CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Jaarrapportage Woningbouw 2024.pdf

RAAD 11 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de jaarrapportage Woningbouw 2024 (VN2025-005979)14.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Woningbouwplan 2022-2028 Jaarrapportage 2024

Stand van zaken 1 januari 2025

Voorwoord Het blijven ingewikkelde tijden voor de woningbouw. Door de gestegen bouwkosten en rente blijft het sleuren voor elke woning. Ondanks alle uitdagingen zijn we, samen met corporaties en marktpartijen, blijven zoeken naar oplossingen om de woningbouwproductie op gang te houden en waar mogelijk te versnellen. Dankzij deze gezamenlijke inspanningen is het gelukt om een toch nog ruim 4.500 permanente woningen in aanbouw te nemen en circa 800 flexwoningen. Een aantal om trots op te zijn. De jaarrapportage die voor u ligt biedt niet alleen een terugblik op de woningbouwproductie van 2024, maar markeert ook een belangrijk moment: we zijn inmiddels halverwege de looptijd van het Woningbouwplan 2022-2028. Een perfect moment om stil te staan bij wat er tot nu toe is bereikt en om vooruit te kijken naar de kansen en uitdagingen voor de resterende jaren. Met het Woningbouwplan zet Amsterdam in op de bouw van jaarlijks 7.500 nieuwe woningen, met als uitgangspunt: 40% sociale huur, 40% middeldure huur en betaalbare koop, en 20% dure woningen. In deze jaarrapportage vindt u een overzicht van de startbouwcijfers over 2024, de planvoorraad richting 2030, de actuele marktontwikkelingen en de vooruitzichten voor de komende periode.

Daarnaast geven we inzicht in de voortgang van de andere pijlers van het Woningbouwplan, zoals het realiseren van een goede mix en het versnellen en versimpelen van processen.

Ik blijf er alles aan doen om projecten te laten starten. In 2024 hebben we diverse tijdelijke maatregelen ter bevordering van de woningbouwproductie voortgezet. Ook hebben we voor 2024 een tijdelijke crisismaatregel voor herijking grondprijzen ingevoerd. Dit heeft in totaal bij tenminste 20 projecten tot een lagere totale grondwaarde geleid. Dit stimuleert de bouw van ruim 2.100 woningen, waarvan meer dan 1.400 sociale of middeldure huurwoningen. De invoering van de Wet betaalbare huur op 1 juli 2024 markeert een mijlpaal in de regulering van de betaalbare huurmarkt. Als Amsterdam zijn we trots dat we al vroeg vooropliepen met ons beleid gericht op de regulering van de middeldure huur. We gaan onze aanpak harmoniseren met de landelijke wetgeving. Het behoud en de uitbreiding van het middensegment zijn essentieel voor een toegankelijke en inclusieve woningmarkt in Amsterdam.

Reinier van Dantzig Wethouder Stedelijke Ontwikkeling en Woningbouw Amsterdam, 25 februari 2025

De woningbouwopgave blijft complex en vereist voortdurende inspanning en samenwerking. We blijven alert op economische ontwikkelingen en rijksbeleid, terwijl we tegelijkertijd oog houden voor de lokale behoeften. Ik blijf mij hard maken voor meer woningbouw. Voor het bouwen van een mooi, fijn en gezellig Amsterdam voor iedereen.

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

2

Jaarcijfers

Jaarcijfers Woningbouw 2024 Woningbouwproductie per segment Start bouw 2024:

4.541

672

Dure huur

Reguliere sociale woningen

89

Koop tot € 390.000

woningen

Start bouw 2024 sociale corporatiewoningen (permanent en zelfstandig)

887

Koop > € 390.000

1.006

Middeldure huur

70

Sociale huur particulier

0

500

1.000

1.500

Jongeren- en studentenwoningen

0

Geclusterde ouderenwoningen

187

Rolstoelwoningen

1.817

Sociale huur corporatie

Totaal

2.000

1.628

2 1.817

+ start bouw 799 tijdelijke woningen / flexwoningen

Planvoorraad 2025 t/m 2030 Planvoorraad 2025 (permanent en zelfstandig) Sociale huur (inclusief particulier)

5.885

Planvoorraad 2025 t/m 2030:

18.000

14.000 12.000

3.276

Dure huur en koop (inclusief < € 405.000)

4.549

Onbekend Totaal aantal woningen

109 13.819

woningen

deze grafiek nog updaten

10.000

Middeldure huur

71.358

16.000

8.000 6.000 4.000 2.000 0 2022

Bron: Basisbestand Woningbouw, Grond en Ontwikkeling, 1 januari 2025

2023

Sociale huur

2024

2025

Middeldure huur

2026

2027

Dure huur of Koop

2028 Nader te bepalen

2029

2030

35% sociale huur 30% middeldure huur 31% dure huur of koop 4% Nader te bepalen

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

3

1

Kop Samenvatting

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

4

Samenvatting

1 Nieuwbouw van 7.500 woningen Start bouw 2024 • In 2024 is met de bouw gestart van 4.541 zelfstandige permanente woningen en 799 tijdelijke woningen.

• Het overgrote deel van de in 2024 in aanbouw genomen woningen betreft sociale huur met een huur onder de liberalisatiegrens van € 879,66 (prijspeil 2024). Er is gestart met de bouw van 1.887 sociale huurwoningen, waarvan ruim 1.800 door corporaties. • In het middensegment huur zijn 1.006 woningen in aanbouw genomen (huur tussen € 879,66 en € 1.220,40 prijspeil 2024). Ten opzichte van 2023 (314) is dit een fikse stijging, maar nog steeds niet toereikend om de ambitie te halen. • Verder is de bouw gestart van 672 dure huur­ woningen, 89 betaalbare koopwoningen (koop tot € 390.000 euro) en 887 koopwoningen boven € 390.000 euro.

Planvoorraad t/m 2030 • De planvoorraad per 1 januari 2025 omvat ruim 71.000 woningen voor de periode t/m 2030. Van de voorraad heeft 56% betrekking op projecten in transformatiegebieden. • Het effect van het uitgangspunt van ’40-40-20’ is zichtbaar. In de planvoorraad t/m 2030 is 65% van de woningen een sociale of middeldure huurwoning. • Ook in 2025 staat de woningbouwproductie onder druk. Veel projecten zijn vertraagd of uitgesteld. Dit is terug te zien in de planvoorraad voor 2025. Deze is met circa 13.800 woningen en het huidige

slagingspercentage van 40%, naar verwachting ontoereikend om het doel van 7.500 nieuwbouw­ woningen te halen. • Ook de planvoorraad t/m 2030 laat zien dat het de komende jaren lastig gaat worden om de ambitie van 7.500 te halen. Er staan nog ruim 71.000 woningen in de planvoorraad. Het slagingspercentage zal substantieel omhoog moeten om de ambitie te behalen. Na 2027 is aanvulling van de planvoorraad noodzakelijk.

Financiële en marktomstandigheden • Na een recessie in 2023 is de Nederlandse economie in 2024 gegroeid. Het bbp groeide 1,7% ten opzichte van een jaar eerder. • Inflatie blijft met 3% volgens de Nederlandsche Bank te hoog. • De woningbouwproductie stagneert in heel Nederland, niet alleen in Amsterdam. • Belangrijke oorzaken van vertraging in de woningbouw in 2024 zijn onder andere de moeilijke marktomstandigheden, netcongestie, stijgende loonkosten, het onaantrekkelijke investeringsklimaat voor (buitenlandse) beleggers en de onduidelijkheid over de Wet betaalbare huur. • De economische omstandigheden zijn onrustig geweest voor gebiedsontwikkeling. Dit heeft negatieve gevolgen gehad voor de financiële positie van het Vereveningsfonds. • De grondopbrengsten in 2023 en 2024 zijn op het laagste niveau sinds de vorige crisis. • Plannen worden financieel geoptimaliseerd om het Vereveningsfonds de komende jaren robuust te houden.

Stimuleren productie • De gemeente heeft in 2024 verschillende tijdelijke maatregelen voortgezet om de woningbouwproductie op gang te houden. • De nieuwe tijdelijke maatregel herijking grondprijzen heeft bij 20 projecten geleid tot een lagere grondwaarde. Dit stimuleert de bouw van ruim 2.100 woningen (waarvan meer dan 1.400 sociale of middel­dure huurwoningen). • De Transformatie-impuls, ten behoeve van realisatie van betaalbare woningen in transformatieprojecten, is wederom verlengd tot 1 januari 2026. • Het Rijk heeft in 2023 aan 14 projecten een ‘Startbouwimpuls’ toegekend van in totaal € 18 miljoen. In 2024 zijn 13 projecten gestart, waarvan 81% woningen in het betaalbare segment.

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

5

Samenvatting

Monitor en afwijkingen 40-40-20 • Voor de transformatiegebieden blijkt uit de jaarlijkse monitor dat de bestuurlijke vastgestelde programma’s naar verwachting waargemaakt kunnen worden. • In 2024 zijn er geen nieuwe afwijkingsverzoeken ingediend voor ‘40-40-20’ binnen particuliere transformatieprojecten. Voor twee projecten, waarvan de in 2022 verleende afwijking na twee jaar was verlopen, is opnieuw een verzoek ingediend en goedgekeurd.

Betaalbare woningen • Het merendeel (40%) van het totaal aan gestarte woningen in Amsterdam zijn sociale corporatie­ woningen. Ook 2025 wordt waarschijnlijk een goed jaar voor corporaties. De planvoorraad bij corporaties is op orde. • In 2024 hebben de gemeente Amsterdam, woningcorporaties en huurderskoepels nieuwe samen­ werkingsafspraken (2024-2027) gemaakt over nieuwbouw, verduurzaming, verbetering van corporatiewoningen en leefbaarheid. • Middeldure huur gestart: 1.006 woningen (20 projecten). Hoewel het aantal gestarte nieuwbouwwoningen in het middensegment nog steeds lang niet toe­ reikend is, is het absolute aantal middeldure huur­ woningen wel een stuk hoger uitgevallen dan in 2023. Gemeente Amsterdam gaat haar huurbeleid met betrekking tot middeldure huur harmoniseren met de Wet betaalbare huur. Voorlopig (tot 2028) is de tijdelijke overgangsregeling middeldure huur van kracht:

huren mogen worden gemaximaliseerd tot € 1.274 en gemiddeld € 1.174 per project. • Bij de bouw van betaalbare koopwoningen met een prijs tot € 390.000 (prijspeil 2024) gaat het in Amsterdam om kleine aantallen. In 2024 is gestart met 89 betaalbare koopwoningen.

Doelgroepen in de nieuwbouw

aan het realiseren van een ‘goede mix’ aan woningen en het bevorderen van doorstroming. • In 2024 zijn gebiedsprofielen opgesteld als hulp­ middel voor projectorganisaties, stadsdelen en advies-/expertiseteams binnen de gemeente. Deze bieden inzicht in de bestaande en geplande woningvoorraad en laten zien waar kansen liggen voor nieuwbouw voor verschillende doelgroepen.

• In 2024 is er gestart met de bouw van De Nieuwe Meent, een wooncoöperatie met 40 huurwoningen. Tevens is de bouw gestart van CPO Bakstayn met 18 koopwoningen. • In 2024 is er extra budget gekomen voor nieuwe stimuleringsleningen voor wooncoöperaties. • In 2024 zijn er geen jongeren- en/of studenten­ woningen in aanbouw genomen. Het is echter mogelijk dat een deel van de reguliere sociale huur­ woningen, waarvan de bouw in 2024 is gestart, bij oplevering alsnog toegewezen worden aan deze doelgroepen. • De gemeente Amsterdam heeft circa € 3 miljoen euro subsidie ontvangen van het Rijk via de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen ten behoeve van de realisatie van 377 studentenwoningen, verdeeld over 3 projecten (start bouw in 2025). • Er zijn in 2024 187 geclusterde ouderenwoningen in aanbouw genomen.

Foto: Edwin van Eis - de Ensemble, Amstel III

2 Bouwen van een goede mix

Gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering • In het Woningbouwplan 2022-2028 is een nieuwe werkwijze aangekondigd, waarbij gebiedsgericht wordt geprogrammeerd en geprioriteerd voor de verschillende doelgroepen en om zo bij te dragen

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

6

Samenvatting

3 Versnellen en versimpelen Samenwerking • De gemeente heeft intensief contact met ontwikke-

urgent- en regulier woningzoekenden en status­ houders, vanwege de druk op de woningmarkt. • Het Rijk stelt in 2025 een nieuwe subsidie beschikbaar van € 14.000 voor de realisatie van flexwoningen, de zgn. Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT-subsidie). • Momenteel is Amsterdam locaties aan het onder­ zoeken voor de realisatie van een tweede tranche flexwoningen.

laars, beleggers, corporaties en bouwers, onder andere door middel van investeringsoverleggen en bouwoverleggen. De Van Dantzig Dialoog en Investeerdersexcursie versterken het netwerk en de samenwerking.

Gewoon Goed • De impuls Gewoon Goed beoogt de haalbaarheid van woningbouwprojecten te vergroten, zonder door een kwalitatieve ondergrens te zakken. • In 2025 komt de Handreiking Gewoon Goed beschikbaar. Dit is een leidraad voor gemeentelijke projectteams. Deze komt ook beschikbaar voor marktpartijen en corporaties en wordt openbaar gedeeld. Parallel daaraan wordt gewerkt aan een hulploket voor project­teams. Dit loket moet het opschalen van mogelijke dilemma’s in projecten vergemakkelijken, zodat de voortgang behouden blijft.

Flexwoningen • In 2024 is gestart met de bouw van 799 tijdelijke Foto: Appelweg

flexwoningen.

• De flexwoningen maken onderdeel uit van de Amsterdam ambitie om totaal circa 2.500 tot 3.000 flexwoningen te realiseren in de stad, als een “extra schil” van woningen in het sociale segment, voor Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

7

Inhoudsopgave 1 Nieuwbouw van 7.500 woningen

9

3 Versnellen en versimpelen

35

1.1 Start bouw 2024

10

3.1 Inzet op samenwerking

37

1.2 Tenders 

13

3.2 Inzet Gewoon Goed

37

1.3 Terugblik 2022 tot en met 2024

13

3.3 Inzet op flexwoningen

39

1.4 Dynamiek en slagingskansen

14

1.5 Planvoorraad 2025 tot en met 2030

15

1.6 Verwachtingen 2025

18

1.7 Marktomstandigheden

19

1.8 Financiële context

21

1.9 Tijdelijke marktmaatregelen

23

2 Bouwen van een goede mix

25

2.1 Uitgangspunt 40-40-20

26

2.2 Sociale corporatiewoningen

30

2.3 Middeldure huurwoningen

30

2.4 Betaalbare koopwoningen

31

2.5 Zelfbouwers en coöperatieven 

31

2.6 Jongeren- en studentenhuisvesting

32

2.7 Geclusterde ouderenhuisvesting

33

2.8 Gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering

33

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

8

1

Nieuwbouw van 7.500 woningen

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

9

1

De gemeente Amsterdam heeft de ambitieuze doelstelling om jaarlijks 7.500 nieuwe woningen in aanbouw te nemen, met als uitgangspunt 40% sociale huur woningen, 40% middeldure woningen en 20% dure woningen. Deze ambitie onderstreept de inzet om te bouwen aan een inclusieve stad met voldoende woonruimte voor iedereen. Tegelijkertijd is de realisatie van deze doelstelling in de huidige economische omstandigheden zeer lastig. De nieuwbouwproductie stagneerde in 2023 fors in heel Nederland, in 2024 is dit nog steeds het geval. In 2024 zijn in Amsterdam in totaal 4.541 woningen in aanbouw genomen.

Nieuwbouw van 7.500 woningen

Figuur 1. Woningbouw per stadsdeel in 2024

1.232

227 251

882 284 169

Sociale huur Middeldure huur

1.264 232

Dure huur en koop

Binnen dit thema wordt gerapporteerd over: • Startbouwcijfers 2024 • Resultaten 2022/2023/2024 • Planvoorraad t/m 2030 • Hardheid van plannen • Marktomstandigheden • Financiële context (stand van Vereveningsfonds) • Tijdelijke maatregelen

1.1 Start bouw 2024 In 2024 zijn 4.541 zelfstandige permanente woningen in aanbouw genomen. Daarnaast is de bouw van 799 tijdelijke woningen gestart (zie hst. 3.3. flexwoningen).

Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025

Onder andere door verslechterde marktomstandig­ heden, terughoudendheid bij internationale beleggers en onzekerheid qua wetgeving op nationaal niveau stond de woningbouwproductie van 2024 onder druk. De planvoorraad voor 2024 omvatte aan het begin van het jaar circa 11.000 zelfstandige permanente woningen. Dit aantal lag lager dan de jaren ervoor. Vorig jaar bestond de planvoorraad begin van het jaar uit 12.453

In 2023 zijn

4.541

woningen in aanbouw genomen

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

10

1

Nieuwbouw van 7.500 woningen

Figuur 2. Woningbouwproductie en 4-jarig gemiddelde bouwproductie in Amsterdam 2008 t/m 2024 woningen. In 2022 waren dit circa 14.700 woningen en in 2021 bijna 14.000 woningen. Halverwege 2024 waren er 1.773 woningen in aanbouw genomen. Zoals ook al aangegeven in de Halfjaar­ rapportage Woningbouw 2024 was al duidelijk dat de rest van de planvoorraad voor 2024 niet toereikend zou zijn. Het slagingspercentage ligt in 2024 op 40% (ten opzichte van de planvoorraad aan het begin van het jaar) en ligt daarmee voor het tweede jaar op rij een stuk lager dan in voorgaande jaren. Ter vergelijking, in 2022 lag het slagingspercentage op 55% en in 2021 op 53%. Zoals in figuur 2 te zien is er sinds 2023 sprake van een terugval in de woningbouwproductie. Dit zijn echter bij lange na niet de slechtste jaren voor de woningbouwproductie in Amsterdam. Tijdens de crisisjaren 2009 tot en met 2013 werden er gemiddeld circa 2.300 woningen per jaar in aanbouw genomen. Ter vergelijking: het gemiddelde over de afgelopen vier jaar ligt nog steeds rond de 6.300 woningen per jaar. Gezien de uitdagende omstandigheden is de bouw van 4.541 woningen in het afgelopen jaar een solide prestatie. Dit aantal blijft echter onvoldoende om te voldoen aan de grote vraag naar woningen. De ambitie blijft om jaarlijks 7.500 woningen in aanbouw te nemen.

10.000 9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0

08

20

09

20

10

20

Start bouw

11

20

12

20

13

20

14

20

15

20

16

20

17

20

18

20

19

20

20

20

21

20

22

20

23

20

24

20

4-jarig gemiddelde

Bron: Basisbestand Woningbouw 1 januari 2025

Start bouw per segment In figuur 3 is de verdeling weergegeven van de start bouw over de verschillende woonsegmenten. In 2024 bevond het merendeel van de woningen die in aanbouw zijn genomen zich in het sociale en midden­ segment (66% sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop). Het grootste deel hiervan betreft sociale huurwoningen met een maandhuur onder de liberalisatie­ grens van € 879,66 (prijspeil 2024). In totaal is gestart met de bouw van 1.887 sociale huurwoningen, waarvan

1.817 door woningcorporaties. De corporaties hebben in 2024 hiermee wederom een uitstekende prestatie geleverd.

(koop tot € 390.000, prijspeil 2024). Hier bovenop is gestart met de bouw van 672 dure huurwoningen en 887 dure koopwoningen (boven € 390.000).

In het middensegment zijn 1.006 middeldure huur woningen gestart. Verder is er in het middensegment gestart met de bouw van 89 betaalbare koopwoningen Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

11

1

Start bouw per stadsdeel

Nieuwbouw van 7.500 woningen

Figuur 3. Woningbouwproductie 2024 per segment

In 2024 is 74% van de woningbouw gestart in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost. De rest van de woningbouw is vrij evenwichtig verdeeld over de overige stadsdelen.

Koop > € 390.000 Dure huur Koop tot € 390.000 Middeldure huur Sociale huur particulier Sociale huur corporatie 0

500

1.000

1.500

2.000

Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025

Tabel 1. Start bouw per stadsdeel en segment Sociale huur

Middeldure huur

Koop <€ 390.000

Dure huur en koop

Totaal

Centrum

33

17

0

201

251

6%

West

38

103

0

86

227

5%

Nieuw-West

413

367

0

102

882

19%

Zuid

122

23

0

24

169

4%

Oost

64

50

0

170

284

6%

Noord

683

139

0

410

1232

27%

Weesp

0

0

0

232

232

5%

Zuidoost

534

307

89

334

1264

28%

Totaal

1887

1006

89

1559

4541

100%

42%

22%

2%

34%

100%

Foto: Esther Hesp - Amstel III

Stadsdeel

Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025 Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

12

1

Nieuwbouw van 7.500 woningen

1.2 Tenders

Tabel 2. Gepubliceerde tenders met woningbouw in 2024

De gemeente werkt op gemeentelijke locaties onverminderd hard door aan tenders. In 2024 zijn vijf tenders met woningbouw op de markt gebracht. Een aantal geplande tenders voor woningbouw is doorgeschoven naar 2025.

Tender

Woningbouwprogramma

1 Kavel 1 Muyskenkwartier

Minimum 170 en max 240 woningen

2 Strandeiland bouwvelden M9a, M9c, M11a en M11b

Maximum 190 woningen

3 Kavel 2a+6 Eenhoorngebied

Circa 9.000 m2 BVO voor middeldure huurwoningen, dure woningen (circa 80-90 woningen)

4 Sluisbuurt kavel 1A2

Maximum 110 woningen

5 Centrumeiland Blok 16

Onderscheidend woonconcept 110 woningen

In 2024 zijn de optierechten van zes tenders voor woningbouw van start gegaan. Deze tenders waren in 2023 gepubliceerd. De optierechten duren circa 2 jaar waarna de grond in erfpacht wordt uitgegeven. Voor het eerst is er een optierecht van een tender door de winnende marktpartij begin 2024 aan de gemeente teruggegeven. Deze tender, Buiksloterham kavel 19, is vervolgens alsnog doorgezet met gebruik van de zogenaamd reservelijst. Bij elke tender stelt de gemeente een reservelijst op die het mogelijk maakt om het optierecht aan te bieden aan de inschrijvers op de reservelijst. De gemeente heeft een nieuwe optieovereenkomst gesloten met de partij die tijdens het selectieproces als tweede is geëindigd.

Tabel 3. Optierechten tenders voor woningbouw in 2024

Een aantal optierechten die voor 2022 waren gegund, is verlengd vanwege de bijzondere marktomstandigheden en de daarop genomen maatregelen, bijvoorbeeld de herijking van de grondprijzen (zie paragraaf Tijdelijke crisismaatregel herijking grondprijzen).

1.3 Terugblik 2022 tot en met 2024 Het Woningbouwplan bestrijkt de periode 2022 t/m 2027, met als doel de bouw van jaarlijks 7.500 woningen. Het plan is halverwege de looptijd, met een topproductie in 2022 en een terugval in 2023 en 2024. In totaal zijn hierdoor in drie jaar tijd ruim 18.000 woningen in aanbouw genomen, gemiddeld 6.000 per jaar. Een goed

Tender

Aantal woningen

1 Zuidas Ravel C&D

Minimaal 148 woningen

2 Zuidas kavel 2E

Circa 25 woningen

3 Amstelstation-Amsteloever kavel 3 en 4

Minimaal 335 woningen

4 Strandeiland bouwvelden M1a, M2a, M2b en M3a

Maximum 344 woningen

5 Amstelkwartier 3e fase Kavel 11

Minimaal 50 en maximaal 70 woningen

6 Havenstraat blok 1 en 2

Circa 341 woningen

resultaat gezien de huidige omstandigheden. In het verleden lag de productie in crisistijd op een veel lager niveau. Ter illustratie: in 2009 werden in totaal circa 2.300 woningen in aanbouw genomen. Feit blijft dat de gewenste 7.500 woningen per jaar niet gerealiseerd worden. Als er wordt ingezoomd op betaalbare huurwoningen, dan ligt het aandeel sociale huurwoningen goed op

koers, met jaarlijks (afgerond) gemiddeld 2.500 woningen en een aandeel van 41%. Voor de middeldure huur is dit niet het geval. Dit komt met name omdat relatief veel projecten met middeldure huurwoningen zijn vertraagd of uitgesteld, vanwege verslechterde marktomstandigheden en terughoudendheid bij beleggers.

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

13

1

1.4 Dynamiek en slagingskansen

Tabel 4. Overzicht start bouw per segment 2022-2023-2024 Realisatie

Nieuwbouw van 7.500 woningen

Sociale huur

Middeldure huur

Dure huur

Koop*

Totaal

2022

2.780

2.112

1.649

1.860

8.401

2023

2.809

314

731

1.300

5.154

2024

1.887

1006

672

976

4.541

Totaal

7.476

3.432

3.052

4.136

18.096

41%

19%

17%

23%

De planvoorraad is niet statisch maar voortdurend in beweging. De dynamiek in de projecten en gebieds­ ontwikkeling is groot. Projecten kunnen vertragen of versnellen en in de loop der tijd worden aangepast in fasering, omvang en/of programmering. Er komen nieuwe projecten bij door (besluitvorming over) nieuwe plannen en gebieden. Dit gaat het hele jaar door waardoor de planvoorraad steeds wijzigt.

* inclusief koop < € 405.000

In figuur 4 is deze dynamiek terug te zien. Het effect van de recessie is hierbij goed zichtbaar. In 2023 zijn er de eerste helft van het jaar relatief veel plannen door­ geschoven (circa 5.800 woningen). In 2024 gaat het over het gehele jaar om circa 6.800 doorgeschoven woningen.

Bron: Basisbestand Woningbouw 1 januari 2025

Figuur 4. Verschuivingen in planvoorraad 2022-2027 20.000 18.000

Met de update per 1 januari 2025 komt de planvoorraad voor de komende drie jaar – de resterende periode van het Woningbouwplan – uit op circa 42.000 woningen. Dit aantal is exclusief tijdelijke woningen en exclusief het project De Nieuwe Kern1. We zien ten opzichte van een jaar geleden – door een relatief groot aandeel vertraagde projecten – een afname van het aantal geplande woningen. Niet alleen in 2025, maar ook in 2026.

16.000 14.000 12.000 10.000 8.000

Een inhaalslag maken om alsnog uit te komen op gemiddeld 7.500 woningen per jaar voor de periode 2022 t/m 2027, is niet realistisch. De komende drie jaar zou hiervoor gemiddeld een aantal van circa 9.000 woningen per jaar in aanbouw moeten worden

6.000 4.000 2.000 0 2022 1 juli 2022

2023 1 januari 2023

Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025

2024

2025

1 juli 2023

1 januari 2024

2026 1 juli 2024

2027 1 januari 2025

1 Amsterdam realiseert in het project De Nieuwe Kern, op grondgebied van Ouder-Amstel, circa 3.000 woningen.

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

14

1

genomen. Dit zou een slagingspercentage2 van circa 65% betekenen. In goede tijden (de periode 2020 t/m 2022) was het slagingspercentage gemiddeld circa 55%. In 2023 en 2024 lag het percentage op circa 40%. Hierbij is sociale huur het meest “stabiel” (minste fluctuatie in percentage), dit segment is iets minder gevoelig voor schommelingen in de markt.

gemeenteraad is vastgesteld. In de Ontwikkelstrategie is uitgewerkt hoe de stad op verantwoorde wijze door kan groeien, om de bouw van 20.000 extra woningen (als aanvulling op de huidige planvoorraad) mogelijk te

Nieuwbouw van 7.500 woningen

maken. De komende tijd wordt verder gewerkt aan de verkenning van mogelijke nieuwe bouwplannen, ook voor de periode na 2030.

Figuur 5. Productie en planvoorraad per segment 2022 t/m 2030 Een hogere productie kan alleen als herstel van de markt doorzet, het slagingspercentage aanzienlijk toeneemt en/of de planvoorraad wordt aangevuld. Belangrijke kanttekening hierbij is dat we steeds meer bouwen in bestaand stedelijk gebied (zie paragraaf Planvoorraad per type locatie). Door toenemende complexiteit zal het zeer lastig zijn projecten te versnellen (en hiermee slagings­percentages te verhogen). Het is cruciaal dat er voldoende plannen zijn, maar dat is zeker niet de enige of meest bepalende factor voor een goede woningbouwproductie.

1.5 Planvoorraad 2025 tot en met 2030 Voor de periode 2025 t/m 2030 staan er ruim 71.000 woningen in de planvoorraad. Om hiermee de langjarig de ambitie van 7.500 woningen per jaar te halen, zal het slagingspercentage substantieel omhoog moeten. Na 2027 is aanvulling van de planvoorraad noodzakelijk. De zorg voor voldoende nieuwe plannen en locaties om woningen te kunnen bouwen is onderdeel van de Ontwikkelstrategie 2035, die op 27 juni 2024 door de

18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2022

2023

Sociale huur 2 Slagingspercentage = gerealiseerde woningbouwproductie in een jaar gedeeld door de geplande woningbouwproductie voor datzelfde jaar op 1 januari.

2024

2025

Middeldure huur

2026

2027

Dure huur of Koop

2028

2029

2030

Nader te bepalen

Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

15

1

Planvoorraad per segment Het effect van de inzet op ‘40-40-20’ is zichtbaar in de planvoorraad: voor de periode 2025 t/m 2030 is 65% geprogrammeerd als betaalbare huur. Ter vergelijking: in 2018 bestond slechts 39% van de gerealiseerde woningen uit betaalbare huurwoningen (sociaal en middelduur). Vanwege onder meer langlopende projecten (met bijvoorbeeld nog de oude ‘30-70’ verhouding) , afwijkende bestuurlijke besluiten (bijvoorbeeld het woonprogramma voor Strandeiland) en de toegestane ‘30-40-30’ in

Nieuwbouw van 7.500 woningen

transformatiegebieden (mits een corporatie de sociale huurwoningen afneemt), zal het uitgangspunt ‘40-40-20’ nooit precies terug te vinden zijn in de bouwcijfers of planvoorraad.

zijn van een aantrekkelijke businesscase. Dit is bijvoorbeeld een reden om in transformatiegebieden een programma van “30-40-30” toe te staan, mits een corporatie de sociale huur afneemt.

Planvoorraad per type locatie

De planvoorraad 2025 t/m 2030 is ingedeeld naar type locatie waarbij het volgende onderscheid is gemaakt: • Gemeentelijke/uitleglocaties Dit zijn gemeentelijke en/of uitleglocaties waar – met name – de gemeente de regie voert en grond uitgeeft, zoals bijvoorbeeld IJburg, Zeeburgereiland en

Een steeds groter deel van de productie zal in Amsterdam in bestaand stedelijk gebied moeten worden gerealiseerd. Er is veel animo om te investeren maar de mogelijkheden om als gemeente hier regie op te voeren zijn veel beperkter dan op eigen locaties. Eigenaren en erfpachters moeten willen meewerken; er moet sprake

Tabel 5. Start bouw en planvoorraad per segment 2022 t/m 2030 Jaar

Sociale huur Gestart

Middeldure huur

Planvoorraad

Gestart

Dure huur en koop*

Planvoorraad

Gestart

Onbekend

Planvoorraad

Totaal 2022-2028

2022

2.780

2.112

3.509

8.401

2023

2.809

314

2.031

5.154

2024

1.887

1.006

1.648

4.541

Gestart

7.476

3.432

7.188

18.096

2025

5.885

3.276

4.549

109

13.819

2026

5.730

4.017

4.056

32

13.835

2027

4.254

5.142

4.227

714

14.337

2028

3.254

3.277

3.810

500

10.841

2029

3.665

3.829

3.022

500

11.016

2030

2.237

2.157

2.116

1.000

7.510

Planvoorraad

25.025

21.698

21.780

2.855

71.358

35%

30%

31%

4%

100%

* inclusief koop < € 405.000

Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025 Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

16

1

Nieuwbouw van 7.500 woningen

Zuidas. Ook Weespersluis (uitleglocatie) valt in deze categorie. • Stedelijke Vernieuwing Dit zijn buurten waar – met name – corporaties de regie voeren en hun bezit vernieuwen, door sloop/ nieuwbouw en/of renovatie. Bijvoorbeeld in Slotermeer, Banne Noord of de E/G-buurt. • Transformatiegebieden en transformatieprojecten > 100 woningen Dit zijn gebieden en projecten waar – met name – bestaande erfpachters/eigenaren hun vastgoed transformeren naar woningen. Bijvoorbeeld Amstel III en Sloterdijk Centrum

In de tabel 6 is de planvoorraad naar type locatie weergegeven. Te zien is dat het aandeel bestaand stedelijk gebied fors is. Het aandeel Transformatiegebieden – en transformatieprojecten > 100 woningen bedraagt 56% en Stedelijke Vernieuwing 21%. De productie in deze gebieden is minder goed voorspelbaar en minder zeker. Bij transformaties kunnen erfpachters en eigenaren, bij verslechterde omstandigheden, er vroeg of laat in het proces ook nog voor kiezen om de huidige functie te handhaven en niet te transformeren naar woningbouw. In stedelijke vernieuwings­gebieden is veelal sprake van intensieve participatietrajecten en zijn met name corporaties aan zet. Het grote aandeel bestaand stedelijke gebied zorgt derhalve voor grotere onzekerheid wat betreft de woningbouwproductie.

Foto: Martin de Bouter

Het kan voorkomen dat binnen een gemeentelijke locatie of een Ontwikkelbuurt ook een particuliere erfpachter/eigenaar positie heeft. Het gaat er bij deze indeling om wat het kenmerkende karakter van de locatie is (niet om de exacte eigendomssituatie).

Tabel 6. Planvoorraad 2025 t/m 2030 naar type locatie Locatie

Aantal woningen

Gemeentelijke/uitleglocatie

15.808

Stedelijke Vernieuwing

14.901

Transformatiegebieden en -projecten (> 100 woningen)

39.642

Overig

1.007

Totaal

71.358

Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

17

1

Hardheid van plannen

Nieuwbouw van 7.500 woningen

Figuur 6. Planvoorraad start bouw 2025 t/m 2030 per type locatie

Behalve dat het type plan invloed heeft op de risico’s en gevoeligheid bij de voortgang en uitvoering van projecten, is de “hardheid” van het plan ook een indicator. Van de planvoorraad 2025 t/m 2030, totaal ruim 71.000 woningen, bevindt 73% van de geplande woningen, circa 52.000 woningen zich in fase 4 “Voorbereiding en uitvoering”. Dit is voor deze termijn een voldoende resultaat. Voor de resterende 27%, circa 19.000 woningen, is dit nog niet het geval. Deze projecten bevinden zich nog grotendeels in Fase 2 en 3 “Haalbaarheid en Ontwerp”. Aan nieuwe investeringsbesluiten wordt hard gewerkt. Overigens wordt niet voor alle projecten een Investeringsbesluit (afsluiting van Fase 3) genomen. Voor bijvoorbeeld kleinere transformatieprojecten en ACE-projecten komt het voor dat kan worden volstaan met een anterieure overeenkomst of wijziging van de erfpachtovereenkomst.

1.6 Verwachtingen 2025 De planvoorraad voor 2025 bestaat uit circa 13.800 woningen. In januari 2024 stonden er circa 11.000 woningen voor 2024 in de planning. In beginsel is een aantal van circa 13.800 woningen toereikend om 7.500 woningen te realiseren, mits het slagingspercentage terugkeert naar het niveau in “goede tijden” (gemiddeld circa 55%). Dit laatste wordt spannend, aangezien de productie nog steeds onder druk staat. Er is wel zicht op enig herstel. Ten opzichte van 2023 en 2024 wordt verwacht dat de productie weer gaat toenemen.

Gemeentelijke locaties Ontwikkelbuurten/Stedelijke Vernieuwing Transformatiegebieden

Disclaimer • Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend. • De kaart geeft het kenmerkende karakter aan per gebied, dit is geen exacte weergave van de eigendomssituaties en/of bouwlocaties. • De kaart is excl. overige locaties < 100 woningen. Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025 Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

18

1

Nieuwbouw van 7.500 woningen

Tabel 7. Planvoorraad 2025 per segment (permanent en zelfstandig) Woonsegment

Planvoorraad 1-1-2025

Sociale huur (inclusief particulier)

5.885

Middeldure huur

3.276

Dure huur en koop (inclusief < € 405.000)

4.549

Onbekend

109

Totaal

13.819

Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025

In 2025 is het aandeel in de planvoorraad voor middeldure huur met 22% relatief laag, maar in absolute zin (3.276) hoger dan aan de start van 2024 (2.757). De verwachting is dat 2025 voor de middeldure huur een beter jaar wordt dan in 2024. Voor de vrije sector wordt eveneens verwacht dat aantallen toenemen ten opzichte van de voorgaande twee (crisis)jaren, gezien verbeterde omstandigheden.

1.7 Marktomstandigheden

1,7 procent groter in vergelijking met een jaar eerder. De Nederlandse economie groeit daarmee iets sneller dan gemiddeld in het eurogebied. De economie blijft waarschijnlijk licht groeien. Een belangrijke bedreiging voor de economische groei zijn de geopolitieke spanningen, met veel onzekerheid over de situatie in het Midden-Oosten, Oekraïne en een dreigende handelsoorlog door de verkiezing van Donald Trump in de Verenigde Staten. Ook is de inflatie is met 3% volgens De Nederlandsche bank nog steeds te hoog3. De bouwkosten zijn in 2024 opnieuw fors gestegen. In tegenstelling tot eerdere jaren is deze stijging volledig toe te schrijven aan de fors gestegen looncomponent, met een hogere stijging dan voorgaande jaren. Daar staat tegenover dat de materiaalkosten voor het eerst in een langere periode licht gedaald zijn.

Foto: Edwin van Eis - Hondsrugweg

In 2025 is voor relatief veel sociale huurwoningen start bouw gepland. Met een geplande productie van circa 5.800 sociale huurwoningen (43%), kan 2025 voor de sociale huur wederom een goed jaar worden.

Marktontwikkelingen Na een recessie in 2023 is de Nederlandse economie in de eerste drie kwartalen van 2024 gegroeid. In het derde kwartaal was het bruto binnenlands product (bbp) 0,8 procent groter dan een kwartaal eerder, en

3 https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/nieuws-2024/ nederlandse-inflatie-blijft-komende-jaren-hoger/

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

19

1

Figuur 7. Mutaties bouwkosten ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar

Het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen in Nederland blijft in 2024 achter op 20234. Na tien opeenvolgende jaren van groei is de bouwproductie in 2024 met 3% gekrompen. Tegelijkertijd is het aantal afge­ geven bouwvergunningen substantieel gegroeid. De ING verwacht daarom enig herstel van de bouw­ productie in 2025, voornamelijk door de aantrekkende woningbouw5.

20

15

10

5

Materiaalcomponent

Bron: CBS

Looncomponent

Bouwkosten totaal

okt-24

jul-24

apr-24

jan-24

okt-23

jul-23

apr-23

jan-23

okt-22

jul-22

apr-22

jan-22

okt-21

jul-21

apr-21

jan-21

okt-20

jul-20

apr-20

jan-20

0

-5

Nieuwbouw van 7.500 woningen

De prijzen van koopwoningen zijn na een daling in 2023 opnieuw fors gestegen, met een stijging van 11,9% in november ten opzichte van een jaar eerder6. De prijs­ stijging in Amsterdam ligt iets onder het gemiddelde in Nederland7. De ING stelt dat de gestegen huizenprijzen veroorzaakt zijn door de sterke loonstijging, licht gedaalde hypotheekrentes, toegenomen krapte en afnemend pessimisme op de woningmarkt. De ING verwacht dat de huizenprijzen volgend jaar verder stijgen, maar trager dan in 2024 door een lagere leencapaciteit, verkopende beleggers en een lichte werkloosheids­ stijging8. De Rabobank voorspelt daarentegen een sterkere prijsstijging in 2025 door sneller stijgende lonen. De gestegen nieuwbouwprijzen hebben een positief effect op de woningbouw door gestegen opbrengsten van projecten waardoor ze financieel

4 https://datawonen.nl/dashboard/dashboard/ kerncijfers-woningbouw 5 https://www.ing.nl/zakelijk/sector/building-and-construction/ outlook-bouw 6 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/52/ koopwoningen-in-november-bijna-12-procent-duurder-danjaar-eerder 7 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/43/ prijsstijging-koopwoningen-het-grootst-in-provincie-en-stadutrecht 8 https://www.ing.nl/zakelijk/economie/nederland/ huizenprijsstijging-zwakt-volgend-jaar-naar-verwachtingaf#:~:text=ING%20Research%20verwacht%20dat%20 de,stijging%20van%205%2C5%25

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

20

1

sneller rond te rekenen zijn. De Rabobank verwacht daarom een verder herstel van de woningbouwmarkt9. Een onderzoek van Finance Ideas in opdracht van Holland Metropole (november, 2024) laat zien dat er in Nederland geen aantrekkelijk verwacht rendement is voor huurwoningen vergeleken met andere Europese woningmarkten. De relatief slechte concurrentiepositie wordt veroorzaakt door een stapeling van hoge belastingen, met een drukkend effect op het verwachte rendement als gevolg. Tegelijkertijd is buitenlands kapitaal essentieel voor het realiseren van de woningbouwopgave. Gezien de grote inzet op betaalbare huurwoningen in Amsterdam, is dit een zorgpunt.

Amsterdamse context Door de verslechterde marktomstandigheden is het de afgelopen twee jaar trekken en sleuren om woningen te bouwen. We zien een aantal “rode draden “ wat betreft redenen dat projecten vertragen en/of worden door­ geschoven in de tijd. Dit zijn overigens geen specifieke “Amsterdamse problemen”. Overal in het land stagneert in 2023 en 2024 de productie. Op verschillende, doorgaans informele, manieren wordt hier met het Rijk over gesproken en aandacht voor gevraagd: • De woningbouwproductie heeft in sommige gevallen te maken met lange vertragingen door bezwaren van bewoners en bedrijven. Het versnellen van de behandeling van de bezwaarprocedures en het bekijken van de procedures zijn aandachtspunten. We zien kansen in de beoogde Wet Versterking regie volkshuisvesting. • Het aanleggen van collectieve warmtenetten gaat in de praktijk moeizaam. Duidelijkheid is nodig. Het is zaak dat de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw)

9 https://www.rabobank.nl/kennis/ d011459838-kwartaalbericht-woningmarkt-huizenprijzenblijven-stijgen-maar-in-lagere-versnelling

snel wordt aangenomen en randvoorwaarden voor de warmtetransitie op orde worden gebracht. Om de warmtetransitie vlot te trekken zijn rijksmaatregelen nodig gericht op betaalbaarheid voor de bewoner en een gezonde businesscase voor de exploitant. • Netcongestie is een grote zorg. Er is sprake van netcongestie op een groot aantal onderstations van Liander. Er loopt momenteel een congestieonderzoek voor het hoogspanningsnetwerk van TenneT. De woningbouwprojecten en woningbouw gerelateerde projecten en voorzieningen krijgen in toenemende mate te maken met vertragingen door wachttijden op aansluiting. Dit zorgt voor vertragingen en op landelijke schaal leidt dit zelfs tot afstel. De verzwaring en uitbreiding van het netwerk is tijdrovend en moet versneld worden. Waar mogelijk zoekt de gemeente naar mogelijkheden om tot alternatieve oplossingen te komen voor een reguliere stroomaansluiting. Ook zien we kansen in het effectiever gebruiken van het huidige net en het opschonen van de wachtrij. De wet- en regelgeving van de ACM is hierbij een beperkende factor. • Om de vele (betaalbare) woningen te bouwen is veel nationaal en internationaal kapitaal nodig. Momenteel blijkt de Nederlandse woningbeleggingsmarkt niet aantrekkelijk genoeg voor het benodigde (inter-)nationale kapitaal.

Naast het kijken naar de fiscale mogelijkheden zouden we gezamenlijk met de markt en corporaties kunnen kijken naar andere mogelijkheden om de financieringen in het middeldure huur segment te stimuleren. • Wet betaalbare huur doorzetten. We hebben lang gepleit voor meer en betere regulering van de huurmarkt en we zijn dan ook verheugd met de komst van de Wet betaalbare huur. We zien de eerste positieve effecten van de wet ten aanzien van de betaal­baar­heid van de bestaande voorraad en de ruimte voor nieuwbouw. Vanuit de markt zien we vooral de behoefte aan rust op dit dossier.

Nieuwbouw van 7.500 woningen

De gesprekken over bovenstaande punten worden in 2025 met Rijk, markpartijen en corporaties voortgezet. Behalve deze punten zijn er ook vertraagredenen die binnen de invloedsfeer van de gemeente vallen, zoals bijvoorbeeld te weinig flexibiliteit in een plan en/of een te ingewikkeld Investeringsbesluit. Aan deze zaken wordt gewerkt in het kader van de Impuls Gewoon Goed (zie paragraaf Inzet Gewoon Goed).

1.8 Financiële context VEF / MPG De stand van het Vereveningsfonds is voor het laatst door de raad vastgesteld met het Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2024 MPG 2024, welke halverwege 2024 is geactualiseerd. In het voorjaar van 2025 wordt het MPG 2025 ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. De economische ontwikkelingen voor de gebiedsontwikkeling zijn nog steeds slecht. Dit heeft ook gevolgen voor de financiële positie van het Vereveningsfonds. De kasstromen zijn de afgelopen 2 jaar zeer negatief. Voor het op gang houden van de woningbouwproductie worden grote voorinvesteringen gedaan. Om deze terug te verdienen en opnieuw te kunnen investeren in onder andere de stedelijke vernieuwing zijn grond­ uitgiften nodig zodat er ook inkomsten binnenkomen. Echter, de marktsituatie is nog steeds onzeker waardoor deze opbrengsten steeds verder naar achteren in de tijd verschuiven. De grondopbrengsten waren in 2023 en 2024 op het laagste niveau sinds de vorige crisis. In 2024 is de ambitie om 7.500 woningen te bouwen opnieuw niet gehaald. Een groot risico is bovendien de netcongestie waardoor vertraging van financieel omvangrijke gronduitgiften voor met name locaties voor kantoren en commerciële voorzieningen dreigt. De vereveningsruimte is net als bij het MPG 2024 beperkt en het is passen en meten om de stedelijke Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

21

1

Nieuwbouw van 7.500 woningen

vernieuwingsprojecten in te passen en ongelijk te kunnen investeren voor gelijke kansen. Ten behoeve hiervan worden de plannen zo veel als mogelijk financieel geoptimaliseerd om het Verevenings­ fonds robuust te houden de komende jaren. Daarnaast is er in 2024 een doorbouwakkoord gesloten met de ontwikkelende partijen en zijn er grondprijsmaatregelen genomen om de productie zoveel mogelijk op peil te houden (zie paragraaf Tijdelijke marktmaatregelen). Zoals eerder aangegeven, in het MPG 2025 zal over de stand van het Verevenings­fonds worden gerapporteerd.

In 2024 is voor Amsterdam een bedrag van € 375 miljoen aan rijkssubsidies voor grootschalige woningbouw aangevraagd en beschikt. Eind 2022 is in samenspraak met het rijk besloten tot rijksbijdragen om woningbouw op 3 grootschalige locaties in Amsterdam te bevorderen. Deze grootschalige locaties zijn Haven-Stad, CruquiusZeeburgereiland-IJburg en Amsterdam Zuidoost. Ten behoeve van infrastructurele maatregelen om de woningbouwlocaties te ontsluiten is € 322 miljoen beschikbaar gesteld uit de regeling Mobiliteitspakketten. Daarnaast is € 54,4 mln. uit de regeling Grootschalig gereserveerd voor de aanleg van onder andere parken, waterbergingen en geluidswering. Deze projecten zullen conform planning in de periode 2025-2035 tot uitvoering komen, de woningen dienen voor 2031 in aanbouw te zijn genomen.

Rijkssubsidies WBI, SBI en RHA In december 2023 heeft de gemeente € 18 miljoen ontvangen ten behoeve van de startbouwimpuls (SBI) van het Rijk, voor in totaal 2.132 woningen. Deze subsidie is bedoeld voor het vlottrekken van bouwprojecten die anders dreigden te worden uitgesteld of te worden stopgezet door de slechtere economische omstandigheden. De criteria om in aanmerking te komen voor de subsidie betreffen onder meer de zekerheid van een

Foto: Edwin van Eis - Zeeburgereiland

Rijkssubsidies grootschalige woningbouw

start bouw in 2024 of 2025, het aandeel betaalbare woningen (is minimaal 50%) en het betreft permanente woningbouw. In 2024 zijn 13 van de in totaal 14 projecten gestart met de bouw van 2.052 woningen waarvan 81% in het betaalbare segment, en is afgerond € 17,6 miljoen van de subsidie uitgekeerd. Amsterdam heeft inmiddels van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties voor 8 projecten de subsidie Woningbouwimpuls (WBI) toegekend gekregen. In totaal is € 77,8 miljoen subsidie toegekend.

Daarmee wordt de realisatie van 21.523 woningen dichter­bij gebracht. De WBI wordt beschikbaar gesteld om woningbouw te stimuleren. De belangrijkste doelstellingen zijn: het versnellen van woningbouw en de beschikbaarheid vergroten van betaalbare woningen voor starters en mensen met een middeninkomen. De WBI draagt bij aan maatregelen die voor woningbouw rand voorwaardelijk zijn, bijvoorbeeld noodzakelijke infrastructurele ontsluiting van een gebied.

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

22

1

Amsterdam heeft in 2024 voor drie projecten aanvragen ingediend voor de Regeling Huisvesting Aandachts­ groepen (RHA) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, ten behoeve van de realisatie van projecten met studentenhuisvesting. Amsterdam heeft voor alle drie de projecten de aangevraagde subsidie ontvangen, van in totaal circa 3 miljoen (zie paragraaf Jongeren- en studentenhuisvesting). Om langdurig (betaalbare) woningbouw te realiseren, is een structurele bijdrage vanuit het Rijk noodzakelijk. Het kabinet investeert jaarlijks € 1 miljard tussen 2025 en 2029 om 100.000 betaalbare woningen per jaar te bouwen, onder andere via een realisatiestimulans.

1.9 Tijdelijke marktmaatregelen Matigen CPI-indexering Eind 2023 is de CPI-maatregel, waarbij de indexatie op de grondwaarde is gemaximeerd tot 5% per jaar, vanwege een aanhoudende hoge inflatie verlengd tot eind 2024. Gezien de huidige marktontwikkelingen en de stabiele inflatieontwikkeling onder de 5% is deze tijdelijke maatregel eind 2024 niet nogmaals verlengd door het college. De CPI-maatregel liep per 1 januari 2025 af.

Tijdelijke crisismaatregel herijking grondprijzen Op 12 december 2023 heeft het college ingestemd met de tijdelijke crisismaatregel herijking grondprijzen. Deze is vanaf 1 januari 2024 ingevoerd om marktpartijen tegemoet te komen in deze economisch moeilijke tijden. De gemeente zag daarom aanleiding om terug te komen op reeds gemaakte afspraken, die met markt­ partijen zijn vastgelegd in overeenkomsten om de bouw­ productie te stimuleren. De maatregel had een looptijd van 12 maanden tot 1 januari 2025 en is inmiddels beëindigd.

Kortgezegd houdt de crisismaatregel in dat ontwikkelende partijen gedurende kalenderjaar 2024 eenmalig een verzoek bij de gemeente kunnen doen voor herijking van de overeengekomen grondprijzen. De maatregel is van toepassing op overeenkomsten voor transformatieprojecten, maar ook voor overeenkomsten uit tenders of 1-op-1-uitgiftes (exclusiviteitsovereenkomsten). Verder geldt dat de overeenkomst afgesloten moet zijn vóór 1 januari 2024 en de erfpachtaanbieding nog niet geaccepteerd is. Ook moet er minimaal een door de gemeente goedgekeurd Voorlopig Ontwerp zijn. Voor projecten die hieraan voldeden, kon eenmalig bij de gemeente schriftelijk een verzoek worden ingediend voor de herijking van de grondprijzen. De grondprijs wordt dan geactualiseerd. Als deze lager is dan overeengekomen was, dan geldt deze lagere grondprijs. Bij overeenkomsten die voortkomen uit een tender geldt dat er geen sprake mag zijn van een wezenlijke wijziging. Een verlaging van de grondwaarde kan daardoor niet meer zijn dan € 5.538.000 en tevens niet meer zijn dan 15% van de oorspronkelijke contractwaarde. Hieronder worden de bevindingen van de tijdelijke crisismaatregel herijking grondprijzen weergegeven.

Deze bevindingen zijn op basis van 42 projecten waarvan grondprijzen zijn herijkt: • Er zijn 42 aanvragen voor een herijking ingediend bij Grond & Ontwikkeling, waarvoor de grondprijzen van alle bestemmingen binnen een project zijn geactualiseerd. Van deze 42 projecten betreft het 25 nieuwe uitgiften (tenders) en 17 bestaande rechten (transformatieprojecten). In totaal zijn de grondwaarden van 288 bestemmingen herijkt (in 1 aanvraag zitten vaak meerdere bestemmingen). • Bij tenminste 20 projecten heeft de herijking geleid tot een lagere totale grondwaarde. Het betreft hier 18 nieuwe uitgiften (tenders) en 2 bestaande rechten (transformaties). Voor de overige 22 projecten geldt dat de herijkte totale grondwaarde hoger is dan de

Nieuwbouw van 7.500 woningen

overeengekomen geïndexeerde grondwaarde. Voor deze 22 projecten blijft de overeengekomen grondwaarde van kracht. • Bij 20 projecten heeft de Herijking wél tot een lagere grondprijs geleid. Dat moet helpen om de bouw van ruim 2.100 woningen (waarvan meer dan 1.400 sociale- of middeldure huurwoningen) mogelijk te maken. Voor de gemeente leidt dit tot in ieder geval 40 miljoen euro minder grondopbrengsten. • Veel van de ingediende aanvragen betreffen relatief oude overeenkomsten, waarbij de grondwaarden reeds voor eind 2021 zijn opgesteld (circa 2/3 van de 42 aanvragen). Vaak zijn de grondwaarden na herijking hoger dan de oorspronkelijke overeengekomen grondwaarden (inclusief indexering). Bij de vaststelling van de crisismaatregel was reeds de verwachting beschreven dat voor oude overeenkomsten, die grofweg voor 2021 zijn afgesloten, de overeengekomen grondwaarde nog altijd lager zal zijn dan de actuele grondwaarde. De meeste residuele grondprijzen laten namelijk pas vanaf halverwege 2022 een daling zien. • Het effect op grondwaardeontwikkeling verschilt sterk per bestemming. De grondwaarden van koopwoningen, bedrijfsruimte en commerciële plint zijn na herijking in veel gevallen hoger. De grondwaarden van grote middeldure huurwoningen zijn meestal lager na een herijking. Bij nieuwe uitgiften werkt het effect van de herijkte grondwaarden direct door in de (prijs)overeenkomst.

De crisismaatregel draagt eraan bij om, indien de herijking lager uitvalt, marktconforme grondwaarden in overeenkomsten te krijgen. Het is hiermee echter niet zeker of het project daarmee ook door zal gaan. In de praktijk is de haalbaarheid ook sterk afhankelijk van de vraag naar vastgoed (zijn er kopers/beleggers die het project af willen nemen). Het investeringsvolume ligt fors lager dan voorgaande jaren. Om projecten haalbaar Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

23

1

te krijgen is in ieder geval én een marktconforme grondprijs nodig én voldoende investeringsvolume. Daarnaast beïnvloeden nog meer factoren de haalbaarheid van een project.

Verlenging Transformatie-impuls Een groot deel (56%) van de woningbouw in Amsterdam dient in de nabije toekomst op transformatielocaties plaats te vinden. Transformaties zijn intrinsiek moeilijkere

Nieuwbouw van 7.500 woningen

en risicovollere projecten dan ontwikkeling door middel van tenders.

tot de te realiseren betaalbare woningen in particuliere transformatieprojecten.

De tijdelijke regeling transformatie-impuls die op 18 januari 2022 door het college is vastgesteld heeft als doel om de realisatie van transformatieprojecten met betaalbare woningen te stimuleren. De transformatie-impuls betreft een generieke tegemoet­ koming van 10% op de grondwaarde met betrekking

Projecten maken goed gebruik van de transformatie-­ impuls en de toepassing leidt tot snellere totstand­ koming van afspraken met marktpartijen. In totaal zijn er 24 projecten die toepassing van de transformatie-­ impuls overeengekomen zijn in een Afsprakenbrief, waarvan er inmiddels 2 afgevallen zijn. In totaal wordt met de transformatie-impuls de bouw van ruim 2.200 betaalbare woningen mogelijk gemaakt. De tegemoetkoming heeft geleid tot naar schatting € 11,8 miljoen lagere grondopbrengsten.

Foto: Esther Hesp

Gegeven het aflopen van andere tijdelijke regelingen en de uitdagingen om de (betaalbare) woningbouwambitie te halen, blijft de transformatie-impuls een welkom instrument bij het stimuleren van betaalbare woningbouw in transformatieprojecten. Hoewel het daadwerkelijke financiële en procesmatige effect beperkt is, blijft het een bruikbaar middel om tot overeenkomsten te komen met marktpartijen. Daarom is besloten de transformatie-impuls te verlengen tot 01-01-2026.

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

24

2

Bouwen van een goede mix

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

25

2

Het is belangrijk om te bouwen naar de behoeften van woningzoekenden in de stad. Dit vraagt om een goede mix in financieringscategorieën en woning­ groottes, waarbij ook de omliggende buurten worden meegenomen in de afwegingen. De vraag vanuit verschillende doelgroepen, huishoudens en inkomens­ klassen overstijgt echter ruimschoots het aantal woningen dat kan worden bijgebouwd. In vrijwel elk segment is er sprake van een tekort. Het is complex om stedelijk te sturen op een gedifferentieerd woningaanbod. Uiteindelijk worden stedelijke nieuwbouw­ ambities vertaald op projectniveau. De sturingsmogelijkheden worden hierbij sterk bepaald door de locatie. Binnen dit thema wordt gerapporteerd over: • Uitgangspunt 40-40-20 in transformatiegebieden • Start bouw betaalbare woningen • Start bouw woningen voor doelgroepen • Gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering

2.1 Uitgangspunt 40-40-20 Sinds 2017 geldt het uitgangspunt om als gemeente in stedelijke ontwikkelings- en transformatiegebieden te sturen op een woon-programma van 40% sociaal, 40% middeldure en 20% dure woningen.

Bouwen van een goede mix

Figuur 8. Start bouw per segment 2008 t/m 2024 9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

08

20

09

20

10

20

Sociale huur

11

20

12

20

13

20

Middeldure huur

Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2025

14

20

15

20

16

20

Dure huur

17

20

18

20

19

20

20

20

21

20

22

20

23

20

24

20

Koop

In Amsterdam bouwen we meer

betaalbare woningen

Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

26

2

Bouwen van een goede mix

Het college vindt het belangrijk dat het uitgangspunt van '40-40-20', dat bijdraagt aan een ongedeelde stad met voldoende betaalbare woningen, behouden blijft. Dit sluit echter niet uit dat er ruimte is voor een ander programma. Bestuurlijke afwegingen kunnen leiden tot afwijkende keuzes, waarbij maatwerk mogelijk blijft. In de Jaarrapportage wordt gerapporteerd over de stand van zaken wat betreft het woonprogramma in Transformatiegebieden en afwijkingen van de ‘40-4020’ in particuliere transformatieprojecten (mandaat directeur Grond en Ontwikkeling).

Monitor woonprogramma in transformatiegebieden

Kavels worden op verschillende momenten in de tijd getransformeerd. De gemeente heeft in deze gebieden niet de volledige regie. Daarom zal het reeds overeengekomen woningbouwprogramma op gebiedsniveau niet op elk moment van de looptijd van de gebied­ stransformatie overeenkomen met het beoogde eind­ resultaat. Dat hoeft geen reden tot zorg te zijn. Het project­team weet of er nieuwe transformaties of nieuwe gronduitgiften in de pijplijn zitten die het totale programma weer naar het voor het gebied beoogde programma zullen doen toe bewegen. Indien het project­team constateert dat het bestuurlijk vastgestelde programma niet haalbaar is, dan gaat zij terug naar het bestuur.

Foto: Edwin van Eis - Houthaven

Voor de transformatiegebieden wordt het te behalen woningbouw-programma bestuurlijk vastgesteld in het project- en/of investeringsbesluit. Het ambtelijk projectteam heeft de taak te sturen op het vastgestelde woningbouwprogramma voor het gebied. Het projectteam kan op kavelniveau afwijkingen van het programma toegestaan zolang – aan het einde van de gebiedsontwikkeling – wordt voldaan aan de bestuurlijke opdracht.

In tabel 8 is weergegeven wat op dit moment de stand van zaken is in de transformatiegebieden. Op dit moment is er nog voldoende ruimte om – zo nodig en/of op een later moment – bij te sturen op het woonprogramma.

afneemt (college­besluit van de datum 2 juni 2020). Dit type afwijkingen is al bestuurlijk geaccordeerd en hoeft ook niet op een andere kavel in het gebied gecompenseerd te worden.

Er is één uitzondering. In transformatiegebieden kan een erfpachter/eigenaar kiezen voor 30% sociaal (in plaats van 40%) mits een corporatie de sociale woningen Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

27

2

Bouwen van een goede mix

Tabel 8. Stand van zaken programma transformatiegebieden per 31-12-2024 Aantal woningen circa

Beoogd­ woonprogramma

Woningen vastgelegd/ gerealiseerd

Programma vastgelegd /gerealiseerd

Opdracht haalbaar?

Amstel III Paasheuvelweg / Campus

5.000

35-35-30

4.280

41-35-24

Ja

Amstel III Bullewijk

5.000

35-35-30

5.165

41-35-24

Ja

ArenApoort West

2.524

40-40-20

1.924

35-14-50

Ja

ArenApoort Oost

1.658

28-42-30

1.658

28-42-30

Ja

Buiksloterham (IB tot 2006)

2.830

30-0-70

2.777

29-11-60

Herijking IB

Buiksloterham (Herijking IB 2020)

5.745

37-40-23

1.127

33-41-26

Ja

Buikslotermeerplein (transformatie Winkelcentrum)

1.900

20 -40 -20 tot 30

-

-

Ja

1.150-1.650

39-29-31

969

44-27-29

Ja

Weespertrekvaart Oost

1.000

40-40-20

102

92-8-0

Kauwgomballenkwartier

750-1.250

40-40-20

227

28-59-13

Ja

Sloterdijk I Zuid

4.691

40-40-20

717

30-40-30

Ja

Sloterdijk Stationskwartier

7.500

40-40-20

2.648

38-24-37

Ja2

Klaprozenbuurt

2.216

40-40-20

1.058

34-41-24

Ja2

NDSM-werf West (B-kavels)

circa 2.500

30-0-70

2.209

30-15-55

Ja

NDSM-werf West (A-kavels)

circa 2.250

40-40-20

2.247

19-36-45

Ja3

11.000

40-40-20

1.791

43-33-24

Ja

6.000-6.500

30-40-30

-

-

Ja

Monitor transformatiegebieden Amstel III

ArenApoort

Buiksloterham

Amstelstation-Amsteloever

1

+

+

Overamstel

Sloterdijk

NDSM

Schinkelkwartier Hamerkwartier

1. Door het wegvallen van één locatie is het aantal woningen en de verdeling op gebiedsniveau gewijzigd ten opzichte van vorig jaar. 2. Een kleine afwijking op 40-40-20 door projecten met de 30-40-30 waarbij de sociale woningen door een corporatie worden afgenomen. 3. In het verleden zijn er in crisistijd grote aantallen vrijesectorwoningen toegestaan. Deze wijziging is destijds vastgesteld door het bestuur.

bron: Betrokken projectteams Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2024

28

2

Afwijkingen 40-40-20 in particuliere transformaties Wanneer er meer dan 10 nieuwe woningen worden gerealiseerd, geldt ook in particuliere transformatieprojecten de ‘40-40-20’ als programmatisch uitgangspunt. De gemeente kan hierop sturen als het erfpachtrecht en/of het bestemmingsplan moeten worden aangepast om de transformatie mogelijk te maken. Het Stedelijk Kader voor particuliere transformatieprojecten biedt hierbij erfpachters of eigenaren wel de mogelijkheid om onder voorwaarden af te mogen wijken van de ‘40-4020’ (raadsbesluit december 2017). Dit kan alleen na goedkeuring van de directeur Grond en Ontwikkeling, die hiervoor gemandateerd is door het college. Voor de duidelijkheid: dit mandaat kan alleen worden ingezet voor (individuele) particuliere transformatieprojecten die geen onderdeel zijn van een gebiedsontwikkeling en waarvoor geen Project- en of Investeringsbesluit wordt genomen. Er zijn zes bestuurlijk vastgestelde uitzonderingscriteria, op basis waarvan kan worden ingestemd met een afwijking van de ‘40-40-20’. Deze criteria zijn: 1 Met de beoogde afwijking wordt een ander stedelijk doel of programma nagestreefd in het betreffende project. Bijvoorbeeld de huisvesting van kwetsbare groepen, ouderenhuisvesting, zorgwoningen, studenten of jongerenwoningen, collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO).

2 De bestaande woningdifferentiatie in het omliggende gebied van het gebouw is dusdanig specifiek, dat een andere menging in het te transformeren gebouw beter past om de gewenste gemengde wijk te bereiken. 3 Het gebouw heeft een dusdanige geringe omvang dat de beoogde menging vanuit beheeroogpunt niet wenselijk is. Een project met minder dan 30 woningen heeft een geringe omvang.

4 De sociale huurwoningen in het project worden door een corporatie afgenomen. Minimaal 30% sociaal is in dit geval toegestaan, waarbij het aandeel middeldure huur minimaal 40% moet zijn. 5 De particuliere ontwikkelaar (erfpachter/eigenaar) heeft aangetoond dat er geen corporaties geïnteresseerd zijn in afname van sociale woningen. In dit geval is 0% sociaal toegestaan mits er minimaal 80% middeldure huur wordt gerealiseerd, waarbij de middel­dure huur wordt toegewezen aan door de gemeente aan te wijzen maatschappelijke (beroeps) groepen. 6 De transformatie betreft een los gebouw én de ambtelijk opdrachtgever is het stadsdeel en niet Grond en Ontwikkeling. Dan is 100% woningen in het middel­dure huursegment met huurafspraken conform het vigerende middeldure huurbeleid toegestaan. Over afwijkingen in particuliere transformatieprojecten wordt jaarlijks gerapporteerd, als onderdeel van de Jaarrapportage Woningbouw. In de voorgaande jaren tussen 2017 en 2023 waren er gemiddeld rond de tien goedgekeurde afwijkingsverzoeken per jaar. In 2023 zijn er drie afwijkingsverzoeken ingediend en goedgekeurd.

Bouwen van een goede mix

In 2024 zijn er geen nieuwe afwijkingsverzoeken ingediend. Er is wel voor twee projecten, waarvoor de in 2022 al gegeven toestemming voor afwijking van ‘4040-20’ na twee jaar was verlopen, opnieuw een afwijking aangevraagd. Bij beide projecten hadden de verslechterende marktomstandigheden geleidt tot vertraging. Dit past in het beeld dat het voor initiatiefnemers de afgelopen twee jaar lastiger is om tot een haalbaar project te komen, en zij eerder een pas op de plaats maken. Het woonprogramma in de beide projecten wijzigde niet en de projecten is wederom voor twee jaar toestemming gegeven af te wijken. Project A.J. Ernststraat betreft een project met 64 middel­dure huurwoningen en valt daarmee onder afwijkingscriterium 6. Project Pelgrimskerk betreft 25 vrije sectorwoningen plus vernieuwing en toevoeging van in totaal 1.450 m2 maatschappelijk voorzieningen, waaronder de huis­ vesting van de Protestantse Gemeente AmsterdamBuitenveldert en ruimtes voor betaalbare gezondheidszorgfuncties. Daarmee valt het onder afwijkingscriterium 1 en 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15626865/1