CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Regionaal Beleidskader HGKM en SG.pdf

RAAD 21 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Geen zienswijze in dienen op het regionaal beleidskader Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld (VN2025-018475)25.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4 alinea's met “uitwisseling”: 104 149 334 338

We zorgen daarbij voor nauwe samenwerking met het Centrum Seksueel Geweld (CSG), dat voor seksueel geweld al voorziet in de functie van kenniscentrum en een inlooplocatie heeft voor

slachtoffers. Daarnaast zal het Expertiseplatform samenwerken met het Actiecentrum Veiligheid en Zorg en het programma Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld als onderdeel daarvan. We blijven aangesloten bij het landelijke programma Toekomstscenario en ook bij de landelijke aanpak “Stop Femicide” en het regionale beleid op het gebied van femicide en intieme terreur.

4.4 Gebiedsgericht samenwerken (GGSW) In de regio wordt al langere tijd geïnvesteerd in gebiedsgerichte samenwerking bij jeugd- en opvoedproblematiek in lokale samenwerkings­ verbanden, soms ‘cockpits' of ’vijfhoeken’ genoemd. We verbreden het gebiedsgericht samenwerken zo snel als werkbaar naar de opgave HGKM & SG, omdat er grote overlap is in de betrokken gezinnen en uitvoerende partners. We maken daarbij gebruik van de geleerde lessen in de proeftuin Blijvend Veilig. Professionals uit verschillende organisaties vullen elkaar vanuit hun eigen rollen en expertises aan. Daar is samen­ werking van alle organisaties op gebiedsniveau voor nodig. In Amsterdam werken de stadsdelen samen op basis van Gebiedsgerichte Opgaven Sociaal, waarin op basis van data wordt gekeken welke opgaven voor welke Amsterdammer in welke gebieden, wijken of buurten prioriteit hebben. Door op dat schaalniveau te werken vinden en kennen professionals elkaar. Dat bevordert begrip voor elkaars rollen, vertrouwen in elkaars expertise en biedt de mogelijkheid om organisatieoverstijgend te denken en werken. In lokale samen­werkingsplatforms helpen professionals samen gezinnen met HGKM-problematiek, adviseren professionals elkaar en wordt er gezamenlijk geleerd. Er wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij wat in een gebied al bestaat en goed werkt.

20 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

In Amsterdam worden in de stadsdelen NieuwWest en Zuidoost masterplannen uitgevoerd in het kader van ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Ook in Amsterdam Noord werken we nu aan extra aandacht voor HGKM. Binnen het Nationaal Programma Samen Nieuw-West en het Masterplan ZO=Zuidoost wordt gebiedsgericht samengewerkt. Hier worden innovatieve manieren gebruikt om de

Bouwstenen Nationaal Programma Samen Nieuw-West en Masterplan ZO=Zuidoost 1. Data-analyse Analyse van beschikbare (en deelbare) data van formele organisaties, verrijking van de data met kwalitatief onderzoek onder informele partijen en monitoring van de werkzame elementen uit de verschillende bouwstenen. 2. Bewustwording & Dialoog Samenwerking met informele organisaties voor het organiseren van activiteiten voor inwoners over bewustwording van HGKM. Benutting van expertise van formeel naar informeel en vice versa. 3. Samenwerking informeel & formeel Oprichting van een casuïstiektafel (netwerkgroep) waarbij formele en informele organisaties onder begeleiding van een netwerkregisseur (vastgelopen) casussen oppakken.

complexe problematiek van HGKM te doorbreken. De stadsdelen gelden daarbij als pilot, als de innovatieve aanpak blijkt te werken zullen andere stadsdelen in deze ontwikkeling volgen. Voor de Amstellandgemeenten kunnen de resultaten uit de masterplangebieden eveneens als inspiratie dienen.

4. Intensief casemanagement bij Tijdelijk Huis Verbod Inzet van casemanagers voor een periode van 1,5 jaar na afloop van een opgelegd THV, verbetering van contact met kinderen door inzet van een Kindexpert en inzet van THV vanuit hulpverlening. 5. Time-out woningen Bieden van tijdelijk onderdak van een paar weken voor mensen waarbij een time-out escalatie of verdere problemen kan voorkomen. Onder begeleiding wordt gewerkt aan herstel van de situatie. 6. Plegeraanpak Oprichting van een supportgroep ‘Verantwoordelijkheid nemen’ onder begeleiding van een ervaringsdeskundige voormalige pleger. Verkenning van samenwerking met de Buurtrechter. Oprichting van een pool van ervarings­ deskundige plegers die ingezet kunnen worden bij intensief casemanagement of bij de (toeleiding naar de) supportgroep.

Om het gebiedsgerichte samenwerken te onder­ steunen, ontwikkelen we dataprofielen op HGKM en benutten we ook de vijf gezins- en relatie­ profielen zoals ontwikkeld door het Verwey Jonker16 Instituut. Daarnaast zijn we ons bewust van de correlatie tussen HGKM & SG enerzijds en

De vijf profielen Intieme terreur Bij intieme terreur is er sprake van een machtsverschil tussen de partners. In een heteroseksuele relatie oefent één partner, meestal de man, dwang en controle uit op zijn partner. Door haar vrijheid te beperken, haar te isoleren en door het gebruik van, vaak ernstig, geweld, ook seksueel. Het slachtoffer (en de kinderen) voelt zich continu bedreigd en onveilig. Gezin in de stress Bij het profiel gezin in de stress staat centraal dat er een hoge mate van stress is door een opeen­ stapeling van factoren. Dit leidt herhaaldelijk tot conflicten waarbij het (ernstige) geweld ook van twee kanten kan komen. Regelmatig gaat dit samen met alcoholmisbruik bij een van de partners. De kinderen kunnen slachtoffer zijn en getuige. Langdurige zorg In het profiel langdurige zorg staat op de voorgrond dat één (of beide) partners vanwege

criminaliteit anderzijds (zie 6.4): wellicht dat we contact met justitie nog als basis nemen voor een aanvullend profiel. Ook zoeken we naar moge­ lijkheden om beschikbare data beter te combineren zodat we in de gebieden beter beeld krijgen van welke problematiek we op in moeten zetten.

een beperking of psychische problemen langdurige zorg nodig heeft. In deze gezinnen kan ook geweld tussen partners een rol spelen. Daarnaast is er door de problematiek van ouders vaak een onveilige opvoedsituatie voor kinderen en komt verwaarlozing vaak voor. Kindgedrag en opvoedstress In het vierde profiel gaat het vooral om kindgedrag en opvoedstress. De (ernstige) gedragsproblemen van kinderen kunnen een reactie zijn op het geweld in huis of komen voort uit aangeboren problematiek. Het gedrag kan ook conflicten en geweld veroorzaken tussen opvoeders onderling, of tussen opvoeder en kind. Er is veel opvoedstress en onveiligheid voor de gezinsleden. Complexe conflictscheidingen Het kenmerk van het profiel complexe conflictscheiding is dat de problemen vooral rond de omgang spelen na echtscheiding. Na de scheiding is er met name psychisch geweld en een juridisch gevecht om de kinderen. Kinderen hebben last van conflicten van ouders.

16 Steketee, M., Tierolf, B., Lünnemann, K., Lünnemann, M. (2020). Kwestie van lange adem. Verwey-Jonker Instituut, Utrecht. 21 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

4.5 Gezamenlijke werkwijze en Handelingskader De komende jaren gaan de lokale teams en de organisaties die bescherming en aanvullende hulp bieden bij HGKM & SG, zoveel mogelijk werken vanuit een gezamenlijke werkwijze. Hierbij gaat het over zaken als de Top 3-methodiek, de cliënt­ gerichte benadering (zoals de Amsterdamse Maatwerkmethode of equivalente methodieken uit de Amstellandgemeenten), het hanteren van dezelfde taal, het registreren op dezelfde cate­ gorieën, het delen van gegevens en het samen hanteren van het ‘landelijk handelingskader’. Dit laatste is een richtlijn die landelijk ontwikkeld wordt voor professionals en gaat over grond­ houding, afweging, werkwijze en vakkennis. Professionals gaan naast en niet tegenover gezinnen staan: huishoudens voeren hun eigen regie, met ondersteuning van professionals. We gaan gezamenlijk prioriteit geven aan het helpen stoppen van het geweld. Professionals moeten elkaars werk niet overdoen maar op elkaar aanvullen. Om dat goed te kunnen doen gaan we het vakmanschap van professionals steeds verder ontwikkelen. We beogen de hulp daarmee toegankelijker en effectiever te maken en tegelijk de rechtsbescherming van burgers te versterken. Vanuit de proeftuin Blijvend Veilig droegen we de afgelopen jaren actief bij aan de totstandkoming van het handelingskader en dat blijven we ook de komende periode doen vanuit het Expertise­ platform.

Het als zorg- en strafpartners benutten

van de crisismomenten, het benutten van de buurtrechters ten dienste van het verbeteren van rechtsbescherming van gezinnen bij de start van overheidsbetrokkenheid en het ontwikkelen naar meer gezinsgerichte rechtspraak zijn voorbeelden van nader uit te werken onderdelen. Als regio dragen we bij aan die uitwerking en zullen we waar mogelijk opnieuw kleinschalig beproeven. Als opdrachtgevers zullen de gemeenten hun partners vragen het landelijke kader tot hun en dus de gezamenlijke werkwijze te maken. Dit betekent een verdieping c.q. uitbreiding van de rol van de lokale teams en van Veilig Thuis, en daarnaast een doorontwikkeling van het vakmanschap en de werkwijzen van de GI’s en de RvdK.

4.6 Opvang na huiselijk geweld Een onmisbaar onderdeel in de aanpak huiselijk geweld is het aanbod van opvang na huiselijk geweld. In Amsterdam is in 1974 het eerste blijf-van-m’n-lijfhuis opgezet en sindsdien wordt de opvang na huiselijk geweld in Amsterdam en voor de regio uitgevoerd door Blijf Groep. In ruim 50 jaar is veel veranderd: de opvang is van een geheime locatie naar een openbare maar goed beveiligde locatie gegaan (het ‘Oranjehuis’concept) in Amsterdam-West. Waar vrouwen en hun (jonge) kinderen vroeger groepsgewijs werden opgevangen, zijn er nu aparte woon­ eenheden. De opvang biedt tegenwoordig ook plekken aan mannen die uit een situatie van

22 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

huiselijk geweld zijn gevlucht, waardoor de noemer ‘vrouwenopvang’ de lading niet meer helemaal dekt. Opvang na huiselijk geweld is steeds gericht op het bieden van basale veiligheid in de vorm van een beveiligde woonomgeving, in combinatie met intensieve begeleiding aan slachtoffers om te werken aan eerst traumaverwerking en vervolgens aan emotionele en praktische toerusting om weer zelfstandig te gaan wonen. Die werkwijze heeft zijn effectiviteit bewezen en behoeft momenteel geen verdere ontwikkeling. Een knelpunt is de realisatie van uitstroom naar een sociale huurwoning zodra de begeleiding is afgerond. Er zijn in de loop der jaren al verschillende maatregelen met succes doorgevoerd om dit probleem te verminderen, maar door de beperkte beschikbaarheid van woningen blijft tijdige uitstroom onder druk staan. Er is behoefte aan uitbreiding van opvang­ capaciteit. Niet alleen is er een structureel tekort aan opvangplakken, waar we als regio wat aan willen doen, Amsterdam-Amstelland voldoet ook (lang) niet aan de ‘Grevio-norm’ die er is gesteld in het Verdrag van Istanbul: namelijk dat er op iedere 10.000 inwoners 1 gezinsopvangplek beschikbaar zou moeten zijn. De regio Amsterdam-Amstelland had op 1-1-2025, 1.143.590 inwoners. Dan zouden we 114 opvangplekken moeten hebben voor de regio. De bouw van een tweede Oranjehuis in Amsterdam-Zuidoost is al enige jaren in de

planning en oplevering ervan wordt nu verwacht in 2027. Daarmee komen we op 94 opvangplekken, 82% van de norm. Amsterdam-Amstelland streeft naar 100% van de Grevio-norm. In de rijksbegroting 2026 is sprake van extra middelen begroot specifiek voor opvangplekken na huiselijk geweld; AmsterdamAmstelland hoopt deze middelen aanvullend te kunnen aanwenden voor verdere uitbreiding van de opvangcapaciteit. Ook daarmee zou de Grevionorm nog niet bereikt zijn, maar dan zouden we rond de 90% kunnen komen. Voor 100% naleving van de Grevio-norm is extra geld en tijd nodig. Amsterdam-Amstelland zal bij het rijk aandringen op aanvullende financiering om dat mogelijk te maken. Wanneer dat niet lukt, zullen de regiogemeenten zoeken naar middelen binnen de gemeentelijke begrotingen om 100% van de Grevio-norm te kunnen realiseren. Er is ook behoefte aan tijdelijke huisvesting voor een groep mensen die dakloos raken doordat zij gevlucht zijn voor huiselijk geweld. Het gaat hierbij om mensen die bij screening volgens de risicotaxatie niet in aanmerking komen voor opvang, omdat de situatie niet als acuut onveilig wordt ingeschat. Dit kan schrijnende situaties opleveren en dit heeft onze aandacht. We zoeken naar mogelijkheden om voor deze groep te voorzien in tijdelijke woonruimte en wanneer nodig ook financiële ondersteuning.

5. Visie op preventie 5.1 Visie op preventie De Amsterdam-Amstelland gemeenten streven naar het voorkomen van HGKM & SG: thuis, in de buurt, op school en online. We willen een regio zijn waarin we ons collectief verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de ander. Waarin we gezonde omgangsvormen hebben en waarin we herkennen wanneer dat niet het geval is. Waarin ruimte is om te leren hoe je op een gezonde en fijne manier met elkaar omgaat, ook als je dat thuis niet hebt meegekregen. Waarin we erkennen dat we allemaal slachtoffer, maar ook pleger kunnen zijn, of worden. En waarin we beseffen dat we allemaal het verschil kunnen maken. Preventie betekent letterlijk het voorkomen ergens van, het zorgen dat iets niet gebeurt. Preventie van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld zou dan vooral activiteiten bevatten die voorkomen dat HGKM & SG plaatsvinden. Denk daarbij aan het aanleren van gezonde relationele en seksuele omgangsvormen en weloverwogen gebruik van sociale media. Hier zijn onderwijs en scholen een cruciale partner in. Ook ouders kunnen hier een belangrijke rol in spelen.

23 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Onder preventie van huiselijk geweld verstaan wij ook activiteiten en interventies die bijdragen aan het voorkomen van verergering. Om preventie van hulpverlening te onderscheiden, noemen we inzet alleen preventie wanneer die plaatsvindt voordat er een concrete melding van huiselijk geweld bij formele hulpverlening heeft plaatsgevonden. Dat gaat dan om zaken als vroegsignalering, trainingen in assertiviteit en agressieregulatie, campagnes en activiteiten gericht op bewustwording, aanwezig­ heid op sociale media, deskundigheids­bevorde­ ring, samenwerking tussen formeel en informeel en activeren van burgers tot zorg voor elkaar.

5.2 Voorkomen van HGKM & SG Een keuze voor inzet op preventie in de engere betekenis van voorkómen vereist inzicht in de oorzaken van huiselijk geweld en kindermishandeling, inclusief seksueel geweld. Je moet immers de oorzaken beïnvloeden om huiselijk geweld te voorkomen. Huiselijk geweld is een complex, maatschappelijk probleem waarvoor geen enkelvoudige oorzaak aan te wijzen is. Er is een psychologische component die iets zegt over het gedrag van individuen. Er is een cultureelmaatschappelijke component die iets zegt over

machtsverhoudingen (met name tussen genders), en over heersende beelden van passend gedrag. En er is een materiële component die iets zegt over de leefomstandigheden waarin stressfactoren zich kunnen opstapelen, zoals armoede, middelen­ gebruik, schuldenproblematiek, slechte of krappe behuizing, gebrek aan sociale contacten, gebrek aan maatschappelijke aansluiting. Deze compo­ nenten opereren ook in samenhang met elkaar. Het volledig aanpakken van al deze componenten is een reusachtige klus, die de grenzen van het maakbare overschrijdt. Maar zolang je een keuze maakt welke oorzaken je wil beïnvloeden, dan zijn er ook tal van mogelijkheden waar je zinvol op in kan zetten.

Psychologische oorzaken In de psychologische sfeer kan je denken aan het beïnvloeden van gedragspatronen van slachtoffers en plegers. Mensen die in hun jeugd huiselijk geweld hebben meegemaakt, hebben een grotere kans om in een latere levensfase opnieuw slachtoffer of zelf pleger te worden. En ongeveer de helft van de mensen die slachtoffer is geweest van seksueel geweld, maakt opnieuw zo’n situatie mee. Actieve verwerking van zulke ervaringen met geweld is daarom essentieel om herhaling te voorkomen.

Cultureel-maatschappelijke oorzaken In de cultureel maatschappelijke sfeer gaat het vooral over de maatschappelijke invloed van (gender)ongelijkheid en de hardnekkigheid in rolpatronen. Iedereen kan te maken krijgen met partnergeweld, maar vrouwen zijn veel vaker en ernstiger slachtoffer in heteroseksuele relaties. De stereotype denkbeelden die samenhangen met gender kunnen leiden tot verschillen in macht, afhankelijkheid en verwachtingen ten aanzien van gedrag17. Emancipatie neemt daarbij de laatste jaren af. Nederland is zelfs in 2025 met 15 plaatsen gezakt op de Global Gender Gap Index. Deze daling heeft niet alleen gevolgen voor vrouwen in heteroseksuele relaties, ook op de veiligheid van lhbtiq+-personen in afhankelijkheidsrelaties heeft dit effect. Onderzoek laat zien dat lhbtiq+personen zelfs nog vaker slachtoffer worden van geweld dan vrouwen in het algemeen. Emancipatie gaat niet alleen over het verbeteren van de positie van vrouwen. Net zo belangrijk is de emancipatie van mannen en jongens, vooral wat betreft opvattingen en gedrag in relatie tot gendergelijkheid, het doorbreken van rolpatronen en het bevorderen van zorg van mannen in het gezin. Dat vrouwen vaker slachtoffer zijn van geweld in afhankelijkheidsrelaties, betekent overigens niet dat zij niet ook pleger kunnen zijn.

Gendergerelateerd geweld is een schending van de mensenrechten van vrouwen en andere mensen die daar slachtoffer van zijn. Ook vanuit het Verdrag van Istanbul dient de overheid te werken aan deze maatschappelijke verandering. De piramide van geweld geeft ernst en opbouw van verschillende uitingsvormen van gendergere­

Moord Femicide Geweld (Online) seksueel geweld en (ex-)partnergeweld Intimidatie (Online) seksuele intimidatie stalking en controle Veroordelende microagressies Uitdragen van dubbele moraal en machonorm, victim blaming en slutshaming Alledaagse microagressies Seksistische, homo-, bi- en transfobe opmerkingen en uitsluiting

17 College voor de Rechten van de Mens. (2021). Gendersensitieve aanpak van levensbelang om partnergeweld te bestrijden. 18 Act4respect, Rutgers, & Atria. (2025). Piramide van geweld: Hoe een denigrerende opmerking tot gendergerelateerd geweld kan leiden en wat je daaraan kan doen.

24 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

lateerd geweld goed weer. Voor het voorkomen van de meest ernstige vormen van geweld is ingrijpen al noodzakelijk op de meest lichte vorm van geweld, om te voorkomen dat dit genormaliseerd wordt en steeds zwaardere vormen aanneemt.18

Materiële oorzaken In de materiële sfeer gaat het vooral over wat we tegenwoordig bestaanszekerheid noemen: voldoende geld, een passende woning, zelfstandig kunnen functioneren. Dit zijn onderwerpen die relevant zijn voor preventie van huiselijk geweld, maar niet vanuit onze preventievisie beschreven worden. Ze zijn daarvoor te omvangrijk; bovendien is er vanuit deze specifieke aandachtsgebieden al aandacht voor.

5.3 Voorkomen van verergering Waar preventie gaat over erger voorkomen, daar kunnen we op verschillende schaalniveaus inzet plegen. Op individueel of huishoudniveau, gericht op de directe omgeving en de gemeenschap of gericht op de maatschappij.

Individuen en huishoudens In Amsterdam-Amstelland willen we dat iedere inwoner veilig is. Dat iedere inwoner van jongs af aan (seksuele) grenzen en wensen leert herkennen, zowel bij zichzelf als bij een ander. En dat als er iemand over die grenzen gaat, dat diegene de route naar de juiste, passende hulp weet te vinden. Daarvoor is communicatie over de routes naar hulp natuurlijk essentieel. Daarnaast zetten we ons in om drempels te verlagen, waarbij we specifiek

aandacht hebben voor de invloed van inter­ sectionaliteit en het belang van gender- en cultuursensitieve hulp. Ook zetten we in op zelfredzaamheid en weerbaarheid van inwoners, zodat we de kans op herhaald slachtoffer- of plegerschap verlagen. Een voorbeeld hierbij is het vergroten van financiële zelfstandigheid, waarmee de afhankelijkheid van een partner wordt verkleind. Met een grotere beschikbaarheid van woningen zouden mensen ook gemakkelijker uit een onveilige relatie kunnen stappen. In het bijzonder voor kinderen en jongeren is het belangrijk dat mensen getraind zijn in signalering en dat laagdrempelige melding mogelijk is, via school, buren of andere ouders. Zonder overigens de regie uit handen te nemen van de betrokken jongeren of de betreffende ouders.

Directe omgeving Een ander niveau waarop ingezet dient te worden is de gemeenschap, mensen die sociale steun kunnen verlenen. Het gaat hierbij om verschillende soorten steun, zoals individueel contact met een vrijwilliger of professional, individueel (bv. peer-topeer) of in groepsverband lotgenotencontact, groepsbijeenkomsten in de wijk en verbinding met andere vormen van steun en hulp.19 Scholen en informele organisaties kunnen hier een belangrijke rol bij spelen.

19 Steketee, M., Römkens, R., Pels, T., Lünnemann, K., Smits van Waesberghe, E., Mak, J., Mejdoubi, J., & Harthoorn, H. (2016). Preventie van intergenerationeel geweld Nederland en EU.

25 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Maatschappelijke impact Vanuit dit regionale beleidskader streven we ernaar dat iedere inwoner weet wat huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld inhoudt. In het bijzonder moeten jongeren daarover bereikt worden, omdat zij anders mogelijk niet weten dat opgroeien in een geweldsituatie niet normaal is. We willen dat iedereen signalen van geweld in afhankelijkheids­ relaties herkent en in staat is om een gesprek over onveiligheid aan te gaan. En dat inwoners elkaar aanspreken op het moment dat zij (seksueel) grensoverschrijdend gedrag zien. Binnen de Amsterdam-Amstelland gemeenten tolereren we geen enkele trede van de piramide van geweld. We richten ons daarom ook op het maken van impact op opgroeiende kinderen en jongeren en hun opvoeders. En op professionals in het onderwijs en de zorg. Waar we vanuit het regionale beleidskader dan ook op inzetten, is op het bespreekbaar maken van onveiligheid achter de voordeur. Maar ook op de bespreekbaarheid van het aangeven van seksuele grenzen en het respecteren hiervan. We streven ernaar dat mensen de routes naar de juiste hulpverlening op het juiste moment weten te vinden, nog voordat een situatie is geëscaleerd en er een melding is bij Veilig Thuis. Ook zetten de gemeenten in op vroegsignalering, zowel door omstanders als professionals.

5.4 Nadere uitwerking preventie-aanpak Als regiogemeenten delen we een gezamenlijke visie op wat preventie HGKM & SG behelst en op de doelstellingen die we ermee beogen. Voor een deel zullen de regiogemeenten samen optrekken in het samenstellen van een jaarlijkse uitvoerings­ agenda van gezamenlijke preventie-activiteiten, zoals campagnes, voorstellingen, exposities, trainingen enz. Voor een deel echter is preventie een aanpak die lokaal moet worden vormgegeven, in aansluiting bij de behoeften van de lokale bevolking. Daarom beschrijven we in dit beleids­ kader niet een gezamenlijke preventieaanpak, dat laten we over aan de afzonderlijke gemeenten. Hier nemen we de tijd voor om deze in goed overleg met informele partijen en andere lokale stakeholders te kunnen opstellen. Deze preventie-aanpakken kunnen ook georga­ niseerd worden op kleinere niveaus dan de gemeente. In het kader van de Nationale ‘Masterplannen’, die worden ingezet om ongelijkheid tegen te gaan, zijn er in de

Amsterdamse stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost intensieve samenwerkingen in het kader van preventie van HGKM (zie ook paragraaf 4.4). Daaronder vallen bijvoorbeeld casuïstiek­ besprekingen van formele en informele partijen. Hier wordt bij uitstek lokaal gewerkt, met lokale organisaties en professionals werkzaam voor lokale bewoners. We zien hier een voorbeeld in voor preventieve samenwerkingen elders in Amsterdam en mogelijk ook de regio. In de gemeentelijke beleidsplannen kan aandacht komen voor activiteiten als campagnes, algeheel bewustzijn over HGKM bevorderen, manifestaties/ performances/kunstuitingen, doelgroepen benaderen die nog geen HG pleger of slachtoffer zijn, bespreekbaarheid verbeteren, vroeg­ signalering bevorderen met laagdrempelige meldpunten, wisselwerking met lokale organisaties met aanloopfunctie voor mogelijke cliënten, deskundigheidsbevordering van professionals, samenwerking met zelforganisaties en maatschappelijke groepen met hulp ook van het handboek Samen Sterker tegen HGKM, bewustwording van de gevaren van sociale media

20 Cijfers laten bijvoorbeeld zien dat vrouwen vaker slachtoffer zijn van seksueel geweld dan mannen, respectievelijk 22 versus 6 procent. “Tegelijkertijd krijgen bi+-personen – mensen die zich aangetrokken voelen tot meer dan één gender – vaker te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld dan heteroseksuele, homoseksuele of lesbische personen, met name onder vrouwen.” Uit een verkenning van Rutgers en Bi+ Nederland zijn er aanwijzingen dat de acute en GGZ-hulpverlening voor hen nog ontoereikend is. 21 Rutgers (2025, 6 mei). Bi+ personen vaker slachtoffer van seksueel geweld: zorg schiet tekort. Bi+ personen vaker slachtoffer van seksueel geweld: zorg schiet tekort – Rutgers

26 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

met ongewenste sexting en grooming, het tonen van rolmodellen voor jongeren, het bereiken van jongeren op onder meer het onderwerp eigen en andermans grenzen en met regio brede campagnes, gericht op onder meer de acceptatie van lhbtiq+ en de bekendheid van het CSG. We streven naar effectieve en efficiënte inzet van preventieve middelen. Hierbij is het van belang dat de activiteiten aansluiten bij andere activiteiten en bewegingen vanuit dit regionale beleidskader. Even belangrijk is het om aan te sluiten bij bestaande initiatieven en andere ontwikkelingen in het veld. We houden daarbij rekening met factoren die van invloed zijn op slachtoffer- of pleger­ schap.20, 21 De regiogemeenten delen kennis en houden contact met elkaar over preventieactiviteiten en de ontwikkeling van preventie­ plannen. Waar haalbaar en wenselijk trekken we hier samen in op.

6. Aansluiting straf- en zorgdomeinen 6.1 Veiligheid Voorop Vanuit het landelijke programma Geweld Hoort Nergens Thuis (2018-2021) hebben het OM, de politie, reclassering, Raad voor de Kinder­ bescherming en Veilig Thuis de opdracht gekregen om beter samen te werken bij situaties van huiselijk geweld. Door de straf- en zorgdomeinen beter op elkaar af te stemmen kunnen patronen worden doorbroken. Vanuit Veiligheid Voorop zetten de betrokken partijen in op vier belangrijke afstemmingsmomenten: (1) samen optrekken bij acute onveiligheid, (2) actie-overleg bij dreigend gevaar of risico op onveiligheid, (3) aanpak van huiselijk geweld met Veilig Thuis & de ZSM-Unit bij aangehouden verdachten en niet-vastzaken, en tot slot (4) samenwerken bij strafbare kindermishandeling. Om de initiatieven te verbinden aan de activiteiten die plaatsvinden in het kader van de Regioaanpak HGKM & SG (2020-2024), werken de gemeente Amsterdam en het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) samen met de bovengenoemde partners in het Regionaal Netwerk Zorg en Straf AmsterdamAmstelland (RNZS). Het RNZS komt periodiek bij elkaar om de samenwerking te versterken/aan te jagen. Ook zal in het Expertiseplatform de samenwerking op één fysieke locatie van politie en

27 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

OM met hulpverlening en Veilig Thuis worden georganiseerd.

6.2 Plegeraanpak HGKM & SG (Herhaald) plegerschap voorkomen De impact van HGKM, seksuele intimidatie en seksueel geweld is enorm en vormt een groot maatschappelijk probleem. Daarom zetten we ons op verschillende manieren in om (herhaald) slachtofferschap te voorkomen. Voor het door­ breken van het geweldspatroon, is het echter ook cruciaal om ons te richten op de plegers van HGKM & SG. Daarmee zetten we in op het voorkomen van herhaald plegerschap. Door gericht op plegers in te zetten, kunnen de onderliggende oorzaken van geweld worden aangepakt en kan de inter­ generationele overdracht van geweld worden gestopt om veiligheid thuis te realiseren.

Onderzoek door Regioplan Regioplan heeft in opdracht van de Amstellandgemeenten en het Actiecentrum voor Veiligheid en Zorg (AcVZ) onderzoek gedaan naar het bestaande (en ontbrekende) aanbod voor plegers van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. De belangrijkste conclusie is dat het aanbod voor plegers onvoldoende sluitend

en compleet is en onvoldoende bekend bij instanties die dit aanbod zouden moeten inzetten. Het onderzoeksbureau heeft dan ook aan­ bevelingen gedaan om het aanbod te versterken. Vanuit het Regionale Beleidskader HGKM & SG en het Programma Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG) zetten we in op het (door) ontwikkelen van een integrale plegeraanpak. Het uitgangspunt in deze plegeraanpak is dat mensen in principe leerbaar zijn. Door passende inter­ venties te bieden waarbij aandacht is voor in de samenleving geldende normen en waarden, kan herhaald plegerschap worden voorkomen. Het doel van de inspanningen in de plegeraanpak is dus om plegerschap te voorkomen, plegers passend te begrenzen, te stoppen en/of te straffen én om hen de juiste hulp en ondersteuning te bieden. De plegeraanpak HGKM omvat de volgende maatregelen: • Organiseren van vroegtijdige hulp voor plegers door het vormgeven en verspreiden van een hulpwijzer met bestaand hulpaanbod, zodat professionals maar ook de doelgroep zelf weten waar ze kunnen aankloppen. • Inzet van buurtrechters bij huiselijke conflicten, waarbij aandacht is voor hulp die plegers nodig

hebben om achtergrondproblematiek op te lossen. • Inzet van time-outwoningen met als doel dat leden van gezinnen waar huiselijk geweld dreigt te spelen of al speelt tijdelijk op adem kunnen komen, dat escalatie voorkomen wordt en dat er ruimte ontstaat voor reflectie, passende hulp aan zowel slachtoffers als plegers en herstel. Time-out woningen Op dit moment loopt er een pilot met timeout woningen in Amsterdam Nieuw-West onder de vlag van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West. De eerste woningen worden in gebruik genomen. Daarna volgt uitbreiding naar Zuidoost. • Inzet van de reclassering bij tijdelijk huisverbod-zaken (THV) waarin recidive heeft plaatsgevonden. • Versterken van de aanpak van stalking, onder meer door aanscherping van samenwerkingsafspraken bij hoogrisicostalkingszaken, stopgesprekken vanuit de politie en doorverwijzing naar hulp. • Faciliteren en inzetten van mannenpraatgroepen voor dialoogsessies, opvoeddebatten en andere activiteiten gericht op het voorkomen van plegerschap en realiseren van ‘huiselijk geluk’. • Het opzetten van supportgroepen voor plegers. Deze groepen bieden een veilige omgeving

28 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

waar plegers onder professionele begeleiding hun ervaringen kunnen delen, inzicht kunnen krijgen in hun gedrag en nieuwe vaardigheden kunnen ontwikkelen om agressie te voorkomen.

Supportgroep Verantwoordelijkheid Nemen In het kader van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West is de supportgroep ‘Verantwoordelijkheid nemen’ opgericht. Samen met de betrokken partijen bekijken we of een soortgelijk initiatief kan worden opgezet onder de vlag van het Masterplan ZO=Zuidoost.

• Het verbeteren van deskundigheid en omgang met plegers in de hulpverlening, zodat professionals beter toegerust zijn om plegers te ondersteunen en het geweldspatroon te doorbreken. • Het inzetten van Switch, een integrale samenwerking tussen jeugdzorg, (forensische) volwassen GGZ en Blijf Groep, waarbij het systeem als geheel wordt behandeld in het intergenerationele trauma van huiselijk geweld.

Plegeraanpak Seksueel Geweld Een effectieve manier om slachtofferschap te voorkomen, is actief inzetten op het voorkomen van plegerschap. Zonder plegers zijn er immers geen slachtoffers. Plegers van seksueel geweld hebben deels een andere benadering nodig dan plegers van huiselijk geweld (zie ook hoofdstuk 7,

Seksueel geweld). We werken hierbij nauw samen met het Programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG). De komende periode wordt ingezet op de volgende maatregelen: • Switch SGG: Seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG)/seksueel misbruik binnen het gezin of de familie is een complex probleem. Het is een (vaak intergenerationeel) probleem dat invloed heeft op alle gezinsleden en de onderlinge relaties binnen het gezin. Hierom is het belangrijk om integrale, systeemgerichte hulp te bieden, waarbij alle gezinsleden afgestemd op elkaar hulp ontvangen. BRight GGZ en de Waag zijn in 2025 een pilot gestart, naar voorbeeld van de Switch aanpak bij HGKM (zie ook paragraaf 4.2). • Inzicht krijgen in welk aanbod voor welke type plegers we hebben aan de hand van een sociale kaart van de plegeraanpak. Dit is een centraal overzicht waarin alle aanbieders en hun aanbod per doelgroep zijn opgenomen. • Het programma SISG focust binnen de plegeraanpak op jonge (potentiële) en vermoedelijke plegers, op het netwerk van plegers en op deskundigheidsbevordering van professionals. Het gaat hierbij met name om onbewust onbekwame plegers en first offenders. We onderzoeken op welke overige plegerdoelgroepen we in gaan zetten. Denk hierbij bijvoorbeeld onder andere aan het versterken van aanbod aan pedofielen, incestplegers, regressieve/situationele plegers.

6.3 Beschermingsmaatregelen Om acute veiligheid te realiseren, zijn verschillende beschermingsmaatregelen beschikbaar. Inzet ervan moet ertoe leiden dat de aanpak vanuit hulpverlening en het strafrecht worden versterkt. De komende periode verbeteren en versterken we de inzet van Aware en het bestuursrechtelijke instrument Tijdelijk Huisverbod. Ook faciliteren we, in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de reclassering, de inzet van het nieuwe Slachtoffer-device.

Faciliteren en versterken Aware Slachtoffers komen in aanmerking voor Aware, een draagbaar alarmsysteem, indien zij ernstig bedreigd en/of gestalkt worden. Met Aware kunnen zij met één druk op de knop de politie waarschuwen. Hierdoor kan deze snel ingrijpen bij dreigende situaties, waardoor slachtoffers zich veiliger voelen en met behulp van het gelijktijdige hulpverleningstraject de regie over hun leven weer oppakken.

Het Tijdelijk Huisverbod Het Tijdelijk Huisverbod (THV) is een belangrijk bestuursrechtelijk instrument waarbij plegers van geweld (tijdelijk) uit huis worden geplaatst om (verdere) escalatie van geweld te voorkomen. Het gelijktijdig inzetten van hulpverlening helpt om oorzaken van geweld weg te nemen. Een THV is

een bestuurlijke maatregel die de burgemeester kan opleggen aan een persoon van wie een ernstige dreiging van geweld in de privésfeer uitgaat. Het doel van het THV is ingrijpen in een noodsituatie, het voorkomen van (verdere) escalatie en het op gang brengen van nood­ zakelijke hulpverlening. In 2021-2022 heeft bureau Van Montfoort in opdracht van de AmsterdamAmstelland gemeenten de effectiviteit van THV's onderzocht22. Uit het onderzoek blijkt dat de effectiviteit van het THV groot is. In 70% van de onderzochte gevallen was sprake van afname van de directe geweldsdreiging en in 38% kwam ook de duurzame veiligheid in beeld. In 2024 is het adviesrapport ‘Het Tijdelijk Huis­ verbod vanuit een nieuw perspectief’ uitgebracht. De aanbevelingen hebben betrekking op zowel het opstarten, beoordelen, uitvoeren en monitoren van het THV. Naar aanleiding van het rapport werkt het ministerie van Justitie en Veiligheid in samenwerking met de VNG, gemeenten en uitvoerende partijen momenteel aan een verbetertraject. Doelen zijn onder andere om een THV vroegtijdiger te kunnen inzetten en ook te kunnen opleggen aan ex-partners die niet meer in de woning van het slachtoffer wonen. Ook wordt onderzocht in hoeverre het THV voor langere duur kan worden opgelegd of kan worden opgeschort zolang de uithuisgeplaatste niet meewerkt, zodat er meer tijd is voor de inzet van hulpverlening.

22 Hoogeveen, C., Aar, J. van, Sondorp, E., & Torregrosa, L. (2022). Inzet van het tijdelijk huisverbod in Amsterdam-Amstelland: In hoeverre worden de doelen van het tijdelijk huisverbod bereikt? Van Montfoort.

29 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Vooruitlopend op het verbetertraject, zetten we in samenwerking met de betrokken partijen al in op het versterken van de route ‘THV geïnitieerd door de hulpverlening’. We trainen hulpverleners en ontwikkelen communicatiematerialen, zodat de professionals een THV ook preventief kunnen inzetten. Ook intensiveren we, als vervolg op de pilot ‘Specifieke doelgroep THV’, de samenwerking tussen Blijf Groep en de Reclassering in het geval huiselijk geweld herhaaldelijk aan de orde is geweest. Tot slot, investeren we in het kader van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West en het Masterplan Zuidoost onder andere in de inzet van intensief casemanagement, zodat hulp­ verleners ook na afloop van een THV 1,5 jaar lang betrokken blijven.

Het Slachtofferdevice Met het Rijk en de reclassering voeren we gesprekken om de implementatie van een nieuwe beschermingsmaatregel, het Slachtofferdevice, te versnellen. Naar verwachting start implementatie van deze maatregel eind 2025/begin 2026. Deze kan ingezet worden in ernstige huiselijk geweldzaken met een hoog risico op geweld waarbij, naast een hulpverleningstraject, een strafrechtelijk traject is ingezet. Het Slachtofferdevice is gekoppeld aan de elektronische enkelband van de verdachte/veroordeelde. Hierdoor kan de reclassering op afstand zien dat pleger en slachtoffer elkaar naderen en kan het slachtoffer

daarover worden geïnformeerd zodat zij een confrontatie uit de weg kan gaan. Slachtoffers ervaren meer rust en durven weer plekken te bezoeken die zij eerder vermeden.

6.4 Forensische jongeren en jongvolwassenen HGKM komt disproportioneel vaak voor in de forensische doelgroep – personen die in aanraking zijn gekomen met het strafrechtelijk systeem. Het gaat daarbij zowel om slachtofferschap als plegerschap. In de gezinnen waarin sprake is van zowel HGKM & SG als criminaliteit zien we die correlatie ook terug in overeenkomstige risicofactoren, zoals middelengebruik, armoede, psychische problematiek, onveilige hechting, trauma, impulsiviteit/agressie-regulatieproblemen, sociaal isolement en intergenerationele overdracht van problemen. Deze risicofactoren kunnen binnen het gezin leiden tot partnergeweld en kindermishandeling en buiten het gezin tot criminaliteit. HGKM & SG kunnen zelf ook een voedingsbodem zijn voor criminaliteit. Zo blijkt dat bij kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld de kans sterk toeneemt dat kinderen later in aanraking komen met politie/justitie. Ook kan sprake zijn van een dubbele rol: een jongere kan binnenshuis slachtoffer zijn van geweld én tegelijkertijd pleger van delicten buitenshuis. Het is dus essentieel om

30 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

in te zetten op integrale samenwerking tussen veiligheid en zorg, waarbij het AcVZ, partners als politie, OM, (jeugd)reclassering, de Waag, de Raad voor de Kinderbescherming, Levvel, jongerenwerk en het gevangeniswezen niet mogen ontbreken. We benutten onze verbinding met de strafpartners om de verwevenheid van deze problematieken goed te kunnen duiden en aanpakken.

7. Seksueel Geweld Net als huiselijk geweld en kindermishandeling, is seksueel geweld een groot maatschappelijk probleem dat moeilijk op te lossen is. Onder seksueel geweld verstaan we, aansluitend op de definitie van het Centrum Seksueel Geweld (hierna: CSG): “Seksueel geweld is een term die wordt gebruikt voor alle seksuele handelingen die iemand moet uitvoeren of ondergaan tegen de wil in of met het ontbreken van consent. Seksueel geweld kan gaan om aanranding, verkrachting, seksueel misbruik of online misbruik. Seksueel misbruik gaat uit van een ongelijkwaardige situatie. Met ongelijkwaardig bedoelen we dat de ander meer macht heeft, sterker is, ouder is of dat je van diegene afhankelijk bent.” Omdat bij seksueel geweld de aard van het gedrag, het motief, de achtergrondproblematiek en de context anders kunnen zijn dan bij huiselijk geweld, vraagt dit op sommige punten ook om een andere benadering en koers. Daarom is er ook een apart Centrum Seksueel Geweld ingericht. De afgelopen jaren is de aandacht voor seksueel geweld toegenomen, mede door publiciteit naar

aanleiding van grote misstanden. Landelijk is er een Regeringscommissaris Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag en Seksueel Geweld aangesteld. Ook is sinds 1 juli 2024 de Wet Seksuele Misdrijven van kracht en wordt er langzaam meer wetenschappelijk onderzoek gedaan. De toegenomen aandacht draagt eraan bij dat steeds meer slachtoffers van seksueel geweld over de drempel durven te stappen, op zoek naar hulp. Vanuit de Regioaanpak 2020-2024 startten we met een verhoogde beleidsinzet op seksueel geweld. Een belangrijk resultaat hiervan is de opening van de fysieke locatie van het Centrum Seksueel Geweld aan de Elisabeth Wolffstraat 4 in Amsterdam. In dit nieuwe regionale beleidskader continueren we deze inzet en zetten we in op het verder ontwikkelen van een specifieke aanpak tegen seksueel geweld. Een aanpak waarbij we niet alleen oog hebben voor slachtoffers, maar ook voor omstanders en plegers. Deze aanpak vereist nauwe samenwerking en afstemming met andere afdelingen binnen gemeentes zoals Seksuele gezondheid, Gezonde school, Diversiteit en het programma tegen Seksuele intimidatie en Seksueel Geweld.

23 Wildt, de, R., Steketee, M., Compagner, M. (2023). Laagdrempelige hulp voor slachtoffers en plegers van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Verwey-Jonker instituut, Utrecht.

31 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

7.1 Preventieve inzet, passend binnen de huidige maatschappij Om seksueel geweld aan te pakken, is er ook aandacht nodig voor preventie, passend binnen de huidige maatschappelijke opvattingen en aansluitend op groepen die een vergrote kans op slachtoffer- of daderschap hebben. Bij seksueel geweld geldt daarbij dat het noodzakelijk is om oog te hebben voor de rol van maatschappelijke opvattingen rondom geslacht, seks en seksueel geweld.23 Denk hierbij aan genderstereotypes en aan taboes die het bespreken en hulp zoeken voor seksueel geweld in de weg zitten. Zoals ook in hoofdstuk 5 staat beschreven, hanteren we binnen dit regionale beleidskader twee definities van preventie: letterlijk voorkómen, en voorkomen van verergering.

Voorkomen van seksueel geweld De Amsterdam-Amstelland gemeenten willen voorkomen dat mensen slachtoffer worden van seksueel geweld door in te zetten op voorlichting over, genderstereotypen, over lichamelijke grenzen en wensen en over gezonde relationele en seksuele gezondheid. In lijn met de nieuwe Wet Seksuele Misdrijven dragen we het belang van consent hierbij uit. Al vóórdat jongeren seksuele

relaties aangaan is het belangrijk dat er over deze onderwerpen gepraat wordt. Dat gaat ook over het voorkomen van digitaal seksueel geweld, het informeren van jongeren over de gevaren van ongewenste sexting en grooming.

Voorkomen van erger Daarnaast willen we voorkomen dat situaties erger worden als er sprake is geweest van seksueel geweld. De Amsterdam-Amstelland gemeenten vinden het van groot belang dat inwoners elkaar aanspreken als zij getuige zijn van ongewenst gedrag. Ook willen we het gesprek over seksueel geweld normaliseren, zodat slachtoffers durven te praten over wat hen is overkomen en worden gesteund in hun zoektocht naar hulp. Binnen de preventie aanpak van HGKM & SG worden het

Niveaus van inzet De preventieve inzet vindt op verschillende niveaus plaats. Gericht op individuen, bijvoorbeeld door de juiste routes naar passende hulp beschikbaar te stellen. Maar ook door bewustwording in te zetten over wat seksueel geweld, seksueel misbruik of seksuele intimidatie inhoudt. Preventie gericht op de directe omgeving van betrokkenen heeft betrekking op bespreekbaarheid, het herkennen van signalen en het vinden van laagdrempelige

32 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

voorkomen van seksueel geweld en het voorkomen van erger nader uitgewerkt. Een andere manier waarop erger voorkomen kan worden, is de beschikbaarheid en vindbaarheid van de juiste, passende en laagdrempelige hulp. Slachtoffers die op tijd de juiste hulp krijgen, ervaren minder lang en minder ernstige gevolgen van de nare seksuele ervaring. Daarmee kan ook de kans op herhaald slachtofferschap verkleind worden. Slachtoffers kunnen onder andere terecht bij het Centrum Seksueel Geweld AmsterdamAmstelland, maar nog niet iedereen komt hier ook terecht. Daarom onderzoeken we, bijvoorbeeld met informele organisaties uit de lhbtiq+gemeenschap, hoe we de vindbaarheid en bereikbaarheid voor specifieke doelgroepen kunnen vergroten.

hulp. En preventieve inzet gericht op professionals heeft betrekking op voorlichting, training en opleiding van (semi)professionals die met slachtoffers en plegers in contact staan. In het werken met slachtoffers en plegers dient rekening te worden gehouden met inter­ sectionele componenten en focussen we op gender-, seksualiteit- en cultuursensitief werken. Sleutelfiguren, ervaringsdeskundigen en vertrouwenspersonen kunnen hier een belangrijke rol in spelen.

7.2 Deskundigheidsbevordering en advies Naast de inzet voor slachtoffers, kunnen ook professionals bij het CSG terecht voor advies. Het CSG geeft voorlichting en training aan professionals (in opleiding). Door in te zetten op deskundigheidsbevordering draagt het CSG bij aan het structureel aanpakken van seksueel geweld, meer daadkracht door de gehele keten en vermindering van handelingsverlegenheid. Daarnaast is het belangrijk om te onderzoeken of er meer capaciteit beschikbaar gemaakt moet worden om op grotere schaal deskundigheids­ bevordering uit te voeren, bijvoorbeeld bij studenten van Social Work, pabo, fysiotherapie, psychologie, verloskunde of verpleegkunde. Op die manier leren professionals seksueel geweld beter signaleren, en krijgen ze tools aangereikt om binnen de eigen functie effectief te handelen. Ook het Adviesteam Seksueel Misbruik (ASM), ondergebracht bij het CSG, speelt een belangrijke rol. Het Adviesteam is een multidisciplinair team van experts met veel ervaring op het gebied van seksueel misbruik, uit elf organisaties, en komt wekelijks bijeen.

Het ASM adviseert en ondersteunt professionals die seksueel misbruik vermoeden bij een kind of iemand met een verstandelijke beperking: welke stappen kunnen worden gezet, in welke volgorde en door wie? We streven ernaar dat het ASM onder hulpverleners meer bekendheid krijgt zodat zij in een eerder stadium advies kunnen inwinnen.

7.3 Passende hulp Onderzoek laat zien dat, net als bij huiselijk geweld, eerdere ervaringen met seksueel geweld of seksueel misbruik de kans vergroten dat iemand opnieuw slachtoffer wordt. Voor elk slachtoffer is het daarom van groot belang dat zij op de juiste manier geholpen worden, het verwerken van trauma kan deze kans terugdringen. Het CSG is er voor iedereen, daarnaast zijn er andere organisaties die laagdrempelige of (hoog) specialistische hulp bieden. We streven naar een dekkend hulpaanbod, waarbinnen goed wordt samengewerkt en afgestemd om slachtoffers optimaal te kunnen ondersteunen. Het Verwey-Jonker Instituut verwacht ook de komende jaren een verdere stijging in het aantal meldingen van seksueel geweld, mede door de toegenomen (media) aandacht die de drempels verlagen om over deze problematiek te praten. Voor deze slachtoffers moet optimale hulpver­ lening worden geregeld. Al sinds de jaren tachtig is er coördinatie op de aanpak van seksueel geweld vanuit de GGD en betrokken partner­ organisaties. Met de komst van het CSG in 2016 is de hulp aan slachtoffers centraal geregeld, met één vast aanspreekpunt voor alle vormen van medische psychische en juridische/forensische hulp. De opening van het inloophuis van het CSG in oktober 2024 vormt een belangrijke mijlpaal en verdieping van de integrale dienstverlening.

Iedereen die een ongewenste seksuele ervaring (online of offline) heeft meegemaakt kan contact

33 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

opnemen of binnenlopen. Een casemanager bespreekt samen met het slachtoffer waar diegene behoefte aan heeft. We onderzoeken doorlopend of de openingstijden aansluiten bij de behoefte: op dit moment is het CSG 7 dagen per week van 9:00 - 21:00 uur open.

7.4 Doorontwikkeling CSG Om ervoor te zorgen dat iedereen die hulp nodig heeft, het CSG kan vinden, zet het CSG de komende tijd in op het vergroten van haar naams­ bekendheid. Onder andere met campagnes en voorlichting willen we de inwoners van Amsterdam-Amstelland zo breed mogelijk bereiken. Zoals bijvoorbeeld tijdens Pride 2025, waarbij we de openingstijden van het CSG verruimden. Daarnaast werkt het CSG aan de doorontwikkeling van de fysieke locatie. Onder die doorontwikkeling valt onder andere de positionering als regionaal expertisecentrum op het gebied van seksueel geweld en het versterken van de samenwerking. Zoals stevige samenwerking binnen het netwerk van betrokken zorg- en strafpartners, samen­ werking met het op te richten Kennis- en Expertiseplatform, en het vormgeven van de samenwerking met zelforganisaties voor laag­ drempelige toegang tot hulp. De belangrijkste meerwaarde van het CSG is dat forensische, medische en psychische hulp onder één dak zitten. Slachtoffers hoeven niet te verplaatsen en

hoeven minder vaak hun verhaal te herhalen. Daarnaast wordt de drempel om aangifte bij de politie te doen verlaagd, omdat aangifte binnen de locatie van het CSG mogelijk is. Het CSG werkt daarnaast aan het doorontwikkelen van samen­ werking met bijvoorbeeld kinderartsen van het AMC, zodat ook kinderen in de toekomst terecht kunnen op de inlooplocatie. Het evaluatierapport van Grevio uit 2020 over de Nederlands maatregelen om de afspraken uit het Verdrag van Istanbul te realiseren geeft handvatten voor concretisering van de ambities.

Evaluatieonderzoek inlooplocatie CSG Sinds de opening van de inlooplocatie van het CSG loopt er een evaluatieonderzoek, de uitkomsten worden in 2026 verwacht. Het onderzoek geeft inzicht in de impact van de vestiging op de toegankelijkheid, bereikbaarheid, multi­ disciplinaire samenwerking en de geboden zorg- en hulpverlening aan slachtoffers. De uitkomsten van het evaluatie­onderzoek worden meegenomen in de verdere doorontwikkeling.

7.5 Plegers Ook voor plegers van seksueel geweld willen we de juiste inzet realiseren, waarbij een stevige samenwerking tussen zorg- en strafpartners van groot belang is. ‘De’ pleger van seksueel geweld bestaat niet. Het is een heterogene groep. Zo is de veroordeelde zedendelinquent een pleger, maar ook de jongen die een naaktfoto van een meisje in de klas doorstuurt naar zijn vrienden. Dit zijn verschillende type plegers die ook een andere benadering en aanpak nodig hebben. In de vorige Regioaanpak deden we onderzoek naar de plegeraanpak. In dit beleidskader zetten we in op het opvolgen van die aanbevelingen, zoals het ontwikkelen van passend aanbod voor plegers van seksueel geweld en seksueel misbruik. Het onderzoek toonde namelijk aan dat er nog te weinig aanbod is voor plegers, zowel van huiselijk geweld, als van seksueel geweld. Dit heeft vooral

34 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

betrekking op preventie, op aanbod voor minderjarigen en jongvolwassenen en op nazorg. Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld zijn onderwerpen die gepaard gaan met schaamte en taboe. Dit geldt zeker ook voor plegers van seksueel geweld. Schaamte, taboe en stigma's bemoeilijken het zoeken naar en bieden van hulp. We werken daarom nauw samen met het Programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld, waarbij we samen streven naar een dekkend hulpaanbod voor plegers van seksueel geweld. Zie voor nadere informatie ook paragraaf 6.2, onder subkop Plegeraanpak Seksueel Geweld.

Programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG) Sinds 2020 vergroot het programma SISG het bestaande aanbod binnen de aanpak van seksuele intimidatie en seksueel geweld. Er wordt ingezet op de volgende pijlers: 1. De samenwerking met het bestaande (hulp)aanbod versterken. 2. Bewustwording vergroten en SISGproblematiek op de agenda zetten. 3. Het inzicht in de problematiek vergroten en zo vernieuwende oplossingen ontwikkelen. 4. De persoonsgerichte ROSA-aanpak voor het helpen van slachtoffers met complexe problemen. Het programma SISG is onderdeel van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) Amsterdam-Amstelland.

8. Aanpak femicide, intieme terreur en dwingende controle 8.1 Definitie en prevalentie Definitie femicide Femicide is dodelijk gendergerelateerd geweld tegen vrouwen. Het is geweld dat een vrouw wordt aangedaan vanwege gender, biologisch geslacht, genderidentiteit of genderexpressie. Niet alle gevallen van vrouwenmoord zijn een vorm van huiselijk geweld, maar dit is wel de grootste groep. Ongeveer 80% van de omgebrachte vrouwen wordt gedood door een (ex-) partner of familielid. Voor deze groep verloopt het geweld vaak volgens een vast patroon, zogenaamde ‘rode vlaggen’. Prevalentie Femicide, oftewel vrouwenmoord, gebeurt meestal niet vanuit het niets. Voorafgaand aan de moord zien we vaak dezelfde (gewelds)patronen en rode vlaggen die duiden op intieme terreur. Voorbeelden hiervan zijn isolatie van de buitenwereld, niet-fatale verwurging en (online) stalking.

Universiteit Leiden is gestart met onderzoek naar de prevalentie van vrouwendoden waarin breed gekeken wordt naar femicide binnen de huiselijke kring. Uit de meest recente Femicide Monitor24 komt naar voren dat tussen 2014 en 2024, 69% van vermoorde vrouwen binnen de huiselijke kring werden gedood. Hiervan werd 59% van de 451 gedode vrouwen door hun (ex)partner om het leven gebracht en 10% door een ander familielid. Uit het onderzoek 'Kwestie van lange adem' van het Verwey Jonker Instituut blijkt dat betrokken instanties specifiek op het profiel intieme terreur tekortschieten met de huidige aanpak.

8.2 Pijlers van aanpak In de regio Amsterdam-Amstelland zetten we sinds 2023 specifiek in op de bestrijding van intieme terreur en femicide. In juli 2024 lanceerden de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en Justitie en Veiligheid de landelijke aanpak ‘Stop Femicide!’. Dit plan rust op vier pijlers: primaire preventie,

24 Liem, M. (2025). De Nederlandse Femicide Monitor. Universiteit Leiden. https://www.universiteitleiden.nl/onderzoek/ onderzoeksprojecten/governance-and-global-affairs/de-nederlandse-femicide-monitor

35 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

zicht op (dreigend) geweld, interventies en hulpverlening en monitoring van het probleem en de aanpak. Wij zetten onze activiteiten voort vanuit de vier landelijke pijlers en voegen er een vijfde pijler, gericht op nabestaanden, aan toe. Primaire preventie We vergroten de bewust­wording van (potentiële) slachtoffers en hun sociale netwerk door campagnes en andere communicatiemiddelen in te zetten, met als doel het tijdig herkennen van risicofactoren en het zoeken van passende hulp. Zicht op dreigend geweld Deskundigheids­bevordering onder professionals door middel van trainingen, symposia en webinars over de herkenning van de fasen voorafgaand aan femicide (rode vlaggen). Deze inzet op deskundigheidsbevordering moet uiteindelijk leiden tot een sluitend en afgestemd aanbod van interventies voor alle vormen van HGKM en verschillende typen plegers. Het Expertiseplatform (zie paragraaf 4.3) zal hier naar verwachting een belangrijke rol in spelen.

Interventies en hulpverlening Deze pijler richt zich op het veilig maken van de situatie, het stoppen van het geweld en het bieden van passende hulp aan zowel slachtoffers als plegers. We zetten in op het versterken van bestaande beschermingsmaatregelen zoals het bestuursrechtelijke instrument Tijdelijk Huisverbod en Aware en zorgen voor implementatie van het Slachtofferdevice. Daarnaast wordt zoals vermeld in paragraaf 4.3 een Expertiseplatform HGKM met inloopfunctie opgericht waar slachtoffers van zeer ernstige vormen van HGKM kunnen binnenlopen. Hier kunnen zij zorg krijgen, aangifte doen, forensisch onderzocht worden en juridische bijstand ontvangen. De intensief casemanagers gaan daarbij samen met (al betrokken) professionele partners direct aan de slag om acute en duurzame veiligheid te realiseren. We hopen hiermee de drempel te verlagen voor slachtoffers om naar voren te komen, de effectiviteit van bescherming te vergroten en passend aanbod voor het hele systeem (slachtoffer/pleger/ overige leden van het huishouden) in te kunnen zetten. Zicht op probleem en aanpak Deze pijler draait om leren van de praktijk en het voeren van onderbouwd beleid. Een betere duiding van femicide is noodzakelijk om het probleem goed in kaart te brengen en te monitoren. We staan in contact met het Rijk, de GGD en weten­schappers van de Universiteit Leiden

36 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

om de aard en omvang van intieme terreur en femicide beter in beeld te brengen. Deze kennis wordt gebruikt om beleid en hulpverlening continu te verbeteren en gerichter op te treden tegen geweld. Tevens gebruiken we in beleidsstukken expliciete termen als intieme terreur en femicide, in plaats van verhullende termen als familieof gezinsdrama. Hulp aan nabestaanden In het kader van deze nieuwe pijler werken gemeente en het Actiecentrum Veiligheid en Zorg samen met Slachtofferhulp Nederland om nabestaanden beter te faciliteren bij hun vragen naar praktische ondersteuning en hulp.

Aandacht voor femicide In de periode 2023-2025 lanceerden we samen met Blijf Groep en Veilig Thuis een campagne in de horeca en op de damestoiletten in Amsterdam-Amstelland om vrouwen te attenderen op signalen van intieme terreur die zich al in een beginstadium van een relatie manifesteren. Deze campagne is in 2025 landelijk overgenomen en uitgezet door het ministerie van VWS. Ook is op verschillende plekken in de Amstelland regio een expositie over femicide getoond zowel binnen als in de buitenruimte om bewustwording te creëren.

Door maatschappelijke en (landelijke) politieke ontwikkelingen is de aanpak femicide en intiem terreur in een stroomversnelling geraakt. Dit kan leiden tot aanvullende maatregelen en beleid op dit terrein.

9. Specifieke vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling Er zijn bepaalde vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling en bepaalde groepen slachtoffers die om verschillende redenen een specifieke benadering vragen. In dit hoofdstuk onderscheiden we een aantal belangrijke vormen en groepen slachtoffers waar we een specifieke aanpak op inzetten.

9.1 Ouderenmishandeling Ouderenmishandeling is een ernstig en onder­ belicht probleem: 1 op de 20 mensen in Nederland boven de 65 jaar wordt herhaaldelijk mishandeld. Ouderenmishandeling kan voorkomen in huiselijke kring, zoals door de partner, familieleden of vrienden. Maar ook in de zorg komt ouderen­ mishandeling voor. Vaak zijn ouderen afhankelijk van de persoon die hen slecht behandelt. Dementerende ouderen zijn hierbij extra kwetsbaar. Er zijn verschillende verschijnings­ vormen van ouderenmishandeling: fysieke mishandeling, psychische mishandeling, verwaarlozing, financieel misbruik en seksueel misbruik.

37 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

De aanpak van ouderenmishandeling is gericht op: 1. Ouderenmishandeling voorkomen en bespreekbaar maken 2. Passende hulpverlening en nazorg voor slachtoffers van ouderenmishandeling We willen dat professionals in AmsterdamAmstelland de signalen van ouderenmishandeling kennen, herkennen en bij het zien van signalen de stappen van de meldcode volgen. Ook is het belangrijk dat ouderen en hun naasten in gesprek durven te gaan over veiligheid. Wanneer er sprake is van ouderenmishandeling moet dit adequaat worden aangepakt en gestopt. Dit doen we door: • Het aanbieden van gerichte trainingen aan professionals die met ouderen werken. • Samen met zorg- en welzijnsorganisaties in gesprek te gaan en acties te formuleren om ouderenmishandeling tegen te gaan. • Het organiseren van bewustwordingscampagnes over ouderenmishandeling rondom de Dag tegen Ouderenmishandeling op 15 juni.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16477816/1