CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Rapport-Agenda-Dieren. Definitief.pdf

RAAD 26 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Agenda Dieren 2024-2026 (VN2024-003706)17.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Agenda Dieren 2024-2026 Dierbaar Amsterdam

Versie vastgesteld door het college in mei 2024

Voorwoord Amsterdam staat voor een diervriendelijke stad. In 2019 werden we zelfs tot diervriendelijkste gemeente verkozen. Vele professionals en vrijwilligers werken met passie en betrokkenheid aan het blijvend verbeteren van de leefomstandigheden van de dieren in onze stad. Of het nu gaat om dieren in het wild of dieren die betrokken worden in sport, ontspanning of onderzoek. Met de Agenda Dieren 2024-2026 zetten we een nieuwe stap voorwaarts en maken we duidelijk waar het college zich voor inzet. We laten zien hoe we versterken wat we al doen en de verbinding leggen met nieuwe maatschappelijke actualiteiten en partners in de stad. Hoe we een stad willen creëren waarin dier en dierenwelzijn de aandacht krijgen die ze verdienen. We kiezen daarbij voor thema’s waar we als gemeente resultaat kunnen halen. De nadruk ligt daarom op acties die in ieder geval een meerderheid van de dieren binnen één populatie dienen. In de Groenvisie 2020-2050 zetten we in op de versterking van de biodiversiteit, in het plan van aanpak biodiversiteit zullen we aandacht besteden aan de bodem- en waterkwaliteit, natuur­ inclusief bouwen en ecologisch beheer. Op deze manier maken we de stad tot een aantrekkelijk leefgebied voor plant, mens en dier.

Zita Pels Wethouder Dierenwelzijn

Melanie van der Horst Wethouder Openbare Ruimte en Groen

Inhoud

Inleiding6 1 Borging en verbetering van dierenwelzijn 1.1 Gezelschapsdieren

7 7

1.1.1

Goede (medische) zorg voor dieren ondanks armoede

8

1.1.2

Minder bijtincidenten, meer veilige uitlaatplekken 

9

1.1.3

Minder zwerfkatten in de openbare ruimte

10

1.1.4

Een goede match tussen huisdier en eigenaar 

11

1.2 Dieren in sport, ontspanning en onderzoek

12

1.2.1

Kinderboerderijen als ontmoetingsplek die past bij het dier

12

1.2.2

Minder activiteiten en evenementen met dieren

14

1.2.3

Vooruitstrevende paardensport zonder aantasting van paardenwelzijn

15

1.2.4

Artis 

16

1.2.5

Visserij en hengelsport met oog voor vissenwelzijn

17

1.2.6

Een waardig leven voor ‘overgebleven’ proefdieren 

18

1.3 Vee 

19

1.3.1

Voedselstrategie - gezond, eerlijk en duurzaam voedsel

19

1.3.2

Natuurlijke schuilplekken voor dieren bij vee- en (hobby)houders

20

1.3.3

Goede bescherming van vee bij crises en rampen

20

1.4 In het wild levende dieren

21

1.4.1

Zo min mogelijk risico op zoönose 

21

1.4.2

Afschot als laatste redmiddel bij schade­bestrijding en faunabeheer

22

1.4.3

Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren

23

1.4.4

Diervriendelijke wateren 

24

1.4.5

Beschermen van wettelijk beschermde gebouwbewonende soorten

25

1.4.6

Geen dieren in de knel door menselijk handelen in de openbare ruimte 

26

1.4.7

Meer aandacht voor het welzijn van invasieve exoten

27

1.4.8

Wilde en gehouden dieren kunnen extreem weer zoveel mogelijk vermijden 

28

1.4.9

Betere hulp aan wilde dieren bij crisis en rampen

28

2 Biodiversiteit, een leef­bare stad voor mens en dier

29

3 Samenwerking

31

3.1 Samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie

31

3.1.1

Bestuurlijke samenwerking

31

3.1.2

Nieuwe focus bij interne samenwerkingen

31

3.1.3

Versterken samenwerking met Sociaal domein en Huiselijk geweld

31

3.1.4

Versterking samenwerking met Handhaving 

32

3.2 Samenwerking met subsidiepartners 

32

3.2.1

Knelpunten bij partners

32

3.2.2

Sterkere afspraken met lopende subsidierelaties

33

3.2.3

Borging toekomst wildopvangcentrum De Toevlucht

33

4 Communicatie

34

4.1 Betere aansluiting van communicatie bij onze doelgroepen

34

4.2 Communicatie door onze partners versterken 

34

4.3 Het vergroten van onze interne zichtbaarheid 

35

5 Monitoring en verantwoording 5.1 Verantwoording uitvoering Agenda Dieren 2024-2026

36 36

6 Financiën

37

Bijlagen

39

Bijlage 1: Cijfers 2015-2022

39

Bijlage 2: Dieren in bestuurlijke wet- en regelgeving

41

Bijlage 3: Samenwerking met organisaties

43

Eindnoten44

Agenda Dieren 2024-2026 Afname zwerfkatten

Amsterdam wil een diervriendelijke stad zijn. Dieren zijn in staat om een natuurlijk natuurlijk en en gezond gezond leven leven te te leiden, vrij van onnodig leiden en stress. We hebben aandacht voor de fysieke gezondheid, het natuurlijke fysieke gezondheid, het natuurlijke gedrag, het mentale welzijn en de leefomstandigheden van zowel gehouden als in het wild wild levende levende dieren. dieren.

Subsidie aan kinderboerderijen voor extra dierenwelzijn

Financiële hulp voor als de dierenarts te duur is (ADAM-regeling)

De bescherming van beschermde diersoorten wordt geregeld in het isolatieoffensief

Hulp aan veedieren bij crisis zoals brand

Afspraken maken met paardenbranche voor extra dierenwelzijn

Onderzoek naar welzijn van invasieve exoten

DIERE

NAMB

Stimuleren dat Amsterdamse consumptie vaker plantaardig is

ULAN

CE

Gezelschapsdieren

Dieren Dierenin insport, sport,ontspanning ontspanningen enonderzoek onderzoek

Vee Vee

In het wild levende levende dieren dieren

Doel: Een goede  match tussen huisdier  en eigenaar.

Doel: Doel:De Denegatieve negatieveinvloed invloedvan vansportsport-en enontspanningsactiviteiten ontspannings­activiteiten op ophet hetdier dierwordt wordtverminderd verminderden enhouders houderszorgen zorgenvoor voorpositieve positieve ervaringen. Dieren die ‘over’ zijn na onderzoek vinden een ervaringen. Dieren die ‘over’ zijn na onderzoek vinden een  nieuw nieuwthuis. thuis.

Doel: Minder vee voor voedselDoel: Minder vee voor voedselproductie. Vee wordt beschermd productie. Vee wordt beschermd tegen extreem weer enen crisis. tegen extreem weer crisis.

in Doel: Wilde dieren kunnen veilig in stad leven leven en en komen komen niet niet in in onze stad gevaar door door mensen. mensen.

Inleiding Dieren horen bij Amsterdam en hun welzijn verdient onze zorg. Niet in de laatste plaats omdat ze in grote mate afhankelijk van ons zijn of juist door mensen in de knel komen.

om leefgebieden van wilde dieren te verbinden. En te zorgen dat die leefgebieden alles bevatten wat nodig is voor een rijke en gezonde biodiversiteit. Zowel op het land als in het water.

Aandacht voor het welzijn van dieren is niet alleen belangrijk voor dieren, maar ook voor onszelf. Samenleven, verzorgen en omgaan met dieren biedt ontspanning en stimuleert tot lichaamsbeweging. Tegelijkertijd kan dierenverwaarlozing een voorspeller zijn van huiselijk geweld of een signaal tot overige zorgen over de leefsituatie van mensen. Bij goede omgang met dieren is er ook minder kans op uitbraak van infectieziekten (zoönose). Biodiversiteit draagt bij aan het management van plaagsoorten. Vleermuizen, libellen en koolmezen spelen daarbij bijvoorbeeld een belangrijke rol. Terwijl bijen, vlinders, zweefvliegen en kevers juist een onmisbare bijdrage leveren aan de bestuiving.

Dit alles bereiken we niet zonder onze partners in dierenwelzijn2. De vitaliteit van onze subsidiepartners in vervoer en opvang, is een voorwaarde voor het helpen van zoveel mogelijk dieren en het realiseren we onze zorgplicht. De gemeente blijft hen dan ook subsidiëren en ondersteunen waar kan. Daarnaast halen we de banden aan met partners buiten de stad, zoals andere gemeenten en dierenwelzijnsorganisaties in de omgeving. Dierenwelzijn stopt immers niet bij de gemeentegrenzen. Ook de inwoners van Amsterdam hebben we nodig om onze ambities waar te maken. Hen moeten we goed informeren. Bijvoorbeeld over wat goede zorg voor (huis)dieren is, hoe ze kunnen voorkomen dat dieren in de knel komen of waar ze terecht kunnen met een dier in nood. Maar ook over hoe inwoners zelf kunnen bijdragen aan biodiversiteit. In die communicatie met inwoners spelen ook onze partners een belangrijke rol. Zij zijn voor een groot deel het gezicht van onze ambities. Door hen mee te nemen in onze communicatie­activiteiten worden ze zichtbaarder en toegankelijker en zullen Amsterdammers hen nog beter weten te vinden voor hulp en advies.

Ontwikkelingen als klimaatverandering, inflatie en dicht op elkaar bouwen hebben allemaal invloed op het welzijn van dieren. Evenals de maatschappelijke ontwikkelingen in hoe we denken over dierenwelzijn. Steeds vaker worden dieren gehumaniseerd en proberen we kwesties ook vanuit het standpunt van het dier te bekijken. Dit leidt tot een toenemende rechtsbescherming van dieren. Deze ontwikkelingen roepen veel nieuwe vragen op. Bijvoorbeeld over de nodige bescherming in relatie tot zoönosen of de druk op de openbare ruimte die op zijn beurt druk uitoefent op de natuur en de dieren. De ambities uit de Agenda Dieren 2015-2022 waren dan ook niet meer volledig toereikend. Het college besloot daarom tot een nieuwe Agenda Dieren met aandacht voor dierenwelzijn en de leefgebieden van alle dieren in de stad1.

De Agenda Dieren verzamelt onderwerpen uit diverse beleidsterreinen en biedt op die manier een overzicht. Monitoring van de voortgang verloopt echter in veel gevallen niet via de portefeuille Dierenwelzijn, maar via de portefeuilles van de inhoudelijk verantwoordelijke wethouder.

Amsterdam wil een stad zijn waarin iedereen zijn of haar verantwoordelijk neemt voor het welzijn van dieren. We erkennen dat we onze leefomgeving delen met dieren en dat voor het oplossen van conflicten soms het dier, maar soms ook de mens het meeste moet inleveren. Die verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn betekent ook waar mogelijk een ruimere interpretatie van de zorgplicht dan de Wet dieren en Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming) voorschrijven. Het houdt in dat dierhouders zorgen voor goede voeding en voor mogelijkheden tot spel en onderzoek of juist terugtrekken en beschutting. Het vraagt om de inzet van eigenaren van natuurgebieden en de openbare ruimte, waaronder de gemeente zelf,

Samen zetten we zo de komende jaren grootse stappen naar een diervriendelijk en biodivers Amsterdam.

6

1 Borging en verbetering van dierenwelzijn 1.1 Gezelschapsdieren

Het begrip dierenwelzijn geeft uitdrukking aan de mate waarin dieren in staat zijn om een natuurlijk en gezond leven te leiden, vrij van onnodig lijden en stress. Het omvat verschillende aspecten van het leven van dieren, waaronder hun fysieke gezondheid, gedrag, mentale welzijn en leefomstandigheden. Het aspect fysieke gezondheid omvat voeding, toegang tot schoon water, een geschikte leefomgeving, medische zorg en bescherming tegen ziekten en verwondingen. Het aspect gedrag is gericht op de mogelijkheden voor dieren om hun natuurlijke gedrag te vertonen, zoals jagen, nestelen, socialiseren en bewegen. Beperkingen in hun gedrag kunnen leiden tot stress en lijden. Het aspect mentale welzijn vraagt aandacht voor een omgeving waarin dieren zich veilig en comfortabel voelen. Ze moeten vrij zijn van onnodige door de mens veroorzaakte angst, stress of lijden. Het aspect leefomstandigheden gaat over de omgeving waarin dieren leven, zoals gebouwen en natuur die ruimte laten voor wilde dieren, maar ook huisvesting en transport voor gehouden dieren. Onze leefomgeving moet zo gemaakt zijn dat het dierenwelzijn wordt bevorderd en lijden wordt geminimaliseerd.

Huisdieren zijn geliefde gezinsleden. Ze bieden steun en helpen tegen eenzaamheid. Sinds COVID-19 is het aantal huisdieren toegenomen. In een diervriendelijk Amsterdam leven huisdieren op een manier die recht doet aan hun natuurlijke behoeften. Ze krijgen goede (medische) zorg, gezonde voeding en liefdevolle aandacht. Daarnaast hebben ze de ruimte en zelfstandig­ heid om zich terug te trekken of een bepaalde prikkel op te zoeken, te spelen of te rusten. Er leven geen dieren in een situatie die hun welzijn in gevaar brengt. Hierbij gaan we ervan uit dat mensen zich aan de landelijke wet houden en de regels naleven, zoals het verbod op kortsnuiten, de positieflijst zoogdieren en het verbod op lichamelijke ingrepen zoals couperen. Trend: meer afstands- en gedumpte dieren De vraag rijst echter of de verzorging van huisdieren nog voor iedereen te doen is. Bijvoorbeeld omdat we nu na COVID-19 weer naar werk en school kunnen. Maar ook doordat de complexiteit van het houden van dieren met het oog op de zorgplicht is toegenomen. Zowel qua gedrag als medisch wordt er steeds meer van houders gevraagd. Steeds meer horen we over het dumpen van dieren, met name konijnen3.

En opvanglocaties zien een stijging van het aantal afstandsdieren (dieren die door inwoner zijn afgestaan ter adoptie) en crisisdieren (dieren die tijdelijk worden opgevangen omdat hun eigenaar is opgenomen voor ziekte of detentie). Daarbij blijkt niet iedereen in staat om het gevraagde afstandsgeld te betalen. Wat betekent dat er naast extra instroom van dieren ook meer financiële druk bij onze opvanglocaties is. Gelukkig zijn er ook positieve trends. Het publiek kan onze partners steeds beter vinden. En is er veel belangstelling voor informatie over het verzorgen van huisdieren. Bovendien wonen veel huisdieren fijn bij hun baasje.

Vier diercategorieën en de rol van de gemeente De gemeente heeft verschillende rollen bij het borgen en verbeteren van dierwelzijn. Welke rol de gemeente speelt is afhankelijk van het soort dier, de relatie tussen mens en dier – bijvoorbeeld de mate van afhankelijkheid tussen dier en mens of de wettelijk zorgplicht van mens naar dier – en de relatie en sturingsmogelijkheden ten opzichte van houders, omstanders of slachtoffers van dieren. We onderscheiden vier categorieën: 1. Gezelschapsdieren: de houder is verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van het dier. De gemeente zorgt voor goede informatie. 2. Dieren in sport, ontspanning en onderzoek: de houder is verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van het dier. De gemeente geeft richting aan de gewenste omgang. 3. Wilde dieren: degene die het wilde dier waarneemt is verantwoordelijk voor het doen van een melding als er een dier in nood is. De gemeente probeert noodsituaties van dieren te voorkomen. 4. Vee: de houder is verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van het dier. De gemeente draagt bij aan duidelijkere kaders voor de bescherming van vee.

Onze doelstellingen en ambities Een belangrijke oorzaak van de toename van gedumpte dieren en dieren in de opvang is een mismatch tussen eigenaar en dier. Daarnaast kan geldgebrek van eigenaren een rol spelen. Maar ook onvoldoende socialisering van honden of te weinig beweging door te weinig goede uitlaatplekken, kan problemen opleveren voor dierenwelzijn. Om onze doelstellingen waar te kunnen maken moeten we dus een aantal 7

In Amsterdam mag armoede geen reden zijn voor slechte verzorging of om de hulp van een dierenarts uit of af te stellen 1.1.1 Goede (medische) zorg voor dieren ondanks armoede Armoede kan een reden zijn waardoor dieren niet de juiste (medische) zorg krijgen. Te hoge kosten voor bijvoorbeeld dure medische hulp of dieetvoeding kan zorgen voor uitstel of afstel – wat zorgt voor ziekere dieren4. Het kan er ook toe leiden dat huisdieren worden gedumpt of naar een opvang worden gebracht5. Bij geldtekort bestaat ook het risico op isolatie en stress voor eigenaren, en nestjes en onvoldoende zorg voor dieren. Het is belangrijk dat we het risico op verergering van geldproblemen tegengegaan6. Het college ziet tegenwoordig overigens ook huisdier­eigenaren uit de middeninkomens die met geld­problemen kampen.

belangrijke stappen zetten. We formuleerden hiervoor de volgende ambities: n Goede (medische) zorg voor dieren ondanks armoede; n Minder bijtincidenten, meer veilige uitlaatplekken; n Minder zwerfkatten in de openbare ruimte; n Een goede match tussen huisdier en eigenaar. Aanpak: goede informatie en meer bevoegdheden Allereerst is goede informatie voor dierhouders belangrijk. Wat werkt het beste voor dieren, welke risico’s kleven er aan bepaalde keuzes en welke (financiële) opties zijn er? Daarnaast heeft de gemeente meer bevoegdheden nodig om bij misstanden te handhaven en om bindende regels te stellen over de aanschaf van huisdieren. Dit is dan ook onze inzet voor het gesprek met het Rijk.

Armoede moet geen reden zijn om de hulp van een dierenarts uit of af te stellen. Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Versterken van de ADAM-regeling.

• We verkennen de mogelijkheden voor uitbreiding van het aantal dierenartspraktijken bij de regeling. • We doen onderzoek naar spreiding van de ADAM-zorg. • We evalueren de regeling op in ieder geval: bekendheid, voldoende dekking in avond en weekend, administratieve lasten, financiële ruimte voor sterilisatie en voor veelvoor­ komende ingrepen.

In gesprek met het Rijk over landelijke druk op dierenartsen.

Het tekort aan dierenartsen leidt tot een concurrentie tussen de dierenopvangketen en de markt voor hun capaciteit. Wij vinden dat de overheid verantwoordelijk is voor de toegankelijkheid van dierenzorg, net zoals voor mensenzorg.

Verkleinen van risico’s op financiële problemen rondom de verzorging.

• We versterken de samenwerking met de SAZ-voedselbank ten aanzien van prioritering bij wachtlijsten en de aansluiting op de werkwijze van de voedselbank voor mensen. Wanneer SAZ-voedselbank een wachtlijst verwacht vanwege tekort aan voedsel, draagt de gemeente waar mogelijk financieel bij. • Zie ook de acties uit paragraaf 1.1.4.

Zorgen dat de ADAM-regeling sneller bij inwoners in beeld is .

• We stimuleren goede samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, hulpverleners en dierenartspraktijken. Hiermee zijn huisdiereigenaren met te weinig geld het best geholpen. Zie paragraaf 3.1.3. • We stimuleren de Fixbrigade om ook spreekuur te houden bij dierenartsen, opvanglocaties en buurthuizen.

Stimuleren van een groter samenwerkingsnetwerk.

We gaan in gesprek met zorgverzekeraars. Gezien de positieve invloed van huisdieren op isolatie, eenzaamheid en gezondheid neemt de druk op therapeutische kosten af7. Verzekeraars kunnen hun maatschappelijke rol vergroten door de gevolgen van armoede op huisdieren te verkleinen.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn in samenwerking met Wethouder Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening.

8

1.1.2 Minder bijtincidenten, meer veilige uitlaatplekken Ongeveer 20 procent van de huishoudens in Amsterdam heeft één of meer honden. Maar in een drukke stad kunnen honden niet overal vrij rennen en spelen. Het is niet altijd veilig voor het verkeer of voor de natuur8. Om voldoende én veilige uitlaatplekken te bieden, is in 2021 het kader Hondenlosloopgebieden vastgesteld9. Hierin staat de wens dat iedereen binnen 1 kilometer bij een veilig losloopgebied is. Dierenwelzijn bracht verbetermogelijkheden (verkeer en duidelijkheid in regels) in kaart in alle 180 honden losloopgebieden. Toch blijft het met de toenemende verdichting de vraag of de stad een goede plek is voor honden. Die vraag zullen we eigenaren dan ook gaan stellen in het kader van onze inzet om een betere match tussen huisdieren en eigenaar te realiseren.

Onvoldoende beweging en slechte socialisatie van honden kan leiden tot ongewenst gedrag, zoals bijten.

Bijtincidenten Honden die te weinig beweging krijgen, kunnen stress ervaren, lijden en daardoor ongewenst gedrag vertonen. In Amsterdam zien we een stijging10 van (dreigende) bijtincidenten11. Vermoedelijk door een toename van huisdieren sinds covid-19 en de aanschaf van jonge honden die tijdens COVID-19 onvoldoende gesocialiseerd zijn. Bij (dreigende) bijtincidenten wordt gehandhaafd, bijvoorbeeld door een waarschuwing, een boete of inbeslagname. Honden zijn lastiger te herplaatsen dan katten of konijnen. Zeker als er medische problemen of gedragsproblematiek in het spel zijn. Het is dus belangrijk om een hond te kiezen die past bij de leefsituatie zodat ongewenste afstand kan worden voorkomen.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Versterken van het lokaal Bijtprotocol.

• We zoeken naar samenwerking tussen gemeenten bij bijtincidenten vanaf 2 km van de gemeentegrens. • We verkennen de mogelijkheid om een aanlijn- en muilkorfgebod over te zetten naar een nieuwe eigenaar na overlijden of afstand doen. • We evalueren het protocol (2025) en herijken zo nodig op gevolgen, registratie, samen­ werking, proces en op ontwikkelingen bij het Rijk op risicobeoordelingstest en het landelijk registratiesysteem.

Risico’s op gedragsproblematiek verminderen.

Zie acties 1.1.4 – Een goede match tussen huisdier en eigenaar.

Inrichting van de stad sluit aan bij dierbehoefte.

We gaan samen na of er voldoende ruimte is om honden uitlaatplekken mee te nemen in het ontwerp van nieuwe buurten en woonblokken.

Tegengaan van impact op ecologie.

We beoordelen alle aangewezen hondenlosloopgebieden op overlap met ecologisch kwetsbare gebieden. Op basis daarvan stellen we aanpassingen voor.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Burgemeester, Wethouder Dierenwelzijn, Wethouder Openbare Ruimte en Groen, Wethouder Grond en Ontwikkeling.

9

Zwerven is slecht voor het welzijn van katten en heeft impact op de natuur en de opvanglocaties. van een kat zorgt bijvoorbeeld voor verstoring15 van (broedende) vogels. Ook is de kat een oneerlijke concurrent voor natuurlijke roofdieren, zoals de vos en de bunzing16. De lokale impact lijkt vooral te zitten in huisdierkatten die buiten komen. Het aantal verwilderde kattenkolonies is afgenomen. 1.1.3 Minder zwerfkatten in de openbare ruimte In Nederland zijn volgens brancheorganisatie Dibevo ongeveer 2,9 miljoen katten, verdeeld over ongeveer 25 procent van de huishoudens. De kat is, naast de postduif en de honingbij, het enige gehouden dier dat zich zonder lijn of toezicht in de openbare ruimte mag begeven. Katten zijn echter niet gewend aan een zelfstandig leven op straat. Dit kan leiden tot ziekte en sterfte. Bovendien zorgen katten die verwilderen voor overlast.

Druk op de opvang Ondanks een afname van geregistreerde zwerfkatten, is nog steeds circa 50 procent van de opgevangen katten een zwerfkat. Zwerfkatten zijn daarmee de hoogste kostenpost in de opvang. Slechts zo’n 15 procent wordt met de eigenaar herenigd. Vervelend voor kat en eigenaar, maar ook voor de opvang. De aanwezigheid van niet-gechipte katten legt onnodig lang druk op beschikbare opvangplekken. Chipregistratie van katten is (nog) niet verplicht, zoals voor honden. Hier wordt, mede op verzoek van gemeente Amsterdam, wel aan gewerkt door het Rijk. Wanneer dit van kracht gaat, is nog onbekend.

Impact op de natuur Loslopende katten hebben ook impact op de natuur. Ze jagen op vogels, kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën. Dit kan positief zijn, als plaagdierbestrijder, maar ook negatief bij het vangen van kwetsbare soorten. Over de effecten van het gedrag van de kat op de natuur zijn wetenschappers het nog niet eens12. Wel zijn er zorgen over die gevolgen vanuit het Rijk13, weten­schappers14, dierenwelzijnsorganisaties en natuur­organisaties. Alleen al de aanwezigheid

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Versterken van de impact op kattenwelzijn en opvang.

• We verzoeken het Rijk om betere wetgeving over voorwaarden bij de aanschaf van een dier en over voorwaarden bij subsidies voor het niet verjagen van weidvogels uit weilanden. • We continueren lokale chipacties totdat de landelijke plicht geldt. • We continueren de inzet van TNRC: Trap (vangen), Neuter (castreren/steriliseren), Return/Relocate (herplaatsen of terugplaatsen) en Care (monitoren en nazorg). • We stimuleren opvanglocaties actiever te zijn op social media bij binnenkomst van een gechipte zwerfkat. Niet alle chips zijn immers juist geregistreerd.

Terugdringen van de impact op de natuur.

We maken afspraken met de Stichting Amsterdamse Zwerfkatten (SAZ) over het niet terugzetten van verwilderde katten in ecologisch kwetsbare gebieden, zoals de Hoofdgroenstructuur.

Meer bewustwording creëren bij inwoners.

• We communiceren over de voordelen van chippen, castratie, sterilisatie voor het welzijn van de kat. En over de plaatsing, registratie en actualisatie van de chip. • We verzoeken kattenhouders hun kat een katvriendelijke bel of kattenkraag om te doen wanneer deze naar buiten gaat, zodat het risico op jagen afneemt. • We communiceren over hoe de tuin volgens Vogelbescherming Nederland veilig voor vogels kan worden ingericht met gering risico van jagen door de kat.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn.

10

1.1.4 Een goede match tussen huisdier en eigenaar Een huisdier moet passen bij het zorgvermogen en de woonruimte van de houder. Goede informatie over het huisdier voordat iemand zijn keuze maakt is dus heel belangrijk. Aandacht voor de natuurlijke soortspecifieke behoeftes en de behoeftes van het individuele dier (historie en persoonlijkheid) zijn hier in leidend. Die verantwoordelijkheid ligt zowel bij de nieuwe eigenaar als bij degene die het huisdier overdraagt. Eisen aan matching Welke fokkers en verkopers dierenwelzijn hoog in het vaandel hebben, is lastig te zien17. Ook stelt de wet geen eisen aan het matchen van dier en adres. De toename van het aantal gedumpte konijnen en de opvang sinds COVID-19 van voornamelijk dieren met risicovol gedrag, een trauma, bejaarde leeftijd of medische problemen, laten echter zien dat dit niet altijd goed verloopt.

Om het dumpen of afstand doen van huisdieren te voorkomen is het belangrijk dat mensen kiezen voor een huisdier dat bij ze past.

Erfelijke aandoeningen Ook erfelijke aandoeningen bij dieren leveren problemen op. Dit brengt vaak extra zorgen en medische kosten met zich mee18. Met name kortsnuitigen en dieren van onbetrouwbare fokkers hebben grote kans op gezondheidsrisico’s zoals pijn of een verkort leven. Erfelijke aandoeningen moeten we terugdringen19. Amsterdam wil dan ook dat het Rijk het houdverbod voor kortsnuitigen aanpast en dat Marktplaats haar aanbod reguleert.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

In gesprek met het Rijk.

• We verzoeken de online verkoop van dieren op onder andere Marktplaats te reguleren. Bij voorkeur in samenwerking met dierenartsen en experts die de kwaliteit van verkoop kunnen borgen. • We verzoeken regels voor een zorgvuldige matchingsplicht door particuliere en professionele verkopers van dieren. • We verzoeken een zorgverzekeringsplicht voor huisdieren, net zoals voor mensen.

Meer bewustwording creëren bij inwoners.

• We communiceren over rassen met de grootste gezondheidsrisico’s. Zo weten inwoners welke rassen het duurst in medicatie, consult en voeding zijn en wat het ras aan omgang nodig heeft. • We communiceren over goede gedragstherapeuten (met keurmerk), zodat inwoners passende hulp kunnen vinden bij gedragsproblemen. • We stimuleren door communicatie dat de aanschaf of het afstand doen van dieren via opvanglocaties gebeurt. • We werken aan een convenant tussen dierspeciaalzaken, dierenpensions en dierenartsen over hun signalerende en adviserende rol richting inwoners. Hierin worden ook intenties uitgesproken over de verkoop van dieren in dierenwinkels. • We stimuleren dat de opvang zichzelf zichtbaar maakt op plekken waar inwoners komen om zo laagdrempelig advies te kunnen geven over omgang en aanschaf van dieren.

Meer en betere monitoring door dierenartsen.

• We zetten in op registratie door ADAM-dierenartsen over de noodzaak van het consult vanwege rasgerelateerde problematiek. • We willen dat ADAM-dierenartsen eigenaren van een rasdier vragen waarom ze voor betreffend soort hebben gekozen en waar ze dit dier hebben verkregen.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn.

11

Ze gaan doen dus meer doen dan wettelijk verplicht. We formuleren de volgende ambities: n Kinderboerderijen als ontmoetingsplek passend bij het dier; n Minder activiteiten en evenementen met dieren; n Vooruitstrevende paardensport zonder aantasting van paardenwelzijn; n Artis als een educatief centrum waar plaats is voor inheemse diersoorten; n Visserij en hengelsport met oog voor vissenwelzijn; n Een waardig leven voor ‘overgebleven’ proef­dieren. Aanpak: beroep op organisator en sector Zonder handhavingsbevoegdheid kan de gemeente weinig doen met signalen en waarnemingen van misstanden. De gemeente Amsterdam gaat dan ook in gesprek met het Rijk om deze bevoegdheid te krijgen en om bindende regels te kunnen stellen waarin activiteiten met dieren wel of niet zijn toegestaan. Ook zonder deze dwingende bevoegdheden overlegt de gemeente met de organisator over de wensen en plannen voor de activiteit. We doen daarbij ook een beroep op de wettelijke verantwoordelijkheden van de organisator. Voor de ambities die verdergaan dan de wet doen we een beroep op het zelfcorrigerend vermogen van de sector.

1.2 Dieren in sport, ontspanning en onderzoek Al eeuwenlang zetten we dieren in bij evenementen20 en activiteiten met sport, ontspanning en recreatie. Amsterdam wil dat de negatieve invloed daarvan op het dier, zoals drukte, geluid, niet vrij kunnen bewegen, zo min mogelijk is. We willen dat houders zorgdragen voor positieve ervaringen voor het dier. Bij signalen van misstanden spreken we de houder of organisator aan en waar nodig informeren we de landelijk bevoegde handhavingsdienst. Melders wijzen we erop dat zij (bij vermoedens) het beste direct de landelijke handhavingsdienst kunnen informeren. Voor de dieren die voor onderzoek zijn ingezet, helpen we bij de opvang en plaatsing bij een passend adres.

1.2.1 Kinderboerderijen als ontmoetingsplek die past bij het dier In Amsterdam zijn zestien kinder- en stadsboerderijen (hierna: boerderijen). Zij vormen een ontmoetingsplek op verschillende vlakken. Denk aan natuureducatie, sociaal-maatschappelijk gebied en recreatieve beleving. De dieren op de boerderij zijn cruciaal bij het kennismaken met de levende natuur, het ervaren van de natuur en de verbinding daarmee.

Trend: veranderende inzichten De rol van dieren bij activiteiten varieert21 door de jaren heen en is vaak het resultaat van de veranderende positie van het dier in de samenleving. De omgang met dieren staat vaker ter discussie22. We zien ook minder gebruik van dieren voor sport en ontspanning. Daar waar het nog wel gebeurt, verschillen de inzichten over wat voldoende of goed dierenwelzijn is. Jaarlijks komt er bij de gemeente een gering aantal signalen en waarnemingen van misstanden binnen. Over de lokale inzet van dieren voor onderzoek zijn geen (eenduidige) cijfers en dus trends bekend.

Verantwoordelijkheid Geborgd dierenwelzijn is de belangrijkste basis­ voorwaarde voor het bestaansrecht van een boerderij. De wettelijke vereisten zijn hierbij het minimum. Boerderijen blijven zelf verantwoordelijk.

Onze ambities Dierenwelzijn in sport, ontspanning en onderzoek betekent onder andere dat dieren gehouden worden passend bij hun natuurlijke behoeften. Maar ook een afname van activiteiten en evenementen met dieren is belangrijk. Evenals een waardig leven voor dieren die overblijven na bijvoorbeeld gebruik in onderzoek. Amsterdam hoopt dat organisatoren van activiteiten waar dieren bij betrokken zijn, de wil hebben om dierenwelzijn steeds te verbeteren en te pionieren.

12

Het publiek en de gemeente verwachten dat de boerderijen inspelen op breed gedragen veranderingen in de opvatting over het verantwoord houden van dieren.

De gemeente verwacht van boerderijen dat ze een voorbeeld zijn in het houden van dieren vanuit hun natuurlijke behoeften. Het dier staat centraal.

Samenwerking Sinds de eerste samenwerkingsovereenkomst tussen de boerderijen in 2017, is het positief welzijn van de dieren het belangrijkste uitgangspunt voor de functie van de boerderij. Met de vernieuwde overeenkomst (2022) werken de boerderijen ambitieus aan het welzijn van hun dieren dat verder gaat dan de wettelijke eisen23. Ook maken ze de ontmoeting met dieren en natuur mogelijk. De gemeente ondersteunt hen hierin.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Versterken van dierenwelzijn.

• We stellen extra subsidie beschikbaar voor boerderijen die reflecteren, leren en pionierend uitvoering geven aan het versterken van positief dierenwelzijn. • We verzoek het Rijk om specifiekere voorwaarden voor het houden van dieren. • We willen dat boerderijen partner zijn bij het draaiboek Zoönose. Daarbij is aandacht voor het houden van risicodiergroepen.

Versterken van de subsidie­relatie vanuit stadsdelen met boerderijen.

• Boerderijen moeten het vSKBN kwaliteitsbewijs voeren of aantonen dat ze aan een gelijkwaardig of beter alternatief voldoen. • Boerderijen gaan werken met een meerjarenplan, waarin ze in ieder geval laten zien hoe ze in het lopend jaar en de komende jaren omgaan met: dierenbeleid en dierbestand, educatie van personeel, de concrete toepassing van de ambities ‘positief welzijn’ uit de overeenkomst en het versterken van hun administratieve organisatie.

Geven uitvoering aan de motie over beter fysieke beheer van de boerderijen (059.22).

• We onderzoeken de investeringsopgave van boerderijen en voegen deze toe (2024) aan het strategisch huisvestingsplan Jeugd, Zorg en Basisvoorzieningen. • We werken toe naar een centraal en uniform gemeentelijk beleid voor onderhoud van vastgoed, groen en grond.

Versterken plek voor natuur- en milieueducatie over wat ervoor nodig is om boerderijdieren te houden en hoe men hun directe omgeving natuur­ inclusief kan maken.

• We brengen de subsidiemogelijkheden voor natuureducatie onder de aandacht bij de boerderijen. • We brengen de wens om meer educatie te geven over dieren en het bestaande boerderijpakket extra onder de aandacht. • We zetten natuureducatie bij kinderboerderijen in als platform voor de bevordering groene en gezonde stad en de ontmoeting op de boerderij. Via educatie maken boerderijen verbinding met andere beleidsterreinen uit deze Agenda Dieren zoals infectieziekten, voedselstrategie, klimaatadaptatie en het houden van dieren.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn in samenwerking met Wethouder Gemeentelijk Vastgoed en Wethouder Sociale Zaken.

13

Dieren kunnen vaak weinig zelfstandige keuzes maken tijdens een evenement. Het is dan ook wenselijk om de frequentie van activiteiten en evenementen met dieren in de stad te verminderen.

1.2.2 Minder activiteiten en evenementen met dieren Sinds 2019 zijn ook alle kleine evenementen met dieren vergunningplichtig24. Ook is sinds 2021 dierenwelzijn onderdeel van de evaluatie van het evenement om te reflecteren, leren en het dierenwelzijn te versterken voor de volgende editie. Vanaf 2024 gaan we bij terugkerende evenementen ook vragen hoe de rol van dieren binnen de activiteit wordt verbeterd, verminderd of vervangen25. Dat er verbeterpunten zijn, betekent niet dat het dierenwelzijn in het geding is. Ze laten vooral zien dat de organisator het welzijn hoog in het vaandel heeft26. We moedigen organisatoren dus aan om te handelen met voortschrijdend inzicht. Buitenreclame De inzet van levende dieren voor buitenreclame is in Amsterdam niet toegestaan. Het dierenwelzijn weegt voor het college zwaarder dan het belang van een campagne. Bovendien kan de inzet van dieren leiden tot gevaar, hinder en overlast op straat27.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Terugdringen aantal activiteiten met dieren.

We verkennen de mogelijkheden voor een meldingsplicht voor (niet-vergunningplichtige) activiteiten. Met een meldingsplicht ontstaat een zakelijke relatie tussen gemeente en organisator. Hierdoor kan de gemeente informeren over wetgeving, vragen naar borging van dierenwelzijn en daarin adviseren.

Terugdringen aantal evenementen met dieren.

• We gaan door met advisering over dierenwelzijn bij vergunningsaanvragen, inclusief het informeren over wettelijke vereisten, zoals de Wet dieren en de Gids Goede Praktijken. • We vragen altijd naar het welzijn van de dieren. • We vragen altijd welke dierenonderdelen verbeterd, vervangen of verminderd kunnen worden in de huidige en de volgende editie.

Locatieprofielen herzien

Formulering nieuw evenementenbeleid met aandacht voor de impact van evenementen op de grond en bodem

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn in samenwerking met Wethouder Evenementen.

14

Paarden moeten worden gehouden passend bij hun natuurlijke behoefte met ruimte voor zelfstandigheid en gebruik van materialen zonder welzijnsaantasting. 1.2.3 Vooruitstrevende paardensport zonder aantasting van paardenwelzijn De huidige maatschappelijke aandacht voor paarden­ sport sluit aan bij de maatschappelijke zorg28 over het gebruik van dieren in sport en bij het gebruik van diervriendelijke hulp- en trainingsmiddelen29. Velen vinden het gebruik van zweep, spoor en bit niet diervriendelijk. We kijken daarom uit naar het onderzoek van minister Adema naar diervriendelijke trainings- en hulpmethoden30. De Amsterdamse paardensportondernemingen kunnen deze inzichten meegeven aan de leden.

Zelfregulering van de branche Met Amsterdamse maneges en paardensport­ organisatoren willen we de koppositie in vooruitstrevende paardensport pakken. Dit gaat niet van de één op de andere dag, maar brancheorganisaties zien al positieve trends bij maneges. Denk aan betere groepshuisvesting en niet alle mens-paard interacties op het paard, maar ter afwisseling ook naast het paard. Wij gaan uit van zelfregulering van de branche en willen dit soort dierenwelzijnspioniers daarom waar mogelijk helpen.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Zorgen dat Amsterdamse houders positief paarden­ welzijn doorvoeren in beleid en uitvoering.

• We stimuleren dat maneges een ambitieus paardenwelzijnsbeleid formuleren. • We stimuleren dat maneges zich aansluiten bij een brancheorganisatie die op locatie het paardenwelzijn controleert, zoals de Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra of Manege en Ruiterbond.

Versterken van samen­ werking tussen Amsterdamse paarden­ houders om van elkaar te leren en te pionieren.

Samen met paardensportondernemingen maken we een convenant over het versterken van gediplomeerde instructeurs, educatie van leden over trainingsmethodes en het herkennen van pijn en stress en de inzet van diervriendelijke materialen en methoden.

Meer informatie verstrekken bij vergunningverlening van evenementen met paarden.

Naast de structurele informatieverstrekking bij een vergunningsaanvraag, verwijst de gemeente bij wedstrijden ook naar de richtlijnen van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn in samenwerking met Wethouder Sport en Bewegen en Wethouder Evenementen.

15

1.2.4 Artis In het Rijksbesluit houders van dieren staat dat dierentuinen bij dierverblijven rekening moeten houden met soorteigen gedrag, goede beschutting en voldoende ruimte. Er moet een quarantainevoorziening aanwezig zijn en een beleidsprotocol voor de (in stand) te houden soorten, educatie, veiligheid en de benodigde expertise. Artis zet zich, boven op deze wettelijke vereisten, in om extra welzijn te realiseren. Denk aan meer speelgelegenheden voor de dieren en mogelijkheden om terug te trekken in de verblijven.

Dieren in Artis worden gehouden op een manier die aansluit bij hun natuurlijke behoefte.

Natuureducatie Artis wil zich van dierentuin naar een educatief centrum waar plaats is voor inheemse diersoorten ontwikkelen. Er is een afname van grote (exotische) dieren en een toename van kleine stadse (inheemse) dieren. Ook is er meer natuureducatie over, in het bijzonder, de lokale beschermde soorten. En bij nieuwe verblijven wordt altijd ruimte gemaakt voor stadsnatuur. De gemeente ondersteunt deze ontwikkeling.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Behouden van lopende afspraken over het ver­ beteren van dierenwelzijn.

Het verbeteren van dierenwelzijn is sinds 2019 in de resultaatafspraken opgenomen. De gemaakte resultaatafspraken lagen in het verlengde van waar Artis al mee bezig was. Denk aan: meer natuurlijke habitat creëren, toename inheemse dieren, minder (soorten en exotische) dieren opvangen, nabootsen van natuurlijke samenstelling aan dieren, aanbieden van gedragsverrijking. Deze afspraken zijn doorlopend.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Monumenten en Erfgoed.

16

1.2.5 Visserij en hengelsport met oog voor vissenwelzijn Vissen verdienen onze zorg. Het zijn voelende wezens en hebben een intrinsieke waarde. Gelukkig is vissenwelzijn steeds vaker onderwerp van gesprek, vooral in wetenschappelijk onderzoek, maar ook in de samenleving. Er is steeds meer bekend over intelligentie, pijn31, angst en stress bij vissen en andere waterdieren. Minimale aantasting In een diervriendelijk Amsterdam dragen vissers, als natuurdeelnemers, extra verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige omgang met de vis. Ze volgen ten minste de landelijke gedragscode van Sportvisserij Nederland voor het vangen, onthaken en terugzetten van recreatief gevangen vis om de aantasting van het welzijn te minimaliseren.

Hengelsport is reflectief op de negatieve gevolgen van haar vismethoden op het welzijn van vis en handelt daarnaar.

Inspanningsverplichting De Amsterdamse huurovereenkomst visrecht met de hengelsportvereniging is aangepast met afspraken over dierenwelzijn en biodiversiteit. Zo is in Amsterdam een inspanningsverplichting afgesproken om de nieuwste kennis met de leden te delen, zodat de hengelsport met steeds meer aandacht voor het welzijn van de vissen kan bedreven kan worden.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Ambities op vissenwelzijn en biodiversiteit versterken.

In de huurovereenkomst visrecht leggen we de volgende punten vast: 1. Het tegengaan van waterverontreiniging door vislood. 2. Het tegengaan van het gebruik van weerhaken. 3. Het versterken van de signaalfunctie bij AHV over voldoende schuilplaatsen voor onderwaterdieren. 4. Het tegengaan van het uitzetten van vis, tenzij via protocol afgesproken. 5. Het tegengaan van waterverontreiniging door bijvoeren voor het lokken van vissen en visafval. 6. Het stimuleren van kennis binnen de verenging over de diervriendelijkste vismethoden. 7. de jaarverslagen en verslagen van evaluaties van de overeenkomst worden aan de relevante raadscommissie aangeboden. 8. Dat aan het einde van het geldende tijdvak tijdig in overleg wordt getreden over de verlenging, dan wel beëindiging van de overeenkomst.

Tegengaan van beroepsvisserij.

We onderzoeken de mogelijkheden om beroepsvisserij in ecologische waardevolle gebieden, zoals het IJmeer, te verbieden.

Samenwerken met omliggende gemeenten.

We verkennen of de voorwaarden voor hengelsport in omliggende gemeenten even ambitieus kunnen zijn, zodat vissen geen nadeel ervaren wanneer ze de gemeentegrens uitzwemmen.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn in samenwerking met Wethouder Gemeentelijk Vastgoed en Wethouder Sport en Bewegen.

17

Dieren die na gebruik voor onderzoek nog een waardig leven kunnen hebben worden niet gedood, als dat met afspraken over afstand en opvang voorkomen kan worden.

1.2.6 Een waardig leven voor ‘overgebleven’ proefdieren Van oudsher worden dieren ingezet als proefdier, als voorloper op uiteindelijk onderzoek op de mens. De omslag naar alternatieven hiervoor is niet direct te maken. Zonder geleidelijke overgang zijn data niet meer voldoende betrouwbaar en valide. Het Rijk startte een programma om het landelijk gebruik van dieren te verminderen en om de overgang naar alternatieven te versnellen (Transitie Proefdiervrije Innovatie). Amsterdam ondersteunt deze transitie.

Lokale inzet De gemeente heeft geen bevoegdheid om nadere richtlijnen te maken voor het gebruik van proefdieren. Met name omdat de belangen rondom dit thema die van onze lokale samenleving overstijgen. Wel wil Amsterdam zich lokaal inzetten voor dieren die ‘over’ blijven na onderzoek. Denk aan gefokte dieren die uiteindelijk niet als proefdier zijn ingezet of aan proefdieren die na onderzoek niet structureel lijden en dus nog een waardig leven kunnen hebben.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Stimuleren van samenwerking tussen Amsterdamse dierproefinstituten en de lokale opvangketen.

We maken afspraken over afstand doen en de opvang van dieren die ‘over’ blijven.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn.

18

1.3 Vee

De standaarden voor dierenwelzijn in de vee-­industrie staan regelmatig ter discussie. Door het stimuleren van plantaardige consumptie dringen we de behoefte aan grootschalige veeteelt terug.

De directe omgeving van Amsterdam bestaat grotendeels uit veenweidegebieden van het Groene Hart en Laag Holland. Het cultuurlandschap hangt direct samen met de aanwezigheid van vee en agrarische ondernemers. De gezamenlijke inspanningen om te komen tot een toekomstbestendig landschap en agrarisch ondernemerschap zullen bepalend zijn voor de omvang van de veestapel. De daarin aanwezige dieren die voor landbouwdoeleinden worden ingezet, hebben, binnen redelijke grenzen, de autonomie om veilig te verblijven op de plek die ze kiezen. Daarbij zijn ze beschermd tegen extreem weer en crises.

duurzaam voedsel. Vanuit Voedselstrategie werken we langs zes actielijnen onder meer aan het verminderen van CO2-uitstoot door voedselverspilling tegen te gaan (50% in 2030), voedsel dat overblijft terug te brengen in het voedselsysteem, organische reststromen her te gebruiken, de consumptie van plantaardige eiwitten te stimuleren (60% in 203033) en te zorgen voor meer regionaal en duurzaam geproduceerd voedsel (25% in 2030) voor een eerlijke prijs.

Trend: toename hok- en graasdieren Sinds 2020 is er een lichte toename van het aantal hokdieren. Het aantal bedrijven met hokdieren bleef echter stabiel, wat betekent dat ze in omvang zijn gegroeid32. We zien sinds 2022 ook een procentuele stijging van het aantal gehouden graasdieren en een toename van het aantal bedrijven met graasdieren. Die toename is een gevolg van de fusie met Weesp. Met ongeveer 25 pachters hebben we een pacht­ overeenkomst. Een gedeelte hiervan is gelinkt aan de agrarische sector. Om welk type landbouwbedrijven het gaat, weten we (nog) niet.

Meer plantaardig: minder druk op milieu In Amsterdam werken we vanuit de actielijn Meer plantaardig binnen de Voedselstrategie naar een consumptiepatroon van 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk in 2030. De overgang naar consumptie van meer plantaardige eiwitten en minder dierlijke eiwitten, betekent dat er uiteindelijk minder dieren nodig zijn voor de vlees- en zuivelbehoefte. Bovendien verlaagt een meer plantaardige vorm van consumptie de druk van voedselproductie op het milieu. Het vermindert de enorme hoeveelheid water die nodig is, het verlaagt de broeikasgasuitstoot, vermindert landgebruik en de uitputting van oceanen34,35. Uiteraard leidt de lokale overgang naar een meer plantaardige consumptiepatroon niet tot een direct lokaal effect op deze genoemde elementen. Het cultuurlandschap van de veenweidegebieden rond Amsterdam is nauw verbonden met de aanwezige veeteelt.

Onze ambities We hopen dat de negatieve impact van veeteelt op natuur en milieu in Amsterdam verkleint en dieren­ welzijn centraal staat. Om de milieu-impact van ons dieet te verminderen, willen we: n Meer plantaardige consumptie (60 -40 % in 2030) Voor het stimuleren van dierenwelzijn, willen we: n Natuurlijke schuilplekken voor dieren bij vee- en (hobby)houders; n Goede bescherming van vee bij crises en rampen. Aanpak: eisen en advies Om locatie specifieke eisen te kunnen stellen aan schuilgelegenheid voor gehouden (vee)dieren heeft Amsterdam meer bevoegdheden nodig. Hierover gaat de gemeente dan ook in gesprek met het Rijk. Zolang de gemeente genoemde bevoegdheid niet heeft, voeren we vooral adviserende gesprekken met regelgevende partijen, zoals landelijke overheid en provincie. Ook met boeren en consumenten gaan we in gesprek en we helpen hen diervriendelijke keuzes te maken.

Met de actielijn Stadslandbouw en korte keten uit de Voedselstrategie zetten we in op regionaal en duurzaam geproduceerd voedsel. Als hoofdstad willen we een actieve bijdrage leveren aan de noodzakelijke transitie van de landbouw in het metropolitaan landschap. Van produceren tegen de laagste prijs voor de wereldmarkt naar meer producten voor de regionale en lokale markt. Dat vraagt om nieuwe verbindingen, nieuwe samenwerkingen, nieuwe vormen van belonen van agrarisch ondernemerschap, een andere verbinding tussen producent en consument. Daarnaast willen we Amsterdammers bewuster maken van de productie, distributie, bereiding en consumptie van voedsel, zodat zij duurzamer eten gaan kopen, gezonder gaan eten en minder voedsel gaan verspillen.

1.3.1 Voedselstrategie - gezond, eerlijk en duurzaam voedsel Met de Uitvoeringsagenda Voedselstrategie 2023 – 2026, zet Amsterdam zich in voor gezond, eerlijk en 19

1.3.2 Natuurlijke schuilplekken voor dieren bij vee- en (hobby)houders Bescherming tegen extreem weer is een wettelijke verplichting voor dierhouders (artikel 1.6 Wet dieren). In diervriendelijk36 Amsterdam is het wenselijk dat dieren zelf kunnen kiezen of ze binnen of buiten willen verblijven, waarbij (bij voorkeur natuurlijke) beschutting te vinden is.

(natuurlijke) flexibele schuilgelegenheden juridisch en praktisch kunnen worden geborgd bij met name kleinschaligere37 houders zoals hobbyhouders. Naast juridische knelpunten worden immers ook knelpunten rondom afstoten van weidevogels en aantrekken van predatoren voorzien. De WUR, Diervizier en Dierencoalitie trekken deze verkenning, de pilot start in Q2 2024. Hierbij wordt in samenwerking met gemeenten, de nvwa en landelijke agrarische sectoren gekeken wat per type grond past en wat er voor nodig is om dit juridisch te faciliteren. Gemeente Amsterdam volgt de ontwikkelingen van deze pilot om op termijn afwegingen te kunnen maken voor het Amsterdams Omgevingsplan.

Juridisch vastleggen In de Agenda Dieren (2015) en Omgevingsvisie (2021) staat de wens om ontheffingen te geven voor het plaatsen van schuilgelegenheden. Vooralsnog is dit juridisch niet mogelijk. Met de provincie is daarom in 2022 afgesproken om te gaan verkennen hoe

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Toewerken naar een juridische mogelijkheid voor schuilgelegenheid.

• We spreken met de WUR, Diervizier en Dierencoalitie om hun pilot wind in de rug te geven. • We verzoeken LNV en Provincie Noord Holland om de conclusies uit de bovengenoemde pilot juridisch te borgen zodat gemeenten de ontheffing kunnen borgen in het Omgevingsplan.

Handvatten stimuleren voor de bescherming van dieren tegen extreem weer.

We spreken met het Rijk over de open norm ‘bescherming van dieren tegen extreem weer’. Hierin wil de gemeente dat artikel 1.6 Wet Dieren concreter is vastgelegd. Vanwege de open norm is het voor houders van dieren onduidelijk aan welke eisen ze moeten voldoen.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn, in samenwerking met stadsdeelbestuurders en Wethouder Gemeentelijk Vastgoed.

Vee heeft ruimte nodig en (natuurlijke) schuilplekken voor bescherming tegen extreem weer door bijvoorbeeld klimaatverandering. 1.3.3 Goede bescherming van vee bij crises en rampen Hulpdiensten en de Dierenambulance hebben afspraken gemaakt (2019) over hoe bij rampen en crises met dieren om te gaan. De lessons learned uit de over­ stromingen in Limburg in juli 2021 waren aanleiding om de Amsterdamse afspraken te vernieuwen.

Met name het helpen van vee bij calamiteiten bleek een aandachtspunt in Limburg. Denk aan het tijdig euthanaseren van vee wanneer medische hulp niet helpt (voorkomen van lijden), tot aan het evacueren van de dieren voor medische verzorging en opvang. In Amsterdam is daar nog niets over afgesproken.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Leren van best practices.

Het International Fund for Animal Welfare neemt in Europa een voortrekkersrol in het adviseren over crisisaanpak bij vee. Op hun verzoek start een pilot tussen het Rijk en Utrecht. Wij wachten de uitkomsten van die pilot af en verwerken deze waar mogelijk in de afspraken met onze veiligheidsregio.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Burgemeester in samenwerking met Wethouder Dierenwelzijn.

20

Zoönose is een bedreiging voor dierenwelzijn en de volksgezondheid. Het is belangrijk dat we besmettingsrisico’s voor mens en dier inperken en de verspreiding van nieuwe gevaarlijke ziekten voorkomen. 1.4 In het wild levende dieren

n n

Amsterdam staat voor een natuurinclusieve stad met een gezonde natuurlijke leefomgeving. Wilde dieren zijn veilig in onze stad en komen niet door (de gevolgen van) menselijk gedrag in de knel. Dat betekent dat de leefgebieden van de wilde dieren moeten worden bevorderd. Daarbij horen ook jachtdieren, soorten die schade veroorzaken aan gewassen en zelfs dieren die overlast kunnen geven.

n

Meer aandacht voor het welzijn van invasieve exoten; Wilde en gehouden dieren kunnen extreem weer zoveel mogelijk vermijden; Betere hulp aan wilde dieren bij crisis en rampen.

Aanpak: meer dan het wettelijk minimum Om bindende kaders te kunnen stellen die kwalitatieve alternatieven opleggen voor het doden van dieren bij overlast of werkzaamheden, heeft de gemeente meer bevoegdheid nodig. Hierover gaan we in gesprek met het Rijk. Nu kan de gemeente alleen signaleren en meldingen doen bij de landelijke instanties voor handhaving. Bij onze eigen werkzaamheden en op onze eigen grond beperken we ons niet tot het wettelijke minimum. We maken daarbij een eigen afweging, waarbij alle aspecten van het welzijn van het wilde dier zwaar meewegen. Inwoners ontvangen informatie over hoe ze de natuur het beste kunnen helpen, en welke partij ze het beste kunnen inschakelen bij een dier in nood.

Trend: meer geredde dieren en behoefte aan informatie Per jaar redden we veel wilde dieren in nood. Het aantal geredde dieren door de Dierenambulance stijgt en er worden meer dieren opgevangen bij wildopvangcentrum De Toevlucht. Wellicht hebben steeds meer diersoorten het moeilijk in onze stad, bijvoorbeeld door extremer weer. Of inwoners weten onze partners beter vinden. Soms worden dieren te vroeg binnengebracht. Bijvoorbeeld jonge dieren in het broedseizoen die verlaten leken door hun moeder of naast een nest lagen. Ook wat betreft wilde dieren is interesse van inwoners in informatie over hoe ze kunnen bijdragen aan een gezonde natuur.

1.4.1 Zo min mogelijk risico op zoönose Zoönose, de overdracht van infectieziekten van dier op mens of vice versa, is een bedreiging voor het dierenwelzijn en de vitaliteit van beschermde soorten. Bovendien kunnen zoönosen de volksgezondheid in gevaar brengen38.

Onze ambities We willen voorkomen dat wilde dieren in de knel komen. Bij dieren in (dreigende) nood zoeken we naar de diervriendelijkste oplossing. Wat betreft het welzijn van dieren in het wild zijn dit onze ambities: n Zo min mogelijk risico op zoönose; n Afschot als laatste redmiddel bij schadebestrijding en faunabeheer; n Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren; n Diervriendelijke wateren; n Beschermen van wettelijk beschermde gebouw­ bewonende soorten; n Geen dieren in de knel door menselijk handelen in de openbare ruimte;

Opruimen kadavers Vanuit inzet op volksgezondheid en de zorgplicht voor dieren, is het een (wettelijke) taak om dit risico en het lijden te beperken. Onder andere door het opruimen van dode (en zieke) dieren. Deze kunnen namelijk risicovolle ziekteverwekkers met zich meedragen. In Amsterdam voert de Dierenambulance de wettelijke taak uit van het opruimen van kadavers. Waterbeheerders en landschapsbeheerders ruimen de kadavers op hun gronden op.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Direct inperken van besmettingsrisico’s bij zoönosen.

• We gaan door met de samenwerking bij Vogelgriep, om het lokale besmettingsrisico en het lijden te beperken. Het registreren van het aantal meldingen en ruimingen is hier onderdeel van. • We maken afspraken om de focus van de samenwerking bij Vogelgriep te verbreden naar zoönose breed. Hierbij zoeken we ook nieuwe partners, zoals kinderboerderijen, dieren­ artsen en de veiligheidsregio. • We stimuleren kinderboerderijen hun pluimvee tegen vogelgriep te vaccineren zodra het vaccin beschikbaar is.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Publieke Gezondheid en Preventie in samenwerking met Wethouder Dierenwelzijn. 21

1.4.2 Afschot als laatste redmiddel bij schade­ bestrijding en faunabeheer Een habitat trekt soorten aan die daarbij horen. Dieren laten zich immers leiden door aanwezige vegetatie en voedsel. Ook jachtdieren en soorten die schade veroorzaken aan gewassen komen naar onze stad. Bij schadebestrijding en faunabeheer geven we de voorkeur aan maatregelen op het gebied van landschapsinrichting en preventie. Nee, tenzij Afschot is een laatste redmiddel. De wetenschappelijke bevindingen over het effect van afschot op het welzijn en de ecologie zijn niet eenduidig. We weten dus nog niet genoeg. Daarom houden we voor afschot vast aan ‘nee, tenzij’ (Omgevingswet voorheen Wet Natuurbescherming). Hierbij staan vernieuwen, leren en innovatie centraal.

Ook jachtdieren en dieren die schade kunnen veroorzaken zijn veilig in Amsterdam. Deze dieren moeten we beschermen tegen afschot.

Jachtrechten De regels voor jacht en schadebestrijding zijn door het Rijk opgeno­men in de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming) en uitge­werkt in provinciale faunabeheerplannen (Provincie). De gemeente is niet bevoegd om algemene regels en aanvullende voorwaarden te stellen bovenop landelijke wetgeving. Tenzij de gemeente grondeigenaar is. Al sinds 1989 verhuurt de gemeente de jachtrechten op haar gronden bij voorkeur niet. De gemeente is niet de enige grondeigenaar in de stad. Het voorkomen van onnodig afschot in Amsterdam vergt nog steeds inzet.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Meer kennis opdoen over werkbare alternatieven en maatwerk.

We bekijken per gebied waar de grootste risico’s (hotspots) op populatie-afbreuk van beschermde soorten kunnen ontstaan. In deze hotspotgebieden nemen we preventiemaat­ regelen, zoals landschapsherinrichting en alternatieven voor afschot. Met de pachter maken we een (niet afdwingbare) nee-tenzij afspraak, gericht op inzet van kwalitatieve alternatieven.

Samenwerkingen versterken rondom wettelijke vereisten en de kwaliteit van alternatieven op afschot.

We gaan in gesprek met de provincie en het Rijk over: • De bereidheid van de provincie om hun winterrustgebied te vergroten, zodat er meer gedeelten van Amsterdam onder vallen. In deze gebieden mag er dan niet worden afgeschoten. • De bereidheid van het Rijk om de eis van afschot te schrappen uit hun schadefonds­ regeling, zodat deze alleen vereist dat er doeltreffende alternatieven zijn ingezet. • De bereidheid van de provincie om kwalitatieve eisen te stellen aan ingezette alternatieven. Dit in plaats van een minimum van twee alternatieven. Kwaliteit boven kwantiteit.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn in samenwerking met Wethouder Gemeentelijk Vastgoed en Wethouder Water.

22

Door het leefgebied minder aantrekkelijk te maken voor overlastgevende dieren, beperken we de overlast. De natuur faciliteert gebalanceerde populaties.

1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren In een stad die vergroent kunnen ook diersoorten komen die overlast geven. Zowel voor mensen, denk aan de bruine rat, de boerengans en de eikenprocessie­rups, als voor dieren. Denk aan invasieve soorten – soms met schade als gevolg. Preventie is leidend Bij de bestrijding van deze dieren moeten we een balans vinden tussen de belangen van de mens en die van de natuur, waarbij de overlast voor mensen beperkt is. In alle gevallen is preventie leidend; gif passen we in de regel niet meer toe. Het uitgangspunt is het leefgebied minder aantrekkelijk te maken: habitat-management. Gedrag van mensen of de inrichting van het groen is meestal de oorzaak van de overlast. Hier zit dus vaak de eerste en de duurzaamste oplossing.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

In beeld brengen van de grootste risico’s voor een gebalanceerde natuur.

We formuleren een gedragscode en protocol voor overlastgevende soorten. Per soort geven we aan: 1. wat de habitateisen zijn; 2. wat de mate van overlast is; 3. hoe overlast voorkomen kan worden op een diervriendelijke wijze; 4. wanneer er sprake is van overlast die beheerst dient te worden. De risico’s die we onderzoeken zijn onder andere gezondheidsrisico’s, soorten die overlast en schade aan de ecologische kwaliteit en biodiversiteit brengen (invasieve exoten), soorten met risico op graaf- en knaagschade en soorten die huizen binnendringen.

Stimuleren dat bedrijven ook een diervriendelijke aanpak hanteren.

Helaas kunnen we de preventieve aanpak van de gemeente niet (juridisch) afdwingen bij bedrijven. Wel kunnen we dit bespreken met bedrijven, bij zorgelijke signalen over hun omgang met dieren. Een voorbeeld is de recente samenwerking met NS bij duivenoverlast39. Gezien beperkte capaciteit kunnen wij hier geen proactieve aanpak op inrichten. Deze inzet zal dus ad-hoc gebeuren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14297052/1