CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 20.06.2023

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Opening en vaststellen agenda61.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

41 alinea's met “debat”: 3 19 20 22 23 24 25 30 41 48 56 57 71 72 79 81 83 106 110 113 114 150 151 153 154 156 162 164 167 178 191 193 226 229 245 259 260 262 263 281 …

Wij geven kaders mee in financiële zin, wat wij volgend jaar graag in de begroting willen zien. En ik vind het wel een heel beetje heel flauw dat het initiatief niet vanuit de partijen komt die d emotie hebben ingediend. Dat ze dan nu opeens heel kritisch worden dat ik dat dan niet mag zeggen. Ik zeg het gewoon wel, dat wij vinden dat we ... En als dat drie ton is, dat er gewoon drie ton in de Kadernota, begroting op moeten nemen naar volgend jaar toe. De systematiek van verrekenen, we hebben tegenwoordig zo’n telefoon ... De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven, even, u krijgt een interruptie op dit punt van mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: We werden beticht als flauw, dat we niks wilden zeggen, maar dat is gewoon onzin, want wij hebben hier luid en duidelijk uitgesproken dat dat gewoon geld mag kosten van ons. En u snapt ook wel, de bewoordingen die je kiest dat dat gewoon fors geld mag kosten. Als u zegt drie ton, prima. Klappen we op. Klaar. Maar laten we gewoon even afwachten waar mijnheer Tanis mee komt, want dan weten we dat we daadwerkelijk iets nuttigs kunnen opschrijven in plaats van gewoon een gok. Maar wees gerust, mag van ons geld kosten, mag van ons veel geld kosten. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ik denk niet dat ik het meeste tegen u richtte, want u hebt een behoorlijk constructieve bijdrage aan het debat gegeven.

Maar andere partijen waren dat toch wat kort door de bocht en dat vond ik een beetje jammer. De techniek, hoe dat moet, mijnheer Meijboom, er zijn heel veel mogelijkheden tegenwoordig digitaal. Ik heb tegenwoordig zelf nog altijd een knipkaartje van de pont van Schoonhoven in mijn auto liggen. Dan hoef je echt niet ingewikkeld te gaan doen. Declareren. Ik neem aan dat

daar gewoon oplossingen voor zijn om dat te doen. En het zou niet moeten zijn dat elke overgang een bonnetje moet opleveren wat wij hier moeten gaan goedkeuren en uitbetalen. Dat is niet onze ... En dat laten we inderdaad graag aan het college over. We zijn blij met de steun. Ik wilde het in ieder geval op de agenda zetten dat we er wel ook gewoon in de begroting geld voor uittrekken. En dat gaat al heel snel. Ik hoop dat ook het bericht is dat het niet op 1 juli ingaat, maar dat het netjes naar volgend jaar wordt getild. En dan kunnen wij ook maatregelen nemen. De voorzitter: Dank wel, mijnheer Van der Hoeven. En dan zullen we kijken wat de verdere berichtgeving ons gaat brengen. Gaan we naar agendapunt 5.2, de Joodse begraafplaats in Werkendam. Die gaat door de SGP worden ingeleid. Mijnheer Meijboom, gaat uw gang. De heer Meijboom: Voorzitter, dank u wel. Medio maart jongstleden heeft de SGP-fractie vragen gesteld over het onderhoud van de Joodse begraafplaats te Werkendam. Medio april kregen we daarop antwoord. Hierin werd bevestigd dat de gemeente Altena onderhoudsplichtig is ten aanzien van het onderhoud van de begraafplaats, exclusief de grafzerken en inclusief een deugdzame afsluiting middels een hek en onderhoud aan de oeverbeschoeiing.

Die onderhoudsplicht stond nog niet op het netvlies van onze gefuseerde gemeente, waardoor er sprake is van groot achterstallig onderhoud. Het hek mag de naam afscheiding niet meer dragen en het onkruid staat minstens een meter hoog. We overleggen, anders dan bij de schriftelijke vragen in maart, nu maar geen foto's, want u zou er geen begraafplaats meer in kunnen ontdekken, zo hoog staat het onkruid en het gras. Uit de beantwoording blijkt dat er een afspraak was medio april met de eigenaar van de begraafplaats, het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap. Met hen zou het voorgenomen onderhoud worden besproken en het plaatsen van een nieuw hek. Tevens zou de suggestie van de SGP-fractie om een herkenningsbord te plaatsen, gelet op het feit dat de begraafplaats een Rijksmonument is en vanwege de cultuurhistorische waarde, besproken worden, ook met het bestuur van het NIK. Los van het feit dat we benieuwd zijn naar de uitkomsten van het gesprek, verbaast het ons wel dat we inmiddels enkele maanden verder zijn en de toestand van de begraafplaats alleen maar achteruit is gegaan. U heeft bijvoorbeeld terecht ... Het college heeft in de beantwoording terecht aangegeven dat het hek dusdanig slecht is, dat het herstel daarvan niet verstandig is en dat een nieuw hek geplaatst zal gaan worden. Wat de SGP-fractie betreft, zou dat prioriteit moeten hebben.

Afsluitend, los van de uitkomsten van het gesprek met het NIK zijn we van mening dat de handen op korte termijn uit de mouwen gestoken moeten worden en dat het onderhoud in de toekomst zal moeten worden geborgd in het onderhoudsplan begraafplaatsen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Ik kijk even rond of er anderen zijn die zich willen melden, anders dan gaan we meteen naar de beantwoording van het college. Portefeuillehouder Van Vugt. De heer Van Vugt: Voorzitter, dank u wel. Ik ben het van harte met de SGP-fractie eens. Ik ben ook blij dat wij door u hierop geattendeerd zijn. Dat had niet moeten gebeuren, kunnen gebeuren, maar inderdaad in de fusie is de afspraak die er was met de oude gemeente Werkendam tussen de gemeente en het Joods Genootschap, dat de graven voor het Joods Genootschap zijn en de rest van het begraafplaats, inclusief het hekwerk, voor gemeente, was van het netvlies afgevallen. En dat betreur ik ook, voorzitter. Niettemin hebben wij naar aanleiding van de vragen direct contact gezocht met de Joodse gemeenschap. Wij hadden wat sneller de afspraak ook willen plannen op locatie, maar dat is door omstandigheden hunnerzijds niet gelukt. Het is wat later geworden in de tijd, maar inmiddels zijn we twee keer ter plaatse geweest. En we hebben met hen een aantal afspraken gemaakt.

En één ervan is dat wij opnieuw, in samenspraak met hen, daar hebben we inmiddels ook opdracht voor gegeven, een inrichtingsplan gaan opstellen. Ook een ander voorstel gaan doen voor een hekwerk, want ik heb tot mijn toch een beetje schaamte gezien dat we een Joodse begraafplaats

hebben in Werkendam, die omheind is door een hek met prikkeldraad. Ik vind dat weinig smaakvol. En ik zou eigenlijk daar een andere constructie voor willen kiezen. Dat gaan we ook doen. Dat gaan we ook in samenspraak doen met het Joodse Genootschap, om daar tot een goede invulling te komen. De opdracht is verstrekt. Eind deze week is de bedoeling dat we ook de grootste wildernis gaan verwijderen. In die zin wordt u ook op dat vlak bediend. En we hebben ook met het Joods Genootschap gesproken over, kunnen we niet ook iets van het verhaal van deze begraafplaats vertellen door middel van een informatiebord? Daar staan ze op zich welwillend tegenover. En ook daar wordt verdere uitvoering aan gegeven. Voorzitter, dank u. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Vugt. Ik kijk even naar mijnheer Meijboom. De heer Meijboom: Dank u wel voor de beantwoording. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Dan gaan we tot slot naar programma 6, financiën. We hebben nog 4 onderwerpen te gaan. Agendapunt 6.1, de mogelijkheid tot het heffen van een forensenbelasting. Mijnheer Roovers van het CDA, ga uw gang. De heer Roovers: Dank je wel, voorzitter. Geachte collega's, wij wonen in een prachtige gemeente die veel te bieden heeft. Met 21 kernen en een oppervlakte die behoort tot de grootsten in Noord-Brabant, is Altena een aantrekkelijke plek om te wonen en te werken.

Altena trekt ook veel bezoekers van buitenaf, vanwege de diverse activiteiten, het uitstekende voorzieningenniveau en de unieke natuurlijke omgeving. Het is een feit dat het in stand houden van ons voorzieningenniveau financiële middelen vereist. Momenteel ontvangen wij een bedrag van het Rijk dat deels wordt bepaald door het aantal inwoners van onze gemeente. Onze inwoners dragen op deze manier bij aan de instandhouding van onze voorzieningen. Echter, er is een groep mensen die ook profiteert van deze voorzieningen, zonder dat zij hiervoor een financiële bijdrage leveren. En dat zijn de forenzen. Forenzen zijn mensen die vaak in onze gemeente verblijven, onder andere voor werk of recreatie, maar vooral geen ingezetene zijn van onze gemeente. Deze groep maakt eveneens gebruik van onze activiteiten en voorzieningen, maar draagt niet bij aan de financiering ervan. En dat is naar onze mening dan ook rechtvaardig om een bijdrage te vragen aan deze forenzen voor het behoud van het algemene voorzieningenniveau in Altena. En om dit te realiseren voorzitter, stellen wij voor dat de gemeente Altena de forensenbelasting invoert vanaf 2024. Door het vaststellen van een regeling of een verordening kunnen wij forenzen die veelvuldig in onze gemeente verblijven, maar geen inwoners zijn, belasten met de forensenbelasting.

Dat zou naar ons idee een eerlijke manier zijn om een financiële bijdrage te ontvangen van de mensen die profiteren van de voorzieningen in onze gemeente, zonder er permanent te wonen. En ter afsluiting willen wij graag drie argumenten noemen waarom de gemeente Altena forensenbelasting zou moeten invoeren. Een billijke bijdrage. Forenzen maken gebruik van activiteiten en voorzieningen in Altena, net als onze inwoners, maar dragen momenteel niet bij aan de financiering daarvan. Het invoeren van de forensenbelasting zou naar ons idee een rechtvaardige manier zijn om een billijke bijdrage te vragen aan deze groep mensen. Financiële ondersteuning. Het invoeren van de forensenbelasting zou de financiële situatie van onze gemeente versterken. De extra inkomsten kunnen gebruikt worden voor het behoud en verbetering van onze voorzieningen, waardoor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van onze gemeente wordt vergroot. Een stimulans voor vestiging. Door forensenbelasting in te voeren kunnen we tevens een stimulans geven aan mensen om zich daadwerkelijk in Altena te vestigen. Het belasten van forenzen kan hen aansporen om te overwegen om zich permanent in onze gemeente te vestigen, wat op de lange termijn de lokale economie en de gemeenschap ten goede zal komen.

Samenvattend voorzitter, zijn wij voornemens om het college te verzoeken om de mogelijkheden voor het invoeren van de forensenbelasting vanaf 2024 in Altena te onderzoeken. En we zijn vooral benieuwd wat onze collega-fracties daarvan vinden.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Mijnheer Meijboom van de SGP. De heer Meijboom: Die wil zijn mening wel namens de fractie laten horen. Het heffen van forensenbelasting is wat ons betreft geen vreemde gedachte. En u geeft een aantal redenen aan. Wat ons betreft is toch eigenlijk wel de belangrijkste, het zijn bezoekers, het zijn mensen die langer dan negentig dagen in onze gemeente verblijven en ook substantieel gebruikmaken van ons voorzieningenniveau. Op zich is dat ook al een heel helder argument om inderdaad forensenbelasting te heffen. Wij steunen dit in beginsel ook. Vraag is wel, maar ik neem aan dat u dat wel met ons van mening bent, dat mensen die al toeristenbelasting zouden betalen, dat die daar dan van worden uitgesloten. Dat ze niet toeristenbelasting en forenzenheffing betalen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Mijnheer Roovers mag blijven staan. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Dank je wel, voorzitter. Ook wij staan wel positief tegenover dit punt. Ik had eigenlijk nog wel twee aanvullende vragen voor het college wellicht, of misschien kan mijnheer Roovers ze ook wel beantwoorden. Hoeveel forenzen telt Altena? En wordt er eventueel ook al OZB-belasting betaald door deze mensen? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter, mijn vragen sluit eigenlijk gedeeltelijk aan op mevrouw Vos.

Hoeveel denkt de heer Roovers dan binnen te halen? Want dat is wel een belangrijke kwestie, denk ik. En er wordt eigenlijk een beetje zwart-wit geschetst dat forenzen eigenlijk alleen maar gebruikmaken van faciliteiten, maar niks betalen. Maar ik zou dan even niet zo gauw weten waar ze dan wel en geen gebruik van maken, wat ze minder betalen. Want als ze hier verblijven, dan hebben ze een woning of een tweede woning of een vakantiehuis en dan betalen ze daar ook al WOZ voor. Ik zie niet zo niet zo direct in wat u dan uiteindelijk als meer inkomsten eruit haalt. Of u moet terug willen naar Veen aan Zee, dat is rond 1300 vroeger. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Ik zat even na te denken dat Veen ooit aan zee lag, maar volgens mij niet. Er lagen natuurlijk allerlei prachtige dingen voor, zoals Genderen. Ik zit een beetje ... De voorzitter: En tegenwoordig is dat gelukkig allemaal mooi Altena, allemaal parels van Altena. De heer P. Bouman: Zeker. Ons mooie eiland, die geen eiland is. Ik zit een beetje op de lijn van de heer Meijboom. Geen probleem om te onderzoeken naar wat de meerwaarde kan zijn voor forensenbelasting ten opzichte van alle belastingen die we nu al heffen, maar het moet wel een beetje overzichtelijk blijven en we mogen ook geen dubbelheffing. Want mijnheer Meijboom snijdt een terecht punt aan.

Het kan zomaar zijn dat je onder de definitie van forens valt en tegelijkertijd onder de definitie van toerist. En dan word je twee keer gepakt. En daar zijn we dan wel op tegen. Het moet wel een helder onderscheid zijn, wanneer ben je een toerist en wanneer ben je een forens? En we gaan niet mensen twee keer laten betalen. En we moeten ook in ogenschouw nemen dat het inderdaad niet zo is, want een aantal mensen snijden dat ook terecht aan, vooral mevrouw Vos eerst, het is niet dat ze niks betalen, want het opstal waar ze in forenzen, daar wordt inderdaad gewoon belasting over geheven in de vorm van een ozb-heffing. Laten we het wel een beetje overzichtelijk houden en een beetje normaal.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dank u wel, voorzitter. Als ik kijk naar het doel van deze forensenbelasting, dan denk ik, dan zou het kunnen helpen om onze financiële kas, onze gemeentekas te spekken, om daar vervolgens weer andere mooie dingen voor te doen. Maar dan moeten we wel zeker weten dat dit ook significant wat oplevert. Want als het alleen maar eigenlijk een klein beetje is, terwijl de uitvoering meer kost, dan levert het dat niet op. En ik vraag me af of dat het echt bereikt wordt dat je, doordat je dan niet meer forensenbelasting hoeft te betalen doordat je inwoner wordt van de gemeente Altena, of dat dat de juiste prikkel wordt. Ik zou niet graag in een gemeente gaan wonen, omdat ik denk van, dan hoef ik die forensenbelasting niet meer te betalen. Je kiest ervoor om in een gemeente te gaan wonen, omdat je denkt, dit is gewoon een prachtige gemeente met voorzieningen, met mooie natuur. Misschien zelfs wel voor onze wethouders inderdaad, zegt mijn buurman. Maar ik denk dat dat doel wellicht niet behaald wordt op deze manier. Ik sta er vrij kritisch in. En ik denk, helpt dit echt en is het niet meer de forens pesten? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Siland van AltenaLokaal. De heer Siland: Dank u wel, voorzitter.

Ik zal niet te veel in herhaling treden wat mijn voorgangers hebben gezegd over het dubbel belasten inderdaad. En daarnaast was ik ook wel benieuwd naar voorbeelden van voorzieningen die dan zo gebruikt worden door de forensen die dan eigenlijk van de gemeente Altena zijn waar zij gebruik van maken. En daarnaast, hoe heeft u het in gedachten om dit te monitoren? Want inderdaad, zoals de heer Meijboom ook al zei, het gaat dan over mensen die meer dan negentig dagen per jaar in onze gemeente verblijven, hoe je dat wilt monitoren? Dan kom je eigenlijk op het punt wat mevrouw Schermers net zijn, gaat het niet misschien meer kosten dan dat het uiteindelijk oplevert voor ons als gemeente? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Siland. Mijnheer Roovers, er zijn een aantal vragen aan u gesteld. En dan wilde ik daarna maar even naar de portefeuillehouder gaan. De heer Roovers: Misschien dan maar even reagerend op de heer Siland. De laatste vraag, monitoren. Het is niet zo dat mensen dan negentig dagen ook hier moeten verblijven. De forensenbelasting ziet erop toe dat mensen die er minimaal negentig dagen gebruik van zouden kunnen maken, in ieder geval in aanmerking komen voor om dan belasting te betalen. Het is niet zo dat concreet de mensen hier moeten zijn. Het feit dat mensen er gebruik van kunnen maken, geeft al reden om iemand te belasten.

Dat is in ieder geval het antwoord richting de heer Siland. Wij hebben wel navraag gedaan of de forensenbelasting geheven kan worden naast de verbruiksbelasting die wij ook in Altena kennen. Het antwoord daarop is in ieder geval door de ambtelijke organisatie bevestigend beantwoord. Dat we daar, in reactie op de SGP, moeten voorkomen dat mensen dubbel betalen. Dat is evident. Daar zijn wij natuurlijk ook wel voorstander van. En even reagerend op de VVA. Het is niet zo dat wij gezegd hebben dat forenzen geen OZB-belasting betalen. We hebben gezegd dat de gemeente Altena voor inwoners in ieder geval een bijdrage krijgen via het Rijk voor de instandhouding van voorzieningen. En dat krijgen we voor niet-ingezetenen gewoon niet. Die inkomsten missen we als het gaat om forenzen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Gaan we naar het college. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter. De heer Roovers is heel consistent. Zo kennen we hem natuurlijk. Vorig jaar hebben we dit thema ook aan de orde gehad en heeft het college door middel van een memo, op 5 december vorig jaar, nog even wat achtergrondinformatie geschetst over de forensenbelasting en wat het inhoudt. Ik

verwijs daar maar even naar, zonder die nu te gaan citeren. Dat is één voorzitter. In dat stuk of die memo staat ook een inschatting, op basis van een kort onderzoekje wat wij hebben gedaan, dat we het hebben over een schatting van ongeveer 100 woningen. Een gemiddeld tarief wat je per jaar zou kunnen hanteren is 350 euro per woning. Als je op die manier rekent, dan zou je het hebben over een bedrag van 35.000 euro. En dan gaat natuurlijk uiteraard wat kosten voor het SVHW af. Om even wat gevoel te hebben. Maar dit staat verder beschreven in de memo, voorzitter. En verder laat ik het maar aan de raad over, of de raad het de moeite waard vindt om het op deze manier in te voeren. De voorzitter: Die memo is te vinden in het RIS, denk ik. De heer Tanis: Het is geen RIB. Het is echt een memo van 5 december vorig jaar, griffier. De voorzitter: Precies. Dank. Mijnheer Roovers, tot slot. De heer Roovers: Voorzitter, in ieder geval wil ik de portefeuillehouder bedanken voor zijn reactie. En de memo was bij ons bekend. Het is inderdaad zo dat wij dit onderwerp al een aantal keren hebben aangekaart. En wij nemen het gewoon mee om en we kijken wat we daar over veertien dagen mee doen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Dan zullen we dat zien. Gaan we naar agendapunt 6.2, de budgetoverhevelingen. De VVD, mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel.

Een aantal onderwerpen voorzitter, die volgens ons niet een kwartier per stuk hoeven te duren. Als u zich goed kan herinneren, dan hebben we uitleg gehad van de Rekenkamer over onderbesteding. Dat we te weinig uitgeven naar aanleiding van wat we verwacht hebben. En dat gebeurt nogal eens. En dit jaar ook weer. En dan is de eerste neiging om die budgetten door te schuiven naar volgend jaar. En dat noem je dan een budgetoverheveling. En de Rekenkamer heeft ons geadviseerd van, let er kritisch op, want je schuift die posten telkens door naar volgend jaar. En dan krijg je ze volgend jaar weer terug. Wij hebben daar even naar geluisterd. En wij hebben daar kritisch naar gekeken. En we hebben aan het college gevraagd van, geef even een korte onderbouwing van alles wat dan wordt overgeheveld naar volgend jaar. Kijk, en dan zitten daar punten bij waar je zegt van, dat is inderdaad helder. Dat is een concreet plan. Dat is dit jaar niet gebeurd, dat gaat volgend jaar ook. Maar daar zitten ook wat posten bij waarvan je zegt van, volgens mij voldoet dat niet helemaal aan het advies van de Rekenkamer. Door heel kritisch te zijn naar wat je overhevelt van, is dat dan echt onderbouwd dat je volgend jaar nog hetzelfde nodig hebt? Mooi voorbeeld hier dat doorschuiven van het geld van het sluipverkeer. De uitvoering is maar deels uitgevoerd in 2022.

De overige uitvoering zou vanaf ‘23 plaatsvinden. Daardoor wordt het budget naar ‘23 overgeheveld. Waarschijnlijk lopen de werkzaamheden door in ’24. Oftewel, niet alles wordt gedaan in ’23, maar we schuiven wel vrolijk het budget door. En zo zijn er wel meer van die zaken. Glasvezel. In 2022 zijn leges ontvangen. De kosten moeten nog worden gedekt uit de leges. Daardoor dienen de middelen in ‘23 beschikbaar te zijn. Wat zijn dan de kosten in ’23? Staat nergens. Er staat gewoon, we schuiven de leges door. Collega's, is dit de mate van kritischheid die we hadden moeten hanteren van de Rekenkamer? Of zijn we toch stiekem weer een klein beetje gewoon blind aan het doorschuiven? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Van der Hoeven van de ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Als u het niet erg vindt, ga ik niet in op het voorstel of uw voorbeeld over glasvezel. Daar heb ik wel een mening over. We zijn er ook vanuit de Auditcommissie nog wel aan het kijken, omdat we hebben de aanbeveling van de Rekenkamer overgenomen, maar dat vraagt wel om een vervolg. Ik heb in die

zin ook nog niet naar dat staatje gekeken van, vinden wij alle doorschuivingen terecht? De toelichting die wel is gegeven van, zeker voor het sluipverkeer, dat zal richting de verbouwing van de A27 zeker doorgezet worden dat je daar acties zal moeten doen en misschien nog wel meer. Er is vaak wel een verklaring waarom die dan doorschuift. Of we dat voldoende vinden, dat weet ik niet. En ik denk wel dat we met elkaar het debat, een gesprek moeten voeren van, als er echt dingen zijn waar geen plan onder zit en nog niet concreet is, maar dan moet je eigenlijk gewoon het budget terughalen. En op het moment dat het weer concreet is, dan komt het college maar weer terug met die vraag om dat budget. Er zitten zeker elementen in waar we op die manier naar moeten kijken, maar in algemene zin, in ieder geval vanuit het perspectief van de Auditcommissie is dit dossier nog niet klaar en ligt het rapport zeker nog niet in een la. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, zoiets noemen ze volgens mij creatief boekhouden. Als ondernemer mag ik dat niet, dat weet ik, maar misschien dat de gemeente dat wel mag. Zou kunnen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Bouman, daar mag u wel op reageren hoor. De heer P. Bouman: Dat gaat iets te ver.

Het is natuurlijk geen creatief boekhouden, want er verdwijnt geen geld. Dit is geld wat over is. Dat wordt dan naar volgend jaar gezet. Je weet precies hoeveel je had. Je weet hoeveel er doorgezet wordt. Het gaat om, de onderbouwing is gewoon erg mager en past niet bij hetgeen wat wij hier hebben afgesproken. En is ook geen enkel verwijt richting de Auditcommissie. En ik verwacht ook niet dat de Auditcommissie deze post inhoudelijk bekijkt en beoordeelt. Dat verwacht ik helemaal niet. Dat verwacht ik van ons allemaal. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Hoeven nog. De heer Van der Hoeven: Dat is terecht. Wij zullen daar geen politiek oordeel over vellen. Maar goed, in die zin is het wel goed dat u het aankaart en dat we met elkaar het er wel over hebben, misschien wel middels een voorstel van, laten we die posten langslopen en wat doen we er dan mee richting de begroting van volgend jaar? In die zin staan we aan uw kant. De voorzitter: Dank u wel. Zullen we eens naar het college gaan voor een reactie? Portefeuillehouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Alles heeft twee kanten, voorzitter. Kijk, er ligt een rapport van de Rekenkamer. Dat is nadrukkelijk besproken in de Auditcommissie en overigens ook in het college.

En wat ik ook in de Auditcommissie gezegd heb en bij de bespreking van het rapport van de Rekenkamer, herhaal ik hier ook maar even, dat is dat het in ieder geval zo is dat het thema doorschuiven van kredieten, maar überhaupt het plannen van allerlei werkzaamheden meer dan voorheen de aandacht heeft. Gaat dan alles goed? Nee, sommige dingen hebben gewoon een bepaalde reden. En het is altijd heel link voorzitter, maar ik doe het dan toch, even heel kort reageren. Omdat ik daar toevallig als portefeuillehouder mobiliteit met betrekking tot dat sluipverkeer, ik hou juist van transparantie. Ik draai hem nu even om. Kijk, de situatie is zoals hij is. We hadden er een plan voor. En dat is dan wel onderbouwing. Dan ga ik maar even de inhoud in, in twee zinnen. Mag vast wel van de voorzitter. We hadden een plan voor vier kwadranten om werkzaamheden te verrichten met betrekking tot het beperken van het sluipverkeer. Het plan rond Uppel is afgerond. Door, maar daar hebben we de raad al meer over bijgepraat, de huidige stand van de bezetting van de afdeling mobiliteit, heb ik gewoon niet de garantie dat het dit jaar allemaal gerealiseerd wordt. En dat is voor mij de reden geweest om het maar gewoon transparant nu in het stuk te zetten, om niet volgend jaar weer een discussie te krijgen. En

portefeuillehouder, dan kom je met een verhaal dat je weer een deel overhevelt. Want ik kan niet garanderen dat we die andere drie kwadranten dit jaar uit gaan rollen. Dat is een kant van het verhaal. En verder sluit ik me maar even aan bij de heer Van der Hoeven. Het heeft echt onze volledige aandacht, voorzitter. En ik wil toch voor het evenwicht ook wel even melden wat ook in de Auditcommissie aan de orde is geweest, dat op verzoek van de Auditcommissie de accountant ook nog even gekeken heeft bij een aantal andere gemeenten hier in de omgeving, juist ook gemeenten die recent samengevoegd zijn. En als je dan kijkt naar de bedragen die overgeheveld worden over diverse jaren heen, dan kan je niet de conclusie trekken dat de gemeente Altena het slecht doet en dat we voor ons hoeven te schamen. Wil niet zeggen, voorzitter, dat het nooit beter kan, want daar werken we ook aan. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Mijnheer Bouman, tot slot. Voldoende hierover? De heer P. Bouman: Een goede luisteraar merkt op dat er inderdaad middelen worden overgeheveld na dit jaar, waarvan we nu al eigenlijk weten, die gaan we niet volledig dit jaar benutten. We accepteren dat en we doen dat. Hopelijk doen we dat volgend jaar niet meer. En over het voorbeeld met betrekking tot leges voor de glasvezel, daar is niet op ingegaan.

Ik neem maar aan, omdat er gewoon geen onderbouwing is wat de kosten dan dit jaar zouden moeten zijn. We staan erbij en we kijken ernaar en we accepteren het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mag u ook naar het volgende punt, dat gaat dan over de bestemmingsreserve opvang bijzondere doelgroepen. De heer P. Bouman: Dan hoop ik dat we hier bij staan, kijken en niet accepteren. Dit gaat over de vrij grote bestemmingsreserve die voorgesteld wordt om te vormen. Er is een hele hoop geld over, vorig jaar. En een deel van dat geld daar zegt het college van, vorm daarvan een bestemmingsreserve specifiek voor opvang en huisvesting bijzondere doelgroepen. Punt. Dat is wat er staat. En de omvang van die reserve is dan 2.259.000 euro. Dat is een hoop geld. Er zijn dagen dat ik het niet heb. En ons probleem hiermee is dat er nogal een vrij grote bestemmingsreserve wordt gevormd, zonder dat er een concreet doel is. Het is eigenlijk meer een globale omschrijving van wat men daarmee wil doen. Men wil iets doen voor huisvesting bijzonder doelgroepen, in het kader van het programma. En de raad wordt ook nog gevraagd het college te mandateren voor het doen van bestedingen uit deze bestemmingsreserve. Eigenlijk zeggen we als raad van, we weten niet precies wat je ermee gaat doen, maar hier heb je 2,2 miljoen. Daar hebben we wel wat moeite mee.

En een anonieme bron voor de vergadering, die tipte mij ook nog dat dat niet helemaal past binnen spelregels die wij hier intern hebben afgesproken in onze financiële stukken. Dit is niet helemaal conform onze spelregels. En we zouden dit ook inhoudelijk gewoon als raad niet moeten willen. Wat moet je dan wel willen? Want ik zeg niet dat dat geld niet besteed mag worden aan dit doel. Het college zou eerst een concreet plan moeten maken en ons dan gewoon om dat geld vragen. Zo zou het moeten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: De passage was ons ook opgevallen. Wij hebben daar in die zin over nagedacht dat het wel over een ingewikkelde opgave is, het gaat over opvang van Oekraïne mensen. Daar hebben we gewoon nu geld van over. Dat hoeven we niet terug te geven. Maar we weten dat er ook nog een opgave is op het gebied van asielzoekers en statushouders. En dat vat ik ... ik proef uit het voorstel dat het college daar plannen voor wil maken. En dan houdt het inderdaad op, want wij vinden het ook prima dat het geoormerkt is vanuit die pot en dat je daar dan mee aan de slag gaat. Maar om dan te zeggen van, ga maar gewoon aan de slag en je hoeft nooit meer wat tegen ons te zeggen en je mag het uitvoeren, dat lijkt ons ook niet de weg. Het

college zal op het moment dat daar concrete invulling voor is, al is het alleen maar over mogelijke politieke gevoeligheid de raad op de hoogte moeten houden van wat ze van plan zijn met het geld. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Wij zijn er misschien iets stelliger in. Wij zijn eigenlijk tegen een bestemmingsreserve zonder plan. Dan zou het gewoon moeten vloeien naar de algemene reserve. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog op dit punt? Mijnheer Roovers van het CDA. De heer Roovers: Dank je wel, voorzitter. Wij zijn op zich ook niet tegen het vormen van een bestemmingsreserve. En we snappen ook wel de wens van het college. Alleen als je strikt de spelregels volgt die wij als raad vast hebben gesteld, dan heeft denk ik dat de heer Bouman wel een punt. Want we hebben natuurlijk de nota reserves en voorzieningen vastgesteld. En die beschrijft precies waar de vorming van een reserve aan zou moeten voldoen. En dan is de toelichting op deze reserve wel erg mager. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Eigenlijk is het zo dat het college de redenering die de heer Van der Hoeven net gemeld heeft ook gehanteerd heeft. En dat was precies voor het college de reden om met dit voorstel te komen. Het is laat, voorzitter. Ik hou het maar gewoon heel kort.

Dat is één. Twee is denk wel goed om ook te melden voor de volledigheid, anders wordt u daar overvallen bij mogelijke vervolgdiscussie, dat wij vorig jaar natuurlijk gestart zijn met een tweetal eigenaren van panden, toen wij nog geen zicht hadden op de middelen die wij vanuit het Rijk hebben gekregen. Inmiddels is dat natuurlijk allemaal helder geworden. En de bedragen heeft u ook gezien. Daar hebben we met elkaar over gesproken. En dat betekent dat er echt nog van die 2,2, 2,3 miljoen een substantieel deel afgaat wat wij conform de afspraken, die we hebben gemaakt toen we gestart zijn vorig jaar, nog moeten verrekenen met de eigenaren van de panden. Dat is één. En verder was het inderdaad de intentie van het college om de rest van het bedrag te besteden, en ook op de manier zoals de heer Van der Hoeven zegt, want we realiseren ons ook wel dat het een politiek gevoelig onderwerp is, waar natuurlijk een stuk verantwoording richting de raad plaats moet vinden. En als het zo is dat we het hele bedrag daarvoor niet nodig hebben, dan zit het college, en niet alleen deze portefeuillehouder, maar ook het college ook wel in de modus dat we dat uiteraard dan terug moeten laten vloeien naar de algemene middelen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Het wordt nog wel bijzonder. Volgens mij was de lijn van de heer Van der Hoeven niet zo heel complex.

Die zei van, we hebben geld over en we moeten iets voor bijzondere doelgroepen doen. Maar dat is natuurlijk geen voldoende reden om een bestemmingsreserve te vormen. Want u vormt een bestemmingsreserve, net als de heer Roovers zegt, met een concreet doel en met een concreet plan. En daar hoort gewoon een bepaald mandaat bij wat u wel en wat u niet mag doen. En dat ontbreekt gewoon. U heeft gewoon een potje geld over en u heeft ongeveer een plan wat u ermee gaan doen. En dat is in ieder geval een paar rekeningen betalen die u eigenlijk al had moeten betalen misschien. Waar heeft u die ... In welk jaar komen die rekeningen dan? In dit jaar? De heer Tanis: Ja. Dat was ook de reden dat ik het nu even noem. Als we straks een discussie krijgen en dat je zegt van, dat bedrag waar we het over hebben dat is enkele tonen lager, dan heeft u daar in ieder geval een verklaring voor.

De heer P. Bouman: Maar wethouder Tanis, was dit dan niet wel een goed doel geweest voor een budgetoverheveling? Als u zegt van, ik heb in 2022 geld gehad van het Rijk. Dat heb ik in ‘22 niet besteed. Ik weet nu honderd procent zeker dat ik in ‘23 twee hele concrete rekeningen heb. Had dat niet op die manier gemoeten in plaats van die bestemmingsreserve die u nou een veel breder mandaat geeft dan u nodig heeft om die twee rekeningen te betalen? De heer Tanis: Het zijn voor mij twee verschillende dingen. A is het zo dat de concrete berekening van het bedrag was ook afhankelijk van een taxatierapport en dergelijke. Die bedragen waren nog niet afgerond toen de accountant de Jaarrekening heeft gecontroleerd. Dat heeft zeggen en schrijven vandaag pas in het college gelegen. Dat is één. Praktisch gezien kon dat even niet. En het tweede is, ik heb aangegeven hoe het college in de wedstrijd zit en waarom het college met dit voorstel is gekomen om te komen tot en reserve, voorzitter. Ik hoef het niet in herhaling te vallen, denk ik. De heer P. Bouman: Nee, maar het is wel bijzonder. De heer Tanis: Hoe bedoelt u? De heer P. Bouman: Ik vind het gewoon een bijzondere gang van zaken. Kijk, u zegt van, ik heb twee rekeningen, die moeten nog betaald worden. Dat is prima. Moet u met ons een voorstel doen voor een overheveling van ‘22 naar ’23.

Dan vergeten we gewoon de vraag te stellen, had u in ’22 überhaupt een mandaat om die uitgifte te doen? À la. Laten we dat maar even vergeten dan. Want het feit dat je inkomsten uit het Rijk hebt, wil niet zeggen dat je ook uitgaven mag doen. Dat laten we even het midden. Maar dat geeft u nog steeds niet het recht om dan maar gewoon een reserve te maken met een omvang van 2,2 miljoen, met een onbeperkt mandaat. Dat werkt gewoon niet zo. Het staat ook niet in de afspraken die wij onderling hebben gemaakt. Wij als raad zouden dit gewoon niet moeten willen. U zou moeten concretiseren wat het bedrag is wat u daadwerkelijk nog concreet nodig heeft en de rest zouden we daarvan moeten wegstrepen. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ik denk alleen niet, mijnheer Bouman, dat we ons hoofd helemaal in het zand moeten steken, want we hebben naast de opvang van Oekraïners en de kosten die daarmee gemoeid zijn ook bijvoorbeeld een taakstelling voor mensen die vanuit de GGD uitstromen, die onder deze groep kunnen vallen. We hebben gewoon een opgave vanuit het Rijk en vanuit de provincie om er een invulling aan te geven. Maar goed, los van het feit, op het moment dat die plannen komen, moeten wij dat budget goedkeuren? Dat ben ik helemaal met u eens in. Dat heeft de wethouder volgens mij toegegeven.

Maar het idee dat we geen geld nodig hebben om aan deze taakstelling, die we vanuit hogere overheden krijgen, uitgaven moeten doen, dat zou een beetje raar zijn, als we dat met elkaar denken. De heer P. Bouman: Zeg ik dat? Volgens mij voorzitter, met uw toestemming, zeg ik dat helemaal niet dat we geen geld nodig hebben. Ik zeg alleen maar dat we geen bestemmingsreserves moeten creëren zonder een duidelijk doel en een duidelijk mandaat. De heer Van der Hoeven: Het doel is duidelijk. Het mandaat is niet duidelijk. En hoe dat ingevuld moet worden, is ook nog niet duidelijk. De heer P. Bouman: Het doel is ook niet duidelijk, heer Van der Hoeven. Het doel is veel te globaal voor een bestemmingsreserve.

De heer Van der Hoeven: Daar zijn we niet helemaal met elkaar eens. De heer P. Bouman: Dat kan. Als we dit accepteren, dan begrijp ik er niks meer van, voorzitter. Echt niet. De voorzitter: Misschien wel, tot slot nog ... Ik denk dat de portefeuillehouder er nog wel staat om misschien nog wat helderheid te geven. De heer Tanis: Wat helderheid. Kijk voorzitter, ik denk dat de opvatting van de heer Bouman helder is. En ik ook niet in staat ben om hem te overtuigen van de redenering van het college. En als u zegt van, u heeft het recht niet. Dat is dan maar een conclusie die u trekt. En als u nu zelfs al de rechtmatigheid, laat ik het dan zomaar even maken, van de uitgaven van vorig jaar ter discussie gaat stellen, dan moeten we in de Auditcommissie daar nog maar eens verder over discussiëren, want dat bestrijd ik echt. Want als het namelijk zo is dat als wij eenmalig een uitkering krijgen in het kader van de zogenaamde SiSa van de regering, al of niet via de December- of de Septembercirculaire, en als het college dan geen ruimte krijgt in uw visie om die uitgaven te doen ter dekking van de middelen, waar onder andere de heer Van der Hoeven net aan refereert, dan wordt het niet alleen onwerkbaar, maar vraag ik me ook af of dat recht doet aan de essentie waarop we hier met elkaar samenwerken. De voorzitter: Tot slot mijnheer Bouman dan nog. De heer P.

Bouman: Het was niet de essentie van de discussie. Laten we dat punt loslaten en teruggaan naar de essentie van de discussie. Want u bracht zelf die twee rekeningen in de discussie. Ons primaire punt is, je vormt geen bestemmingsreserves zonder concrete doelen. Dit doel is niet concreet genoeg. De heer Tanis: Voorzitter, dan zal ik een uitdaging doen om door middel van een schriftelijke onderbouwing het duidelijk te maken welke kosten het college in ieder geval nu dit jaar denkt te maken als het gaat bijvoorbeeld over de opvang van Oekraïners. En een inschatting te maken van de kosten die nodig zijn voor de doelgroepen waar onder andere de heer Van der Hoeven aan refereert. De heer P. Bouman: Dat zou een aanzienlijke verbetering zijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mag ik daarmee concluderen dat dit puntje is een afgerond? En ik heb een toezegging van de wethouder dat hij een poging gaat wagen om helder te maken waar de 2,2 miljoen bestemmingsreserve aan besteed gaat worden. Dan als laatste puntje, mijnheer Bouman, u mag mee gaan staan, de financiering van de mogelijke verbouwing van het gemeentehuis. De heer P. Bouman: Ik durf bijna niet meer. En ik ben bang dat de wethouder boos op me is. De voorzitter: U mag hem hier inbrengen. U mag hem ook naar de Altenatafel van volgende week doen. De heer P. Bouman: Nee, want het heeft een financieel gevolg.

En dat gaat niet over de verbouwing zelf, voorzitter. Het is een creatieve poging, maar we zijn er zo klaar mee hoor. Het was leuk geweest als we vanavond al over de verbouwing gesproken hebben, want dit borduurt even voort op het feit dat je waarschijnlijk een grote uitgave gaat doen naar aanleiding van de verbouwing van het gemeentehuis. Dat kan zomaar een hele hoop geld kost. Een normale manier waarop je zo'n verbouwing financiert, dan zet je die verbouwing in de boeken. Zeg je, deze verbouwing is acht miljoen waard. Ik noem maar even wat. En die schrijf je af. En dan heb je kapitaalslasten en je hebt wat rentelasten. En die zie je in je exploitatie. Dat

betekent dat je die elk jaar mag betalen. Elk jaar heb je daar last van. Of last is een groot woord. Je ziet ze elk jaar terug. En dat is nu geen probleem, want we hebben nou nog genoeg geld, ,aar met de toekomst gaan wij weinig geld krijgen. Er is een manier om dat op een andere manier te doen. En dat zou kunnen zijn dat je een reserve kapitaalslasten vormt vanuit een bepaalde eenmalige pot die je nu hebt. Daar haal je nu wat geld uit een Jaarrekeningresultaat. En dat zet je apart. En daar betaal je dan de kapitaalslasten van, een deel daarvan of alles, net hoeveel geld je eruit haalt. In theorie kan je ook je algemene reserve aanwenden. Dat was het idee, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Dan kijken we even rond of er anderen zijn die op dat idee willen reageren. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Misschien kan de heer Bouman uitleggen wat het voordeel daarvan is. Want we hebben een langjarige begroting waarin we dat ook gewoon opnemen. Ik snap het niet helemaal. En ik vraag maar af of dat ook technisch wel kan. Of wij die ruimte wel hebben van de accountant. De heer P. Bouman: Ja. De voorzitter: Zullen we eerst het rondje afmaken, dat u dan reageert? De heer P. Bouman: Ik wilde het per interruptie doen. De voorzitter: Dan doet u het maar per interruptie. Gaat uw gang. De heer P. Bouman: Want we hebben één termijn. Vraag twee, ja.

Vraag één, wat is het voordeel daarvan? Het voordeel is dat je hem niet meerjarig in je exploitatie terugziet, want je vormt nu een grote pot met geld, een reserve en jaarlijks betaal je hem uit die reserve in plaats van uit je exploitatie. Je pakt eenmalig een grote som geld in plaats van dat je hem uitsmeert naar de toekomst. Dat is het voordeel. De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter, ik had hem eigenlijk een beetje bewaard, maar hij staat uiteindelijk toch nog op de agenda. Want wij hebben vanuit een eerdere vergadering wel een toezegging gehad van de wethouder. Of de vorige, dat was de Altenatafel. Maar daar hebben we nog steeds geen antwoord op gehad. En het ging over dit onderwerp. En nu hebben we dat wel inderdaad opgeschoven naar volgende week, maar dan hopen we dat we dan binnen die week tijd toch nog die toezegging horen, want die had eigenlijk vandaag al beantwoord moeten worden. En het gaat er uiteindelijk om dat we geen antwoorden hebben gehad op het inzichtelijk maken om het nieuwe gemeentehuis conservatief te belenen ten opzichte van de totaal financiering. En uiteindelijk strookt dat dan toch een beetje met de vraag van de heer Bouman. En als je op de site kijkt van, dat is volgens mij het RIS, daar staat bij dat de wethouder hierop terugkomt op 1-12-2023. Dat is eigenlijk uiteindelijk wat er instaat.

Ik wil u er toch even aan herinneren dat ik graag dan wel het antwoord heb voordat we hierover vergaderen, want dat is toch wel een beetje een moeilijke keuze aan het worden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. 11-12-2023 ligt nog wel een tijdje verder weg in de tijd, maar we gaan zo direct wel horen hoe het college daarop reageert. Anderen nog op dit punt? Wethouder Tanis, laatste onderwerp. Mijnheer Siland nog. Gaat uw gang.

De heer Siland: Excuus, voorzitter. Ik was een beetje laat. Ter verduidelijking aan de heer Bouman. Als ik het goed begrijp, wil je de kosten eenmalig nemen, in één keer, wat eigenlijk een verkapte, versnelde afschrijving is, als ik het goed begrijp. De voorzitter: Mijnheer Bouman nog. De heer P. Bouman: Niet helemaal hetzelfde. Wat je doet, is je pakt een pot met geld. Bijvoorbeeld, het hele grote jaarresultaat wat we hebben of een deel van je algemene reserve. Daarmee maak je een aparte bestemmingsreserve. En uit die reserve haal je gewoon jaarlijks je afschrijvingslasten. En dan gaan die afschrijvingslasten uit de reserve in plaats van uit je exploitatie. Dat is de techniek. Het voordeel daarvan is dat je nu eenmalig meer uitgeeft en in je toekomst heb je die lasten niet in je exploitatie. Dan heb je in de toekomst iets meer financiële ademruimte en nu wat minder. De voorzitter: Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank je wel. Dank voor de heldere toelichting. Voorzitter, dit is wel ... Ik moet natuurlijk even terugkomen op jouw eerste opmerking. Dit is natuurlijk wel het laatste waar ik boos om word, hoor heer Bouman. Even ter voorkoming van misstanden. Overigens kijk verder voorzitter, het is een kwestie van financiële techniek. Zo simpel is het. Als je nu spontaan aan mij vraagt van, zou u dat moeten willen als wethouder financiën.

Ik persoonlijk, zeg ik heel eerlijk, ben ik er geen voorstander van. En dat heeft meer te maken met het feit dat ik persoonlijk een aanhanger ben van de school om realistisch te begroten. En wat ik nu ga zeggen, is natuurlijk een ongelukkig voorbeeld, omdat je het hebt over een verbouwing van een gemeentehuis, wat je heel langjarig afschrijft. Maar ik heb in mijn vorige gemeente ook gezien van bijvoorbeeld een investering van tien jaar die je op die manier eenmalig als last neemt en dan vervolgens verwerkt in tienjarige dotaties vanuit die reserve. En dan komt de hamvraag, als je dan een meerjarenperspectief op moet stellen voor jaren elf en verder, dan zit hij niet in het meerjarenperspectief. Dat vind ik zelf ... In het kader van het realistisch langjarig begroten, ben ik zelf persoonlijk meer een voorstander van de techniek zoals we die nu hanteren, maar uw techniek kan ook. Dat is absoluut waar. En het mag ook van de accountant. Ik bedoel, dat ben ik met u eens. Verder voorzitter, vind ik het alleen wat lastig om de tweede vraag ... Die heeft natuurlijk wel specifiek te maken met de toezegging die mijn collega heeft gedaan. En hij heeft naar mijn idee echt betrekking op de financiële uitwerking van de discussie die nog komt rond de mogelijke verbouwing van het gemeentehuis of een alternatief daarvan, huisvesting. Sorry, ik moet het even goed formuleren.

Ik vind dat lastig om daar nu concreet op in te gaan, waarbij ik overigens, voorzitter, het mag wel met een knipoog, ik begrepen heb dat voorzitter met mensen van uw fractie heeft gesproken na afloop en duidelijkheid heeft gegeven. Ik dacht eigenlijk dat die vraag al uit de lucht was, maar dat even terzijde, voorzitter. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. De voorzitter: De heer Timmermans nog. De heer Timmermans: Dat zou zo zijn inderdaad. Er was inderdaad na de vergadering wel een onderonsje, alleen vanuit de beantwoording uit de ambtelijke organisatie kwam een ander inzicht op eigenlijk, dat het wel zo was zoals wij het zagen. Die vraag staat gewoon nog steeds open. En uiteindelijk staat hier ook gewoon in het RIS, het college gaat de mogelijkheid na om een lening met lange looptijd, dertig, veertig jaar, te beoordelen, 1-12-2023. Staat hier gewoon in. Hij is alleen lekker opgeschoven die vraag, tot december.

De heer Tanis: Ik neem aan dat de datum van 1 december afgesproken is tijdens de vorige vergadering en in overleg met de griffie. Door de wethouder toegezegd. De heer Timmermans: Die is niet toegezegd dat die 1 december zou komen. Die zou voor de komende vergadering met betrekking bij het gemeentehuis komen. De voorzitter: We gaan de andere portefeuillehouder vragen hier duidelijkheid in te verschaffen. De heer Tanis: Voorzitter, misschien mag ik nog één opmerking maken. Dat is van een andere orde, maar het is even ... Anders vergeet ik hem, want ik had hem al eerder willen maken bij een vorig punt. Vandaag heeft het college in onze vergadering een RIB vastgesteld, alweer, die inderdaad al aangeboden is aan de griffier en in het raadsinformatiesysteem staat, waarin de financiële doorrekening staat van de Meicirculaire. Even te uwer informatie. Maar kijk daar even naar in voorbereiding voor de bespreking over veertien dagen. Dat zou ik nog even melden, maar dat was ik vergeten, voorzitter. De voorzitter: Zeker. Dank u. Is goed voor iedereen om te weten. En dan zal portefeuillehouder Sheikkariem verduidelijking geven over zijn toezegging. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Er waren een aantal vragen die speelden.

Er was gevraagd vanuit mijnheer Bouman van het CDA, hoe ziet het vervolgproces eruit? Kunt u dat een beetje schetsen, zodat we een beetje gevoel hebben? We hebben zes scenario's ontwikkeld. Er is op verzoek van onder andere ChristenUnie, en gesteund door de VVA, scenario zeven ontwikkeld. En ik heb u geadviseerd van, in fase één gaan we eerst kijken om één scenario verder uit te werken. En in het najaar kom ik dan met uiteindelijk wat de kosten gaan zijn en dan kunt u de discussie gaan voeren over de technische invulling daarvan. En zo heb ik het toegezegd en zo is het ook beantwoord. En daar heeft u ook mee ingestemd, in ieder geval uw collega van de VVA wel. De heer Timmermans: Voorzitter, ik zat zelf aan tafel en ik heb zeker niet voor variant zeven gekozen, want ik heb helemaal nergens voor gekozen. Ik denk dat u een beetje in de war bent met de toezegging die u misschien aan iemand anders hebt gedaan. Maar mijn collega heeft wel de vraag gesteld, de heer Visser, over de eventuele financiering, een ander alternatief. En toen heeft u gezegd, daar kom ik dan op terug voor de volgende vergadering. Maar goed, als dat niet zo is, dan wil ik de band naluisteren of dat inderdaad zo klopt, want dan ... De heer Sheikkariem: En ook nu heb ik niet gezegd dat we scenario zeven hebben gekozen, want vanavond zouden we praten over de scenario’s en dat zou u opiniëren.

Maar ik wil alleen zeggen dat tijdens de eerste behandeling in de Altenatafel van vorige keer een nieuw scenario erbij was. De heer Timmermans: Dat klopt. Die kwam van de ChristenUnie. De heer Sheikkariem: En de vraag is gesteld, hoe ziet het proces er daarna uit? Toen heb ik gezegd, we gaan eerst de keuze maken voor een scenario. En aan de hand daarvan ga ik doorrekenen en dan leg ik het u voor. En dan kunt u de keuze maken hoe u het technisch financieel wil invullen. De voorzitter: Dan is dat misverstand uit de wereld. Mijnheer Van der Hoeven.

De heer Van der Hoeven: Volgens mij is het nu klaar, maar ik had eigenlijk anders een punt van orde. Want volgens mij is de vraag die gesteld wordt helemaal niet zo moeilijk. Als je gewoon twee financieringsvormen naast elkaar zet, dan kan je ongeveer aangeven wat dat betekent. Dat is de vraag die ligt. En dat hoeft volgens mij niet tot 1 december te duren. En dat staat even los van welke keuze we maken. Maar als we zo meteen een miljoen willen lenen, wil mijnheer Timmermans graag weten, wat betekent dat als we dat met een andere financiering doen De voorzitter: Maar volgens mij, als dit nog verder besproken zou willen worden, dan kan dat ook nog volgende week in de Altenatafel. In ieder geval de toezegging is gedaan, die verheldering is gegeven. 15. Sluiting De voorzitter: Daarmee kom ik tot een einde van deze vergadering met u allen. En zijn we toch volgens de planning wel uitgekomen. Het is iets over half twaalf. Ik wil u hartelijk danken voor al uw constructieve inbreng en bereidheid voor een lange dag. En over twee weken wordt hij vervolgd, maar voor een aantal van ons zien volgende week elkaar weer. Het ga u goed. Een goede avond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12994474/2