CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-09-19 Transcript raadsvergadering

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente Altena13.791 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE ALTENA d.d. 19 september 2023

1.

Opening en vaststellen agenda

De voorzitter: Dames en heren, wij gaan beginnen. Here, voorafgaande aan onze vergadering vragen wij U om Uw zegen over onze werkzaamheden. Geef ons besef van onze afhankelijkheid van U bij al onze overleggen en besluiten. Geef ons kennis en inzicht, opdat wij in staat zijn onze taak juist te vervullen en de belangen van de Gemeente Altena te behartigen. Wij vragen U dit om Jezus wil. Amen. Beste mensen, hierbij open ik de raadsvergadering van 19 september. En ik wil beginnen, want u ziet een aantal lege stoelen, mee te delen welke collega's vanavond helaas verhinderd zijn. Dat zijn de heren Van Breugel, de heer A. Bouman, mevrouw Buchholtz, mevrouw Vos, de heer Meijboom, mevrouw Zaal, de heer Hoegee, de heer Siland en de heer Berm. Vanuit het college is wethouder Tanis verhinderd, en de heer Noordergraaf heeft laten weten dat hij onderweg is en wat later komt. We zijn ook daarmee op dit moment met 21 raadsleden, dat is voldoende en dat zullen er 22 worden, waarvan akte. Dus we hebben een quorum. De mensen horen dat niet en dat is maar goed ook. We kunnen gaan beginnen bij het vaststellen van de agenda. Zijn er onder u die, bij de vaststelling van de agenda, nog iets te vragen of op te merken hebben? 2.

Vragenkwartier

De voorzitter: Zo niet, dan gaan we door met agendapunt 2, het vragenkwartier. En de heer Den Haan en mevrouw Rochat hebben aangegeven een vraag te hebben voor het college. De heer Den Haan: Zo, hij staat ver weg zeg. Ja, dank je wel, voorzitter. Nou, dat ben ik geworden in plaats van mevrouw Rochat. En mijn vraag is even kort en helder richting het college om ook het geluid vanuit Altena te laten horen met betrekking tot de periode van de Cito-toets en het gelijk vallen met het carnaval. In de zuidelijke provincies en in de oostelijke provincies van Nederland is dat al een behoorlijke issue. We hebben op televisie, als u het gezien heeft, hebben we de, ik zou haast zeggen, de aparte manier toch vanuit het ministerie, vanuit het departement gezien, een beetje haast nonchalant van ja, zo hebben we dat nou eenmaal vastgesteld. Voorbijgaand aan toch wat voor wat betreft Altena aan de eigenheid van de kernen, we hebben er 21, maar er zijn toch een aantal kernen in Altena die hebben ook hun eigenheid daarin. En wij vragen het college om richting het departement daar in ieder geval het ongenoegen te laten blijken, zoals ook al in veel provincies is gebeurd. En wij willen daarin niet achterblijven. Dat was mijn vraag, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Namens het college zal de portefeuillehouder onderwijs het antwoord geven. Mevrouw Van Ooijen.

Mevrouw Van Ooijen-van Breugel: Dank u, voorzitter. Ja, het college is van mening en u gaf het zelf ook al aan, dat het al heel erg onder de aandacht is gebracht en ook in Den Haag is geland, de planning van de doorstroomtoets waar u het over heeft, die in 2024 moet plaatsvinden. Er hebben ook een aantal publieke, politieke partijen, moet ik zeggen, vragen gesteld aan die minister. En de minister heeft vorige week, 14 september, laten weten aan de Kamerleden dat zij in gesprek gaat met de betrokken partijen. En dat zij daarna een conclusie zal trekken en dit ook zal mededelen aan de Tweede Kamerleden. En wat mij betreft wachten we die conclusie eerst nog even af wat daar uiteindelijk uit zal komen.

De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan vervolgvragen? Dat kan, mijnheer Den Haan, en daarna kunnen eventueel anderen ook nog vervolgvragen stellen. De heer Den Haan: Ja, voorzitter, dank je wel. Dank voor het antwoord kan ik niet echt zeggen, want ik heb dan toch wel zoiets van ja, natuurlijk kennen we die situatie. Als je hem volgt, dan weet je dat het onder de aandacht is. Maar ik zou graag ook wat proactiever als Altena willen laten zien dat wij daar ook in meedoen en niet afwachtend zijn op wat er gebeurt. Dus dat is mijn enige opmerking die ik maak en voor de rest laat ik hem voor wat hij is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Is er nog behoefte aan aanvullende vragen? Nee? Dank u wel, en het college heeft een antwoord gegeven. HAMERSTUKKEN 3.

Ontslag S. Bossenbroek als burgerlid

De voorzitter: Dan gaan we over naar de hamerstukken. Agendapunt 3, het ontslag van het burgerlid de heer Bossenbroek. Is daar nog behoefte aan een stemverklaring of stemming? Zo niet, dan aldus besloten. 4.

Bestemmingsplan Kern Veen Witboomstraat 34

De voorzitter: Agendapunt 4, het bestemmingsplan Kern Veen, Witboomstraat 34. Nog behoefte aan stemverklaring, stemming? Niemand, dan aldus besloten. 5.

Verklaring van geen bedenkingen Koolmeespad-Esseveldlaan Andel

De voorzitter: Agendapunt 5, de verklaring voor geen bedenkingen van de twaalf eengezinswoningen hoek Koolmeespad, Dokter Esseveldlaan in Andel. Behoefte aan stemverklaring of stemming? Dan aldus besloten. 6.

Verklaring van geen bedenkingen Reygerboslaan 1 te Giessen

De voorzitter: Agendapunt 6, de verklaring van geen bedenkingen van de Reygerboslaan 1 in Giessen. Daar behoefte aan stemverklaring of stemming? Ook niemand. Dan ook aldus besloten. 7.

Krediet Multifunctionele Accommodatie Hart van Almkerk

De voorzitter: Het krediet voor het MFA Hart van Almkerk. De heer Bouman van de VVD, ga uw gang. De heer Bouman: Ja, dank u wel. Wij stemmen in en wij hebben ook geen probleem met het verstrekken van het extra krediet. We wilden alleen heel graag uitspreken dat we wel enige moeite hebben met het ontwerp, zoals dat nou voorligt, en dan vooral de dorpshuisfunctie boven. Wij denken dat dat de inloop van zo’n dorpshuis beperkt en dat vinden wij geen goede keuze. De voorzitter: Dank u wel, waarvan acte, mijnheer Bouman. Mijnheer van Gammeren, van de SGP. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook een stemverklaring van de SGP. Wij stemmen in met het voorstel. En dat is vooral om de uitvoering MFA Hart van Almkerk niet te vertragen. Maar we roepen wel

het college op om bij overschrijding van de budgetten, anders dan een inflatiecorrectie, zoveel mogelijk te voorkomen en scherp aan de wind te zeilen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Met deze stemverklaringen kan ik concluderen dat nog steeds het voorstel unaniem is aangenomen. Dan aldus vastgesteld. 8.

Vervanging hoofdveld Kozakken Boys

De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 8, de vervanging van het hoofdveld van de Kozakken Boys. Daar nog behoefte aan stemverklaring of stemming? Dan ook aldus besloten. 9.

Zienswijze 2e wijziging gemeenschappelijke regeling SVHW 2023

De voorzitter: Agendapunt 9, de zienswijze tweede wijziging gemeenschappelijke regeling SVHW 2023. Daar nog behoefte aan stemverklaring of stemming? Ook niemand, dan ook aldus besloten. DEBATSTUKKEN 10. Bedrijventerreinagenda Altena 2023-2027 De voorzitter: Gaan we naar het enige debatstuk van de avond, agendapunt 10, de Bedrijventerreinen Agenda voor Altena 2023 2027. En ook voor de mensen thuis zal ik heel kort toelichten. In 2022 heeft de gemeenteraad de ‘visie op werken’ vastgesteld. Als uitwerking daarvan is door het college een kaderstellende notitie toegezegd. Het college heeft de kaders aangeboden in de vorm van de voorliggende concept Bedrijventerreinen Agenda 2023-2027. En daarbij wordt voorgesteld vijf kaders, uitgangspunten vast te stellen, en tijdens de Altenatafel hebben al verschillende fracties, moties en/of een amendement aangekondigd. En die zullen worden ingediend en toegelicht. En mag ik daarvoor als eerste vragen de heer Duizer, om zijn amendement en zijn twee moties in te dienen. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Zoals wij in de Altenatafel hebben aangegeven, zijn wij op zich niet tegen het voorliggende raadsvoorstel, we zullen er dan ook mee instemmen. Maar de impact van deze Bedrijventerreinen Agenda strekt verder dan alleen maar een stuk uitbreiding van de bedrijventerreinen.

Anders gezegd, het besluit dat wij vanavond nemen, werkt door op andere beleidsterreinen. Neem bijvoorbeeld de huisvesting en vooral de huisvesting arbeidsmigranten. Daar zit niet voor niets een limitering op, omdat een grote toestroom van arbeidsmigranten tot ontwrichting leidt van de woningmarkt en maatschappelijke onrust onder de inwoners. Daar hebben we meermaals hier ook in de raad mee te maken gehad. Maar als je de industrie laat groeien met de wetenschap dat daar meer arbeidsmigranten voor nodig zijn, hoef je geen wiskundige te zijn om te snappen dat de problemen met huisvesting van arbeidsmigranten zullen toenemen. We kunnen dit soort problemen voor zijn als we aan de voorkant deze beleidsregels goed koppelen. Nu hebben wij het beeld dat deze Bedrijventerreinen Agenda vrij eenzijdig wordt gedreven door de vraag vanuit het bedrijfsleven. Maar in onze visie heeft de overheid een dienende taak naar heel de gemeenschap, zowel het bedrijfsleven als onze inwoners. En vandaar dat we middels ons amendement een betere koppeling willen bewerkstelligen van beide beleidsterreinen. Ik weet niet of het amendement nog getoond moet worden, of dat iedereen hem al wel gelezen heeft. Maar goed, iedereen heeft hem kunnen lezen en kan hem lezen. Ik heb net uitgelegd waarom wij hem indienen.

In het verlengde van wat ik net gezegd heb over het amendement, kan ook onze motie over het uitgiftebeleid worden gelezen. Tijdens de Altenatafel werd door de wethouder verteld dat het ROB bezig was met het uitgavenbeleid van bedrijventerreinen. Het

ROB is er vooral in onze ogen om de bedrijven te helpen om op de juiste locatie te worden gehuisvest. Maar niet om de afweging te maken welke bedrijven wel of niet in Altena passen, of een koppeling te maken met andere bedrijfsterreinen of beleidsterreinen, zoals net genoemd. Dit is wat ons betreft geen taak die het college kan wegleggen bij een orgaan waar de raad geen directe zeggenschap over heeft. Daarom brengen wij de motie in om dit bij het college te houden en het aan de raad voor te leggen. Deze motie dienen wij samen met de VVD en de VVA in. Tot slot, over onze motie, over de verbinding van De Rietdijk met de A27. Zoals het er nu uitziet zal de uitbreiding van industrieterrein De Rietdijk in Giessen zeker voor 60 procent worden ingenomen door transport en logistiek. Dit betekent een forse toename van vrachtverkeer op met name de N322 tussen Giessen en Nieuwendijk. En in dat licht vinden wij het onbegrijpelijk dat de wethouder twee weken geleden heeft gezegd dat hij zich niet gaat inspannen voor een verbetering van de ontsluiting van dit industrieterrein. Zijn motivatie was dat hiervoor de plannen die het college aan de raad heeft voorgelegd om een verbinding te maken tussen Giessen en de Tol waren afgeschoten. Maar in datzelfde besluit hebben wij gezegd als raad unaniem dat de oost-westverbinding wél moet worden verbeterd.

En met deze motie willen we het college aan deze opdracht herinneren en verzoeken om hier zelfs wat extra gas op te geven, omdat de uitbreiding van De Rietdijk vooral zal worden ingevuld, zoals gezegd, door transport en logistiek. En om de noodzaak nog even te onderstrepen, tussen de rotonde in Giessen en de oprit van de A27 liggen buiten de vier rotondes, 34 op- en afritten die direct aansluiten op N322. Ik herhaal, ik heb ze vanmiddag geteld, 34, de één wordt wat meer gebruikt, de ander wat minder. Ik kan u garanderen dat over diezelfde Heemstrabaan, oftewel de N322, van Giessen tot aan Nijmegen er minder aansluitingen liggen op de N322, een provinciale weg, dan dit kleine stukje. Wat ons betreft is het dan ook niet te begrijpen dat dit niet wordt aangepakt. De VVA dient deze motie mee in en we hopen van harte dat we een meerderheid kunnen vinden binnen deze raad. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mijnheer Bouman van de VVD, wilt u uw motie indienen en toelichten? De heer Bouman: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is een redelijk overzichtelijke motie. Het is heel duidelijk dat er vraag is naar bedrijventerreinen en dat we overal moeten zoeken waar we kunnen. En dat pleidooi hebben we eerder ook al gehouden. Tegelijkertijd moeten we kijken naar bestaande terreinen die we hebben.

En er is er eentje die politiek gezien nadrukkelijk in het oog springt en dat is het bedrijventerrein buitendijks in Woudrichem. Er is vol ingezet in het verleden op woningbouw daar, wat op zich ook een logische plek is voor woningbouw. Alleen, helaas kan dat niet, bijna niet, is dat in ieder geval heel erg moeilijk. Maar wat een geluk, er zit al een bedrijfsbestemming op. Dus wij dachten als VVD, zo pragmatisch als wij zijn, één en één is twee. Nou, blijkbaar kunnen woningen niet, we hebben behoefte aan bedrijventerreinen, vooral ook voor natte industrie. Er ligt daar al een mooi terrein. Waarom gaan we niet nadrukkelijk in overleg met de eigenaar en ontwikkelaren, kijken of we daar een mooi passend nat industrieterrein voor Woudrichem kunnen maken? Met respect voor de vesting. Dat moet lukken volgens ons. En dat is de kern van deze motie, een oproep voor een onderzoek daartoe. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u ook al reageren op de moties van de ChristenUnie? De heer Bouman: Dat kan, maar dan moet ik eventjes gaan graven. De voorzitter: U mag het ook aan het eind doen, dus … De heer Bouman: Laten we dat even aan het eind doen, want dan kan ik even reconstrueren welke drie er ook alweer net waren ingediend. Wat alles ligt daar.

De voorzitter: Dan geef ik die clementie, dan komt u aan het eind. U mag sowieso toch terugkomen aan het eind van de eerste termijn, dus dan kunt u dat dan ook nog doen. De heer Bouman: O, dat vind ik erg lief, dank u wel. De voorzitter: Graag gedaan. Andere fracties een reactie, op de eerste termijn, de moties die zijn ingediend? De heer Versluis, van de SGP. De heer Versluis: Verleerd? Dat is ontwenningsverschijnselen, laten we dat maar zeggen. Ja, voorzitter, ik heb ze hier alle vier voor me liggen. Begin ik met het amendement van de ChristenUnie, als het gaat om de koppeling van de diverse bedrijfsterreinen met deze bedrijvenagenda. Wij als SGP zijn van mening, ook al staat het er niet, als wij visies hebben aangenomen zijn ze van toepassing en zal dat door het college ook in ieder geval in ogenschouw worden genomen en tot een eenheid gekneed worden. Wij vinden dat er ook een beetje uit dit amendement naar voor komt, eigenlijk zouden we eerst nog eens goed moeten kijken, hebben we wel eigenlijk deze behoefte? Wij zijn van mening dat met de rapporten die er liggen, zowel van Stek als van Ecorys, dat in ieder geval de behoefte en de concrete vraag al heel helder aangetoond is en dat we daar zeker niet aan moeten tornen. Sterker nog, wij zijn van mening dat we al minimaal acht jaar achter de feiten aan lopen. Dus wat dat betreft zien wij dat als een minder groot risico.

En natuurlijk moeten we inzetten op woningbouw en moeten we die, wat zijn het, die tweeduizend en drieduizend woningen moeten we proberen te gaan realiseren. Nou, daar zijn we hard mee bezig. We moeten het niet laten liggen, maar wij zien daar geen noodzaak toe om door middel van dit amendement, met name … Het gaat niet alleen over een koppeling, maar er lijkt ook wat uit te spatten, hebben we eigenlijk wel die behoefte? Hebben we dat allemaal wel nodig? Daar verschillen we van mening over. Dan de motie over het uitgiftebeleid. Ja, u geeft aan, spreekt uit, het vaststellen van het beleid en bevoegdheid is van de gemeenteraad. Voor zover wij weten is dat geen bevoegdheid van de gemeenteraad, maar van het college. Dat is dan wel een vraag aan de portefeuillehouder. Als een andere entiteit dat voor ons verzorgt, lijkt mij, ons, dat het college nog steeds verantwoordelijk is. Dus het ROB bepaalt dan niet alleen het uitgiftebeleid, maar dat heeft dan goedkeuring van het college nodig. Het is wel zaak dat wij als raad de spelregels meegeven met het college, en ik denk dat die ook helder zijn. Die ook in de woon, of in de ‘visie op werken’, heel duidelijk wordt er aangegeven welke bedrijvigheid willen we en waar zou dat aan moeten voldoen.

En volgens mij hoeven we niet het college op te roepen om zich daaraan te houden, dus dat dat in ieder geval wel het haakje is in het uitgiftebeleid. En wij zouden dat graag gewoon bij het college willen laten liggen, om niet te veel op de stoel van de uitvoering te gaan zitten. Als raad hebben wij al genoeg andere dingen te doen, dus we moeten ons niet bemoeien met uitvoering. Dus ja, daarom geen steun voor deze motie. Dan is er nog één, de verbinding SRBT. Volgens mij, ik begrijp wel de spraakverwarring, want ik was ook echt verward en verrast in de Altenatafel, naar aanleiding van de reactie van de wethouder. Ik had het niet zo paraat en denk, ja, dit is volgens mij een te kort door de bocht. Volgens mij hebben we alleen maar de pijl verwijderd uit de mobiliteitsvisie, maar niet het plan. En ik heb hem er vanmiddag nog even bij gehaald, het aangenomen amendement, wat ook unaniem was toen. Daar staat dat de oost-westverbinding breed onderzocht zal worden en de getekende pijl in het kaartje zal worden verwijderd. Dus volgens mij ligt die opdracht bij het college. Maar ik denk dat de portefeuillehouder, die er nu niet is, even de weg kwijt was. Maar goed, ik ben benieuwd naar de reactie van de vervanger. Maar ik denk dat we dit al hebben besloten en dan zou die motie overbodig zijn. De laatste motie van de VVD.

Ja, mijnheer Bouman kan het altijd met van die prachtige woorden zeggen natuurlijk, maar het is inderdaad een hele gevoelige plek natuurlijk, naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State. Kun je van alles van vinden, is dat nou een goede keus geweest? Maar ja, wij kunnen niet op de stoel van de Raad van State gaan zitten. U doet alsof, zegt, nou kijk, een mooi zoekgebied, kunnen we bedrijven toevoegen. Maar bestaande zaken die van toepassing zijn, is natuurlijk al bedrijvigheid. Dus wat dat betreft is er geen enkel probleem om dat een impuls te geven. De vraag die we eigenlijk richting het college hebben is … Er moet daar natuurlijk wel iets gaan gebeuren in dat gebied en dit is een oproep om in ieder geval in gesprek te gaan en te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Dat lijkt me

ook wel slim, anders blijft het zoals het nu blijft. Maar ik ben eigenlijk eerst benieuwd naar de reactie van de portefeuillehouder hoe die gesprekken op dit moment lopen. Wat speelt er op dit moment concreet en wordt er op dit moment gewerkt al aan scenario's? Dat was de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. Ga uw gang. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Om te beginnen met het amendement op de Bedrijventerreinen Agenda, nou voor Progressief Altena is het vergroten van werkgelegenheid altijd veel belangrijker dan het uitgeven van extra hectare bedrijventerrein. In ons mooie Altena is het nadrukkelijk niet ons doel om zoveel mogelijk van ons waardevolle landschap op te offeren aan bedrijvigheid. Maar wel dat iedereen die daartoe in staat is, zoveel mogelijk op ons eiland een passende baan te bieden. Dat helpt niet alleen onze inwoners, maar ook het klimaat. In het amendement wordt zeer stellig de parallel getrokken met de woonvisie, en deze strikte koppeling is wat ons betreft in ieder geval niet helder. En in de voorliggende Bedrijventerreinen Agenda streven we naar het bieden van bedrijfsgronden aan zoveel mogelijk lokale ondernemers. En dat kunnen wij dan ook van harte onderschrijven.

Daarnaast kun je natuurlijk niet voorkomen dat mensen toch ook elders gaan werken, ik noem maar een dwarsstraat, in Gorkum bijvoorbeeld. Graag horen we van de wethouder hoe het college naar het amendement kijkt. En daarna zullen we hier een finaal oordeel over geven. Dan de motie uitgiftebeleid, daarin wordt gesteld dat het ROB, alsof het een autonome entiteit is, bezig is met het opstellen van het uitgiftebeleid. Nou, Progressief Altena leeft in de veronderstelling dat wij het ROB zijn en dus wel degelijk een leidende rol hebben bij het opstellen hiervan. De vraag die ik dus eigenlijk aan de portefeuillehouder heb in deze is in hoeverre dit beeld klopt. Met andere woorden, in hoeverre staan wij als gemeente aan het roer, dan wel op afstand bij het formuleren van het uitgiftebeleid? Dan de motie over de verbinding. Voor ons is het heel eenvoudig, bij uitgifte van bedrijfspercelen is het kijken naar voldoende ontsluiting net zo basaal als het zorgen voor voldoende klimaat en duurzaamheidsmaatregelen. Het hoort er gewoon bij. En de heer Versluis heeft al even teruggegrepen op de motie volgens mij, of het was een amendement op de mobiliteitsvisie, het uitvoeringsprogramma daarvan. Daarin wordt eigenlijk die koppeling al gelegd en heeft het college al die opdracht om dat te gaan onderzoeken.

En als dit soort voorwaardelijkheden voor het realiseren van een toekomstbestendig en goed functionerend bedrijventerrein, die horen dus in de planvorming verder geborgen te zijn. Voorliggend is echter niet een uitgewerkt ontwikkelplan, maar slechts een Bedrijventerreinen Agenda, een richtinggevend stuk over het ontwikkelen van bedrijventerreinen. Waar doen we dat, voor wie doen we dat, in welke omvang doen we dat? Wat ons betreft is deze motie dus prematuur. En omdat we alle vertrouwen hebben in het college en geen bedrijfsgronden in de markt zet die onvoldoende ontsloten zijn op het regionale- of het rijkswegennet, is deze motie wat ons betreft overbodig. En dan de laatste, moet ik even kijken, dat ging over de Hoge Maasdijk. Laat ik beginnen met een compliment, ik ben blij te lezen dat de indieners van deze motie ook pleiten voor een duurzaam en in het landschap passend terrein. Dat stemt ons in ieder geval al optimistisch. Maar bij de Altenatafel hebben we ook van de wethouder kunnen horen dat er momenteel gesprekken gevoerd worden met de betrokkenen, om te komen tot een haalbare en passende invulling van het terrein. We willen de wethouder hierbij bij alle succes wensen en wachten met spanning op de respectvolle ontwikkeling van deze Hoge Maasdijk. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Andere fracties nog een eerste termijn? De heer Vos van het CDA.

De heer Vos: Dank u, voorzitter. Allereerst het amendement dat gaat over de koppeling tussen de woonvisie en het huisvestingsbeleid arbeidsmigranten. De woonvisie is vastgesteld, het huisvestingsbeleid is vastgesteld. Ook wij hebben bij de Altenaronde, of bij de Altenatafel gevraagd: hoe zit het met die andere visies? Nou, het blijkt dus dat die niet naast elkaar, maar dat die toch een beetje aan elkaar zitten. We hebben gevraagd ook naar de VAB, daar hebben we een toezegging voor gekregen dat hij in het komend jaar nog gaat komen. Dus wij denken dat we straks met de omgevingsvisie alles een beetje bij elkaar hebben en dan denk ik niet dat het nodig is om dit amendement te steunen. De tweede, dat is bedrijventerrein Hoge Maasdijk. Ik hoorde net al,

maar dat zal ik graag van de wethouder dan ook nog een keer horen, dat er al gesprekken zijn. In de raadsinformatiebrief van juni werd dat al genoemd. Er wordt hier nu sterk aangedrongen op industrie, daar was het nog allemaal open. Dus ik hoor eigenlijk heel graag van de wethouder hoe dat de stand van zaken is. We hebben denk ik ook met Rijkswaterstaat te maken, die heel weinig in het buitendijkse willen. En als het een onderzoek moet worden om het te onderzoeken, dan zijn wij daar niet voor, want dan denk ik dat we daar de ambtelijke organisatie mee gaan belasten en dat we dat niet moeten doen. Dus als de uitkomst bij voorbaat vaststaat, er kan daar niks, dan hoeven we het ook niet te onderzoeken. Maar dat hoor ik dan graag van de wethouder. Het uitgiftebeleid van de ROB. Wij denken dat we middels het college voldoende invloed hebben binnen het ROB om het uitgiftebeleid goed vast te stellen. Maar dat horen we dan graag zo meteen ook van het college wat de invloed daarop is. Dan de laatste, de verbinding van Giessen en de A27, ook daar is een onderzoek gevraagd. Ik wilde eigenlijk graag van de wethouder weten of dat dat onderzoek loopt, dus het tweede bolletje van de overwegingen. Aan de andere kant, mijn collega die kwam net met een hele hoop open afritten richting de A27.

Ik denk ook aan de andere kant waar het weleens vastloopt, daar wordt helemaal niet over gepraat aan deze kant. Daar zullen we veel minder op- en afritten hebben, maar ook de ontsluiting richting de A59 denk ik dat van belang is. Dus dat zou ik ook graag willen weten hoe dat daar tegenaan gekeken wordt. En daar wil ik het voorlopig even bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mijnheer Bakker, van AltenaLokaal. De heer Bakker: Ja, voorzitter, dank u wel. Voordat ik naar de amendementen en de moties ga, wou ik toch nog even een keertje, want bijna geen fractie doet dat, maar even ook misschien wat over de Bedrijventerreinen Agenda zeggen, is misschien ook wel prettig voor het college. AltenaLokaal is namelijk tevreden over die bedrijvenagenda. En wij hebben tijdens de Altenatafel ook nog wel wat aandachtspunten meegegeven die ik toch nog eventjes wil herhalen. En het gaat met name over het verhaal, dat we in de voorliggende agenda naar toekomstige en potentieel bedrijventerrein tot ongeveer 2030 kijken. Maar gezien de duur van de voorbereidingen is het denk ik ook goed dat het college toch ook alvast eventjes die doorkijk maakt naar die 2040 moment, ten aanzien van de hoeveelheid hectare bedrijventerrein die we denk ik nodig hebben. Verder hebben we ook tijdens de Altenatafel de nodige aandacht gevraagd voor de insteekhaven en de derde haven.

Wilde ik ook nog eventjes herhalen, omdat we toch ook ervoor moeten zorgen dat één van de grootste binnenhavens van Nederland en alle aanverwante bedrijfsactiviteit vooral ook in Werkendam moet blijven. AltenaLokaal zal dan ook zeker instemmen met het voorliggend raadsvoorstel, voorzitter. En dan ten aanzien van de amendementen, of het amendement en de moties, moet ik zeggen. AltenaLokaal gaat ervan uit dat bij de nieuwe beleidsstukken en agenda's automatisch rekening wordt gehouden met het bestaande beleid van de gemeente. Verder vindt AltenaLokaal het ook op voorhand niet een, dat er een limiet aan de groei van bedrijventerreinen moet worden gelegd, waarbij we er ook van uitgaan dat bij een verdere groei van de bedrijfsterreinen door het college op een deugdelijke manier wordt onderbouwd waarom dat nodig is of zou moeten zijn. Wat ons betreft maakt dat het amendement overbodig. Ten aanzien van, even kijken, de Hoge Maasdijk, na het afketsen van het plan om daar woningen eventueel te kunnen realiseren, heeft volgens mij, of volgens ons in ieder geval wethouder Sheikkariem een onderzoek naar andere mogelijkheden aangekondigd. Wij zijn dan ook benieuwd wat de heer Sheikkariem daarover kan vertellen op dit moment. En dat maakt dat wij op basis daarvan nu eventjes in ieder geval zeggen van de motie wat ons betreft niet aan de orde is, overbodig is.

Maar dat is mede afhankelijk wat ons betreft van het antwoord van de wethouder. Dan naar het uitgiftebeleid van het bedrijventerrein. Voor zover ons bekend in ieder geval zijn de grotere kaders, de heer Versluis refereerde daar ook al aan, zijn die door de gemeenteraad vastgesteld. En gaat het college dus over het uitgiftebeleid om dat verder uit te werken. En of dat dan door de eigen ambtelijke organisatie wordt gedaan, door een externe, maakt AltenaLokaal niet zo gek veel uit. Zolang wij namelijk maar het college hebben om dat te controleren of dat het juiste uitgiftebeleid is wat wij als vervolg op hetgeen wat wij als raad hebben voorgesteld. Wat ons betreft aldus, steunen wij de motie niet. En ten aanzien van de verbinding van Giessen en de A27, sympathieke motie, maar wij weten niet helemaal zeker, en dat is nog even, misschien even goed om dat ook nog eventjes te horen, of we bij het vaststellen van de

mobiliteitsvisie en het amendement wat daarbij aangenomen is, of daarna ook het college het ook als opdracht heeft opgevat om dat toch gewoon ook te onderzoeken, ja ofte nee. De motie lijkt wat ons betreft dus wat overbodig, maar op het moment dat het meer druk gaat geven in het verhaal van het onderzoek wat het college wat ons betreft ook moet gaan doen, dan zullen we die motie zeker steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Kijk ik nog even naar de VVA, want voordat ik de indieners de kans geef. De heer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, ik zag mijn collega, mijnheer Bouman al staan. Ik denk dat hij misschien nog wel voor de eerste termijn nog iets erbij wou voegen. Nee, wij zijn eigenlijk, bij de meeste zijn wij medeindiener, dus daar ga ik maar even niet op reageren, want dat heeft de heer Duizer en de heer Bouman voldoende gedaan, denk ik. Wat betreft het amendement van de ChristenUnie over Bedrijventerreinen Agenda, we zitten een beetje wel op de lijn dat we snappen de intentie van dit amendement. Want op zich willen wij ook geen grote logistieke dozen die dus alleen maar werknemers aantrekken die wellicht ook helemaal niet hier wonen en waar we ook geen huisvesting voor hebben kunnen regelen. Dus in dat opzicht snap ik het wel.

Aan de andere kant wil ik ook niet de economie remmen, het moet ook een vrije keuze zijn van ondernemers om iets te willen. Dus ik wacht even de portefeuillehouder af wat die gaat antwoorden op dit amendement. En dan zullen wij ook een besluit hierover nemen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Bouman, van de VVD, een reactie op de moties van de ChristenUnie nog. De heer Bouman: Zeker, en het amendement er gratis bij. Over het amendement, wij snappen net als heer Timmermans uw intentie wel. En ik denk dat het op zich ook wel een nobele intentie is, want u wil gewoon meerwaarde creëren met de bedrijventerreinen die we gaan aanleggen. Maar we zijn ook wel bang dat hetgeen wat u voorstelt dat dat een onnodige rem op gaat leveren in de ontwikkeling van die terreinen. Die vraag die is gewoon aangetoond en die is aangetoond op basis van autonome groei, op basis van ontwikkelingen van onze eigen bevolking. Dus die behoefte naar die terreinen, die is gewoon aangetoond. En u haalt er dan aan de voorkant van alles bij, zoals het arbeidsmigrantenbeleid, woonvisie en dergelijke. Ik ben even vergeten wie dat zei, volgens mij was u dat, heer Versluis, u zei: die gelden sowieso toch al. Dus laten we niet op voorhand al te veel drempels opwerpen, zou ik zeggen. De ontsluiting, misschien een vraag aan u, die u straks kunt beantwoorden.

Begrijpen wij u goed dat u zegt, we moeten kijken naar de ontwikkeling van de huidige ontsluiting? Want als u zegt, we moeten misschien ook kijken naar een aanvullende ontsluiting dwars door Uitwijk, dan zijn we het niet met u eens. Maar als u zegt, goh de bestaande provinciale weg van Giessen naar Almkerk, die kan een opknapbeurt gebruiken, dan zijn we het wél met u eens. Dus misschien dat u daar dadelijk nog wat over kunt vertellen. En overigens heeft de heer Vos ook al wijze woorden gesproken, vergeet de onderkant ook niet, daar gaan ook auto’s naartoe, en vrachtwagens. Uw motie over het ROB, daar zijn wij het sowieso al mee eens, omdat wij vinden dat het ROB ooit is opgezet vanuit de gedachte dat we nog drie gemeenten waren en samen een vehikel moesten hebben om deze bedrijventerreinen uit te geven, in gezamenlijkheid. Nou dat probleem is opgelost, want we zijn nou één gemeente, dus heel dat vehikel is wat ons betreft niet meer nodig. En een vehikel wat je niet meer nodig hebt en je eigenlijk zou moeten ontmantelen binnen nu en ooit, zou je ook niet te veel extra taken moeten geven. En dit soort taken zou primair bij de eigen organisatie belegd moeten worden. Wat overigens niet betekent dat we iets hebben tegen de mensen die daar werken bij dat ROB, die mogen gewoon bij de gemeente in dienst komen, als ze willen, wat ons betreft.

Gaan we niet over, gaat het college over, maar wil ik gezegd hebben. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Duizer, nog ook een reactie op de motie van de VVD. Mijnheer Bouman, sorry, nog één vraag. Mijnheer Bouman, de vergadering gaat ook verder nog. Wilt u nog reageren op de inbreng van de andere fracties op uw motie? Dat was ik nog vergeten te vragen.

De heer Bouman: Ja, de heer Van Gammeren en ik hadden nog niet uitgewisseld wat we vanavond hadden gegeten, dus dat waren we even aan het doen. U wilt dat ik nu even reageer op de inbreng van de andere fracties over ónze motie? De voorzitter: Juist. De heer Bouman: Dat doe ik graag, want dat heb ik meegeschreven. Het is vrij makkelijk, want de meesten gaven aan, we wachten even af wat de wethouder zegt, wat een enigszins passieve houding is. Maar ik begrijp dat, dus dan wachten we dat ook maar even af. En het CDA zegt, wat als er niks kan? Er kan nooit niks. Er staan al gebouwen, het heeft een bedrijfsbestemming. En dat gaat echt niet één op één passend zijn voor de ontwikkelingen die je daar wil. Dat snappen we ook wel, we zijn niet naïef. Maar dat daar niks kan, dat kan nooit waar zijn, want dan accepteer je als gemeente, als provincie en rijk en waterschap, dat daar de boel verpaupert, wat nu al aan de hand is. Dus er kan daar nooit niks, er kan altijd wat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Duizer, een reactie nog op de motie van de VVD en dan een reactie op de inbreng van de andere fracties op uw amendementen en moties. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Inderdaad eerst een reactie op de motie van de VVD. Die begrijpen wij heel goed.

Het is nu een terrein wat gewoon ligt te verwaarlozen, en de kans dat daar nog woningbouw gaat komen, achten wij ook vrij klein. Maar wellicht weet de wethouder iets meer dan wij, dus ik zou toch wel willen weten of dat al helemaal is afgeschoten. Maar als woningbouw daar echt niet kan, vinden wij zeker dat dat moet worden meegenomen om daar te kijken of het weer kan worden herontwikkeld op een manier die past bij de vesting en dat gebied. Maar ook wij wachten heel even de reactie van de wethouder af. In reactie op onze stukken, het amendement. Ja, wij stellen heel veel beleid, hebben we al vastgesteld, maar we weten met elkaar ook dat … Kijk, de woonvisie geeft aan dat we inderdaad voldoende uitbreiden voor de huidige vraag, aanwas vanuit onze bevolking en een overloop eventueel vanuit de omliggende gemeentes. Maar wat niet wordt aangetoond, en dat is ook in onze vraagstelling in de eerdere rondes naar voren gekomen, de bureaus die onderzoeken hoeveel industrie wij nodig hebben, schrijven alleen maar op wat de ondernemers vinden dat er nodig is. En uit de beantwoording van het college is gebleken dat de onderzoekers wel inzage hebben in wat dat betekent voor het arbeidspotentieel wat je nodig hebt, eventueel ook voor aantrekken van arbeidsmigranten. Dat was volgens het antwoord wel bekend bij de bureaus, maar de bureaus hebben dat niet gedeeld met het college.

En dat vinden wij een kwalijke zaak. Dus er is wel informatie die we op voorhand goed zouden kunnen gebruiken om óók op het gebied van woningbouw en huisvesting van arbeidsmigranten, zodat we daar echt aan de voorkant kunnen sturen. Die informatie wordt niet met het college, niet met de ambtenaren, en dan al helemaal niet, dat kunnen ze ook niet, met ons gedeeld. En dat vinden we een kwalijke zaak. Want we weten ook, vooral het huisvesten van arbeidsmigranten, daar hebben we hem heel strak ingekaderd, eigenlijk wat we nu weten wat nodig is. Maar als we volgend jaar beginnen met uitgifte van industrieterrein, dan zijn we over vijf of tien jaar misschien zover dat we de arbeidsmigranten kunnen gaan huisvesten. En dan lopen we achter de feiten aan, en die feiten kunnen we naar voren halen door hier te stellen dat die aan de voorkant bekend moeten zijn. En daarom vinden wij het echt van belang dat dat gekoppeld wordt. En iedereen zegt, ja, we hebben het allemaal vastgesteld en we vertrouwen erop dat het gekoppeld wordt. Ja, dan ben ik misschien iets minder van vertrouwen, dan vind ik dat we ook als raad een controlerende functie moeten hebben. En ik zie niet dat het echt goed gekoppeld wordt. En hetzelfde vind ik met onze motie over het ROB.

Het ROB heeft heel duidelijk een hele simpele taak, en de heer Bouman zei het ook al, het is voortgekomen uit toen we nog drie gemeentes waren en dan was het heel lastig om ieder zijn eigen dingetje te doen. We richten het ROB op, die geven bedrijventerreinen uit. Punt. Die hebben geen taak om bij te sturen of wat dan ook. Dus laten we dat dichter bij het college houden, dichter bij de ambtelijke organisatie. En om een voorbeeld te geven, de rentes gaan nu schrikbarend omhoog. De kans dat er straks terrein wordt uitgegeven wat niet wordt afgenomen door eigen ondernemers, is reëel aanwezig. Dat hebben we ook gemerkt in Werkendam, met uitgifte van het bedrijventerrein. En wat gaat er dan gebeuren? Gaat het

ROB doorzetten en verkopen buiten de regio, omdat ze nou eenmaal de taak hebben om dat industrieterrein gevuld te krijgen? Of hebben we daar een andere taak mee? En willen we er als raad beter bij de knoppen blijven zitten, om op tijd bij te sturen. Een ander voorbeeld, in Giessen wordt dadelijk gezegd, we gaan niet meer dan vijfduizend vierkante meter uitgeven. Want als het groter is, dan moet het ergens anders naartoe. Er zitten ondertussen tien bedrijven die groter zijn dan vijfduizend meter, ruim groter dan vijfduizend vierkante meter. Dus ergens worden beleidskeuzes gemaakt om de één wel toe te laten en de ander niet. Leggen we dat bij het ROB neer, plaatsen we dat buiten het gezichtsveld van de raad? Of vinden we dat het college daar aan zet is? Wat ons betreft moet het dichter bij het college zitten en daarmee ook dichter bij de raad, omdat wij weliswaar een aantal richtlijnen hebben vastgesteld, maar volgens mij zijn we nog niet in de kaders voldoende helder om daar blijvend te kunnen sturen. Even kijken, en de laatste over de A27, daar zal ik even de reactie van de wethouder afwachten. Als ze ermee bezig zijn, vind ik het prima.

Maar als ze er niet mee bezig zijn, of als ze onze mobiliteitsvisie een beetje ruim lezen en denken, als we het tegen 2040 geregeld hebben, dan voldoen we ook aan de mobiliteitsvisie, dan hebben we echt nog wel een discussie in de tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Dan gaan we voor een reactie naar het college. En in plaats van de echte portefeuillehouder, zal wethouder Sheikkariem dat doen. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. En ook dank aan de inbreng van u allen, het versterkt ook datgene zoals wij in het college hierover de amendementen en de moties denken. Misschien even de volgorde en de vragen die gesteld zijn, voorzitter, over het amendement die is ingediend. Daar refereert mijnheer Versluis, van de SGP, aan het rapport van Stek en Ecorys, dat is een terechte. En Progressief Altena stelt ook de vraag: hoe kijkt het college naar het beleid? En eigenlijk gaf mijnheer Vos, van het CDA, het antwoord, zoals het college ernaar kijkt. Dat is de omgevingsvisie waarin eigenlijk een verzamelpunt komt van al die zaken en je daarin ook dit soort zaken kunt regelen. Het is overigens niet de bedoeling dat wij op de bedrijfsvoering van bedrijven gaan zitten, om te bepalen waar werknemers vandaan komen en hun oorsprong is. Dat is ons advies.

Daar kunnen wij natuurlijk hele technische punten bij halen, maar ik denk wel dat we ons moeten realiseren dat onze economie ook sterk afhankelijk is van de inbreng van arbeidsmigranten. Je merkt dat er nu een beetje gezegd wordt, goed het wordt nu gefocust, dat betekent wat voor de woningbouwopgave en de druk op de woningmarkt. Maar het is ook niet automatisch daarmee gezegd dat mensen die daar komen werken ook daadwerkelijk hier woonachtig zijn. Namens het college zullen wij in ieder geval dit ontraden om hiermee in te stemmen. Dan de motie van de bedrijventerrein Hoge Maasdijk. Vanuit SGP is de vraag in gesprek te gaan, vanuit CDA kwam het ook, wat is de stand van zaken? AltenaLokaal vroeg naar de mogelijkheden en de ChristenUnie gaf aan, als woningbouw echt niet mogelijk is, misschien dat de wethouder iets meer kan vertellen. En, zoals u weet, in april van dit jaar hebben de initiatiefnemers besloten hun plannen om daar woningbouw te realiseren, terug te trekken. Zij zagen daar geen heil in. En de motivatie die ze gaven, waren met name de complexe vraagstukken rondom waterschap en alles met Rijkswaterstaat. Wij hebben dat met hen besproken, wij hebben ook onze teleurstelling met hen gedeeld. En hebben ook hen gevraagd, goed, laten we onderzoeken wat er wel mogelijk is.

Bij de raadsinformatiebrief die u op 28 juni jongstleden van ons heeft ontvangen van het college, hebben we inzage gegeven dat wij de komende maanden met hen de studie doen, die u eigenlijk ook voorschrijft. En daarin is het ook mooi om te zien dat u oproept om dat te doen wat wij eigenlijk al doen, waarbij wel een nuanceverschil in zit dat u al iets meer trechtert richting bedrijventerrein, en het college juist alle opties openhoudt om te onderzoeken wat er wél mogelijk is. Dus daarin zie ik dit meer als ondersteuning, maar het woordje bedrijventerrein focust iets te veel op die mogelijkheden. De vragen van de partijen, hoe staat het? We hebben meerdere gesprekken gevoerd met de provincie, met Rijkswaterstaat, met waterschap, met natuur, we onderzoeken de molenbiotoop. En u kunt zich voorstellen dat dat een enorme klus is en ook best wel intensief is qua arbeidsuren. Uw vraag om uiterlijk eerste kwartaal volgend jaar te vertellen wat de stand van zaken is, die kan ik heel goed begrijpen. Dat is ook de intentie van het college, om u dan in ieder geval te vertellen of het haalbaar is, interessant is om daar überhaupt in te stappen. Ik wil u meegeven, op het moment als u als raad vanavond toch zou besluiten het college opdracht te geven, dan wekt u ook de indruk dat we gaan participeren in een project, in gronden, wat niet van ons is. Het is eigendom van

de initiatiefnemers en het is ook hun vraagstuk wat ze ermee willen, wat past binnen ons beleid. En op dit moment hebben we gezegd, wij denken graag met u mee, omdat wij ook behoefte hebben aan de kwaliteitsverbetering die u allemaal uitspreekt. Daarin adviseer ik uw raad om er niet mee in te stemmen en ben ik best wel bereid om na te denken, als er een aanpassing zou zijn bij de tweede bullet, waar mijnheer … En dan heb ik ook een suggestie voor u, voor de VVD. U geeft aan bij de tweede bullet onderzoek te doen naar de mogelijkheden om het bovengenoemd terrein, samen met bovengenoemde partijen te ontwikkelen naar een duurzaam, in het landschap passend – dan zou u bedrijventerrein weg moeten strepen- wat zal voldoen aan de huidige toekomstige vraag, en daarmee naadloos aansluit bij het bestuursakkoord. Dat zou een hele goede suggestie zijn. Voorzitter, de motie over de uitgifte van een bedrijventerrein, is de vraag vanuit Progressief Altena, hoe staan we aan het roer? Vanuit het CDA, invloed van het college. AltenaLokaal steunt het niet. En de vraag ook vanuit de VVD is, die vehikel, u heeft het hier over de structuur. U geeft aan, dat is ooit opgericht, omdat het voor drie gemeenten was, en dat is nog steeds zo. Wij hebben als gemeente nog niet anders besloten, dus wij hebben een structuur die hartstikke goed werkt.

We hebben daar de voordelen van geplukt en de structuur discussie kunnen we nog gaan voeren. Alleen is het momenteel zo, en dat hebben andere partijen ook genoemd, het beleid wordt door de gemeente gemaakt, het ROB is ingehuurd om dat uit te voeren, de controle vindt plaats door het college en die legt verantwoording af aan de raad. En dit is volgens mij ook de meest gezonde situatie. En daarmee zal ik u ook optraden om hiermee in te stemmen. Tot slot, de verbinding van de SRBT Giessen en de A27. De vraag vanuit PA kan ik bevestigen, het was een amendement, wat u in juni 2021 overigens unaniem heeft aangenomen. En daarin is ook expliciet afgesproken en de opdracht aan het college gegeven, die wij overigens heel goed ons beseffen, dus we hebben dat niet naast ons neergelegd. Maar mijn collega heeft u in de afgelopen periode ook op de hoogte gesteld van de stevige onderbezetting die we hebben gehad bij Mobiliteit. Dat begint langzaamaan iets betere verwording te worden. En denk ik ook dat ik kan toezeggen dat in april hij zeker de stand van zaken kan vertellen hoe het daarmee staat. En is het amendement eigenlijk voor ons leidend geweest in de motie, zeker als ondersteuning en eigenlijk niet meer dan dat, want het is al een taak die wij hebben aanvaard. Daar hebben we ook eigenlijk geen keuze in, en zeker niet als het unaniem is.

Er was nog wel een vraag vanuit het CDA, loopt het onderzoek? Jazeker, maar wel in een tempo, dat is even goed, er is niet meer mankracht. Voorzitter, tot zover de beantwoording namens het college. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Sheikkariem. Uitgebreide beantwoording, volgens mij. En volgens mij is er ook in eerste termijn uitgebreid door de verschillende fracties en ook door de indieners van de moties en amendementen, ook een toelichting geweest. Dus ik zou u allen willen vragen om te kijken of er in tweede termijn de spreektijd tot het noodzakelijke beperkt kan blijven. Want er is ook nog een onderwerp wat om half negen zou starten en een aantal van u ook bij willen wonen, en die moeten wachten op u. Maar mijnheer Timmermans staat in de startblokken. Ga uw gang. De heer Timmermans: We zullen snel handelen, voorzitter. Voorzitter, ik heb het even een beetje aangehoord. En ik heb paar opvallende dingen, als ik het heb over de motie die wij ondersteunen, over de verbinding SRBT Giessen. Ik kan me herinneren dat de wethouder in de Altenatafel de opmerking maakte, nadat het van tafel was geveegd, ga ik er niks mee doen. En ja, nu zegt deze wethouder die dan even in de plaats zit van, ja, ik kan u april bijpraten. Leuk, maar ik vind het toch wel belangrijk dat er iets meer druk achter gezet wordt als, we kunnen u bijpraten.

Want het is toch een beetje het idee van we leggen iets naast ons neer, wat er eerder is aangenomen, niet door ons althans, want toen zaten wij nog niet hier ter plaatse. Maar die is wel met meerderheid aangenomen, die motie destijds. En ik vind dat er weinig aan gedaan wordt. En zeker met de woorden van de wethouder, dat hij zegt: ik doe er niks meer aan. Dat was die. Dan even over, als reactie, bedrijventerrein Hoge Maasdijk, die ik samen met de heer van de VVD in heb gediend. Ja, ik kan mij helemaal aansluiten bij de heer van de VVD, want als we maar achterover gaan zitten en er kan niks en ja, waterschap doet moeilijk … Ja, ik heb al verschillende dingen in mijn leven meegemaakt die moeilijk zijn, en dan gaan we er ook niet bij de pakken neer bij zitten. Dus wat dat betreft vind ik het een, gewoon een juiste conclusie om gewoon maar even een zetje te geven aan het college. Om te zeggen, joh, oké, woningbouw, dat had

wethouder Tanis al gezegd, dat was niet mogelijk. Dat werd aan alle kanten aangevuurd, door Rijkswaterstaat vooral. Maar inderdaad, industrieterrein is het gewoon al, dus we kunnen daar gewoon verder gaan met wat het nu is, en een beetje druk erachter zetten. Dan kom ik even nog op die uitgiftebeleid en ROB. Nou ja, wat ook Progressief Altena een beetje door liet schemeren, dat was dan precies de andere kant op. Want wij, wie is wij? Want het ROB is gewoon een losstaande bv. En heel leuk, maar die bv, daar hebben we al een geschiedenisje mee, met die bv. Want die denken weleens dingen onderhands aan te geven aan verschillende mensen, of industrieterreinen. Dat hebben we de laatste keer gezien in Giessen, dan liggen er wat afspraken, en dan is het allemaal minder leuk en aardig en gaat het niet zo volgens het Didam-akkoord, want dan ga je daarmee omzeilen. En dan krijgen we steeds meer problemen. Dus als wij daaraan vast blijven houden om dan daarmee maar verder te gaan, dan denk ik dat we de verkeerde keuze gaan maken. Dus vandaar dat dit zeer belangrijk is om hier als raad aan zet te blijven. Dit als reactie naar mijn collega-raadsleden die hier iets van gevonden hebben en die nog twijfelen. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Bouman, u staat klaar voor de tweede termijn. De heer Bouman: Yes.

De voorzitter: Maar ik kijk ook, wil eventjes kijken of er nog andere fracties zijn die we in de tweede termijn willen horen, want u heeft natuurlijk één van de moties ingediend. Ja, u mag ook het woord gaan voeren, maar … De heer Bouman: Dat is aardig. De voorzitter: U moet aan het eind ook natuurlijk concluderen of u de motie nog steeds wil indienen, of wil aanpassen. Want u heeft ook een suggestie gekregen, maar dat is aan u. De heer Bouman: Ik mag blijven staan, voorzitter, neem ik aan? De voorzitter: U mag blijven staan. De heer Bouman: Ja, die tijdsdruk die u ervaart, ervaren wij hier minder. De voorzitter: Het is een belangrijk onderwerp, dus we maken hem gewoon af. De heer Bouman: Wij vonden de reactie van de wethouder wel geinig. Eigenlijk zegt hij, we steunen uw motie om te kijken naar ontwikkeling van de Hoge Maasdijk, mits u de focus van bedrijvigheid er maar afhaalt. Maar we hebben het vanavond juist over bedrijvigheid en dat is ook de reden waarom we die motie überhaupt vanavond indienen. En kijk, wij zijn een gemeenteraad, voor het geval we dat niet wisten, en wij geven sturing aan en we hoeven niet passief te wachten met wat het college ons aanbiedt. We mogen ook op voorhand een bepaalde richting meegeven.

En dit mooie rapport over de bedrijvigheid in Altena en de hoge vraag die er is, heeft ons doen beseffen dat misschien de ingezette route tot heden met dat terrein niet de juiste is. En dat we eens moeten kijken naar, kunnen we niet gewoon bedrijvigheid houden en herontwikkelen op die locatie? Dat is de achterliggende reden van deze motie. Dus daarom, voorzitter, willen we die ook graag inbrengen. En dat is een bepaalde richting die we dan het college meegeven in hun gesprekken. En wij zijn helemaal niet van plan de regie over te nemen van de ontwikkelaar. We snappen heel goed hoe het werkt. We willen graag alleen een richting meegeven. Over de structuur van het ROB zei de wethouder: er is niks veranderd. Maar dan heeft hij toch de fusie gemist. Er waren eerst drie aandeelhouders en er zijn er nou nog maar één, dus dat betekent dat je een hele bv/cv construct hebt. Want als u zegt, de structuur is niet veranderd, dan is er nog steeds een bv/cv. En overal is er uiteindelijk tot maar één partij terug te voeren en dat is de Gemeente Altena. Dat vinden wij toch een verwonderlijke constructie waar we nu aan vastzitten voor de huidige terreinen. Dat

snappen we wel. Maar op een gegeven moment moeten we daar eigenlijk gewoon van af. Niks tekort doen aan de mensen die er werken, nogmaals. Dank u wel. De voorzitter: Dank wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Versluis, van de SGP. De heer Versluis: Ja, volgens mij, als het gaat om de motie rondom de ontsluitingsweg, hoe de spraakverwarring dan ook gekomen is aan de tafel, dat laat ik aan het college. Maar deze reactie is helder, het college weet dat er een amendement ligt, unaniem. Mooier kunnen we het eigenlijk niet hebben. Ik heb er, of wij hebben er wel alle vertrouwen in dat het college handelt naar het aangenomen amendement, en daar zullen we ook het college op controleren. Dus wat dat betreft is die motie overbodig. En als het gaat om het amendement en de motie van de ChristenUnie van het overige, wij hebben eigenlijk geen nieuwe feiten gehoord die ons van inzicht hebben doen veranderen. Ja, met name die koppeling, die is er. We hebben allerlei visies aangenomen en ik zat net zo te denken, volgens mij speelde het heel lang geleden, was er ook zo’n vraag in de Tweede Kamer, die miste ook van alles en nog wat. En toen kreeg die persoon ervan, nou, zal ik er dan een nietje doorheen doen? Dan heb je toch de samenhang. En ik denk, we hebben eigenlijk, we hebben alles en het college heeft dat ook en daar kunnen ze naar handelen.

Aan de kantlijn wil ik nog wel de opmerking maken, ook richting het college, als het gaat om het uitgiftebeleid, ook de SGP wil niet op die stoel gaan zitten, maar we moeten voorzichtig zijn in de toekomst. Zoals nu in Werkendam gebeurd is, in de kop van Brabant, dat er nu zeven hectaren ongebruikt ligt, wel verkocht, maar niet gebruikt wordt, waar we op de één of andere manier blijkbaar ook ontheffing hebben gegeven op bouwplicht, ja, dat vinden wij echt ontwikkelingen, die hadden we niet moeten doen. En daar moeten we ook in de toekomst voor oppassen, dat we wel gronden verkopen aan bedrijven die het ook echt nodig hebben. De Hoge Maasdijk heb ik toch wel richting de portefeuillehouder nog een vraag, want … De heer Duizer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Duizer, met een interruptie. De heer Duizer: Ja, ik zou graag even interrumperen op de heer Versluis. U heeft geen nieuwe informatie gehoord, maar ik heb net van de wethouder wel nieuwe informatie gehoord. En dan ben ik toch benieuwd hoe u daarover denkt. De wethouder zei: wij gaan niet over de bedrijfsvoering, dat is aan de ondernemers, wat voor mensen ze aannemen, dat maakt ons niet uit. Dus de wethouder zegt niet dat hij het één aan het ander koppelt. Hij zegt, de wethouders moeten gewoon lekker hun eigen ding doen en ons andere beleid, dat doen wij ergens anders. Zo heb ik hem geïnterpreteerd.

Dus volgens mij zit er bij de wethouder ook nog geen nietje door. De voorzitter: Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja, zo heb ik de antwoorden niet geïnterpreteerd. Want de ‘visie op werken’ is natuurlijk heel duidelijk welk type, soort bedrijvigheid wij in ons Altena willen hebben. En dan wil ik ook gelijk opmerken richting de heer Timmermans, die moet er ook gewoon mee stoppen, dat wij geen grote dozen willen hebben, want dat hebben we allang opgeschreven. En dan zou het beeld ontstaan dat wij nog steeds grote dozen in Altena kunnen krijgen. Maar dat hebben we met de elkaar allang afgesproken dat we het niet willen. En zo staan natuurlijk allerlei zaken in document ‘visie op werken’ wat we wel en niet willen. En dat is voldoende richtsnoer voor het college om daar verder mee te gaan. De voorzitter: Mijnheer Versluis, even wachten. Er zijn twee interrupties die op u wachten. Eerst de heer Duizer en dan de heer Timmermans.

De heer Duizer: Ja, u heeft het over geen grote dozen, want dat hebben we duidelijk vastgesteld. Maar volgens mij wordt er op het industrieterrein in Giessen, een terrein van tien hectare uitgegeven aan een logistiek bedrijf, waar gewoon een grote doos komt. Dus hoe komt u erbij dat het college zich houdt aan de regels die wij gesteld hebben? De voorzitter: Mijnheer Timmermans nog. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, en de SGP gaat door op de ingeslagen weg. We willen niet bijsturen, we gaan achteroverleunen, de gemeenteraad, en we zien het achteraf wel weer als het gebeurd is. En dan komen we bij de vraagstelling wat u nu net aanhaalde van de Altenatafel, ja maar, die grote dozen, nee, dat is niet meer van toepassing inderdaad, nee, dat gaat ons niet meer gebeuren. En u zeurt ondertussen wel over die zoveel hectaren die er nog liggen en die niet uit zijn gegeven, omdat er toevallig een grote doos zou komen. De voorzitter: Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Nu lijkt het bijna dat ik het beleid van het college moet gaan verdedigen, natuurlijk, maar dat is ook niet zo. Maar als het gaat om de grote dozen, we hebben natuurlijk nadrukkelijk gesproken over … En eigenlijk moet je hier natuurlijk geen namen van bedrijven noemen, maar de bol.com’s en dergelijke, die zijn ongewenst in ons land. Daar zijn we heel duidelijk in geweest.

En waar de heer Duizer natuurlijk op doelt, is natuurlijk een hele andere situatie. Een bestaand bedrijf wat daar zit, en u weet ook als geen ander welke afspraken daar in het verleden gemaakt zijn, daar heeft u heel veel onderzoekswerk voor gedaan, wat dat betreft complimenten. Maar goed, daar kwam natuurlijk wel het één ander naar voren wat er in het verleden is afgesproken. Dat zal je moeten respecteren. De voorzitter: Mijnheer Timmermans, met een interruptie. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ja, maar u houdt zo nog steeds de deur open voor het ROB om te zeggen, we gaan toch op zoek naar partners met misschien iets kleinere dozen, om dan toch maar uit te geven. Want u zit steeds niet aan het roer, u blijft nog steeds achterover hangen hier. En dan ziet u het achteraf wel weer gebeuren, wat er nu gebeurt. U geeft het gewoon één op één weer terug. De voorzitter: Mijnheer Duizer, nog een interruptie? U staat nog steeds. De heer Duizer: Ja, ik kom dadelijk ook nog aan de beurt. De voorzitter: Ja. De heer Duizer: Ik vind het een beetje vreemd dat ook de heer Versluis en de SGP dit jaar nog gewoon heeft ingestemd met een bestemmingsplan waar gewoon duidelijk is dat het niet in lijn is met ons beleid. En vervolgens zegt hij met droge ogen, ja, we rekenen erop dat het college altijd wel het beleid volgt wat wij hebben vastgesteld, de kaders. Ik zie dat niet.

De voorzitter: Dat is een stelling, geen vragen meer. Mijnheer Versluis, maak u betoog maar af. De heer Versluis: Ja, daarom kan ik er misschien beter niet op ingaan, anders lok ik wat uit. Ik was bij mijn laatste punt gekomen, de Hoge Maasdijk. Naar aanleiding van de reactie van de wethouder, ja, een heel prachtig verhaal heeft hij gehouden en ook een mogelijkheid die hij dan biedt om m’n motie aan te passen. Ja, dan zegt m’n motie natuurlijk helemaal niets meer. Dus ja, dan kun je net zo goed niets doen. Maar, het brengt mij eigenlijk wel een beetje op het … Ik begrijp wel dat het moeilijk is en dat er nog niet alles van te zeggen is, blijkbaar vinden er nog wel gesprekken plaats. Maar aan de andere kant beluister ik ook eigenlijk, de gesprekken hebben het einde genaderd en de initiatiefnemers die stoppen ermee, want eigenlijk weten ze er

geen raad mee. Maar er ligt ondertussen wel iets. En dan geeft u aan, haal dan het woordje ‘bedrijven’ eruit, bedrijventerreinen, als woningbouw daar niet toegestaan is. En u wilt ook het woordje ‘bedrijven’ eruit hebben. Dat zou betekenen, dan zou er alleen nog natuurontwikkeling kunnen. Ja, willen we dat? Dus u gaat het wel heel erg versmallen, terwijl het natuurlijk op dit moment gewoon een bedrijventerrein is. Waarom bent u eigenlijk toch een beetje, dat je zegt, ik heb liever niet dat deze motie een rol gaat spelen, zou het toch geen steuntje in uw rug kunnen zijn om nog eens nadrukkelijk in gesprek te gaan met de eigenaar? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Duizer, uw termijn. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Ja, ons amendement, ik hoor dat er weinig extra partijen zijn die mee willen gaan, hoewel het wel enigszins sympathiek wordt gevonden. Ik hoor vooral vanuit het college, en dat heb ik net ook al aangegeven, dat ze de dingen heel erg graag gescheiden houden. Doordouwen met het bouwen van bedrijventerreinen, en hoe we de rest oplossen zien we later wel weer. Even een voorbeeld, als iemand twintig hectare kas wil bouwen, vinden ze dat prima. En als hij achteraf zegt, ja, maar daar heb ik ook vijfhonderd arbeidsmigranten bij nodig, dan hebben we ineens een probleem. Maar we hebben wel de kas al ondertussen vergund.

Dat is nou precies het probleem waar ik voor wil waarschuwen, aan de voorkant nadenken welke bedrijven je die bedrijventerreinen op laat. En dat mist gewoon. Dus we zullen het amendement zeker in stand houden, want we blijven erachter staan dat het belangrijk is dat aan de voorkant die dingen gekoppeld worden en bekeken. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ja, ik haak erop aan. Ik krijg ook steeds meer het idee van de heer Duizer ook dat hij er gelijk in heeft en dat het gewoon hard nodig is dat we als raad iets tegen, in die zin … De voorzitter: Maar, haakt erop aan. Wordt dat een interruptie? De heer Timmermans: Ja, mijnheer Duizer, ik ga u steunen in dit amendement. De voorzitter: Dank. De heer Duizer: Het tweede was het uitgiftebeleid, onze motie uitgiftebeleid bedrijventerrein. We zitten met het vehikel ROB. Eigenlijk hoor ik, ja, het is handig dat die er ooit geweest is, maar ja, het zijn nou eigenlijk verlengde ambtenaren. Zo proef ik het een beetje, zo ziet de raad het. Het college zegt, wij gaan over het beleid. Nou, dat is heel goed. De uitvoering leggen we neer bij het ROB. Maar ik wil u er even aan herinneren dat in Giessen het ROB het weer doorgeschoven heeft naar een private partij, en uiteindelijk wordt er niks uitgegeven door het ROB.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13228717/1