2025-02-04 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
En dat ja, misschien is ook wel hier in dit geval van toepassing, geen woorden maar daden.
Om zal ik maar zeggen, in uw analogie te blijven. Dan is het denk ik inderdaad, we zijn hier met zijn allen bezig om inderdaad wel te zeggen, dat willen we in elk geval wel. Ga daar in ieder geval kritisch naar kijken. Ja, en dan inderdaad een factuur sturen, ja, die gaat niet betaald worden. Het is eigenlijk een klein beetje symboolpolitiek. En we zijn met u eens, die groep richting het VNG, die mag er ook zijn, die is er volgens mij ook geweest. Goed ben geïnformeerd, heeft Altena ook meegestemd met moties in die richting. En de commissie Van Ark en daar deel ik ook de inbreng van Progressief Altena. Die heeft daar ook al bepaalde toezeggingen of uitspraken in elk geval over gedaan, dus dat, daar zit in elk geval beweging. Dus dat gaan we zien. Maar het gaat niet het hele gat dichten, dat is ook al meerdere keren door het college gezegd. We zullen toch pijnlijke keuzes moeten maken, ben ik bang mijnheer Den Haan. En ja, wij zijn dus niet voornemens, om uw motie te gaan steunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Den Haan, een reactie op de inbreng van de andere fracties. De heer Den Haan: Ik ga het proberen, voorzitter. Ik heb meegeschreven en zonder bril, dus dat moet gaan. Kijk, de symboolmotie en wat collega Meijboom zegt van de SGP, eerst een bus en nu een motie. Dat is uw goed recht om dat te vinden, ga ik ook verder niet op in.
Dus het is ja, ga ik, ik zou u kunnen overtuigen, maar ik heb het idee dat dat niet gaat lukken. Dus waar zou ik dan, waar ga ik de tijd ga ik dan vervolgens inhalen? Maar die bus overigens, maar dan kom ik al gelijk op verhaal van de VVA. Die bus, die kan nog steeds hoor als we dat willen dan. En ik heb ook nog, bij de HUBO heb ik ook nog lijm gehaald, dus dan kunnen we ook nog, kunnen we nog lijm aan ons handen doen. Dat, dus als dat echt noodzakelijk is, dan gaan we dat doen. De ChristenUnie, mijnheer Van der Hoeven die zei van, ja, het is een beetje armoedig. Dat vind ik jammer. Maar goed, ook dat is uw goed recht om dat gewoon te vinden, omdat het, dat het armoedig is. Aan de andere kant, dat zat ook in uw bijdrage opgesloten van volgens mij en ik kom daar straks bij de heer Bouman van de VVD nog wel op terug, hebben we ook al veel gesteund, anders dan dat misschien verwacht werd. Want in onze bijdrage ooit in de algemene beschouwingen hebben we ook gezegd, dat het altijd goed is om te kijken waar je efficiënter kunt werken. Bij PA, ja, dank voor de steun. Maar ook met de, ook de woorden die ja, ook wel ondersteunen als het gaat over, dat het elders in het land ja, dat dat gewoon op geld doet. Dat mensen daar dus mee bezig zijn. En ja, en uw opmerkingen erbij, die neem ik ter harte en zal waarschijnlijk het college ook doen. Dan naar de heer Bouman van de VVD.
Ja, weet je, dat gaat over de les in het leven. Je hoeft mij de les in het leven echt niet te leren lezen, want ja, ik weet ook wel dat het niet eerlijk is. Dat ben ik 100 procent met u eens. En het draagt niks bij tot een oplossing? Ja, dat ben ik niet met u eens, want of AltenaLokaal draagt niks bij tot een oplossing. In tegenstelling tot wat misschien verwacht werd, hebben wij wel degelijk gezegd bij een aantal belangrijke items die de collega's hebben ingebracht, dat wij graag zien, dat het college daar ook onderzoek naar doet. Dus dat ondersteunen wij van harte. Even kijken hoor. Dat heb ik verteld. Dan de collega Bouman. Ja, ik heb dat al eerder gehoord natuurlijk. Ik was al bang als ik het woord Feyenoord noemde, dat er een paar gingen staan en zouden zeggen van, ja het gaat niet echt goed. Nee, daar ben ik ook, dat vind ik triest. Vind ik jammer, dat het zo gaat. Maar ik blijf toch zeggen dat wij toch die hoop hebben, dat het ook daar beter gaat en dat ze toch die Champions League nog gaan halen. Dat wordt lastig. Maar wij blijven ook de hoop hier houden dat, want we hebben het steeds over zeven miljoen, maar we weten nog steeds niet hoe groot het gat is. Dat weten we nog echt niet. Dat is ook het verhaal dat wij altijd nog vinden, dat we die onrust dan in, bij de inwoners van Altena niet groter moeten maken. Die factuur, daar wil ik het ook nog wel even over hebben.
Dat is figuurlijk bedoeld. Dat is niet zo, dat dan, dat we burgerlijk ongehoorzaam gaan worden en zeggen van, we gaan het werk wel doen en de factuur sturen we naar … Of, we betalen hem niet en de factuur sturen we daarheen. Dus ja, misschien dat we dat eruit moeten halen. Maar ik heb niet meer het idee dat als ik de bijdrage gehoord heb, dat er nog erg veel steun zal zijn, op PA na. Dus ik hou de motie toch gewoon in
stand. Want eigenlijk, ik vind het jammer dat u hem niet steunt. Maar kunt u zich voorstellen, dat ik eigenlijk ook gewoon heel blij ben dat u hem niet steunt? Want dat zorgt in ieder geval, dat er onderscheid is in deze raad. En dat de mensen kunnen zien en ik wil ook nog wel terugkomen van, we hebben het al kunnen zien. Ja, maar we hebben al meegedaan en we hebben misschien al wat gezegd bij de VNG, of we hebben misschien … Maar dat hebben onze inwoners niet gezien. Dus dat is mijn oproep geweest van, laat het dan ook zien aan de inwoners. Ja, goed, jullie willen dat niet. Ik hou hem in stand en we kunnen naar het volgende punt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Nee, we gaan eerst nog naar het college luisteren en dan ga ik vragen, of anderen nog een tweede termijn willen. Namens het college, wethouder Sheikkariem. Nee, wethouder Tanis, toch? Of … Ja, wie er namens het college komt, maakt eigenlijk niet uit. College is college. Wethouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Ja, voorzitter, dank u. Ja, het college herkende in deze motie wel de gepassioneerde tijger die we, die mijnheer Den Haan soms is in de oproep die hier ligt. De oproep van, ga naar Den Haag, ga met die bus naar Den Haag en maak duidelijk, dat wij meer taken hebben gekregen, maar niet die knaken die daarbij horen. En dat signaal, dat onderstreept het college zeer zeker.
En dat hebben we ook gedaan, daar werd net door mijnheer Bouman al aan gerefereerd, dat wij inderdaad tijdens de algemene ledenvergadering van het VNG, soortgelijke moties hebben ondersteund. Waarbij we hebben aangegeven, dat de taken die op het bord krijgen, die we als gemeente steeds op ons bord krijgen en die worden er meer, dat daar ook een toereikende financiële compensatie bij zou moeten horen, vanuit het Rijk tegenover zou moeten staan. En u eindigt uw motie met, de jeugdzorg. Daar is ook in de bijdrages van de verschillende fracties al naar gerefereerd, aan de commissie Van Ark. Want die signalen die we hebben gegeven, hebben in ieder geval al geresulteerd in de deskundige commissie Van Ark. En u heeft afgelopen vrijdag een raadsinformatiebrief gekregen waarin we met elkaar weer even duidelijk hebben gemaakt, hoe staat het met de jeugdzorg? En waarin we ook hebben verteld, wat de commissie Van Ark op 30 januari al naar boven heeft gehaald in hun bevindingen. En daar is de conclusie al, dat de financiering met betrekking tot jeugdhulp vanuit het Rijk, ontoereikend is. Wat dit uiteindelijk zal, voor gevolgen zal hebben en waar het kabinet hiermee gaat doen, dat is nog niet duidelijk, maar het signaal is wel duidelijk. Dus mijnheer Den Haan, uw signaal onderstrepen wij en dat signaal wordt op verschillende manieren ook vanuit Altena, gegeven aan het Rijk.
Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Ooijen. Dan kijk ik nog rond naar de tweede termijn. Ja, dat mag. U mag zelf het debat openen weer, ja. Oké. Ga uw gang, mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Nee, het is geen, hoeft geen debat te zijn. Het is ja, dat kan. Maar het is de vraag naar het naar het college dan, dank voor uw antwoord. En ja, goed, dat snap ik ook wel. Dat gebeurt ook wel. Dat zal ongetwijfeld in die, in dat, die gremia zal dat gebeuren. Maar dan is mijn oproep dan ook van, laat dat dan ook zien aan de inwoners dat dat gebeurt. Want dat is, het gebeurt nog wat ons betreft nog een beetje dan achter de schermen, dus laat dat gewoon goed zien. En ja, dan had ik nog iets. Ik, dat is een nieuwtje voor de meesten. Maar ik heb een weddenschap lopen met de heer Bouman van de VVD. Die gaat uit van zeven miljoen, dat we dat gat moeten dichten. Maar op het moment, dat het een meevaller gaat worden en het is 51 procent minder, dan heeft AltenaLokaal een grote taart van de heer Bouman te verwachten. De voorzitter: En is die zo groot, dat hij dan met de rest van de raad gedeeld kan worden? Vraag ik even namens bevriende raadsleden. Ik zie mijnheer Bouman knikken, dan wordt hij … Wilt u op de taart reageren, of …
De heer Bouman (VVD): U had een vraag. Het antwoord op de vraag is, dat dat aan AltenaLokaal is. Ik zorg voor een, afdoende taart en AltenaLokaal mag kijken, met wie ze die opeten. Dat is geen probleem. De voorzitter: Oké. De heer Bouman (VVD): Dan mag nu de rest even voor, dan wacht ik even rustig. De voorzitter: Is goed. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer Bouman (CDA): Ja, dank je wel, voorzitter. Misschien moeten ze de taart storten in het, soort bestemmingsreserve. Ik weet het niet. Goed, of delen met elkaar, maar dat maakt niet uit. Nee, even serieus. De heer Den Haan, die sloot zijn betoog af van ja, goed, er is onderscheid. Ik heb in mijn betoog gezegd, ja, er is denk ik geen onderscheid hé. Er is geen enkel onderscheid. Alle raadsleden hier, de, bijna alle misschien, ik zag wat non-verbale verbazing aan de achterzijde daar bij de VVA. Bijna alle raadsleden hier vinden, dat we voldoende geld moeten krijgen voor taken die we uit moeten voeren. En alle, bijna alle raadsleden die vinden, dat we ja, het lastig vinden om te bezuinigen, zeker op de dingen die pijn doen richting de inwoner. Daarmee verschillen wij geen millimeter met AltenaLokaal. Alleen, we zullen ook de realiteit onder ogen moeten zien. En ik ga geen wetenschap aan. Maar ja, ik denk, dat we er niet aan gaan ontkomen, dat er toch pijnlijke keuzes gemaakt zullen moeten gaan worden.
Maar ik denk dat wel heel duidelijk moet zijn, er is op dat vlak geen enkel onderscheid tussen AltenaLokaal en het CDA. We denken daar op dezelfde manier en het wordt blijkbaar al zichtbaar gemaakt. En nu zal het misschien ook nog in de krant komen te staan. Alle partijen vinden dat we, zal ik maar zeggen voldoende geld moeten krijgen voor de taken die we hier uit moeten voeren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, mijnheer Den Haan, ik waardeer uw eerlijkheid wel. En ik denk altijd in liedjes, dus bij mij kwam het liedje populistje, leef je nog, hie-a-de-a kwam er gelijk boven. Maar u bent een van de grootste coalitiepartijen. Er zitten echt hele slimme mensen bij, die ook verstand hebben van geld en van begroting sluitend maken, enzovoort en meedenken. En dat vind ik gewoon zo jammer. Natuurlijk, het is veel leuker om te zeggen, jongens, ik heb weer een atletiekbaan geopend, als ze zeggen, ik moet die sluiten. Als dat nu het niveau is waarop we bestuurlijk verantwoordelijkheid gaan nemen, dan ben ik eigenlijk wel een beetje teleurgesteld in. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Om daarop in te haken. Ik denk, de heer Van der Hoeven en dan moeten ze me maar corrigeren, dat het geen populisme is.
Maar dat AltenaLokaal oprecht denkt, dat de bezuiniging daadwerkelijk volledig wordt weggenomen door het Rijk of door een of ander andere magische meevaller. Maar dat gaat niet gebeuren. En ik heb u inderdaad de slagroomtaart beloofd als op een of andere manier het Rijk minstens voor de helft bijspringt. Maar zelfs als ze dat doen, hebben we nog 3,5 miljoen te bezuinigen, meerjaren. En daar hebben we dan u ook wel voor nodig. Dus in ruil voor dat toekomstperspectief op een slagroomtaart die u waarschijnlijk niet krijgt, vraag ik u dan, help ons dan wel in ieder geval voor die resterende 3,5 miljoen. Want dat is al aanzienlijk meer, dan dat u nu doet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Van der Hoeven, ter interruptie op mijnheer Bouman.
De heer Van der Hoeven: Ja, aanvullend ook. Want het is heel makkelijk als het blijkt dat die 4,5 miljoen niet nodig is, dan kun je heel makkelijk weer bijschakelen en kunnen we dingen zeggen, dan hoeven we dat niet te doen. Maar als we er niet over nagedacht hebben, geen scenario’s hebben klaar liggen, dan zitten we zo meteen met handen in het haar. Dus bij mij is er veel meer, maar dat, dan zitten we wel met de problemen. De voorzitter: Dank u wel. Andere fracties nog tweede termijn? Niet? Dan ronden we het debat hierover af. Mijnheer Roovers, we gaan sparen voor investeringen voor, volgens u. Ga uw gang, 6.5. De heer Roovers: Ja, voorzitter en hoe leg ik dat dan uit? Ik ga toch een poging wagen, want ik had het idee dat ik vorige keer toch niet helemaal daarin geslaagd ben, voorzitter. En ik ga het een beetje projecteren op mijn eigen privésituatie. Ik ben in de gelukkige omstandigheid, dat ik best een redelijk inkomen heb. Dat biedt mij de mogelijkheid om maandelijks een vast bedrag te sparen. Ik heb daarvoor een spaarknop ingeregeld bij de Rabobank, dat is vrij makkelijk en hiermee wordt er maandelijks een bedrag van mijn lopende rekening naar mijn spaarrekening overgeboekt. En ja, nu loop ik natuurlijk een risico. Want als ik werkeloos word of arbeidsongeschikt raak, komt er maandelijks gewoon minder geld binnen en dan moet ik keuzes gaan maken.
Als dat zou gebeuren, dan zou ik direct de spaarknop op stopzetten en ik zou me de tijd gunnen om mijn financiële positie weer in balans te brengen, om daarna weer te kunnen sparen. Is dat erg? Nee, voorzitter, want ik heb inmiddels best een behoorlijke financiële buffer in die spaarpot zitten. Ja, voorzitter, nu zult u denken, wat heeft mijn privésituatie nu met de situatie van de gemeente Altena te maken? Ja, niet. Maar eigenlijk toch weer alles. Immers, ook bij de gemeente Altena kwam er de afgelopen jaren voldoende geld binnen om te kunnen sparen en ook Altena zal de komende jaren met minder geld moeten doen. Maar ook Altena heeft inmiddels voldoende geld op de spaarrekening staan, om tijdelijke tegenvallers op te vangen. En ook Altena zou zich de tijd moeten gunnen, om de financiën weer in balans te brengen. Voorzitter, wij vragen het college helemaal niet om de spaarknop volledig op stop te zetten. Nee, college, voorzitter, wij vragen het college om te kijken naar mogelijkheden om deze spaarknop anders in te regelen. Dat is de strekking van deze motie. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Kijk even rond naar de andere fracties in de eerste termijn. Mevrouw Vos, ga uw gang. Mevrouw Vos: Ja, dank je wel, voorzitter. Ja, het is vanavond al veelvuldig eerder gezegd, de financiële uitdaging waar we voor staan. En nou ja.
Wij vinden, dat we ook creatief mogen, moeten nadenken over hoe we deze ambities kunnen blijven waarnemen, maken, zonder de begroting daarbij onnodig te belasten. En de motie van mijnheer Roovers van het CDA is wat ons betreft, echt een creatieve manier van ombuigen. Wij zijn dan ook benieuwd naar de reactie van het college op deze motie. Want het idee om alternatieve spaarmethoden te onderzoeken zoals het achteraf sparen bij de bestemming van het rekeningsaldo, klinkt wat ons betreft veelbelovend. Het is belangrijk, dat we alle opties verkennen om onze financiële positie te versterken, zonder concessies te doen aan belangrijke projecten, zoals in de motie genoemd. Onder andere, het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. Wij kijken dan ook uit naar de reactie van het college. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ja, mijnheer Roovers heeft denk ik een andere gezinssituatie als ik heb. Want als ik het dan mijn spaarrekening, op de een of andere manier zit er een gaatje in mijn spaarrekening denk ik, want er blijft niet veel over. Telkens weer. Dus ik denk, dat er een andere gezinssituatie speelt. Maar ik, niet lacherig doen, hè. Voorzitter, maar de gedachte die hier bij mij opkomt is, achteraf sparen hangt af van de uitkomsten van de jaarrekening en zijn altijd risicovoller dan vooraf begroten.
Ik vind het ook een beetje
een risicovolle methode. Ik sta daar ook niet zo heel erg voor open eigenlijk. Ik ben wel benieuwd, wat het college ervan vindt. Maar ja, het, je neemt wel bepaalde risico's dat je dadelijk een keer klem gaat lopen. omdat je dat niet van tevoren gespaard hebt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Versluis van de SGP. De heer Versluis: Ja, voorzitter. Ook wij zaten vooraf best met een heel aantal vragen. Nu is daar een, in de vorm van een bepaalde casus toelichting gegeven. En ik moet eerlijk zeggen, dat ik het nog steeds niet begrijp. Maar goed, zal meer aan mij liggen. Maar de strekking, want eigenlijk is het een vraag, maar eigenlijk zit er indirect, de antwoord van het onderzoek zit er al in. Want de nieuwe methode van sparen zou dan eigenlijk zijn zoals ik het vertaal, de begrotingsoverschotten die je straks hebt bij de jaarrekening, die gebruik je achteraf om dotaties aan te vullen of te doen. Dan kom je natuurlijk wel een beetje in het gebied te zitten, wat ook de heer Timmermans aanhaalt. Dan grijp je vooruit op meevallers, die je nog niet hebt. En los daarvan, we zijn volgens mij al best een poosje in huis bezig om de lucht uit de begroting te halen, scherper te begroten. Dus als het goed is, gaan wij van lieverlee naar een begrotingsoverschot in de buurt van nul. Dat is ons streven. Dus daarop vooruit grijpen, vinden wij best ook risicovol.
Maar nogmaals, misschien zijn er ook andere vormen. Je hebt bij de bank ook allerlei vormen van sparen. Je had vroeger het Zilvervloot sparen en wat had je, de zegeltjes en zo. Dus wellicht, dat het college er toch iets mee kan. Dus wij zijn wel op zich benieuwd naar de reactie van het college, hoe zij hiertegen aankijken. Oh ja, en dat vergeet ik even te zeggen. Maar goed, dat zal het college ook wel in de gaten hebben. We hebben natuurlijk een Besluit Begroting en Verantwoording. Is het daarin toegestaan, wat vindt de accountant ervan? Dus al die dingen zullen toch ook aan bod moeten komen. We laten ons verrassen door de reactie van het college. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Van der Hoeven, ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Ja, laten we beginnen, dat er iets mis is gegaan met mijn mail, want anders had onze naam onder deze motie gestaan. Dus wij willen graag deze mee-indienen. En misschien nog even ter ondersteuning van andere partijen. Kijk, we zijn nu bijvoorbeeld als IHP zijn wij aan het sparen voor scholen, die we over 60 jaar moeten bouwen. En als je deze maatregel misschien niet structureel in zou kunnen voeren, maar voor de komende drie, vier jaar waar we het even knap hebben. Je kijkt per jaar, wat je wat je fout loopt. En mocht er toch drie jaar mislopen, dan hebben we nog 57 jaar omdat om dat recht te breien of ambities bij te stellen.
Dus wij zijn in die zin als dat inderdaad wel mag van de accountant, dan zijn wij warm voorstander van deze slimme manier om risico's ook te dempen. En niet onnodig te sparen, als we niks te sparen hebben. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, als heer Roovers het indient, dan zal het ongetwijfeld technisch mogelijk zijn. Anders dan ga ik ervan uit, dat hij dat niet indiende. En of we dat dan moeten doen? Een beetje twijfelachtig. Ik voel wel wat voor de heer Versluis en de heer Timmermans zeggen van, goh, moet je nu op de lange termijn doen? Is dit nou een meest veilige manier van vermogen opbouwen om investeringen mee te doen? Waarschijnlijk niet. Maar aan de andere kant, het is natuurlijk wel een feit, dat we nu op dit moment regelmatig nog wat centjes overhouden. En als je die kan gebruiken in de eerste jaren van je bezuinigingsopgave om wat te temperen, zodat je wat minder drastische maatregelen hoeft te doen in jaar één of jaar twee. Daar staan we best wel open, om dat te onderzoeken. Maar ik denk niet, dat we veel verder in de toekomst kunnen kijken met zulke oplossingen, dan één, twee jaar. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Bakker, AltenaLokaal.
De heer Bakker: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik zit nog even, we zitten even te zoeken naar wat de mogelijkheden zijn, want ik heb eventjes de jaarresultaten vanaf 2019 terug zitten kijken. En dan kom ik gewoon, dat we klaar zijn. Want dan houden we gemiddeld namelijk 7,6 miljoen over per jaar. Dus ja, ik zit even te zoeken van, als we inderdaad gewoon het rekenresult… En ik snap wel, dat we minder geld gaan krijgen en dat soort zaken misschien. Maar dan nogmaals, dan zit ik even te zoeken van, hoe gaan wij dat dan voor elkaar krijgen? Want nogmaals, als ik een gemiddelde pak dan heb, kom ik op 7,6 miljoen en dan hebben we een hele gezellige avond met elkaar gehad. Maar dan zijn we volgens mij, hadden we in vijf minuten klaar kunnen zijn. Ik denk niet, dat het niet helemaal zo is, maar laat dat ook duidelijk zijn. Denk wel dat het ook een signaal is volgens mij, vanuit de jaarrekeningsresultaten elke keer, dat we nog scherper, mijnheer Versluis gaf het onder andere ook al aan nog, scherper moeten gaan ramen volgens mij, als organisatie. En dat we ook realistisch moeten plannen, want we schrijven toch ook best wel aardig wat projecten en daarmee miljoenen elk jaar door. Dus ook afhankelijk van de capaciteit, die hier intern beschikbaar is. En als dan aan de VVA ligt, wordt het alleen maar minder capaciteit. Ik denk dat ze gewoon nodig zijn of wij denken, dat het gewoon nodig is.
Maar dat je ook naar de capaciteit die, buiten het op straat moet kunnen maken. Oftewel, de aannemers bijvoorbeeld, die het moeten kunnen maken voor ons, moet je ook realistisch plannen. En als die ook de capaciteit niet hebben en we weten dat het allemaal op de arbeidsmarkt wat schaarser is, dan moet je volgens mij ook durven te zeggen van, dan schuiven we sommige dingen naar achteren toe. Waarmee we nog steeds die kapitaalslasten dan kunnen verminderen en daarmee wel weer een deel van het gat misschien dicht gerekend kunnen krijgen. Dus ik zit even te zoeken vanuit mijnheer Roovers vandaan, maar ook inderdaad richting het college van, hoe gaan we dit nu plaatsen ja dan te nee? Want nogmaals, het gemiddelde is van de afgelopen jaren is, dat we zeven miljoen overhouden gemiddeld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Gaan we eerst nog naar de heer Roovers luisteren en dan naar het college. De heer Roovers: Ja, dank je wel, voorzitter. Allereerst, wil ik de fracties bedanken voor hun inbreng. In de richting van de VVA. De heer Timmermans heeft mij vorige keer gevraagd, of ik de beschikking had over een glazen bol. Mijnheer Timermans, heb ik niet. Maar ik heb wel een spiegel en dat is een achteruitkijkspiegel en daar zie ik eigenlijk hetzelfde in als, wat de heer Bakker net verwoordde.
Afgelopen vijf jaar hebben wij eigenlijk altijd positieve cijfers op onze jaarrekening kunnen constateren, waarbij het laagste bedrag wat wij overhielden 5,8 miljoen was. Dus ja, is het een risico? Zeker, maar is het een afgewogen risico? Naar ons idee ook. De SGP zei van, ja, we gaan ook scherper begroten. Dat klopt, voorzitter, maar dat hebben we al een paar keer meer gedaan. En ook in de jaren dat we dat deden, hielden we toch nog een aanzienlijk bedrag over. En dan ook richting de VVD. Is het een ideale spaarvariant? Nee. De meest ideaal spaarvariant hadden we, maar onze financiële positie is ook niet ideaal. Verre van dat zelfs. Dus is het naar ons idee, best een best een mogelijkheid om te onderzoeken, of we het ook anders kunnen doen. En dan heb ik denk ik alles gehad, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel, mijnheer Roovers. Gaan we naar het college, wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank, voorzitter. Als ik nu aanhaak bij de allerlaatste opmerking van de heer Roovers, dat we de motie zo kunnen interpreteren dat we met elkaar eens even kijken, of het iets op een andere manier kunnen organiseren. Dan kan deze portefeuillehouder er veilig mee leven. De voorzitter: Dank u. Dat is een hele korte reactie. Levert dit nog vragen of vragen in de tweede termijn? Mijnheer Van der Hoeven.
De heer Van der Hoeven: Ja, eventjes als mag, in de richting mijnheer Bakker. Wat spannend daarin is van inderdaad, het zou kunnen zijn dat we moeten temporiseren. Alleen, voor de korte termijn zijn dat wel de meest pijnlijke dan. Want als wij naar een school hebben beloofd, wij gaan over drie jaar bouwen, dat vind ik nu een moeilijke boodschap om te vertellen. Dus, maar als we het hebben over 40 jaar of 60 jaar, dan kan je denk ik wel daar begrip voor op hebben, dat je daar een temporisatie of slimmer gaat doen. Dus dat biedt in de tijd volgens mij, best mogelijkheden om dat gesprek te voeren. En inderdaad zeggen ja, we houden geld over, we kunnen niet uitgeven. Ja, dan moeten we over de school van morgen gaan praten. Die ja, die vind ik, daar zitten mensen op te wachten, er zijn toezeggingen gedaan. Die vind ik wel ingewikkeld, dus ik ga mee in uw analyse. We weten ook, dat van die zeven miljoen natuurlijk heleboel gewoon inderdaad wat doorgeschoven wordt. Maar dat er wat inzit, dat is absoluut zo. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ik liet het net even een beetje bezinken en ik zie net ook de volgende motie, die de heer Roovers indient. Dat is wel een mooi verschil eigenlijk, want dan gaat het over een meerjarige begroting, sluiting.
Dus je gaat eerst dan vooruit trekken en daarna ga je over naar een meerjarige sluiting of tenminste, over een paar jaar sluitend te krijgen. Dus dan ga je weer eigenlijk die andere kant van het sparen op. Dus het is volgens mij wel een beetje, beetje tegenstrijdig kan het zijn. Ik wil niet helemaal zeggen, dat ik ertegen ben tegen het idee. Het voelt alleen niet veilig, even zo gezegd. Dus ja, en ook van uitgaande, dat waar wij eigenlijk al vanaf ons begin al op hameren. Wij waren ook de eerste partij die zeiden, dat er een ravijnjaar 2026 eraan kwam. Inmiddels gelooft iedereen het wel, behalve AltenaLokaal. Is het niet daarmee voorbij, is 2027, 2028, 2029 en dan? Is het dan denkt u, dan voorbij? Weten we ook niet. Dus daarom zeg ik al, ja, die glazen bol ja, die heb ik niet, maar die heeft u ook niet. Dus het risico is wel daar aanwezig als we dat gaan doen, komen we dan weer eruit? Of, komen we op het moment, dat we terug kunnen naar de huidige vorm die we hanteren? Of, blijven we dan dit hanteren, omdat het dan niet anders kan. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven per interruptie. De heer Van der Hoeven: Ik zou het in ieder geval prettig vinden als we daar ook voor kiezen, dat we dat jaarlijks beoordelen of dat houdbaar is. Dus als we dan zeggen ja, we gaan de verkeerde kant op, we kunnen het niet corrigeren, we gaan echt uitlopen.
Dan moet je opnieuw andere maatregelen nemen. Maar om even die eerste twee jaar doorheen te komen, zou ik het een prima manier vinden om de grens op te zoeken van … Het is niet de ideale werkwijze, maar eventjes die grens opzoeken. Dat durf ik best aan voor deze bedragen. De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ja, daar ben ik ook wel benieuwd naar, hoe de heer Roovers er tegenaan kijkt om dat dan eventueel ieder jaar … Kan dat in de motie opgenomen worden, om dat ieder jaar te evalueren? Als we het dan voorzichtjes aan zouden proberen. De heer Roovers: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de reactie van de wethouder gehoord hebbende, is het eigenlijk ook wel een beetje de strekking. Wij zeggen, kijk nu naar mogelijkheden en onderzoek nu, of die spaarknop anders ingeregeld kan worden. En wij verwachten van het college, dat er uiteindelijk ook alle opties op tafel komen, waarbij wij de voor- en de nadelen van die spaarsystemen zien. Dan kunnen wij een afgewogen keuze maken, waarbij het naar ons idee best interessant is, om die spaarknop gewoon anders in te richten. Omdat wij ons dan in ieder geval de tijd gunnen, dat we ons, al onze ambities die we nu hebben bijvoorbeeld op het gebied van het, onderwijshuisvesting dan in ieder geval nog gestalte kunnen geven. En
daar waar het een keer blijkt dat het een keer tegenzit, hebben wij naar idee nog voldoende vet op de botten, om die tegenslag eenmalig of tweemalig op te kunnen vangen. En mocht dat dan niet voldoende blijken, maar ik heb inderdaad naar de toekomst toe die glazen bol niet. Ja, dan kunnen we in ieder geval nog bijsturen. Maar wij vinden het op voorhand te voorbarig, om nu al bij te sturen. De voorzitter: Ja, mijnheer Timmermans nog? De heer Timmermans: Ja, ik kreeg niet echt antwoord op mijn vraag, of dat hij bereid was om dat in de motie eventueel te zetten, om het te kunnen corrigeren na een verloop van één jaar, twee jaar. Zoals de heer Van der Hoeven ook zei. De heer Roovers: Ja, voorzitter. Als dat de heer Timmermans in ieder geval over kan halen om de motie te steunen, dan ben ik best bereid om een regel toe te voegen. De voorzitter: Ja. Volgens mij, moet u dat maar eventjes overwegen in een schorsing. Anderen nog in tweede termijn? Nee? Is nog behoefte van het college? Ik zie wethouder Tanis niet meer hoeft nog Nee, hoor. Dan gaan we naar de laatste motie. Mijnheer Roovers, Op weg naar een structureel sluitende begroting. De heer Roovers: Ja, dank je wel, voorzitter. Voorzitter, we hebben het eigenlijk al gehoord vanavond, we staan gewoon voor een opgave.
Ik zal niet zeggen, dat het een hele grote opgave wordt of een kleine opgave Eén ding is zeker, we staan gewoon voor een opgave. En hoe groot dat die wordt, daar had mijnheer Den Haan eigenlijk wel een punt. We weten het gewoon niet. We hebben een inschatting en de inschatting is zeven miljoen. Maar of het uiteindelijk zeven miljoen wordt, ja, we weten het gewoon niet. En daarom, voorzitter, zouden wij het onszelf, maar ook het college gunnen om in ieder geval de tijd te nemen, om te komen tot een structureel sluitende begroting. Want op het moment dat we hier nu drastische keuzes maken, dan is er nauwelijks een weg terug. En nogmaals, we weten niet precies welke opgave dat we hebben. En vandaar deze motie, waarbij het ook niet zo is, dat we het college alle ruimte geven om op de handen te gaan zitten en niet aan slag te gaan. Maar de strekking is, dat het college in ieder geval voortvarend aan de slag gaat om bezuiniging in te boeken. Maar dat wij uiteindelijk verwachten zeker gelet op de omvang van de opgave die er ligt, dat wij in 2028 een sluitende begroting hebben. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Anderen in eerste termijn? Mijnheer Bouman, VVD. De heer Bouman (VVD): Ja, dank u wel. Ja, volgens mij stond er in de motie uiterlijk 2029 met voorkeur 2028, wat doorgaans neer gaat komen op 2029.
Dat is een van de punten, waar we het nog even met u over willen hebben. Want we zijn het met u eens, laten we daarmee beginnen, dat het waarschijnlijk niet lukt om een sluitende begroting in 2026 te hebben, zonder dat je daarvoor incidentele gelden inzet. Oftewel, een greepje uit de reserve her en der, of een andere creatieve zet. dat zijn we met u eens, want het is wel erg veel erg snel. Maar vervolgens zijn er twee dingen, waar we het nog even met elkaar over moet hebben. Eén is, u zegt van ja, doe dan maar uiterlijk 2029. Wij vragen ons af, is dat nu wel ambitieus genoeg? Want dan heb je dus 2026 niet dicht, je hebt 2027 niet dicht, je hebt 2028 niet dicht en pas 2029, heb je dat dichtzitten. Dus we vragen ons af, is dat verstandig, moeten we niet streven naar eerder? Waarom streven we niet naar 2027? En tweede punt is, dat bedoelt u niet hoor, maar je zou het dictum van uw motie zo kunnen lezen, dat we eigenlijk tot 2029 dan wel 2028 ook niet hoeven te werken naar die sluitende begroting. Doel, u bedoelt waarschijnlijk dat we stapsgewijs steeds meer richting sluitend gaan, dus dat we, het tekort in 2026 nog relatief groot is en 2027 wat minder groot en 2028 nog minder groot en 2029, bingo. Maar dat staat er niet. Dus daar zullen we ook nog even naar moeten kijken, denk ik, voordat we kunnen instemmen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Ja, dank je wel, voorzitter. Ja, allereerst willen wij benadrukken, dat we niet tegen deze motie zijn hè. Het streven naar een financieel gezonde gemeente met een structureel sluitende begroting is een doel, dat wij volledig ondersteunen. Echter, wellicht is de motie overbodig. Want volgens mij of volgens ons heeft het college reeds aangegeven, dat dit ook de insteek is van het college en wij lezen dit ook wel terug in de stukken. Dus wij horen graag de reactie van het college op deze motie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Mijnheer Versluis, SGP. De heer Versluis: Ja, voorzitter. Ook die worsteling bij de SGP, zoals ook mevrouw Vos aangeeft als het gaat om het eerste en het derde punt uit de motie, het voortvarend aan de slag. Dat vond, het college is daar al mee begonnen, is daar druk mee bezig. Dat die ook de raad regelmatig informeert over vervolging waar ze mee bezig zijn, ja, dat is ook al een gegeven. Dus dan blijft het puntje twee hangen, waar ook de heer Bouman uitgebreid aan refereert. En dat is een beetje een worsteling ook voor ons, hoe wij dat moeten lezen. Want ja, je kunt hem zo lezen van, ja, hij moet uiterlijk 2029 structureel sluitend zijn. Ja, dat is gewoon de opdracht hè, want de provincie die kijkt mee, dus dat is al een gegeven. Bij voorkeur vóór het jaar 2025.
Moet je dat dan lezen, het is 2026 of 2027? Of, is het het jaar 2028? Dus dat maakt het ook al een beetje lastig. Wat ons betreft, zou je niet ook te lang moeten wachten om te gaan werken naar een sluitende begroting en daar tijdig mee te starten. Ik zeg niet, dat dat hierin opgenomen is. Maar 2026 is natuurlijk niet alleen een ravijnjaar, maar 2026 is ook een verkiezingsjaar. En als er reden is om laat ik zeggen pijnlijke maatregelen te treffen, die we dan vooruitschuiven na 2026, daar zouden wij geen voorstander van zijn. Je moet op tijd beginnen in een gelijkmatig proces. Dus ja, als dat de bedoeling is van de motie. Ja, dan zouden wij ons daar wel in kunnen vinden. Maar ook nogmaals, bij mijn eerste punt wat mevrouw Vos aangeeft, de weg zoals die op dit moment bewandeld wordt, gaat volgens mij al min of meer volgens dit pad. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Timmermans, VVD. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, ook wij hebben probleem met punt twee. Wij willen naar een sluitende begroting 2027. Dus 2026 kunnen wij ons eigenlijk voorstellen, dat die niet helemaal sluitend is, omdat het dan inderdaad misschien wat snel is. Al had ik dat ook liever gezien, maar 2027 vind ik wel een realistische gedachte. En we hebben nog ja, nog ruim anderhalf jaar de tijd om dat voor elkaar te krijgen. Dus dat moet gewoon lukken.
Ik, als de heer Roovers hem zou willen aanpassen naar 2027 sluitend, dan kunnen wij meedoen. Is dat niet het geval, dan kunnen wij niet meer meedoen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Hoeven, ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Ja, we worstelen ook wat meer met deze, met het voorstel voorzitter. Kijk, aan de ene kant zeggen we wel van, de ruimte die er gewoon in de regels zijn, benut die ook gewoon. Ook, er is eigenlijk gewoon wat meer ruimte ook om vanuit je reserves exploitatie kortstondig aan te vullen, dus benut dat gewoon. Waar ik eigenlijk nieuwsgierig naar ben, krijgen we hinderlijk last van de provincie op moment dat we dit gaan uitvoeren? En gaat dat dan ons hinderen in onze keuzevrijheid, die we dan hebben? Want dan zou het niet mijn voorkeur hebben, in ieder geval niet voor lange termijn. Dus wel de ruimte zoeken die er is en dat mag inderdaad best wel wat naar wat langere termijn gekeken worden. Maar als we dan vervolgens continu bij elke beslissing naar Den Bosch moeten rijden, om ja te vragen dan, hebben we niet zoveel zin in. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Bakker, AltenaLokaal.
De heer Bakker: Ja, voorzitter. Volgens mij, werkt het college altijd naar het proberen naar een sluitende begroting, dus op zich zit daar volgens mij al geen discussie in. En volgens mij is het een eis van de provincie, om aan het einde van die meerjarenperiode een, sowieso met een sluitende begroting te komen. Dus volgens mij zitten we dan al op, zo’n beetje op 2028, 2029, daar heeft het mee te maken. Ik zit eigenlijk eventjes, misschien is het wel juist andersom. Waarom zouden wij pas niet, waarom zouden we niet pas gewoon in het laatste jaar van onze meerjarenbegroting een sluitende begroting? Oftewel, leggen wij de lat eigenlijk niet te, hoger als dat hij vanuit de provincie zou moeten zijn? Laat, ik hoor graag wat het college daarvan vindt. En nogmaals, volgens mij is de college altijd bereid om te werken en zijn ze daar ook volgens mij, altijd wel mee bezig om zo snel mogelijk sluitende, een sluitende begroting te maken. Maar heeft de provincie daar ook wat, iets ruimere interpretatie soms in. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Gaan we eerst nog luisteren naar het CDA, mijnheer Roovers. De heer Roovers: Ja, voorzitter, ook hier bedankt voor de inbreng van de fracties. Wij snappen op zich wel het punt wat ingebracht is met betrekking tot onze tweede dictum, waarbij wij 2028 aangeven.
Naar ons idee, is dat een realistische optie? Wij wacht ook even op de reactie van het college, alvorens in ieder geval te overwegen om de motie op dat onderdeel aan te passen. En wat betreft de inbreng van AltenaLokaal. Volgens mij, zijn er inderdaad een aantal spelregels die gelden voor een sluitende begroting. Dat is in ieder geval dat die in het laatste jaar structureel sluitend moet zijn, of het eerste jaar structureel sluitend moet zijn. Maar ik wil graag van de wethouder, wat daar de smaken van zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Gaan we naar het college luisteren, naar wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Ik begin even bij de reactie van de heer Bakker, omdat die best wel op zijn eigen stijl en wijze aardig weergeeft, wat de route is die het college voor ogen heeft. Het college heeft niet voor niets als uitgangspunt gehanteerd in de stukken die aan de raad aangeboden zijn, te willen streven naar een sluitende begroting per 2029. Dat heeft niet alleen te maken met het feit, dat de provincie dat akkoord vindt. Maar het college, u bent misschien verrast, geachte raadsleden op dit late moment om dit uit mijn mond te horen, maar ook een zeker realisme als we kijken naar de opgave, die we als gemeente hebben.
Dat betekent dat het college echt in de modus zit, we hebben niet voor niks de afspraak met elkaar gemaakt, om een heel palet aan de raad aan te bieden, zodat u daar de keuzemogelijkheid voor heeft. Anderszins zitten er best een aantal open einden aan, die vanavond in meerdere toonzettingen voorbijgekomen zijn. Als je kijkt naar de mogelijke compensatie die er komt vanuit Den Haag, dat weten we niet, maar die verwachten we wel. Is ook maar de vraag, wanneer je dat weet en wanneer dat dan ingaat. Als je vervolgens kijkt, dat we met elkaar hebben afgesproken heel kritisch te kijken naar de analyse van de Jaarrekening 2024 en ook het punt, het scherper en realistischer begroten. Dat we met elkaar een traject willen gaan lopen als het gaat over het planningsoptimisme en het reëel investeren, wat ook effect heeft op de exploitatielasten. En als laatste, voorzitter, om de lijst niet om, helemaal compleet te maken, het inzetten van reserves en voorzieningen als dat nodig zou zijn om incidenteel het tekort af te dekken, pleit het college in die zin ook voor een zeker realisme. En ik ga, ik kan niet aan de heer Den Haan vragen, welk type taart hij dan aan het college aan wil bieden. Want wij hebben ook in, uiteraard het college heeft, maar ik krijg daar allerlei verschillende voorstellen voor. Dus daar komen we nog op terug.
Maar even serieus, voorzitter, het college gaat graag met de raad aan de slag. Wij bieden een breed pallet aan, maar wij hebben niet voor niks gekozen voor het streven om het stapsgewijs op te bouwen, sluitende begroting per 2029. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Gaan we naar de tweede termijn, voor zover daar behoefte aan is? Mijnheer Van der Hoeven, ga uw gang.
De heer Van der Hoeven: Vraag aan de wethouder. Zegt die nu, dat hij die motie gewoon aan het uitvoeren is? Want dan … De voorzitter: Ja. Ja, kom maar, doet u dat maar. Want ik hoop, dat er nog, want inmiddels zijn we weer wat tijd aan het verliezen. Dus wellicht, helpt dit in het debat nog, het antwoord. De heer Tanis: Eigenlijk wel. Waarbij natuurlijk het college 2029 als richtpunt heeft en de heer Rovers, 2028 als uitgangspunt hanteert met een mogelijke uitloop naar 2029. De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman: Ja, dank u wel. Ja, gelukkig is het niet aan het college dan wel de wethouder, om te bepalen wat het richtpunt is voor de sluitende begroting. Dat is aan ons. En wij als VVD weten niet of het richtpunt van het college naar onze mening, ambitieus genoeg is. En zelfs de motie van de heer Roovers die nog iets ambitieuzer is dan de wethouder, dat is. Dus wij wachten liever eerst eventjes rustig de Kadernota af, voordat wij ons committeren aan een bepaald jaartal waarin wij dan sluitend zouden moeten zijn. Want wij zijn nog niet volledig overtuigd. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, dan wil ik me eigenlijk ook krachtig bij aansluiten, dat ik dat zeker die lijn niet heb. Dus ik wil hem veel eerder sluitend hebben.
Ik vind het ook eigenlijk op deze late avond in één keer een zwart deksel, één keer op de pot gedaan worden. Maar goed, laten we het daar eventjes tussenwege. Ik wil het eerder sluitend. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? De heer Roovers nog? Nee? Daarmee hebben we de debatten gehad. Er staan nog twee dingen op de agenda. Namelijk, de stemming over de moties en daarna nog een korte reactie van het college over de wensen en bedenkingen. Want zo hebben we dat met elkaar ook besproken. Dat zal wethouder Tanis doen. Maar u heeft al een aantal keren aangegeven, dat u een schorsing wil om nog even na te gaan, hoe u met die moties om wil gaan. Ik kijk even naar, hoeveel tijd u daarvoor nodig denkt te hebben samen. Ja, stuk of vijf moet er even naar gekeken worden. Zou zeggen, dat 23.30 uur? Dat is iets ruimer dan vijf minuten, zou dat lukken? Of wilt u meer, tien minuten? Tien minuten? 23.35, vergadering is geschorst tot 23.35 uur. Vergadering is geschorst. De voorzitter: Ja, breng hem niet op een idee. Zijn we er allemaal weer? Ja. Dames en heren, ik heropen de vergadering en ik eventjes met u de lijst door. Ik heb, een aantal reacties heb ik samen met de griffier meegekregen. Maar ook eventjes naar waar er motie gewijzigd is, of daar waar de motie is ingetrokken. Ik neem het even ook voor de mensen thuis, even door.
1.1, ik heb begrepen ongewijzigd, mijnheer VVD? 2.1, Opvanghuis bijzondere doelgroepen. Zal ook ongewijzigd worden, in stemming worden gebracht. 2.2 heb ik begrepen, ingetrokken. 3.1 heb ik begrepen, ingetrokken van de ChristenUnie. 3.2 heb ik begrepen, ingetrokken van de VVD. 3.3 Evenementen, blijft ongewijzigd denk ik? Ja. 3.4, die is gewijzigd, de mogelijke ombuiging op de buitenzwembaden. Die brengen we even in beeld, wat de wijziging is. Volledig, oh, misschien dat u hem even wil toelichten, mijnheer Timmermans, het is uw motie.
De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ja, er kwam nogal veel kritiek op de, op het oude punt 2, dus die is nu doorgestreept. En er is eigenlijk een nieuw punt 2 voor gekomen, dus er zijn nog steeds twee puntjes. Alleen de, het scherpe gedeelte wat in eerste instantie, is eruit gehaald. Dus ik denk, dat de meeste mensen hem wel zo mee kunnen nemen. De voorzitter: Ja. Volgens mij, is dat helder. Dan is dat de wijze, gewijzigde motie 3.4. dan een 4.1, de Bestemmingsreserve duurzaamheid wordt ook gewijzigd. Mijnheer Timmermans, ook, de toelichting? De heer Timmermans: Ja, korte toelichting, voorzitter. Een tijdje geleden hebben we hier natuurlijk gezeten op het gebied van, dat we niet eens 17.000 euro konden vinden in de begroting, zaten met de handen in het haar. Dus op initiatief van de ChristenUnie hebben we het eigenlijk nu gezegd, het is burgergeld. Dus om van het bedrag wat daar staat, 25 procent als bestemmingsreserve naar burgerinitiatieven te sluizen en de overige, terug te laten vloeien naar de tekorten. Dus van het bedrag. Het aan, bedrag is trouwens ook aangepast, want dat zei het college nog dat het 1.780.000 euro was in plaats van één miljoen driehonderd en nog wat duizend. Dus het bedrag is ook aangepast. De voorzitter: Bedrag is aangepast en het dictum is dus ook aangepast. De heer Timmermans: Ja. De voorzitter: Iedereen kennis van kunnen nemen? Ja.
Dan 5.1 a en b, die moties zouden zijn samengevoegd, heb ik begrepen. Kan dat kloppen? Omvorming groen, groenonderhoud. En dan wie mag ik daarover het woord geven? Ook mijnheer Timmermans. De voorzitter: Voorzitter, ik heb me ingedrongen in de motie van Progressief Altena. Hij was ook sympathiek, hij was ook goed, dus ik denk dat die zo goed is opgezet. Het is onze allebei intentie, om daar gewoon iets te halen wat er te halen valt. De voorzitter: Oké. Iedereen kennis van kunnen nemen? Mijnheer Alderliesten vond het ook goed, de toelichting. 5.2 Lichtmasten is ingetrokken, heb ik begrepen. 6.1 Kostendekkendheid begraafplaatsen, blijft zo gehandhaafd. 6.2 Programma’s tegen het licht, ongewijzigd denk ik ook, of … Ja? Dan 6.3 de Formatie, blijft ook zo, a en b? Ja? Of, doet u er iets anders mee? U blijft hem in stemming brengen. Ja. 6.4 Meer taken meer knaken. Mijnheer Den Haan, Meer taken meer knaken blijft ook zo ongewijzigd? Ja, ja. 6.5 Sparen voor investeringen, heb ik wel begrepen dat er een tekstuele wijziging was. Mijnheer Roovers? Ja. Mijnheer Den Haan, nog even over Meer taken meer knaken. De heer Den Haan: Ja, ik wilde nog even. Er werd gesuggereerd, dat ik naar de griffie toe moest, omdat ik die kaarten voor Feyenoord had gehad. Maar die heb ik wel betaald, 120 euro. De voorzitter: Het was meer dan waard, heb ik begrepen uit uw toelichting.
Sparen voor investeringen, mijnheer Roovers. De heer Roovers: Ja, voorzitter. We hebben het beslispunt onder 3 aangepast en verruimd met de evaluatie, om die in ieder geval te betrekken bij het onderzoek. De voorzitter: Helder, dank u wel. En 6.6 Op naar een structureel sluitende begroting blijft, die blijft zoals hij is. Dan zijn dat de moties waarover we gaan stemmen. Ik ga ze gewoon allemaal in de volgorde af, waarbij we
hadden afgesproken dat we met programma 6 zouden beginnen. Dus ik begin gewoon met 6.1, over de Kostendekkendheid van de begraafplaatsen is dat dan. Dat wordt dan de eerste die in stemming wordt gebracht. Eerst even, misschien even allemaal goed even opletten, het is laat. Ik ga dat proberen zo snel mogelijk te doen. Ik moet opletten, u ook even. 6.1 Kostendekkendheid begraafplaatsen. Is daar behoefte aan stemverklaring? Nee. Mag ik dan bij stemming bij hand opsteken, wie voor deze motie is? Dat is de … Ik kan, ik begin gewoon rechts te kijken. Wie is voor deze motie? Dat is de fractie van de VVD, de fractie van de VVA. En wie is tegen deze motie? Dat zijn de overige fracties. Dan is het voorstel met vier stemmen voor en 20 tegen, verworpen. Programma 6.2 Programma’s tegen het licht. Behoefte aan stemverklaring? Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: We hebben het even met het CDA over gehad. En we hebben begrip dat het niet aangepast wordt, maar we willen wel onderstrepen dat waar het kwetsbaarder gaat, dat we dat echt als laatste willen. Dus vandaar, een stemverklaring. De voorzitter: Waarvan akte. Mag ik dan bij handopsteken wie voor deze motie … Mijnheer Alderliesten, ook nog, sorry. De heer Alderliesten: Ik had ook nog een kleine, ja, ik word ook ouder, ik sta er trager op. Maar ik had een kleine slag om de arm gehouden.
Bij de behandeling daarvan werden we positiever. Maar inderdaad, de maatschappelijke effecten worden goed bekeken. En ja, de uiteindelijke keuzes volgen toch pas bij de Kadernota, dus in die zin kunnen we meegaan. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Anderen nog? Dan, mag ik dan bij handopsteken, wie voor deze motie is? CDA, VVD, VVA, AltenaLokaal. Volgens mij is die unaniem. Dan is hij unaniem aangenomen. 6.3 a. Formatie gemeentelijke organisatie, de motie van de heer Timmermans. Daar nog behoefte aan stemverklaring? Stemming, de VVA is voor. Anderen voor? Wie is tegen? Dat is de rest. Dan is de motie met 22 stemmen tegen en twee voor, verworpen. De, 6.3 de Omvang van de formatie van de VVD. Daar behoefte aan stemverklaring? Stemming, wie is voor deze motie? Dat is unaniem. Dan is die motie unaniem aangenomen. 6.4 Meer taken meer knaken. Daar nog behoefte aan stemverklaring? Bij handopsteken, wie is voor deze motie? Dat is AltenaLokaal, dat is Progressief Altena. En wie is tegen? Dat is de rest. Dan moet ik even kijken. Dan is motie verworpen met 9-15, verworpen. Dan komen we bij 6.5 Sparen voor investeringen. Daar nog behoefte aan stemverklaring? Mag ik dan bij hand opsteken, wie voor deze motie is? CDA, VVD, VVA, Progressief Altena, ChristenUnie en SGP. Wie is tegen? Dat is AltenaLokaal. Dan is de motie aangenomen met 19 stemmen voor en vijf tegen.
6.6 Op naar een structureel sluitende begroting. Daar nog behoefte aan stemverklaring? Dan, wie is voor deze motie? Dat is het CDA, dat is Progressief Altena en dat is de ChristenUnie. Dat is 11. En wie is tegen? Dat is dan de rest en dat zijn er dan 13. Dat is die motie verworpen. Dan gaan wij naar agendapunt 1.1 de Algemene bezuiniging op de Gemeenschappelijke Regelingen. Daar nog behoefte aan stemverklaring? Bij hand opsteken, wie is voor deze motie? Dat is CDA, dat is unaniem. Die is unaniem aangenomen. 2.1 Opvang huisarts en bijzondere doelgroepen. Nog behoefte aan stemverklaring? Wie is voor deze motie? Dat is de VWA. Wie is tegen? Dat is de rest. Dan is de motie met 22 stemmen tegen, verworpen. Dan komen we bij 3.3 de Jaarlijks terugkerende evenementen. Nog behoefte aan stemverklaring? Dan bij handopsteken, wie is voor deze motie? Progressief Altena, AltenaLokaal, CDA. En wie is tegen? Dan is alleen de ChristenUnie tegen. Dan is de motie met 22 stemmen voor en twee tegen, aangenomen. Dan komen we bij de Mogelijke ombuiging buitenzwembaden, die gewijzigd is ingediend. Daar nog behoefte aan stemverklaring? Mijnheer Roovers.
De heer Roovers: Ja, voorzitter, dank je wel. Voorzitter, alhoewel wij de indruk hebben dat er in Werkendam en Sleewijk al best efficiënt gewerkt wordt door onder andere, het effectief inzetten van vrijwilligers en het aanboren van andere inkomstenbronnen, zullen wij deze motie toch steunen. De voorzitter: Dank u wel. Nog meer stemverklaringen? Mag ik dan bij handopsteken, wie voor deze motie is? Dat is CDA, VVA, Progressief Altena, ChristenUnie en SGP. Wie is tegen? Dat is AltenaLokaal. Dan is de motie met 19 stemmen voor en vijf tegen, aangenomen. Dan komen we bij de Bestemmingsreserve duurzaamheid, 4.12. Behoefte aan stemverklaring? Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. SGP zal tegen deze motie stemmen hoewel, dat we aardig op één lijn zaten met de bestemmingsreserve. Wij vinden dat het breder getrokken moet worden. En ook de 25 procent die nu alweer gereserveerd wordt voor een ander doel, kunnen wij niet steunen. Dus wij zullen tegen stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Andere stemverklaringen nog? Mat ik dan bij handopsteken, wie is voor deze motie? Dat is de VVA en dat is de ChristenUnie. Wie is tegen? Dat is de rest. Dan is de motie verworpen, met 21 stemmen tegen en vier voor. Dan komen we bij de motie, een gezamenlijke motie over de Omvorming van het groen. Is daar nog behoefte aan stemverklaring? Niemand.
Mag ik dan bij hand opsteken, wie voor deze motie is? Dat is het CDA, dat is AltenaLokaal, VVA, Progressief Altena, de ChristenUnie. Wie is tegen? Dat is de SGP en de VVD. Dat is weer een andere stemverhouding. Dus dat is 16, dat is 18 stemmen voor en zes tegen, is die motie aangenomen. U bent mij wel aan het testen en de griffier hier, om dat eventjes goed te doen. Daarmee hebben we alle moties gehad. En dan wachten wij alleen nog in angstige spanning op de slotreactie van het college over dit proces van wensen en bedenkingen. En hoe het college daarmee verdergaat. Namens het college is het woord aan de heer Tanis. Hoeveel mensen hebben we? Wethouder Tanis, aan u het woord. De heer Tanis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden, zeker gezien het tijdstip. Maar toch even kort terugblikkend. Namens het college wil ik echt mijn waardering uitspreken voor de wensen en bedenkingen en de moties en de signalen, die u ons heeft meegegeven als college. En ik weet zeker dat ik namens het hele college spreek, blikken wij terug op nuttige behandelingen de afgelopen weken. We moeten nog een aantal stappen zetten, maar we hebben een aantal mooie stappen gezet met elkaar. En zeker ook de beschouwingen van de diverse fracties over de toekomstbeelden heeft het college ook geholpen en kan ons zeker ook nog verder helpen bij de uitwerking van de bezuinigingsvoorstellen.
Omdat wij echt het idee hebben, dat de voorstellen tegen de toekomstbeelden aangehouden zullen kunnen worden. Zoals u weet, hebben we de vorige keer ook al gedeeld met elkaar, dat het wat ons betreft niet stopt bij de vastgestelde moties die net aangenomen zijn. Het college hecht er echt aan, om een breed palet op tafel te leggen. De dingen die wij vanavond en vorige week hebben gehoord, noem het maar wensen, bedenkingen en moties geven ons richting, maar ontslaan ons ook niet van de verantwoordelijkheid om met een breder palet te komen. Wij streven daar naar een pakket van ombuigingsvoorstellen, dat financieel groter is dan onze daadwerkelijk opgave. Dat heb ik de vorige keer ook gezegd. Wel met de beperking die ik net ook heb aangegeven bij de laatste motie, dat het college ook echt de ontwikkelingen in Den Haag nadrukkelijk blijft volgen, als het gaat over de mogelijke compensatie die er komt. Maar ook de afspraken na wil komen, die we met elkaar hebben gemaakt als het gaat over scherper en realistischer begroten. Het planningsoptimisme proberen uit de begroting te halen, reële investeringsplanning. Kortom, een aantal zaken waar we de komende periode ook aan willen gaan werken en die echt effect zullen hebben, op de uiteindelijke bezuinigingsopgave die er dan ligt.
De reden dat het college ook heeft gekozen voor het toegroeien naar een sluitend meerjarenperspectief 2029 heeft ook te maken met onze overtuiging, dat als we met elkaar over de bezuinigingen zullen gaan
spreken, dat er ook keuzes gemaakt zouden kunnen worden. En of dat nu gebeurt of in de nieuwe collegeperiode, die wellicht pas over een paar jaar leiden tot daadwerkelijke bezuinigingen. Maar dan kunnen we die keuzes, we kunnen bij die keuze dus ook rekening houden met het jaarlijks veranderde financiële perspectief. U krijgt dus wat het college betreft, nadrukkelijk de ruimte om keuzes te maken. De fundamentele keuzes worden natuurlijk bij de Kadernota gemaakt. Hebben we met elkaar ook afgesproken. En het college zal dat vervolgens natuurlijk vertalen in het meerjarenperspectief. Wij realiseren ons, dat we met elkaar aan de voorkant staan van een intensief proces. Een boeiend proces ook. En ik spreek ook echt namens het college dat wij hopen, dat de constructieve wijze waarop we met elkaar ook het gesprek hebben gevoerd vanavond en de vorige keer, dat we dat met elkaar ook vol zouden kunnen houden. Wij hebben als college echt alle vertrouwen in, dat we deze opgave tot een mooi einde kunnen brengen. Zodat we met elkaar kunnen werken aan een stabiele financiële huishouding, een gezonde reservepositie en als het even kan, ook nog wat ruimte kunnen creëren voor toekomstige ambities. Dat was het, voorzitter, voor nu. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis namens het college.
Daarmee komen we aan het einde van de avond, waarbij ik u nog altijd eventjes doorgeef dat deze avond gevolgd is door gemiddeld 350 mensen, inwoners van Altena. Dus het leeft, wat u hier met elkaar hebt besproken. En dat is ook goed om te merken. Er is ook zoveel over bier gesproken, dat ik weet niet hoe het u vergaan is, maar ik daar wel dorst van gekregen heb. Dat kan in de alcoholvrije variant, dat kan ook in frisvariant, maar het echte spul is ook beschikbaar aan de bar. 6.
Sluiting De voorzitter: Ik sluit de vergadering en ik zie u bij de nazit.