2. Nota van beantwoording (GEANONIMISEERD)
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum 2 Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 11 maart 2022 tot en met 21 april 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende die periode zijn de volgende schriftelijke zienswijzen ontvangen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.
Zienswijze indiener 1 Zienswijze indiener 2 Zienswijze indiener 3 Zienswijze indiener 4 Zienswijze indiener 5 Zienswijze indiener 6 Zienswijze indiener 7 Zienswijze indiener 8 Zienswijze indiener 9 Zienswijze indiener 10 Zienswijze indiener 11 Zienswijze indiener 12 Zienswijze indiener 13 Zienswijze indiener 14 Zienswijze indiener 15 Zienswijze indiener 16 Zienswijze indiener 17
Formele aspecten Zienswijze 1 tot en met 16 zijn op tijd ingekomen en aan de gemeenteraad gericht. De indieners van een zienswijze kunnen in hun bezwaren, zoals verwoord in de zienswijzen, worden ontvangen. Zienswijze 17 is na de termijn van terinzageligging ontvangen en is blijkens het poststempel op de envelop ook pas daags na afloop van deze termijn ter post bezorgd. Niettemin wordt op de zienswijze ingegaan in deze nota van beantwoording. Inleiding
Gemeente Amsterdam
Pagina 2 van 31
Op 22 december 2021 is het voorbereidingsbesluit Winkeldiversiteit Centrum 2 genomen. De raad heeft hierbij verklaard dat het een paraplubestemmingsplan voorbereidt voor 165 adressen in het zogenoemde winkeldiversiteitsgebied in stadsdeel Centrum. Dat is het gehele plangebied van het bestemmingsplan Postcodegebied 1012 en een veertigtal omliggende en aangrenzende straten. Het paraplubestemmingsplan verbiedt om op de adressen in het bestemmingsplan genoemd specifiek daarbij genoemd gebruik, dat is beëindigd, te hervatten. Het voorbereidingsbesluit heeft ervoor gezorgd dat al vanaf het van kracht worden van dat besluit, op 24 december 2021, het betreffende gebruik niet meer mocht worden hervat. Het ontwerpbestemmingsplan volgt op dit voorbereidingsbesluit. In het winkeldiversiteitsgebied zijn de volgende functies in de bestemmingsplannen uitsluitend bestemd daar waar zij aanwezig waren: minisupermarkten, souvenirwinkels, head-, seed-, grow- en smartshops, horeca 1, 2, 3 en 4, automatenhallen, geldwisselkantoren, telefoneerinrichtingen, seksinrichtingen en massagesalons, toeristenwinkels, consumentverzorgende dienstverlening gericht op toeristen, eetwinkels, voorzieningen gericht op entertainment en kantoren met baliefunctie gericht op toeristen.
Dit zijn de functies die met elkaar de beleving van een monocultuur oproepen, hetgeen een negatieve invloed heeft op het woon- en leefklimaat. In het uitvoeringsprogramma Aanpak Binnenstad van december 2020 is vermeld dat de diversiteit van het horeca- en winkelaanbod verder moet worden verbeterd. Wanneer een van de hierboven opgesomde functies uit een pand vertrekt, ontstaat ruimte voor een nieuwe invulling. Om te sturen op een invulling die de diversiteit dient, is het helpend om de minder gewenste functie te verbieden. Vanwege de komst van de Omgevingswet, nu verwacht op 1 januari 2023, is al enkele jaren geleden de wettelijke tienjaarlijkse actualisatieverplichting voor bestemmingsplannen komen te vervallen. In stadsdeel Centrum vinden sindsdien geen algehele planactualisaties meer plaats. De keerzijde is dat met de jaren achterstallig onderhoud ontstaat. De oudste plannen in het gebied waarop het paraplubestemmingsplan betrekking heeft dateren al van 2010, terwijl naar de huidige stand van zaken de uiterste datum dat het omgevingsplan moet zijn vastgesteld eind 2029 is. Daar komt bij dat gedurende de overgang van bestemmingsplan naar omgevingsplan een specifieke ingreep op een enkel thema zoals het voorliggende paraplubestemmingsplan, niet tot de juridische mogelijkheden behoort.
Met het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum 2 wordt bereikt dat zonder tijdrovende algehele planherzieningen in procedure te brengen, de regeling voor deze functies in de plannen weer in lijn komt met het beoogde doel: vanwege de invloed die de functies hebben op het woon- en leefklimaat in het winkeldiversiteitsgebied, zijn de functies alleen bestemd, daar waar zij aanwezig zijn en bevatten de plannen geen ruimte voor nieuwe vestigingen. Daarmee zijn in het
Gemeente Amsterdam
Pagina 3 van 31
winkeldiversiteitsgebied alle plannen in een keer op dit belangrijke thema geactualiseerd. De gronden waarop de adressen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij de planregels zich bevinden, vormen met elkaar het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. Alle adressen bevinden zich in het winkeldiversiteitsgebied. De zienswijzen inhoudelijk De zienswijzen komen er zonder uitzondering op neer dat specifieke adressen ten onrechte op bijlage 1 bij de planregels zijn opgenomen. Een aantal van de zienswijzen stelt daarnaast dat het (ontwerp)bestemmingsplan niet mag worden vastgesteld vanwege strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de Dienstenrichtlijn. 1.
Zienswijze indiener 1
Samenvattend: In het ontwerpbestemmingsplan is geregeld dat op dit adres het gebruik als souvenirwinkel niet meer is toegestaan. Adressanten stellen dat het gebruik als souvenirwinkel niet is beëindigd en niet beëindigd is geweest, zodat het adres ten onrechte onderdeel van het bestemmingsplan uitmaakt. Reactie: Tijdens de visuele inventarisatie begin december 2021 en bij de nacontrole op de dag dat het voorbereidingsbesluit in werking trad, 24 december 2021, is waargenomen dat in de winkel vrijwel uitsluitend CBD producten werden aangeboden. Een inspectie door een toezichthouder van de gemeente d.d. 13 april heeft dit opnieuw uitgewezen. Er zijn twee kleine plankjes met andere producten waarvan een deel als souvenir kwalificeert, zo volgt uit het ter zake opgemaakte rapport van bevindingen. Kleding, paraplu’s en dergelijke waren niet aanwezig. Detailhandel in CBD producten is op grond van het bestemmingsplan toegestaan. Deze vorm van detailhandel kan dus worden voorgezet. Behoud van de gebruiksmogelijkheid souvenirwinkel op het adres is daarvoor niet nodig. Het uiterst beperkte aandeel producten dat als souvenir kan worden aangemerkt, rechtvaardigt dit niet. Conclusie: Burgemeester en wethouder stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 2.
Zienswijze indiener 2
Samenvattend:
Gemeente Amsterdam
Pagina 4 van 31
Het adres is sinds 2013 verhuurd voor gebruik als horeca 4 en er is ook een lopende horeca-exploitatievergunning op grond van de APV. Het adres maakt ten onrechte onderdeel uit van het bestemmingsplan. Reactie: Tijdens de visuele inventarisatie begin december 2021 en bij de nacontrole op de dag dat het voorbereidingsbesluit in werking trad, 24 december 2021, is niet waargenomen dat hier nog een restaurant werd geëxploiteerd. De zaak was zo goed als leeg, mogelijk wegens een verbouwing. Het is echter niet de bedoeling om de horecafunctie weg te bestemmen in geval op een adres een lopende exploitatievergunning en een lopend huurcontract gelden. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en het adres Vijzelstraat 103 uit het bestemmingplan te verwijderen. 3.
Zienswijze indiener 3
Samenvattend: Indiener geeft aan al 20 jaar een horeca 1 te exploiteren op het adres. De gebruiksmogelijkheid horeca 1 mag dus niet vervallen. Reactie: Tijdens de visuele inventarisatie begin december 2021 en bij de nacontrole op de dag dat het voorbereidingsbesluit in werking trad, 24 december 2021, kon niet naar binnen worden gekeken. De zaak was afgesloten en maakte een verlaten indruk. Er is ingeschat dat de exploitatie niet meer actief was. Wel is er nog een lopende exploitatievergunning. Bij brief van 12 april 2022 is aan indiener van de zienswijze verzocht een kopie van het huurcontract op te sturen om meer zekerheid te krijgen. De kopie is per e-mail ontvangen. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en het adres Czaar Peterstraat 1 uit het bestemmingplan te verwijderen. 4. Zienswijze indiener 4 Samenvattend: In het ontwerpbestemmingsplan wordt de gebruiksmogelijkheid seksinrichting (in de eerste bouwlaag) geschrapt. Met het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum is voor de eerste bouwlaag van het pand tevens de gebruiksmogelijkheid ‘voorziening gericht op entertainment’ toegevoegd. Beide gebruiksmogelijkheden zien op dezelfde bestaande exploitatie van het pand door BEM International BV als Sexmuseum Amsterdam. Bij de zienswijze is een
Gemeente Amsterdam
Pagina 5 van 31
brief van de gemeente gevoegd gedateerd 17 augustus 2006 en gericht aan BEM International B.V. In de brief heeft de gemeente aangegeven dat de exploitatie zoals die plaatsvindt wordt aangemerkt als seksinrichting in de zin van het (toenmalige) bestemmingsplan. Nu uit het bestemmingsplan zelf blijkt dat het niet tot doel heeft om bestaande exploitaties weg te bestemmen, dient het schappen van de gebruiksmogelijkheid seksinrichting van het adres Damrak 18 geen onderdeel van het plan uit te maken. Reactie: Het college erkent de juistheid van hetgeen in de zienswijze naar voren is gebracht en onderschrijft de conclusie die daaraan is verbonden. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en het adres Damrak 18 uit het bestemmingplan te verwijderen.
5.
Zienswijze indiener 5
Samenvattend: Het onderhavige pand is sedert enige jaren bij cliënte in gebruik als winkel in souvenirs met aanverwante artikelen zoals souvenirmagneten, sleutelhangers, verschillende type kleding met bedrukking "Amsterdam", paraplu’s e.d. Ook behoren tot het assortiment CBD producten zoals olie, neussprays, vitaminen, proteïne, snoepgoed e.d. Bij de start van de onderneming heeft de Gemeente dat gehele assortiment toegestaan. De exploitatie van de zaak is enkel tijdens de corona lockdowns gestaakt geweest. De aanduiding ‘souvenirwinkel toegestaan’ moet behouden blijven. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze 1. Conclusie: Burgemeester en wethouder stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 6.
Zienswijze indiener 6
Samenvattend: Het pand Vijzelstraat 103H stond op 24 december 2021 niet leeg en was hoewel er sprake was van een gedwongen sluiting vanwege de landelijk geldende lockdown ter beteugeling van het COVID-19 virus- op die datum in gebruik als horecabedrijf. De zaak werd ook niet voor een andere functie
Gemeente Amsterdam
Pagina 6 van 31
gebruikt. Voorts wordt naar voren gebracht dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met de Dienstenlichtlijn. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze 2. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en het adres Vijzelstraat 103 uit het bestemmingplan te verwijderen. Nu volledig wordt tegemoetgekomen aan het gestelde in de zienswijze wordt aan de overige argumenten niet toegekomen. 7.
Zienswijze indiener 7
Samenvattend: De zienswijze heeft betrekking op drie adressen: Nieuwezijds Kolk 11, Reguliersbreestraat 19 en Kalverstraat 210. Over Nieuwezijds Kolk 11 wordt naar voren gebracht dat volgens de geldende bestemming horeca 3 en 4 aanwezig mag zijn, dat in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de gebruiksmogelijkheid horeca 4 wordt geschrapt, en dat in het adres onafgebroken als horecavestiging werd geëxploiteerd. De huidige vestiging kan zowel als horeca 3 als horeca 4 worden gekwalificeerd. Over de Reguliersbreestraat 19 wordt het volgende naar voren gebracht. Op dit adres mag een eetwinkel zijn gevestigd. De winkelruimte is verhuurd aan Jamin. De exploitatie van Jamin is te kwalificeren als eetwinkel. Wegbestemmen van bestaand legaal gebruik kan niet aan de orde zijn. Een motivering voor het verbod op een eetwinkel ontbreekt in de plantoelichting nagenoeg. Er wordt verwezen naar het eerdere voorbereidingsbesluit en bestemmingsplan "Winkeldiversiteit Centrum" uit 2017/2018, waarmee functies als de eetwinkel "planologisch bevroren" zijn. Dat het daarboven noodzakelijk is om deze functie ook ter plaatse van Reguliersbreestraat 19 te verbieden, is niet onderbouwd.
Het ontbreken van deze onderbouwing schuurt temeer nu dit verbod ook als een beperking in de zin van de Dienstenrichtlijn geldt, zodat moet worden voldaan aan de daarin opgenomen vereisten van noodzakelijkheid en evenredigheid. In het centrumgebied - en zeker in de Reguliersbreestraat – bestaat er simpelweg behoefte aan functies als een eetwinkel, ook bij Amsterdammers die in het centrum winkelen of bijvoorbeeld naar de bioscoop gaan. Niet is aangetoond dat het verder verbieden van eetwinkels daadwerkelijk noodzakelijk is met het oog op de leefbaarheid of anderszins.
Gemeente Amsterdam
Pagina 7 van 31
Over Kalverstraat 210 wordt naar voren gebracht dat de tot voor kort op dit adres gevestigde eetwinkel weliswaar is verdwenen, maar een eetwinkel heel wel passend is op deze locatie. Er wordt geen noodzaak gezien deze gebruiksmogelijkheid te schrappen. Voor de argumentatie wordt verwezen naar dat deel van de zienswijze dat betrekking heeft op Reguliersbreestraat 19. Reactie: Nieuwezijds Kolk 11: foto’s gemaakt tijdens de inspecties in december wijzen erop dat hetgeen wordt gesteld in de zienswijze juist is. Er is geen teken dat de horeca is gesloten. Er is ook een geldende exploitatievergunning. Het adres is ten onrechte in het bestemmingsplan opgenomen. Reguliersbreestraat 19: de eetwinkel wordt in het bestemmingsplan Winkeldiversiteit omschreven als: ‘vormen van detailhandel die zich richten op de verkoop van etenswaren en/of drankjes die in hoofdzaak worden meegegeven om direct te worden geconsumeerd’. De bewoordingen duiden erop dat het hierbij niet gaat om of de etenswaren en drankjes een vorm hebben die maakt dat het direct, zonder verdere bereiding, consumeerbaar is, maar om de wijze waarop de producten worden meegegeven aan de klant: om direct te consumeren. Voorbeelden worden in de toelichting op genoemd bestemmingsplan gegeven. IJs in een hoorntje, een broodje in een servetje of een drankje in een open beker.
Weliswaar wordt in die toelichting ook gesproken over een eenzijdig assortiment en producten met een hoog suikeren of vetgehalte, maar het gegeven dat er alleen snoep wordt verkocht maakt de winkel niet tot een eetwinkel. Snoep dat in hoofdzaak verpakt wordt verkocht, op een wijze dat het in de tas kan en bijvoorbeeld in de bioscoop kan worden geconsumeerd wordt niet meegegeven om direct te worden geconsumeerd, ook al bestaat de mogelijkheid om dit te doen. De winkel van Jamin is dus geen eetwinkel en mag zonder meer zijn gevestigd op het adres Reguliersbreestraat 19. Er is geen sprake van wegbestemmen van een bestaande exploitatie. De noodzaak om een eetwinkel op het adres Reguliersbreestraat 19 te verbieden past in het sinds langere tijd gevoerde ruimtelijke beleid om monocultuur in de binnenstad tegen te gaan. Het beleid spitst zich toe op het zogenaamde winkeldiversiteitsgebied. Reguliersbreestraat 19 ligt in dit gebied. Niet valt in te zien dat dit adres of deze straat binnen het gebied een bijzondere positie inneemt, zodat evenmin niet valt in te zien dat de gebruiksmogelijkheid hier behouden moet blijven ook al wordt het adres niet overeenkomstig geëxploiteerd. Met het bestemmingsplan Winkeldiversiteit werd een aantal functies die met elkaar de monofunctionele beleving van het gebied veroorzaken bevroren. De
Gemeente Amsterdam
Pagina 8 van 31
Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van heeft blijkens haar uitspraak van 15 april 2020 geoordeeld dat de ingreep voldoet aan de eisen van de Dienstenrichtlijn. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum 2 is vermeld dat de ingreep als vervat in dit ontwerpbestemmingsplan hierop aansluit. Dit kan nog verder worden toegelicht. In de Aanpak binnenstad is vastgesteld dat de monocultuur nog steeds overheerst en er wordt gestreefd naar meer diversiteit. In het licht van het gevoerde ruimtelijke beleid brengt dit met zich mee dat de bevroren functies bij voorkeur nog in aantal worden teruggebracht. Daarop ziet het ontwerpbestemmingsplan. De in dit ontwerpbestemmingsplan gekozen systematiek sluit naadloos aan bij hetgeen volgens de overwegingen van de Afdeling in genoemde uitspraak bepalend is voor het slagen van de toets aan de Dienstenrichtlijn. Samengevat komt dit op het volgende neer: Van directe of indirecte discriminatie is geen sprake. De gebruiksverboden treffen alle dienstverrichters op dezelfde manier. De ingreep is noodzakelijk. De raad heeft de ontwikkeling tot een voortschrijdende monocultuur waarin verschillende succesformules gericht op dagjesmensen en toeristen worden gekopieerd, met als gevolg een winkelaanbod met weinig inventiviteit en zonder toegevoegde waarde, inzichtelijk gemaakt.
De raad heeft zich met recht op het standpunt kunnen stellen dat ingrijpen noodzakelijk is met het oog op de bescherming van het stedelijk milieu, meer in het bijzonder met het oog op de belangen van de mensen die wonen en werken in Amsterdam. De raad streeft het doel om de leefbaarheid van het stadscentrum te behouden door een verdere afname van de winkeldiversiteit tegen te gaan op een samenhangende en systematische na. De gebruiksverboden zijn geschikt om het doel de leefbaarheid in de binnenstad te verbeteren en de winkeldiversiteit te bevorderen. Dat is gebleken uit een analyse van specifieke gegevens. De raad heeft inzichtelijk gemaakt dat de binnenstad wordt gekenmerkt door een monotoon winkel- en voorzieningenaanbod. In het rapport ‘Sturen op een divers winkelgebied’ en de Keuzenotitie zijn een afname aan diversiteit in het horecaen winkelaanbod en een toename van winkels gericht op dagjesmensen en toeristen geconstateerd. Daarnaast heeft de raad in de plantoelichting toegelicht dat de gemeente, bewoners en ondernemers dit steeds meer zien als een bedreiging voor de leefbaarheid van de binnenstad. Uit het rapport van de rekenkamer ‘Project 1012’ volgt dat een gebruiksverbod zal leiden tot meer diversiteit. Zo is het aantal souvenirshops tussen 2011 en 2016 bijvoorbeeld teruggelopen van 81 naar 71.
De gebruiksverboden in het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum beslaan bovendien een range van op toeristen gerichte functies die bijdragen aan de monocultuur. De gebruiksverboden gaan niet verder dan nodig en er zijn geen andere minder beperkende maatregelen beschikbaar. Het gebruiksgebod geldt voor een beperkt gebied, rechten van bestaande pandeigenaren, exploitanten en ondernemers worden gerespecteerd, zodat het verbod zich richt op panden waar op de dag van
Gemeente Amsterdam
Pagina 9 van 31
inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit geen voorzieningen gericht op toeristen en dagjesmensen aanwezig waren. Er zijn maatregelen getroffen om toeristen en dagjesmensen te spreiden over de stad en de regio. Maar wegens de grote hoeveelheid en dichtheid van de toeristische locaties in de directe nabijheid van het plangebied zullen toeristen altijd aanwezig zijn. Om het monotone winkel- en voorzieningenaanbod te herstellen, is het sturen op aanbod vereist en dat kan alleen met gebruiksverboden in een bestemmingsplan. De overwegingen van de Afdeling zijn onverkort van toepassing op de voorliggende nadere ingreep. De ontwikkelingen in de binnenstad zijn na vaststelling van het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum voortgeschreden. Weliswaar is het aantal op toeristen gerichte functies niet meer toegenomen, wel wordt ervaren dat het aandeel toeristische aanbod nog steeds groot is. Uit de bestuurlijke stukken over de Aanpak Binnenstad (2018heden) alsmede uit het adviesrapport van Amsterdam&partners ‘Herontwerp van de bezoekerseconomie’ van 26 november 2020 volgt dat verder terugdringen van monocultuur gewenst is en een focus ligt op winkel- en horecadiversiteit waarbij de Amsterdammers meer centraal staan.
De regeling in het ontwerpbestemmingsplan is feitelijk een uitbreiding van het bestaande gebruiksverbod; het gebruiksverbod strekt zich nu immers ook uit over de genoemde adressen voor de genoemde functies. Eerder heeft de raad ervoor gekozen om de rechten van zittende ondernemers te respecteren door hun vestiging positief te bestemmen. Nu de betreffende functies op de betreffende adressen zijn gestaakt, kan voor die adressen de positieve bestemming vervallen. Kalverstraat 210: de noodzaak om een eetwinkel op het adres Kalverstraat 210 te verbieden past in het sinds langere tijd gevoerde ruimtelijke beleid om monocultuur in de binnenstad tegen te gaan. Het beleid spitst zich toe op het zogenaamde winkeldiversiteitsgebied. Kalverstraat 210 ligt in dit gebied. Niet valt in te zien dat dit adres of deze straat binnen het gebied een bijzondere positie inneemt, zodat evenmin niet valt in te zien dat de gebruiksmogelijkheid hier behouden moet blijven ook al wordt het adres niet overeenkomstig geëxploiteerd. Voor het overige wordt verwezen naar het antwoord over Reguliersbreestraat 19. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren voor zover deze betrekking heeft op het adres Nieuwezijds Kolk 11, dit adres uit het bestemmingplan te verwijderen en de zienswijze voor het overige ongegrond te verklaren.
Volledigheidshalve is naar aanleiding van deze zienswijze de toelichting aangevuld.
Gemeente Amsterdam
8.
Pagina 10 van 31
Zienswijze indiener 8
Samenvattend: Het pand is vanaf oktober 2018 in gebruik geweest als broodjeszaak (afhaal), laatstelijk onder de naam ‘Daily Bread’. Vervolgens is het gebruik - na enkele aanpassingen aan de binnenzijde van het pand (uitgevoerd in augustus en september 2021) - voortgezet middels een vergelijkbaar concept gericht op o.a. verse stroopwafels. Indien de gemeente middels opname op de lijst bedoeld dat sprake zou zijn van duurzame staking c.q. definitief einde van de exploitatie van het door haar vermelde gebruik dan bestaat hiertegen bezwaar tegen. Er is immers nimmer sprake geweest van een (duurzame) staking c.q. definitief einde van een eetwinkelformule. Het pand staat ten onrechte op de door gemeente opgestelde lijst. Bijgevoegd zijn foto’s van de winkel zoals geëxploiteerd door Daily Bread en door Van Holland Stroopwafels. Reactie: Bij de inventarisatie begin december 2021 werd een winkel in hoofdzakelijk verpakte stroopwafels waargenomen. Eetwinkel wordt in het bestemmingsplan Winkeldiversiteit omschreven als: ‘vormen van detailhandel die zich richten op de verkoop van etenswaren en/of drankjes die in hoofdzaak worden meegegeven om direct te worden geconsumeerd’. De bewoordingen duiden erop dat het hierbij gaat om de wijze waarop de producten worden meegegeven aan de klant: om direct te consumeren. Voorbeelden worden in de toelichting op genoemd bestemmingsplan gegeven.
IJs in een hoorntje, een broodje in een servetje of een drankje in een open beker. Bij de nacontrole op 24 december 2021 is waargenomen dat de exploitatie voor een aanmerkelijk deel bestaat uit de verkoop van versierde stroopwafels die voor directe consumptie worden meegegeven. Dat betekent dat behoud van de gebruiksmogelijkheid van eetwinkel aangewezen is. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en het adres Kalverstraat 198 uit het bestemmingplan te verwijderen. 9.
Zienswijze indiener 9
Samenvattend: De zienswijze heeft betrekking op de adressen Kalverstraat 9 en Leidsestraat 60. De panden zijn in eigendom van Vastned. In Kalverstraat 9 is de winkel Pop Cult gevestigd. Het adres is onterecht in het bestemmingsplan opgenomen. De winkel was immers steeds aanwezig, maar slechts gesloten toen dat moest vanwege de lockdown. Leidsestraat 60 is tot enkele jaren geleden geëxploiteerd als horeca 4. De laatste tijd wordt verhuurd aan pop-up winkels. De eigenaar is echter nog
Gemeente Amsterdam
Pagina 11 van 31
steeds op zoek naar een horecahuurder. Het pand is uitermate geschikt voor gebruik als koffiezaak of lunchroom. Vastned ziet niet in welk ruimtelijk relevant belang zou zijn gemoeid bij het wegbestemmen van deze bestaande planologische mogelijkheid en waarom dat belang zou opwegen tegen het belang van Vastned om voor haar kostbare pand goede huurders te kunnen aantrekken, die daar een koffiezaak of lunchroom willen exploiteren. Reactie: Kalverstraat 9 is in het (ontwerp)bestemmingsplan opgenomen omdat bij de inventarisatie in december 2021 is vastgesteld dat ter plaatse geen souvenirwinkel meer wordt geëxploiteerd. In het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum 2 is de souvenirwinkel gedefinieerd als: ‘een detailhandelsvestiging waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door de handel in producten die in het teken staan van nationale-, streek- of stadssymbolen en/of namen. Een detailhandelsvestiging is geen souvenirwinkel wanneer niet meer dan 5% van het netto winkelvloeroppervlak wordt gebruikt voor de verkoop van producten die in het teken staan van nationale-, streek- of stadssymbolen en/of namen. Deze producten mogen uitsluitend achter in de vestiging worden uitgestald. Gespecialiseerde winkels die producten verkopen die weliswaar in het teken staan van nationale-, streek- of stadssymbolen worden niet gezien als souvenirwinkels.
Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan kaaswinkels, winkels gespecialiseerd in Delftsblauw aardewerk of bloemenzaken/tuinierswinkels die tulpen(bollen) en klompen verkopen.’ Niet valt in te zien waarom de Pop Cult winkel als souvenirwinkel zou kwalificeren. Over Leidsestraat 60 wordt het volgende opgemerkt. In de toelichting op het (ontwerp)bestemmingsplan is toegelicht waarom de ingreep wordt gedaan: de veelheid aan functies die in het winkeldiversiteitsgebied met elkaar een beleving van monocultuur veroorzaken. Het gaat om de functies die alleen mogen worden geëxploiteerd als de locatie daarvoor is aangeduid in het bestemmingsplan, zoals ook horeca 4. De aanduidingen worden alleen toegekend als ter plaatse overeenkomstig wordt geëxploiteerd. Bij periodieke actualisaties wordt een dergelijke aanduiding niet opnieuw toegekend als het gebruik is beëindigd. Er wordt geen aanleiding gezien om deze vaste werkwijze niet toe te passen op het adres Leidsestraat 60. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.
Zienswijze indiener 10
Gemeente Amsterdam
Pagina 12 van 31
Samenvattend: De exploitatie van het pannenkoekenhuis is niet gestaakt geweest. Het was slechts tijdelijk gesloten vanwege het wegblijven van toeristen en de corona lockdowns. Er was steeds een geldende exploitatievergunning en een lopend huurcontract. Voorts wordt naar voren gebracht dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met de Dienstenlichtlijn. Reactie: Bij de inventarisatie begin december 2021 en bij de nacontrole op de dag dat het voorbereidingsbesluit in werking trad, 24 december 2021, kon niet naar binnen worden gekeken. Aangenomen werd dat de exploitatie was beëindigd. Doordat nu deze zienswijze is ingediend is komen vast te staan dat deze aanname onjuist was. Het adres is dus ten onrechte in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en het adres Gravenstraat 5 uit het bestemmingplan te verwijderen. Nu volledig wordt tegemoet gekomen aan het gestelde in de zienswijze wordt aan de overige argumenten niet toegekomen.
11.
Zienswijze indiener 11
Samenvattend: De zienswijze is ingediend door de eigenaar van het pand. Hij verhuurt al 15 jaar aan Tours&Tickets. Zij adviseren klanten en verkopen tickets voor musea en andere attracties en souvenirs. In het ontwerpbestemmingsplan worden de gebruiksfuncties kantoor met baliefunctie gericht op toeristen en souvenirwinkel geschrapt. Onder invloed van de pandemie en de negatieve reisadviezen is het aantal toeristen de afgelopen jaren fors gedaald. Diverse ondernemingen zoals touroperators, musea, hotels, horeca en ticketverkopers zijn voor een groot deel afhankelijk van deze toeristen. Om het hoofd toch boven water te kunnen houden en o.a. de huur (op tijd) te kunnen betalen hebben diverse ondernemers ervoor moeten kiezen om hun bedrijfspand tijdelijk te laten gebruiken voor een functie die wel geopend mocht zijn. De originele functie van het bedrijfspand is hiermee niet geëindigd, zij zijn enkel door de coronapandemie genoodzaakt geweest deze tijdelijk voor een gedeelte te wijzigen. Vanwege de lockdowns, andere beperkende coronamaatregelen en het weg blijven van de toeristen vanwege de pandemie blijkt Tours&Tickets het pand tijdelijk te hebben onderverhuurd als COVID-testcentrum. Indiener was hiervan vooraf niet op de hoogte. De onderverhuur is tijdelijk van aard en hangt direct
Gemeente Amsterdam
Pagina 13 van 31
samen met de (gevolgen van de) pandemie. Zodra het toerisme weer aantrekt zal deze tijdelijke activiteit worden beëindigd en wordt de reguliere exploitatie weer voortgezet. De naam Lovers, onderdeel van Tours&Tickets, heeft ook altijd gewoon op de gevel gestaan. De gemeente wist of had kunnen weten dat het pand nog steeds in gebruik was voor Tours & Tickets en dat het covidtestcentrum (logischerwijs) van tijdelijke aard was. Ook omdat de balie waaraan normaal gesproken tickets verkocht worden en de verdere inrichting van Tours&Tickets nog gewoon aanwezig is in het pand. Indiener is van mening dat het tijdelijke gebruik als covidtestlocatie valt onder de bestemming kantoor met baliefunctie. Het betreft immers een kantoor met een publieksaantrekkende hoofdfunctie, waar de administratieve en feitelijke handelingen ten aanzien van een covidtest plaatsvinden. Er zijn vanuit de gemeente ook nooit berichten gekomen dat dit gebruik niet zou zijn toegestaan. In die zin is het gebruik als kantoor met baliefunctie dus nooit geëindigd. Voorts wordt naar voren gebracht dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met de Dienstenlichtlijn.
Reactie: Het standpunt dat de gebruiksfuncties niet zijn beëindigd, maar slecht tijdelijk zijn gestaakt en vervangen door een andersoortige exploitatie, omdat toeristen weg bleven en de huur betaald moest worden, wordt als redelijk en plausibel beoordeeld. De advocaat van het moederbedrijf van Tours&Tickets heeft desgevraagd laten weten dat het voornemen bestaat het gebruik voor de verkoop van tours en tickets en souvenirs te hervatten. Daarbij is de datum van 9 mei 2022 genoemd. Deze verklaring sluit aan op het standpunt zoals in deze zienswijze van de eigenaar naar voren komt. Verwezen wordt ook naar de reactie op zienswijze 12. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en het adres Leliegracht 51A voor wat betreft souvenirwinkel en kantoor met baliefunctie gericht op toeristen uit het bestemmingplan te verwijderen. Nu volledig wordt tegemoet gekomen aan het gestelde in de zienswijze wordt aan de overige argumenten niet toegekomen. 12.
Zienswijze indiener 12
Samenvattend: De zienswijze heeft betrekking op drie adressen: Leliegracht 51A, Damrak 85 en Singel 528.
Gemeente Amsterdam
Pagina 14 van 31
Over Leliegracht 51A wordt het volgende naar voren gebracht. Het adres mag volgens het geldende bestemmingsplan worden gebruikt voor souvenirwinkel en kantoor met baliefunctie gericht op toeristen. Het adres wordt voor die exploitatie gehuurd door indiener. Vanwege de coronapandemie heeft de huurder de ruimte tijdelijk onderverhuurd als coronatestlocatie. Dat gebruik is aan te merken als een kantoor met baliefunctie zoals toegestaan op deze locatie. Aan het interieur is duidelijk te zien dat de exploitatie door de indiener niet is beëindigd maar slechts tijdelijk gewijzigd. Over Damrak 85 wordt hetzelfde gesteld als over Leliegracht 51A. Over Singel 528 brengt indiener naar voren dat al voor de inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit op 24 december 2021 een overeenkomst was gesloten om de huur van het adres over te nemen en het gebruik als souvenirwinkel voort te zetten. Een kopie van de overeenkomst is bijgevoegd. Het adres mag volgens het bestemmingsplan worden gebruikt als souvenirwinkel. De zienswijze bevat voorts een betoog dat het (ontwerp)bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de Dienstenrichtlijn.
Reactie: Leliegracht 51A en Damrak 85: Het standpunt dat de gebruiksfunctie kantoor met baliefunctie op deze adressen niet is beëindigd, maar slecht tijdelijk is gestaakt en vervangen door een andersoortige exploitatie, omdat toeristen weg bleven en de huur betaald moest worden, wordt als redelijk en plausibel beoordeeld. Toen de zienswijze werd ingediend echter, werden de beide adressen nog als testlocatie gebruikt. Daarom is aan de indiener gevraagd om aan te geven welke datum voor de adressen wordt beoogd om het gebruik als kantoor met baliefunctie gericht op toeristen te hervatten. Indiener heeft de datum van 9 mei 2022 genoemd voor de Leliegracht 51A en eind mei 2022 voor Damrak 85. Deze verklaring sluit aan op het standpunt dat het hier niet om een beëindiging van het gebruik gaat, maar om een tijdelijk staken. Verwezen wordt ook naar de reactie op zienswijze 12. Singel 528: Indiener is gevraagd het standpunt nader te onderbouwen, omdat uit de bijgevoegde kopie van de overeenkomst bleek dat de overeenkomst was aangegaan onder voorwaarden, terwijl niet bekend was of aan de voorwaarden was voldaan. In een nader bericht van indiener is met stukken aangetoond dat de huurovereenkomst tussen het moederbedrijf van Tours&Tickets en de
Gemeente Amsterdam
Pagina 15 van 31
eigenaar is beëindigd en een nieuwe huurovereenkomst is gesloten met een partij die ter plaatse een souvenirwinkel zal beginnen. De nieuwe overeenkomst dateert van voor het voorbereidingsbesluit. Het is onder deze omstandigheden in strijd met het evenredigheidsbeginsel indien het gebruik als souvenirwinkel niet zou mogen worden voortgezet. Gebleken is dat op basis van het geldende bestemmingsplan het adres ook gebruikt mag worden voor kantoor met baliefunctie gericht op toeristen. Uit de zienswijze komt naar voren dat dit gebruik blijvend is gestaakt. Er wordt immers verhuurd aan een souvenirwinkel, zo blijkt uit de overeenkomst. In de zienswijze wordt dan ook aanleiding gezien om een wijziging aan te brengen in bijlage 1 bij de regels. Conclusie: Burgemeester en wethouders stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren, en het adres Leliegracht 51A voor wat betreft souvenirwinkel én kantoor met baliefunctie gericht op toeristen, en het adres Damrak 85 uit het bestemmingplan te verwijderen. Voor het adres Singel 528 wordt een wijziging voorgesteld: ‘Singel 528: souvenirwinkel’ wordt vervangen door ‘Singel 528: kantoor met baliefunctie gericht op toeristen’. Nu volledig wordt tegemoet gekomen aan het gestelde in de zienswijze wordt aan de overige argumenten niet toegekomen 13.
Zienswijze indiener 13
Het volgende is naar voren gebracht: Strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel Op 22 december 2021 heeft de gemeenteraad het voorbereidingsbesluit Winkeldiversiteit Centrum 2 vastgesteld. Dit voorbereidingsbesluit ziet op gronden gelegen binnen het Winkeldiversiteitsgebied Centrum 2, zoals aangegeven op de bij het besluit behorende verbeelding. Op basis van dit voorbereidingsbesluit is het verboden om de adressen zoals genoemd in bijlage 1 behorend bij het besluit, in gebruik te hebben voor de bij elk van de adressen specifiek genoemde functie(s). Voor het adres Haringpakkerssteeg 5 zou de functie `Horeca 3' niet meer zijn toegestaan. Volgens lid 4 van het voorbereidingsbesluit gelden deze verboden niet voor adressen die met ingang van de datum dat het voorbereidingsbesluit in werking is getreden (zijnde 24 december 2021) voor de specifiek genoemde functie(s) in gebruik zijn, waarbij geldt dat een adres niet voor de functie in gebruik is indien het adres met ingang van die datum leeg staat of voor een andere functie in gebruik is. Per e-mail van 25 januari 2022 (bijlage 2) is namens cliënt verzocht om het adres Haringpakkerssteeg 5 van deze lijst te schrappen, omdat op dit adres Coffeeshop Prix d'Ami (mede) op dit adres wordt geëxploiteerd. Per e-mail van
Gemeente Amsterdam
Pagina 16 van 31
17 februari 2022 is vanuit de gemeente medegedeeld dat geconstateerd zou zijn dat er op dit adres geen zelfstandige horeca aanwezig is, wel zou er de nooduitgang van een horeca 3 vestiging aanwezig zijn. Besloten is daarom dat het adres op de lijst van het voorbereidingsbesluit blijft staan, maar dat daaraan wordt toegevoegd: "met uitzondering van het gebouwdeel waar de nooduitgang van de horeca 3 gevestigd in Haringpakkerssteeg 3 zich bevindt. Deze blijft toegestaan". Op 11 maart 2022 is het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Haringpakkerssteeg 5 is daar op voornoemde wijze in opgenomen. Dit is om de volgende redenen onterecht. Er is geen begrip voor dat het voorbereidingsbesluit is genomen ten tijde van een harde lockdown Het is in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel. Alleen daarom al kan het betreffende ontwerpbestemmingsplan niet ongewijzigd worden vastgesteld. Het adres Haringpakkerssteeg 5 bestaat formeel niet. Na huisnummerbesluiten kent het pand waarop het bordje met daarop ‘5’ is bevestigd allen huisnummers die bestaat uit 5 met toevoeging van een letter. Het gebruik van (voorheen) Haringpakkerssteeg 5 voor horeca 3 is niet beëindigd. In het bij de aanvraag ingediende Veiligheidsplan Horeca staat dat Prix d'Ami gevestigd is op Haringpakkerssteeg 3-5.
De exploitatievergunning geldt voor de volgende lokaliteiten: • Benedenlokaliteit • Linksgelegen ter hoogte van de 1ste verdieping • Rechtsgelegen ter hoogte van de 1ste verdieping • Linksgelegen ter hoogte van de 2de verdieping • Rechtsgelegen ter hoogte van de 2de verdieping). Feitelijk zijn deze lokaliteiten aanwezig op Haringpakkerssteeg 3, maar ook op de locatie Haringpakkerssteeg voorheen nummer 5. Dit zijn in ieder geval de linksgelegen lokaliteiten op de 1ste en 2de verdieping. En op de begane grond in ieder geval een deel van de coffeeshop en de nooduitgang van de coffeeshop. Dit blijkt ook uit de in 2010 verleende Exploitatievergunning Coffeeshop en Exploitatievergunning voor een alcoholvrij bedrijf (bijgevoegd). Op de bij de vergunningen gevoegde tekeningen blijkt duidelijk dat de coffeeshop ook gevestigd is ter hoogte van Haringpakkerssteeg voorheen nummer 5. Feitelijk werd en wordt op de locatie Haringpakkerssteeg voorheen nummer 5 op dit moment horeca IV (in de vorm van een coffeeshop) geëxploiteerd. Dit pand is dus onterecht opgenomen op de lijst van het voorbereidingsbesluit en het ontwerpbestemmingsplan.
Gemeente Amsterdam
Pagina 17 van 31
De gemeente heeft hier onvoldoende onderzoek naar gedaan. Zeker gezien de geldende exploitatievergunning wist de gemeente of had zij moeten weten, dat er horeca in het betreffende pand aanwezig is. Blijkens het inspectierapport van 24 december 2021 heeft de inspecteur alleen foto's gemaakt van de betreffende deuren. Dit voldoet niet aan de vereiste zorgvuldigheid. Strijd met een goede ruimtelijke ordening Niet onderbouwd is waarom de betreffende functies met bijbehorende ruimtelijke effecten zouden moeten verdwijnen of waarom de ruimtelijke effecten nadeliger zouden zijn dan die van de functies die nog wel zijn toegestaan. Een vestiging van een populaire detailhandelsketen kan immers ook een grote publiekstrekker zijn voor mensen die buiten Amsterdam woonachtig zijn, denk bijvoorbeeld aan een winkel van Apple. Bovendien heeft de gemeente geen invloed op de ondernemer die in de toekomst in het pand zal komen onder de nog toegestane functies. Er is in het geheel geen garantie dat deze ondernemer bijdraagt aan de verwezenlijking van de visie voor het centrum. Niet aannemelijk is dus gemaakt dat de ruimtelijke kwaliteit en de leefomgeving positief beïnvloed wordt door het wegbestemmen van de betreffende functies. Daar komt bij dat in het geheel de ruimtelijke noodzaak voor het schrappen van de betreffende functie op de specifieke adressen niet is aangetoond.
Met het Voorbereidingsbesluit Winkeldiversiteit Centrum dat op 6 oktober 2017 inwerking is getreden, zijn functies zoals bijvoorbeeld minisupermarkten, souvenirwinkels, eetwinkels en kantoren met baliefunctie gericht op toeristen planologisch bevroren. Dit is met de vaststelling van het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum op 18 juli 2018 verder vormgegeven. Deze functies kunnen vanaf dat moment in het plangebied niet verder worden uitgebreid. Niet onderbouwd is dat deze (zeer vergaande) planologische ingreep onvoldoende was om de beoogde effecten te bereiken. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan wordt wel gesteld dat het nu noodzakelijk is om functies te gaan wegbestemmen, maar dat wordt niet (met cijfers) onderbouwd. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan wordt verder verwezen naar een rapport van de Rekenkamer van 26 juni 2018 over het 'Project 1012'. De conclusie van dit rapport zou zijn dat er met het Project 1012 successen zijn behaald in het 1012-gebied, maar dat het project niet heeft geleid tot een gewenste economische opwaardering van de oude binnenstad van Amsterdam en een doorbraak van de criminele infrastructuur.
Dit rapport bevat echter op geen enkele wijze een onderbouwing op grond waarvan de op de lijst genoemde functies op de specifieke locaties zouden moeten verdwijnen, in het bijzonder specifiek de hiervoor genoemde locatie van cliënt. Ook blijkt niet dat het wegbestemmen van horeca op deze plek zou leiden tot een economische opwaardering van de stad.
Gemeente Amsterdam
Pagina 18 van 31
Daarnaast wordt in de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan ingegaan op de Aanpak Binnenstad en het Uitvoeringsprogramma Aanpak Binnenstad van december 2020. Ook deze stukken bevatten echter geen directe onderbouwing waarom specifiek onderhavige functies zouden moeten verdwijnen. Ook is in deze stukken niet duidelijk gemaakt in hoeverre er rekening is gehouden met de effecten van het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum. De situatie met betrekking tot diverse bestemmingen is immers met dit bestemmingsplan bevroren en niet dan wel onvoldoende is onderbouwd waarom dit nog verder zou moeten worden teruggedrongen. Sowieso is het toerisme de afgelopen jaren door de coronasituatie al zeer drastisch teruggedrongen. De vraag is of dit weer volledig zal aantrekken en hoeveel tijd daar überhaupt overeen zal gaan. Daar is geen of onvoldoende onderzoek naar gedaan door de gemeente. Verder zijn in het Uitvoeringsprogramma Aanpak Binnenstad van december 2020 vele maatregelen opgenomen die zouden moeten leiden tot bijvoorbeeld functiemenging en diversiteit en een waardevolle bezoekerseconomie. Niet duidelijk is wat het effect van deze maatregelen is geweest en/of het onderhavige ontwerpbestemmingsplan in dat kader überhaupt nodig of gewenst is.
Ook in het Uitvoeringsprogramma Aanpak Binnenstad 2022 van 3 december 2021 zijn diverse (nieuwe) maatregelen opgenomen die het komende jaar zullen worden uitgevoerd. De noodzaak van de beperkingen in functies van het onderhavige bestemmingsplan wordt daarmee onderuit gehaald. Ook wordt in de toelichting verwezen naar de Uitvoeringsnotitie Horeca 2014 Stadsdeel Centrum. Deze notitie bevat echter geen onderbouwing waarom horeca 3 (en horeca in het geheel) ter plaatse van Haringpakkerssteeg voorheen nummer 5 zou moeten verdwijnen. Tot slot wordt nog verwezen naar de Omgevingsvisie Amsterdam 2050: "Een Menselijke Metropool", vastgesteld op 8 juli 2021. Volgens deze visie wordt er gestreefd naar een bezoekerseconomie die waarde toevoegt aan de binnenstad en haar bewoners, die duurzaam is en de leefbaarheid verbetert. Sturen op duurzamer, beter en divers gebruik van vastgoed wordt nagestreefd. Niet onderbouwd is hoe het verbieden van het betreffende gebruik op de locatie bijdraagt aan deze visie. De betreffende functies juist heel goed samengaan met de doelstellingen uit deze visie. De coffeeshop exploitant is immers een serieuze partij die staat voor een goede bedrijfsvoering en een nette uitstraling van de panden. Dit stimuleert de waarde van de bezoekerseconomie en verbetert de leefbaarheid. De visie gaat ook niet uit van het geheel uitbannen van toerisme.
Er wordt juist gesteld dat de bezoekerseconomie zorgt voor banen en inkomsten, bijdraagt aan vernieuwing en voorzieningen in stand houdt waar ook Amsterdammers gebruik van kunnen maken. Bovendien ondersteunt dit het internationale en
Gemeente Amsterdam
Pagina 19 van 31
open karakter van de stad. De coffeeshophouder levert daar als serieuze en verantwoordelijke partij een bijdrage aan op de genoemde locatie. Op geen enkele manier komt uit de stukken naar voren hoe de belangen van exploitanten en vastgoedeigenaren van de betreffende locaties zijn afgewogen tegen de algemene belangen. Anders dan in de toelichting gesteld wordt zijn de betreffende functies op de locatie geenszins definitief gestopt. Huidige exploitanten worden in de exploitatie beperkt of de exploitatie wordt geheel onmogelijk gemaakt. Dit levert grote schade op. Ditzelfde geldt voor de pandeigenaren. Door de beperking van de functies zal de waarde van de panden dalen. Nu op geen enkele manier vaststaat hoe het beperken van de functie bijdraagt aan de doelstellingen voor de binnenstad, dienen de belangen van de exploitanten en vastgoedeigenaren zwaarder te wegen. Strijd met de Dienstenrichtlijn Op basis van artikel 15 lid 3 Dienstenrichtlijn moet de noodzakelijkheid en de evenredigheid van deze beperking voor elke specifieke situatie worden onderbouwd en aangetoond. De noodzaak van deze territoriale beperkingen is in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan niet, dan wel onvoldoende aangetoond. Er bestaat derhalve geen dwingende reden van algemeen belang om de specifieke functies op de betreffende locaties te verbieden.
Algemene stellingen zoals het bevorderen van de diversiteit in de binnenstad zijn daarvoor onvoldoende. Anders dan bij het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum - waar alleen het bevriezen van functie aan de orde was - gaat het bij het onderhavige ontwerpbestemmingsplan om het wegbestemmen van functies. Daaraan dient op z'n minst een duidelijke en eenduidige inventarisatie ten grondslag te liggen van het huidige aantal functies per gebied en het gewenste aantal functies voor de toekomst. Deze ontbreekt in het onderhavige geval. Een andere Europeesrechtelijke voorwaarde waaraan moet worden voldaan is het vereiste van evenredigheid. Daarbij moet worden aangetoond dat de beperking geschikt is om het beoogde doel te bereiken - wordt de regeling coherent en systematisch toegepast en kan met de regeling effectief het beoogde doel worden bereikt? - en dat de beperking niet verder strekt dan nodig (zijn er minder beperkte maatregelen om hetzelfde doel te bereiken?). In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is op geen enkele manier aangetoond dat het wegbestemmen van de functie horeca 3 geschikt is om het door de gemeente beoogde doel te bereiken. Ook is niet geheel duidelijk wat überhaupt het beoogde doel is. Als het doel bijvoorbeeld is om het aantal toeristen terug te dringen is het zeer de vraag of dit bereikt wordt door het wegbestemmen van horeca 3.
Dit zou bijvoorbeeld veel beter bereikt kunnen
Gemeente Amsterdam
Pagina 20 van 31
worden met het terugdringen van het aantal hotelbedden. Het verdwijnen van een horecavestiging zal voor een toerist immers geen reden zijn om niet meer naar Amsterdam te komen en het niet kunnen boeken van een slaapplaats wel. Ook is het opleggen van deze beperking niet effectief omdat er niet op gestuurd kan worden wat het volgende gebruik van het pand zal zijn. Verder is er op geen enkele manier gebleken of is onderzocht of met een minder beperkende maatregel kan worden volstaan. Niet duidelijk is ook bijvoorbeeld waarom de maatregelen zoals genoemd in de uitvoeringsprogramma's Aanpak Binnenstad niet voldoende zouden zijn. Strijd met het evenredigheidsbeginsel Op grond van artikel 3:4 lid 2 Awb mogen de nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen belangen. In dat kader wordt verwezen naar de evenredigheidstoets zoals neergelegd in de conclusie van staatsraden advocaat-generaal Widdershoven en Wattel van 7 juli 2021. Hierin wordt ook verwezen naar de memorie van toelichting bij artikel 3.4 lid 2 Awb, waarin bepaald wordt dat dit artikel het bestuur een middeldoelbeoordeling voorschrijft bij het nemen van een besluit: het middel (het besluit met zijn nadelige gevolgen voor belanghebbenden) mag niet onevenredig zijn in verhouding tot het doel (de met het besluit te dienen belangen).
Door het EHRM is in de zaak `Tre traktore aktieblog vs. Zweden' bepaald dat een exploitatievergunning of een Alcoholwetvergunning dient te worden beschouwd als onderdeel van het bedrijfsvermogen van de restauranthouder. Met de intrekking van een dergelijke vergunning wordt derhalve het eigendom van de restauranthouder aangetast. Dit dient beschouwd te worden als een beperking van het eigendomsrecht in de zin van artikel 1 Eerste Procotol EVRM. In dat geval dient de evenredigheid dringend getoetst en afgewogen te worden tegen het algemene belang dat gediend is met de intrekking van de vergunning om die specifieke zaak. Dit betekent een onderwerping aan de EU-rechtelijke doel-middeltoetsing op (i) geschiktheid inclusief effectiviteit en coherentie, (ii) noodzakelijkheid en (iii) evenredigheid stricto sensu. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 februari 2022 onderschrijft de Afdeling dat de geschiktheid, noodzakelijkheid en de evenwichtigheid bij de toetsing van een besluit aan de norm van artikel 3:4, tweede lid van de Awb een rol spelen. De bestuursrechter zal van geval tot geval, in verlengde van de tegen het besluit aangevoerde beroepsgronden, moeten bepalen of, en zo ja op welke wijze, de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de maatregelen (uitdrukkelijk) bij de toetsing moeten worden betrokken.
De Afdeling onderschrijft verder dat er voor de beoordeling en de toetsing van de evenredigheid twee belangrijke oriëntatiepunten zijn: 1. De aard en het gewicht van de bij het besluit betrokken belangen; 2. De ingrijpendheid van het besluit en de mate waarin fundamentele recht van de belanghebbenden worden
Gemeente Amsterdam
Pagina 21 van 31
aangetast. De intensiteit van de rechtelijke toetsing aan het evenredigheidsbeginsel hangt daarmee van zoveel factoren af, dat het om een glijdende schaal gaat waarop alle intensiteiten tussen vol en terughoudend toegepast moeten kunnen worden. Dit betekent dat de Afdeling de (uitkomst van de) belangenafweging die ten grondslag ligt aan besluiten zal toetsen aan de norm die is neergelegd in artikel 3:4, tweede lid Awb en niet langer het willekeurcriterium voorop zal stellen. De intensiteit van de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel wordt bepaald door onder meer de aard en de mate van de beleidsvrijheid van het bestuursorgaan, de aard en het gewicht van de met het besluit te dienen doelen en de aard van de betrokken belangen en de mate waarin deze door het besluit worden geraakt. Naarmate die belangen zwaarder wegen, de nadeliger gevolgen van het besluit ernstiger zijn of het besluit een grotere inbreuk maakt op de fundamentele rechten, zal de toetsing intensiever zijn. In het onderhavige geval zou de exploitatie ernstige worden ingeperkt. De coffeeshop is immers voor een grot deel gevestigd op Haringpakkerssteeg voorheen nummer 5. De huidige exploitatie van het pand kan immers niet worden vervolgd en (in de toekomst) niet overgedragen aan een derde partij. Ook de waarde van het pand zal door het verbod op horeca drastisch dalen.
Op geen enkele manier wordt aangetoond dat de beperking van de gebruikersfunctie noodzakelijk, geschikt en evenredig is. Dit geldt te meer nu de belangen van de exploitant bij het voortzetten van de exploitatie groot zijn. Door de COVID-pandemie en de maatregelen om het virus in te dammen, heeft deze afgelopen jaren grote financiële schade geleden. Juist nu de coronamaatregelen zijn afgeschaft en er weer wat meer toeristen naar Amsterdam gaan komen, zijn de inkomsten hard nodig om de geleden verliezen te compenseren. Strijd met het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur Verder meent de exploitant dat de beperkingen voor het onderhavige adres strijd oplevert met het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur. Op geen enkele manier is immers onderbouwd waarom juist op dit adres de betreffende functie wordt verboden en niet op andere plekken. Zeker nu met bewijsstukken is aangetoond dat de betreffende functie op deze locatie niet was beëindigd.
Motiveringsgebrek Op basis van artikel 3:46 Awb dient een besluit van een bestuursorgaan te berusten op een deugdelijke motivering. Er worden in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan diverse beleidsstukken genoemd. Deze beleidsstukken bevatten echter niet de onderbouwing voor het wegbestemmen van de genoemde functies op de specifieke locaties. De panden die genoemd worden in het voorbereidingsbesluit en het ontwerpbestemmingsplan worden in de stukken waarop de motivering is
Gemeente Amsterdam
Pagina 22 van 31
gebaseerd nergens expliciet genoemd. Er wordt enkel een grove schets van een bepaald gebied gegeven. Niet is te achterhalen waarom precies deze panden op de lijst terecht zijn gekomen met deze functies. Reactie: Zorgvuldigheid Het ontwerpbestemmingsplan is wel degelijk gebaseerd op zorgvuldige inventarisatie. In het bestemmingsplan postcodegebied 1012 is het pand met de adressen Haringpakkerssteeg 5A tot en met K bestemd voor ‘Gemengd 1.3’. Op grond van de regels mag de eerste bouwlaag van het pand worden gebruikt voor horeca 3. Op de verbeelding zijn op deze locatie geen aanduidingen opgenomen die het gebruik voor horeca in hoger gelegen bouwlagen toelaat. Niet is uitgesloten dat feitelijk gebruik van hoger gelegen bouwlagen wordt beschermd door overgangsrecht. Het ontwerpbestemmingsplan heeft echter uitsluitend betrekking op volgens de bestemming toegelaten gebruik. De adressen die zijn opgenomen in de tabel in bijlage 1 bij de regels zien in beginsel op alle bouwlagen binnen de grenzen van het ontwerpplan.
Maar onderaan de tabel is een tekst opgenomen die dit specificeert: ‘De verboden hebben betrekking op de situering van de functies, zoals die is toegestaan in het geldende bestemmingsplan, met inbegrip van het paraplubestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum.’ Dit brengt in dit geval dus met zich mee dat het verbod vervat in het ontwerpbestemmingsplan zich alleen uitstrekt over de eerste bouwlaag van de betreffende locatie. De vraag die daarom voorligt is of het juist is dat zich in de eerste bouwlaag enkel de nooduitgangen behorende bij gebruik als horeca 3 op andere plekken bevinden en geen ander horeca 3 gebruik. De exploitatievergunning uit 2019 biedt daarover geen duidelijkheid. Immers de horecavestiging bevindt zich in nummers 3 en 5 en er is sprake van een ‘benedenlokaliteit’, maar niet blijkt waar deze is gesitueerd. Bouwtekeningen waarop de zienswijze mede is gebaseerd –wat daar dan ook zou blijken- zijn niet de meest recente. Uit gemeentelijk archiefonderzoek is naar voren gekomen dat de laatst verleende bouwvergunning (met het kenmerk 81-06-0318) die betrekking heeft op wijzigingen aan de eerste bouwlaag dateert van 24 april 2007. Volgens de registratie is de bouw voltooid. Bij een latere bouwvergunning met het kenmerk 81-07-0123 wordt de op 24 april 2007 vergunde situatie als bestaand opgevoerd.
Bij deze aanvraag zijn geen wijzigingen aan de eerste bouwlaag betrokken. Dat bevestigt de voltooiing en maakt dat die situatie de legale situatie is die het uitgangpunt is voor het ontwerpbestemmingsplan. De laatst vergunde situatie van de eerste bouwlaag bestaat volgens de tekening uit: vluchtweg coffeeshop (links), vluchtweg automatenhal (strook midden van voren naar achteren), verkeersruimte (rechts achter) en hoofdentree (rechts voor). Met het ontwerpbestemmingsplan is beoogd deze situatie vast te leggen voor wat betreft het gebruik voor de coffeeshop. Het bestaande gebruik van de
Gemeente Amsterdam
Pagina 23 van 31
eerste bouwlaag van het pand ten behoeve van de vluchtweg voor horeca 3 mag worden voortgezet. De zienswijze geeft aanleiding om dit duidelijker en meer juist te noteren in bijlage 1. Er staat nu: ‘Haringpakkerssteeg 5: 3, met uitzondering van het gebouwdeel waar de nooduitgang van de horeca 3 gevestigd in Haringpakkerssteeg 3 zich bevindt. Deze blijft toegestaan.’ Voorgesteld wordt om dit te wijzigen naar: ‘Haringpakkerssteeg 5A-K: 3, met uitzondering van het deel van de eerste bouwlaag dat in gebruik is als vluchtweg ten behoeve van horeca 3. Deze blijft toegestaan’. Ten overvloede zij nog eens vermeld dat dit het gebruik van overige bouwlagen onverlet laat. Zoals uit het voorgaande blijkt is het geenszins de bedoeling van het (ontwerp)bestemmingsplan om bestaand legaal gebruik weg te bestemmen. Ook ten aanzien van Haringpakkerssteeg 5A-K is dit niet het geval. Strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de Dienstenrichtlijn. In zijn algemeenheid wordt over alle overige gronden het volgende opgemerkt. Dat indiener de ingreep ten aanzien van het pand in de Haringpakkerssteeg strijdig oordeelt met beginselen van behoorlijk bestuur en met de Dienstenrichtlijn, lijkt hoofdzakelijk gebaseerd te zijn op zijn onjuiste veronderstelling dat met het (ontwerp)bestemmingsplan bestaand legaal gebruik wordt wegbestemd. Dit is geenszins het geval.
Met het ontwerpbestemmingsplan is duidelijk gemaakt dat zich in de eerste bouwlaag van het pand Haringpakkerssteeg 5A-K geen zelfstandige horeca 3 kan vestigen. Die zit er nu niet dus is van wegbestemmen geen sprake. Geen strijd met goede ruimtelijk ordening In de toelichting is aangegeven wat de aanleiding is voor het (ontwerp)bestemmingsplan, wat het doel is en hoe de aanpak. Alle panden met functies in het winkeldiversiteitsgebied die traditioneel zijn bevroren op de bestaande locatie, zijn visueel geïnventariseerd. Genoteerd is waar deze niet langer aanwezig zijn. De locaties waar dat het geval is, zijn betrokken in de regeling. Dit is wat normaal gesproken gebeurt bij algehele planherzieningen in die zin dat dit type functies in het vernieuwde plan niet meer worden toegestaan indien zij niet meer aanwezig zijn. Door de komst van de Omgevingswet is deze vorm van onderhoud al enige tijd niet uitgevoerd. Naar de huidige stand van zaken moet ervan worden uitgegaan dat pas eind 2029 het grondgebied van de stad is voorzien van een algeheel geactualiseerde verbeelding en bijbehorende regels op de leest van de Omgevingswet. Daarbij is nog niet bepaald wanneer de binnenstad, laat staan het winkeldiversiteitsgebied, aan de beurt is.
Gemeente Amsterdam
Pagina 24 van 31
Het standpunt dat aan de ingreep geen motivering ten grondslag ligt en de ingreep niet voldoet aan een goede ruimtelijke ordening wordt niet gedeeld. Strijd met de Dienstenrichtlijn De toets van het (ontwerp)bestemmingsplan aan de Dienstenrichtlijn is grotendeels gebaseerd op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 april 2020 over het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum uit 2018. Naar aanleiding van zienswijze 7 is aan de toelichting een passage toegevoegd waarin uitgebreider is toegelicht op welke wijze de regeling conform genoemde uitspraak voldoet aan de vereisten van de Dienstenrichtlijn. Daar wordt naar verwezen. Ter aanvulling wordt nog naar voren gebracht dat de ingreep geheel in het verlengde ligt van het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum uit 2018. In dat bestemmingsplan werden diverse vormen van gebruik verboden, terwijl het verbod niet ging gelden voor panden waarin het gebruik al voorkwam, het zogenoemde bevriezen. De in de geldende bestemmingsplannen neergelegde regelingen om gebruiksfuncties alleen toe te staan daar waar zij aanwezig zijn en voor het overige zijn verboden, strekt zich met de nieuwe regeling ook uit over adressen die inmiddels niet meer in gebruik zijn voor de functie, of zoals in geval van Haringpakkerssteeg 5A-K over die delen van een bouwlaag die niet in gebruik zijn voor horeca 3.