05. Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
Recente ontwikkelingen aan de oostzijde van de stad hebben ervoor gezorgd dat het Cruquius werkgebied een steeds centralere positie binnen de stad inneemt. Het is het meest zuidelijke schiereiland van het Oostelijk havengebied en ligt ten zuiden van Borneo-Sporenburg. Tot circa 2012 fungeerde het nog louter als werkgebied. Sindsdien is het ontwikkeld tot woon-werkgebied, dat voor een aanzienlijk deel voltooid is. De industriële sfeer is echter nog wel voelbaar.
De gemeentewerf op deelgebied 8B zal verhuizen naar een andere locatie. De bebouwing zal worden afgebroken, zodat de kavel vrijkomt voor woningbouw. Op het naastgelegen deelgebied 8A ligt de Drenthhal, een oude emaillefabriek uit 1917. Deze hal is op de Spelregelkaart aangegeven als karakteristieke bebouwing. De hal zal echter gesloopt worden vanwege de slechte staat waarin die verkeert.
1.2 Ontwikkelingen in de omgeving
Op het Cruquius werkgebied hebben al veel ontwikkelingen plaatsgevonden. Het gaat voornamelijk om woningbouw in het duurdere segment.
Direct naast deelgebied 8B is basisschool De Kleine Kapitein gerealiseerd met daarbij een sporthal en kinderdagverblijf.
Deelgebied 10 en 11 liggen ten westen van deelgebied 8A en zijn nog niet ontwikkeld.
Gemeente Amsterdam
Het is de bedoeling dat de kades van het schiereiland in zijn geheel toegankelijk zullen worden voor voetgangers, een aantrekkelijke ruimte om rond het schiereiland te wandelen, langs het water. De openbare ruimte op het Cruquius werkgebied is nu niet erg groen, daarom is het de bedoeling om de buitenruimte op deelgebied 8B zo groen mogelijk in te richten.
1.4 Stedenbouwkundig kader
De tenderinzendingen moeten voldoen aan de Spelregelkaart met bijbehorende spelregels voor het Cruquius werkgebied. In 2012 is deze Spelregelkaart vastgesteld. Op de kaart zijn de bouwvelden aangegeven, de Cruquiusweg en de snedes. Zie afbeelding 1b. Ook geeft de kaart te behouden bebouwing aan en enkele karakteristieke gebouwen, waarvan het de wens is die te behouden. Een bijbehorende set spelregels geeft aan hoe hoog er gebouwd mag worden, wat de dichtheid (in FSI) moet zijn en wat de regels voor het programma zijn. De kavelregels van deze Bouwenvelop vallen binnen de regels van de Spelregelkaart. Enige uitzondering is de bouwhoogte. Door gewijzigde inzichten en gewenste hogere plinten wordt er afgeweken van de maximale bouwhoogtes uit de spelregels. De Spelregelkaart biedt een grote mate van vrijheid, veel wordt overgelaten aan de markt om zo een maximum aan creativiteit te stimuleren. Zo zijn de nieuwe ontwikkelingen op het Cruquius werkgebied welstandsvrij.
7
co nc ep t 8A
8B
Afbeelding 1d: Ligging deelgebied 8B met ernaast deelgebied 8A
Afbeelding 1e: Foto’s naastgelegen school aan de Cruquiusweg (boven) en impressie van de aansluiting hal - school (onder) 8
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
gebiedsontwikkeling, inclusief het meest actuele beleid, zijn te vinden op de website duurzaam ontwikkelen.
1.7 Programmatisch kader De Spelregelkaart geeft aan dat het programma grotendeels vrij is. De enige regel: in de plint moet 50% van het vloeroppervlak bedrijfsruimte bevatten om een dynamisch woon- en werkgebied te creëren. Tot nu toe is op Cruquius een aanzienlijke hoeveelheid woningbouw toegevoegd en dat zal nog meer worden (in totaal zullen er zo’n 2000 woningen op Cruquius staan). Er is nu sociale huur (een klein percentage), middensegment huur en vrije sector huur gerealiseerd, met daarnaast ook een flink aantal koopwoningen. Ook is in 2018 aan de Van Lohuizenlaan voor tenminste 10 jaar (tijdelijke) huisvesting gerealiseerd voor ca. 80 statushouders en starters op de woningmarkt. Op de plek van het afvalpunt, naast deelgebied 8, is een nieuwe basisschool gebouwd. Zie afbeeldingen 1e. Op een aantal bijzondere plekken in het gebied is hoogwaardige horeca gerealiseerd.
co nc ep t
Door in te zetten op het behoud van karakteristieke bebouwing en nieuwe toevoegingen toe te staan wordt de identiteit en diversiteit versterkt. De ongedwongen sfeer van het schiereiland blijft behouden en de bebouwing vormt een stoer front met wisselende hoogtes aan de kades. Op het scharnierpunt van de Cruquiusweg, nabij de oude insteekhaven, is een aantal vrijstaande oude industriële gebouwen gecombineerd met een aantal nieuwe paviljoens. De oude industriële gebouwen vormen de identiteitsdragers van het gebied. De losse setting van karakteristieke panden, zoals de voormalige Sigmafabriek, en nieuwe toevoegingen bieden lucht, ruimte en uitzicht. Aan beide kanten van het schiereiland is het omringende water te zien. De kop / het einde van het schiereiland zal nog ontwikkeld worden. Een nieuwe langzaamverkeersverbinding inclusief een brug ter hoogte van de Nieuwevaartweg zal Cruquius verbinden met de Flevoparkweg en het gebied ten zuiden daarvan. De bij het Flevopark gelegen tram- en bushaltes zullen ervoor zorgen dat Cruquius in de toekomst beter ontsloten wordt met het openbaar vervoer. Ook wordt een busverbinding op het schiereiland gerealiseerd. Stedenbouwkundig moet deelgebied 8B aansluiten op de al ontwikkelde deelgebieden er rond omheen. Qua hoogte, dichtheid en vorm van de bebouwing wordt daarom in deze bouwenvelop aangehaakt op de omliggende, reeds ontwikkelde kavels.
Naast deelgebied 8B ligt deelgebied 8A, zie afbeelding 1d. 8A is de Drenthkavel met de Drenthhal. 8A zal een gemengde ontwikkeling kennen met culturele en maatschappelijke voorzieningen, kleine bedrijven, ondergeschikte horeca en middensegment huurwoningen.
1.5 Architectonisch kader
Het Cruquius werkgebied is welstandsvrij. Er is tot nu toe een hoge ruimtelijke kwaliteit bereikt. De combinatie van hoogwaardige nieuwbouw met karakteristieke historische bebouwing zorgt voor een sfeervol, karakteristiek woon-werkgebied. Hierin zijn verschillende verwijzingen naar het industriële verleden te vinden, bijvoorbeeld de drie silo’s op een dak en een kapafwerking van woongebouwen in de vorm van sheddaken. Ook op deelgebied 8 moet de architectuur van hoogwaardige kwaliteit zijn. Bijlage A biedt inspiratie en suggesties voor de beeldkwaliteit van de nieuwe gebouwen in woord en beeld.
1.6 Kader Duurzaamheid
Samen met bouwpartners wil de Gemeente Amsterdam verantwoordelijkheid nemen voor de leefbaarheid in de stad en de gezondheid van haar inwoners. Dit wordt bewerkstelligd door te bouwen binnen de planetaire grenzen. Gemeente Amsterdam hanteert hiervoor de volgende duurzaamheidsthema’s: circulair bouwen, duurzame energie, klimaatadaptatie, uitstootvrije mobiliteit, natuurinclusief bouwen en de gezonde stad. Meer informatie over de 6 duurzaamheidsthema’s voor de
Gemeente Amsterdam
De Werfkavel zal nu ontwikkeld worden tot woongebied. De gemeente neemt de nieuwe Drenthhal op deelgebied 8A af ten behoeve van Kunst & Cultuur en bedrijfsruimte. De bedrijfsruimte wordt daarmee in de hal geconcentreerd. De plint in de overige bebouwing op deelgebied 8A en 8B hoeft daarom geen bedrijfsruimte te bevatten. Op deelgebied 8B moeten zowel middensegment huurals sociale huurwoningen een plek krijgen. Autoparkeren Op het Cruquius werkgebied gelden de gemeentelijke parkeernormen zoals beschreven in de Nota Parkeernormen 2017. Het Cruquius werkgebied is volgens deze nota een B-locatie. In de openbare ruimte wordt conform stedelijk beleid rekening gehouden met 0,1 parkeerplaats per woning voor bezoekers en gebruikers van voorzieningen. Voor de bewoners geldt een parkeernorm tussen 0 en 1 plek per woning. Door de ontwikkelaars van de kavels dient een voorstel te worden gedaan voor het eventuele bewonersparkeren op eigen terrein. Daarbij zijn ook innovatieve oplossingen zoals deelauto’s denkbaar. De entrees van de eventuele garages moeten aan de snedes gesitueerd worden. Fietsparkeren Voor het fietsparkeren wordt verwezen naar het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) en de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter 2018. Het Bbl schrijft een afsluitbare fietsenberging bij nieuwbouw van woningen voor.
Het is belangrijk dat de fietsenberging gebruiksvriendelijk is en makkelijk bereikbaar vanaf de openbare weg en vanaf de woningen. Fietsparkeren voor bezoekers is mogelijk in de openbare ruimte. Hier wordt rekening mee gehouden bij de aanleg van de openbare ruimte door de gemeente.
9
co nc ep t Afbeelding 1f: Verbeelding ontwerp bestemmingsplan Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel
10
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
1.8 Juridisch-planologisch kader Zie afbeelding 1f.
co nc ep t
Het op ontwikkeling gerichte bestemmingsplan voor deelgebied 8 (voor zowel 8A als 8B) is niet voor het in werking treden van de Omgevingswet (01-01-2024) vastgesteld. Wel is een ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage gelegd voor 01-01-2024. Ook is een ontwerp besluit Hogere waarden Wet geluidhinder voor 01-01-2024 ter inzage gelegd. Dit betekent dat op het bestemmingsplan het overgangsrecht van de Omgevingswet van toepassing is. En dat betekent dat, nadat het bestemmingsplan na 01-01-2024 is vastgesteld en in werking is getreden, het bestemmingsplan onderdeel is van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam. Een eventueel ingesteld beroep kan dit anders maken. Dit alles geldt ook voor het vastgestelde hogere waarde besluit Wet geluidhinder.
In het bestemmingsplan staat hoe de gronden en gebouwen mogen worden gebruikt en in welke omvang. Voorts staan in het bestemmingsplan de bouwregels over wat en waar mag worden gebouwd. Dit betreft onder meer regels over de kapvorm. Ook Geluid-gerelateerde voorwaardelijke verplichte bouwregels zijn een onderdeel. Dit geldt ook voor parkeren waarvoor geldt dat in de parkeerregels verwezen wordt naar parkeernormen in vastgesteld gemeentelijk beleid. Op moment van opstellen van het bestemmingsplan is dat de Nota Parkeernormen Auto en de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter. Ook is in het bestemmingsplan bepaald dat ondergronds bouwen niet is toegestaan, maar dat hiervan onder voorwaarden wel kan worden afgeweken. Dit met het oog op het voorkomen van negatieve effecten op de geohydrologie. De beoordeling daarvan vindt plaats aan de hand van het vastgestelde gemeentelijk beleid Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam. De hier genoemde geluid-, parkeer- en geohydrologiegerelateerde regels betekenen onderzoeksverplichtingen voor de aanvrager van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken. De bouwenvelop is opgesteld binnen de regels van het bestemmingsplan. De bouwenvelop moet in het kader van aanbesteding gelezen worden als een aanvulling op de regels van het bestemmingsplan.
Gemeente Amsterdam
11
co nc ep t Afbeelding 2a: Gemeentewerf op deelgebied 8B, de Werfkavel
Afbeelding 2b: Impressie uitwerking deelgebied 8 12
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
2
Ambities opgave
Dit hoofdstuk beschrijft de ambities voor de te ontwikkelen kavel. De ambities zijn onderverdeeld in ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en programma en corresponderen met de selectiecriteria uit het selectiedocument.
2.1 Ruimtelijke kwaliteit
co nc ep t
Ambitie 1: Goede plinten als overgang tussen bebouwing en buitenruimte
marktpartijen en kennisinstellingen waarin gedragen doelstellingen worden beschreven met betrekking tot houtbouw. Daar staan de volgende zaken beschreven: ieder afzonderlijk woongebouw voldoet aan de gewenste criteria en telt daarmee mee voor het cumulatieve percentage van 20% houtbouw in de hele MRA indien het volume van de draagconstructie (excl. fundering): voor grondgebonden woningen minimaal 80% van het volume biobased is, voor gestapelde woningbouw onder 10 lagen minimaal 65% biobased is, voor gestapelde woningbouw vanaf 10 lagen minimaal 50% biobased is.
De plint is een belangrijk bindmiddel tussen straat en gebouw en speelt een grote rol in de beleving van de buurt op ooghoogte. Een goed ontworpen plint levert een bijdrage aan de leefbaarheid van gebouwen en omgeving. Alle begane grondwoningen hebben een plint die goed aansluit op de aanliggende openbare ruimte. Afhankelijk van de geluidssituatie zijn entrees mogelijk met een integraal mee-ontworpen margestrook (als overgang tussen privé en openbaar) of verglaasde buitenruimtes. De bebouwing kent geen achterkanten en geen achtertuinen. Ter inspiratie voor een goed ontwerp van de plint wordt verwezen naar de website van Stipo.
Ambitie 2: Gevarieerd gevelbeeld
De twee gebouwen zijn alzijdig en moeten in samenhang ontworpen worden, zich als één geheel manifesteren. Initiatiefnemers worden uitgedaagd de grote gevelvlakken een gevarieerde uitstraling te geven, zonder de samenhang uit het oog te verliezen. De opbouw in plint, middenstuk en top moet helder zijn, evenals de plaats van de hoofdentrees voor de woningen. Een te vlakke gevel dient voorkomen te worden, dieptewerking op verschillende schaalniveaus is belangrijk.
2.2 Duurzaamheid
Ambitie 1: Circulair bouwen
Gemeente Amsterdam streeft naar een gebouwde omgeving die zoveel mogelijk is gebouwd met duurzame materialen met een lage milieuimpact.
Het Nieuwe Normaal Nieuwbouw is een nieuwe, eenduidige taal op circulair bouwen, onderverdeeld in 9 indicatoren. Iedere indicator heeft een circulair ontwerp- en bouwprincipe. Naast de wettelijke eisen voor MPG wordt de ontwikkelende partij gevraagd om een materialenpaspoort aan te maken voor alle bouwwerken en deze over te dragen aan de eigenaar of beheerder, zodat er in de beheerfase duurzaam en circulair onderhoud gepleegd kan worden. Voor deze ontwikkeling legt de Gemeente Amsterdam in het bijzonder nadruk op de indicator Materiaalgebonden CO2-uitstoot, waarmee de focus komt te liggen op een zo laag mogelijke CO2-uistoot tijdens de productie- en bouwfase. Gemeente Amsterdam heeft het MRA convenant houtbouw ondertekend samen met andere overheden,
Gemeente Amsterdam
Het hout voor de draagconstructie komt bij voorkeur uit Europa, het gebouw is in Europa geassembleerd (maar bij voorkeur in Nederland) en is voor minimaal een “70% FSC mix” en/of “70% PEFC” gecertificeerd.
Ambitie 2: Duurzame energie
Gemeente Amsterdam streeft naar energieneutrale gebouwen, waarbij opgewekte energie gelijk is aan het verbruik voor verwarming, koeling en dagelijks gebruik van bewoners en/of gebruikers. Dit wordt kwantitatief uitgevraagd aan de hand van de BENG methodiek en kwalitatief via een toelichting. Benader de energieopgave ook integraal met de ambities voor circulair bouwen en pas bij voorkeur biobased isolatiematerialen toe. Daarnaast ziet de gemeente Amsterdam kansen voor passieve gebouwen die een focus hebben op uitstekende isolatie, luchtdichtheid, slimme oriëntaties en ontwerpkeuzes (bijvoorbeeld diepe neggen en externe zonwering) en die minimale technische systemen vereisen voor verwarming en koeling. Dit resulteert in een aanzienlijk lagere energiebehoefte en een verminderde ecologische voetafdruk, zonder afbreuk te doen aan het comfort van de gebruikers.
2.3 Programma
Ambitie: Woonkwaliteit
Op de Werfkavel liggen kansen om een substantiële hoeveelheid woonprogramma toe te voegen. In de al uitgevoerde plannen op het Cruquius werkgebied ligt de nadruk bijna volledig op dure woningen. Deelgebied 8 biedt een van de laatste kansen om Cruquius een mate van sociale menging te geven. De ontwikkeling en verdichting van dit gebied kan dan ook ten goede komen aan betaalbaar wonen. De gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat het aanbod huurwoningen variatie kent in woningomvang; er is grote behoefte aan iets ruimere huurwoningen. Daarom daagt de gemeente ontwikkelaars uit om zoveel mogelijk woningen van minimaal 70 m2 bvo te realiseren. In de tender wordt geselecteerd op woninggrootte, op het percentage woningen dat 70 m2 bvo of groter is. NB: Criteria kunnen nog wijzigen. 13
co nc ep t Afbeelding 3a: Overzichtskaart met kavelregels
Afbeelding 3b: Maximaal volume volgens kavelregels 14
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
3
Kavelregels
3.1 Basisinformatie kavel
Type ontwikkeling: Woningbouw Kavelgrootte: 4.222 m2 Footprint: max. 1.900 m²
3.2 Stedenbouw
Setbacks Vanaf de 6e bouwlaag is sprake van verplichte setbacks van min. 1,5 m diep aan alle zijdes van de blokken. Balkons/buitenruimtes Zie afbeelding 3e. • Alle gevels behalve de gevel langs de snede (oostzijde): bouwlaag 2: balkons met een diepte van max. 0,5 m. buiten het bouwvlak. Bouwlaag 3 t/m 7: balkons met een diepte van max. 1,5 m. buiten het bouwvlak. • Oostzijde langs de snede: bouwlaag 2: balkons met een diepte van max. 0,5 m. buiten het bouwvlak. Bouwlaag 3 t/m 7: balkons met een diepte van max. 1 m. buiten het bouwvlak. Vanwege de geluidsbelasting (zie: 3.5 onder het kopje ‘geluid’) kunnen de balkons verglaasd zijn. Indien de geluidssituatie margestroken niet mogelijk maakt, kunnen op de begane grond verglaasde buitenruimtes komen, waarvan de diepte hetzelfde is als de diepte van de balkons op de eerste verdieping, 0,5 meter buiten het bouwvlak. Om ook voor de bewoners van kleinere woningen (<50 m² GO) meer zichtcontact met de omgeving mogelijk te maken, worden deze woningen voorzien van minimaal een frans balkon (indien de geluidssituatie dit toelaat).
co nc ep t
Bouwregels
De blokken zijn max. 24 m hoog in max. 7 bouwlagen. De eerste bouwlaag is min. 3,50 m. hoog.
Bouwvolumes Zie afbeeldingen 3a en 3c. Er is op deze kavel sprake van twee bouwvolumes. Deze twee blokken vormen een architectonisch samenhangend ensemble. Tussen de twee blokken in is een sprake van een groene binnenwereld voor de bewoners, in privaat beheer, maar zoveel mogelijk openbaar toegankelijk.
Rooilijnen Zie afbeeldingen 3a en 3c. De vorm van de twee blokken ligt vast en de rooilijnen aan de buitenzijde liggen vast. De rooilijnen aan de binnenzijde van het blok zijn flexibel. Er is sprake van een opening tussen de twee L-vormige blokken op gelijkvloers niveau. Aan de noordzijde is deze min. 10 m. breed, aan de kadezijde min. 14 m. en daartussenin ook min. 14 m.
Bouwhoogtes Zie afbeeldingen 3a en 3c. De twee blokken vormen een architectonische eenheid en hebben dezelfde bouwhoogte, ook liggen de verschillende verdiepingen op dezelfde hoogtes.
Uitkragingen Uitkragende gebouw-/geveldelen (die niet-onderschikt zijn) zijn niet toegestaan.
Afbeelding 3c: Kavelregels voor 8B (zoom van 3a) Gemeente Amsterdam
15
• • •
zoekgebied hoofdontsluiting woningen zoekgebied ingang evt parkeergarage
co nc ep t
Afbeelding 3d: Zoekgebieden ontsluitingen
Snede - oostzijde
Alle andere gevels
Afbeelding 3e: Toegestane balkons en margestroken
16
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
Plinten • De plinten worden vooral gedomineerd door verblijfsruimtes van de grondgebonden woningen. Indien geluidstechnisch mogelijk hebben deze woningen entrees (niet noodzakelijk de hoofdentrees) en een margestrook. Indien de geluidssituatie margestroken niet mogelijk maakt, kunnen op de begane grond verglaasde buitenruimtes komen. • De aanwezigheid van technische ruimtes aan de plint wordt geminimaliseerd, deze worden zoveel mogelijk naar binnen gebracht.
Beeldkwaliteit Het Cruquius werkgebied is welstandsvrij, maar in deze bouwenvelop geven we een richting aan voor de beeldkwaliteit. Zie bijlage A: Beeldkwaliteit: inspiratie en suggesties.
co nc ep t
Galerijen Galerij-ontsluitingen hebben niet de voorkeur, maar zijn denkbaar aan de gevels die niet aan de kade (zuidzijde) of het plein (westzijde) grenzen. Indien galerijen worden toegepast moeten deze voldoen aan de volgende regels: • De galerijen lopen niet door tot aan de buitenhoeken van de bouwblokken. • Verlichting van de galerijen is niet prominent zichtbaar vanaf het maaiveld (denk aan plaats van bevestiging, gerichte armaturen, lichtttemperatuur, etc). Ook dient de verlichting niet storend te zijn voor fauna.
Huisvesten bestaand transformatorhuisje Aan de insteekhaven verderop in het gebied staat een bestaand transformatorhuisje, dat de realisatie van een belangrijke openbare ruimte met zicht op het water belemmert. Om deze te kunnen verwijderen dient een alternatief hiervoor gerealiseerd te worden binnen een nieuw bouwvolume. Dit wordt in samenspraak met Liander opgelost in één van de blokken op kavel 8B. De aanwezigheid van deze technische ruimte in de gevel wordt geminimaliseerd.
Fiets- en scooterparkeren Gemeenschappelijke, afsluitbare, inpandige fietsenbergingen voor de bewoners zijn verplicht, en dienen te voldoen aan de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter. Deze fietsenbergingen zijn gelegen op de begane grond of zijn (half) verdiept. Een fietsenberging op de begane grond wordt zodanig in het blok gesitueerd dat deze zo min mogelijk aan de plint gelegen is. Waar dit wel het geval is wordt deze plint vormgegeven met openingen naar de openbare ruimte toe, goed gedetailleerd en gematerialiseerd. Zie Plinten. Autoparkeren Alle woningen vallen in het sociale en middensegment en daarom geldt geen minimale parkeernorm. Wordt toch gekozen voor het faciliteren van parkeerplaatsen in het gebouw, dan vindt de ontsluiting plaats via de snede aan de oostzijde, zie blauwe zoekgebied op afbeelding 3d. Door de ontwikkelaars dient een voorstel te worden gedaan voor het eventuele bewonersparkeren op eigen terrein. Daarbij zijn ook innovatieve oplossingen zoals deelauto’s denkbaar. In de openbare ruimte wordt conform stedelijk beleid rekening gehouden met 0,1 parkeerplaats per woning voor bezoekers.
Margestroken Indien geluidstechnisch mogelijk zijn aan alle gevels margestroken toegestaan tot 1,5 m. diep. Aan de oostzijde van het oostelijke bouwblok, aan de snede, zijn margestroken toegestaan tot 1 m. diep. De margestroken zijn bedoeld als overgang privé-openbaar.
Gemeente Amsterdam
3.3 Programma
Onderstaand programma is onder voorbehoud, het kan nog wijzigen. Woonprogramma 120 - 155 woningen, 50% middeldure huur en 50% sociale huur. De bebouwing van kavel 8B staat volledig in het teken van het realiseren van hoogwaardige betaalbare woningen. Circa 50% van de woningen zal in het middeldure huursegment vallen en circa 50% zal sociale huur zijn. De regel uit de Spelregelkaart dat minimaal 50% van de plint ingevuld moet worden met niet-woonfuncties vervalt hier, vanwege het uitgebreide niet-woonprogramma dat wordt gerealiseerd op kavel 8A enerzijds, en de slechte zichtbaarheid van deze locatie voor niet-woonfuncties anderzijds.
3.4 Bestemmingsplan - Omgevingsplan
Het plan dient te voldoen aan de programmatische en ruimtelijke eisen van het bestemmingsplan dat een onderdeel is van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 1.7. Voor kavel 8B geldt de bestemming Wonen (artikel 4). Het bouwvlak met de verschillende maximale bouwhoogtes geeft de positie en hoogte van de bebouwing aan.
3.5 Openbare ruimte en omgeving
Openbaar karakter omgeving Al het niet-bebouwde oppervlak van kavel 8B wordt openbare ruimte, ontworpen, aangelegd en beheerd door de gemeente. Een uitzondering wordt gemaakt voor de eventuele margestroken bij de woningen en het binnengebied tussen de twee gebouwen. Die worden in erfpacht uitgegeven en niet door de gemeente aangelegd en beheerd. Het binnengebied tussen de twee gebouwen wordt, met uitzondering van de eventuele margestroken, wel openbaar toegankelijk.
17
co nc ep t Afbeelding 3f: Peil- en hoogtematen en coördinaten bouwvlakken
Afbeelding 3g: Bronlocaties wko 18
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
Duurzame energie en aardgasvrij Er komt geen aansluiting op het aardgasnet. De nieuwbouw wordt dus aardgasvrij gerealiseerd. De nieuwe gebouwen moeten daarnaast aan de landelijke eisen van BENG voldoen. Door Amvest zijn op Cruquius veel woningen gebouwd, waarbij een collectief open bodemenergiesysteem door middel van warmte-koude opslag (wko) is gerealiseerd bestaande uit meerdere monobronnen. Deelgebied 8 kan hier niet op aansluiten en dient zelf de mogelijheden te bekijken om in de koude- en warmtevraag te voorzien. Hierbij ligt ook de focus op open bodemenergie. Deelgebied 8 wordt daarbij uitgewerkt als losstaand systeem. De werkvolgorde van het projectgebied is van belang, waarbij de voorkeursvolgorde is: sloop huidige bebouwing, inbrengen nieuwe fundering, boren bronnen. IF Technology heeft onderzoek verricht naar de beste locaties voor de wko-bronnen voor deelgebied 8, 10 en 11. Hiervoor verwijzen we naar het rapport “Cruquiuseiland Amsterdam deelgebied 8, 10 en 11. Haalbaarheidsonderzoek open bodemenergiesysteem”. Op afbeelding 3h zijn de locaties voor de warme en koude wko-bron voor deelgebied 8 zichtbaar.
co nc ep t
Het plein aan de westzijde van kavel 8B, de openbaar toegankelijke kade aan de zuidzijde en de ruimte aan de noordzijde tussen school en woongebouwen worden autovrij en voetgangersvriendelijk ingericht. De openbare ruimte krijgt hier een groene inrichting met veel zitmogelijkheden. Dit gebied is enkel autotoegankelijk voor nood- en hulpdiensten. De ontsluiting van het gebouw voor autoverkeer vindt plaats via de snede aan de oostzijde. In het ontwerp van de openbare ruimte van deze snede worden autoparkeerplekken voor bezoekers van de woningen opgenomen. De hoogte-/peilmaten van de gebouwen zijn 1,10 m + peil, aansluitend op de peilhoogtes van de omliggende openbare ruimte. Zie afbeelding 3f. Geluid Er is sprake van aanzienlijke geluidsbelasting in de omgeving, veroorzaakt door bedrijven ten zuiden van het Cruquius werkgebied. Er is geluidsonderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 4.2 ‘Milieuzonering - milieuplanologische inpasbaarheid’ en paragraaf 4.3 ‘Geluid - Wet geluidhinder’ van het bestemmingsplan ‘Cruquius deelgebied 8 Drenth- en Werfkavel. Conclusie uit dit onderzoek is dat aan het streven om woningen te realiseren met een belasting die niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, niet wordt voldaan. Volgens het Amsterdamse geluidsbeleid geldt dan dat er oplossingen kunnen worden gezocht met dove gevels. Ook moeten de woningen een geluidsluwe zijde hebben.
Een buitenruimte is bij voorkeur stil. Mogelijkheden zijn het toepassen van verglaasde balkons. Deze maatregelen moeten omkeerbaar zijn, met het oog op mogelijke veranderingen in de geluidsbelasting in de toekomst.
3.6 Techniek
Het is belangrijk dat ondergrondse aansluitingen een plek krijgen aan de oostzijde van kavel 8B, aan de snede waar autoverkeer is toegestaan, zodat de westen zuidzijde zoveel mogelijk kabel- en leidingenvrij kunnen worden ingericht. Dit met het oog op een groene inrichting van de openbare ruimtes aan deze zijdes. Alle nutsvoorzieningen worden inpandig opgelost.
3.7 Duurzaamheid
Circulair bouwen Alle materialen worden opgenomen in een materialenpaspoort. Maak gebruik van BCI Gebouw voor het integraal vastleggen van waarden voor de MPG, Materiaalgebonden CO2-uitstoot en Materiaalgebonden CO2-opslag.
Gemeente Amsterdam
Klimaatadaptatie In Amsterdam is een hemelwaterverordening van kracht. Hierin worden eisen gesteld ten aanzien van de berging van regenwater bij gebouwen. Informatie is beschikbaar op de gemeentelijke website Duurzaam ontwikkelen. Wij zien graag de beoogde maatregelen tegemoet, om te voldoen aan de hemelwaterverordening. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is als onderdeel van de Groenvisie vastgesteld. Er dienen daarom natuurinclusieve maatregelen genomen te worden. De inschrijver wordt gevraagd minimaal 30 punten te halen volgens het puntensysteem natuurinclusief bouwen. Het puntensysteem is in de bijlage toegevoegd. Ook moet voldaan worden aan de eisen zoals gesteld in de Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, over extra maatregelen voor vleermuizen. Afval Afvalscheiding en vetvangputten van de niet-woonfuncties dienen inpandig opgelost te worden. Voor de woonfuncties komen er afvalcontainers in de openbare ruimte.
19
4
Uitvoering
Om werkzaamheden goed en veilig uit te voeren is ruimte nodig en ruimte is schaars in Amsterdam. Het creëren van een benodigd bouwterrein met een standaard bouwwijze is niet altijd mogelijk vanwege de functies in de directe omgeving. In dit hoofdstuk wordt kort toegelicht met welke omgevingsaspecten men te maken krijgt en welke stappen doorlopen moeten worden voor het realiseren van deelgebied 8B.
co nc ep t
Beperkingen vanuit de omgeving De kavels zijn gelegen in een bestaande omgeving met bewoners en ondernemers. De belangrijkste ontsluitingsweg in het gebied, de Cruquiusweg, mag niet ontoelaatbaar worden gehinderd. Voor de aanleg van de fundering is heien niet toegestaan.
BLVC en WIOR proces Om te mogen werken in de openbare ruimte is een WIOR vergunning (Werken In Openbare Ruimte) vereist. In Amsterdam is veel aandacht voor de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC) tijdens werkzaamheden. Om een WIOR vergunning te verkrijgen dient men een BLVC uitvoeringsplan op te stellen. Elk project moet aangeven hoe zij omgaat met BLVC tijdens de uitvoering. Hinder en overlast blijven daardoor zo laag mogelijk. De gemeente toetst de BLVC-maatregelen. Werkterrein Opslag van materiaal/materieel, parkeren, kraanopstelling, stilstaand (vracht)verkeer etc. is niet toegestaan buiten het overeengekomen werkterrein. Het werkterrein dient te worden achtergelaten zoals het voor ingebruikname is aangetroffen. In relatie tot de beperkte ruimte, de reeds bewoonde blokken in de buurt, de school en andere functies en het bewoners- en gebruikersverkeer dient de ontwikkelaar rekening te houden met een situatie waarin er weinig bouwruimte beschikbaar is en er gebouwd wordt in een bewoonde omgeving. De ontwikkelaar/bouwer dient rekening te houden met de benodigde veiligheidszone rondom het kavel m.b.t. tot de bouwhoogte en hierop haar bouwmethode af te stemmen zonder extra maatregelen te treffen in de openbare ruimte.
20
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
5
IJkpunten
5.1 Planning Tender De tender zal bestaan uit twee rondes. De planning is te vinden in de selectiebrochure.
co nc ep t
Bouwrijp maken Fases: • Sloop van de gemeentewerf, incl. fundering; • Sanering van de grond.
Bouw Na uiterlijk ... maanden bouwtijd dient de oplevering plaats vinden. 13 weken voor oplevering zal ruimte gemaakt moeten worden voor de aanleg van de openbare ruimte (steigervrije periode), zodat ook dit gereed is bij de oplevering.
5.2 Processen
Goede afstemming is noodzakelijk met het ontwerp van de openbare ruimte en afstemming met het bouwproject van deelgebied 8A.
5.3 Toetsmomenten
Tijdens het ontwerpproces zijn er minimaal twee toetsmomenten: • Het VO bouwplan. In overleg met de ontwikkelaar zal bekeken worden of het VO als concept aan de Commissie Omgevings Kwaliteit wordt voorgelegd. • Het DO bouwplan. Na een positieve toets ten aanzien van de bouwenvelop kan de aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend.
5.4 Raakvlakken
Er dient rekening gehouden te worden en afstemming plaats te vinden met de ontwikkeling van kavel 8A. De bouwwerkzaamheden, de opleveringen, de aanleg van de buitenruimte van kavel 8A en de communicatie naar de buurt dienen tussen beide ontwikkelaars te worden afgestemd.
Gemeente Amsterdam
21
co nc ep t BIJLAGEN
22
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
A
Beeldkwaliteit: inspiratie en suggesties
Algemeen In deze bijlage geven we inspiratie en suggesties mee voor de beeldkwaliteit van bebouwing en bijbehorende buitenruimtes.
co nc ep t
De nieuw toe te voegen gebouwdelen dienen bij voorkeur aan te sluiten en in te spelen op het rauwe nautisch-industriële verleden van de plek. De ruimtelijke compositie sluit hierop aan door een sterk functionele benadering en het maken van helder opgebouwde volumes. De materialisering is eenvoudig, stoer en robuust en de materialen verouderen op een mooie manier. De kleuren zijn terughoudend. Zie bijgevoegde afbeeldingen als referenties voor de gebouwen en buitenruimte.
Gemeente Amsterdam
23
co nc ep t
Woningbouw
24
Little C, Rotterdam: gebouwen zijn familie van elkaar en vormen samen een architectonisch samenhangend ensemble
RIV//, Amsterdam, NEXT architects: schaal lange gevelwand optisch gebroken: geleding en verspringingingen in gevel
Oosterdokseiland, Amsterdam: goed herkenbare hoofdentree van de woningen met ruime hal die ontmoeting mogelijk maakt
Zuidas, Amsterdam: verbijzondering hoek voor ruime hoofdentree
Woudt, Voorburgstraat, Amsterdam, Paul de Ruiter Architects: uitkraging vanaf 3e bouwlaag met loggia’s, en eronder balkons
Monicahof, Utrecht, Studio Ramin Visch: balkons beperkte breedte en geïntegreerd in gebouw, gematerialiseerd als een voortzetting van de gevelwand Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
co nc ep t
Woningbouw
Andreas ensemble, Amsterdam: balkons met zwart stalen hekwerk vallen weg tegen gevel
Eenhoorngebied, Amsterdam: galerijen geïntegreerd in volume en zelfde metselwerk
Cruquius, deelgebied 1, Amsterdam, onderzijdes balkons en uitkragende bouwdelen zorgvuldig gematerialiseerd en balkons geïntegreerd in gebouwontwerp
Zuidas, Amsterdam: loggia’s goed geïntegreerd door zelfde metselwerk
Cruquius, Amsterdam, Dam & Partners: zorgvuldig vormgegeven plint met transparantie tot fietsenstalling
Timmerhuis, Rotterdam, OMA: goede aansluiting historische bebouwing en nieuwe woningen
Gemeente Amsterdam
25
co nc ep t
Woningbouw
26
Bos en Lommer, Amsterdam: erfafscheidingen margestroken in de vorm van muurtjes en groen
Zuidas, Amsterdam: wadi’s langs erfafscheidingen van de margestroken
Zuidas, Amsterdam: inrichting binnenterrein mee ontworpen, zelfde materialen en kleuren
Cruquius deelgebied 4, Amsterdam: groen, openbaar toegankelijk binnenterrein met zorgvuldig vormgegeven, lage afscheiding en beplanting in volle grond
Rotterdam: gemeenschappelijke daktuin met diversiteit aan beplanting
Wonderwoods, Utrecht, MVSA: groene gevel met ingebouwd bewateringssysteem
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
co nc ep t
Woningbouw
Stadhouderspark, Vught, Planet Lab Architecture: eenvoudige, stoere en robuuste uitstraling, met materialen die mooi verouderen
De Verbinding, Ede, MIX architectuur: biobased materialen, terughoudende kleuren
Stories, Amsterdam, Olaf Gipser: hybride houtbouw en transparante gevels
Johan van Hasseltkade, Amsterdam, Frantzen et al: hybride houtbouw, terughoudende kleuren en transparante gevels
Wonderwoods, Utrecht, MVSA: onderzijdes balkons en uitkragende bouwdelen zorgvuldig gematerialiseerd, eenvoudige, stoere en robuuste materialen
Natuurinclusieve maatregelen geintegreerd in gebouw
Gemeente Amsterdam
27
Coördinatentekening
co nc ep t
B
28
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
Overige bijlagen DO Herinrichting Openbare ruimte
D
Puntensysteem Natuurinclusief bouwen
E
Klimplantengids
co nc ep t
C
Gemeente Amsterdam
29
co nc ep t 30
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
Lijst van verwijzingen Omgevingsplan: www.regelsopdekaart.nl
Duurzaamheid gemeente Amsterdam: https:// www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/ duurzaam-amsterdam/duurzaam-ontwikkelen
Commissie Omgevingskwaliteit - Welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam: https://www.crk. amsterdam.nl/
co nc ep t
Gemeente Amsterdam
31
co nc ep t 32
Bouwenvelop Deelgebied 8B - Cruquius Werkgebied
blz. 83
Bijlage 3
Mer-beoordeling
Gemeente Amsterdam
Definitief Versie 5
15 mei 2018
Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruquiusgebied
Auteur(s) P. Zwart Opdrachtgever Ontwikkelaar Amvest Contactpersoon P. Zwart Ingenieursbureau Kenmerk 23637
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 2 van 19
Inhoud
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING AANLEIDING VOORGENOMEN ACTIVITEIT WAAROM EEN M.E.R.-BEOORDELING? DOEL VAN DE M.E.R.-BEOORDELING M.E.R.-BEOORDELINGSPROCEDURE
3 3 3 4 4
2 PROJECTBESCHRIJVING 2.1 TOELICHTING PROJECT
5 5
3 MILIEUBEOORDELING 3.1 INLEIDING 3.2 BEOORDELING MILIEUEFFECTEN
8 8 8
4
18
Samenvatting en conclusie
Bijlage(n) Bijlage 1 - Literatuurlijst
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 3 van 19
1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING VOORGENOMEN ACTIVITEIT Het Cruquiusgebied is een gebied in transformatie. Van werkgebied transformeert het geleidelijk naar werk/woongebied. Het initiatief voor deze transformatie ligt bij de markt. Dit wil zeggen dat het tempo en planvorming door de marktpartijen bepaald wordt.
Figuur 1: Contour Cruquiusgebied (bron Gemeente Amsterdam De ontwikkeling van het Cruquiusgebied past binnen de Structuurvisie Amsterdam 2040. Daarin is de Cruquiusweg aangewezen als te ontwikkelen werk- en woongebied.
1.2 WAAROM EEN M.E.R.-BEOORDELING? Inmiddels liggen er meerdere initiatieven voor de transformatie van het Cruquiusgebied ter beoordeling bij de gemeente. Uitgangspunt van de ontwikkelstrategie is dat voor elk van deze initiatieven een (postzegel) bestemmingsplan wordt opgesteld. Echter de ruimtelijke samenhang tussen de initiatieven is groot en ook qua planning lopen de ontwikkelingen nagenoeg gelijk. Daarom is besloten voor de hele transformatie op basis van
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 4 van 19
de nu bekende gegevens meerdere onderzoeken uit te laten voeren op het gebied van verkeer, lucht en geluid. Deze onderzoeken worden gebruikt worden voor het opstellen van bestemmingsplannen en deze MERbeoordeling. De procedures die moeten worden doorlopen zijn: 1. (postzegel)bestemmingsplan voor de verschillende initiatieven conform de Wet ruimtelijke ordening. Het programma voor het Cruquiusgebied zoals dit nu voor de totale ontwikkeling te voorspellen is voorziet in uit in de realisatie van 2 ,294 woningen en 58.128 m2 BVO werken. Vanwege de realisatie van het woningbouwprogramma/transformatie, (meer dan 2000 woningen) geldt op basis van activiteit 11.2 van de Dlijst van het Besluit Milieueffectrapportage een m.e.r.-beoordelingsplicht. Deze m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen volledige m.e.r-procedure noodzakelijk; • Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-procedure plaatsvinden.
1.3 DOEL VAN DE M.E.R.-BEOORDELING Het doel van een m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag (gemeente Amsterdam). Dit doet de initiatiefnemer (Ontwikkelaar Amvest) in een aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid van een m.e.r. Het bevoegd gezag besluit op basis van deze informatie of voor de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit (in dit geval het woningbouwprogramma/de transformatie) een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden, vanwege ‘de belangrijke nadelige gevolgen die de ingreep voor het milieu kan hebben’. In voorliggende notitie wordt op deze milieueffecten ingegaan, aan de hand van de volgende onderdelen: • Kenmerken van de activiteit (onder andere omvang en cumulatie), uitgewerkt in hoofdstuk 2. • Plaats waar de activiteit wordt verricht (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving), uitgewerkt in hoofdstuk 3. • Kenmerken van de gevolgen van de activiteit (mogelijke effecten van de activiteit), uitgewerkt in hoofdstuk 3.
1.4 M.E.R.-BEOORDELINGSPROCEDURE Met de voorliggende aanmeldingsnotitie deelt de initiatiefnemer ontwikkelaar Amvest in samenspraak met de rve Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam) aan het bevoegd gezag Gemeente Amsterdam mede dat zij voornemens is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, de realisatie van een woningbouwprogramma/transformatie mogelijk te maken. Daarbij is in deze aanmeldingsnotitie gemotiveerd of er al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht worden. Op basis van de aanmeldingsnotitie kan het bevoegd gezag vervolgens het besluit nemen of al dan niet een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 5 van 19
2 PROJECTBESCHRIJVING 2.1 TOELICHTING PROJECT Het Cruquiusgebied ligt in Amsterdam Oost en is het meest zuidelijke schiereiland van het Oostelijk Havengebied. Het schiereiland grenst in het westen aan de architectenbuurt en wordt omsloten door water van de Entrepothaven, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Nieuwe Vaart.
Figuur 2: uitsnede van bestemmingsplan (bron ruimtelijkeplannen.nl )
De gemeente heeft een spelregelkaart opgesteld om de transformatie van het Cruquiusgebied mogelijk te maken. Deze transformatie verloopt via afzonderlijke (postzegel)bestemmingsplannen Het Cruquiusgebied is een gebied in transformatie. Van werkgebied transformeert het geleidelijk naar werk/woongebied. Het initiatief voor deze transformatie ligt bij de markt. Dit wil zeggen dat het tempo en planvorming door de marktpartijen bepaald wordt. Als kader voor de transformatie is door de gemeente een spelregelkaart vastgesteld.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 6 van 19
Het programma voor het Cruquiusgebied zoals dit nu voor de totale ontwikkeling is te voorspellen, ziet er als volgt uit:
functie wonen (m2) parkeerplaatsen (aantal) werken (m2) werken gespecificeerd (m2)
type
totaal Maatschappelijk Horeca Hotel Detailhandel Creatief Dienstverlening Bedrijven/commercieel Kantoren Nader te bepalen
programmascenario 244.862 2.255 93.128 3.534 2.676 20.393 1.080 1.837 161 49.380 2.058 12.010
Tabel 1: programmascenario van het Cruquiusgebied in geval van totale ontwikkeling na 2027. .
Voor dit programmascenario wordt ervan uitgegaan dat in 2027 alle initiatieven en alle fases zijn uitgevoerd. Dat betekent dat in programmascenario er ook kavels zijn opgenomen waarvoor nog geen initiatieven bekend zijn. Voor deze kavels is eveneens aangenomen dat zij in 2027 volledig zijn ontwikkeld en voor de invulling is uitgegaan van een extrapolatie van het programma van alle bekende initiatieven samen.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Figuur 3: overzicht van de deelgebieden in het Cruquiusgebied
Figuur 4 globale posities ondergrondse parkeergarage t/m mrt 2017
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 7 van 19
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 8 van 19
3 MILIEUBEOORDELING 3.1 INLEIDING In de volgende paragraaf is voor de relevante milieuaspecten aangegeven of, en zo ja welke, milieueffecten optreden door transformatie .Zoals gezegd liggen er inmiddels vier initiatieven voor de transformatie van het Cruquiusgebied ter beoordeling bij de gemeente. Vanwege de samenhang tussen de initiatieven in ruimte en tijd zijn voor de hele transformatie op basis van de nu bekende gegevens onderzoeken voor de aspecten verkeer, lucht en geluid, externe veiligheid uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken wordt in dit hoofdstuk op onderstaande aspecten beoordeeld of er al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht worden. De volgende milieuaspecten zullen in de beoordeling aan de orde komen: • verkeer, • luchtkwaliteit, • geluidhinder, • externe veiligheid, • grondwateroverlast, • milieuhygiënische bodemkwaliteit, • natuur.
3.2 BEOORDELING MILIEUEFFECTEN
3.2.1 Verkeer Voor de uitvoer van het verkeersonderzoek is gebruik gemaakt van het Amsterdamse verkeersmodel (VMA), het op VMA gebaseerde Ritproductiemodel van V&OR en een verkeersregelkundig programma (COCON). Daarnaast is gebruik gemaakt van verkeerstellingen die in februari 2016 zijn uitgevoerd in het kader van het Verkeersonderzoek Bestemmingsplan Zeeburgerpad en een verkeerstelling die in november 2016 is uitgevoerd op het kruispunt Zeeburgerdijk-Zuiderzeeweg. V&OR heeft de verkeersintensiteiten berekend voor de zichtjaren 2017 en 2027, met en zonder programmascenario’s. Op basis van deze verkeersintensiteiten heeft R&D een analyse gemaakt van de doorstroming op de geregelde en ongeregelde kruispunten in het studiegebied. Het door het model berekende autobezit is vergeleken met de parkeercapaciteit in de programmascenario’s. Regelbaarheid geregelde kruispunten Voor het kruispunt Zeeburgerdijk met de Zuiderzeeweg geldt dat dit kruispunt alleen regelbaar blijft als er een profielwijziging plaatsvindt. Voor dit knelpunt in de toekomst is een redelijke standaard technische oplossing beschikbaar. Dit knelpunt wordt niet daarom niet als een bijzonder nadelig gevolg beschouwd. Ook al niet omdat het knelpunt qua geluidhinder en/of luchtkwaliteit niet tot problemen leidt.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 9 van 19
Uit de doorrekeningen van de twee geregelde kruispunten waarbij de Zeeburgerdijk kruist met de Panamalaan en met de Molukkenweg, volgt dat de huidige profielen de prognoses voor 2027 nog voldoende kunnen verwerken. De verkeersregelingen blijven voldoen aan de Amsterdamse randvoorwaarden. Noodzaak tot regelen van de ongeregelde kruispunten Uit de toetsing van de vier ongeregelde kruispunten (aan het Zeeburgerpad en op de Th.K.van Lohuizenlaan) volgt dat verkeerslichten hier niet noodzakelijk zijn. Wat het aspect verkeer betreft is de conclusie dat er geen sprake is van “belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu”.
3.2.2 Luchtkwaliteit Wet luchtkwaliteit Het wettelijke toetsingskader luchtkwaliteit is vastgelegd in titel 5.2 (luchtkwaliteitseisen) van de Wet milieubeheer (Wm). De wijze waarop het aspect luchtkwaliteit in acht genomen dient te worden overeenkomstig de Wet luchtkwaliteit is geregeld in artikel 5.16 van de wet en kan als volgt worden samengevat: - Indien aannemelijk is gemaakt dat grenswaarden niet worden overschreden bij realisatie van het plan, vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de realisatie van dat plan, zelfs niet indien het voorgenomen plan leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Tabel 2: Grenswaarden voor fijn stof en NO2 De gevolgen voor de luchtkwaliteit, die samenhangen met de herontwikkeling van het Cruquiusgebied zijn in kaart gebracht. Hiertoe zijn de concentraties luchtverontreinigende stoffen berekend op die locaties waar de gevolgen voor de luchtkwaliteit maximaal zijn en de hoogste concentraties luchtverontreinigende stoffen te verwachten zijn. De berekeningen zijn uitgevoerd voor het maatgevende jaar 2017. In dit kader zijn de concentratiebijdragen bepaald vanwege de herontwikkeling. Hiertoe zijn de bijdragen vanwege: – de verkeersaantrekkende werking van het Cruquiusgebied; – het scheepvaartverkeer over het Amsterdam-Rijnkanaal ten oosten van Cruquiusgebied; – het wegverkeer op omliggende verkeerswegen en – de emissie van de (vooralsnog) te handhaven bedrijvigheid op het zuidelijke gedeelte van het Cruquiusgebied.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 10 van 19
In het onderzoek is uitgegaan van de ingebruikname van het Cruquiusgebied in 2017. Omdat de ingebruikname van de herontwikkeling in de praktijk gefaseerd zal plaatsvinden, vormen de berekende concentraties luchtverontreinigende stoffen in voorliggend onderzoek een overschatting van de werkelijk te verwachten concentraties (worstcase). Uitkomsten toekomstige situatie Uit de berekeningen volgt dat zelfs bij de gehanteerde worstcase benadering, de grenswaarden voor (zeer) fijn stof en NO2 niet worden overschreden op die locaties waar de gevolgen voor de luchtkwaliteit vanwege de beoogde ontwikkeling het grootst zijn. Op grond van de voorgenoemde bevindingen vormt de Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het Cruquiusgebied. Wat het aspect luchtkwaliteit betreft, is de conclusie dat er geen sprake is van “belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu”.
3.2.3 Geluidhinder Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder en in het Besluit geluidhinder worden respectievelijk voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai twee typen grenswaarden benoemd: de zogenaamde voorkeursgrenswaarde en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde. Per geluidbron (per weg, per spoorweg, per industrieterrein) wordt aan de grenswaarden getoetst. Voor de geluidbron scheepvaart gelden geen grenswaarden. In onderhavig onderzoek worden geluidniveaus vanwege scheepvaartlawaai inzichtelijk gemaakt Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, maar niet van de maximale ontheffingswaarde, kan een zogenaamde hogere grenswaarde worden aangevraagd bij het College van Burgemeester en Wethouders (B en W). Het vaststellen van een hogere waarde door B en W is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan bron (verkeer) of tussen bron en ontvanger (gebouw), zoals schermen of verkeersreducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden. Indien ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen geluidgevoelige functie mogelijk tenzij deze wordt voorzien van maatregelen (dove gevels).
Voor de herontwikkeling van het Cruquiusgebied is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en scheepvaartlawaai uitgevoerd. De herontwikkeling bevinden zich volgens de Wet geluidhinder binnen de zones van de Cruquiusweg, Th.K. van Lohuizenlaan, Zeeburgerdijk en de IJburglaan (Piet Heintunnel). Ten oosten van het gebied is het Amsterdam-Rijnkanaal gelegen. Ondanks het ontbreken van wettelijke grenswaarden voor scheepvaartlawaai moet de geluidbelasting van de scheepvaart meewegen in de beoordeling. Ten behoeve van dit geluidonderzoek is gebruik gemaakt van de Wet geluidhinder, zoals deze geldt per 14 april 2016. De geluidbelastingen vanwege wegverkeer zijn berekend conform de Standaard Rekenmethode II uit bijlage III van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. De geluidbelastingen vanwege scheepvaartverkeer zijn berekend volgens de specialistische methode II-8 uit de Handleiding meten en reken industrielawaai.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 11 van 19
De berekende geluidbelastingen voor wegverkeerslawaai zijn getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder: voorkeursgrenswaarde 48 dB en maximale ontheffingswaarde 63 dB. Conclusies voor de toekomstige situatie: Het Cruquiusgebied is thans een gezoneerd industrieterrein ingevolge de Wet geluidhinder. Met de voorgenomen transformatie van een industriegebied naar een werk- en woongebied komt de zonering te vervallen. Er is dan geen sprake meer van een gezoneerd industrieterrein. Industrielawaai is derhalve niet van belang. – De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de Cruquiusweg is op de eerstelijnsbebouwing hoger dan 48 dB Lden. De hoogst berekende waarde op de gevels bedraagt 53 dB. De geluidbelasting is nergens hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. – De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de Th. K. van Lohuizenlaan is op de twee westelijk gelegen gebouwen hoger dan 48 dB Lden. De hoogst berekende waarde op de gevels bedraagt 59 dB. De geluidbelasting is nergens hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Op de oostelijk gelegen bebouwing wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. – De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de Zeeburgerdijk en Piet Heintunnel is overal lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden.
– De geluidbelasting ten gevolge van scheepvaartverkeer bedraagt ter plaatse van de eerstelijnsbebouwing ten hoogste 64 dB(A) etmaalwaarde. Vanwege de afschermende werking van de gebouwen is de geluidbelasting op de westelijk geprojecteerde gebouwen niet hoger dan 55 dB(A) etmaalwaarde. Op grond van de voorgenoemde bevindingen vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het Cruquiusgebied. Wat het aspect geluidhinder betreft, is de conclusie dat er geen sprake is van “belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu”.
3.2.4 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat in op de kans en bijbehorende effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Deze gevaarlijke stoffen kunnen opgeslagen worden bij bedrijven of getransporteerd worden over de weg, het water, per spoor of door buisleidingen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in risicobronnen (zoals een weg waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd of een hogedruk aardgastransportleiding) en kwetsbare objecten, zoals woningen en woonschepen, gebouwen waar minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten verblijven en gebouwen waar doorgaans grote aantallen mensen. Een combinatie van verschillende aspecten is bepalend voor het risiconiveau voor specifieke trajecten van transportroutes: • de omvang van de vervoersstroom , die bepalend is voor de kans op ongevallen met effecten op de omgeving; • de soort van gevaarlijke stoffen, die bepalend is voor de effecten op de omgeving; • de veiligheid, die bepalend is voor de kans op ongevallen; • het aantal mensen langs de route, dat bepalend is voor het mogelijk aantal dodelijke slachtoffers. Voor de effecten van risicobronnen op de bovengenoemde kwetsbare objecten gelden twee normeringen:
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
•
•
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 12 van 19
Het 'Plaatsgebonden Risico' (PR): dit wordt weergegeven met een contour, die aangeeft tot waar het risico groter is dan 1 op een miljoen (10-6) per jaar om te komen te overlijden als een fictief persoon het hele jaar zich binnen deze contour bevindt. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd. Het 'Groepsrisico' (GR): dit is een grafiek waarin de kans op een ongeval wordt afgezet tegen het potentieel aantal dodelijke slachtoffers. Voor het berekenen van de hoogte wordt gekeken hoeveel mensen en op welke afstand tot de risicobron er aanwezig zijn binnen het invloedsgebied van de risicobron. Het invloedsgebied is een contour vanaf de risicobron, die aangeeft tot waar nog 1% van de mensen komt te overlijden bij een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt geen harde normering. Het bevoegd gezag bepaalt of de kans op ongeval en het potentieel aan slachtoffers voor haar acceptabel is. Hierbij worden ook aspecten als de mogelijkheid om jezelf in veiligheid te brengen (voldoende vluchtwegen) en voldoende bluswatervoorzieningen meegewogen in dit besluit.
Relevantie voor plangebied Cruquius Belangrijk is te weten dat inmiddels de Bevi-inrichting, Metaal Magnus International (Risicobronnen betreffen twee PGS-15 loodsen met per loods meer dan 10 ton opslag van verpakte gevaarlijke stoffen) is verkocht en ook wordt het kavel ook getransformeerd wordt tot woongebied. Ook wordt daarmee vervoer van gevaarlijke stoffen over de Cruquiusweg dwars door het transformatiegebied naar Metaal Magnus International verleden tijd. De relevante risicobronnen voor het Cruquiusgebied zijn: 1) Transport gevaarlijke stoffen Amsterdam Rijn kanaal. 2) 2 Bunkerboten aan de overzijde van Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van Zeeburgereiland. Ad 1/ Uit de rapportage Externe veiligheid van de Omgevingsdienst: Plaatsgebonden risico: Het IJ en Amsterdam-Rijnkanaal zijn vaarwegen met een bevaarbaarheidsklasse 6. De bijlage bij de HART stelt dat een vaarweg met bevaarbaarheidsklasse 6 geen plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 heeft. Groepsrisico: De vuistregels in de bijlagen stellen dat langs een vaarweg met bevaarbaarheidsklasse 6 de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden wordt. Een berekening van het groepsrisico is niet nodig. Het groepsrisico voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het water ligt onder de 10% van de oriëntatiewaarde.
Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. in de toelichting bij een bestemmingsplan wordt dan in elk geval ingegaan op (Artikel 7 van het Bevt): a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op het binnenwater waarover de gevaarlijke stoffen worden vervoerd. b. voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op dat binnenwater een ramp voordoet.
Ad2 Uit de rapportage Externe veiligheid van de Omgevingsdienst: Plangebied Cruquius is op meer dan 120 meter gelegen van de bunkerschepen Calpam en Sleurink. Voor deze bunkerschepen moet een veiligheidsafstand van 100 m tot kwetsbare objecten (bijvoorbeeld een groep woningen of een groot kantoor, >1500 m2) worden aangehouden (Activiteitenbesluit). Cruquius is zodoende niet binnen deze veiligheidsafstand gelegen.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 13 van 19
Er is geen relevant Groepsrisico en er vindt geen overschrijding plaats van de PR 10-6 contour (Plaatsgebonden Risico). Zodoende zijn er geen belangrijk nadelige gevolgen op het gebied van externe veiligheid te verwachten.
3.2.5 Grondwateroverlast Het Cruquiusgebied wordt aan alle zijden begrensd door oppervlaktewater. Het oppervlaktewaterpeil bedraagt NAP -0,4 m. Omdat geen informatie beschikbaar is over de kadeconstructies, kan niet worden beoordeeld of grondwater in het projectgebied naar het oppervlaktewater kan afstromen. In het projectgebied ligt geen drainage. Naar verwachting is binnen het projectgebied sprake van horizontale grondwaterstroming door de topzandlaag richting het oppervlaktewater. Mogelijk wordt de afstroom van grondwater naar het oppervlaktewater lokaal verhinderd door waterdichte kadeconstructies en/of kelders onder bebouwing. Hierover zijn geen gegevens bekend. Daarnaast is sprake van wegzijging van het freatisch grondwater naar de 1e zandlaag (ca. 0,2 à 0,4 mm/dag). In het Cruquiusgebied zullen de komende jaren diverse bouwplannen worden uitgevoerd. Het projectgebied zal grotendeels worden volgebouwd. In de overzichtstekening (figuur 4) zijn globaal de geplande locaties van kelders weergegeven. De herinrichting van het projectgebied (heeft invloed op de grondwaterstandssituatie. Dit gebeurt op de volgende manieren: - Doordat braakliggend terrein wordt bebouwd, bestraat en aangesloten op hemelwaterafvoeren neemt de grondwateraanvulling door neerslag af.
Dit leidt tot een daling van de grondwaterstand; - Nieuw gerealiseerde ondergrondse constructies (kelders) vormen blokkades voor grondwaterstroming. Onder bepaalde omstandigheden kan dit leiden tot opstuwing van het grondwater aan de bovenstroomse zijde van de blokkade en een daling van de grondwaterstand aan de benedenstroomse zijde van de blokkade. Daarnaast is er sprake van autonome ontwikkelingen zoals klimaatverandering waardoor de grondwaterstand kan wijzigen. Om inzicht te krijgen in de grondwaterstandssituatie na realisatie van de bouwplannen is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is te beoordelen of in de toekomstige situatie aan de Grondwaternorm van Amsterdam (paragraaf 1.2) wordt voldaan, of dat aanvullende maatregelen benodigd zijn. Op basis van allerlei aannames en veel extrapolatie van gegevens is de voorlopige uitkomst dat in de toekomstige situatie niet voldaan wordt aan de grondwaternorm van Amsterdam (0,5 m) en de ontwateringsnorm voor wegen (0,5 m) en bomen (0,7 m). Deze eerste uitkomsten dienen wel met grote terughoudendheid te worden gebruikt vanwege de vele onzekerheden in de berekening. Er zijn nog veel onbekende gegevens zoals doorlatendheid kademuren, grondwaterstanden. Het geeft een eerste inzicht in de ordegrootte van grondwaterstijgingen en dalingen.
En het maakt duidelijk dat eerst nog veel veldwerk nodig is om voldoende gegevens over grondwaterstanden en doorlatendheid bodem en kademuren etc. te verkrijgen. Wanneer uit het vervolgonderzoek blijkt dat de herontwikkeling (al dan niet in combinatie met klimaatverandering) zal leiden tot grondwateroverlast, zullen compenserende maatregelen worden uitgevoerd te denken valt aan: - Onder de wegen een zandcunet aanbrengen en dit zandcunet in verbinding brengen met het oppervlaktewater; - Nieuw aan te brengen kadeconstructie waterdoorlatend maken (bijvoorbeeld door damwandplanken onder het oppervlaktewaterpeil te perforeren en achter de damwand een grindkoffer aan te brengen).