2 DEF-Participatieverslag_NL_DRUKWERK.pdf
Tekst van het document
Participatieverslag Onderweg naar de realisatie van het Nationaal Slavernijmuseum
s n o r e v O s n o t e m en
5
Participatieverslag Onderweg naar de realisatie van het Nationaal Slavernijmuseum
s n o r e v O s n o t e m en Februari 2024 6
Over ons en met ons
Inhoud
Inleiding
5
Over het participatietraject
11
Participatiebijeenkomsten en werkbezoek Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname
18
Publieksbijeenkomsten in Europees-Nederland
19
Werkbezoek Verenigde Staten
23
Gesprekken met museale partners en andere organisaties
28
Werkbezoek Curaçao oktober 2023
33
Conferentie “To build a museum”
35
Werkbezoek erfgoedprofessionals Caribisch deel van het Koninkrijk
36
Werkbezoek aan Benin
37
De uitkomsten van participatie in binnen- en buitenland
2
Over ons en met ons
41
Traumaverwerking en heling
45
Educatie voor verschillende doelgroepen
51
Vertel het hele verhaal!
55
De Afrikaanse diaspora
59
Het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname
63
Locatie, omgeving en gebouw van het museum
69
Uitgangspunten voor het gebouw en de omgeving
72
Meest genoemde locaties
78
Aanbevelingen en adviezen
81
Tot slot
85
3
‘Not everything that is faced, can be changed, but nothing can be changed until it is faced.’ James Baldwin
Inleiding Het zijn de woorden van Afro-Amerikaanse schrijver en sociaal criticus James Baldwin. Woorden die op verschillende manieren en momenten steeds weer zo van toepassing zijn tijdens deze bijzondere reis onderweg naar de realisatie van het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam. Ze staan voor het hogere doel van het museum: het hele verhaal vertellen dat nog niet eerder werd verteld. Om zo een maatschappelijke verandering teweeg te brengen, de toekomst opnieuw en gezamenlijk in te kleuren door het verleden onder ogen te zien, te erkennen én te verwerken. Want als je weet waar je vandaan komt en op wiens schouders je staat, kun je beter bepalen waar je heengaat, als mens en maatschappij.
Het Nationaal Slavernijmuseum vertelt het hele verhaal: de vergeten verhalen, de individuele verhalen en maakt ze tastbaar voor haar bezoekers. Zodat zij niet alleen kennis vergaren, maar ook bewustzijn en begrip krijgen voor zichzelf en de ander. Zodat zij beter en vooral méér weten, beter doen en dat voorbeeld kunnen doorgeven aan generaties na hen.
Deelnemer aan de publieksbijeenkomst in Amsterdam Oost vertelt zijn verhaal. Foto: Isaac Owusu
4
Over ons en met ons
5
Dit verslag informeert u over het uitgebreide participatietraject van het afgelopen jaar, een belangrijk onderdeel van de producten die wij als kwartiermakers opleveren. De uitkomsten van dit participatietraject zijn een belangrijke bron voor het museumconcept, de locatie en het gebouw. Dit verslag staat naast het plan voor de oprichting van het Nationaal Slavernijmuseum, dat wij tegelijkertijd publiceren. Met dit verslag informeren we u over de uitkomsten van de zeventien publieksbijeenkomsten in Groningen, Rotterdam, Amsterdam (Zuidoost, West, Oost, Centrum), Utrecht, Middelburg, Den Haag, Assen, Zwolle, Maastricht, Eindhoven, Arnhem, Leeuwarden, Almere en Tilburg; de verschillende participatiebijeenkomsten op Saba, Sint Maarten, Sint Eustatius, Bonaire, Aruba, Curaçao en Suriname; de werkbezoeken aan het Caribisch deel van het Koninkrijk, Suriname, de Verenigde Staten en Benin; en de tientallen gesprekken met musea, instellingen en betrokkenen in binnen- en buitenland die in 2022 en 2023 plaatsvonden. Gesprekken en bezoeken die plaatsvonden om kennis, inspiratie en draagvlak te verkrijgen voor de ontwikkeling van het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam. Gesprekken en bezoeken die ook ná het opleveren van ons eindadvies over het museaal concept, de locatie en het gebouw van het museum, en tijdens de besluitvorming, essentieel zijn voor de succesvolle (door)ontwikkeling van
6
Over ons en met ons
een nationaal museum over slavernij, cultuur en identiteit. Een museum dat fysiek in EuropeesNederland staat, maar inhoudelijk is verbonden met het Caribisch deel van het Koninkrijk, Suriname, het Indisch-Oceanisch gebied, de Indonesische Archipel, ZuidAfrika, de Verenigde Staten en alle andere plekken op de wereld waarmee Nederland het slavernijverleden deelt. Het Nationaal Slavernijmuseum huist de vele, hele(nde) verhalen en vertelt open en eerlijk over het Nederlandse slavernijverleden, dat zich niet beperkte tot de bekende voormalige koloniën, maar zich afspeelde in wel veertig landen. De verbinding, dialoog en samenwerking met deze landen opzoeken en onderhouden, is dan ook vanzelfsprekend en noodzakelijk om de inhoud van het toekomstig netwerkmuseum haar beste vorm te kunnen geven. Het is diezelfde verbinding en dialoog die de rode draad vormt in het proces dat hoort bij het ontwikkelen van een museum van dit indrukwekkende formaat op maatschappelijk, inhoudelijk en fysiek niveau. Dat maakt onder andere dat een bottom-up benadering de enige juiste benadering is tijdens alle fases van dit ontwikkelingsproces, alsook het uitgangspunt bij de participatiebijeenkomsten. Met deze bottom-up benadering bedoelen we dat een zo groot en divers mogelijk publiek is geconsulteerd. De uitkomsten van deze openbare publieksbijeenkomsten vormen
Kwartiermakers John Leerdam, Peggy Brandon en David Brandwagt. Foto: Isaac Owusu
7
een belangrijk uitgangspunt voor het museumconcept, de locatie en het gebouw.
Het Nationaal Slavernijmuseum gaat over mensen, het vertelt hun verhalen, legt hun pijn en woede bloot.
Het Nationaal Slavernijmuseum gaat over mensen, het vertelt hun verhalen, legt hun pijn en woede bloot. Het zijn deze mensen die het museum moeten dragen en dat maakt hun input op ieder gebied essentieel voor het succes ervan. Als netwerkmuseum en als fysieke en symbolische basis voor de ophanden zijnde verandering. Hoezeer die verandering nodig en belangrijk is voor mens en maatschappij, bleek keer op keer tijdens de drukbezochte participatiebijeenkomsten in binnen- en buitenland. Steeds weer stelden we dezelfde vragen over de betekenis en waarde, inhoud, locatie en het gebouw van het toekomstig museum. En steeds weer verrasten, ontroerden en inspireerden de eerlijke, emotionele antwoorden ons. De antwoorden, scherpe inzichten, hartenwensen en zielsbehoeften vindt u terug in dit verslag, gebundeld en onderverdeeld in vijf thema’s: traumaverwerking en heling, educatie, vertel het hele verhaal, de Afrikaanse diaspora en het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname. Het afgelopen jaar was veelbewogen op veel manieren. We reisden van stad naar stad en door verschillende landen, om ons verhaal te vertellen en vooral om naar verhalen te luisteren. Familieverhalen die, na decennia verzwegen te zijn, door onze dappere gesprekpartners met ons werden gedeeld.
8
Over ons en met ons
De verhalen en de vertellers, we sloten ze in ons hart. Ze bewogen ons, veranderden ons. Ze leerden ons opnieuw dat woorden wel degelijk het verschil maken, words do matter, door ons de impact ervan te laten zien. Ze maakten ons nog bewuster van het nut en de noodzaak van een nationaal museum over het Nederlandse slavernijverleden, maar vooral de maatschappelijke beweging, de verandering, die het op gang zal brengen en brengt. Dat wij als kwartiermakers voor het project Nationaal Slavernijmuseum een rol mogen spelen in die verandering maakt ons trots, maar zeker ook kwetsbaar en nederig, bewust van de grootsheid ervan. Daarin voelen wij ons gedragen, tastbaar, door onze opdrachtgevers de gemeente Amsterdam en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (verder: ministerie van OCW), maar vooral spiritueel, door de vele voorouders op wiens schouders wij steeds sterker staan. Deze rapportage neemt u mee op de letterlijke en spreekwoordelijke reis die wij het afgelopen jaar mochten maken, ieder met een eigen, persoonlijke motivatie en bijzondere verbondenheid met de inhoud van dit museum dat het gedeelde verleden, hoopvolle heden en de gezamenlijke toekomst met elkaar verbindt. Het was een bewogen jaar, om niet te zeggen life changing. En het was bovenal een grote eer. John Leerdam Peggy Brandon David Brandwagt
9
Over het participatietraject
10
Over ons en met ons
11
Het Tula monument op Curaçao. Samenwerking met Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname zijn belangrijk voor de totstandkoming van het museum. Foto: Peggy Brandon
12
Over ons en met ons
In 2023 zijn er zeventien publieksbijeenkomsten georganiseerd in Europees-Nederland en meerdere participatiebijeenkomsten op Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius, Saba en in Suriname. Deze bijeenkomsten hadden als doel de betrokkenen bij het Nationaal Slavernijmuseum te informeren en consulteren over de ontwikkeling van het museum, alsook de ideeën over de ontwikkeling van het museale concept en de locatie te toetsen en een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak te creëren binnen het Koninkrijk en in Suriname. 13
De tijd is Nu.
Tijdens de publieksbijeenkomsten in Europees-Nederland en bij de verschillende participatiebijeenkomsten in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk bleek de voornaamste taak luisteren te zijn. Luisteren naar de aangrijpende verhalen van nazaten van tot slaafgemaakte mensen, om daarna in open en eerlijke gesprekken te onderzoeken wat er leeft als het gaat om het slavernijverleden. De drukbezochte bijeenkomsten, gesprekken en vragen waren zowel in binnen- als buitenland aanleiding om, vaak voor het eerst, vele mooie, pijnlijke en vooral persoonlijke verhalen te delen. Dat de deelnemers zich veilig genoeg voelden om deze verhalen te delen, zegt veel over de sfeer tijdens de bijeenkomsten. Het bevestigt ook de noodzaak van een plek waar álle verhalen samenkomen en berusting vinden, alsook de on going dialoog hierover. De diversiteit aan antwoorden op de gestelde vragen over de maatschappelijke rol, inhoud, locatie en gebouw van het museum, staat symbool voor de veelzijdigheid en complexiteit die hoort bij het ontwikkelen van een nationaal museum over het Nederlandse slavernijverleden. Want hoe breng je al die langgekoesterde wensen en hoop, de vele ideeën maar ook de eeuwenlange pijn en de invloed daarvan eervol terug in één museum? Tijd speelt hierin een grote rol. Dat geldt
14
Over ons en met ons
in zekere zin voor elk museum, maar voor een museum met de levensgrote en -bepalende thematiek van het slavernijverleden vele malen extra. Het politieke klimaat, de maatschappelijke discussies, de excuses namens de Nederlandse Staat door Mark Rutte, de excuses en het verzoek om vergiffenis door koning Willem Alexander, maar ook de participatiebijeenkomsten in EuropeesNederland en werkbezoeken aan de Verenigde Staten, Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk, alles wijst erop: De tijd is Nu. Het is dan ook ontzettend belangrijk dat we die tijd ook echt genomen hebben. De tijd om tot elkaar te komen, vertrouwen en een band op te bouwen. Tijd voor verschillende Nederlanders, bewoners van het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname om van en over elkaar te leren. Tijd om echt te luisteren naar elkaars verhalen, pijn, wensen en dromen. Tijd om te verwerken wat we leren en te helen wat eeuwenlang gebroken is geweest. Het is tijd voor verandering. En verandering heeft tijd nodig, tijd die niet in een planning gegoten kan worden, noch met woorden te vatten is. De publieksbijeenkomsten, participatiebijeenkomsten, werkbezoeken en vele integere gesprekken legden de basis waarop het toekomstig museum zich kan ontwikkelen tot een iconisch instituut, gevestigd in Amsterdam maar wereldwijd verbonden en gedragen.
Deelnemers van de participatiebijeenkomst schrijven hun ideeën op aan de hand van een vragenlijst, de antwoorden vormen ook de basis waarop ze met elkaar in gesprek gaan tijdens de deelsessie. Foto: Easther Houmes
15
VERENIGDE STATEN VERENIGDE STATEN
EUROPEES-NEDERLAND EUROPEES-NEDERLAND 60 60
Groningen Groningen 12 12
2
2
90
Leeuwarden Leeuwarden
CIRCA CIRCA 30 30
45 45
90
Assen Assen 9
9
1
1 50 50
2
Richmond Richmond
1
1 1
2
1
1
1 40 40 60 60
120 120
Zwolle Zwolle 67 67
4
4
3
3
112 112
111 111
Almere Almere A’dam Centrum A’dam Centrum A’dam West A’dam Oost A’dam West A’dam Oost A’dam Zuidoost A’dam Zuidoost
100 100
63 63
Haag DenDen Haag
CARIBISCH DEEL VAN CARIBISCH DEEL VAN HET KONINKRIJK SURINAME HET KONINKRIJK ENEN SURINAME
60 60
Tilburg Tilburg
204 204
60 60
1
1
3
2
40 40
in totaal 22 steden bezocht in totaal 22 steden bezocht
Eindhoven Eindhoven
2 1
3
ca. 66 ca. 66
3 47 47
Totaal aantal kennisTotaal aantal kennisen en onderwijsinstituten bezocht, onderwijsinstituten bezocht,
60 60 40 40 1 190 190
2 4
6
16
Over ons en met ons
50 50
4
Overige gesprekken Overige gesprekken
(bestuurders, bedrijven, (bestuurders, bedrijven, organisaties dan 350 organisaties etc.):etc.): meermeer dan 350
Benin Benin
Maastricht Overige Maastricht Overige bezoekersaantallen bezoekersaantallen 50 50
6
2
waaronder universiteiten waaronder universiteiten en en archieven archieven
AFRIKA AFRIKA
2
181 181 2
ca. 93 ca. 93 Totaal aantal musea bezocht Totaal aantal musea bezocht
30 30 1
1
ca. 1.940 ca. 1.940 Totaal aantal bezoekers Totaal aantal bezoekers participatiebijeenkomsten, participatiebijeenkomsten,
1
1
74 74
35 35 3
Arnhem Arnhem
FACTS & FIGURES FACTS & FIGURES PARTICIPATIETRAJECT PARTICIPATIETRAJECT
2
2
11 11
8
8
6
6
tijdens optredens/presentaties: tijdens optredens/presentaties: dan 900 meermeer dan 900
Dit overzicht is zorgvuldig Dit overzicht is zorgvuldig samengesteld. Enkele samengesteld. Enkele cijferscijfers zijn zijn bij benadering, bij benadering, daar daar waar waar we we afhankelijk waren van de registratie afhankelijk waren van de registratie medeorganisatoren. door door medeorganisatoren.
17
Participatiebijeenkomsten en werkbezoek Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname De enerverende en inspirerende participatiereeks voor het museum startte in januari 2023 met de reis van kwartiermakers Peggy Brandon en John Leerdam – samen met vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam en het ministerie van OCW – naar Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius, Bonaire, Saba, Aruba en Suriname. Daar vond de slavernij hoofdzakelijk plaats en is de impact ervan tot op heden zichtbaar en voelbaar. Op elk van de eilanden en in Suriname vonden meerdere participatiebijeenkomsten in verschillende settings plaats. Het was dan ook een bewuste keus om het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname als eersten in de participatiereeks te bezoeken, wetend dat hier het meeste werk te verrichten is op het gebied van vertrouwen opbouwen en verbinding creëren met het museum en haar organisatie in Europees-Nederland. Op elk van de eilanden en in Suriname werden meerdere participatiebijeenkomsten georganiseerd in verschillende settings. Tijdens de bezoeken aan de Caribische eilanden en bij de verschillende participatiebijeenkomsten aldaar was er aanvankelijk gereserveerdheid bij alle gesprekspartners.
Een belangrijke reden hiervoor is dat de kwartiermakers de eerste officiële Nederlandse delegatie waren, die het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname bezochten na de excuses van 19 december 2022. Pas toen duidelijk werd dat het Nationaal Slavernijmuseum een Amsterdams initiatief is dat losstaat van de excuses voor het slavernijverleden van het Nederlandse kabinet, en vooral de gang van zaken daaraan voorafgaand, ontstond er ruimte voor gesprekken. 18
Over ons en met ons
Dezelfde ervaring herhaalde zich in Suriname, waar in Paramaribo verschillende konmakandra’s, bijeenkomsten, zijn gehouden voor meer dan 200 vertegenwoordigers van de Surinaamse samenleving. In een sfeervolle setting werd plenair gesproken met kunstenaars, cultuurkenners en andere gasten over de invulling van het museum in Amsterdam. Na het plenaire deel, gingen de deelnemers in groepen uit elkaar om te praten over de museale, fysieke en maatschappelijke rol van het Nationaal Slavernijmuseum. Bij de bijeenkomsten op Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius, Saba en Suriname werden wij geholpen door lokale netwerken en local heroes. De volgende local heroes hielpen ons bij het vormgeven en organiseren van deze reis: Alice van Romondt (Aruba), Yolanda Richardson (Aruba), Marlon Reina en Sharo Bikker (Curaçao), Raimie Richardson (Sint Eustatius), Rudy Domacassé, Boi Antoin en SKAL, Museo Boneiru (Bonaire), Elsa Peterson (Saba), Amaris Richardson (Sint Maarten), Hennah Draaibaar, Cynthia McLeod en Gilberto Krieger (Suriname).
Publieksbijeenkomsten in Europees-Nederland In Europees-Nederland volgden van maart tot en met oktober 2023 zeventien publieksbijeenkomsten in de steden Groningen, Rotterdam, Amsterdam (Zuidoost, West, Oost, Centrum), Utrecht, Middelburg, Den Haag, Assen, Zwolle, Maastricht, Eindhoven, Arnhem, Leeuwarden, Almere en Tilburg. De drukbezochte sessies startten met een plenair deel, waarin de drie kwartiermakers uitgebreid vertelden over de planvorming voor het Nationaal Slavernijmuseum. Vaak werd er samengewerkt met grassroots organisaties uit de betreffende stad. Muziek, spoken word of dans waren altijd onderdeel van het plenaire deel. Na het plenaire deel haalden de kwartiermakers in deelsessies inhoudelijke ideeën op over de invulling van het museum en de programmering ervan in aanloop naar de opening. Wat betekent het museum voor de maatschappij? Wat ervaar je in het museum? Hoe ziet het museum eruit en waar staat het? De antwoorden erop werden in kleinere groepen besproken, wat steeds weer leidde tot mooie dialogen, en beschreven post its.
Bevlogen en scherpe moderators van Speak up World verzamelden alle feedback en koppelden aan het eind van de avond de uitkomsten samengevat terug. Net als op de eilanden en in Suriname duurde het ook in de Nederlandse steden niet lang voordat er persoonlijke, vaak emotionele verhalen werden gedeeld. In veel verhalen, ideeën en inzichten kwamen de punten jeugd en educatie, het eigen verhaal, samenwerking en eigenaarschap, bezinning en reflectie terug. Voor de organisatie van de bijeenkomsten in Europees-Nederland werkten we samen met Speak up World en campagnebureau BKB. De bijeenkomsten in Amsterdam zijn geproduceerd door Chantal Tjin.
19
Grassroots organisaties Voor de publieksbijeenkomsten in Europees-Nederland werd er samengewerkt met verschillende grassroots organisaties. Het gaat om de volgende organisaties per stad: Groningen (22 februari 2023): • Harry Balgobind en Martin Winter van St.Sociaal Domein Noord Nederland • Lieuwe Jongsma van het Groningen museum • Roberto Refos, Sheila van Staveren en Cissy Gresmann van Stichting Noaberschap • Sherlock Telgt Rotterdam (11 maart 2023): • Carlos Goncalvez van Stichting Gedeeld verleden Gezamenlijke Toekomst • Lorenzo Elstak van Wij zijn wij • Productiehuis Flow • Y.M.P. van Stichting Silverline Utrecht (15 mei 2023): • Leroy Lucas van Keti Koti Utrecht • Bernice Calmes van Art 1 Middelburg (8 juni 2023): • Angelique Duijndam van Keti Koti Zeeland • Hannie Kool-Blokland van Zeeuws Archief Den Haag (27 juni 2023): • Rabin Baldewsingh en Lisette Tanis van NCDR • Joan Biekman
20
Over ons en met ons
Assen (5 juli 2023): • Harry Tupan van Drents Museum • Hilde Boelema van Drents Archief • Roger Goudsmit en Miguel Ririhena
Almere (11 oktober 2023): • Anneke Dalger, Stichting Comité 30 juni/1 juli Almere • Jerzy Soetekouw, oudwethouder van het Sociaal Domein Almere, directeur Humanitas
Zwolle (6 juli 2023): • Shirley Kambel van Keti Koti Zwolle • Jeroen Sytsma predikant te Zwolle
Tilburg (1 november 2023): • Carla Mohammed Stichting Comité 30 juni-1 juli • Eardly van der Geld, voorzitter Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst • Jerry Bergraaf, voorzitter bij Keti Koti Tilburg • Eric Brunswijk • Berny van de Donk, plaatsmaker PalaceToBe • Petra Robben, stadsconservator/ coördinator Erfgoed Tilburg
Maastricht (5 september 2023): • Raenys Martis van Keti Koti Maastricht Eindhoven (6 september 2023): • Gerard Wijngaarden van Stichting Comité 30 juni/1 juli Eindhoven • Saida Vianen van Stichting Comité 30 juni/1 juli Eindhoven Arnhem (28 september 2023): • Barbara Esseboom van Stichting Comité 30 juni/1 juli Arnhem Leeuwarden (5 oktober 2023): • Jaleesa Schiphorst van Keti Koti Fryslân • Arjen Dijkstra van Tresoar • Bjorn Fraser • Harry Balgobind
In Amsterdam vonden er vier participatiebijeenkomsten plaats, in de stadsdelen Zuidoost, West, Oost, en Centrum. Voor de organisatie van deze bijeenkomsten zijn we onder andere geholpen door de volgende zelforganisaties: Untold, Vereniging Ons Suriname, Stichting Eer & Herstel, Stichting Nusantara, 30 juni/1juli Comité Amsterdam en Stichting ProFor.
Slavernijverleden van Groningen Onze eerste publieksbijeenkomst vond plaats op 10 februari 2023 in Groningen. Alhoewel Groningen - net zoals vele andere plekken in Europees-Nederland- geen directe betrokkenheid had bij handel in tot slaaf gemaakte mensen was de stad wel verbonden met de bredere context. In de 18e eeuw waren er prominente handelshuizen in de stad die indirect profiteerden van de koloniale handel, waaronder de handel in tot slaafgemaakte mensen. Een voorbeeld is de invloedrijke familie Hora Siccama, die tabak en suiker importeerde. Deze producten kwamen voort uit een op slavernij gebaseerde productieketen. Groningen had een West-Indisch Huis aan de Munnekeholm. De WestIndische Compagnie had immers een eigen vestiging in Groningen, een zogenoemde ‘kamer’ met een werf waar handelsschepen werden gebouwd Deelnemers aan de participatiebijeenkomst in Groningen. De eerste van vele bijeenkomsten in Europees-Nederland. Foto: Delana ’t Zand
21
Werkbezoek Verenigde Staten In het voorjaar van 2023 maakten de drie kwartiermakers samen met vertegenwoordigers van het ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam en het ministerie van Buitenlandse Zaken (verder: ministerie van BZ) een werkreis naar de Verenigde Staten om kennis en inspiratie op te doen en te bouwen aan een internationaal netwerk van diverse culturele en museale organisaties en kennisinstituten die in hun collecties of programma’s aandacht besteden aan het slavernijverleden en de doorwerking hiervan in het heden. De tiendaagse reis begon in New York bij het Schomburg Institute for Research in Black Culture en eindigde in Washington D.C. met een bezoek aan Howard University, een universiteit die tijdens de periode van rassensegregatie werd opgericht voor Afro-Amerikaanse studenten. Tussendoor bezochten we vele indrukwekkende musea en herinneringscentra, zoals het 9/11 Memorial Museum in New York en het United States Holocaust Memorial Museum en het National Museum of American History in Washington D.C.. De werkreis werd grotendeels georganiseerd door het
Nederlandse Consulaat in New York en de Nederlandse Ambassade in Washington D.C.. Onze dank aan hen is groot. Het hoogtepunt van de reis was een meerdaags bezoek aan het Smithsonian National Museum of African American History and Culture (NMAAHC) in Washington D.C., het grootste en meest recent opgerichte museum over het slavernijverleden en de geschiedenis en cultuur van de Afro-Amerikaanse gemeenschap in de VS.
Memorial for Peace and Justice, ter nagedachtenis van door lynching omgebrachte Afro-Amerikaanse mensen, Montgomery, Alabama, Verenigde Staten. Foto: Peggy Brandon
22
Over ons en met ons
23
Ook is tijdens de indrukwekkende werkreis verkend of de slavernijtentoonstelling van het Rijksmuseum gebruikt kan worden als onderdeel van de tijdelijke rondreizende programmering van het slavernijmuseum in Amsterdam tot aan de fysieke opening ervan rond 2030. Het werkbezoek heeft verschillende positieve uitkomsten gehad. Zo zijn afspraken gemaakt voor bruiklenen en kennisoverdracht met het Brooklyn Museum, het Schomburg Institute for Research in Black Culture en the Museum of the City of New York in New York, met het NMAAHC in Wasington D.C., met Monticello en The Jefferson School - African American Heritage
Centre nabij Charlottesville (Virginia). Met een aantal musea is samen met Dutch Culture doorgepraat in Amsterdam om vervolgstappen te zetten. De bezoeken aan The City University of New York (CUNY) en de universiteiten Howard en Georgetown in Washington D.C. hebben duidelijkheid gegeven over de inhoud van het kenniscentrum en tot afspraken geleid hierover. Het State Department (het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken) heeft, net als de Amerikaanse Ambassade in EuropeesNederland, hun steun toegezegd voor de inhoudelijke ontwikkeling van het Nationaal Slavernijmuseum.
Memorial for Peace and Justice, Montgomery, Alabama, Verenigde Staten. Kunstwerk is gemaakt door de Ghanese beeldhouwer Kwame Akoto-Bamfo ter nagedachtenis aan slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel. Foto: Peggy Brandon
24
Over ons en met ons
25
Optreden van Sites of Memory tijdens de participatiebijeenkomst in Amsterdam-Centrum. Zij maken locatievoorstellingen rondom ons gedeelde cultureel erfgoed en de verborgen en ondervertegenwoordigde verhalen van Nederland en voormalige koloniën. Foto: Isaac Owusu
26
Over ons en met ons
27
Gesprekken met museale partners en andere organisaties Naast het uitgebreide participatietraject is er het afgelopen jaar met tientallen musea, erfgoedorganisaties, grassroots organisaties, kunstenaars, activisten, jongeren en andere belanghebbenden in binnen- en buitenland uitvoerig gesproken over het belang van het museum, de inhoud en programmering ervan en de plek die het inneemt in Amsterdam, Europees-Nederland, het Koninkrijk én internationaal. Daarnaast gingen de kwartiermakers en leden van het team Nationaal Slavernijmuseum tijdens Keti Koti en het Kwaku Festival ook met bezoekers en voorbijgangers in gesprek over deze zaken. Er was een online vragenlijst beschikbaar op de website van het museum, waar tijdens de straatgesprekken gebruik van werd gemaakt. Op die manier kregen geïnteresseerden die niet bij de bijeenkomsten konden zijn de mogelijkheid digitaal te participeren. In totaal zijn er – inclusief alle aanwezigen bij de publieks- en participatiebijeen komsten – om en nabij 5000 mensen gesproken. Om de omvang van het participatieverslag beperkt te houden, geven we hierna een aantal voorbeelden van gesprekken die formeel geen onderdeel uitmaakten van het participatietraject, maar wel van groot belang waren voor het vormen van ons beeld.
28
Over ons en met ons
Maatschappelijke partners Vereniging Antilliaans Netwerk Maart 2023 werd in De Balie een bijeenkomst georganiseerd door Vereniging Antilliaans Netwerk over het Nationaal Slavernijmuseum. Tijdens deze bijeenkomst deelden de kwartiermakers de inzichten en uitkomsten van de reis naar het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname (van januari 2023) en konden leden vragen stellen over de totstandkoming van het Nationaal Slavernijmuseum. Stichting Black Men Talk - Vanaf begin 2023 zijn er verschillende gesprekken geweest met Stichting Black Men Talk. Deze stichting is opgericht door jonge professionals en zet zich in voor de verbetering van de mentale gezondheid en sociaal economische positie van mannen uit de Afrikaanse diaspora in Nederland. Black Men Talk probeert een veilige plek te creëren waar mannen uit de Afrikaanse diaspora terecht kunnen om te praten over moeilijke onderwerpen. Ze begonnen landelijk en sloten zich later aan bij internationale organisaties met vergelijkbare doelen in Engeland, Frankrijk, Suriname, Curaçao, Barbados en in verschillende Afrikaanse landen. Tijdens de gesprekken met Black Men Talk werd besproken hoe ze betrokken kunnen worden bij het Nationaal Slavernijmuseum.
NiNsee - Op verschillende momenten spraken we met het Nationaal instituut Nederlandse slavernijverleden en erfenis (NiNsee) over de voortgang van het museum, de verbreding en belangrijke ontwikkelingen rondom het slavernijverleden. In de vorige fase van de ontwikkeling van het museum speelde het NiNsee namelijk een belangrijke rol. Zo schreef het in het kader van de voorverkenning een rapport en was het onderdeel van de Regiegroep die het verkenningsrapport Met de kracht van voorouders opstelde. Tijdens de ontwikkelingen van het museale plan waren er gesprekken met de Regiegroep waar het Ninsee onderdeel van uitmaakt. Radio Mart, Radio Stanvaste en Radio Kankantrie - Kwartiermaker John Leerdam heeft op Radio Mart een radioprogramma waar hij samen met Vishnu in gesprek gaat met de achterban over kunst, cultuur, politiek en het stadsdeel Amsterdam Zuidoost. John en Vishnu nodigen tijdens de uitzendingen gasten uit met inhoudelijke kennis over een actueel onderwerp. Het slavernijverleden speelt hierin veelal een rol. Het Nationaal Slavernijmuseum stond gedurende het hele jaar op de redactionele agenda. De verschillende thema’s zijn
ook besproken met Radio Stanvaste uit Rotterdam/ Zuid-Holland en met Radio Kankantri. Kerkgemeenschappen - Er zijn verschillende gesprekken geweest met kerkgemeenschappen, o.a. de Evangelische Broedergemeenschap (verder: EBG), de pinkstergemeenschappen, de protestantse en de rooms-katholieke kerk. Onderwerp van gesprek was o.a. hun rol tijdens de slavenhandel en daarna tijdens het kolonialisme. De centrale vraag was steeds: zou de kerk een verbindende rol kunnen spelen door excuses te maken en daarmee kunnen bijdragen aan traumaverwerking? Jongeren - tijdens onze werkreis aan Curaçao in januari 2023 waren er zo’n 50 jongeren te gast bij Landhuis Bloemhof om hun ideeën, idealen en ongezouten mening over het slavernijmuseum te delen met de kwartiermakers. Aanwezig waren er jongeren van de JCI-IOBA Curaçao, Fundashon Museo Tula, YOUTH-C, NAAM en Theater. De uitkomst van de avond was om de handen ineen te slaan en samen onderzoek te doen naar de gedeelde geschiedenis.
29
Museale partners Gesprek met diverse Rijksmusea - in het Scheepvaartmuseum vond er een gesprek plaats met vertegenwoordigers van het Scheepvaartmuseum, het Rijksmuseum, het Mauritshuis en het Wereldmuseum Amsterdam. Tijdens het gesprek bespraken we hoe deze instellingen aandacht besteden aan het slavernijverleden en welke positie het Nationaal Slavernijmuseum kan innemen binnen het museumbestel in EuropeesNederland. Naast de bijdrage aan dat gesprek hebben conservatoren, managers en directieleden van het Rijksmuseum een actieve rol genomen als klankbord voor de ontwikkeling van het museale concept. Het Drents Museum, Keramiekmuseum de Princessehof en het Groninger Museum - Deze musea deelden hun expertise in het benaderen en betrekken van specifieke gemeenschappen. Tijdens werkbezoeken aan deze musea spraken we uitvoerig over publieks aanpak, objecten, collectievorming, archieven en bruiklenen en het bouwen aan netwerken. Het Amsterdam Museum heeft het hele managementteam vrijgemaakt om samen met de kwartiermaker Peggy Brandon ontwerpsessies voor het museum uit te voeren. Ook met de directies van het H’ART museum
30
Over ons en met ons
Fysieke partners en het Van Gogh en conservatoren van het Bonnefantenmuseum en het Van Abbemuseum zijn inhoudelijke gesprekken gevoerd. Museumvereniging - met de Museumvereniging spraken we meerdere keren over een goede aansluiting van het Nationaal Slavernijmuseum op het museumstelsel, het museumregister en de museumkaart. De Museumvereniging heeft kennis met ons gedeeld, heeft meegekeken bij de ontwikkeling van het museumconcept en bijgedragen aan de ontvangst van Erfgoedprofessionals uit het Caribisch deel van het Koninkrijk. Museo Tula (Curaçao) - tijdens onze werkreis in januari 2023 brachten we een bezoek aan Fundashon Museo Tula, dat onder leiding van voorzitter Jeanne Henriquez staat. Henriquez gaf ons een rondleiding door Landhuis Kenepa, het monument waarin het museum is gevestigd. Op deze plek startte in 1795 de opstand van tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen, onder leiding van Tula. Museo Tula is een van de organisaties in het Caribisch deel van het Koninkrijk waarmee het Nationaal Slavernijmuseum wil samenwerken.
Overleg met omwonenden en ondernemers van locaties - Voor kansrijke locaties hebben er diverse overleggen plaatsgevonden met omwonenden en direct betrokken ondernemers. Betrokken personen zijn geïnformeerd over de planvorming van het museum en er zijn vragen gesteld over de (on)mogelijkheden en eventuele wensen rondom de locaties. Overleg met Havenbedrijf - Er hebben overleggen plaatsgevonden over randvoorwaarden vanuit het Havenbedrijf over de verschillende locaties rondom het IJ.
vervoer over water door en voor verschillende museale instellingen aan het water in de stad. Overleg met diverse gemeentelijke diensten - Over de longlist en shortlist van de locaties hebben er diverse overleggen plaatsgevonden met o.a. Monumenten en Archeologie, Ruimte en Duurzaamheid en Gemeentelijk Vastgoed. Deze diensten zijn vanuit verschillende ruimtelijke verantwoordelijkheden (o.a. als eigenaar, beheerder vastgoed, planologie en stedenbouw) binnen de gemeente betrokken bij de locatiestudies.
Overleg met Cultuurferry - Er hebben verkennende gesprekken plaatsgevonden met het initiatief “de Cultuurferry”. De Cultuurferry is een initiatief van duurzaam
31
Werkbezoek Curaçao oktober 2023
Opstand tot slaaf gemaakte mensen in Curaçao In 1795 leidde Tula op Curaçao een slavenopstand, gedreven door de idealen van vrijheid en gelijkheid. De opstand tegen het slavensysteem en plantageeigenaren begon op 17 augustus. Naast Tula streden veel meer tot slaaf gemaakte mensen voor hun rechtmatige vrijheid, zoals zijn vriendin Sablika en zijn vrienden Karpata Bazjan, Louis Mercier en Pedro Wacao. Ondanks moedige inspanningen werd de opstand onderdrukt door het Nederlandse koloniale systeem. Tula, gemarteld en gevangen genomen, onderging op 3 oktober 1795 een openbare executie. Zijn nalatenschap blijft een symbool van verzet tegen slavernij, een krachtige herinnering aan de voortdurende strijd voor rechtvaardigheid en gelijkheid. In 2013 werd hij uitgeroepen tot nationale held van Curaçao. Op 3 oktober 2023 heeft Nederland Tula gerehabiliteerd en daarmee de veroordeling die voorafging aan zijn executie herroepen.
In oktober 2023 brachten John Leerdam en Peggy Brandon opnieuw een bezoek aan Curaçao om aanwezig te zijn bij de rehabilitatie van Tula en het netwerk van het museum op Curaçao verder uit te breiden en te verstevigen. Met dit bezoek gaven zij ook deels gehoor aan de veelgehoorde en vaak terugkomende dringende vraag vanuit het Caribisch deel van het Koninkrijk om hen betrokken te blijven houden bij het reilen en zeilen van het museum. De frase “Nothing about us without us” is hier van toepassing en geeft eens te meer het belang van participatie voor het museum aan. Het hoogtepunt van de reis was de rehabilitatie van Tula, een historische gebeurtenis voor Curaçao. Het is belangrijk dat wij hier als kwartiermakers bij aanwezig waren en daarmee lieten zien dat deze gebeurtenis ook van belang is voor de totstandkoming van het Nationaal Slavernijmuseum. De rehabilitatie zou op dinsdag 3 oktober plaatsvinden, vlakbij de plek waar Tula in 1795 door de Nederlandse kolonisator is vermoord. Een tropische storm bracht de rehabilitatie echter abrupt tot een einde, waardoor deze de volgende dag in een kleinere setting kon worden hervat. Naast de rehabilitatie spraken we met verschillende musea, wetenschappelijke instellingen en bibliotheken over mogelijke samenwerkingen en de positie van het Nationaal Slavernijmuseum aldaar.
Zo spraken we onder andere met Rose Mary Allen over een mogelijke samenwerking met de Universiteit van Curaçao voor het kenniscentrum. Ook spraken we met Lionel Janga, Judaline Cijntje (Curaçao museum), Dimitry Cloose (NAAM), Jason Fullinck (Platform Slavernijverleden), Lianna Leonora (Mongui Maduro Bibliotheek) en met Lysandro Inacio en Nitzah Jacobus (Biblioteka Nashonal Kòrsou). Uit het gesprek met de Mongui Maduro Bibliotheek is een concrete samenwerking voortgekomen: samen zal er gewerkt worden aan een pop-up tentoonstelling in de Mongui Maduro Bibliotheek over een lokaal ontwikkelde slavernijgids van Curaçao.
Optocht tijdens de rehabilitatie van Tula in Willemstad, Curaçao. Foto: Felix Welsink
32
Over ons en met ons
33
Conferentie “To build a museum” Een belangrijk en bijzonder moment was het bezoek van Secretary Lonnie G. Bunch III aan Europees-Nederland in oktober 2023. Lonnie Bunch is de founding director van het NMAAHC en is op dit moment de 14e Secretary van the Smithsonian Institution, de grootste museale instelling ter wereld. Tijdens het bezoek van Secretary Bunch organiseerden we de conferentie “To build a museum”. Tijdens de enthousiast en drukbezochte conferentie, gehouden in het H’ART museum in Amsterdam, sprak Secretary Bunch uitvoerig over de moeilijke start van het NMAAHC, waar tegenwoordig twaalf permanente tentoonstellingen zijn te zien en tientallen tijdelijke exposities. De collectie van het museum over de AfroAmerikaanse geschiedenis en cultuur telt tegenwoordig meer dan 42.000 objecten en trok de afgelopen 7 jaar meer dan 10 miljoen bezoekers en won meer dan 80 prijzen. Secretary Bunch sprak helder en bevlogen over de vooroordelen, twijfels, moeilijkheden en obstakels die hij op zijn weg naar de realisatie van het NMAAHC tegenkwam. Allen herkenbaar in het ontwikkelingsproces van het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam.
Zo sprak hij raak: ‘Het is niet mogelijk om de Nederlandse geschiedenis volledig te begrijpen zonder je te verdiepen in de slavernij. Zonder de slavernij was er bijvoorbeeld nooit een Gouden Eeuw geweest.’ En zeer treffend: ‘Met dit museum bouw je eigenlijk drie musea. Een fysiek museum in Amsterdam, een digitaal museum en een netwerkmuseum met wereldwijde verbindingen’. Onderdeel van de conferentie was een panelgesprek tussen Lonnie Bunch, Valika Smeulders (Rijksmuseum), Mitchell Esajas (The Black Archives), Wim Pijbes (Stichting Droom en Daad) en Peggy Brandon (Nationaal Slavernijmuseum). Dit onder begeleiding van Andrew Makkinga die optrad als presentator van de conferentie.
Secretary Lonnie Bunch, de founding director van het NMAAHC, samen met wethouder Touria Meliani tijdens de conferentie To Build a Museum in Amsterdam. Foto: Isaac Owusu
34
Over ons en met ons
35
Werkbezoek erfgoedprofessionals Caribisch deel van het Koninkrijk We kunnen niet vaak genoeg benadrukken dat het Nationaal Slavernijmuseum de grenzen van Europees-Nederland overstijgt. Het museum staat fysiek in Amsterdam, maar het is een museum van het hele Koninkrijk. Het belang van een breed draagvlak en een evenzo breed en stevig netwerk in Europees-Nederland, het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname is essentieel voor de ontwikkeling en het succes van het museum in Amsterdam. Doordrongen van dit belang nodigden we voor de conferentie op 17 oktober in Amsterdam onder andere zes erfgoedprofessionals uit het Caribisch deel van het Koninkrijk uit. Vijf daarvan, te weten Misha Spanner (Sint Eustatius), Amaris Richardson (Sint Maarten), Danilo Christiaan (Bonaire), Jason Fullinck (Curaçao) waren aanwezig. De heer Renwick Heronimo (Aruba), kon helaas niet aanwezig zijn, maar Angelo Tromp van het Arubahuis sloot in zijn plaats aan bij de conferentie. Tijdens hun werkbezoek aan EuropeesNederland bezochten zij ook het Paleis op de Dam, The Black Archives/
36
Over ons en met ons
het Surinamemuseum en het Museum van Wereldculturen in Amsterdam. Zij spraken met vertegenwoordigers van de Museumvereniging, de gemeente Amsterdam en het ministerie van OCW. Twee laatstgenoemden financierden de werkreis van de erfgoedprofessionals.
Werkbezoek aan Benin In december 2023 brachten kwartiermakers John Leerdam en Peggy Brandon een bezoek aan Benin, op uitnodiging van de Nederlandse vertegenwoordiging aldaar. Na verschillende bezoeken aan het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname voelde dit bezoek als het sluitstuk van een intensieve periode. Ook in landen als Benin, Togo en Nigeria – die samen de voormalige Slavenkust vormen – is het slavernijverleden nog dagelijks voelbaar. Bijzonder was dat VooDoo een levende
traditie is in Benin. Omdat VooDoo over de hele wereld terug te vinden is, zien de inwoners van Benin dit als een bevestiging dat mensen die onderdeel zijn van de Afrikaanse diaspora over de hele wereld hun tradities hebben overgebracht. Deze tradities hebben de geschiedenis overleefd.
Na afloop van het werkbezoek spraken we af elkaar regelmatig op de hoogte te houden van de ontwikkelingen rondom het museum in Amsterdam en de ontwikkelingen rondom de musea op de verschillende eilanden.
37
Benin In december 2023 brachten John Leerdam en Peggy Brandon op verzoek van de Nederlandse vertegenwoordiging een bezoek aan Benin. Benin ligt aan de voormalig zo benoemde Slavenkust, een gebied waarmee het huidige Togo, Nigeria en Benin werd aangeduid. Tussen de 16e en 19e eeuw was het een kernregio in de trans-Atlantische slavenhandel. Momenteel worden er in Benin vier musea ontwikkeld die ingaan op aspecten van de geschiedenis, het erfgoed en de cultuur van dit land. Een van de musea belicht de pijnlijke slavernijgeschiedenis, die plaatsvond langs de kustlijn van Benin en de sociale en economische gevolgen van dit slavernijverleden. De andere drie musea zijn gewijd aan respectievelijk; het culturele erfgoed van Benin; aan de Voudou, de spirituele stroming die vanuit Benin via de Afrikaanse diaspora over Noord- en Zuid Amerika is verspreid; en aan monderne kunst uit het gebied. Foto: Peggy Brandon
38
Over ons en met ons
39
De uitkomsten van participatie in binnen- en buitenland
40
Over ons en met ons
41
Deelnemers omhelzen elkaar tijdens een publieksbijeenkomst in Utrecht. Foto: Isaac Owusu
42
Over ons en met ons
Opvallend is zowel in buitenals binnenland de betrokkenheid en passie van de bezoekers van de participatiebijeenkomsten. Ook de inzichten, vraagstukken, wensen en behoeften ten opzichte van het te realiseren museum bleken overal nagenoeg gelijk aan elkaar. 43
U vindt de uitkomsten hier terug, onderverdeeld in de thema’s: • Traumaverwerking en heling • Educatie • Vertel het hele verhaal! • De Afrikaanse diaspora • Het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname Belangrijk is te weten dat het hier gaat om soms letterlijke antwoorden van deelnemers op de gestelde vragen over het museum en haar maatschappelijke rol, inhoud en locatie, overgenomen uit verschillende gespreksverslagen. In de vijf deelparagrafen van dit hoofdstuk worden de verschillende thema’s uitgewerkt. Vervolgens worden in bullets de belangrijkste punten die tijdens de participatie- en publieksbijeenkomsten
‘Not everything that is faced, can be changed, but nothing can be changed until it is faced.’
naar voren zijn gekomen, omschreven. Deze thematische samenvattingen zijn gebaseerd op de notulen van de publieksbijeenkomsten en verslagen van alle overige participatiebijeenkomsten. Het kan zijn dat antwoorden elkaar soms tegenspreken, want ook hier geldt: zoveel mensen, zoveel wensen, behoeften, ervaringen en emoties. Een aantal suggesties en opmerkingen heeft betrekking op meerdere thema’s, maar is hier omwille van de leesbaarheid en het overzicht ondergebracht bij één thema. De uitkomsten van de vragen over locatie en gebouw vindt u terug in hoofdstuk 4 ‘Locatie, omgeving en gebouw van het museum’.
Traumaverwerking en heling De doorwerking van de Nederlandse slavernijgeschiedenis op mens en maatschappij is ook in het heden aanwezig. Hoewel de gevolgen ervan vaker onzichtbaar dan zichtbaar zijn, is het verleden onmiskenbaar aanwezig in het alledaagse leven. Wat nog ontbreekt is het bewustzijn ervan. Door in het Nationaal Slavernijmuseum aandacht te geven aan alle kanten van het Nederlandse slavernijverleden en de verhalen zo realistisch mogelijk te laten zien, horen en voelen, groeit niet alleen de kennis van het slavernijverleden, maar ook het bewustzijn van de doorwerking ervan in de huidige maatschappij, waarmee begrip en empathie groeien voor de ander én jezelf. Er ontstaat meer algemene maatschappelijke bewustwording van het complete, gezamenlijke verhaal en meer gedragen verantwoordelijkheid voor dat verhaal, dat eeuwenlang actief onderdeel uitmaakte
44
Over ons en met ons
van onze geschiedenis en waarvan we nog dagelijks sporen zien, te vaak zonder het te weten. Die erkenning en herkenning van het trauma en de gevolgen en doorwerking ervan in de huidige samenleving, is nodig om de volgende stap te kunnen maken, om de verandering door te zetten die gaande is. Gezamenlijk, met respect, begrip en bewustzijn voor elkaar en elkaars verhaal. We kunnen de geschiedenis niet veranderen, maar we kunnen haar wel onder ogen komen en zo het heden en de toekomst vormgeven.
45
De belangrijkste punten die tijdens de participatie naar voren kwamen zijn: • De naam van het museum mag trots, hoop en toekomst uitademen. De huidige werktitel ‘Nationaal Slavernijmuseum’ legt de nadruk op de slavernij, het verleden, terwijl deze zou moeten liggen op de weerbaarheid, kracht en trots van tot slaafgemaakte mensen en de glansrijke toekomst. • Door in het museum aandacht te hebben voor het effect en de doorwerking van de slavernij op de identiteit van tot slaafgemaakte mensen en hun nazaten, leren we meer over onszelf en de ander. Er ontstaat begrip en daarvanuit verbinding. Er ontstaat een waterrimpel die zich langzaam maar zeker uitbreidt, van individu naar maatschappij en wereld. • Door in het museum glashelder in kaart te brengen wat er in de huidige maatschappij, direct en indirect, is terug te vinden uit het Nederlandse slavernijverleden, denk hierbij aan koffie, chocolade, suiker, bepaald aardewerk, houtsnijwerk, zilverwerk etc., wordt de geschiedenis tastbaar en komt het beter binnen bij bezoekers dan met tot de verbeelding sprekende woorden. • Benadruk in het museum de eeuwenoude connectie tussen EuropeesNederland en de voormalige koloniën. Veelal zijn de huidige samenlevingen van deze voormalige koloniën, de politieke en maatschappelijke omstandigheden, allemaal te herleiden naar het slavernijverleden.
Door de banden te benadrukken, erover te leren en te praten, ontstaat wederom en ook op dit gebied begrip, kan heling starten en kan een vicieuze cirkel doorbroken worden.
Participatiebijeenkomst in Maastricht. Foto: Janeau Hoogvliets
46
Over ons en met ons
47
• Schenk in het museum aandacht aan het kolonialisme en de invloed en doorwerking hiervan op mens en maatschappij in het heden. Door de verbanden uit te leggen, ontstaat er een aha-moment bij de bezoekers en wordt bewustzijn gecreëerd. Een pijnlijk voorbeeld is de aanleg van het spoor. Dit werd aangelegd met de winst die Europees-Nederland haalde uit het ‘cultuurstelsel’ in Indonesië. • Het museum is een museum van het verleden, het heden en de toekomst. Laat al die elementen inhoudelijk terugkomen door in het museum ook te laten zien wat er voorafgaand aan de slavernij gebeurde, hoe het leven was tijdens de slavernij en wat de impact was van de beëindiging in 1863. • Naast het leren over en de erkenning en herkenning van de brede slavernijgeschiedenis, is het museum een plek voor het eren van de vele voorouders en hun nooit vertelde verhalen. Een plek waar heling kan beginnen. Want juist door dat zware verleden onder ogen te komen, letterlijk en figuurlijk, ontstaat er lucht en ruimte voor gedachten over een nieuwe toekomst. • Bied in het museum fysiek ruimte voor healing. Ruimten om tot rust te komen, de indrukken en emoties te verwerken, een tuin, een restaurant, een rustruimte waar bezoekers zich kunnen terugtrekken of juist samen kunnen komen voor contemplatie. Zorg dat er in die ruimten begeleiding aanwezig is. • De kracht van woorden is immens groot.
Het slavernijverleden is voor velen persoonlijk en dat maakt het belangrijk gekozen woorden zorgvuldig af te wegen voordat ze gebruikt worden. Het getuigt van bewustzijn en begrip voor de nazaten van tot slaafgemaakte mensen en het generationeel trauma dat aan hen en hun voorouders is overgedragen.
Contemplative Court in het National Museum of African American History & Culture Het NMAAHC in Washington D.C. ondersteunt heling en herstel door de zogenaamde “Contemplative Court”. Deze ruimte is specifiek ontworpen voor rust en reflectie. In de museale presentatie is deze ruimte gepositioneerd na de omvangrijke permanente opstelling over het slavernijverleden. De ruimte faciliteert het helingsproces en biedt bezoekers de mogelijkheid om op een respectvolle en gevoelige manier in contact te komen met het verleden, waardoor stappen naar herstel mogelijk worden gemaakt. Vanuit de participatiebijeenkomsten is een dergelijke reflectieruimte ook vaak naar voren gebracht. In het plan voor het Nationaal Slavernijmuseum is een voorstel voor verschillende reflectieruimtes in het museum opgenomen. Foto: Burobraak, Arjan Braaksma
48
Over ons en met ons
49
Educatie voor verschillende doelgroepen Educatie, in de breedste zin van het woord, draagt niet alleen bij aan een vollediger begrip van het slavernijverleden, maar zorgt ook voor meer bewustwording over dit verleden dat alle Nederlanders aangaat. Het gaat hier niet alleen om kinderen: het is juist belangrijk om educatie over het slavernijverleden af te stemmen op alle verschillende doelgroepen van het museum. Voor veel bezoekers is het belangrijk te weten wie hun voorouders waren, wat zij meemaakten en wat daarvan is doorgegeven. Door deze missende puzzelstukken aan te bieden, ontstaat er begrip voor en trots over de eigen identiteit, waarmee indirect een generatie opstaat die het trauma heeft aangekeken, doorvoeld en besproken, waardoor ze de cirkel doorbreken voor toekomstige generaties. Zij weten beter en meer, en handelen ernaar. Het kenniscentrum van het museum maakt het mogelijk voor bezoekers hun stamboom te onderzoeken en zo meer te leren over hun voorouders en zichzelf. Voor veel bezoekers van het museum is het belangrijk een compleet beeld te krijgen van de rol van Nederland in de
slavernijgeschiedenis, zodat er ook meer kennis ontstaat over de doorwerking ervan in de huidige maatschappij, de rolverdeling, (onderhuidse) dynamiek tussen verschillende groepen Nederlanders, maar vooral de noodzaak van verandering in het heden en de toekomst. Onderdeel van die verandering is ook dat Nederlanders een volledige geschiedenisles krijgen over Nederland. Dat ze verteld wordt over de Gouden Eeuw én het slavernijverleden dat die eeuw mogelijk maakte. Juist omdat we als mensen zo van elkaar verschillen, is het belangrijk dat we met, van en over elkaar leren. Het Nationaal Slavernijmuseum heeft een heel belangrijke rol in het aanspreken van al die verschillende mensen.
Kwartiermaker Peggy Brandon tijdens de participatiebijeenkomst in Leeuwarden. Foto: Dave Andrew
50
Over ons en met ons
51
De belangrijkste punten die tijdens de participatie naar voren kwamen zijn: • Door de perspectieven van nazaten van tot slaaf gemaakte mensen, die lang onderbelicht zijn geweest, centraal te stellen in het toekomstig museum in Amsterdam, leren bezoekers dat de tot nu toe dominante westerse cultuur maar een deel van de menselijke ontwikkeling is. • Laat het de kunst van het nationaal museum zijn dat ze verhalen vertellen op verschillende manieren, via verschillende media, en altijd vanuit de verschillende kanten van dat verhaal. Diversiteit op alle manieren. Herhaal wat bekend is en vul dat zo gedetailleerd mogelijk aan met wat er eeuwenlang ontbrak, tot een compleet waarachtig verhaal. • Vertel in het museum over de verschillende vormen van slavernij en schenk daarbij speciale aandacht aan de zogenaamde ‘rode slavernij’, de eerste vorm van slavernij, gericht op de inheemsen van Suriname, en dan vooral de Arowakken. Tijdens de kolonisatie van Suriname maakten de Engelsen hen tot ‘rode slaven’. • Neem bezoekers mee op reis in het museum. Door van het verleden naar het heden en de toekomst te ‘reizen’ en ze te bevragen over wat ze zien en ervaren, zelf verbanden te laten zien en leggen, kunnen zij zelf conclusies trekken over recht en onrecht. • Tijdens de participatie is er gesproken over de voorwerpen die het museum moet laten zien.
Sommige mensen vinden het belangrijk dat er voorwerpen getoond worden die symbool staan voor de misstanden die zijn gepleegd. Wat werd er gebruikt voor lijfstraffen? Welke lijfstraffen waren er? Sommige deelnemers van de participatie vinden het belangrijk dat dit zichtbaar en ‘voelbaar’ is. Andere deelnemers vinden juist dat dit type voorwerpen een onnodige schrikreactie opwekt. • Vertel als museum het complete verhaal van het slavernijverleden, de gruwel én de overwinning, de geleden pijn én de consistente kracht, met een sterke rode draad van weerbaarheid en trots. • Het internet is tegenwoordig ook ‘een plek om naartoe te gaan’. Het museum moet daarom online ook goed te bezoeken zijn. Online informatie prikkelt om het museum fysiek te bezoeken. Ook maakt een goed digitaal museum uitwisseling met internationale partners goed mogelijk.
52
Over ons en met ons
• Tentoonstellingen over de slavernij mogen confronterend zijn. Laat bezoekers onbewerkte beelden zien van heftige gebeurtenissen, zodat de gruwel écht beklijft. • Leg in het museum uit wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch. Veel mensen weten niet goed wat het verschil is, terwijl dat best groot is. Er zijn bijvoorbeeld codes die typisch Indisch zijn. Het zou mooi zijn als hier aandacht voor komt in het museum. • Maak het museum eigentijds en interactief. Zorg dat er muziek- en theatervoorstellingen gehouden kunnen worden en dat alle vormen van storytelling kunnen worden gebruikt om de verhalen zo goed en echt mogelijk te vertellen. • Betrek de jeugd bij het museum en haar inhoud, bijvoorbeeld met op hen afgestemde tentoonstellingen, afdelingen, interactieve presentaties. Als zij het hele verhaal meekrijgen, kunnen zij de slavernijgeschiedenis en het bewustzijn ervan in z’n totaliteit doorgeven. • Werk nauw samen met zoveel mogelijk scholen in Europees-Nederland, Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk en zorg ervoor dat een bezoek aan of van het museum onderdeel wordt van de lesstof. • Werk nauw samen met verschillende musea in Europees-Nederland, Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk en laat het slavernijverleden in al deze musea terugkomen op een manier die bij het desbetreffende museum past.
Als bezoekers van meer traditionele musea steeds weer geconfronteerd worden met het Nederlandse slavernijverleden, wordt er een zaadje geplant en is de stap naar het Nationaal Slavernijmuseum minder groot. • Vertel in het museum ook de familieverhalen die eeuwenlang van mond tot mond zijn doorgegeven. Onderzoek en onderbouw die verhalen, leg ze vast en maak ze officieel. Schrijf een oud, maar nieuw stuk geschiedenis. • Maak een kenniscentrum onderdeel van het museum, zodat bezoekers met vragen over hun eigen voorouders en geschiedenis daar terecht kunnen na hun bezoek aan het museum. Zo geef je ze de kans om ook hun persoonlijke verhaal compleet te maken, wat leidt tot een completer en sterker zelfbeeld. Als je weet op welke schouders je staat, voel je je gedragen en is het eenvoudiger je richting te bepalen.
53
Vertel het hele verhaal! De rol van Europees-Nederland in het slavernijverleden is vele malen groter dan bij velen bekend. De Nederlandse slavernij beperkte zich niet tot het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname, maar speelde zich af in meer dan dertig landen, waaronder het Indisch-Oceanisch gebied, de Indonesische Archipel en Zuid-Afrika. Het is daarom belangrijk dat er ook aandacht is voor het slavernijverleden van het Indisch-Oceanisch gebied en Indonesië in het Nationaal Slavernijmuseum en dat dit op een evenwichtige manier gebeurt. Hoe werkt het slavernijverleden bijvoorbeeld door in de identiteit van Indische en Indonesische Nederlanders? En hoe is het trans-Atlantische slavernijverleden verbonden met het slavernijverleden in het Indisch-Oceanisch gebied en de Indonesische archipel?
Het slavernijverleden hoort bij de Nederlandse nationale identiteit. Het is van groot belang om het volledige verhaal te vertellen van het Nederlandse slavernijverleden, zodat toekomstige generaties opgroeien met een compleet en eerlijk beeld van de geschiedenis, belicht vanuit verschillende perspectieven. Het Nationaal Slavernijmuseum vertelt de vergeten of verzwegen verhalen, omdat het gelooft dat alleen het hele verhaal helend kan zijn voor mens en maatschappij.
Het slavernijverleden hoort bij de Nederlandse nationale identiteit. Deelnemers aan de participatiebijeenkomst in Zwolle. Foto: Henrieke van Assen
54
Over ons en met ons
55
• Laat in het museum ook zien op welke manieren EuropeesNederland is verrijkt door de slavernij, materieel en immaterieel, cultureel en multicultureel. Welke spullen, ingrediënten, gerechten, bevolkingsgroepen etc. vormen het Europees-Nederland van 2023 en waar vinden ze hun oorsprong?
De belangrijkste punten die tijdens de participatie naar voren kwamen zijn: • Vertel in het museum over de oorsprong van slavernij, de rol van EuropeesNederland hierin en de effecten ervan in huidige samenlevingen. • Maak in het museum tastbaar hoe veel nazaten van tot slaafgemaakte mensen onbewust leven met oude boodschappen (huidskleur, haarstructuur) die zijn ontstaan in de koloniale tijd. Wat zijn die boodschappen en waar vinden ze hun oorsprong? Door de oude boodschappen bloot te leggen, er aandacht aan te besteden in het heden, kunnen ze afgepeld worden. Dat is nodig om defecte patronen, persoonlijk en maatschappelijk, te doorbreken en verder te gaan.
• Neem het verhaal van de verschillende marronvolken (Saramaccaners, Ndyuka, Aluku, Kwinti, Paramaccaners en Matawai) ook mee in het museum. De marrons zijn een toonbeeld van kracht en verzet. Zij bevrijdden zichzelf namelijk tijdens de periode van slavernij en ontwikkelden rijke culturen, die vandaag de dag nog steeds voortleven. • Belicht in het museum ook de kant en de verhalen van de slavenhouders, de vele families. Zoals de familie Stork, waarvan het verhaal ook verteld werd in het Rijksmuseum en het Tropenmuseum. Benadruk dat het hier niet gaat om schuldig en onschuldig maar om volledige kennis van het verleden, zodat doorwerking in het heden en de toekomst stopt.
• De verhalen van vrouwen hoor je te weinig. Besteed in het museum aandacht aan het vrouwelijk perspectief. Denk bijvoorbeeld aan One Tété Lohkay, de heldin en vrijheidsstrijder die op Sint Maarten meerdere keren de plantage ontvluchtte waar zij werd vastgehouden. Een ander voorbeeld is het verhaal van Leonora, een tot slaafgemaakte vrouw die zich in Curaçao verstopte aan boord van een boot en daardoor als vrij vrouw in Middelburg terecht kwam. • Besteed aandacht aan homoseksualiteit, queerness en genderidentiteiten voor, tijdens en na de periode van slavernij. Zijn er verhalen te vinden over queerness op de plantages? • Schenk aandacht aan de verschillende rollen die de kerk heeft gespeeld in het slavernijverleden. • Europees-Nederland heeft een grote rol in het slavernijverleden. Groter dan op dit moment is terug te vinden in Nederlandse musea. Het is belangrijk om deze rol in z’n volledigheid te laten zien in het nieuwe museum in Amsterdam. • Leg verbanden in het museum waaruit blijkt dat slavernij een groot onderdeel is van de Nederlandse geschiedenis: zonder de slavernij was de Gouden Eeuw in Europees-Nederland niet mogelijk geweest. • Vertel ook het verhaal van de Chinese, Javaanse en Hindostaanse contractarbeiders die vanaf 1853 naar Suriname werden gebracht. Dit zijn helden geweest die wij nooit hebben kunnen eren.
Genderfluïditeit bij de Buginezen in Zuid-Sulawesi De Oostcast over de Indische buurt in Amsterdam-Oost vertelt deelnemers over de onderliggende verhalen achter de straatnamen in deze buurt middels een podcast, wandelroute en tentoonstelling. Bij de Celebesstraat (de Nederlandse naam voor Sulawesi) vertelt de Oostcast deelnemers over de Buginezen, een bevolkingsgroep in Zuid-Sulawesi, Indonesië. Bij deze Buginezen wordt genderfluïditeit al eeuwenlang historisch en cultureel erkend. De Buginezen kennen het fenomeen “calabai”, individuen die biologisch man zijn maar vrouwelijke genderuitdrukking aannemen. Dit voorbeeld laat zien dat genderfluïditeit van alle tijden is en vóór de periode van slavernij onderdeel van de complexe rijkgeschakeerde beschavingen was. Foto: Oostcast/Burobraak, Arjan Braaksma
56
Over ons en met ons
57
De Afrikaanse diaspora Lang voordat Afrikaanse mensen tot slaaf gemaakt werden, waren er Afrikaanse beschavingen en culturen, gebouwd op spiritualiteit, rituelen, connectie met de natuur, kracht en kennis. Deze culturen, die tijdens de slavernij in stilte bleven bestaan en in het heden op een eigentijdse manier nog steeds onderdeel zijn in het leven van de vele nazaten van tot slaafgemaakte mensen. Die cultuur zie je in alle regio’s van het Nederlands slavernijverleden terug. Van Azië naar Noord- en Zuid Amerika tot het Indisch-Oceanisch gebied. Door in het Nationaal Slavernijmuseum vooral ook de eeuwen vóór de slavernij te belichten, eren we de Afrikaanse culturen en de voorouders van de vele nazaten van tot slaafgemaakte mensen en zetten we de kracht en trots die hierbij horen centraal.