CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-10-25 Verslag vergadering

Raadsvergadering 25 oktober 2022, gemeente Altena50.774 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE ALTENA d.d. 25 oktober 2022

1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren, we gaan beginnen. Heere, voorafgaande aan onze vergadering vragen wij U om Uw zegen over onze werkzaamheden. Geef ons besef van onze afhankelijkheid van U bij al onze overleggen en besluiten. Geef ons kennis en inzicht opdat wij in staat zijn onze taak juist te vervullen en de belangen van de gemeente Altena te behartigen. Wij vragen U dit om Jezus’ wil. Amen. Daarmee open ik deze raadsvergadering van de gemeente Altena. Ik heb een paar afwezigen: de heer Meijboom, mevrouw Verbeek en de heer Berm zullen afwezig zijn, in ieder geval de hele avond. De heer Siland is onderweg, hebben we begrepen. De heer Timmermans komt iets later. Zijn er dan nog meer mensen die iets later komen, of is voor de rest iedereen aanwezig? Iedereen is aanwezig, hoor ik.

Debatstukken 3.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2023-2026. Tweede Bestuursrapportage 2022 De voorzitter: We hebben aan de orde vanavond de verkennende vergadering, het verkennende debat tussen de fracties over de begroting en over de Tweede Bestuursrapportage met de bedoeling om een beeld te krijgen van een aantal vraagstukken en eventueel de wenselijkheid voor die fracties om voor de definitieve besluitvormende raadsvergadering op 8 november een motie dan wel een amendement in te dienen. Ik wil u allen vragen, er is een planning gemaakt door de griffie qua tijd, om mij te helpen en vooral u elkaar te helpen om die tijdsplanning enigszins in acht te nemen, zodat wij rond half elf vanavond klaar kunnen zijn. Dan is er tot vrijdag 4 november de tijd om eventuele moties en amendementen voor te bereiden en in te dienen. De wijze van bespreking zal als volgt zijn. U heeft op de programma’s een aantal onderwerpen aangedragen vanuit de verschillende fracties om daar het gesprek over aan te gaan met elkaar. Iedere keer zal de fractie die het heeft aangekondigd kort de tijd krijgen om het onderwerp te agenderen en te introduceren vanachter het spreekgestoelte en de fractie mag ook blijven staan. Daarna kunnen in één termijn de andere fracties daarop reageren, het debat zoeken met elkaar, waarbij ruimte bestaat voor interrupties.

Tot slot zal het college een korte reactie geven, waarbij ook ruimte bestaat voor interrupties op het college. Tot slot is het aan de agenderende fractie om daar een conclusie uit te voeren. Dus elk onderwerp doen we in beginsel gewoon in één termijn, maar wel met interruptiemogelijkheid op elkaar.

Programma 1 Inwoner en bestuur De voorzitter: Dan hebben we flink wat onderwerpen te bespreken en zo willen we maar aan de slag gaan met ‘Programma 1 Inwoner en bestuur’. Punt van orde. De heer Den Haan. De heer Den Haan: Voorzitter, dankjewel. U kunt toch niet over hem heen kijken? Hij had het er net al over, maar hij is er nog niet. Hij probeert de snelste ronde te rijden, dus het extra punt binnen te halen als Max Verstappen, maar dat is hem nog niet gelukt. Dus hij gaf net aan, net even voor vieren, dat hij hier over een kwartier zou zijn, dus misschien dat het eerste punt even iets omgezet kan worden, want hij was als eerste aan de beurt.

De voorzitter: Oké. Hij was als eerste. Oké, dan zullen we zorgen dat het eerste punt het derde punt zal zijn, dan hopen we dat hij tegen die tijd binnen is. In ieder geval, de eerste drie punten, daar zal ik portefeuillehouder van zijn en zal mevrouw Schermers het voorzitterschap van deze vergadering overnemen. Bij deze vraag ik haar ook om even hier te gaan zitten, want dat is voor iedereen het meest handige, dan heeft u ook een microfoon bij de hand. 1.2 Jeugdbrandweer (CDA) De plaatsvervangend voorzitter: Dan, met uw goedvinden, mijnheer Den Haan, gaan we inderdaad het eerste agendapunt over vuurwerk even overslaan en komen we meteen bij de ‘Jeugdbrandweer’. Dus ik wil een woordvoerder namens het CDA uitnodigen om eerst een korte introductie te geven waarom de fractie dit graag wilde agenderen. Aan u het woord. Mevrouw Schipper: Dank u wel, voorzitter. Ik heb u al een korte toelichting gegeven en in de stukken kunt u een eerste aanleg voor dit onderwerp in ieder geval hopelijk al gelezen hebben. Ter aanvulling daarop het volgende. Volgens CDA Altena bestaat er behoefte aan een jeugdbrandweerkorps en wel om de volgende redenen. Er dreigt een tekort aan vrijwillige brandweerlieden te ontstaan als gevolg van een veranderende samenleving, een 24-uurseconomie en toenemende individualisering.

Punt twee is dat de overheid zich steeds meer terugtrekt uit het individuele veiligheidsdomein en doet daarom een steeds groter beroep op de zelfredzaamheid van onze burgers. Het is daarom nodig, denken wij, om vroegtijdig in de jeugd te investeren in veiligheidsbesef en in brandveilig leven. De jeugdbrandweer is hiervoor een geschikt instrument. Er zijn ook al jongeren uit Altena naar naastgelegen jeugdbrandweerkorpsen uitgeweken, omdat ze brandweerman of brandweervrouw willen worden en hier geen brandweerkorps voor de jeugd aantreffen. Om de jeugdbrandweer en de doorstroom naar de reguliere brandweer zo aantrekkelijk mogelijk te maken, is de JBNL op 1 januari gestart met een pilot Manschap voor jeugdbrandweer. De pilot biedt de jeugd de mogelijkheid het certificaat Brand te halen. Als ze dan op hun achttiende doorstromen naar de reguliere brandweer, hoeven ze nog maar de helft van de opleiding te doen waardoor ze sneller inzetbaar zijn bij de grote brandweer. Mijn vraag aan u namens CDA Altena: ziet de raad en het college de mogelijkheid tot het opzetten van een jeugdbrandweerkorps voor de gemeente Altena? Want ja, zegt u nou zelf, echt oefenen is veel leuker dan een computerspelletje. Dank u wel, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schipper.

Dan nodig ik andere fracties uit om een eerste oordeel of een reactie te geven op de agenderende fractie, het CDA in dit geval. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Dank u wel, voorzitter. Ook wij hebben wel eens met die suggestie geopperd, we hebben ook contact met de brandweer gehad, maar dat is alweer een jaar of vier, vijf geleden misschien. Dus het idee dat er een jeugdbrandweer komt delen wij zeker. Toen was het argument: het is weer een extra belasting voor de vrijwilligers die er zijn. Er is een korps in Heusden, er is een korps in Drimmelen, er is een korps een Gorinchem, dus in principe kunnen ze er wel naartoe. Maar wij zijn in die zin geen tegenstander van een eigen jeugdbrandweerkorps en in die zin ook wel benieuwd naar het college of die druk op die korpsen inderdaad zo groot is, want er hangen een heleboel factoren samen met dit onderwerp, onder andere gewoon: werken er nog mensen in dat dorp die ook naar de brandweerkazerne kunnen komen? Dus het is wat breder als alleen het jeugdbrandweerkorps. We zijn wat minder enthousiast over uw redenatie dat dan de mensen die naar het jeugdbrandweerkorps een brede werking zouden hebben op kennis van brandveiligheid. Ik denk dat daar de jongens en meiden naartoe gaan die echt bij de brandweer willen komen en dat dat wel een beperkte groep zal blijven.

De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mijnheer De Raad. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Vorige week hebben we als SGP-fractie een werkbezoek gebracht aan de brandweer in Wijk en Aalburg. Daar hebben we kunnen zien hoe mooi werk dat die mensen uiteindelijk voor ons als samenleving doen, maar ook gehoord hoe moeilijk het is om aan vrijwilligers te komen die uiteindelijk als brandweerman verder willen gaan, wat u ook aangeeft. Dus wij kunnen zeker achter het fenomeen jeugdbrandweer staan. Wat we ons wel even afvragen is in hoeverre dat hier een rol voor de gemeente ligt, of dat het uiteindelijk bij de veiligheidsregio of iets dergelijks vandaan moet komen, maar daar horen we graag nog even het antwoord op. Maar in eerste instantie positief. De plaatsvervangend voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Maris, aan u het woord. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het stellen van deze mooie vraag. Ook Progressief Altena kan zich vinden in uw voorstel. Ik heb me er ook even in verdiept inderdaad en wat rondgelezen. Die pilot inderdaad, die proef die er is om de jongeren ook echt een certificaat te geven en ook echt een erkenning te geven voor hun inzet, dat vinden wij wel een belangrijke voorwaarde.

Dat het niet alleen maar bij spelen blijft, maar dat je ook echt een serieus certificaat krijgt en daarmee ook een erkenning voor je inzet en je kwaliteiten. Dan is het alleen maar een enorm voordeel dat je daarna ook al eigenlijk de helft van de opleiding van manschap brandweerman en -vrouw inderdaad hebt gedaan. Dus ja, we zijn er positief over. Ik ben ook heel benieuwd, dat heb ik wel geprobeerd, hoe inderdaad de ervaring is bijvoorbeeld in Drimmelen en in Heusden en de omliggende gemeentes, maar daar kon ik zo één, twee, drie niet bij komen en ik ben ook heel benieuwd wat het college ervan vindt. Tot zover. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Dan gaan we naar mijnheer Den Haan, aan u het woord. De heer Den Haan: Dankjewel, voorzitter. Ik hou het kort. Het glas is wat ons betreft halfvol in dit verhaal en we steunen het betoog wat mevrouw Schipper heeft gegeven. Vooral de kernwaarden die u gaf van het opleiden en triggeren van jongeren om dat te gaan doen, ja, dat is in het kader van onze veiligheid voor onze toekomst belangrijk. Dus opleiden, doorstromen, wat ons betreft in ieder geval kunt u daar ons in vinden. Dankjewel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Dan gaan we naar mijnheer Verbaarschot, aan u het woord. De heer Verbaarschot: Dank u wel, voorzitter. Prima initiatief van het CDA.

We ondersteunen iedere betrokkenheid van de jeugd in Altena bij serieuze zaken zoals dit jeugdbrandweerinitiatief, prima. Inderdaad, een certificaat of wat dan ook, ik denk dat dat ook wel min of meer samen gaat vallen met een opleiding die ook gedeeltelijk gaat beoordeeld worden als inzetbaarheid nadat ze dat gedaan hebben en in de grotere brandweer komen, dat ze daardoor dus eerder inzetbaar zouden zijn, dan is dat een logisch gevolg waarschijnlijk. Hartelijk dank. De plaatsvervangend voorzitter: Dank aan mijnheer Verbaarschot. Dan ga ik de burgemeester als zijnde portefeuillehouder in deze uitnodigen om een korte reactie te geven. De heer Lichtenberg: Voorzitter, dank u wel. Laat ik even met de andere kant beginnen, dat ik als portefeuillehouder en als burgemeester buitengewoon blij ben met het feit dat wij negen korpsen hebben in

Altena met zeer enthousiaste, goed geëquipeerde vrijwilligers. Veel families waarbij de liefde voor het brandweervak van vader op zoon ook doorgegeven wordt. Ter geruststelling misschien van velen, er zit natuurlijk altijd wel wat druk op, maar behoudens met het korps Woudrichem is er op dit moment geen gebrek aan vrijwilligers, zijn alle brandweerkorpsen goed bezet. Voor Woudrichem, dan kan ik natuurlijk ook meteen even van de gelegenheid gebruik maken, voorzitter, om toch nog weer een oproep te doen aan mensen die ofwel in Woudrichem en omgeving werken, dan wel daar wonen en actief zijn, om toch eens contact op te nemen als ze denken: goh, brandweervrijwilliger, dat is misschien wel iets voor mij. Daarbij geldt deze oproep zowel de mannen als de vrouwen in onze gemeenschap, en zeker ook bij het team in Woudrichem zijn een paar dames actief. Dat gezegd hebbende, heb ik ook begrepen dat mede naar aanleiding van, de heer Van der Hoeven gaf het al aan, in het verleden ook is onderzocht of er in Altena behoefte is aan een jeugdbrandweer. Een jeugdbrandweer vergt ook wel iets van de brandweervrijwilligers die we nu hebben en daar is toen uit geconcludeerd dat er niet echt behoefte was aan het zelf oprichten van een jeugdbrandweer, omdat die belasting te groot zou zijn.

Anderzijds is er voldoende ruimte geboden, en daar wordt ook gebruik van gemaakt, voor die jongeren in Altena die dat toch willen om aansluiting te vinden en te zoeken bij een van de jeugdbrandweerkorpsen in de omgeving. Dat is op dit moment de situatie, dus voor jongeren die dat willen is er ook ruimte, dus die oproep kan ik ook doen. Maar ik wil met alle plezier, gezien ook de positieve geluiden van u als raad, nog eens een keer navraag doen – ik zeg navraag, niet een uitgebreid onderzoek – of dat inmiddels anders is gaan liggen en of er wel ruimte is bij onze vrijwilligers, want het zal dan wel op de belasting van hun uitkomen om dat toch te gaan doen. Dat is niet een vraag die we aan de veiligheidsregio kunnen stellen, in antwoord op de heer De Raad, dat zal dan toch vanuit onszelf moeten gaan komen. Maar de navraag daarnaar ga ik doen en ik beloof u ook dat ik die navraag wel een keer terug zal koppelen aan u of die ruimte er dan wel is of niet is, want het enthousiasme voor het vak, dat deel ik met velen en met u als raad ook. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lichtenberg. Dan wil ik mevrouw Schipper nogmaals uitnodigen om een reactie te geven. Mevrouw Schipper: Wat ik volgens mij alleen maar ga doen is mijn mederaadsleden danken en de andere partijen voor de reactie.

Er zijn wat vragen opgekomen, ik denk dat ik even terugga naar de fractie en dat ik heel even kijk hoe we verder handelen. Wat betreft een aantal vragen kan, denk ik, ik geen antwoord op geven, maar moet misschien vanuit de burgemeester en vanuit het college komen. Wat ik wel had, de vraag nog eventjes en dat bedenk ik me nu, van de ChristenUnie. U stelde de vraag op de brandkennis met betrekking tot die veiligheid, maar ik begreep uw vraag niet heel goed. De plaatsvervangend voorzitter: Misschien is het wijs dat mijnheer Van der Hoeven, want die staat toch al bij de microfoon, even de kans geven om daarop te reageren. Aan u het woord. De heer Van der Hoeven: Voorzitter, mijn collega gaf in zijn betoog aan dat zeg maar door die mensen naar de jeugdbrandweer te leiden, dat dan een vrij brede groep opgeleid zou worden met het begrip brandveiligheid. Daar was ik … Nou ja, volgens mij als mensen hier naartoe willen, die willen bij de brandweer en dat is niet de hele klas vol die daar naartoe gaat, zeg maar. Dat was mijn opmerking. De plaatsvervangend voorzitter: Ja, mevrouw Schipper, misschien kunt u daarop reageren, of ziet u het als een … Mevrouw Schipper: Nee, dank u wel, voorzitter. Nee, het is niet de bedoeling dat er in één keer massa’s naar die opleiding gaan. Het is juist een mogelijkheid die wordt geboden om het aantrekkelijker te maken, want de

opleiding duurt op dit moment volgens mij ruim twee jaar, het is een vrij zware opleiding. Als de jeugd al vanaf hun twaalfde tot hun achttiende bij de brandweer hun inzet hebben getoond en verder nog geen certificaat hebben gehaald en daarna nog eens aan een tweejarige opleiding moet beginnen om bij de reguliere brandweer terecht te kunnen komen, willen ze het juist stimuleren om al in de jongere jaren het certificaat Brand te halen. Dat betekent dat ze dus nog maar de helft van de opleiding hoeven te doen. Dus het is wel echt voor een groep jongeren die echt bij de brandweer willen, want de opleiding is best pittig, heb ik begrepen, dus daar stapt niet iedereen zomaar naartoe om te leren brandjes te blussen voor de lol, denk ik. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schipper. Ik denk op zich dat het debat voldoende gevoerd is. Ik zie nog een twijfel bij mijnheer Van der Hoeven, die wil daar toch nog graag heel kort op reageren. De heer Van der Hoeven: Even richting de burgemeester, want ik denk dat, we praten over de begroting. Op het moment dat daar een ja uitkomt, dan horen we ook graag wat we daarvoor moeten reserveren aan kosten dan. De plaatsvervangend voorzitter: Wellicht even terug naar de portefeuillehouder, in deze weer opnieuw de burgemeester. De heer Lichtenberg: Dat antwoord zou ik u heel schuldig moeten blijven, want dat zou ik niet weten.

Dus ik heb u toegezegd, ik ga daar eens navraag doen naar aanleiding van een vraag die vijf jaar geleden, ook nog vooruitlopend op de samenvoeging tot de nieuwe gemeente Altena, is al een keer door de drie gemeenten samen verkend hoe dit aanlag. Ik ga dat eens even boven tafel halen en eens navraag doen of dat nu anders zou liggen. Komt daar een behoefte uit om het toch te gaan doen en dat zal kosten met zich meebrengen, ja, dan zal ik ook weer met dat verhaal bij u terugkomen. De plaatsvervangend voorzitter: Dan mag u heel even nog blijven staan, want u doet hier een toezegging eigenlijk om navraag te doen. Kunt u daar wellicht ook een termijn aan hangen, zodat we als raadsleden weten wanneer u daar een terugkoppeling op kunt geven? Ik werd ingefluisterd door de griffier. De heer Lichtenberg: Ik denk dat ik nog even met de griffier een evaluatiegesprek moet voeren. De plaatsvervangend voorzitter: Dat mag ook heel ruim, hoor. Als u zegt: dat gaat mij lukken voordat 2023 begonnen is. De heer Lichtenberg: Ik zeg u toe dat ik dat in het jaar 2023 zal doen, want daar wil ik ook even alle brandweerteams over spreken. Ik heb er negen, dus ik zie ze niet allemaal in een paar maanden tijd. Dus ik heb daar wel even tijd voor nodig om die navraag breed binnen Altena ook echt te doen bij alle brandweerteams en het niet halfbakken af te doen.

Dan wil ik ook echt even proeven en voelen hoe dat links en rechts ligt. Dus ik beloof u dat ik dat in 2023 het antwoord ga geven. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik dat mijnheer Siland intussen binnen is. We hadden op verzoek van uw fractievoorzitter de agenda even gewisseld zodat we konden wachten totdat u binnen was.

1.1 Vuurwerk oud en nieuw (AltenaLokaal) De plaatsvervangend voorzitter: U bent er ondertussen, dus dat betekent dat we vuurwerk bij oud en nieuw nu gaan behandelen en dan wil ik u uitnodigen om bij het spreekgestoelte te komen staan om dat in te leiden. Aan u het woord. De heer Siland: Dank u wel, voorzitter. Beste raadsleden, oud en nieuw staat al bijna weer om de hoek op ons te wachten, wat we kennen als een mooi feest met vuurwerk en de afgelopen jaren een landelijk vuurwerkverbod wat is ingesteld. We kennen allemaal de mooie klappen die in de lucht ontploffen, maar helaas ook de negatieve gevolgen van vuurwerk. Ik krijg eigenlijk vanuit mijn omgeving nou steeds meer de vraag: vorig jaar was er een vuurwerkverbod en het jaar daarvoor ook, zijn er in de gemeente Altena alternatieven hiervoor? Dat kan georganiseerd zijn door de gemeente of niet, maar ik dacht wel: dit zijn wel punten waar wij als raad vooruit moeten denken, in ieder geval niet achteraf moeten zeggen: hadden we daar maar aan gedacht, of hadden we dit maar georganiseerd, of over nagedacht wat we kunnen organiseren. Daarvoor sta ik hier eigenlijk om aan jullie, collega-raadsleden, te vragen: kunnen we nadenken over de alternatieven die er zijn, mocht er een landelijk verbod komen? Wat natuurlijk logisch is, mocht die er komen, dat we die uiteindelijk moeten gaan volgen.

Maar welke alternatieven zijn er nou voor de mensen dat er voor iedereen een mooi feest gevierd mag worden, dat we knallend het jaar uit mogen, maar dat we dat toch op een manier kunnen doen waarbij iedereen zijn voldoening daaruit haalt, en welke kosten daar uiteindelijk – want we zijn bezig met de begroting – bij passen en welk bedrag daarvoor voldoende is. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Helder, mijnheer Siland, dank u wel. Dan wil ik de andere fracties uitnodigen om een eerste oordeel te vellen, een reactie te geven op dit initiatief. Mijnheer Bouman, aan u het woord. De heer P. Bouman: Dank u wel. Omdat we twee jaar lang een totaalverbod hebben gehad, zijn we misschien met elkaar vergeten dat er ook gewoon een landelijke wet ligt die het al verbiedt om knalvuurwerk en vuurpijlen af te schieten. Dus het enige wat er nog resteert voor de mensen zijn potjes met siervuurwerk. Wij zien als VVD in ieder geval geen reden om dat laatste de mensen ook nog af te nemen. Daar gebeuren ook vrij weinig ongelukken mee, de meeste ongelukken gebeuren met pijlen of met knalvuurwerk en dat is al verboden. Dus voor verdere beperkingen zien wij geen nut en noodzaak. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Dan ga ik naar mijnheer De Raad, aan u het woord. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Gedeeltelijk kan ik me wel aansluiten bij de heer Bouman.

Ik denk ook, veel vuurwerk wat we voorbij zien komen bevindt zich uiteindelijk in het illegale circuit en de vraag is of we daar iets aan gaan doen als we daar regels op gaan leggen. Waar wij wel voor zouden willen pleiten is dat je zou kunnen kijken naar vuurwerkvrije zones bijvoorbeeld rondom bejaardenhuizen, noem het maar op, en een aantal instellingen die je daarvoor kan bedenken. We hebben gemeente Gorinchem gezien, volgens mij vorige week kwam dat in het nieuws of twee weken geleden, waar je als burger zelf het initiatief kunt nemen om een vuurwerkvrije zone aan te vragen. Daar zitten wat regels, wat voorwaarden aan, maar een beetje in die hoek kunt u ons op uw pad vinden als u zegt: we gaan iets aan het vuurwerk doen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Dan gaan we naar mevrouw Maris, aan u het woord.

Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de inbreng van het onderwerp wederom. Inderdaad, het is nog even afwachten of er überhaupt een landelijk verbod natuurlijk komt, dat weten we nog niet. Vuurwerk, oud en nieuw moet vooral een feest zijn voor iedereen en voor mens en dier. In die zin zou Progressief Altena er wel wat voor voelen om inderdaad vuurwerkvrije zones in te stellen, niet het vuurwerk te verbieden, dat gaat ons ook erg ver. Hoewel ik zelf persoonlijk wel hou van zo’n hele mooie vuurwerkshow, maar ik weet niet of we daar de budgetten voor hebben, want ik steek het zelf niet graag af, maar ik zie het zelf wel graag, zoals u dat ook zo mooi zegt, in een show gepresenteerd zien. Maar goed, daarnaast weten we natuurlijk dat we volgens mij in januari of februari, weet ik niet meer, begin eerste kwartaal, hier de discussie hebben gehad over hoe wij oud en nieuw gaan vieren met elkaar. Ik meen – en dat hoor ik dan straks graag van de portefeuillehouder – dat er een proces opgestart zou worden om ook met de inwoners daar van gedachten te gaan wisselen en ik ben ook heel erg benieuwd: is dat proces opgestart en wat heeft dat wellicht ook nog opgeleverd wat we ook kunnen meenemen in onze ideeën hoe wij met elkaar, met mens en dier een mooi oud en nieuw gaan vieren. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Ik zie ook mevrouw Schipper.

Mevrouw Schipper, aan u het woord. Mevrouw Schipper: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, AltenaLokaal, voor het onderwerp en de reacties. Ik heb twee vraagjes eigenlijk. Hebben jullie zelf al concrete ideeën? Want ik bedoel, we kunnen natuurlijk uiteraard een denktank en het is fijn om daarover te debatteren, maar hebben jullie zelf al misschien concrete ideeën? Ik ben ook benieuwd naar de concrete resultaten van het politieonderzoek van de afgelopen jaren rondom eventuele vernielingen bij oud en nieuw en of dat daar ook adviezen zijn gekomen vanuit de politie uit. Dit is een vraag aan het college. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schipper. Dan gaan we naar mijnheer Verbaarschot, aan u het woord. De heer Verbaarschot: Dank u, voorzitter. Vrije Volkspartij Altena streeft een vrijheid na bij oud en nieuw, zodanig dat iedereen zelf kan beslissen of die wel of geen vuurwerk af wil steken. En of de wet dat nou wel of niet voorschrijft, dat is ons streven. Voor wat betreft vuurwerkvrije zones, daar valt natuurlijk altijd over te praten en zeker in gebieden waar gemeenschappen wonen die daar heel veel last van ondervinden en misschien bij dierenasielen, weet ik veel, die dieren worden ook helemaal knettergek van vuurwerk. Maar voor de rest vinden wij gewoon dat mensen dat zelf moeten uit kunnen maken. Bedankt.

De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Dan gaan we naar mijnheer Van der Hoeven, aan u het woord. De heer Van der Hoeven: Het is een onderwerp met veel aspecten, voorzitter. Als je gaat kijken vanuit milieu, of vanuit veiligheid, of vanuit mensen die er bang voor zijn, of dieren die er bang voor zijn, dan zou je voor het beperken van vuurwerk zijn. Als het vorig jaar al een vuurwerkverbod was, dan heb ik daar wel met enige plaatsvervangende schaamte naar zitten kijken, want het is nog nooit zo erg geweest volgens mij als de afgelopen jaren en misschien ook wel zo mooi als afgelopen jaren. Er zijn gewoon hardcore vuurwerkliefhebbers, en die zitten niet alleen bij jongeren onder de twintig, die er alles aan zullen doen om toch het vuurwerk te halen, is het niet in Nederland, dan is het wel in België, of in Polen, of in Duitsland. Dus ja, dat ga je op die manier niet beperken. Wij willen het initiatief in die zin positief benaderen. Als er groepen zijn, als het met jongeren of met ouderen zijn: wij willen een regio vuurwerk vrijhouden, of wij willen gezamenlijk vuurwerk afsteken dat het in ieder geval veiliger gebeurt. Ik denk dat we dan in die richting

moeten gaan zoeken om de overlast te beperken en er toch een mooi oud en nieuw van te maken, al is de symboliek niet helemaal de onze. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie dat mijnheer Siland staat te popelen om even te reageren. Dat mag in deze, ja. De heer Siland: Jazeker. De plaatsvervangend voorzitter: Aan u het woord. De heer Siland: Dankjewel, raadsleden, voor de ontvangen reactie. Te beginnen bij de VVD, klopt, er zijn inderdaad verschillende soorten pijlen, denk aan de bekende Romeinse kaars onder andere die al een aantal jaar verboden is, zijn er afgeschaft, maar dan zijn er nog alsnog vuurwerkartikelen die in een bepaalde categorie vallen die nog steeds afgelopen jaren continu te koop zijn aangeboden, legaal. Mijn idee – en dan maak ik eigenlijk ook kort de switch naar mevrouw van het CDA – onze concrete ideeën daarbij zijn: hoe gaan mensen met vuurwerk om? Vuurwerk an sich is niet het probleem. Het misbruik wat mensen ervan maken, dat maakt de schade, zowel lichamelijk als aan prullenbakken, bankjes, openbare dingen. Dat is het probleem waar ik met jullie probeer uit te komen: hoe gaan we dat minimaliseren, maximaliseren? Daarbij kunnen we denken aan bijvoorbeeld een droneshow, een vuurwerkshow georganiseerd door een bepaalde partij.

Er zijn verschillende dingen – waarvan ik dus ook vraag of jullie daarin mee willen denken – die we misschien kunnen organiseren om het probleem bij het vuurwerk weg te halen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Siland. Ik ben blij dat ik u even het woord heb gegeven, want nu is uw voorstel eigenlijk ook een stuk concreter geworden. Mijnheer Bouman wil daar graag nog op reageren en ik wil ook mijnheer Timmermans trouwens even welkom heten dat hij nu ook aangesloten is in deze raadsvergadering. Ja, als het over vuurwerk gaat, dan is hij daar, ja. Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Ik ben ook wel blij met de laatste toevoeging van de heer Siland, want nou een redelijk concreet voorstel, hè? U wil een alternatief presenteren voor onze inwoners, zodat men minder gebruik maakt van vuurwerk. Dat is op zich wel een aardige gedachte, maar in de praktijk gaat dat denk ik niet echt werken, want je hebt inderdaad mensen, die houden gewoon van vuurwerk en die vinden het zelf leuk om dat af te steken. Als dat legaal is, dan mag dat ook en als het illegaal is, dan moet je daartegen handhaven. Zo’n droneshow of een collectieve vuurwerkshow, die maakt die behoefte niet anders, dat staat er dan gewoon naast. Dan hebben we die mensen die particulier vuurwerk afsteken en dan hebben we een droneshow.

Dus ik denk dat het een heel aardig idee is, maar dat het in de praktijk niet zo heel veel toevoegt, denk ik. In ieder geval, het voegt wel iets toe, want ik zou het wel leuk vinden om naar een droneshow te kijken, maar ondertussen gaat de buurman ook gewoon zijn vuurwerk afsteken. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie dat mevrouw Schipper daar ook nog even op wil inhaken. Mevrouw Schipper, aan u het woord. Mevrouw Schipper: Dank voor de toelichting. Het is mij duidelijk en ik denk graag met u mee. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik toch nu even naar de portefeuillehouder, de burgemeester in dit geval, om te luisteren naar een korte reactie op het voorstel van mijnheer Siland.

De heer Lichtenberg: Voorzitter, dank u wel. Het maatschappelijke debat over vuurwerk is nu al een aantal jaren oud en wellicht nog wel goed om ook voor mensen in herinnering te brengen, de Tweede Kamer bepaalt natuurlijk de landelijke wetgeving daaromtrent en heeft een aantal jaren geleden inderdaad het besluit genomen in het Vuurwerkbesluit om vuurpijlen en knalvuurwerk te gaan verbieden. Dat was net voor corona en eigenlijk is dat besluit nooit uitgevoerd, want mede onder druk van corona heeft de landelijke overheid telkens nu twee jaar voor een totaalverbod op vuurwerk gekozen en de praktijk zien we dat dat niet leidt tot geen vuurwerk, maar tot allerlei afsteken van illegaal vuurwerk. Dus ik ben benieuwd waar de landelijke overheid nog aan richting mee gaat geven voor de komende jaarwisseling. Als portefeuillehouder ga ik ervan uit dat het siervuurwerk, zoals de heer Bouman dat aangaf, gewoon toegestaan blijft. Er is nu geen ander besluit en dat is wat mag. Wat mag dan in Altena nog meer? Want u heeft als raad ruim twee jaar geleden ook nadrukkelijk ruimte geboden voor een alternatieve invulling voor de jaarwisseling. U heeft aangegeven dat het makkelijker moet zijn om, op de manier waarop dat in Altena gaat, een vuurtje te stoken in een vuurton of in een vuurbak.

Dat hoeft niet meer met een vergunning, dat kan netjes met een melding en daar maken veelvuldig veel mensen, 220 afgelopen jaar, dankbaar gebruik van. Dat gaat ook prima, mensen ruimen dat netjes op. Het is ook mogelijk dat mensen in de kernen een vergunning aanvragen voor een wat groter vuur, of een wat groter evenement en als dat een evenementenvergunning nodig heeft, dan kan dat. Er wordt nog geen gebruik van gemaakt, of te weinig, maar ik hoop dat dat ook omarmd wordt door de samenleving op die manier in een kern zelf invulling te geven aan de jaarwisseling. Wat ook mag is carbidschieten in bepaalde vormen en een bepaald tijdbeslag en dat is ook in Altena en sommige kernen een goed gebruik om dat te doen, waarbij overlast voor mens en dier ook zo goed mogelijk beperkt wordt. Dus dat is allemaal wat er mag. Wat er niet mag, dat is volgens mij voor iedereen evident. Dat is ook illegaal vuurwerk, wat steeds zwaarder lijkt te worden, wat voor politie en justitie ook een zorg is dat op allerlei manieren, ook makkelijk dichtbij via de Belgische grens, maar ook via postpakketten op allerlei manieren binnen kan komen. Laat helder zijn dat daar in de handhaving vooral voorafgaand aan de jaarwisseling veel aandacht aan wordt besteed, ook door onze eigen boa’s die nu al hier en daar in verschillende kernen in de avond overlast van vuurwerk proberen te achterhalen en op te sporen.

Daar zullen alle strafrechtelijke, maar ook bestuursrechtelijke maatregelen door mij niet worden geschuwd op het moment dat bijvoorbeeld in woonhuizen zware explosieven worden aangetroffen onder het motto van vuurwerk. Het is een explosief in een woonhuis, dat kan ook niet en mensen zouden moeten willen nadenken over wat ze de omgeving aandoen, maar eventueel ook anderen aandoen, kinderen aandoen, of wat voor een persoonlijke ongelukken er mogelijk het gevolg kunnen zijn. Ik hoop dat uw oproep ook mede een oproep is om daar nog wat aandacht aan te besteden. Voor het organiseren van evenementen van gemeentewege, met droneshows of vuurwerkshows, daar zie ik geen mogelijkheid toe om dat op een voor Altena – want zo groot zijn we als gemeente – op een zodanige manier te organiseren dat dat voor alle inwoners van Altena een goed alternatief zou kunnen zijn. Maar ja, het is aan u als raad om daar een ander oordeel eventueel over uit te spreken. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Dan ga ik terug naar mijnheer Siland voor een reactie. De heer Siland: Dank u wel, collega-raadsleden, voor de reacties die ik ontvangen heb. De reactie is eigenlijk dat ik blij ben te horen dat een meerderheid van mijn collega’s blij is met alternatieven, althans, in die zin, te denken in alternatieven voor het schadelijke vuurwerk.

Wat nog steeds ligt bij de gebruiker daarvan, of eigenlijk de misbruiker daarvan, van de letselschade. Daar wou ik het eigenlijk bij laten. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Nou is het eigenlijk niet de bedoeling dat we echt een tweede termijn gaan doen, we proberen dat zoveel mogelijk in die eerste termijn, maar ik zie dat er toch nog een

korte reactie is. Dus laat ik in deze nog even coulant zijn, maar dat we de volgende keer proberen om het wel volgens die spelregels dan telkens te doen. Mevrouw Maris en daarna mevrouw Schipper nog kort. Mevrouw Maris, aan u het woord. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Ik had moeten interrumperen, geloof ik, bij de portefeuillehouder. Mijn excuses, ik was aan het afwachten. Ik was namelijk toch wel benieuwd naar het antwoord op mijn vraag over het proces en het gesprek met de inwoners. Want ik waardeer het zeer, uw voorstel, maar het is al bijna 1 november in mijn agenda en als we echt goed willen nadenken hoe wij een goed oud en nieuw met elkaar willen vieren, dan zou ik er toch voor willen pleiten dat we dat eerder doen, met elkaar, maar ook met de inwoners. En ja, daarom ben ik ook benieuwd hoe dat dit jaar is gegaan. De plaatsvervangend voorzitter: Ik ga heel even mevrouw Schipper afwachten en dan ga ik terug naar de portefeuillehouder, dank u wel. Mevrouw Schipper. Mevrouw Schipper: Dank u, voorzitter, voor de ruimte. Ook ik had nog een vraag gesteld aan de burgemeester – of, aan de portefeuillehouder, excuses – over het onderzoek en de uitkomsten daarvan en eventuele adviezen van de politie omtrent de vernielingen. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Lichtenberg, aan u het woord.

De heer Lichtenberg: Voorzitter, ik zal even antwoord geven op die twee vragen, maar ik was ook nog eigenlijk een antwoord wel verschuldigd hoe om te gaan met vuurwerkvrije zones, dat besefte ik mij ook. Als het gaat over het betrekken van de kernen bij een gezonde manier invulling geven van de jaarwisseling, daar wordt aan gewerkt, maar dat is nog wel werk wat ook een volgend jaar nog verder zijn beslag zal moeten krijgen. Er zijn verschillende kernen waar verschillende zorgen bestaan omtrent het gebruik rondom de jaarwisseling. Daar wordt in geïnvesteerd, maar ik heb ook bewust hier de oproep gedaan, ik hoop ook dat uit die kernen het initiatief gaat ontstaan om mij eens te benaderen, of de gemeente te benaderen en te zeggen: wij willen iets organiseren, wij willen eens dat in overleg gaan doen en kijken of we dat binnen vergunningsvoorschriften en voorwaarden kunnen doen. Wordt dus aan gewerkt op veel manieren en daar hoop ik ook volgend jaar nog weer extra slagen in te kunnen maken op allerlei manieren. Dan als het gaat over de politie, mevrouw Schipper. De politie geeft natuurlijk aan dat er een groot maatschappelijk probleem is met illegaal vuurwerk wat op allerlei manieren het land binnenkomt, wat moeilijk tegen te houden lijkt te zijn. Toch wordt daar heel veel achter de schermen in gedaan, ook met een aantal gemeenten die aan de grensstreken liggen.

Er wordt echt ingezet in de maanden voorafgaand aan de jaarwisseling al zeer vroegtijdig om dingen tegen te gaan. Ook Europese regelgeving is hier wel voor nodig, maar er wordt ook van alles gedaan om mede op basis van meldingen toch illegaal vuurwerk op te sporen. U heeft in de nieuwsberichten daar ook wat over kunnen lezen, daar wordt echt wat aan gedaan. De adviezen vanuit de politie zijn dan ook om dat vooral te blijven doen. Als het gaat om de jaarwisseling zelf, alle capaciteit die er is, is nodig om het in goede banen te leiden. Dat betekent ook dat in Altena er geen verplichte vuurwerkvrije zones kunnen worden afgekondigd, omdat dat gewoon niet te handhaven zal zijn. Wat wel mogelijk is en dat heb ik ook nog wel gezegd, op het moment dat mensen zelf in hun buurt zeggen, met bepaalde spelregels: wij willen zelf vrijwillig onze buurt vuurwerkvrij hebben en wij kunnen dat zelf ook managen en regelen. Dan is dat ook prima en dan hoor ik dat ook graag, dat soort initiatieven mogen. Dus net zoals er aan de ene kant tonnetjes mogen, mogen mensen ook met hun buurt samen afspreken: wij steken geen vuurwerk af, wij doen het op een andere manier. Dat mag. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lichtenberg. Dan denk ik dat we op zich voldoende debat gevoerd hebben, met een slotconclusie van u wellicht, mijnheer Siland.

De heer Siland: De conclusie is inderdaad dat ik blij ben de reactie te hebben gehoord van mijn collegaraadsleden. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar het volgende punt … De heer Verbaarschot: Voorzitter? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Verbaarschot, maar eigenlijk hebben we dit agendapunt afgerond en net was mevrouw Schipper en mevrouw Maris nog, maar … De heer Verbaarschot: Ja, maar ik wil even een reagerende vraag stellen aan onze burgemeester. De plaatsvervangend voorzitter: Een interruptie dus eigenlijk nog aan de heer Lichtenberg. De heer Lichtenberg: Hij stond er op tijd. De plaatsvervangend voorzitter: Oké, ik had hem nog niet gezien. Oké, nou, nog net binnen de tijd. Ja, aan u het woord. De heer Verbaarschot: Als wij groepen uit de burgerij de toestemming geven om bepaalde handhaving te gaan doen, dan denk ik dat we riskeren dat we een buurtruzie gaan creëren. Wat denkt u daarvan? De plaatsvervangend voorzitter: U lokt uit tot een reactie, dus ik ga ook mijnheer Lichtenberg het woord geven. De heer Lichtenberg: Nee, er zijn spelregels gekoppeld en aan het instellen van een vrijwillige vuurwerkvrije zone, dat betekent niet dat er een buurtwacht mag ontstaan die andere mensen gaan belemmeren. Dus een vrijwillige vuurwerkvrije zone is vrijwillig met iedereen in de buurt afgesproken.

De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor de verheldering. 1.3 Verbinding Altena, provincie en Rijk (SGP) De plaatsvervangend voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt, dat is ‘Verbinding Altena met provincie en Rijk’. Daar is namens de SGP mijnheer Versluis zie ik aanstalten maken om dat te introduceren bij ons. Aan u het woord. De heer Versluis: Voorzitter, dank u wel. Het was eigenlijk een dringend advies c.q. het was eigenlijk een opdracht van de provincie met name, Noord-Brabant, om de drie gemeenten te brengen tot een gefuseerde gemeente Altena. Een Arhi-procedure werd ternauwernood voorkomen, want we hadden immers onvoldoende bestuurskracht. Tussen twee haakjes, ik vraag me soms ook af: waar is de bestuurskracht op dit moment in de provincie en het Rijk, maar dat is een ander onderwerp. Maar onze gemeente telt inmiddels meer dan 57.000 inwoners en daarmee zijn we de twaalfde gemeente in inwonertal van de bijna zestig gemeenten in Noord-Brabant, dus we zitten heel dicht bij de top tien als het gaat om de grootste gemeenten in Brabant. Dan zou je verwachten dat Altena als gemeente ertoe doet in de provincie. Alleen, wij als SGP constateren, nu we een kleine vier jaar op pad zijn, dat we in ieder geval naar onze inzichten weinig worden gezien of weinig worden gehoord.

Dan stellen we ons eigenlijk ook de vraag: ligt dat aan ons als fractie, of ligt dat aan ons als raad, of aan het college? Of ligt het toch aan de provincie, of het Rijk? We zijn aan het zoeken,

maar we missen eigenlijk de contacten met die twee belangrijke bestuursorganen. Een recent voorbeeld was er zo eentje, we hebben ik denk een jaar geleden raadsbreed een motie aangenomen als het gaat om het behoud van de spoedeisende hulp in Gorinchem en vrij recent was de burgemeester van Gorinchem in de Tweede Kamer en heeft erover gesproken en vonden we ook een kop in de krant terug die week: burgemeester lobbyt voor behoud van de spoedeisende hulp in het Beatrix. Dat zijn dingen … En niet dat we daarmee direct wat veranderen, maar dat missen we eigenlijk een beetje. Zo hebben we eigenlijk verschillende dossiers in onze gemeente waar we zowel de provincie als het Rijk in nodig hebben. Dan denken we aan bedrijventerreinen, dan denken we aan een derde haven, dan denken we aan de mobiliteit op de N267 en de N283. Best lang mee bezig, wat moeten we daar doen? Maar de provincie pakt niet echt door en ja, nogmaals, ligt dat nu aan ons als gemeente, ligt dat aan de provincie? Maar hoe krijgen we dat veranderd? Een ander dossier, veerverbindingen, openbaar vervoer. Dan zie je dat de provincie Zuid-Holland daar weer heel anders in staat als Brabant.

Nogmaals, worden we als gemeente Altena wel voldoende gezien, worden we voldoende serieus genomen door de hogere overheden, zijnde provincie en Rijk? We zouden er eigenlijk over na willen denken hoe we dat met elkaar beter kunnen doen en onze vraag is eigenlijk ook richting het college: wat ziet u daar aan mogelijkheden om in ieder geval meer zichtbaar te worden bij de hogere bestuursorganen? We willen er ook met elkaar over nadenken en wellicht met voorstellen komen. Dat was het, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Helder, mijnheer Versluis. Ik zie mijnheer Van der Hoeven naar de microfoon lopen voor een eerste reactie. Aan u het woord. De heer Van der Hoeven: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Versluis, elke gemeente die fuseert valt onder de wet Arhi, dus daar zijn we niet onderuit gekomen door zelf daar een besluit in te nemen, maar dat vergeef ik u. Volgens mij is belangrijk, we komen daar in het laatste agendapunt vanavond ook nog op terug, dat wij als raad gewoon keuzes maken waar wij dit strategische plan echt zien en waar wij de druk op willen leggen. Als we dat op een algemeen verlanglijstje doen, dan gaat het denk ik niet werken.

Maar in die zin denken we graag met u mee: wat zijn nu echt de punten die we op een ander niveau geregeld moeten krijgen en dat we dan ook het college een hele gerichte opdracht geven om daar dan ook de efforts in te steken en misschien ook hulp voor aan te bieden. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Ik zie mevrouw Maris, aan u het woord. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het stellen van deze vraag. Ik denk een hele belangrijke vraag, ik denk ook dat het nog een belangrijkere vraag als: waar ligt het aan en wat doen we eraan? Dat ligt ook gewoon vooral een heel stuk bij onszelf. Ik denk ook dat het een stuk zelfbewustzijn is van een nieuwe heringedeelde gemeente, dat we ons heel goed moeten realiseren – en dan gaat het om de raad, dit college en dit hele huis – hoe groot wij eigenlijk zijn en dat we echt ons recht aan die tafel, die moeten wij gewoon innemen. Dus ik denk dat dat ook een proces is, maar het is wel heel goed om als raad ook te kijken wat we daaraan kunnen doen om dat te verbeteren. Het valt me ook op dat de provincie hier vaak als een vijand wordt gezien, terwijl dat juist natuurlijk een van onze grote bondgenoten zou moeten zijn.

En met het ziekenhuis aan de overkant, ja, daar hebben wij als partij wel ook aan meegetekend, omdat wij zelf als partij ook de grensoverschrijdende regionale verbindingen hebben die we daarvoor inzetten om ons dus ook groot te maken als het belangrijk is en ik denk ook dat dat een oproep aan iedereen is, dat kunnen we natuurlijk ook vanuit onze politieke partijen doen. Tot zover.

De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Mijnheer Versluis, u heeft de microfoon nog aan staan. De heer Versluis: O, sorry. De plaatsvervangend voorzitter: Oké, ik dacht: u wil gelijk reageren. Want dat mag natuurlijk wel, maar dan gaan we luisteren naar mijnheer Den Haan, aan u het woord. De heer Den Haan: Dankjewel, voorzitter. Reagerend op de indiener, klopt het denk ik wel dat we dat gevoel wel hebben dat we nog aan de lat staan voor heel veel meer en ook de provincie die samenwerking moet gaan zoeken. Toen ik naar uw betoog luisterde, kreeg ik wel het idee: volgens mij, die Calimero-schaal heb ik nog niet op mijn hoofd. Maar er ligt echt wel een duidelijke weg naar verbetering. Dan vraag ik eigenlijk ook mijn collega-partijen, dus die ook landelijk en provinciaal georganiseerd zijn, om dan te kijken, in de lijn van mevrouw Maris: trek dat dan door naar jullie collega’s in de provincie om die samenwerking goed te zoeken. Dat is hoe ik er nu even naar kijk. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie dat u een interruptie krijgt van mijnheer Van der Hoeven. Aan u het woord. De heer Van der Hoeven: Dus die landelijke partijen zijn toch best wel goed, mijnheer Den Haan. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Den Haan, wat is uw … O, u wil daarop reageren, aan u het woord.

De heer Den Haan: Ik wacht het nog even af, maar daag me niet uit, mijnheer Van der Hoeven, want dan heb ik er nog een paar voor u, hoor. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Verbaarschot, aan u het woord. De heer Verbaarschot: Ik stel voor dat als een gemeente als Altena invloed wil uitoefenen op besturen zoals het provinciebestuur ofwel het landelijk bestuur, dat het dan hard nodig is om de handen ineen te slaan met andere gemeentes in Brabant, of mogelijk in andere provincies als het naar het landelijke moet, omdat je gewoonweg als enkele gemeente in Brabant of in Den Haag totaal geen indruk maakt, want er zijn er zoveel die wat willen. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Ik zie dat mijnheer Bouman klaarstaat. Mijnheer Bouman, aan u het woord. De heer A. Bouman: Dankjewel. Het betoog van de heer Versluis, als ik het heel kort samenvat: ziet de provincie ons? Vanuit het Rijk komt er nog een beetje, waterschap heb ik niet gehoord als ander bestuursorgaan. Ik zou hem misschien ook een beetje willen omdraaien, even uit de rol als raadslid: zien wij de provincie? Want wij horen inderdaad heel vaak: dit doet de provincie, of dit kan niet vanwege de provincie.

Maar dat is voor ons als CDA-fractie ook vaak een wat ondoorzichtig argument en daar zouden we inderdaad, en daar roept u denk ik ook wel een beetje toe op, ook wel wat meer gevoel bij willen krijgen hoe wij daar in elk geval, los van de lijntjes die er liggen met landelijke partijen, maar ik denk dat het ook vooral gaat om lijntjes vanuit het ambtelijk apparaat, hoe wij daar in elk geval ook wat meer grip op krijgen om bijvoorbeeld – en dat heeft u nog niet genoemd – onze woningbouwbehoefte op een goede manier invulling kunnen geven

en dat de provincie daar ook een stukje medewerking aan gaat verlenen. Dan heb ik het stokpaardje van uw bedrijventerreinen nog niet eens genoemd, dat zou er ook nog eentje kunnen zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Versluis, ik zie aan uw mimiek dat u graag even wil reageren, dus aan u het woord. De heer Versluis: Volgens mij wordt dat ook verwacht van de indiener van de voorstellen om een korte samenvatting te maken. Nou, eigenlijk breed zie ik toch wel: het is belangrijk. Ik wil wel een opmerking maken naar een aantal partijen die ook zeggen: maar als je toch landelijk bent georiënteerd als partij, dan heb je daar je wegen. Dat is zo, die gebruiken wij en ik denk ook dat alle landelijke partijen dat gebruiken, maar mijn inbreng van deze middag was eigenlijk met name toch bedoeld om opdrachten die we binnen de gemeente hebben die grensoverstijgend zijn, die we alleen niet kunnen handelen, waar we voor nodig hebben dat andere organen daar ook voor ons het pad banen. Maar ook met name financiële middelen, denk aan een derde haven, dat zijn dingen die kun je zelf niet dragen. Daar moet je denk ik op het ministerie zijn, of daar moet je bij de fracties, het ministerie, dan moet je in Den Haag zijn, we moeten zichtbaar worden. Dus nogmaals, er ligt natuurlijk een rol bij onszelf en ik denk dat de meeste partijen die ook wel invullen richting Den Haag en de provincie.

Maar ja, we zijn ervan overtuigd, als wij in ieder geval als raad, als college ons in ieder geval nadrukkelijk laten zien op die plekken in Den Bosch en in Den Haag, dan kan het toch niet zo zijn dat dat geen resultaat op gaat leveren. En ja, wij zien dat eigenlijk nog onvoldoende. We mogen misschien best een beetje trots zijn op die grote gemeente, maar we moeten ons ook gewoon laten zien. En lobbyen is geen vies woord of zo, dat kan en dat mag gewoon en daar willen we eigenlijk voor pleiten. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Dan gaan we naar mijnheer Lichtenberg als portefeuillehouder in deze. De heer Lichtenberg: Voorzitter, even met de laatste woorden van de heer Versluis te eindigen. Ik ben het helemaal met hem eens, lobbyen is helemaal geen vies woord. Dat is ook heel belangrijk om dat te doen en ook te laten weten wat de belangen zijn van de gemeente Altena, maar ook oog te hebben voor de belangen van anderen. Als je die verbinding weet te maken, dan kom je ook vaak verder. Dat vindt het college dus ook belangrijk.

Het college heeft bij de start van dit college ook nadrukkelijk stilgestaan bij: welke posities zouden wij vanuit Altena nu in willen en kunnen nemen om in ieder geval vanuit een stuk positie een lobbyagenda verder vorm te geven? Dat heeft er ook toe geleid dat wij zowel binnen de regio dichtbij, maar ook bij de VNG hier en daar onze vinger hebben opgestoken en ook gezorgd hebben dat we hier en daar die positie verkregen hebben. Dat is misschien toch wel goed om dat toch wel aan te geven, dus we wilden nadrukkelijk in het dagelijks bestuur van de regio West-Brabant een bestuurder hebben. Nou, dat is gelukt, wethouder Tanis is daar lid van, van het strategisch beraad en via die regio daarmee ook weer een schakel naar de provincie. Alle overige wethouders hebben binnen de regio West-Brabant op hun portefeuilles ook een nadrukkelijke rol gepakt. Ik zelf ben voorgedragen als kandidaat-lid voor de VNG-commissie Bestuur en Veiligheid en als de leden daarmee instemmen op 2 december, dan mag ik die rol ook gaan vervullen. Dus er zijn een aantal plekken en een aantal posities die daarbij zijn ingenomen.

Binnen de samenwerking in de Baronie gemeenten heeft Altena als een na grootste gemeente na Breda – laat ik dat maar een keer zo zeggen nu, niet alleen qua oppervlakte, maar ook qua inwoners – steeds nadrukkelijker nu een positie als het gaat over: welke agenda voor de ontwikkeling van Altena, maar voor ons gebied, is nu van belang en op welke wijze kunnen wij daar ook met andere partijen het gesprek over aangaan? Die agenda heeft geleid tot een agenda voor de stedelijke regio Breda-Tilburg en dat is nu een onderlegger om met de provincie het gesprek aan te gaan over de zogeheten woondeal, daar heeft u in de kranten wat van kunnen lezen. Van groot belang om onze eigen

woningbouwopgave ook daadwerkelijk bestuurlijk een plek te krijgen. Hetzelfde zit met de dossiers als het gaat over de derde haven, over de insteekhaven, of over de bedrijventerreinen. Ik snap de oproep vanuit u als raad als iemand die tussen de partijen in staat, laat ik het dan maar zo een keer zeggen. Of je nu een landelijke partij bent of een lokale partij, we hebben daar allemaal onze rol in te spelen. Ik snap de oproep heel goed, maar ik zou ook een oproep terug willen doen. U heeft als raad bij de start van deze nieuwe periode uzelf ook voorgenomen op de strategisch belangrijke onderwerpen als gemeenteraad ook nadrukkelijker actief te zijn en dat niet alleen te doen bij de verbonden partijen, maar ook op die grote strategische dossiers. Ik hoop dat u dat ook waar gaat maken, want bij de laatste bijpraatsessie over de stedelijke regio Breda-Tilburg, dat was dan een digitale, maar bij mijn weten was er tot twee dagen daarvoor nog niemand vanuit uw raad die zich daarbij had aangemeld. Het zou portefeuillehouder Tanis en mijzelf heel erg helpen als u ook daar een stapje naar voren zou willen zetten om onze belangen nadrukkelijker voor het voetlicht te brengen. Daarmee volgens mij wou ik het afsluiten. Ik had nog vergeten te noemen de P10, de M50, daar zijn we ook lid van, daar zitten ook twee wethouders in het bestuur.

We zijn lid van de werkgroep agrarische sector en ook van een gecombineerde werkgroep met de VNG over de inzet van grote plattelandsgemeenten in het stikstofdossier, belangrijk en actueel. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie dat u een interruptie krijgt van mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Van der Hoeven, aan u het woord. De heer Van der Hoeven: Ik wil even reageren op de opmerking over de regionale bijeenkomst. Ik heb tot ongeveer driekwart van de sessie wel bijgehouden, toen ben ik echt afgehaakt omdat het ons … Het is leuk dat daar een wethouder uit Dongen zijn verhaaltje zit te houden, ambtelijk was het een heel goed verhaal, maar dan als je daar zit, je spendeert er een avond aan, dan moet je ook een actieve rol kunnen hebben en dat zou ik dan wel als boodschap mee willen geven aan de mensen die dat organiseren. Als je dan de raad erbij wil betrekken en die een avond vraagt, geef ze dan ook een rol, want dat was echt ondermaats. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. De heer Lichtenberg: Die neem ik mee. Daar ben ik het ook mee eens hoor, trouwens. De plaatsvervangend voorzitter: Dan gaan we terug naar mijnheer Versluis, want nu is het moment gekomen om inderdaad even op te halen hoe dat u gaat reageren. U dacht dat dat net al was, maar toen gaf ik u gewoon de mogelijkheid om even nog te reageren op de fracties.

Maar nu aan u het woord om de conclusie te trekken. De heer Versluis: Afsluitend, de reactie van de portefeuillehouder geeft natuurlijk aan: we doen al veel, we zitten in allerlei verbanden en we zorgen dat we daar bestuurders hebben. Ik wil dat zeker ook niet ontkennen en dat is denk ik een grote waarde en wellicht helpt dat wel dat we nu een gemeente Altena zijn, dat we ook die plekken kunnen opeisen. Maar ja, eigenlijk de ondergrond van mijn verhaal is ook met name, het klinkt misschien een beetje oneerbiedig, maar we kunnen natuurlijk heel veel praatsessies met elkaar hebben en heel veel groepjes waar we in netwerken en praten, maar het gaat tenslotte om de resultaten. Ik probeer altijd voor mezelf maar concreet te zijn, anders snap ik het niet meer. Dan noem ik bedrijventerreinen, we weten de voorgeschiedenis, ooit in ieder geval ter ziele gegaan vanwege werelderfgoed. Nou ja, dan verwacht je ook daar een wat snelle reactie op. Dat geldt ook voor zo’n derde haven, gaat breder, ruimte voor de rivier enzovoorts, dus heel ver overstijgend. Dat geldt voor meerdere van die dossiers, zoals ook woningbouw, het is allemaal prachtig dat we erover praten, maar waar blijven de resultaten? Daar wil je eigenlijk naartoe. Maar

nu lok ik volgens mij de burgemeester uit om te zeggen dat het al zo goed gaat, maar wat mij betreft zou dit afsluitend zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Voordat u de woorden in de mond legt, ben ik degene die toch bepaalt dat mijnheer Lichtenberg nog even het woord krijgt. Dus uw microfoon mag even uit, mijnheer Versluis, en dan gaan we luisteren naar mijnheer Lichtenberg. De heer Lichtenberg: Voorzitter, ik kan heel kort zijn. Het ongeduld wat de heer Versluis uitspreekt, helpt ons allemaal, ook het college, om het goede te blijven doen. Maar de heer Versluis weet ook als geen ander dat het soms tijd kost, dat zie je veel moet zaaien, moet doorploegen, voordat je kunt gaan oogsten. 1.4 Burgerinitiatieven (ChristenUnie) De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de agenda en dan zie ik dat ‘Burgerinitiatieven’ erop staat. Ik zie dat mijnheer Duizer naar de microfoon loopt om dat te introduceren, aan u het woord. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Vorig jaar in september hebben we de notitie ontvangen ‘Bestuurlijke vernieuwing in actie’. Daarin staat hoe we met burgerinitiatieven en het samenwerken met onze inwoners omgaan en dat daar ook een kernenbudget aan vast hangt wat groeit van twee jaar geleden rond de 30.000 euro richting twee euro per inwoner, dus dat zou nu rond de 100.000-110.000 euro moeten zitten, of volgend jaar.

Nou is dat op de hele begroting niet zo’n groot bedrag en we lopen daar ook niet grote risico’s op, dus in die zin snappen we dat dat niet expliciet wordt genoemd, maar het is ook wel een kernpunt in het coalitieprogramma en hoe wij met de burgers willen samenwerken. In die zin, dus niet zozeer vanwege de risico’s, maar vooral omdat we dat heel belangrijk vinden, doen we een oproep om dat ook in de begroting en de berap op te nemen, zodat we twee keer per jaar worden bijgepraat over hoe dat nu loopt, hoeveel gebruik ervan wordt gemaakt. En ook vooral, laten we de successen dan ook delen en daarin onze gemeente meenemen en uitlokken om er zoveel gebruik van te maken dat we op dit budget tekortkomen, want hoe meer we hier tekortkomen, hoe beter we het volgens mij als gemeente doen. De voorzitter: Mijnheer Bouman, gaat uw gang. De heer A. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Toen ik het papiertje kreeg met de agenda stond erin dat het wellicht te vrijblijvend was hoe daarmee omgegaan werd. Het triggerde mij een klein beetje. De heer Duizer gaf eigenlijk ook aan: laten we het in de bestuursrapportage opnemen. Laat het nou zo zijn dat het er eigenlijk al in staat mijns inziens, want ik heb hem gelezen en als je onderaan bladzijde 8 bijvoorbeeld kijkt, dan staat daar ook iets over burgerinitiatieven en er staat zelfs bij dat dat een doorlopende activiteit is.

Dus geen projectje of zo wat we doen, maar het zit in het DNA van ons als gemeente Altena. Er staan legio voorbeelden ook in die bestuursrapportage waar die op terugkomt, dus eigenlijk begreep ik het niet zo heel erg goed waar de vraag vandaan komt, want volgens mij worden we … Nou ja, niet op onze wenken, want we hebben het zelf ook zo uitgesproken dat we dit graag willen, het gebeurt ook volop. Ik zie ook in mijn directe omgeving ook initiatieven die ook daadwerkelijk een budget krijgen. Dus ik zie inderdaad gewoon goede voorbeelden en ik hoop dat u ze ook gaat ontdekken. De voorzitter: ik kijk even rond of er andere fracties zijn en behoefte hebben. Mevrouw Maris van Progressief Altena.

Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Heel kort. Het zit inderdaad in het DNA van Altena, maar dat is ook wel, als het in je DNA zit, dan vergeet je vaak het te vieren en te weten hoe bijzonder het is. Dus in die zin ondersteun ik uw oproep om te zeggen: laten we het vooral ook etaleren en zien, zodat het hopelijk ook tot meer gebruik van die kernbudgetten leidt en een mooier Altena. Dus in die zin staan wij achter uw oproep, maar is het ook zo, zoals mijnheer Bouman zegt, het staat er wel in, maar als je het moet zoeken is het toch niet zo’n groot feest, vind ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Andere fracties nog? U mag nog reageren op de inbreng van de heer Bouman en mevrouw Maris. De heer Duizer: Met mevrouw Maris ben ik het helemaal eens. En ja, ik heb die ene zin gelezen. Ik had hem gelezen en vervolgens wist ik nog niks. Ja, we doen het, maar wat er precies gebeurt, voor mij mag dat explicieter en echt ook kleine successen vieren en meer laten zien. Vandaar mijn oproep. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer A. Bouman: U heeft denk ik echt selectief gelezen, want er staan heel veel voorbeelden in waarin er kerngericht gewerkt wordt. Het openbaar beheer vindt ook kerngericht plaats, allerlei zaken waar van buiten naar binnen wordt gelezen.

U kijkt er nu met een bril naar, denk ik met een oppositiebril, vorige week had u die ook op en nu doet u dat eigenlijk weer. Dat vind ik toch een beetje jammer, want probeer ook de dingen te zien die juist wel goed gaan en dit is er volgens mij ook wel eentje van. De voorzitter: Dat was een interruptie. We gaan nog even naar het college toe, mijnheer Duizer. Mevrouw Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel, voorzitter. Ook ik had de agenda gezien en ik was eigenlijk een beetje bang dat u dacht: we doen niks meer. Het staat zeker op mijn agenda, uitnodigend bestuur en kerngericht werken, dat we daar nog steeds mee aan de gang zijn. U noemde ook die notitie die niet zo lang geleden in uw raad is besproken en daar geven wij nog steeds uitvoering aan. U noemde ook wat initiatieven en ik wil daar eigenlijk ook wel op voortborduren. Burgerinitiatieven had u genoemd in de agenda, het Aan De Slag-platform doen we nog steeds, onze gebiedsregisseurs hebben nog steeds veel contacten met de inwoners om die burgerinitiatieven aan te zwengelen en mee op te starten. Ik neem uw oproep zeker ter harte, want het moet natuurlijk wel een feest zijn om in de begroting te lezen en dingen tegen te komen, dus ik wil daar zeker nog even kritisch naar kijken: benoemen we dan alles wel voldoende, vieren we onze successen die we hebben? Dus die oproep neem ik ter harte en ga ik zeker naar kijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12027087/1