20240208 MOW definitief verslag
Tekst van het document
Wat betreft de ontvlechting van de metro in Zuidoost is een overstap richting CS niet leuk, maar er komen wel directe verbindingen naar andere gebieden waar mensen nu moeten overstappen. Tegelijkertijd wordt de metro betrouwbaarder door ontvlechting en hierdoor kan deze ook vaker rijden. Lid BOBELDIJK vindt het slecht om een falend systeem als argument richting bewoners van Zuidoost te gebruiken om aan te geven dat ze moeten overstappen richting CS. Hij vindt dat de directe metro terug in de brief moet en hij hoopt dat andere fracties een motie hiervoor steunen. Wethouder VAN DER HORST ziet uit naar een debat hierover.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Definitief raadscommissieverslag, 8 februari 2024
MOW
Lid ASRUF wijst erop dat uit cijfers in het vervoerplan 2024 blijkt dat vanuit Zuidoost meer mensen geraakt worden door een overstap op de Van der Madeweg als de lijnen worden ontvlochten. Het gaat om ongeveer 10.000 mensen per dag. Overstappen is niet ideaal voor mensen met een beperking en is onwenselijk. Bovendien klopt het niet dat de frequentie van metro’s omhoog gaat. De frequentie van lijn 54 gaat omhoog, maar onder de streep blijft de frequentie van alle metro’s hetzelfde. Wethouder VAN DER HORST stelt dat het een feit is dat het systeem minder gevoelig wordt voor storingen. Volgens haar heeft zij niets gezegd over de aantallen metro’s. Zij denkt dat het onverstandig is om dit los te laten, omdat het uiteindelijke doel een toekomstbestendig ov-systeem is, zodat het op termijn mogelijk wordt om frequenter te rijden. Overstappen is altijd vervelend, maar een overstap op een metro is makkelijker dan overstappen van een tram. Toegankelijkheid is belangrijk en wellicht moet nog worden nagedacht over het scherper definiëren van de definities hiervoor. Lid ASRUF zegt dat meer reizigers laten overstappen betekent dat niet de gewenste sociale functie wordt bediend. Wethouder VAN DER HORST denkt dat voor de toekomst van de stad keuzes gemaakt moeten worden en het ov stuurt ook. De meerkernige stad is nodig om alles leefbaar en bereikbaar te houden.
CS zal in de toekomst een andere rol spelen in het ovsysteem. Een programma van eisen voor elf jaar zal hier naartoe moeten groeien. Lid BOBELDIJK hoort een soort tegenstelling tussen toekomstbestendigheid en ontvlechting die hij niet herkent. Hij wijst er bovendien op dat mensen in Zuidoost als alternatief voor de auto slechts in beperkte mate de fiets kunnen gebruiken gezien de afstand. Wethouder VAN DER HORST stelt dat mensen die nu van Zuidoost naar elders moeten reizen, ook moeten overstappen. Voor een hoogwaardig ov-product zijn mensen bereid om langer te lopen. De afstand van 400 m. is een verbetering. Ontsluitende lijnen vallen niet onder de eis van de infra te dienen. De Leidsestraat is verplichte infra en hier zal op termijn een ontsluitende lijn rijden. Betaalbaarheid is een vraag voor de Vervoerregio. De lift en de toegankelijkheid passen niet in een programma van eisen. De wethouder heeft gehoord dat de VRA voornemens is om de norm van 95% voor liften aan te scherpen. Zij zal de VRA hierop verder bevragen. Lid IJMKER vraagt of het een keus is om de liften niet in het programma van eisen op te nemen. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat beheer en onderhoud van de railinfrastructuur, inclusief de lift en roltrappen, bij GVB Infra BV ligt en de VRA is op basis van de Wet lokaal spoor bevoegd om afspraken te maken. Deze zitten niet in de programma van eisen.
Lid MOESKOPS begrijpt dat dit betekent dat er een concessie voor het rijden met het GVB is en dat AMRI het onderhoudscontract theoretisch met een andere partij kan hebben waar deze afspraken in staan. Wethouder VAN DER HORST meent dat dit klopt. Iedereen is zich bewust van de kwetsbaarheid van IJburg. De tram hier is overigens twee keer zo betrouwbaar als op andere punten in de stad, maar als de tram niet rijdt, is er een groot probleem. Op termijn wordt dit opgevangen met buslijnen, maar deze zijn er nu nog niet.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Definitief raadscommissieverslag, 8 februari 2024
MOW
Voor corona was er een doordeweeks nachtnet. Dit zou weer bij de VRA gevraagd kunnen worden. Binnenkort volgt middels een raadsbrief meer informatie over de BRT. Lid VELDHUYZEN vindt weekend nachtmetro een goed idee, maar het is nog niet duidelijk hoe en wanneer deze gaat rijden. Wethouder VAN DER HORST zegt dat als de raad wil worden geïnformeerd over de voortgang van dit onderwerp zij dit bij de VRA en GVB zal neerleggen om hier meer concreet over te worden. De ontwikkelplannen zijn nieuw en zijn bedoeld om bij te kunnen sturen. Voor Weesp worden nu bijvoorbeeld andere loopafstanden gehanteerd en de overgang na 2030 is in voorbereiding. Lid MOESKOPS vraagt of de raad op de hoogte kan worden gehouden over deze voortgang. Wethouder VAN DER HORST zegt dit toe. Bij ov-pay wordt gekeken naar de mogelijkheden over hoe om te gaan met toeristen. Soms is een groene golf voor fietsers wenselijk. Als deze standaard groen is voor het ov, dan geldt dit niet voor de fiets. Misschien moet dit explicieter in de brief opgenomen worden. Lid ASRUF wijst erop dat de frequentie van het ov om de paar minuten is terwijl de fietsstromen elke dertig seconden zijn. De impact van ov op groen laten staan is veel kleiner dan fietsen op groen. De toezegging van de wethouder ziet hij als een eerste stap.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en doorgaat naar de raad van 28 februari a.s. waar het naar verwachting om een middellange bespreking zal gaan. De VOORZITTER stelt voor om door te gaan tot 17.45 uur en de punten die dan niet zijn behandeld door te schuiven naar de volgende vergadering. Zij verzoekt de commissie er rekening mee te houden dat er voor de vergadering in maart waarschijnlijk een avonddeel zal zijn. 6. Vaststellen van het krediet voor de Aanvulling Programmakrediet Verhardingen 2022 ter grootte van € 20,7 miljoen Nr. VN2023-024411 Agendapunt 6 wordt gehamerd. 7. Voortgangsrapportage Sprong over het IJ en afdoening motie 261accent Sprong over het IJ - nu snelheid maken met uitvoering van de leden Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker en de toezegging inzake planning Sprong over het IJ (TA2023-000965) Nr. VN2024-027752 De VOORZITTER geeft de commissie gelegenheid voor een agendavoorstel. Lid IJMKER stelt voor om agendapunten 9, 10 en 11 door te schuiven naar de volgende commissie. De VOORZITTER concludeert dat de commissie akkoord is. ---
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Definitief raadscommissieverslag, 8 februari 2024
MOW
De VOORZITTER deelt mee dat TKN-7 wordt betrokken bij agendapunt 7 dat is geagendeerd door lid Kreuger (JA21). Lid KREUGER stelt dat de motie niet kan worden afgedaan, omdat deze niet is uitgevoerd. De motie vraagt om de schep in de grond en dat is niet gebeurd vanwege onvoldoende financiële middelen. De gemeente draagt geld bij aan het doortrekken van de Noord/Zuidlijn en de vraag is waarom niet kan worden geschoven met de potjes als een plan on hold staat. JA21 is voorstander van het doortrekken van de Noord/Zuidlijn, maar vindt niet dat de gemeente Amsterdam hieraan hoeft bij te dragen omdat het gaat om een (inter)nationaal belang wat betreft treinen. Voor het tekort van Zuidasdok is een bedrag van 165 miljoen euro gereserveerd terwijl dit ooit was gemaximaliseerd op 60 miljoen euro. Als dit geld is gereserveerd, kan worden geschoven en kan de brug worden gebouwd. Ook ziet hij geen enkele hindernis om de kleine ring te sluiten. Lid IJMKER leest vooral in de brief dat ongeacht de vraag over de dekking van de brug, het onrealistisch is om te verwachten dat in deze periode wordt begonnen met de bouw van de brug. Geld is kennelijk niet het grootste probleem. Lid KREUGER ziet dat weer wordt verwezen naar de voorjaarsnota van 2024. Lid IJMKER heeft gevraagd waaruit blijkt dat het versnellen van het bouwen van de brug niet lukt door geldgebrek.
Lid KREUGER wijst erop dat er nog steeds een tekort van 100 miljoen euro is. Lid IJMKER bevestigt dat dit geld nog moet worden gevonden. Maar er staat niet dat dit de reden is waarom nog niet wordt begonnen. Lid KREUGER denkt dat er gewoon moet worden begonnen. Hij adviseert het college om als er geld nodig is van het Rijk wat minder onaardig spreken over rechtse mensen en het te vormen kabinet. Lid WIJNANTS feliciteert de collega’s in Rotterdam met de aanstaande bouw van een prachtige brug over de Maas, de derde stadsbrug. Deze is er gekomen dankzij een gecoördineerde lobby vanuit de gemeente Rotterdam. Ook was de brug mogelijk omdat er auto’s overheen rijden. De fietsbrug van het centrum naar Noord past niet in landelijke kaders, omdat er geen auto’s overheen gaan. Lid Wijnants kijkt uit naar de financieringsvoorstellen bij de voorjaarsnota 2024. Op het moment dat het college geen sluitende financiering neerlegt voor de brug over ’t IJ, is het college feitelijk uitgeregeerd. Lid DE VOS meent dat lid Wijnants ook voorstander is van het doortrekken van de Noord/Zuidlijn. Hier is wel geld voor gekomen en om in de woorden van de heer Wijnants te spreken: “Je kunt niet alles krijgen”.
Liggen zijn prioriteiten bij de brug over ’t IJ of bij de metrolijn naar Schiphol? Lid WIJNANTS is het niet eens met het voorstel van lid Kreuger om de financiering van de Noord/Zuidlijn te schrappen en het geld te gebruiken voor de brug over ’t IJ. Dit zijn echt andere projecten. De Noord/Zuidlijn is niet alleen een landelijk project, maar is ook nodig voor Amsterdam. Er is vertrouwen dat de wethouder er samen met het ministerie van Infrastructuur in zal slagen om de financieringstekorten aan te vullen. Lid DE VOS constateert dat de prioriteit van de VVD, zoals verwacht, bij de metro naar Schiphol ligt. Uiteraard kan worden geschoven met geld, want alle projecten zijn met elkaar verbonden door de wethouder Mobiliteit en er wordt gekozen voor eerst de metrolijn. Lid WIJNANTS stelt dat geld maar een keer kan worden uitgegeven. Tegelijkertijd is er wel een verschil in de mate waarin het Rijk is betrokken. Bij de brug over ’t IJ houdt
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Definitief raadscommissieverslag, 8 februari 2024
MOW
het Rijk de hand op de knip, maar er is wel bereidheid om bij te dragen aan de Noord/Zuidlijn en het Zuidasdok. Lid DE VOS vraagt wat de meerwaarde van de Noord/Zuidlijn is ten opzichte van de brug over ’t IJ voor Amsterdam zelf. Lid WIJNANTS vindt ze allebei belangrijk op verschillende niveaus. Lid KREUGER stelt dat de bijdrage Zuidasdok op 70 miljoen euro staat. Als niet meer dan dit bedrag wordt geleverd, is er een enorm bedrag over zonder dat een afspraak wordt geschonden. Lid WIJNANTS erkent dit en hij is in dezen benieuwd naar het antwoord van de wethouder. Hij voorspelt dat er wel geld vanuit de gemeente Amsterdam bij moet. Inderdaad zou de gemeente Amsterdam andere projecten kunnen schrappen om de brug over ’t IJ te realiseren. Hij is benieuwd of de wethouder het bedrag wil financieren door keuzes te maken of de stadsschuld op te laten lopen. Lid IJMKER vraagt waar lid Wijnants leest wat de belemmering is om nu te beginnen. Lid WIJNANTS denkt dat het geld voor de brug over ’t IJ er niet is behalve voor de planvoorbereiding en het ontwikkelbesluit. Lid IJMKER leest juist dat de vertraging bij de planvorming zit en niet perse bij het ontbreken van de financiën. Lid WIJNANTS verwijst naar het dashboard waar de financiering op geel staat. Lid BILGIN vindt net als JA21 en PvdD dat het geld voor de Noord/Zuidlijn moet worden overgeheveld naar de brug over ’t IJ.
Noord bevindt zich namelijk in een uiterst kwetsbare positie en dit zou met de hoogst mogelijke prioriteit opgelost moeten worden. Lid IJMKER denkt dat er raadsbreed zorgen zijn over de bereikbaarheid van Noord. De brug is geen luxe, maar noodzaak. Als de financiering niet de bottleneck is, welke is dat dan wel? Het opschalen van ponten is lastig in verband met een tekort aan schippers. Worden schippers meegenomen in de acties van het GVB? Lid KREUGER begrijpt niet dat GL niet verwijst naar de aangenomen motie die niet wordt uitgevoerd. Lid IJMKER heeft gevraagd wat de bottleneck is om tot uitvoering over te gaan. Lid KREUGER wijst erop dat er nog 100 miljoen euro tekort is. Lid IJMKER leest de brief niet zo en daarom heeft zij een verduidelijkende vraag gesteld aan de wethouder. College Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat op dit moment geld niet de bottleneck is om de brug te bouwen. Van de 100 miljoen euro die is gereserveerd voor de brug is 10 miljoen euro vrijgemaakt voor het uitvoeringsbudget waardoor het tempo erin kon blijven en verder kon worden gegaan met alle voorbereidingen. Het streven om te bouwen is 2032. In 2026 moet de raad een kredietbesluit nemen om ook echt te kunnen starten. Met het Rijk lopen goede gesprekken en een paar weken geleden is met een groot gezelschap in Den Haag gesproken over de bereikbaarheid van de regio en het hele land.
Zoals eerder gezegd, moet breed worden gekeken naar financieringsbronnen. In Den Haag
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Definitief raadscommissieverslag, 8 februari 2024
MOW
wordt namelijk nog gesproken over de Noord/Zuidlijn en is er een demissionair kabinet. Er is echter tijd, omdat het Rijk zich heeft gecommitteerd aan de Verkenning en 100% voor de Noord/Zuidlijn heeft betaald. Lid ASRUF zou graag een vergelijkbare coalitie zien voor de bijdrage voor de brug over ’t IJ als rondom het doortrekken van de Noord/Zuidlijn. Komt er een dergelijke coalitie met de Vervoerregio, de omliggende gemeenten en met de provincie Noord-Holland? Wethouder VAN DER HORST zegt dat hierin slim moet worden geopereerd. Dit moet op het juiste moment en in de juiste samenstelling. Niet alleen het Rijk, maar ook de Vervoerregio heeft een ambitie met betrekking tot de brug en is bereid hier aan bij te dragen. Lid KREUGER concludeert dat Amsterdam 165 miljoen euro bijdraagt aan het Zuidasdok terwijl het bedrag was gemaximaliseerd op 70,2 miljoen euro. Wethouder VAN DER HORST zegt dat om beweging te krijgen in een aantal ovdossiers waar kostenoverschrijdingen zijn, Amsterdam zich bereid heeft verklaard om verder te praten over Zuidasdok. De bedragen in vergelijking met wat het Rijk betaalt, zijn nog altijd heel laag. Lid IJMKER vindt het verwarrend dat het volgende agendapunt bij dit agendapunt wordt betrokken. Wethouder VAN DER HORST stelt dat het tekort aan schippers topprioriteit is van het GVB en hierop wordt actie ondernomen.
De VOORZITTER concludeert dat het agendapunt voldoende is besproken. 8. Kennisnemen van de Raadsinformatiebrief “Amsterdamse bijdrage Investeringspakket BO MIRT 2022, voortgang MIRT verkenningen uitbreiding metrolijnen, en Voorkeursbeslissing Derde Perron Amsterdam Zuid” voortgang Investeringspakket BO MIRT 2022 Nr. VN2024-000070 De VOORZITTER deelt mee dat agendapunt 8 is geagendeerd door de leden Bilgin (FvD) en De Vos (PvdD). In de raadscommissie van 18 oktober 2023 zijn bij de begroting vragen gesteld over de Amsterdamse bijdrage aan de projecten. In de brief wordt een toezegging die destijds is gedaan afgehandeld. Lid BILGIN stelt dat Amsterdam 344 miljoen euro heeft gevonden en hiervan is vrijwel alles bestemd voor het Zuidasdok en de Noord/Zuidlijn. Voor de Ringlijn is er een tekort van bijna 300 miljoen euro. Als commissielid in Amsterdam zet hij zich in eerste instantie in voor de Amsterdammer en hij denkt dat de brug over ’t IJ en de Ringlijn veel belangrijker zijn voor de Amsterdammer dan een verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol. Het voorstel is om de Ringlijn en de brug over ’t IJ apart nemen in een regionale deal en vervolgens met het nieuwe kabinet in gesprek gaan over de Noord/Zuidlijn en het Zuidasdok. Wat zijn de gevolgen van de verlenging van de Noord/Zuidlijn voor station Lelylaan? Het lijkt erop dat dit Lelylaan veel treinen kost.
Lid DE VOS memoreert dat van meet af aan is gezegd dat de packagedeal (Zuidasdok, doortrekken Noord/Zuidlijn en het sluiten van de Ringlijn) nodig is om het voor Amsterdam belangrijke onderdeel van het sluiten van de Ringlijn mogelijk te maken. Uit antwoorden op technische vragen bij de begroting is gebleken dat het Rijk niets zou bijdragen en dat alles voor rekening zou komen voor Amsterdam en voor de Vervoerregio. In de meest recente brief blijkt dat van het benodigde geld, 394 miljoen euro, van het Amsterdamse aandeel nog niets is gereserveerd. Van de 600 miljoen euro voor het totaalpakket is 344 miljoen euro gevonden voor de Noord/Zuidlijn en Zuidasdok en niets voor de Ringlijn wat maakt dat er geen sprake is van een deal. De conclusie is dat de
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Definitief raadscommissieverslag, 8 februari 2024
MOW
Ringlijn er niet komt, noch de brug over ’t IJ, maar wel een metro naar Schiphol. Lid De Vos is benieuwd hoe de wethouder dit gaat uitleggen aan de Amsterdammers en hoe zij de financiering denkt te vinden de komende jaren om de Ringlijn alsnog te realiseren. Lid KREUGER constateert dat het geld dat aanvankelijk zou worden bijgelegd voor Zuidasdok is verdubbeld. Wethouder VAN DER HORST wil het misverstand wegnemen en stelt dat de Ringlijn onderdeel uit maakt van de package deal. Er is alleen een bepaalde keuze gemaakt voor de verdeling. Hierdoor wordt relatief weinig eigen geld uitgegeven aan de andere twee projecten en is veel meer grip op projecten die Amsterdam zeker wil laten doorgaan. Het is wel heel belangrijk dat het Rijk gecommitteerd is aan de verkenning van de Ringlijn, omdat de afweging samen moet worden gemaakt. Lid DE VOS kan zich niet voorstellen dat er een verkenning wordt gedaan voor de Noord/Zuidlijn, de Ringlijn en de bruggen die allemaal op termijn worden gebouwd. Het Rijk heeft 1,5 miljard euro teruggetrokken, maar hier wordt volgens de wethouder opnieuw over onderhandeld. Wethouder VAN DER HORST denkt dat het heel belangrijk is dat blijvend wordt ingezet op al deze projecten en zij denkt dat ze haalbaar zijn. Het Rijk rekent in totaal met een bepaald percentage verhouding Rijk/regio.
Het pakket is belangrijk dat de verhoudingen goed zijn om het geld naar de regio te krijgen. Lid DE VOS stelt dat commitment geen metro’s laat rijden. Blijven volhouden dat het onderdeel van een package deal is en dat het commitment van het Rijk ervoor zorgt dat de lijn er komt, is onzin. Hier moet geld voor zijn gereserveerd. Wethouder VAN DER HORST stelt dat er wel meer projecten zijn waarbij niet aan de voorkant de hele dekking vrij is, maar waarvoor wel een verkenning wordt gedaan. Commitment voor de Ringlijn is voor iedereen heel belangrijk en het is duidelijk dat hiervoor op termijn geld voor vrij gemaakt moet worden. Het is wel degelijk belangrijk om de verkenning samen met het Rijk te doen, omdat de Ringlijn later verder doorgetrokken moet worden wat nog meer investeringen zal vergen. Ook is het voor de toekomst belangrijk dat de Westbrug er komt. Lid DE VOS hoort dat de wethouder het Rijk en de start van de verkenning aan elkaar knoopt, maar de verkenning wordt gefinancierd door Amsterdam en de Vervoerregio, ieder voor de helft en het Rijk draagt hier niet aan bij, afgezien van wellicht een projectmanager. Wethouder VAN DER HORST wijst erop dat het Rijk 100% betaalt aan de verkenning van de Noord/Zuidlijn en Amsterdam is ook heel gecommitteerd bij de Noord/Zuidlijn om mee te doen met kennis en capaciteit.
Het is belangrijk om Rijkswaterstaat aan tafel te hebben, omdat als er wel geld is, de kennis en capaciteit van deze organisatie straks nodig is voor de brug. Lid BILGIN vraagt hoe de wethouder 300 miljoen euro denkt te vinden voor de Ringlijn als het niet eens lukt om 100 miljoen euro te vinden voor een brug. Het is duidelijk dat het niet allemaal kan en het is tijd om prioriteiten te stellen. Wethouder VAN DER HORST weerspreekt dat alles tegelijk gebeurt. Zaken zijn juist gefaseerd om de financiën beter voor elkaar te krijgen. De keuzes van het college zullen blijken bij de voorjaarsnota. Lid IJMKER is blij dat de samenwerking met het Rijk goed verloopt. Er is nog wel twijfel over de financiële commitment voor de Noord/Zuidlijn. In het debat in de Tweede Kamer hebben veel partijen hier aandacht voor gevraagd en zijn er moties ingediend om te
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare veiligheid en Water Definitief raadscommissieverslag, 8 februari 2024
MOW
zoeken naar alternatieve financiering voor de Noord/Zuidlijn. Kan de wethouder aangeven hoe het hiermee staat? Wethouder VAN DER HORST volgt dit en wil noch iets uitsluiten nog een voorschot nemen. Lid ASRUF herinnert zich dat eerder is gevraagd wat het oplevert voor internationaal treinverkeer. Wethouder VAN DER HORST verwijst naar de technische sessie op 6 maart a.s. waar dit aan de orde zal komen. 9. Kennisnemen van de Monitor Fiets 2022 Nr. VN2024-000068 Agendapunt 9 wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. 10. Uitvoeringsplan Verkeersveiligheid, 30km/u, gerelateerde onderzoeken Nr. VN2024-000288
Voetganger,
Fiets
2024
en
Agendapunt 10 wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. Ruimtelijke Ordening 11. Geheim (Stand-van-zakenbrief aan de commissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water en commissie Ruimtelijke Ordening over het programma Bereikbaarheid Zeeburgereiland en IJburg.) Nr. VN2023-025037 Agendapunt 11 wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering om 17.50 uur. De volgende vergadering vindt plaats op 14 maart 2024.
26