CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.d Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

RAAD 9 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland en de voorkeursoplossingen voor de infraprojecten Cruciale Mijl IJburglaan, Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland en Verbinding Zeeburgereiland en beschikbaar stellen van voorbereidingskredieten VN2024-01148415.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Nota van Beantwoording

Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland PBI-fase 2 juli 2024 Auteur(s) Movares en Ingenieursbureau en gemeente Amsterdam

Opdrachtgever Verkeer en Openbare Ruimte gemeente Amsterdam

Contactpersonen Edwin Meisner / Barbara Meltzer

Inhoudsopgave

Inleiding4 Leeswijzer4 1

Projectbeschrijving6 1.1 1.2 1.3

2

3

Context en ontwikkeling Zeeburgereiland en samenhang vier projecten Doel van het project Voorkeursvariant – locatie Oostpunt

6 7 7

Inspraak en communicatie

8

2.1 2.2 2.3

8 8 9

Proces van de inspraak Inzet van communicatiemiddelen Aanpak verwerking inspraakreacties

Projectoverstijgende reacties

11

3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5 3.6 3.7 3.8

11 12 12 12 13 13 14 14 14 14 15 15 15 16 16 17 17

Verkeersdrukte, luchtkwaliteit en geluid  Verbinding Zeeburgereiland – Oostelijk Havengebied Fietsbrug naar Oostelijke Havengebied Pont naar Oostelijk Havengebied Drukte en betrouwbaarheid OV Tramlijn 26 en metro als vervanging voor de tram Metro als vervanging door tram Fiets in de tram Betrouwbaarheid buslijn 37 Overige opmerkingen over verkeer Brommers en scooters Deelauto’s Gevaarlijke stoffenroute Overige punten: handhaven en suggesties voor de volgende fase Participatie en informatie Planning Complimenten

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

2

4

Inspraakreacties

18

4.1 Locatiekeuze tramstalling 4.2 Variantenkeuze (dubbelruimtegebruik): stalling in de open lucht of inpandige stalling 4.3 Capaciteit en materieel tramstalling 4.4 Functie Oostpunt 4.5 Ruimtelijke/technische inpassing 4.6 Wateroverlast Oostpunt 4.7 Bestaande voorzieningen 4.8 Planning en proces 4.9 Financiële haalbaarheid

18 19 20 21 22 23 24 25 25

5

Advies stadsdeel Oost

27

6

Hoe nu verder

29

6.1 6.2 6.3

29 29 29

Besluitvorming Participatie  Onderzoeken

Bijlagen Bijlage 1 Overzicht referentienummers per thema Bijlage 2 Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur - Stadsdeel Oost

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

31 34

3

Inleiding

Voor u ligt de Nota van Beantwoording (NvB) met daarin de inspraakreacties op de Nota van Uitgangspunten (NvU) Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland en de beantwoording op de inspraakreacties. Het project Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland gaat over de aanleg van een nieuwe, definitieve tramstalling. Deze moet de bestaande, tijdelijke tramstalling in Baaibuurt Oost gaan vervangen. Dit project hangt samen met 3 andere projecten: Ruimtelijk Kader, Cruciale Mijl en Verbinding Zeeburgereiland. De plannen van deze projecten hebben gelijktijdig ter inzage gelegen. Deze vier projecten hebben een eigen Nota van Beantwoording en, na deze fase, een eigen besluitvormingsproces. Dat hebben we gedaan omdat de planning van deze projecten na deze fase verschilt. Het kost voor het ene project meer tijd om het voorkeursalternatief uit te werken dan voor het andere. Voor de aanbesteding en uitvoering van de projecten is nog (bestuurlijke) besluitvorming nodig. Door de projecten los van elkaar te behandelen kunnen ze na deze fase hun eigen tempo en planning aanhouden en hoeven ze in de uitvoering niet op elkaar te wachten.

Leeswijzer Deze Nota van Beantwoording bevat de beantwoording van de inspraakreacties op de Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland. Voor de volledige projectomschrijving en een onderbouwing van de variantenafweging verwijzen we naar de Nota van Uitgangspunten. In hoofdstuk 1 staat een beknopte toelichting op de context en samenhang met de andere projecten, de aanleiding, projectdoelstelling en uitgangspunten van het project Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland. In hoofdstuk 2 geven we een toelichting op de opzet van de inspraak, de aanpak van de communicatie en de manier waarop we de inspraakreacties verwerken. In hoofdstuk 3 beantwoorden we de meer algemene inspraakreacties die niet op een van de specifieke projecten van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 beantwoorden we de reacties die gaan over Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland, uitgesplitst naar thema. We geven aan wat er in de definitieve stukken is aangepast en wat we in de vervolgfase nog verder onderzoeken of uitwerken. In hoofdstuk 5 behandelen we het advies van Stadsdeel Oost en geven we aan of de stukken op basis daarvan worden aangepast. In hoofdstuk 6 leggen we het vervolgproces uit en staat het overzicht van de vervolgonderzoeken. In de bijlage vindt u het advies van Stadsdeel Oost en een overzicht van alle inspraakreacties.

Bij elke reactie geven we aan welk project de reactie heeft beantwoord en dus in welke nota u het antwoord op de reactie kunt terugvinden.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

4

Voor de vier projecten samen hebben wij een groot aantal inspraakreacties ontvangen. We hebben deze zorgvuldig geanalyseerd en verdeeld over de vier projecten. Het kan zijn dat eenzelfde onderwerp in meerdere Nota’s van Beantwoording wordt behandeld. U kunt dus dubbelingen tegenkomen. Omdat er heel veel inspraakreacties waren, hebben we ervoor gekozen om ze gebundeld te beantwoorden. Als u aan de hand van uw referentienummer de reactie op uw inspraak niet herkent of niet kunt terugvinden in de tekst van 1 van de 4 nota’s, dan kunt u deze met uw referentienummer opvragen via inspraak.zeeburgereiland@amsterdam.nl.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

5

Projectbeschrijving

1.1

Context en ontwikkeling Zeeburgereiland en samenhang vier projecten

De komende jaren bouwt Amsterdam veel nieuwe woningen. Op Zeeburgereiland, tussen de binnenstad en IJburg in, komen in de Sluisbuurt en de Baaibuurten zo’n 8.000 woningen en bijbehorende voorzieningen, naast de al gebouwde Sportheldenbuurt met 2.500 woningen. Op het eiland komt een nieuw stuk stad met scholen, zoals Hogeschool Inholland, werkplekken, winkels, supermarkten, horeca, een bioscoop en parken. De Sluisbuurt is al in aanbouw en daarna zal Baaibuurt West worden gebouwd. Door de tramstalling te verplaatsen komt er ruimte voor woningen in Baaibuurt Oost. We willen het Zeeburgereiland groener te maken en de buurten, nu gescheiden door autowegen, beter met elkaar verbinden. Straks wandel of fiets je over de groene oevers gemakkelijk en veilig van buurt naar buurt. We maken het eiland ook beter bereikbaar vanuit de rest van de stad. Als het Zeeburgereiland rond 2040 helemaal klaar is, zijn er bijna 11.000 woningen gebouwd. Ook rondom het Zeeburgereiland zal het aantal woningen toenemen. IJburg groeit door met 9.500 woningen op Centrum- en Strandeiland. Deze woningen zijn omstreeks 2040 klaar. In het oostelijk deel van Amsterdam Noord, nabij het Zeeburgereiland, wordt het Hamerkwartier ontwikkeld, met circa 6.500 nieuwe woningen. Al deze woningen moeten goed bereikbaar zijn.

De IJburglaan, die dwars over het Zeeburger­ eiland loopt, is en blijft een belangrijke weg voor het verkeer in de hele stad. Door meer woningen te bouwen op het eiland en in de buurten eromheen en doordat we de binnenstad autoluw maken worden de weinige routes naar de stad, zoals de IJburglaan, drukker. Het autoverkeer zal toenemen en de fietspaden worden drukker. Als we niets doen staat de tram vast bij kruispunten en moeten voetgangers en fietsers steeds langer wachten voordat ze kunnen oversteken. Dit willen we voorkomen. We willen van Zeeburgereiland een leefbare wijk te maken, ondanks de toenemende drukte op de hoofdwegen van het eiland. In het Ruimtelijk Kader staat hoe we dit gaan doen. Het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland is een langetermijnvisie om een leefbare, duurzame en inclusieve stedelijke wijk te kunnen ontwikkelen. We hebben de samenhang tussen de deelprojecten in kaart gebracht en de uitgangspunten voor het Zeeburgereiland vastgelegd om in de toekomst verder uit te werken. De bereikbaarheid van het Zeeburgereiland is een randvoorwaarde. Daarom hebben we de mobiliteitsmaatregelen uit het mobiliteitsplan ook opgenomen in het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland. In het mobiliteitsplan staat een samenhangend pakket aan maatregelen die nodig zijn voor de bereikbaarheid van het Zeeburgereiland en IJburg.

Met die maateregelen wordt het gebied niet alleen bereikbaarder, maar ze dragen ook bij aan een betere openbare ruimte. Drie grote maatregelen uit dit plan zorgen over 5 tot 10 jaar voor meer ruimte voor fietsers en voetgangers en voor een betere doorstroming van openbaar vervoer, fietsen en auto’s: 1. Cruciale Mijl IJburglaan. Een nieuw plein boven een korte onderdoorgang voor auto’s bij het kruispunt van de IJburglaan met de Zuiderzeeweg. De tram blijft bovengronds, gaat naar de noordkant van de IJburglaan en sluit aan op een nieuwe tramstalling op de Oostpunt. Door deze maatregel komt er meer ruimte voor voetgangers en fietsers op de onderdoorgang en een betere doorstroming van fiets, openbaar vervoer en auto. Er komt ook een nieuwe fietsbrug aan de noordkant van de Enneüs Heermabrug.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

6

2. De Verbinding Zeeburgereiland (fietsbrug Amsterdamsebrug). Een nieuwe fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal, direct naast de Amsterdamsebrug. Hiermee maken we ruimte voor het groeiende aantal fietsers. En een ruimtereservering om in de toekomst de tram vanuit de Indische Buurt via een nieuwe brug naar de Sluisbuurt te laten rijden. 3. Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland. Een nieuwe en grotere stalling voor tramlijn 26 op de Oostpunt. Die is nodig voor de extra trams die naar Strandeiland gaan rijden en in de toekomst voor een tram van de Indische Buurt naar Zeeburgereiland. Er zijn twee belangrijke maatregelen bedacht om tramlijn 26, die tussen het Centraal Station en IJburg rijdt, te verbeteren en de capaciteit ervan uit te breiden. De onderdoorgang voor auto’s en de verplaatsing van de trambaan naar het noorden verbeteren de doorstroming van tramlijn 26. De tram komt dan namelijk niet meer vast te staan op de kruising met de Zuiderzeeweg en wordt ook niet meer gehinderd door de op- en afritten van de A10. De tweede maatregel is de bouw van een tramstalling op de Oostpunt. Hier kunnen meer trams gestald worden zodat tramlijn 26 vaker kan rijden. In het voorstel voor de definitieve tramstalling is ook ruimte gereserveerd voor de tramstellen van de tramlijn die we in de toekomst doortrekken van de Indische Buurt naar Zeeburgereiland.

Voor de bereikbaarheid per fiets is de bouw van een nieuwe fietsbrug naast de Amsterdamsebrug van groot belang. Door de groei van Zeeburgereiland en IJburg past het fietsverkeer op termijn niet meer op de smalle fietspaden van de huidige brug. De nieuwe fietsbrug heeft bredere fietspaden en houdt rekening met de verwachte groei. De auto-onderdoorgang bij de kruising IJburglaan/Zuiderzeeweg zorgt voor een autovrije kruising voor fietsers en voetgangers. Dit verbetert de doorstroming, het comfort en de verkeersveiligheid enorm. Deze verbetering op de kruising helpt voetgangers en passagiers van tramlijn 26 en buslijn 37 die van of naar de bus of tram lopen. En het maakt het ook voor buslijn 37 zelf gemakkelijker de IJburglaan over te steken. Het doel van deze combinatie van projecten is een solide OV- en fietsnetwerk en een prettig, leefbare nieuwe stadwijk. Op de auto-onderdoorgang maken we het Zeeburgerplein, waar ruimte komt voor voorzieningen. Aan de randen van het Zeeburgereiland maken we ruimte voor recreatie, groen en sport. Dit is terug te lezen in het Ruimtelijk Kader en werken we in de volgende fase verder uit.

1.2

Doel van het project

Doel van deze fase (PBI-fase 2) is om te komen tot een afgewogen voorkeursvariant voor de locatie van de nieuwe tramstalling, zodat de gemeenteraad op basis daarvan een voorkeursbesluit kan nemen. Bij de afweging moeten we kijken naar de ambities van de gebiedsontwikkeling, naar hoe we de bereikbaarheid kunnen verbeteren, naar het politiek draagvlak en naar de financiële haalbaarheid. De variantenstudie die ten grondslag ligt aan de keuze voor de voorkeursvariant is vastgelegd in de Nota van Uitgangspunten.

1.3

Voorkeursvariant – locatie Oostpunt

Een definitieve tramstalling voor de tramlijn 26 (ook wel IJtram genoemd) kan het beste op de Oostpunt worden gerealiseerd. Vanwege de geplande uitbreiding van de IJtram en de woningbouwplannen op het Zeeburgereiland moet de nieuwe stalling uiterlijk in 2032 in gebruik zijn. In deze fase is er zicht op financiële dekking voor een tramstalling in de open lucht. In de komende periode zal de gemeente onderzoeken of en hoe de bouw van een tramstalling in een gebouw financieel haalbaar is.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

7

2

Inspraak en communicatie

2.1

Proces van de inspraak

De gemeente vindt het belangrijk om de plannen voor te leggen aan bewoners en andere betrokkenen en belanghebbenden. Daarom is er een inspraaktraject geweest tussen 28 september en 9 november 2023. Inspraak is een formele stap in de participatie voor deze projecten, vastgelegd in de inspraakverordening van Amsterdam. De inspraak verloopt volgens een vaste werkwijze. Voorafgaand aan deze formele stap hebben we de omgeving ook betrokken door gesprekken met specifieke doelgroepen en het organiseren van een informatiebijeenkomsten. Een voorbeeld hiervan is de Meet-up Zeeburgereiland, een bijeenkomst voor bewoners die regelmatig wordt georganiseerd. Aangezien de vier plannen nauw met elkaar samenhangen zijn de bewoners gelijktijdig geïnformeerd over het inspraaktraject van de plannen. Op deze manier brachten we overzicht in de samenhang en planning. Ook voerden we één campagne om betrokkenen te attenderen op de mogelijkheid om te reageren. Geïnteresseerden konden hun inspraakreactie indienen op één of meerdere plannen via internet, e-mail, of schriftelijk per brief. De indieners van inspraakreacties konden op ieder project afzonderlijk reageren of een reactie geven op het geheel van plannen.

2.2

Inzet van communicatiemiddelen

De campagne was bedoeld om de mensen te bereiken die direct te maken hebben of krijgen met de plannen, zoals de huidige bewoners, ondernemers en bezoekers van het gebied. Hiervoor is er op 3 en 4 oktober 2023 een krant huis-aan-huis verspreid op 13.000 adressen op Zeeburgereiland, Steigereiland, een deel van Indische Buurt en een deel van Cruquius. Een aantal adressen op Steigereiland en in de Baaibuurten hebben de krant onbedoeld niet ontvangen. Waar mogelijk hebben we die nagezonden. Er was informatie beschikbaar in de vorm van: 1. Een inspraakkrant waarin we de toekomst van het eiland, de projecten en de planning toelichtten. 2. Advertenties in lokale kranten zoals Het Parool de De Brugkrant. 3. Een korte animatievideo met de plannen op hoofdlijnen en informatie over de manier waarop je kon inspreken. 4. Een tijdelijke website amsterdam.nl/inspraakzeeburgereiland met een overzichtelijke toelichting van de vier plannen per project. Op deze website kon men de volledige plannen downloaden. Ook kon men via deze site een inspraakreactie indienen en zich aanmelden voor de digitale spreekuren. 5. Een informatieavond op woensdag 18 oktober 2023, waar bezoekers bij thematafels infor­ matie konden krijgen en vragen konden stellen. Hier waren circa 130 bezoekers aanwezig. 6. Digitale spreekuren waar verdiepende vragen gesteld konden worden.

Hier hebben acht mensen gebruik van gemaakt. 7. Papieren versies van de plannen waren in te zien op de stadsdeelkantoren Centrum en Oost.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

8

Informatiebijeenkomst woensdag 18 oktober

Toekomst Zeeburgereiland, Steigereiland en omgeving Reageer op de plannen Dit is een informatiekrant over de plannen en inspraak

amsterdam.nl/inspraakzeeburgereiland

voor Zeeburgereiland, Steigereiland en omgeving

Inspraakkrant Zeeburgereiland projecten

Verder is ingezet: • Inspraakadvertentie in Het Parool, De Brugkrant en IJopener. • Betaalde advertenties op Facebook en Instagram. • Artikel op Amsterdam.nl en in de digitale nieuwsbrieven van Amsterdam. • Het telefoonnummer 14020 was beschikbaar voor vragen over de inspraak. • Oproepen op lokale kanalen, websites en sociale media in Oost.

2.3

Aanpak verwerking inspraakreacties

De gemeente heeft in totaal 183 inspraakreacties ontvangen via het digitale formulier. De helft van de inspraakreacties kwam van het Zeeburgereiland, een kwart uit IJburg en de rest uit overig Amsterdam. Behalve bewoners en ondernemers hebben ook organisaties, zoals de Fietsersbond en ROVER, en medeoverheden gereageerd. We hebben de inspraakreacties eerst geanonimiseerd. Omdat de meeste inspraakreacties over verschillende onderdelen van de projecten gingen, hebben we ze uitgesplitst en verdeeld over de projecten. Deze uitgesplitste inspraakreacties hebben we ‘inspraakpunten’ genoemd. In totaal hebben we ruim 1000 inspraakpunten beantwoord.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

9

De inspraakreacties varieerden van een korte reactie tot uitgebreide documenten. Veel inspraak­ punten hebben op onderdelen een vergelijkbare inhoud. Vanwege de grote hoeveelheid inspraakpunten en voor de leesbaarheid hebben we vergelijkbare inspraakpunten gebundeld. Op deze gebundelde inspraakpunten hebben we een antwoord geformuleerd. Het kan dus voorkomen dat insprekers hun ingebrachte punten niet altijd herkennen in het overzicht van alle ingebrachte punten, omdat we naar een uniforme formulering hebben gezocht. We hebben dit heel zorgvuldig gedaan. De inspraakpunten die alle vier de projecten betreffen (zoals suggesties voor het OV), of juist geen onderdeel zijn van één van de projecten (zoals verzoek om handhaving), behandelen we in het volgende hoofdstuk.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

10

3

Projectoverstijgende reacties

In dit hoofdstuk behandelen we de inspraakpunten die zich niet beperkten tot één van de vier projecten. Het gaat daarbij om punten die bij geen enkel project hoorden of om punten die juist betrekking hadden op meerdere projecten. Inspraakreacties over bijvoorbeeld verkeersdrukte, luchtkwaliteit en geluid en suggesties voor het OV gaan over meerdere projecten. Inspraakreacties over bijvoorbeeld handhaving horen bij geen enkel project.

3.1

Verkeersdrukte, luchtkwaliteit en geluid

Er zijn diverse zorgen over de verkeersdrukte en de gevolgen daarvan voor de luchtkwaliteit en het geluid. De IJburglaan is één van de belangrijkste verkeersroutes van de stad en met de verdere groei van de stad en de ontwikkeling van Zeeburgereiland en IJburg zal het verkeer – ook het auto­verkeer – op de IJburglaan toenemen. Ook in de toekomst behoudt de IJburglaan een belang­rijke rol. Nieuw beleid als de Agenda Amsterdam Autoluw en 30km/u in de stad zorgen voor minder verkeer op sommige plekken in de stad, maar hoofdroutes zoals de IJburglaan zullen ondanks dit beleid een belangrijke rol blijven spelen in de ontsluiting van OV, auto- en fietsverkeer. Met de Agenda Amsterdam Autoluw wil Amsterdam meer ruimte maken voor fiets en voetganger en minder ruimte voor de auto. Door de autoluw-maatregelen in de stad moet het verkeer meer gebruik maken van de A10 en de grote ontsluitingswegen van en naar de binnenstad. De gemeente vindt luchtkwaliteit en geluid belangrijke onderwerpen. Bij het uitwerken van de plannen doen we daarom goed onderzoek naar het effect van de maatregelen op luchtkwaliteit, geluid en trillingen. Hier gelden (wettelijke) normen voor om te zorgen voor een prettige en gezonde leefomgeving en die zowel mens als natuur beschermen. De Omgevingswet speelt hierbij een belangrijke rol.

Voor het autogebruik op Zeeburgereiland zelf gaan we in de plannen voor de Sluisbuurt (en later ook voor de Baaibuurten) uit van een (erg) lage parkeernorm voor auto’s. In het ontwerp van de openbare ruimte geven we altijd prioriteit aan langzaam verkeer. Ook de maatregelen uit het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland (inclusief de 3 grote infrastructurele projecten) stimuleren het gebruik van OV en de fiets. Verder is het relevant om te vermelden dat de gemeente voor de hele stad werkt aan het verbeteren van de luchtkwaliteit met het ‘Actieplan Schone Lucht’ (oktober 2019) en de ‘Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026’ (juni 2023). Ons uitgangspunt is om het probleem bij de bron aan te pakken: het voorkomen van uitstoot van vieze stoffen. Door de milieuzones stapsgewijs uit te breiden, verwachten we dat de luchtkwaliteit aanzienlijk verbetert. De transitie naar uitstootvrij gemotoriseerd verkeer zal naar verwachting ook een positief effect hebben op geluid.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

11

3.2

Verbinding Zeeburgereiland – Oostelijk Havengebied

Veel reacties gaan over de fietsverbinding van Zeeburgereiland naar het Oostelijk Havengebied. Het zou een goede route zijn naar het centrum, omdat deze korter is dan de route via de Amsterdamsebrug. In de reacties wordt ook het bouwen van een fietstunnel genoemd voor dit tracé. Ook wil men dat de pont vaker vaart (meer dan 3 keer per uur), ook ’s avonds en in het weekend. Mensen geven aan dat ze de pont nu niet nemen, omdat ze 20 minuten moeten wachten als ze hem net missen. 3.2.1 Fietsbrug naar Oostelijke Havengebied De fietsbrug naar het Oostelijk Havengebied was oorspronkelijk in de ontwikkeling van Zeeburgereiland voorzien, maar is afgevallen op basis van het advies van de Commissie Oeververbindingen.1 De commissie adviseerde om op deze locatie geen fietsbrug te realiseren, maar in plaats daarvan te kiezen voor het opwaarderen van de Amsterdamsebrug en deze geschikt te maken voor grotere stromen fietsers en hoogwaardig OV in combinatie met een permanente pontverbinding tussen Sporenburg en Sluisbuurt. De reden om geen fietsbrug te realiseren op deze plek over het Amsterdam-Rijnkanaal is omdat een brug hier redelijkerwijs niet nautisch veilig in te passen is.

Het Inrichtingsplan gaat uit van maximaal twee nieuwe bruggen over de Rijkswateren, naast de bestaande Amsterdamsebrug, te weten: de Oostbrug van het Java-eiland naar het Hamerkwartier en de Westbrug van de Haparandadam nabij de Houthavens naar de NDSM. Het advies van de commissie is door het gemeentebestuur van Amsterdam en het Rijk omarmt, en daarom heeft het bestuur besloten voor een tijdelijke pontverbinding (7 jaar) en het opwaarderen van de route Amsterdamsebrug (project Verbinding Zeeburgereiland) en definitief af te zien van de fietsverbinding naar het Oostelijk Havengebied. Een fietstunnel is geen optie. Een tunnel is nog moeilijker in te passen in de openbare ruimte, nog duurder in aanleg en wordt als sociaal onveilig beschouwd. Ook de Piet Heintunnel geschikt maken voor fietsers is geen optie. De tunnel heeft steile, onveilige hellingen en er is geen ruimte in de tunnel. Voor auto’s blijft de tunnel namelijk een belangrijke toegangsweg naar de stad. 3.2.2 Pont naar Oostelijk Havengebied Met de gebruikscijfers van de belangrijkste fietspaden in de omgeving hebben we een prognose gemaakt van het gebruik van de tijdelijke pont. We verwachten dat circa 80 procent van de fietsers overdag gebruik zal maken van de pont.

Voor slechts 15 procent van de gebruikers zou een dienstregeling in de avond nuttig zijn en voor 5 procent van de gebruikers is een dienstregeling in de nacht interessant. Dat past bij het beeld dat scholieren en studenten op Zeeburgereiland met name doordeweeks en tijdens kantoortijden gebruik maken van de tijdelijke pontverbinding. Er zijn op dit moment minder gebruikers dan we vooraf hadden ingeschat. De hoofdreden daarvoor is de tragere ontwikkeling en bouw van de Sluisbuurt, dan aangenomen bij de eerdere prognoses voor de pont. De vervoerwaarde van de tijdelijke pont is nu nog bescheiden, zeker in vergelijking met de andere veerverbindingen in de stad. Gegeven ook de schaarse middelen voor GVB Veren (financieel, personeel, beheer/onderhoud van de pont) is uitbreiding van de dienstregeling naar de avonduren op dit moment niet goed verdedigbaar. De komende jaren verwachten we een toename van gebruikers door de ontwikkelingen op Zeeburgereiland en IJburg. We monitoren het gebruik van de tijdelijke pont door tellingen, enquêtes en nautische veiligheid. Aan de hand van die resultaten bekijken we of het nodig, mogelijk en financieel haalbaar is om de vaartijden en/of vaardagen van de tijdelijke pont uit te breiden. De looptijd van de tijdelijke pont eindigt eind 2029. Rond 2026 start onderzoek naar een eventuele definitieve pontverbinding.

Dat zal een integraal onderzoek worden, inclusief

1

 ttps://openresearch.amsterdam/nl/page/85982/eindadvies-genereus-verbonden-adviescommissieh oeververbindingen

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

12

overleg met Rijkswaterstaat en een nieuw bestuurlijk besluit vereisen.

3.3

Drukte en betrouwbaarheid OV

Er zijn ook veel reacties die aangeven dat het huidige OV niet goed functioneert. Het is te druk en informatie op de borden is ontoereikend. Een veelgehoorde klacht over tramlijn 26 is dat deze erg druk en niet betrouwbaar is. Als er een calamiteit op de lijn is, worden er niet genoeg bussen ingezet. Men stelt ook voor om de tram te vervangen door een metro en om het maximaal aantal fietsen dat mee mag in de tram uit te breiden en gratis te maken. 3.3.1 Tramlijn 26 en metro als vervanging voor de tram De gemeente en het GVB herkennen de inspraakreacties die gaan over het niet goed functio­ neren van tramlijn 26. Maar voorlopig heeft de tramlijn nog voldoende capaciteit om het verwachte aantal reizigers te vervoeren. De uitval op het totale tramnet van Amsterdam ligt in 2023 een factor 1,7 hoger dan bij tramlijn 26. De uitval op tramlijn 26 is dus aanzienlijk lager dan het stedelijk gemiddelde bij tram. Door de aanpassingen in de Piet Heintunnel in 2019-2020 is de betrouwbaarheid van lijn 26 flink toegenomen (minder uitval en calamiteiten). Maar als de lijn uitvalt, dan zijn de gevolgen meteen groot. De gemeente en het GVB begrijpen de frustratie die dit teweeg brengt goed. De reizigers die dan op een andere manier hun weg moeten zoeken, veroorzaken extra drukte op de weg. Er worden bussen ingezet en meer mensen pakken de auto of de fiets, en dat leidt tot opstoppingen.

Het GVB heeft een personeelstekort, niet alleen bij bestuurders en conducteurs, maar ook bij de monteurs. Hierdoor duurt het langer voordat een tram na onderhoud of reparatie terugkeert uit de remise. Het GVB geeft voor de inzet van mensen wel prioriteit aan lijn 26. Als tramlijn 26 om een andere reden niet rijdt, zoals na een ongeval, worden bussen ingezet. Omdat het een calamiteit is, moeten bussen en buschauffeurs van andere lijnen worden ingezet. Maar deze bussen kunnen jammer genoeg niet alle reizigers opvangen die normaal de tram nemen. Daarnaast moeten de bussen meerijden in het drukke autoverkeer, dus ze zijn vaak minder snel en betrouwbaar dan tramlijn 26. Daarom komt er ook geen vaste busverbinding naast lijn 26 (doortrekken van lijn 66 naar Zeeburgereiland). Tramlijn 26 zal altijd sneller zijn dan de bus, dus reizigers zullen voor de tram kiezen en de bus zal (nagenoeg) leeg blijven. Verder is het GVB zich ervan bewust dat correcte reisinformatie heel belangrijk is voor de reizigers, zeker bij verstoringen. Eerdere klachten, van september 2023, werden veelal veroor­ zaakt door een ongebruikelijke storing in het reisinformatiesysteem. Dit is toen opgelost en er zijn aanvullende maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. Sindsdien is een dergelijke storing gelukkig ook niet meer voorgekomen.

Daarnaast was er in een aantal gevallen sprake van het laat of niet melden van het uitvallen van ritten. Dit is erg vervelend voor reizigers. Het op tijd en juist communiceren van rituitval naar alle kanalen die reisinformatie bieden, heeft steeds hoge prioriteit bij het GVB. Hier wordt doorlopend extra aandacht aan gegeven. Niet alleen voor tramlijn 26, maar voor alle lijnen. Ook zitten er nog een aantal aanvullende verbeteringen van GVB in de pijplijn. In de eerste vier maanden van 2024 waren er twee klachten over reis­ informatie over tramlijn 26. Dat is een stuk minder dan het aantal klachten van vlak vóór en tijdens de inspraakperiode van het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland en de drie infrastructurele projecten. Door de uitvoering van de projecten Cruciale Mijl IJburglaan en de bouw van een nieuwe tramstalling op de Oostpunt, zal de betrouwbaarheid en de capaciteit van tramlijn 26 verbeteren en de kans op ongelukken verkleinen. Door de auto-onderdoorgang bij het kruispunt Zuider­ zeeweg/IJburglaan kan tramlijn 26 oversteken naar de noordkant van de IJburglaan zonder daarbij autoverkeer tegen te komen. Door de noordligging is er ook geen kruising meer van tramlijn 26 met de op- en afritten van de A10, wat de betrouwbaarheid van de tramlijn ook ten goede komt. Meer informatie daarover vindt u in de Nota van Uitgangspunten en Nota van

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

13

Beantwoording van de Cruciale Mijl IJburglaan. Omdat het aantal inwoners rond de tramlijn toeneemt en omdat de Hogeschool Inholland opent, verhogen we op werkdagen de frequentie van tramlijn 26. Nu rijdt tram26 op werkdagen overdag 8 keer per uur. Op de drukste momenten wordt dat 10 keer per uur (met gekoppelde trams), dus iedere 6 minuten. 3.3.2 Metro als vervanging door tram De gemeente werkt op dit moment samen met het Rijk aan twee studies naar metroverbindingen. Eén tussen Amsterdam Zuid en Schiphol en één tussen station Sloterdijk en Amsterdam Centraal. Aan deze twee verbindingen geeft de gemeente op dit moment de prioriteit. De financiële positie van de gemeente laat het niet toe om de komende jaren te investeren in metrolijnen elders in de stad. En ook het Rijk wil niet zoveel geld investeren in stedelijk openbaar vervoer. Naast deze twee metroprojecten zijn er nog een paar metro-initiatieven die meer prioriteit hebben dan een metrolijn tussen Centraal Station en IJburg, omdat ze grotere gebieden met meer inwoners ontsluiten en waarschijnlijk een betere exploitatie zullen hebben. Eén daarvan is de Flevolijn van de Zuidas naar Almere. Deze metrolijn krijgt ook een halte op Centrumeiland en/ of Strandeiland en geeft daarmee een snelle verbinding met het zuidelijk deel van de stad en Schiphol/Hoofddorp.

Deze lijn vergt een grote investering die het Rijk vooralsnog niet wil doen. De gemeente kiest er samen met het GVB en de Vervoerregio Amsterdam dus voor om het openbaar vervoer op Zeeburgereiland te verbeteren. Op korte termijn doen we dit door tramlijn 26 en buslijn 37 vaker te laten rijden, door de capaciteit van de tramhalte op de kruising IJburglaan/Zuiderzeeweg te vergroten, door op de Zuiderzeeweg een nieuwe voorlopige bushalte aan te leggen (halte ‘Rudolf Nurejevstraat’) en door de bushalte Zuiderzeeweg van lijn 37 richting Amstelstation te vergroten. De onder­ doorgang van het project Cruciale Mijl IJburglaan en de verlegging van de trambaan zijn een volgende stap in het verbeteren van de doorstroming van OV, fiets en verkeer. Tot slot zorgen we er nu al voor dat we in de toekomst (na 2040) de tram van de Indische Buurt naar Zeeburgereiland door kunnen trekken. 3.3.3 Fiets in de tram Op dit moment mogen er maximaal twee fietsen mee in tramlijn 26, buiten de spits. De ruimte die de fiets inneemt gaat ten koste van de ruimte voor reizigers. Vooral in de spits is dit niet wenselijk en hebben we alle ruimte in de trams nodig voor reizigers. Daarom hanteert het GVB ook een ritprijs voor de fiets. We gaan dit niet veranderen.

3.3.4 Betrouwbaarheid buslijn 37 Voor buslijn 37 wordt aangegeven dat deze onbetrouwbaar is omdat hij vaak vast staat in de file op de Amsterdamsebrug en/of voor de opening van de Schellingwouderbrug. Omdat het water onder de Schellingwouderbrug een drukke hoofdvaarroute is, is het vooralsnog niet mogelijk om de openingstijden van de brug aan te passen. Als de brug minder opengaat, zal de brug langer open moeten, wat ook onwenselijk is. Door de onderdoorgang bij het kruispunt Zuiderzeeweg/IJburglaan (Cruciale Mijl IJburglaan) zullen er minder opstoppingen zijn op de Zuiderzeeweg. Daardoor zal het verkeer, en dus ook bus 37, minder vast staan op de Zuiderzeeweg. Als het verkeer beter doorstroomt én lijn 37 niet meer toereikend is, zou er een extra spitsbus kunnen gaan rijden. Er is op de bruggen geen ruimte voor een vrije busbaan. Dit kan pas in combinatie met het doortrekken van de tram vanuit de Indische Buurt (project de Verbinding Zeeburgereiland), maar dit is pas na 2040 voorzien. De frequentie van buslijn 37 wordt vanaf september 2024 op werkdagen verhoogd. Hij rijdt nu op werkdagen in de ochtendspits 8 keer per uur en daarna tot 20.00 uur 6 keer per uur. In de ochtendspits wordt dit verhoogd naar 10 keer per uur, vervolgens tot circa 14.00 uur 7 keer per uur, en vervolgens tot 20.00 uur 8 keer per uur.

3.4

Overige opmerkingen over verkeer

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

14

3.4.1 Brommers en scooters De vraag wordt gesteld hoe er rekening wordt gehouden met brommers en scooters omdat deze niet apart terugkomen in de plannen. Er zijn geen aparte maatregelen voor brommers, scooters (gele nummerplaat) of snorfietsen (blauwe nummerplaat). Ze moeten op de rijbaan voor auto’s (brommers) rijden of op het fietspad (snorfietsen). In de tellingen op de fietspaden en de autowegen nemen we snorfietsen en brommers mee in de cijfers. Deze tellingen gebruiken we in de verkeersmodellen en in de eisen die we stellen aan het ontwerp van een fietspad of autoweg. Fietspaden waar ook snorfietsen of brommers rijden, moeten breder zijn. Dit maakt de fietspaden veiliger, doordat er voldoende ruimte is voor inhaalbewegingen, ook als het druk is. 3.4.2 Deelauto’s Er wordt gevraagd of er meer deelauto’s kunnen komen en om het aanbod te stimuleren door bijvoorbeeld een gecombineerde app van aanbieders, en geen kosten als je geen auto gebruikt. In juli 2023 heeft de gemeenteraad de Nota Deelvervoer vastgesteld. Deze nota vormt de basis voor de verdere ontwikkeling en stimulering van deelvervoer in Amsterdam. Dit doen we door de markt de mogelijkheid te geven meer deelauto’s aan te bieden, door spreiding van het aanbod en door de vergunningsvoorwaarden aan te scherpen. De aanbieders van deel(bak)fietsen en deelscooters moeten de hele stad bedienen (dus ook Zeeburgereiland).

Daarbij gaat het dan om deelmobiliteit op straat. Deelconcepten in een gebouw worden in tenders vaak gevraagd, maar dit werkt via privaatrechtelijke afspraken. Voor deelauto’s geldt ook dat het aanbod op straat aan deelauto-aanbieders wordt overgelaten. Omdat er op straat maar een beperkt aantal plekken is, komen er niet in alle buurten deelauto’s met een vaste standplaats (gereserveerde parkeerplek) op straat. We weten nog niet of dit ook gaat gelden voor de Sluisbuurt en de Baaibuurten. Er zijn geen afspraken over de prijs of voorwaarden waaronder je een deelvoertuig kan gebruiken. Campagne en apps: de gemeente Amsterdam heeft drie achtereenvolgende jaren (2021, 2022 en 2023) de publiekscampagne ‘Blij dat ik deel’ gevoerd om Amsterdammers te informeren over de voordelen van deelvervoer. We zijn van plan om dat in 2024 opnieuw te doen. In 2023 lag de nadruk op het gemak van deelvervoer (‘gemakkelijker dan je denkt’), het aanbod en de beschikbaarheid van deelvervoer (‘meer aanbod dan je denkt’), en de kosten van deelvervoer (‘voordeliger dan je denkt’). Een gecombineerde Amsterdamse Mobility as a Service (MaaS)-app waarin alle deelvervoeraanbieders zijn opgenomen, is er helaas nog niet. Er zijn verschillende MaaS-apps (bijvoorbeeld Gaiyo, Umob en Glimble) die wel toegang bieden tot meerdere deelvervoeraanbieders, maar nog niet alle aanbieders werken daaraan mee.

3.4.3 Gevaarlijke stoffenroute Er wordt aangegeven dat de brug naar Noord (Schellingwouderbrug) gebruikt wordt voor vervoer van chemische stoffen en dat dit niet past in een drukke wijk met kleine kinderen. Voor een aantal gevaarlijke stoffen geldt in Nederland een zogenaamde routeplicht. Op Zeeburgereiland bevindt zich zo’n ‘gevaarlijke stoffenroute’. Dit valt officieel onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De vrachtwagens die gebruik maken van de gevaarlijke stoffenroute mogen niet door de tunnels onder het IJ en het Noordzeekanaal (zogenaamde categorie C-tunnels). De Schellingwouderbrug is de enige brug over deze vaarwegen voor transporten met gevaarlijke stoffen die niet door deze tunnels mogen. Alternatieve routes om het Noordzeekanaal en IJ te kunnen oversteken zijn tientallen kilometers langer (omrijden via de Markerwaarddijk, tussen Enkhuizen en Lelystad, of over de Afsluitdijk). Bovendien kom je bij deze routes langs nog meer bebouwing. Op deze alternatieve routes is de kans op incidenten met mogelijke slachtoffers groter dan via de route over de Schellingwouderbrug. De route via de Schellingwouderbrug is dus, bekeken voor heel

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

15

Nederland, veiliger. Het transport dat niet door een categorie C-tunnel mag is het transport van gassen en zeer toxische vloeistoffen. In de praktijk (sinds zeker 2007) rijden er via de Schellingwouderbrug naast brandbare en in zeer beperkte mate licht toxische vloeistoffen (die wel door een categorie C-tunnel mogen rijden en dus waarschijnlijk een bestemming of herkomst in Amsterdam hebben), alleen LPG-achtige gassen (stofcategorie GF3) via de Schellingwouderbrug. Voor alle bestemmingsplannen van het Zeeburgereiland is gekeken naar de externe veiligheid en in ontwerpen houden we hier rekening mee. Concreet betekent dit dat er minimaal 30 meter moet zitten tussen de weg en de woningen. Bij de Sluisbuurt en Sportheldenbuurt is al aangetoond dat de route niet tot een onaanvaardbaar groepsrisico leidt. In november 2022 heeft de gemeente Amsterdam met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de wens besproken om de huidige route te verleggen naar elders. Uitkomst van dat gesprek is dat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijft bij haar opvatting dat alles overziende de huidige ligging van de route de voorkeur heeft en dus onderdeel van het basisnet zal blijven.

3.5

Overige punten: handhaven en suggesties voor de volgende fase

Er zijn verschillende reacties binnengekomen die niet specifiek over de plannen gaan. Bijvoorbeeld verlichting op bestaande fietspaden, overlast van afval, verzoek om te handhaven of om groen beter te onderhouden. Deze meldingen zetten we door naar de afdelingen en/of stadsdelen die erover gaan. Voor ideeën of vragen in uw directe omgeving kunt u contact opnemen met het stadsdeel of met de gebiedsmakelaar van uw gebied. Als iets moet worden opgeruimd of gemaakt dan kunt u een ‘Melding openbare ruimte en overlast’ doen. U kunt met deze melding ook een gevaarlijke verkeerssituatie of overlast van personen en horeca aan ons doorgeven. In de inspraakreacties zijn ook suggesties gedaan, onder andere voor een pakketpunt en vervoer over het water. Dit is primair een taak van de markt. Waar dat mogelijk is, kijken we hoe we in de uitvoering van de gebiedsontwikkeling rekening kunnen houden met dit soort initiatieven.

3.6

Participatie en informatie

Er zijn vragen of er meerdere momenten kunnen komen voor informatiebijeenkomsten en of mensen intensiever betrokken kunnen worden bij de verdere uitwerking van (delen van) de plannen. Ook geven sommige betrokkenen aan dat ze niet eerder geïnformeerd of betrokken zijn. Daarnaast vinden mensen het veel en ingewikkelde informatie. We proberen zo goed mogelijk de mensen te bereiken die met de plannen te maken krijgen. Maar we zijn ons ervan bewust dat we niet iedereen bereiken. We informeren op verschillende manieren en momenten over de plannen om ervoor te zorgen dat mensen die nu iets gemist hebben, in een later stadium van planvorming hun inbreng kunnen geven. We informeren altijd via meerdere kanalen, zoals bewonersbrieven, sociale media, informatiebijeenkomsten en websites. De informatiebijeenkomsten proberen we altijd zorgvuldig te plannen. Ze zijn bijna altijd aan het einde van de dag, zodat ook mensen die werken ze kunnen bezoeken. En we zorgen ervoor dat dit soort bijeenkomsten niet in een vakantie of bijvoorbeeld tijdens een EKwedstrijd plaatsvinden. Wel worden ze vaak maar op één dag georganiseerd, omdat het veel tijd kost om dit soort bijeenkomsten te organiseren. Voor mensen die niet naar een bijeenkomst kunnen komen, is er vaak ook informatie op de website(s) van de verschillende projecten te

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

16

vinden. Zij kunnen ook mailen naar ontwikkelingzeeburgereiland@amsterdam.nl. Via die mailbox komt de mail terecht bij de juiste medewerker van de gemeente. In de volgende fase zullen de vier projecten (Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, Cruciale Mijl IJburglaan, Verbinding en Definitieve Tramstalling) verder worden uitgewerkt. Ook dan worden belanghebbenden betrokken. De projecten zullen dit ieder afzonderlijk verder uitwerken en de informatie hierover vindt u terug in de vier verschillende nota’s van beantwoording.

3.7

Planning

Er zijn zorgen over de planning omdat het nog lang duurt voordat de uitvoering start. Helaas kost het veel tijd om deze plannen te ontwikkelen, om uit te zoeken wat de effecten zijn en in detail uit te werken en om een partij te contracteren die de werkzaamheden uiteindelijk gaat uitvoeren. Om op korte termijn al wel verbeteringen door te voeren op het Zeeburgereiland, zijn of worden er binnenkort al maatregelen genomen. Bijvoorbeeld de verschillende maatregelen rond het kruispunt Zuiderzeeweg/IJburglaan, waarmee we de verkeersveiligheid en bereikbaarheid verbeteren voor fietsers en voetgangers. In het voorjaar van 2024 zijn er culturele en sociale initiatieven geopend zoals broedplaats Baggerbeest en Kokomo in Baaibuurt Oost.

3.8

Complimenten

We hebben ook complimenten gekregen voor de inhoud van de plannen, de manier van informeren en de mogelijkheid om op de plannen te reageren. De teams nemen deze complimenten met dank in ontvangst!

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

17

4

Inspraakreacties

In dit hoofdstuk behandelen we de inspraakreacties die specifiek betrekking hebben op de Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland. Voordat we overgingen tot beantwoording hebben we eerst de privacygevoelige informatie van de inspraakreacties verwijderd. Vervolgens hebben we de inspraakreacties uitgesplitst in verschillende inspraakreactiepunten. Daarna hebben we gekeken of deze punten daadwerkelijk betrekking hebben op het project Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland, of dat ze misschien over een ander project of zelfs over iets heel anders gingen. Omdat meerdere mensen gelijke inspraakreacties hebben ingediend, hebben we ze samengevoegd tot onderstaande thema’s. Als u uw inspraakreactie niet terugvindt in een van de onderstaande thema’s, dan hebben we waarschijnlijk geoordeeld dat deze bij de algemene inspraakreacties hoort (zie hoofdstuk 3 onder algemene reacties). Of dat de reactie ging over één van de andere projecten op Zeeburgereiland. U vindt de beantwoording dan terug in één van de Nota’s van Beantwoording van de andere projecten. U kunt ook met uw referentienummer de reactie opvragen bij inspraak. zeeburgereiland@amsterdam.nl die bij uw zienswijze hoort. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste inspraakreacties thematisch gebundeld en beantwoord.

We onderscheiden de volgende thema’s: 1 Locatiekeuze tramstalling 2 Variantenkeuze (dubbelruimtegebruik): stalling in de open lucht of inpandige tramstalling 3 Materieel en capaciteit tramstalling 4 Functie Oostpunt 5 Ruimtelijke/technische inpassing 6 Wateroverlast Oostpunt 7 Bestaande voorzieningen 8 Planning en proces 9 Financiële haalbaarheid

4.1

Locatiekeuze tramstalling

In PBI-fase 1 zijn 13 mogelijke locaties bekeken voor een definitieve tramstalling. De meeste daarvan zijn beoordeeld als niet haalbaar of niet realistisch. In het principebesluit voor de tramstalling (PBI-fase 1) zijn vier locaties vastgelegd om nader te onderzoeken in PBI-fase 2: Baaibuurt Oost, Flevopark, Oor A10 en Strandeiland (de laatste als dependance voor maximaal 12 trams ter aanvulling). Na het principebesluit voor Cruciale Mijl IJburglaan (voorjaar 2019) is nog een locatie toegevoegd: Oostpunt Zeeburgereiland. In PBI-fase 2 zijn deze vijf locaties verder onderzocht. Daarvan zijn er inmiddels drie afgevallen: • Locatie Flevopark: scoort slecht op kosten, ruimtelijke inpasbaarheid en draagvlak, bovendien kan de bereikbaarheid niet worden gegarandeerd. • Locatie Oor A10: te weinig ruimte binnen de lus voor een definitieve tramstalling met voldoende opstelplaatsen. • Strandeiland: afgevallen omdat tram 26 dan vanuit 2 stallingen gebruikt zou worden. Dit is functioneel en financieel niet efficiënt en dus niet verstandig. De locaties Baaibuurt Oost en de Oostpunt op Zeeburgereiland zijn overgebleven als locaties die we verder onderzoeken. Deze locaties staan centraal in de Nota van Uitgangspunten.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

18

Wat waren de inspraakreacties over de locatie? • Waarom komt de tramstalling niet op Strandeiland? • Waarom komt de tramstalling niet op Buiteneiland? • Op Centrumeiland komt ook al een stalling voor trams. Waarom is er gekozen voor twee locaties om trams te stallen? • De locatie Oostpunt is voor trams moeilijk bereikbaar. Wat is onze reactie op de inspraakreacties? De keuze voor locatie Strandeiland zou betekenen dat we de capaciteit over twee kleinere stallingen verdelen. Dat is niet efficiënt (onder andere door de lange rijafstanden voor en na de dienstregeling) en duur (een tweede stalling leidt tot extra kosten voor beheer en onderhoud). Ook is de stalling op Strandeiland slecht bereikbaar voor het personeel, vanwege de relatief afgelegen ligging. Een volwaardige tramstalling voor 38 trams – met uitbreidingsruimte voor 16 extra trams – op Strandeiland past bovendien niet in het stedenbouwkundig plan en de ambities voor een kwalitatieve en fijnmazige woonbuurt. De kavels zijn te klein. Buiteneiland is het sluitstuk van IJburg en ligt op grote afstand van het eindpunt van de IJtram. Het wordt een natuureiland van ongeveer 40 hectare, met voorzieningen voor sport, recreatie en cultuur. Er komen maximaal 500 woningen. De gemeente Amsterdam wil het eiland circulair aan te leggen. Dat wil zeggen dat we grond uit andere delen van de stad opnieuw gebruiken.

Door deze manier van nieuw land maken komt de grond in fases beschikbaar en duurt de aanleg dus langer, ongeveer tot 2045-2050. Los van de ongunstige ligging, is de realisatie van Buiteneiland dus te laat voor oplevering van de tramstalling in 2032/2034. Er komt geen tramstalling op Centrumeiland. In de Nota van Uitgangspunten is zowel Baaibuurt Oost als Oostpunt overwogen als voorkeurslocatie. Er is gekozen voor één locatie, de Oostpunt. De locatie Oostpunt is voor trams relatief eenvoudig bereikbaar als het tracé van de IJtram aan de noordkant van de IJburglaan komt te liggen (onderdeel van project Cruciale Mijl IJburglaan). Bij de huidige zuidligging van het tracé is dat anders en zal bij het in- en uitrijden van de trams, wel substantiële hinder en oponthoud kunnen ontstaan. Gelet op de grote aantallen tram­ passages, zal ongelijkvloers kruisen met autoverkeer dan wellicht noodzakelijk zijn. Echter geeft dit dan wel de nodige uitdagingen, vanwege andere kruisende locaties met wegverkeer, zoals die met de op-/afritten van de A10. Kortom, een tramstalling op de Oostpunt sluit aan bij de voorkeur om (een deel van) de trambaan te verleggen naar de noordkant van de IJburglaan (project Cruciale Mijl IJburglaan). Tot welke aanpassing van de Nota van Uitgangspunten leidt dit? De inspraakreacties hebben voor dit thema niet geleid tot wijzigingen in de Nota van Uitgangspunten.

4.2 Variantenkeuze (dubbelruimtegebruik): stalling in de open lucht of inpandige stalling Naast de locatiekeuze wordt in de Nota van Uitgangspunten voor zowel Baaibuurt Oost als Oostpunt onderscheid gemaakt tussen een openlucht- en inpandige stalling. Daarbij is de ambitie om de stalling direct onder te brengen in een gebouw dat geschikt is voor meervoudig ruimtegebruik met mogelijk een groen dak. Maar het is nog onzeker of dit financieel haalbaar is (zie paragraaf 4.9: Financiële Haalbaarheid). Als een inpandige tramstalling (voorlopig) niet haalbaar is, kan in theorie gebruik worden gemaakt van een gefaseerde aanpak. We starten dan met de bouw van een tramstalling in de open lucht, die later alsnog overkapt wordt. In de praktijk is dit echter een weinig realistische optie gelet op de zeer complexe fasering, de hoge kosten die dit met zich meebrengt en de verstoring van de bedrijfsvoering van de tramstalling.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

19

Wat waren de inspraakreacties? • Plannen om hier een logistieke hub te realiseren zijn veelbelovend. Dak benutten lijkt noodzaak in een tijd waarin ruimte schaars is. • Bespaar niet op de tramstalling en kies direct voor een overdekte en ondergrondse tram­ stalling op de Oostpunt, zodat bewoners ook nog iets aan de Oostpunt hebben. • Omdat de bereikbaarheid van Zeeburgereiland urgent is, is het zeer raadzaam eerst een tramstalling op maaiveld te realiseren waarbij overkapping in een later stadium mogelijk blijft. Wat is onze reactie op de inspraakreacties? De ruimte in de stad is schaars en de gemeente Amsterdam streeft daarom naar meervoudig ruimtegebruik. We onderzoeken nog of we de gebiedsontwikkeling op Oostpunt kunnen combineren met de tramstalling. We kijken dan ook naar de mogelijkheden voor een logistieke hub.2 Direct overkappen heeft ook de voorkeur van de gemeente. Maar op dit moment is er alleen zicht op financiële dekking voor een openluchtstalling. Het komende jaar moet duidelijk worden of het direct overbouwen van de stalling financieel haalbaar is. In de Nota van Uitgangspunten staat de optie om in een latere fase alsnog te overkappen. In de praktijk is dit echter een weinig realistische optie vanwege de zeer complexe fasering, de hoge kosten en de verstoring van de bedrijfsvoering van de tramstalling.

Onzekerheid over de overkapping mag de noodzakelijke bouw van een nieuwe tramstalling niet vertragen. Tot welke aanpassing van de Nota van Uitgangspunten leidt dit? De beschreven varianten blijven ongewijzigd, maar de tekst in de conclusie over de gefaseerde aanpak zal in de Nota van Uitgangspunten worden aangepast.

4.3

Capaciteit en materieel tramstalling

In tabel 1 in paragraaf 4.3.1 van de Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburger­ eiland staan de belangrijkste klanteisenspecificaties (KES) voor de tramstalling. We gaan daarin onder meer in op de capaciteit en het in te zetten materieel voor de tramstalling. De tramstalling moet 38 trams huisvesten, met een ruimtelijke reservering voor 16 extra trams voor als de tram van de Indische Buurt naar Zeeburgereiland wordt doorgetrokken. Wat waren de inspraakreacties? • Wat is de capaciteit van de voorziene tramstalling? • Waarom gaan de KES-eisen van de tramstalling uit van een éénrichtingstram die niet meer zal rijden tegen de tijd dat de stalling opgeleverd wordt? • Is een keerlus en een rondrijdspoor op het terrein van de toekomstige tramstalling nodig als je uitgaat van trams die twee kanten op kunnen rijden? • Een calamiteitenlus voor tram 26 is van groot belang. Als er een stremming is in de Piet Heintunnel kan de tram niet meer van het Zeeburgereiland naar Centraal Station rijden. Wat is onze reactie op de inspraakreacties? De stalling op de Oostpunt wordt ontworpen voor 38 trams. Daarnaast wordt er een ruimtelijke reservering gedaan om in de toekomst nog eens 16 trams te kunnen stallen voor een mogelijke toekomstige tramverbinding (project Verbinding Zeeburgereiland).

2 Een hub is een centrale plek, vaak aan de rand van de stad, waar verschillende logistieke vervoerders uit allerlei sectoren hun ladingen bij elkaar kunnen brengen. In een hub kunnen zij hun goederen tijdelijk opslaan of combineren met andere ladingen. Zo kunnen zij het aantal ritten naar de stad verminderen en/of de goederen overladen naar schone voertuigen.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

20

Het is nog onbekend welk type trams er over 10 jaar rijden. De Vervoerregio Amsterdam en GVB doen op dit moment onderzoek naar de voor- en nadelen en de risico’s van tweerichtingenmaterieel. De uitkomst van dit onderzoek is bepalend voor het ontwerp en de omvang van de tramstalling. Naast de geplande keerlus op het terrein van de toekomstige tramstalling op de Oostpunt, kijken we ook naar alternatieve locaties om te keren, met een goede en veilige overstap van trampassagiers op (calamiteiten) busvervoer. Dit onderzoek is deel van het project Cruciale Mijl IJburglaan. Tot welke aanpassing van de Nota van Uitgangspunten leidt dit? De inspraakreacties over dit thema hebben niet geleid tot wijzigingen in de Nota van Uitgangspunten. Wanneer er meer duidelijkheid is over de inzet van tweerichtingenmaterieel, kan de tramstalling eventueel kleiner worden. Op dit moment houden we vast aan het uitgangspunt van éénrichtingmaterieel, zodat de maatregelen en het ruimtegebruik alleen maar minder kan worden.

4.4

Functie Oostpunt

Vanwege de schaarse ruimte in de stad streeft de gemeente Amsterdam naar meervoudig ruimtegebruik op de Oostpunt. De Oostpunt moet een groene uitstraling krijgen, met naast de tramstalling ruimte voor natuur en recreatie. Het groen op de Oostpunt moet zoveel mogelijk samengaan met het ontwerp van de tramstallingen een integraal geheel worden. Op de Oostpunt komen geen woningen omdat het gebied buitendijks ligt, maar er zijn wel diverse initiatieven voor stadsbrede voorzieningen, zoals een logistieke hub. Bij de gebiedsontwikkeling Oostpunt gaan we de haalbaarheid van deze initiatieven verder onderzoeken. Wat waren de inspraakreacties? De inspraakreacties over de functie van Oostpunt waren gericht op: • Oostpunt als te reserveren gebied voor natuur. • Oostpunt als te reserveren gebied voor recreatie (park, voedselbos, podiumkunsten, buitensport, festivals, zwemgelegenheid). • Blijft het afvalpunt op Oostpunt? Wat is onze reactie op de inspraakreacties? De gemeente streeft naar een tramstalling op de Oostpunt. Of dit een openlucht- of een inpandige stalling wordt, onderzoeken we de komende twee jaar. We willen de Oostpunt groen in richten voor natuur en recreatieve doeleinden. Zeeburgereiland ontwikkelt zich namelijk van een stadsrandzone tot een volledige stadswijk. Het afvalpunt is een tijdelijke functie. Over de definitieve invulling van Oostpunt is nog geen besluit genomen.

De gemeente ziet het liefst de tramstalling op de Oostpunt opgenomen in een gebouw. Er is zicht op financiële dekking voor een tramstalling in de open lucht. Op dit moment is dit er nog niet voor een tramstalling in een gebouw. We gaan de komende tijd onderzoeken of en hoe een overdekte tramstalling financieel haalbaar is, en met welke functies de tramstalling in dat geval gecombineerd kan worden. Tot welke aanpassing van de Nota van Uitgangspunten leidt dit? De inspraakreacties hebben voor dit thema niet geleid tot wijzigingen in de Nota van Uitgangspunten. De suggesties sluiten in hoofdlijnen aan op de visie op Oostpunt zoals voorgedragen in het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland: de Oostpunt als samenhangend geheel, naast de tramstalling ruimte voor groen met plek voor ontspanning en verblijf. We nemen de inspraakreacties mee naar de planuitwerkingsfase.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

21

4.5

Ruimtelijke/technische inpassing

Het doel van PBI-fase 2 is om te komen tot een afgewogen voorkeursvariant voor de locatie van de nieuwe tramstalling. In de uitwerkingsfase is er ruimte voor verbetering van het ontwerp en passen we de tramstalling ruimtelijk en technisch zorgvuldig in. Wat waren de inspraakreacties? • Verplaatsen van de tramstalling naar Oostpunt is goede beslissing, op voorwaarde dat er een groen dak komt, er extra groen komt bij de nieuwe verbinding naar de Oostpunt vanaf de IJburglaan en er rekening gehouden wordt met het natuurlijke kader van het IJ. • Naast tramstalling graag een groen gebied voor recreatie en een vogelgebied. • Graag bomen toevoegen aan het ontwerp. • Als de tramstalling een overbouwing krijgt, dan moet deze architectonisch aansluiten op de parkfunctie. De volgende voorstellen zijn hiervoor gedaan: – Het park moet aan de oost- en zuidkant met glooiende lijnen aansluiten op het dak zodat er een aaneengesloten park ontstaat. Aan de zuidkant verbetert dit ook de verbinding van het Natuur Netwerk Nederland. – Het dak moet groen ingericht worden; gras, heesters en bomen lopen vanaf het maaiveld naadloos door naar boven. – Licht kan het gebouw binnenvallen via de gevels aan de west- en noordzijde. Om licht dieper in het gebouw binnen te laten komen kan een opening gemaakt worden in het dak om te zorgen voor lichtinval via een binnenplaats of serre.

Deze opening zou op het dak omringd kunnen worden door heesters om deze minder zichtbaar te maken vanuit het park. – Aan de west- en noordzijde is ruimte voor een verticale gevel die toegang biedt tot het gebouw voor de tramstalling en bedrijfsfuncties. Door de ontsluiting te concentreren in de ruimte tussen de A10 en de tramstalling zal de verblijfskwaliteit in de rest van het park verbeteren. – In de impressie van de tramstalling is het dak groen, wat er mooi uitziet vanuit de lucht. Maar een park ervaar je vooral vanaf de grond. Daarom moet er gekeken worden hoe het dakpark juist vanaf de grond zal worden ervaren. – De bebouwing moet aansluiten op de toonaangevende en experimentele architectuur van Steigereiland – aan de overkant van het Oer-IJ. Dit eiland is als proeftuin voor architectonische en stedenbouwkundige concepten gebruikt. De Oostpunt kan op eenzelfde manier toonaangevend zijn voor hoe utiliteitsbouw en groenvoorzieningen elkaar kunnen versterken. – Bebouwing die zowel park- als industriële functies heeft, is vrij uniek, maar er zijn wel voorbeelden waar dit goed is gecombineerd. Bijvoorbeeld Copenhill in Kopenhagen: een skibaan en park boven op een energiecentrale, ontworpen door dezelfde architect die het Sluishuis op Steigereiland heeft ontworpen.

• Is de ontsluitingsbrug voor wegverkeer tussen de IJburglaan en Oostpunt ook bedoeld als extra ontsluitingsweg voor het bedrijventerrein? • Kan de tramstalling dichter tegen de snelweg geplaatst worden, door verplaatsing van het fietspad naar de oostzijde? • Kan de tramstalling naar voren, richting de IJburglaan, verplaatst worden als een bak in de baai? Toegangswegen doorsnijden nu al het water, en zo blijft er meer ruimte over voor park en natuur op de groene Oostpunt. • Het ‘rondje Zeeburgereiland’ en de fietsverbinding naar de Oostpunt heeft grote recreatieve waarde. We zouden graag zien dat de fietsverbinding aan de westkant van de Oostpunt blijft bestaan met de komst van de tramstalling en mogelijke andere functies. De recreatieve route kan dan een prettig alternatief zijn voor de drukke verkeersroutes.

Nota van Beantwoording Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

22

Wat is onze reactie op de inspraakreacties? Vanwege de schaarse ruimte in de stad streeft de gemeente Amsterdam naar meervoudig ruimtegebruik op de Oostpunt. De Oostpunt moet een groene uitstraling krijgen, met naast de tramstalling ruimte voor natuur en recreatie. Het groen op de Oostpunt moet zoveel mogelijk samengaan met het ontwerp van de tramstallingen een integraal geheel worden. Op de Oostpunt komen geen woningen omdat het gebied buitendijks ligt. De suggesties over de inpassing, de gevels, hellingen en de relatie met bebouwing op het Steigereiland spreken tot de verbeelding. Deze nemen wij mee in de volgende fase voor de verdere uitwerking van de inpassing van de tramstalling. De ontsluitingsbrug voor wegverkeer tussen de IJburglaan en de Oostpunt is uitsluitend bedoeld voor bestemmings(weg)verkeer van en naar de tramstalling. Het is niet een extra toegang voor het bedrijventerrein aan de westzijde van de A10. Dit is bereikbaar via de Marie Baronlaan en de Bob Haarmslaan. Een tramstalling dichter bij de snelweg is niet mogelijk vanwege een ruimtereservering door het Rijk voor een mogelijke uitbreiding aan de oostkant van de A10, en vanwege de ligging van een ondergronds hoogspanningskabeltracé van TenneT. De toegangswegen naar de tramstalling worden uitgevoerd als bruggen, waardoor het water­ oppervlak op die plek behouden blijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14587659/1