2. Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01_Regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Simon Stevinstraat - Zelfbouw Kavel 01
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.M2204BPSTD-VG01
Datum print
16 Januari 2024
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Hoofdstuk 4
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 11
Bestemmingsregels
13
Tuin Wonen
13 14
Algemene regels
16
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
16 17 19 20
Overgangs- en slotregels
21
Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel
21 22
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
Plan
het bestemmingsplan Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 met identificatienummer NL.IMRO.0363.M2204BPSTD-VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3
Aan huis verbonden beroep of bedrijf
a. Aan huis verbonden beroep: De uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel of consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten; b. Aan huis verbonden bedrijf: Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.4
Aanduiding
Een geometrish bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
Automatenhal
Iedere besloten ruimte waar meer dan twee speelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen zijn opgesteld ten behoeve van het publiek. 1.7
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8
Bed & Breakfast
Het gedeeltelijk gebruik van een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de hoofdbewoner van die woonruimte, al dan niet met ontbijt.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 7
1.9
Belwinkel
Een voor publiek toegankelijke gelegenheid waar de hoofdactiviteit wordt gevormd door het bedrijfsmatig gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden van faxen. 1.10
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.11
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12
Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.13
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.14
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.15
Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, bijzondere bouwlagen niet inbegrepen. 1.16
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.18
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19
Bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.20
Dakkapel
Een (ondergeschikte) constructie geplaatst in het dakvlak van een gebouw, waarbij het karakter van het dak intact blijft, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.21
Darkstore
Vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een opslagruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek. 1.22
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23
Hoofdgebouw
Een pand, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezelijking van de geldende of toekomstige bestemmiing van het perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.24
Huishouden
Een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren. 1.25
Internetcafé
Een voor publiek toegankelijke gelegenheid waar de hoofdactiviteit wordt gevormd door het bedrijfsmatig gelegenheid bieden tot internet. 1.26
Kap
Een bijzondere bouwlaag waarvan de dakconstructie bestaat uit ten minste één hellend dakvlak. 1.27
Kelder
Een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,5 meter boven het gemiddeld aangrenzend straatpeil is gelegen. 1.28
Nutsvoorziening
Een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water en elektriciteit, de telecommunicatie, en openbaar vervoer, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, gemalen, telefooncellen en zendmasten.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 9
1.29
Onderdoorgang
Een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke oppervlakte overdekt, bestaande uit een dakconstructie en twee wanden, waar geen gebouwen worden opgericht behoudens ten behoeve van de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies. 1.30
Onzelfstandige woonruimte
Woonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen. 1.31
Overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.32
Peil
a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg of een tuin grenst: de hoogte van die weg of tuin ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.33
Seksinrichting
Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin handelingen of vertoningen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. een prostitutiebedrijf: een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen een materiële vergoeding; b. erotisch getinte vermaaksfunctie: Een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische / pornografische aard, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een erotische videotheek, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, wel of niet in combinatie met elkaar. 1.34
Smartshop
Een winkel waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen. 1.35
Souterrain
Een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het gemiddeld aangrenzend straatpeil is gelegen. 1.36
Voorgevel
De naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.37
Woonruimte
Besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, alsmede standplaatsen. 1.38
Woning
Zelfstandige woonruimte, of een geheel aan onzelfstandige woonruimten die onderdeel uitmaken van hetzelfde adres. 1.39
Zelfstandige woonruimte
Besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, alsmede standplaatsen.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 11
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
De dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande dat: Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de (gezamenlijke) breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel. 2.3
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
Gebruiksoppervlakte woning
Het gebruiksoppervlak van een woning wordt bepaald door conform NEN 2580 van het bruto vloeroppervlak af te trekken: het (grond)oppervlak van dragende wanden, vides en trapgaten indien groter dan 4 m2, ruimten met een vrije hoogte lager dan 1,5 meter, afzonderlijke constructies groter dan 0,5 m2 en leidingschachten indien groter dan 0,5 m2. 2.7
Horizontale diepte
De diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd. 2.8
Verticale bouwdiepte
Vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
2.9
Bebouwingspercentage
Een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak of bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 13
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erven, met inbegrip van bijbehorende voetpaden; b. watervoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op en onder de in 3.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 3.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan; b. kelders en souterrains zijn niet toegestaan. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van een erfafscheiding bedraagt maximaal 2 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het benutten van woonruimte, niet zijnde standplaatsen, ten behoeve van bewoning, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen en bedrijven; met de daarbij behorende: b. tuinen en erven; c. bijbehorende bouwwerken. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op en onder de in 4.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 4.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende reges: a. Gebouwen zijn uitsluiten toegestaan in een bouwvlak; b. De bouwhoogte mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven; c. De goothoogte mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' is aangegeven; d. De dakhelling aan de voorzijde van het hoofdgebouw mag niet meer zijn dan 75 graden; e. Kelders en souterrains zijn niet toegestaan. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter. b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Specifieke gebruik sregels
a. Voor het benutten van woonruimte als bedoeld in lid 4.1 onder a geldt dat: 1. het benutten van een woonruimte in de vorm van onzelfstandige woonruimte niet is toegestaan; 2. het benutten van een woonruimte ten behoeve van bed & breakfast niet is toegestaan. 3. het benutten van woonruimte is toegestaan voor bewoning van minimaal 2 woningen en maximaal 4 woningen. b. Aan huis verbonden beroepen en bedrijven: 1. Per woonruimte mag maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte worden gebruikt met een maximum van 50 m2; 2. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner zelf.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 15
4.4
Afwijken van de gebruiksregels
4.4.1
Onzelfstandige woonruimte
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3.1 onder a sub 1 ten einde een woonruimte om te zetten naar een of meer onzelfstandige woonruimten. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of - verordening is verleend. 4.4.2
Bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3.1 onder a sub 2 ten einde een woonruimte te gebruiken voor bed & breakfast. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of - verordening is verleend. De geldigheidsduur wordt gelijkgesteld aan die van de vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 17
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Toegestane overschrijdingen
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings- en bouwgrenzen te overschrijden: a. ten behoeve van stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 meter; b. ten behoeve van gevel- en kroonlijsten en overstekende daken van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan maximaal 0,6 meter; c. aan de voorzijde vanaf de tweede bouwlaag ten behoeve van erkers en balkons tot ten hoogste 0,6 meter en niet op een kleinere afstand dan 1 meter tot de perceelsgrens; d. aan de achterzijde vanaf de tweede bouwlaag ten behoeve van balkons tot ten hoogste 2 meter en niet op een kleinere afstand dan 1 meter tot de perceelsgrens. e. tot ten hoogste 2 meter ten behoeve van hijsinrichtingen. 6.2
Parkeren
6.2.1
Algemeen
Voor parkeren gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van gebouw wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid, zowel voor wat betreft parkeren van auto als voor het parkeren van (brom)fietsen, scooters en dergelijke; b. of sprake is van voldoende (fiets)parkeergelegenheid, zoals genoemd onder a wordt bepaald op basis van de (fiets)parkeernormen, (fiets)parkeereisen en berekeningsmethode, zoals opgenomen in: 1. voor motorvoertuigen: de Nota Parkeernormen Auto, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juni 2017 en gewijzigd op 29 november 2017, met dien verstande dat indien voornoemde nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, is die wijziging van toepassing; 2. voor fietsen en scooters: het bepaalde onder c; c. voor parkeren van (brom)fietsen en scooters gelden de volgende normen op eigen terrein: 1. gebruiksoppervlakte woning kleiner dan 50 m2: minimaal 2 fietsparkeerplekken per woning; 2. gebruiksoppervlakte woning groter dan 50 m2 en kleiner dan 75 m2: minimaal 3 fietsparkeerplekken per woning; 3. gebruiksoppervlakte woning groter dan 75 m2 en kleiner dan 100 m2: minimaal 4 fietsparkeerplekken per woning; 4. gebruiksoppervlakte woning groter dan 100 m2 en kleiner dan 125 m2: minimaal 5 fietsparkeerplekken per woning; 5.
gebruiksoppervlakte woning groter dan 125 m2: minimaal 6 fietsparkeerplekken per woning; d. bij omgevingsvergunningverlening past het bevoegd gezag de Nota parkeernormen Auto toe zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning. 6.2.2
Afwijken
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaald in artikel 6.2.1 en toestaan dat voor zover het een minimale parkeernorm betreft in minder parkeergelegenheid wordt voorzien, mits: a. het voldoen aan de bepalingen onder artikel 6.2.1 door bijzondere omstandigheden op zwaarwegende bezwaren stuit of; b. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Gemeente Amsterdam
blz. 18
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 19
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
7.1
Verbodsregels
7.1.1
Verboden gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), wordt in ieder geval begrepen het gebruiken, of laten gebruiken, van gronden of bouwwerken als: a. telefoneerinrichting of belhuis, automatenhal, prostitutiebedrijf, seksinrichting, geldwisselkantoor, smartshop, partycentra; b. de opslag en/of stalling van kampeermiddelen, voer- of vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, en aan hun gebruik onttrokken machines, behoudens gebruik dat strekt tot realisering van de bestemming en gebruik dat voortvloeit uit het normale dagelijkse gebruik en onderhoud dat ingevolge de bestemming is toegestaan; c. short stay; d. darkstores. 7.1.2
Afwijking
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels, zoals genoemd in 7.1.1, wanneer strikte toepassing daarvan leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan teneinde: a. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, worden toegestaan, mits de afwijking in situering niet meer dan 1 meter bedraagt; b. de in de regels toegestane maximale bouwhoogten, met ten hoogste 1 meter worden overschreden ten behoeve van schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, vlaggenmasten, antennes en vergelijkbare bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie zoals zonnepanelen.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 21
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 9.2
Afwijking
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 9.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 9.1 met maximaal 10% 9.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Bepaling 9.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 9.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, zoals bedoeld in 9.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 9.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in 9.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 9.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Bepaling 9.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01'.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)