen. Veel mensen vinden ook hun weg naar de stad. De sociale en maatschappelijke organisaties in West zijn aangesloten. In principe zou het zo moeten zijn dat de aanwezigheid van de IND en daarmee het versnellen van de procedures de uitzichtloosheid zou moeten verminderen. Die

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

aanwezigheid maakt dat gesprekken en intakes in ieder geval sneller plaatsvinden. De drie punten blijven zorgpunten – net als de speeltuin. De wethouder heeft dit afgelopen vrijdag met de staatssecretaris besproken. Die werd ook boos en die zit er nu ook bovenop. Het komt wel goed met de speeltuin. Als het gaat om traumaondersteuning, is de GZA op de locatie aanwezig. Benedendeks zijn wasruimtes, maar niet alle ruimtes kunnen zomaar open. Daar gaat de kapitein over. De benedenhutten worden evenmin gebruikt omdat er geen daglicht komt. Alle kinderen genieten onderwijs – binnen de termijn van drie maanden. De impact van de beelden van Gaza vormen niet direct een gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar het COA heeft daar wel ervaring mee. De wethouder heeft gemerkt dat het enorm verschilt hoe mensen zich dat aantrekken of niet. Van de 4.479 moet Amsterdam straks 380 AMV’ers huisvesten. Op dit moment is er een aantal op de locatie aan de Tafelbergweg. Gewerkt wordt aan een nieuwe locatie. De wethouder zal in het totaaloverzicht meenemen hoe dat er straks uitziet. Heeft een AMV’er nog geen status, dan is het een COA-AMV-locatie, maar als ze wel een status hebben en nog geen 18 jaar zijn, vallen ze onder het Nidos en tellen ze mee bij de huisvestingstaakstelling en niet bij de opvangtaakstellling. Tussen 24 oktober 2024 en de oplevering van de nieuwe locatie wordt o.a.

het Einsteingebouw geopend. Hij hoopt de raad mee te nemen in een langetermijnvisie zodat de raad de ontwikkeling van de opvangcapaciteit in relatie tot de opgave kan volgen. Het lid BROERSEN bedankt voor de beantwoording. Ze ziet nog graag dat de wethouder een tijdlijn meeneemt in zijn brief, want het is lastig overzicht te krijgen met al die tijdelijke locaties. Wethouder GROOT WASSINK komt met dat overzicht, maar precies aangeven wanneer wordt lastig. In ieder geval voor de zomer komt hij met een overzicht van alle bestaande locaties met een doorkijk in de tijd. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken. Het lid Van Schijndel piept dit punt naar de raad van maart voor een korte bespreking. Economische Zaken 4 Kennisnemen van de Aanpak herhuisvesting ondernemers transformatiegebieden en Monitor bedrijfsruimte 2023 (VN2024-000441) De commissie RO is hierbij uitgenodigd.

in

Het lid NIJSSEN maakt zich echt zorgen om de herhuisvesting van ondernemers en de ruimte voor maakbedrijven en mkb’ers. In 2021 was er 149 ha in Amsterdam en in 2022 was dat nog maar 94 ha, ondanks de belofte dat er geen vierkante meters zouden verdwijnen. Deze beweging werd in de omgevingsvisie 2050 al ingezet. Ook toen verdween er 150 ha aan ruimte voor bedrijvigheid en ondernemers uit Amsterdam. In het planaanbod van de MRA in 2040 loopt het tekort zelfs op tot 1.100 ha. Amsterdam moet een stad zijn waar mensen wonen, werken, waar Kesbeke zijn augurken kan maken, waar maakindustrie zit. Een op de drie mensen met een praktische opleiding komt in Amsterdam te werken. Het lijkt alsof dit gremium dat allemaal niet zo belangrijk vindt. Er wordt kennelijk onvoldoende prioriteit aan gegeven. Het college stelt voor dat er een coördinator komt die wat kan rondbellen voor een bedrijf dat zijn plek kwijtraakt, maar dat is volstrekt onvoldoende. In antwoord op de vraag van het lid Schmit legt hij uit dat de kern van het vraagstuk is: opkomen voor de bedrijvigheid. En natuurlijk is woningbouw ook belangrijk. Het is een en-en-vraagstuk. Met wonen kan de hoogte nog meer worden opgezocht. Het gaat ook om de fasering. Met bedrijfsruimten kan natuurlijk ook de hoogte in worden gegaan. Het gaat erom bedrijfsruimte te behouden en hoe dat gebeurt, is aan de gemeente en de bedrijven.

Het zal niet meevallen 300 platte voetbalvelden ergens in de hoogte te bouwen, maar dat is echt aan de gemeente en de bedrijven.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

De VVD zou graag een aantal zaken onderzoeken. Er is een groennorm, een sportnorm en ze zou ook graag een transformatienorm zien. Dat houdt in dat de gemeente de verplichting aangaat voor bedrijven die hun plek kwijtraken om voor een nieuwe plek te zorgen, in Amsterdam, in de MRA of buiten de MRA. Het gaat erom ondernemerschap hier en in de regio te bewaren. Ondernemers hebben zekerheid nodig zodat ze kunnen blijven investeren in hun eigen bedrijf. De transformatienorm wil hij graag onderzocht hebben. In bestemmingsplannen kan bijvoorbeeld worden vastgelegd dat er een bepaald percentage voor het mkb en maakbedrijven moet worden gerealiseerd. Hij verwijst daarvoor naar de transformatiestrategie van de Leidse regio. Rond bedrijven die nu op een bepaalde plek zitten maar waarbij er de komende jaren woningen verrijzen, zullen merken dat het profiel van hun bedrijf enorm zal moeten veranderen. Dat zal aanpassingen, dus investeringen vergen. Daarvoor is een projectontwikkelaar ook verantwoordelijk. Tot slot wordt in de monitor onderscheid gemaakt tussen creatieve wijken en productieve wijken. Dat onderscheid zou hij niet meer willen maken zodat ook in de creatieve wijken ruimte gevonden kan worden voor maakbedrijven en mkb’s. Desgevraagd geeft hij aan geen onderscheid te willen maken tussen bepaalde types bedrijven – ook niet bij schaarste.

Het lid Nijssen piept dit punt naar de raad waar de VVD moties zal indienen. Het lid SCHMIT benadrukt dat D66 de maakindustrie belangrijk voor de stad vindt net als het behoud van vaardigheden in de stad. D66 is blij met de inzet van het college om de werkcorporatie te starten, een mooie nieuwe vorm om de maakindustrie te behouden, en daarbij te kijken naar gestapelde bedrijfsvoering. Gesproken wordt over incentives voor het ontwikkelen van deze gebouwen. Dat vergt een toelichting. Het college wil werken aan de corporatie en de gestapelde bedrijfsvoering. D66 is benieuwd of de wethouder verwacht met deze incentives de maakindustrie daadwerkelijk te behouden voor de stad, bijvoorbeeld als het gaat om betaalbare huren. Het lid IJMKER gaat ervanuit dat iedereen een complete stad wil met ruimte voor wonen, werken en dus ook de maakindustrie. Het gaat om het verdelen van schaarste. Niet alles past en dus zijn er keuzes nodig. Onlangs heeft de MRA de nieuwe bedrijventerreinenstrategie gelanceerd. Wellicht kan de wethouder die toelichten. De nieuwe aanpak in Noord is van groot belang en het idee van een werkcorporatie is zeker interessant, maar waarom niet een coöperatie met meer eigenaarschap voor de ondernemers zelf? Ze hoort graag meer over het stadmakersfonds en over de obstakels om meer gestapelde bedrijfsvoering een plek te geven.

Hoge huurprijzen vormen een onderliggend probleem in de hele discussie. Het lid NAMANE stelt dat bedrijvigheid uiteraard hoort bij de complete stad. Ondernemers zorgen bovendien vaak voor werkgelegenheid en sociale samenhang. Per saldo verdwijnt er geen bedrijfsruimte uit de stad. Dat krijgt ze graag bevestigd. De schaarste drijft de huurprijzen almaar verder op. Ondernemers die moeten verplaatsen, vinden niet makkelijk een nieuwe plek. In de monitor is een aantal maatregelen opgenomen die verlichting zouden kunnen brengen. De PvdA vindt het prima dat er een transformatiecoördinator komt maar de verwachtingen moeten wel realistisch zijn. Iedereen wil de woningnood tegengaan, maar bestemmingen van bedrijven worden soms toch wel erg makkelijk omgezet naar woningen. Hoe denkt de wethouder over bijvoorbeeld een richtlijn voor het aantal bedrijfsruimtes per wijk of stadsdeel? Ze hoort graag meer over de lobby van de wethouder om de huren te verlagen, ook voor winkels. Zo’n werkcorporatie kan een goed idee zijn. Ze wordt graag meegenomen in de uitwerking. Ze zou namelijk graag willen sturen op type bedrijvigheid of doelgroepen. De schuifruimte moet beter. Misschien kan daarmee standaard rekening worden gehouden bij nieuwe gebiedsontwikkelingen. Desgevraagd licht ze toe dat er vaak wordt gekozen voor een woning in plaats van een bedrijf.

Dat is echt iets waar heel goed naar moet worden gekeken bij

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

bestemmingsomzetting. Het moet ook nog om wenselijke bedrijven gaan. Het lid YACOUBI maakt zich ook enorme zorgen over het de stad uitjagen van de bedrijvigheid. De stadsloods zorgt voor begeleiding en er is ook een bedrijfsadviseur transformatie, maar lang niet alle ondernemingen hebben een passende oplossing kunnen vinden. De situatie is dan ook heel complex. Hij hoort graag welke specifieke maatregelen het college neemt om het huidige faseringsprobleem aan te pakken en de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsruimten te versnellen. De vraag is ook hoe het college omgaat met de huidige marktomstandigheden, de lage leegstand en de hoge huurprijzen. Het is echt belangrijk dat bedrijven bij herontwikkeling in de buurt kunnen blijven. Daarbij is het nodig de ervaring en behoefte van de lokale ondernemers actief mee te nemen in het beleid voor gebiedsontwikkeling. Afgelopen vrijdag las hij in een artikel van de wethouder dat ‘zonder mbo de economie er heel anders uitziet in de stad.’ Hij hoort graag hoe dat zich verhoudt met deze ontwikkelingen rond de bedrijvigheid. Het lid KROM weet dat een tweedehandswinkel in meubels moet verkassen naar Noord maar daar lukt het niet om een betaalbare plek te vinden: weggeduwd door de plannen van het college en vervolgens gesmoord door de marktwerking. Dat is een zorgelijke ontwikkeling.

Het college gaat inzetten op herhuisvesten, maar de PvdD vraagt zich af hoe realistisch dat is: er is te weinig plek en de huren zijn te hoog. Ook de andere oplossingen pakken de oorzaak niet aan: de te hoge grond- en huurprijzen voor lokale ondernemers en het totale gebrek aan ruimte in de stad. Er zou betaalbare ruimte voor ondernemers worden gecreëerd, maar daarover leest ze nauwelijks iets terug in de brief. Ze hoort graag van de wethouder of de Werkcorporatie deze oplossing voorstaat en of dit een afdoende oplossing is. Bij het creëren van bedrijfsruimtes middels tenders moet worden voorkomen dat het grote geld regeert en de ruimtes voor de hoofdprijs worden aangeboden. Het lid BADAL beseft dat het gebrek aan bedrijfsruimte in de stad een groot probleem is. Dat maakte de inspreker duidelijk, maar dat schrijft ook Het Parool en dat laat EénVandaag zien. Veel Amsterdamse ondernemers moeten verhuizen maar kunnen geen andere geschikte ruimte vinden. Het aantal vierkante meters bedrijfsruimte daalt schrikbarend. De strategie moet dus slimmer en de uitvoering moet beter indachtig de belofte van het gemeentebestuur om het aanbod gelijk te houden. In 2022 is het aanbod gehalveerd. De maatregelen van het college staan niet in verhouding tot de omvang van het probleem.

In de ontwikkelstrategie tot 2030 zou bij stedelijke ontwikkelingen meer rekening worden gehouden met het belang van werk voor de stad, maar de huidige plannen voor bedrijventerreinen worden niet aangepast. De huidige transformatieplannen blijven ongewijzigd en dat zorgt voor grote onzekerheid bij menig bedrijf. Het CDA ziet graag dat de wethouder plekken aanwijst waar op korte termijn de transformatie naar woongebieden start en hij de bedrijven actief begeleidt naar een nieuwe plek – en waar dan? De woningbouwopgave moet haalbaar maar ook inpasbaar zijn maar bedrijven moeten de zekerheid krijgen dat er ook voor hen een plek is. Het lid Badal roept de wethouder op ervoor te zorgen dat Amsterdam geen bedrijven kwijtraakt. Wethouder MBARKI geeft de insprekers mee dat de gemeente zeker aan de slag gaat met de inspraak. Het gesprek gaat vooral om het verdelen van de schaarste. De urgentie is hoog en het is absoluut van groot belang bedrijvigheid binnen de stad te houden. Zonder mbo’ers ziet de stad er echt anders uit. Amsterdam is de economische motor van het land en die rol wil de stad behouden. Toch zijn woningen en zwembaden ook van belang. Een complete stad bouwen is echt complex. Groeimogelijkheden zijn er nog in Sloterdijk en in Osdorp maar die zijn op enig moment natuurlijk ook op. In 2016 is besloten om via Koers 2025 te gaan verdichten en om gemengd te gaan bouwen.

Nu is de uitvoering aan de orde en de gemeente is echt ambitieus, ook als het gaat om die woningbouwopgave en de bedrijvigheid. Nu is een interventie aan de orde via de aanpak herhuisvesting. De markt voorziet daar onvoldoende is. Ondernemers genieten nauwelijks huurbescherming. Ze zijn echt overgeleverd aan de markt. Via de Werkcorporatie en het

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

herbezien van de tenders kan het wellicht toch interessant voor ontwikkelaars worden. Dat gaat dus om een stimulans aan de markt om bedrijfsruimte te faciliteren. In Noord gebeurt veel tegelijkertijd: transformaties en vierkante meters bedrijfsruimte. Op termijn is er genoeg ruimte, maar sommige ondernemers kunnen niet wachten tot het moment dat er elders in de stad bedrijfsruimte terugkomt. Dat is nu gaande. Veel ondernemers zijn in tijdelijke transformatiegebieden geland vanwege de gunstige huren. De gemeente zal de huren nooit zodanig kunnen terugkrijgen op het niveau van weleer. In de ontwikkelstrategie 2035 is een aantal transformaties uitgesteld. De strategie ligt nu in de inspraak. Desgevraagd geeft de wethouder aan dat hij de kleine maakbedrijven in de buurt, in die gemengde woonwijken, graag wil behouden. De totale voorraad bedrijfsruimte is het afgelopen jaar wel degelijk gegroeid met 5,4% - maar dat is vooral met logistieke functies. Het college maakt plannen voor het verdelen van de schaarste waardoor hopelijk de huren in de toekomst voor die kleine misschien niet al te draagkrachtige ondernemers, betaalbaar blijven. De wethouder meent met deze aanpak echt een stap naar voren te zetten, ook door bedrijven in een andere regio te laten landen. Hij blijft benadrukken dat de ruimte echt niet alleen voor woningbouw wordt gepland, maar ook voor werken en recreëren.

Incentives inbouwen om gestapelde bedrijfsruimten aantrekkelijker te maken lukt wellicht door een soort ‘programmabonus’ waarbij naast het recht op gestapelde bedrijfspanden ontwikkelaars ook de mogelijkheid krijgen lucratief vastgoed te ontwikkelen in de stad, bijvoorbeeld vrije sectorwoningen of kantoren. Hopelijk geeft dat ruimte voor die specifieke doelgroep tegen meer acceptabele huren. Dat lukt naar verwachting beter bij een corporatie dan bij een coöperatie. Desgevraagd licht de wethouder toe dat ondernemers in Nederland geen huurbescherming genieten. Hij zet daarbij wel in op lobbyen, maar de gemeente kan echt geen huurbedragen garanderen in de vrije markt. Het college tracht dat te beïnvloeden via extra interventies en via corporaties. Regionaal is er een bedrijvenstrategie vastgesteld. Die komt nog naar het Amsterdams college. Ook in de regio is het ingewikkeld om de schaarste in Amsterdam op te lossen. Een coöperatie kan een optie vormen, maar kan ervoor zorgen dat de belangen van individuele huurders wat meer op afstand zitten. Het gaat immers ook om toekomstige huurders en hoe die kunnen instappen. Hij sluit een coöperatie zeker niet uit. De suggestie van het lid IJmker over de MeentCoop neemt hij mee, maar de gemeentelijke capaciteit wordt nu eerst ingezet in het vormen van corporaties en dus gaat hij nu nog niet actief aan de slag met de MeentCoop.

Is er op dit moment een coöperatie levensvatbaar, dan sluit de wethouder die zeker niet uit. Het stadsmakersfonds is gericht op impactondernemers en momenteel vooral actief in de regio Utrecht. In enkele gevallen draagt het bij aan de herontwikkeling van leegstaand vastgoed of een fysieke plek, maar het gaat vaker over de toegang tot financiering voor individuele mkb’ers. Het financieringsmodel kan een voorbeeld zijn voor de Werkcorporatie. Onderzocht wordt of een dergelijk fonds ook iets kan toevoegen voor Amsterdam. De vrije markt laat zich niet altijd goed sturen. De wethouder wil kijken hoe er aan de voorkant bij tenders meer kaders kunnen worden meegegeven, bijvoorbeeld door specifiek de bestemming bedrijfsruimte te hanteren en dit vast te leggen in de erfpachtafspraken. Dat zou mogelijk effect kunnen hebben op de huurprijs. Er zouden ook eisen kunnen worden gesteld aan de verschijningseisen van de bedrijfsruimten waaronder het afwerkingsniveau, de hoogte, de logistieke bereikbaarheid et cetera. Daardoor zou het minder concurreren met kantoren, winkelruimten of andere typen vastgoed. Ook dat zou de huurprijzen kunnen dempen. Desgevraagd verduidelijkt hij nog dat huurprijzen snel kunnen stijgen bij contractbeëindiging. Dat heeft de G6 bij het rijk geagendeerd. In de toekomst hoopt hij die huurprijzen te kunnen begrenzen, maar zover is het nog niet.

De lobby gaat over bedrijven en die is breed. Het college wil vooral dat de Werkcorporatie gaat slagen en daarbij worden aan de voorkant heldere kaders meegegeven. Betaalbare huren zijn

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

leidend en daarmee hoopt hij een bepaald type bedrijvigheid tegemoet te komen. Dat kan wel heel divers zijn. Tot slot licht de wethouder nog toe dat het college veel contacten heeft via belangenorganisaties en met ondernemers op casusniveau. In de herhuisvesting heeft de gemeente een actieve rol gepakt dus er is heel veel informatie opgehaald. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken en naar de raad gaat voor een middellange bespreking. 5 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief afhandeling moties en toezeggingen naar aanleiding van bespreking van de voortgangsbrief markten en straathandel en de monitor warenmarkten (VN2024-000442) Het lid SCHMIT complimenteert de wethouder en zijn team die met de organisatie van de marktdagen echt een mooie stap hebben gezet om met bewoners en marktondernemers na te denken over de toekomst van de markt. Een update van de schaarstevergunning geeft de wethouder door aan een advocatenbureau maar daarmee beschouwt D66 de motie niet als afgedaan. Dat geldt ook voor de MAK. De wethouder wil een kader ontwikkelen om de marktondernemers daar beter bij te betrekken. De motie is pas afgedaan als de raad het kader heeft ontvangen. D66 zet zich in om meer nieuwe ondernemers naar de markten te werven. Dat doet het Marktbureau nu. Daar is meer capaciteit nodig – mogelijk met een externe partij samen.

Het lid IJMKER beschouwt de brief als een procesbrief. Veel zaken zijn nog in ontwikkeling en die komen nog naar de raad. Die schaarse vergunningen vormen een belangrijk onderwerp. Er vindt nu aanvullend onderzoek plaats. Daarover hoort ze graag meer, ook in vergelijking met andere steden binnen Nederland en Europa. Ze is benieuwd naar de inzichten die de marktdagen hebben opgeleverd. Aan de motie is nu invulling gegeven, maar het is wel de bedoeling dat de ondernemers ook in het verdere proces betrokken blijven. Het lid KROM waardeert het zeer dat de wethouder is teruggekomen op de toezegging om in gesprek te gaan met het rijk over de zeer nodige aanpassing van weten regelgeving op rijksniveau. Het duurt wel erg lang. Voor de kreeften en krabben is elke dag die verstrijkt, er eentje vol met lijden. Dus graag meer vaart achter dit proces, misschien zelfs een deadline noemen. Ze is benieuwd of er in de tussentijd nog is gezocht naar een andere benadering dan een verbod, bijvoorbeeld gesprekken met marktondernemers. Misschien is dit nu een geschikt moment. Dieren verdienen bescherming. Het lid NAMANE kijkt uit naar de verdere uitwerking. De motie om sociale initiatieven goed in de markt te zetten ging ook over de gemeente, een goede plek om met bewoners in contact te komen. Dat ziet ze nog graag terug in de uitwerking.

Wethouder MBARKI verduidelijkt dat het een brief is ter afdoening van een aantal moties en daarmee is het ook een voortgangsbrief. Het klopt dat niet alles nu al te zien is als afhandeling. Ondernemers betrekken is een continu proces. Tijdens de marktdagen waren er heel veel externe partijen die niet direct een belang hadden bij de markt maar markten wel belangrijk vinden. Voor de schaarse vergunningen komt de wethouder met beleid. De motie roept op daarin zo veel mogelijk partijen te betrekken. Dat proces is gaande. Het voorstel van het college komt naar de raad. Als het gaat om de sociale functie van de markt, dan is de herindelingsfase nu volop gaande. Onderdeel daarvan is ook dat naar de functie wordt gekeken en hoe die zo sociaal mogelijk kan worden gebruikt. De wethouder vindt net als het lid Krom het proces ook lang duren. Er is lang in geïnvesteerd en het college ziet nu geen richting meer om zaken voor elkaar te krijgen. Hij heeft toegezegd samen met zijn collega te kijken hoe zij dit landelijk – als er straks een

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

regering zit – onder de aandacht kunnen brengen. Zodra die mogelijkheid er is, zal hij dat niet nalaten. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken. 6 Bespreken van de vermindering aan investeringen in de Amsterdamse Tech sector (VN2024-000451) Dit punt wordt doorgeschoven. Jongerenwerk 7 Bespreken raadsadres inzake penvoerderschap van de gemeente voor MDT Impact Creators Amsterdam Het lid BADAL vindt de activiteiten heel belangrijk en die moeten absoluut worden ingezet. Het lid KROM spreekt haar zorg uit voor het continueren van MDT Impact Creators Amsterdam. Het gaat om maatschappelijke diensttijd voor jongeren, een programma waaraan jongeren op vrijwillige basis meedoen. Dat kan op verschillende manieren. Het is een buitengewoon waardevol programma voor Amsterdam en voor de jongeren zelf. Het is onzeker of Amsterdam door gaat als penvoerder, maar volgens de inspreker vanmorgen is al besloten dat dat penvoerderschap niet wordt doorgezet. Ze is benieuwd hoe de toekomst er voor MDT Impact Creators Amsterdam uit gaat zien. Het lid JACOUBI is blij dat de wethouder zich hard maakt voor de belangen van de Amsterdamse jongeren. Het college dient zijn verantwoordelijkheid wel te blijven nemen voor het waardevolle MDT-traject en daarom ziet DENK graag dat de gemeente het penvoerderschap voortzet.

Dat is ook essentieel voor het indienen van een subsidieaanvraag bij het rijk. Dat komt de continuïteit van het programma ten goede en de positieve impact op de jongeren. De deadline voor het aanvragen van de vervolgsubsidie nadert. Doel van het programma is om jongeren tussen 12 en 30 jaar te helpen hun talenten te ontdekken en bij te dragen aan de samenleving. Het aantal deelnemende jongeren in Amsterdam is aanzienlijk gegroeid. De uitvoering wordt verzorg door samenwerkende partners. Dat mag niet op de tocht komen te staan. DENK adviseert het college positief te adviseren over het continueren van het penvoerderschap voor MDT Impact Creators Amsterdam. Hij hoort graag op welke manier het college toezicht gaat houden op de kwaliteit en voortgang van het programma en hoe het ervoor zorgt dat de programma’s blijven innoveren en aansluiten bij de veranderende behoefte van de Amsterdamse jeugd. Hij informeert ook naar de maatregelen om de impact van de programma’s te meten en hoe deze informatie wordt gebruikt voor verdere ontwikkeling van het programma. Tot slot hoort hij graag hoe het college de rol van de gemeente ziet in het verbinden van verschillende domeinen en partners binnen het MDT-programma. Het lid BROERSEN onderschrijft de eerdere bijdragen en hoort graag van de wethouder of hij kan aangeven waarom hij wel of niet voor dat penvoerderschap gaat.

Wethouder MBARKI is hierover de afgelopen periode met de partners in gesprek geweest. De gemeente is hier op verschillende manieren bij betrokken. Er lopen meerdere trajecten waarbij de gemeente niet direct het penvoerderschap heeft. In het verleden eiste het rijk dat de gemeente penvoerder was maar die eis is vervallen. Afgesproken is dat de gemeente veel meer de beleidsrol op zich neemt, juist om de domeinoverstijgende rol te pakken en andere onderdelen van de gemeente erbij te betrekken. Dit traject gaat gewoon door en de gemeente blijft betrokken in een rol die

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

haar beter past. Desgevraagd kan hij geen negatief gevolg aangeven als Amsterdam geen penvoerder is. De penvoerder zal een uitvoerende organisatie moeten zijn juist omdat die heel dicht op de uitvoering zit. Een van de partners heeft zich al gemeld voor dat penvoerderschap. Of MDT kan doorgaan, is aan het rijk en niet aan de gemeente. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken. Sport en Bewegen 8 Kennisnemen van de raadinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over de doorontwikkeling van zwemmen en schoolzwemmen (VN2024-000346) Het lid ALBERTS informeerde eerder naar het teruglopende zwemdipomabezit waarop een uitgebreide raadsinformatiebrief kwam. Via het jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam gaat er geld naar ouders die niet zelf de zwemlessen kunnen betalen en er wordt fors geïnvesteerd in vakleerkrachten gymnastiek. Ze vraagt of de schotten een belemmering vormen en of de wethouder kan bekijken of daarmee slimmer kan worden omgegaan om daarmee het schoolzwemmen te herintroduceren. Scholen haken af en een van de redenen is dat scholen het als een belasting ervaren. Ze oppert niet alleen aan de schooldirecties maar vooral ook aan de leraren zelf – en dan met name de vakleerkrachten gymnastiek - te vragen welke ideeën zij hebben. Ze doet de wethouder de suggestie te informeren bij de reddingsbrigade.

Die heeft goede adviezen over zwemmen en blijven zwemmen en de noodzaak voor een ABC-diploma plus voorlichting over buitenwater. In 2019 diende de SP landelijk een plan in, maar dat plan is nog steeds heel actueel. Overigens is ook de bewustwording van het gevaar van open water echt heel belangrijk. Het lid BELKASMI onderschrijft de bijdrage van de SP. De ongelijkheid in de samenleving is ook terug te zien in wie meer kansen heeft om te leren zwemmen. Dat vindt de PvdA onacceptabel. Belangrijk is de toegankelijkheid van het zwemmen, zwemveiligheid en de kwaliteit van het zwemmen. Veel meer scholen zouden moeten meedoen aan schoolzwemmen, dus dat wordt een kwestie van scholen daarvoor te motiveren en te kijken wat ze daarvoor nodig hebben. Hij vraagt de wethouder de raad na de zomer te informeren over het effect van de zwemvergoedingen. Hij is benieuwd welke kansen de wethouder ziet in ‘popupzwembaden’ en of dit onderdeel kan worden van de pilot Diplomazwemmen. Zwemveiligheid begint bij bewustwording, juist ook bij ouders. Wellicht kunnen buurtteams de noodzaak aanwakkeren, zodat meer kinderen en ouders leren zwemmen. Een dergelijke campagne zou de bewustwording kunnen versterken. Hopelijk wil de wethouder het C-diploma specifiek meenemen in de monitoring.

Alle Amsterdamse zwemaanbieders moeten voldoen aan kwaliteitscriteria om de inzet van niet-gecertificeerd personeel te voorkomen. Hij denkt daarbij aan de criteria van de Nationale Raad Zwemveiligheid. Soms zijn zwembaden vies. Wat denkt de wethouder daaraan te gaan doen? Het lid YEMANE onderschrijft de eerdere bijdragen. Een campagne lijkt haar echt een heel goed idee. Ze hoort nog graag hoe het staat met het diploma schoolzwemmen bij taalklassen en ISK’s, maar ook met het zwemdiploma voor volwassenen en statushouders. In de vakanties vinden aanvullende cursussen plaats voor de drie stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Ze zou dat graag doortrekken naar heel Amsterdam. Armoede loopt immers door de hele stad. In Zuidoost zijn de cijfers helemaal laag. Ze vraagt zich af wat de gemeente nog extra kan doen om die gezinnen in Zuidoost te bereiken. Een andere vraag is hoe het is gesteld met diplomazwemmen voor kinderen met een beperking. Lange wachtlijsten vormen eveneens een probleem. Misschien wil de wethouder samenwerking opzoeken met particuliere zwembaden waarvoor veelal geen wachtlijst is.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

Het lid BADAL ziet zwemvaardigheid van kinderen allereerst als de verantwoordelijkheid van ouders, maar niet alle ouders kunnen dit opbrengen. Soms organiseren scholen dit zelf, maar meer ondersteuning daarbij is nodig, ook na schooltijd. Voor de veiligheid van kinderen is iedereen verantwoordelijk. Wethouder MBARKI bespreekt bij de agenda Zwemmen op een later moment de plannen voor de toekomst. Landelijk is een discussie aan het ontstaan over herinvoering van het schoolzwemmen. Daarmee is een bedrag van 212 miljoen euro gemoeid. Dat moet oplosbaar zijn, want het gaat niet goed met de landelijke trend. Amsterdam investeert jaarlijks 5 miljoen euro om het diplomabezit op een goed niveau te houden. Amsterdam heeft het schoolzwemmen nooit afgeschaft. Er is een vangnet voor jongeren die alsnog een zwemdiploma willen behalen. Het aantal zwemdiploma’s is van 3.900 naar 5.100 gegaan via de ondersteuningsmiddelen en het vangnet. Dat is nog niet genoeg. Hij neemt nota van alle wensen en ideeën maar het kost wel allemaal geld. Op sommige scholen hebben zoveel kinderen al een diploma dat schoolzwemmen niet meer lonend lijkt. In de pilot wordt de zwemvaardigheid gemonitord. Gekeken wordt hoe de leerkrachten kunnen worden ondersteund met anderen die de zwemles op zich nemen. Het gaat er immers om zo veel mogelijk scholen actief te betrekken bij het schoolzwemmen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13962697/1