CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1 Nota van beantwoording - zienswijze_WEB-DT.pdf

RAAD 14 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Horecabeleid 2025 (VN2025-005784)27.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2 alinea's met “luchtkwaliteit”: 374 375

Veiliger, groener, meer beschut, geluid blijft beter hangen en het voorkomt uitwaaieren dus vermindering van overlast.“ “Terrasverwarming zo min mogelijk (liever niet) toestaan en dan enkel indien de ondernemer kan aantonen dat de energie klimaatneutraal wordt verkregen of dat bijvoorbeeld zonwering is voorzien van zonnepanelen Het verzoek is per direct te koersen op de klimaatdoelen van de stad.” “Kan er een basis worden opgenomen waarin mogelijk wordt terrasverwarming te verbieden (zie Frankrijk). Directe doelen: energiebesparing en menselijke maat in toerisme/ bewoners. Dienende hogere doel: klimaat en geven van periodes van relatieve rust doordat cafébezoekers eerder naar binnen gaan.” Antwoord In overleg met de G4, VNG en het Ministerie van Economische Zaken is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om terrasverwarming te verbieden. Er is geen landelijke wet- en regelgeving die algehele afschaffing van terrasverwarming mogelijk maakt. In het terrassenbeleid wordt het gebruik van terraswarming wel verder beperkt door alleen gevelverwarming toe te staan. Losstaande elementen en elementen in parasols zijn dus niet toegestaan. Voor de toegestane terrasverwarming wordt het gebruik van de ‘best beschikbare techniek’, gestimuleerd, zijnde een duurzame, energiezuinige en doelmatige variant. De gemeente zal ondernemers hierover informeren.

In samenwerking met KHN-Amsterdam wordt verkent hoe een stappenplan ‘duur­ zaam terras’ eruit ziet, waarbij ook het gebruik terrasverwarming kritisch wordt beschouwd. Aanpassing Geen inhoudelijke aanpassing, toelichting in het beleidskader op de juridische beperkingen voor een algeheel verbod op terrasverwarming. Ingediend door 0017, 0026 t/m 0029, 0035, 0037, 0040, 0053, 0056, 0058, 0060, 0061, 0064 t/m 0067, 0073, 0076, 0080, 0092, 0114 t/m, 0116, 0122, 0125, 0129 t/m 0134, 0136, 0138, 0139, 0133, 0166, 0184, 0187, 0189, 0190, 0207, 0225, 0241, 0247, 0249, 0260, 0264, 0268, 0270, 0272, 0275, 0280, 0293, 0296, 0316, 0318, 0321, 0326, 0329, 0331, 0345, 0351, 0353, 0359, 0366, 0375,

gemeente Amsterdam

43

0379, 0388, 0389, 0393, 0394, 0402, 0404, 0407, 0422, 0424, 0432, 0440, 0441, 0442, 0451, 0454, 0458, 0464, 0473, 0475, 0486, 0487, 0491, 0496, 0498, 0501

7.8

Roken op terrassen

Roken op terrassen is tijdens de inspraakbijeenkomsten in 2022 en in de zienswijzen veelvuldig aan de orde gebracht. In het conceptbeleidskader zijn beperkingen opgenomen voor wat betreft het roken op terrassen, vanwege het zoveel mogelijk willen voorkomen van de impact van roken op de fysieke leefomgeving. Bij gesplitste terrassen of terrassen met een terrasdeel aan de over­kant van de weg, mag alleen dáár gerookt worden, en niet meer op het terrasdeel direct aan de gevel. Uit de zienswijzen en de inspraakavonden komt naar voren dat belanghebbenden wel begrip hebben voor het willen beperken van de overlast die wordt ervaren door het roken (zowel sigaretten, cannabis als waterpijp). Echter, de voorgestelde werkwijze wordt als niet con­troleer­baar en werkbaar gezien door belanghebbenden. Als oplossingen noemt men een algeheel rook­verbod op terrassen (en incalculeren dat bezoekers dan staand náást het terras gaan roken), of ondernemers stimuleren zelf deels rookvrij te werken. “Het voorstel is nu al te ingewikkeld en een recept voor teleurstelling. Afschaffing is een optie, met de uitzondering dat er een plek zou mogelijk gemaakt moet worden buiten aan het terras waar maximaal 5 mensen mogen roken. Doe je dat niet, dan zullen de buren maar ook de horeca geschaad worden.

Overlast voor deuren e.d.” “Het voorliggende concept is bijna een pleidooi voor gesplitste terrassen: aan de gevel niet roken, aan de ‘overkant’ wel roken. Een krankzinnige oplossing.” “Roken: er wordt erg veel last ondervonden door bewoners van rokende gasten op terrassen. In ons geval komt de rook de kinderkamers in via de voorgevel wat erg ongezond is. Om de overlast voor bewoners te beperken en om gezondheidsaanslag te voorkomen zou roken op terrassen simpel moeten worden verboden.” “Roken ontmoedigen is een uitdaging waar je als lokale overheid, maar ook ondernemers, weinig invloed op hebt. Er zijn meer rokers dan ooit en wij kunnen dat met lokale regels niet tegen houden. Roken in de buitenlucht is immers overal nog toegestaan. Wij zien niets liever dan dat we ons publiek binnen houden. Help ons dan om het op de meest verantwoorde manier te faciliteren en dat is vaak direct aan onze gevel, waar we toezicht hebben en mensen kunnen aanspreken en ze doorgaans ook rustiger zijn als ze op het terras kunnen verblijven om te roken. Op sommige plekken, met grote groepen rokers, zijn daarvoor maatwerk oplossingen nodig.” Antwoord Het college is er van doordrongen dat roken negatieve impact heeft op de gezondheid en de leefomgeving van Amsterdammers en Weespers. Tevens volgt uit de Tabakswet dat roken op een terras niet mag leiden tot rookoverlast binnen in de horecazaak.

Tegelijkertijd is met het verbod op rookruimten in de horeca (2020) een situatie ontstaan waarbij steeds meer horecabezoekers het terras gebruiken om te roken. Een totaal rookverbod in de openbare ruimte is juridisch niet mogelijk, ook niet voor waterpijp (shisha) roken. Het college acht dit ook niet wenselijk. Veel horecaexploitanten kiezen er reeds voor om roken op hun terras deel of helemaal niet toe te staan. Indien het roken buiten leidt tot overlast ’s nachts buiten bij clubs of cafés kunnen in het veiligheidsplan van het horecabedrijf maatregelen worden opgenomen.

44

Nota van beantwoording

Aanpassing De alinea over roken op gesplitste terrassen is verwijderd. Ingediend door: 0027, 0028, 0052, 0056, 0058, 0060, 0061, 0064 t/m 0067, 0076, 0092, 0125, 0136, 0166, 0177, 0199, 0268, 0271, 0292, 0293, 0320, 0331, 0337, 0375, 0402, 0408, 0411, 0424, 0442, 0451, 0464, 0496

gemeente Amsterdam

45

8. Uitvoering beleid 8.1 Consequenties ondernemers Insprekers vragen zich af of bestemmingsplannen, eerder vastgesteld beleid en eerdere afspraken met de gemeente vervallen met het nieuwe horecabeleid. Enerzijds maken onder­ nemers zich zorgen over de continuïteit van hun bedrijf. Zij vragen zich af of bestaande horeca op dezelfde manier kan blijven exploiteren en of dit op termijn wellicht gaat veranderen, bijvoor­ beeld bij verkoop van een zaak. Daarnaast roept ook het transitieproces vragen en onzekerheid op en zijn ondernemers bang dat er extra kosten verbonden zullen zijn aan het aanvragen van nieuwe vergunningen. In het algemeen vinden zij dat het uitgangspunt moet zijn dat bestaande horeca in dezelfde omvang en met dezelfde eigenschappen (zoals bijvoorbeeld openingstijden), op de huidige locaties kan worden behouden. Specifiek wordt er ingegaan op een in het verleden tot stand gekomen bonus-malusregeling uit het Convenant Uitvoering pilot Gastvrij en Veilig Rembrandtplein. Diverse ondernemers zouden hier graag gebruik van blijven maken vragen zich af wat er in de toekomst van deze regeling overblijft. Ook heeft de gemeente ingestemd met het beeldkwaliteitsplan, waarvan ondernemers de uitgangspunten willen voortzetten. Verder wordt volgens hen in het nieuwe beleidskader onvoldoende rekening gehouden met gedane investeringen.

Horecaondernemers zijn bijvoorbeeld in het verleden gestimuleerd om zich in De Pijp te vestigen om het centrum­ gebied te ontlasten. Hierbij is vertrouwen opgewekt voor ondernemers in dit specifieke gebied en zij vragen zich af hoe hier in het nieuwe beleidskader rekening mee wordt gehouden. Bewoners uit voor­namelijk Weesp en Oost(poort) zien op hun beurt graag dat eerder opgestelde beleidsnota’s/ terrassenplannen worden behouden. Dit beleid is in samenspraak met bewoners en ondernemers tot stand gekomen, daarom hopen insprekers dat hier rekening mee wordt gehouden. “Ik verzoek u vriendelijk om alle punten uit de beleidsregel horecaontwikkeling uit 2019 als uitgangspunt voor de horeca ambitie te nemen. Hierover bestaat breed gedragen overeenstemming tussen burgers en horeca in Weesp.” “Volgens het nieuwe beleid zullen ‘Terrassenplannen blijven bestaan’. Dit moet in duidelijkere taal in het beleid terecht komen, want ‘terrasplannen blijven’ kan veel ter interpretatie overlaten.” “Cliënt wenst de vergunde en feitelijke exploitatie te kunnen voortzetten (inclusief een eventueel beroep op het overgangsrecht). Waarbij in de toekomst ook een wijziging van het concept of verkoop aan de orde zouden kunnen zijn. Cliënt verzoekt u om het Stedelijk beleidskader zo vast te stellen dat dit mogelijk is.” “Volledig onduidelijk is wat het specifieke overgangsrecht zou kunnen inhouden.

Hierover dient naar de mening van cliënt vooraf meer duidelijkheid te komen. Er dient ook rekening te worden gehouden met het feit dat een horecaondernemers in de toekomst de kans moeten krijgen om een horecabedrijf te kunnen verkopen. In de horecabranche komt het vaak voor dat verkoop van de horecazaak op termijn als pensioenvoorziening dient. Dus zelfs als een horecaondernemer op basis van overgangsrecht de kans krijgt om bijvoorbeeld nog vijf jaar te kunnen exploiteren, wordt er grote schade geleden omdat het horecabedrijf niet meer verkocht kan worden.”

46

Nota van beantwoording

Antwoord Uitgangspunt is dat ondernemers die nu hun bedrijf voeren in overeenstemming met het bestem­ mingsplan, de daarin toegestane activiteiten kunnen blijven uitvoeren. Bij de gebiedsgewijze omzetting van bestemmingsplannen naar het Omgevingsplan tussen 2025 en 2032 wordt gekeken welke zwaartecategorie passend is bij wat er nu ruimtelijk is toegestaan. Terrassenplannen blijven bestaan. Openingstijden kunnen wel wijzigen. Als dit aan de orde is, geldt er een overgangstermijn van twee jaar na vaststelling van het Omgevingsplan. Het gaat met name om de categorie restaurants, bistro’s en fastfoodhoreca. Specifieke regelingen rondom openingstijden, zoals de bonusregeling voor het Rembrandtplein, komt te vervallen. Daarvoor in de plaats kunnen ondernemers een (maatwerk)ontheffing openingstijden aanvragen. Aanpassing In het beleid is duidelijker beschreven wat er en wanneer voor wie gaat veranderen. Ingediend door 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0376, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484, 0257, 0496, 0437

8.2 Toetsingskader vergunningen onduidelijk Uit zienswijzen van zowel inwoners als ondernemers komt naar voren dat het toetsingskader voor de exploitatievergunning en de omgevingsplanvergunning niet (geheel) duidelijk is. Er worden vragen gesteld als: waar wordt naar gekeken, hoe wordt dit beoordeeld en wat zijn precies de kosten? Insprekers vragen zich af wat in de toekomst precies de voorwaarden zijn voor het verkrijgen van een exploitatievergunning en willen de dat de belangen van om­ wonenden worden meegenomen bij het toekennen van vergunningen. Tevens uiten insprekers uiten kritiek op de (huidige) gang van zaken bij vergunningverlening. Bewoners zijn van mening dat een aantal bestaande vergunningen moeten worden ingetrokken of niet verlengd moeten worden. De indruk bestaat: eens een vergunning, altijd een vergunning. Insprekers zien graag dat in de beleidsregels wordt opgenomen dat een vergunning niet zomaar doorloopt/wordt verlengd om een leefbaar woonklimaat te garanderen. Ook bij overname van een horecaonderneming zou een vergunning opnieuw aangevraagd moeten worden, gezien een nieuwe ondernemer zich dan wel aan de nieuwe regelgeving rondom gebiedsbepalingen en zwaartecategorieën moet houden. Ondernemers pleiten vooral voor het voortzetten van hun vergunningen.

Zij hebben er geen vertrouwen in dat medewerkers die hun situatie niet kennen altijd hetzelfde zullen oordelen. “Het is een goed uitgangspunt dat de exploitatievergunning pand- en persoons-/bedrijfs­ gebonden is. De exploitatievergunning heeft een looptijd van drie jaar. Na die tijd moet de vergunning worden vernieuwd waarbij de situatie opnieuw wordt getoetst. Dat is een goed uitgangspunt. Maar niet duidelijk is wat het toetsingskader hierbij is en hoe de belangen van omwonenden meewegen.”

gemeente Amsterdam

47

“Daarnaast wordt in het Concept Stedelijk Beleidskader aangegeven dat de burgemeester op basis van de APV toetst aan levensgedrag, bedrijfsvoering en financiering. Onduidelijk is of aan de toetsing aan financiering op basis van de APV een wijziging van de APV ten grondslag ligt. Een dergelijke toets aan de financiering, naast de gebruikelijke toets op basis van de Wet Bibob, is onwenselijk en kan leiden tot onduidelijkheid.” “De exploitatievergunning heeft een looptijd van drie jaar. Na die tijd moet de vergunning worden vernieuwd waarbij de situatie opnieuw wordt getoetst. Bij goed gedrag is de looptijd van een volgende exploitatievergunning vijf jaar. Wat gebeurt er als men zich niet goed gedragen heeft en hoe wordt dit gemeten?” “Niet valt op te maken waaraan precies getoetst wordt als cliënt vergunningen aanvraagt. Met name wordt gedoeld op bijvoorbeeld het veiligheidsplan en beveiligers. Ook zal er met name discussie gaan ontstaan over de wijze van bereiden van eten, piektijden, doorlooptijd en soorten verpakkingen. Cliënt wenst hier graag vooraf duidelijkheid over te verkrijgen. Hoofdzakelijk met het doel om de huidige exploitatie in de toekomstig te kunnen voortzetten en waarborgen.” “Onduidelijk is waarom het een ondernemer vrij staat om een exploitatievergunning aan te vragen die afwijkt van het omgevingsplan.

Dit is geen goed uitgangspunt en maakt het belanghebbenden moeilijker bezwaar te maken. Uitgangspunt zou moeten zijn: geen afwijkingen van het omgevingsplan. De horeca staat niet boven de wet.” “Het is mij volstrekt onduidelijk welke voorwaarden van toepassing zijn (..) indien onder voor­ waarden zwaardere horeca-categorieën worden toegestaan. Met andere woorden: welke toetsingscriteria hanteert u? Ik verzoek u om in het beleidskader duidelijke en doelgerichte toetsingscriteria op te nemen voor eventueel voorgestelde afwijkingen van deze typologieën in horeca-ambitieplannen, zodat de bewoners kunnen nagaan of hun belang beschermd wordt en zo nee, hier gericht bezwaar op kunnen maken.” “Het Concept Stedelijk Beleidskader spreekt over sturingsmogelijkheden, maar is daarover onduidelijk. Cliënt wenst daar graag meer duidelijkheid over te krijgen en hoe deze sturingsmogelijkheden kunnen worden ingezet ten aanzien van de exploitatievergunning.” Antwoord De toetsingskaders voor het verlenen van vergunningen zijn of worden vastgelegd in de juridische regelingen: de APV en het Omgevingsplan. Er worden geen aanvullende sturingsmogelijkheden ten aanzien van de exploitatievergunning in de APV voorgesteld. Hierop is één uitzondering, namelijk ten aanzien van het aanbieden van shisha (waterpijp).

Onder de huidige definitie van de APV is het alleen faciliteren van het roken van shisha geen horeca. De definitie van horeca in de APV wordt zo aangepast dat het gelegenheid geven om rookwaar te nuttigen daaronder valt. Met sturingsmogelijkheden wordt bedoelt het vooraf toetsen van horeca-activiteiten en de mogelijke impact daarvan op de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat er beter gestuurd kan worden bij een nieuwe vestiging van horeca in een bepaalde omgeving. De financiële toets betreft de reeds bestaande Bibob-toets; dit betreft dus geen aanvullende toets.

48

Nota van beantwoording

Aanpassing Er is een uitvoeringsparagraaf toegevoegd in het beleidskader. Ingediend door 0002, 0029 t/m 0034, 0036, 0038, 0041, 0049, 0050, 0051, 0053, 0056, 0060 t/m 0069, 0076, 0077, 0079, 0082 t/m 0091, 0093 t/m 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0125, 0126, 0127, 0148, 0152, 0155, 0158 t/m 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0240, 0242, 0258, 0263, 0273, 0277, 0280, 0285, 0309, 0376, 0377, 0378, 0443, 0448, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0464, 0466, 0474, 0477, 0478, 0484, 0485, 0490, 0502

8.3 Handhaving en zelfregulering sector Er zijn veel reacties over handhaving van de horecasector binnengekomen. Insprekers vragen zich af hoe toezicht en zelfregulering van ondernemers zich tot elkaar verhouden. Daarnaast vragen bewoners zich af hoe de (nieuwe) regels worden gehandhaafd. Vooral met betrekking tot terrasexploitatie, gastheerschap en optreden bij overtredingen. In het algemeen klinkt er vanuit inwoners een oproep tot méér handhaving, zodat ervaren overlast beperkt wordt. Bewoners geven aan dat ondernemers niet zelf de verantwoordelijkheid kunnen dragen om overlast te beperken: zij hebben namelijk heel andere belangen. Ook geven inwoners aan tegen het belonen van ondernemers als zij zich aan de regels houden: dat is normaal en hoeft niet beloond te worden. Ondernemers benadrukken daarentegen juist wel zelf verantwoordelijkheid te willen en kunnen nemen: zij zijn prima in staat om een goed woon-en leefklimaat te creëren zonder dat de overheid zich hierin hoeft te mengen met beperkende beleidskaders. In de zienswijzen worden suggesties gedaan voor toezicht en handhaving, waarvan de meest voorkomende suggesties zijn: • Omdat er weinig capaciteit is: hogere boetes en straffen bij overtredingen invoeren om te ontmoedigen in plaats van te genezen. • Om handhaving effectiever te maken zou men kunnen overwegen om bijv.

beeldmateriaal van bewoners te gebruiken in hun controles/aanschrijvingen aan overtredende horeca. Dit als alternatief voor het vergroten van het aantal handhaving teamleden. • Handhaving moet structureel en preventief zijn, niet alleen n.a.v. klachten en meldingen. • Buurtbewoners willen een goede relatie met ondernemers behouden en klagen dan minder. • Controleer bijvoorbeeld aan het begin van het seizoen of de terrassen worden neergezet zoals vergund: veel ondernemers maken misbruik doordat de kans nihil is dat er gehandhaafd wordt. • Laat horeca verplicht op de gevel een kaart ophangen met toegestane terrasindeling en afmetingen, zodat hier beter op gehandhaafd kan worden. • Gebruik ‘three strikes out’ systeem om overlast te voorkomen. • Een ondernemer moet zich ervan bewust zijn dat hij daadwerkelijk na meerdere geconstateerde overtredingen zijn vergunning echt kwijt kan raken. “Wij zijn van mening dat de overheid de branche in hoge mate dient te reguleren, zeker voor wat betreft de mogelijke impact op het woon- en leefklimaat. Onze ervaring is dat zelfregulering op dit vlak bij horeca niet tot het gewenste resultaat leidt. Het accent voor de ondernemers ligt op het verdienmodel, waarbij de aantrekkingskracht en de mogelijkheden tot exploitatie van de locatie en directe omgeving een grote rol spelen. Regulering door de overheid biedt hieraan het nodige tegenwicht.

Wij verzoeken u met klem om deze zin te schrappen.”

gemeente Amsterdam

49

“Ook van de huidige toezicht en handhaving van gemeente en politie moeten we het niet hebben, elk weekend na klachten van onze kant, worden we vice versa verwezen naar deze instanties. We hebben niet de indruk dat ze er voor de hier wonende burger zijn, maar voor de horeca en hun klanten.” “Verantwoordelijke horecaondernemers en bewoners kunnen prima samenleven zonder verzwarende juridische regels en criteria. Deze verhouden zich als goede buren tot elkaar en alleen bij excessen is inmenging van de overheid gewenst. Van dergelijke excessen is in onze wijk geen sprake en dus is er ook geen aanleiding voor extra regels.” “De mate van zelfregulatie vanuit professionaliteit is een nobel streven, echter kan dit niet enkel afhangen van de ondernemers. Wat betekent het doel herhaling van overtredingen te voorkomen concreet? Wordt een extra handhavingsinspanning van de gemeente op overlast verricht? Wordt handhaving afgestemd op de mate van overtredingen die worden geconstateerd en kan deze worden gefinancierd vanuit de opbrengsten van bijvoorbeeld boetes? Zijn de regels voor iedereen helder? Hoe wordt zelfregulering gestimuleerd?” Antwoord Een exploitatievergunning voor een horecabedrijf geeft bepaalde rechten, maar komt ook met plichten. In de vergunning staat vermeld aan welke verplichtingen en voorwaarden een exploi­ tant moet voldoen.

Het is in het belang van een ieder dat exploitanten zich houden aan deze verplichtingen en voorwaarden. Dit geldt voor alle vergunningen die de gemeente uitgeeft, van een bouwvergunning tot een ligplaatsvergunning tot een exploitatievergunning horeca. Ondernemers hebben de verantwoordelijkheid om zich te houden aan de voorwaarden en verplichtingen van hun exploitatievergunning en de bestemming op het pand. Het college wil bij het naleven van de regels omtrent horeca de sector stimuleren om ook onderling verantwoordelijkheid te nemen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een actieve houding vanuit de horecabranche om overlast zoveel mogelijk tegen te gaan en om elkaar scherp te houden op de regels. Denk aan aandacht voor het schenken aan minderjarigen vanuit een Bedrijveninvesteringszone (BIZ). De term ‘zelfregulering’ is hiervoor inderdaad niet de goede term, omdat de kader en regels wel degelijk door de gemeente worden gesteld. Dit wordt aangepast in de eindversie. Uit onderzoek bleek dat het horecatoezicht tot voor kort vooral gericht was op het afhandelen van (overlast)meldingen en daardoor niet altijd effectief is vormgegeven. Veel overlast is al voorbij wanneer de toezichthouder ter plaatse is. Daarom werkt de gemeente vanaf begin 2024 meer risicogericht. Het toerzicht wordt zo vormgeven dat deze risico’s tijdig in beeld zijn, zodat de ondernemer daarop kan worden aangesproken.

De risico’s worden op basis van data (waaronder overlastmeldingen) en de inbreng uit de gebieden, afdelingen veiligheid, politie en andere betrokkenen continue in kaart gebracht. Zo wordt bepaald waar, wanneer en welke inzet van toezichthouders nodig is. Amsterdammers die een (overlast)melding bij de gemeente indienen verwachten directe opvolging van de gemeente. In de oude situatie kon dit vaak al niet worden gerealiseerd (behalve in de weekendnachten). Met de nieuwe werkwijze zal dit nog minder het geval zijn. De verwachting is toch dat het toezicht effectiever is, omdat de risicogerichte werkwijze ervoor zorgt dat de schaarse toezichtscapaciteit veel meer proactief en preventief kan worden ingezet. Het doel van de nieuwe werkwijze is dat de gemeente eerder in staat is om patronen te signaleren en hierop te handelen. Toezichthouders kunnen daardoor vroegtijdig bij horecaondernemers langsgaan en eerder het gesprek aangaan. Daarin kan besproken worden wat er nodig is om overlast of andere risico’s te voorkomen. In februari 2024 heeft het college een vernieuwd handhavingsbeleid ter inzage vrijgegeven. Dit zal op een later moment worden vastgesteld.

50

Nota van beantwoording

Aanpassing De term ‘zelfregulering’ komt niet meer terug in het beleidskader. Ingediend door 0002, 0037, 0042, 0056, 0057, 0060, 0061, 0064 t/m 0067, 0073, 0076, 0092, 0114, 0122, 0129 t/m 0134, 0136, 0143, 0144, 0232, 0241, 0264, 0341, 0351, 0353, 0361, 0366, 0379, 0380, 0389, 0391, 0393, 0375, 0407, 0416, 0417, 0420, 0454, 0464, 0473, 0475, 0485, 0486, 0487, 0494, 0496, 0501

8.4 Geluid en geur 8.4.1 Geluidsoverlast

Op het gebied van ervaren overlast, geven bewoners aan dat zij veel geluidsoverlast ervaren van horeca en hun gasten. Insprekers zien graag dat hier meer aandacht aan wordt besteed in het nieuwe beleidskader. Suggesties die onder meer gedaan worden zijn: • Handhaving stemgeluid moet mogelijk worden gemaakt. • Stel vast hoe hard achtergrondmuziek mag zijn. • Pand gebonden isolatievoorwaarden vaststellen. Neem geluidsisolatie (en geurafzuiging) mee in het verlenen van vergunningen. • Neem een regel op dat muziek alleen aan mag wanneer de deuren dicht zijn. • Na 23.00 uur geen glas of afval meer in containers gooien. • Plaats meer groen in het kader van geluidsdemping. • Stel eisen aan het geluid bij het op- en afbouwen van terrassen. • Geen binnen geluidsinstallaties toestaan die bij de ramen geïnstalleerd zijn en naar buiten toe gericht zijn (of kunnen worden). • Er worden financiële tegemoetkoming beschikbaar gesteld aan uitbaters en omwonenden om hun geluidsisolatie te verbeteren. • De gemeente zou (via een campagne) meer bewustzijn (ook aan jongeren via scholen) moeten creëren van de geluidshinder (ook verticaal, niet alleen horizontaal!) die bezoekers/voorbijgangers veroorzaken.

• Verplicht horeca om gevelbankjes en andere objecten waar men op kan zitten na sluitingstijd onklaar te maken (opklappen, afdekken) zodat men hier niet blijft hangen • Stel vast dat er geen geluid hoorbaar mag zijn vanaf buiten waar horeca en wonen samengaan (binnen bijvoorbeeld een straal van 15m?). Zo is geluidsoverlast ook beter te handhaven. • Ten gehore brengen van meer achtergrondmuziek moet volgens huidige regelgeving mogelijk blijven. Muziekgeluid wordt al gereguleerd middels de milieuregelgeving, waardoor strenger beleid onnodig en disproportioneel is. • Ondernemers wensen maatwerk aangaande de aanpak geluid. Zeker wanneer er geen overlast is. Bij vaststellen van nieuwe regels in het Activiteitenbesluit. • Maak gebruik van een gebiedsgerichte aanpak voor terrassen. • Stimuleer gebruik van parasols met dikkere stof voor geluidsdemping. • Binnen de categorieën middelzwaar en middelzwaar plus geen mogelijkheid bieden om tafels aan de kant te schuiven om een dansvloer te creëren. “Wat ons betreft geldt voor alle categorieën dat de gevelbelasting van de omringende woningen maximaal 65dB(a) mag bedragen, dit geldt óók voor terrassen. binnen die woningen maximaal 50 dB(a), ook als dat tot een lagere toelaatbaar geluidsniveau leidt in het pand waar het geluid vandaan komt.

Bovendien moeten horeca-inrichtingen waar meer dan achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht zijn voorzien van een sluis en moeten de ramen en deuren dicht blijven.”

gemeente Amsterdam

51

“Cliënt zijn vestiging bevindt zich in één van de voormalige horecaconcentratiegebieden. Hij wenst graag +5dB te willen behouden en niet achteruit te gaan qua geluidsniveau.” “M.b.t de genoemde geluidsoverlast van lage tonen is dB (C) meting wellicht een betere. Een letter verschil en je kan weer aan de slag.” “Als B&W echt iets aan geluidshinder wil doen kan simpel worden volstaan met algemene geluidsmaatregelen zoals het verlagen van het toelaatbare aantal decibels op woninggevels, of het nu gaat om horecageluid, terrassengeluid of evenementengeluid. Daar zijn geen gebiedstypologieën of horeca-zwaartecategorieën voor nodig. Het Omgevingsplan moet eenheid brengen in de regelgeving, als de grenzen niet bij de bron worden gelegd maar bij de toelaatbaarheid van de geluidbelasting op de gevel kan worden volstaan met één norm voor alle woninggevels; ongeacht of het muziekgeluid afkomstig is van de horeca, bioscopen, evenementen of welke geluidsbron dan ook.” Antwoord Het beleidskader horeca regelt ten aanzien van muziekgeluid alleen dat het ten gehore brengen van meer dan achtergrondmuziek als een aparte activiteit wordt gezien en alleen mogelijk is vanaf middelzware horeca. Verder geldt ten aanzien van muziekgeluid het volgende: In hoofdstuk 9 van het Omgevingsplan Amsterdam zijn regels opgenomen voor milieubelastende activiteiten.

Geluid waaronder muziekgeluid moet bijvoorbeeld voldoen aan de geluidswaarden die daar opgenomen zijn. De geluidswaarden zien op het geluidniveau op de gevels van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige objecten, zoals woningen. En als het om een aanpandige woning gaat gelden er geluidswaarden voor het geluid in de woning. Een horecabedrijf heeft daarnaast een informatieplicht bij het starten of (akoestisch) wijzigen van een inrichting waarin muziek gedraaid wordt. In veel gevallen moet daarbij een akoestisch onderzoek worden overgelegd, waaruit blijkt hoeveel muziekgeluid er in de horecazaak gedraaid mag worden zonder dat de vastgelegde geluidswaarden op de gevels en/of in woningen overtreden worden. De gemeente beoordeeld de rapporten. En de gemeente houdt toezicht op de naleving van de regels over muziekgeluid vanuit horeca. Ook de informatieplicht is geregeld in hoofdstuk 9 van het Omgevingsplan Amsterdam. Er zijn ook veel horecapanden in de stad waar maatwerkvoorschriften over muziekgeluid van toepassing zijn. Deze voorschriften hebben als doel om er voor te zorgen dat de vastgelegde geluidsnormen niet overschreden worden. De ondernemer moet zich aan de voorschriften houden. De gemeente kan daar toezicht op uitvoeren en indien de voorschriften niet worden nageleefd handhavend optreden.

Veel van de overlastmeldingen die bij de gemeente binnenkomen gaan over muziekgeluids­ overlast. De gemeente zet hierop in met de nieuwe werkwijze van risicogericht toezicht. Dit kan ook bestaan uit de inzet van langdurige geluidsmeters, integrale controles en gesprekken met exploitanten. Hiermee hoopt de gemeente overtreders tijdig te kunnen aanspreken en waar nodig en mogelijk handhavend op te treden. Daarnaast blijft het onderling gesprek tussen de ondernemer en degene die overlast ervaart van groot belang om er in onderling overleg en samen uit te komen. Ingediend door 0013, 0018, 0042, 0046, 0047, 0056 t/m 0061, 0064 t/m 0067, 0070, 0076, 0078, 0109, 0110, 0113, 0116, 0128, 0133, 0136, 0138, 0144, 0171, 0177, 0193, 0205, 0206, 0210, 0212, 0215, 0217, 0219, 0220, 0229, 0262, 0275, 0284, 0297, 0299, 0300, 0341, 0355, 0357, 0375, 0391, 0394, 0396, 0398, 0375, 0407, 0416, 0427, 0446, 0457, 0460, 0461, 0468, 0497, 0500, 0501

52

Nota van beantwoording

8.4.2 Aanpak geur

Bewoners ervaren overlast van geur van afval, roken en eten en wensen dat het nieuwe beleid hier meer op inspeelt. Ook geven insprekers suggesties over hoe de aanpak van geur volgens hen aangevlogen moet worden. Vaak wordt aangegeven dat specifiek afvalbeleid voor horeca gemaakt moet worden. De meetpunten voor de luchtkwaliteit in de stad zouden moeten leiden tot een conclusie m.b.t. de horeca. Aandeel uitstoot verkeer neemt af en uitstoot houtvuren neemt toe. Een belangrijk aandeel hierin wordt geleverd door de horeca. Er zouden meer meet­ punten dicht bij vlees grillende restaurants moeten komen. Ondanks de oproep om gezonder en minder vlees te eten komen er steeds meer van dit soort restaurants in de stad. Een groot aantal ondernemers laat via een advocatenbureau weten dat striktere geurregels onwenselijk zijn. Het is voor hen onzeker welke aanvullende regels ten aanzien van geur gaan gelden met de komst van de Omgevingswet en hoe die zich zullen verhouden tot de landelijke regelgeving uit het Activiteitenbesluit. Ondernemers geven daarom in de zienswijze aan dat zij hun huidige bedrijfsvoering mogelijk niet kunnen doorzetten op het moment dat er striktere geurregels worden doorgevoerd en zien graag dat huidige regelgeving en het overgangsrecht uit de Wet milieubeheer/het Activiteitenbesluit worden behouden.

“Waar het beleidsstuk ook niets over zegt is het luchtklimaat, en dat in deze tijd! Als ervarings­ deskundigen weten wij maar al te goed wat een enorme overlast bepaalde horecazaken geven, niet alleen van stank maar vooral voor de gezondheid. In ons geval gaat het om grillendevleesbereidende horeca. B&W zegt dat bewoners voorrang krijgen boven horecabedrijven, ook waar het gaat om de luchtkwaliteit. Dan moet dat ook helder blijken uit dit beleidskader.” “De luchtafvoer is niet in orde: het eetcafé in onze straat produceert een walm die niet zomaar via de gevel naar buiten geblazen kan worden.” “Meet geuroverlast van grillen en frituren.” Antwoord Het beleidskader gaat niet over de regels die er zijn om geurhinder door voedselbereiding te voorkomen. Hiervoor zijn er milieuregels, die net als de muziekgeluid regels vermeld staan in hoofdstuk 9 van het Omgevingsplan van Amsterdam. Om geurhinder te voorkomen of, als dat niet kan, tot een aanvaard niveau terug te dringen, zijn er regels over afzuiginstallaties en ontgeuringsinstallaties. De gemeente houdt hier toezicht op, ook weer risicogericht, zoals op alle regels die voor horecabedrijven gelden. In gesprekken met (nieuwe) exploitanten tijdens de vergunningaanvraag wordt aandacht besteedt aan de wijze van voedselbereiding en maatregelen die nodig zijn om geurhinder te voorkomen.

Aanpassing Benoemd wordt dat het beleidskader niet gaat over de milieuaspecten van horeca zoals geluid en geur. Ingediend door 0002, 0007, 0029 t/m 0035, 0038, 0050, 0051, 0053, 0056 t/m 0059, 0061, 0062, 0063, 0065, 0067, 0069, 0070, 0076 t/m 0079, 0082 t/m 0108, 0113, 0115, 0118, 0119, 0120, 0123, 0125, 0126, 0133, 0136, 0144, 0148, 0152, 0155, 0158 t/m 0162, 0164, 0169, 0178, 0194, 0195, 0212, 0216, 0219, 0221, 0222, 0226, 0229, 0238, 0258, 0273, 0275, 0296, 0297, 0299, 0300, 0309, 0341, 0349, 0375, 0376, 0377, 0378, 0393, 0394, 0395, 0397, 0402, 0405, 0407, 0416, 0422, 0424, 0427, 0437, 0440, 0441, 0451, 0454, 0457, 0460, 0464, 0470, 0480, 0498, 0499, 0502

gemeente Amsterdam

53

8.5 Aandacht voor duurzaamheid en afval Een aantal insprekers is van mening dat in het nieuwe beleidskader (te) weinig aandacht is voor duurzaamheid. Dit roept vragen op. Hoe wordt duurzaam ondernemen wordt gestimuleerd en hoe wordt er bijvoorbeeld gestreefd naar plasticvrije terrassen? Ook is onduidelijk in wat voor vorm wegwerpartikelen op het terras niet zijn toegestaan. Daarnaast is er de wens om het afvalbeleid voor ondernemers duurzamer in de richten. Ondernemers zouden ook graag stimulerende maatregelen zien als zij duurzaamheidsmaatregelen treffen. “Amsterdam wil zich in hoge mate profileren als stad die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft. Als bewoners constateren we dat dit beleid zonder concrete doelstellingen niet werkt. Wij stellen voor te allen tijde te streven naar duurzame oplossingen ten aanzien van de keuze voor materiaal, recycling en grondstoffenbesparing energiebesparing en recycling.” “Zorgwekkend is de vervuiling en rattenplaag die restaurants, met name de afhaal- en winkelrestaurants, veroorzaken op straat. Dit moet stoppen. Het beleid zegt hierover niets.” “Milieuaspecten worden niet genoemd. Denk aan toename energiegebruik.” “Wij werken al jaren duurzaam met groene energie, geen plastic cups, geen plastic flessen of wegwerp materialen.

Beloon groene ondernemers of bestraf niet groene ondernemers als duurzaamheid een belangrijk argument is, in plaats van meer extra regels, waar alleen ‘de goede’ zich aan houden en ‘de slechte’ niet op gehandhaafd worden.” “Neem een voorbeeld aan Barcelona en Berlijn waar terrassen gesplitst en afgezet zijn met aan drie zijdes mooie plantenbakken en plantenhagen. Meer groen! En meer beschutting voor gasten, waardoor warmte beter blijft hangen en dus minder verwarming noodzakelijk is. Stop met de 1.50 hoogteregel en dat er alleen een haakse afscheiding mag staan. Veiliger, groener, meer beschut, geluid blijft beter hangen en het voorkomt uitwaaieren dus vermindering van overlast.” “Daarnaast is in het concept beleidskader het gebruik van wegwerpartikelen op een terras niet toegestaan. Hoewel cliënte duurzaamheid toejuicht schept het concept beleidskader hiermee juist onduidelijkheid. Zonder nadere uitwerking zou dit immers kunnen worden uitgelegd als dat een ondernemer onder andere geen papieren (wegwerp) servetten of ‘kuipjes’ voor sausjes zou mogen gebruiken, hetgeen beperkend werkt, niet het gewenste doel bereikt en mogelijk zelfs onmogelijk is.” Antwoord Het verbod op het gebruik van wegwerpartikelen op terrassen is ervoor bedoeld dat er geen plastic servies en bestek worden gebruikt omdat dit in veel gevallen leidt tot meer afval op straat.

Het gaat hier om het bieden van een bruikbaar alternatief, in lijn met de duur­zaamheids­ ambities van het college. Amsterdam heeft als doelstelling als eerste Plastic Smart City 30 procent minder plastic zwerfafval in 2023, en in 2030 helemaal geen plastic zwerfafval meer in de stad. Het gebruik van servetten en dergelijke valt niet onder dit verbod. Ondernemers kunnen gebruik maken van de toolkit Plastic Vrije Terrassen om dit te verwezenlijken (gelanceerd november 2023). Ingediend door 002, 0026, 0037, 0040, 0092, 0138, 0171, 0321, 0408, 0411, 0442, 0268, 0498, 0499

54

Nota van beantwoording

9. Zienswijzen los van beleidskader 9.1

Coronaterrassen

Er zijn veel zienswijzen ontvangen over de verruimde ‘coronaterrassen’. Ondernemers vragen om behoud hiervan (op plekken waar dit kan) en bewoners zien graag dat de openbare ruimte wordt teruggegeven en de verruimde terrassen worden ingetrokken. Ook zijn er veel zienswijzen van inwoners ontvangen die sinds de verruimde ‘corona’ terrassen veel overlast ervaren en geen beschikbare parkeerplaats meer kunnen vinden. “Wij ervaren dat op heel veel plekken de overlast er niet is en ook dat er voldoende ruimte is. Een algehele intrekking van alle coronaterrassen zou onredelijk en overbodig zijn. Terras­exploi­ tatie is voor verreweg de meeste horecaondernemers van bijzonder groot belang. Niet alleen vanwege de inkomsten, maar ook vanwege de zichtbaarheid en als ‘visitekaartje’. Op sommige plekken zijn nu terrassen mogelijk gemaakt die er anders niet waren en dat maakt een wezenlijk verschil.” “Het terras in onze straat is gedoogd vanwege de financiële nood gedurende de corona tijd. Nu er geen beperkingen meer zijn voor de horeca, vragen wij U de terrasvergunning op te heffen.

Zoals wij al eerder schreven is het terras gesitueerd binnen enkele passen van onze woon en slaapkamers Wij hebben begrip gehad voor de moeilijke situatie van de horeca, maar nu zijn wij aan de beurt en willen onze rust terug.” Antwoord Per 1 november 2022 zijn alle vergunningen voor tijdelijke terrasuitbreidingen, ook wel ‘corona­ terrassen’ genoemd, komen te vervallen. Ondernemers kunnen bij hun stadsdeel een nieuwe vergunningaanvraag indienen voor een ruimer terras. Er zijn locaties waar een permanente terrasuitbreiding mogelijk is. Echter, anders dan bij de tijdelijke terrassen beoordelen we in de reguliere procedure veel meer aspecten. Ook hebben belanghebbenden de mogelijkheid hun zienswijze en/of bezwaar kenbaar te maken en moeten ondernemers leges betalen om de aanvraag in behandeling te laten nemen. De beoordeling van een aanvraag is altijd maatwerk. Aanpassing Ter kennisgeving aangenomen.

Ingediend door 0001, 0002, 0006, 0010, 0014, 0015, 0022, 0024, 0025, 0029 t/m 0035, 0037, 0038, 0040, 0044, 0050, 0051, 0053, 0054, 0056, 0057, 0060 t/m 0067, 0069, 0075 t/m 0079, 0082 t/m 0108, 0114, 0116, 0118, 0119, 0120, 0122, 0123, 0125, 0126, 0127, 0129, 0131, 0132, 0134, 0138, 0140, 0141, 0144, 0148, 0150, 0152, 0155, 0157 t/m 0162, 0164, 0169, 0172, 0173, 0176, 0180, 0181, 0182, 0188, 0189, 0190, 0192, 0198, 0216, 0219, 0221 t/m 0224, 0226, 0228, 0230, 0231, 0233 t/m 0236, 0241, 0244, 0249, 0251, 0252, 0138, 0254, 0258, 0261, 0262, 0264 t/m 0269, 0271, 0272, 0273, 0275, 0258, 0292, 0293, 0298, 0301, 0302, 0304, 0309, 0310, 0319, 0322, 0327, 0329 t/m 0334, 0343, 0345, 0351, 0353, 0357, 0358, 0362, 0364, 0366, 0370, 0372, 0373, 0375 t/m 0379, 0387, 0389, 0394, 0396, 0404, 0407, 0439, 0441, 0444, 0445, 0455, 0462, 0464, 0467, 0472, 0473, 0475, 0479, 0481, 0487, 0492, 0493, 0495, 0496, 0501

gemeente Amsterdam

55

9.2

Covid-19 schade

Een groot aantal ondernemers laat via een advocatenbureau weten dat zij door de COVID-pan­ demie zwaar hebben geleden onder de beperkende maatregelen die toen golden. Zij geven in de zienswijze aan zich daarom dubbel getroffen te voelen nu de gemeente juist op het moment dat de restricties zijn ingetrokken met nieuwe verplichtingen en beperkingen komt in het nieuwe beleidskader. Daarnaast wordt in de zienswijze aangegeven dat het intrekken van de verruimde ‘coronaterrassen’ grote impact heeft op de horecabedrijven. De timing van het nieuwe beleids­ kader is volgens hen dan ook erg slecht en invoering zou moeten worden uitgesteld. “Zoals bekend, hebben horecaondernemers zwaar geleden onder de maatregelen die golden ter bestrijding van het virus. (..) Net nu de horecaondernemers deze periode (voorlopig) achter zich kunnen laten en weer zonder restricties kunnen exploiteren om de geleden verliezen te compenseren, komt de gemeente met nieuw beleid met nieuwe verplichtingen en beperkingen. Cliënt meent dat de gemeente in redelijkheid op dit moment de horecaondernemer hier niet mee kan belasten en nieuw beleid sowieso uit zou moeten stellen.” “Uiteraard is er een economisch belang. (..) Voor de buitenwereld lijkt de coronacrisis voorbij en de Amsterdamse horeca als vanouds te floreren. Helaas is de praktijk anders.

We zijn als horeca een van de zwaarst getroffen branches en zullen nog jaren bezig zijn om de opgebouwde schulden af te lossen. (..) We kunnen onze prijzen beperkt verhogen. We voorzien niet in de primaire levens­ behoefte en kunnen ons niet uit de marktprijzen. Consumenten worden immers ook geraakt door de zeer hoge inflatie en koopkrachtdaling. Er is lokaal hulp nodig om dit allemaal te boven te komen.” Antwoord Het college erkent de impact van de pandemie op de horecasector. Bij het verwerken van de ziens­wijze en de keuzes in het beleidskader is een afweging gemaakt van verschillende belangen, waarbij ook impact van de pandemie is meegewogen. Daarnaast treedt het nieuwe beleid later in werking dan eerder voorzien, mede vanwege het later vaststellen van de Omgevingswet en omdat er in de tussentijd ook nieuwe inzichten zijn opgedaan. Aanpassing Ter kennisgeving aangenomen, pandemie wordt benoemd in beleidskader. Ingediend door 0029 t/m 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082 t/m 0091, 093 t/m 0108, 0111, 0113, 0118, 0119, 0120, 0123, 0125, 0126, 0133, 0148, 0152, 0155, 0158 t/m 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0268, 0273, 0276, 0277, 0299, 0300, 0304, 0309, 0320, 0325, 0376, 0377, 0378, 0408, 0411, 0442, 0443, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0474, 0477, 0478, 0484, 0502

9.3 Voedselverkoop detailhandel In de zienswijzen wordt ook regelmatig ingegaan op bedrijven die alleen voedsel over de toon­ bank verkopen en/of aan thuisbezorging doen. De afgelopen jaren, mede door de COVID-19 pandemie, heeft het aantal bedrijven dat voedsel thuisbezorgt bij klanten thuis een grote vlucht genomen. In een steeds voller wordende stad, is deze nieuwe ontwikkeling dagelijks merkbaar. Het horecabeleid gaat specifiek over horecabedrijven: inrichtingen waar ook daadwerkelijk ter plaatse consumpties genuttigd worden. Het beleid gaat dus niet over het verkopen van voedsel vanuit winkels.

56

Nota van beantwoording

“Op veel plekken in de oudere stadswijken levert thuisbezorging problemen op door de aanwezigheid van bezorgers op scooters en fietsen in de nabijheid van horeca/afhaal. Wij verzoeken u hier aandacht aan te schenken in het Beleidskader.” “Het aanbieden/meegeven van producten voor directe consumptie in de directe omgeving wordt volgens het nieuwe beleidskader gereguleerd. De vraag is hoe. Dit soort horeca produceert veel zwerfafval. Echter zijn overigens niet alleen de horecazaken de boosdoeners: ook detailhandel zoals de ‘vreetwinkels’ (niet alleen maar nutella-ellende, het wordt steeds uitgebreider). Ook is onduidelijk of het samenstellen van nutella wafels met aardbeien en slagroom onder de horeca-activiteit ‘bereiding’ valt of dat dit voedselverkoop detailhandel is. En hoe zit het met het ‘harinkie happen’ bij de visboer?” “Blurring zou ongeacht waar niet toegestaan moeten zijn. Het motto is juist om te streven naar minder alcoholverkooppunten. Niet voor niets zijn er landelijke overheidscampagnes “Alcohol maakt meer kapot dan je lief is”. Blurring toestaan staat hier haaks op.” Antwoord Er zijn zaken die voedsel over de toonbank verkopen, zowel afhaal als bezorgen. Het college onderschrijft dat deze bedrijven ook impact hebben op de leefomgeving. Deze bedrijven vallen niet onder de categorie ‘horeca’, maar zijn meestal winkels (detailhandel).

We zien dat in bepaalde delen van de stad deze ‘verhoricarisering’ kan leiden tot problemen voor de leefbaarheid. Om die reden is additionele horeca bij winkels met een voedselwaren­assorti­ ment in het Centrum in het bestemmingsplan aan banden gelegd. En introduceren we in het beleidskader voor additionele horeca bij winkels een meldplicht. De verkoop van alcohol is landelijk geregeld in de Alcoholwet. In sommige delen van de stad gelden aangescherpte regels voor de verkoop van alcohol vanuit winkels. Ten slotte wordt vanuit publieke gezondheid gekeken of het mogelijk is ook in het omgevingsplan te sturen op gezondheid van voedselaanbod. Aanpassing In het beleidskader is verduidelijkt voor welk type bedrijven het beleid van toepassing is. Ingediend door 0114, 0122, 0129, 0131, 0132, 0134, 0136, 0264, 0351, 0353, 0366, 0379, 0473, 0501

9.4

Evenementenbeleid

Bewoners zien graag dat bij het aanvragen van evenementen door horecagelegenheden in een woongebied een actiever informatiebeleid wordt gevoerd dan alleen een week van tevoren ‘informeren’. Dan is de evenementenvergunning al verleend. Omwonenden zouden al in een stadium daarvoor op de hoogte moeten zijn gesteld én in de gelegenheid moeten zijn de tekst van de aanvraag in te zien. Zo kunnen zij tijdig vaststellen of en in hoeverre hun woning tijdens het evenement bereikbaar is/blijft en daarop reageren. “Sta geen evenementen toe op terrassen in straten die tussen de gevels gemeten smaller zijn dan 10 meter en evenmin in bredere straten waar de vrije toegang tot de woningen en de vrije doorgang voor politie, brandweer en ambulance tijdens een evenement niet gegarandeerd kan worden; verleen ook geen ontheffingen op die regels. Toelichting: smalle straten zijn tijdens evenementen vaak van gevel tot gevel gevuld met publiek en ook in bredere straten wordt de vrije doorgang voor hulpdiensten vaak geblokkeerd, wat tot rampen kan leiden; ook dat is een horeca-kwestie aangezien de meeste vergunningen voor evenementen tijdens feestdagen in woonbuurten door horecabedrijven worden aangevraagd.”

gemeente Amsterdam

57

“Zelfs een kleinschalig incidenteel terrassenevenement met versterkte muziek is erg onwenselijk. Daarom moet ook hiervoor een evenementenvergunning verplicht blijven.” “Oneens met max 2x per jaar een evenement. Advies naar max 5x per jaar.” Antwoord De gedachte achter het kleinschalige incidenteel terrasevenement is dat horecabedrijven twee keer per jaar andere activiteiten mogen uitvoeren op een terras, naast het consumeren van eten en dranken. Andere activiteiten zijn dan onder een aantal voorwaarden toegestaan. Dit kader is zodanig strak opgesteld, dat vooraf duidelijk is wat wel en dat overlast wordt voorkomen. Om het verschil duidelijk te maken, noemen we dit in het beleidskader een ‘incidentele terrasactiviteit’. Als horecabedrijven een evenement willen organiseren, dan is hiervoor een vergunning nodig in lijn met het evenementenbeleid. Tevens kunnen bij collectieve festiviteiten of gebeurtenissen (bijvoorbeeld een EK voetbal of het Songfestival) afwijkende regels gelden. Deze regels worden vooraf gepubliceerd. Aanpassing De mogelijkheden voor het incidenteel organiseren van een kleinschalige activiteit op het terras zijn verduidelijkt en de voorwaarden zijn aangescherpt. Er wordt nu gesproken van de ‘incidentele terrasactiviteit’. Er is geen versterkte muziek toegestaan en de activiteiten moeten tussen 09:00 uur en 22:00 uur plaatsvinden.

Omwonenden moeten vooraf geïnformeerd worden. Ingediend door 0023, 0209, 0305, 0306, 0517, 0608

58

Nota van beantwoording

Bijlage 1. Overzicht wijzigingen tussen concept beleid (2022) en definitief beleid (2025) Dit overzicht bevat de voornaamste wijzigingen tussen het ter inspraak gelegde concept beleid (2022) en het definitieve beleid (2025) Wijziging

Waarom?

Algemeen Nieuwe opbouw en indeling en tekst in het beleidskader. De gevolgen van de keuzes in beleid beter uitgelegd. ­Duidelijk gemaakt wat de koppeling is van het ­beleid en de regels over horeca in het Omgevingsplan en de Algemene P ­ laatselijke Verordening

Uit de inspraakreacties bleek dat ondernemers en bewoners het concept-beleid onduidelijk vonden, ook over wanneer wat gaat gelden voor wie.

Ruimtelijke indeling horeca Geen omgevingsplanvergunningplicht horecazaak.

Nieuwe vergunningplicht voor horecazaken bij nader inzien niet nodig, voldoende sturing en maatwerk mogelijk op basis van mogelijkheden in het Omgevingsplan

Niet meer voorschrijven welk soort horeca in een bepaald type gebied (zoals woongebied) is toegestaan middels gebiedstypologieën.

Amsterdam is zeer diverse en de verschillen in de stad zijn groot. Het werken met één stedelijke indeling met welke horeca waar past, is te rigide gebleken. We laten daarom het werken met de 7 gebiedstypologieën los. Stadsdelen mogen zelf blijven bepalen wat voor horeca er per gebied mogelijk is. Het stedelijk beleid bevat wel een beschrijving van soorten gebieden en welke horeca daar het beste past. Dit kan als kapstok gebruikt worden door de stadsdelen bij uitwerking van het beleid op stadsdeelniveau.

Wijziging in categorie-indeling: • Middelzware horeca-plus komt te ­vervallen. Deze zaken krijgen een aparte aanduiding in het omgevingsplan waardoor een aparte categorie niet nodig is. Ze behouden wel hun huidige openingstijden • Fastfood valt niet onder zware horeca maar als aparte aanduiding binnen r­ eguliere horeca

Middelzware horeca-plus was bedoeld voor de huidige ‘avondzaken’. Het enige verschil met gewone middelzware horeca zijn de openingstijden.

Algemene regels voor zaalverhuur voor feesten en partijen toegevoegd

Dat is bedoeld om duidelijk te maken dat het alleen past op locaties die als zodanig zijn aangewezen en niet binnen andere ‘bestemmingen’ als cultuur/recreatie

Drie verschijningsvormingen ­culturele horeca vervallen, wel algemene regels en een vergunningplicht voor c­ ulturele ­horeca

Omdat het per definitie om ondergeschikte horeca gaat, is een aparte zwaartecategorie voor deze vorm van horeca niet nodig. Met de vergunningplicht kan het concrete initiatief het beste beoordeeld worden.

Het instrument ‘horeca ambitieplan’ gaat ‘horecatoekomstplan’ heten.

Het woord ‘ambitie’ wekt mogelijk ten onrechte de indruk dat een horeca-ambitieplan gemaakt wordt wanneer een toename van horeca wenselijk wordt geacht. Het plan is bedoeld om toekomstgericht aan de slag te gaan met de horeca ontwikkelingen in een gebied. Daarom wordt de naam gewijzigd in ‘horecatoekomstplan’.

De activiteiten die binnen fastfood zijn toegestaan passen beter bij reguliere horeca dan bij zware horeca.

gemeente Amsterdam

59

Wijziging

Waarom?

Openingstijden horeca Openingstijden regelen we niet primair in de APV maar in het Omgevingsplan. Wel behoudt de burgemeester op grond van de APV en Gemeentewet de mogelijkheid om de sluitingstijden te beperken.

Openingstijden van een horecazaak hebben invloed op de fysieke leefomgeving. Het reguleren van openingstijden is nodig met het oog op de kwaliteit van de fysieke leef­ omgeving. Daarom gaan we de openingstijden regelen in het Omgevingsplan.

Sluitingstijd reguliere horeca zijn gewijzigd. In plaats van 00.00 uur doordeweeks blijft het 01.00 uur doordeweeks. In plaats van 01.00 uur in het weekend wordt het 02.00 uur in het weekend.

De beperking van de activiteiten die zijn toegestaan in de reguliere horeca, waaronder dat er niet meer dan achtergrondmuziek ten gehore gebracht mag worden, is naar verwachting voldoende om overlast van zaken – die zich met name richten op de dag en avond – te voorkomen. Tegelijk is een eindtijd van 02:00 uur in het weekend wel beter passend bij deze categorie in plaats van de huidige 03.00 uur.

Ontheffing van de openingstijden: de maatwerkontheffing koppelen we niet meer aan de gebiedsindeling en deze is niet meer beschikbaar voor de zwaartecategorie middelzware horeca. Wel krijgt die categorie 12x per jaar een ontheffings­mogelijkheid. Stads­ delen ­kunnen in beleid aangeven welke ­gebieden of ­locaties zijn uitgesloten van de maatwerkontheffing

De maatwerkontheffing was gekoppeld aan de gebiedsindeling (woongebied, uitgaansgebied etc.). Nu deze verplichte gebiedsindeling in de stad is losgelaten, is ervoor gekozen om de maatwerkontheffing alleen beschikbaar te maken voor zware horeca en reguliere horeca-fastfood. Een beoordeling van een aanvraag voor een maatwerkontheffing moet zorgvuldig gebeuren en dat is ook een reden om het aantal categorieën dat er aanspraak op kan maken te verminderen. Voor middelzware horeca wordt de mogelijkheid om af en toe langer open te zijn wel verruimd, van 5 naar 12 keer per jaar.

Extra voorwaarde voor incidentele ontheffingen van de openingstijd: er moet minimaal zes dagen zitten tussen de dagen waarop de ontheffing gebruikt wordt.

Een minimale periode van zes dagen tussen de ontheffingen zorgt voor een extra waarborg om eventuele overlast voor omwonenden te voorkomen.

De openingstijden voor bijzondere dagen worden vastgelegd in het Omgevingsplan

De afgelopen jaren werd er ieder jaar opnieuw door de burgemeester een besluit genomen over de openingstijden op koningsnacht en oudejaarsnacht en over de mogelijkheden van individuele ontheffingen tijdens die nachten. De afwijkende openingstijden voor de nacht van 25 of 26 december stonden vermeld in de exploitatievergunningen. Dit wordt nu standaard op één plek geregeld. Indien nodig kunnen deze tijden beperkt worden.

60

Nota van beantwoording

Wijziging

Waarom?

Terrassen Er komt één manier in de stad om terrassen ruimtelijk toe te staan. Dat is met een omgevingsvergunning horecaterras. Bestaande terrassen krijgen deze automatisch: ondernemers hoeven niets aan te vragen of te betalen. Nieuwe terrassen en terrassen die wijzigen, krijgen te maken met de nieuwe vergunningplicht. Stemgeluid is onderdeel van de beoordeling.

Met een vergunningplicht kan het best beoordeeld worden wat de impact van het terras op de omgeving is. Dit omdat de gevolgen sterk afhankelijk zijn van de daadwerkelijke invulling van het terras: begrenzing en aantal stoelen. Er kunnen voorschriften gesteld worden waarbinnen de exploitatie van een terras mogelijk is. Er mogen geen normen gesteld worden voor stemgeluid, maar stemgeluid moet wel betrokken worden in de beoordeling. Hiervoor gaat één werkwijze in heel Amsterdam gehanteerd worden.

Ook de openingstijden van terrassen regelen we niet meer primair in de APV maar in het Omgevingsplan. Wel behoudt de burgemeester op grond van de APV en Gemeentewet de mogelijkheid om de sluitingstijden te beperken.

Horecaterrassen hebben impact op de fysieke leefomgeving. Het reguleren van openingstijden is nodig met het oog op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daarom gaan we ook de openingstijden van horecaterrassen regelen in het Omgevingsplan.

De uiterlijke sluitingstijden van terrassen in de zomer en de winter blijven ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie en worden niet ingeperkt

Een inperking voor de hele stad is niet nodig. Stadsdelen kunnen indien gewenst en in afstemming met belang­ hebbenden per gebied vroegere tijden vaststellen.

De sluitingstijden van de terrassen koppelen we niet meer aan een gebiedsindeling. Stadsdelen kunnen in hun uitvoeringsbeleid als ze dat willen andere eindtijden opnemen

Omdat het verplicht werken met de type gebieden is ­losgelaten, kunnen de eindtijden van terrassen daar niet meer aan gekoppeld worden. Stadsdelen kunnen (net als in de huidige situatie) blijven werken met verschillende ­eindtijden per gebied.

Het ‘tropisch weer scenario voor terrassen’ in stadsdeel Centrum breiden we niet uit naar de hele stad, maar schaffen we af.

Uitwaaiering van terrassen toestaan op warme dagen past niet meer bij de steeds drukker wordende stad met schaarse openbare ruimte.

We laten het voorschrift los dat roken, in het geval van gesplitste terrassen, alleen is toegestaan op het terras aan de overkant van de gevel.

We streven naar een nicotinevrij Amsterdam. Dit voorschrift zou echter maar op een beperkt aantal terrassen van toepassing zijn. Stimuleren dat ondernemers vrijwillig hun terras rookvrij zal meer invloed hebben.

De term ‘terrasevenement’ wijzigt in ‘terrasactiviteit’.

De term was verwarrend en leek meer te behelzen dan ­bedoeld: voor een evenement op een terras moet immers een evenementenvergunning aangevraagd worden. De terrasactiviteit is incidenteel, zonder versterkt geluid en tot maximaal 22.00 uur.

gemeente Amsterdam

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15504607/1