CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. BEKENDMAKING - Wijzigingsbesluit PP.docx

RAAD 29 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verlenging en verkleining van de oormerking middelen in het Klimaatfonds voor een herziening van de Subsidieregeling Ruimte voor Duurzaam Initiatief Amsterdam (VN2024-002297)15.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5 alinea's met “wijzigingsbesluit”: 3 59 251 254 259

Er zijn op voorhand twee denkbare oplossingen: Zoek een notaris met een lager uurtarief, zoek een notaris die de oprichting van uw stichting voor een vast bedrag wil doen.

19

Tweede lid Omdat de middelen zijn bedoeld voor activiteiten die vooraf gaan aan de realisatiefase van de klimaatneutrale wijk is het percentage van het bedrag dat mag worden ingezet voor materiaal gemaximeerd op 20% van de begroting. Het is niet mogelijk om op grond van deze regeling subsidie aan te vragen voor investeringen in energiesystemen of energiebesparingsmaatregelen. Artikel 3.3 Subsidieplafonds en subsidietijdvakken Er bestaan binnen dit hoofdstuk van de subsidieregeling verschillende plafonds. Het in het eerste lid telkens voor tijdvakken van een jaar bepaalde plafond is uitsluitend bedoeld voor de verkenningsfase. De in het tweede lid telkens voor tijdvakken van een jaar bepaald plafond is bedoeld voor zowel de haalbaarheidsfase als de ontwerpfase. Deze knip tussen verkenning en de volgende fasen is bewust gedaan, om te kunnen sturen op het aantal buurtinitiatieven dat tot stand komt. Bij het bepalen of het plafond bereikt is gaat het om de verleende subsidiebedragen. De volgorde van behandeling van aanvragen volgt uit artikel 1.7 van de regeling. Artikel 3.4 De aanvrager Eerste lid De subsidie voor de verkenning kan door een ieder met binding met de buurt waarop de aanvraag ziet worden aangevraagd. Binding met de buurt blijkt uit de omschrijving die bij artikel 3.5, eerste lid, onder b wordt gevraagd.

Als die binding onvoldoende is kan het college op grond artikel 8, tweede lid, onder a van de ASA2023 de subsidie weigeren. Tweede lid Subsidie voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3.1, tweede lid en derde lid, kan uitsluitend worden aangevraagd door een rechtspersoon dat de samenwerkende betrokkenen in de buurt vertegenwoordigt bij de realisatie van die aardgasvrije of klimaatneutrale buurt. Onder de rechtspersonen die kunnen aanvragen vallen bijvoorbeeld de stichting, de coöperatie of de vereniging. Deze rechtspersoon dient namens de samenwerkende betrokkenen in de buurt / relevante partijen de subsidieaanvraag in. Uit de statuten van die organisatie blijkt de binding met de buurt. Dit is waarschijnlijk de rechtspersoon die, op grond van artikel 3.1, onder 1d, gedurende de verkenningsfase is opgericht of aangewezen. De gemeente gaat uit van de statuten die geregistreerd zijn bij de Kamer van Koophandel. Artikel 3.5 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Eerste lid Artikel 6, tweede lid van de ASA2013 noemt een aantal gegevens, dat bij een aanvraag ingediend moeten worden. Voor de activiteiten in dit hoofdstuk geldt een aanvullend aantal concrete documenten. Deze documenten zijn in bijna alle gevallen het eindresultaat van de voorgaande (gesubsidieerde) activiteiten.

Het zijn essentiële deelproducten in het ontwikkelen van een gedragen aardgasvrije of klimaatneutrale energievoorziening voor een buurt. Eerste lid, onderdeel a Enig inzicht in de complexiteit van de opgave (‘waar begin je aan’) is nodig om deze buurtgerichte aanpak te kunnen starten en tot een goed einde te kunnen brengen. Er wordt gevraagd naar de aanleiding voor de aanvraag en de activiteiten die al zijn uitgevoerd, in verband met deze subsidieaanvraag. Antwoord wordt gegeven op vragen als: Hoe is het initiatief ontstaan, welke contacten zijn er al en welke relevante kennis is al aanwezig? Als de aanvrager bij deze beantwoording onvoldoende blijk geeft van begrip van de complexiteit van de opgave kan het college op grond van artikel 9, tweede lid, onder f van de ASA2013 besluiten om de subsidie te weigeren. Eerste lid, onderdeel b 20

Ook wordt de aanvrager gevraagd om zijn of haar binding met de buurt waarop de aanvraag ziet duidelijk te maken. Voorbeelden van mogelijke bindingen zijn dat de aanvrager in de buurt woont of al een aantoonbaar netwerk heeft binnen de buurt. Eerste lid, onderdeel c De subsidie dekt niet álle activiteiten die nodig zijn om de verkenning uit te kunnen voeren. Het is geen volledige subsidiering. Met de vraag om een ‘eigen bijdrage’ wordt de aanvrager uitgedaagd om zelf activiteiten uit te voeren waardoor het succes vergroot kan worden. Waar ligt de kracht van de aanvrager? Voorbeelden van activiteiten: het zelf uitvoeren van een buurtonderzoek, het verkrijgen van draagvlak het actief delen en verdiepen van kennis, of de organisatie van bijeenkomsten. Een definitie van eigen bijdrage staat in de begripsomschrijvingen in het eerste hoofdstuk. Tweede lid Op grond van artikel 6, tweede lid onder a van de ASA2023 dient u een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in te dienen. Bij de totstandkoming van het ontwerp bouwt u voort op de resultaten uit de haalbaarheidsstudie. Deze resultaten maken deel uit van de subsidieaanvraag voor de ontwerpfase. Tweede lid, onderdeel a, sub i Het overzicht van de mogelijke varianten is van belang om te voorkomen dat een optie over het hoofd wordt gezien.

In de verdere uitwerking kan men op dit document terugvallen als onderbouwing van de aanpak. Tweede lid, onderdeel a, sub ii Bij uitgangspunten kan gedacht worden aan huidige warmteoplossingen, kenmerken van de gebouwde omgeving, afbakening van de buurt, bestaande afspraken tussen stakeholders zoals concessies) en bij randvoorwaarden kan gedacht worden aan: CO2 besparing, technische, organisatorische en financiële haalbaarheid, betaalbaarheid voor de eindgebruiker, planning en draagvlak. Tezamen vormt dit het afwegingskader waarop de varianten worden getoetst. Zie ook artikel 3.6, tweede lid onder h, waarin een aantal criteria wordt genoemd die terug moeten komen in het afwegingskader. Tweede lid, onderdeel b De getekende intentieovereenkomst laat zien dat er draagvlak is om door te gaan met de volgende fase en dus de haalbaarheidsstudie uit te voeren. De partijen die nodig zijn om de haalbaarheidsstudie uit te voeren zijn onder andere de vastgoedeigenaren (VvE’s, woningbouwcorporaties, beleggers), warmteleveranciers en warmteproducenten. De gevraagde intentieovereenkomst is noodzakelijk om de betrokkenheid van de noodzakelijke samenwerkingspartners te borgen. Deze partijen ondersteunen de subsidieaanvraag, bevestigen de cofinanciering en participeren in de haalbaarheidsstudie.

Tweede lid, onderdeel c Draagvlak in de buurt is noodzakelijk voor de uiteindelijke warmte oplossing. In het participatie- en communicatieplan wordt beschreven wie de doelgroep is, hoeveel mensen u wilt bereiken, hoe u deze bij het proces wilt betrekken en hoe u het draagvlak wilt aantonen. Dat kan bijvoorbeeld door het uitvoeren van buurtonderzoek, enquêtes en/of het organiseren van bijeenkomsten. De resultaten van deze draagvlakpeiling zijn nodig bij het aanvragen van subsidie voor het uitwerken van het ontwerp. Om inzicht te krijgen of er daadwerkelijke voldoende draagvlak bevat het plan een voorstel over kwantificering en wat het ambitieniveau is. Enkele voorbeelden:  Het aantal mensen uit de buurt dat actief is het initiatief betrokken is (als initiatiefnemer of ambassadeur)  Het aantal mensen dat op bijeenkomsten is gekomen en zo belangstelling heeft getoond 21

 

Het aantal gesprekken dat gevoerd is met verschillende typen huiseigenaren en hun reactie De minimale grootte van een representatieve steekproef in de buurt waaruit kan blijken dat de meerderheid positief is over het voorstel.

Tweede lid, onderdeel d en e Deze bepalingen zijn eigenlijk juridisch niet nodig, want hoofdstuk 1 en de ASA2023 zijn ook zonder deze bepaling van toepassing. Hij is toegevoegd om de lezer van de regeling te helpen herinneren aan het bestaan van deze weigeringsgronden Derde lid Op grond van artikel 6, tweede lid onder a van de ASA2013 dient u een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in te dienen. Bij de totstandkoming van het ontwerp bouwt u voort op de resultaten uit de haalbaarheidsstudie. Deze resultaten maken deel uit van de subsidieaanvraag. Derde lid, onderdeel a. Het voorstel voor een klimaatneutrale of aardgasvrije energievoorziening voor de buurt is het resultaat van de haalbaarheidsstudie. Derde lid, onderdeel b. Aantoonbaar draagvlak in de buurt is essentieel om tot een kansrijke uitwerking van het ontwerp te komen. U heeft dit tijdens de haalbaarheidsfase in beeld gebracht. Derde lid, onderdeel c De definitie van de samenwerkingsovereenkomst staat in hoofdstuk 1, artikel 1.1 ‘begripsbepalingen’. De samenwerkingsovereenkomst laat zien dat elke relevante stakeholder bereid is om vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid activiteiten te ondernemen om de voorkeursvariant in detail uit te werken. Het is een verdere formalisering van het draagvlak.

Derde lid, onderdeel d In het participatie- en communicatieplan bouwt u voort op het al verkregen draagvlak onder de eindgebruikers. In deze fase moet het commitment verder vergroot worden, bijvoorbeeld doordat de toekomstige gebruikers de intentie vastleggen dat ze de toekomstige duurzame warmte gaan afnemen. Derde lid, onderdeel e Een organisatie die de haalbaarheidsfase voor een buurtgericht energiesysteem heeft afgerond is in het bezit van waardevolle kennis en ervaring. Deze organisatie kan (en moet) andere organisaties die met een soortgelijke opgave bezig zijn helpen om de weg te vinden. Derde lid, onderdeel f Dit financieringsvoorstel maakt inzichtelijk welke kosten er in de uitwerking van het ontwerp worden verwacht en wie deze kosten zal dragen. Op grond van artikel 3.4, derde lid zal in deze fase tenminste 30% van de kosten door de organisatie zelf gedragen worden. Vierde lid Dit lid is uitsluitend van toepassing op ondernemers en vraagt aan ondernemers een ingevulde deminimisverklaring aan te leveren. Als niet voldaan kan worden aan dit vereiste moet de subsidie op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder e geweigerd worden. Artikel 3.6 Weigeringsgronden Eerste lid Het college moet een subsidieaanvraag weigeren als één van de onder dit lid genoemde gronden zich voordoet.

Het betreft hier een aanvulling op de gronden die in artikel 8, eerste lid van de ASA2023 zijn genoemd. 22

Eerste lid, onderdelen a en b Onderdelen a en b bieden een weigeringsgrond als een initiatief ruimtelijk niet juist afgebakend is. Initiatieven die niet gebouwoverstijgend zijn kunnen eventueel op grond van het tweede hoofdstuk van deze subsidieregeling aanspraak maken op subsidie. Initiatieven die niet op een specifieke buurt zijn toegespitst zijn te groot en brengen een te groot afbreukrisico met zich mee. Dit onderdeel ziet erop dat aanvragers voor subsidie voldoende binding met de buurt hebben. Als er geen binding met de buurt is, is het afbreukrisico te hoog. Eerste lid, onderdelen d en e Deze onderdelen zien erop dat partijen de voorgaande en noodzakelijke fasen niet over kunnen slaan. Geen haalbaarheidsfasesubsidie zonder uitgevoerde verkenningsfase. Zonder uitgevoerde verkenning of haalbaarheidsstudie is er geen subsidie voor het uitwerken van een ontwerp. Eerste lid, onderdeel f Deze bepaling is eigenlijk juridisch niet nodig, want de ASA2023 is ook zonder deze bepaling van toepassing. Hij is toegevoegd om de lezer van de regeling te helpen herinneren aan het bestaan van deze weigeringsgronden Tweede lid Het college kan subsidie weigeren of lager verlenen als de weigeringsgronden uit het tweede lid zich voordoen. Het betreft hier een aanvulling van de gronden die in artikel 8, tweede lid van de ASA2023 zijn genoemd.

Tweede lid, onderdeel a Met dit lid ontstaat de ruimte voor het college om een subsidieaanvraag te weigeren als ze reeds eerder subsidie heeft verleend voor het tot stand brengen van een plan voor een klimaatneutrale of aardgasvrije energievoorziening in de buurt waarop de aanvraag betrekking heeft. De weigering kan betrekking hebben op aanvragen voor subsidie voor alle in artikel 3.1 genoemde activiteiten. Deze weigeringsgrond is alleen van toepassing als in die buurt reeds subsidie verleend voor de haalbaarheidsfase of ontwerpfase. Tweede lid, onderdeel b Het is niet de bedoeling dat een aanvrager twee maal voor dezelfde activiteit subsidie aanvraagt. Het college kan deze daarom weigeren. Tweede lid, onderdeel c Dit artikel ziet er op dat één aanvrager of één initiatief niet meer dan €150.000,- subsidie kan ontvangen op basis van deze regeling. Eventuele verleende subsidies op basis van de subsidieregeling Ruimte voor Duurzaam Initiatief worden ook meegeteld bij het bepalen van de grens van €150.000. Zoals aangegeven bij de toelichting van artikel 3.4 dient de aanvrager zelf de inschatting te maken in welke fase ze de verschillende subsidiebedragen nodig zullen hebben. Tweede lid, onderdeel d De gemeente weigert subsidie te verlenen voor activiteiten die uitgevoerd worden door partijen die te hoge uurtarieven in rekening brengen.

Het is aan de aanvrager om partijen te vinden die de activiteiten het voor een passend uurtarief willen uitvoeren. Tweede lid, onderdeel e Zonder identificatie van de betrokken partijen is een voorstel kansloos. Zonder afstemming met de noodzakelijke samenwerkingspartners is een aanvraag niet kansrijk. Het vermijden van afstemming geeft bovendien vaak blijk van een onderliggend probleem met het plan. Als dat probleem niet geadresseerd wordt heeft het college op grond van deze weigeringsgrond de mogelijkheid om de subsidie te weigeren.

23

Tweede lid, onderdeel g Het volstaat niet om aan te kondigen dat de verkregen kennis op een website wordt geplaatst. De aanvrager moet de verkregen inzichten en de resultaten bruikbaar maken voor andere initiatiefnemers en hen dit ook actief aanreiken, bijvoorbeeld via bijeenkomsten of nieuwsbrieven. Dit moet in het plan tot kennisdeling uitgewerkt zijn. Tweede lid, onderdeel h, sub i De gemeente zal toetsen of de door de aanvrager gekozen variant voldoet aan de gemeentelijke uitgangspunten. Als dat in onvoldoende mate het geval is, kan de subsidieaanvraag voor het uitwerken van het ontwerp geweigerd worden. Het college kan op grond van dit artikel ook weigeren subsidie te verlenen als het te realiseren plan bij zou dragen aan de energiearmoede in de buurt. Een dergelijk voorstel wordt dan niet betaalbaar geacht en dus niet haalbaar geacht. Een plan dat teveel op gespannen voet staat met de vastgestelde transitievisie warmte kan bijvoorbeeld op grond van dit artikel geweigerd worden, omdat het niet voldoet aan het uitgangspunt toekomstbestendigheid. Tweede lid, onderdeel h, sub ii Als een deel van de genoemde stakeholders niet instemt met de gekozen variant kan dat een reden zijn tot weigering van de subsidieaanvraag. Artikel 3.7 Aanvullende verplichtingen Aanhef en onderdeel a De maximale termijn geldt voor iedere fase.

In theorie kan het hele proces richting een klimaatneutrale buurt dus zes jaar bedragen. Aanhef en onderdeel b Dit betreft de toestemmingen en vergunningen tijdens de uitvoeringsperiode van deze subsidie. Bij toestemmingen kan het bijvoorbeeld gaan om toestemming van vastgoedeigenaren voor ingrepen in de woningen of om de bewoners te kunnen benaderen. Het is nog niet nodig dat alle vergunningen die nodig zijn voor de realisatie geregeld zijn. Zie ook artikel 3.8 derde lid, onderdeel d. Aanhef en onderdeel c Een logboek is een hulpmiddel om goed bij te kunnen houden welke gebeurtenissen plaatsvinden met al dan niet relevante resultaten voor de voortgang. Het beschrijft bijvoorbeeld relevante besluiten van vergaderingen, de opkomst tijdens buurtbijeenkomsten of afspraken die tussendoor gemaakt worden. Deze informatie kan goed gebruikt worden bij de verslaglegging en de verantwoording. Aanhef en onderdeel d Daarnaast wordt verwacht dat een initiatiefnemer kennis deelt tijdens relevante bijeenkomsten. De website van het Nieuw Amsterdams Klimaat: Externe link:www.nieuwamsterdamsklimaat.nl is daartoe een goede plaats. Als een initiatief onvoldoende aandacht besteedt aan kennisdeling kan dat grond zijn om een subsidieaanvraag te weigeren. Aanhef en onderdeel e Dit is een verplichting die uitsluitend voor woningcorporaties geldt.

Het betreft een verplichting om een voldoende nauwkeurige administratie bij te houden. Waarbij de kosten voor de gesubsidieerde activiteiten goed te onderscheiden zijn van de gebruikelijke bedrijfsvoering. De reden hiervoor is dat het DAEB-vrijstellingsbesluit vereist dat er niet meer subsidie wordt gegeven dan de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het project of programma. Als de administratie niet van voldoende kwaliteit is kan het college op grond van artikel 4:47, onderdeel a, Awb de verleende subsidie lager vaststellen.

24

Aanhef en onderdeel f Deze bepaling is eigenlijk juridisch niet nodig, want de ASA2023 zijn ook zonder deze bepaling van toepassing. Hij is toegevoegd om de lezer van de regeling te helpen herinneren aan het bestaan van deze aanvullende verplichtingen. Artikel 3.8 Bij de vaststelling in te dienen gegevens De gevraagde gegevens bij de vaststelling betreffen onder andere de producten die de subsidieaanvrager als onderdeel van de subsidiabele activiteiten zal realiseren. Bij het realiseren van elk van de fasen bestaat het risico dat de aanvrager er niet in slaagt om de voor vaststelling vereiste resultaten te realiseren. In dat geval zal de aanvrager toch een verzoek tot vaststelling van subsidie in moeten dienen. Het college zal de subsidie dan op grond van artikel 4:46, tweede lid, AWB lager vast kunnen stellen. De nakoming van de verplichting, op grond van artikel 9, eerste lid, onder a van de ASA2213 om het college zo spoedig mogelijk schriftelijk te informeren over ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat de activiteit waarvoor subsidie is verleend geheel of gedeeltelijk niet zullen worden verricht of aan de subsidieverlening verbonden voorwaarden of verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen weegt daarin mee. Eerste lid De verkenning mondt uit in een voorstel voor een haalbaarheidsstudie.

Dit moet bij de vaststelling ingediend worden, ongeacht het feit of er daarna subsidie wordt aangevraagd om dit voorstel uit te kunnen voeren. Tweede lid De resultaten van de haalbaarheidsstudie moeten bij de vaststelling ingediend worden, ongeacht het feit of er daarna subsidie wordt aangevraagd voor het uitwerken van een ontwerp. Derde lid De gevraagde stukken kunnen gebruikt worden bij het indienen van een bestedingsvoorstel voor het Klimaatfonds. Derde lid, onderdeel a De vereisten voor het ontwerp staan omschreven in de toelichting op artikel 3.1 onderdeel c. Vergeet daarbij niet om de definitie van de verschillende begrippen in artikel 1.1 op te zoeken. Derde lid, onderdeel b Een bestedingsvoorstel is uitsluitend nodig als de geen sluitende financiering geregeld is. In dat geval kan een bestedingsvoorstel de basis vormen voor bijvoorbeeld een beroep op het Klimaatfonds van Amsterdam. Derde lid, onderdeel c De realisatieovereenkomsten vormen het beoogde sluitstuk van deze ontwerpfase. Er bestaat een kans dat het niet lukt om zo’n overeenkomst te sluiten. In dat geval volstaat een beschrijving van de uitgevoerde inspanningen en de overwegingen van iedere partij om wel of niet deel te nemen. De inhoud van het bijgehouden logboek kan hiervoor goed gebruikt worden.

Derde lid, onderdeel d Dit overzicht beschrijft ook in welke mate al afstemming heeft plaatsgevonden met de betreffende autoriteiten. Het is geen voorwaarde dat u de noodzakelijke toestemmingen en vergunningen al geregeld heeft. Het is zeer waarschijnlijk dat de realisatie van een alternatieve energievoorziening in een buurt een aantal vergunningaanvragen zal vereisten. Het is niet nodig om deze vergunning al aan te vragen, maar wel is vereist dat inzichtelijk is welke vergunningen er vereist zullen zijn. Het kan gaan om vergunningen voor de werkzaamheden in de openbare ruimte, maar ook het realiseren van sommige energie installaties kunnen een vergunning vereisen.

25

Derde lid, onderdeel e Denk aan verslagen van bijeenkomsten, foto’s, artikelen of presentaties. Artikel V Aanvraagformulier Aan het einde van de regeling wordt een bijlage toegevoegd die luidt:

Bijlage A Aanvraagformulier voor subsidie voor duurzame projecten en programma’s op grond van artikel 2.6, eerste lid onderdeel a van de subsidieregeling Ruimte voor duurzaam Initiatief Amsterdamse dienen de onderstaande aanvraagformulieren gebruikt te worden om de subsidie voor respectievelijk duurzame projecten of duurzame programma’s aan te vragen. Digitale versies van deze aanvraagformulieren kunnen ook gebruikt worden.

Aanvraagformulier voor projecten:

Subsidieregeling Ruimte voor Duurzaam Initiatief Amsterdam Aanvraagformulier subsidie voor duurzame projecten Versie 2.0 Gegevens van de aanvrager Naam aanvrager: Adres aanvrager: Naam contactpersoon: Telefoonnummer contactpersoon: Emailadres contactpersoon: Bankrekeningnummer: U kunt ervoor kiezen uw antwoorden op de onderstaande vragen op te nemen in een afzonderlijk document en dat mee te sturen met uw aanvraag. In dat geval hoeft u hieronder slechts te verwijzen naar de pagina of paragraaf in het document het antwoord terug te lezen is. 1 Wat is de naam van uw project (verplicht) Geef een herkenbare titel die geschikt is voor de communicatie over uw project

2 Hoeveel subsidie vraagt u aan? (verplicht, max €20.000)

26

3 Waar in Amsterdam vindt het project plaats, of, als het niet locatie gebonden is; wat is de meerwaarde voor Amsterdam (verplicht)

4 Waarom wilt u dit project opzetten? (max. 5 zinnen) (verplicht) graag zo concreet mogelijk beantwoorden, wat is de aanleiding/ voorgeschiedenis, het belang en/of de kans die u wilt grijpen

5 Waarom bent ú de aanvrager? Beschrijf uw betrokkenheid bij dit project en welke relevante capaciteiten/ervaring u in huis heeft. (verplicht) Let op, wanneer uw belang commercieel is, komt u niet voor subsidie in aanmerking.

6 Aan welke duurzaamheidsdoelstelling draagt uw project bij en wat draagt het bij? De duurzaamheidsdoelstellingen zijn: Realiseren duurzame energie, Energiebesparing, Aardgasvrije stad, Klimaatadaptatie, Circulaire economie en Duurzame mobiliteit.

7 Welke andere partijen leveren een bijdrage aan het project en wat is hun bijdrage? Vermeld de activiteiten van andere partijen in de begroting en de planning.

8 Heeft u toestemmingen van derden nodig voor de totstandkoming van uw project? Zo ja welke en waarom? Denk aan samenwerkingspartners, ketenpartners, de eigenaar of beheerder van een stuk grond, een gebouw, of leveranciers, samenwerkingspartners of gebruikers. Voeg een bewijs van de toestemming als bijlage bij de subsidie aanvraag. U kunt denken aan een ondertekende schriftelijke verklaring , een gesigneerd gespreksverslag of ander overtuigend bewijs van instemming van essentiële partijen waaruit hun betrokkenheid of goedkeuring blijkt. 27

9 Amsterdam wil een thuis zijn waar mensen tot bloei komen binnen de grenzen van de planeet. Dit is uitgewerkt in de ‘stadsdonut voor Amsterdam’. Geef aan hoe uw duurzame programma aansluit bij de stadsdonut en dus bijdraagt aan het welzijn van (groepen) Amsterdammers. (verplicht) Op welke wijze draagt uw initiatief bij aan de onderstaande aspecten uit de Stadsdonut: Gezond zijn

Handelingsvaardig zijn Verbonden zijn Zelfstandig zijn

Voorbeelden van uitwerking

(Hoe) draagt uw duurzame project of programma hieraan bij?

Beschikbaarheid van gezond voedsel, beweging, fatsoenlijke woonruimte, toegang tot groene ruimte in de buurt. Beschikken over scholing, voldoende inkomen en werk Meedoen, thuis voelen in de buurt, toegang kunnen hebben tot de digitale wereld. Het vergroten van keuzemogelijkheden.

10 Met wie van de gemeente of het Stadsdeel heeft u al contact gehad en wat is het resultaat van dit contact? Denk bijvoorbeeld aan de afdeling vergunningen, een beleidsafdelingen of- medewerker, gebiedsmakelaar, duurzaamheidscoordinator etc.

11 Wat is uw eigen bijdrage? (verplicht) Een eigen bijdrage moet noodzakelijk zijn voor het behalen van het resultaat. Het is een voorwaarde om voor subsidie in aanmerking te komen. Denk aan eigen uren, ruimte, geld, of een bijdrage in natura. Vermeld de eigen bijdrage ook in de begroting en de planning. a. Welke niet gesubsidieerde activiteiten zult u uitvoeren? geef aan of het gaat om eigen uren, het beschikbaar stellen van ruimte, geld of een bijdrage in natura

b. Geef kort aan waarom deze eigen bijdrage noodzakelijk is voor het project. 28

12 Welke van de onderstaande activiteiten komen terug in de voorbereiding van uw project, wat zijn de daarbij behorende onderzoeksvragen? (verplicht) De subsidie is bedoeld voor de voorbereiding van een complex duurzaam project. Het project moet zich richten op tenminste twee van de volgende activiteiten. Welke van de volgende activiteiten wilt u met de subsidie uitvoeren? a. Organisatorische haalbaarheid, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij?

b. Juridische haalbaarheid, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij?

c. Financiële haalbaarheid, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij?

d. Technische haalbaarheid, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij?

e. Realiseren draagvlak voor uitvoering, hoe, met wie, waarom en hoe groot?

13 Hoe gaat u de verkregen kennis delen? (verplicht) Maak een plan voor het delen voor het delen van de ervaringen , inzichten en opgedane kennis. Een creatief plan, een fotopresentatie of een filmpje behoren ook tot de mogelijkheden. Verplicht onderdeel is de totstandkoming van een artikel dat op de website van de gemeente Amsterdam gepubliceerd kan worden. Vermeld deze activiteiten ook in de begroting en de planning.

14 Planning (verplicht) Geef een planning van de activiteiten binnen project. Dit moet overzichtelijk zijn, bij voorkeur in fasen, met een duidelijke start en einddatum. Ook de activiteiten van derden moeten hierin terugkomen

29

15 Begroting (verplicht) vul de formats hieronder in, aanvullingen mogen in een aparte bijlage

a. Geef, per activiteit, aan welke kosten u gaat maken. Zet de activiteiten onder elkaar. Geef aan wie de uitvoerder is van de activiteit, het aantal uren en het uurtarief van de uitvoerder. De vrijwillige bijdrage moet met een (uur)tarief van €o in de tabel worden opgenomen. Let op! Het uurtarief mag niet hoger zijn dan €125, de materiaal kosten mogen maximaal 20% van het aangevraagde bedrag zijn, kantoorartikelen en kosten voor huisvesting kunnen niet worden vergoed. Activiteiten

Uitvoerder

Hier kunt u de bovengenoemde

Indien u een of meer

haalbaarheids-onderzoeken invullen

offertes kunt hier het

(organisatorisch, financieel, juridisch,

bedrag worden ingevuld.

financieel en draagvlak)

De offerte moet als bijlage worden toegevoegd

Notariële kosten indien van toepassing

Kennisdelen Projectgebonden materiaal max 20 % van het aangevraagde bedrag

Overige kosten schrijf op wat dit voor kosten zijn

30

Aantal uren

Totale kosten

Aangevraagd Subsidiebedrag

Totaal

b. Geef in onderstaande tabel aan hoe u uw project wilt gaan financieren. Schrijf op welke bedragen al zeker zijn. Ook welke bedragen nog niet gedekt zijn, geef in dit geval aan wat u hiervoor nog moet doen. (verplicht) Dekkingsbron (deze subsidie, andere subsidies, de eigen bijdrage, cofinanciering, etc) Deze subsidie Eigen bijdrage (totaal) uren/geld Andere financieringsbronnen

Dit geld is er al

Dit geld hebben we nog nodig

Totaal 16 Zijn er belemmeringen of risico's die het succes van dit subsidietraject in de weg kunnen staan? Zo ja, welke en hoe gaat u hiermee om?

17 Heeft u vergunningen nodig? Zo ja, welke? Het kan gaan 0m vergunningen in de voorbereidende fase, maar ook voor de fase die volgt om het project te realiseren. U kunt ook beschrijven welke stappen u al heeft gezet om meer te weten over de mogelijkheden of de noodzaak van een vergunning.

18 Wat is het vervolg op dit subsidietraject, welke acties wilt u dan uitvoeren en met wie? (verplicht) zijn er bijvoorbeeld nog middelen, partijen etc. nodig voor de uiteindelijke realisatie

31

Aanvraagformulier voor programma’s:

Subsidieregeling Ruimte voor Duurzaam Initiatief Amsterdam Aanvraagformulier subsidie voor duurzame programma’s Versie 2.0 Gegevens van de aanvrager Naam aanvrager: Adres aanvrager: Naam contactpersoon: Telefoonnummer contactpersoon: Emailadres contactpersoon: Bankrekeningnummer: U kunt ervoor kiezen uw antwoorden op de onderstaande vragen op te nemen in een afzonderlijk document en dat mee te sturen met uw aanvraag. In dat geval hoeft u hieronder slechts te verwijzen naar de pagina of paragraaf in het document het antwoord terug te lezen is. 1 Wat is de naam van uw duurzame programma (verplicht): Geef een herkenbare titel die geschikt is voor de communicatie over uw project 2 Hoeveel subsidie vraagt u aan? (verplicht)(max € 70.000) 3 Waar in Amsterdam vindt het duurzame programma plaats, of, als het niet locatie gebonden is, wat is de meerwaarde voor Amsterdam (verplicht)

4 Waarom wilt u dit duurzame programma opzetten? (Verplicht en maximaal in 5 zinnen) graag zo concreet mogelijk beantwoorden, wat is de aanleiding/ voorgeschiedenis, het belang en/of de kans die u wilt grijpen

32

5 Waarom bent ú de aanvrager? Beschrijf uw betrokkenheid tot dit programma en welke relevante capaciteiten /ervaring u in huis heeft. (Verplicht) Let op, wanneer uw belang overwegend commercieel is, komt u niet voor subsidie in aanmerking.

6 Aan welke duurzaamheidsdoelstelling(en) draagt uw duurzame programma bij en wat?

(Verplicht)

Vul tenminste één van de onderstaande in.

a. Realiseren duurzame energie, wat gaat uw duurzame programma daaraan bijdragen?

b. Energiebesparing, wat gaat uw duurzame programma daaraan bijdragen?

c. Aardgasvrije stad, wat gaat uw duurzame programma daaraan bijdragen?

d. Klimaatadaptatie, wat gaat uw duurzame programma daaraan bijdragen?

e. Circulaire economie, wat gaat uw duurzame programma daaraan bijdragen?

f. Duurzame mobiliteit, wat gaat uw duurzame programma daaraan bijdragen?

7 Wat is de doelgroep van uw duurzame programma, hoe denkt u die te bereiken en wie denk u te bereiken? (verplicht)

Gebruik een inschatting om de onderstaande tabel in te vullen. Bereik Aantal Amsterdammers doelgroep Ten tijde van deze aanvraag Na afloop van het project 33

Aantal organisaties/bedrijven

8 Welke andere organisaties en partijen spelen een rol bij het opzetten en uitvoeren van dit duurzame programma en wat is hun bijdrage? Noem de organisaties en hun bijdrage.

9 Heeft u toestemming van derden nodig voor de totstandkoming van uw duurzame programma? Zo, ja noem ze (Verplicht) Denk aan samenwerkingspartners, ketenpartners, de eigenaar of beheerder van een stuk grond, een gebouw, leveranciers of gebruikers. Als u toestemming van derden nodig heeft voeg dan een bewijs van toestemming als bijlage bij uw aanvraag. U kunt denken aan een ondertekende schriftelijke verklaring, een gesigneerd gespreksverslag of een ander bewijs van instemming waaruit hun betrokkenheid of goedkeuring blijkt.

10 Amsterdam wil een thuis zijn waar mensen tot bloei komen binnen de grenzen van de planeet. Dit is uitgewerkt in de ‘stadsdonut voor Amsterdam’. Geef aan hoe uw duurzame programma aansluit bij de stadsdonut en dus bijdraagt aan het welzijn van (groepen) Amsterdammers. (verplicht) Op welke wijze draagt uw initiatief bij aan de onderstaande aspecten uit de Stadsdonut: Gezond zijn

Handelingsvaardig zijn

Voorbeelden van uitwerking

Beschikbaarheid van gezond voedsel, beweging, fatsoenlijke woonruimte, toegang tot groene ruimte in de buurt. Beschikken over scholing, voldoende inkomen en werk 34

(Hoe) draagt uw duurzame project of programma hieraan bij?

Verbonden zijn Zelfstandig zijn

Meedoen, thuis voelen in de buurt, toegang kunnen hebben tot de digitale wereld. Het vergroten van keuzemogelijkheden.

11 Met wie van de Gemeente of het Stadsdeel heeft u al contact gehad en wat is het resultaat, of wat zijn de resultaten hiervan? Denk bijvoorbeeld aan de afdeling vergunningen, beleidsafdelingen, gebiedsmakelaar, duurzaamheidscoordinator etc.

12 Wat is uw eigen bijdrage in het programma? (verplicht) Een eigen bijdrage moet noodzakelijk zijn voor het behalen van het resultaat. Het is een voorwaarde om voor subsidie in aanmerking te komen. Vermeld de eigen bijdrage ook in de begroting en de planning. a. Welke niet-gesubsidieerde activiteiten zult u uitvoeren? geef aan of het gaat om eigen uren, het beschikbaar stellen van ruimte, geld of een bijdrage in natura.

b. Geef kort aan waarom deze eigen bijdrage noodzakelijk is voor het programma.

13 Welke van de onderstaande activiteiten komen terug in de deelprojecten van uw duurzame programma. Wat zijn de daarbij behorende onderzoeksvragen? (verplicht) De subsidie is bedoeld voor de voorbereiding en het opzetten van een duurzaam programma met meerdere deelprojecten. Deze deelprojecten moeten zich richten zich op twee of meer van de volgende activiteiten: a. Onderzoek organisatorische haalbaarheid b. Onderzoek juridische haalbaarheid c. Onderzoek financiële haalbaarheid d. Onderzoek technische haalbaarheid e. Realiseren draagvlak voor uitvoering Naam deelproject 1 : a. Organisatorische haalbaarheid j/n, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij? b. Juridische haalbaarheid j/n, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij? c.

Financiële haalbaarheid j/n wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij?

35

d. Technische haalbaarheid j/n wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij? e. Realiseren draagvlak voor uitvoering j/n hoe en met wie en waarom?

Naam deelproject 2 a. Organisatorische haalbaarheid j/n, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij? b. Juridische haalbaarheid j/n, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij? c.

Financiële haalbaarheid j/n wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij?

d. Technische haalbaarheid j/n wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij? e. Realiseren draagvlak voor uitvoering j/n hoe en met wie en waarom?

Deelproject 3 a. Organisatorische haalbaarheid j/n, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij? b. Juridische haalbaarheid j/n, wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij? c.

Financiële haalbaarheid j/n wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij?

d. Technische haalbaarheid j/n wat is uw belangrijkste onderzoeksvraag hierbij? e. Realiseren draagvlak voor uitvoering j/n hoe en met wie en waarom?

14 Is er aanvullend op de bij punt 13 genoemde deelprojecten nog een deelproject dat zich niet richt op een specifieke onderzoeksvraag, maar wel nodig is voor het programma? Zo ja, wat is de titel, het belang en het beoogde resultaat:

36

15 Hoe gaat u de verkregen kennis delen? (verplicht) Maak een plan voor het delen van ervaringen, inzichten en opgedane kennis. Een creatief plan, een fotopresentatie of een filmpje behoren ook tot de mogelijkheden. Verplicht onderdeel is de totstandkoming van een artikel dat op de website van de gemeente gepubliceerd kan worden. Vermeld deze activiteiten in de planning en in de begroting. Let op: de ureninzet voor het delen van kennis komt niet in aanmerking voor subsidie

16 Wat is de planning van de activiteiten van deelprojecten en van het gehele programma? (Verplicht) Zorgt dat dit overzichtelijk is, bij voorkeur in fasen, met een duidelijke start en einddatum. Ook de activiteiten van derden moeten hierin terugkomen.

17 Hoe ziet de begroting van het programma eruit? Vul de tabellen hieronder in. Aanvullingen mogen in een aparte bijlage. Geef, per deelproject, aan welke kosten u gaat maken. Zet per deelproject de activiteiten (en mogelijk andere kosten) onder elkaar. Geef aan wie de uitvoerder is van de activiteit, het aantal uren en het uurtarief van de uitvoerder. De vrijwillige bijdrage moet met een (uur)tarief van 0 euro in de tabel worden opgenomen. Let op! Het uurtarief mag niet hoger zijn dan euro 125; de kosten materiaal mogen maximaal 20 % van het aangevraagde bedrag zijn; kantoorartikelen en kosten voor huisvesting kunnen niet vergoed worden. Deelproject 1, naam deelproject 1: Activiteit Uitvoerder/kosten

37

Aantal uren

Totale kosten

Aangevraagd Subsidiebedrag

Totaal Deelproject 2, naam deelproject 2: Activiteit

Uitvoerder/kosten

Aantal uren

Totale kosten

Aangevraagd subsidiebedrag

Aantal uren

Totale kosten

Aangevraagd subsidiebedrag

Aantal uren

Totale kosten

Aangevraagd subsidiebedrag

Totaal

Deelproject 3, naam deelproject 3: Activiteit

Uitvoerder/kosten

Totaal Deelproject 4, naam deelproject 4: Activiteit

Uitvoerder/kosten

Totaal

Geef in de onderstaande tabel een overzicht van de kosten van het gehele programma Totaal overzicht Programma, programmanaam: Naam programma Kosten Deelproject 1 38

Aangevraagd bedrag

Uit ander budget

Deelproject 2 Deelproject 3 Deelproject 4 Deelproject 5 Programmakosten

max 15 % van de totale kosten van de deelprojecten

Kennis delen

Totaal

Geef in onderstaande tabel aan hoe u uw project wilt gaan financieren. Geef welke bedragen al zeker zijn. Ook welke bedragen nog niet gedekt zijn, geef in dit geval aan wat u hiervoor nog moet doen. Dekkingsbron

Dit geld is er al

Dit geld hebben we nog nodig

Dit moeten we nog doen om het te krijgen

Deze subsidie Eigen bijdrage (totaal) uren/geld Andere financieringsbronnen Totaal

18 Welke belemmeringen of risico’s kunnen die het succes in de weg staan en hoe gaat u hiermee om? (Verplicht) Omschrijf de eventuele belemmeringen of risico’s en hoe ermee om gaat

19 Heeft u vergunningen nodig? Zo ja welke? Het gaat om vergunningen in de voorbereidende fase en in de fase die volgt om het project te realiseren. U kunt ook beschrijven welke stappen u al heeft gezet om meer te weten over de mogelijkheden of de noodzaak van een vergunning

20 Wat is het vervolg op dit subsidietraject, welke acties wilt u dan uitvoeren en met wie? (zijn er middelen, partijen, etc. nodig voor de uiteindelijke realisatie?)

39

Artikel VI Bekendmaking Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Artikel VII Citeertitel Deze besluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit herziening Ruimte voor Duurzaam Initiatief Amsterdam projecten en programma’s 2024. Aldus vastgesteld in de vergadering van 2 april 2024.

De burgemeester Femke Halsema

De gemeentesecretaris Peter Teesink

Toelichting Algemeen deel Dit Wijzigingsbesluit herziening Ruimte voor Duurzaam Initiatief Amsterdam project en programma’s 2024 wijzigt de Subsidieregeling Ruimte voor duurzaam initiatief Amsterdam. Na drie jaar waren er een aantal ontwikkeling die herziening gewenst maakten: 1. er moesten nieuwe plafonds met nieuwe looptijden ingericht worden; 2. de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 had de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 vervangen; 3. Ervaringen met de bestaande regeling gaf aanleiding tot aanscherping. Daarom worden met dit wijzigingsbesluit de volgende wijzigingen gemaakt: a. Meer ruimte voor projecten en programma’s die de circulaire economie stimuleren en projecten en programma's die ook bijdragen aan het sociale fundament; b. Verlenging van de beschikbaarheid van subsidie voor projecten en programma tot en met 31 december 2026; c. Een jaarlijks subsidieplafond voor de jaren 2024, 2025 en 2026 voor projecten op €250.000,- en programma’s op €450.000; d. Aanpassing van de gehele regeling aan de ASA2023. e. Verbetering van de leesbaarheid van de gehele regeling. Artikelsgewijze toelichting Artikel I Verwerking ASA2023 De wijzigingen in de onderdelen van dit artikel zijn er op gericht om de subsidieregeling Ruimte voor duurzaam initiatief Amsterdam aan te doen sluiten bij de hernieuwde Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023.

Het betreft de toevoeging van een aantal artikelen die nodig zijn om de verschillende tussen de ASA2013 en de ASA2023 op te vangen. Het betreft ook veel wijzigingen van artikelnummers en verwijzingen. Artikel II Herzieningswijzigingen

40

De wijzigingen in de onderdelen van dit artikel zijn er op gericht om de subsidieregeling Ruimte voor duurzaam initiatief Amsterdam te herzien. De wijzigingen vergroten de leesbaarheid. Ze zorgen ook voor de vernieuwing van de subsidieplafonds voor de subsidie voor projecten en programma’s (in hoofdstuk 2). Ze verbetering van de ruimte om circulaire projecten en programma’s te stimuleren, zolang deze bijdragen aan het versterken van het sociale fundament. Artikel III Algemene toelichting Dit artikel wijzigt de algemene toelichting bij de subsidieregeling, zodat deze de wijzigingen uit artikelen I en II reflecteert. Artikel IV Artikelsgewijze toelichting Dit artikel wijzigt de artikelsgewijze toelichting bij de subsidieregeling, zodat deze de wijzigingen uit artikelen I en II reflecteren. Artikel V Bijlage A Met de wijzigingen uit artikel I en II wordt met betrekking tot de subsidies voor projecten en programma’s een andere aanvraagsystematiek geïntroduceerd. Daarbij wordt minder geleund op stukken, maar wordt de aanvrager gevraagd om een uitgebreid aanvraagformulier goed in te vullen. Op deze manier kan gerichter informatie gevraagd worden en dat het makkelijker wordt om de subsidie aan te vragen en om de aanvragen te beoordelen. De aanvraagformulieren worden aan de regeling toegevoegd in bijlage A.

De directeur Subsidies, Inkoop Juridisch bureau sociaal (SIS) is op grond van het Algemeen Mandaatbesluit Amsterdam bevoegd om deze bijlage te wijzigen. Het betreft: het mandaat dat het college van burgemeester en wethouders, in artikel 3, eerste lid, aanhef van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam, verleend aan de gemeentesecretaris voor bevoegdheden opgenomen in bijlage 1 tot en met 4 van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam; het ondermandaat dat de gemeentesecretaris, op grond van artikel 4, eerste lid van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam in bijlage 2, hoofdstuk 5 aanhef en paragraaf 7, onderdeel 8 van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam, verleend aan de stedelijk directeur cluster sociaal tot het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie als bedoeld in de artikelen 5 en 14 van de Algemene subsidieverordening Amsterdam en in vergelijkbare bepalingen in overige regelingen; het ondermandaat dat de stedelijke directeur cluster sociaal, op grond van artikel 5, tweede lid van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam in bijlage 4, hoofdstuk 5, aanhef en onderdeel 7 Algemeen mandaatbesluit Amsterdam, verleend aan de directeur Subsidies, Inkoop en Juridisch Bureau Sociaal tot het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie als bedoeld in de artikelen 5 en 14 van de Algemene subsidieverordening Amsterdam en in

vergelijkbare bepalingen in overige regelingen. Artikel VI en VII Het betreft hier respectievelijk de inwerkingstredingbepaling en de citeertitel van het wijzigingsbesluit.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14174687/1